Uncategorized

Een overweging waard

Wat was wijsheid. Dat hoorde ik mijn vader zich met regelmaat afvragen als hij voor een dilemma stond. De opties lagen er, de keuze was aan hem. Door met zorg te wikken en te wegen werd de richting bepaald door de ratio. Dat betekende soms dat het voorspelbaar en minder spannend was, maar ook dat de loop der dingen werd vastgenageld. Zo gaat het en niet anders. Door impulsief te kiezen, bijvoorbeeld op gevoel dat opveerde bij kleur of geur, uiterlijk, vorm, aantrekkingskracht werd het een emotionele aangelegenheid en stormde je al gauw het ongewisse  in. Go with the flow.

De keuze waar ik gisteren voor stond was er niet direct een van levensbelang. Alhoewel… Voor mijn volkstuin ligt een brede strook Groot Hoefblad, doorwoekerd met kleefkruid, brandnetel en gele lis. Als ik met deze droogte gieters wil halen uit de sloot, kost me dat aanmerkelijk veel energie omdat de eerste laadplaatsen aan weerskanten voorbij die begroeide slootranden zijn. De groothoefbladmuur, eens door de oude aangelegd, oogt als een onneembare vesting.

Ooit heb ik een fotoreportage van haar vergane schoonheid gemaakt, toen droogte toe had geslagen en de grote paraplubladen bruin en breekbaar om krulden tot natuurlijke sculpturen en verhalen fluisterden van een andere wereld daar in het Dorre Woud van Wallekant. Er kwamen wezens tot leven die ik er nog nooit had gezien. Nu stonden ze sappig en groen, majestueus breed gespreid, mijn doorgang te belemmeren.

Ik koos voor een doorgang vlak voor de ingang van mijn tuin en groef mij een weg, als Holle bolle Gijs door de Rijstebrijberg vlak voor Luilekkerland. Dat moest stengel voor stengel. Natuurlijk sneed het door mijn ziel, want zo’n sentimentele dwaas ben ik als het om leven gaat, iedere keer als ik de duimdikke stengels doorsneed met het snoeimes en zo stukje bij beetje het einddoel naderde. De brandnetels, niet langer gesteund door zijn hoeders, stortten soms vol in het gezicht, tegen een been of arm en protesteerden jeukend tegen mijn verrichtingen.

Onder de tanige tafel stond een even verweerd krukje. Een van de vier, de meest aangedane, moest het ontgelden. Met het zweet tappelings over mijn rug, trapte ik het verweerde hout uiteen. Drie mooie vierkanten voor een improvisatorische aanlegsteiger. Mazzelde ik even, omdat de staat van zijn aan vervanging toe was.

IMG_9103

Zo kliefde ik me gisteren een weg naar het gemak en een langer leven. Elke wandeling meer om de twee gieters te vullen betekende immers een aanslag op het aangedane, met chemische middelen gevulde, lijf. De handelingen bleven even capriool. Op de hurken op de  vermeende steiger gaan zitten, een gieter aan de steel in het water hangen, dat laag stond vanwege de huidige aanhoudende droogte. Vol tanken, eruit vissen, naast je neer plempen en zorgen dat ie niet omvalt. De volgende gieter vullen en dat tot twintig keer toe. Tel uit je winst en de bloemen hun water.

IMG_9092

Ze keken me dankbaar aan met z’n allen en als beloning stonden ze allemaal volop in bloei, uitbundiger als voorgaande jaren, de hondsdraf, de bosaardbei, het kleefkruid en het leverkruid profiteerden volop mee. De volgende keer zal ik een aantal stengels moeten vrijwaren van de kleine versluieraars, die graag wortel en plant omwoekeren en afsnijden. Wie dan leeft, dan zorgt. Keuzes, keuzes, keuzes. toch bijna altijd op gevoel, met een zweem van realisme.

Het eindresultaat mocht er zijn. Minder uitgeput, wat zeg ik, te volbrengen zelfs, ik kan het wegstrepen tegen mijn gemiste fysiotherapie van deze week. Nog drie dagen chemie te gaan, maar dan met het gemak van een bereikbare slootkant. Als het water je door de vingers glipt is een dankbare tuin een overweging waard.

Uncategorized

De diepte van het woord en de gedachte

In een column van Maria Barnas in het nieuwe nummer van Museumtijdschrift trekt ze me de wereld van het geluid en de stilte binnen als ze de verhouding tot elkaar in ogenschouw neemt. Daarbij geeft ze de met potlood geschreven connotatie van de Stilte  van de kunstenaar Rumiko Hagiwara, die te bewonderen valt in de Galerie Juliette Jongman in Amsterdam als overpeinzing mee.

Ik word getroffen door een zin uit haar verklaring erbij over het verschil van het gebruik van het pauzeteken in de muziek.

003

Rumiko Hagiwara: ‘The word would be without depth if the background of silence was missing?’

Voor haar Westerse muziekleraar geeft het stilteteken slechts een rust aan, voor de Japanse beeldend kunstenaar Rumiko heeft stilte op zichzelf betekenis. ‘Silence can exist without speech, but speech can’t exist without Silence’. Zonder stilte geen diepte, wat een mooi voorbeeld van de samenhang der dingen.

030

Aan de drukke weg waar ik woon is het nooit stil. Het ruisen van de A2 is altijd aanwezig ook in de nacht. Ze zoemt de kamer binnen en blijft monotoon als achtergrond fungeren. Het weeft een compositie met het ruisen in mijn oren, dat ook nooit meer stoppen zal. Altijd geluid went, maar de wens naar de stilte wordt daardoor groter. Hoe minder omringende geluiden hoe meer aanwezig het binnengeluid. Alsof het lijf protesteert op die momenten, omdat het al te lang niet opgemerkt is geweest. Ze is de strijd aangegaan.

Het begon met ongemak in de ogen, daarna de oren, dan de longen en het hart. ‘Het is oké lijf, je bent er en ik vang het in een net van oorverdovende stilte en vertaal het naar bestaan’. Nooit meer stilte, hoe valt dan de betekenis van het woord te herleiden. Ik her-eik de definitie voor mezelf anders is het ondraaglijk, wat Kundera bedoelde met The Unbearable Lightness of Being, die ook alleen maar kon bestaan in tegenstelling tot de zwaarte. Mijn stilte bestaat door de aanwezigheid van het eeuwige geluid. Dat is geen tegenstelling meer, maar een afstrepen van decibellen, die er voor zorgen dat miniem geluid stilte is in mijn oren.

026

Lastig maar te vergelijken als met de stiltetekens in de muziek. Daar verstomt het geluid, vangt de stilte, ook al is het de stilte van mijn oren, het is een herkenbare pauze. Even geen viool, geen sopraan, geen paukenslag, maar rust. Zoals de nacht rust brengt. Ze overvalt dan evenzeer, als de laatste auto’s wegvallen en de ruisende stilte zich verweeft.

In Nederland kent men de stilte niet. Er is een stiltebankje op een van de vier stilste plekken van Nederland in het natuurgebied, ergens op de grens van de Utrechtse heuvelrug. Er is een koperen plaatje opgeschroefd met een tekst van de dichter Henriëtte Roland Holst:’ De stilte der natuur heeft veel geluiden’. Door de jaren heen wordt de natuur overwoekerd door verkeersgeluiden, decibellen die als kleefkruid tegen de stilte aanhangen. Afhankelijk van de wind versterken ze of zwakken ze af, soms, een  seconde, is er misschien niets, totale stilte.

005.JPG

Toen ik een opname maakte van de vogelgeluiden langs de lek, had mijn mobiel alleen de raspende ademhaling opgepikt. Ergens in de verte waren nog wat trillers te horen. Zelfs natuurgeluid laat zich niet zomaar vangen, laat staan de stilte.

Een mooi uitgangspunt voor de vakantie, zoek en vind en ervaar de stilte en daarmee de diepte van het woord en de gedachte.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Hoe bijzonder was het. Voor een echo naar het Antonius. ‘Tja, ik kan er toch echt niet meer van maken dan twee’verzuchtte de gynaecoloog.  Huh…Twee. Dat wisten we niet. 26 weken in de veronderstelling een derde telg op de wereld te zetten en het waren er ineens twee. Wanneer was dat gebeurd.

Terug op de fiets, lacherig, moorkoppen gehaald, grote stevige moorkoppen gevuld met slagroom voor ons en de meiden. Waar had die ene van die twee zich al die tijd verstopt. Achter grote broer gekropen. Nee. Toen dachten we nog alleen in meisjes.

Dat betekende dat we als een haas een kamer voor twee moesten maken. Nou ja, we hadden nog wel wat tijd. De zolder voor de dametjes en hun oude kamer voor de twee. Er werd wat afgetimmerd in huize van der Valk.

Trots en bijzonder, dat was het bijbehorende gevoel. Mijn moeder had een tweeling en in de familie van der Valk kwam het ook voor. Maar uitgerekend van alle kinderen bij ons, een tweeling, twee monden te voeden, twee kleertjes van alles, het huis een grote babywereld, dubbele wagen, dubbele wiegjes, dubbele babykraampakketten, dubbele blije doos, dubbele bezoeken van mensen die we niet goed kenden, dubbele euforie. De roes, de drukte, de grote heerlijke babybubbel op dat moment.

Ze hielden elkaar bezig en hadden geduld. Was de een met voeden aan de beurt, dan wachtte de ander. Huishouden werd samenwerken op hoog niveau. Wat de een niet aan kon, nam de ander over. Het huishouden met vier zieltjes te hoeden, monden te voeden en het kwam allemaal op de pootjes terecht. Mooie zelfstandige invoelende kinderen in verbondenheid met elkaar. Mijn liefje, wat wilde ik nog meer!

mar en niek

Mijn moeder had er al negen en toen kwamen tien en elf. Hoe was dat. Het maakte niet uit een of twee maakt verschil, maar daarna voedt het elkaar en zichzelf op. Ook dat was wel bijzonder. Twee dikke bolletjes in de dubbele ouderwetse wagen, twee minikruipers over de straat, twee hangjongeren bij de kerk op het hek. Geen van beiden leken ze op elkaar. Een tweelingbroer en zus hoe speciaal was dat. Er werd goede sier mee gemaakt, want elke oudere uit de straat, die langs kwam lopen, stopte om een aai over de bolletjes te geven. Als het meezat kreeg je wat centen in de hand geduwd, ga maar iets lekkers voor ze kopen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.

