Uncategorized

Waar het schip strandt

Gisteren heb ik me voor het eerst sinds de gekneusde rib en teen weer kunnen voegen bij de fysiotherapie. Dit keer niet bij het ziekenhuis, maar hier in de wijk, waar een van de therapeuten gespecialiseerd is in mijn longkwaal. Dat was even slikken. Niet zozeer om de mensen die er kwamen. Ieder had een ander soort makke. Een knie, die niet ging, mobiliteit die in gedrang was gekomen, conditie, stroeve schouders of heupen. Het ging me meer om het circuit, waar ik in terecht kwam. De gemiddelde medemens was zo’n tien jaar ouder.

armando 2 Handen van Armando

Vroeger wist ik bijna zeker dat boven ‘certain ages’ leeftijd geen parten meer speelde. Als rimpels zich gegroefd hadden, de oogleden wat gingen zakken, het spierstelsel wat aanpassingen moest verrichten om de snelheid van de jeugd bij te houden kwam het voor mijn gevoel niet meer op een jaar of tien, twintig aan. Of je nu stram was van lijf en leden omdat je een paar jaar verder was, viel weg tegen levenservaring en een ander bewustzijnsniveau, was mijn overtuiging.

Over dat laatste zou ik nog wel eens willen sparren met de groep die ik op de fysio tegenkwam. Het hele beeld kwam over als een muur van ouderdom. Niet zij benaderden mij, maar ik naderde hen op rasse schreden. De mevrouw die bijna blind in wankel evenwicht haar handelingen deed en daarbij steeds, door de drukte, iemand belaagde met uitgestrekte handen aan een touw, of met zwaaiende gewichten, een mijnheer met een strakke bierbuik, dat wist ik niet, dat dat ook strak kon zijn, die zijn hele gewicht vrolijk en hijgend in de strijd wierp en achter elkaar een indrukwekkende hoeveelheid conditie verhogende handelingen uitvoerde, de mevrouw die hoofdschuddend haar weg zocht tussen ballen en beenversterkers, het schuifelde zich in het zweet.

dokter levertraan

Onwennig had ik me aangemeld. Gelukkig mocht ik eerst zeven minuten roeien en daarmee observeren welk vlees er in de kuip was. De therapeute had een duidelijk beeld wat ze wilde doen om arm en beenspieren op te krikken en met deze eerste oefeningen verhief ik moeizaam het gewicht, ondanks dat ze me nogal laag had ingeschaald. Niet zo verwonderlijk, want na elke oefening parelde er wat zweet op het voorhoofd en was het schurende hijgen niet meer te onderdrukken. We gingen intensief aan het werk en soms gaf ik mezelf een toegift van tien extra, omdat ze dan bezig was met de aandacht te verdelen over anderen.

Het maakt dus wel degelijk uit of je tien jaar ouder ben, ook op latere leeftijd en zeker als de kwalen de overhand nemen. Er zijn mensen die nooit wat mankeren, of die het meesterlijk kunnen verbergen. Ik vraag me af hoe men dat dan doet. Hoe ik het ook wend of keer, hoorbaar ben ik, vanaf de aangedane longen, altijd.

Ineens moet ik denken aan een oude kennis van lang geleden, die met gierende ademhaling zijn woorden uitstootte en hoeveel moeite het me kostte om door het geluid de schoonheid van zijn woorden te vinden. Geen handige herinnering als je in het zelfde vaarwater bent gekomen, want vooral het beeld van de weerzin stond helder voor de geest.

068-001Stara Baba

‘Het kan verkeren, zei Bredero’ orakelde mijn moeder als we ons in een positie bevonden die narrig was. Jammer dan. Zo is dat. Soms moet je de zaken nemen, zoals ze komen. Verzet heeft weinig zin. De volgende keer ga ik me richten op de gezichten achter de kwaal. Dat zou wel eens een openbaring kunnen worden. Want ooit, nog niet zo lang geleden, zaten ze in mijn schuitje. Ik wacht nog even met de inhaalslag, maar zie er wel de betrekkelijkheid van in. Het is wat het is, maar het doet niet af aan karakter. Twee keer per week deze pas op de plaats en daarna de overpeinzing. We zien wel waar het schip strandt.

 

2 thoughts on “Waar het schip strandt

  1. Succes, Berna. Verheug me ook op meer verhalen, dingen die je bezighouden nu je tweemaal per week op die plek vertoeft en van alles ziet en misschien hoort.

    Like

Comments are closed.