Uncategorized

Een voorrecht

Een stoffen tas met Overkantlogo dook op achter het winterdeel van mijn dekbed dat ik zocht. Diep weggestopt was ik het totaal vergeten, evenals de inhoud. Schoolfoto’s, een dikke stapel uit de tijd van toen. Het kleurrijke bewijs van hoe onderwijs kan zijn, met heel veel heerlijke momenten, weeksluitingen, kampen, alle dagen feest met theater hoog in het vaandel. alle facetten zijn uitgespeeld. Drama, poppenspel, schimmenspel, dans, beeldende vorming, muziek, natuurbeleving. Alles om te delen met de andere groepen. Het verhalend ontwerp ten voeten uit zorgde voor een grote beleving en betrokkenheid.

Met mijn voorliefde voor de aardetinten en zwart en blauw waren de kleurrijke uitdossingen volledig tegengesteld. Een heksje in roze, paars en turquoise lacht me toe. Het decor van een weeksluiting met zelfgemaakte decors, een internationaal feest in klederdracht uit alle landen, maar wel op klompen, ‘Wheeler-art’ als de kinderen kunst maken door met hun autootjes door de plakkaatverf over een groot doek te rijden, alles was mogelijk. Heks ben ik vaker geweest, een Zeeheks, Pollonia, Gruwela, maar ook een LiesjeBriesje, Paultje met het paarse potlood, Tralala/Tralali. Bep en To, de twee zussen, in drie verschillende uitvoeringen allen even hilarisch.

Mijn eerste heksenspel/de Zeeheks (1987)

Heerlijk om er weer even te zijn nu de regen gestaag blijft stromen en zelfs boodschappen doen een opgave wordt.

In de krant van vandaag een profiel van de Amerikaanse dichter Louise Glück, die donderdag de literatuurprijs won. In het gedicht van haar ‘Wijkend licht’ dat Erik Menkveld vertaalde, is zij de dichter en willen de anderen het schrijven leren. Ze reikt de instrumenten aan, maar de anderen bleven zeuren, wilden bij de hand genomen worden en dan beseft ze ineens dat de anderen nog kinderen zijn, hun leven niet hebben geleefd, geen bagage hebben om de gedichten te vullen. Dus gaf ze hen levens, rampen, ellende en toen konden ze pas schrijven, dromerig, bij een open raam. Daarna kon ze weer haar eigen weg gaan, in het besef dat ze niet meer nodig was.

Ik ben zo’n typische laatbloeier. Had eerst jaren nodig om de vijver met verhalen te vullen. Nu kan ik de pen in die kweekvijver dopen en put ik er zelfs soms juweeltjes uit. Vaak verstopt onder de doodgewoonste dingen, verscholen achter wat op het eerste oog onbenullig lijkt, of nauwelijks waard om over geschreven te worden. Door die bakken en tassen met foto’s lees ik de jaren af en weet dat de vijver tot aan de rand toe gevuld is. Iedere dag is er weer een verhaal dat zich aandient, een onderwerp dat roept, of de natuur die trekt om in het licht gezet te worden. Even de schijnwerper erop om daarna weer in de vergetelheid te duiken, veilig en geborgen.

Ik ben blij dat deze dichter de Nobelprijs heeft gewonnen met de kracht van het woord. Mirjam Hengel die het profiel schreef, roemt haar speelsheid en raffinement en vindt dat in dit gedicht ‘in de verbinding van het externe met iets essentieels van haarzelf’. Ze beaamt dat donkerte nodig is om iets van het leven te kunnen begrijpen.

Zonder licht geen schaduw, zonder schaduw geen diepte, zonder diepte geen hoogte. Tegenstellingen voeden elkaar. Woorden voeden mijn herinneringen, geven ze gestalte en de herinneringen geven mij woorden, vullen de vijver en daarmee de verhalen. Ze houden elkaar in evenwicht. Daaruit te mogen putten is een voorrecht.

Uncategorized

Een film aan verleden

Gisteren viel de wereld een aantal uren stil. De stroom was uitgevallen in de wijk. De avond kroop op en trok haar duisternis als een deken over de daken. Binnen vervaagden de contouren van wat mij omringde. Stilte overmeesterde het buitengeluid. Als de stroom uitvalt trekt alles trager voorbij. Waxinelichtjes flakkerden op de vensterbank en in de twee glazen potjes voor het oog van de wereld, dat nu in alle talen zweeg.. Gedachten doorwoelden het nutteloze niets.

Zoonlief was ontsnapt. Internet lag eruit en dat is een onoverkomelijk lamleggen van contacten en werk. Langzaam sijpelde het verleden binnen. Hoe vulden we de avonden. Heel lang geleden was er straat, met stoepranden, tollen, hoepelen, het klokje van zeven uur en daarna naar bed. Later zongen we de verplichte afwas naar een hoger niveau. De meisjes dan. Broers gingen trainen of om het even wat. Het staat niet helder meer voor de geest. Vanaf de tijd dat er televisie was, werd de wereld groter. Geen keuze met maar een net. Als tijdverdrijf waren er de kabouters en later de gidsen, ieder jaar een kamp. Boeken waren er al vroeg, van de bibliotheek, die een huis vulde in een van de zijstraten van het blok. Er was kerk en koor, eerst ballet, turnen, daarna handbal. We zwommen de zomer door, lagen drie keer per dag in het water, niet in de laatste plaats om de ontmoetingen die er waren als na zessen de poort tussen het jongens en meisjesbad openging. Bakvissenliefde. De telefoon hing aan een draadje in de telefooncel en later thuis, naast de televisie. Wij belden zelden.

Studentenleven op een kamertje in Leiden. Brieven schrijven met het thuisfront. Avond aan avond waren gevuld met vrienden. Je zocht elkaar op, wisselde uit, verhalen en veel muziek. De grammofoon was heilig net als de bandrecorder. De televisie was gereduceerd tot maatje pink met een enorme antenne. Het sneeuwde vaak. Dan waren we lang aan het zoeken om de juiste signalen te vangen. Een flinke klap op de zijkant wilde ook nog wel eens helpen. Sociale contacten, film hoog in het vaandel in louche bioscoopjes, domino spelen bij vrienden, stoelen aan de kant en dansen, oeverloze discussies over politiek in wijn, rook en muziek gedrenkt, vulden de tijd. Koken voor veel en altijd kon er nog meer bij. Nog later werd leven serieuzer, diende ernst zich aan nu het studeren op haar eindje liep. Er moest geblokt worden en hard ook.

Daarna schoven de behoeften op hun plek, een race tegen de klok van hot naar her, balletlessen, voetbal, school, creche, koken, wassen, wandelen, knutselen, lezen er was altijd wat te doen. Mijn eerste computer was een oud exemplaar. Hij bromde voor tien. De eerste draagbare telefoon op aandringen van de kinderen. ‘Stel je voor dat er iets gebeurt op de tuin en je ligt daar’, was het argument. Na veel beredeneren ‘Vooruit dan maar, alleen zo’n ding zonder fratsen. Voor nood’ sputterde ik. Daarna was het hek van de dam.

Digitale skills opgelepeld, de grote stralingsstilte vergeten. De tijd vloog in een dubbele stroomversnelling voorbij. Antiquiteiten als de bandrecorder, de platenspeler, de huistelefoon, de cassettespeler, de videorecorder, de centrifuge, de roestbakken van blik, waar we in reden, werden herinnering of soms weer naar voren gehaald. Alle elpee’s waren al die jaren meeverhuisd, veilig opgeborgen in een grote rieten mand. Het wachten is op de nieuwe platenspeler, die er nog moet komen. Dan kan de nostalgie toeslaan op klanken van Jethro Tull, Simon and Garfunkel, Donovan, Melanie, Jacques Brel, George Moustaki, Paul Simon, the Doors, Pink Floyd, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bob Dylan, Stevie Wonder, Leonard Cohen, Jaap Fischer, Herman van Veen, Todd Rundgren en Loudon Wainwright. Stroomloze duik in wat er achter ons lag.

Met het licht dat plotsklaps aansprong, vervaagden letterlijk de beelden en diende zich de realiteit aan, terwijl de herinneringen gedwee naar achteren schuifelden. Een app voor zoonlief. ‘Het leed is geleden.’ Voor hem dan. Ik stapte, bijna spijtig, de realiteit weer in, maar op het netvlies een film aan verleden.

Uncategorized

Heer Bommel en Tom Poes

Dromen kon gisterennacht op het ritme van de regen, die gestaag bleef stromen. Het was te merken aan het weggetje naar de tuin langs de sloot. Het was hoppen van graspol naar graspol geblazen. In de tas wist ik het douchegordijn met de inkeping voor het hoofd en mijn paraplu. Nat, natter, het natst, dus bleef de springbalsemien liggen zieltogen voor de Bernagie. Een snel portret, geen gelijkenis, wel lekker los van opzet. Mooie oefening. Een vlaamse gaai vloog tussen de druppels door richting appelboom, maar zodra hij een beweging van mijn kant zag, week hij af en vloog een tuintje verder.

Na een uurtje hard werken stak ik het papieren vellenblok in een vuilniszak in de grote tas, speciaal voor dit doel meegenomen en ging mijns weegs richting bospark om, op de bonnefooi, even te theeën bij dochterlief. Kleindochter was net wakker en klitte zich nog vast aan moeders benen. Mijn oude kloffen bleken aan vervanging toe te zijn. Door mijn tocht naar de tuin was het water kennelijk regelrecht tussen de naden doorgesiepeld en bleken de kousen doorweekt.

Droge exemplaren van dochter en een lekker warme kop thee. Enthousiaste verhalen over de verbouwing die opschoot, de ruimte die ze had gemaakt in de kleine boshut, de kringloopwinkel op fietsafstand, de eekhoorn die ze had gespot op een wandeling. tussendoor danste de kleine op de radio die aanstond, haalde de speelgoedmand leeg, schoof oma alle poppenkinderen toe en speelde met de prachtige kartonnen blokkentoren. Vosje mocht ook meedoen. Af en toe brak de zon door tussen de enorme buien in en dan werd het direct vakantie op het terrein en herfst, al waren de meeste bomen sparren en dennen.

