Uncategorized

De kerst voorbij

Het ging precies zoals ik het me had voorgesteld. Die hete soep waar ik gisteren over schreef, was afgekoeld en in mijn hoofd was weer ruimte voor de realiteit. Daar deden we dan ook wel ons best voor, wandelden het park door, roerden elk onderwerp aan. Stijf omarmd gingen we verder en zeiden tegen elkaar: ‘Dat moeten we vaker doen’. Niets zo belangrijk als prime time met elkaar. Daarna was het huis vol, gezellig en warm.

In de middag ervoor dekten jongste zoonlief en ik de tafel en ontdekten dat alle laatjes  van de oude buffetkast en het aanrecht volgelopen waren met nutte en onnutte dingen. Mijn vroegere behoudende aard wil de dingen bewaren, maar de strakke en directe aanpak van zoon stond daar haaks op. Waar ik me tot voor kort verzette tegen zijn kordate handelen en tijd wilde krijgen om er over na te denken, was het nu een zalig en berustend gevoel.  ‘Had ik het nodig? Niet direct. Gebruikte ik het ooit? Ja vroeger. Ga ik er nog wat mee doen? Waarschijnlijk niet’. Dan hoppetee, weg ermee. Kringlooptas in de aanslag, daar redde ik mijn wil weer mee. Als het aan de telg had gelegen lag het in de vuilnisbak. Verschil moet er zijn. Hoeveel rustiger als je niet meteen in het verweer gaat.

De eerder gekomen hulptroepen roerden nog en passant een onderwerp aan. ‘Wat de waarde van het leven was’. Hun patiënten kwamen uit een streng katholiek dorp en wierpen die vragen op. Zoon was erover aan het nadenken gegaan. Er schoot een vleug vroeger naar binnen met een catechismus. ‘Waartoe zijn wij op aarde’, dreunde het. Een mooi en passend onderwerp voor aan de dis, vond ik. Het zou veel los kunnen maken, had hij bedacht, dus liever een luchtiger onderwerp aansnijden. Hij had gelijk. De aandacht om dergelijke gesprekken te voeren verdronk in het gekrakeel met de kinderen aan tafel. Het voelde goed om te weten, dat die diepere gedachten speelden. Het ware kerstgevoel.

018Pluis onder de boom

Pluis, die de hele kerst nog niet eenmaal naar de boom had getaald, wat ik trots verkondigde, presteerde het om er een kerstbal uit te slaan. ‘Dat doet ie anders nooit’ werd de gevleugelde uitspraak van de avond.

054.jpg Taart

De hachee ging schoon op en de enorme chocoladetaart van mijn schone dochter was een groot succes. De sla lag vergeten in een hoekje. Er was meer dan genoeg. In de keuken was de bedrijvigheid groot. Er werd afgewassen, gedroogd, gelachen, gepraat en nog veel meer gelachen. Vanuit mijn hoekje op de bank, kon ik het hele schouwspel overzien. Het voelde als warmte en een steekje gemis. Rijke kerst, rijke oogst.

De jongste aanwinst in ons gezin was het kerstmannetje in de dop. Met zijn bruine pientere oogjes keek hij de wereld in, net de borst gehad, en nu uiterst tevreden, buikje rond, warmte en een heerlijke plek, lief en genietend naast mijn benen op de bank. Poeh beer op de televisie voor spruit twee en een spelletje aan tafel met paps, oom en tante voor de andere mannen, stuiterend van de opwinding om winst of verlies.

Voor het weggaan mochten natuurlijk de schuimkransjes uit de boom gevist. Dat hoefde niet twee keer gezegd. Binnen tien minuten was de drukte voorbij. Om een uur of zeven was de koek op. Schoenen en jassen aan, mutsen op, kleverige kusjes-kruisjes, dag, dag en weldadige stilte. TV even uit, voetstappen en dribbelbenen op de galerij, de kerst voorbij.

 

Uncategorized

Een goed gesprek

Het is tweede kerstdag. Een horror memorabile kenmerkt de dag van een jaar terug. De pijn priemt dwars door de tijd heen en vanmorgen stond ik omzichtig, uit voorzorg, koffie te maken. Exact een jaar later dan toen het noodlot toesloeg. Alleen de herinnering steekt, achter het borstbeen blijft het stil. Gisteren was ik, al kabbelend, de kerst in gegaan. Weinig anders was mogelijk met longen die aan het wedijveren sloegen met het hart, maar die nooit in een overtreffende trap zouden raken.

035

Antibiotica deed haar werk net als de zeven andere lapmiddelen om hart en vaten af te vlakken en in bedwang te houden. Er zijn wat temmers nodig voor een opstandig gemoed. Er kwamen uien-en aardappelschillers langs en het gemak waarmee ze de feestdagen trotseerden, was een verademing op zich. Dan nog wat afleiding met zus, en haar zelf gemaakte voedsel. Ik genoot van de Pepesan, lied van het verleden en zo lekker, de Atjar zonder wortels, vergeten te kopen, maar die, misschien juist daarom, zo heerlijk smaakte en omdat ze overgoten was met een saus van zorgvuldigheid. Ze kwam op de fiets, een barre tocht ook al woonde ze twee straten verder. Het was donker en koud en de straten huilden. Een echte kerstavond dus, waarbij ik onmiddellijk aan de zwavelstokjes en Alleen op de wereld moest denken. Zelfs zoonlief at een hapje mee.

042

De avond verdronk in een glaasje wijn, dat ik weer dorst te nuttigen nu de antibioticakuur voorbij was en in stilte tot de Indiase deurbellen tegen het vensterglas sloegen en dat betekende dat er weer een heilzoeker kwam. De woorden bleven leunen op de stilte. Het hele gesprek vond plaats in ieders eigen hoofd. Regels wit, ongesproken woorden wilde ik vangen in het net, dat ik gebrekkig spande, maar dat toch niet afdoende was. Ik voerde hele gesprekken, maar er kwam geen woord uit. Hoe zit dat toch daarbinnen.

Ik bedacht dat een deel te wijten was aan de schrijver. Die is zo gewend aan het formuleren van woorden door op toetsen te tikken en zinnen te laten stromen. De herkenning is groot. Ik heb het steeds vaker, dat ik een onderwerp niet meer aan weet te roeren anders dan via het schrift. Bedachtzamer, meer weloverwogen.

Straks zijn ze er allemaal en dan gedenken we dat we  mogen genieten van elkaar. Valt er ook te peilen of het goed gaat in geestelijke zin. Hoe hoog spelen de muizenissen op, zijn het dan alleen de mijne, niet die van de anderen. Zie ik beren op de weg?

‘Wat is dat mevrouw van Gelder, houdt U beren in de kelder. echte bruine beren in het perceel, als het nou konijntjes waren of een aantal ooievaren, maar het zijn echte beren en zo veel’.

Hier krijg ik een lesje van Annie M.G. die me voorhoudt dat een stel gezonde beren echt geen nadeel hoeft te zijn. Lekker kniezen, een potje unheimnisch zijn, in de rats zitten, om daarna weer ‘opgelucht’ adem te kunnen halen, als die dikke bruine beren een voor een als een zeepbel uit elkaar ploffen. Dat is moederliefde pur sang. De angst niet benoemd, maar op fluistervoeten. Mijn moeder zei vroeger, ‘Ik bijt liever het puntje van mijn tong af, dan er over te praten’. Als kind vond ik het een rigoureuze keuze. Het ging dan doorgaans om delicate kwesties, die veel los konden maken. Uit die koker kwam ook het spreekwoord ‘Spreken is zilver en zwijgen is goud’ vandaan.  Moederliefde is weten wanneer je moet zwijgen. Maar soms schiet de twijfel er aan voorbij.

026.jpg

Buiten roekoet de duif haar oude litanie, ik omarm mijn beren en mijn twijfels. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend’. Vanavond eten we hachee, in een vlees en vega variant, gelardeerd met een goed gesprek.

Uncategorized

Op z’n paasbest met kerst

De kerstwensen rollen over elkaar mijn schermpjes binnen. Eigenlijk ben ik nog maar net uit een wonderlijk dromenland ontwaakt. Daar was het geen kerst, in tegenstelling tot de kerstavond van Robert ten Brink, die ik de avond er vlak voor gezien had. In de droom kwam ik de afbraak en de onttakeling van de school tegen en het sneeuwde er niet, geen sfeer van veiligheid en geborgenheid, die Robert met zijn Kerstbus zo treffend neer kan zetten. Ik peins verder en bedenk me dat de droom een mooie symboliek is voor al die mensen, die nu niet ergens aan een tafel zitten voor een klein of groot ontbijt met kaarsen en lekkere dingen, tinkelende en ronddraaiende engeltjes, pommanders en kerststerren in een pot, of rode cyclamen.

IMG_0922.JPG

Het ontbijt voorheen, op school, was er een om te gedenken. De kleine sfeervolle lokalen waar de tafels in een grote familieopstelling staan met mooie kleedjes er op. Iedereen op zijn kerstbest gekleed, met strakke en glimmende haren, krulletjes, staarten, kerstballen in een oor. Het zachte licht van de waxinelichtjes in veilige glazen potten, versierd met glitter en verf, gaven alle hapjes extra glans. Het lied van de kerstboom stond bovenaan. ‘Met ballen en slingers versieren we de boom, het sparretje verandert in een kerstboom…’ Om daarna altijd nog weer terug te vallen op de herdertjes die bij nachte lagen onder de Oh Denneboom.