Er was geen babykamer. Er was een jongens en een meisjes kamer. Bij de jongens drie stapelbedden en een opklapbed, bij de meiden twee stapelbedden. Het ouderlijk bed klem tussen vier muren. Waar sliepen de baby’s? Misschien waren de oudste jongens het huis al uit. We schrijven 1958. De herinneringen zijn even sepia en in grijstinten als de foto’s van weleer. Ze vlechten zich door Okkie Trooy en dappere Dodo heen en het klokje van zeven uur las voor.

Elke avond de eend op de pot voor de vier. Ze konden er geen genoeg van krijgen. ‘Marijke was gek op handen en katten, Marijke was gek op haar klein marmot, maar mijn lievelingsdier, zegt Marijke, staat hier en dat is de eend op de pot’ Nannie Kuipers schreef een onuitwisbaar boek. Na 32 jaar ken ik het nog uit het hoofd. Elke avond voorlezen, daarna zingen en dan lekker slapen terwijl moeders de was ophangt in het trappegat.

Het is voorbij gevlogen. Ze zijn jarig. De vlag gaat uit, denkbeeldig, evenals de taart, de slingers en de toeters en bellen. Ik was er weer even. Bij dat glorieuze moment. De geboorte van de twee, de beertjes voor de gynaecoloog en de gedichten van Vasalis. Het blijft een wonder tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Een nieuw verlangen

Mijn voorlaatste Magnum stamt nog uit het tijdperk dat er drie smaken in waren en de reclames niet zo verleidelijk roos-en goudkleurig. Het was een uit de kluiten gewassen ijs en smaakte naar het laatste puntje van de Cornetto, maar dat was uitsluitend te danken aan de dikte van de chocola. De Cornetto was onovertroffen door de combi van chocola en wafel. In de punt is geen ijs meer te bekennen.

052.jpg

IJs is ons met de paplepel ingegeven. Hoogie reed tingelend door de straat met zijn wagen. Dat alleen al was een bijzonderheid, want er stond geen paard voor en het was ook geen handkar, zoals bij de leveranciers van groenten en melk, haring en brood. Die waren  veel mooier. Althans de houten karren van de visboer en de bakker. Glimmend hout met mooie krulletters. De melkboer die Jo heette, had een kar waar je melk mocht tappen, ook een uitdaging, want er mocht geen druppel gemorst. Met bevende knuisten hielden we de kan vast en draaiden de hendel van links naar rechts. Een keer was een kwart liter. Schuimend liep de romige melk erin. Natuurlijk was het lekker!

Hoogie kwam toen een duppie geen godsvermogen meer was, dus ik denk aan het eind van de jaren vijftig. Met een gezin van elf kinderen was je minimaal f 1.30 kwijt aan ijs voor iedereen. Mijn moeder was er gek op en wij ook. De allereerste keer kan ik met de beste wil van de wereld niet meer voor me halen. Hemelse vreugde of alleen de kou, wie zal het zeggen. Maar al gauw won de smaak. Romig ijs van Hoogie was lekker, een klein koekbekertje, een bolletje en dat voor een duppie.

Zijn winkel was over de Rooie brug in de Hoogstraat. De naam sneed hout. Later, toen de broers geld gingen verdienen, was er ook weleens eens ijs met slagroom tussen de wafels. Dan aanbaden we alle engelen tegelijk om dat grote genot. De heerlijkheid zelf was nedergedaald.

Het lekkerste waterijs kwam trouwens uit een straatje achter het Noorderbad. Daar verkochten mensen bij regen uit de voorkamer van hun huis, bij zon voor het raam buiten, uit een grote vrieskist, hun ranja-ijs. Plastic bekertjes gevuld met ranja, stokje erin gestoken en omgekieperd. De lekkerste, zo koud en heerlijk zoet, we zogen de lippen ranjarood tot het ijs wit was. Ze waren de enige die in mijn beleving de functie van het waterijs goed hadden begrepen. Vreugde om de handeling op zich! Nergens vond je zulk echt waterijs.

053-e1531291348473.jpg

Al een paar dagen had ik sinds kort trek in een magnum. Die met de pure chocolade, waar ze breekt met de kracht van een ijsschots , als er in gebeten wordt. Tenminste in de bioscoop, waar deze reclame vaak langs komt. Het mocht ook het puntje van de Cornetto zijn. Geen idee, want met zoekgeraakte smaakpapillen proef je het ijs niet. Kwam het door de antibiotica en gisteren versterkt door de prednizooi of speelden mijn hormonen op, na een week hernieuwd oma te zijn geworden.  Zoonlief bracht een pak mini’s mee. Gevaarlijk. Ik at er drie, het kraakte zoals de ijsschotsen op antarctica als ik alle sluizen der verbeelding open gooide. en smaakte nergens naar, zoals te verwachten was. Ik ga ervoor. Wie weet wat ik nog meer ontdek. Een mooiere voorstelling is er niet te maken. Ooit maakte Hoogie het verlangen wakker en weer word ik verleid, zuiver door de verbeelding, Een nieuw verlangen.

 

Uncategorized

Weef

Ze kijkt me met haar grijs/blauwe ogen stralend aan. De saturatie was goed, de longen nog niet helemaal waar ze zijn moeten. Dat wordt een kuurtje prednizooi voelen mijn klompen haarscherp aan. Halvering maagtabletgrammen en de gevreesde stootkuur van zeven dagen. Ze zou op een terras moeten zitten met zo’n prachtig dun gebreid pastel vestje om de tengere schouders en een stel goedgevormde benen in een korte broek. Maar ze zit achter het bureau en de slanke vingers razen pijlsnel over de toetsen, raken ze nauwelijks.

 George Hendrik Breitner in Amsterdam

Maak ik er een schilderij à la Breitner van of een John Singer Sargent met als titel ‘Zomers pastel aan het strand’. Haar optimisme klinkt door de ellende heen. Ach ja, waarom niet. Meerwaarde is de warme aandacht die onbevangen achter die mooie kijkers leeft en die ze deelt met mij. Boodschap ontvangen en aanvaard en dank voor de consideratie. Het kan geen toeval zijn dat de maand is begonnen met een onderschrijving van echte attentie voor elkaar met de correspondentie van 25 vrouwen en met een blog van vandaag door Rupsje Nooitgenoeg van het tekstburau van drs. Pee, die draait om aandacht.

Wie verzuchtte ook alweer theatraal met een handpalm tegen het voorhoofd, de hand geopend naar buiten: ‘Aandacht, geef mij aandacht”. Het had Adèle Bloemendaal kunnen zijn in een van haar theaterstukken.

0072-e1530337064418.jpgbegrenzen

Vandaag liep ik Moeder M met twee van mijn schatten tegen het lijf. Warme omhelzingen, tot drie keer toe. Zo gemist te worden, plat geknuffeld streelt het ego en het had na de boodschap van de ochtend daar meer dan anders behoefte aan. Vanwaar die hartelijkheid. Omdat het zo anders is geworden, na het vertrek, vonden ze. Hoe de school is opgedeeld in strepen. ‘No going area’s’ die vroeger vrij toegankelijk waren. Op het plein moeten wachten, je letterlijk buitengesloten voelen. Dat was hun boodschap en de opmerking over aandacht van Rupsje viel door dit  belangrijke issue op haar plek. Door een denkbeeldig rood/wit lint te spannen geef je een indruk mee. Interfereren mag tot op zekere hoogte, maar het voelde voor hen niet meer als samen. Het draaide niet langer om gezien worden. Er werd, naar hun beleving, afstand geschapen. Duidelijke structuur kan, zonder iemand erin mee te nemen, spontane aandacht omzetten in distantie.

Het geheel hadden ze aan mijn vertrek gekoppeld. Maar daar lag het niet aan. De veranderingen zouden zich ingezet hebben en blijven voortgaan, ook als ik gebleven was. Het zorgde voor mijn besluit om nog een jaar te freewheelen op andere scholen. Ik had de overgang, het afgesloten zijn, nooit eigen kunnen maken. Het geheel is de som der delen en elk deel was me even lief. Hoe kon ik anders.

147

Het maakt iedere overgang moeilijk. de vraag is of je oude schepen moet verbranden. Is er de mogelijkheid ze in te weven tot een nieuw tapijt. Ze verdienen de credits. Een nieuw systeem is als een nieuw kleed dat gemaakt wordt. Er vallen gaten in het stramien, er ontstaan knopen in het samengaan van de weefdraden. Voor een probleem is een oplossing, als de verwevenheid maar blijft. Die sterke ondergrond geeft elke nieuwe visie een bodem, zelfs als regels zouden veranderen. Aandacht voor elkaar in rollercoastertijden, aandacht voor de situatie en aandacht voor het proces. Pak elkaars handen en weef.

 

Uncategorized

Los van banden

Het was even zoeken, maar ik vond het wel. NPO1, geen idee wat het was, nooit opgezocht.  In een oogwenk glimpt het kanaalnummer op en dat registreer ik met zorgvuldigheid. De Engelsen zeggen het zo mooi: Throwback in time. Met een grote zwaai stond ik met beide benen in de jaren tachtig. Het riedeltje aan intro, vertrouwd en een beetje vergeten, de vredige wegen in een Engels dorp met de voortuinen en de bloemen, een enkele oude auto die voorbij kwam en het wiebelende hoofd van Mrs. Marple. Niet die barse grote, maar de breekbare met het porseleinen hoofd en dat eeuwige hoedje op.

030Joan Hickson als Miss Marple

Programma’s en boeken van vroeger, op de nominatie om herhaald te worden, omdat ergens in het achterhoofd de hunkering bestaat naar een langzaam leven. Ik heb een lieve jonge vriendin die haar blog zo heeft genoemd. Langzaam leven. Ze kan niet sneller omdat ze een luchtwegaandoening heeft. Misschien klopt het wel en is dat wat er voor zorgt dat het trager gaat. Aangedane longen geven de garantie op een langzame voortgang. Dat ondervind ik dagelijks aan den lijve.

