Uncategorized

Eenvoud

De tuin ligt er muisstil bij op deze late oktoberzomerdag, alsof ze weet, dat er dingen staan te gebeuren, die verandering zullen inluiden. Ik neem de  schade op, het geraamte van het fundament, de balken doorwroet tot op het bot, de verweerde ossebloedrode bodem huilt met diepe vermolmde kuilen. De waterton van robuust oud hout is een behuizing geworden voor de overhaast gevluchte pissebedden bij het neerhalen van het huis. Als ik hem omdraai stuiven ze weg, zo snel als kleine dribbelpoten hun pantsertjes kunnen dragen. Het blauwe krukje verschiet sneller, nu het in weer en wind te wachten staat op het ondersteunen van de normale gang van zaken bij een wiedende taak. Ik inspecteer de grond en zie de hondsdraf drastisch uitvergroot de overhand nemen, ik schep met graaivingers de wijd vertakte wortels weg met blad en al en Margriet, twee kleintjes in de late middagzon, haalt opgelucht adem.

003

Voor mijn voeten springt kikker, kruipt met koddige zijwaartse glijpoten onder het blauwe zeil, waaronder de schamele stoelen opgeslagen zijn. Ik zoek naar een plek waar ik de onrust niet zal voelen van het verdwenen huis en duik op de ronde houten tweezitter onder de fruitbomen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een kleine winterkoning die langdurig heen en weer wipt op de takken van de wilg naast de minivijver in het midden van de tuin en daarna de appelboom in vliegt. Ik vis mijn fototoestel uit de tas, maar ze blijft behendig tussen het gebladerte. Dan komt er een roodborst op de rand van het hek hippen. Ze kijkt om zich heen, koppie scheef en houdt bij tijd en wijle doodstil. Dan schiet ze naar de grond, waar ik haar niet meer kan volgen omdat mijn blik op haar ontrokken wordt door het blauwe gestulpte zeil.

Ik besluit de kruk te pakken en die aan de rand van het kale vlak te zetten, fototoestel in de aanslag en geduldig wachten. Winterkoning is er weer, maar laat zich niet zien. Het hippen beroert wat blaadjes en af en toe zie ik de parmantige staart. Ze houdt zich stil. Roodborst komt kijken. Ze blijft veilig bij het hek, het toestel zoemt in. Met vermoeide ogen van het turen zie ik niet of de focus scherp is. Ik moet snel zijn en druk een paar keer af. Hoog boven me roept een buizerd.

014

Tuin in rust. Ik pak tas en vest en en loop langzaam langs de sloot het pad af de weg terug. De schapen staan verderop aan de overkant van de sloot te grazen. Ik zie de wolletjes in stereo, een boven en een in het water. Als ze me in de gaten krijgen komen ze luid blatend vertellen dat ze blij zijn me te zien. Als er verder niets gebeurt, hervat het grazen. Een zo dicht bij de rand dat ik bang ben hem zo uit het water te moeten vissen. Op een knie tart ze het lot om de lekkerste en meest malse grassprieten te kunnen verorberen. Haastig druk ik af. Steeds meer stereo schapen volgen. Als een wandelaar het pad op komt bij de bunker verlaten ze me luid blatend voor een nieuw verzetje.

022

Het land spreidt nog een keer zomerwarmte, terwijl herfst de bomen bij Copijn laat vlammen en reiger verstoord opvliegt als ik in zijn vizier kom. Buurvrouw groet en de ongekroonde wachter van de tuin zwaait, zijn schroefboormachine in de aanslag, gereed om het hek te repareren. ‘Ik had je niet gehoord’, een brede grijns en woorden, die vervagen als hij zich weer over het hek buigt. Tuinleven…Groots en meeslepend in haar eenvoud.

4 thoughts on “Eenvoud

  1. Berna, alsof ik naast je zat en liep. De kleine geluksmomentjes zo mooi beschreven, rakend, ontroerend. Dank ❤️

    Like

Comments are closed.