Maar de koppies, die glimmende snoetjes, de verwachtingsvolle ogen, die beroerden me steeds weer tot tranen toe. Tijdens het ontbijt sloop het licht van buiten omzichtig naderbij en aan het eind, een uurtje later, was het gedaan met de betoverde sfeer. De kinderen waren er ook klaar mee en daarna begon in volle vaart de aftakeling. Altijd een te grote omschakeling, zoals die van Sint naar kerstsfeer ook als een donderslag bij heledere hemel plaats vond.

Het kerstontbijt van thuis is altijd van een heiligheid aan sfeer gebleven. Het opblijven tot elf uur, vader of moeder bleef thuis om de tafel te dekken, de wandeling door het donker, de Amandelstraat uit, de Elsstraat in en dan tot aan de kerk, de mensen die feestelijk, en vooral zwart gekleed, dezelfde gang maakten, dassen om de oren, rode wangen van de kou, en dan de grote ‘verlichte’ koude, maar feestelijke, kerk.

Drie missen in het verschiet, pepermuntjes, die we als koorleden mochten sabbelen, en alles in het latijn. De geur van kamfer vermengd met wierook, het gestommel op de houten kale banken, de zachte knielkussentjes van rood fluweel. Het was al goud wat er blonk daar vooraan. Niet zelden was een van de jongens misdienaar en moest belangrijke, onbegrijpelijke handelingen verrichten in mijn ogen. Knielen, buigen, schalen ophouden, kelken aangeven, met wierook zwaaien tot de kerk doordrenkt was van de zware heerlijke kruidige geur en door de rook. Daar doorheen klonken de liederen en verhieven de stemmen van de priesters, ze waren drie man sterk, zich in dat prachtige zangerige latijn. Dominus vobiscum. Op dat moment was ik er ten volle van overtuigd.

l_angel-chimes-goud-original

De gang terug naar huis was een grote ontlading. Huppelend en druk, omdat we wisten wat ons te wachten stond, spoedden we ons naar huis. daar vulde de eettafel de kamer. Voor alle dertien een bordje, de geur van verse broodjes op de kachel vulde de kamer, krentenstol met spijs,  zoete koek en gekookte eieren, maar bovenal de luxe, die er anders nooit was, aan de heerlijkste vleeswaren, die je maar bedenken kon. Rosbief, casselerrib, rookvlees en lever. Mijn moeder keek vast met dezelfde ontroering terug op onze toetjes met die verwachtingsvolle ogen. De engeltjes van goud draafden in een eindeloze rondgang boven hun kleine rode kaarsjes. Zalig kerstfeest in alle opzichten.

Nu ben ik thuis, het is kerstochtend, straks komen de kinderen meehelpen om de gerechten klaar te maken voor morgen. Morgenmiddag zal de tafel feestelijk gedekt zijn, ergens liggen nog zilveren kerstengeltjes die boven de waxinelichtjes dwalen, een nieuw tafelkleed ligt nog in de auto, of gebruik ik weer dat oude vertrouwde lange laken. De tafel is groot genoeg om ons alle veertien te herbergen, net als vroeger. Verwachtingsvol samenzijn. Op z’n paasbest met kerst.

 

Uncategorized

Een oranje Renault vier

Een hazeslaapje en nu al weer wakker. Ik doe natuurlijk al dagen praktisch niets. Daar zou het wel eens aan kunnen liggen. Was het niet zaak om juist de balans te vinden tussen de aard der dingen. Dus een beetje bezig en een beetje niets. Het kan ook aan de oploskoffie liggen of mijn hoge schermgehalte van tegenwoordig. Twee films op een dag is een ongekende hoeveelheid, een film was normaliter niet een te halen. Doorgaans strand ik ergens net na het midden en zak dan op de bank weg in zalige vergetelheid.

De eerste film had ik zelf opgezocht. Op Netflix. The ghostwriter, omdat ie, hoe kan het anders, over een schrijver ging. Maar het bleek meer politiek geëngageerd te zijn. De tweede was een hoog ‘ Kerstmis, voel je goed gehalte’, met sneeuw, sentimentele club: ‘Rijke superster valt op eenvoudig dorpsmeisje’. Tussendoor humor met tumor, wat een pittig nadenkertje is en een wonderlijke politieserie.

A7519BDF-F0D9-42CF-A0A5-A093A6EE5A1B.jpeg

Gisteren begon de dag met een belletje, Zoonlief deed open en ontving van vriendin wat  foto’s en een jubileum boek van de oude school. Dertig jaar notendoppenwerk. Liefdevol briefje erbij, tranen om wat nooit meer bij het oude was gebleven, maar zo gemist werd. In een app de herinnering aan mijn uitspraak, als ik weer eens niet droog door een tekst heen kon komen. ‘Sentimentele oude dwaas’ mopperde ik dan op mezelf. Ze maakt er Bok van, en dat tekent bij mij een grote glimlach tevoorschijn.  Dat was wat mijn vader een hele tijd over zichzelf riep en het klopte. Bij elk karretje over de zandweg, bij alle groene en stille dalen, weenden zijn ogen nostalgie, zoals later die van mij. En onvermogen om het juiste gevoel te duiden. Altijd werden wijze woorden gesmoord in een tranendal.

Het had alles met leeftijd te maken en hormonen, verhoogde gevoeligheid bij de ouderdom, overgang noem het maar. Er was altijd wel een uitweg te verzinnen om het te gedogen. Nu zijn de anderen aan de beurt en weet ik dat ze het dan pas echt zullen begrijpen.

Het oude jaar draait zich nog een keer op het andere oor. Dit zijn de dagen bij uitstek om nostalgie en tranen met elkaar te verweven, een staatje op te maken van wat is geweest. Een jaar om te vergeten. Nee. Ondanks de tegenslag bracht het als keerzijde ook het opperste genieten. De Wijze zegt: De goeden lijden onder de kwaden. In metafysisch opzicht. Ik ben geen groot abstract denken, ik kan het alleen maar vertalen in beelden. Het goede lijdt, als het kwade gedijt en vice versa, zingt het in mijn hoofd. Dan heeft het elkaar nodig om balans aan te brengen. Heft het uiteindelijk elkaar op, vraag ik me af. Zonder negativiteit zal positiviteit niet zegevieren. Wie diep is gegaan, herkent de treden die uit het dal zullen leiden.

Maar dat betekent niet dat het soms niet een onsje minder mag. Dit jaar beschouw ik als de inleiding naar een vierde periode in mijn leven. Die van de bezinning en de rust en alle stappen die ik tot nu toe gezet heb, zijn onderdelen van het hele proces. Geeneen kan gemist worden. In die wetenschap is het plezierig toeven. Spijt raakt op die manier de weg kwijt en wat zich aandient is zelfrespect.

Het was on dat opzicht ‘ Een erg goed jaar’ om met Sinatra te spreken. Ik was nooit een grote fan, maar dit is een van zijn songs, die hoog op het filosofenranglijstje mag en daar nooit zal misstaan. Bij niemand trouwens, al leek mijn limousine verdacht veel op een oranje Renault vier.

 

Uncategorized

Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest

In de Klein Geluk Post van gisteren kwam een grote verrassing. Een prachtige harmonicatekening over een onderwerp waar ik lang geleden met vriendinlief een ochtend over heb lopen mijmeren. Bij het zien van die concrete voorstelling van wat we ooit bedacht hadden, begon het onmiddellijk te bruisen daarboven in het brein. Ik kon niet meer stoppen met denken en het verhaal stapte uit zijn kleine nevel en kwam met duidelijke contouren op me af. Ik wist wat me te doen stond. Snel pen en papier en schrijven, voordat de ideeën in een vacuüm terecht zouden komen. Zo werkt het proces. Nu moet het nog body en gestalte krijgen en hebben we een format gevonden waar tot in lengte der dagen op door te borduren valt.

ik en jimi schrijvend

Hoe gelukkig viel ik veel te laat als een blok in slaap. In de nacht klopten de dromen met avonturen aan, maar ik sliep te diep om ze een podium te geven en bij het wakker schrikken door de Antibiotica-song (ik moet er de wekker voor zetten) ploften ze een voor een weer weg. Zelfs daar is een verhaal over te maken.

48425625_10214033120002189_5784870959693430784_n_003

Gisteren zat er een andere verhalenschrijver in de dop op mijn schoot. De derde van mijn kleinkinderschare was op bezoek en wilde ook schrijven. Met mijn beste tekenpennen omzichtig in de knuisjes verzonnen de verhalen zich eerst nog uit mijn pen, maar alras werd het overgenomen door mijn evenknie in fantasie. Hij krieuwelde en tekende, zoals alleen kinderen dat kunnen, frank en vrij, maar ineens merkte ik dat hij fluisterend het hele verhaal aan het papier toevertrouwde. Bijna hoorbaar vormde het verhaal zich in zijn hoofd en gaf zijn pen er de invulling aan. Wat een bijzonder moment. Het verhaal begon met een mandarijn die de wereld inrolde, omdat dat het enige was, wat voorhanden was. De mandarijn ontmoette vanalles, maar zeker ook de eland en de brontosaurus, met scherpe tanden, de pen schreef en tekende naar hartenlust en hij hoefde haar alleen maar te volgen en vertelde maar door. Klein moment van gelukzaligheid.

Klein gelukpost

Zo werkt dat. Een klein ding is er maar nodig om een keten aan ideeën los te maken te ontrafelen, zoals het geval was met de harmonicavoorstelling, dat in een juweel van een zelf gevouwen envelop zat uit een oud boek, compleet met woordwens en kleurige voorstellingen op de millimeter.

