Uncategorized

Het aanbod is er

Het is goed te doen, lezen en fietsen, kan ik jullie vertellen. Alleen…niet met een gipsen pootje, of je moet het stuur los laten. De breuk zit precies daar, waar de knik gemaakt wordt en het handvat in de greep houden geeft pijn. Een en een is twee, geen goed idee derhalve.

Maar de fiets was er wel voor toegerust. Een handig sleufje waar het boek opengeslagen in kon en het stuur het dichtslaan belemmerde. Officieel voor een iPad of iPhone is dit vernuft, vermoed ik. Film kijken is nog wat relaxter, want bij het fietsen worden de zinnen soms zeeën door de trapbeweging.

Bed verschoond, was in de machine en dan weer dat grote niets, dat alles opslokt. Het omwentelen van de trommel gaat gestaag door, voort en voort en voort. Het past bij de gemoedsrust, oneindigheid. Een bed verschonen met één hand valt nog niet mee. Links doet mee voor spek en bonen, terwijl ik het dekbed voorzie van haar nieuwe ‘ kleedje’. Ze mag steeds een punt vasthouden, waarbij het alert blijven geblazen is, zodat ze niet in een keer het volle gewicht van het dekbed te verduren krijgt.

Pluis keek verdwaasd naar de witte vlakte. De sprei zit eveneens in de trommel en nu bleef ze verstoken van haar dagelijkse verdwijntruc. Elke ochtend krabt ze aan de sprei, dan til ik het op en duikt zij eronder. Ik ben er wel, ik ben er niet, verstoppertje met de buitenwereld. Voor deze gelegenheid en vooral ook omdat ze me beledigd toe miauwde, heb ik mijn ochtendjas opgeofferd. Nu toeft ze samen met schaap al uren in dromenland.

Gisteren liep ik toch ook maar even naar de dichtstbijzijnde super. Ze hadden jonge spruitjes en dat gaf een onbedaarlijke trek in vis, sla, gebakken aardappelschijfjes en die heerlijke kleine knolletje in een botersaus met dille en limoen. Zomaar een aanval van kooklust, niet in de laatste plaats geïnitieerd door de twee herhalingen van Masterchef Australië. De aankondiging dat er in september met nieuwe afleveringen wordt gestart liet het hart een sprongetje maken. Goed voor nieuwe ideeën.

Op Twitter buitelen links en rechts over elkaar heen met ongezouten meningen over het versnellen van de opwarming van de aarde. Zowel ter linker als rechter zijde worden grove beledigingen op de persoon gespeeld. In de cocon die eigen wereld heet, kan ik niets anders dan te bedenken, dat het tijd wordt om ieders eigen ego en meningen te laten varen en over de grenzen heen te kijken. Mondiaal moet het roer om willen we nog toekomst bieden. Stop je onvrede diep weg en sla de handen ineen.

Gisteren zag ik een programma over ‘Vleesverlangen’. De ouders hadden vlees op het bord, maar het kind werd zonder vlees grootgebracht. ‘Ikke mag niet vlees’ zei ze een paar keer achter elkaar. Hoe rijm je zo’n inconsequentie. Dus ging de moeder op onderzoek uit, naar haar sterke vleesverlangen. Het voelde als verslaving en een test wees uit dat inderdaad haar verlangen groter was dan bijvoorbeeld die naar vleselijke lust. Ze besloot om eerlijk naar zichzelf te zijn en niet de ogen te sluiten en te stoppen bij het vlees in de keurige bakjes in de supermarkt, maar het leed van het dier eveneens aan den lijve te ondergaan. Ze ging stage lopen bij een biologische slagerij. Toen haar hand op de deurklink lag, haakte ik af.

Ik ben een consuminderaar wat vlees betreft. Sporadisch, in een opwelling, eet ik het soms. Met mijn reis: ‘In 80 dagen de wereld rond’ leerde ik vooral, dat het in sommige gebieden haast niet te doen is om verantwoorde kost zonder vlees bij elkaar te sprokkelen. De heerlijke gerechten die ik wel heb ontdekt, waren absoluut promotors van het eerste uur voor het vegetarische en veganistische bestaan. Wat een heerlijkheden.

Verlangen smoor je door er iets tegenover te zetten, wat het evenaard of dat zelfs beter smaakt. Proefondervindelijk ondergaan is een goede manier van ervaren. Het aanbod is er.

Uncategorized

Fietsen en lezen in een adem

Gisteren bij zomergasten was de film ‘Hors Normes’ op televisie volgens zus. Maar dat was vorige week en toen raakte ik al in de ban van dit schrijnende juweeltje. Nee, dit is geen verschrijving of een contradictio in terminis. Het drama, dat een afspiegeling is van de realiteit, is heftig, het acteertalent fantastisch. Buitengewoon in alle opzichten, zoals de titel aangeeft. Het aangrijpende verhaal van kinderen met een zware autistische stoornis, die op grond van hun ongebreideldheid binnen hun beperkingen en het ongecontroleerde, agressief gedrag geweerd worden in de instellingen, worden onder de hoede genomen door twee vrienden. Op geheel eigen wijze gaan ze met hart en ziel met deze buitengesloten groep te werk. Ze beschikken daarbij over de enige middelen die licht kunnen brengen, namelijk liefde en oneindig geduld, naast vertrouwen in de goede zaak. Het staat lijnrecht tegenover het beleid van platspuiten en opsluiten, dat doorgaans gehanteerd wordt en dat, niet zelden, meer agressie teweegbrengt.

Daarbij snijdt het mes aan twee kanten, want als begeleiders kiezen ze voor kansarme jongeren. De inspectie zit hen achter de vodden vanwege de opleidingseisen. Wat zich ontwikkelt, is een groeiende bewondering voor de bergen werk die de twee vrienden, Stéphane Benhamou en Daoud Tatou, in de realiteit in de stad St. Deniz, verzetten. De film is opgedragen aan Johann Bouganim, de eerste autist die Stéphane onder zijn hoede kreeg. Een rol die subliem vertolkt wordt door Benjamin Lesieur. Een subtiele verwijzing naar samenwerken en grenzen doorbreken plus de draagkracht daarvan, schuilt in het feit dat Stéphane een Jood is en Daoud een Moslim, die beiden perfect door dezelfde deur kunnen.

De regisseurs zijn Olivier Nakache en Eric Toledano, die ook Intouchable hebben gemaakt, eveneens geïnspireerd door een waar gebeurd verhaal. Deels zijn de acteurs de autisten die Stéphane onder zijn hoede had en daarmee maakt eventueel vals sentiment plaats voor oprechte ontroering.

In werkelijkheid is het feit, dat dit probleem zich voordoet en men er geen afdoende oplossing voor heeft, een schromelijke tekortkoming. Bovendien legt het de zenuw bloot van het onvermogen bij de aanpak van ernstige psychiatrische stoornissen en de onmacht om de veiligheid te waarborgen voor deze groep kinderen en hun ouders, die op alle fronten buiten de boot vallen.

Dochterlief appt een foto door van een plantje en vraagt of het weg moet of bewaard. Het is de Verbascum en daar zijn insecten verzot op. Ze meldde ook nog, dat er wel gemaaid wordt in mijn tuin. Buurman van de hoek had dat al eens aangeboden en de tweede keer, nog vóór de pols, had ik toegezegd. Een voorzienende blik. Het zou ook de achterbuuf geweest kunnen zijn, die dat eveneens had geopperd.. Dat is het betere tuinenwerk, men helpt elkaar als de nood aan de man of vrouw is.

Vandaag kruip ik op de binnenfiets voor enkele kilometers. De buien houden nog een tijdje aan, maar er gloort licht aan het eind van de week. Schoonzoonlief belt de woningbouw voor de dakplaten en dan is al het leed geleden. Zelfs in de stortbuien van de afgelopen dagen kwam er geen druppel meer door het dak. Hij mag de dakdekkers de hemel inprijzen.

Vannacht droomde ik over een prachtig halletje, boven, met zelfklevend fotobehang, zwart met prachtige bloemen. Klussen gaat zo lichtvoetig in de nachtelijke uren met de ogen dicht. Geen kwaal die het belemmert. In de ochtendschemering is de spijt om tevergeefse denkbeeldige arbeid groot, maar ook een stimulans om er een beetje over te peinzen.

De lucht betrekt, ik duik in het boek met opa. Het tijdloze leven van gisteren. Maar eerst even fietsen, naar het eiland dan maar. Ik voel een experiment aankomen. Ik ga ervoor. Fietsen en lezen in een adem.

Uncategorized

Als het licht maar schijnt

Met regen zijn er een aantal mogelijkheden. Je kan het gadeslaan en vinden dat je thuis hoog en droog zit, je kan er van balen dat er, zodra je naar buiten wandelt, emmers met nattigheid over je hoofd worden geleegd, je kan met een ANWB Jack en stevige wandelschoenen alles trotseren en de paden op de lanen in als een echte Jo met de banjo of je kan in de grootste fauteuil kruipen met een kop warme thee onder handbereik en afreizen in een mooi vers boek. Redden wat er te redden valt aan de tuin kan altijd later. Onkruid trekken in natte grond is mijl op zeven. Op vakantie is een museum, een prachtige bibliotheek, een kerk of een overdekt winkelcentrum nog een optie.

Dat laatste is aan mij niet erg besteed. Winkels zijn er voor de boodschappen en daar moet je zo snel mogelijk doorheen van A naar Z. Ik ga voor het spinnen van de cocon, laat mij maar lekker hier. Het boek dat ik aan het lezen ben, brengt me naar een eiland met een opa, die als vanzelf de mijne wordt. Al mijn ouderdomskwaaltjes zijn verdwenen als sneeuw voor de zon en ik ben met toegewijde aandacht mijn pas gekregen zeilbootje aan het schuren en schaven.

