Uncategorized

Het leek de Zuiderzee wel

Eerst moesten we door een woud van windmolens heen, voordat we bij de uitgestrekte weilanden rond Luttelgeest kwamen. Het vlakke land was doorkruist met autowegen. Ik kon niet anders dan een klein stuk Zuiderzee-ballade zingen. ‘Eens ging de zee zo te keer, maar die tijd komt niet weer, water leit nou achter de dijk’.

Het landschap riep een vleug weemoed wakker. Dochterlief draaide resoluut een oprit op. Dat bleek niet de Hoeve te zijn, maar een kweker en de camping met een zelfde soort naam. Nog een stukje door en duimen dat niemand wist dat daar zo’n ontdek-je-plekje lag, De Orchideeënhoeve. Valse hoop, begrepen we, bij het zien van het overvolle parkeerterrein.

IMG_3014

Ik heb altijd een dubbel gevoel bij dieren in gevangenschap, ook al hadden ze aardig de ruimte. Kleine apen liepen hoog en droog boven onze hoofden. Koi karpers dromden samen op een klein stukje vijver, waar het voer uit de voerbakjes in het water kwam. Ze verdrongen elkaar. Kleinzoon en ik probeerden de speurtocht te doen, maar er viel zoveel te ontdekken, dat we onze ogen uitkeken en er geen raadsel meer bijkon. Hij had bovendien zijn eigen speurtocht bedacht. ‘Zoek de schildpadden’. Altijd prijs.

Dochterlief nam de klauterpartijen voor haar rekening, maar daardoor miste ik wel de enorme poppen van vlinders in de vlindertuin. Ik rustte uit op een bankje en genoot van die mooie blauwe Morpho, de komeetstaartvlinder en die grappige vlinder in een doorkijkbloes, met de toepasselijke naam ‘Greta Oto’.

Bij het Jungletheater werd een show opgevoerd. Een soort quiz over wat sommige dieren aten, en er was een uitverkoren oma met haar kleinkinderen, die dapper een sprinkhaan zonder vleugels at en de kleinkinderen stukjes voerde. Ze hoorde bij onze groep die de kikkers heette. Bij de andere groep, de Spinnen, weigerde een moeder de krekel en later nam ze, zonder te weten wat het was, een ieniemieniehapje groen snot, terwijl ze angstig over de lepel heen gluurde. Het bleek guacamole te zijn, maar ja, als er eerst een krekel en een sprinkhaan aan vooraf waren gegaan, zou iedereen argwanend worden. De dappere oma kreeg een groot applaus.

De flamingo’s kleurden prachtig oranjerood, maar bij hen vroeg ik me altijd af of ze gelukkig zwaren. Soms zou je in hun diepste binneste willen gluren.

In een vijver overbluften de meervallen de koi karpers in grootte. Ze zwommen heen en weer, loerden naar de randen waar mensen over hingen, hadden amper de ruimte om hun snorren te laten waaieren.

Kleinzoon genoot van het kruip-door, sluip-door tussen de enorme Tropische planten, lianen, de touwbruggen en de uitkijktorens. Bij de Lorituin haakte hij af, terwijl we nog buiten stonden. De kleine papegaaien vlogen de gasten zonder pardon in de haren op zoek naar het lekkere hapje, dat je voor een euro mee naar binnen kon nemen.  Dat werd hem te gortig. Dieren zijn leuk, maar op een veilige afstand. Je moet de kat niet op het spek binden. De kameleon die hij gemakshalve een komodovaraan noemde, was er helaas niet.De meervallen waren walvishaaien, want met een ongebreidelde fantasie werd alles werkelijkheid.

De orchideeën hingen in vol ornaat allemaal aan een touwtje, een ingenieus dradenspel. Wat een monnikenwerk. De kleuren waren prachtig en het veredelde handwerk bewonderenswaardig

Een kindermenu mocht niet ontbreken en wij wilden alleen een patatje, maar dat bleken twee borden vol te zijn. De mevrouw had er nog een paar schepjes extra opgedaan, glunderde ze. Hoe we het ook probeerden, we kwamen er niet doorheen. Besmuikt schoven we de servetten over het nog te volle bord en lieten gauw het dienblad de kar in glijden.

De Vlindertuin was een perfect slotakkoord. Vanuit de Tropische hitte reden we, met een rugzak vol herinneringen, naar huis door de stromende regen, dat alles in dras en plas veranderde. Het leek de Zuiderzee wel.

Uncategorized

Mijn hartje, mijn duifje wat wil je nog meer

Gisteren was zo’n dag van een leien dakje. Alleen het weer zat niet mee. Wat een buien kwamen er langs. Zoonlief appte of we ’s middags gingen wandelen, maar dat moest bij theeleuten en verhaaltjes voorlezen blijven. Het was prima, want inmiddels had ik al  genoeg gedaan die dag. Eerst stond er een bezoek aan de longarts gepland, die aangaf dat mijn vermoeidheid door het RS-virus in totaal wel vijf maanden kan duren. Daar heb ik er nu twee van gehad, dus nog drie te gaan. Ik slaap als een marmot.

Even op de tanden bijten wat de wallen onder mijn ogen betreft. De waaknachten hakken er nu dubbel in. Eergisteren heb ik een komkommer gekocht. Koude schijfjes onder de ogen schijnen te helpen en als ik daar geen baat bij heb, kan ik het altijd nog met kamilletheezakjes, rozenwater, korenbloem, en koffie proberen. Haha. Een heel arsenaal huis, tuin en keukenmiddelen. Het zou natuurlijk ook van ouderdom kunnen komen, de souplesse gaat eruit. Arm vel. Blijven smeren en misschien nog een graadje meer.

De longarts was tevreden. De pijn tussen de schouderbladen komt door spierpijn. De longfunctie was ondanks alles toch beter dan de vorige en de looptest slechter. Gooi maar in mijn pet. We brouwen er wel een leven om heen.

Bij de fysio gelijk spijkers met koppen geslagen en oefeningen gevraagd voor de pijn in mijn rug. Opdrukken tegen de muur, ‘planken’ op de knieën(makkelijk) en op de tenen(moeilijk). Hoofd op de handen en dan schouder liften(makkelijk), met voetenlift erbij(moeilijk). Leuk. Dat is goed thuis te doen. Twintig seconden vast houden en klaar. Ze nam er uitgebreid de tijd voor om het voor te doen.

Een uurtje overbruggen bij de kringloop was slim bedacht, want daar vond ik eindelijk mijn schildertafel voor in de huiskamer. Een handige kleine ‘balkon’tafel, die ik over de verwarming kan hangen. En een glazen snijplank, waarbij de achterkant te gebruiken is als palet. Handig en makkelijk schoon te vegen. Nu kan ik een en ander laten staan, dat nodigt uit om te werken. Heb er bijna weer de puf voor. Ook dat was weg. Rare virussen, die niet alleen je luchtwegen belagen, maar ook de energie gretig opslurpen. Oefenen, om weer een beetje meer rek te krijgen, letterlijk en figuurlijk.

WPVX1424_Moment(2)

Bij zoonlief was de kleine turf al wakker en lag pienter uit zijn donkere kraalogen te kijken. Tijd voor zijn courgettehap en de fles. Buitenkansjes zijn dat. We kwamen erachter dat ik hen nog helemaal geen ‘kinderbijbel’ als daar zijn ‘Ziezo’ van Annie. M> G. Schmidt, ‘Kikker en Pad’van Lobel, boeken van Roald Dahl of boeken van  Toon Tellegen en Max Velthuis, had gegeven. Poehbeer, Alice in Wonderland, en de Kleine Prins mogen daar ook bij. Normaal gesproken sta ik onmiddellijk met zo’n boek in de handen voor de deur.

Er staan hier nog wat prachtige exemplaren te verstoffen in de kast, nu ik ze niet meer nodig heb op school. Ik zal eens gauw wat moois bij elkaar snorren, dan krijgt hij een verrassingsbundel met een strik erom. Ze hebben het loffelijke streven om hem minstens twee jaar niet voor de tv te zetten. Ik moet daarbij erg denken aan mijn opvoedingsmodus. Suiker in de ban en geen tv in de ochtend. Alleen Tik Tak om zes uur en later Sesamstraat en nog weer later Het Klokhuis, al naar gelang de leeftijd. Dat heb ik heel lang vol gehouden, tot de VPRO begon met de zondagochtend. Ik ging overstag en het was de gezelligste ochtend van de week. Paps voetballen en ik met alle kinderen op het grote bed, een rol dubbeldekkers erbij en de meest leuke kinderprogramma’s op een rijtje.

In de benen. Er staat een lange rit op de planning. De zon schijnt. De vogels dartelen lente. Een heerlijke dag strekt zich uit. Mijn hartje, mijn duifje, wat wil je nog meer.

Uncategorized

De vlag die de lading dekte

Ik herkende haar aan de lange gelnagels in paars en paarlemoer. Ze lag op een van de kamers apart en keek veelvuldig naar de open deur. Toen ik langs kwam ook. Ik wipte aan.