Het voordeel van ‘ziek zijn’ zijn de zeeën van tijd om alles te overpeinzen, ze in je hoofd  vorm te geven en nu ik al weer beter uit de voeten kan, ze te laten stromen onder mijn vingers door. Op laptop en op papier. Beide werkt verheffend. Nog heb ik te weinig gelezen in mijn huiswerk, de stapel boeken naast me, gister werd er een exemplaar aan toegevoegd, dus voordat ik er niet meer overheen kan kijken, moet ik eigenlijk beginnen. Als laatste op de plank, zoonlief weet dat ledigheid des duivels oorkussen is, het boek met de intrigerende titel: De hemel verslinden van Paolo Giordano. In een recensie afgeschilderd als broodschrijver, zo een met dollartekens in zijn ogen, door anderen wordt het verhaal gezien als een meesterwerk.

Dat willen we graag zelf beoordelen. Paolo moet nog even wachten en alle andere ook, want als fantasie om de voorrang strijdt, dan wordt die inspanning te allen tijde bekroond. Zorgvuldig, om opgelaten ballonnen niet in het luchtledige te laten verdwijnen. Het is zaak om er handen en voeten aan te geven. Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest.

 

Uncategorized

Kunst valt niet te duiden

Wij vrouwen hebben het maar makkelijk, of nee, we hebben een voorsprong, die langzaam aan kleiner wordt. Derde dag van gekwakkel, kringen onder de ogen, scheurende hoest, bleke Betje. Douchen was eergisteren mijl op zeven en zette me voor een uur of vier uitgeput op de bank. Vandaag was ik om twaalf uur nog niet klaar om zo’n klus te klaren.

Dochterlief belde ’s ochtends op. Ze zouden ’s avonds naar de schoonfamilie in Montmorency gaan, dus een paar verloren kusjes rondstrooien met de jongens had verreweg de voorkeur. Gauw met mijn gehavende aangezicht naar beneden gestrompeld en bij het zien van die toet in de spiegel toch maar even een crème, fond de teint, lippenstift, mascara en kohlpotlood. De jongens zouden  hun oma anders niet eens herkennen. Borstel door de haren en klaar. Plaid over de blote winterbenen en voeten en het feest kon beginnen. De diva kon ontvangen.

kerst 2018

Ze kwamen met bekertjes ijs met dikke lagen chocola want, als in een grijs verleden, had ik mijn onbeschrijfelijke trek eerder met hen kunnen delen via de telefoon. Welke hormonen deden nu weer hun calorierijke werk. Er was ook al een verlangen naar Oliebollen, het lijf schreeuwde om het normaliter afwezige zoet. Speelde de Onbevlekte Ontvangenis door mijn hoofd. Na het verstandige broodje kwam al ras het lekkers. Veel te machtig en de smaakpapillen proefden bij lang na niet de beleving van mijn voorstellingsvermogen. Toch gelukkig geprobeerd. Weer een verlangen en een verleiding door een reclame af te vinken. Zonder geluid en beeld is de schijn snel gewekt. Een oma, blakend van gezondheid met haar drie oogappels. Een bliksembezoek lang hield ik het vol. De knuffies waren zalvend.

met de jongens en ijs

’s Avonds rolde er met stijgende verbazing een andere schijnwereld de kamer binnen. Die van kunstenaar Walden Keane en zijn vrouw Margaret. Hij hield de schijn hoog. Zij was het, die in het echt de doeken van de kinderen met de grote ogen schilderde. Ze werkte soms 16 uur per dag en hij streek de centen en het luxe leven op. Dat is andere koek dan een snufje make-up. Met stijgende verbazing bekeek ik de film ‘Big Eyes’ van Tim Burton. Niet alleen om het matige acteerspel en omdat ik de hoofdpersoon deze week al in een matige verfilming had gezien, maar vooral om het stijgende ongeloof dat me ten deel viel. Waarom greep de vrouw zelf niet in, vooral toen ze de eerlijkheid in haar relatie met haar dochter moest verloochenen.

Een waandenker kan alleen maar groeien als hij het podium krijgt, waar hij om vraagt. Margaret oogde in de film als haar breekbare wonderlijke kinderen. Pas bij een levensbedreigende situatie neemt ze uiteindelijk de kuierlatten. Zelfs dan nog verschuilt ze zich als Kunstenaar en reikt de lange arm van haar hebzuchtige ex over het continent. Geloof sterkt haar uiteindelijk in het vertellen van de waarheid. Ze moeten beiden een schilderij maken in de rechtszaal. Een dergelijk script van een film zou welhaast knullig overkomen. Realiteit valt soms niet te filmen.Mijn ongeloof en het schrijnend gevoel van het feit dat vrouwen in de Kunst alleen maar konden bloeien als ze zelf sterk genoeg waren, denk aan Bourgeois en Kahlo, zorgde ervoor, dat ik naar de waarheid op zoek ging.

Leven in een leugen, leven in een waan. Op het laatst is de gedachte een gevierd kunstenaar te zijn sterker dan de realiteit. De schijnwereld groter dan je persoonlijkheid. Twee verschrompelde karakters. De een in dienst van de Hebzucht en de ander in dienst van de Angst, waarbij uiteindelijk het Recht zegevierde.

De schilderijen die ze maakte onder haar eigen naam en waar haar bewondering voor Modigliani doorsijpelt, spreken me meer aan dan haar beroemde doeken. De wonderlijke ogen zijn het innerlijk protest tegen haar zwelgende man. Op dat moment had ze geen ander verweer. Gevangen in haar eigen wereld. Kunst valt niet te duiden, maar zegt vaak alles.

Uncategorized

Klein Geluk ben je

Met al dat bank zitten en binnenste buiten hoesten is er eindelijk tijd voor de ‘Klein Geluk Post’. Wat een gaaf idee van vriendinlief. Schrijf elkaar in een groep, van vijf in dit geval, over Klein Geluk. Dat van jezelf, in de omgeving, van anderen of gewoon… datgene wat invalt. De eerste brief had ik heerlijk vroeg binnen, maar toen had ik nog geen tijd om er bij stil te staan. Nu ben ik er klaar voor. Kerstsfeer in huis, serene kalmte en de overtollige rommel weggebracht door de twee zonen.

Eigenlijk is het feit dat kerstmis het feest van het licht is, ooit zo overdrachtelijk bedoeld, wel degelijk het feest van de kerstlampjes geworden. Zodra die hun plek hebben gekregen in de kerstboom, in de palm en in de bal is het feest compleet door de zachte uitstraling die het de kamer geeft. ik heb de neiging om overal een snoer van lampjes neer te leggen. Klein Geluk dus, een roodborst vleugelt naar boven als ik de envelop open, daar is een lofzang op de mooie kleine Parmanticus en doet me plaats nemen op het paarse krukje bij het gapende gat van wat eens het atelier was.

004

Daar hipt ze troostend over het zeil en het gras van wat ooit was en pikt in de grond om vermeende zaden. Roodborst hoort net als alle vogels bij mijn Klein Geluk. Bijna verschrijf ik me en wil stil in plaats van klein schrijven. Maar ook dat klopt. Stilte hoort er bij. Juist omdat het de gelegenheid geeft om naar binnen te keren. Natuurlijk is het lawaai in de eerste schil rond mijn hoofd al oorverdovend door de suizende gehoorgangen, maar vaak lukt het om ze in die buitenste schil te laten en ‘de beste remedie ever’ ze te negeren.

Schoonheid van klein en groot hoort erbij en kinderen, als afspiegeling van het onbegrepen kind dat ik ooit zelf was. Toen ik voor de kleuterkweek stage liep op de reguliere Fröbelscholen had ik mezelf voorgenomen nooit, maar dan ook nooit, te worden wat ik daar aan voorbeelden voorgeschoteld kreeg. Volwassenen, die ruim over het denken van de kinderen heen walsten en daarmee heel weinig hoorden van wat er werkelijk speelde. Klein Geluk was de juf, die het helemaal anders deed. een uitzondering in haar klasse, destijds. Ze leerde me buigen naar het kind toe.

IMG_8937

Klein Geluk waren de paardenblommen van het meisje in haar eigen wereld, kleine knuisten omvatten de tere stelen als een kleinood en met haar ‘Elza’mantel om werd ze Prinses Paardenbloem om vervolgens languit te gaan liggen en in een schone slaap te vallen. Klein Geluk ook in een boeiende zin, die binnenkomt en raakt. Hoe is het mogelijk dat een combinatie van enkele woorden een mens van zijn sokken blaast of dieper laat schouwen.

winter 2018 3

Klein geluk zijn de poezenpoten in de verse eerste sneeuw, poezenpoten sowieso, omdat je ze zacht en aaibaar weet, het grijze vel. Het zijn de enveloppen op tafel, klaar voor het versturen en de voorstelling van de verwachtingsvolle ogen, als de inhoud naar buiten glijdt. Het is de slaap achter mijn ogen die zorgt voor nog een uurtje soezen, een verlichtte vuilnisman achter op de rijdende vuilniswagen, het filigrein van de boomtakken voor het raam in het schemerduister, een goede film, het juiste boek.

003-1.jpg

Klein Geluk zijn de woorden die ik iedere dag weer vind, om het gevoel te vangen. Klein Geluk is de lezer die het ontvangen wil. Klein Geluk is wie je bent en wat je voelt en wat je denkt en wat je doet, waardoor je al die anderen ontmoet. Klein Geluk ben je.

Uncategorized

Aandacht, kunst en liefde

Ondanks de tegenslagen van de afgelopen dagen sluimeren er van die mooie kleine bacteriedodertjes, anders dan de antibiotica, tussendoor. Kleinzoon komt een kusje brengen en tovert uit de gitten glittertas uit de verkleedkist van zijn moeder, een borsteltje dat ik allang niet meer had gezien. Zo’n plastic inklapborsteltje dat je uit moet drukken om te kunnen gebruiken. Ingevouwen is het een rond doosje zo groot als een handspiegel. Terwijl hij borstelt zie ik zijn moeder terug met haar kleine handjes en eenzelfde parmantig gebaar. Ze kijkt me vergenoegd aan en de jaren vallen ineen als in een waas, de jaren tachtig en nu. Maar ook zie ik mijn eigen moeder die met haar borstel haar ‘Wasch en watergolf’ recht strijkt en opduwt in de beslagen spiegel van de bescheiden badcel in de Amandelstraat. Herinneringen vlechten is een geliefde bezigheid geworden.