Pluis ligt aan mijn voeten en droomt mee. Buiten ruist het water onder de autobanden en de bomen schudden hun kruinen van het lauwe vocht. Ze ogen onrustig, maar binnen is alles stilgevallen, zelfs de tijd. Op mijn eigen wijze werk ik vandaag mee aan de tijdrebellie. Temidden van de overheersende vluchtige hedendaagse tijd, waarbij alles in een stroomversnelling voorbij trekt en klokken de dienst uitmaken, stopt het hier binnen. Nergens een klok te bekennen en op de digitale tijdsaanduidingen let ik niet. Ik ga al een leven lang zonder horloge of wekker door het leven, dus ben niet anders gewend. Ik wordt wakker op mijn eigen ritme en in het eigen uur. Als het licht wordt, maar ook bij een bepaalde maanstand of zomaar, omdat het lijf erom vraagt.

De douchearm is een succes. Ze knelt weliswaar de bovenarm prachtig rood, maar alles blijft kurkdroog daarbinnen. Ooit maakte ik een keer mee dat een van de vrienden met een gipsen been uitgleed, toen hij op de voorplecht van de zeilboot stond. Gips en water levert een drabbige en pijnlijke situatie op, kan ik je verzekeren. Het verhaal werd een anekdote en heeft lang tot hilarische lachsalvo’s geleid bij verjaardagen, omdat de toedracht steeds spectaculairder werd. Ze is blijven steken op een boterpapiertje dat uit de vuilnisbak was gevallen, die ook op de voorplecht stond.

Op de verjaardag van zuslief stonden de Olympische spelen aan. Dan is er geen tijd voor weemoed, nostalgie en anekdotes. Vier van de broers en schoonzussen en wij vier zussen met een zwager deelden de feestvreugde. Als afleiding kwam de nieuwste pork op bezoek met pa en ma. Een klein en vermakelijk blij kind met grote bruine kraalogen van plezier. Hij wentelde zich dankbaar in de aandacht van al die oma’s en opa’s, net als onze trotse zus trouwens, die smolt bij de aanblik van de kleine telg, aanwinst in alle opzichten.

Gisteren belde vriendinlief en in een seconde waren er drie uur verstreken, over tijd gesproken. We hadden elkaar door omstandigheden een paar maanden niet gesproken of gezien. In de lappenmand gezeten, flinke pech er overheen, een gemolesteerde voortuin en een drive om het binnenplaatsje dan maar hangmatgereed te maken. Een negatieve ervaring met een positieve draai. Maar er werd ook geknaagd aan haar vertrouwen en het gevoel van veiligheid. Dapper worstelde ze zich er doorheen in de wetenschap dat er straks betere tijden zullen komen.

Als de zon zich niet laat zien, zijn er de schemerlampen en de kaarsjes voor een knusse sfeer, de bank en het boek. Ik ga verder met schuren. Als het licht maar schijnt.

Uncategorized

Twee maanden om me te verkneukelen

Vandaag zijn de hekkensluiters van de familie jarig. De tweeling, broer en zus, kwamen als laatse achter de rij van negen. Mooier kon niet, Van elk wat, na de 6 jongens en de 3 meisjes. Zuslief heeft van de week de allerlaatste hand gelegd aan haar balkon, een finishing touch na een grondige verbouwing. Ze is er klaar voor om te ontvangen. we mogen allemnaal komen. Broerlief viert vakantie, dus geen keuzestress.

Vannacht was ik, in mijn speurtocht naar de helden in de kinderliteratuur, aanbeland bij de Albert Verwey lezing van Bibi Du Mon-Tak in juni 2021 te Leiden. De titel wekte belangstelling. Wipneus en zijn schimmelige vriendje Pim. Ik moest onmiddellijk denken aan weggedoken beschimmelde broodkorsten en andere onappetijtelijkheden. Haar verhaal bleek koren op de molen voor het onderwerp, dat ik aan wilde roeren bij mijn recensies.

Ik ben kind van het boek. Nooit anders geweest. De klassiekers ken ik op mijn broekzak en mijn kennis is weer doorgegeven aan de generaties na mij. Op school las ik veel voor en met liefde, kinderen leren letters te eten, woorden te proeven, betoverd te raken door een verhaal. Dat ik voorbij de klassiekers kon denken, dankte ik aan het feit, dat ik de opleiding MO-A Nederlands had gedaan. Het vak jeugdliteratuur werd gegeven door de hele enthousiasmerende en inspirerende Henk Figee, die in zijn jeugdige overmoed de onderste steen boven haalde aan juweeltjes uit de mallemolen van uitgevers en hun aanbiedingen.

Hij gaf ook het vak taalbeheersing. Zijn liefde voor de taal en het boek zijn me voorgoed bijgebleven. Hij heeft gezaaid en ik mocht oogsten. Wat een rijkdom, wat een uitvergroten van een wereld. Ik bleef hem er eeuwig dankbaar voor. Helaas overleed hij al op 46-jarige leeftijd en moeten we het zonder zijn typische eigen ‘Filiaanse’ gedachtengoed doen: ‘Literatuur, een en al verwarring en verwondering’. Hij genoot eveneens van de roerige en scabreuze verhalen uit de late middeleeuwen en ook die liefde bleef me bij.

Bibi nam het op voor de kinderliteratuur van na de jaren zeventig met auteurs, waarvan er maar enkelen doorsijpelden naar de massa. Bij een vraag op een hedendaagse PABO kwamen alleen de klassiekers als Annie.M.G, Paul Biegel, Tonke Drag, Thea Beckman o.a. boven drijven. Op een vraag op Twitter om tips van een vader die graag zijn kind van acht een goed boek wilde voorschotelen en met de restrictie erbij, ‘Geen klassiekers, want die kennen we al’ kwam alles aan klassiek onbeschaamd voorbij tot en met Pietje Bell en Dik Trom. Toch snap ik het wel. Kinderliteratuur stokt helaas voor veel mensen als ze de jeugd voorbij zijn. Dat zou al kunnen veranderen. Maak er ‘tijdloze literatuur’ van en maak de zee aan lezers oneindig.

Bibi hield vervolgens in haar lezing een pleidooi voor het ‘onveilige’ vrije lezen. Ik filterde de volgende boodschap uit haar pleidooi: Ga de methode voorbij, waar nu nog hele volksstammen op de basisschool mee vergiftigd worden. Mijdt regels, laat het gaan, kies voor de beleving, een kind volgt zijn eigen ontwikkeling wel. Geef de liefde voor het lezen door in plaats van de starre stappen om tot lezen te komen. Het enige wat dat bewerkstelligt, is dat het plezier onderuit geschoffeld wordt. en o, wat ben ik het met haar eens.

Vijf boeken staan er op mijn lijst en het zijn stuk voor stuk juweeltjes, waar een kind eigenlijk niet van verspeend mag blijven. In oktober zijn ze weer te lezen en af en toe licht ik hier alvast een tip van de sluier. Twee maanden om me te verkneukelen.

Uncategorized

Een prinses waardig

Het was een warrige nacht geweest, toen de dag zich meldde in de gedaante van de stukadoor annex loodgieter. Van alle markten thuis. Schuddebollend over verouderde huizen, renovatie en nieuwe badkamers verdween hij weer om een doucheputje op de kop te gaan tikken om de kapotte oude te vervangen. Het leven was een grote queeste voor een klusjesman.

Het duurde en duurde. In de tussentijd zat ik met mijn hoofd bij de hedendaagse helden in de jeugdliteratuur. Er viel veel uit te zoeken als je niet wilde blijven hangen op de gouden ouwe. Helden is het nieuwe thema voor de volgende recensies. Er was veel moois onder de zon en naast de klassieken met eeuwigheidswaarde had ik al een aardig aantal nieuwe klassiekers gevonden.

Er kwam een app tussendoor van zuslief. Ze vroeg of we samen naar de tuin zouden gaan met andere zus. Ik moest er niet aan denken. De woestenij aanschouwen en maar half uit de voeten kunnen. Het zou me over al mijn grenzen trekken, als ik het eenmaal op mijn heupen kreeg. Na die ruime week van arrest dan nog maar wat erbij, tot ik kalmpjes zelf aan de slag zou kunnen. ‘Dan komen we gewoon op bezoek en kunnen nog ergens gaan lunchen’ besloot ze.

De klussenman van de woningbouw kwam terug. Hij had er een speurtocht van tien verschillende zaken op zitten en de put gevonden in een stadje verderop. ‘Zwaar verouderd, dat model’, sputterde hij en derhalve uit de handel. De stress schoot met ergernis uit zijn ogen. Kopje koffie dan maar, leek me. Dat vond hij een goed plan, waarna hij naar zijn slagveld verdween.

Beide zussen kwamen, toen hij net klaar was met zijn stucwerk van het plafond in het toilet. Genoeglijk schoten er wat onderwerpen voorbij en we zouden op de bonnefooi vertrekken. Een afleidend uitje voor mij, met mijn strohaar en huispak. Nog maar een dag ontoonbaar. Het kwam vast goed.

Zus ging recht door, omdat ze dat nog niet eerder, nou misschien één keer, had gedaan en reed vervolgens door het haar onbekende park. Langs de Lek lieten we ons leiden over de smalle dijk, waar zelfs een keer een veel te grote vrachtwagen wilde passeren. Halverwege schoten we de dijk weer af, al zorgde het natuurschoon en de vele ganzen voor een indrukwekkende schoonheid, meanderend door het groen heen. Het water had de uiterwaarden grotendeels overspoeld.

Bij Schoonhoven aan de aanmeerhaven voor het veer vonden we een plek uit de drukte op het terras, in een hoekje, afgezonderd van de rest. Het restaurant beschikte over een verrassend goede lunchkaart en een uiterst vriendelijke bediening. Het was een aangenaam verpozen. Omdat de kleur van de smeersels bij het brood ons ietwat vreemd voorkwam, vroeg ik aan een van de serveersters, wat we daar voorgeschoteld kregen. Ze zou het navragen en het bleek gefermenteerde aïoli te zijn. Bestorven knoflook in feite, een beetje vreemd, maar wel lekker.