Het was stil op zo’n kamer alleen. Natuurlijk was dat ’s nachts fijn, maar als je afleiding zocht voor de gedachten die maar bleven malen, dan gebeurde er op een vierpersoonskamer genoeg. Hier zag ze enkel verpleegkundigen en voorbijgangers in razende vaart langs haar deur lopen. Uitbehandeld op de dagbehandeling en met een week vakantie in Turkije in het verschiet had ze plotseling last van hoofdpijn gekregen. Niet zo zuinig ook. Heftige hoofdpijn, die gekmakend was. Op zondag, waarom toch altijd op zondag, was het echt niet meer te houden geweest en werd ze per ambulance naar hier vervoerd. Bij nader onderzoek bleek dat het mis was.  Daar ging het reisje naar Turkije. Spijt blonk door in haar ogen . Ze had zich er zo op verheugd. Nu wachtte ze op haar vriend, uh man, vorige maand getrouwd. Licht in de ogen. En op een vervolgverhaal van de artsen. Hoe nu verder en graag nog wat kwaliteit van leven. Daarna volgde een uitgebreide uiteenzetting van het gellen en nagellak en hoe de gelnagels meegroeiden met de nagels. Gek idee eigenlijk. Als je ze niet om de vier weken zou vernieuwen, zouden ze op het laatst aan de nagel zitten in plaats van erop. Grote grijns. Ze had vandaag zullen gaan. Ach ja. Het kan verkeren. Berusting op alle fronten.

Een lang gezicht, dat nog eens versterkt werd door diepe groeven rond de mond. Daar lag iemand met een niet mis te verstane boodschap.  In het kort lichtte hij zijn doopceel en toen we bij het bewuste ‘slecht nieuws gesprek’ aankwamen, wond hij zich zichtbaar op. ‘Men luistert niet meer tegenwoordig. Ze luisteren niet’. ‘Wie zijn ze’ vroeg ik. dat bleken zijn twee dierbaren te zijn, zelf beide verpleegkundige, maar niet in staat om naar de arts te luisteren. ‘Misschien zijn ze te verdrietig of te bang’ opperde ik. Dat stond op een lager peil. Ze moesten voor hem luisteren, hij kon het nu even niet. Al zijn angst wentelde hij in de boosheid op derden. Dat leidde ook af. Het was nota bene zijn beroep geweest te luisteren. ‘Het moeilijkste wat er is’, zei ik. ‘Haal je ook kopjes thee’, vroeg hij. Het was genoeg geweest.

De man in het bed aan de overkant wilde ook stoom afblazen. Hij was met een kruiswoordraadsel bezig. Nee, crypto’s was veel te ingewikkeld. Vanmiddag kreeg hij te horen wat er mis was. Ook hals over kop opgenomen met klachten. Allerlei onderzoeken gehad en nu maar afwachten. Hij was nog onbevangen en had die laconieke houding van komt tijd, komt raad. Het bleek dat we een gemeenschappelijke kennis hadden. Die kwam vanmiddag op bezoek. Hij zou de groeten doen en schreef mijn naam boven het raadsel.

Het was de ochtend van de gesprekken. Bij alle kamers waar ik binnen ging wilden mensen vooral hun verhaal kwijt. Omdat het hoog zat, omdat het de verveling brak, omdat ze stoom af wilden blazen en omdat het fijn was om weer eens iemand anders dan de witte uniformen te zien.  Een beetje afleiding in deze donkere dagen.

In de lange gang beneden lag iets op de grond. Dichterbij zag ik het. een papieren muts, in de haast misschien afgevallen en onopgemerkt. Eenzaam lag hij daar, terwijl iedereen langsheen snelde.

IMG_8050

Buiten wisselde de lucht van kleur. Het beeld van kunstenaar Jits Bakker bracht een ode aan de snel voorbij trekkende wolken boven haar hoofd, waar een zonnestraal beloftevol doorheen scheen. ‘Circle of life’. De vlag die de lading dekte.

Uncategorized

Ontvangen en gelezen

Een noodkreet van een medeblogger. Ze vraagt zich af of we niet wat meer open over onze innerlijke pijn kunnen zijn, omdat het minder eenzaam zou voelen, als je die zelf voelt schrijnen. Ze omschreef het probleem goed. Bij anderen lijkt het allemaal zo makkelijk te gaan. Lijkt is schone schijn. Het verleden toont een spiegel met haar gezegdes: ‘Bij een ander is het gras altijd groener’ en ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’. Niets is wat het lijkt.

Het delen van die pijn is iets wat je doet met de uitverkorenen. Je eigen naaste vrienden, een betrouwbaar familielid. Ook daar wisten ze vroeger wel raad mee. ‘De vuille was niet buiten de deur zetten’of je goeie naam niet te grabbel gooien’, alles wat deuken op kan leveren in het imago moet vermeden worden.

008

Een nuance is dat er praters zijn en binnenvetters. Een binnenvetter zal nooit het achterste van zijn tong laten zien. Dat wordt bewaard tot in lengte der dagen, om uitgebreid en lang op te kauwen. Ze zwijgen in alle toonaarden. De praters zijn altijd bezig met ventileren. Of dat nu in een dagboek is of in hun hoofd, tegen derden of in een blog, ze schrijven al hun leed en verdriet van zich af. Er is nog een ander soort prater. Die overschreeuwen zichzelf en hun angsten en trekken het masker van de schijn over hun verhalen heen. Ze verschuilen zich. Deze laatste prater is moeilijk uit te pellen. Voordat je bij hun innerlijke emoties komt, is er een lange weg te gaan.

Daarnaast spelen nog meer factoren een rol. Ben je optimistisch of niet. Lacht het leven vaker dan dat het huilt. Hoe ervaar je schoonheid, groots of meeslepend of juist in het kleine leven. Vind je troost in de natuur. Ben jezelf een makkelijke prater. Welke betekenis geef je aan het leven. Mooie filosofische vragen om de diepte in te gaan. Bovendien ben je het niet allemaal, maar zijn er periodes, waarin een bepaalde gemoedstoestand je overkomt. Het is de vraag of je er op dat moment over kan praten. Soms schroeft leed letterlijk en figuurlijk je keel dicht. Er zijn dan jaren nodig om het een plek te kunnen geven en nog blijft het schuren.

De wetenschap dat het zo is, dat iedereen dat kruis draagt zou voldoende kunnen zijn. Bovendien is dat leed al in de kleinste dingen te merken. Een opmerking, die men maakt, een oogopslag, een arm om iemand heen, een kwinkslag, een afwerend gebaar. Lichaamstaal zegt veel meer dan de woorden die eruit rollen. Het lezen van mensen noem ik het. Begrijpen wat er gezegd wordt tussen de regels door. Er gaat een wereld voor je open, als je daar op let. Dan is er geen vooroordeel dat een blokkade opwerpt, maar de ruimte om te ontdekken en te ontvangen.

In het ziekenhuis waar de maatschappelijke status wegvalt en iedereeen lichamelijke pijn deelt, valt een deel van die uiterlijke kenmerken weg en is de behoefte om te delen groot. Daar is innerlijke en lijfelijke pijn met elkaar verstrengeld en het luisterend oor het allerbelangrijkste. Omdat het verzacht en het helpt om je hart uit te storten.

Een oude Indische wijsheid leerde mij: ‘Elke glimlach die gij uitzendt, keert weer tot U terug’.  En dat is het allereerste gegeven. Jezelf openen ontsluit een nieuwe wereld. Want leed, innerlijk leed, laat zich uiteindelijk graag delen, als er ruimte is om ontvangen en gelezen te worden.

 

 

Uncategorized

Nog even onder zeil.

De wereld in een ander licht. Daar moest ik aan denken toen vanmorgen vroeg plotsklaps na een heftige bui, waar ik middenin zat, de hemel openbrak en een stralende ochtendzon volop de ruimte gaf. Onmiddellijk was er weer ondernemingsdrang, maar eerst riep het bed. Na een uitgebreide wake vannacht had vooral de huid onder de ogen behoefte aan een paar uur slaap.

IMG_8044

Het was lang geleden, dat ik iemand tekstballonnen op had horen laten onder de dromen, die er binnen kwamen. Zoonlief kon er als kleine jongen wat van. Hele verhalen kwamen in flarden voorbij, terwijl mijn moederlijk luisteroor  de samenhang trachtte te breien. Het was zijn manier om de dag te verwerken.

Nu ook weer. Het opschrijfboek lag onder handbereik. Geen beter verdrijf in een stille nacht dan krabbelen, lezen, luisteren en observeren als de nood niet aan de man is.  ‘Bedje, warme bedje’.  Een zwaaiende hand: ‘Wat geeft het nou. ’t Is niets. Mijn nek au au au, dat doet zeer hè mannen. Mijn zuster is thuis, tuurlijk is mijn zuster thuis. Laat ze maar. Tuurlijk wist ik dat wel. Ik wist dat wel. Nou dan moet je gaan zwemmen , ik ga ook. Nee, dat hoort ook niet. Oei, warme melk, zeker achteruit en vooruit. Tsjonge warm, je mag er wel bij hoor, ja, zeker weten’.

GLET4912 krabbels

Tijdens het krabbelen gaat het noteren vanzelf. De persoonlijke lading is er tussen uit geknipt. Zo ging het met vlagen de hele nacht door. Tussendoor nog ergens een gezellig praatje met wat crackers en kruimels in bed en druiven toe. Over snoep voor een cent en de jeugd van tegenwoordig: ‘Kom daar nog maar eens om’. Terug in diepe slaap gaf mij stof genoeg om te overpeinzen. Door een wolkbreuk naar huis.