We werden opgeschrikt door een hard geluid. Het bleken bladblazers. Bladblazers in de stad zijn al een gotspe, maar bladblazers in een bos met naaldbomen een vorm van nutteloze, vergezochte dagbesteding. Met een ernst alsof ze de stoepen van het witte huis aan het schoonblazen waren, kweten de twee mannen zich van hun taak terwijl de kleine meid angstig bij mams op schoot kroop. Afleiden met pratende poppen en een spelletje kiekeboe.

Om vier uur naar huis, want ik had zoon beloofd zijn schaftpotje te komen brengen. Surinaamse Saoto door een vriend gemaakt. De bouillon moest heet en de rest mocht koud blijven, zelfs de rijst. Het hele huis was nu gestript en het grote aannemerwerk kon beginnen, door derden gelukkig. De zon filterde inmiddels weer door de grote bomen op het plein hierachter en mijn hart veerde op bij de mooie lichttinten in het blad. Een appje van vriendin of ik volgende week een les beeldende vorming aan de onder- en de middenbouw wilde geven. Een les over kleuren. Een perfect onderwerp zolang de zon bleef schijnen. Een buitenkansje dus.

Thuis wachtte opdracht vijf en zes van #Inktober 2020. Een ‘blade’ (mesblad) en een rodent (knaagdier). Dat laatste kon alleen maar een eekhoorn worden, na een dag van herinnering aan de groep, die de eekhoorns heette en de eekhoorn van dochter. Heerlijke bezigheid tussen het nieuws door.

Vriendinlief was bedroefd dat ze weer niet op tijd was voor de inschrijving van de Urban Sketchers. Het zou mijn derde keer al worden van dit jaar, dat ik wel ging Het was haar nog geen een keer gelukt. Heer Bommel en Tom Poes kwamen voorbijstiefelen en Heer Bommel zei: ‘Tom Poes verzin een list.’ Daar was ie al. Ik appte dat ze klaar moest zitten om in te schrijven, als ik uit zou schrijven, anders zou ze er weer naast zitten. Ze giechelde wat, zat midden in een studiedag, maar ging het proberen. Ik appte ‘Nu’ en zij drukte ‘Gaat’. Met dank aan Heer Bommel en Tom Poes.

Uncategorized

Een hartverwarmende herinnering

Daar klepperen ze met elkaar, de oudste houdt de paraplu vast. Het is een vertederend gezicht. Mijn blik volgt ze vanuit het raam. Onmiddelijk neuriet het in mij. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes’ en als je verkeerd begint, bijvoorbeeld eerst met ‘Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes’, dan kom je er niet meer uit. Het arsenaal aan oude liedjes heb ik in het geheel door kunnen geven aan de kinderen op school. Dat zijn er heel wat geweest in dertig jaar. Er waren steevast liedjes bij, waarbij ik iets vergat. Bij de veldmuis bijvoorbeeld steevast het derde couplet. ‘Muis was met fiets en al naar het topje geklommen’. Tot zover ging het goed, dan zette hij af en dan gebeurde het. Een staartje, tussen het wiel, hinken, te pas komen, maar hoe dan. Het was een topper bij de olijke ontvangers als ik ‘nananana-de’ op de vergeten tekst. Bij het karretje op de zandweg al niet veel anders. ‘Een karretje op de zandweg reed, de maan scheen helder de weg was breed, de voerman lei te ruuuuuusten’. Maar dan, Hoe kon ik de mist in mijn bovenkamer laten optrekken. Neurie, neurie, tot de woorden weer invielen. Zo zijn er nog een aantal geweest. Dus iedereen kent de liedjes met wat hiaten en gaten in de tekst, maar we zongen de sterren van de hemel.

Bij het kerklatijn was het al niet veel beter, speciaal omdat we als kind geen idee hadden wat we zongen en meebrabbelden op gehoor. Later met de koorkennis kwamen we al verder, maar verbasteringen waren hardnekkig. ‘Tantum dominum deo sabaót, pleni suncaeli de terra’ klonk het Sanctus ongeveer. En juist omdat ik in de katholieke kerk dat auditieve latijn had geleerd, had mijn uitspraak later op de opleiding voor verpleegkundigen een gewijde klank, tot grote hilariteit van mijn kompanen.

Met de radio mee, zing ik ook nog altijd op gehoor en niet op betekenis, het is een handicap, maar ach, je wordt een meester in stoplappen. Als ik dan de tekst voor mijn neus heb en de betekenis binnen sijpelt, komt de tekst tot leven. Lezen en begrijpen gaan moeiteloos hand in hand, maar horen en spreken struikelen voortdurend.

Elke dag jasten we er op school een aantal liedjes door. Oude, nieuwe of zelfgemaakte. Ook lezen was zo’n tophit. Onder het eten las ik voor, na het eten lazen ze een uurtje zelf aan de tafel, in een luie stoel, op de leesbank, op de grond. In elke willekeurige houding waar een kind nou eenmaal in lezen kan. Het waren heerlijke momenten. We hadden leeskring, waarbij ze hun lievelingsboek ‘voorlazen’, (de onderbouw hè, groep 1 & 2) of over de liefde voor het gekozen boek vertelden, waarom ze het spannend, leuk, grappig, gek, lief vonden. Wat ze met het verhaal deden, speelden ze er nog wel eens iets uit na. Niet zelden volgde er een spontane dramakring. Kinderen bezitten de meest fantastische verhalen. Iedere dag weer kwam er wel eentje voorbij. Zaak was er mee aan de haal te gaan, zodat ze voor eeuwig in je hoofd bleven zitten. Groot maken, een podium geven en daarmee weer supertrotse kinderen kweken, het mooie spel van leren te geloven in jezelf. Mooie intervallen van klein en groot geluk. Een hartverwarmende herinnering.

Uncategorized

De baleinen van haar paraplu

Vanaf de steiger aan de kopse kant van de maisonette klinken onheilspellende geluiden. Het gehamer tegen muren, het gebonk tegen de steigerbuizen met een weergalm van een orgelpijp, zware stappen dreunend op de stellage, gemor aan het raam, gemier achter mijn hoofd. Ik luisterde en lokaliseerde de bezigheden in mijn verbeelding, maar had eigenlijk geen flauw idee, waar ze mee bezig waren. Ja, iets met de spouwmuren. Zouden de vleermuizen al vertrokken zijn? Ik hoopte het.

Foto door zuslief. Een mooie smiley in het stof.

In het nieuwe huis van zoonlief kon ik nog net de tas met lekkernijen afgeven en de progressie bewonderen, voordat het stof me, ondanks snoet, de adem benam. Gauw er weer uit. Zo suf, dat ik niet mee kon helpen. Er was heel hard gebuffeld en er is nog ontzettend veel werk te doen. De hulptroepen waren er. Dappere dochters en zoon, een paar vrienden en zoon zelf. Allen voorzien van een grijze laag stof op het kale hoofd, over het haar, op het vel. als dikke grijslaag over de kluskleding. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Een container vol en morgen pas weer de nieuwe. Helaas.

Zo kom ik bij het afscheid van die andere moeder, die ik gisteren op de life-stream volgde. Het verdriet om haar gemis en haar kinderen, die het haar toch zo gunden, hen los te laten, nu ze wist en geloofde weer herenigd te worden met haar grote liefde. Als je zo hecht met elkaar verbonden bent, ben je deel van het geheel, besta je door de verbintenis. Het is maar weinigen gegeven en het getuigt van altruïsme, als je jouw vurige verlangen om haar hier te houden kan inwisselen voor haar diepste wens, te mogen gaan. Dat proefde ik uit de hele dienst, in de liefdevolle gedachten, een breekbaar lied van kleinkind en in de symboliek.

Moeders blijven moeders, altijd, ook als ze er niet meer zijn. Ik denk aan mijn moeder, die er altijd is, die meekijkt over mijn schouder, er is in mijn hoofd, in mijn woorden, in mijn werk en weet dat het voor zussen en broers niet anders is. Pars pro toto, die hele grote familie van ons. De baleinen van haar paraplu.

Uncategorized

De tuin is voor later

‘Een gewaarschuwd mens telt voor twee’ behalve als de waarschuwing terzijde wordt geschoven. Stevige modderplassen op het pad lachtten me uit, terwijl ik langs de sloot naar de tuin liep. Het was dreigend droog, maar zelfs dat werd in de wind geslagen. De ochtendploeg had gesnoeid en de takken op de ril gegooid, waar de schapen zo’n malse sappige verse aanvoer niet konden versmaden. Ze kropen bijna in de opgetaste takken om het juiste blaadje te vinden. Malle meiden.

Wat je van ver haalt, is lekkerder

Dikke witte rook uit de schoorsteen van de oude zorgde ervoor dat het klimaat om in de tuin te werken niet optimaal was, maar hogerhand had allang bepaald, dat dat geen goed idee zou zijn. Dikke droppels vielen terwijl ik net het trapje opklom om mijn veroveringen binnen te stallen.

Dikke witte rook en regen

Die vondsten had ik, onder andere, bij een winkel met prullaria gehaald . Vooral het eerste deel van het woord was van toepassing. Mijn vondst, een ledlampje, van zegge en schrijven 4 euro, was met geen mogelijkheid te bewegen haar licht te laten schijnen op mij en de vraagstukken des levens. Met vooruitziende blik zaten er ook grote waxinelichten in de tas. Die deden het gelukkig altijd. Warme koffie, een afgedankte croissant van zoonlief en zielerust in het hemels paradijs.

Op dat moment hield het op met zachtjes regenen. Aan de overkant van de sloot harkte ‘de Manus van Alles’ van de tuin de gisteren gemaaide slootkanthalmen bij elkaar. Hij was al net zo troosteloos nat, als de geknakte en verweerde stengels onder de tanden van zijn grote hark. Het optimisme op eventueel een droge namiddag zwom weg bij de aanblik ervan.

Deze parasol

Huiswaarts, maar hoe. De poncho, het verknipte douchegordijn en een paraplu vierden feest in de kofferbak van de auto. Het enige wat voorhanden was, was mijn Chinese zijden okergele parasol. Nood breekt wetten. En zo kon het gebeuren dat Manus zich in de ogen moest wrijven, toen van de brug af een Hollandse geisha met een zonnige uitstraling door de modder banjerde, terwijl de franje aan de parasol vrolijk meedanste op de hortige huppels, die de plassen ontweken.