Binnendoor reden we terug en gingen niet meer het centrum van het stadje in. Dat was fijn, want door de brakke nacht, het vroege opstaan en de rit was het lijf, maar vooral het blauwe pootje, vermoeid geraakt. Hoog in de kussens speelde ik nog eens de prinses op de erwt. Een nieuw plafond en een nieuwe doucheputje was de winst van vandaag en een vorstelijke lunch in fijn gezelschap, een prinses waardig.

Uncategorized

Die vrijheid schept mogelijkheden

Je naam in kleine letters houden omdat je niet in hiërarchie gelooft en al helemaal niet tussen het standsverschil der letters.. Bioloog en kunstenaar herman de vries is er van overtuigd en voert het in zijn naam door. In een minimonografie werd het boekje ‘Toeval bestaat wel’ uitgegeven. Ook daar is de vries van overtuigd. Immers als het niet bestond had hij nu in Ierland gewoond en gewerkt en niet in Beieren.

de vries is een van de laatste Zero-kunstenaars. Voor zijn werk schuimt hij de hele wereld af. Vanaf 1976 verzamelt hij ook aarde. Deze collectie met meer dan zevenduizend grondmonsters wordt tentoongesteld als ‘le musee des terres’ in het museum van Digne-les-Bains.

Ik krijg de minieme kleine uitgave van de dakdekker die als zzp-er voor de woningbouw werkt, als hij mijn toiletruimte vrij maakt van de curiosa, die er huist. Ik blijf toch een jaren-zeventig- mens, met een voorliefde voor wonderlijkheden, omdat die me altijd weer intrigeren en inspireren. Hij reikt me nog meer aan, maar dit kleine gele boekje, een editie van See All This, bevat naast een werk-en-levensgeschiedenis ook al zijn werken. Die zijn stuk voor stuk de moeite waard zijn.

Er staat ook een voorbeeld in waar hij instructies geeft om een kunstwerk door de natuur te laten maken. Iets waar je de herfst voor nodig hebt, een appelboom, een klapstoel, geduld, een horloge en grote vellen wit papier en lijm. Wacht tot het blad valt en plak het exact op die plek vast. De waarschuwing erbij is grandioos. ‘Ga niet zitten schuiven om de compositie naar je hand te zetten, want denk niet dat je het beter weet dan de natuur’. Het is een kwestie van de natuur naar haar eigen hand zetten.

Heerlijke gedachtengang. Dank lieve dakdekker, die eerst nog hoog boven het huis uittorende en nu in het kleinste kamertje met hetzelfde enthousiasme en met dezelfde toewijding te werk gaat.

Ik laat hem achter in handen van zoonlief als ik naar het ziekenhuis loop. Bij de gipskamer wordt ik herkend en ontvangen. In de belendende ruimte wordt een vrouw aan haar been geholpen. Daar is de gipsmeester van de vorige keer mee bezig. Een jongere collega neemt mijn pols onder zijn hoede. Met uiterste behoedzaamheid knipt hij de spalk los en zeept mijn pols in, droogt het zorgvuldig af en net als de vorige keer valt me de grote concentratie en de zachtheid van het handelen op. Alsof je een eendagskuiken in de handen houdt.

Ik mag de kleur kiezen en ga voor blauw, omdat zwart toch weer erg zwart is en blauw mijn tweede kleur, die trouwens ook bij mijn bril past. Hij observeert de bril en prijst haar en als ik hem vertel de keuze te hebben laten beïnvloed door geen oude damesbril te willen, vertelde hij juist te hebben gekozen voor een oude herenbril. Een genoeglijk gesprek over titaan en goudmonturen, het dunne glas, de schoonheid die bij je imago past. Daarnaast, door de prachtige grote tattoo over zijn hele linkerarm en de schroom die hij er voor overwinnen moest, komen we uit bij Polynesië en de handgezette tattoos bij nacht met de juiste maanstanden. Heerlijke gesprekken. Het schept een band. De foto na het gips laat een mooie pols zien en over vier weken mag het gips eraf.

De jonge dokter die op zijn eerste dag er werkt, dat blijkt uit alles, zal het nog moeilijk hebben bij deze doorgewinterde oude rotten in het vak. Het enige wat hem te doen valt, is te bevestigen wat de gipsmeesters al hebben verteld.

Donderdag komen de loodgieter en de stukadoor om de klus in toilet en badkamer te klaren en dan moet het even regenen, om te zien of het raam en het dak het houdt. Daarna kan de dakplaat vervangen worden en kunnen we door.

Ik kan weer met twee handen typen en volgend Google mag ik wel autorijden, mits het geen gevaarlijke situatie oplevert. Die vrijheid schept mogelijkheden.

Uncategorized

Geduld is een schone zaak

Al wandelend leer je onverwachts leuke stekken kennen, die je nog nooit eerder had gezien. Eerst kwam ik langs een staaltje van Street-Art, door jong en oud op een van de lelijkste muren van de stad. Met toewijding en nauwgezet werden de ontwerpen op de muur gezet.

Het fleurde de boel een heel eind op. Na kruip-door sluip-door sneed ik luttele meters af en kwam voorbij een hof, die me nog nooit was opgevallen

Het St. Elisabeth’s hofje, een stukje Oud Jutphaas, ligt aan het Kerkveld en is het enige stukje authentieke verleden op die plek samen met het kleine kerkhof. Voor het bezoek aan de huisartsenpraktijk besloot ik achter het voormalige bejaardentehuis door het park te lopen. Aan de kop ervan verrezen twee grote appartementencomplexen met uitzicht over al het groen.

De doktersassistente was iemand een netelige kwestie aan het uitleggen en het vroeg kennelijk om een aantal herhalingen, totdat ineens abrupt een einde kwam aan het gesprek. ‘Ze was het kennelijk niet met me eens’ zei de wat verbouwereerde assistente. Ik vroeg mijn klaarliggende formulieren en pufte even uit in de bijna verlaten wachtruimte.

Daarna voor een boodschap naar de plaatselijke super en langs hetzelfde Kerkveld een sluiproute naar de apotheek. De sloot speelde vijftig tinten groen met me, maar een grote tanende berenklauw doorbrak het tafereeltje.

Bij de apotheek lag de hele voorraad medicijnen klaar. Een inhaler die ik trouw elke morgen al voor jaren nodig heb voor het verwijden van de longen was vervangen door een nieuwe inhaler, die ik wel kende, maar lastig vond, omdat het enorme hoestprikkels te weeg bracht. Niets aan te doen. De handihaler was uit de handel genomen. Het kon nog net allemaal in het kleine rugzakje. Verstand op nul en voort. Vijf kilometer bij elkaar gewandeld. Mooi werk als tegenhanger voor het grote niets, dat anders, autoloos, aan me voorbij zou trekken.

Uitpuffen op de bank en wolken lezen. Een slapende koning die witte wolkjes puft drijft langs. Hij gaat te langzaam om er een tweede beeld in te zien. De televisie biedt vooral veel herhalingen. Ruben Terlou komt langs met zijn ‘Chinezen in de wereld’. Nog steeds schrijnt het als ik de een of andere Chineze opzichter een Afrikaanse man ‘aap’ hoor noemen. Als je je superieur voelt boven de autochtone bevolking heb je niets te zoeken in het land, is mijn mening.

Zo we zitten klaar voor de dakdekkers en de mannen die het plafond van het toilet aan gaan pakken. Gepoedeld, geschrobd en voor het oog geruimd. Pas toen dochterlief met de kinderen weer weg ging, kon ik door met schrijven. Heerlijk om even met het kleine grut in de weer te zijn. Een dansje(nee, ik bleef zitten), de poppetjes, wat brainspelletjes, de vingerpopjes in het kleine blauwe theater, waar, als je goed je best doet, jijzelf ook bijna inpast. Hilarische afwisseling.

Het theater mocht geleend omdat het aandoenlijk, scheef koppie, grote afwachtende ogen, gevraagd werd. Tegen de tijd voor het middagslaapje gingen ze weer. Stappen en stapjes op de galerij. ”Dag oma’, ‘Dag lieverds’. Zwaaien en kushandjes.

Boven mijn hoofd zijn vader en zoon aan het klotteren en zagen als echte Ed en Willem Bevers. Ze hebben laten zien met foto’s wat ze gedaan hebben en vermoedelijk was een te ver naar beneden geschoven dakpan de boosdoener. Het zijn hele aardige mannen met veel begrip en liefde voor de zaak. Heerlijk nu er een einde komt aan die lelijke schimmelplek. Zo naar om steeds weer te zien.

Straks komt zoonlief om thuis te blijven als ik richting ziekenhuis ga. Een beetje benieuwd hoe die pols eruit zal zien. Onder de witte hoes steekt een wat aangedaan seniorenvel met blauwe verkleuringen. De zwelling is een heel eind geslonken. We gaan het zien en beleven. Geduld is een schone zaak.

Uncategorized

Voedt de geborgenheid, vult het leven

‘Misschien kan ik met gips wel fietsen’ bedacht ik me, toen ik mijn zus schreef dat vijf weken niet autorijden voelde als een nieuwe lockdown. Natuurlijk kan alles met het openbaar vervoer of lopend, maar sommige plekken liggen, letterlijk en figuurlijk, buiten (hand)bereik. Het is een kwestie van de knop om zetten.

Er was een tijd dat we geen geld hadden om een nieuwe tweedehands auto aan te schaffen en toen moest ik echt ook diezelfde knop vinden. Vooral mijn geestelijke plaatje moest anders worden ingekleurd. Als ik zie hoe mijn stadse lieve dochter met het grootste gemak haar twee kinderen op de fiets installeert en er zelf ternauwernood tussen past, boezemt het ontzag in. Terwijl in die autoloze dagen van weleer het automatisme met datzelfde gemak te voorschijn peuterde en daarnaast nog een aantal ingenieuze ingevingen bewerkstelligde. Het leverde nieuwe energie op, maar het kostte ook het nodige.