IMG_8041Het dilemma

Terwijl er tegen het middaguur beneden onder mijn raam een groot probleem een aantal mensen flink bezig houdt, schuiven er wolken voor de zon. Als het kon, blies ik ze weg. Grijzigheid genoeg gehad. Het correspondeert met het tafereel daarbuiten. De heftruck, die tot aan haar assen is weggezakt in de zachte modder van wat eens een mooi grastapijt was, voor men met de aanpak van de wijk was begonnen. Steeds meer mannen komen erom heen staan. Schuiven met grondplaten, die al veel eerder gelegd hadden moeten worden. Heftruck nestelt zich nog wat dieper. ‘Knappe vent die me hieruit krijgt’ schudt het gevaarte als de heffer heen en weer zwaait met een man erin. Er staan behalve de mannen ook steeds meer werkmansbussen om heen. Er vindt druk overleg plaats.

IMG_8042

Voorzichtig piept het blauw weer door en schuift er voor de heftruck een forser formaat, die de klus moet klaren. Terwijl de man in de heftruck rijst op mijn ooghoogte, schuift de grotere hefarm eronderdoor en klikt een dikke kabel aan de blauwe.Met kleine rukken trekt hij hem uit de benarde positie. Iedereen kan weer opgelucht ademhalen. Het is zo spannend, dat ik vergeet het moment supreme vast te leggen. Beide wagens staan weer op de rit. Een paar mannen bezemen het vuil weg, een ander spit de kuilen vol. Klus geklaard.

Slaap hangt nog een beetje tegen de vermoeide oogleden aan. Gedachten springen weer op nul. Ik ga nog even onder zeil.

Uncategorized

En de rust weer nederdaalt.

In een pamflet van Steffi de Pous over het leven op Lesbos stond een belangrijke zin. ‘Angst drijft ons uit elkaar, maar liefde brengt ons bij elkaar. Ze pleit voor het laatste en voor begrip voor mensen in de kampen die uit nood bokkensprongen moeten maken. Te weinig toiletten, te weinig eten om de kinderen te voeden, zodat ze de broodnodige vitaminen binnenkrijgen. Te weinig van alles. Angst voedt de instandhouding van die kampen. Angst regeert waar de EU het af laat weten.  Dus moet de gewone burger het doen. ‘Moedig voorwaarts’ besluit ze dapper.

Gisteren keek ik naar ‘Floortje terug in Nepal’. Daar was een staaltje liefde te zien van het eerste uur. Een dappere vrouw die ter plekke de handen uit de mouwen stak met een goede Nepalese vriend. Samen zetten ze een school op voor de 51 geadopteerde weeskinderen en  die school groeide uit tot een campus waar kinderen naar school konden van klein tot groot. Duurzaam, selfsupporting qua eten en energie, ruime lokalen, frisse aankleding. Floortje was bij de opening. Wat overtuiging en liefde al niet vermag. Deze jonge Amerikaanse had in die jaren in een betrekkelijk korte tijd een depressie en een nieuwe liefde verwerkt. De laatste was mee teruggereisd naar Nepal en gebleven . Die liefde werd bezegeld met een prachtige dochter. Ze vertelde aan Floortje geleerd te hebben dat diep verdriet en diepe vreugde hand in hand gingen. Liefde overwint.

Het was een goede keuze na de mijmering van gisteren. Mondo zorgde voor de balans door het tempo doeloe van ooit eens flink aan de tand te voelen met behulp van Marion Bloem, Adriaan van Dis en de nog jonge Lara Nuberg en Thom Hoffman naast Kester Freriks als gematigd denker. Ook hier een boodschap. Natuurlijk voelt het voor veel mensen die daar hun roots hebben als ‘Die goeie ouwe tijd’, een vleug tempo doeloe, een weemoedige terugblik. Voor persoonlijke verhalen kan dat heel goed. Maar als je de geschiedenis beziet was het alles behalve senang  en is het goed om de bewustwording daarover levend te houden. Niet alles kan bedekt worden met de mantel der liefde.

Het kleine leven gaat ook door. In de vliegende storm een bliksembezoek aan dochterlief en haar gezin met als bonus de komst van zoonlief met zijn kersverse gezin. We soepen samen vegetarisch en genieten. Een ingewikkelde kleurplaat in een Freek Vonk magazine wordt er bijgehaald onder het mom ‘samen kleuren, ja gezellig’. Kleinzoon heeft de regie. Om en om een blaadje. De jongste spruit kijkt pienter de wereld in en kluift af en toe op zijn vingers. Tandjes, de eerste en al vroeg met vier maanden. Spuitluiers, gebroken nachten  en zeveren, het is ook zo. Wat vergeet je de ongemakken toch snel.

Dat is de volgende zalving. Als het leed eenmaal geleden is, dan wordt alles lichter. Het levert veerkracht op en energie. Het aloude ‘Na regen komt zonneschijn’ ploft in een klein wolkje omhoog. De laatste klus was het eten geven aan de oude diabeteskater van dochter Frankrijk. Ze wonen tot aan de hemel, zo voelt het met alle trappen. Ik sta te worstelen met haar sleutels, tot ik ontdek dat het mijn eigen sleutels zijn. Vergetelheid uw naam is vrouw en ouderdom. Kattenbeest mauwt luid, voor een wankele bejaarde, zijn lankmoedigheid en geeft kopjes langs de benen.

Thuis wacht lieve Pluis, die onmiddellijk een rivaal ruikt. Ze komt gezellig naast me liggen op een gepaste afstand en samen zien we hoe voetballend Nederland de bal laat rollen en de de rust weer nederdaalt.

 

Uncategorized

Al naargelang de behoefte

Op platform HetKind van het Nivoz geeft een moeder aan hoe een discussie over robotisering met haar pubers een staaltje realiteit meekrijgt, als ze naar een supermarkt gaan. De cassière toont compassie met een oude man, die boven zijn boodschappen in huilen uitbarst, omdat zijn vrouw twee weken terug is overleden. De cassière bedenkt zich geen seconde, komt resoluut achter haar kassa vandaan en troost de man in haar stevige armen. In de rij is iedereen tot tranen geroerd, zelfs de twee pubers. Conclusie: ‘Dat had een robot nooit gedaan’.

troost 2 Troost bieden

Daarna zag ik op twitter een bericht voorbij komen van een groot kordon van politie, om, in de Oekraïnen, een menigte dorpsbewoners tegen te houden. De laatsten waren  tegen de komst van 70 evacué’s uit Wuhan. Ze staken autobanden in brand en bekogelden de bussen op weg naar het ziekenhuis toe uit angst voor het Corona-virus. ‘Is dit echt’, vraagt iemand zich eronder af. Met ongeloof bezie ik het tafereel. Het eerste bericht staat haaks op het laatste..

De hemel huilt mee, lijkt het wel. Een paar sombere grijze dagen hebben een stralende winterdag vervangen. Het grijs maakt smoezelig en grauw en verdubbelt door de spiegeling in het natte asfalt. De merel, die in het begin van de week nog zo hoopvol zong, houdt wijselijk zijn snavel en schuilt om het verenpak droog te houden. Buiten plakt een mug tegen het raam als zwak protest dat het toch echt bijna lente is.

Iemand vertelde me laatst geen kranten meer te lezen of televisie te kijken. Al het wereldnieuws voegde niets toe en het Nederlandse nieuws was geneuzel in de marge. Ik kijk gefragmenteerd en het liefst naar de schoonheid van het leven. In wezen schift ik ook. Het nieuws neem ik wel altijd mee, om op de hoogte te blijven. Dat is het dilemma. Wat moet je doen als nieuws je depressief maakt of je machteloos laat voelen.

Het is fijn dat je ‘Uitzending gemist’ kan kijken. Vandaag staan ‘Mondo’ en ‘Floorje naar het einde van de wereld’ op de rit. Heerlijke programma’s die toevoegen, omdat ze laten zien dat er heel wat meer mogelijk is dan weeklagen en daarmee vormen ze de belangrijke tegenhang voor al die negatieve berichten. Dat is dan ook het antwoord voor vriendinlief. Zoek een balans tussen positief en negatief.

Daarnaast zijn er nog de ‘zegeningen’. Onverwachte gebeurtenissen of ingevingen. Vannacht was er weer zo een. Midden in de nacht liggen piekeren over een naam voor mijn schrijfsels voor een blad, toch wegdoezelen en dan ineens wakker worden met een lumineus idee. Al puzzelend de woorden verhaspelen en samenvoegen, betekenissen verifiëren op de computer en dan rijst het boegbeeld uit de losse lettergrepen omhoog, compleet met ondertitel en klaar om te gebruiken.  De euforie, zo’n heerlijk gevoel.

Netflixen doe ik nauwelijks. Toen ik niets anders meer kon, heb ik wat films gekeken, maar liever ga ik naar een filmhuis. Gewoon, lekker in het rode pluche met een handvol mensen. Daarnaast zijn er de boeken, die me meevoeren in hun verhaal, waar ik me in kan verliezen of over kan mijmeren op elk zelfgekozen uur van de dag en die de balans bieden in melancholie, tederheid, verdriet, of  blijdschap. Al naargelang de behoefte.

 

Uncategorized

Die vervulde dag

‘Dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve Gerritje…’gonste in mijn oren, toen vriendin en ik richting het Noord Brabants Museum reden. Ze had uitgeplozen dat we de auto kwijt konden in het transferium en vandaar met de bus voor 4 euro in totaal naar het centrum vervoerd werden.

