Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

De bezinning ten top

We zijn in het midden van de week en nu al heb ik het gevoel drie weken op vakantie te zijn.  Het komt door de grote afwisseling. Gisteren een ‘geefdefietsspierenrustombijtekomen-dag’. Broodnodig omdat het bestaan niet gewend is aan een overdosis ‘zitten op de millimeter’. De huid heeft doorbloeding nodig, dus hangen we een dagje de toerist uit. Het betekent met name de nostalgie opzoeken in Arnemuiden, Veere en Middelburg.

Jaap Fischer beschreef ooit het dichtgegooide Veerse gat, waardoor de haven voor joker lag en de Duitsers en andere toeristen het lieflijke dorpje overspoelden. Ik kan ieder woord meezingen en weer proeven als ik over de grote toeristenmarkt loop, die uitbundig uitpakt met schapen scheren, manden vlechten en paling roken. De plaatselijke bevolking heeft zich in alle verschillende streekkostuums gehesen die maar te bedenken zijn en in de stralende zon blinkt het goud van de oorwarmers en schitteren de grote Zilveren knopen aan de riemen van de zo ruime vissersbroeken. Rijen dik lopen de mensen langs de kramen. De trekzak dient ter ondersteuning.

De lieflijke gevels, de wijde blik op de ooit zo dichtgegooide zeearm, nu een grote brede stroom, waar een zee aan toeristen de overkant wil bereiken, worden door de wet van de vakantieganger overspoeld, een vloedgolf aan indrukken. Eerst de markt met Oud Hollandse kramen zien en dan sterven. Vena, vidi et Luctor als variatie op een thema. We zijn er niet op uit om boven te komen, maar om ons zo snel mogelijk te ontworstelen aan het gedrang. Op een terras achter een glazen muur, onttrokken aan de rook van de palingtonnen, bekijken we, achter een Italiaanse lunch de wonderlijke habitat van bewoners, bezoekers en het economisch gewin. Hoog boven de hoofden verheven zich de gevels tegen het stralende strakke blauw. Een jongetje van tien vraagt zijn vader, terwijl hij over het muurtje hangt buiten de rommelmarkt van de plaatselijke muziekvereniging, hoe die het zou vinden als hij als tienjarige de zoveelste kringloop in werd gesleurd.

De man boven aan de kade verzucht het schip met passagiers toch vooral voorbij te laten gaan tot de boot erna. Een wijs besluit, maar op een dag als deze, kan je bijna nog beter gaan zwemmen. Hij lacht en is op vakantie. De geur van de gerookte paling doorsnijdt het zweet des aanschijns van de warme zomerdag.

In Arnemuiden zoeken we de klok, die in het lied bezongen wordt, maar meer nog het astronomische uurwerk van de toren zelf dat al stamt uit 1589 en niet alleen de tijd aangeeft, maar ook de waterstand en de eb en vloed.  De maanbol vertelt wanneer het volle maan is. Ze heeft in de eeuwen de tand des tijds getrotseerd en werkt nog altijd. Op de foto’s tegen de gevels van de huizen in het enige, bijna authentieke straatje vindt ik het Arnemuidense kostuum en dat brengt me naar het jaar dat we met de volksdansvereniging ons op het puzzelwerk hadden gestort van het eigen maken van de befaamde Zeeuwse rol, onder de kap en het aantrekken van rokken en kraplap. Wat was ik trots op de mijne, prachtig blauwzwart glanzend boven de baaien rokken en op het feit dat mijn rol zonder hulpstukken gemaakt kon worden. Het haar van achter naar voren getrokken en naar binnen gerold. De oude werf was nog gesloten en als er ergens een haven werkeloos toekeek was het hier, waar de botters en de zeilschepen bijna ingesloten leken door het land.

Middelburg was goed voor een andere primeur. Yoghurtijs, nog nooit geproefd. Wit, eiwitrijk en veel te veel. Haha. Met de avondwandeling daalde de rust over het prachtige Zeeuwse land, zonsondergang beloofde voor de volgende dag een nieuw fietsavontuur door het stille Zuid Beveland, ver weg van de overdaad aan mens en consumptie. Kerkklokken begeleiden de ondergaande zon. Poes kwam kijken of er nog een aai in zat en huppelde een eindje mee. Onder het dak van de paardenstallen, waar het snuiven en schrapen duidde op de voorbereidingen voor de nacht, vlogen de boerenzwaluwen bedrijvig heen en weer. Pas op de plaats. De bezinning ten top.

Uncategorized

Verkocht

Nooit gedacht, dat ik in de zak van Zuid Beveland zulke mooi beelden op mijn netvlies zou vangen. We reden met de fiets over de Dijk van Hoedekenskerke naar Kapelle. Er stond een straf windje. Vlak ervoor waren we op deze maandagmorgen op zoek geweest naar een kop koffie, maar in de kleinere dorpen die we hadden aangedaan, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg en bleek het later mijl op zeven. Geen koffietentje te bekennen en alleen aan de rand van het laatste dorp ging de Buffer net open. Het was 11 uur ’s morgens. De Buffer was een verzamelplaats van stoomtreinen, speelparadijs voor kinderen, annex klederdrachten-museum en dankzij het feit dat we om ruim voor tienen al vertrokken waren, bleek het nog een oase van rust. Weldra zou alles wat kind was in de wijde omgeving, zich hier komen vermaken en was het gedaan met de rust.

Na de koffie vonden we de de aanloop naar de dijk langs de Westerschelde en daar was het een zinderende natuurbeleving, een spotten van alle soorten vogels, die je maar bedenken kon en de brede kribben bezaaid met honderden oesterschelpen die het zilte water trotseerden in het slik en de met groen wier gesluierde schorren. Natuurlijk namen we de dijkweggetjes met eigen weg en betraden die op eigen risico, want niets is leukers dan de uitdaging aan te gaan. Dat betekende dat we wat voorzichtig over de net gekiezelde paden moesten rijden met de fietsen die ongeduldig onze gedachten alvast voorbij snelden .

Daardoor konden we het prachtige landschap achter de dijken, de wonderschone uiterwaarden met haar bijzondere populatie, bewonderen. De geur van de gerooide uien zweefde in vlagen langs en bleef soms lang hangen, daar waar de schapen zich te goed deden aan de uitgestortte overmaat.

Het oude loof lichtte op in een prachtig zenegroen, langs een uiterwaarden, waar het brakke water voor een overmaat aan kleurrijke bewoners had gezorgd. Daar liepen de lepelaars en de kluten, de futen en de wulpen, plevieren en kieviten tussen de prachtige hazelnootkleurige koeien met hun onnederlandse koppen. Het leverde een palet op, waar menig klassiek landschapschilder zijn ogen had uitgekeken. Nu met de blauwe luchten en de verwaaide plukken uiteen getrokken watten erboven het ideale beeld.

Alleen dat al was meer dan de moeite waard. De dag kon niet meer stuk. Toen we bij Kapelle aankwamen leek het alsof we weer terug waren in grootstedelijk gebied, maar niets was minder waar. Het was het dorp Biezelinge dat in het wegennet geklemd de voorbode was van Kapelle. Bij het dorpsplein vonden we de langbegeerte koffie, aan een veel te drukke doorgaande weg, met toeterende auto’s, vrachtverkeer, en scheurende scootertjes op een handbredeafstand van de borden en de glazen. Annie. M.G. Schmidt keek vanaf haar rots in de branding met afgrijzen naar de rood aangelopen mannen naast ons die onder invloed van bier en uitsmijters het geluid van het langsrazende verkeer trachtten te overstemmen.

Maandagmorgen is een verkeerd tijdstip als het weekend nog in de benen zit. Dat was duidelijk. De rode koppen, de verkeerde grappen en de loze opmerkingen zorgden voor een hele snelle lunch. Annies geboortehuis nog even bewonderen en daarna fluks weer op de fiets, de befaamde lange fietspaden op, op weg naar de stilte en de schoonheid van het achterland. Wuivende korenvelden, groene vlaktes en de weldadige stilte.

Zeeland, mijn vlakke land, als variatie op een thema. Ik ben verkocht.

 

 

Uncategorized

Het grootste gemak

Er is geen teken van leven op het terrein. Erboven valt de lucht uiteen in merels, kraaien, houtduiven en onbekende vogelgeluiden, die we niet thuis kunnen brengen. Verbazingwekkend, geen konijn of haas, die zich over het immense grasveld voortbeweegt.

Zuslief is ook wakker en heeft koffie in het vooruitzicht gesteld, terwijl ik de laptop open klap en verdwijn in mijn gedachten. Voor het eerst sinds heel lang is er een fietstocht geweest van 22 kilometer door het winderige, zilte maar zachte Zeeland. Mijn wielen vlogen over het asfalt met het gemak van de hometrainer op de sportschool. Elke dijk, elk hochie was een lachwekkende hindernis, die met gemak genomen kon worden. Geen centje pijn, In het hoofd klonk Zoutelande en als ik verder was gekomen dan de eerste regel, had ik nog lucht genoeg gehad om het luid en verheven mee te zingen boven de straffe wind uit. Nu neuriede het uit in een tadatadatada.