Een ander probleem zijn mijn haren. Ik zal eens gaan speuren naar zo’n douchezak die om de arm kan. Dat durf ik alleen maar als er gips om zit en de breuk nagelvast geen kans meer maakt op verschuiven. Nog een dag touwhaar plat op het hoofd.

Vandaag ga ik een voettocht maken naar de medische ‘bedevaartsoorden’ Apotheek en Huisartsenpraktijk. Bij de een liggen de medicijnen klaar en bij de ander het formulier van de bloedafname en het bijbehorende urinepotje voor de halfjaarlijkse cardiocheck. Daar had de praktijkassistente om gevraagd. Dat is voor later.

Gisteren was de uitzending Zomergasten, waarin Janine Abbring praatte met Robert Vermeiren, de hoogleraar kinderen-en jeugdpsychiatrie. Zijn onderwerpen zijn beladen, de manier van uitdiepen straalt grote betrokkenheid uit. Niet over mensen rapporten schrijven of behandelingsplannen op stellen maar mét mensen samen is het eerste standpunt wat me opvalt en dat zo wezenlijk het verschil toont met de handelingen over de hoofden van betrokkenen heen. Hij vertolkt mijn gevoel, dat alles, hoe zwaar soms, hoe beladen of hoe emotioneel ook, besproken kan worden. Niet belerend en betuttelend maar door te luisteren en er in te duiken.

Mijn stelling in het onderwijs was dat geen kind ‘stout’ is, maar dat het handelt vanuit een diepe beweegreden. Vermeiren trekt deze stelling door. Benadert zijn kinderen in de psychiatrie vanuit die empathische gedachte en gaat op zoek naar de oorsprong voor het gedrag, de uitingen en de gevoelens die het opwerpt.

Er waren heftige fragmenten bij. De Zweedse fotografe met anorexia die het streven naar ‘de beste fotograaf ter wereld’ verkiest boven het leven, bijvoorbeeld. Een kwetsbare en integere Máxima, de jongen in het Braziliaanse bendeleven in ‘Cidade de DEUS’, die de ‘ goede’ kant opvalt en zich staande houdt door het toeval en de fotografie. Het levert een pleidooi op om toch vooral meer aan het toeval over te laten en mee te weven met wat soms onverwacht, op je pad komt.

Het prachtige breekbare ‘Father and Daughter’ een animatie van Michael Dudok de Wit over de verbondenheid en verlaten worden, eenzaamheid en hoe gebeurtenissen in de jeugd het hele leven kunnen kleuren.

Alles draait om verbinding, het hebben van een kleine basis van vertrouwelingen, die weten wat er leeft en speelt, die luisteren en onvoorwaardelijk voor je klaar staan als dat nodig mocht blijken. Dat alles spreekt uit het laatste fragment, waar de blik van Wende naar de zangeres S10 toe, boekdelen spreekt. Liefde en dat rotsvaste vertrouwen in elkaar voedt de geborgenheid, vult het leven.

Uncategorized

Toonbeeld van rust en sereniteit

Het begon prachtig blauw met vriendelijke wattige wolken, terwijl ik de pols pijnvrij probeerde te schuiven. De hele arm was de gedicteerde houding nu al zat en het zorgde ervoor dat het slapen onrustig verliep.

Zondagse wolken, heel even maar, want op dit moment is het grijzig en grauw. Afgelopen vrijdag was het ook een klein ogenblik zondagse hoogmis, toen we in de resonerende ruimtes van Richard Serra en zijn sculptuur ‘Open Ended’ het Credo inzetten en vriendinlief het evenzo uit haar hoofd kende en meezong. We gingen er spontaan bij schrijden, door de gewijde klanken, die tegen de cortenstalen wanden botsten en een gedragen resonantie gaven. Mis voor drie heren. Het bracht herkenning en het voelde als bevrijding om zo voluit te jubelen.

De twee intensieve dagen hadden hun tol geëist. Ik was gisteren doodop en kon me er niet toe zetten om te gaan vergaderen. Die afspraak stond weliswaar en eerst verschoof ik het naar later, maar daarna zegde ik toch maar af. Te moe, te pijnlijk, te onverwerkt bleek het een en ander. ‘Pas op de plaats’ riep het lijf.

De kinderen kwamen afleiding brengen, met lieve kaarten en een mooie bos bloemen. Zalvende goedheid tegen de pijn. De kleine filosoof en kleindochter en de Benjamin zorgden voor vertier.

Boekjes lezen met oma, of de oude Dinky toys van papa en zijn broer in lange rijen op elk plekje dat voorhanden was, uitstallen.

De dobbelstenen van het storytellers-spel werden ook omgekiept, maar verhalen kwamen in korte, crypto, staccato zinnetjes. Dochterlief had bananencake meegebracht. Thee, taart en heel veel liefde. De buikbaby werd groter en groter. Nog maar een paar weken dan was zijn broer ‘Benjamin-af’.

Als verrassing kreeg ik een nieuwe knipbeurs, terwijl ik van de week nog bedacht dat de oude wel wat morsig werd. Helemaal gelukkig. Zoonlief ging voor paard spelen en zijn zoontje schaterde het uit. Blij en kinderlijk geluk.

Gisteren liet Jan Rot aan de wereld weten dat hij niet meer beter zou worden. Een moment om even stil te staan bij deze sympathieke persoonlijkheid. Een van zijn mooiste nummers vind ik ‘Stel dat het zou kunnen’. Stel inderdaad, dan haalde ik al mijn doden terug en bande de ziektes de wereld uit. Daar had het klein orkest in het album ‘Roltrap naar de maan’ trouwens wel een heel ander antwoord op in de ‘Ballade van de dood’. Om erover te mijmeren en in dergelijke grote mogelijkheden te denken, is iets waar je je even in kan verliezen. De realiteit blijft toch wel en is minder sprookjesachtig. Ik wens Jan nog een mooie en betekenisvolle tijd toe met ieder die hem lief is.

Vanmorgen keek ik naar aanleiding van een rubriek in de Tijdgeest een video van Li Ziqi. Ze woont op het Chinese platteland en haalt uit haar wijde mouwen zonder pardon kleine staaltjes van pure Zen-beleving in de haar omringende natuur. Ze is volleerd in alles, maar met name in het creëren van schoonheid in de meest dagelijkse bezigheden. De eenvoud van het handwerk en de composities die ze er mee tovert zijn prachtig. Alles is betoverend mooi. Inderdaad, wie de druk van vandaag wil ontvluchten, kan wegzwijmelen op dat lieflijke platteland en als was in de fijne kleine handen worden van deze fee-achtige elf of deze elf-achtige fee als toonbeeld van rust en sereniteit.

Uncategorized

Inspiratie en bezieling voor de komende tijd

Nog eens stond er een taxi voor mijn deur. Voorlinden stond op het programma. Het prachtige werk van de kunstenaar Robin Rhode, een kunstenaar met een werkblad zo groot als de wereld zelf. Alles, maar dan ook alles wat hij ons wil laten ervaren, maakt hij duidelijk met zijn foto’s, sculpturen, performances en films.

Houtskool en krijt vullen de muren, dansante vormen in kleurrijke decors wekken vervreemding en zetten aan tot denken. Als bewijs dat hij het was die de muren heeft gebruikt als decor voor zijn objecten, laat hij zijn schoenen en een besmeurde krant achter. Het museum zelf wordt zijn atelier. De voorlaatste zaal maakt diepe indruk, als in een film een pianist zijn woede koelt op het instrument en met een rigoureuze handeling in een klap afrekent met het gevaarte.

Een van mijn lieve vriendinnen is er bijzonder door geraakt. Als we vragen naar het waarom, ontspint zich een diepgaand gesprek, dat niet mis zou staan als de ‘Spoken Words’ die het werk van Rhode omlijsten.

Drie vrouwen op de groene bank met uitzicht op de schoonheid van de tuinen van Piet Oudolf graven diep in de handelingen van volwassenen en hun beslissingen die grote gevolgen blijken te hebben voor de tere kinderzielen. Een onnadenkend woord, een aanpak zonder inspraak, de oorzaak van de onthutsing, ontzet zijn over de actie waar tegenspraak niet geduld wordt. Slikken of stikken, slikken dan, maar eeuwige rafel. De kleine kwikstaart brengt troost voor de grote glazen wand. Ergens zijn er lichtpunten, maar daarvoor werd een eeuwig offer gebracht, tot in lengten der dagen.

We zijn er stil van, meten het af aan eigen levens. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ fluistert het verleden.

Omarmen of loslaten, waar ligt de grens. Het draait niet om wat jij wil, het gaat om het welzijn van de ander. Daar bewust van te zijn en soms te moeten handelen, waarbij het tegenovergestelde lijkt, maar de ander toch beter bij geholpen blijkt te zijn. En weer: Daar bewust van te zijn.

Drie vrouwen op de groene bank met de troost van een kleine kwikstaart en een dartelende vlinder. We zwijgen en kijken en wandelen dan naar een film over het werk van de kunstenaar, zijn achtergrond, zijn maatschappelijke betrokkenheid, de boodschap. Net als Banksy wekt hij de geest, wordt wakker, denk na, alles heeft betekenis.

Daarna het andere werk in de tentoonstelling ‘ Listen to Your Eyes’. Een prachtige titel. Luister met je ogen. Het beeld vertelt het verhaal dat gevoed wordt door je eigen emotie, je eigen ontvankelijkheid, je eigen waarheid, in een interactie met jou.

Het hoofd zit vol, de geest verzadigd. Er is geen keuze te maken in wat het meest raakt, maar nu, op de bank, zie ik de handen en de draden om het trapezium, die, als in een vlieger, waaiende boomkruinen laat zien. de witte muur, de donkere onderarmen, de schaduw van de gestroomlijnde lijnen, de vlieger, met als dubbele vrijheid, de kruinen in de lucht. Zo’n beeld zegt alles.

