Uncategorized

Averechts

Er is een tijd geweest, dat ik  me graag versierde met wat zilveren opsmuk. Kettinkjes, oorbellen, armbanden, enkelbanden, doorgaans met Indiazilver of suède veters, kralen of anderszins. Geen dure dingen, ik gaf niets om edelstenen en mineralen in welke vorm dan ook. Een diamant maakt me niet koud of warm en goud vond ik helemaal niet mooi. Geen idee, waar ik die eigen smaak vandaan had, maar zo is het mijn hele leven gebleven.

038

Alleen wilde ik op een gegeven moment na een half leven geen oorbellen, armbanden en kettingen meer. Alleen de ringen konden me nog bekoren en dan het liefst één aan iedere ringvinger en verder niet. Het werden molenstenen om mijn nek en bleken gewichten aan mijn oren. Weg ermee. Ik weet ook nog precies wanneer. Het was in de dagen van de struggle for life, moeizame tijden, met weinig ruimte voor eigenwaarde. Geen opsmuk meer. Het leven was al ingewikkeld genoeg. Als men mij niet wilde zien, zoals ik puur was, dan maar niet. Een dergelijk soort gedachte stak erachter.

036

Gisteren haalde ik de kistjes van de kast. Daar pronkten de kromme ringetjes en de verwrongen oorbellen, bescheiden, maar aanwezig. Hippy wise. Achter elk stak een herinnering. Omdat ik ze had gevonden op rommelmarkten en in tweedehandswinkels en ik het bijbehorende scenario kon uittekenen. Slordig was ik er mee. Niet zelden was er maar één van de oorspronkelijke twee exemplaren, of de kettingen waren stuk, omdat het slotje van de schakels kapot was gegaan. Er zaten bedels bij die ik als kind bij elkaar had vergaard op verjaardagen. Telkens weer, ze moesten na ieder feest aan de schakels, tot die gevuld waren. Een beer, een eikeltje, een molen. Je kon het zo gek niet bedenken. De tand des tijds zat geketend aan onze kinderpolsen.

035

Later met de India teenslippers, de patchouli en de pofbroeken met Indiajurken kwamen de rinkelende enkel-en-armbanden. Kleine oorringetjes, ingenieuze ringen die in elkaar geschoven moesten worden. Ze lagen daar incompleet en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze door te schuiven. Later, straks, over een poosje, maar nu nog niet uitzoeken en passend maken. Pas als ik er weer aan toe was.

Ik probeer het weleens. Een ketting of oorbellen, maar ik hou het nog geen halve ochtend vol. Toen ik ze wel droeg, maakte ik me nooit op. Geen polonaise. Pure eenvoud. Later door het optreden bij het volksdansen raakte ik er aan gewend om lippenstift, oogpotlood en mascara te gebruiken. In een van de kistjes lag nog een krultangetje voor de wimpers. Hier sprak een ver verleden.

037Eyecatchers

In Zeeland waren we in een klein dorp bij een coachende verkoopster, die kettingen aanraadde als enige opsmuk, of juist kleurrijke nagels, of een opvallende ring bij de sierlijke snit van een jurk. Een echte eyecatcher. Heb voor de spiegel gestaan met de hele garderobe en dergelijke combinaties. Ik snapte wat ze bedoelde, maar wilde wat ik altijd deed. Sjaal om de nek en klaar met de opsmuk. Twee vaste lievelingsringen en gedaan met de versieringen. Dat ben ik, niet anders, het zou een rol zijn als bij een optreden van de band, waarbij vriendin en ik ons in leren rok, kek t-shirt, toeters en bellen  hesen. Drama op hoog niveau en met veel plezier, maar voor op de bühne.

100_0073

Mijn kloffies, mijn 60 deniers, mijn eigenste rok of jurk, een wijde broek, een grote trui,  met sjaal. Ieder vogeltje zingt zoals ze gebekt is. Deze zingt graag, maar op een eigen toon, wars van voorschriften van anderen. Sterker nog, daar word ik tegendraads van en dan is het effect averechts.

 

 

5 thoughts on “Averechts

      1. Berna, heb sinds ergens in de ochtend tot nu toe blogpost gelezen van de mensen die ik volg (tussendoor natuurlijk wel koffie gemaakt, crackers met kaas en snel een wasje gevouwen) en die mij inmiddels ook dierbaar zijn geworden, waarvan ik dus graag de verhalen lees.

        Liked by 1 person

Comments are closed.