‘Het regent harder dan ik dacht,’ zei de noeste arbeider. Een understatement van de eerste orde. Hij had geen draad droog meer aan het lijf. Zijn woeste stugge haardos hing als een zijïg gordijntje langs zijn gezicht naar beneden. Regen verzacht, dacht ik en lachte hem vriendelijk toe. ‘Daar kwam ik ook achter’, beaamde ik. Hij snelde verder en ik trippelde er achter aan. Wat moet je anders met een gele parasol in de hand.

Vandaag is de familie aan de beurt om lichte klussen in het huis van zoonlief te klaren. Misschien kan ik ze verrassen met heerlijke tussendoortjes. Gisteren zocht ik bij mijn materialenwinkel naar de juiste penselen, maar kon ze niet vinden. Vanmorgen om zeven uur zag ik dat ze aangeboden werden als pakket op de site voor gemiddeld een tientje goedkoper dan bij de andere onliners. Spekkoper in de morgenstond.

‘Alle zegen komt van boven’, denkt de herfst en doet er nog een schepje bovenop. De tuin is voor later.

Uncategorized

Ledigheid is des duivels oorkussen

Na alle consternatie van de afgelopen tijd was dit een doodgewone druilerige vrijdag. Niks Indian Summer, aan de bomen geen kleurrijk herfstpalet, maar verregende bladeren, zwaar van het vocht. Geen oudewijvenzomer, ook al regende het oudewijven. Die oudewijven zijn geen scheldwoorden, maar daarmee werd gedoeld op de schikgodinnen uit de Noordse mythologie, die onze levensdraden sponnen. Ze heetten Nornen en waren drie zussen, kinderen van de reus Norvi met de symbolieke namen: Urd(oer), Verdandi(het zijn), Skuld(de behoefte). Eigenlijk verleden, heden, toekomst. Ze woonden in een grot aan de voet van de eeuwige boom, de Yggdrasil die ze water gaven uit de Urdarbron. Zo beschikten ze over de levens van mensen en gaven raad aan mensen en goden.

Op de tuin veerde de grond omdat de woelmuizen, winterklaar, het veen flink hadden omgewoeld. Ook hier hing alles slap en somberde wat. In het atelier ging ik aan de slag. Onderweg had ik een blok gekocht met olieverfhoudend papier, zodat er flink geoefend kon worden met portretten en nog eens portretten. Het nieuwe palet, de glasplaat met het grijze papier eronder, kreeg een eerste zegening. Eerst met gemengde materialen aan de slag, houtskool, waskrijt en aquarel. Daarvoor had ik een van de vellen bewerkt met acryl, zodat dat in de tussentijd kon drogen.

Daarna met olieverf aan de slag. De kneepjes, uit de cursus gevist, werden meegenomen in de aanpak. Het was een ouderwets duw en trekwerk, terwijl de tijd in uptempo verstreek. Af en toe monsterde ik de tuin. Er zat wat viezigheid op het raam, leek het vanuit mijn gebrilde kijk op de wereld, maar dichterbij zag ik dat zich een klein drama had afgespeeld tegen mijn ruit. het bleken de kleine veertjes te zijn van vermoedelijk een pimpel-of koolmeesje aan de kleur te zien. In vogelvlucht, de vleugeltjes gespreid, tegen het glas gebotst, op doortocht naar de andere kant van de tuin, die het door de evenwijdige raampartijen had gezien. Het beloofde land, maar paradijselijk te ver voor een kleine mees. Bij een volgend rondje tuin zag ik dat de brandnetels frisgroen zich het land toe-eigenden, de asters begonnen eindelijk te bloeien en zelfs de roze anemonen van twee jaar geleden piepten weer uit de grond. De springbalsemienen werden genekt door hun eigen overgewicht. de verregende stengels waren aan het verrotten gegaan en er was geen houden meer aan voor hun aandoenlijke handvormige wortelgestel. Ontworteld en ontzield. Uit de schoorsteen van de oude kringelde rook.

Mijn fotovoorbeeld kreeg gestalte, zei het nog wat donker. In de online cursus wordt oxide rood gebruikt als basis. Ik geloof dat ik het liever bij oker, sienna en omber houdt. Zo werkt de zoektocht naar een eigen stijl. Papier genoeg voorlopig.

Voordat ik naar de tuin ging, was ik nog bij zoonlief langsgereden. Op het balkon hingen vijf mannen over de reling, zijn vrienden. Ze waren aan het schaften. Zoonlief kwam net naar buiten gelopen en trots kreeg ik weer een rondleiding. Er was bergen werk verzet. Muren eruit gesloopt, vloeren verwijderd, douche doorgebroken en dat allemaal in een ochtend. Vele handen maken licht werk.

Thuis op de bank haalde ik de #Inktober in. Fish en Wisp voor respectievelijk voor dag een en twee. Vandaag staat Bulley op de agenda. Omvangrijk. De hele dag de tijd om te bedenken in welke vorm dat gegoten kan worden.

De ochtend begint vandaag scharlakenrood. dat betekent waarschijnlijk nogmaals water in de sloot. Tijd om de tuin herfstklaar te maken en de arme mezenvleugeltjes van het raam peuteren en speuren of ze er goed van af gekomen is. Dat waag ik te betwijfelen. Daarna moeten de brandnetels eraan geloven, evenals de springbalsemienen en de enorme nicandra’s. Genoeg te doen, geen moment tijd voor verveling. Het verleden fluistert gedienstig in mijn oor: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’.

Uncategorized

De grote herkansing

Dat grote Skandinavische Warenhuis was gisteren aan de beurt voor een speurtocht naar een rank bureautje voor zuslief, die net verhuisd was naar haar nieuwe appartement en nog een week moest zien te overleven zonder douche en zonder keuken. Dat was het probleem niet, maar dat de werkplek niet in orde zou zijn, betekende in haar ogen een gotspe. Thuiswerken was het nieuwe credo in de virusperikelen. Om haar ter wille te zijn hadden wij zussen afgesproken in haar nieuwbakken appartement. Eerst een ‘zussendag’ bij de gigant der lichtgewicht meubelen. Gemaskerd lazen we de uitvoerige voorschriften voor de roltrap en stegen op naar wat voor velen een Hemels paradijs moet zijn, aan het aantal mensen te zien die zich lieten leiden door pijlen en aanwijzingen.

De omgeving was prima als je in staat zou zijn om snelle keuzes te maken, maar voor mensen die lang wikken en wegen betekende het een ramp. Er was zoveel keus in alles, dat al spoedig de verwarring toesloeg. Het feit dat je alles nog zelf kon samenstellen , de poten , het blad, de kleur, het materiaal, maakte het moeizamer. Na één afdeling duizelde het me al, nog plusminus tien te gaan. Zelfs het kinderparadijs deed mee aan consumeerderen.

Bij de koopjeshoek, tenslotte, vonden we het ideale blad, nadat het eerst gekozene uitverkocht was en pas morgen weer te halen. De poten waren er wel. Elegant en apart, op wieltjes. Dat zus voor het geluk geboren bleek, bewees de vondst, die bij ons oudere zussen een frons opleverde, maar wat de andere zus direct omarmde. Tuurlijk. Als je rekende op ons goeie gesternte, was het eigenlijk ook altijd goed.

Tevreden sloten we in de rij aan voor een versnapering, die veel te snel naar binnen gepropt moest worden. Consumeren wegens corona verboden. Oh, oké. Wat ik er wel vond, tot mijn grote vreugde, waren de poten van de kinderstoel, die los verkrijgbaar bleken te zijn. Op onverklaarbare wijze waren die ooit verdwenen uit de rommelkast en nu was de stoel weer compleet. Hé, hé. Geen improvisorische acties meer van kinderen vastgesnoerd in het bovenstuk op een eetkamerstoel. Dat had ik eerder kunnen bedenken, maar nooit bij stil gestaan.

Helpen met het uitpakken van de dozen, was het volgende programmapunt. De boeken had ik onder een lafenis al uitgezocht. Een kleine, maar fijne selectie met soms onduidelijke criteria. ‘Deze ook lieverd?’ ‘Ja, want die is dood.’ Ik zou nooit meer een boek weg kunnen doen op die geldende regel. Mijn boekenkast bestond voor een groot deel uit animi uit het verleden. Een labyrint van dode zielen.

De inhoud van de andere dozen verdwenen in de kledingkasten in de inloopcloset annex logeerkamer. De zussen hadden die op de goede plekken geschoven, terwijl ik een bliksembezoek aan het nieuwe huis van zoonlief bracht, die gisteren de sleutel had ontvangen. Een grote afvalcontainer stond al voor de deur. De volgende dag zou het grote breken beginnen. Wat een ruim huis, wat een berg werk, maar absoluut de aanloop naar een paleis. Laat dat maar aan hem over. Aan de achterkant een groen paradijs met het park erachter. Opgetogen over deze progressie terug naar zus om mee te helpen met het leeghalen van de dozen.

Met gestaag doorwerken was het varkentje al snel gewassen en konden twee zussen boodschappen doen voor het versterken van de innerlijke mens. De actie was geslaagd. Zus kon aan het werk en zonder obstakels naar bed en zoonlief kon aan zijn wereldklus beginnen. De bank wachtte en Inktober, dag 1 vroeg om een tekening van De vis, maar die van mij bleef in mijn hoofd zwemmen en kwam er niet uit. Vandaag de grote herkansing.

Uncategorized

De jas die past

Wachten duurt lang. Dat bleek gisteren wel weer. Zeker als je de kleine lettertjes vergeet te lezen in de regels voor het testen. Ik zou helemaal niets per mail of telefoon ontvangen en daar zat ik wel op te wachten. Ik had met Digi=D ingelogd. Tegen vijf uur rook ik onraad. Dan toch nog eens lezen, hoeveel uur er aan wachttijd voor stond. Kijken op de eigen site, was de boodschap. Haha. Mezelf een langere quarantaine dan nodig opgelegd. De uitslag was negatief, wat ik voorvoelde maar nu bevestigd kreeg. Champagne, of witte wijn, ook goed.