IMG_7989

Het zag ons geel en rood voor de ogen en opvallend veel ‘fanfare’ bleek achteraf de stedelijke uitdossing van de Oeteldonkse carnavalesken te zijn. Ze trokken uit solidariteit met het principe: ‘Iedereen is gelijk’ vrijwel uniform in een boerenkiel of een jas met epauletten door de stad. Ook de hand losjes geopend om een glas bier vast te kunnen houden, stond er gelijk aan. Het was half twaalf. Die saamhorigheid in de uitdossing was te waarderen. De stad was omgedoopt tot Oeteldonk. Dat waren we vergeten.

Bij het museum waren alle kluizen bezet. De schrik sloeg ons om het hart en visioenen van horden mensen die zich verdrongen voor een schilderij doken op. Al gauw kwamen we erachter dat men grosso modo voor de Weense kunsten kwam. Pak van ons hart.

Het restaurant zat ook vol. We mochten aanschuiven bij een ouder echtpaar, waarvan de vrouw haar doofheid vertaalde naar de echtgenoot en boven het geroezemoes uit probeerde te komen met haar verhalen op oorverdovende sterkte. Knop om en focus op elkaar is dan de beste remedie. We hadden heel wat tijd te overbruggen en hielden niet op met ervaringen uitwisselen en mooie gedachten te delen,onder het genot van een simpele boerenboterham met oude kaas en een heerlijke warme thee.

In een vorige tentoonstelling ‘A Chinese journey’, die bestond uit de verzameling Chinese hedendaagse kunst van Uli Sigg, had ik al een voorproefje van het werk van Shao Fan gehad. Nu er de tentoonstelling ‘Between truth and Illusion’ was van werk van deze kunstenaar zagen we onze kans schoon. Vandaag stond in het teken van de Tao konijnen van Shao fan. We liepen Sluyters voorbij, lieten Wenen links liggen en stevenden verwachtingsvol af op de twee zalen met zijn werk.

085

In de luwte zweefde de rust, die zo bij zijn uitgangsprincipes hoorde. Konijn en haas ziet hij als ‘hybride wezens’ tussen mens en dier. In de Taoïstische traditie worden ze geassocieerd met onsterfelijkheid en een lang leven. Zijn konijnen of hazen hebben een menselijke uitdrukking, zijn gezichten een zeer ‘konijn’inklijk voorkomen. De ogen zijn gelijk van vorm met toetsen van rood. De armen en benen vermenselijkt. Het verloop van de lange konijnenlijven in de achtergrond is subtiel en verfijnd. In een korte film is te zien hoe hij te werk gaat. Een tipje van de sluier, want over de bewerking van zijn doeken zie je niets. Hij gebruikt voor elk doek een boeiende techniek. De lange rijstpapieren vellen met tekeningen in inkt vond ik het mooist.

In die korte documentaire gaf hij aan dat in China heel anders gedacht werd dan in het Westen. Men ging veel meer uit van schoonheidszin en daarin werd de traditie weer omarmd. Die filosofie vonden we terug in zijn werk.  De sigaret in zijn handen kringelde hem in een tegenstrijdig rook. Als de dieren op zijn doeken, die vervagen in de mist, de hoofden die verdwijnen achter een schaduw.

Het bankje stond onhandig rechtstandig op het scherm. We konden alleen achter elkaar zitten en kijken. De neiging was er om de bank om te zetten. Later vroegen we het aan een bewaker. Alles was in de geest van de Feng Shui. Het verdraaien van de stramme nekwervels gaf echter een totaal andere beleving.

Al met al waren we gelukkig. En passant namen we een tipje modern en een vleugje Jan Sluyters mee en omzeilden Oeteldonk door een winkel in te schieten waar naast mode ook sieraden en kunst werd verkocht. Daar hoorden we het verhaal van de gemeenschapszin tijdens carnaval.

En route om samen bij haar thuis, met een warme kop thee, door te borduren op al die gespotte schoonheid, terwijl de mezen feest vierden onder de overkapping.  Met het hoofd vol reed ik, in de kleine blauwe, op huis aan.  Hij snorrend en ik evenzeer door die vervulde dag.

 

Uncategorized

Een die beklijft en levend blijft

Het is de week van de vroege ochtenden. Dat wil zeggen, vroeg wakker ben ik altijd, maar er zit een verschil tussen vroeg klaar voor vertrek of een ochtend langzaamaan. Het laatste heeft mijn voorkeur in het op adem komen, maar voor de eerste is ook wat te zeggen, omdat een dag twee keer zo lang wordt. Tegelijkertijd is dat tevens mijn valkuil, want de neiging is er om die dan volledig te benutten.

Gisterochtend was er een vergadering voor het blad met mijn verhalen voor de jeugd. Het thema is, zoals altijd rond bevrijdingsdag, de oorlog, in dit geval specifiek 75 jaar bevrijding en de hoofdrol zal weggelegd zijn voor de oorlogskinderen. Hoe hebben ze geleefd, wat waren hun doelen, hoe verschilde het leven van toen met het leven van nu, projecten voor scholen met deze en subthema’s. Heerlijk om over te brainstormen en de diverse verhalen te horen, die er in omloop zijn over de twee dorpen van vroeger, waaruit de huidige gemeenschap is ontstaan. Jutphaas en Vreeswijk.

De meeste van die verhalen zijn overleveringen. Herinneringen, die geboekstaafd zijn. Of alles werkelijk zo gebeurd is, is niet snel met zekerheid vast te stellen. Sommige van die herinneringen zijn zo mooi en ontroerend, dat ze, hoe dan ook, een bijdrage zullen leveren aan het voorstellingsvermogen, dat we willen krijgen over de oorlog.

Al die verhalen die ik gisteren hoorde, nemen hun plaats van belangrijkheid in in mijn hoofd, zweven door elkaar, lijnen scherp uit en vervagen weer. Dwars er doorheen golft de film van afgelopen zondag: ‘For Sama’ en het Syrische meisje Bana Al-Abed door haar imponerend verslag van haar beleving in het boek ‘Hallo wereld’. Het is een grabbelton aan beelden. Zo werkt dat in het brein van deze verhalenverteller.

Door een van de verhalen komt ook het sprookje van de zeven geitjes naar boven. De jongste geit, die zich verstopte in Grootvaders klok, als de wolf met een sluwe list het huis binnen was gelaten toen moeder weg was voor een boodschap. Dat kleine geitje zat zo goed verstopt, dat het als enige niet door de wolf werd verslonden. ‘Wie niet sterk is moet slim zijn’ en’ klein, maar dapper’ zijn beide van toepassing.

In de groep hebben we hetzelfde thema gebruikt om een grote staande klok te maken, waar de kinderen echt in pasten. Daar was een gote koelkastdoos voor nodig en een ingenieus klokkenspel in een kleinere doos erboven op. Alles werd opgeschilderd, er kwam een slinger in en een ‘echte’ ruit, karton met cellofaan bespannen, als deur. Er ontstond een levendige theaterhoek en de kinderen speelden ermee tot de klok, na zes weken, letterlijk uit elkaar viel. Het geitje was niet nodig, want dat waren ze zelf. Alleen al met het woord grootvader uitleggen hadden we plezier. We telden achteruit tot bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-overgrootvader, terwijl we in de tijdlijn boven de kring steeds zo’n 25 jaar terug  aanwezen. Het werd een heerlijke happening.

005 Voorbeeld van een groot projectwerk

Ik bedoel maar, zelfs in tijden van oorlog valt er te referen aan de wereld om ons heen of objecten en verhalen van lang geleden. Het zal nog een tijd blijven gisten, daarboven en dan rolt er weer wat uit. Bana heb ik nodig om de link te leggen tussen heden en verleden. ‘For Sama’ blijft het beeld in eigen hoofd. maar daardoor wil ik benadrukken dat kinderen altijd blijven spelen, hoe angstig de situatie ook zal zijn. Niets haalt het spel uit het kind. En vooral het belang van  de kracht van het kleine geitje, dat met een list aan de barre werkelijkheid wist te ontsnappen. Herineringen, aangedikt of niet, zijn er om te delen en om er een nieuwe werkelijkheid mee te creëren. Een die beklijft en levend blijft.

Uncategorized

Als een steen in het water

De dwergkonijnen achter de parkeerplaats van het ziekenhuis waren in geen velden of wegen te zien. Een schare zilver-en zwartkopmeeuwen hadden zich het terrein toegeeigend.  Het verloop was rustig, één kaart slechts voor iemand, of ik die even voor wilde lezen. Natuurlijk. Een hele bijbelse tekst met een aangrijpende zin als begin. Dus wat onvast kwamen de woorden eruit. Het was misschien de combinatie van ernstig ziek zijn en bidden voor, dat dat veroorzaakte. Hij was er erg blij mee. De gekozen kaart kwam bij de wand vol, achter hem. Waarom hangen die kaarten in het ziekenhuis toch altijd achter iemand, vroeg ik me af..

In de wachtkamer bij de dagbehandeling was de kleine bliksemafleider er weer en zijn moeder. Terwijl haar vader en moeder naar hun plek liepen, knoopte ze een praatje met me aan over hoe groot de impact was, die zijn ziek zijn had op de kring om hem heen. Ze ging al een jaar lang trouw de avond ervoor mee, en bracht ze na de behandeling  terug naar huis . De afstand was te ver om het dezelfde dag zonder file-leed te kunnen afleggen. Haar zoontje wilde de laatste keren mee. In een paar zinnen tekende ze het beeld van de thuissituatie. Een en een is twee.

De vrouw en de dochter roerden de behandeling aan. De therapie, die ze al maanden onderging,  had goed aangeslagen en ze voelde zich er goed onder. Zo lang het goed bleef gaan ging de behandeling door. Ze vond zelf dat het een grote wissel trok op haar omgeving en verlangde naar rustig vaarwater.

