Uncategorized

Als een verdwaalde meeuw

Het rommelt en ik lig heerlijk in mijn bed. Gisterenavond was er een oproep om te waken voor de nacht bij een veel te jong mens. De morfine deed haar werk, maar de oogopslag was tragisch als de ademhaling te zwaar ging omdat de energie van ver gehaald moest worden. Tegen de tijd dat de afnemende maan verbleekte en plaats maakte voor de zeilende wolkenluchten, vlogen de meeuwen vlak langs het grote raam. ‘Il est cinq heure, Utrecht s’ eveille’ in variatie op een thema.

016

Terwijl de reis maar moeizaam verliep, volgde ik de meeuw en moest denken aan dat prachtige lied van Robert Long: ‘Vanmorgen vloog ze nog’.

‘Vanmorgen vloog ze nog
Zoals een meeuw soms op de wind
Zonder bevelen
De vleugels wijdgespreid
Op eigen kracht
De mens ontstegen
En dan een knal en verder niets
Niet eens…’

Er viel niet veel meer te doen dan af en toe een natte washand en wat water of gel op de droge lippen.

Ik zat in de brede vensterbank in de wetenschap dat ik in het zichtveld was. Een hand werd onwillig weggeschoven. Geen polonaise aan het lijf, maar niet alleen zijn was belangrijk. Het boek dat naast me  opengeslagen lag, was dat van Monet. Een mooie innerlijke strijd naar schoonheid en de kunst, naar los maken van de heersende klassieke normen, de zoektocht naar het licht. In die zin de juiste keuze voor dit moment. Een struggle for life in beide opzichten. Als de verpleging begint met de ochtendrituelen, er meer stemmen klinken op de lange stille gangen, de lichten aangaan gaan de ogen open bij ieder te hard geluid. De blik gaat dwars door alles heen en ziet iets buiten de werkelijkheid.  Straks zou er familie zijn, een hoogbejaarde moeder en een broer.  Ik nam afscheid. Wat te zeggen als je weet dat de uren geteld zijn. Binnen die context klinkt alles even banaal.  De ogen bleven open.

Regen. Het raam van de Bernagie stond nog open. Dat betekende afreizen naar de tuin, omdat er nog veel meer nattigheid werd verwacht. Misschien huilde de hemel om de eindigheid der dingen. De controversie was het groeizame ervan. Juist dan gedijt de natuur.  De weg naar achteren langs de sloot in de regen viel zwaar en ineens bedacht ik me dat ik de medicijnen, gewoonlijk te nemen tijdens de ochtend koffie en kwark, nog niet had ingenomen. Geen puf, niks. Het verklaarde het kortademige karakter van de tocht. Gras maaien ging net, tussen de druppels door, voor de helft. De accu was leeg. De zijne en de mijne. Dé reden om huiswaarts te keren. Het was een goed besluit.

Inmiddels komt de regen met bakken loodrecht uit de lucht vallen. Zware zomerdrupppels met af en toe al een donderslag. Straks breekt de hel los en ben ik onder de pannen. Het verhaal over Monet houdt me bezig. Het boek boeide met de vele voetnoten naar de illustraties van zijn werk. Toen dochterlief jaren in Sannois woonde, wist ik niet dat de voetstappen van deze grote impressionist er lagen. En zijn huis in het naburige Argenteuil. Zaandam behoorde ook een aantal jaar tot zijn residentie en dat ligt hier om de hoek. Er valt weer genoeg te doen de komende tijd.

Nu eerst even helemaal niets en de verloren slaap inhalen en in mijn dromen een eindje meevliegen, scherend langs het raam als een verdwaalde meeuw…

Uncategorized

Dubbel feest

Zoonlief had een stoffen en een plastic tas op zolder gevonden met foto’s. Gisterenavond, na een dag hard werken op de tuin, was er alle tijd voor een wandeling door Memory Lane. Het bleek een schatkist aan nieuwe herinneringen. In nostalgische tinten drongen de jaren zich aan me op. Van zestig jaar geleden tot aan nu. Alle doden kwamen langs, lachend en levend. Een paar prachtige foto’s zag ik terug van de vele vakanties in Homburg. Een foto roept de realiteit op, maar hele periodes worden vergeten, als er geen afdruk van is. Veel momenten in de foto’s was ik kwijt, maar nu, met de beelden in de hand, stonden ze helder voor de geest, als de dag van gisteren. Niet alleen het tijdbeeld maar ook de bijbehorende blijdschap, de geuren en de setting van dat ogenblik.

Er was een brief bij gericht aan een van de zonen. In grote schuine hanenpoten, het handschrift van voor mijn tijd, was zijn naam geschreven. Eerst dacht ik aan mijn moeder. Maar de inhoud vertelde anders, want in de envelop bevond zich een briefje van 25 gulden. Ongeschonden. Kraakvers. Dat kon alleen het handschrift van mijn schoonvader zijn, want die gaf geld op hoogtijdagen. ‘Gelukkig Nieuwjaar’ stond er aan de binnenkant geschreven. Spijt omtrent het niet ontdekken dwarrelde even langs.

Onafscheidelijk met mijn oudste dochter was de bruine bol wol op vier poten met een wirwar aan krullen, de eerste twee jaar. De andere kinderen werden ook in liefde opgenomen. Ze kon altijd mee en overal naar toe. Zacht en lief was ze en op hoge leeftijd ingeslapen. Nog altijd is er dat vage verlangen naar een nieuwe kompaan. ‘Straks’ beloof ik mezelf steeds, ‘Als ik gelijkvloers en op mezelf woon’.

 Op het erf van het grote huis in Homburg ligt een berg hooi opgetast. Iedereen heeft meegeholpen het gedroogde gras van het weiland voor het huis te rapen. Met handen vol rennen de kinderen heen en weer, heuvel af en heuvel op. Ze genieten zienderogen. Allen duiken de berg in.  Wij ook, als kind met de kinderen, zoveel vrolijkheid is niet te weerstaan. Een hele middag lol met wat de natuur gratis geeft. Als je het maar ziet.

Zo wandel ik verder. De veranderingen zijn goed waar te nemen. Huis met enorm veel planten en veel kleedjes, huis met houten vloeren en krakende gemoedelijkheid, huis met witte wanden en rode accenten,  en hier en daar wat groen. Maar overal de boekenkast die nu op zolder staat. Wandbreed en door manlief in die tijd getimmerd van gevonden hout. Ze gaat al een leven lang mee. Steeds weer opnieuw bijgeschaafd, geverfd en met liefde en boeken gevuld. Later kwamen er nog meer boeken bij en dus ook meer kasten. Eenvoudige Billy’s tot aan het plafond. Ook de mode vertaalt zich op de afbeeldingen. Veel strik en streep, krullen, bebop, strak weggetrokken staarten, lange vlechten, hippie-rokken en jurken, lange rokken, korte rokken, broeken in alle soorten en maten, strak, wijd, skinny. Er valt van alles te ontdekken.

014

De mooiste foto is deze. Wat een vondst. We wandelen de heuvel af, door de wei naast het bos. De koeien grazen rustig voort. Ze slaan met hun lange sterke tongen het afgerukte gras naar binnen. Vol ontzag kijkt de tweeling naar hun stoere sterke vader, die het enorme dier wil aaien. Gelukkig staat ze wat lager en lijkt ze kleiner. Gewillig buigt ze de kop. Een plaatje om in te lijsten.

De tassen zijn leeg, het hoofd zit vol. ’s Nachts droom ik dwars door mijn rijke leven heen. Dubbel feest.

Uncategorized

Kwast en geest

De avond begon relaxt. Het wordt vakantie en dat was te merken aan het verkeer. Utrecht lag er bijna dromerig bij toen ik binnen kwam rijden over de Cartesiusweg. Nauwelijks verkeer, een vriendelijk zacht zonnetje en mensen, met hun benen bloot, op de fiets, opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong.

Vriend belde. Hij had een pomp geregeld voor tussen onze tuinen in. Door aan te zwengelen hebben we straks grondwater in plaats van het zeulen met gieters uit de sloot en een ‘speeltje’ voor de kleinkinderen. Wat is er leuker dan bramen en frambozen plukken en daarna pompzwengelen om je rode toet te wassen.

De deur was nog dicht. Het was heerlijk buiten. Aan de overkant van de Gruttersdijk zaten twee jongens met een biertje. Het praten klonk als zacht gebrom, af en toe klaterde er een lach doorheen. Binnen stond kleinzoon op de ezel. Daar was nog een laatste hand aan te heffen. Meer zon erin en nog wat spanning door het opheffen van de eenheidsworst in de kleur van het lijf. Eerst thee, dat was het ritueel en het uitwisselen van de wederwaardigheden. Wat kunstenaars bezielt om een leven lang hetzelfde te doen of juist de keuze te maken om in ontwikkeling te gaan en te groeien, zoals Mondriaan deed. Groeit de aanhang dan mee of juist niet.

We vroegen ons af waar de grens lag tussen broodwinst, als in ‘Het verkoopt zo lekker’ en het steeds weer blijven vernieuwen. We vergeleken een paar kunstenaars die we hoog in het vaandel hebben, omdat hun toets ons aanspreekt of het kleurgebruik of de verbeelding. Martha de La Fuente, Pieter Pander en Amy Devlin, de impressionisten Breitner en Israels. Vriendin had het boek ‘Op ’t duin’ bij zich met 100 duingezichten en honderd duingedichten. Een must have van de eerste orde, vond ik bij het doorbladeren. Er was een uitgelezen keuze gemaakt uit schilderijen en gedichten. Zelfs een fragment van de mei van Gorter stond erin. Het opende met ‘De wijde Blik’ van Ferdinand Hart Nibberig, gezicht op Zoutelande.

Twee reminders aan andere tijden. Zoutelande in de zomer van vorig jaar, waar absoluut niet meer ‘wijd’ te kijken viel door de populariteit die maar groeide en groeide onder de gelijknamige topper van BLØF. De titel “De wijde Blik” herinnerde aan een kamer boven de deel van een oppasboerderij in de beginjaren tachtig, met een groot gevelraam met het uitzicht op de pinken in het wijde Drentse landschap bij een lage avondzon.