Het was geen ramp. Portret oefenen ditmaal met grafiet op papier en weer uit de losse pols. Het werd een wat zwaarlijvige uitvoering, maar de gelijkenis was er zeker. De derde gaat direct in olieverf.

Daarna de documentaire ‘Nog eentje dan’ van Suzanne Raes over Jochem Myjer. Het uur van de wolf liet het resultaat van maanden filmen zien. In ontroerende beelden zien we Jochem worstelen met de grenzen die zijn lichaam aangeeft na zijn ruggemergtumor. Zijn tomeloze energie en zijn perfectionisme zorgen ervoor dat alle grenzen worden bereikt. Daarnaast was zijn tournee Adem in/Adem uit een eclatant succes, lovende krititeken, staande ovaties. De keerzijde van de medaille een eenzaam bestaan op een hotelkamer, weliswaar van alle gemakken voorzien, maar waar zijn grootste liefdes, zijn vrouw en kinderen ontbreken. Het eufore gevoel om voor een volle zaal te staan en zichzelf in een enorm tempo te geven, gaf een grote kick, maar eiste evenzo de tol. Toen ik aan het eind van de docu hoorde dat hij sabbatical zou gaan voor een jaar, haalde ik opgelucht adem. Hier stond een man die moest leren leven naar wat het vege lijf nog kon en dat niveau zou lager liggen dan hij dacht en hoopte.

Heel duidelijk is te voelen wat altijd zo moeilijk uit te leggen is. Je wilt zo graag alles bereiken, maar is dat even onbereikbaar als de maan. Het doet pijn om dat te beseffen. Loslaten gaat met weemoed gepaard en verlies. Steeds weer een stukje inleveren. Jochem heeft heel veel om op te teren. Hij schrijft de prachtigste kinderboeken, zijn naam is gemaakt, hij is populair en vooral deelt hij zijn liefde. Geen kind zal zonder handtekening of selfie de deur uitgaan, omdat hij als kleine jongen heeft ervaren hoe groot een teleurstelling kan zijn als het idool weigert. Daarom is er een sessie na het optreden en beantwoord hij ‘life’vragen op social media.

De jas die past

Heerlijk om te mogen delen met wat je lief is en je kostbaarste bezit, al lijkt het andere minstens zo belangrijk. Creativiteit vind haar eigen wegen in welke vorm dan ook. De magie is niet aan de volle zalen maar ligt in het scheppend vermogen besloten. Veel meer zalen worden gevuld met het landelijke en mondiale bereik, dat zoveel vreugde schenkt bij elk goed boek, elk verhaal en af en toe, vooruit, een lafenisje op de planken. Steeds meer dingen heb ik losgelaten, met weemoed achter me gelaten, maar steeds weer diende zich een nieuw pad aan. Het pad van de vrijheid om te doen wat in de mogelijkheden ligt. En nog altijd zoek ik die grenzen op, niet langer om ze te overschrijden , maar om ze om te buigen tot de jas die past.

Uncategorized

Om te warmen, te koesteren en omarmen

Denken kan je niet stil zetten. Er zit geen knop achter mijn linkeroor. Dat knopje zat er wel als kinderen in hun wiek schoten. Dan draaide ik aan een denkbeeldige knop achter het oor en moesten ze lachen. ‘Zie je wel, het helpt.’ Of ‘de ontvangstzender’ stond verkeerd. Even draaien, testen en weer zo’n schoorvoetende lach, die al gauw overging in een bevrijding. ‘De lucht klaren, zouden ze vroeger zeggen.

Terwijl ik wacht op de uitslag stort ik me op het aquarel. Kleinkind minder spooky maken En de opdracht van de schildercursus, naar foto ook uit de losse pols in aquarel proberen te maken. Over kleindochter was ik tevreden, maar meneer werd een beetje groezelig door mijn gepoets. Nog altijd verkeerd papier. Hij bobbelde bijna van het vel af en deed daarmee zijn naam eer aan.

Ondertussen schieten de gedachten heen en weer. Zuslief is aan het verhuizen met de andere zussen en broer en zwager, zonder mijn hulp. Kijk, sjouwen had niet gelukt, maar alles op de plaats zetten misschien, of koek en zopie aanleveren of anderszins. Nu zit ik hier tekort te schieten voor mijn gevoel. Dat is wat wachten op de uitslag doet. Het scherpt het onvermogen..

Andere gedachten. Huis van zoonlief wordt opgeleverd op de eerste, een reunie gaat niet door vanwege de nieuwe maatregelen, de tuincommissie wil een reis langs de tuinen organiseren, is dat nu wel of niet mogelijk, zaterdag is de agenda leeg door de voetbalwedstrijden zonder publiek, hoe pakt de uitslag uit, een verhaal over een eenzame vervuilende oude man in de krant en een gedicht voor hem met een twee pagina’s groot ‘in memoriam’.

Dan een enveloppe met grijze rand, een sobere kaart met een opschrift dat liefde het mooiste is wat er is. Alle gedachten spoelen door het afvoerputje, dat ‘van weinig belang’ heet.

Het appje had ik een paar dagen geleden gehad en het had me diep geraakt. Hoe was het mogelijk. Zeven weken geleden haar lieve man en nu, voor mij volkomen onverwacht, zijzelf, de liefste lieverd die je je maar kon bedenken. Op feesten en partijen zat ze, met haar liefdevolle Brabantse gemoedelijkheid, trots te zijn op haar rijke erfenis en verspreidde warmte tot recht in het hart van iedereen. De moeder van liefde, dat was ze ten voeten uit. Nooit heeft een tekst meer geduid dan ‘In liefdevolle herinnering’. Het werd een hereniging van twee gesmede zielen, zo stel ik me het graag voor. Daar een ontvangst met open armen. Die gedachte neemt de kou weg, die opstak bij het lezen van de app en is het enige verzachtende aan haar dood. Zonder die grote steun en toeverlaat was het leven voor haar al moeilijk genoeg. Maar haar nooit meer te zien en te spreken is onwezenlijk.

Een hemelse voorstelling verzacht het loslaten. Evenals een allegorie als symbool voor het gemis. Een vlinder die op je broek komt zitten, een adelaar in de lucht, een gierzwaluw of een kleine mus. In wezen klopt het. Door het symbool die je aan de persoon gegeven hebt, leidt het de gedachte direct naar hen, bij het langskomen, rondcirkelen, door duikvluchten en met het vleugelwinken. Het hare moet haast de natuur in hartvorm zijn, dat grote warme hart.

Tussen alle bezigheden door en het eindeloze wachten op een uitslag die vanmiddag komt, sijpelen de beelden binnen van al die keren dat we elkaar ontmoetten in de trots om het moederschap en de rijkdom van knappe kleinkinderen. Om te warmen, te koesteren en omarmen.

Uncategorized

Glansrijk geslaagd

De hele ochtend stond in het teken van de middag. Ze was voorbij gegleden met het uitspellen van de krant, het schrijven van de blog en in het spitten naar informatie voor het afreizen in de middag. Het was druk op de weg naar Uden, waar de GGD-post was. Maar niets is meer uitzoekerij, tegenwoordig. Het adres invoeren in Google maps en gaan. Heen ging het over snelwegen omdat ik van A naar B wilde, niets meer of minder. Uitstappen mocht niet, koffie drinken behoorde niet tot de mogelijkheden zolang als de uitslag van de test er niet was.

Na een klein uur werd ik in Uden naar een industrieterrein gedirigeerd waar, achter een roestig hek, drie grote party-tenten stonden opgesteld, een kleine open groene en wat bouwketen. Er stonden drie auto’s voor me. Het feest kon beginnen, bedacht ik me en de beelden van de televisie kwamen dichtbij in de in geelplastic verpakte michellin-mannetjes met mondkappen. Van een afstand schoot ik heimelijk foto’s, maar te schielijk.

Een bewaker stond bij de ingang, indrukwekkend grootte, raampje open zoeven, instructies ontvangen, een verwaaide zwaai met zijn arm, een mompelend een van de drie tenten en de opdracht het raam weer te sluiten. Een voor een werden we de tent in gewenkt. Raam weer open, verificatie of ik de juiste persoon was, twee dreigende wattenstaven, nu ging het gebeuren. Van binnen begon het licht te vriezen. ‘Ontspan maar,’ zeiden de twee vriendelijke ogen, lichtgroene ogenschaduw, dacht ik. Saillant detail, wat alleen maar opvalt als de rest bedekt is. ‘Zijn het je ogen’ zong het in mijn hoofd, toen het wattenstaafje tot achter mijn huig haar werk deed. Het botsen tegen de achterkant van de keel was vervelend, de neus was minder erg, ondanks spannende verhalen over het wegschrapen van hersencellen. De traanbuisklieren hadden wel een reactie klaar. Triomfantelijk werden de twee kostbare staafjes overhandigd aan een tweede persoon, die de etiketten al klaar had liggen. ‘De uitslag is er in principe binnen 48 uur.’ ‘Dank U wel.’ Auto starten, het terrein afrijden, de weg opdraaien. De gekozen route, snelwegvermijdend, stuurde me de tegenovergestelde richting van de heenweg op. Keel protesteerde, traanbuizen ook. Dropjes als troost en afleiding.

Door het Brabantse land terug naar huis. Alras werd ik de dijk opgestuurd. De herfst kleurde cadeautjes bij elkaar. Vogelparadijzen aan uitgebloeide zonnenbloemen, velden vol met koolzaad staken oplichtend helder geel af tegen de roestbruin verkleurde halmen en rietpluimen. Nergens een gelegenheid om uit te stappen, dan maar foto’s maken door een open raam. Hier en daar een tegenligger, maar verder landelijke stilte. Waarom wonen we in godsnaam met z’n allen in de randstad als hier zoveel ruimte is, vroeg ik me af.

Het antwoord wist ik wel, maar het waren zulke lieflijke dorpen waar ik door reed en daarna die prachtige authentieke dijkhuizen compleet met tuinen, klein levende haven en een blaffende hond. Soms een waterwipmolen en drie raven op een oude witgekalkte molen. ‘Meesters van de witte molen’ dacht ik, in variatie op een van de boeken van Otfried Preussler, het spannende ‘Meester van de zwarte molen’. Je zou er hele boeken kunnen schrijven, zo inspirerend werkte dit landschap. De stoppelvelden met vogels met die even zwarte raven er vlak boven en een kerktoren aan de horizon, een boerderij met kringelende rook, een Van Gogh vlak voor mijn ogen. De boer, hij ploegde voort.

