Uncategorized

Luid zong ik mee

Het was feest. Niet alleen vierde de dag dat uitbundig en had ze een zomerse voile over haar herfstkleed aangetrokken, maar ook ademde de aangename en zachte temperatuur een welkome viering buiten de vier binnenmuren. Een zucht wind liet dwarrelende bladerconfetti neer ter verhoging van de feestvreugde. Het danste in de warme middagzon.

144.jpg

Onder de witte daken van de opgezette tenten gingen ruimschoots gevulde schalen in het rond. Er hadden zich diverse groepjes geformeerd en het verschillende leven werd in uitgebreide verhalen gedeeld. Soms bescheiden en zacht, soms uitbundig in een klaterend visserslatijn, met omstandig handen en voetenwerk, een bulderende lach.

De jarige ontving in liefde zijn dichtgeschroefde pot met geld, water en eend. Het ontlokte een glimlach. ‘Nu zwem je in je geld’ was een understatement, want die vlieger ging niet op voor een kleine zelfstandige ondernemer, er moest nog vier jaar door gebikkeld worden. Een ander gaf een spaarvarkentje om het pensioen verder op te bouwen, weer anderen uitbundig wijn, cognac en geurende Hammam-artikelen. Ik had me op een veilige plek verschanst en had in alle rust het overzicht op de veelal onbekende gasten.

491spiegelen

De familie zat er, die ik ooit, lang  geleden, 38 jaar om precies te zijn, voor het laatst had gezien. Ik probeerde in de vergrijzing de juiste trekken terug te vinden en kon een aantal gezichten plaatsen. Er kwam een stel binnen samen met een oude vrouw. De vrouw van het paar herkende ik. ‘O dat was de zus’, wist ik, maar wie was die oude vrouw. Ze waren goed bevriend, omhelsden elkaar. In een ogenblik van een seconde schoof het ware beeld in elkaar. De oude vrouw was de zus en de jongere de dochter. De laatste was een kopie van haar moeder. 1980 was binnen komen wandelen, omdat de dochter het spiegelbeeld was van de zus destijds. Jaren schoven ineen, het had een bevreemdend effect.

Ik dwaalde af van het gedruis, terug de tijd in. Zo gaat dat dus. Ook ik was ‘de oudere vrouw’ in de ogen van de dochters van nu. Relativeren is een kunst op zich. Ik zat naast mijn schoonmoeder die met haar 96 jaar een derde wijntje weg tikte, terwijl ze het schaaltje met borrelnootjes onder haar bereik trok en daar vergenoegd gebruik van maakte. Haar ronde rozige wangen staken jeugdig af tegen het diep gegroefde gelaat van de zus en maakte eens te meer duidelijk dat Tijd niet per definitie in alle hoeken en gaten kroop. Kopzorgen waren er bij beide. Ieder huis heeft zo zijn kruis, maar niet overal verweeft het zich.

146.jpg

Ik nam afscheid en liep naar de kleine blauwe prins. De sfeer ademde nog steeds uitbundigheid, de stemmen galmden over de hoge haag heen en sneden door de zondagse rust in het kleine dorp. Het oneindige lint langs de uiterwaarden lang was ik aan het na mijmeren over het spel dat Tijd speelde door heden en verleden, in beeld, zo door elkaar te laten lopen. In de achteruitkijkspiegel keken twee doorgroefde ogen me aan. Ik schroefde het volume van de radio wat op, een lied van nu met een boodschap. De Dijk zweepte de woorden het kleine compartiment in: ‘Laten we dansen, dansen dansen op de vulkaan’.  Toeval bestaat niet. Het antwoord was binnen. Luid zong ik mee.

One thought on “Luid zong ik mee

Comments are closed.