042 Fragment

Met dergelijke beelden nog warm op het netvlies groeide de inspiratie. Aan de slag met paneel en penseel. Er volgde nog een belangrijke eye-opener. Je kan schaduw aanbrengen door met dieper donker te werken, maar je kan het ook bewerkstelligen en aandikken door er licht tegenover te zetten. Niets is minder waar. Geen poetsen maar toetsen, speels, hier en daar en vooral zuinig, soms een frivole slinger. Donkerpaars voor de diepte, zalmkleur voor het licht. Een openbaring en heerlijk om te doen.

Op een gegeven moment is de beslissing er. Niets meer aan doen. Nieuw maagdelijk wit paneel en door met een probeerseltje voor het laatste uur. Andere ploeteraar had zoonlief verbeeldt, die over de rand van het bassin hing. Ook hier was het een strijd om  speelsheid tegen realisme af te wegen. Het eeuwige dilemma. Het mag weer spelen worden, met licht, met kleur, met vorm. Kleinzoon drie kwam uit mijn Iphone rollen en daarmee luchtig op het doek. Een grappige foto van vlak na de geboorte.

Om half twaalf was het welletjes. Het was de hoogste tijd voor het schoonspoelen van  kwast en geest.

 

Uncategorized

De schaterlach die volgde

Vanmorgen schoot ik wakker omdat de tractoren onder het raam buiten alweer hun motoren lieten loeien en de stratenmakers er bovenuit opmerkingen naar elkaar toe riepen. De iPhone gaf 7.44 uur aan. Dat werd een gehaast ochtendritueel. Koffie, kwark, medicijnen, douchen, tanden poetsen, in de kleren schieten, opkalefateren met een crème en de deur uit.

IMG_3911Theatergroep Kraak

Weg hemelse rust en zachtjes ontwaken. Weg, schrijfbehoefte. De patiënten riepen. Doorgaans als de dag laat aanvangt, gaat alles trager, maar nu liep het als een zonnetje en zelfs de vermoeidheid van de vorige dag was weggeëbd. Dat had te maken met de serotonine die vrij was gekomen de avond ervoor.  Er was een avond van Theater Totaal met de theatergroep Kraak en de muziekgroep Totall Loss. Mensen met een beperking die theater maakten en de hemel naar beneden zongen. Het raakte diep. Zo geweldig en puur was het spel. Wat er boven uitsprong was de liefde voor de aanraking met het publiek, de emotie die het los maakte, de ontlading, het applaus. Het leverde hen en ons een bevrijding op. Iedereen heeft kwaliteiten, of je  het nu schuchter toont, uitbundig, niet te stoppen of angstig en bedeesd. De eventuele haperingen werden opgevangen door de dramadocenten achter de schermen en de muziekdocente op het podium. De fantastische gitaarsolo’s, de wondermooie en zuivere stemmen, de intense inleving in een rol. Ze kregen een podium door de overtuiging waarmee erin gegaan werd.

Ze spelen normaliter voor scholen. Wat een top moment voor de basisschoolkinderen om ieder mens te ontmoeten in zijn eigenheid. Geen verschil, geen zij en ik, maar wij. Als alle grenzen vervagen en mensen alleen maar zichzelf mogen zijn, is dat een levensles van formaat. Net als ik, gisteren, zullen ze aan de grond genageld staan van de prachtige muziek, het overtuigende toneelspel en de gimmicks er tussendoor.

Met dat gevoel , alleen maar liefde, sliep ik in om pas laat, bijna te laat, wakker te worden.

Op de afdeling was het een drukte van belang in de kleine wachtkamer, waar de mensen gehaald zouden worden om naar hun stoel voor de dagbehandeling te gaan. Ik strooide wat koffie en thee rond en zette een verse kan ijskoud water neer. Het begroeten, oude jongenskrentenbrood, was uiterst hartelijk. Een bekend gezicht dat los stond van al het medische. Het beloofde aandacht, grapjes, liefde, het beloofde een stukje thuis, een beetje ‘alledaags leven’ . Een man op een kamertje alleen, verward, de morfine drupte langzaam de vergetelheid in. Op zijn nachtkastje stond een foto van een breed lachende vriendin op een mooie motor. Geen familie, geen contact behalve het diepe zuchten als er een vraag gesteld werd. De broer van een van de mensen op de dagbehandeling kwam bij hem kijken. De man in het bed was een gevelde oude vriend van eertijds. De vrolijke vrouw op de foto stierf twee jaar terug. Ineens werd het beeld completer. In zijn eenzame wereld gleed hij langzaam verder weg.

Een grijs koppie achter de openstaande deur, ik was er al voorbij. Nog eens kijken en ja, een bekende. Familie van familie. We hadden elkaar al eerder gevonden toen we beiden voor de scan moesten. Ze had mijn foto ontdekt op het grote bord met het leger zorgverleners van de afdeling en zich al verkneukeld op een ontmoeten. Vriendin zat bij haar. Gemoedelijk op het voeteneinde van het bed, gezellig kouten over het wonder van ontmoeten en de tegenstelling. Tegenslag of Geluk. Drie levens, even oud, zo verschillend. Dat de tumor weggehaald werd en de nieten wel eens niet goed zouden hechten, de berusting en het geloof in het optimistisch denken.

Drie dikke zoenen voor de vrouw op de dagbehandeling, die ik door mijn vakantie niet meer zou zien. Geen afscheid, een beladen woord op deze afdeling, maar een ‘Tot ooit, tot ergens’. De man, die een keer in de drie weken kwam, antwoordde op de mededeling dat ik  voor twee weken afwezig zou zijn: ‘O, dan kom ik ook niet’. Zijn pijn verdween voor even in een dikke knipoog vanonder zijn ijspet en de schaterlach, die volgde.

Uncategorized

Op Rijnhuizen

Er loopt al een paar weken een vrouw met me mee. Ze kijkt af en toe over mijn schouder, zingt soms een lied in mijn hoofd. Ze voert me terug naar lang geleden toen Nieuwegein nog uit twee dorpen bestond. Kleine bescheiden dorpen, Jutphaas en Vreeswijk,  met een vaste kern rond een kerk. Er woonden  voornamelijk boeren die de woeste grond hand over hand zouden ontginnen. Eerst Overeind en later Nedereind.

Ooit bewoonden we de zolder van een oude herenboerderij aan de Nedereindse weg. Nooit, zolang mijn voetstappen daar op die zolder lagen, heb ik stil gestaan bij de vroegere bewoners van het huis. Het was een barre tijd, want het huis kende geen verwarming. De zolder was groot en niet geïsoleerd en de drie straalkacheltjes vraten oneindig veel stroom, maar echt veel warmer werd het niet. De baby was net geboren.

Er zijn anekdotische verhalen te vertellen. De legendarische zoldertrap bijvoorbeeld op de gok gemaakt met treden, die ‘ongeveer zo hoog’ moesten zijn. Hier deed manlief een denkbeeldige stap, en zo werd het uitgevoerd. Met het gevolg dat de afstand tussen de treden veel te groot was. Of de eerste bestijging van de trap met kind in de armen. De mannen waren vergeten haar vast te zetten aan de ijzeren haken bovenaan. Onder mijn voeten voelde ik hem weg glijden. Ik kon nog net de kleine boven op de zolder schuiven en daar duikelde ik met trap en al de diepte in.

We hadden ook nog een brandje te blussen door een oververhitte oude centrifuge in het kleine kamertje. In de winter hingen de luiers als stijve lappen aan het Franse balkon. Planken van stof. Mijn handen waren rood van het wassen in het koude water. De zolder zelf zag er knus gezellig uit, met haar grote boekenkast en al het groen. Er was een vide, die alleen met een ladder te bereiken was en waar het bed stond. Op de grond lag een oude pers. Later verhuisden we door de ijzige kou, noodgedwongen, naar een kamer op de eerste verdieping.

Daar werd de chaos compleet met te weinig ruimte, de overvolle kasten, het strijkgoed her en der. Vanuit mijn drukke nachtdiensten op de intensive care werd ik ineens een fulltime huismoeder in barre omstandigheden. Het schakelen ging moeizaam en even was ik de grip op het leven kwijt. Met het nieuwe huis werd alles anders.

Rijnhuizen

Anna knikt me toe. Ze weet alles van de Nedereindse weg, want op Kerkveld, grenzend aan die weg had ze zelf de vijf Godskameren laten bouwen voor nooddruftige gezinnen en voor de schoolmeester. Het had tot dan toe, we schrijven 1595, aan onderwijs ontbroken. Hij ging les geven aan de dorpskinderen in een aangebouwde loods . Anna zorgde voor de centen. Zelf woonde ze op park Rijnhuizen in een benijdenswaardig optrekje. Aan de overkant van de Herenstraat, gescheiden door de Vaartsche Rijn, is het prieeltje al te bewonderen en in de winter een glimp van het kasteel zelf.

Ik hoop dat Anna nog even bij me blijft en me sterkt in het zoeken naar haar wel en wee. Over mijn schouder heen kijkt ze mee, controleert, corrigeert en fluistert me verhalen toe. Verhalen van lang geleden. Van een vrouw, die niet schroomde om anderen in haar rijkdom te laten delen. Het lied in mijn hoofd is dat van ‘Mooi Anna’. Daarin zit ze niet op Majesteit maar, in variatie op een thema, op Rijnhuizen’.

Uncategorized

De Franse lelies hielden zich koest

Zondagsrust met Tony de wees van Freinet, de tuin en het Maximapark. Het boekje is bijna uit en wil zich maar niet ontdoen van de lijdzame toon. Toch staat het ook vol met vergeten nostalgie. De armoede is vertaald in een homp droog brood en knoflook en een te zacht bed van hooi. Het lijdzame schikken van de kleine jongen is bijna vroom te noemen. Het gaat over hoeden van de geiten en de ossen, het dorsen en oogsten, het kleine dorpse leven compleet met een boeman en een wijze herder, die zijn leermeester wordt. Maar ook over het ontzag van zijn vrienden omdat hij al treinen en auto’s heeft gezien, in een stad heeft gewoond en zij nooit de berg af zijn gekomen. Die hierarchische ladder ligt overal op de loer.