Bij Tiel schoot ik de snelweg weer op met die mooie beelden in mijn bagage. Zo’n straf was het niet, een test beneden de rivieren. Glansrijk geslaagd.

Uncategorized

Daarvan bewust te zijn

Het grondbeginsel van gelijkheid vind ik terug bij Shakespeare en dankzij Sinan Çankaya. Die haalt in zijn boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ een Iraanse vriend aan, die hem herinnert aan een verhaal uit ‘The Tempest’ van Shakespeare. In dat verhaal worden een man (Prosperus) en zijn dochter verbannen naar een eiland, waar Caliban woont. Hij ziet eruit als een halfmens. Zo beschouwen de twee hem ook. Ze sluiten vriendschap en in korte tijd wordt gehoorzaamheid geëist uit naam van de beschaving, leert Caliban spreken en de man geeft hem een taal en leert hem wat goed is. Zolang hij gehoorzaamt aan deze twee gaat het goed. Zodra hij, in hun ogen, ongehoorzaam is, krijgt hij te horen dat hij ondankbaar is, hun vertrouwen beschaamt en dat terwijl zij nog wel zo vriendelijk en goedertierend zijn geweest om het beest beschaving bij te brengen. Caliban veranderde inderdaad. Nu vertelde hij zijn eigen verhaal, maakte zijn eigen keuzes. De taal leren gaf hem de kans zijn ‘weldoeners’ uit te schelden, als hij dat wilde. Hij wilde geen spreekbuis worden van de twee, geen gedachtengoed overnemen, maar het zelf bepalen.

Prachtig. Het superieure gevoel van de man met zijn dochter, die vinden dat zij de beschaving zijn ten opzichte van het ‘beestmens’ legt precies de vinger op de knoop. Waarom zou het leven van dit wezen niet dezelfde waardering mogen krijgen. Waarom gewogen en te licht bevonden naar de normen van hun beschaving. Zo is het gegaan met alle beschavingen die naast elkaar hadden kunnen leven, als de een de ander niet zijn beschaving had opgelegd.

Ik denk aan de Thulenen uit het boek van Kinderen van Moeder Aarde, die uit hebzucht en machtswellust worden overlopen door de Badeners. Dat dus.

Nog een principe van gelijkheid vind ik in de Volkskrant in de rubriek ‘Ten Eerste/Zinvol leven’ met een interview van Fokke Obema met de piepjong ogende Disa Jironet, een officier van justite. In haar optiek bestaan slechte mensen niet, omdat in de basis van ieder mens iets zuivers zit. Hij wordt niet egoïstisch geboren. Het sluit aan bij iets wat ik op intuïtie altijd heb geweten. Een kind straffen omdat hij stout is, kan niet. Het kind zelf is niet stout. Het doet iets wat onhandig uitpakt of volgt een emotie, die opkomt, maar daarmee zijn ze nog niet het kwaad zelf. Ieder kind heeft het recht om te leren van gemaakte fouten. Het mooist was altijd om kinderen met elkaar te horen praten, als er een geschil bij te leggen was. Zo jong als ze waren, leerden ze te vertellen wat hen dwars zat, welk gevoel dat opleverde en kreeg de ander de kans te zeggen dat hij niet had begrepen dat zijn gedrag dat betekende voor de ander. Daarna was er ruimte om het goed te maken en bleef het niet langer een donkere wolk van dreiging. Beiden waren opgelucht. Het hoogste effect. Daar kon geen straf tegen op.

Beschamend moet ik toegeven dat ik met volwassenen altijd meer moeite heb, om die betekenis eraan te geven. Omdat de effecten evenredig veel groter zijn. Disa geeft als antwoord op de vraag, wat voor haar zinvol leven is, als antwoord: ‘Voor mij is daarvan sprake, wanneer iemand iets vindt dat hem in staat stelt van betekenis te zijn en daardoor zijn ware zelf kan ontdekken.’ Ook bij volwassenen, vindt zij, kan je de begrippen goed en slecht wel op gedrag toepassen maar niet op mensen zelf. Als je ervan uitgaat dat iemand slecht is, dan druk je er een stempel op en zal hij ernaar handelen. ‘Als er wederzijds wantrouwen is gaat de verdachte ons niets vertellen. Terwijl dat wel nodig is om hem te brengen bij een ander moreel inzicht, zoals het strafrecht beoogt. Daarom pleit ik voor meer mededogen, zodat je hem bovenal als mens kan zien met wie je een verbinding aan kan gaan.‘ En ergens verderop: ‘Leven vanuit liefde vergt moed.’ Ergo, een mens heeft het recht om te leren van gemaakte fouten, net als een kind. Maar sommige fouten zijn zo onherstelbaar. Daar precies schuurt het.

Ieder mens heeft het recht om zijn of haar individuele pad te volgen, eigen keuzes te maken, een eigen verhaal te vertellen, maar door betekenis te geven aan de ander. Ieder mens, elk individu. Daarvan bewust te zijn.

Uncategorized

De tijd neemt haar eigen tijd

In de Volkskrant van gisteren stond in ‘Boeken’ een interview van Sander Pleij met de schrijver David Mitchell in de rubriek achter het boek. Een vraag luidt: ‘Herinnert U zich dat U schrijver besloot te worden?’

Mitchell vertelde, dat hij een gedicht schreef in zijn slaapkamer toen hij 12 jaar was: ‘Ik begon in de middag en belandde in een tijdsverschuiving: opeens was het donker en kon ik niet meer van het papier lezen. In mijn herinnering was het zomer en moet ik zo’n zes uur bezig zijn geweest aan dat ene gedicht. Ik was in een meditatieve staat gekomen(…)De tijd schakelt in een andere versnelling. Je raakt zo geabsorbeerd door het maken van de juiste zin, het verplaatsen van woorden, het bedenken van betere woorden. Zes uur werden teruggebracht tot twintig minuten: dat was een teken dat dit mijn roeping was.

Ik weet precies wat hij bedoelt. Ineens een stuk tijd ‘verliezen’, niet echt verloren, want je hebt haar goed gebruikt, maar in de routine van de dag een deel kwijtraken. De concentratie zorgt ervoor dat je buiten de werkelijkheid treedt. Het overkomt me bij het tekenen, het schilderen, het schrijven en het bedenken van een thema. Hele uren kan ik stukslaan met een soort van dagdromen. Lijfelijk lijkt dat gelummel in de marge, terwijl je fantasie bergen aan het verzetten is. Ik hou ervan. Zo gegrepen te zijn door iets dat je er totaal in opgaat. Mitchell rekent daar ook tuinieren onder, maar dat ligt voor mij weer anders. Bij tuinieren krijgt de tijd niet de kans om het voortouw te nemen, door mijn noodzakelijke korte ingelaste pauzes tussendoor. Ik hou van tijd die verbeidt

Vriendinlief had op FB een prachtig gedicht van Amee Shah geplaatst, waarin ze vraagt om alles tijd te geven:

I had a bit of an epiphany in terms of timing of things coming into fruition…if anyone is struggling, worrying, or feeling frustrated, I hope this helps!

Divine time

When it’s mine to have,/It silkily slides into place/When there is struggle,/Confusion, angst, conflict,/I’ve come to know,/It’s not meant for me,

When it comes to me/Seeking me out,/It’s mine to play,/If I’m hustling,/Clamoring or striving,/Darlin’ it’s not mine to be

Open the oven door too early,/The soufflé loses air, goes limp,/Wait with patience,/Listen for that sound/Of the cooking bell,/And that’s divine synchrony

Ego’s driving a relentless car,/Ease off that pedal, and let it coast,/Enjoy the winding curves with wind in your hair,/Let go of control and witness sweeping vistas,/Listen to the inner GPS,

When you feel floated and buoyed,/You know that’s your path./When the brakes screech and clutch jerks,/When you forget to look at the view,/you know you’re trying too hard/Ease off and go find your sandbox

The rhythm in you is always around,/Find what moves you to dance in time,/your heart’s desires will fall in place,/Everything in due time/Not a moment too soon

Await that grace,/Be that grace/Dance in tune with your joy,/Harmonize,/Meld in with each moment/Revel in the freedom to be

Now- what a priceless gift!/Take care of finding your simple joy/In all of the little Nows/And what’s yours will come find you,/That is a promise, That is a principle/A divinely orchestrated concert

When it’s yours to have,/The stars will move, the angels will haul, and/It will silkily slide into place/Everything in due time/Not a moment too soon

Amee Shah /9/25/20

Alles komt in eigen tijd en in eigen uur. Als je wil overhaasten, kom je jezelf tegen, struikel je over de wens en de wil. Als mijn woorden niet in staat zijn zinnen te vormen, de zinnen geen verhaal kunnen breien, dan weet ik dat het vanzelf komt. Niet nu, maar straks, niet vandaag maar morgen. Niet overdag, maar desnoods midden in de nacht, als ik wakker woel door het aankloppen van dat wat aandacht behoeft. Het zijn deze gedachten die tot zo’n meditatieve beleving kunnen leiden.

kneden

Het beeld van de ovendeur die je opendoet waardoor de soufflé’s als plumppuddinkjes in elkaar zullen storten, vraagt om ouderwets geduld, wachten, geen haast te hebben. Garen kost tijd. Hetzelfde heb ik met gedachten. Haast is iets wat vanzelfsprekend voorbij gaat met het ouder worden. En dat is weer iets, wat ik me als twintiger nooit voor kon stellen. ‘Later, heel veel later wordt ik ook oud als oma’. Dat ‘later’ bleek ‘straks’, is ‘nu’. Onvoorstelbaar veel tijd heb ik er niet bij stil gestaan, maar waar ik vroeger dacht dat de dagen op een slof en een oude voetbalschoen voorbij zouden trekken, moet ik toegeven dat vanaf het allereerste begin, ze zich de tred van een sprinter hebben aangemeten.