015.JPG

Ik maak een serveerschoteltje van een mandarijnenschil en hij peuzelt vergenoegd achter elkaar twee exemplaren op. Waarnaar hij in het holletje duikt, waarover ik hem zojuist verteld had. Geef ze de tijd om over de dingen na te denken. Ze komen vanzelf wel. Daar in dat knusse stukje geborgenheid hoort hij deel één van de Pozzebokken, schijnbaar afgeleid, maar één en al oor. Hij moet vreselijk lachen als de moeder uit het verhaal de naam verhaspelt in ‘Bozzepok’ of iets dergelijks.

Pozzebokken

Dan is er zwager, die opbelt over Jut en wat een handig idee is, waar het de aanwezige elektra betreft. Slopen is de beste optie, want luchtvriendelijke ledlampen lijken een perfecte oplossing voor een vervuilend aggregaat met dieselolie en veel lawaai. De arme levende have op de tuin zou zich spontaan een bult schrikken bij het horen van al dat decibellengeweld en het ruiken van die walmende vervuiling. Er zijn betere wegen die naar Gods akker leiden. Verder gaan mijn kabouters gestaag door met de wederopbouw van het karkas. Wat een heerlijk weten!

Vriendinnen appen en mailen met tips en hulp en warme digitale vitaminen en aandacht, een warm bad, dat in dank aanvaard en ontvangen wordt. waar zou je zijn zonder al die lieve aandacht.

033Detail van ‘Ragazzo van Caravaggio

Ik lees van vriendlief een ode aan Caravaggio met de folder van het centraal Museum erbij en bedenk, dat het zo iets bijzonders is. Ik was al van mijn sokken in Antwerpen in het Museum van Hedendaagse Kunst. Daar hing zijn ‘Ragazzo morso da un ramarro‘ Indrukwekkend en intrigerend. Die helderheid, die uitdrukking, het eindeloze verhaal dat zich vertelde op het doek. Elk doek is een buitenkans.

Zoonlief komt een mooi scheef kerstboompje brengen. Lief en aandoenlijk is ze, zoals ik zelf ook altijd zoek. De kansarme. Haha. Met een beetje aarde staat ze zo weer recht op haar kluit. Maar gisteren nog niet. Vandaag zijn er twee paar van die spierballenbielzen, om de boom neer te zetten en omzichtig de lampen er in te hangen. Daarna kan ik haar elke dag mooier kleuren met mijn oude kerstversiering. Het gaat goed komen.’

 

Een eerste aanzet met ‘Zomervlucht en dan komt de nacht’ wordt gemaakt, maar de letters dansen hun eigen verhaal. Te vroeg, straks beter. Vriendin voegt een mooi verhaal over het Japonisme bij op social media. Het volgende project in ons geschilderd leven. Daarbij wordt Madame Butterfly genoemd en er is een afbeelding van Breitners meisje in witte kimono. Een van mijn absolute lievelingen. In mijn hoofd openen zich de perspectieven. Geen geisha’s van de plaatjes, maar de mensen van vlees en bloed met de bloesemtochten van Monet, van Gogh, Whistler met zijn porseleinen prinses, de golven van Hokusai.

Met een hoofd vol val ik in een helende slaap. Opstand van bacteriën geveld door een beetje antibiotica en prednison en véél aandacht, kunst en liefde.

 

 

 

Uncategorized

Nu, vandaag of morgen

Energie die als een vloeibare massa traag wegstroomt door het afvoerputje. Er waren al de hele herfst voortekenen. Elke natte mistige dag gorgelde een deel weg. Twee stappen vooruit en een stap achteruit, dat effect. Er waren wat deadlines en belangrijke afspraken en toch ook bezinning op mijn bank, vaste plek vanuit mijn kamer, waar ik de lucht kon zien veranderen van grauw grijs naar hemelsblauw en vice versa. Donkere dagen voor kerst is iets om letterlijk te nemen, leert natuur ons.

Het lichaam had al haar misstappen een voor een opgespaard en maakte er een optelsom van. Vermoeidheid, check, lome ledematen, check, hoestbuien, check, scheurende longblazen, check, verhoging check, geen enkele ondernemingsdrang meer check, ontstoken oog, check, volle neus, check, snotterende aanwezigheid check.

009

Tule netje eromheen, kerstlint om het vast te knopen, strik erin en klaar was ik. Exacerbatie en longontsteking hing er als een kaartje aan te bungelen. De stapel boeken naast mijn bed lachte. Eindelijk was de grote verlossing nabij van een maandenlang stilzwijgen en bladzijden op elkaar persen. Zafon, Claudia, Bouazza en Komrij en hun Wagner, Kalmann Stefánsson, Roos Schlikker en Griet. De kleine Beatrice op mijn doek moet wachten in een groot vacuüm van wit. Straks, later, is er weer alle tijd van de wereld.

De prednison en de antibiotica grijnzen. Ze liggen op hun rug te spartelen in mijn ellende. Kleine onderdeurtjes. Maar zonder red je het niet en dat weten ze maar al te goed. ‘Heb je maagbeschermers.’ vroeg de norse apothekersassistente. ‘Jawel hoor, 20 mg is dat afdoende’. Een droge knik. Oké.

Koortsachtig, wat toch knap is voor iemand die nooit koorts heeft, trek ik de geplande gangen na. Kerstboom kopen, optuigen, met de jongetjes op stap naar theater, voetbalmuseum en nog een voorstelling, kersthachee voorbereiden. Ze moeten op een lager pitje. Het leven stap voor stap.

006

Het uitzicht wordt de natte donkere straat, de flat beneden, de lucht en de gedachte. Dat noem ik binnenvetter spelen ten top. Zuslief wilde langs vandaag, maar de vermoeide draak in mij wimpelt het af, net als de musical en het etentje op eerste kerstdag. Met het hoofd eerst maar goed onder de dekens, het ruisen van het verkeer als achtergrondmuziek, de gedachtestroom als ondertoon. Dit jaar dan misschien alleen een kerstboom in mijn hoofd. Meer dan ooit is de behoefte aan en het verlangen naar warm en lichtjes en familie, aan geurende dennenappels in het open vuur, aan wandelingen door een winterbos, vogels spotten op hun eigen kerstreces.

008

‘Om mani pad me hummmmm’, zoemden de kinderen en ik, als we daar sterk behoefte aan hadden in tijden van onrust en vermoeienis en er bezinning nodig was. We trokken de zon in ons omlaag tot op de kleermakerzit-knieën met duim en wijsvinger en ontvingen haar warmte in de open handpalm. Dat moment kwam op vrijdagmiddag, tussen spel en weeksluiting in, als de gemoederen oververhit waren van een hele week aan indrukken. Het hielp altijd. Zelfs de grootste belhamels met hun motorische onrust, sloten de ogen en trokken aan hun eigen zonnetjes. Warmte is op te roepen.  De mantra uit het verre Oosten had vooralsnog alleen ten doel om naar binnen te keren. Binnenvettertjes voor het ogenblik.

Berusting. Laat het maar stromen, de lettervreter heeft een kerstmaal, dat nauwelijks geëvenaard kan worden. Het komt allemaal vanzelf weer goed. Nu, vandaag of morgen..

 

 

Uncategorized

Opnieuw geboren

het hoofd is vol

geen plek voor gedachten

nu start het grote wachten

op  frisse wind en lafenis

de dag sluimert door

en scheurt dan soms in twee

of drie of vier

uiteen

wijsheid waaiert naar beneden

als een verdwaalde veer

tot in mijn grote teen

 

ik duik onder de dekens

en voel me

schuim

op de golven

grint op het land

het knarst

het schuurt

het trekt haar voren

zakt weg in vergetelheid

morgen weer

en dan

opnieuw geboren

Uncategorized

De kleine geschiedenis

Het hoofd zit dicht. Er kan niets meer bij. Het is volledig afgesloten. Elke holte levert dof snuiven op. Het voelt niet fijn, maar zolang ik me koest hou en op bed blijf zitten is er niets aan de hand.

Bij inspanning, de futiele aanpak, bijvoorbeeld was in de machine stoppen, is er een confrontatie met het onvermogen. Het voorover buigen, was pakken, was in de trommel doen, wasverzachter en wasmiddel erbij, deur dicht, knop aan sorteert in als de gesmeerde bliksem, heftig hijgend als een ‘Hert der Jagt ontkomen’, naar bed terug.  Zo voelt het ook. Aangeschoten wild. In de kracht van je kunnen geraakt, een voltreffer. Gisteren was het al duidelijk, de hele week eigenlijk en ik had eerder bij de huisartsenpraktijk op de stoep moeten staan. Ik kan jullie niet vertellen hoe zeer je daar soms genoeg van hebt. Het rituele geweeklaag en het doekje voor het bloeden als oplossing. Antibiotica en prednison.