Met tour op gemak, met turbo als een speer…ik fietste.

De dorpen in Zuid Bevelande hebben alleraandoenlijkste namen. Ovezande, Oudelanden, Driewegen, Ellewoutsdijk, Hoedekenskerke, Heinkenszand, ’s Heer Abtskerke. In elk dorp viel buiten de kerk om kleine parels van huizen en stulpjes te bewonderen. Aan de dijk, tot zover het zicht reikte, de gladde zee, met aan de einder de de rokende kerncentrale van Borssele zelf.

Ooit, onder invloed van de dagboeken van Hans Warren, hadden de Oude, een goede vriendin, en ik een duik genomen in het jeugdige weleer van diens bestaan. Zochten in Goes en op de begraafplaats in Borssele naar de namen van zijn voorouders, alsof de schrijver daarmee dichterbij zou komen of te doorgronden zou zijn. Misschien las ik zijn boeken vooral omdat het een gelegenheid gaf, me voor te stellen hoe het leven van de oude vriend, zijn emotionele wereld, het liefdesleven, een andere snaar roerde dan de mijne,  evenzeer als Pijpenlijntjes van Jacob Israel de Haan me in eenzelfde vergelijk trok. Het waren de roerige jaren zeventig en tachtig, niets bleef verstoken van onze vorsende beschouwingen, waarmee we de wereld gretig tot een beleving trachten te maken. Als je iets niet kende, dan oordeelde je niet, maar ging je op onderzoek uit, was het principe in die dagen voor mij en de vrienden. Met het uur, met de dag, met het jaar wijzer. In Parijs raakte ik Warren kwijt, waar ik tot voor die jaren zijn jeugdige twijfel en emotie zo goed begrijpen kon.

Maarten ’t Hart had het voorwerk al gedaan door over dat wonderbaarlijke Zeeuwse land te vertellen, waar elk kruid, elk bloemetje, de natuur tot in details verweven tussen de zware lading van de sombere geloofsgemeenschap hing, de ouderlingen, de zwarte trijp, de kousen getuigden allemaal van een leven in zonde. Het was lang voor het Knielen op een Bed Violen van jan Siebelink, dat dezelfde muur had opgetrokken in het andere deel van het zwaar gereformeerde land.

De koffietuin in Oudelande, met haar heksenbollen in de Monet-vijver en haar elfen aan de rand, tussen goudkleurige Hortensia’s en Treurwilg, kroos en roos, bracht een sprookje tot leven. Aan de rand ervan in de rood, paarse kussens en de bloeiende lelies, van rozerood tot wit, zinderde de beleving van het fietsen nog na in mijn beenspieren en de vreugde erom in mijn hoofd. Alsof de lamme op was gestaan. Ik kon weer fietsen, met een e-bike en het grootste gemak.

 

Uncategorized

Iets waarmee lang op teren kan

Een kleine zweefvlieg komt nieuwsgierig kijken wat ik van plan ben te typen over het leven op het platteland. Het is er een oase van rust, als je in aanmerking neemt dat er nog een wereld naast leeft, buiten het leven in de luxe safari-tent. Ze doet gezellig aan, met de gordijnen, met hier en daar een gemoedelijke scheur door veelvuldig gebruik, het koffiezetapparaat en de waterkoker, die de snelheid van het platteland hebben overgenomen en op halve kracht werken, de ruimte die zich langzaam vult met allerhande artikelen, die bij vier vrouwen in een tent horen.

Af en toe klinkt geneurie van zuslief door de maatgevende roekoe van de duiven, die vroeger dan vroeg hun ochtend inluiden. De haan kraaide en de wc is mijlen ver weg, dan je altijd gewend bent om vanuit je bed rechtstreeks de badkamer in te duiken. Alles went. De zon schijnt, de koffie is warm en de meiden zijn allemaal gedoucht. Gisteren hebben we in een vriendelijk dorp vier e-bikes opgehaald en eerst even uitgetest, op hoogte afgesteld en ingereden. Fantastisch. Het werkt. Als onvermoeibare prinsessen laten we ons rijden, terwijl de benen een paar slagen in de rondte maken.  Onvermoeibaar kunnen we de dag aan.

Er is wat gesteggel over de dagvulling van vandaag, maar het volgt altijd zijn onnavolgbare pad, dat harmonie uitstippelt ondanks alle aanvankelijke protesten. Straks zitten we op de fietsen en kunnen op pad. De moedigen , broodnodige boodschappen, halen we op onbestendig weer tijdstippen dat weersverwachtingen en buienradars in het vooruitzicht stellen

Ik moet denken aan vroeger, als we een dagje op pad gingen met de auto. Voordat het hele stel erin zat en alle spulletjes ingepakt met passen en meten, het verse brood met beleg, de melk of karnemelk, het fruit, was mijn vader bijna al weer in staat om rechtsomkeer te maken als het gejengel nog bezig was bij de eerste afslag. Moeder suste de boel en als eindelijk iedereen bedaard was, reed mijn vader voorbij alle mooie, door moeder opgesomde plekken tot aan de zandduinen, die hij in zijn hoofd had. De auto braakte, tot verbazing van de omstanders, de kinderschaar uit en iedereen verwaaide na het eten, met bal, tennisblad, zandscheppen en anderszins.,

Met de vakanties voor de deur was de hectiek groter. Alles, waar mijn vader niet buiten kon, moest mee. De grote blikken augurken, de campingboter, de hagelslag, de aardappelen en blikken sperziebonen kregen in elk onverdeeld hoekje of gaatje een plek. De grote tent werd vanwege het gewicht achterin de laadbak gestald en als we bij een bestemming aankwamen, op weg naar het verre Spanje, moest de hele handel worden uitgestald voordat de tent opgezet  kon worden. De familie van der Linden ging op pad.

Over privacy en privewensen werd niet nagedacht. Vaders wil was wet. De paniek ontstond gedurende precaire omstandigheden, als mijn moeder de kaart verkeerd las en er een belangrijke afslag werd gemist, dan schalde het ‘Godzalmeeenschaapgeven’ door de lucht en doken we met verstilde koppies weg voor de priemende boze ogen. Dwars tegen het verkeer in herstelde hij mijn moeders misgreep Ze moest het bezuren met een flinke wind van voren. Wij zaten met dichtgeknepen vuisten te bidden, een wees gegroet of drie, opdat deze bui snel voorbij mocht zijn.Het hielp zodra de gang er weer in zat.

Vakantie, lief en leed en vooral delen. Geven en nemen en altijd weer een heerlijke tijd om op terug te kijken, want de herinneringen blijven het dierbaarst. Iets, waar je lang op teren kan.

 

Uncategorized

Het leven is een feest

Omdat het beeld van vast te leggen objecten opvallend meer wazig werd, besloot ik tot de aanschaf van een nieuwe bril, met die van een tweede er gratis bij. De eerste aanzet is het meten van de druk met de puffende stijgbeugel, waar het hoofd in vastgeklemd zit, als een middeleeuws martelwerktuig. Daarna mag ik mee naar het kamertje, waar de koelte verfrissend is. Het is er schemerachtig en er staat een grote comfortabele stoel klaar. De gegevens van de keer daarvoor werden doorgenomen. Tot mijn verbazing blijken beide ogen een cilinderafwijking te hebben, een zogenoemd astigmatisme.

012

Ook al sinds de vorige meting. Dat verklaart het wazige zien en het onvermogen om foto’s scherp te stellen. Dat ligt niet aan het fototoestel zelf en of je een zoeker hebt of een LCD-scherm om het vast te leggen beeld mee te bekijken, maar vooral aan het zicht. Het verklaart veel, maar levert juist door het wazig zien bij tijd en wijle prachtige plaatjes op. Dat is een afwijking. Daarna volgt een berekening met het lezen van de letters en waar het gissen wordt. Dan nog iets met bolletjes en het groene en rode vlak met zwarte letters. Na alles zie ik helemaal wazig, maar dat heft zich op door te knipperen met de ogen. Ze zijn te inspannend bezig geweest.

Als de afwijkingen bekend zijn kan de grote zoektocht naar de bril beginnen. Varifocus met een straf leeshulpmiddel en een op elkaar afstellen van horizontaal en verticaal, zodat het bord bij de winkel aan de overkant ineens goed leesbaar blijkt te zijn. Wat een verademing, die helderheid van het beeld. Contouren weer scherp, gezichten strak omlijnd. De wereld in detail is een totaal andere dan de slierten troebele wazigheid, waarin zich het leven de laatste maanden voltrok. De plus vier mocht er nog een schepje boven op hebben. Wat zal het lezen weer een feest zijn.