Met al die tijdloosheid van de inspiratiebronnen gaat het tempo nog harder dan vroeger, ook al hebben we meer beschikking over de uren, de vrijheid daarin en zijn we ons bewuster van alles om ons heen. Dan is het goed om stil te staan. Pas op de plaats te maken, te lanterfanten, te lummelen met het lijf. Laat het brein maar gaan. Die vindt haar eigen pad. Precies dat verlangen en die vrijheid zijn de reden dat we in deze dagen zoveel moeite hebben met alles wat als een aantasting geldt in de beleving. Of je hebt, door opgesloten te zitten, ineens zeeën van tijd, of je hebt door de haast waarmee je wilt dat het leven weer haar eigen tempo neemt, te weinig eigen tijd. De balans is zoek.

Piere Alechinsky, ets

Nu ik weer een paar dagen binnen ben, merk ik dat het toch goed varen is op die zeeën van tijd. In bootjes van creativiteit, klein geluk. Onthaast, want waarom zou je er vaart inzetten. De tijd neemt haar eigen tijd.

Uncategorized

Koeien, schapen en kiezelstenen

Vanmorgen haalde zoonlief de ontstekingsremmer op. Gisteren bleek het recept niet doorgekomen te zijn bij de apotheek en met een belletje werd het alsnog geregeld, maar het recept moest door de arts geautoriseerd worden en die waren allen massaal op huisbezoek. Gevalletje pech. Doorgaan met benauwd ademhalen. Vannacht dachten de cellen in het gestel er anders over en hielden het even voor gezien. Hoesten en verhoging. Precies dezelfde klachten als bij eerdere aanvallen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’ wist ik uit ervaring en even bellen met de corona testlijn om voor de zekerheid alles uit te sluiten. Ik had me juist zo verheugd op vandaag, een dagje met vriendinlief lino-snijden, klessebessen en samen met manlief erbij een heerlijke lunch. Nu mag ik toch naar Brabant, maar dan voor de test, maandag pas. Op dit moment na de eerste puffen voel ik me alweer stukken beter. Wijsheid gaat voor de lusten, ter bescherming van die lieve schatten, die ook zeker geen virus kunnen gebruiken.

Gisteren ondanks de benauwdheid met kleindochter op stap. Ik had het Oortjespad uitgekozen. Een goed stukje rijden naar Kamerik voor het ochtendslaapje. Tussen de rukwinden door langs de dieren. Het allerschattigst was, met stip, een kleine scharrelende egel. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Totaal niet afgeleid door ons, maar heerlijk aan het frotten in de grond. Het was alweer jaren geleden dat ik een exemplaar voor het laatst had gezien. Ooit vonden de Wijze en ik er een waggelend door de straten van Groenendaal in Leiden. Liefdevol namen we hem mee, totdat we merkten dat het een wandelend tekenparadijs was. Hij zat vol met die dorstlappen. Deze zag er glanzend en gezond uit.

Vlak daarachter begon het kiezelpad, daar wilde ze wel lopen, raapte een kiezelsteentje en kwam die braaf brengen. Ze herhaalde het spel tot ik zei dat we door moesten. Nu liggen er zes kiezeltjes als pareltjes in het bospark bij de caravan. Bij de schapen mocht ze vrij rondlopen, maar toen die hoog boven haar uittorenden met hun geduldige koppen en die wonderlijke ogen met een wereld van nieuwsgierigheid erin, wilde ze toch maar liever weer in de wagen. Bij de zwarthalszwanen stak een karper zijn halve lijf voor een seconde uit het water om met een zware plons weer terug te vallen. Tussen ons door renden kinderen van een school, luid gillend met een briefje in de hand, speurend naar aanwijzingen in groepjes van vijf met een lachende ouder er achteraan.

De koeien boezemden ontzag, toen een van hen met de natte snuit tegen de omheiding duwde en bedelde om een aai. Ze hield haar knuistjes angstvallig bij zich. Ik klopte de koe op de hals en groef in de weerbarstige haren op haar kop. Ze liet weten dat het fijn was, door extra dichtbij te stappen terwijl ze met een lodderoog naar kleindochter keek.

Twee witte Nils Holgerson ganzen waren er ook temidden van een groep luidgakkende grauwe ganzen. Straks later zal ik haar het verhaal vertellen van de reis van Nils met Aka de gans. Nu kwamen we niet verder dan Gak gak. De patrijzen hadden heel veel kuikentjes, veilig in een hok. Gelukkig voor ons sprongen ze op stok en gingen de kuikens de groten achterna, zo kon ze ze vanuit haar wagen goed zien. Het werd eigenlijk te koud. De windvlagen namen in kracht toe. Kleindochter smulde van een zoete koek en bij mij was de koek op.

In de auto herhaalden we de gespotte dieren in een potpourri van kinderliedjes met alle klassiekers en de nieuwe, van het egeltje. ‘Ik ben een heel klein egeltje en weet je als ik schrik, dan wordt ik een klein balletje, een balletje dat prikt…’ Zanger onbekend, maar zo’n heerlijk lied. Naast het arsenaal aan liedjes, werd elke koe, elk schaap en elke vogel aangewezen. Even de theorie en de praktijk op elkaar afstemmen. We waren goed op weg. Ze bleef wakker. Thuis mocht ze wegduiken in een middagslaap. Ze droomde vast over koeien, schapen en kiezelstenen

Uncategorized

Een wissewasje

De dag van gisteren viel in het water, letterlijk in die hoosbuien aan het eind van de middag en figuurlijk in de misrekening, dat ik de inhalatie op herhaalrecept kon krijgen. Mijn geheugen werkte doorgaans best wel aardig, maar er zijn van die dingen, die je vergeet. De vrouw achter de balie van de apotheek keek me ongelovig aan. ‘Je hebt die niet op herhaalrecept. Het is een oud recept, daar heb je de inhalatie al in april al op gekregen. Dat had dan in Juni op moeten zijn.’ Kortom het ongeloof stond in drukletters op haar voorhoofd. Wat doet een mens in zo’n geval. Die schiet in de verdediging. Dus hakkelde ik iets van altijd al, ik gebruik het al zo lang, vraagtekens hingen als een silhouet om me heen. ‘Nee hoor, nog nooit een herhaalrecept geweest.’ Wel verdorie, waarom ontbbreekt het aan geloof. Het zijn geen snoepjes, maar een onontbeerlijk iets, zeker nu er een virus op de loer ligt. Deze inhaler is een ontstekingsremmer.

Het was al zo vreemd gegaan vanaf het begin. Ik had eerst buiten moeten wachten, daarna in het voorgeborchte en daarna pas echt in de apotheek voor ik aan de beurt was. Er sijpelde een hoop tijd mee weg. Nu moest ik ook nog langs de huisarts. Daar was de deur dicht en stond een jong meisje me te woord. Een herhaalrecept, ze schreef mijn vraag op een briefje en kwam terug met de mededeling dat ik morgen bij de apotheek terecht kon. Ondanks dat het effectief was geweest, had ik toch een beetje het gevoel van het kastje naar de muur te zijn gestuurd. Daar tussendoor bleef ik piekeren over het ongeloof en wat er dan toch niet klopte aan het verhaal. Ineens schoot het me te binnen. Ik had drie maanden een nieuw medicijn gebruikt, die zowel luchtverwijder was als ontstekingsremmer, maar dat goedje innemen ging gepaard met pittige hoestbuien, dus dat had de longarts gestaakt. Dat was de reden voor de onderbreking.

De ongelovige blik sudderde nog een tijdje na in mijn hoofd, omdat het niet terecht was, maar van haar kant ook te begrijpen. Door alle wachttijd was het eigenlijk te laat geworden voor het atelier, bovendien was er een bui losgebarsten. Kringloopje dan maar, op zoek naar een muziekstandaard. De twee foto’s voor de portretten had ik al opgehaald. Mooie grote duidelijke foto’s op het juiste formaat. Oefening baart kunst. In twee winkels was geen muziekstandaard te vinden. Het was zo’n voorwerp waar je tegen aan moest lopen. ‘Geduld is een schone zaak’, zeiden ze vroeger. Zo is dat. Je loopt er vanzelf een keer tegen aan.

Thuis wachtte de krant, die ik eigenlijk op de tuin had willen doorspitten. Heerlijke bezigheid al was de informatie wat eenzijdig in dit roerige jaar. Sylvia Witteman wees in haar column met een tikje weemoed op verdwenen gewoonten van vroeger. Een ervan was ‘de weg vragen aan iemand’. Sinds we allemaal een navigator in de auto hebben en in onze telefoon, hoefde dat niet meer. Een nadeel was dat je vergat blindelings de weg te leren kennen. Hoe lang zou het duren voor we een navigator voor het leven hebben. Die had me er aan kunnen herinneren, hoe het probleem van de inhaler feitelijk in elkaar stak, of zouden we er dan ook blind op gaan varen en vergeten bewust om ons heen te blijven kijken.Langzaam ebde het voorval weg.

Vandaag staan er twee nieuwe inhalers klaar en daarmee is de kou weer uit de lucht. Wat is een verloren dag op een mensenleven, een wissewasje.

Uncategorized

Dag zomer

Ineens was er die ingenieuze ingeving. Vorige week zocht ik in allerlei winkels naar een glazen broodplank. Bij de plaatselijke winkel voor huishoudelijke artikelen kwam ik alleen een geribbeld exemplaar tegen. Gisterenochtend vermoedde ik dat de onderkant glad zou kunnen zijn. Dan was het een kwestie van omdraaien. In de desbetreffende zaak vond ik, wat ik bedacht had.

Voor de somma van vijf euro had ik een hagelnieuw palet voor in het atelier. Nooit meer verspilde verf, eenvoudig schoon te houden en heerlijk om de juiste tonen te mengen. Het grijze karton voor eronder had ik vorige week al gekocht. Dat moest op maat geknipt. Wat kan een mens toch blij zijn met nieuwe stappen vooruit in het werkproces. Thuis had ik zo’n oude snijplank van glas al en het werkte heerlijk.

Verder aan het houtskool portret, en nog een van waterverf op verkeerd papier. Tijd voor een nieuw aquarelblok, anders liep alles door de boltrekkende ondergrond door elkaar heen. Eerst boven nog eens goed zoeken. Want wie wat bewaard, die spaart uit. Vorige week nog verzuchtte zoon: ‘Waarom bewaar jij toch alles.’ Ik bekende schuld. Dat was aangeleerd gedrag vanuit een arme periode. Al kost het me al minder moeite om iets weg te brengen naar de kringloop.