016

De hang naar die traagheid van het bestaan zoek ik achter mij in de jaren die voorbij gegleden zijn. Het schrijven van brieven, de oproep op facebook, kwam op het juiste moment. Schrijven is letterlijk stilstaan. Je gaat zitten, trekt een nieuw vel papier te voorschijn. De zwarte fineliner in de aanslag, de woorden die zich ontspinnen die de weg slaan naar het verhaal, iets om te vertellen, te delen en om bij stil te staan, erop te blijven hangen. Traag als dikke stroop glijden de letters op het witte vel.

Ontjachten. Is dat een woord. Ik ben aan het ontjachten. Daar gaat tijd overheen. Het duurt nu al een half jaar. Waar ik in aanvang teveel hooi op de vork nam,  om snel verloren tijd te kunnen inhalen, daalt nu de rust neer. De dag begint met trage pas, de gieter voor de planten, de koffie, de kwark en de batterij pillen. Daarna het schrijven. Nee, de blog gewoon met een toetsenbord onder de handen. Daar vallen woorden samen, zoeken dichterlijke spinsels een weg, terwijl de boom voor het raam de nostalgische filosoof in mij zoekt, samen met de merel en de duif. Soms verstoord door de metalen geluiden van een vrachtwagentje dat aan het lossen is, beneden mij en de langs zoevende auto’s.

327

Ik zocht naar compensatie voor wat ik verlies achtte. Niets is minder waar. Het is geen leemte, maar pure winst als je ontdekt dat de traagheid meerwaarde heeft. Het heilige moeten ontrafelt tot nul. ‘Niets moet en alles mag’, zongen we elkaar toe als regel bij een van de onbegrensde spelletjes. Zo voelt het. Bevrijdt tot in elke vezel. Ondanks de, of misschien wel juist dankzij de, lichamelijke klachten. Als de vanzelfsprekendheid op de loop gaat, worden de haalbare activiteiten des te waardevoller.

Omgaan met iets dat er nooit was, de vanzelfsprekendheid heeft zevenmijlslaarzen aan getrokken. Spierziekten, kanker, longaandoeningen, hartfalen zorgen voor vrije worstelaars in de ruimte. Ze zoeken hun eigen wegen en er is er geen hetzelfde.

Mijn voorland rijdt voorbij. Een mevrouw met een scootmobiel. Ze kijkt monter om zich heen, slangetjes in haar neus, de haren wapperen door de wind, de vaart zit er aardig in. Dat wil ik. De vaart erin. Voorlopig ben ik mijlen veraf van die toekomst, dat tevens de wil tot vertragen verklaard. Op alle fronten ga ik het aan, maar altijd met wapperende haren in de wind. De vrije geest, los van alle banden.

 

Uncategorized

Al zou ik er bijna in gaan geloven

Terwijl het leven buiten door raast, vertraagt het binnen mateloos. Lijzig kruipen de seconden het uurwerk uit en spreiden zich als een ‘Never ending story’ om me heen, als in een werk van Dali. De muren komen angstaanjagend dichterbij. Het balkon en de kamer heb ik al honderd keer uitgetekend. Ik moet even iemand zien. Dan maar met de de Kleine Blauwe Prins naar de kringloop aan de Nedereindse weg. Even door de rekken heen en laven met de oren open naar verhalen van anderen, mensen zien, huis-tuin-en keuken avonturen meebeleven, de wereld door de bril van toevallige passanten. Alles is beter dan de stilte van het huis

.009Dali: De volharding, detail.

De vingers wandelen over de hangers, blijven hier en daar rusten als de ogen vorsend een kledingstuk willen bekijken. De tassen trekken aandacht. Een ervan wil ik wel. In ieder geval iets. De prullaria schiet aan mijn oog voorbij. Kopjes, schalen, theepotten, glazen. Aardewerk, glas, koper, zelfs tin. Wit, bruin, Annagroen, lavendel je kan het zo gek niet verzinnen, alles is netjes gesorteerd op kleur, hoekje rood, hoekje groen, hoekje geel, hoekje blauw. Leve het luxe overschot. Er staat een staande schildersezel, zal ik, wel nee, niet nodig, een ander misschien wel. Achter me drenst een Somalisch meisje. Ze pakt het glazen deksel van een dito schaal en wordt toegesproken door een zus, een nicht, de moeder loopt verderop. Met een zwaai belandt de kleine in de kinderwagen, krijsend. Ze wordt vastgesnoerd en ergens wordt er een zak cornuco opgeduikeld, die ze tussen de twee vuisten geklemd krijgt. Stilte daalt neder, alleen het gekraak van de zak en het vermalen  van de kleine gele wormpjes valt te beluisteren. Moeder en zus zoeken verder. De wandelwagen met kind blijft verloren in de ruimte staan.

Tussen het antiek iets verderop, waar nostalgie als een deken ligt uitgespreid tussen de kabinetten en de singer naaimachines ligt een schaal met oude ansichtkaarten. Het wekt nieuwsgierigheid en kriebelt de voyeur los. Als ik de beeltenissen omdraai zie ik de geadresseerde. Aan Dien Roelands, aan oma, aan D. Roelands. Als afzender staat er bij sommige ‘Van Chiel’, dat is grappig, zo schrijf ik de naam van mijn oudste zoon ook.  Ik dwaal verder, langs het speelgoed, de kettingen en oorbellen. Met de tas als buit reken ik af, vier hele euro’s armer en een uurtje vertier rijker. Na de boodschappen verdwijn ik weer naar mijn vesting. In de brievenbus ligt een brief met een vreemd handschrift. Weer een van de zomerbrievenschrijvers. Leuk. Met de nieuwe opleving in de hand start ik eerst de te nemen uitdaging, vier trappen hoog. Het overtuigd me, dat ik er nog niet ben, al wil ik het denken.

Op de bank met een karnemelk als lafenis open ik de envelop. Daar rolt een brief uit van zes kantjes op lijntjespapier en een samengevouwen frommeltje. Bij het openmaken blijkt het een ansichtkaart te zijn van IJsland-pony’s. Ik draai hem om. ‘Aan de heer en mevrouw J. Roelands en de kinderen.’ Hier valt elk gevoel van realiteit in duigen en stapelen de raadsels zich op. De briefschrijver heeft met dezelfde kaarten, uit de schaal in de kringloop, in haar handen gestaan. In mijn kringloop, vlakbij, ze komt uit de buurt. De Sherlock Holmes in mij zoekt naarstig naar het adres. Het blijkt in IJsselstein te zijn. Hoe toevallig dat de schaal met kaarten mijn aandacht trok en ik de achterkant ervan bekeken heb. Het verhaal in de brief is geïnspireerd op de kaart van de Fitjamijri Hoeve in Epe.

Ik rijd terug naar de kringloop, duikel de zwart-witten uit de schaal omhoog en vertrek weer met de buit. Daarmee start de speurtocht, die mijn eenzame zieke zelf uit de diepte omhoog trekt. Op internet kom ik iemand tegen, die onderzoek heeft gedaan naar de familie Faber en die vertelt dat ze naar Canada zijn geëmigreerd. Dat had mijn briefschrijfster ook al ontdekt uit de andere kaarten. Er blijkt daar een florerende Fitjamijri Farm te bestaan. Ik duik in de verhalen. Voor ik het weet ligt de dag achter me.

De wereld is klein en toeval bestaat niet, al zou ik er bijna in gaan geloven.

 

Uncategorized

Voor elkaar

Het is prachtig om te zien hoe een gedachtewisseling kan uitmonden in actie. Een paar dagen geleden nog had ik het over de nostalgie van het brieven schrijven. Dat was naar aanleiding van een verzoek van mijn lieve vriendin Emmy Reichgelt, die op FB een oproep deed aan mensen die zin hadden om deze zomer wat brieven te schrijven en te ontvangen. Al gauw had ze de club van 25 bij elkaar. Gisteren was er de ontdekking, waarom mensen zijn gestopt met schrijven. Het kost tijd. Tijd, die er in deze vluchtige wereld nauwelijks meer is. Ze is gevuld met nutteloze bezigheden als het checken van belangrijkheid. Word ik gezien, gehoord, gelezen. Elk resultaat hangt in de tabellen. Een leven in ranking, vinken op het vinkentouw, gemuts. Tijd kan je maken.

buren.jpgMussen op het vinkentouw

Na mijn brief aan de eerste van mijn groep, het broddellapje, vier kantjes vol geschreven, meen ik me te herinneren, volgde gisteren de tweede schrijfsessie. Er was iets kostbaars gebeurd. Als kleinoden druppelden drie kaarten binnen van mensen die niet tot het desbetreffende schrijversclub hoorden. Het waren wildschrijvers van FB en twitter, die via de blog mijn liefde en de nostalgie voor de brieven hadden herkend en de nood hadden gelenigd door liefdevolle aandacht op te sturen in de vorm van een mooie en zorgvuldig gekozen kaart met een kleine boodschap erin. Ik was verguld.  Het voelde zo warm aan.

Gisteren installeerde ik me om ’n uur of een achter de keukentafel. De lijm, aquarelverf, penselen, het water, wat oude tijdschriften, schaar en stiften stonden in de aanslag. Drie uur later dook ik weer op uit de onderdompeling in creativiteit. Van een afstandje lachten de tekeningen me tegemoet. Prachtig eigenhands briefpapier en met elke volgende brief werd het uitbundiger. De drang tot scheppen was los. De oude tijdschriften bleven heel. Tekenen wilde ik en schetsen met woorden. Geen enkel moment zat ik verlegen om een verhaal. Het vertelde zich vanzelf. Het was heerlijk om te doen. Toen ik dan ook uiteindelijk drie dikke enveloppen door de grote rode bus liet glijden kon niet alleen de drang tot versturen zich daar aan laven, maar ook het idee dat er een daad was verricht. Het gaf een goed gevoel mensen, een klop op mijn eigen schouder, een compliment aan mezelf. Ik was voldaan.

005

In deze hectische maatschappij stond daar iemand met beide benen op de grond volmaakt gelukkig te zijn om een eenvoudige, doeltreffende handeling. Bewust aandacht schenken aan een ander in een persoonlijke noot. Misschien is mijn aan huis gekluisterde week debet aan de euforie en vinden jullie het niet bijzonder, maar hoe intens overviel me die gedachte.

