Uncategorized

Elke ochtend

De brieven die mijn moeder mij schreef toen ik in Leiden woonde, vorderen gestaag. Ik ben ze aan het uitwerken voor de liefhebbers in de familie. Het is genieten, omdat het een tijdbeeld laat zien van de jaren zeventig in het oude huis aan de Amandelstraat en van de gewoontes, het gedachtegoed van mijn moeder, maatschappelijke nieuwtjes, een komen en gaan van gezinsleden en de maaltijden, die uitvoerig beschreven worden. Het is iedere keer weer alsof ik even teruggeworpen wordt in het verleden. Dan verschijnen voor mijn geestesoog de huiskamer, de bijkeuken en de keuken, de gang met de meter en het trappetje naar het toilet en douche, de smalle trap naar boven, de slaapkamers, de houten trap naar de zolder met met luik, waar ooit mijn nichtje door verdween. De kelder beneden, het plaatsje, de schuur.

Elke hoek, elke kamer heeft wel een verhaal. De huizenhoge zeeën die we bevoeren met onze schepen, de twee stapelbedden op de kamer van ons, meisjes. Het woeste schuim spatte op, soms verdronk iemand van ons bijna, maar werd met veel bombarie nog net op het nippertje gered.We speelden er ook de armoe troef van de film ‘Puntje en Anton’ met de kapot geknipte kousen van mijn moeder en een pannetje sperziebonen. De omgeving leende zich uitstekend voor het drama.

bord amandel

De zolder werd pas veel later ons domein, waar je dikke boeken kon lezen onder de dekens met een zaklamp zonder dat broer ons kon betrappen. Er zijn wat letters verslonden daar, ondanks de wetenschap dat lezen bij een zaklamp slecht was voor je ogen. De grote slaapkamer was eerst voor de jongens voorbestemd maar werd later het domein van mijn vader en mijn moeder. Als opgeschoten pubers hadden we de driedelige spiegel nodig van de kaptafel, omdat je ‘en face’ of ‘en profil’ precies kon meten hoeveel van die vreselijke puisten er nu weer bijgekomen waren en hoe je je haar zorgvuldig over dat berglandschap van het voorhoofd kon kammen. Daar nam de neus groteske vormen aan, een echte van der Linden neus. Tot groot verdriet, want dat was bepaald de kleinste niet.

keuken

De kelder stond vol met lekkere dingen. Het was er aangenaam koel. Het kende jaargetijden. In December rond oud en nieuw stonden de teilen met oliebollen daar, in de herfst de kisten met appelen en peren. De aardappels lagen er en waren er de oorzaak van dat er zo’n heerlijke grondige aardegeur hing. Bij verjaardagen wachtte de bowl en de aardappelsalades in grote schalen op de verlossing. In het schimmige licht was het een verhalenplek bij uitstek. Natuurlijk zaten er huiskabouters en kwamen spinnen er overwinteren. Maar ook griezels huisden er. Eucalypta kon niet ver weg zijn want haar schaduw waaierde langs de planken en over de muur iedere keer als je naar beneden liep en het houten trapje vervaarlijk kraakte. Ze gleed weg als een dief in de nacht zodra je ogen aan het duister gewend waren. Er stond ook een pot met snoep, die ik, voor de dag begon, probeerde te plunderen. Wat schrok ik op die keer dat mijn vader, bovenaan de trap, een reus van een vader, nijdaste toen ik wat toffees in mijn zakken propte. Het hart klopte in mijn  keel.

amandelstraat

We speelden veel op straat of achterbuiten onder de perenboom, waar de was uitgebreid hing, groot en klein en lange lappen laken. Diffuse schaduwen op het doek als de zon erop scheen met een boeiend schimmenspel als resultaat. Een foto bestaat er waarbij we met een paar kleintjes aan het scheppen zijn in de zwarte aarde met de witte was erboven. Geen punt. Als je maar zoet was.

in de tuin

Met de brieven komt mijn moeder tot leven. Ze heeft een blocnote op schoot, de ballpoint in de aanslag. ‘Lieve kinderen. Toch nog even een brief voor deze week…’ En altijd kregen we een dikke zoen toe, iedere week weer, waardevolle kleinoden uit een ver verleden. Even kind te mogen zijn, een brief lang, elke ochtend.

 

 

3 thoughts on “Elke ochtend

Comments are closed.