Het eerste buiïge herfstweer trok over het land. Het donkere wolkendek en een zon die nog probeerde er doorheen te breken. Vlak ervoor had ik, vermoedelijk voor de laatste keer dit jaar, gemaaid. Het kon nog, al waren de woelmuizen op stoom geweest en hadden ze lange gangen gegraven, merkte ik aan het verende bobbeltapijt. Pimpelmees kwam appel snoepen. De Guirlande d’Amour strooide kwistig met bloemen in een tweede bloei

Om vier uur stond Dribbel, kleinzoon vier, op de agenda. De ontmoeting was ontwapenend door zijn verheugde snoet toen ik, buiten adem door de twee trappen, de deur binnenkwam. Kleinzoon een was er bij. Hij was een beetje in mineur door een blessure aan zijn knie. De scan had uitgewezen dat zowel zijn miniscus als zijn kruisbanden waren beschadigd. Er stond hem een operatie te wachten. Daar had hij wel op gerekend, maar niet dat beide elementen waren aangedaan. Het was uitzonderlijk, zo’n grote blessure op zo’n jonge leeftijd. Het voetbal, zijn lust en zijn leven, moest op de lange baan en met dat nog zoveel meer leuke spelmomenten.

Afleiding bracht een tekenfilm van Beatrix Potter. Peter Rabbit in een modern jasje, met zijn familie, sluwe dandy Vos en de gemene Das. Een stem van binnen riep om de romantische klassieke versie, al zag Jozefien Kwebbeleend de Gans er nog steeds authentiek uit. Met een waterijs boven een bakje in zijn kleine knuisten en een oude theedoek tegen de kleverigheid, was het goed toeven voor een half uur. Dochterlief kwam drijfnat thuis. Net niet gered om voor de bui uit te blijven.

In het boek Mijn ontelbare identiteiten van Sinan Çankaya vond ik vanmorgen een zinsnede die me alweer aan het denken zette. Dat gebeurt bij dit boek trouwens aan de lopende band door alles wat hij opwerpt aan ervaringen. Hij haalde een geschiedenisles van zijn racistische leraar aan. Die oreerde over een voorval met een Surinaamse man die hem bij een bezoek in Amsterdam om kleingeld had gevraagd. Hij beschreef zoveel mogelijke cliché’s tot en met het loopje toe en een Surinaams accent. Driekwart van de groep schaterde het uit. Sinan voelde het ongemak dat hem overmeesterde. Niet om de leerkracht, maar om de anderen, die hem mogelijk maakten en hem toestonden net als de schoolleiding, die zijn gedachtengoed vergoelijkte. De verkregen ruimte hield de racist in stand.

Buiten roept de wind op tot onrust, gehaastheid en zet alles in beweging. De boomtakken zwiepen heen en weer, bladeren laten zich van alle kanten zien. Nu nog tegen een lucht in nuances van grijs tot blauw, een applaus voor de herfst . Het vraagt om een flinke jas. Dag zomer

Uncategorized

De hoogste tijd voor het echte werk

Twitter heeft rode oren van de ophef die ontstaan is naar aanleiding van het programma van Jinek gisteravond. Het zou geen platform moeten zijn voor de argelozen. Dat konden programmamakers ook bedenken. Wat er gebeurde was niet actueel, maar koren op de molen van een groot probleem aan de vooravond van een nieuwe catastrofe. Haal echte onderwerpen van stal, waarover gediscussieerd kan worden, raak eens aan een positieve kijk, behandel veelzeggende literatuur, denk oplossingsgericht, wat zijn de mogelijkheden. Ik heb flarden gezien en slechts verwondering geoogst. Een podium is voor hen, die de gemeenschap met gestaafde argumenten kunnen verrijken of iets meegeven om te overpeinzen.

Mijn lieve kleinzoon van zes had een spraakwaterval voor me in de auto terug naar zijn tijdelijke woning op het bospark. Hij kwebbelde honderduit over alles wat zijn wereld groot en zinvol maakte. Thuis gingen we na het gebrul van zuslief, omdat papa thuis bleef werken, wandelen. Hij nam zijn pakhaai mee en een lege tas, want we wilden de vruchten van de naderende herfst ‘plukken’. Met de tanden van de haai kon hij alle eikels en dennenapppels oprapen. Geen zand erbij graag. We hoefden alleen het park maar rond te gaan om 2.5 km te wandelen, kwamen langs huisjes met een hoog sprookjesgehalte, rammelende potten, gammele schuurtjes, langs een semi-permanente bewoning met porseleinen beeldjes voor de ramen en weelderige begonia’s aan het hek, langs schijnbaar verlaten exemplaren met sanseveria’s op de vensterbank. Tot onze vreugde vonden we een tak met wel zeven sparappeltjes eraan en een glanzende complete appel onder een appelboom, die zijn vruchten doelloos aan het verliezen was.

grote broer

De zon scheen ongenadig op onze hoofden. De wandelwagen had een fleurig roze afdakje en zuslief lag heerlijk te soessabbelen op haar speen. Na een stief uurtje kwamen we bij de winkel van het park met een bordje erop: ‘Vandaag om 16 uur open’. Er stond een uitnodigend uitstallingsbord van soorten ijs in alle maten. Het was op een kwartier na zover, dus doken ze nog even de speeltuin in. Daarbij transformeerde kleinzoon in grote broer en hielp de parmantige kleine overal op en in. Op de wip, op de glijbaan, op de wipwap. Altijd aandoenlijk om te zien hoe ze onder de oksels werd opgetild en onhandig op de eerste tree werd gesjord. Ze vond alles best en hobbelde tevreden rond. Kleinzoon keek af en toe verlangend naar het Middelandse zeezwembad, waar kinderen aan het gillen en lachen waren. Om vier uur zat de winkel nog altijd potdicht en een bordje op het restaurant ernaast leerde, dat men alleen vanaf donderdag tot zondag in dienst was.

‘vuist leren maken’

Geen ijsjes, dan maar een banaan aan huis. Het kantoorwerk was gelukt en de twee mannen konden nog even op pad voor een duik. De emmers vormden een ideaal drumstel met drie tonen voor de begeleidng van het arsenaal aan liedjes. Kleindochter leerde een vuist maken voor de klassieker van Ome Willem. Dochter kwam met een glaasje Sauvignon precies op tijd om de boel weer op te laten veren.

Om vijf uur maakte schoonzoon de meest heerlijke spaghetti met spinazie-pesto en kreeg ik een tijdgeest mee, vol filosofiën en interessante verhalen als tegenhanger voor het geneuzel op televisie. Het was de hoogste tijd voor het echte werk.

Uncategorized

Geen betere plek te wensen

Mijn vader is me net aangereikt. Tenminste, dat deel van hem dat ziek was geworden door een paar kleine hersenbloedingen en de daaropvolgende vasculaire dementie. Ik heb in zijn lege ogen gestaard. De holle blik van mistige radeloosheid, omdat hij niet meer wist wat hij wel wilde en alleen duidelijk voor ogen had wat hij niet wilde. Dat moeras van ‘niet meer kunnen’, waar de levensvreugde langzaam in wegzakt. Steeds meer moest hij opgeven wat niet meer mogelijk was. Alles wat waardigheid had en voor volwaardig stond, verdween uit zijn leven tot er niets anders meer dan een man van agressie of doffe berusting achterbleef. Mijn vader ging op reis in zijn hoofd en sloot zich steeds verder op achter de rook van zijn shag.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2020/wei.html#ee7b4928-78ca-4b5f-aa21-1e34c62d4100

Vanmorgen vroeg keek ik de documentaire ‘Wei’ bij 2doc.nl van de filmer Ruud lenssen. Saillant detail: Ruud is de zoon van Jac Lenssen. In de beelden ontmoette ik dat deel van mijn vader, die al 24 jaar uit ons leven verdwenen is. Een hele andere man om te zien, die Jac, maar wel dezelfde diagnose. Vasculaire dementie.

Vooral de onmacht bij het verlies van elk stukje zekerheid komt duidelijk over. De woede als er niet mét maar óver hem gepraat wordt, het schelden op mijn moeder op weg naar het ziekenhuis, luidkeels met publiek bij aankomst in de hal. De gène van mijn moeder. Alles balde zich samen in de docu. Aan het eind ervan, als de zoon zijn vader complimenteert over diens vaderschap en hem bedankt voor alle jaren, breken de man en ik in duizend stukjes. Stromen de tranen vrijelijk over de wangen. Nu zit ik bij te komen en troost Poes Pluis met kopjes geven en een portie extra aandacht.

Gisteren haalde ik de houtskool maar eens voor de dag. Afdrukken maken van foto’s heb ik alleen met etsen weleens gedaan. Ik ben meer van de losse pols en nog steeds. Anders zit ik gevangen tussen lijntjes en lijnen zoals bovenstaande tekening. Maar toegegeven, het is een stuk makkelijker om een gelijkend portret te maken. Thuis zag ik pas, op de foto, dat het rechteroog nog niet helemaal is wat het worden moet. Dat komt wel. Toch is het streven nog steeds vanuit het niets te beginnen. Het spannendst om te doen. Tussendoor zette ik de verdorde gerbera’s op het doek nog wat aan. Straks moet daar een fluïdum overheen komen, een waas wit.

Tussendoor wat lezen en schrijven, een puzzeltje en tuin-inspectie met wat wieden. De pareltjes legde ik vast. De uitbundig bloeiende Oost-Indische kers, die prachtig oplichtte in het zonlicht, de vaste malve en een verdwaalde korenbloem tussen de dovenetels.

Bij de vijver zag ik iets bewegen. Er bleek een kikker te zitten op de watersla. het leverde een jubelend hart op. De vijver was niet langer een ‘dodenakker’van kikker en merel, want de aktie: ‘Help de vijver in evenwicht de zomer door’ had de juiste vruchten afgeworpen. Het water tot de rand en de planten als drijvende reddingsboeien. ‘Of ik hem gekust had’, appte vriendinlief. ‘Hij reageert nogal koeltjes,’ was het antwoord. Als een kind zo blij bleef ik zitten voor het atelier en genoot van het idee en van lijster die langs kwam hippen en aan een wormpje trok in de zachte veengrond.