Voldaan, vervuld van, vol zijn, tevreden. ‘Geen wensen meer hebben’, lees ik op een van de vele sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte van schrijven en verrassen gehoor te geven. Dat is de boodschap die ik ontvang van de ouderwetse rode bus. Verbeeld ik het me, of staat ze daar te bellefleuren na ontvangst van de enveloppen en schittert ze in de glorie omdat haar oude waarden opnieuw worden geschat.

Het geeft alleen maar winnaars, zoveel is duidelijk. Als ik terugwandel naar huis, over de dorre grasrand langs de zoevende auto’s en de deur in het slot steek van de flat, kan ik het niet laten de brievenbus te checken. (waar ken ik dat toch van, even checken).

ER LIGT EEN ENVELOP IN.

0061.jpg

Warm en  handgeschreven is er een prachtige kaart, die geurt naar Irissen en Monet van een lieve FB-vriend. Dát is het nuttige met het aangename verenigen. Ik kan weer aan het werk, ter meerdere eer en glorie van ons allen. Aandacht, warme aandacht voor elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voldaan, ld van, vol zijn, tevreden. Geen wensen meer hebben, lees ik op een van de vle sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte ban schrijven en verrassen gehoor te geven

 

Uncategorized

En dan…

Nu kan ik eindelijk vertellen, waarom het zo spijtig was dat de bacterie mij uitgerekend maandag had geveld. Het begon al op zondag, tijdens de escapades naar de tuin in de vroege ochtend en twintig gieters uit de sloot, met daarna het bezoek aan de tentoonstelling: Jan Taminiau: Reflections. Ergens in het hoofd hadden ze me al te pakken. Ik merkte het aan het feit, dat ik geen zin had om in verbinding te gaan met de mensen om me heen. ‘Laat me maar even betijen’, adviseerde mijn moeder vroeger, als ze ergens van bij moest komen. Precies. Betijen, het enige juiste woord.

077

Maandag trok mijn dochter naar het Antonius voor een Sectio Caesariae om haar derde zoon geboren te laten worden. De twee oudsten zijn in Parijs geboren. Nu bleek ze verder weg dan die vijf uur scheurijzer in de kleine blauwe Prins, die er voor zorgden dat ik op tijd in de recovery kon zijn. Niets van dat alles. Het Antonius, op een steenworp afstand, bleek mijl op zeven, een brug te ver. In mijn hoofd beviel ik die ochtend van mijn eigen vijf in heldere beelden en schrijnde het verleden.

naomi in frankrijk

Het moment dat je je dochter in de armen kan sluiten na het geven van leven is een van die meest intense belevingen. Ze gaat over alle grenzen heen. In één omarming overbrug je de tijd van je eigen geboorte tot de eeuwigheid en terug. Alles wat ooit geschreven is wordt bewaarheid, Bijbelse teksten dansen er door heen. Vlees van jouw vlees, het doorgeven van het leven, in de naam van de vader, in ons geval een belangwekkende betekenis, hoedster, voedster. Ons kent ons. Liefdevol sluit je in, wat betekenis geeft aan het leven op dat tijdstip. Hereniging, vereniging, bezegeling van het bestaan.

Ik had mijn eerste bevalling achter de rug van haar, mijn oudste. We schrijven 1980. Het Antonius lag nog aan de Jan van Scorelstraat. De laatste twee maanden van de zwangerschap had ik in een herenhuis aan de Biltstraat het welbevinden van mijn uitdijende buik laten checken door een oude gynaecoloog met kolenschoppen van handen en een norse blik. Hij had niets met betrokkenheid en begrip te maken, verre van dat. Ik wist niet anders of oude artsen konden zo zijn. De baby lag in stuit, daarom moest ik er heen. Eerst had ik een vrolijke zachte ronde dame bij het Wilhelminapark. Niets aan te doen. Ik was onervaren en de nurks een expert.

naomi en andre

Dat een eerste bevalling kon uitmonden in een volkomen stuit, ingeleid door een weeënstorm, met een gynaecoloog die net naar huis was gegaan en een onervaren verpleegkundige was tot daar aan toe. Het ging allemaal zo snel. Daarna bibberden zich alle spieren  een nacht lang in de oerstand. Het stopte niet meer. Alles wat ik had aan willekeurige en onwillekeurige musculatuur deed mee. Het gezicht van mijn moeder om de deur van de slapeloze nacht, de volgende ochtend, lichtte op met een stralenkrans. Mijn verlosser. Samen huilden we de baby binnen.

Drie keer heb ik voor een ontlading mogen zorgen bij mijn eigen lieve dochters, maar nu bereiden de longen een nog groter verlangen voor. Nog even wachten tot ik weer boven de waterspiegel ben en dan…

Uncategorized

Nachtwende

Een van de boeken naast mijn bed heb ik vorig jaar gekregen bij het afscheid van mijn oudste kleuters op de Overkant. Het is de ‘Botanische revolutie’ met als subtitel: ‘De plantenleer van Charles Darwin’ en het is geschreven door Norbert Peeters. Iedere dag een verhaal uit dit boek blijft smullen, herhalen en smullen, herhalen en smullen. Er is geen moment van verveling bij of een gevoel van: Nou weet ik het wel. Zet het werk van Norbert Peeters naast het prachtige werk van Jolanda Schouten en zie hoe de wereld van plantenkennis en haar schoonheid in elkaar schuift.

134.jpg  jolanda schoutenJolanda Schouten

Mijn eerste tuin op de Westbroekse Binnenweg was van een oude tuinman, die met zorg zijn planten, bomen en struiken op kleur had gerangschikt. Een toef vruchtbomen die elkaar versterkten in de lente, een jonge rode Acer, die correspondeerde met de lichtere felrode ranke lelies in haar zichtlijn of de prachtige gloomy sfeer, die de Hosta’s opriepen afgewisseld met de bonte rij Hortensia’s voor het raam van mijn kleine huis. Aan de schaduwkant groeiden en bloeiden zijn wilde geraniums in alle maten en soorten en wisselden elkaar beleefd af in bloemenpracht.

Op de tuin daar kon je tot laat in de avond genieten van de rust en de stilte van het land.  Eerst waren er alleen de koeien die loom het gras uit de grond trokken met hun lange tong en me regelmatig kwamen begroeten met hun trage koeienblik over de sloot heen. Vanuit het weiland kwam de avond aan, daalde neer over het struweel en dompelde geleidelijk de tuin in diepe rust. Darwin en zijn zoon hadden voor de plantenslaap een prachtige naam verzonnen. Ze noemden het nyctitropie en later werd dit Nyctinastie. Het is afgeleid uit het Grieks van Nux en Tropein, nacht en wenden.  Onmiddellijk na het lezen van dit verschijnsel in de Botanische revolutie veroverde een woord haar plek in mijn brein. ‘Nachtwende’ noem ik vanaf nu de sluimerstand der planten.

img_8874.jpgBloeiende bermen

In Frankrijk maakte ik voor het eerst kennis met een verschil van dag en nacht in groei en bloei. Daar werd ik door de Oude opmerkzaam gemaakt op de Morgenster. In mijn vroege ochtendwandelingen als ik de berg opging langs de kleine landweggetjes met uitbundig bloeiende bermen, was er een stralende bloem die om het hardst om de aandacht streed en won met haar fiere, felgele krachtige uitstraling. De Morgenster ofwel ‘De tragopogon pratensis’.

135.jpgIllustratie uit de Botanische revolutie

Darwin en zijn zoon kwelden hun planten met insomnia, door ze uit de kas in de tuin te plaatsen, ze te prikken met spelden, stokjes en ze bewerken ze met kurk. Daardoor komen ze tot de ontdekking dat slapeloosheid bij planten tot dodelijke gevolgen kon leiden, maar er zaten haken en ogen aan hun bewering. Ze twijfelden op het laatst aan het idee of warmteverlies wel het uiteindelijke doel was van de slaapbeweging, zoals ze aanvankelijk dachten. De dagelijkse lichtwisseling lag meer voor de hand. Linnaeus zocht het in het ritme van de openings-en sluitingstijden van bloemen. Hij piekerde over een bloemenklok, de Horologium Florae

Hij heeft hem nooit aangelegd. Als hij het wel had gedaan was de dag begonnen met mijn Morgenster, die om vijf uur haar bloembladeren opengooit om de ochtendzon op volle sterkte te ontvangen. De ‘Morning glory’ de akkerwinde is de volgende om zes uur, de Japanse rimpelroos om zeven uur, de goudsbloem om acht uur enzovoort. Nooit op gelet. Alleen die ene werd me bijgebracht. Waar zou ik zijn en mijn kennis over Botanica zonder dit heerlijke boek vol wetenswaardigheden en onthullende geheimen.

133

Die Morgenster, de zonnebloem, alle bloemen die hun hart richten naar het licht, roepen gedichten op, zoals bij ene Otto Vaenius, die het volgende optekende in zijn Amorum emblata :

Altijd na mijn sonne/Der sonnen blom altijdt draeyt na der sonnen ganghen:/ Soo doet een minnaer oock, die na zijn lief hem wendt,/Daer hy  sijn hert en gheest, en sijn ghesicht na sendt/ Om haer altijdt te sien is meest al zijn verlanghen.

Het verlangen groeit iedere keer in balans naar het licht, het lief, de zon en de voorkeur voor een ochtendwandeling in het uur voor uur ontwaken na een verkwikkende nachtwende

Uncategorized

Erbarme dich

Bij het voetbal maken de regels het spel, zou je denken. Ik kijk al voetbal sinds mijn eigen lieve godenzonen met de bal aan de voeten over grassprieten dribbelden, die bijna kniehoog leken. Hier hoor ik Herman van Veen weer roepen: ‘Het gras groeit harder dan…’Ja, dan wat ook al weer, dat de bal rollen kan. De boodschap was helder.