Er lag een kleine Teddy naast haar kussen. Samen met vriendin aan haar bed gleden we van ANWB-geënte stereosetjes naar bergschoenen en echte kloffen. De eerste soort had ze onder haar bed staan en zwoer er bij. Dertig jaar drogisterijen betekende veel loopwerk, ze wilde niets liever dan die schoenen voor het voetenwerk. We lachten erom. Daarna kwamen de bejaarden van nu aan bod, met tehuizen die Tiroleravonden en Bingo organiseerden. Wanneer zou de tijd aanbreken dat ze eindelijk een goede rock-coverband aan zouden kondigen. De ochtend gleed voorbij.

Ze liep op de dagbehandeling steunend op de infuuspaal. Moest af en toe op adem komen. Later zag ik haar in de gang dwalen. Hier was iemand de tijd aan het doden. Ik sprak haar aan en vertelde van het dagverblijf hier. Ze was al anderhalve week op de afdeling, maar had het nog niet ontdekt, somde een lijst aan ongemakken op, vier jaar na de eerste ontdekking was het nu. Hier hoef je niet te vragen wat er dan ontdekt was. Ze ademde zwaar. Eerst moest de voeding weer op gang komen. Aan de paal hing een sondevoedingszakje, geen infuus. De vervolgstappen moesten goed zijn, dan de operatie, dan pas verder denken. Het verhaal ondersteunde het fragiele lijf. ‘Voorlopig ben ik hier nog wel’, lachte ze. ‘Ik ga voor je duimen’ beloofde ik. ‘Graag’. Ze ging op zoek naar het dagverblijf. ‘In dat kamertje komen de tijd en de kwaal alleen maar op je af’.

IMG_7964

Bij het wegbrengen van drie buisjes bloed naar het klinisch laboratorium was er een ingenieuze doorkijk naar de entree.

Bij terugkomst zat het echtpaar aan de tafel. Hij had liefdevol de hete thee met koud water aangelengd. Ze beaamde zijn zorgzaamheid. Ze bleef hier onder behandeling tot ze dood zou zijn, was haar directe antwoord op de vraag. Ze kwam hier al zolang dat ze iedereen bij de voornaam kende. Die noemde ze ook expliciet als een van de verpleegkundigen haar aansprak. Bij alle antwoorden die de man gaf, verbeterde ze hem. De man schoof ongemakkelijk heen en weer en zweeg verder. De volgende keer schiet ik hem aan bij de koffiemachine, bedacht ik me. Uit zijn houding viel te lezen dat er een wereld van emoties schuil ging.

Het was de dag van de cirkels, die uitwaaierden, zodra iemand een diagnose had gekregen. Onrust, hoop, en angst, gelatenheid, berusting en optimisme als wapen tegen dat zwaard van Damocles. Het rimpelde uit als een steen in het water.

 

 

 

Uncategorized

Koninginnen van het eigen bestaan

Nog is het donker en vrij stil voor een woensdagochtend. Normaal komt het verkeer om vijf uur al op gang. Het lijkt wel zondag. Gisteren was ik om tien uur al in het ziekenhuis voor een vergadering met de waakmaatjes. Nieuwe mensen worden voorgesteld. Er worden ervaringen gedeeld en vragen beantwoord. Passie en drijfveer komen aan bod. De meesten van ons komen uit de zorg. Iemand heeft langdurig mantelzorg moeten verlenen en nu dat wegvalt is dit een mooi alternatief. Vooral bij angstige mensen kan een waakmaatje een grote steun zijn. Je niet alleen weten in het uur van de dood en als je daar behoefte aan hebt, een hand om vast te houden, afleiding krijgen, iemand die aan de bel trekt bij pijn. Voorzover dat kan in een klinische sfeer, geborgen zijn. Er wordt over je gewaakt. Mooi omdat met elkaar te delen.

100_5990

Het weer is opgeklaard na een regenbui en na afloop rij ik naar de tuin. Eens kijken wat de twee stormen van de afgelopen weken hebben aangericht. Bij het huis op de kopse kant van ons deel ligt de hele voorpui eruit. De zijkanten zijn verzakt en alles hangt er hulpeloos bij. Wind blaast over een grasmaaier. In deze veengronden is het fundament het allerbelangrijkste. Dat hebben we met het vorige huis gemerkt. Bij de oude staat de hut ook op instorten. Hij heeft alle spullen onder een zeil gelegd. Bij beter weer wordt het afgebroken. Daarna komt er een grote kas te staan, compleet met kachel. Een mooie alternatieve werkplek. Drie tuinen verder, op de hoek, staat eenzelfde. Het ziet er strak en solide uit.

100_5989

Voor het eerst sinds lang pak ik de penselen weer op en een oud doek. Oker eroverheen en opnieuw beginnen met een portret. Op mijn eigen eigenzinnige wijze, kloddertje hier en kloddertje daar, duw en trek ik er vorm in, rondingen, licht en donker. Ben benieuwd waar het toe zal leiden, maar het is heerlijk om weer een beetje mezelf te mogen zijn. Terwijl de verf droogt, bezie ik de tuin. Weinig winterschade en de guirlande d’amour en de vlier zijn volop aan het uitlopen. Er moet gekortwiekt worden. Als de snoeischaar niet afdoende blijkt, wil ik de zaag halen die nog bij de oude in de kleine kas ligt.

100_5997

Als ik de hoek omkom, schrik ik me een hoedje, want daar staat onverwacht vriend van de oude in de deuropening. Die schrikt al even erg. We kunnen er smakelijk om lachen. Hij stond in het zonnetje om een beetje op te warmen. Ik had het nog niet koud gehad in mijn doorzonatelier met dubbele beglazing en isolatie. Wat een luxe. Hij komt kijken naar de guirlande en leent me de grote snoeitang van de oude. Die knipt in een beweging dikke takken weg. Guirlande klinkt als een engel, maar grijpt om zich heen als een gemene kobold. Elke tak is bezaaid met doornen, die zich geniepig in elk stuk bloot vel zetten en zich vast haken om nooit meer los te laten.

100_5996

Het kan niet op de composthoop vanwege de stekels. Halverwege het klein knippen moet ik stoppen. Het is genoeg geweest, zegt het vege lijf. Met de riek duw ik het op een hoop. Straks is er weer een dag. De ezel gaat terug op haar plek, nog even genieten van het uitzicht en dan naar huis. Roodborst is alweer vertrokken, zodat koolmees het rijk alleen heeft en daar dankbaar over zingt. Dat hebben we gemeen. Koninginnen van het eigen bestaan.

 

 

 

Uncategorized

Die lente

Een prachtige lucht buiten als ik mijn ogen open. Zo fijn om daarmee wakker te worden. Een van de redenen om nooit de gordijnen te sluiten. Het zou niet eens kunnen, want dat zijn ‘gezichtsbedrogjes’ van een halve meter. Het licht kleurt de wereld zachter.

IMG_7957

Gisteren dacht ik een afspraak te hebben met de longarts. Gelukkig zat de uitnodiging met magneten op de koelkast geplakt en zag ik nog net vanuit mijn ooghoeken, dat het pas tien dagen later was. Dat leverde een vrije dag op. Dus richting kringloop Eemnes, op jacht naar een schildertafeltje voor in de kamer naast de ezel, om met lege handen door te rijden naar Naarden, waar een hele grote kringloop is. Altijd fijn om in die contreien te zijn. De binnendoor wegen, hei, bos en pittoreske dorpen. Ook in deze kringloop lou loene .

IMG_2868

Naarden is als oude vestingsstad nog helemaal intact. Door al de stoffige ruimtes, had ik zin in een banjertocht langs de vestingswallen gekregen. Het was niet koud, de zon scheen veelvuldig tussen de buien door en het pad lag er uitnodigend bij. Halverwege kwam ik erachter dat ik de Iphone in de auto had laten liggen. Het fototoestel had ik nog net uit de kofferbak gegrist. Kraai keek hoog en droog toe wie het gebied betrad. Een enkele vooorbijganger zei vriendelijk gedag. In de grote grachten om de vesting heen zwommen kuifeenden en futen, ze gakten luid als ik langs kwam, verontwaardigd haast, hoe durfde ik ze te storen. In de hoek  bij een van de vele bruggetjes stond de kleine groene tent van het loze vissertje. Hij haalde uit en haalde in zonder vangst.

IMG_2891  IMG_2960

De vesting loopt in een stervorm en kent zes bastions. Vanuit de rand heb je een mooi zicht op de wallen en de karakteristieke toren van de Vituskerk. Lente sproot overal de grond uit in de vorm van de kleine krokussen, dikke wilgenknoppen en de zon strooide handen vol met gouden spikkels in het rimpelende water. Speenkruid hier en daar en gele mosterd tussen de gouden rietpluimen.

Onder de Utrechtse poort door zaten zwijgend twee leeuwen en hielden de wacht. Daarna ging het vestingsswal op en af omdat ik niet wist hoe het verder liep en het was vermoeiender dan ik dacht.  Daarop besloot ik maar door het dorp verder te llopen. Iedereen die gek is op gevels in alle soorten en maten kan hier naar hartewenszijn vreugde halen. Ook hier bloeide de lente welig, zelfs een schoenlapper en de hemelsleutel, in de kleine stadstuinen in potten voor de huizen.