Het weer is wisselvallig maar weerhoudt me niet van een bezoek aan de tuin. Gras maaien is de eerste handeling, daarna kan de ontdekkingstocht beginnen. Hè, de stokroos staat heel laag in bloei. Heeft zich verstopt achter de welig tierende geraniums en de moerasandoorn, die tot aan de bloei overal mag staan, omdat je haar zo weer uittrekt. Ze verstikt niet. Daar zijn ook de kleine leuke witte bloemetjes weer, waarvan ik maar steeds niet de naam ontdekken kan. De rozemarijn een beetje vrijwaren en de bieslook, die dapper probeert te wedijveren met de lange grassen, die sterker en overheersend zijn. Voor de lathyrus krijg ik van de buuf een ingenieus hekwerk en van vriend de bamboestokken en het ijzerdraad. De Oostindische kers aan haar voeten bloeit al.

Spoorslags naar het park, waar de parkeerplaats zich ontfermt over mijn kleine blauwe en de waterlelies zich onderweg naar het restaurant uitvoerig laten bewonderen. Op het asfalt bij binnenkomst en in de sloot aan de linkerkant. Prachtig wit en roze en uitbundig in bloei. De reservering was wat moeizaam gegaan, uiteindelijk had de gerant me een uurtje later gemanoeuvreerd, waardoor de helft van de familie was afgehaakt. Buiten bleek echter plek genoeg. De Franse opa en oma genoten met volle teugen van de kinderen en van het park. De kinderen speelden met een vluchtigheid die kinderen tegenwoordig eigen is en dolden van hot naar haar. Had de oudste nog niet kunnen lopen vanwege zijn dikke enkel, hier was zijn kwaal als bij toverslag verdwenen. De jongste dribbelde het hele park door met het accent op ‘Help mij het zelf te doen’. Eigenzinnig en niet bang ging hij op ontdekkingstocht.

In de speeltuin bekroop me de nostalgie. Met de groep hebben we hier ooit verjaardag gevierd. Het was zo’n dag waarop de zon al vroeg hoog aan de hemel stond en niet wilde wijken. Schaduw was er nauwelijks. De kinderen hadden de dag van hun leven. Helemaal toen de waterstralen in de kuil gevonden werden. De natte spullen waren in een oogwenk droog in de stralende zon. Het waren zeldzame verjaardagen waarbij het vooral om het genieten van het genieten ging. Er waren kinderen bij die nauwkeurig lang en uitgebreid stil konden blijven staan bij de kleinste elementen. De werking van de pomp, een mooie gladde kiezelsteen, zand dat door je vingers glipt.

   049

Het waren leerzame momenten zowel voor hen als voor mij. Steeds weer zien hoe verwondering tot leven komt is rijkdom, pure rijkdom.

De Apéro zoals de Fransen het aperitief noemen werd uiteindelijk op het terras geserveerd en niet in de loungehoek. Het maakte niets uit. We waren in goed gezelschap. Een ouderwetse bittergarnituur met kaasloempia’s volgens kleinzoon 2. Ik reken het goed. Internationale kost met een Engelse serveerster. Op de terugweg blies een zwaan zich groot en joeg een paar grote Canadeze ganzen over de kling.

De Franse lelies hielden zich koest.

 

Uncategorized

Levensvreugde

Ik werd wakker met een onderkaak van het everzwijn haarscherp in beeld. Alles viel te bewonderen, het vel, het haar, de tanden. Ik had het gevonden en wilde het aan een van de aanwezigen laten zien. Er waren oud collega’s bij, maar ook volslagen onbekenden en een beminnelijke man. Als ik probeer op te zoeken waar de onderkaak symbool voor staat vang ik , in dit geval dubbel en dwars, bot. Een heel wild zwijn, à la, maar een stukje…

IMG_9753.JPGPenseelzwijn met zijn grappige oren

Misschien had het te maken met het feit dat ik ooit mijn eerste everzwijn in Hongarije heb aanschouwd en nu weer een lange mail van de oude heb gekregen, die op dit moment in Hongarije woont. Of is het het penseelzwijn met zijn grappige kwastjes aan zijn oren uit Beekse bergen, die me voor de geest staat.

Staat de kaak voor veel kletsen, zo veel dat ie er los van schiet of voor beter kauwen. Of was de liefdevolle manier, waarop ik er mee omging in de droom, van zeggenschap.

Laatst was de documentaire over Erwin Olaf te bewonderen. Een knappe man met geprononceerde kaken.(!) Zijn werk is prachtig, confronterend ook. Het was voor mij dubbel om hem te zien. Zijn longfunctie is slecht, slechter dan de mijne. Het is wel mijn voorland. Hij trekt zijn schouders op en snakt letterlijk naar adem. Zijn werk betekent veel voor hem. Hij is afgestapt van zijn provocerende beelden van het eerste uur en maakt nu prachtige veelzeggende portretten en series. Altijd met een boodschap en na zijn werk Separation vooral met thema’s waarin de kwetsbaarheid en de eenzaamheid centraal staan. Zijn internationale bekendheid zorgt ervoor dat hij veel vlieguren moet maken.

Dat is dubbel, want vliegen is een risicoverhogende factor voor zijn gezondheid. Zijn gedrevenheid en zijn bevlogenheid zijn de drijfveer om daaraan voorbij te gaan, maar in de documentaire adviseert een arts hem met klem om het kalmer aan te doen. Ik herken veel in dit verhaal. Vooral het voortdurend over de grenzen heen reizen van je eigen vermoeidheid. Het balanceren op je beperkingen en vaak de keuze maken voor het onmogelijke mogelijke. Misschien hoort het erbij of is het dat wat een chronische aandoening aanvaardbaar maakt. De prijs betaal je toch wel vroeger of later.

Het zijn van die onnavolgbare stappen in het leven. De verzachtende factor is de roem en in mijn geval de voldoening in de wetenschap iets te kunnen betekenen voor de omgeving. Stilstaan betekent achteruitgang in alle opzichten. Vooruitgang boek je door te blijven bewegen. De kern, de juiste balans vinden, is moeilijk. Je weet pas dat je te ver bent gegaan als je de dag erop de tol betaalt. Daar dan weer leergeld uit te trekken voor een volgende keer. Het lied van Hanse Panse Kevertje spookt door mijn hoofd. Dat malle kleine kevertje, dat omhoog klimt en met dezelfde vaart weer wordt neergesabeld door de regen en weer omhoog klimt. Tegen een eindeloos beter weten in.

Zijn we niet allemaal kleine Hanse Panses en is dat wat het leven is. Zwemmen tegen de stroom in, soms dobberen en soms met de stroom mee, zolang het voldoening schenkt en levensvreugde.

Hanse panse kevertje,
Die klom eens op een hek
Neer viel de regen
Die spoelde alles weg
Op kwam de zon
Die maakte alles droog
Hanse panse kevertje
Die klom toen weer omhoog

Uncategorized

Een kinderhand is gauw gevuld

Het avontuur begon zodra ik een stap buiten de deur zette. In de ochtend een karige verjaardagsgroet voor de zonen. De dag van de geboorte, mijn weeëngang naar het ziekenhuis nog vers in het geheugen gegrift en het gemak waarmee ze ter wereld kwamen. De snelheid ook. Met de drie Vasalisbundels onder de arm geklemd en een fles wijn voor de dokter meldde ik me om half acht bij de ingang, sloeg dubbel van een wee en mocht blijven.

Daan e n Michiel

Mijn moeder die om half twaalf al met me mee liep naar de couveuse. Daar lagen de twee, een had het moeilijk met ademen. Ademloos zocht ik naar de hoop tussen de zwoegende ribbetjes. Het kleine koppie met de gesloten ogen. Mijn moeder en ik omhelsden elkaar, op dat moment bovenal vrouw. Ze hebben het gehaald mijn stoere mannen. In gedachte omarm ik en koester de gedachte.

Het regende pijpenstelen en de hele dag stortte de hemel haar gemoed leeg. Het overmande de droge aarde en hier en daar overstroomde de boel. Nederland was al bezig een droogvlakte te worden. Nu kon alles weer naar groen. Groen gras is zoveel mooier dan het dorre geel, al is voor de kleur wel wat te zeggen. De kringloop werd schuilplek nummer een tijdens de heftige donderbui die volgde. Doelloos zocht ik tussen de rekken, leeg plukte ik tussen de lappen en vluchtte uiteindelijk weer terug naar het veilige compartiment van de auto, dikke druppels trotserend. Mijn zomerse pofbroek en het vest bliezen een valse noot.

Ik was vroeg bij school en had een ruime keuze parkeerplaats. Ook hier weer grote plassen en veel regen. Voor het hek stonden rijen mensen, maar ik glipte het schoolplein op. De kinderen kwamen een voor een, klaar voor vertrek, voor het raam staan met verwachtingsvolle ogen en kleinzoon zwaaide enthousiast toen hij mij zag, liet zijn buit zien. een zorgvuldig dichtgeknoopt zakje met werkjes erin.  Hij was als eerste buiten en probeerde de plastic zak met het kinderzitje uit Juf haar handen te futselen. ‘Nee, die is voor…’ Tot ze ontdekte dat hij het was. ‘O ja, voor jou, jij gaat met oma mee?’

Twee paraplu’s op en gaan. Braaf liep hij in mijn voetspoor. Alles schoof ik de auto in, zitje, kind en spulletjes. Het rugzakje met de sleutel mocht voorin. De supermarkt door en rennen voor een plakje worst, die hij ergens vandaan wist te plukken. Gevulde koeken, kaas en een hele doos ijslolly’s was de buit terwijl kleinzoon zijn klasgenoot tegenkwam en ze allebei pochten om het lekkerst. Chocomel met slagroom tegen de ijsjes. Alle twee goed besloten ze. Kristalheldere stemmetjes onder de bedrukte blikken van de oudere caissière. Regen was feest als je thuis kon genieten.

