Uncategorized

Mea culpa

Ik heb gisteren tal van kleine beestjes de schrik van hun leven bezorgd. Ik pakte de oude kist aan, waar nog wat hout van de vorige bouw opgeslagen lag om te stutten of voor de stook en waar ik de oude blauwe zeilen ingepropt had. Ze hing tegen het huisje aan. Eerst de zeilen eruit gevist. Er was danig aan geknaagd. Vast en zeker is er ergens onder de grond een muizenholletje met het blauwste blauw versnipperd met de witwollige stukjes stof van de sprei op het bed, dat eveneens druk bezocht was door muis.

060.jpg

Daarna was het hout aan de beurt. Zo’n dichte kist is niet handig. Het mag er blijven liggen tot in lengte der dagen want iedere keer kwam er weer nieuw stookhout bij, van de iep, van de wilgen, een stukje berk, van al het snoeiafval dat er aan dode bomen was. De pissebedden en de duizendpoten haasten zich om een goed heenkomen te zoeken, de spinnen vluchtten in wilde paniek, Het hout molmde al jaren. Heerlijke veiligheid. Nu lag de zenuw open, badend in het licht. Pluk redt de dieren schoot er door me heen en een R.I.P voor de miniwereld uit Godfried Bomans ‘Eric of het kleine insectenboekje’.

De pissebedden lieten zich zwaar vallen als kleine ronde balletjes, de spinnen kropen in de uiterste hoeken weg, een paar motten zagen hun slaap der onwetenden bruut verstoord worden en fladderden in paniek om mijn graaiende handen in mijn grote werkmanshandschoenen, die planken oppakten en het leven eruit leeg schudden. Wat eronder gebeurde, een vloedgolf van ellende, wiste ik, in de drang schoon schip te moeten maken voor vandaag.

061.jpg

Dit was nog maar het begin. Het hout stapelde ik op elkaar in mooie pakketjes, ductape erom heen en klaar om af te voeren. Er was me hulp beloofd bij het afvoeren. Iets met de trekker en een aanhanger, want ander vervoer kon niet het pad op. Vrachtwagentjes zouden stranden in de mulle grond, de grasmaaimachine trok het al nauwelijks. De gouden duizendpoot glipte tussen de vingers door en haastte zich om anderen te vertellen van de ramp. Arm klein leven. Hoe vaak doen wij dat niet. Iedere stap van mij op het gangenstelsel van woelmuis levert een beving op, die grenst aan het desastreuze. Steeds weer bleven ze op andere plekken gangen graven met IJzeren-Heinigheid. Wij kunnen er niet aan tippen. Ook deze kleine scharrelaars zullen in één tel hun verstoorde leven weer oppakken en ergens anders een heenkomen zoeken. Er valt voor de mensheid een les uit te trekken. Ze gaan waarschijnlijk naar het vervallen huis. Ze weten nog niet dat vandaag definitief een einde komt aan dat bestaan of die geborgenheid. De oude krakkemikkige tafel ervoor is  een mogelijkheid, maar ook die gaat geslecht worden. De koek is op, de nood hoog.

062

Ze vinden hun weg wel weer. Waarschijnlijk in de composthoop of bij de buren, in de schutting van wilgentakken of de wortels van de bomen. Er is stof te over voor een nieuw insectenboek over Grietje Pissebed en Leonardo de spin, die met zijn acht kleine kriebelpoten zoveel moois in zijn mars heeft, Theodora mot en haar vriendin Noveentje. Het gevaar ligt op de loer als dadelijk die laatste schutplaats weg zal zijn. De vogels zullen de tuin tot in lengte der dagen in vreugde bezingen. Het zal de ultieme voederplaat worden voor mees en mus, voor vink en boomkruiper, merel en lijster. Moet ik bordjes plaatsen met: ‘Hoed U voor de mens’. Het kan niet anders. Maar één ogenblik wil ik stilstaan, me bewust zijn, van die kleine dappere doorzetters, van het aangedane leed in een kleine wereld. Lieve nuttige wriemelaars…Mea culpa.

3 thoughts on “Mea culpa

  1. Volgens mij kan niemand van deze lieve nuttige wriemelaars zo’n mooi beeldend stukje schrijven als jij, Berna. Ik zag het allemaal 😊

    Like

Comments are closed.