005 Spiegeltje, spiegeltje

Monturen te kust en te keur om die glazen in te vatten. Er is een nadeel met passen. Met deze mate van kippigheid zie ik niet goed, hoe de bril staat, anders dan met mijn neus praktisch tegen de spiegel aan. De vorige keer hadden mijn dochter en ik al een foefje bedacht. Foto nemen en later terugkijken, simpel maar doeltreffend. Dus kijk ik met de oude bril, die rimpels vriendelijk verzacht, naar de diverse monturen. Als ik de foto uitvergroot schrik ik me een hoedje. Dat ze met dit warme weer niet uitgeslapen zijn, blijkt pijnlijk treffend. Hoe groter en dikker de bril, hoe meer het het oog versterkt en haar wallezakken. Het zij zo. ‘Ouderdom komt met gebreken’, fluisteren de krabbebijtertjes.  Ja, ja, ja, maar wat als ‘IJdelheid, Uw Naam is Vrouw’ de hoofdrol speelt. Het blijft een dingetje hoor.

De kosten brengen een snelle beraming met zich mee. Daar moeten we een ijsje overheen laten glijden. Waarom val ik altijd op de mooiste modellen, die ook het duurst blijken te zijn. Daar komt weer die ijdelheid om de hoek kijken. Bovendien is het leuk om een aantal nieuwe jaren anders en modieus te zijn. Ronde brillen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Het hippe Lennon brilletje van ijzer van 48 jaar geleden grijnst me in haar nieuwe jas, een rosékleurig montuur met groene pootjes, toe. Janis Joplin roept  me met al haar jeugdigheid. Wat staat ze jong en anders. De oude rebelse hippie is wakker. Twee ronde brillen voor de prijs van één. Dat ze daar de duurste als richtlijn voor nemen is een beetje jammer. Maar met alle rebellie in me, denk ik: ‘Ach, kan mij het ook schelen’.

Dat het verschil gaat maken bij het schilderen en de te schieten foto’s is zeker. De wereld jong en stralend, gekaderd en omlijnd. Het leven is een feest.

 

Uncategorized

Alle hoeken en gaten

Het heeft z’n voordelen als je niet kan slapen. Pluis was heftig bezig om  het vliegende beest, wesp of mot, tussen de zachte kussentjes van zijn voorpoten te krijgen en had daarbij nietsontziend van alles van de tafel en de vensterbank gegooid. Ik keek met hem mee en daarvoor moest ik het bed uit. Een wesp lijkt me  niet voor de poes. Vanuit het zijraam trok een oranje bol mijn aandacht. Gauw de bril op, terwille van de jaren des onderscheids, anders had het net zo goed een lantarenpaal kunnen zijn. Daar hing het roerloos in de lucht. Een oranje maan, helder en lokkend. Klaarwakker nu stommelend op zoek naar de fototoestellen. De kleine Lumix vergrootte niet genoeg, de spiegelreflex met de enige lens die ik bezat, liet een oranje speldenprikje zien, maar de mini Canon, mijn oude vertrouwde maatje, die eigenlijk aan vervanging toe is met haar ouderdomskwalen, haalde hem in een oogwenk wat dichterbij.

IMG_9208.JPGIn volle glorie

‘Blue moon’ zong het door mijn hoofd, hoewel ze als een grote vuurbal stond te schitteren.  ‘De maan  kleurt 27 juli spookachtig oranje’ kopt ene Daniël Mulder op Roots. Ik zie alleen schoonheid. Misschien doet de kleur oranje hem te veel denken aan de uitgesneden pompoenen van Halloween. Vanavond zal het nog mooier zijn, belooft Google. Hopenlijk is het dan evenzo een onderbroken nacht door het feit dat de hitte niet meer uit huis te weren valt. Met alle ramen en deuren open tocht wind lauwwarm naar binnen. Een mooie aanleiding om het zwerk op te zoeken.

004rubriceren

De fototoestellen moest ik zoeken, omdat ik, ondanks de hitte, de vorige dag in een opruimwoede belandde. De tafel moest leeg. Weken was het een strijdtoneel  geweest van vlijtige creatieve uitingen en ze lag bezaaid met doosjes aquarel, kwasten in bekers met water, briefpapier, viltstiften, kleurpotloden, lijm, en een fruitschaal  met een reusachtige kromgetrokken courgette, die ik als spookachtig zou kunnen bestempelen. Monsterachtig groot. Verder nog tijdschriften waarin geknipt was, postzegels en schaar, wasco en schetsboeken. De bezem erdoor zou mijn moeder zeggen en met haar denkbeeldige hulpmiddel begon ik alles in te delen naar vermogen. Tekenspullen in de tekentas, klaar voor handzaam gebruik, olieverf voor het fijn schilderen in de verfkist. Om die op te kunnen bergen moest de witte kast onder handen genomen worden.  Tussen de terpentine, de houtskool en de tubes aquarel, de doos met pastels zwierven de vlaggetjes van voorbije verjaardagen en de afscheidsslinger van de Overkant. Oprollen en verzamelen in een plastic zakje, handig bij elkaar.Een hele plank gevrijwaard voor de houten schilderkist  met haar kostbare inhoud de dure penselen, de prijzige verf.

Stukje bij beetje ontgon ik de berg, die zich van lieverlee opgestapeld had. Stapeltjes maken, rubriceren, deduceren. De papierbak vulde zich systematisch met overtollig onbruikbaar, de tas voor de kringloop met kleine en grotere hebbedingetjes.

housekeeping observations by Lydia DavisLydia Davis

Het was er geen weer naar, maar voor het hoofd betekende het ruimte en rust. Vooral dat laatste. Het bleek een fluitje van een cent, binnen een paar uur gepiept. Alle transmitters stonden de goede kant op. Ik vond twee fototoestellen terug op de trap en een keurig in de tas. Maan bleef hangen tot ik het bewijs had geschoten. Bloedrood nog niet, maar wel fel oranje. Met behulp van mijn moeder veegde ik denkbeeldig het laatste staartje van de trap. Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.

 

Uncategorized

Ruimte sparen

Het is laat in de avond of vroeg in de nacht. Natuurlijk is het te warm om goed te kunnen slapen. Ergens heb ik een paar uur wel de ogen dicht gehad, maar daarna lag ik ook al weer een hele tijd naar de lauwe wind te reikhalzen, die door het op een kier geopende raam kwam. Mijn zoon heeft me al twee keer gewaarschuwd voor muggen. We verschillen van mening. Als het licht aan is en het raam open, dan komen ze niet, is mijn ervaring.

0033-e1532567753462.jpg

Ik lees in de het tijdschrift ‘Zin’ over Renate en haar opvolgster Hanneke Groenteman. Ze heeft ook een vlotte pen, maar anders dan Renate. We gaan het zien en beleven. Eerst maar eens de kans geven aan mezelf om te ontwennen en de ruimte te geven aan deze opvolgster. Ruimte geven betekent dat je iemand op z’n minst het voordeel van de twijfel geeft of, beter nog, dat je er onbevangen instapt. Iemands plaats innemen betekent niet dat je haar moet vervangen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Het is een leerpunt, ruimte geven.

Nog altijd heb ik de neiging  om te ‘Jamaren’. Zodra je jezelf  ‘Ja maar’ hoort zeggen, zouden de alarmbellen moeten gaan rinkelen. In hetzelfde nummer staat een artikel  over dit onderwerp. Karen Kroonstuiver doet in het blad aan de hand van het kleurenschema van Erikson uit de doeken, hoe dat werkt met ruimte geven en krijgen. Een van haar voorbeelden is die van een brillenverkoper, die niet wil luisteren naar zijn klant, als deze vertelt dat de bril voor haar niet werkt. Hij is bezig zichzelf te verliezen in een uitgebreid en technisch verhaal om toch vooral over te brengen hoe vernuftig de bril is en dat men niet over een nacht ijs gaat. Als je eenmaal op een spoor zit, is het lastig om een zijspoor te vinden waar je dergelijke stokpaarden kan parkeren.

0122.jpgIllustratie kleurenschema Erikson uit Zin

Dat kristalliseer ik eruit. Stokpaarden zijn behoorlijke ruimte-innemers. Zodra ik mezelf voor de tweede of de derde keer iets hoor herhalen, is dat een teken dat ik bezig ben met anderen te overtuigen van mijn gelijk. Tegelijkertijd is er dan geen ruimte meer voor het tegendeel. In theorie is het allemaal te bedenken, zaak is het in de praktijk te gaan checken. ‘De koe bij de horens vatten’ hoor ik het verleden zeggen. Zodra ik mijn stellige mening uit en tot een tweede keer wil overgaan met een dergelijke retirade, zal ik op de rem trappen. Dat moet een bewustwording teweeg brengen. Of ik zo meegaand zal zijn als de koper in het brillenverhaal en toch de bril mee naar huis neem om het na twee weken weer terug te brengen is een tweede. Dat kon ze, omdat ze op dat moment bedacht  dat de verkoper blauw was, ze zelf in eerste instantie geel handelde en daarna kon overschakelen op groen gedrag. Er staan talloze voorbeelden in van dergelijke voorvallen.