Van welke vogel het kleine witte veertje was, weet ik niet precies. Maar ze bracht geluk.

Vandaag belooft een laatste zomerdag te worden, voordat de herfst losbarst in alle facetten. De bomen zijn zich al op aan het maken voor een kleurrijke finale.

Straks haal ik kleinzoon drie van school. Gisteren moest er stoelverhoger komen. Zonde om die nieuw aan te schaffen in het kader van het consuminderen. Gisteren twee kringlopen doorgespit en bij de tweede had ik mazzel. Een ‘carkid’ als nieuw met te vervangen hoes in de kleuren van het interieur van de kleine Blauwe Prins. Super. De laatste zomerdag op het vakantiepark is in het bos Natuurlijk gaan we eikeltjes en dennenappels rapen voor de herfsttafel. Dat is geen straf, want met dit mooie droge weer is er geen betere plek te wensen.

Uncategorized

Elkaar vinden

Na pagina’s ellende in de krant van vandaag, een Boris die er finaal doorheen lijkt te zitten, Russen die sjoemelen met de resultaten van hun vaccin, het overlijden van Ruth Bader Ginsburg, kom ik zowaar bij een mooie overpeinzing uit. Een interview van Fokke Obbema met Maud Vanhauwaert en voor het eerst sinds al die uitgespelde berichten veer ik op. Niewe energie, nieuw elan. Al in de eerste alinea levert ze een staaltje ontsnapping op uit alle ellende. Ieder mens, maar dan ook werkelijk iedereen, heeft de beschikking over een mentale ruimte,. Het is je verbeeldingskracht. Die bij mij bij het lezen van die zinnen onmiddellijk aan het werk gaat en uitpakt met een groot vierspan met ratelende wielen en klepperende hoeven om dat grenzeloze gegeven te verkennen.

Bericht bekijken

Ze heeft gelijk, deze dichter. Helaas ook over haar zorgen omtrent die mensen die tegenwoordig door de dagelijkse sleur vergeten om hun verbeeldingskracht aan te spreken. Iets verderop vraagt de interviewer wat ‘Zinvol leven’ voor haar betekent. ‘Jezelf vinden door jezelf te verliezen’ Is een citaat naar aanleiding van haar bevinding over ‘het overstijgen van jezelf en om je te verliezen in iets dat jezelf overstijgt. Bijvoorbeeld als je iets ziet van een onwaarschijnlijke schoonheid-in de natuur, in een ander, in een kunstwerk.’

Eigenlijk is datgene, wat ik ‘klein geluk’ noem, niet anders dan het overstijgen van het gewone. De kijk op alles om je heen verandert als je je openstelt voor de schoonheid van wat er voor ogen komt. Een van de voordelen van het schrijven van een blog elke vroege ochtend, is de bewustwording van die andere dimensie, die in ons besloten ligt. Ze zet de verbeeldingskracht in werking. Zo levert het nieuwe energie op, nieuwe ontwikkelingen, louter doordat de verbeelding alles in een ander licht zet en mijn ogen de schoonheid daardoor kunnen zien. In die mentale ruimte kan je tijdreizen tot in het oneindige. Verleden, heden en toekomst worden betrekkelijk net als afstand. Ik kan me kilometers verder denken op plekken waar ik over lees, of die ooit bezocht zijn, ik kan me verliezen in de taal van het boek, die me meevoert op zo’n tijdreis. Maar ik kan ook een nieuwe wereld creëren, iets wat nog niet bestaat, het tegenovergestelde van de werkelijkheid, een utopie.

Maud van Hauwaert vindt dat we vooral bezig zijn ‘met het cultiveren van de eigen identiteit, maar eigenlijk zou het cultiveren van de nieuwsgierigheid van de ander voorop moeten staan(…) Een mens is fluïde(…)hoe bijzonder is het dat je ook in elkaar kan overvloeien, dat het niet meer duidelijk is waar jij begint en ik eindig en dat je zo voorbij de menselijke beperkingen kunt komen.’

Elkaar vinden en verbinden en vervloeien met elkaar door waarachtige belangstelling te tonen bij een ontmoeting en de diepte in te durven gaan is de boodschap. Daardoor krijgt het betekenis. Dat heb ik met een aantal mensen wel, maar met anderen weer geheel niet. Mijn belangstelling is er, maar niet altijd spring ik in het diepe. Het is wel de manier om aannames af te schuren tot de realiteit en vooroordelen te slechten tot wat het werkelijk is. Pure rijkdom is het zeker, als je je op die manier kan verbinden. In mijn directe omgeving en met mijn vriendinnen is er geen enkele blokkade, maar met de vrouw van de straatkrant is het een ander verhaal of met de nieuwe inwoners op de galerij.

Het wonderlijke doet zich voor dat ik in de groep met mijn kinderen altijd de verbinding heb gezocht, zodat we elkaar leerden waarderen en elkaars kwaliteiten zagen, voelbaar. Wat een rijkdom leverde dat iedere keer op. Dat was ook de essentie in het ziekenhuis met de mensen die daar kwamen voor een chemo of immuuntherapie. Door hun probleemen zat je vrijwel direct op de weg van de verdieping. Het was hét moment om oppervlakkigheden te laten varen. Hier ging het om het kostbare leven zelf en de nietigheid van het mens-zijn. Er was geen tijd genoeg om er lang omheen te dralen. Het ultieme doel was verbinding. Mooi als hetzelfde zou gelden in de dagelijkse ontmoetingen. Het is de manier bij uitstek om elkaar te vinden.

Uncategorized

Dag Oma

Als een duizendingendoekje waarde ik door het huis van dochterlief. Vaatje, aanrecht, bedden van de jongens, alles in afwachting van het openen van de ogen van de jongste spruit. De familie was de uitgestelde verjaardag aan het inhalen van kleinzoon twee. Dribbel kon daar niet bij zijn, die zou zo uit zijn Tube zijn gegleden als er van de skipiste werd afgeroetscht. Tubes bleken grote opblaasbanden.

Hij wist nog niet dat oma er was en dat zijn ouders en broers in geen velden of wegen te bekennen waren. Dus met twee rijstewafels in de aanslag verleidde ik hem de ogen open te doen. Met de twee autootjes in een knuist en de rijstewafel in de andere onderging hij braaf de routine. Luier verschonen, pyjama verwisselen voor de kleding, sokken zoeken en op de beentjes naar de gang om de schoenen te pakken bij het horen dat we met de Kleine blauwe Prins weg zouden gaan. Het ging allemaal van een leien dakje. Hij had heerlijk lang geslapen en was goed uitgerust.

Het autostoeltje is in het leven geroepen om senioren te pesten. De banden van de riemen waren kort en vormden samen een ingewikkelde puzzel met de moeilijkheidsgraad van een Rubrick, die dan in het slot moest vallen. Achterin de kleine blauwe zwoegde ik voort tot het hoofd rood als een pioen was en het eindelijk lukte. Goeie genade, in die gevallen snap ik de vijfdeurs. De dwingende Man in mijn tom-tom had een onhandige route bedacht, die veel te lang zou gaan duren. O ja, hij stond nog op ‘snelwegvermijden’. Ik zou hem negeren tot daar waar ik de weg niet meer wist en ik kon Man bijna horen zuchten over zoveel eigengereidheid. Sorry Man, maar ik wil niet lang in de auto zitten. We moeten naar de bosrand, waar dochterlief met gezin vertoeft voor een aantal maanden, omdat het huis is gestript en opnieuw wordt aangebouwd en opgebouwd.

Dribbel genoot van de tocht en glimlachte naar alles wat voorbij kwam suizen, de andere auto’s, de huizen, de bomen, de zon op zijn snoetje. Man leidde ons zonder kleerscheuren naar het vakantiepark, waar mensen rondliepen in korte broeken en blote bloesjes. Onze truien en en dikke sjaal staken enigzins wonderlijk winterlijk af tegen deze zomerse vreugde. In de stad woei Oostenwind, die hier tussen de hoge dennen en eikebomen zweeg in alle talen. Dochterlief kwam ons tegemoet. De wereld viel stil zodra we voorbij de slagbomen waren. Tenten, caravans en houten chalets met plukjes mensen er voor of half erin. Een man zat voor zijn grote breedbeeld voor de voortent en vormde een groot contrast met het bostapijt van dennenappels, eikels en droge naalden onder zijn voeten. Hij zou de vogels niet horen. Voor ieder huisje of tent stond als een ontsnappingsmogelijkheid de auto of wat fietsen. Kinderen gilden op de trampoline naast het zwembad, dat azuurblauw Middellandse zee speelde.

Kleinzoon was ook naar een feest, maar kleindochter was er om dribbel te plezieren met speelgoed in overvloed. De kleine had niet veel nodig. Een haai die de bek open kon doen en twee dennenappels waren voldoende om te acclimatiseren en op te gaan in het spel. Schoonfamilie had een eigen chalet iets verderop en liet ons in de rust van een klein gezelschap achter. De kinderen ontdekten een kiekeboe-spel, van oudsher het allerleukste. Er waren twee open deuren in de kleine ruime, waar ze omheen konden piepen. Kiekiek.

Na een aangenaam verpozen met dochterlief was het weer tijd om op te stappen. Onderweg zouden dribbel en ik ons feestje vieren bij de ‘Mmmmmm lekker’. Geheel virusproof buiten, om nog wat van de avondzon te genieten. Kinderstoel, patatjes en nuggets in de aanslag want als katjes muizen, dan mauwen ze niet. Een brok tevredenheid en de liefste blikken ooit. Ik appte een foto door en Franse dochter kwam op dat moment net langs het gebouw rijden. ‘We komen hem halen,’ appte ze terug. Goed plan. ‘Waarom heeft hij eigenlijk zijn pyjamashirt aan,’ vroeg dochter verbaasd. Omdat oma’s niet alwetend zijn. Met het relaas van kleinzoon twee en zijn tubefeest op de hoge skipiste namen we afscheid. Luchtkussen van allen en dat heerlijke zware stemmetje met de liefste glimlach. ‘Dag oma.’