Het lege huis vulde zich. Tassen, jassen, beloftes. Eerst een perenijsje en een voorleesboek. Kind kroop in het holletje en samen genoten we van het knusse moment. Zachte haren tegen mijn wang, hij leunde de schoolse vermoeienissen eruit en ik viel bijna in slaap door het roezige van het samenzijn. Het boek was een zoekboek en als hij wist waar het gevonden voorwerp zich bevond, gaf hij de opdracht die te zoeken. Altijd een stap in het voren en ik had het nakijken. Hij vroeg zich af of er nog wel een tweede ijsje in zou zitten. Ik schatte de kans hoog als papa thuis kwam.

Die bracht droogte met zich mee en dochterlief. Een wolk van muggenbulten. In de gang stond de bestelde klamboe. Geen overbodige luxe voor de lieve schat. Dat tweede ijsje mocht, want het was oma-dag en dan mag bijna alles. Vier voorgelezen boeken en een cappuccino verder toog ik naar huis, handig het drukke verkeer omzeilend. Lombok, Muntkade, Kanaleneiland. Tijd voor wat nostalgie. Macaroni met uien en kerrie, meer niet. Armenluis-eten. ‘Waar is het feestje, hier is het feestje’. Moeders macaronipotje en de herinnering. Een kinderhand is gauw gevuld.

Uncategorized

Dromen, wensen en gedachten

Het was zo’n dag van niets hoeft en alles mag. Nou ja, Fysiotherapie stond vast, maar daarna lag de wereld open. Grappige oefeningen bij het balanceren, wiebel, wiebel. Spelletjes blijven altijd leuk. De scholen maken zich op voor de laatste dagen. Bedrijvigheid alom en ik rij met een voldaan gevoel de vrijheid in, richting Voorlinden in Wassenaar. Het museum spreidde haar vleugels uitnodigend. ‘Kom maar binnen’. De prachtige tuin is een kleurexplosie van gedurfd en gewild. Die bewaar ik als toetje.

Less is more, maar eerst moet het rugzakje aan de voorkant. Onhandig maar de noodzaak begrijp ik, als ik bij de kwetsbare tentoonstelling van Do Ho Sun kom. De installaties van minder is meer zijn om langdurig over na te denken. Het is aardig druk maar als je geduld hebt en wacht dan kan het zomaar gebeuren dat je een zaal bijna alleen voor jezelf hebt. De tijd is aan mij, nu ik alleen op pad ben gegaan en dat is een prettige bijkomstigheid. Ik mag overal net zo lang dralen en drentelen als ik wil. Dat doe ik, twee keer of meer opnieuw aanschouwen. Er is veel werk met spiegelende vervreemdende effecten.

040.JPGTurbulence, detail

De zaal in een notendop weerspiegeld tovert bij de zwarte knikkers van Mona Hattoum de herhaling boven. Ik buig me erover om beter te kijken. De suppoost buigt mee. Wat grappig om het van dichtbij te zien. Er ligt een knikker van zijn plek af, boven op de anderen. Wij vragen ons af of het per ongeluk is of een bewuste zet van de maker. Een knikkertje zorgt voor een deelzaam moment. De vele deurmatten uit een arme wijk van Krakau, een werk van Miroslaw Balka , met onmiskenbare sporen van gebruik vormen met elkaar een bont en hecht tapijt. Hoeveel voetstappen zijn er overheen gegaan. Voetsporen van de tijd.

De installatie van Pascale Marthine Tayou, getiteld Plastic Tree, raakt me. Dit is de tweede keer dat ik zijn werk aanschouw. De Kameroense kunstenaar verzamelt afval of afgedankte spullen en verweeft het tot kleurrijke kunst. Hier zijn plastic tassen in de takken geknoopt en ze vertellen allen een eigen verhaal over hun zwerftochten van over de hele  wereld. Samen vormen ze een licht en vlinderend gedicht.

Do Ho Sun moet je gaan zien en voelen. Zijn werk hangt van verrassingselementen aan elkaar. Niet alleen het huis van tule en ijzerdraad, tot in de details nagemaakt, maar ook zijn draadtekeningen op katoenpapier en zijn pentekeningen en aquarellen. Het is voorbij de haast en het jachtige bestaan. Hier mis ik de stoeltjes om er uren naar te kunnen kijken. De foto’s vertellen het hele verhaal. Alles wat in de handen van deze man komt wordt kunst en hij maakt het onmogelijke mogelijk is door zijn verlangen en zijn wens herinneringen mee te blijven dragen. Zijn werk Fallen Star is daar een staaltje van. Zijn doel is om de focus op de tussentijd te leggen. Het slotaccoord is een wandeling met zijn dochters vanuit hun perspectief gezien en door drie GoPro-camera’s geprojecteerd op drie wanden. Ze vormen The Pram Project en het zorgt voor een vernieuwende kijk op de wereld.

Yayoi kusama’s werk ontroert, tot in het diepst van je wezen. ‘Hoe hou ik mezelf staande in een vervreemdende angstaanjagende psychotische wereld’, lijkt ze te willen zeggen. Ze gaat het te lijf met polka dots en katoenen fallussen, zorgvuldig van lappen en lapjes gemaakt en andere textiele sculpturen, maar ook een ruimte vol ronde spiegels die refereert aan de stippen. Haar Infinity Mirror Room is een ervaring waard. Laat je verrassen door de glimmende lichten van de ziel.

Onder de indruk zak ik niet neer op de grote groene banken aan de achterzijde om van het panorama te genieten, maar duik de natuur in. Eerst langs de weelderige aangelegde bloemenzee om daarna van het pad af te wijken en naar het water te gaan. Daar, uit het zicht, vliegt de natuur losjes rond in de vele vlinders en staan de grassen en het gele guichelheil te wiegen naast de wilgenroosjes aan de waterkant. Het is een schatkamer aan bijensoorten. Een meerkoet laveert tussen de grote leliebladeren, zwart contrast met de witte bloemen zelf.

Ik leg het vast in een snelle schets en wandel terug naar de kleine blauwe. Vol van schoonheid en bewondering om de verwezenlijking van dromen, wensen en gedachten.

 

 

Uncategorized

Terwijl ik droomde van Sneeuwwitje

Melancholische Fado’s en indringende Spinvis. Ze kwamen gisterenavond langs in het atelier, waar we een weg zochten naar de juiste penseelvoering, de lichtste toets. Dan zingt Spinvis de woorden: Waar ik wankel in geloof….en verderop…en wat slaapt onder de grond en met stille wortels wacht. Het sluit zo prachtig aan bij de poging. Het woordeloze zwoegen om het wonder te ontdekken. Tot het licht haar longen vult

En nu,
nu het zo ver is.
Nu het niet zo lang meer duurt,
en de wind voor eeuwig ligt.
Nu alles is,
nu alles is.
En misschien,
misschien te laat.
Misschien wel voor altijd.
Als een vreemde,
als een vriend.
Misschien tot ziens,
misschien ook niet.
Hoe in elk gezicht,
en hoe de eerste keer,
en hoe alles langzaam weer,
naar de bodem zinkt.
Hoe liefde is.
Hoe leven moet.
Hoe afscheid klinkt.

Wat ik ken,
wat ik niet meer ben.
Waar ik wankel in geloof,
hoe de mensen zijn.
In hun hart.
In hun hoofd.
En wat slaapt onder de grond,
en met stille wortels wacht.
Op de allereerste dag,
tot het licht haar longen vult.
Adem uit. Adem in.
Er is verder niets,
er is verder niets.
Alleen de liefde bleef,
dat is alles wat er is.
Alles is.

Langzaamaan opbouwen en dan met een paar verkeerde toetsen alles wat geboren was te niet doen. Dat kunnen wij, kwamen we achter. Was het mij al de dag ervoor gelukt om een indringend portret om te bouwen tot een plat plaatje, nu zonk de moed in de schoenen van mijn kompaan in de strijd om de lossere toets. Adem uit. adem in. zong Spinvis. We dansen op de laatste tonen, hangen het penseel aan de wilgen, nadat mijn golf opnieuw de branding slaat. Er is verder niets.

002

Er was eenzelfde hectiek in het ziekenhuis. De vakantie leverde te weinig handen op bij de vrijwilligers. Wij werden gevraagd mensen te rijden naar de huiskamer waar gezamenlijk thee en koffie, en ook de broodmaaltijd werd genuttigd. ’s Morgens werd er naarstig gecharterd. Een pas erbij zetten en aan de slag. Het leverde mooie contacten op. Een van de vrouwen die ik ophaalde, was normaliter ook vrijwilliger, maar nu helaas patiënt. Een wereld van verschil, die altijd op de loer ligt. Er is maar weinig voor nodig. De man met zijn frisse rood/wit geblokte overhemd en zijn mooie witte kransje om het hoofd kon niet anders dan het hoofd diep gebogen houden. ‘Er was niets meer aan te doen’, zei hij, met spijt in de stem en zijn zucht weerkaatste via de grond terug omhoog. In zijn kamer liet hij me vol trots de puzzel zien, vijftig tinten groen om je op stuk te bijten. ‘Ik vind er elke dag wel een paar’, vertelde hij trots. De moed erin houden heet dat.

Er kwam een enorm groot bord mens-erger-je-niet te voorschijn. De vier mensen hielden het een uur vol. Ergernis bleef verre, af en toe klonk er geschaterlach. In de gang zat een breekbare mevrouw in nog fijnere kleding. Ze keek een beetje verweesd en wachtte. Ik gaf haar een compliment over het mooie vest. Toen keek ze stralend op. Later was haar man bij haar en had een arm om haar heen geslagen. Ze snikte, zoals een kind, de onmacht uit. De sussende woorden van de man rolden de gang in. Later zaten ze toch samen aan de tafel en aten een broodje mee. Het leed was voor even geleden.

Alleen de liefde bleef. Dat is alles wat er is. Alles is.

Drie slanke zussen liepen druk pratend de wachtkamer in. Twee met prachtig asblond haar en de derde met een gekleurde sjaal om het hoofd gedrapeerd en felrode lippen, Sneeuwwit en bloedrood voltrok zich een grimmig sprookje. Ze grapte. ‘We komen hier niet voor mij hoor, maar voor haar of haar’. Een korte knik naar haar beide zussen. De klank net iets te hard. ‘Wat leuk dat jullie drie zussen zijn’. ‘Dat was nog maar een fractie.’, vertelden ze in koor. Er waren er zeven en vijf broers. Baas boven baas.