Voor mij geldt met name, me niet groen en geel te ergeren, maar vooral mijn eigen touw te laten vieren en meer ruimte te bieden aan een ander. Kunst is het vinden van een balans, want je laten overvleugelen is de keerzijde van de medaille. Niet gelijk op je achterste benen staan, maar het verhaal van een ander de ruimte geven om binnen te komen. Mooi gegeven voor de aankomende zussenweek. Ruimte sparen.

Uncategorized

Klaar terwijl U wacht

Spiegelende etalageruiten moesten verboden worden. Gisteren deed ik een poging om de allereerste expositie van de doeken van Knockart vast te  leggen op de gevoelige plaat. Daar was eerst een mevrouw die allesbehalve oog had voor het schoons en haar fiets uitgebreid stalde voor de etalage, net voor ik mijn fototoestel te voorschijn had gehaald. Ik registreerde haar zwarte jurk en haar korte haar voordat ze de winkel inliep naast de kunsthandel. Eerst probeerde ik de etalage vast te leggen waarin het grote abstracte werk van Mieke Siemons, onze ziel en zaligheid, de rode draad in mijn artistieke ontwikkelingen, stond opgesteld. Vrolijk wuifde het spiegelbeeld terug met mij dwars door het mooie doek heen. Niet zo makkelijk voor een gat te vangen, stelde ik me naast de spiegelende ruit op. Dan maar vanuit een schuin perspectief. Daar ontmoette ik de Voorstraat in volle glorie, want opgebroken dwars door alle kunst heen.

004

Ik wandelde de winkel in om te kijken hoe ver mevrouw was gevorderd. Ontdekte een mooie sjaal voor 4 euro in de opruiming en drentelde, nog steeds vóór het zwarte jurkje, naar buiten. Haar fiets stond dwars door mijn waterlelies te pronken. Ik bewonderde details die ik vergeten was. De kunsthandel was niet open, met een gerust hart nam ik op de vensterbank plaats om de foto te zoeken van het werk, toen het nog op de ezel stond. Uiteindelijk ruimde de fiets in…voor de ijzeren afrastering die op de weg stond. Ik gaf het op. Maar met  gepaste trots, opdat we daar in die etalage mochten staan.

005

Het is komkommertijd, nou ja bijna, in het aanbod van cursussen. Maar voor de liefhebber zijn er wel een aantal leuke zomerse aanbiedingen te ontdekken buiten de dure schilderweken om. Zoals bijvoorbeeld de gratis Kids Art week van Carla Sonheim. Een online uitdaging voor kinderen tot 99 of ouder. Ze geeft leuke inspirerende ideeën door, die op elk tijdstip op elke plaats(bijvoorbeeld op een vensterbank voor een kunsthandel) uit te voeren zijn. Ik moet er wel bij vertellen dat mijn schetsboek, mijn kleurpotloden, fineliners, aquarel en penseeltje tot de vaste uitrusting behoren. Altijd. Ze zijn net zo onontbeerlijk als een fototoestel.

De eerste les is uitgevoerd. Vogels vanuit waterverf droedels. De tweede les gaat over papier mooi maken met waterverf en een bankpasje, het betere scrapwerk, zodat daaruit mooie knipsels van vlinders ontstaan en ineens weet ik waarom ik het zo heerlijk vind om op deze te warme dagen voor buiten te doen. Het zijn mijn spiegelingen op het werk dat ik mijn hele leven lang heb gedaan Materiaal en technieken aanleveren en ruimtelijke vrijheid geven aan kinderenom ermee te experimenteren. Zo ontstond aan het begin van het schooljaar de pozzebokkenserie, naar aanleiding van het fantastische boek met de gelijknamige titel van Bouke Jagt en Peter Vos..

120Pozzebokken; dolfijnen van de Kring in Woerden.

Pozzebokken hebben geen vast omlijnde vorm of uiterlijk, ze zijn toevalligheden, ontstaan uit een samenvoegen van een aantal grondbeginselen, verf of ecoline, papier en een schaar. Ze kunnen nooit mislukken. Het is de manier om de eerste schreden te zetten op het gebied van kunst met kinderen, zoals de waterverfvogels uit de eerste les van Kids Art.

Nu de hitte de dag zindert, valt er binnen van alles te ondernemen. Het huis is een ateliertje geworden. De tafel ligt bezaaid met potloden en verf, bladzijden, brieven, penselen, waterbakjes en fototoestellen. daartussen zweven de dag-optekenboekjes, kleine schetsboeken en de grotere. Kunst is overal, als je de ogen opent. Vanmorgen moest ik mijn karnemelkglas van de nacht mee naar beneden nemen om af te wassen. De nacht had melkglazen strepen getrokken tegen de wand. Karnemelk-Kunst. Klaar terwijl U wacht.

Uncategorized

Alles kan altijd erger

Gisteren kwam  er een staaltje naastenliefde achter mij in de kassa-rij staan. Ze was vermomd als een veertiger, klein van stuk met kuiltjes in haar wangen en een open blik. Ze was me niet opgevallen omdat ik luisterde naar het gesprek met de caissière en een dikkig, roodharig jongetje, die met het schaamrood op de kaken en met een vertwijfelde blik in de ogen aan het stuntelen was met de bankpas en een briefje in zijn hand.  Eerst kon hij niet betalen met de contactpin, maar dat gebeurt wel vaker en behalve de boodschappen stond ook de pincode op zijn briefje geschreven. De pas had onvoldoende saldo, gaf het apparaat aan. Het jongetje werd roder, probeerde het nog een keer.

Achter mij was de rij wachtenden toegenomen. Sommige graaiden hun boodschappen weer van de band en renden ongeduldig naar een andere kassa. De vrouw achter mij merkte op dat hij misschien wel vijf euro kon pinnen, dan moesten er hooguit wat boodschappen achterblijven. Zelfs bij dat luttele bedrag weigerde de pas. ‘Er staat geen geld op’, stelde een van de meisjes achter de kassa vast. ‘Maar mijn vader heeft er geld op staan, anders had hij het me niet meegegeven,’ mompelde het jongetje. ‘Dan heeft je vader zich vergist’, was de droge conclusie.

De vrouw vroeg hoeveel het was en zei: ‘Dan pin ik het wel voor hem.’ In zijn zenuwen was het jongetje kleiner en kleiner geworden. De vrouw verblikte of verbloosde niet, pinde het bedrag, schreef haar email-adres op het bonnetje en liep weer terug naar haar plaats in de rij. Ik was met stomheid geslagen. Om mijn eigen lethargie, ik stond daar maar een beetje sullig te wachten. Om de caissières die nog aan het overleggen waren, nu werkte er geen kassa meer. Om de kordate aanpak van de vrouw. Een daad van menslievendheid. Ik vertelde haar, dat ze me  iets belangrijks had geleerd. Het ging namelijk niet om het bedrag. Het ging niet om het feit dat die vader het jongetje in zo’n precaire situatie had gebracht, iets waar ik me vooral druk om stond te maken. Het ging om de daadkracht.

‘Erger je niet, verwonder je slechts’ zong mijn wijze oude vriendin in mijn oor en deemoedig moest ik bekennen dat ik me wel geërgerd had. Aan de vader die het zijn kleine zoon zo moeilijk had gemaakt en aan het feit dat de jongen te vroeg volwassenheid in zijn schoenen geschoven kreeg.

048

De vrouw was de engel. Ze zei ‘Ik krijg het wel weer terug. Het is mijn geloof, ziet U. Ik ben katholiek.’ Ik ken veel katholieken van huis uit, maar zelden heb ik de naastenliefde zo praktiserend volbracht zien worden. De volgende keer zal ik bij een dergelijk voorval in haar geest handelen, dat staat vast. Omwille van het kind en nergens anders om.

Het was een bijzondere dag, vooral ook omdat een collega van heel lang geleden met zijn vrouw in een hoek van de gang bij de longfysio bleken te zitten. De vrouw herkende me onmiddellijk. Ik moest door de jaren heen de jonge huid van weleer vangen en eenmaal gewend aan de aanblik doemden daar de twee uit mijn spinrag van lang geleden op.  De boomlange meester van de onderbouw, waarbij de kinderen hooguit tot aan zijn knieën kwamen. zodat de afstand er voor zorgde, dat ze letterlijk tegen hem opkeken.  Hij stond boven aan de wachtlijst voor nieuwe longen.

Ik moest door naar de therapie in de zaal die er achter lag. Vanuit mijn oogpunt zag ik ze wegrijden en lopen. De lange vouwde zijn benen dubbel in een scootmobiel en zoefde met een vaartje de gang door, mijn leven weer uit. Alles kan altijd erger.

Uncategorized

Lang geleden

Terwijl de platanen hun bast laten vallen,  bomen in de rui, de ringslang zich steeds onbeschaamder toont aan de goegemeente en zich uitgebreid koestert in de tropische zonnewarmte, vlinders uitbundig kleuren en hun opwachting maken in de uitbreiding van hun paradijs, de bloemen steeds dieper moeten peuren om naar grondwater te vissen en uitbundiger bloeien dan ooit, verschans ik me achter mijn onvolprezen bamboescherm, dat tegen het raam aanplakt en er voor zorgt dat zomerzon de gevel niet verzengt. In de kamer is het koel, geen overmatige dorst, geen extreem gepuf. Bij vlagen trekt er koud zweet langs. De oorzaak daarvan zou elders kunnen liggen.