001

Soms maakt het kiezen tussen twee kwaden gewoon te kwaad, maar ook dat helpt je niet. Integendeel. Gelukkig bestaan de bezigheden deze week vooral uit papieren en digitale post, brieven voor het klein geluk, reviews van de theatervoorstellingen, filosofische verhandelingen richting de Wijze en voor vriendin.  Ik liep gisteren met mijn eucalyptisch engeltjes in mijn tas naar het restaurant een flinke straatlengte verder. Het mistige natte weer hing laag als een deken over alle druppende restanten van wat vanmorgen nog een witte wereld was. De wereld huilde. Al dat vocht in de lucht slaat elke vorm van lucht terneer. Het was een wonderlijke tocht met die zaagmachine binnenin mij. Hartelijke ontvangst met het verleden en heden. Vertrouwde koppies, fijne gesprekken die soms verbazingwekkend eerlijk werden. Dat gebeurt dus als je weet dat het leven niet zekerder is dan het moment van zijn.

Schoonmama nam haar muizenhapjes van de min of meer gestuurde keuze. Een frietje, een onooglijk stukje vis op haar vork en daar bleef het wel bij. De wijn smaakte haar beter en de garnaaltjes vooraf hadden de oude maag allang voldoende vreugde gebracht. 96 Jaar en te mogen aanzitten met de familie is een mijlpaal. Een paar keer per jaar is er zo’n reünie. Voorts gaat ieder zijns weeg.

De laatste tijd heb ik met de komst van Jut veel meer contact met zwager en eigen broers. Vergenoegd kreeg ik de prachtige beelden van mijn gestaag vorderend ateliertje voor ogen. Geïsoleerd, ramen erin….Broers en schoonzoon van een van hen en de facilitaire zwager zijn net kaboutertjes. Iedere keer wordt het mooier en volmaakter. Ze gaan gestaag en onbezoldigd verder. Wat een liefde spreekt daaruit. Het ontroert. Misschien ook wel omdat dit zo maar in mijn schoot geworpen is. Ik vertrouw op de glimmende kooltjes van enthousiasme, die bezweren dat het weer het mooiste huis op de tuin zal zijn, net als het oude.

Jut wordt een paleisje. Waar make-overs al niet goed voor zijn. Straks moeten ze nog schuren en verven, het dubbel glas in de kozijnen gehangen. De kleine zwarte houtkachel krijgt een mooie nieuwe plek. Wat een luxe en rijkdom. Jut van Juul, een adelijk onderkomen voor het nieuwe werk, retraite, zuurstof voor allen en rust.

002

Ik verzamel moed. Ga straks naar beneden voor de eerste koffie en weer omhoog. Dat gaat niet vanzelf. Het verlangen naar snerpende vrieskou stijgt met de seconde. Droog, koud weer, adem die dan afgesneden wordt door de wind, maar zonder het gepiep en gekraak, frisse buitenlucht, zuurstof voor twee. Tuin, mijn roodborst, de koolmezen die hun verhalen kwetteren, de boomklevers, de winterkoning, die zo parmantig hipt, ze vormen mijn eigen sprookje. Met Dantes Beatrice en andere beelden om tot eeuwig leven te wekken. Wie weet. Tezamen schrijven we de kleine geschiedenis.

Uncategorized

Pas op de plaats

Soms kan de wijsheid me komen aanwaaien. In een opwelling had ik gisteren, na een hele lome ochtend en de optrekkende kou, ondanks de verwarming hier in huis, water opgezet. De handige thermosfles van de garage, dikke letters erop, wist ik boven op de koelkast te staan. Gauw anderhalf groot glas koffie gemaakt en de fles gevuld, dubbele dop erop gedraaid en klaar was ik voor twee uur blauwbekken langs de lijn bij mijn eigen godenzonen.

Arme mannen in de kou, die hard aan het werk waren, maar de strijd niet konden slechten. Ze verloren door twee onhandige acties, waardoor de achterstand groot en onoverwinnelijk werd. Het handjevol dat aan de lijn stond, had zich teruggetrokken tegen de muur. Alle andere trouwe supporters zaten boven op de tribune, maar ik wil aan de lijn staan, focus op het spel en dan het spel alleen. Nu met die heerlijke warme koffie, prullenbak als bijzettafeltje, had ik mijn eigen knusse warme omgeving gecreëerd. Alsof er geen tochtgat was, de kauwen  niet luid krassend op roestvlucht zijn en de oostenwind mijn ponchodeken af en toe over mijn hoofd liet vliegen. Het was een van mijn meest heldere ingevingen, want afgezien van wat koude uitlopers, was ik nog nooit zo warm gebleven.

winter 2018

De koude was voldoende om vannacht de wereld in een wit wintertafereel te veranderen. Poes Pluis had al diverse malen geprobeerd of ik wakker wilde worden uit mijn zalige droomvlucht. Naadloos had ik haar smeekbedes ingepast in het verhaal. Nu mocht ze dan eindelijk haar eerste stappen zetten op het maagdelijk witte balkonnetje. Het blijft een feest om te zien hoe ze behoedzaam de poten in het koude witte zet, optrekt, uitschudt, omkijkt naar mij, terugzet. De aarzelingen trekken door haar hele lijf en zorgen voor een verhoogde behoedzaamheid. Geen thermosfles voor Pluis, maar haar dikke grijze wintervacht om de kou te trotseren.Het zet het hele tafereel schilderachtig luister bij. Pluis, grijze lieve Pluis in witte sneeuw. Grijs en wit, schoonheid op de vierkante meter.

winter 2018 3

Aandoenlijker nog welhaast, zijn de donkere poezenpootjes in de witte massa. Ze trippelen links en rechts, dralen om een mand heen, krabben aan wat bedekte plantenbakken, talmen om de boom en zorgen voor een nostalgisch romantisch beeld voor ogen. Ach ja. Poezenelletje met haar poezenvelletje. Van oudsher zijn ze zacht aan ons voorgeschoteld in lied en gedicht, in verhalen, met als klap op de vuurpijl een heel eigengereid karakter, Minoeswaardig als het boek of de film, of eigenzinnig en stoer als in de musical Cats. Als ik voor de tweede keer koffie haal, wil ze wel weer naar binnen. Gelukkig maar, het is te koud om de balkondeur open te laten en er is geen kattenluikje.

winter 2018 2

Het is altijd weer bijzonder te merken hoe de wereld naar binnen trekt als het gesneeuwd heeft. Niet dat iedereen binnen blijft, maar dat het een sfeer oproept van verstilling. De capriolen van Pluis krijgen meerwaarde, door de omzichtigheid, waarmee ze nattigheid en kou wil ontwijken. De geluiden van buitenaf verdoffen. Alleen een kleine auto met ambulancedokter snerpt haar sirene en snijdt de stilte uiteen. Het trage en voorzichtige rijden van de andere auto’s trekt haar natte sporen en het klinkt als ruisen, zacht ruisen. Winterdag in Nederland, huis tuin en keukengeluk. Binnen gaat de verwarming een tandje hoger of komen de dikke wintertruien uit de kast. De zwarte silhouetten van de bomen roepen poëzie op. Pluis is met haar natte pootjes onder de lappensprei gekropen en droomt haar wereld heel. Met haar warme poezenlijf tegen mijn benen , de witte winterwereld buiten, voedt het behaaglijkheid. Pas op de plaats.

 

Uncategorized

Geen mooiere afsluiting denkbaar

Houten koffer staat klaar, penselen in de aanslag, op naar mijn tijdmachine, die me in een oogwenk transporteert naar de 17e eeuw met moderne kwinkslagen er tussendoor om het evenwicht te bewaren. De opdrachten zijn korte magische aanwijzingen, die ik nu als iets minder leek met korte aanduidingen begrijp. Rauwe omber met likje Pruisisch en meer titaan. Oud Hollands Geel. Gebrande omber met tikkeltje Zinc. Platte kwast, varkensharen kwast, ragfijne kwast. Het geluid van schaven, schrapen, of doodse stilte, een dolende opmerking, de aanwijzingen van de magister.

foedralen-en-asperges.jpg

Langzaam worden de asperges meer asperge, nog niet de ‘finishing touch’, eerder wat kubistische vormen, maar au naturel beter dan op de foto, een deken van kleuren en langzaam valt het kwartje, of liever de florijn, op z’n plek. Zwart met ultramarijn, het ongeloof wordt weggelachen. Ja. Foedralen moeten doortrokken zijn van ouderdom. Betengeld leer beteugelen met fijnzinnige streken, ik leer het stapsgewijs.

Daarna spoorslag met mijn kleine blauwe naar IJsselstein, dat zich opmaakt voor de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. IJsselstein verandert voor het tiende jaar in een levend spektakelstuk met meer dan 100 acteurs, kunstenaars, muzikanten, dansers, kinderen van een basisschool, een grote optocht door de binnenstad en dat alles onder de noemer Laterna Magica. IJsselstein als één grote toverlantaarn, die oude tijden doet herleven met mevrouw Sprokkelhorst en haar gezelschapsdame en een van haar nazaten in levende lijve.

035.jpgtwee van de stokpoppen

In de kelder van Het Poppenhuis, the place to be, als je van poppenhuizen houdt, wordt koortsachtig de entourage klaar gemaakt voor onze vertelling. Wij kleden ons om, persen ons in de iet of wat krappe jurken, testen de mogelijkheid om adem te halen, zetten de kamishibai neer, de witte oplichtende roosjes erom heen, de stokpoppen in de aanslag. Kleine details als het kleine kabinet uitgelicht, de porseleinen hond, de boeken.

Haar op zolder moet op de tast. Gelukkig had ik thuis al wat uitgewerkt. Veel touperen en ouderwets uitwaaierende haren vangen in een knotje bovenop, devoot kruisje om de nek, water bij de hand. Roze kanten t-shirt nergens te vinden voor Wilhelmina. Dan maar het zwarte, met een roze drab, balletschoentjes met band om de enkel en witte sokken met randje kant.

sprokkelhorst.jpgVoorbereidingen

Alles in gerede haast, maar ook berustend. Als we eenmaal zitten is al het leed geleden en de rust neergedaald. Op de achtergrond klinkt het slaaplied van Brahms. Goed voor een avondvullende lullaby. Er kunnen ongeveer, met wat trapzitters erbij, 14 mensen in. Zo knus en intiem is de sfeer daardoor, zo aandachtig kan men luisteren met alleen de focus op dat lieflijke en kleine tafereel onder de tingeltangelklanken en de stokpoppen en onszelf als levend bewijs.