Er waren ook luchtige ontmoetingen. Drie Belgen bij het bed met de 105 struisvogeleieren van Joncquil met de titel ‘une centaine de Reves te cinq cauchemars’ . We vragen hen naar de betekenis van het laatste woord. Nachtmerries. De vrouwen kijken naar de hoeveelheid eieren en tellen het na, honderdenvijf. Honderd dromen en vijf nachtmerries. We gniffelden om het oplossend vermogen en de internationale smeltkroes die het object voor dat moment opleverde.

Bij de dansende passers van Rhode, probeer ik vriendinlief te vangen te midden van het gedraai. Een uitdaging op zich. Als het lukt jubelt het in stilte. Nog een zeldzaam mooi object. Passers die losgemaakt worden uit hun abstractie.

De draaiende kleurreflecterende ronde cirkels van Olafur Eliasson fascineren en vragen om gebiologeerd te kijken naar wat er gebeurt. De kleine jongen in het midden blijft gehypnotiseerd staren in het licht. Gepakt door de waarneming.

Met een heerlijke lunch, een enorme stortbui op de tent en een brainstorm over onze eigen viervleugelige snuifmotkever zijn we weer fris en monter, vol inspiratie en bezieling voor de komende tijd.

Uncategorized

Bij leven en welzijn

Ruim op tijd was ik klaar voor vertrek. Vriendinlief kwam me halen, omdat het witte spalkje het besturen van de kleine blauwe in de weg stond. Het voelde een beetje als een schoolreisje. Ze stond te wachten op de parkeerplaats, maar er stond niet bij welke. Dus haastte ik me van de ene naar de andere, een derde ook in de gaten houdend.

Onderweg wisselden we al wat wederwaardigheden uit, maar de krenten in de pap bewaarden we tot het viertal compleet zou zijn. We kenden elkaar al zo’n 53 jaar. Mijn chauffeuse kende ik al tien jaar langer. Opgegroeid in hetzelfde buurtje met de humor uit die tijd en een moeder met orakels, gevoed door een katholieke achtergrond.

Het huis van vriendin was één groot kabinet, een kijkkast. Zoals haar kamer vroeger was, met prulletjes, versiersels, hebbedingetjes, die allen op elkaar waren afgestemd, zo was dit hele huis en de tuin. Haar leven was gedrenkt in blauw. Prachtige schalen, serviezen, verzamelingen in porselein, beelden, de weelderige bloei in de tuin, geïnspireerd door de Engelse cottages. Ogen en oren kwam je er te kort. Ik werd op de bank geïnstalleerd met en hagelwit kussen onder de nu wat grauw lijkende spalk en genoot. Binnen een half uur waren de twee anderen er ook.

Ergens uit de diepte kwamen de herinneringen aan onze opleidingstijd naar boven. De oude non voor maatschappijleer spande de kroon. Zij vond ons meer dan verschrikkelijk en stampvoette met regelmaat haar afgrijzen bij elkaar. Haar beweringen waren ook niet te negeren en het feit dat tweelingen als een pakketje op de wereld kwamen, spande de kroon. Hopeloos buiten de maatschappij en de geborgenheid trachtte ze zich staande te houden, letterlijk en figuurlijk, door haar rug te rechten en haar misprijzen als een stoïcijnse film over gelaat te leggen. Arme vrouw, die zo heel erg niet op haar plaats was tussen ons, rebelse meisjes. Er vlogen heel wat karikaturen van haar verschijning in lang habijt door de lucht, omdat uit de kap vooral haar benige, geprononceerde, neus stak.

Bij de lunch haalde onze gastvrouw een citaat van haar moeder aan. Voordat we aanvielen zei ze ‘het weesgegroet zit er doorheen’, terwijl ze op de warme soep wees. Giebelend kwamen er meer van die ijzersterke opmerkingen. Haar familiekennis, maar ook de herinneringen aan vroeger, waren intens en groot.

Het bleek dat we allemaal niet zonder slag of stoot de jaren hadden doorstaan, Er waren wat overeenkomsten. Gewrichten, ogen, beweeglijkheid, het werd allemaal wat minder, maar een van ons had jaren pijn geleden aan het been en kon nu, door een nieuwe techniek, weer lopen als een kievit, nog altijd dankbaar voor elke stap en twee van ons waren geholpen aan staar en zagen beter dan ooit tevoren. Maar er kwam ook een rollator mee met iemand wiens spieren aan het verstijven waren. Het moment om te vragen hoe ze haar belemmeringen ervoer en hoe de reactie van de buitenwereld was op haar beperking. Onnadenkende opmerkingen richtten veel schade aan, omdat ze nog lang bleven doorklinken. Genegeerd worden was er ook zo een.

De humor had de hele dag de boventoon en de inspirerende omgeving leverde heel wat nieuwe ideeën op. Zorgvuldig werd het samenzijn gedeeld, gekoesterd en opgeslagen. Afscheid tot een volgende keer, over een jaar wellicht, bij leven en welzijn.

Uncategorized

De morgenstond heeft goud in de mond

De duim begint weer normale vormen aan te nemen. Er ligt nog wel een blauwige waas om heen. Wat nu opspeelt is jeuk, op plekken waar niet bij te komen is. Niet aan denken en afleiding zoeken. Volgende week dinsdag komen ze met een hoogwerker en grof geschut voor het nog altijd lekkende dak. Met deze stortregens zijn de plastic tonnen eronder geen overbodige luxe.

Een hand buiten functie werpt allerhande ingenieuze oplossingen op. Knieën zijn perfecte klemmers voor het opendraaien van schroefdoppen. Minder geschikt voor verftubes, trouwens. Schaar blijft onder handbereik, want een seniorensluiting openen lukt ten enenmale niet. Een schuimspaan dient om de maïskolf klemvast te zetten, als ik de schutbladeren wil verwijderen. Peper om te malen blijkt echt een brug te ver. Het is leven in de vertraging. Even snel is er niet bij. Aankleden is uitkienen wat makkelijk is. Ook een nadenkertje, want een draaibeweging met de aangedane arm maken, daar wordt een mens niet vrolijk van.

De reacties van meelevende mensen zijn hartverwarmend. Apps, mails en belletjes te over. Tussendoor zijn er de nieuwsberichten, de Olympische spelen en de eenarmige schilderkunst. Het is een groot doek en ik moet er bij staan, dat zorgt er voor, dat bij tijd en wijle de bengelende arm moet laten bijkomen op de opgestapelde kussens.

Op FB heeft vriendinlief een leuke vraag. Of ik ook het idee kreeg, dat alle spreekwoorden, naarmate men ouder wordt, ‘Waarheid’ worden. Daar moest ik eerst even over peinzen. Ze zijn me altijd al waar gebleken. Niet voor niets zijn ze verweven in mijn dagelijkse vocabulaire. Dankzij de spreekwoorden werd er heel wat wijsheid betracht. Eigenlijk is het cultureel erfgoed en zaak om ze te blijven gebruiken en het de kinderen te leren. Bovendien zijn ze bloemrijk en niet zelden poëtisch. De kracht schuilt in de verbeelding.

Pieter Brueghel

Een schip met zure appelen, dat door een zwartgrijze donderwolk aan komt zwellen, haalt bij mij onmiddellijk het beeld naar voren van opbollende zeilen en een stuurman a la Wodan met woeste manen en baard. Het hellevuur in aantocht. Of het lieflijke: Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht waar je je alles bij voor kan stellen of het wijze ‘ Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen’. ‘Zint eer gij begint’ had ik op het balansbord beter kunnen toepassen. Of was mijn onfortuinlijke actie een pas op de plaats, die nodig was om tot bezinning te komen. Wie zal het zeggen. De oude Pieter Brueghel wist allang de waarde van de spreekwoorden en legde ze vast op doek. Het zijn er meer dan honderd. Inderdaad iets om in ere te houden. Met vrienden op een warme zomeravond ook een heerlijk tijdverdrijf. Hoeveel spreekwoorden duikel je op binnen de tijd van de zandloper.

De pijn in de arm is aan het verschuiven. Nu is het witte pootje bovenop extra gevoelig. Ik vrees dat dat de blauwe plekken zijn en de zwelling. dat is het nadeel van verpakt, je weet niet hoe het zich verhoudt. Is het het normale proces, of moet je aan de bel trekken.

Straks word ik opgehaald en is er een onbezorgd dagje met mijn oude vriendinnen. Het wordt met gouden zonnegloed omlijst. Altijd weer een feest en nu dubbel, na die extra lange periode. Met zo’n dagopening kan de dag niet meer stuk. Ook iets wat ze vroeger al wisten en waar ik letterlijk en figuurlijk niets meer aan toe te voegen heb. De morgenstond heeft goud in de mond. 😉

Uncategorized

Een geluk bij een ongeluk

Een soort van pech, wat aanvankelijk zo rooskleurig begonnen was. Typen met één hand is een dingetje. Voor je al je gedachten in letters hebt gevangen, zijn ze al verwaaid. Beter bij de les blijven. Bij de fysio stond ik op het balansbord. Oef. Opstappen, midden zoeken en balanceren. De fysio stond vlak bij me om me op te vangen, maar ik viel toch om, naar achteren. Eerst op de stuit en toen op de pols. We keken of alles het nog deed en hij haalde een coldpack. In de auto merkte ik al, dat een en ander niet soepel ging, dus toch even langs de huisarts.

Die vertrouwde het zaakje niet. De pols had inmiddels vreemde vormen aangenomen. Ze verwees me door naar de radiologie voor een foto. Ondertussen was zoonlief gebeld door dochter, die ik belde vanwege de afspraak voor het etentje, dat in de soep dreigde te lopen en waarop vooral kleindochter zich verheugd had. Hij woonde dichtbij en kon naar het ziekenhuis lopen om me terug te rijden. Gelukkig maar, want ik kreeg een doorverwijzing naar de gipskamer. Het vonnis was wel duidelijk. Gebroken, weliswaar een schone breuk, maar toch. Alles was opgezwollen, dus eerst in een spalk en volgende week gips. Joviale jongens, die gipsmeesters. Ouwe rotten in het vak. Met een slendang en een mooi wit armpje mocht ik weer naar huis. Een advies voor paracetamollen om de pijn te onderdrukken. Zoonlief ging boodschappen met me doen en bracht me thuis.