IMG_0030

Een man in het zwart was bezig met een lichtopbouw in de kamer, terwijl ik sliep. Hij hielp mijn zoon, die elders het te druk had. Zo werkte dat. Als je er zelf niet uitkwam, sprong een ander voor je in de bres. Dat is collegialiteit ten top. Ik werd wakker en hielp mee het verhaal ter plekke te verzinnen. Ik leverde er namen bij, waarvan Lotte er eens was. Waarom de beste man uit het melkkannetje van mijn kringloopservies dronk, mondde uit in een vraag aan zijn adres. Zonder het antwoord af te wachten, wandelde ik naar de filmlocatie. Daarachter stond immers het teakhouten bergmeubel van mijn moeder uit de Amandelstraat, waar vroeger de pick-up aan het oog werd onttrokken. Toen ik de deurtjes opende, was de inhoud op een enkel schoteltje van het servies na, leeg. Dat verklaarde het. Geen kopjes genoeg. We bleken een bont gezelschap midden in de nacht, terwijl de rest van de wereld de hitte trotseerde en sliep.

pluis 1Poes Pluis

Ik sla mijn ogen op en voel de koele nachtbries door het open raam. Een mug heeft de ingang ook ontdekt. Het ballonnetje boven mijn hoofd met de beelden zijn met het wakker worden doorgeprikt en verdwenen als sneeuw voor de zon. Beneden in de kamer hangt de hitte van de vorige dag zwaar tegen de ramen. Als de dubbele balkondeuren opengaan, stroomt frisse lucht naar binnen en haalt de nacht opgelucht adem. Buiten zingen de eerste merels al. Poes Pluis sprint gezwind het balkon op, frisse lucht en vrijheid tegemoet. Ergens bast een hond. Er schraapt een gordijn langs het kozijn. Dat zijn de enige geluiden op het ruisen van de A2 na. Als ik mijn ogen dicht doe had ik op een balkon in Spanje kunnen staan of in de tuinen van de Franse Filature. Dezelfde lauwwarme nacht, dezelfde slapeloosheid, dezelfde belofte voor overdadig hoge temperaturen.

korte ademhalingssteegZwolle

Het belooft een week van ziekenhuis en onderzoek te worden. Die wereld apart die ooit tot mijn thuis behoorde en nu zoveel te weeg brengt, maar ook nog altijd wonderlijk vertrouwd aanvoelt. Ik steven nog steeds door de gangen, alsof ik er werk.Wordt ook altijd begroet. Wanneer neem je het imago van de patiënt over, of voelt niemand zich zo. Het is een status waar je absoluut aan moet wennen. Tijdens de longtherapie wisselen we gedachten uit. Zielenleed, dat alleen de insiders zullen herkennen, omdat het voor de anderen prietpraat blijft, een ‘ver van mijn bed’ show, maar dichterbij dan menigeen denkt.

In de auto naar het oosten toe versta ik door de ruis van de motor niet wat er gevraagd of gezegd wordt. Ik hang van kwalen aan elkaar en miep er misschien wel teveel over. Je moet niet zeuren als je er zelf niets aan laat doen. Oren, ogen, longen, hart en sommige pezen, gewrichten. Dat regiment pillen, dat een aantal bijwerkingen geeft, waardoor er nog meer bijkomt aan weer andere pillen. Ik moet het even kwijt.  De laksheid is geen onwil, maar een vastklampen aan wat ooit normaal was. Als je het niet ziet is het er niet. Heel even maar, wat struisvogelpolitiek, omdat je zou willen dat het weer was als toen, ooit, lang geleden.

 

 

Uncategorized

De dader verklaart

Het duurt even eer ik besef, dat het verhaal alweer bijna achter me ligt. Net begonnen. Vannacht, waar de slaap niet komen wilde en de bril op mijn neus de letters liet dansen. Gegrepen vanaf de eerste zin, die cruciaal de rest van de ontwikkelingen binnenhaalde en daarmee alles bepalend bleek. Jaloerse vleugen over haar schoonheid. De taal verhaalt, vervult, verrijkt. De meester. Ik lees ‘Jij bent van Mij’ van Peter Middendorp.

Lovend zijn de subtiele tekeningen van de gebeurtenissen, ragfijn, geen detail uitgespaard. Het zijn juist dagelijkse dingen, die de dader vormen en daarmee ook het onvermogen, de vraagtekens die opdoemen. Opgebouwd, woord voor woord vult mijn hoofd zich met het beeld. Wat kunst vermag.

044kraai op de tuin

Aangemoedigd door een lovende tweet over de schrijver, in een opwelling aangeschaft, dagen genoten van de prachtige omlijsting, de klapwiekende vogels in dat vuurrode, bloedrode. Onschuldige trek der spreeuwen met hun gehavende vleugels en herkenbaar ook. Net als de kauwen die met luid misbaar iedere dag het veld ruimen wanneer ik huiswaarts keer uit de volkstuin.Ze trekken naar de grote kastanjes rond de hoge flat. Het zwerk vult zich letterlijk met het klokkende zwart en figuurlijk met de vallende avond na een mooie dag. Nooit gaat die trek voorbij zonder Hitchkocks dreigende vogels op het netvlies, die een glimlach ontlokken.

De schrijver wordt eigen als diens taal en de gedachtegang van de dader de mijne worden tijdens het lezen. Het boek is nauwelijks weg te leggen. Bewondering en verwondering lopen hand in hand om zijn prachtige stijl, zijn woordkeus, zijn poëzie, het zachte, waarmee de gruwelijkheid uit de doeken wordt gedaan. Met weemoed nader ik het einde van het verhaal, het laatste hoofdstuk: Winter.

010.jpg

De schrijver in mij heeft woord voor woord de beschouwer losgemaakt. Elke handeling, een ontmoeting, het gesprek mondeling of via het vluchtige digitale woord wordt vastgepind en ontleed. Details voegen zich tot een geheel. Bijzonder maar ook herkenbaar is de manier waarop de man in het verhaal zijn realiteit handen en voeten geeft. Flarden vooruit, dan weer stappen terug, om uiteindelijk te komen tot de grote ontknoping, die vanaf het begin al vast stond.

Mijn ontmoeting met de werkelijkheid speelt zich af in fragmenten en kleuren het plaatje. Natuurlijk vindt het een weg in het schrijven op de vroege ochtend, de foto’s onderstrepen de details. Die wonderlijke kenmerken, waarop de belangrijkheid van een gebeurtenis blijft hangen.  Met een aantal schrijfvrienden sturen we brieven naar elkaar. Om het woord verlegen zit niemand, volgens mij. Het werkt  bevrijdend om vanuit de vrije val iets te delen met iemand die je eigenlijk niet eens kent. Boeken zijn brieven en verhalen die je deelt met al die mensen die je eigenlijk niet kent en vice versa.

In het boek staat een overpeinzing die veel duidelijk maakt en tegelijkertijd de verwarring meebrengt. De dader stelt zich buiten de werkelijkheid. Hij is daarmee de ‘Teacher in Role’, zoals bij het rollenspel de regisseur uit en in het verhaal stapt als dat zo uitkomt. Schouwer en lijdend voorwerp, dader en slachtoffer, de schuldenaar versus de schuldige. Wie rekent af met wie. Het perspectief vanuit de dader, die de buurman kan zijn, je eigen vader of zoon, een collega, de winkelier om de hoek, zit dicht op de huid van de lezer en het zorgt ervoor dat de dreiging intens en voelbaar blijft, het hele boek lang.  Meer diepgang is niet mogelijk. De dader verklaart.

 

Uncategorized

Wie niet waagt, die niet wint

Ik sla de laatste bladzijde dicht en bedenk hoe moeizaam de aanloop was, waarmee ik in het verhaal probeerde te komen. Ergens op twee derde van het boek sloop er iets van spanning binnen en riep het vragen op. Eenmaal daar aangeland lukt het nauwelijks het boek nog weg te leggen en moet het verhaal worden afgerond in mijn hoofd. Ik brei alle losse einden samen. Nu is het dicht en stelt het toch wat teleur. De taal, de vorm, de moeizame, onprettige karakters, de van ver gehaalde voorvallen, de onooglijke, overduidelijke symbolische locatie. Als de kaft zwaar op de bladzijden valt, is het rijp voor de kringloop. Hier volgt geen tweede keer lezen of toch…

Waarom pakt het ene boek je bij de eerste zin en een ander niet of nauwelijks. Waar ligt het aan. Aan het boek zelf, aan de schrijfstijl, aan het onderwerp? Nee, dat is te kort door de bocht. Het ligt voor het grootste deel aan mijn ontvangst. De rust in mijn hoofd, de vermoeidheid, waardoor ik wel honderd keer het boek weg moest leggen. Als je wil verdwijnen in het verhaal, dan lees je door, net zo lang tot je erin zit, ook al is dat pas halverwege of aan het eind. De cirkel rond, dat beoog ik met lezen. Verdwijnen, mee gevoerd worden, jezelf verliezen.