Een donkere lucht zat me op de hielen en ik bedacht dat het even doorstappen zou worden om voor de bui bij de kleine blauwe Prins te zijn. Dat lukte net op het nippertje. De tocht had een dikke anderhalf uur geduurd. de muizenissen waren weg en al het stof verdreven. Het was druk op de weg, maar de file begon pas bij Utrecht, zoals te doen gebruikelijk daar waar een aantal snelwegen in elkaar grepen. Boodschappen voor de beloofde maaltijd aan de jongens en nog een verbaasde ontmoeting met een kind en de moeder van mijn oude school. Altijd fijn hoe het is gelopen met het kroost, dat ooit liefdevol opgenomen en begeleid als jonge eendjes, nu uitgegroeid zijn tot jonge zwanen met een eigen koers.

IMG_2954

Een geslaagde ontdekkingstocht en voldoening om al het schoons, laat ze nu maar los barsten, die lente.

Uncategorized

Het schrijnt

Nog nooit heb ik een bioscoopzaal zo stil horen zijn als gisterenmiddag. Er klonk geen gekraak, geen malende kaken, geen geslurp of theeglazen die omvielen. Iedereen zat ademloos middenin het strijdgewoel van Aleppo bij de film ‘For Sama’. Ik denk aan de holocaust en de woorden ‘Wir haben es nicht gewusst’. Toen werd een heel volk verjaagd en ontelbaren vermoord en hier, onder de ogen van de Westerse wereld, daalde het Armageddon in volle hevigheid neer. Er is over gelezen, er zijn beelden van op televisie, maar hier in die indringende, oorverdovende stilte, horen we de bommen en granaten inslaan, zien we welke directe gevolgen dat heeft op onschuldige burgerslachtoffers, sterven kinderen onder de handen van artsen en zien we hartverscheurende taferelen van kinderen die zien hoe hun broertje, een neef sterft. Het immense verdriet daarbij. Een moeder die, hartverscheurend, haar dode kind opneemt en met zich meedraagt naar huis.

hallo wereld 2

In het boek ‘Hallo Wereld’van de zevenjarige Bana Alabed staat voorin een uitspraak van Anne Frank: ‘Hoop doet leven, maakt ons weer moedig en maakt ons weer sterk’. Hoop spreekt uit de ontluikende liefde, uit de kleine tuin met oleander, kamperfoelie en roos, uit de bezegeling van de liefde met de komst van de kleine Sama. Daar begint ook de angst. Hoop en angst wisselen elkaar af. Wurgend soms, als dood verandert in een rood fluïdum over alles heen, leeggesijpeld, weggestroomd.

De man naast me wil aan het eind een gesprek beginnen, maar met een dichtgeschroefde keel wil ik alleen zijn, uitwaaien in de wind, bij de zojuist opgedane ervaring blijven, gedachten vorm geven, woorden vinden. Wat maakt dat men tot een dergelijke verwoesting overgaat. Wat drijft mensen ertoe om stand te houden in die belegerde stad. Je niet gewonnen geven krijgt zoveel meer betekenis na het zien van deze film. Wat een keuze is, blijkt ook de kracht om door te gaan met handelen in die in het geheim opgezette ziekenhuizen, die uiteindelijk geen van allen veilig blijken te zijn, maar zelfs doelwit worden. Er is een man die na het zoveelste kind dat in zijn armen sterft vertwijfeld uitroept, ‘Zij hebben dit niet verdiend’. Kinderen die in bomkraters duiken, die een oude bus opschilderen met geel en oranje en schoolbusje spelen in het uitgebrande karkas, omdat een kind te allen tijde het gezicht is van de hoop.

Schrijnend is het beeld van een wereldstad die totaal verwoest is en verlaten, als het laatste pièce de resistance is gebroken en de overgebleven groep van het burgerverzet  gedwongen wordt om te vertrekken.

Hallo wereld

Bana draagt haar boek op aan alle kinderen die lijden in een oorlog. ‘Jullie zijn niet alleen’, zegt ze, want het ‘in de steek gelaten voelen’ drukte een stempel op haar beleving en was een van de redenen voor het boek. Dat gevoel hield ook ik over aan deze ontmoeting. Ze zijn in de steek gelaten. Het schrijnt.

 

Uncategorized

Een diepe buiging

IMG_7948

Terwijl de storm voor het tweede weekend om het huis waait, snort Pluis de muizenissen uit mijn hoofd, terwijl ze zich koestert in het zonnetje van mijn leeslamp. Poezen hebben over het algemeen maar weinig nodig om hun fantasie aan te zetten. Ze is een troost van de eerste soort. Bij thuiskomst na vier dagen Veluwe, kwam ze op me afgerend en bivakkeerde dicht tegen me aan op de bank, bedelend om geaaid te worden. Fijn als je je gemist weet. Trouw en lief poezenbeest.

IMG_7947

In de wandelloze uren heb ik een flink begin gemaakt met het boek De bijenhouder van Aleppo. Een verhaal dat niet makkelijk weg te leggen is. Het beschrijft delen van de vlucht, van een nieuw verblijf en van het leven in een verwoest Aleppo. De film ‘For Sama’, waar ik straks naar toe ga,  heeft hetzelfde thema. Twee jonge mensen beginnen hun leven samen in datzelfde Aleppo. Krijgen een dochtertje en ondergaan de ellende van die vreselijke oorlog. De moeder filmt en schrijft een lange brief aan haar dochter en vraagt om vergiffenis.

Opmaak 1

Van een vriend-blogger is er een review over de Loopgravenoorlog in de film 1917. Ineens herinner ik me het boek Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans. Hij heeft twee schriften met het levensverhaal van zijn grootvader uitgewerkt. In het tweede deel vertelt deze hoe hij zelf de oorlog  aan den lijve heeft ondervonden. Ze waren niet meer dan voer voor geweren, de jonge soldaten, die met bosjes tegelijk in de stinkende, natte, eigenhandig gedelfde loopgraven zaten. Genadeloze ontberingen.

hangend op een hekje

Even daarna stuurt FB me een herinnering van zes jaar geleden. Zuslief en ik hangend op een hekje voor het Duin, met het zicht op de (onzichtbare)zee. Het zet de ochtend meteen in een schrijnend contrast. De tijdreis door het boek  en haar verwikkelingen en de onbezorgde blik op de einder aan zee. Schoonheid en verval lopen hand in hand. Als er dit leed bij komt kijken is het haast niet mogelijk om de schoonheid in het verval te ontdekken. Wel waar gebouwen door de tand des tijds zijn aangetast, corosie heeft plaats gevonden, verwering en afbrokkeling debet worden aan een nieuw soort schoonheid. Verroeste spoorwegen, die een industriele toets aanbrengen in een desolaat landschap. Als daar de geschiedenis bij komt kijken en de verhalen los zouden komen dan wordt het al moeilijker om er de schoonheid van in te zien. Een dekmantel voor het leed in gebieden van oorlog.

IMG_2853

Ontheemd zijn, zoals de hoofdpersonen uit het boek van de bijenhouder, het liefste verloren hebben en ook het licht in de ogen is aan de ene kant, naast de ellende,  een grote ramp en aan de andere kant een zegen, omdat het beeld achter de lege ogen voorgoed het laatste plaatje vasthoudt. Al doet het ruiken van de geuren, het stof op je lippen en in je neus, het onherkenbare van een opgebroken weg en de geluiden anders vermoeden, de afdruk in de herinnering blijft gelijk aan hoe het was. Een stad vol kleur en leven.

de bijenhouder van aleppo

Naast de verschrikkingen geeft het, ondanks alles, zicht op onze rijke culturele wereld. Hoe verschillend het leven kan zijn en hoe bepaalde gewoonten niet zaligmakend zijn, als daar een andere adat tegenover staat. In de kleinste dingen kan een alternatief schuilen. Het bleek uit het boek van Vuong over de Vietnamese cultuur, en nu weer in dit boek, waarbij in de opvangcentra voor vluchtelingen verschillende culturen naast elkaar worden gezet. Dat zorgt voor leeshonger. Meer willen weten, willen denken in verscheidenheid en niet in waarden, want die zijn op cultuur geschoeid en onvast in de totaliteit. Met uitzondering van een aantal algemene waarden, zoals liefde en respect voor iedereen die overleven moet, een diepe buiging.

 

Uncategorized

Hulde aan de kringloop

Soms kom je ineens een juweel tegen. Ik had Gesso nodig en toog naar Utrecht om een en ander aan te schaffen. Eindelijk de bon van Sinterklaas ingewisseld. Nou vooruit, nog even de kringloop meepakken, die een straat verder was.

IMG_7943

Meubels, lijsten, kleding, boeken. Dat was ongeveer de volgorde. Altijd blijf ik hangen op de boeken. Je weet maar nooit. Wat oude Palet-tijdschriften, goed voor nieuwe inspiratie en een allerschattigst boek, waar mijn oog opviel door een afwijkend lettertype op de kaft. Zo rolde ik de wereld van Liz Climo binnen. Subtiele humor onder stilistisch eenvoudige maar sprekende tekeningen. Het bleek dat ze tien jaar bij Simsons had gewerkt. Van jongs af aan krabbelde ze al haar tekeningen. In een woord vooraf door een vriend geschreven stond te lezen dat iedereen in de wereld een ‘Funny friend’ nodig heeft. Het spreekwoord luidt: To have a funny friend is to be rich in life’ Liz was zo’n vriend en hij wenste, dat iedereen in de wereld met haar humor mocht kennis maken. We zijn gezegend, want Liz bundelde haar tekeningen. Nu is er het boek, waardoor we kunnen meegenieten. Het heet The little world of liz climo. In de titel schrijft ze ook haar naam met kleine letters. Hier is sprake van een grote bescheidenheid.