Gelukkig was alles aan kant. In de ochtend had ik de galerij schoon geveegd en hoera, de eerste penseelstreken waren gezet. Nu kon ik er in ieder geval een week op spinnen, hoe het verder moest. Natuurlijk was ik vroeg wakker. De pijn was draaglijk, maar het bleef een stomme stijve onderarm, waar ik niets mee kon. Zelfs geen boek vasthouden. Dus keek ik vannacht in wat loze uren ‘Ma Vida’ met Loes Luca. Daar zou ik normaal niet snel voor kiezen, maar zorgeloze afleiding was de beste remedie om niet te hoeven denken aan pijn, jeuk en de onmogelijkheid der basale handelingen.

En…het was een fijne film. Een oproep om toch vooral je hart te volgen. Te gaan voor het geluk. Vanuit haar perspectief volkomen begrijpelijk. Het ging over keuzes maken en vermeende verantwoordelijkheden, doorzettingsvermogen en verder kijken dan je aannames zijn. Als je goed beschouwend bezig bent, zal je de werkelijkheid sneller zien. Het is een film die is opgedragen aan moeders, de zich eeuwig wegcijferende zorgzame moeders en de kinderen werden afgeschilderd als berekenende mensen en kwamen er zeer bekaaid af. Een film in cliché ‘s met een waarheid als een koe en het bracht me twee uur verder.

Arm op het kussen, een soort van foetushouding voor zover mogelijk en toch nog even in dromenland verzeild geraakt. Appjes over en weer om de afspraken van van de week aan te passen. Als de pijn zich zo verhoudt, staan er toch wat leuke ontmoetingen op het program. Donderdag een kleine mini-reünie met drie meiden van de kleuterkweek. Dat doen we ieder jaar maar met Corona even niet. Bijkletsen en herinneringen ophalen. Vrijdag gaan de dames van de Royal National Garden naar Voorlinden. The place to be als het om mooi tuinen gaat. Daar vinden we geen viervleugelige snuifmotkevers, maar aan schoonheid geen gebrek.

Straks is het poedelen geblazen. Met de vrije rechterhand. De breuk zit links. Een geluk bij een ongeluk.

Uncategorized

Dromen bevrijden met penselen

Middernacht, tien over twaalf en klaar wakker. De’Hemelse Mevrouw Frederike’ werkte allesbehalve slaapverwekkend, een boeiende reportage over Amy Winehouse in Nederland al helemaal niet en nu ben ik dan maar aan het schrijven geslagen om handen en voeten te geven aan het gedachtespook, dat rondwaart. De witte tornado is er misschien debet aan. Ze ging als een speer, maar dan ook helemaal. Balkon aangepakt en alles wat niet deugde recht gebreid. Een uit elkaar vallende rieten rolgordijn ‘gemaakt’door het onderste deel weg te knippen en de uiteinden keurig netjes aan elkaar te knopen, zodat het weer ordentelijk oogde en daarna hoog opgerold zodat het raam vrij kwam. Te grote planten en het onkruid weggehaald.

Het grote raam, zicht op de wereld

Daarna kon ik eindelijk bij de ramen, die toe waren aan een zomers sopje. Miep kraak van de huishoudservice, zo voelde het. Omdat de ramen prioriteit nummer een waren geweest, moest de rest er ook aan geloven. Door ruimte te maken om er goed bij te kunnen moest binnen de zware hoekbank opzij. Daarvoor werden de planten verhuisd en de tijdschriften en boeken van de rugleuning af gehaald.

Onder veel gepuf kon er verschoven worden en was er geen spinragje meer veilig voor de gretige stofzuigermond. Ik kwam tijdschriften en boeken tegen, waarbij ik dacht dat ik er nodig eens aan beginnen moest, in de loze uren op de bank. Ze waren een beetje het ondergeschoven kind van de rekening, ingehaald door andere tijdschriften en kranten.

Geen idee waar alle energie ineens vandaan komt, maar er zat vaart in. Halverwege kwam er een bericht van de garage dat de kleine Blauwe Prins opgehaald kon worden. De boel de boel gelaten en op de fiets er naar toe, geen bui te bekennen ondanks de dreigingen van het voorspellende weerbericht. Een felicitatie toe én een tevreden ogende voiture werd de bijvangst. Goedgekeurd met glans en een stempeltje erop. De airco hadden ze bijgevuld. Geen lange oververhitte tochten meer. Heerlijk. Om even te ontsnappen aan de opruimmodus ging de tocht langs twee kringlopen om naar twee tuinstoelen te kijken. Er ontstond een gesprek met een vrouw die haar spullen mocht verkopen in de ruimte van de kringloop. Het kwam door haar grote djembé, waar ze een pittig kaartje aan had hangen. ‘Hij komt uit Afrika’, merkte ze op. Het ontlokte een glimlach en een praatje over djembélessen, haar moestuin, alleen zijn en opruimen. Alles in een notendop.

Opgeruimd staat netjes

Met boodschappen als buit kwam ik terug temidden van de eigen chaos. Op de tanden bijten en doorzetten was het devies. Ruim voor vieren was alles gedaan. Het was goed toeven in de grondig aangepakte ruimte. Er kwamen allerlei ideeën boven van dingen die ik zou kunnen ondernemen. Misschien was dat ook wel de reden van het hanenwaken. Er spookte teveel door het hoofd.

Tot zover het nachtelijke schrijven. Op dat moment besloot ik om toch nog maar wat te slapen. De warme oploskoffie had me goed gedaan. Het raam ging op een kier, de muggen ten spijt. Niet veel later volgde een tocht door dromenland. Een enorm huis, grote trappen, een wonderlijk ontmoeting, maar niet vastgelegd, dus weggeschoten bij het eerste daglicht dat door de wimpers filterde. Toch drieënhalve uur slaap bij elkaar gesprokkeld.

Met de fysio aan het begin van de middag liet de agenda ruimte voor een etentje bij dochterlief. Ook een idee voor een nieuw doek trekt aan de basis. Begin maar, we zien wel waar het schip strandt, lijkt het te zeggen. De hele ochtend ligt in het verschiet. Het zou weer een welkome afwisseling zijn. Dromen bevrijden met penselen.

Uncategorized

Als een witte tornado door het huis

Overspoeld met complimenten. Daar teert een mens goed op. Zaterdag zag het er chaotisch uit in de tuin. De schouders moesten eronder. Het was hard nodig. De zaailingen waren er aan toe om de grond in te gaan en daar moest een plek voor gevonden worden. Er stonden veel wilde boterbloemen in de tuin, die met gemak plaats konden maken. Het gras moest gemaaid en tot mijn grote verbazing liepen de accu’s van de grasmaaier vrij snel leeg en bleef een stuk van de tuin ongemaaid. Ik wist de grasschaar nog te vinden. Geen beter werk dan gras met de hand te knippen, een volledig zen-zijn was de bijvangst van dit werk. Er kwam een lief klein wit vlindertje, die voornamelijk de rolklaver opzocht. Het was een prachtig teer beestje met kleine paarse stipjes op de witte vleugel, geen fototoestel bij de hand.

vredig landschap

Terwijl ik bezig was waren er allerlei mooie gedachten, een stuk herbeleving van de vakantie, overpeinzingen van formaat. Over de auto die de volgende dag naar de garage moest voor de keuring, over het lek boven op zolder waar ze van de week voor de zoveelste keer naar zouden komen kijken, over de staat van de tuin, over de mensen er omheen en mijn lieve schatten. Waar zouden ze allemaal zijn en wat deden ze. Mijmerdemijmer. En ongemerkt natuurlijk toch heel veel gedaan. Weer een kruiwagen vol afgegrazen en lege plekken gecreëerd voor de tere plantjes. Goudsbloemen en afrikanen in het ene bed. De stokrozen en klaprozen voor volgend jaar in het andere en de hibiscus ook. Wie weet hoe het zich zal verhouden. Straks konden ze op hun vaste plekken worden uitgezet. De twee Lathyrusplantjes, eigenlijk te laat, vonden een plekje naast de roos, maar daarvoor moest ik wel wat springbalsemienen elimineren en natuurlijk de brandnetels, die op alle fronten elk gaatje benutten om te ontkiemen.

mijmeren

Tijd denderde voort en vloog onder mijn handen weg. Af en toe was er een dreigende wolk, maar het bleef nog een hele poos droog. Later dan ik wilde, liep ik om de tuinen heen en kwam de buurtjes tegen, die me uitnodigden, even er bij te zitten. Glas water erbij en de vraag waarom ik er op z’n zondags bij zat. Ik werk altijd met mijn gewone kleren in de tuin, een enkele keer kleed ik me om, maar ik ‘moes’ ook niet en zij wel. Dus zaten ze onder de modder en werkten zich in het zweet. Bij mij is dat slechts stadsedameszweet, dat scheelde aanmerkelijk. Terug naar de kleine blauwe ving ik de eerste druppels. Een opfrisbui was welkom.

De avond was lang maar ongelooflijk boeiend met Roxane van Iperen. Wat heerlijk om een helderdenkend iemand op televisie te zien, die haar gedachtegoed zo helder uiteen kon zetten. Een verademing. Ik keek niet alles, maar straks is het tweede deel aan de beurt.

https://www.gids.tv/video/357163/zomergasten-gemist-roxan-van-iperen-over-magische-dansvideo-je-ervaart-de-magie-niet

Vandaag vroeg uit de veren om de auto weg te brengen voor de keuring. Met het Zeeuwse fietsen nog in de benen, had ik om een vervangende elektrische fiets gevraagd. In alle rust om acht uur in de morgen terug gefietst en nog even een croissant overwogen, maar toch niet gedaan.