Jarenlang stonden we als echtpaar samen aan de lijn tot hun grootste voorbeeld aller tijden, de terriër van het middenveld, ineens er tussen uit viel. Vanaf dat moment ging ik alleen. Uit en thuis. Ik heb alle amateurvelden in Nederland wel gezien. En ze klommen. Tweede klasse, eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Maar toppers waren ze al toen ze met de kleine voetjes over het hoog ogende gras dribbelden, mijn toppers, moeders toppers, onvoorwaardelijk en altijd in welke klasse dan ook.

Gisteren zag ik een wedstrijd waarbij moeders van waar dan ook met glimmende ogen hebben zitten kijken naar hun toppers. De ogen nat van tranen van trots of niet? Wat ik gisteren zag bij Colombia tegen Engeland had het voetbalniveau van een slechte amateurwedstrijd met af en toe een oprisping. De hele eerste helft voetbalde het team met de voeten, de ellebogen, de handen, de schouders, de heupen. Er werden rake en nare elleboogstoten uitgedeeld, er werd ostentatief op enkels(nee, niet alleen hakken) getrapt, die door de kracht wonderlijk ombogen en in een rare hoek kwamen te liggen. Bij ieder duel lag er één partij na afloop op de grond.

Ik had ineens zin om de Mattheuspassion op te zetten, ‘Erbarme dich’, mein Gott’ vrij door de ether te laten stromen als bevestiging van mijn eigen ongeloof. De tragedie van het voetbal, het diepste dal, van hieruit naar een nieuw besef. Daar hoopte ik op. Wat ik had gezien had niets meer met voetbal te maken en dat op dit niveau, waar onze volgende generatie godenzonen naar zouden kijken en een voorbeeld aan moesten nemen. Dit team vecht niet om de eer of het spel. Ze maken het spel kapot en daarmee hun geloofwaardigheid. Ze worden opgezweept door een duivelse oude man, die verbitterd en handen wringend langs de lijn loopt te tijgeren en de jongens opzweept tot ongekende hoogte in hoe diep je kan gaan. Zo voelde het in de stijgende verontwaardiging die over me heen spoelde bij het zien van al die schermutselingen.

Toen na een voetballende tweede helft de verlenging kwam, dacht ik alleen maar aan het einde van deze lijdensweg voor beide partijen. Met de penaltyreeks betrapte ik mezelf op het kruisen van de vingers. Engeland won de serie en er viel een last van mijn schouders. Nooit had dat dramatische, vrij worstelende Colombia nog verder mogen komen in een WK.

scannen0604 De jongens vooraan in zwart wit.

Ik ben geen voetbalvrouw, ik ben boven alles altijd de moeder geweest. Anders was ik ook een balletvrouw geworden. De kinderen genoten van hun hobby. Ik heb het geprobeerd. De bal van de voet te halen en er volksdanslaarzen voor in de plaats te schenken. Er hielp geen lieve vader of moedertje aan. De jongens zijn met de bal geboren, de balletschoenen hadden we in kunnen ruilen voor welke dansschoen dan ook. Flamengo, caractères, Opanken, het had niet uitgemaakt. Als ze maar mochten dansen, wegdansen op de muziek, zoals ik zelf ooit mocht. De schoenen voor de jongens hadden noppen. En noppen brachten plezier , het was genieten, een spelletje. Dat is het voor hen gebleven. Gisteren moeten er moeders geweest zijn, die een bittere nasmaak hadden, niet door het verliezen, maar door de daadkracht waarmee hun zonen de onmacht neersabelden, met maar een doel voor ogen. Winnen, ten koste van eigen eer en vaderland. ‘Erbarme dich’

 

Uncategorized

Tot het hoofd weer lichter wordt

Als ik naar mijn handen kijk op het witte dekbed, zie ik de handen van opa Driehuis. Hij was een lange slanke man. Als kind waren we graag in zijn buurt, want buiten zijn gemoedelijke aard, viel er ook altijd wel een duppie of een stuiver uit zijn portemonnee, recht in onze kleine knuisten. Zijn gezicht vlak bij het onze als hij zich voorover boog en een vinger tegen zijn mond hield. ‘Sssst, niet tegen oma zeggen hoor’ met een heimelijke knipoog erbij. Onze lippen waren verzegeld. Nooit zouden we die grote kindervriend verraden. Het liefst zat ik naast hem en trok dan aan de velletjes op zijn handen, waar grote blauwe aders onder liepen en zich als grillige riviertjes toonden. Nu zou een kleinkind hetzelfde kunnen doen met mijn handen. Dezelfde blauwe aderen, dunne huid, geen vet, veel ader. Je observeert wat af in een gedwongen periode van rust.

060-001.JPG Michaël Borremans

Nieuw is ook de pijn in de kaken. ‘Kakement’, zei men vroeger. Alsof dat lijf besloten heeft een geheel eigen leven te gaan leiden. Nou was ze daar al flink mee bezig, maar dit had ik niet zien aankomen en het tikt hard binnen. Iedere keer denk ik dat het meevalt, maar zodra er een handeling verricht is, stukje lopen, trap op, dan zijn het bergen van inspanning. Ik voel me die vrouw op het randje van haar bed waarbij alles steeds groter wordt. Hoe heet die reclame ook al weer…

Dat dus. Nieuw zijn ook een soort opvliegers, waarbij ik het eerst voortdurend koud heb en dan ineens vanuit mijn nekharen tot  op mijn kruin alles in lichterlaaie lijkt te staan. Wangen die rood aangloeien en gezond de wereld in glimmen, de hitte kruipt langzaam omlaag, koorts. Al jaren niet gehad. Zoonlief denkt dat ik het vergeten ben. Echt, koorts was al tijden niet meer de mijne. Ogen vallen weer dicht in het rozerood gesluimer, hoofd achterover op het kussen. Ontladen, te zwaar om zelfs geluiden van buiten te herleiden.

zomerbriefjesFoto: Emmy Reichgelt.

Straks ga ik een wandeling naar de brievenbus ondernemen. Dat is mijl op zeven want ze bestaat uit vier trappen. Af zal wel gaan, maar op. Er komen namelijk zomerbrieven aan. Zonnige zomerbrieven met de hand geschreven. Emmy Reichgelt nam het voortouw voor deze actie en 25 mensen nemen er aan deel. Dan betreur ik het wel, dat ik niet meer een deur heb, die bereikbaar is voor de postbode. Wat een heerlijk geluid was dat, als de brievenbus klepperde. Ooit, nog niet zo lang geleden, schreef iedereen elkaar lange brieven, die werden in versierde enveloppen gestopt en je kon niet wachten tot het antwoord kwam. Het was een modus, Facebook ‘Après la lettre’. Hoe moest je anders aan alle weetjes komen. Naast gezelligheid, dus ook noodzaak.

Ik ben voor. Laten we elkaar weer meer brieven schrijven. Wezenlijk lezen wat een ander schrijft is het optimale luisteren. Omdat je regels terug kan lezen, dingen kan overdenken, situaties kan schetsen aan de hand van de beschrijving. Ze is niet zo kwetsbaar als een whats app of een tweet. Eens geschreven blijft geschreven en een ingekorte tekst kan heel verkeerd vallen. Bij de meeste whats app groepen maak ik regelmatig een Babylonische spraakverwarring mee. Aan de ene kant gaat de communicatie super snel, aan de andere kant is er sneller sprake van een misvatting.

De brieven krijgen gouden randen, al was het alleen maar uit nostalgie en omdat ik op dit ogenblik niet veel meer doe, dan duimen draaien en sluimeren. In alle tinten rood sluimeren, tot het hoofd weer lichter wordt.

Uncategorized

Tot in haar eeuwigheid

Er heeft een of ander virus toegeslagen en niet alleen mij te grazen genomen, maar ook mijn aangedane longen. Dat is niet fijn. Snakken naar lucht, happen naar adem. Ik voel spieren spartelen, waar ik het bestaan nauwelijks van wist, Het hoofd is een diffuse brei van binnen.

Een voordeel: Ik heb het koud. Echt. Ik lig hier met mijn dekbed over mijn schouders getrokken. Da’s toch knap he, bij 28 graden schoon aan de buitenhaak.Ik kan het nu nog niet uitleggen, maar deze dag was wel zo’n beetje de enige dat ik het me niet kon permitteren. Wat hebben die goede goden voor me in petto. Lesje teleurstellingen ombuigen? Het scheelt dat die grijze massa daar boven niet tot normaal denken in staat is, wel in huilen. Grote dikke tranen rollen af en toe pathetisch een weg zoekend naar beneden. Naast de verse aanvoer aan heldere druppels uit de neus. Als ik hoest, scheurt er een deel van mijn wereld af. Ik ben ziek. Niet meer en niet minder.

Ik oefen in zen. Trek de luiken voor de ogen en dompel onder in het omfloerste rood. De geluiden van buiten filteren naar binnen. Met het hoofd achterover en de ogen dicht luister ik. Soms volmaakte stilte, maar vaker het zoeven van autobanden over het asfalt  het ruist, de wegebbende oprisping van een motor, het krijsen van een kind, het schateren van een ekster. Hij lacht me uit. Antibioticakuur voor een week overleef ik nog wel. Eetlust is nergens te vinden, was het maar te koop in de super ‘Mag ik een bordvol alstublieft en een half toetje.’  Het hoesten zorgt voor zoveel beweging in de maag, dat die er voor haar gevoel niets meer bij kan hebben. Bij de volgende hoestbui scheur ik middendoor.

IMG_4877

Ik wilde jullie nog wel vertellen  van mijn dappere escapades, toen ik gistermorgen, omdat de slaap maar niet komen wilde, om tien uur al ging gieteren op de tuin. Twintig gieters gaan er in en dan hebben de planten het nog niet breed. Een goede les, want nu krijgen ze even niets. Zo gaat dat met voornemens, die een andere kant op worden gestuurd. Flexibel denken is niet eens het issue, maar berusting. ‘Laat Gods water over Gods akker stromen’, zei men vroeger in de kerk. ‘ Makkelijk gezegd’ , dacht ik dan met mijn kleine nieuwsgierige muizenoren. ‘En de rest van de akkers dan’.

Ik had tijd over, want de volgende afspraak stond rond tweeën ingepland. Ik dook het Centraal Museum in. Jan Taminiau had daar de collectie en na zijn documentaire had ik me voorgenomen om het uitgebreid te gaan bewonderen. Een beste actie. Het was koel binnen, aangenaam duister en nog niet druk op dit eerste uur van hun dag. Er was een klein dingetje. Ik had alleen mijn tuinkloffie aan. Een te wijde tuniek, die vormeloos om me hobbezakte en een kniehoge flodderbroek.