De avond leert dat bewondering en ademloos luisteren zich op verschillende manieren voltrekt. Voorover leunend of schijnbaar achteloos. De ganzenhoedster achter ons aan de overkant van de kleine gracht trekt aandacht met haar levende have luid gakkende ganzen en met haar trommelaar aan het eind van de koddige stoet, maar iedereen blijft bij het verhaal en het mooiste cadeau is de zucht van geluk om dat kleine intieme moment in een roerige wereld. Het sterkt ons en doet de volgende vertelling nog meer met passie leven, en nog meer, en nog meer. Het was bijna jammer om die mooie beslotenheid af te moeten breken.

sprokkelhorstklein tafereel

Een oudere vrouw talmde met weggaan, ze vertelde, dat deze plek voor haar bijzonder was, omdat hier haar geboortewieg had gestaan. Op de plek waar wij zaten, schommelde ze als kind de wereld in en erachter lagen de aardappelen en uien opgeslagen. Haar hand zocht die van ons en bedankte voor de kans op deze reis door de tijd. Wat een bijzondere verdieping van een prachtige dag. Warm doken we aan het eind van de avond de koude 21ste eeuw weer in. Geen mooiere afsluiting denkbaar.

 

Uncategorized

Klein Geluk

Er kwam een mail van de Wijze over iets wat, ooit in het grijze verleden, een zaadje heeft geplant  en dat er voor zorgde in het leven om te blijven zoeken naar balans, wat als een rode draad door alle gebeurtenissen heen verweven werd. Het is dat deel wat er voor zorgt dat het glas half vol blijft, dat tegenover tegenslagen evenveel positieve ontwikkelingen staan, dat het geloof in de zeven vette en de zeven magere jaren, zij het zonder het vooropgestelde tijdpad, altijd is en zal zijn..Een kosmisch evenwicht.

In het eind van de jaren zestig kregen de mystieke waarden bijzondere betekenis. Niet alleen verdiepten we ons in het Boeddhisme en het Hindoeïsme, maar zochten we naar andere wegen dan het katholieke geloof om zin en betekenis te kunnen geven aan het leven in het algemeen en ons leven in het bijzonder. Waar mijn moeder haar waarden uit de ontwikkelingen in de vernieuwingen van het oude geloof vond, lazen en discussieerden we over bewust leven, kosmisch en mystiek evenwicht en een eeuwige balans in Yin en Yang. Ook bij ons stond na de jaren des onderscheids vrijheid hoog in het vaandel en bleef de zoektocht naar balans, het Yin en Yang, een belangrijke leidraad voor het leven.

Yin en yang

Bewust of onbewust is ieder mens ermee bezig. Als iets uit balans is, voelt het vaak niet senang. Er mist iets. De wijze noemt deze twee tegenpolen, tegen-délen en geen tegenstellingen, want dat zou spanning veronderstellen en dat is precies datgene, wat een evenwicht in de weg zou blijven staan. Het is een mooie gedachte om bij stil te blijven staan. Het symbool van de twee in elkaar schuivende delen, die samen een kosmische zon en maan vormen, mannelijke en vrouwelijke energie, waren in die tijd niet weg te denken, evenals de toen nog bescheiden kleine porseleinen boeddha’s. Het was de tijd van vóór de enorme plastic en gipsen reuzen op het tuincentrum en in de bouwmarkten. Proberen de macrobiotiek te evenaren tot in het hoogste goed was teveel van het goede. Men zaagde daarbij rechtstreeks onder de poten van het kleine genot, zoals het glaasje wijn bij een mooie maaltijd. Dan alleen het vlees schrappen en onze eigen filosofie erbij verzinnen toegepast aan het leven hier, op twee kleine studentenkamers aan de Hoge Rijndijk. Het leven was turbulent, maar daarbij ook heel wezenlijk en bewust. Er werd overal over nagedacht en vooral over gepraat.

Na die periode volgden de Wijze en ik ieder een eigen pad, waarbij het noodlot wonderlijke gelijkluidende wendingen toebracht. We verloren elkaar uit het oog en met vallen en opstaan leerde ik de balans in mijn leven weer te benaderen. Grote waarde heeft het om er nu over te mogen filosoferen. De aanzet in het prilste begin heeft er voor gezorgd dat het een lievelingsbezigheid werd van het werken met kinderen. Doordat ze zich zo kunnen verwonderen, is het denken tot op grote hoogte zuiver en eerlijk. Iedere stap, die er gezet werd op het pad van hun bewustwording, leverde doorgaans pareltjes op.

031

Gistermorgen liep ik langs de met rijp bedekte bladeren op de grond, iedere nerf ragfijn uitgelijnd en ik dacht aan mijn groep en hoe de kinderen zich zouden hebben verwonderd. Ik zette de foto die ik er van maakte op FB en bijna onmiddellijk was er een antwoord van vriendin-duo, dat de kinderen uit haar groep er ook zo mee bezig waren geweest. Op zo’n moment schuiven Yin en Yang als de krachtige cirkel in elkaar en wordt, zoals een andere vriendin opmerkte, Klein Geluk geboren.

Uncategorized

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten

Een beklemmende droom houdt me erna uit de slaap, geen zin in het vervolg. De nacht pinkelt met haar lantaarns speldenprikken licht in de duisternis. De harde doffe knal die volgt, laat visioenen oplaaien van in brand gestoken auto’s, die de laatste tijd weer schering en inslag zijn. Geen goede basis voor een aangename slaap. In de verte klinkt een sirene.

Weg met die muizenissen. Het is weer ouderwets piekeren geblazen over honderd-en-een dingen die achter het netvlies oplichten. Snel sla ik daarboven deuren dicht, wat erachter zit, mag niet meer mee doen. Natuurlijk laat het zich niet leiden. Op zulke momenten verlang ik naar de zee. Vanmorgen al geschreven over eb en vloed. Daar begon het mee. Even het hoofd leeg  maken en alle gedachtekronkels aan de wind toefluisteren, zodat ze ze mee kan nemen, licht als veertjes in plaats van de molensteen rond mijn nek. Het is niet zo gek, dat piekeren. Benauwd als ik ben in dit jaargetij, veel te naar mijn zin en vorig jaar in het zelfde schuitje met een infarct als ultieme nachtmerrie. Ze luidde een jaar in vol tegenslag en tot vier keer toe een verdrietig samenzijn. Het lukt wonderwel ook highlights te tellen. Turbulente emoties, dat is de vlag die de lading dekt.

092

‘Geen optelsommen maken, van der Linden’, spreek ik mezelf bars toe. Daarvoor was ik ook altijd benauwd zonder dat dramatische einde, dus er zijn andere mogelijkheden te over. Een man op de fysio vertelde over zijn magische puf. Hij kon ineens weer moeiteloos de trap op. Ik durf er alleen maar van te dromen. Stel je voor. Alsof je vleugels krijgt aangemeten. Ik moet er eens naar vragen. Het zou voelen als een magisch wondermiddel. Ondertussen was ik toch weer in slaap gesukkeld en moest me nu haasten om uit te schrijven wat er in mijn hoofd rondtolt. De tweede droom was er een waar ik met liefde in bleef hangen, maar ik heb haar vergeten op te slaan en dan vliegt ze weg. kwetsbaar als een zeepbel, blijft nog even hangen en spat dan uit elkaar. Dag fantastische verzinsels.

089

Van de week zeiden de schildervriendinnen mij, nooit zo te dromen. Stiekem weet ik dat ze dat wel doen, maar alle dromen ook voortijdig los laten. Eerst in de sudderslaap de droom terugdenken en dan pas wakker worden, dan opschrijven . Op het laatst lukt het om ze langer vast te houden, soms een ochtend lang. Als ik ze opschrijf, vergeet ik nooit meer een detail. Prachtige onderwerpen zitten erbij en doorgaans tot in de details uitgewerkt. Ik stap zonder problemen een Zeventiende Eeuws milieu binnen of de huiskamer van oma vroeger, met de worteldoek en de salamander aan de muur, de tikkende eiken pendule met het deurtje voor en achter, waar klokkabouters woonden. Dat wist ik zeker. Aan de achterkant van de wijzers liepen ze mee, soms kon ik hun rode mutsjes zien, dat dacht ik tenminste. Waar schemerlampenlicht al niet goed voor is. Die was er ook, met licht van onder en van boven, zo’n ronde kap. Mijn opa zijn rulle plusfour staat stoer met de warme  wollen spencer erboven  en de witte hemdsmouwen met glimmende gouden mouwophouders. Oma en opa waren rijker dan mijn vader en moeder, want ik kreeg altijd een stuiver of een dubbeltje mee.

065

De droom van vannacht was zo gedetailleerd dat de angst me letterlijk om het hart was geslagen. Sommige houden de angst vast en spreiden ze uit als een zwarte deken. Daarom wilde ik niet meer verder slapen. Pas om kwart voor vijf viel ik van vermoeidheid om. Nu belooft de dag een prachtige koude wintersfeer, maar pas om kwart over negen en moet ik straks een race tegen de klokkabouters lopen om op tijd op de fysio te zijn. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

 

Uncategorized

Zo is het maar net

Zo’n dag, waarop alles als een puzzel in elkaar schuift, zo’n dag was het gisteren. Het begon met de jacht op een kostuum voor Tante Sarah en Willemien uit begin 1900 of daaromtrent. Het lijdend voorwerp vond ik in mijn favoriete kledingkringloop. Twee jurken, die naadloos pasten in het tijdsbeeld. De slobschoenen, die er niet bij hadden misstaan, bleken met maat 43 een brug te ver. Het kon de pret niet drukken.