Met de krant in de aanslag aan de koffie en daarna als een witte tornado door het huis.

Uncategorized

De wijde blik

Tassen uitgepakt en de routine van voor de vakantie ingegleden. Zo snel went het normale leven weer. De foto’s in my-album opgeborgen en het appje van de achterbuuf van de tuin gelezen. Of ik om twee uur ook naar de tuin kwam. Dat wel, maar nog niet om te werken. Samen het verlies delen, want zij had de lifestream wel bekeken.

Maar eerst naar de opticien. Nog altijd kon ik me verkneukelen om de gemaakte keuze. Vorige week zaterdag was het bericht al binnen gekomen dat de bril gereed was. Nu was het moment daar om haar op te halen. Het naburige stadje lag er verlaten bij. Parkeergelegenheid bij de vleet. Ik vermoedde dat er al heel wat mensen op vakantie waren. Ook in de winkel heerste rust. Met hetzelfde genoegen waarmee ik de bril kwam ophalen, bekeek de opticien mijn keuze en was in zijn nopjes. Ook hier weer de waarschuwing, dat er nauwelijks een middenweg was. Of mensen vonden het geweldig of ze vonden er niets aan. Wat men er van wil denken mag allemaal, maar ik vind het geweldig en dat telt. Dit is een bril die me past als een handschoen.

Het nieuwe hoofd ontlokte een brede glimlach en die bleef de hele weg lang van boodschappen doen tot aan de tuin, waar ik bij het hek buuf al ontmoette. Samen liepen we op naar haar tuin en daar namen we mijn week en haar week door. Zij was vorig jaar naar Goeree-Overflakkee geweest en was net zo verbaasd als wij over de schoonheid van het land daar. Vlak onder de rook van Rotterdam verwacht je het anders, maar de industrie is ver te zoeken. Alleen vanaf het strand zie je de enorme maasvlakte in de verte, maar zelfs daar stoort het niet en toen ik de foto’s van de Heckrunderen bekeek zag ik in de heiige achtergrond ineens de windmolens op een lange rij. Die waren me ter plekke niet opgevallen.

Het was goed te horen dat er mooi gesproken was, al had ik niet anders verwacht. De pijn zo ondraaglijk, dat langer leven geen optie meer was. Natuur wist zichzelf, als de tijd daar is en gaat daarmee voorbij aan wensen en verlangens. Het werd een intiem onderonsje daar in het struweel voor het huis. Twee vrouwen die hun gedachten uitspreken, hun zorgen kunnen delen en daarmee het leven zachter kleuren en het leed draaglijker. De diepte ingaan boort een nieuwe dimensie aan, die tot dan toe nog niet op die manier aanwezig was geweest. Nieuwe rijkdom. In ieder geval was daarmee mijn werklust om in de tuin aan de gang te gaan, tot het nulpunt gedaald. Dat bewaarde ik voor een paar regenvrije uren van de volgende dag. Peinzend wandelde ik terug naar de Kleine Blauwe.

Hoe belangrijk het is om gedachten uit te spreken en te delen om ze op die manier zelf te kunnen verwerken. Als de woorden hun eigen plek vinden door de associatie van de ander levert het een meerwaarde op die van groot belang is om je eigen ideeën en acties helder te kunnen bezien. Spiegelen legt gewicht in de schaal.

Ik denk aan de aflevering van Binnenstebuiten, in de herhaling weliswaar, maar nog altijd van waarde als het draait om duurzaam en bewust leven. In de uitzending van gisteren kwamen een jurist en een kunstenaar aan bod. Ze zijn in een oude boerderij gaan wonen en laten bewust de permacultuur op hun erf toe, inclusief alles wat er van nature groeit tot en met de brandnetels. Hun dieren zijn altijd met twee of meer van dezelfde soort en ze hebben geleerd om te observeren hoe de dieren met elkaar communiceren. Aan hun natuur buiten, de natuurlijke bron, de beesten, de planten en het kleine grut er omheen, de veld-en bosmuizen, de eekhoorns, de vogels, de marter, kunnen ze zich spiegelen en voelen ze de rijkdom van het buitenleven. Het draait om ieders plek in het bestaan, wat is de relatie tot elkaar, hoe verhoudt het zich,

Een mooie manier van omgaan met je omgeving en het kweken van een natuurlijke habitat. Nog een nieuwe bril, nu figuurlijk, voor een nieuwe kijk op de mensheid. We gaan ervoor. De wijde blik.

Uncategorized

Een week om naar uit te kijken

En dan is een week samenzijn achter de rug. De terugreis was lang en warm en ik had moeite met het knikkebolletje in mijn hoofd, dat weg wilde zinken in slaap, door de oneindige weilanden, die voorbij trokken en door het feit dat ik bijrijder was. Als je iets om handen hebt is wakker blijven een peuleschil.

Er was ook dat andere bericht. Een herinnering aan een lieve vrouw, een mooi mens, die een deel van mijn leven met me opgelopen heeft en een ander deel altijd ergens op de achtergrond aanwezig is geweest. Binnen enkele maanden is ze van haar plek hier op aarde afgeblazen, met een snelheid, die het voor achterblijvers nauwelijks te bevatten laat. Ik denk aan haar binnenkring van mensen die haar lief hebben tot in het diepst van hun hart en voel het schrijnen, het gemis. Er was net een kleinkind, er werd versneld getrouwd, om maar een herinnering met haar te kunnen hebben.

Er was een uitvaart en een lifestream, maar geen van beiden kon ik meemaken. In de middag, alleen op mijn bank, hield ik mijn eigen afscheid, met de glansrijke momenten van wat er samen te delen was geweest. Alles telde mee om het onrechtvaaridg te noemen. Te jong, te levenslustig, te fijn mens, te geliefd. Argumenten die niet uitmaken voor een ziekte die zich onverstoorbaar verder vreet. Hoe kwetsbaar we zijn. In de ochtend kocht ik een ringetje. Een sierlijk, klein simpel zilveren sieraad. Het is mijn troost voor het gemis. Een T-ringetje.

Zoonlief heeft al die dagen steeds de planten op het balkon water gegeven en goed voor Pluis gezorgd. In de brievenbus lag de post hoog opgestapeld. Van zeven dagen kranten, brieven, tijdschriften en en de uitnodiging voor de uitvaart. Een hele week lang was er een andere wereld. Een blij en onbekommerd leven vol natuur, zussenliefde en zon. We moeten elkaar vaker laten weten hoe rijk we zijn met elkaar. Nooit eerder is een cliché zo bewaarheid geworden. ‘Het kan zo maar afgelopen zijn’ is wat we altijd, zonder er bij na te denken, zeggen. Natuurlijk is dat zo. Maar hoe heftig als het bewaarheid wordt. Ook al wisten we dat ze ziek was, had ik haar hoop met mijn wens vervlochten en gedacht dat het nog zeker tot september zou duren. Ik had nog wat van haar kostbare tijd willen sprokkelen. Nu blijven een aantal woorden ongezegd. Ik denk ze wel, in de wetenschap, dat als de wereld groter is dan wij kunnen bevatten, ze mijn kleine litanie heeft gehoord.

Ondertussen glijden de foto’s van afgelopen week door het beeld. Het is een feest van herkenning, de zwart/wit foto bij de koeien, de kleine fuut met een poging van pa om haar te voeden, het puttertje op de distels, de pelikanen van dichtbij, de parmantige meeuw op het strand, de haas die het hazenpad nam, de zeehond, de diep donkerbruine Heckrunderen tussen het goudgele Jakobskruiskruid, mazzeltjes pur sang.

Ze vormden een post op zich in de vakantieweek, waarbij het fietsen het hoogtepunt vormde om tot die ontdekkingen te komen. Deze week is omgevlogen. Als zussen doen we het lang niet gek. Van elkaar houden en elkaar in de waarde laten is de formule. De kunst is om te geven en te nemen en je eigen plezier er uithalen, ook al is het niet helemaal wat je voor ogen had. Volgend jaar weer, met nieuwe afspraken die we tegen die tijd allang weer vergeten zijn, zoals ieder jaar. Dan is het, net als nu, genieten geblazen en blijft het een week om naar uit te kijken.

Uncategorized

Zussen, zon en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

De laatste volle vakantiedag besloten we er een fietsdag van te maken. De fietsen waren tot zeven uur van ons en we hadden nog steeds aardig wat uren voor de boeg.

Om half twaalf was het ochtendritueel achter de rug en stonden we gepakt en bezakt voor de laatste keer voor het hek, dat met een’ Sesam open U’ door op het knopje te drukken, open zwaaide, terwijl zuslief het dynasty-hek open had gedaan, dat voor dat eerste hek lag. Telkens als ze met andere zus de twee hekhelften van elkaar trok, klonk er de bekende openingstune van dat ‘glamoureuze’ programma.

Het automatische hek had kuren en kende derhalve een foefje om met de hand open gerold te worden. De buurvrouw die er vlak naast woonde, kwam als een duveltje uit een doosje tussen haar planten vandaan, zodra ze beweging zag en knoopte maar al te graag een uitgebreid praatje aan, om de eenzame dagbeslommeringen van tuinwerk en huishouding te compenseren met wat broodnodige afleiding. Op het laatst van de zeven dagen kregen we het gevoel er voorbij te moeten sluipen. We begrepen haar eenzaamheid wel.

De tocht ging langs een uitgestippelde fietsknopenroute en leverde veel meer mooie wegen en mooie plekjes op dan de opbrengst van ‘op de bonnefooi.’ Reden we eergisteren nog op fietspaden vlak langs of op autowegen, waren er nu fietspaden met gedoogbeleid voor een enkele auto aan de beurt.Er waren bijzondere plaatjes. Tijdens de eerste koffie aan het Grevelingenmeer, zagen we twee zeehonden, waarvan ik er een met het fototoestel kon vastleggen. Ze zwommen betrekkelijk ver weg, dus misschien is het maar een speldenprikje, maar dat is voor straks als ik al die cadeaus ontfutsel aan mijn oude toestelletje.

