Uncategorized

Ruimen

Weer twee tassen  naar de kringloop gebracht. Langzaam komt er ruimte in de gang, waar ik alle overtollige tassen vanuit de huiskamer naar toe had gesleept. De mensen daar waren bijzonder in hun nopjes met de driedelige serie ‘De volledige handwerken’, waarbij ik tot mijn grote schande moet bekennen, dat ik die nog nooit, alle jaren niet, ingekeken heb. Plankvulling.

Ooit heb ik gordijntjes gehaakt en waarschijnlijk ook best volgens een patroon. Groene gordijnen met koperen ringen om door de roeden te steken voor het raam. Planken erboven. Het was de tijd van de groene vingers en de planten voor het raam. Hier en daar een oranje accent en veel bruin. Grote monstera’s, Asperagus met natte voeten, net als de papyrus, de Cissus groeide tegen de klippen op. Chinese lantaarntjes staken een licht op, Hedera’s en Fatshedera’s bevolkten tot in de kleinste uithoeken de kamer. Jute en kurk overheersten en  het pluche van de rode tafelkleden liet grootmoeders theekopjes wankelen. Worteldoeken hingen over elk plantentafeltje en gehaakte kleden met kralen over de lampen dimden het licht en brachten de sfeer. De kamer was vol met veel.

scannen0015

De boekenplanken puilden uit. In de loop der jaren waren er overgangen naar een moderner interieur. Er kwam een behoefte aan het licht. Wit en strak, met een minimalisme aan plant en meubels. De piano nam veel ruimte in, het enige bruine hout wat er nog stond. Meubels kregen een kleuraccent, het werd feng shui avant la lettre. Zelfs aan de muur hing een grijswitte zeefdruk aan de deur gekocht van een arme student van de kunstacademie. Dat zei hij toen en keek er zo spits en lijdzaam bij, dat ik de beurs trok en 50 gulden neer telde. Het hart was snel geroerd. Er kwam meer aan de deur in die dagen. Jehovagetuigen op zondagmorgen, waarmee ik dan in discussie ging en waarbij ik mijn best moest doen om geen bakzeil te halen. ‘Vechten tegen de bierkaai’, zou Oma gemompeld hebben en dat was het.

Tegen de tijd dat het wit weer vergeeld was, luidde het een nieuwe periode in. Qua kasten werd het zelfs een blauwe periode, maar toen woonde ik al in een ander huis. Het werd er Picasso blauw en een huishouden van Jan Steen met muis in huis en vooral op zolder. De enige poes uit die tijd, Coco, uit België gesmokkeld, vond een thuis bij een ander, waar ze ook te eten kreeg. Tenminste, dat hoopte ik toen ze wegbleef, want de gedachte aan een plat poezenvelletje op de weg zou voor mij en de kinderen ondraaglijk geweest zijn.  Het huis zuchtte op haar vesten.

005.JPGruimen…

Het wonen op een flat was de verademing. Eindelijk een overvloed aan licht en ruimte en lucht om in al  haar schoonheid te aanschouwen. Nooit wil ik meer anders dan  vlak onder dat adembenemende schouwspel te wonen. Het versterkte het gevoel van onbegrensdheid. Ook daar wisselden de kleuren van mintgroen en wit tot dieprood, maar de planten zijn er pas weer sinds kort. Een Cissus en een chlorophilum hangen voor het raam. De palm spreidt haar bladeren in een hoek. Vorig jaar breidde ik een das van okergeel en van de wol die over was kreeg de Cissus een zelf gehaakte hanger. Alles gebeurde op de bonnefooi, zonder in de dikke handwerkboeken te kijken, dus weg ermee. Er is over nagedacht. Het is overtollige ballast en een overbodige erfenis voor het nageslacht. Dát is het beste criterium om te ruimen.

2 thoughts on “Ruimen

  1. Zo herkenbaar qua bruin en oranje, franjes, gedempt licht, de planten. Heerlijk om er door jou weer zo aan herinnerd te worden, Berna!

    Like

Comments are closed.