IMG_4886

Iedereen die naar het museum gaat, raad ik een ding aan. Zoek een centrale plek, waar je even rustig kan zitten en kijk naar alles wat er aan je voorbij trekt. Grote mensen, kleine mensen, dikke en dunne, lange sladoods en ronde staketsels. Ze zijn er in alle soorten en maten. Maar ze gaan naar de grote Taminiau, dus heel wat modegevoeligen waren er goed voor gaan zitten, hadden hun kledingkast tot in detail omgespit, combinaties, gemaakt, accessoires gezocht, bijpassende schoenen toegevoegd. Hier liepen Jan Taminiau zijn grootste fans. Wat een aangename bijkomstigheid als bonus op de mooie tentoonstelling. Een oudere dame van in de zeventig vroeg of ik een foto wilde maken van haar voor enkele van haar lievelingsgewaden. Een van haar aangeplakte wimpers zat een tikje scheef, maar ze had met de hoogste precisie overgegeven aan haar modegevoel. Ze keek vanuit haar positie enigszins geschokt naar mijn outfit. ‘Lachen’, probeerde ik nog. Dat deed ze met een ongelovige blik in haar ogen. Ze had het bewijs voor de dag van haar leven in handen en een verhaal tot in haar eeuwigheid.

 

Uncategorized

Zodat er nog wat te mennen valt

Er was een slogan van bloemisten en die luidde: Zeg het met bloemen.’Een gouden zet. Natuurlijk kon je er alles mee vatten. Liefde, excuses, beloningen, bedankjes, je kon het zo gek niet bedenken of er was een reden om bloemen te geven.

003

Gisteren kregen we een andere manier aangereikt. ‘Zeg het met tekeningen’. Waarbij een aantal technieken aan bod kwamen die een dreigend saai vel in een oogopslag omzette in een prikkelend genot om naar te kijken. Het kwam door een kleurtje, de eenvoudige tekeningetjes, de aangebrachte schaduw waarmee het in 3D kwam te staan en zoveel meer levendig. Het stelde geen eisen. Je hoefde er niet voor te kunnen tekenen. Alles was teruggebracht naar een aantal basisvormen, daarmee kwam de wereld onder handbereik.

001Dagmar Vriends, Sisstrainingen.nl

De coach leidde ons stap voor stap de materie in. Ze was prettig om naar te luisteren, haar olijke blik ondersteunde de afwezige moeilijkheidsgraad. Wat een prettig mens. In een paar uur konden we 8 basisbegrippen in een eenvoudige picto met ondersteuning van het geschreven woord  simpel en doeltreffend uit onszelf vertolken. Opdracht begrepen, missie geslaagd.

We hadden dagritme kaartjes nodig op school. Mijn collega boog zich over de klus en kwam met een aantal  tekeningen die aangaven wat er zou gaan gebeuren. Kring, taal, rekenen, lezen, eten, gym, dans, voorlezen, buitenspelen, muziek, drama,. Nu ik er over na denk, had ik die legendarische kaarten mee moeten nemen. Ooit hebben we ze eens vervangen door foto’s maar de laatste jaren kwamen die oude vertrouwde dagkaarten weer te voorschijn. Het bracht sfeer op het bord, alsof de oudcollega er zelf nog was. Doorgaans pasten onze  ideeën naadloos in elkaar, omdat er ook de ruimte was. Zo werkt het. Brainstormen en associëren op hoog niveau. Daar rolden de meest fantastische plannen uit.

Eigenlijk past de vastgelegde dagstructuur mij niet echt. Het geeft me het gevoel dat ik in vrijheid beknot ben. Liever laat ik me gaan op wat zich aandient. Doordat er steeds meer kinderen kwamen die op de een of andere manier structuur nodig hadden, gingen we overstag. Hoe snel paste het in het geheel. Zolang het met Joie de Vivre gebruikt werd, was er niets aan de hand.

img_2789.jpg

Nu ik zonder agenda ben, stuurloos de dagen draag, merk ik hoe enerverend het is om niet te verdwalen in de brei aan vrije uren. In het begin waren er de ontelbare afspraken die er voor zorgden dat de dagen op mijn netvlies waren geschreven, maar nu is dat gereduceerd tot een keer per week fysio. Mijn tekendagboek was vol. Van de week heb ik een nieuwe aangeschaft. Het was een verademing om de dag en de datum neer te kunnen pennen. Vanaf vandaag weet ik weer in welke tijd ik leef. Zonder dat verglijden de dagen in weken, de weken in maanden en raakt tijd zoek.

De dagelijkse blog helpt niet, want WordPress houdt de dagtekening bij. Zonder poppetjes of eenvoudige symbolen. Dat dan weer wel en dan beklijft het niet. Ik ga de dagen weer optekenen. Letterlijk. Iedere dag een tekeningetje bij een gebeurtenis van die dag. Om de teugels van de tijd in de hand te houden, zodat er nog wat te mennen valt.

 

Uncategorized

De zuivere triller van een merel

Knoken en knekels. Dat was de opdracht voor gisteren. Ik mocht kiezen uit vier restanten van wat eens majestueuze indrukwekkende dieren waren geweest. Ik koos voor het bot met de snavel. Ineens schiet me nu te binnen dat ik zo in de ban van het tekenen was, dat ik vergeten ben te vragen welk dier het ooit was geweest. Uit eerbied voor zijn verleden. Je kijkt er dan toch anders naar.

004

Maar nee, ik kreeg een scherp geslepen potlood en een velletje en mocht los. Vorm, daar ging het om en kijken. Ach en wee. Wat een Zen-moment voor de arme doener in mij. Rustig zat ik daar en concentreerde me op elke ophoging en daling, mat met duim en potlood de juiste afstanden. Keek naar zichtlijnen en arceerde alvast enkele schaduwpartijen. Niet doen, waarschuwde de meester, die in de korte tijd dat hij me onder handen had, al met argusogen mijn befaamde snelheid in de peiling had. Rust. Bedachtzaam. ‘Komt het vandaag niet, dan komt het morgen wel.’ Zocht ik de academie uit, of de academie mij. Dit was precies waar ik hard aan moest werken. Niets hoeft met haast, de tijd is aan mij.

006

Het is dezelfde snelheid van handelen die mijn moeder tot op haar laatste nacht hanteerde. Alles ging ‘even’ én alles ging gedreven. Met brille en verve in de wereld staan. Gedachten komen ’s avonds in haar korte zenmoment, als mijn vader zijn oerwoud van overdag aan het verzagen was in de tweepersoonskamer van het bejaardentehuis. Haar eigen tijd is spaarzamer geworden. In de Amandelstraat, schreef ze haar dagboeken uit en mijmerde dan nog bij het schijnsel van de kamer haar dag bij elkaar. Alle andere lichten waren uit. Zeilende wolken bij maanlicht, diepe duisternis, twinkelende sterren brachten haar in een melancholische stemming. Zou ze ooit gedacht hebben: ‘Is dit alles’. Dat denk ik niet. Maar eerst schreef ze haar dagboekbladzijde. Dat deed ze trouw iedere avond zes jaar lang. In het oude huis en in de nieuwe kamer.

In de periode dat ik handen en voeten gaf aan haar bedrevenheid en de dagboeken openbaarden voor de familie, zat ik in haar hoofd. Het leek of ik zes jaar lang een ander leven leidde naast dat van mij. Alsof je een soapserie voor jaren aan het volgen ben en je hoofdschuddend kan bedenken dat een en ander niet zo slim was van een van de spelers, of waarbij je een grondige hekel kon krijgen aan een ander type. Toen haar bladzijden leeg bleven na 17 april 1990, gaf dat in die schrijfperiode van mij opnieuw een schrijnende afwezigheid. Er was een belangrijk, nee het belangrijkste, stuk uit de geschiedenis geknipt. Ik wilde het herstellen. Terughalen kon, tot aan die datum, maar nooit meer er aan voorbij. Lege bladzijden hadden nog nooit zo intens betekenis gekregen. De stem van mijn moeder verstomde, de bedrijvigheid gesmoord.

010

Goedkeurend knikte Gerd en zei, net als de oude teken-non Adolpha uit de jaren zestig, ‘Schuif eens even op’. Met het oog van de meester liep zijn blik langs elke boog en knik, likte aan de vlakken, dikte de scherpte aan en knikte. Dat verlossende knikken betekende dat je door kon. Met kalmte. Oma heb ik mijn moeder vaak horen zeggen: ‘Kalmte kan je bewaren’. Al sloeg dat veel meer op haar eigen bedrijvigheid en natuur, in kwadraat die van mijn moeder. Ze zegt het nu, achter dat oude bot, dat eens frank en vrij in die vogel zat. ‘Kalmte kan je bewaren’. Ik knik.

0072.jpg

Van achter het hoge getraliede raam klinkt de zuivere triller van een merel.

Uncategorized

Welterusten

Vier uur geslapen en nu klaarwakker met een dikke keel en een nachtmerrie achter de kiezen. Er kwam geweld bij kijken en een nachtelijke tocht door onheilspellende ruimten, met lange gangen en donkere nissen, veel metaal en buizenwerk. Het is al de hele maand detectivemaand op net twee. Heerlijke onconventionele detectives met moeizame plots, waar veel in gepuzzeld kan worden. Het betere ontspanning en vermaak gehalte.

dienstdiploma

Ik moet denken aan de lievelingsprogramma’s van mijn vader, met mijn moeder in zijn kielzog. Zijn oude rechercheursinstincten kriebelden bij ieder Agatha Christie of Tatort die over het voetlicht kwam. Ooit, vroeger, stond hij, met meer stijl dan de man zelf, in een Colombo-achtige regenjas met een klassieke Borsalino look-a-like in sepiatinten gebogen over een gevallen motor. Het was overduidelijk dat hij de miniemste puzzelstukjes in elkaar probeerde te passen.  Ergens had hij dat, door mij  geromantiseerde, verleden verruild voor een uniform met strepen. Brigadier-Wachtcommandant met verve.