Zo schoof de ochtend uit haar paniek, maar bij thuiskomst vertelden mijn voeten het hele verhaal terug en viel ik in een diepe slaap, terwijl ik droomde van sneeuwwitje.

Uncategorized

Op eigen tijd en in eigen uur

Avondrood, water in de sloot. Op dit ogenblik scheurt de hemel open in een rozerood en violet palet aan kleuren en weet ik wat scharlaken rood inhoudt. Het duurt maar enkele minuten en daarna is het voorbij. Als ik op dat moment niet naar buiten had gekeken had ik het niet eens geweten.

Waarneming, daar draaide het gisterenavond om. Het portret van Louise de Bourgeois , de vage cover op een boek, keek me aan. Het omfloerste van de foto speelde parten in de weergave. Ik was er eigenlijk een beetje klaar mee. Het was tijd voor een zomer lang pauze. Soms is afstand nemen van de zaken belangrijker om straks door te kunnen gaan.

De dag was heerlijk rustig verlopen, voortgekabbeld met het uitpakken van een doos opgeslagen spullen. De mallen voor de hoge zijde en een ouderwetse gleufhoed kwamen eruit te voorschijn. De kachelpook, een rolmaatje, twee flessenopeners, zelfs een paar ‘Friesche’ doorlopertjes, kindermaat. Drie gietijzeren strijkbouten voor op de kachel. Een mens verzamelt wat in het leven. In de Bernagie kon ik het niet kwijt. Vriend nam het liefdevol op in zijn krakende huis.

In de ochtend een bezoek aan broer in het ziekenhuis, die een paar dagen moest blijven na een inspectie. Er was opnieuw een ontsteking. Hij lag op zaal met twee oude mannen, een lijdzame en een mopperende, de jongste was gevlucht naar gezelliger oorden. Het klagen hing tegen de ramen. Broer had Ipad binnen handbereik, een mooie oplossing om te verdwijnen.

img_3769.jpg

Ik luister naar de merel naast mijn raam in de boom. Hoeveel klanken en trillers kent ze wel niet. Voldoende om me af te leiden met haar melodieuze ochtendlied.  Er liggen twee dunne kinderboeken te wachten van Freinet, de oude pedagoog, om te recenseren. De gedateerdheid van het verhaal sloeg al bij de eerste bladzijden toe. Ik weet niet wat de verhouding is geweest met zijn moeder, maar wij dames komen er nogal bekaaid van af. Vrouwen zijn onaardig en bazig stoomt uit de regels op de eerste bladzijden omhoog. Dat maakt het moeilijker om door te lezen. In principe zijn ze met hun minieme dikte in een ochtend uit te lezen, maar de schrijfstijl en de vooroordelen maken ze tot een ondoordringbaar verhaal. De verzachtende omstandigheid is het feit dat ze stammen uit het jaar prik. ‘Tony de Wees’ is in 1925 geschreven. Zijn andere boek heet ‘Minet’. Het beschrijft het leven van een jonge poes. De tegenslag die op haar pad komt, het gevaar dat loert.  Er zijn gebeurtenissen die nu eenmaal zo gaan, waar je zelf niets aan kunt doen. Als je dat in de gaten hebt, lukken de goede dingen beter, sta je meer en meer in je kracht, is de boodschap. Een overpeinzing waard. eerst maar eens beide verhalen lezen en mijn eigen waarde eruit filteren.

Het zal doorbijten worden. Ik maak een lijst met een aantal zaken, die er moeten gebeuren vandaag. Achterstallig onderhoud wegwerken. Dat lucht op en geeft ruimte voor nieuw. Ondanks mijn oneindige vakantieperiode, die pensioen heet, ben ik toe aan vrij zijn. Even helemaal niets. geen verplichtingen, geen opdrachten. Een zee van ruimte in het hoofd. Wachten op de verlichting die, als het ochtendlied van de merel, zich aandient op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Tot in de kleinste finesses nu

Stofzuiger er doorgejaagd, rondslingerende spulletjes geordend en zwevend goed naar de trap verbannen en toen was de kamer klaar voor ontvangst. Ruim op tijd. Vriendinlief kwam langs en er was geen vooropgezet plan. Het zou al veel eerder gebeuren maar door een gebroken teugel van haar Haflinger brak ook vriendin en belandde een tijdlang in de lappenmand.

Nu was het zover om verloren tijd weer in te halen met Jasmijnthee om in de eerste aanzet de overbrugging van Brabant naar hier te maken. Honderduit viel er te kletsen. Over ets, het boek, de kinderen, manlief en kleindochter. De planning was om de Bernagie, dat wonder op wielen, met eigen ogen te aanschouwen. Dus togen we op pad. De lucht trok bij tijd en wijle gevaarlijk dicht in alle grijsschakeringen van diep donker tot lichtgrijs. De verwaaide bries, jas aan, jas uit, sliertte  met snelheid langs en verdreef even zo haastig de aankomende regendruppels.

013

Het pad langs de sloot verstilde, het stadsverkeer achter ons op de drukke rondweg, hield bij toverslag op te ruisen, nu wind ons door de haren streek. De tuin lag er vredig bij en liet zich van haar mooiste kant zien met de bloeiende Phloxen, de Dagkoekoeksbloem, de zee aan Nicandra, de bloeiende Geraniums en Hosta’s. Kussens op de stoelen en de eerder uitgekozen lunch met het verse Turkse volkoren brood en de dip  op de gedekte kleine tafels maakte het feest compleet. Toen er toch wat druppels overvlogen zijn we binnen gaan zitten. De toost met verse karnemelk in de walsende wijnglazen was zo feestelijk als vriendinlief, die er zat met een brede glimlach. Eindelijk had ze beeld bij de woorden en het klopte helemaal met de voorstelling die ze zich gemaakt had.

Na de lunch wilde ik de binnenstad laten zien.We liepen langs de Beyerskameren naar het Universiteitsmuseum en de achterliggende eeuwenoude Hortus. De vijver lag er feeëriek bij en de oudste Ginkgo Biloba van Nederland wenkte uitnodigend met haar knoestige takken en haar indrukwekkende oude stam, de groeven diep ingesneden, de kruin fier opgeheven.

Erachter bood de kruidentuin aan om elke kwaal te verhelpen met zoetgeurende moerasrozemarijn als een gouden tapijt, de rijkbloeiende Borage tussen de Goudsbloemen en haar leverkruid. Elke kwaal gaat aan de haal met deze bloemenpracht, bedacht ik me, terwijl de woordenstroom de tijd probeerde in te halen.

Het koetshuis was leeggehaald en de kuipplanten stonden nu op het terras er voor te pronken. Een kleine jongen zat voorovergebogen bij de vijver en stak zijn hand tussen de ijverige Guido Gezelle ‘schrijverkens’, die hij waterjuffer noemde, om boven te komen met twee waterslakken. Hij corrigeerde me zonder een spier te vertrekken. ‘Welke zwemt het snelst’. ‘Slakken zwemmen niet, ze kruipen’. Samen bogen we wat dieper om te kijken wat er zou gebeuren, toen hij ze weer op een richel onder water zette.

De kassen hadden te lijden gehad onder de droogte, en de cacteeën waren wat schraal, de vetplanten gelig en verschrompeld, maar de varens tierden welig. Het prachtige lijnenspel valt dubbel te genieten door de rechthoekige vijvers pontificaal in het midden van de oude houten monumentale kassen.  We nestelden op het terras, dat op maandag gesloten bleek. En voordeel, want nu streken we neer op een klein en rustig terras aan de Vaartsche Rijn om met een heerlijke wijn de dag te bezegelen.

Middenin de spits terug naar huis was geen optie. Dat zou filerijden betekenen van hier tot aan den Bosch. Zalm met pasta en basilicum was een welkome overbrugging. Prime time met aandacht en liefde. Meer is niet nodig om de dag te beleven tot in de kleinste finesses.

 

Uncategorized

Het leven als een sprookje

Er ligt een grote bruine steen in het midden met aan weerskanten rijen witte en zwarte stoelen. De tent, waar we dachten onder te zitten staat leeg aan de linkerkant en is zo breed als de rijen stoelen lang zijn.

Vasalis heeft ooit mijn lievelingsgedicht geschreven waarbij zo’n steen genoemd wordt, een stuk graniet, onwrikbaar. Alleen wordt dan de steen met Tijd vergeleken. Ze droomt.

Tijd/Ik droomde, dat ik langzaam leefde …./langzamer dan de oudste steen.

En later in haar laatste bundel

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.

De steen in het midden droeg niet de emotie, maar de droom, die eenzame wandelaars wilde lokken en vangen in een jarenlange slaap. Zijn alter ego was een klein lelijk flemend mannetje, die lokte met zijn kromme vingers en een zoetgevooisd stemmetje: ‘Kom maar hierrrrrr’. Een kleine kobold, een dwerg, een elf. Waar de steen vandaan kwam wist niemand. Ze was er ineens.

IMG_0838

Het was doodstil op het landgoed waar de voorstelling te zien was. Hoog boven in de lichtgrijze lucht vloog bij tijd en wijle een zweefvliegtuig over. Bij het kiezen van de plaatsen spraken jonge mensen ons aan en vertelden over dromen en elfen, over maanlicht en sterren, over waarheid en verbeelding en over sprookjes…Het bonte gezelschap, jong en oud,  Het wachten was op de laatste bezoekers en tot het tijd was.

De kobold had een prachtige droom voor een van de meisjes in petto. met een krakerige stem, die soms lispelde en verlekkerd lachte, verleide en fleemde, verleidde hij haar met een droom, waarin haar dochter het songfestival won. Hij was gelukkig en tevreden zolang hij haar als slachtoffer honderd jaar kon laten dromen. Alleen een prins kon haar wakker kussen en die lag op de loer, een Afrikaanse prins. Achter elkaar werden items benoemd en uitgespeeld, de vluchteling, het meisje in het bos, de twee mannen. In het bos waren wilde dieren, mannen, mensen. De angst kreeg gestalte in de grijze massa, onweer en bliksem, het ongewisse.