012

Doordat ik de puf niet had, met het gebrek aan energie door de lichamelijke klachten, ogen, die dicht vielen na vijf regels, woorden die aan het dansen waren en alleen de dikke + 4 A.M.G. Schmidt bril versterkend genoeg is, kan ik niet afreizen. Het is een beetje een kip en ei verhaal. Beide, boek en lezer, zijn debet aan het euvel.

0091.jpg

Zelden wordt ik niet het verhaal ingetrokken. Bij de pil van Knausgard met de titel ‘Vader’ bleven de bladzijden maagdelijk en ongelezen. Kleine letters, korte regelafstand, te breedsprakig. Op het stapeltje naast mijn bed ligt het Labyrinth der geesten, een avontuur, die ik in de vakantie zal aangaan, omdat ik uit de drie vorige boeken van dit vierluik weet, hoe geraakt ik zal zijn. Daarbovenop ligt Het boek van Peter Middendorp. De prachtige omslag met de intrigerende titel: Jij bent van mij, schreeuwt erom als eerste gelezen te worden. De kritieken zijn lovend, maar die leg ik te doen gebruikelijk, naast me neer. Zie het verhaal hierboven. Op ontvangst valt geen peil te trekken. Taal proeven is een persoonlijke aangelegenheid. Het wekt wel nieuwsgierigheid als Tommy Wieringa schrijft: Een schrijver heeft zijn stem gevonden.

Sinds ik thuis ben, nu alweer een half jaar, is de tijd aan mij, voor zover het lijf het toelaat. Dat is beperkter dan een totale vrijheid. Het betekent dat er dagen zijn die ingewisseld worden met de nacht of voorbij trekken in totale ledigheid. Iets wat een mens moet leren. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, oreerde mijn oma, die de genen aan ons heeft doorgegeven, waarmee het moeilijk rusten is.. Ik dank het aan de leeshonger van mijn moeder, dat lezen niet tot de ledigheid behoorde, maar tot kennisvergaring.

0071.jpg

Hoe triomfantelijk kon ze kijken met het nieuwe stapeltje boeken onder haar arm. Ze werden op de vensterbank neergelegd en binnen de, door de bibliotheek gestelde, termijn wist ze zich de inhoud eigen te maken. Die gretigheid is doorgegeven, met alle liefde voor het geschreven woord. Er liggen nog wat stapeltjes te wachten. Er zijn zeeën van tijd in het verschiet. Ze zullen elkaar vinden, daarvan ben ik overtuigd. Wie zich eenmaal laat meevoeren door het woord, raakt aan de nieuwe dimensie van een leven. Opnemen, invoelen, verwerken en eigen maken. Het is breien met woorden: Insteken, omslaan, overhalen en af laten glijden in het meer der verbeelding. Wie niet waagt, die niet wint.

009

Uncategorized

Kunst om naar te kijken

Vriendin en ik zijn op weg naar More in Gorssel. Zonovergoten dag, zoevend langs de wegen. Zon, ziel en zaligheid voeden de perfecte timing voor het dwars kijken en het laagland dat zich  aan ons openbaren zal.

073

De tentoonstelling beneden, Dwars kijken, was mij bekend en boven wachtten de foto’s van Het trage, lage, land. De vlinderende zichtlijnen van het gebouw haalden de vrije wereld naar binnen. Een omlijsting voor al dat moois wat ons te wachten stond. Vriendin dook, met het gemak van de kenner, het beeld in, schouwde op millimeters de toets, haar vingers vervaarlijk dichtbij het doek, keurde en herkeurde.Met verbazing stelden we de wording van impressionist tot realist vast in het werk van Raoul Hynckes. De luchtige toets werd zwaar en mistroostig, de donkere tinten en de dreiging van een oorlog doordrenkten het latere werk. Het wekte verwondering.

Al kabbelend trokken we langs de beelden, met gissen en levensvragen, met veronderstellingen en weetjes door de bijbehorende teksten en haakten er een nieuw universum omheen.

096Carel Willink: Dubbelportret

We keken naar de zure blik van de dame links, in het schilderij ‘Dubbelportret’ van Carel Willink en probeerden dezelfde pruillip te trekken. Toen we aan het delibereren sloegen over de reden, kwam de suppoost als een duveltje uit een doosje achter ons staan. Hij verklaarde dat Willink zijn modellen op het atelier los van elkaar had vereeuwigd. De kleding, waarin ze poseerden, bleven op het atelier ondanks rang of status. Verwevenheid tussen de beide dames zien we inderdaad niet. Ze delen hooguit de ijzige afstandelijkheid, versterkt door de misprijzende blik van deze Estella Reed.

Onze spontane begeleider is de perfecte vraagbaak, een wandelende audio-tour, immer bereidt om een toelichting te geven als de wenkbrauwen vragend omhoog gaan. Met stijgende bewondering bestuderen we zijn geanimeerde manier van vertellen. Hij is in zijn element en wij zijn dankbare toehoorders.

079.JPGWout Berger

Bij de foto’s zorgt zijn uitleg voor de broodnodige verdieping. Deze bijzondere tentoonstelling van, onder andere, fotograaf Wout Berger, omhelst landschapsfoto’s en van zijn hand met name de gifgronden, die hij in de jaren negentig in kaart bracht en nu opnieuw bezocht en fotografeerde. Deze wetenschap geeft een extra dimensie aan de beelden. De tweestrijd tussen leven en dood valt samen met die illusie van leven op gifgronden. Het ziet er bedrieglijk mooi uit.

080Gerco de Ruijter: BS

Overweldigend zijn de abstracte beelden van Gerco de Ruijter, die met camera’s aan vliegers het landschap in kaart brengt. We zijn op slag verliefd op zijn Brusselse spruiten die onder de sneeuw verborgen liggen. Sterk uitvergroot is elk dierenspoor ertussen te herleiden.

091  092 Mijn Brusselse spruiten

In gedachte overbrug ik jaren terug. Winter 2013 waar, bij de buurman op de volkstuin, de spruiten hoog op zijn geklommen en als stramme soldaten de wacht houden in het sneeuwlandschap, mij lokkend verleiden tot het vastleggen. De maagdelijke sneeuw, de zwarte staketsels en de schaduw houden het toestel in hun greep. Het desolate landschap en de meervoudige betekenis vragen erom vastgelegd te worden. Een omslag in vorm en functie.

De engel met zijn breedsprakige verklaringen wuift ons gedag, als we met een hoofd vol  weer terug lopen naar de auto. Nederland, de moeite op alle fronten waard. Zelfs in verval schuilt schoonheid. Kijken is Kunst naast Kunst om naar te kijken

Uncategorized

Geschiedenis

Ik zit op het paaltje en luister naar de geluiden die af en toe zinderend de stilte van de zomerdag lam leggen. Er rijden fietsers langs en een enkele brommer passeert me rakelings aan de linker kant. Het is zo’n doorgang dat geen fietspad is, maar altijd als zodanig gebruikt wordt. Ik zou de regels aanpassen aan hardnekkige sluiproutes. Vechten tegen de bierkaai, hoor ik het verleden zeggen.  Daar tuft de kleine zwarte auto voorbij met een groot deel van wat me uiterst lief is. Er zwaaien twee bleke armen opgetogen. Er hangt een brede glimlach boven.

Naar mijn schoonmoeder gaat de rit. De ongebruikelijke droogte en de trilling in de waarneming van de zonovergoten voortuin zorgen voor een bijna tropische aanblik. Dor gras, zieltogende struiken. In de Maxi Cosi bengelt de jongste kleine telg aan een arm.

013

De deur van het huis houdt verwoed vast aan de instructies van de tochtvrije sluis. Ook al is er niets om mee naar binnen te nemen, de hitte is door alle kieren al geinfiltreerd. De eerst deur moet dicht, alvorens de tweede opengaat. Ik had alles opengezet, ten einde de wind te vangen, die nog net het allerlaatste beetje verkoeling brengen kon.

014

In het huis zitten en staan de vrouwen, allemaal één coupe met dezelfde kapper aan huis, aan de tafel of kruipen achter een kopje thee. Er is geen man te bekennen. De dames zijn zonder uitzondering parelgrijs en kijken nieuwsgierig op naar het jonge grut dat voorbij komt stuiven. Vorsend, in een oogopslag, zien we het vertrouwde koppie niet. De lift ruikt naar natte hond en naar stampotten in de winter. De jaren verschralen waar je bij staat. Er hangt wat tegen de muur om de eenzaamheid op te heffen, maar nergens maakt het beroering los of trekt het je naar binnen. Sommige kamers hebben hun deuren wijd open en gunnen een schaamteloze blik op Oisterwijks eiken en nostalgische koekblikken.