Het koude water met citroen prikt mijn keel schoon. Pluis komt even kijken of het goed gaat. De nachtmerrie was absoluut het gevolg van de detective van vanavond. Zo’n unheimisch verlaten parkeergarage met een enkele auto en het vehikel waar het om draaide onder een haperende schaarse verlichting, met een dode bestuurder erin. Jawel. Die holle stappen op de vloer van zo’n betonnen kolos bezorgen sowieso al koude rillingen.

045.JPG

Ik keek in de jaren tachtig graag naar Poirot en Ms Marple. Misschien wel om die wonderlijke discrepantie van het jaren vijftig leven in zo’n Engels dorp, waar de gemeenschap op de eerste plaats vooral met de andere dorpelingen bezig waren.  Het leek er vredig en rustig, maar onder het opervlak ging een wereld schuil van jaloezie en achterklap. Doorgaans was er een lijk in een vloerkleed gerold of lag onder grootvaders klok rood uitgewaaierd te wachten op een ontdekking. Subtiele aanwijzingen met een pluk haar, een zakdoekje, een knoop als aanwijzing. Dootgaans was niet de meest voor de hand liggende persoon de dader, maar de minst op de voorgrond tredende of het meest ontdane onschuldig ogende nichtje. Het was een mooie leerschool om te ontdekken hoe een plot van een thriller in elkaar stak.

Cresswell palace, Chelsea

De boeken van Agatha staan boven nog allemaal wat schotser en schever in het gelid. Binnenkort eindigen ze in de kringloop, want ik denk niet dat iemand uit de familie ooit nog de draad zal oppakken en er verwoed mee aan de slag gaat. Zo gaat dat met die dingen die van onschatbare waarde leken. Ze verbleken door de tand des tijds.

Mijn vader heeft zijn voorkeur met de mantel der liefde doorgegeven. Nog steeds vind ik een goede crimi niet te versmaden. Het mag soms wat minder gewelddadig, want de Skandinavische, zoals Millenium weten het aardig op te voeren, maar het plot, de spanning en de zoektocht blijven in de aard de kern van de zaak. Het is goed toeven, als de hersencellen kraken.

De nachtmerrie is weggeëbd en van het netvlies verdwenen. Het water heeft letterlijk en figuurlijk de scherpe randen er vanaf gehaald, zowel van keel als gemoed. Boven mijn hoofd cirkelt een helikopter, een exemplaar van de politie naar ik vermoed. Zij  vliegen rond in hun eigen crimi en speuren langs de A2 naar onvolkomenheden. Er wordt over mij gewaakt. Door de zonen, poes Pluis en de mannen van de nachtwacht in een moderne uitvoering. Ik ga weer even slapen. Keel geslonken, meer lucht en een gerust hart. Welterusten.

 

Uncategorized

Zijn Dapperstraat

De tuin was uitverkoren door RTV Utrecht om  aan iedereen die daar belangstelling voor had, te tonen, waarom tuinieren zo fijn kon zijn. Ze kwamen gisteren opnamen maken. De reden was, dat het om een ateliertuin ging, waar ik, als het huis in goede doen is, schilder, verzen schrijf, aquarellen maak op de brede buitentafel en een beetje filosofeer midden tussen de bloemen en planten, onder gekwinkeleer van de vogels die er zitten, merel, mees en vink, graspieper en boomklevers. Dat vond ik een mooi gegeven. Niet alleen het tuinieren geeft voldoening. Alleen al er zijn is voldoende. De tuin is mijn eigen paradijs, ‘My womans cave’ zoals Mieke Siemons dat zo mooi omschreef. Het is geen hol waar ik  mijn prooi naar toe sleep, het is de plek om volledig tot rust te komen. Het zorgt voor balans.

046Domweg gelukkig

Ik was emotioneel gedurende de opnamen. Ik wist wat de oorzaak was. Maanden lang probeerde ik de oude al te bewegen naar zijn tuin te komen, die aan de mijne grenst, wat op generlei wijze lukte en nu stond hij ineens daar, te midden van zijn bostuin, om aan de opnamen deel te nemen. Ergens in mijn achterhoofd pratte een wolk van onvrede, een verongelijkt gevoel. Het klopte niet. Hij genoot al een jaar of twee niet meer van de tuin zoals het ooit was. Dat heerlijke oord van luieren in de hangmat, boeken lezen, een tikkie schoffelen tussen het opschietende gewas, hier en daar wat snoeiwerk. Langzamerhand had het onkruid de tuin over genomen. Hele spoken van kleefkruid groeiden tegen scheefgezakte bomen op en elke bloem werd gesmoord in hondsdraf en bosaardbei, tot ik het niet meer aan kon zien en het ben gaan opschonen. De bellen van elkaars tuinen bleven stil. Er was niemand anders dan ik om ze in beweging te zetten. ‘Klop, klop’ ging al lang niet meer op.

De opnames in de tuin van de oude waren in volle gang. Met het verstand op nul-hoe schakel je emoties uit-zette ik de ezel klaar, mijn op bosbes lijkende waterbellen, penselen, doekjes, foto’s. Een idyllisch tafereel in het struweel. De zon scheen, het was heerlijk stil toen ze me ging filmen en de vogels stemden in door goedkeurend hun trillers te laten horen. Eerst een toneelstuk met de oude, die aan kwam lopen en groette. Niet meer dan dat.

008.JPG De voorste boom is de appelboom.

Daarna kwam de literaire tuin aan bod. ‘De appelboompjes’ van Vasalis. Daar voelde ik hoe mijn gevoel uit de bocht schoot, maar dat kon ik verbloemen met het driftig roeren van de penselen. Daarna vroeg ze me het gedicht voor te dragen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Ergens na de derde regel werd de keel dik, het gemoed liep vol en de woorden snoerden zich dicht. Ze vroeg naar het waarom van die emotionele uiting. Het gemis van de oude, schoot het door mijn hoofd. ‘De kinderen zei ik. Dat het leven eindig was en dat niet goed te praten viel voor mijn lieve telgen. Het roerde de juiste snaar. Om dat vermaledijde hart, dat niet had gedaan wat een hart doorgaans moet doen. Blijven tikken. Het had haperend gewag gemaakt van mijn te energieke leven. Het bracht een heel leven even tot stilstand. De kaarten moesten geschud en daarna kon ik weer door. Confronterend was de teloorgang van het onbezorgde. Alles kreeg betekenis. Tot aan de kleinste beweging toe.

water a la leonardoHet water spettert….

Ik schrijf liever, omdat het spreken me teveel raakt, dat piepen en gesmoord zoeken naar woorden, waardoor ik van binnen zoekend door mijn leven zou strompelen, als dat het enige was, dat ter beschikking stond. Maar er zijn de penselen die verwoorden en er is het toetsenbord onder mijn vingers. Daarmee komen de verhalen soepel en vloeiend en kost het me geen enkele moeite om onder woorden te brengen, wat diep van binnen bruist.

Het water spettert op mijn vermeende bosbessen, de zon schijnt, het gebladerte ruist en ritselt als ze weg loopt met haar karretje. ‘Dat is het enige dat telt’, denk ik, terwijl ze al op weg is naar de volgende. ‘Domweg gelukkig in de tuin’ niet meer en niet minder. Net als dichter Bloem in zijn Dapperstraat.

Uncategorized

Zeeën van ideeën, zwembaden vol

Aan de overkant van het tuinencomplex ligt de bomentuin van de buurman. Daar, in de luwte van het bladerdek, gefilterd licht, ligt een golvende zee aan wit. Robuust en teer tegelijk. Haar schoonheid is overweldigend. Wie haar nadert zal op de blaren moeten zitten, want ze brandt van zich af. Het is de reuzenberenklauw. Hoe hou ik van haar als ze zich ontvouwt en de bloem langzaam te voorschijn popt. Er huist daar geen mens. Derhalve is er geen gevaar in deze tijd van het jaar met al die bloeiende berenklauwen. Een zee van wit ter inspiratie. Zo ver als het oog reikt, wijds en wit.

Daar moet ik aan denken als we tijdens het thema water het werk van de jonge Hockney induiken. De doorschijnende stille kracht van het water, soms gekaderd, soms water zover als het doek reikt, een zee van blauw. Het brengt me terug naar de herfst van 2017. Portugal in de brandende zon, het zwembad vanaf mijn balkon. Het huis voor ons alleen. Hockney, alive and kicking, onder mijn blik. Zelfs aan het strand vind ik hem, als ik daar het smalle duin af kom lopen, waar het strandpaviljoen haar parasols en ligstoelen in formatie heeft opgesteld. Met een paar stappen ben ik in de jaren vijftig. Het is te koud, maar het zand is bijna wit, de zee is blauw en de parasols zijn popart geel in het vroege ochtendlicht.

Hockney-portugal

We gaan diep vandaag. Van Monet naar Hockney.  Kouder en omlijnder kan de duik niet zijn. Van een paradijselijk sferisch tafereel dompelen we regelrecht het plastic lollipop-zwembad in. Met  acrylverf zijn de tinten hard en onbuigzaam. Zijn eros krijgt de gestalte van gebruinde torso’s en markante kaken. Mijn associatie voert over de crawl-arm van kleinzoon regelrecht de teil in, via het jaren zestig plastic badje van Mieke. Een decennia daarvoor stond op zaterdag de teil klaar en waren we één voor één de klos, de zes broers en ik. Schurende handdoeken wreven met stevige hand het lijf warm en rood tot brandends toe. Lieflijk maar spartaans. Zoete broodjes werden niet gebakken.

De wereld boog en barstte. De weelde verschool zich achter het craquelé van de armoe. Mijn zoon zou rillingen krijgen van onze schuurpapieren handdoeken uit die tijd. De door wasverzachter wollige maatschappij maakt doetjes om zonder handschoenen aan te pakken. Badend in rozenwater of kamelenmelk. Verwend, in de watten gelegd, een zee van wit, zonder de blaren.