IMG_7945 Shaun Tan

Deze ontdekking staat gelijk aan die van ‘Every person in New York’ van Jason Polan en ‘Arrival’van Shaun Tan. Door toeval op mijn pad gekomen en aangezien toeval niet bestaat, heeft het zo moeten zijn. Hoe valt anders te verklaren dat uit een aantal planken vol ik net dat ene boek eruit vis.

IMG_7944

Weg viel de drukte om me heen toen ik het boek opensloeg en haar introductie las.  Daarin bedankt ze iedereen uitvoerig voor de aanschaf van het boek, misschien omdat de tekeningen werden gewaardeerd, de grapjes of iets anders, bijvoorbeeld dat je op dat moment net een deurstopper van die dikte nodig had. Dat laatste idee vindt ze dan wel  ‘a bit shocking’, omdat ze het niet in haar hoofd zou halen daar iets heiligs als een boek voor te gebruiken. Het kenmerkt de subtiliteit en de ruimte die ze ons ontvangers geeft om met haar ideeën op welke manier dan ook aan de haal te gaan. Ze refereert aan haar zoektocht naar een eigen handtekening en probeert die van haar grote voorbeelden, maar komt uiteindelijk terug bij haar eigen tekeningen. Ten slotte durft ze, op aandringen van haar echtgenoot, het aan om ze publiekelijk te maken. Met succes. Dat blijkt wel .

Als ik nu de groep onder handbereik had gehad, zou ik met de kinderen op zoek gaan naar huis-, tuin- en keuken voorbeelden als onderwerp voor dergelijke ‘small talk’. Twee-regelige zinnen van alledag. Wat een leuk project zou dat worden. Jonge kinderen zijn van goud door hun onbevangenheid om de wereld tegemoet te treden en meesterlijk in de vertaling van iets naar de kern.

Hoogste tijd voor de aanschaf van dat kleine notitieboekje. Niet groter dan de Iphone en altijd op zak. Waar dan ook. Bij de kleinkinderen, op straat, in een restaurant, in een winkel, bij de snackbar. Humor en leed, heel het leven, ligt op straat. De kunst is het om ze te vangen in woorden. Wat een heerlijk vooruitzicht.

Daar is zo’n juweel voor nodig. Om inspiratie op te doen, een trouvaille die uitnodigt tot meer nieuwe vondsten.  De bron bij uitstek. Ogen en oren open en pen bij de hand. Hulde aan de kringloop.

 

Uncategorized

Dubbel en dwars genieten dus

Gisterenochtend al vroeg op pad. Na een heerlijke nacht, die frisse boslucht doet me goed, en een fijn ontbijt, gingen we op onderzoek uit. Zuslief had een aflevering van de van Rossums over Gorssel en Museum More gekeken. Dankzij die beelden gingen we op zoek naar Jan Mankes. Wat schertste onze verbazing dat de kunstenaar de laatste jaren van zijn veel te korte leven in Eerbeek had gewoond en er zelfs begraven was. Dat betekende maar een ding. Voordat we het dorp verlieten wilden we een en ander nog onder ogen zien.

De regen kwam met bakken naar beneden. Ik reed de kleine blauwe voor nadat we uitgecheckt hadden en zo kwamen we er betrekkelijk droog vanaf. Bepakt en bezakt zochten we de begraafplaats op. We hadden het graf al op de foto’s gezien en zuslief had met haar scherpe oog ontdekt, waar de liggende grafstenen waren. Het pad af en daar stonden we oog in oog met de steen, die de tand des tijds niet geheel ongeschonden was doorgekomen, maar zoveel geschiedenis schreef. Het was precies 100 jaar geleden dat de kunstenaar overleed. Toeval bestaat niet. Alle snippers weefden een nieuwe ontdekkingstocht.

HFUZ2360

Zijn vrouw, Anne Zernike was later bijgezet. De steen werd speciaal uit België gehaald door een goede vriend. We groetten hem eerbiedig, deze meester van de schoonheid en eenvoud en vervolgden ons pad naar het woonhuis, dat eigenlijk vlak achter ons logeeradres bleek te zijn. Dr. Gunningstraat 13. Een vrijstaand huis, waar overduidelijk de verbouwing in volle gang was, met uitzicht op het landgoed en het Huis te Eerbeek, waar ook ons hotel stond. Later besefte ik dat door zijn bedlegerigheid het uitzicht de laatste jaren het belangrijkste zal zijn geweest voor zijn onderwerpen.

NDXD3773   IMG_7928 (1)

Bij de laatste tentoonstelling in het museum van Singer Laren hing een schilderij van Jan Mankes, dat het uitzicht op het landgoed verbeeldde. Sfeervol, in een dik pak witte sneeuw. Ik realiseerde het me nu pas. We hadden verzuimd naar de overkant te kijken.

IMG-6746 Jan Mankes: Uitzicht atelier te Eerbeek.

Heerlijk om op de valreep deze zo belangwekkende betekenis van Eerbeek mee te krijgen met een nieuwe kijk op de doeken van Jan Mankes, nu we alles in ogenschouw hebben genomen.

Het sijpelde gestaag door en de routeplanner stond op snelwegen vermijden. Hemelsbreed was het een uurtje, nu anderhalf uur en dan waren we al weer thuis. De weg voerde dwars door de bossen als een lang lint en we kwamen lieflijke kleine dorpen en boerenwegen tegen. Daarna was het een lange rit over de Apeldoornse weg. Het gaf allemaal niet, nog wat dorpen op de Utrechtse heuvelrug en voor we er erg in hadden waren we al thuis.

Geen probleem. Er zat weer genoeg aan herinneringen om over te mijmeren in de knapzak en van een ding waren we overtuigd. Het was absoluut de moeite waard geweest en voor herhaling vatbaar. De grote verscheidenheid aan natuur, de hoge waterstand, de ontdekking van het belang van Eerbeek, het boffen met de weersomstandigheden en het gelukkige gesternte, dat ons steeds de juiste keuzes had laten maken. Volgende keer met alle zussen, omdat de mogelijkheden in dit deel van Nederland ongekend zijn.  Nu eerst sudderen op de opgedane indrukken. Dubbel en dwars genieten dus.

 

Uncategorized

Niets kon ons nog deren

Als een blok geslapen vannacht. Even dacht ik dat het een doorhalen zou worden, zoals bij de eerste nacht ook het geval was geweest. Bijgeluiden worden sonoor door het systeem gevangen en zorgen ervoor dat een diepe slaap niet wil lukken. Windvlagen, geluiden uit de keuken hier beneden, tot laat de klank van metaal op metaal en het gerammel van borden en bestek tijdens het vullen van een vaatwasser. Maar oor en ik waren deze nacht kennelijk voldoende gerustgesteld en Klaas Vaak kon langs komen met een flinke zak zand.

Vanmorgen een windstilte en zon! Wat een gouden geluk. Weer een prima verzorgd ontbijt en in rust richting Beekhuizen, dat in het Nationale park de Veluwe lag. Niet de heuvels van de Utrechtse heuvelrug, maar serieuze bergen. Zuslief dirigeerde ons langs de beek beneden om, omdat ik nog de hele dag mee moest, maar gelukkig gingen we op een gegeven moment toch omhoog. Zus was al boven en ik strompelde in eigen tempo voort toen ik ineens oog in oog stond met een vos, niet op afstand maar zo dichtbij. Van de weeromstuit riep ik het naar boven alvorens te klikken. Vos schrok minstens net zo hard van deze onvoorziene ontmoeting en maakte rechtsomkeer voor ik weer tot leven kwam. Dit was de allereerste keer in mijn leven, dat ik een gezonde glanzende roodbruine vos in de vrije natuur had gezien. Maar wat nog opmerkelijker was, ik had geen foto gemaakt. Ik, die bij elk wissewasje achter het oog van de camera hang, was sprakeloos en stond aan de grond genageld. Voor eens en voor altijd weet ik wat dat spreekwoord betekent.

Gemiste kans, maar de natuur was prachtig. De berg overwonnen begon de afdaling, heerlijke zoete gang naar beneden, zonder raspende ademhaling en een fijn kronkelpad terug zonder al te veel hoogteverschillen. Voordat we er erg in hadden was de parkeerplek al in zicht.

Door naar de Posbank, ook boven aan een flinke heuvel. Waar het oog kijken kon zagen we heidevelden omzoomd met bossen, een prachtig uitzicht over het landschap daar en eindeloze paden blinkend in de zon. Eerst koffie en rooibos en dan op pad. De hei op, heuveltjes op en af, dat was goed te doen, af en toe straffe wind, maar geen probleem. Zuslief wilde all the way en verwachtte dat het pad afboog naar de weg toe, zodat we die terug konden nemen. Het duurde en duurde echter voor dat het geval was. Natuurschoon genoeg om ons aan te vergapen, veel bloeiende brem en zelfs rode bessen aan de glanzende hulst. Opmerkelijk weinig vogels zagen we. De weg terug langs de aanrijroute was de ultieme test. Het uithoudingsvermogen was met sprongen omhoog gegaan door al die wandelingen, maar deze was van de pittige soort. Van meet af aan klimmen aan een stuk en een snijdende wind in de toet. Adembenemend, zullen we maar zeggen. Op het laatst dacht ik in stappen en keek niet op of om. Dat hielp.