Mijn eigen jaren in de verschillende bejaardentehuizen rond de stad kennen alleen  het nachtleven. Het gedempte licht en in Bilthoven alleen de krekels die on-Nederlands de leegte kleuren. Daar spotten mijn oren ieder vreemd geluid. Stappen op een gang, het lopen van een kraan, een toilet dat doorgetrokken werd. Ze signaleerden de afstand en de praktische invulling van het geheel. De kamer met demente bejaarden, vier in getal, heette een ziekenboeg en iedereen die daar aan bed gekluisterd was, door spanband of boeien, was gemeengoed geworden. Dat enige rijke zelfbehoud was in de grote doofpot beland. Geleefd worden gaat voorbij aan waardigheid en respect.

Ze is 96 jaar en kwiek als een hoentje. Vief en monter schuift ze de zware trijp gordijnen open. We dachten dat ze sliep. Gretig drinkt de kamer het licht in. De televisie gaat uit. Ze roemt haar vrije wil. Als je  heel oud bent, hoef je naar niemand meer te luisteren. Haar adagio onderstreept ze met een ondeugende twinkel in de ogen. Ze peilt onze reacties niet. Van alle banden vrij.

011-e1531959491605.jpg

Als ze de kleine bengelaar ziet, glijdt er een weemoedige herkenning over haar gezicht. Zo’n poppie. Op haar bolronde buik glijdt de telg bijna van haar schoot. Ze overbruggen samen met gemak de jaren, bijkans een eeuw, de oude en de jonge, in een luttele seconde. Zacht glijdt er een glimlach over het kleine toetje en spiegelt zich in de ogen van het oer. De foto’s aan de muur, omgekruld en soms verbleekt, verhalen geschiedenis.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Een nieuwe wereld

Gisteren was het tijd voor water en het penseel. Hoe gaaf zou het zijn om doeken te maken ter grootte van de op rijstpapier geschilderde veldbloemen van Jolanda. De ruimte is er niet. Het nieuwe huis is er nog niet. Een houten achterwand en de rest glas, droom ik over het te herbouwen atelier. Mijn lieve weldoener is met het oude vervallen atelier in een zelfde staat van zijn belandt. Met lede ogen beziet hij de gevolgen. Het is niet anders. Tij valt niet te keren.

020

Mijn lessen bij Koen Ebeling Koning zorgden voor de eerste schreden op het pad van de overtreffende trap: Groot, groter, grootst. We rolden de doeken uit en knipten weidse maten. Alleen dat gevoel al. De vrijheid om niet beknot te worden door de eindigheid van een doek van een geijkte maat was een verademing.

IMG_0892

Een wand van hout en verder glas, het moet te doen zijn. In mijn dromen komt het terug, mooier, meer af, groter en dan lees ik vandaag een artikel over Walden en de schrijfhut van Frederik van Eeden van de hand van Christiaan Weijts, met een titel die vanwege mijn opties helemaal tot de verbeelding spreekt. De Hof van Eeden achter de bouwmarkt. Voor mijn verrichtingen een soort vingerwijzing naar wat nog komen gaat. Het huis staat er nog steeds. Met wat speuren en kunst-en-vliegwerk ontdekt hij het paradijs, daar in Bussum. Eens een lommerrijke ideaalstaat voor iedereen die kunst en natuur, rust en ruimte zocht. Walden, de Utopie en alles goed verborgen in een hoek van de geschiedenis, achter de bouwmarkt.

frederik van eeden

Als een dunne draad heeft het verhaal zich door de jaren heen geweven. Het leek me destijds, in de jaren zeventig, het summum van zijn om in zo’n heilstaat tussen de creatieve geesten te mogen toeven. Couperus was in, Van Eeden had me met zijn verhalen volledig binnen de grenzen gehaald en her en der ontsproten allerhande woon/werkgemeenschappen met als binding kunst, natuur, filosofie, religie en anderszins. Het was de tijd van het collectief.

Weijts beschrijft de poort naar de hof achter de troosteloosheid van beton en opslagloodsen. Ik moet denken aan een regel van lang geleden. ‘Wie door deze poort hier binnen gaat…’ Ze blijft hangen in de beschrijving van het paradijs dat zich erachter ontspint. Niet zelden startte een verzonnen verhaal als inleiding voor de projecten op school met een binnenvallen, door een spiegel, een gat in de grond, een deur van een kast. Alle wereldverhalen van de jeugdliteratuur lagen erin besloten. Het oneindige verhaal, Alice in wonderland, De kleine Prins dwars door zijn wolkendek, waar de realiteit ophoudt en de oneindigheid begint.

Van Eeden zorgde ervoor, dat zijn paradijs bewaarheid werd. Walden heeft niet lang stand gehouden, maar het huis, zijn werkplek, het schrijfatelier bestaat en is nog altijd bewoond door een vrouw des huizes en haar poes Prinses.

Ik dwaal met de woorden van de reporter mee en daar ontspint zich de gestalte van Hedwig uit de Koele meren, als ze zich mijmerend bij de waterkant overgeeft aan haar melancholie. Ademloos dichtte ik haar in mijn ondernemende jeugd wat meer ruggengraat toe en wat realiteitszin, maar in dezelfde lijn verloor ik me aan de uiterst verfijnde pentekeningen van gevoelens. De entree bestaat en roept onmiddellijk nieuwe associaties op. Wie gaat er niet graag een andere, onbekende wereld binnen, waarachter het avontuur lacht en het leven zich rijker aandient.

097

In wezen is elke vorm van kunst, vorm gegeven gevoel en scheppingsdrang, de poort naar de nieuwe wereld met de mogelijkheid om je te verliezen. Groot doek dus, levensgroot, om er in te springen en verdwaald te raken achter de façades van het leven. Nu het huis nog, een nieuwe wereld.

 

 

Uncategorized

De modus van alle dag

Ergens in mijn onderbewuste hoor ik het venijnige zoemen van een mug. Het duurt even eer ik het dwingend en geagiteerde geluid een plek kan geven, dan vallen de lome nachthitte en iets vlak bij het gezicht in elkaar, en zit ik, als door een mug gestoken, rechtop. De schade blijft beperkt. Ik ben hem voor, de snoodaard.

Ik moest denken aan een van die hele hete zomerdagen op de oude tuin. Daar was het tuinencomplex nagenoeg leeg op een paar volhouders na. De nieuwe eigenaar had een ingenieus plan bedacht om de bewoners van zijn grond af te krijgen. Huurverviervoudiging was hem niet vreemd. Ik kon nog niet weg. Dat laatste jaar was een ‘wenjaar aan nooit meer’. Tijd om afscheid te mogen nemen is een hoog goed. de prijs die er voor betaald werd, was die van de solitude.

scannen0653Uitzicht op de oude tuin

Ik dacht dat ik de haag wel kon knippen. Om mij heen vervielen de tuinen tot wildgroei, maar ik deed dat laatste jaar nauwelijks vruchtbare pogingen om de tuin zevenbladvrij te houden en cultiveerde de chaos door ruimte te scheppen tegen beter weten in, gepruts in de marge. De apothekersroos had zich door de hele haag verspreidt, de bomen zakten schots en scheef en de geraniums en hortensia’s hadden de voortuin overgenomen. De Hosta’s waren tot slakkenrijk gebombardeerd en in de kruidentuinen overwoekerde de munt de diversiteit met het grootste gemak.

scannen0651 glimp van de oude tuin

De haag moest bijgeschaafd. Het was h et ‘uithangbord’ van mijn kleine paradijs met het knusse huis erop, de verweerde groene pomp, de grote regenton, de prachtige blauwe regen boven de veranda. Ik had buiten de waard gerekend. Al snoeiend hoorde ik ineens achter me, terwijl de zon genadeloos brandde, een nijdig gezoem en nog eens en weer. Waarschijnlijk was er een wespennest in de buurt. Het klonk dreigend en dwingend. De toonhoogte veranderde en ik wist dat ik geen kant op kon als ik aangevallen zou worden.  Ineens ving ik de link naar verhalen over kinderen die verdwalen in een insectenparadijs van Bomans en consorten. Zo begon het.

Ik deed wat me op dat moment het allerbeste leek. Ik negeerde het gezoem en wandelde de gevarenzone uit. Rust. Bij de tweede poging herhaalde zich alles en was ik er van overtuigd, dat dit niet het juiste moment was. Toen ik achterom keek en de nijdas recht in de ogen, werden ze groot als schoteltjes en kwam hij angstvallig dicht in de buurt. Mijn angst hing uitvergroot in dat dreigende alarm met zijn trillende vleugels. Wegwezen en tijdelijk de snoeischaar aan de wilgen hangen leek me de beste oplossing.