Hockney friemelt er perspectief in of schildert het plat, voegt suggestieve spetters toe, en laat lichaamstaal spreken, zodat woorden overbodig zijn. De boodschap is duidelijk. Ik wil een zwembad met een bolle buik à la de rondingen in de ontwerpen van Raymond Loewy. Een zwemmer met zo’n befaamde colafles in zijn hand en de strakke parasols erachter. De lijnen van de patronen in het water zijn scherp, zigzaggend, in ruiten, doorklievend, of golvend. Het snijdt door het blauw in wit of alle tinten blauw, die je maar bedenken kan. Indigo, azuur, ultramarijn, kobalt, wede, pruisisch blauw, egyptisch blauw, mediterraanblauw, oceaanblauw of hemelsblauw. Het zwembad zindert in de lome hitte van de dag. De vleugels van een Chevrolet en wufte sjaaltjes om de hoofden van de meiden houden zich koest achter het badhok. Het is popart in een mannenwereld.

Ergens trilt een fietswiel na, als iemand oververhit rennend een duik neemt en het water bruisend wit op laat spatten, het zwembad van Hockney naar Nederland-fietsland vertaalt. Een zee van wit wordt het niet. Wat zou het fijn zijn om in die menshoge reuzeberenklauwen te darren, onbegrensd en onbevreesd. Af en toe het hoofd boven het maaiveld uit, zwemmen in een deken van wit.

In museum Voorlinden kan je onder het wateroppervlak kijken van zo’n azuurblauw zwembad. Het is een ervaring op zich, die als je boven op het rimpelende water kijkt een perspectivisch onmogelijke zwemmer laat zien, uitwaaierend zonder benen die moeiteloos crawlend de neerwaartse kracht tart. Iets verderop achter het schot is de parasol los geweekt bij een tafereel van Ron Mueck. Die heeft de ‘Beach’ het leven gegeven in jaren, oud, gerimpeld en zorgzaam zit het echtpaar daar, onder de gestreepte parasol, tot in lengte der dagen.

Zeeën van ideeën, zwembaden vol.

Uncategorized

Pas op de plaats

Vandaag appte een vriendin. Ze was doodmoe, uitgeput, over alle grenzen. Had net een enerverende periode van zorg achter de rug en nu waren de kaarten geschud en een en ander weer goed geregeld. Dan zit je thuis en ontmoet ineens je uitgeputte zelf. Wat heerlijk voor haar, dacht ik, dan kan ze weer eens helemaal aan zichzelf toe komen en haar krachten bundelen. Mijn moeder noemde dat ‘Pas op de plaats’. Even stilhouden, energie verzamelen en door. Je reinste Zen.

Vermaledijde vermoeidheid of helende rustperiode. Dat laatste denk ik. We zijn voortdurend in het leven aan het balanceren. Dat is wat anders dan compenseren. Daarbij moet je iets inhalen en dat is een ratrace tegen de klok. Bij het eerste kan de energie even volledig bij jezelf liggen. Het werkt bevrijdend.

Zondag kwam ik langs het beeld ‘Rond’ van Armando bij slot Zeist. De cirkel is het symbool van het leven. Doorgaans is het zware en donkerte van zijn beelden zo opvallend in mijn beleving. Ik bewonder ze, om de robuustheid en de durf, om het ten toon spreiden van die schaduwkanten van het leven, dood en verderf. Alsof ongecontroleerde moeheid en emotie in volle glorie getoond mag worden. Het is mijn eigen perceptie. Niet meer dan dat. Beelden en schilderijen van Armando doen dat met mij. Roepen mijn verdriet op, mijn zwaarte van het leven, met als uitlaatklep de pure bewondering. Dat is wat kunst vermag.

armando

Er is geen grotere discrepantie dan dat van de schaduwkant en de schoonheid in de kunst. Verdriet heeft de neiging om in een hoek te kruipen of in dramatische vormen, handen wringend, verdrinkend in het eigen leed, naar buiten te kruipen, maar hier is het omgezet in kracht en daad.  Zelden is er balans in het uiten van die gevoelens, maar als ik naar de beelden en de schilderijen van Armando kijk, daalt er een welkome rust over me heen. Hier hangen en staan mijn donkere diepten, onpeilbaar, maar onmiskenbaar een deel van mezelf. Daar zit verdriet bij en angst, onzekerheid en bovenmaatse inspanning om de zaken op orde te houden. Hier staat het heilige moeten, waar ik me nu zo aan het ontworstelen ben. Wat een zegen voor de mensheid dat we in de nadagen van het bestaan eindelijk bij onszelf mogen komen, te mogen mijmeren in een tijdloze ruimte, de stilte die neerdaalt en meer dan dat wordt.

composthoop

Als ik nu in de tuin bezig ben en me een doel stel, bijvoorbeeld de compostberg aanpakken, dan is het een mooi en gekaderd, prettig begrensd doel. Het wordt niet meer dan wat het is. Daar zit kalmte in. Energie opstuwen tot een hoogtepunt en weer neer laten dalen. Dat laatste vooral. Had het van betekenis kunnen zijn voor mijn voortvarende aanpak van vroeger, waarbij ik over alle grenzen heen, nog letterlijk meer hooi op de vork nam, zodat het compost mijn neus oog en oren uit kwam en ik daadwerkelijk overlopen werd. Destijds had ik er de rust niet voor gehad om het te horen.

Gisteren heb ik de berg, letterlijk en figuurlijk, voorlopig begrensd. Straks als de energie daar is, ga ik de berg slechten. Het leven leven, de beperkingen opheffen, de geest zuiveren en leeg maken. Vullen met zin en zon, met woord en gedachte, met gevoel in zeeën van tijd. Ziedaar het grote voordeel van het ontworsteld zijn aan het heilige moeten. Dat keerpunt. En juist omdat het een keerpunt is, is de impact vele malen groter. Deze wens is de vader of moeder van mijn gedachte voor eenieder. Pas op de plaats.

 

Uncategorized

Het werkt altijd

Gisteren had ik met twee zussen een gesprek over ervaringsgericht onderwijs en hoe moeilijk het is om door te geven aan een doelgroep van pedagogisch medewerkers voor de groep van 0 tot vierjarigen, die vast zitten in het opgelegde stramien. Ik dacht dat het mogelijk was, ook al werk ik  vanuit mijn specialisatie met kinderen van vier tot en met zes jaar. Ervaringsgericht denken is een knop om zetten. De bezwaren die gemaakt worden, zijn bij elke doelgroep hetzelfde. De beren op de weg heten: ‘Geen tijd, er wordt al zo veel van ons verwacht, we hebben een hoog zorggehalte, de strikte voorschriften van de GGD, en de kinderen dan’. Noem het aantal argumenten maar op, er zijn er nog veel meer te verzinnen. In de auto terug met zus uit het speciaal onderwijs filosofeerden we verder over deze materie.

egoAlles is te gebruiken

Ervaringsgericht onderwijs is overal toe te passen en op elk uur van de dag. Het wil slechts zeggen dat je het zorgvuldig opgebouwde dagritme verrijkt met een denkbeeldige koffer aan materiaal naast een leerrijke omgeving. Het is associëren en in mogelijkheden denken en bij elk voorwerp weten, dat kinderen daarmee aan de haal zullen gaan. In feite laat je het thema of het verhaal mee lopen met het dagelijkse aanbod. Als een kind binnen komt met een beleving, bijvoorbeeld dat ze een molshoop gezien hebben, dan komt de dag centraal om mol te staan. Eerst maar even naar buiten om het met eigen ogen te aanschouwen en te ontdekken waar een molshoop van gebouwd is. Bij het voorlezen een verhaal en fantaseren wat mol zou doen, tijdens het eten molarmpjes die het eten naar binnen werken, bij het buiten spelen de gangen van mol graven, bij het werken een mollengang, mollenhuis, mol zelf met fluwelen vachtje om een wc-rol, aan de slag met molpotten en pannen, molsla, bij het voorlezen mol en pier en bij muziek het mollenlied ‘Onder de grond’.

ego1materiaal om techniek te ondersteunen

Een hele dag in het teken van de beleving van het kind dat een molshoop heeft gezien en er vol van was. Na een dag zijn ze diep in de wereld van mol gedoken en hebben het nergens anders meer over. Het schoonmaken van de tafels, de groep, kan leiden tot een gesprek hoe Mol zijn gang schoon zal houden. Met behulp van zijn snuit. Hilarisch om je eigen gang schoon te houden met behulp van je snuit of met je graafpootjes, probeer het maar eens. Zodra ik een thema hoor, zie of ontdek, ontsluit zich die wereld aan mogelijkheden. Om dat te bereiken is het zaak de knop te vinden, die de hele leeromgeving  in een ander licht zet, in de wereld van het kind, zonder het te willen begrenzen naar de maatstaven van de volwassenen.

ego2land van groen: Schrijven en beeldend

Vanaf het prilste begin van onze jaren in de onderbouw zijn we gestart met het maken van een grote en uitgebreide knutselhoek. Alles wat we gaande weg tegenkwamen op ons pad, thuis, in de winkel, op straat, in de kringloop sleepten we mee naar ons ‘hol’. Dat groeide gestaag. We hadden het overzichtelijk in grote doorzichtige plastic snoeppotten gestopt, zodat het lokkend stond te schitteren in de vensterbank. Alles wat er aan techniek bij kon helpen was ook voorradig in de laden met duidelijke picto’s van de inhoud erop. Individueel of in groepsverband konden ze los. Alles is aan te grijpen om tot thema om te buigen, van een kromme spijker tot een schaduw op een zonovergoten dag, het verhaal schrijft zichzelf. Bijvoorbeeld onderzoek doen naar klokken na het sprookje de wolf en de zeven geitjes, speurtochten naar waterleidingen en rioolpijpen bij een miniproject water met handpop de waterdruppel en die construeren, kastelen bouwen van karton, zo groot als je zelf bent en getekende ridders en prinsessen(elkaar omtrekken) bij de deur als de koningin jarig is.

ego4Kastelen van karton

In de huishoek kwamen de verhalen los, op de vertelstoel de bevindingen. Later kwamen de reflectiekringen erbij waarmee de dag zo zinvol werd afgesloten. Wat, waarmee, waarom, waarvoor en dan…Volg kinderen in hun ontwikkeling en zorg dat je zelf in de pas blijft lopen. Dat is EGO. Verwondering, welbevinden en een leerrijke omgeving voor 0 tot 80. Het werkt altijd.