Het was een spektakelstuk van formaat. De muziek zorgde naadloos voor de omlijsting, zweepte op, bracht de zachtheid en de stilte, het koor was indrukwekkend met haar uniformiteit en toch weer geheel eigen. De solozang was van een klassieke schoonheid, zuiver en ontroerend en steeds weer in een andere, onverwachte vorm.

De rechtspraak, het verdict, de wisselende rollen en de humor, de grote afwisseling in alles en de onverwachte elementen smeden het geheel tot een groot nieuw sprookje. We zweefden weg van de plek en bewogen mee met de steen en zijn alter ego, werden het meisje, de dansende prins, de rei en de twee mannen in het bos.

Uiteindelijk draaide het om De Kus, cliché als in de vluchteling en het meisje, de prins en Doornroosje, de dwerg die zijn elf ontmoet, de kus tussen twee mannen. De liefde is grenzeloos en kent geen beperkingen als het gaat om hartenzaken. Het sprookje kent een eind goed, al goed. De bezegeling vormde de bevrijding, letterlijk en figuurlijk, los van alle banden, een wilde danspartij,  waarbij iedereen, het publiek incluis, zich uitleefde en ook de regisseur zijn ingewikkelde lichtvoetigheid met ons deelde.

Na afloop konden we aanschuiven bij het lievelingsmenu. Kip, patat en appelmoes. Een kinderhand is gauw gevuld en we waanden ons weer even kind in de jaren zestig met onze ouders en de allereerste keer kip met patat en appelmoes. Nostalgie bij uitstek, het leven als een sprookje.

De kus werd gespeeld op het landgoed Paltz in Soest. https://hermanvanveenartscenter.com/

Uncategorized

Achter de poort valt de duisternis in

De kat van Ome Willem is een bereisde kat en geeft kopjes op z’n Frans. De kater waar ik gisteren langs mocht is een echte Fransman en hij geeft geen Franse kopjes, maar klauwt zijn nagels graag ergens in als hij dreiging voelt. Deze Frans voelt zich al snel bedreigd. Als je de was afhaalt bijvoorbeeld. Hij springt omhoog, hangt in het pyjamaatje van de middelste, valt met zijn buit naar beneden en springt weer. Het lukt me niet om alle was binnen te halen. Stoer loopt hij langs me heen en vertelt mauwend en met dreigende blik zijn ongenoegen omtrent het stille huis. Sorry lieverd, kan er niks aan veranderen. Bakjes vullen, vers water plenzen en gaan. Au revoir et à bientôt.

Vanavond is het feest en mijn zilverwitte kruintje schreeuwt om hulp. Haar in de henna, beetje noir erbij om niet als een vuurtoren te eindigen om het twee uur later, net op tijd voor het feest, weer uit te kunnen spoelen. Missie gelukt. Als ik onderweg ben naar het kasteel en langs de landerijen van Vleuten tuf in de kleine blauwe prins, langs het buitengebied rond de Hamtoren, vraagt het om er nogmaals terug te keren. Wonderschoon strekt het landschap zich uit en verleidt en fluistert haar geheimen.  Dan is er de oprijlaan naar het kasteel toe, de slagbomen uitnodigend open en zeeën van ruimte op het parkeerterrein. Zachtjes regent het nu. Dat is op bestelling, want water loopt als een rode draad door het leven heen. Water is de bindende factor deze avond.

Het verjaren van een lieve vriend zal niet ongemerkt voorbij gaan. Het koetshuis is de entourage, de instrumenten staan al klaar en over de toren van de poort heen, langs de aloude slotgrachten schalt een oceaan me tegemoet. Daar zie ik de vertrouwde gezichten al. Ongemerkt regent het harder als ik aankom en omhelsd wordt in een wolk van rood.

‘Een oceaan…’Zingt vriendin de singer-songwriter, de tekst die onmiskenbaar op vriend slaat, herkenbaar, voelbaar en vindbaar, maar ook op ieder van ons.. De lading is groot door de afwezigheid van twee vrienden, die de grote oceaan zijn overgestoken en nooit weerom zullen komen. Ze zijn te vinden in de teksten van de Dijk, die de avond gedeeltelijk vullen.

Vooral in het breekbare ‘Zullen we dansen’ omdat dansen ook het leven van de jarige onderstreept, maar wat het mooiste nummer was van het hele repertoire dat we met  z’n allen brachten. Alle vertrouwde koppen van de band en haar gevolg, herkenning hartverwarmend achter de vele ogen, spreken boekdelen als de muziek inzet. Een traan vindt haar weg. Verdriet laat zich niet vangen, voor sommige van ons is het een oceaan van verdriet. Zullen we dansen, denkbeeldig dansen. En de herinnering verbindt.

Dan is er het aandoenlijke optreden van dochter begeleidt door haar moeder de singer-songwriter. Ze wilde graag een lied zingen voor het feestvarken en koos het broze ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia De Breij, heel zacht en bedeesd zet ze in, fluistert bijna door de microfoon en af en toe werpt ze een schuchtere blik op haar grote vriend. Als de laatste klank versterft is er een korte stilte, dan een daverend applaus. Glimmend van trots neemt ze het in ontvangst om daarna in de armen van de grote vriend weg te duiken.

021

Dan is dat tere moment voorbij en wordt er wat luchtigheid door het water geklopt. Het bruist en danst. Alles wat een feest tot een feest maakt. De BBQ, het eten, het drinken, het feestelijke gezelschap, de liefde, het leven, de dood, we vieren het met elkaar. Zo’n moment van vreugde, zo’n moment van een nieuwe herinnering, als het voorbij is.  We slenteren naar de auto, weten het koetshuis achter ons. Een laatste streep avondrood geeft een feestelijke toets. Achter de poort valt de duisternis in.

 

 

Uncategorized

De koningin te rijk

Doemdenken, af en toe schiet het erin. Al een paar dagen een opgezette voet en been.  De weg naar de woorden van de cardioloog was gauw gemaakt. Ik dacht niet eens aan een kneuzing, wat het misschien wel is. Heet dat nou hypochonderen? Ik spreek mezelf vermanend toe, maar met een randje vergoelijking.

De tuin verzacht. Tijd voor het kleine werk. Maaien, wieden, wilgen snoeien om uitzicht te behouden. Het zijn de wilgen bij de linker buuf. Daar valt het zicht op het weidse land achter het tuinencomplex te bewaken. Mijn ontsnappingspoort naar dromen over landerijen, het vrije veld, de buitelende kieviten. Vooral vanuit de Bernagie is het genieten. Ik zie een grote getale kauwen en meeuwen, wolken zwart en wit pointillisme in de lucht. Door de open deur hoor ik de paniek in hun waarschuwingskreten. Het is te ver weg om de oorzaak te ontdekken en het schouwspel goed te kunnen zien en ik vergeet, dat er een verrekijker aan de ingang bij de deur hangt.

Vriend heeft een hulp in dienst genomen en samen zagen en klotteren ze zich door de bostuin heen. Overal ontstaan ineens fitte plekken met planten, die nu weer licht en ruimte hebben en verlost zijn uit de overwoekering. Vriend is eigenlijk net als Doornroosje uit zijn lange slaaproes gewekt. Hij is wakker gekust door de pijnlijke beleving van zijn kwaal. Liever een prins natuurlijk, ja ook voor hem, maar als het resultaat hetzelfde is, mag het sprookje zo eindigen. Of liever, nu begint het pas. Na ieder geëindigd sprookje schrijven we nieuwe, tot het boek vol is en de pen leeg.

De hulp is een jongen uit Ethiopië en hij brengt een vat vol verhalen mee. Hij spaart zijn reis naar zijn geboorteland bij elkaar. Hij is tanig en sterk en kan, met het grootste gemak, de grote bomen aan in de tuin van vriend. Het verwerken gaat stukken langzamer.

De Nicandra in de tuin is weer helemaal terug. Ze heeft stilletjes onder in de composthoop liggen wachten op zonneschijn en nu bloeit ze volop met haar prachtige blauwpaarse eendagskelken. De bloemen worden uiteindelijk gedroogde zaaddozen van een schoonheid die niet onderdoet voor de lampionplant. In de volksmond heet ze Zegekruid en symbolisch is het, dat ze bij de ingang van de tuin weer tot volle bloei is gekomen. Een zegen.

Ondanks de droogte bloeit alles volop. Maar ik besluit wel te gieteren. Mijn pad naar de sloot is overwoekerd door groot hoefblad, maar met de snoeischaar knip ik de doorgang  begaanbaar. Ziezo. Dat scheelt met sjouwen en zwoegen. Er gaan flink wat gieters in. De sloot is geduldig en geeft. Door het smalle pad valt de gele plomp met haar grote bladeren te bewonderen. Meerkoet neemt de kuierlatten. Weg beschutte plek. Sorry meerkoet, maar gemak dient de mens. Haar nest is verderop en er staat nog een meter breed aan hoefblad.

009.JPG

Vriend heeft een cadeautje voor me. Oost-Indische kers. ‘Welke wil je hebben’, zegt hij als er twee planten staan. Eer ik wat kan zeggen, zegt hulp: ‘De grootste natuurlijk’ en vriend plukt lachend de grote pot uit de grond. Ze komen voor de lathyrus te staan in de volle zon. Als de heren op pad gaan om een telescopische uitschuif-ladder te halen, neem ik een moment voor mezelf. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Daar overvalt de vreugde mij.

Ik zie twee clematisbloemen in de wirwar van kamperfoelie en overal knoppen in een belofte voor nog veel meer. Ze heeft het overleeft, mijn kleine dappere purperen clematis. Ooit stond ze te pronken naast mijn mooie huis en nu naast dit nieuwe paleis; De Bernagie. Niets is wat het lijkt en alles kan veranderen, mijmert het. Tevreden leun ik achterover onder de drie wilgen in het gefilterde zonlicht en voel me de koningin te rijk.

 

 

Uncategorized

Letterlijk en onuitwisbaar

Het gebouw is een reis terug in de tijd. Ooit was het de bron van cultureel en ‘grenzen’loos vermaak. Over alle grenzen heen kon alleen in RASA. Daar ontmoette je de Sitar, de Zurna, de Darbuka, de Gaida, de Djembe, de panfluit.  De meerstemmige Bulgaarse koren, de klezmer, de Indiase Dhrupad, een aanstekelijke salsa, een steelband of Afrikaanse samenzang.