001

Dat schattige poppenjurkje was perfect voor vriendinlief en op haar lijf geschreven. Het bovenlijf van tantes jurk was iet of wat te krap, maar daar verzin ik wel een pelerine of wat striklinten op. Geweldig, aangekleed gaat uit en het verhaal staat met de gemaakte stokpoppen, de Kamishibai en de kostuums als een (poppen)huis. Het weer belooft een koude winteravond, niets leukers bij zo’n entourage dan in intiem gezelschap te luisteren naar een mooi verhaal. Er zijn voor die avond heel wat vertellers, acteurs, dansers en muzikanten bij elkaar gesprokkeld.

003

We oefenden een keer of vier, bedachten eerst een schimmenspel erbij, te lastig, dan alleen het kleine Japanse verteltheater en de losse stokpoppen. Het zachte gepingel als dat van een muziekdoosje, maakte de omlijsting compleet.

Met die wetenschap was het hoofd weer licht genoeg voor Dante en zijn Beatrice. Eerst werken aan de kosmos, deel 2. Lastig om steeds maar weer te bepalen, waar ik wát wil doen. Mijn handen voeren het penseel de wereld van duisternis en licht binnen en ik volg, soms schoorvoetend, soms vastberaden. Het wordt een tocht van penseelstreek, kijken, penseelstreek, kijken…Door afstand te nemen zie je het proces haar loop nemen. Het commentaar van de anderen wordt dankbaar verweven met mijn eigen gedachten en brengt letterlijk nieuw licht.  De Beatrice is geënt op de houding van mijn lieve dochter, die op een van de foto’s een devote uitstraling heeft, perfect voor een adorabele vertolking. Hoe werkt het toch in mijn hoofd, dat die associaties maar aan komen rollen als het tij dat van eb naar vloed keert en vice versa. Ik ben te voorzichtig bezig, het eerste schilderij blijft harder trekken aan mijn gedachten.

013Under construction

Aan het eind van de les bij het schoonmaken van de penselen, komt de werkwijze ter sprake. Twee van ons gaan op de bonnefooi te werk en een ander denkt het helemaal uit van te voren, met studies en prints. Die schilderijen zijn nauwgezet en kloppend. Ik rommel wat in de marge, laat me leiden door het gevoel. Weet nooit precies van te voren wat in het hoofd zit, vaag maar vormend. Dat het eruit komt, is zeker. Het levert boeiende materie op, zo divers en zo interpretabel bij de een, zo gekaderd en vastomlijnd bij de ander.  Stof te over om door te spreken. Het maakt de vriendschap zichtbaar en eeuwig en we missen de andere vertrouwde persoonlijke noten, die er dit keer niet bij zijn.

De koude nacht trekt verfrissend de geur van olieverf uit de haren en thuis op de bank  passeert de dag de revue met mijn vondsten en het verdwijnen van de lichte druk door het vele werk, dat nu al geklaard blijkt te zijn en in het hoofd altijd groter wordt, dan het in werkelijkheid is. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Zo is het maar net.

Uncategorized

Onbetaalbaar en diepgaand

De stad lag niet naast de deur vanuit het midden des lands bezien. Als het donker en nat is, glimmend asfalt, linten rode achterlampen, langzaam en nog langzamer                 rijdende voorgangers is het zelfs mijl op zeven. Een hindernis in de uitlopers van de nacht, maar achteraf gezien de moeite waard. Een hele dag theater is elke keer weer een cadeau. Deze dag zat, tot op de minuut, vol met zoet of kritisch vermaak. Het leverde vannacht een mooie droom op. Een uil vloog in mijn armen en gaf me kopjes. Ik was me zeer bewust van zijn zachte verenkleed, zo zacht als de kleine grijze pootjes van poes Pluis in de vroege ochtend, als zij haar dagelijkse portie aanhankelijkheid toont.

Het begon allemaal met een wonderbaarlijke vertelling. Prachtig decor maar de tijd was met haar poppenspeelster stil blijven staan en samen dreven ze op golven van veiligheid de kinderwereld binnen. Een uur kan het dubbele duren. Daarna vielen we in een verfrissend totaal ander poppenspel, met echte kinderhumor. Dikke billen die omgebonden moesten worden als na een voortreffelijke mimische maaltijd de toiletgang gemaakt werd. Hilarische grote jabbertalkende moeder die uitrust op een veel te kleine bank. Het popje dat niet kan slapen en bang is voor vermeende spoken. Het was er allemaal en het speelde zich af in een ingenieus decor. De herhaling, de humor, de ontroering waren volop aanwezig en stroomden over het podium recht in hoofd en hart. Meesterlijk.

031

Op het ritme van gitaar en keyboard werd dankbare muziek gemaakt voor de allerkleinsten, mee mogen doen op het aangegeven ritme met klappen en stampen, zwieren en zwaaien. Heldere stemmen, oude thema’s. Ik verlang ondertussen naar de oude, malle liedjes van mijn Ubbie en Frummie cd-tje, die we met de hele groep tot in de details konden meezingen en uitbeelden. ‘Weet je wat ik in in mijn handen heb, dat is een geheimpje, weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheim’ Nergens te vinden, dit bolwerk in alle eenvoud van boeiende kindertaal met onderwerpen met de egel als stekelig gevalletje en Ubbie die een rondje vliegt om de kerktoren met zijn grote oren. Op dergelijke momenten ga ik ook op zoek naar onderwerpen van bijvoorbeeld het prentenboekenliedjesboek met de ontroerende vertelling door Hakim vertolkt in het lied van Grijsje de grijze muis, die zo graag een ander kleurtje wil en waarbij we allemaal, mezelf niet uitgezonderd, van moesten huilen, omdat ieder van ons het gevoel herkende. ‘Ik ben zo grijs ik ben zo grauw, hoe moet dat nou’….Zeldzaam mooi en ontroerend. Niet eerlijk als die juwelen door je hoofd zweven en anderen daar aan moeten tippen. Mijn lat ligt hoog.

Ik kom er de clown tegen met zijn nostalgische verhaal over zijn levenspad. Te moeilijk voor de leeftijdsgroep die vooraan zit en in haast aangepast en daarmee op het verkeerde been gezet, door het zoeken naar de vertaalslag, die te maken viel. Feilloos weten de kinderen te vertellen dat de held, zijn grote voorbeeld, de clown van vroeger, in zijn hart zit. Toch de spijker op de kop.

022

De rij bij de lunch is zolang, dat de achtersten aan de beurt zijn als de bel van de voorstelling alweer klinkt. Wat korte veelbelovende presentaties en een wonderlijke, razend knap gespeelde, stereotype ADHD-er, die niet mee mag van zijn meester en bij ons(het publiek)moet blijven. Alle elementen zijn er, maar worden ook vaak overschreeuwd. Er wordt geknoeid met eten, wat ik moeilijk vind en de taal valt soms in onuitputtelijke scheldwoorden uiteen. Er tussendoor zijn er absurdistische  typetjes en is wel de ontroerende kant van deze beweeglijke genius te zien.

Een poppenspel met regenlaarsjes voor de allerkleinsten. Sprookjes vormen de sluitpost. Een heerlijk, verliefd Roodkapje, die overal in het decor onderdelen vindt van andere sprookjes en Borsato en andere nummers tussendoor zingt samen met een aandoenlijke wolf met een vet Rotterdams accent. Ze worden verliefd en de wolf belooft haar morgen pas weer op te eten, wat helemaal niet erg is, volgens Roodkapje, want ze springt altijd weer levend uit zijn buikkie te voorschijn.

Zo gaat een dag van in de wolken, een dag van cadeaus en met kinderen als publiek erbij altijd een extra verdieping, want hun reacties zijn onbetaalbaar en diepgaand.

 

Uncategorized

Maar altijd daar

Zestig worden en de beste kanten van het gedeelde leven aan je voorbij zien trekken is niet iedereen gegeven of gewenst. Ik vier verjaardagen niet of nauwelijks. Vooral geïnfecteerd door de rokerige overvolle uitpuilende woonkamers met de geijkte pepsels, sigaren op tafel en de rondgang van de boterhamworst met een kwart augurk erin, de blokjes kaas en de ossenworst en gevulde eieren van vroeger. Ooms en tantes, vrienden van mijn ouders schudden handen, knepen in je wangen, streken over je bol en als het even kon schoven we onder het pluchen kleed van de eettafel of doken de keuken in, toen we oud genoeg waren om de salade te maken of om haastig wat bowl weg te lepelen om ze te ontlopen.

verjaardag

Het heeft het tegenovergestelde bewerkstelligd. Voor mij geen feesten en partijen op een zeldzame Amerikaanse fuif na. Een gezellig samen delen met de kinderen is de uitzondering. Dus wel vieren dat we nog steeds al die tijd samen zijn en als goede herinnering aan hun vader delen we de jaren, die we ooit met hem konden delen naast het dubbele gevoel hem al die andere jaren te hebben moeten missen.  Zo blijft het tweeledig. Zonder verdriet, de vreugde niet. Zonder vreugde, de diepte van het verdriet niet.

De verjaardag van vriendinlief begon met het noemen van alle gedeelde levens met haar. Iedereen hoorde een kwaliteit van zichzelf in de betekenis van de vriendschap en wat nog belangrijker was, was het feit dat de spontane ontmoeting de heelheid van haar leven onderschreef. Iedereen werd genoemd en toen er, in de emotie, iemand overgeslagen werd, was haar reddende engel, haar lieve en aandachtige wederhelft.