Daarna liepen twee zussen naar boven, de dijk op, want daar begonnen de slikken, maar wij bleven bij de koeien, echte mestkoeien die naar aller tevredenheid, zich wentelden in onder andere de gierberg die daar lag. Iets verderop konden we met de ondersteunende fietsen de dijk op en zagen die prachtige schorren en slikkenmet eigen ogen, die zozeer de moeite van het bezichtigen waard waren.

O, geef me een palet en ik vul het met die kleuren, onnavolgbaar van schoonheid, het grijsblauw van het water, de gele en roestbruine slikken, de witte pelikanen, de grauwganzen. Eindeloze combinatie van kleur en energie.

Haar in de wind en door. Dan is er een theetuin. Uitstekend om te lunchen onder de lommerrijke bomen in de boomgaard met de tijdloosheid van buiten. Eindeloos geduld kweken en daarna oogsten. En de vriendeiljkheid van het boerenplatteland van Goeree. Nog tot voor kort ons onbekend en nu al onvolprezen. En weer opnieuw een duik in de wuivende halmen, de grazende weiden, de dijken en het goudgele graan. Langs de schorren op smalle paadjes, lastig om fietsers te ontwijken en toeristen corrigeren die de grazende buffels als Spaanse stieren herkenden.

Bij een kroeg met het dorp met de mooiste naam uit de buurt, Melissant, vinden we een onvervalste ‘Ouddorper’, die ons herkende aan onze ‘ Bever’ fietsen. Hij had in het steegje er tegenover gewoond. Aanpassingen en cultuurverschillen in een notendop en lauwe bitterballen. Toch een ervaring rijker. Fietsen ingeleverd en de bonte avond op een schraal wijntje, maar met een vol blik van terugkijken met voldoening ingezet. Zussen, zonnig weer en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

Uncategorized

Geluk met een hoofdletter

Voor de vijfde dag op rij liet het weer zich hier van haar beste kant zien. Hoe was het mogelijk dat midden tussen twee regenweken in, die van de vorige en de beloofde van volgende week, de zon juist deze zeven dagen had uitgekozen om uitbundig te schijnen. Hoe belangrijk het is om gewoon te kunnen doen en gaan en staan zonder de belemmering van dat soort factoren, bleek nu wel. Heerlijke fietstochten, bezoek aan wat bezienswaardigheden, het aandoen van gekke winkels en kringlopen, picknicken op het strand, het kon allemaal.

Het vogelobservatorium Tij van Stellingdam stond voor gisteren op het program. Met de auto, om puf over te houden om in de vroege avond naar het strand te fietsen voor een picknick en een zonsondergang.

Een onooglijke toegang voor iets wat bekend stond als een van de mooiste vogelobservatieposten in het land in de vorm van het ei van de stern. De weg er naar toe was een kronkelig zandpaadje, geplaveid met wilde braam, engelwortel, wilde peen en vlier. De bramen trokken lange stekeligheden door tot boven het pad. Het moest allemaal niet te toegankelijk worden leek het te zeggen. Ook het tij werkte mee. Bij te hoge waterstanden werden laarzen aangeraden bij een bezoek aan de hut. Een trap omhoog leidde naar de uit hout opgebouwde hut, een sacrale, monumentale houten structuur voor de opbouw, twee verdiepingen hoog en op meerdere niveaus observatiepunten.

Er stond een levensgrote telescoop waardoor ik de twee witte lepelaars en daarachter een grote kolonie, tegen het paars van de vegetatie scherp zag afsteken. Vooraan een grote groep ganzen. Aan de zijkant van de hut vlogen zwaluwen in en uit van hun nesten in de zijwand van de rivier. Ook daar een observatiepunt, maar dan moest je van goed huize komen om er een vast te leggen. Het was zeer de moeite waard met dat spectaculaire uitzicht over het Haringvliet en als ik alleen was geweest had ik er uren door kunnen brengen, maar in gezelschap prevaleert altijd de wil van de groep. Dat is waarom we het als zussen zo goed met elkaar tot een mooie vakantie kunnen brengen. Het weggetje terug was al drukker dan heen.

Op naar de kringloop dan maar, waar het geluk in mijn schoot viel door het vinden van een paar gloednieuwe zwarte leren sandalen, die geschikter waren dan de slippers of mijn sneakers. Heerlijk zacht omsloten ze de nog altijd door de zon verbrandde voeten.

We gingen nog eens in Middelharnis kijken of we het oude centrum toch niet konden vinden en gelukkig, anders bleef mijn beeld van een weinig boeiend dorp op mijn netvlies geschreven. Nu zag ik met eigen ogen de kade, waar het bekende gedicht van Ed Hoornik ook over sprak en zag de paal met dit en nog een ander gedicht van hem. Het stond aan de kop van een mooie rustieke oude kade met pittoreske huizen en vol jachten en plezierboten. Daar lunchten we langs het water met een heerlijke verse vissoep om in de stemming van het zilte zout te blijven en vervolgens moe maar voldaan bij thuiskomst even uit te rusten, alvorens we richting strand zouden fietsen.

In die tussentijd kreeg ik een droevig bericht waarover later meer, maar dat tijdens de picknick aan het strand veel gemijmer opleverde. De zon deed haar best gracieuzer dan ooit neer te dalen.

Het werd de meest chaotische traditionele picknick ever, maar wel met voldoening door de prachtige omlijsting en als het je lukt om het geluk van de dag te vangen tussen twee vingers, dan mag je met recht van Geluk met een hoofdletter spreken.

Uncategorized

Regeren is vooruit zien

Het thema voor de dagelijkse outfit werd wat aangepast, omdat het praktisch gezien niet vol te houden was, wilde je comfortabel jezelf kunnen zijn. Dus bedacht zuslief het om een en ander te verkleinen door overeenkomsten te zoeken, in dit geval de aangeklede voeten. Haha.

De dag stond in het teken van de fiets en de pittoreske dorpen Goedereede en Stellendam. Goedereede was een prachtig oud stadje, dat haar oorsprong vond in de Romeinse tijd.

We begonnen, zoals altijd ons neus achterna, in de beroemdste straat, bleek achteraf: De oude ‘Schurenstraat’ met haar authentieke boerenschuren, waar nu een ‘glas en steen’atelier gevestigd was van Ellen Bok. We konden een klein doorkijkje nemen, omdat een van de schuurdeuren openstond. De imposante oude schuren, zwart geteerd en goed onderhouden, vormden een mooi decor samen met de oude huisjes en de bloemenzeeën in de tuinen en tegen de gevels.

Wat een keur aan gevels waren er te vinden. De huizen als oude componenten gebroederlijk tegen elkaar gezakt door de tand des tijds. Een grote wielerploeg stoof ons voorbij, waarbij zuslief droog opmerkte dat daar onze koffiesterkte vergeven was. Nog net was er aan de oude markt een plekje op de hoek te veroveren, naast een piepklein kledingzaak. Alles was piepklein daar in Goedegereede.

We kwamen twee grote spiegels tegen en niets kon ons ervan weerhouden vast te leggen dat we toch echt met z’n vieren waren. Daarna volgde de route naar Stellendam, waar we weer intuinden in het zoeken naar een historische kern van dit relatief jonge stadje. Pas toen we neergestreken waren bij het dorpscafé en de aanblik wat ingesloten leek als de stugge huizenprijzen zelf, had zus het Haringvliet en het restaurant Zoet en Zout op haar telefoon ontdekt. Dat stond ons beter aan. Een verontschuldiging voor de bediening en daar gingen we weer, met doorgestoofde hoofden langs ‘s Heeren wegen en nergens was de uitdrukking zo toepasselijk als op dit kleine eiland.

Alle bermen waren voorzien van wuivende en veelsoortige bloemen, de wijdsheid van de weilanden en de akkers eromheen, de prachtige kleurschakeringen die het opleverde. Het enige nadeel waren de drukke wegen die het land doorkruisten. Vooral bij de rotondes was het goed opletten. Vanuit onze ooghoeken zagen we de kringloop voorbij trekken en het Tij, een vogelobservatiepost aan het Haringvliet, dat spectaculair moest zijn qua architectuur.

We schoven het op voor na de lunch, die uitgebreid en heerlijk was op ons plekje daar aan de vliet. Zuslief ging foto’s maken en na de maaltijd trok ik met zus mee in haar kielzog. Een zwanenparadijs was het beneden ons en allerlei klein grut erom heen. Met haar scherpe ogen had zus een puttertje gesignaleerd en warempel, op de paarse distel zat het dier parmantig en at van wat de distel te bieden had aan rijpe en onrijpe zaden met een onbekommerdheid alsof hij wist, dat de stekelige plant hem grote bescherming bood. De foto komt later, want die is geschoten met de kleinbeeldcamera, om het kleurrijke vogeltje maar zo dicht mogelijk te benaderen.

Ondertussen was het toch te laat geworden voor kringloop en het Tij. Daar rolde al een plan voor de volgende ochtend. Zo vulden de dagen zich vanzelf. Na een pittige weg terug, waarbij ik vergat dat er naast de wind ook nog ongenadige zon op onze hoofden brandde, was de verkoeling van de bos en lommerrijke lanen een verademing. Een van de zussen wilde het dorp in en natuurlijk werd er proviand ingeslagen. Terug naar huis besloot ik me voornamelijk te oriënteren op de omgeving, anders dan de route, die de blikken stemmen in de routeplanners aangaven, anders zouden we het nooit leren om de weg naar huis blindelings te vinden. De eikpunten, al dan niet minder markant, een molen, een mooie bloementuin, een gladiolenveld, een manege, waren gauw gevonden. De stemmen waren als de Sirenen en zorgde voor een ware dwaaltocht door het stadje.

Terug was het bijkomen en even helemaal niets, terwijl de twee. Jongsten nog onderzochten welk strand het meest dichtbij was voor een picknick aan zee in de late avondzon voor de volgende dag. Regeren is vooruitzien.