028Snoeischaar aan de wilgen

Door schade en schande ben ik stukken wijzer geworden. Tuinwijsheid groeit onder je vingers het hoofd in. Door elke interactie landt er weer een zaadje. Al die ontdekkingen weven de tuin. Klein maar fijn, voor een ander misschien niet gecultiveerd genoeg, maar naar eigen dromen vorm gegeven en daarmee een paradijs. Weer een paradijs. Het is goed om te weten, dat er nieuwe uitwegen te vinden zijn. Uithuilen en opnieuw beginnen, zei men vroeger.

raamHet licht op

De mug is verdwenen. Hij heeft er voor gezorgd dat ik nog even in het tweeduuster van de verrichtingen van de vleermuizen kan genieten, die onder de goot door naar de boom scheren en weer terug. Een geluk bij een ongeluk. Ook die verdwijnen in een luttel ogenblik. Langzaam trekt de dag zich op. Tijd voor koffie en gemijmer. Met het raam open stroomt de frisse ochtend binnen en vervagen de beelden in de modus van alle dag.

Uncategorized

Zussen

Letterlijk plannen over boord gooien is een kunst op zich maar door ervaring wijs valt te zeggen, dat spontane plannen tot de mooiste ontdekkingen kunnen leiden.

‘Ik laat Gods water over Gods akker vloeien’, zei mijn moeder in tijden van onverwachtse voorvallen, waarin niet te sturen leek en alles eenvoudigweg gebeurde. Waarop ze met volle teugen genoot van wat zich aandiende. Gisteren traden we in haar voetspoor. Een app is doorgaans genoeg om de zussentrein in beweging te zetten. Er gaan er nog een aantal overheen voor het een gekaderd beeld vormt, maar dan staat iedereen ook binnen een uur in de startblokken. Klaar om te gaan.

IMG_9181

Wij hebben met ons moeder een erfenis binnen gehengeld, die inmiddels onbetaalbare schatten heeft uitgekeerd. We genieten. De kneep zit in het mogen zijn wie je bent. Ieder heeft een aartje naar zijn vaartje of moertje, maar door de loop der jaren hebben we geleerd, dat leven zoveel aangenamer is, als je mee laveert. Gisteren werd het letterlijk en figuurlijk in stelling gebracht. We gingen varen op de Kromme Rijn bij Cothen. Een zus ontbrak, wat altijd als gemis wordt gevoeld, maar met de drie-persoons kano wel handig was.

Onervaren kanoërs krijgen uitgebreide instructies en het was deze gedienstigheid die de juiste toon zette. Het lijstje van obstakels was kort, de handelingen eenvoudig, twee keer de boot uit en bij boer Henk(denk ik) picknicken met een waterdichte koelbox, omdat dat praktischer was dan een romantische rieten mand met geblokte servetten. Er stond 2 1/2 uur voor. Opgetogen staken we de rode peddels in het water.

Daarna begint het communicatieve steekspel. Allemaal hebben we de ijzeren wil van mijn vader in de genen, dus ieder weet voor zichzelf wat het doel is. Genieten, vooruit komen, spierballen kweken, calorieën verbranden, bruin worden, mijmeren, bijzondere momenten vereeuwigen, verhalen de ruimte geven. Je kan het zo gek niet bedenken of een van ons kan daar mee uit de voeten. Voor ieder wat wils.

IMG_9187

Links en rechts zijn dingetjes, tegengas geven ook. We hebben niet gezongen onderweg, omdat de windstille, lome zomerdag haar vogels volmaakt liet kwinkeleren in het verstilde beeld dat om onze ‘fluister’boot heen trok.  De bruggen waren laag en meer dan eens moesten we dubbelgevouwen er onder door met een adembenemend uitzicht in het vizier. De koelte van de tunneltjes verraste aangenaam.

Twee duimlengten vooruit en een achteruit duurde de tocht vier uur, maar daar zat een rijke picknick in met perensap, koffie van de boer, taart, verse boterhammen, tomaat, pruimen en kersen en twee keer klunen met de boot, wat boven verwachting soepel en gladjes verliep en een kniesoor die de tijd had willen beheersen. Om half acht zou de gastvrouw zich achter de oren gaan krabben.

IMG_9146

Ringslang zwom bijna op zijn groenige wereld, de kop fier omhoog om de richting te bepalen voor de boot uit, tot beschutting gevonden was in het riet. Zwanen, majestueus en waakzaam om hun jongen, zorgden voor lichte paniek in de boot, maar zacht laveren langs de kant suste de dreiging. We ontdekten ook dat in een smal gedeelte niet te draaien viel met termen die tegenstrijdig werden ingekopt, achteruit was een weids begrip. Boven ons cirkelde een veel grotere roofvogel dan de buizerd, een havik was het vermoeden, maar met dichtgeknepen ogen in het felle licht was de afdruk ervan naderhand strakblauw.

IMG_9174

De vermoeide armen en de blaar tussen duim en wijsvinger bevestigden de ruimte die geschapen was om de lunch goed te laten smaken en als laatste de verse rivierkreeft, veel gepulk en weinig wol. Maar bovenal was er de balans in de volslagen vermoeidheid en het optimale genieten, de wetenschap dat decennia ervoor de rijkdom werd ervaren van dezelfde kleine geneugten des levens. ‘Gods water’, een ‘Go with the flow’, spontaan en ongepland en daarmee iedere keer weer een ongekende ervaring rijker. Zussen.

Uncategorized

Eeuwige rust

Het was feest. We zaten heerlijk in de luwte van de ommuurde tuin en hadden meer ruimte dan verwacht. Het gesprek kabbelde voort, zoals bij iedere gelegenheid dat mensen elkaar in ontspannen sfeer treffen. Alle voorbereidingen waren getroffen, de schotels stonden klaar en de entourage wisselde voortdurend bij de spontane stoelendans die zich steeds ontspon.

048

Bij zulke gelegenheden, een gouden samenzijn, kom je vaak tot diepere kernen bij de gesprekken. Eerst waren er de gebruikelijke zorgen, gedeeld in kwalen en kwaaltjes van onszelf of van ouders van de jongere generatie. Het gesprek kwam via infarcten op Dood. Dochter van een nog maar net door een hartaanval getroffen vader merkte op dat vooral de angst bij de moeder zat. Pa deed wat laconieker. Dat vormde het beeld, dat vrouwen er emotioneler in stonden en er ook meer moeite mee zouden kunnen hebben.

De herkenning van mijn beleving was er niet. Juist doordat we ouder waren en tijd hadden om aan iets te denken wat onvermijdelijk zou zijn, gezien alle aderlatingen in de vriendenkring, was er al een lange periode van overpeinzing gaande, waarbij een optelsom en in zekere mate een berusting was neergedaald. Rust is een beter woord. Het is niet een ‘je er bij neerleggen’. Het is een bewust overdenken van de invulling voor straks of later. Het besef, dat iets eindig kan zijn, plotseling en zonder pardon, is nu eenmaal een gegeven als je de kwetsbaarheid in de ogen hebt gekeken of aan den lijve ondervonden.

030

Pas nog was er een documentaire geweest, van een vrouw die het fijn vond om alles in orde te hebben. Haar kist, haar rite, haar graf met steen. Ze vond het een spijtige bijkomstigheid dat ze het zelf niet bij kon wonen. Nou ja, kon aanschouwen, want zonder haar geen begrafenis. Ik moest denken aan de wandeling, een paar maanden voor mijn moeders dood, over de begraafplaats, waarbij we zichtbaar genoten van de wind die door de eeuwenoude bomen ruiste en van het late herfstlicht, het oplichten van de kleuren van de bladeren, de eeuwige rust, die voelbaar werd. Toen ze een rank vaasje gevuld met tere witte fresia’s op een graf zag staan, zei ze knikkend met haar hoofd: Kijk, dat vind ik nou mooi, dat wil ik dan later ook.’ Het symbool van de loodzware steen eronder en de uiting van de lichtheid der dingen contrasteerde verzoening op de juiste plek. Dat dus. Verdriet, maar ook schoonheid en vreugde, tranen met een lach. We vergaten het op de dag van het sterven zelf. Daar moordde de dood een stuk tijdsbesef weg, die dagen van voorbereidingen op het meest definitieve, onafwendbare, afscheid dat komen zou. De scheppen aarde als bewijs, dat er een grens was bereikt.

Nadenken over dood toen, werd weggeschoven en alleen het verlies bleef schrijnen, tot er ruimte kwam om zelf in dergelijke levensvraagstukken te stappen en overwegingen te maken van wat wenselijk was, haalbaar, voor mij, voor de kinderen. In het gesprek kwam de natuurbegraafplaats als favoriete nummer een. Een zelfgekozen ruimte, een natuurgebied, onder een boom, een kleine markering, een gedicht wellicht. Heel anders dan mijn puberdoem uit een grijs verleden, die samen met Jaap Fischer de Feuille Morte zong via een spotvogel in een treurwilg. Het cynisme schopte tegen de heilige huizen en de grote houten kruizen daarboven. Dood is dood.

Met mijn moeder en de wandeling, met vriendin, met het lijden kwam de zachtheid binnen glijden. Dode bladeren zetten luister bij in de schoonheid van het verkleuren, het vervagen der dagen.  Geen vrees, geen vragen, maar de balans in het weten. Het brengt rust. Eeuwige rust.