Er was een heerlijke maaltijd en de avond zette zich voort met vooral zang, muziek en dans, drie belangrijke pijlers en wat kleine filosofie onderling, wat niet anders kon met haar bedachtzame natuur. Er werd een prachtige tango gedanst door hen samen, de meeslepende muziek, de emotie, de concentratie, de liefde van jaren, die er zo overduidelijk als een verlichtte wolk boven hing. Het was een wonderschoon samen zijn. De deelbaarheid vieren op de toppen van het leven met je deelzamen, iets om vaker bij stil te staan of minstens over na te denken.

352px--Demonstratie_van_de_tango_1930demonstratie tango 1930, polygoon journaal

De tango vergleed in een workshop en bleek met name over volgen en leiden en daarmee vooral over vertrouwen te gaan. Met haar handen in de mijne en de ogen dicht gleed mijn volger mijn wereld binnen en gaf zich over. Tussendoor vertelde ze dat ze zo graag even uit haar hoofd wilde en dit bleek de ideale manier. Concentratie en het richten op iets wat alleen maar voelbaar is. ‘Aanvoelen’  en ‘Overgave’, wat een mooie aanvulling op de emoties die door de avond heen waarden.

Als ik had gekund had ik de late uren gebruikt om me leeg te dansen, elke vezel schreeuwde om beweging, de klarinet en de viool in de Klezmer, de opzwepende salsaklanken, de Afrikaanse ritmes. Steeds één dansje slechts en dan was het klaar. O jeugd, waar ben je gebleven. Oeverloos, grenzeloos, ademrijk dansen. Nu ademloos, eindig en beperkt uit de voeten. Thuis zag ik een liefdeloze en uiteindelijk liefdevolle relatie in gevangenschap van de vader en de zoon op televisie. Levens verschillen hemelsbreed. Sommige met en andere zonder. Ieder heeft zo zijn of haar eigen hemel. De mijne bereik ik vrijwel iedere dag, ergens, soms klein, soms groots en meeslepend, maar altijd daar.

Uncategorized

Afgeroomd

Het was druilerig en de dag wilde maar niet oplichten toen ik ’s middags op de Tomtom naar Austerlitz reed. Ik zocht een supermarkt voor wat verdwaalde boodschappen en kwam bij  een lief klein exemplaar midden in het al even petieterige dorp terecht. Toch bleef het  handjevol huizen monumentaal door de prachtige bossen er omheen. Een klein stuk ervoor lag mijn bestemming van die dag. Het Beauforthuis. Hier kenmerkte zich dezelfde grootsheid in de sobere ambiance.

Het kleine kerkje met het voorhuis en het achterhuis, een verdwaalde schuur erachter. Ooit behoorde alles aan Johan Stoop, die er eerst een landbouwschool van probeerde te maken. Later werd er, met de komst van zijn schoonzoon, , een hervormde kerk aangebouwd voor de kleine gemeenschap. Zonder Napoleon was er geen Austerlitz geweest. Die had de aanzet gegeven om een monument te laten bouwen door zijn gelegerde manschappen en daar was het kleine dorp door ontstaan.

!805: Pyramide van Austerlitz

Herinnering: Uit de onuitputtelijke eend van mijn vader stroomde zijn kinderschaar. Blij en uitgelaten waren we dat we eindelijk uit de auto mochten. Ik was jong en weet niet meer precies de details. Wel de, in mijn ogen, enorme trap en dat lange zwijgende staketsel dat hoog en zwart naar de hemel wees. We wisten, eerst de trap, dan De Treek, de uitspanning met de speeltuin, daarna de bramen in het bos. Grote sappige bramen, direct te verorberen en mee te nemen om jam van te koken. Austerlitz en de Treek waren een begrip in de familie. Jaren later vierden we het zoveel jarig bruiloftsfeest van mijn opa en oma op die historische plek. Ik voelde het rijke voorname leven in elke vezel en wij mochten er een beetje van mee genieten.

004

Met de jongste dochter Anna en haar huwelijk kreeg het de naam De Beaufort en dat bleef zo. Ook toen de dochter verhuisde. Vriendin was jarig en wilde het op deze gewijde culturele plek vieren. Een wandeling met de vrijwillige boswachter Hans was de aftrap voor de liefhebber. We wandelden naar de boshut toe en kregen onderweg een uitgebreide verhandeling van de geschiedenis én, minstens zo boeiend, van de late paddenstoelen die zicht tegen de bomen aan vlijden. Een beginnende schemering kon niet verhinderen ze te bewonderen en in een kort tijdsbestek schotelde onze expert ons de porseleinzwam, die als een chinees theekopje licht en doorschijnend was, de oesterzwammen en de tondelzwam voor. De laatste heette eigenlijk tonderzwam, maar door zijn functie als fikkie stoker, de tondeldoos, had hij  in de volksmond deze geuzennaam gekregen. Halverwege toverde de begeleider een uilenpootje uit de broekzak om ons te laten zien hoe een kleine bosmuis het altijd af zou leggen tussen diens scherpe klauwen. Hij blies op een houten fluitje en door de bomen heen galmde de roep van de bosuil.

018

In de boshut, het kleine kabouterhuis met de rode luikjes, ooit het toneel voor een film. lag al het materiaal om herten van reeën te kunnen onderscheiden en werd er een boeiende uiteenzetting gegeven. Toen we de deur uitliepen was de avond als een blok gevallen en bleek het aardedonker te zijn in die luttele minuten die we binnen hadden doorgebracht.

028

Met brandend vuur en Glühwein werd de wandeling gevierd en de feestavond ingezet. Nergens anders had kerstverlichting zo’n passende entourage als hier in de bomen van het terras boven het vuur en de warme ketel. Mensen in hun dikke winterjassen, mutsen dassen en glimmende wangen van de aangename frisse temperatuur. Het feest kon beginnen, maar wij hadden haar al meer dan afgeroomd. 024

 

Uncategorized

Geen kruid tegen gewassen

Moeders pappot. Ik beken schuld. Donderdagavond had ik gele rijst, sajoer boontjes en kippedijtjes gemaakt voor zoonlief, die niet kwam. Niet een bakje gele rijst, nee drie bakjes gele rijst. Mijn hand had de maatbeker van vroeger genomen en ik had geen protest aangevoerd. Diezelfde hand overspeelde mijn gemoed, toen ze een kistje vol mooie grote mandarijnen pakte van de kleurrijke oranje berg. Hand en hoofd spannen samen. In een nostalgisch verlangen vragen ze om-variatie op een thema- de groentepotten van Egypte., de bergen spinazie van het huis in de Amandelstraat, de pannen met spaghetti van Homburg en de vriendenschaar, de rijstbergen van een huis vol kinderen. Ik ben soms niet alert genoeg en dan laat ik hand haar gang maar gaan.

015

Ik moest de boer op. Het was pompen of verzuipen. Eten weg gooien gaat me aan het hart, dus trok ik met mijn feestelijke rijst naar mijn dochter. Daar was Batman toevallig ook. Met zijn zwarte masker op stond hij stoer voor mij. Goed volk hoor, Woest liet hij me door. Maar rijst en boontjes, grrrrrrrr, dat at hij niet. Gelukkig werd het pak al ras omgeruild voor een brandweerman Sammetje, eerst nog even met het Batman masker vervaarlijk grommend, maar al ras zoetjes zonder, boven de lego. De thee doortrok een gouden pais en vree.

Terug in de auto dacht ik na over die gewoonte om nog steeds een half pak rijst in de rijstkoker te laten ruisen. Een groot nadeel van tegenwoordig is het feit dat er ook niemand meer is, die die overschotten soldaat maakt in de dagen daarna. Hier en daar wipt er dan nog wel een zoon langs, vlak voor de voetbaltraining, maar dat zet geen zoden aan de dijk. De jongste leeft op een eigen dieet om zijn six pack te bevorderen en mijn eetlust is die van muizenhapjes. Het schiet niet op. Eens zal ik het leren.

Het is handig. Bij onverwachte aanschuivers heb je altijd wat. Uit de diepvries vind ik het minder. Toch maar weer eens beter mijn best doen op de juiste hoeveelheden en hand diep in de jaszak stoppen tijdens het shoppen. Er was wel een fantastische aandoenlijke ingesproken boodschap met duizend bedankjes en een kus voor de heerlijke maaltijd. Misschien toch niet eens zo’n gek idee. Af en toe eens even een kind verblijden met een onvervalste maaltijd van moeders, breed uitgemeten.

Hoe verlang ik soms naar de gehaktballen van mijn moeder, of haar geurige kippensoep. Het grote geheim was het piezeltje foelie, dat er inging, maar hoe ik mijn soep ook ‘foeileer’…het komt niet eens in de buurt van de nostalgische smaken in mijn bovenkamer.

Dat is het. Nostalgie kruidt alles lekkerder. Daar hangt, buiten de geuren van de soep, de gemoedelijke zorgzaamheid van mijn moeder als een vleug doorheen. Naast de enorme pan op het fornuis drijft er moederlijke liefde als de grote glazen vetbel bovenop de soep, de lekkerste. Het doortrokken mergpijpje is gekruid met de fijnste warme genegenheid. Er kan geen verse 2018soep tegenop, tegen die soep uit de Amandelstraat van de jaren zestig.

Voor mijn kinderen is het anders. Kaneel, kurkuma, djahé, koenjit, ketoembar, knoflook bevolkten mijn pannen, maar zullen ze later ook zoeken naar de juiste combinatie moederliefde en kruid. Men wist het vroeger al en ook ik weet het zeker. Die oer-Nostalgie…Er is geen kruid tegen gewassen.