008-2.jpg

Ook waren er uitvoeringen van jeugdtheatergezelschappen tijdens de presentatiedagen of op zondag speciale kindervoorstellingen. Ik heb nooit begrepen waarom die belangrijke culturele broedplaats van wereldmuziek in 2017 weg moest.

Er is Kunst voor in de plaats gekomen. BAK, Basis voor actuele kunst, organiseert tentoonstellingen en publieke programma’s in samenwerking met onderwijsinstellingen en musea. Ze werken samen met hoge school voor de kunsten in Utrecht en de koninklijke academie voor beeldende kunsten. De musea strekken zich uit van Warschau tot Antwerpen. Op het moment dat de deuren zich openden was er een afstudeertentoonstelling van de HKU, Fine Art.: ‘Futures Without…’ 

Ik verwachtte eigenlijk weer een combinatie van kunst, schilderijen, installaties, film. Het bevatte echter video, ruimtelijke installaties, geluid en visuele ervaringen, tekeningen, objecten en fotografie van een individuele zoektocht van toen naar nu en morgen, naar ooit. Heel persoonlijk uitgevoerd met een link naar de maker. Sommige bliezen me van mijn sokken door de heftigheid, anderen ontroerden door de tederheid of de bewustwording.

Het was druk in de ruimte, De transparante bovenverdieping verspreidde de fascinatie voor de natuur als bijvoorbeeld ecosysteem of de mens als ‘Being a part of…’en een Tribute to Mount Fuji. Het was druk. Met alle stemmen op de achtergrond was het onmogelijk om de essentie te horen. Het bedelde om een herhaling.

We waren vroeg. Vriendinlief had haar poëtische film met de boodschap in de grote zaal van het oude vertrouwde Raza. Het was er lekker donker. Er stonden drie comfortabele stoelen met koptelefoon en we nestelden ons met een glaasje wijn.

Eerder had ik haar libretto gelezen, een schriftelijke onderbouwing van de film. Nu, met de beelden erbij, vloeiden beeld en woord in elkaar en kwam het hele verhaal met haar gevoelens en kijk op de wereld erachter, tot leven. Ik had er uren naar kunnen luisteren en kijken. De stem, haar stem, was alleen al zo intens om aan te horen. Het maakte veel los. De ‘Burgers van Ergens Anders’ zullen nooit de burgers worden van hier, hoe hard ze hun best ook zullen doen. Maar ergens anders is een fictief begrip waar hele volksstammen, door de jaren heen, onder te lijden hebben gehad. De tweede wereldoorlog is er een voorbeeld van. Ze stelt vragen aan Hitler, ze legt Wagner onder haar loep, kijkt kritisch naar de rol van Churchill en loopt op met Hannah Arend en Susan Sonntag.

De beelden zijn verstild. De vergankelijkheid van een zonnebloem, de welhaast fossiele afdrukken op de muur van een verwijderde klimop, de schuur met een wirwar aan waarde, bagage voor het leven, de schutting in de tuin van het ouderlijk huis. Het zijn de  stille getuigen van haar bestaan in Engeland, land van grote afzondering, land door zee omringd, afgesneden van de wereld, land van de ‘Stiff upper lip’ en de ‘People van Elsewhere’.

‘Het Land van Overal en Nergens’ was ooit de titel van een project. Er woonden mensen in met bijzondere eigenschappen, tijdloze mensen. Daar moest ik aan denken toen de beelden voorbij trokken en ook aan de nietigheid van leven, dat zelden de betekenis en waarde krijgt toebedeeld, die het herbergt. Ze vliegt op herinnering met ons mee, niet zelden verborgen in de kabinetten van het bestaan, in geheime laatjes.

Met vriendin mee trek ik de mijne open, een wereld aan de kleinste details, beeld, geur, tastbaar. Letterlijk en onuitwisbaar.

 

Uncategorized

Letterlijk in dit geval

Lang geleden dat ik nachtdienst draaide. Waakmaatje is een mooi gegeven, de aanleiding was schokkend. Viel er gisteren te mijmeren over betekenisvol zijn voor iemand, had ik vandaag het tegenovergestelde. De contactpersoon die niet wilde komen en doorgeven aan de rest van de familie dat de mens stervende was. De hele nacht was er rust in de tent maar vlak voor mijn vertrek speelde ineens de angst op en verslechterde de toestand met een sneltreinvaart. Dokter schreef voor en na een half uur, boven op mijn geplande tijd, was de rust weergekeerd. Met leed in het hart nam ik in stilte afscheid om de onrust in slaap te houden. Zuster kreeg nul op rekest op een verzoek naar het familiefront.

De avond daarvoor had ik nog geschilderd en in de ochtend gewerkt. Slaap had ik ’s middags gevangen in wat gedoezel. Het was al met al een lange zit. Nog langer waken was geen wijsheid. Oordelen kan men nooit over zo’n situatie. Verwonderen mag, te allen tijde. Hoe scheef kunnen verhoudingen groeien.

We schrijven het jaar 1976. Leiden afdeling Keel Neus en oor. Nachtzuster zit bij het bureau. Naast zich, door het romantisch met klimop omlijstte raam, daagt het eerste morgenlicht. Merel laat zijn trillers horen. Ik schrijf rapport en mijmer. Ja toen ook al. Volmaakt geluk. De balans voor alle ellende op de afdeling.

008

Vannacht. Langzaam gloorde het, van zachtgeel tot een feestelijk oranje. Futuristische ‘gebouwen in de maak’ als decor. Binnen reutelt de adem, buiten viert men feest.

Feest was de avond ook geweest. Muziekje aan, Aretha Franklin door de boxen, good ol’ Aretha, ‘Laat de penselen swingen’ zegt mijn Wolkenwietje. Ach ja, waarom niet. Aanstekelijke klanken sturen de finesses. Kleurenkennis mag nog wat bijschaven. Nieuwe energie opgedaan. Klaar om te waken.

Feest was het, met vlaggetjes tegen het raam en al, in de ochtend. Twee grote dozen vlaai en een prachtige pruik waar anders het mutsje prijkte. De laatste kuur van een reeks en daarna kon het mens-zijn weer beginnen. Alleen de pretlichten in de ogen zorgde al voor een juichende stemming. Lijdzaam keken de anderen toe. Nooit had een omschrijving zó de kern geraakt. Nog drie, vier, zes te gaan.

‘Als ik klaar ben met de chemo’, sprak het Verlangen ‘Dan haal ik een taart bij de Syrische bakker. Die is zo geweldig’. Op een bed op de afdeling stond een tas. De pyjama was ingeruild voor een kleurrijke outfit. Een heel verhaal ontspon zich, over naar huis gaan en zo heerlijk met de eigen club. Sjoelen, de bingo, de borrel op vrijdag. In groot vertrouwen lichtte de doopceel zich. De intimiteit van persoonlijk contact.

Twee handmassages een een voetmassage in het verschiet, maar door de inloop van de diëtist, de laborant, de fysio en daarna bezoek konden we, wat het laatste betrof, alleen maar ‘volgende week’ aan elkaar beloven.

Dit keer wandelde ik aan de achterkant naar buiten en prompt de verkeerde kant op want ik liep vast in de heg, die de parkeerplaats omheinde. De uitgang was verder weg, dan naar de voorkant lopen waar de auto stond. Gaf niets. De bries gaf verkoeling. De keuze was de tuin of de bank.Een voet was wat dikker van het lopen op de zachte stoffen schoenen. Katoenen voetjes vergeten voor de nieuwe gympen die ik bij me had en die kilometers hadden moeten maken. Nog even aan gehad, maar al snel was er wrijving. Wie zich brandt moet op de blaren zitten. Letterlijk in dit geval.

Uncategorized

Daar draait het om.

‘Dat je betekenis hebt. Dat je er toe hebt gedaan’, antwoord ik op de opmerking van een van de trouwe bloggers en lezer, die schreef: ‘Ik hoop dat er iemand is die weet dat ik ik ben’. Naar aanleiding van het artikel in de Zin van Nicolien Mizee.  Kan je het leven leiden zonder door iemand opgemerkt te worden, of zonder een blauwdruk achter te laten van jezelf. Ergens in die lange periode van het leven, die altijd korter lijkt aan het einde van de rit, ben je iemand tegengekomen die verwonderd, verbaasd, bedachtzaam, geroerd is door je aanwezigheid. Mensen maken iets los bij elkaar, hoe nietig ook, dat aanzet tot bewust beleven. Ik kan me niet voorstellen, dat je een leven leeft en als schim weer verdwijnt, zonder opgemerkt te zijn.

Het contact verliezen en afdalen in zo’n schimmenrijk is waarschijnlijk een van de overwegingen, maar dan nog is daar een aanraking, een besef. Vriend was in zijn rol van de oude nauwelijks meer te bereiken. Hij speelde een toneel en zette daarmee de omgeving buiten spel. Dat was een hard gelag voor iedereen die van hem hield. Hij had wel degelijk betekenis voor iedereen, die door hem in zijn leven was getrokken en de familie en zijn wereld had leren kennen of anderszins. Eenzaamheid kan een stempel drukken, evenals verslaving, depressie of  verdriet. Een zin in een artikel dat stof tot nadenken geeft tot in lengte der dagen.

Gisteren had ik een afspraak met een oude bekende. Hij is lid van de historische kring. Of ik mee kan werken aan de kroniek van de vereniging en een jeugdkroniek kan maken met ideeën voor projecten op school. Om leerkrachten maar ook de kinderen te prikkelen. Ik moet een beetje denken aan de jeugdartikelen van vroeger achter in de televisiegids of middenin een blad, die zich speciaal richtte tot het kind. Joviaal en losjes, anders dan de rest van de inhoud van het blad. Tegenwoordig is de tendens veel kijken, dus plaatjes, en weinig tekst. Een longread bereikt een grote getale mensen niet, want die wordt bij voorbaat overgeslagen. Geschiedenis in een aanstekelijke jas. We praten en praten en ik waan me weer terug in de tijden dat we een brainstorm deden voor een project op school. De prikkel die er voor zorgt dat ideeën gaan bruisen en leven. In mijn beleving loopt de historische figuur waar het straks om gaat de levens binnen van ieder die er mee gemoeid is en zorgt door haar aanwezigheid alleen al dat ze betekenis krijgt. Daar raken de gedachten van de ochtend de dag.

IMG_0765

’s Avonds is er, tijdens het schilderen, een verhandeling over les geven, zorgen dat de eigenheid behouden wordt of voor een benadering kiezen waar, door allerlei regels, de eigen identiteit verloren gaat, bijvoorbeeld door teveel techniek. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Het is lastig het iedereen naar de zin te maken. Een dilemma. Ik zoek naar een eigen identiteit en weet dat ik met portret door wil. Daar ligt een wens. Portret met een boodschap op geheel eigen wijze. Niet ‘in de voetsporen van ‘maar op eigen kracht. Ik parkeer het in de marge en weet dat mijn gemijmer er straks een oplossing aan verbindt. Temen en flemen. ‘Ze willen je gewoon niet kwijt’, zegt iemand. Aha, daar is het weer. Betekenis hebben dus, daar draait het om.

Uncategorized

Een mooi begin van de dag

Zo’n dag van rust en heerlijk niets. Er zou een mannetje komen van de woningbouwvereniging om naar het dak te kijken. De tijd overbruggen met opruimen, stofzuigen, planten water geven en tekenen. En ruimte maken op het plaats delict. Daar stonden alle schilderijen. Die moesten tijdelijk verkassen naar de andere kant.

005.JPG

Daarna was er nog ruimschoots tijd om portretten te oefenen in houtskool. Dit keer Agnes Varda van Visages villages, die prachtige film over een oude en een jonge fotograaf, die fantastisch werk deden in een aantal Franse dorpen en steden en aan de kust. Ze heeft zo’n uitgesproken uiterlijk met haar tweekleurig kapsel en haar 90 jaar zorgt voor een mooie karaktervol hoofd. Ze groeide onder mijn vingers. Nu de handen nog, oude gerimpelde handen die het hoofd ondersteunen op een bijzondere wijze. Houtskool is zo’n dankbaar materiaal dat zich al snel laat vertalen naar succes.  Op de een of andere manier beginnen kwartjes op hun plek te vallen. Vertrouwen hebben en stug doorgaan met oefenen. Dat is de les, die ik eruit gefilterd heb.

Toen zoonlief thuiskwam, aflossing van de wacht, kon ik naar de fysiotherapie. Ik had me weer een half uur in de tijd vergist. Kind aan huis, dus de stagiair kon gewoon gaan eten en ik draaide het schema af. Voor de balans verzon hij nog een leuk parcour met stepping stones en tennisballen die ik op de Vestamed, wiebel wiebel,  in een bak moest werpen. Hilarisch omdat ik met het werpen een aantal keren mistte en dan weer overnieuw begon.

Naar de kringloop om verder te speuren naar een aanvulling op de Bernagie, de losse plank voor over de witte kisten. Er stond wel een inklaptafel maar, die zou toch teveel ruimte in beslag nemen. Bovendien was hij loodzwaar. Het mag allemaal lichter. Het is een missie. We hebben de tijd. Alles mag tijd nemen. Daar heb ik genoeg van, zeeën van tijd. Om met een lome schoolslag in te zwemmen of een snelle borstcrawl, om bij tijd en wijle een moment te watertrappelen of uit te drijven op de rug. Niets moet en alles mag.

In de nieuwe Zin staat een artikel van de hand van de schrijver Nicolien Mizee. Over onze kinderlijke angsten, die weliswaar goed verstopt zijn achter onze mevrouwen-en-mijnheren-facade, maar die toch onverhoeds te voorschijn springen. Ze beschrijft een rit in de trein, waarbij ze met haar zus heeft afgesproken. De laatste zit in de laatste coupé. Nicolien rent naar het achterstuk maar de trein is lang. Ze is bang dat hij weg zal rijden zonder haar. Dan springt ze er toch maar in en kan niet doorlopen naar het achterste compartiment omdat ze in het voorlaatste treinstel zit. Een conductrice stelt haar gerust, als ze het probleem bibberig voorlegt. Bij de volgende halte kan ze overstappen en zal de conductrice er zorg voor dragen dat dat in alle rust gebeuren kan. De coupé waar zuslief zit blijkt een stiltecoupé. Het zwijgen levert een heerlijke intimiteit op. Een geluk bij een ongeluk.

Ik blijk het boek te hebben. ‘Moord op de moestuin’, van dochterlief gekregen voor moederdag. Moestuin…haha. Inderdaad. In alle opzichten een passend cadeau wat de locatie betreft. De handeling is minder. Moe’s tuin kan ook in ons geval. Over moorden gesproken. Pluis komt binnenwandelen met een muisje. Ach die arme kleine overleeft het helaas niet. Pluis kijkt triomfantelijk, maar vindt het maar niets als haar pas veroverde speeltje wordt weggehaald. Wat doet een muis op het balkon. Het is in al die jaren Pluis haar tweede vangst.

Er komt geen kip in de boekhandel waar de schrijver wordt neergezet. Ze keren spoorslags weer naar huis. De angst draait bij haar altijd om het verliezen van het contact met anderen. Als antwoord geeft het blad in een vetgedrukte zin ‘Zolang er nog iemand weet dat jij jij bent, hoef je niet te wanhopen’. Dat vraagt om bezinning. En de wedervraag of het noodzakelijk is dat ‘iemand’ altijd moet weten dat jij jij bent. Als je zelf maar weet wie je bent, mijmer ik. Anonimiteit kan heerlijk zijn. En waarom wanhopen? Inderdaad. Het vraagt om overpeinzing. Een mooi begin van de dag.

 

Uncategorized

Vergane glorie

‘Circus troelala…uit Zuid-Amerika…is op toernee door Nederland…

Het lied spookte al op de heenweg door mijn hoofd, maar boette niets aan kracht in bij het bezoek aan het safaripark. Ooit, lang geleden, een jaar of 50 om precies te zijn, waren we met de hele familie naar een camping getogen bij Hilvarenbeek in de buurt. ’s Nachts werden we als pubers gedropt om de weg naar de tent weer te kunnen vinden. We liepen in de buurt van het park. Opeens brulde de leeuw, die onraad rook. Met hartkloppingen en versnelde pas vlogen we terug naar de veilige haven. Het was een angstige bloedstollende ervaring.

Jaren later hadden we familiedag. Met inmiddels twintig kleinkinderen, elf kinderen en aanhang konden mijn vader en moeder makkelijk een safaribus vullen. We reden door Afrika en Azië, Europa en zelfs een stukje Nederland en naar mijn idee, duurde het zo lang als het klonk. De dieren lagen of stonden, liepen rond, waren actief en we waanden ons echt op safari.

IMG_9704

Gisteren stonden we in de wachtrij voor een tocht met de safariboot.  Toen we schuifelend door mochten lopen stopte de rij vlak voor we er waren. De boot was vol. Dan maar niet varen. Als we helemaal compleet zouden zijn konden we de bus nemen, zoals de familie jaren eerder had gedaan. We gingen te voet verder. In mijn beleving was Beekse Bergen altijd alleen een groot terrein gebleven, waar alle dieren enorm veel ruimte hadden. Het bleek te voet eigenlijk veel meer een dierentuin te zijn met hokken en kooien die weliswaar groter en ruimer waren, maar een paar dieren moesten inboeten

‘Met een oude aap, die heeft een kale raap en een manke olifant…’

IMG_9791

De bruine beer liep te ijsberen in zijn verblijf. De tweede lag voor pampus door de hitte. De niet aflatende stoet mensen trok aan ze voorbij. Er werden foto’s gemaakt van Iphone tot en met telelens. Beer één bleef stug heen en terug lopen met zwaaiende kop, de tweede lag als een mottig vloerkleed op de grond en keek niet op of om.

‘De bruine beer…die bijt niet meer…Hij heeft allang een vals gebit…’

 

 

De leeuw lag languit gestrekt en verroerde zich niet. Die lag wel in het vrije veld, maar had minder ruimte dan je zou denken. Hij was het enige exemplaar. Het fototoestel had wel zijn machtige kop in beeld en zijn prachtige poten. Kleinzoon had meer oog voor het kleinere grut. De rode panda en de stokstaartjes. Panda lag languit op een tak, zijn poten liet hij afhangen naar beneden en het was een koddig gezicht, de stokstaartjes bleven ondanks de warmte beweeglijk. De grote mensapen hadden het zwaar in hun hok, dat mij te klein toescheen. Ze keerden hun rug naar iedereen toe. Vol ontzag waren de kleinzonen bij het zien van dat imposante grote lijf van de twee mannen. De chimpansees waren levendiger, maar hadden ook niet al te veel ruimte. Vooral de jonkies haalden de malste capriolen uit. Waarom ze binnen moesten blijven weet ik niet. Het was toch lekker warm weer.

‘En de leeuw die proest, de papegaai die hoest en domme August die heeft spit in zijn rug…’

IMG_9809

Toen alle kleinkinderen er waren zochten we de bus op. Als haringen in een ton, de drie dakramen open en alle plaatsen bezet gingen we op pad. Onze gids in haar rangerover pak was een enthousiaste en vlotte verteller, die onze jongens voor in de bus makkelijk aan de praat kreeg. Ze vroegen honderduit. De savannen, waar de zebra’s en giraffen liepen, leken op het weidse idee van vroeger, ooit, lang geleden, toen er nog geen autokaravaan door de woestenij trok. Bij de gnoe’s en de wilde honden stopte ze voor een uitvoerige verhandeling. De instelling doet goed werk. Ze helpen de diersoorten in stand te houden en  het uitsterven ervan te voorkomen van. Het mes snijdt aan twee kanten.

Het werd een heerlijke dag, omdat we samen waren en er gedeeld werd. Later zullen ze het zich herinneren, zoals ik me de dagen van weleer nu herinner. Weids, groots en imposant, ook al leek het voor ons een beetje Circus Troelala en haar vergane glorie.