Door naar de Steeg, dat bleek aan de andere kant van de Posbank te liggen richting Ellecom. we wilden nog een staartje IJssel meemaken. We kwamen uit bij Doesburg waar een nieuw gedeelte van de stad was gebouwd langs het water. Op de hoek zat een hotel/annex restaurant, goed voor een hele late brunch of een vroeg diner, al naar gelang de lust tot eten. Daarna was het genieten van het wassende water, dat door het zonlicht zilverschitteringen weerkaatste, de onderwater gelopen lager gelegen oevers, de aandoenlijke verzonken bomen met hun kruinen er nog net boven uit. Een aalscholver dook onder en kwam nooit meer boven.  Aan de overkant vlogen groepen nijlganzen op als er iets met geluid langs kwam en de meeuwen speelden diefje met verlos. Aan de kade stond de beeldengroep Passi D’Oro van Roberto Barni. Drie rode mannetjes van verschillende lengte met een magerte die kon wedijveren met Modigliani. Ze wuifden ons na met hun verstarde blikken. Wat een fantastische keuze hadden we gemaakt door het museum gisteren te doen en nu met het mooie weer de natuur in te gaan.

Thuis trok de hemel haar wolken naar beneden en liet een flinke hoeveelheid regen en hagel los. Wij zaten hoog en droog met een goed humeur. De buit was binnen. Niets kon ons nog nog deren.

Uncategorized

De Veluwe

De hele nacht hoorde ik takken op de kleine blauwe prins vallen en aanzwellende windvlagen beuken tegen de ramen. De droom ging over een agressieve oude man en een meneer met een stukje katoen als deel van de schedel, netjes met een festonsteek rondom vastgezet. Er was gelukkig ook een vriend, die wijselijk zich slapend hield toen ik hem om hulp smeekte bij een aanval van agressieve zilverbaard. Die veranderde plotsklaps in een kat en met een Bulstronkslinger(ken uw klassiekers)werd ik wakker. Pfff, wat een nacht. Het bed was heerlijk en schoon, ik had twee kussens, dus daar lag het niet aan. Het lawaai van de wind had zich verdubbeld omdat het raam wagenwijd was open gewaaid.

De morgenstond heeft goud in de mond, zeker met een zonnig ontbijt, vers brood, jus, en heerlijke koffie. Om kwart over negen gingen we op pad. Het plan lag er om naar museum More te gaan. Als je dan eerst een kringloop in Twello tegen komt, dan zwaai je af van het oorspronkelijke plan, want het was toch nog voor tienen. Ik vond er een broodnodige oude handdoek voor een euro en zuslief een stuk of wat boeken, die niet meer in de bibliotheek te krijgen waren. De handdoek diende voor de eerste hennaharen-wassing. Ik kon het de maagdelijk witte handdoeken van het hotel niet aan doen om kastanjebruin te kleuren.

IMG_7805

Bij More zandstraalde de wind om het prachtige gebouw heen, maar binnen was het heerlijk rustig en warm. De kleine parels van Mankes waren eigenlijk al voldoende. Er liep een oma met haar kleinkind van ongeveer drie jaar rond. Het kind vroeg en oma vertelde. In de eerste zaal was het allemaal pais en vree, de bloeiende boom van Toorop vond ze prachtig, maar de andere objecten en schilderijen boezemden haar angst in. Het tafereel met de jongen met de blinddoek tussen twee kinderen in, in en in zwart gespoten bijvoorbeeld en de portretten van Levi van Veluw of het meisje dat sliep maar dood leek, levend maar niet echt bleek.

Oma ging wijselijk niet het hele museum met  haar door. Dat kon later altijd nog. Een ode aan het werk van Jan Beutener, een tentoonstelling met maar liefst 70 werken, kon me niet ten volle bekoren. Het werk was interessant hier en daar, maar het maakte minder los dan ik hoopte. Er bleef genoeg over om van te genieten.

IMG_7848

Zutphen met eerst nog een kringloop en later, waar we zo benieuwd naar waren, de IJssel en haar wassende water. Ze was inmiddels uitgelopen over de uiterwaarden en mat hemelsbreed water tot aan de andere oever. Wat een prachtig gezicht was dat. De kleine blauwe parkeerde ik op de kade en leunend tegen de wind in ontdekten we dat alles tot en met de paden en de banken,de vuilnisbakken bijna, beneden ons onder waren gelopen. Het water schuumde brede donkerbruine koppen. De loodzware lucht erboven kleurde prachtig mee, terwijl de wolken met snelheid verder suisden.

IMG_7873

Zutphen is een stad, waar ik zo zou kunnen wonen. Mooie oude stegen, gedichten op de muren, prachtige gevels en onze favoriete koffietentje, de bediening in alle rangen en standen, vol met persoonlijke aandacht en kleur op de wangen van de inspanning. O ja en de oudste boekenwinkel van Zutphen natuurlijk, van Someren & ten Bosch, waar na even zoeken het gezochte boek van de bijenhouder te voorschijn werd getrokken.

IMG_7884

De terugweg liepen we bijna vast bij  Bronckhorst. De wereld leek opgehouden te bestaan en er lag een gezapige rust van eeuwigdurendheid als een sluier over het pittoreske dorpje heen. Oude boerderijen en huizen, klinkertjes en het veer naar Brummen. Geen heen en weer te bekennen in deze barre weersomstandigheden. De smalle dijk liet ternauwernood passeren van auto’s toe en weer die onmetelijke IJssel.

Boodschappen bij de plaatselijke kruidenier en met de buit naar huis. Heerlijk kauwen op de ervaring van vandaag. Morgen de Veluwe.

Uncategorized

Het kleine genieten

Vanuit de zijkant van het huis, we zitten op de kopse kant, waaiert de storm langszij met soms een fluiten, vaker laat ze de voederhouders tegen het metalen hek kletsen en dan klinkt er een natuurlijke gamelan.

Mijn voorraad medicijnen is niet meer op peil en ik moet eerst langs de apotheek om nieuwe te halen. Die is gelukkig al vanaf acht uur open. Om tien uur precies stopt de kleine blauwe bij zuslief voor de deur. Een paar dagen luxe en ertussen uit. We hadden e Veluwe als wens gehad en toen er een aanbieding voorbij kwam aarzelde zus geen moment. Natuurlijk gingen we.

We zijn wel eens meer in de buurt geweest, maar nu is de tijd aan ons zelf en staan we in vakantiemodus. Kleine dorpjes genoeg voor de koffie en een lunch, waar we Otterlo voor kiezen, een lief klein restaurant annex hotel en dan voor een boekwinkel door naar Brummen. Storm trekt nog wat aan de bomenrijen en laat er een paar flinke hagelbuien op los ,maar langs de binnenwegen lijkt  het nog altijd minder erg dan op de snelweg. Bovendien zien we twee herten over de weg schieten om het hazenpad te kiezen in het weiland aan de andere kant. ‘We zitten richting waar we wezen willen’, constateren we tevreden. Herten en wilde zwijnen.

de bijenhouder van aleppo

In Brummen vinden we een tabakswinkel waar verrassend genoeg een grote boekhandel achter de gevel blijkt te zitten. Het boek van ‘De bijenhouder uit Aleppo’ van Christy Lefteri is uitverkocht, maar ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier ligt er wel en een mooi aquarel schilderdagboek. ‘Of het een cadeautje was,’ is de vraag. Nee hoor,  in de vakantiemodus en nog een VVV.Bon met een flink tegoed. Je mag jezelf af en toe ook eens kietelen. Het was een waar paradijs met mooie uitgestalde waar en een vriendelijke vraagbaak van een verkoopster. Brummen was verder uitgestorven, alleen bij de Jumbo schoten mensen door de schappen om zich weer snel met de buit naar huis te haasten.

pascal

De weg terug naar Eerbeek hobbelt over een bospad met veel kuilen en grint naar het hotel, dat naast het koetshuis en het landgoed van Eerbeek ligt. De ontvangst is hartelijk. Iets te vroeg maar geen probleem. Heerlijk dan is er nog tijd voor een wandeling door het Gelders Landschap en tussen de oogst aan stormschade door. En passant nemen we het dorp Eerbeek ook alvast mee. Weer zo’n heerlijke boekenwinkel waar de bijenhouder morgen binnen zal komen, belooft de verkoopster, al even vriendelijk als de eerste. Er leidt een langgerekte een-baans spoorrails naar Diemen, aandoenlijk ouderwets met haar Andreaskruisen als stille wachters en het slingerende lint dat het dorp in tweeen klieft.

In het hotel kunnen we chillen tot etenstijd, boeken lezen, wifi uitvogelen en een programma uitstippelen voor de komende twee dagen. Museum More ligt praktisch om de hoek en de Hanzestad Zutphen met het museum Henriette Polak. Met de ongedurige februarimaand goed om achter de hand te houden, als wandelen langs de IJssel letterlijk in het water dreigt te vallen.

Vandaag dineren we op chique en morgen is er vast wel ergens een Downies te vinden, een favoriete pleisterplaats. Wij komen onze dagen wel door. In vrijheid en blijheid met de kunst van het kleine genieten.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Daar zit het verschil

De angst wordt met de aanzwellende wind opgestuwd, veel afmeldingen her en der. Nog scheren de randen van Ciara slechts over het balkon, er trilt niets.

Verplichte rustdag is geen straf, eerder een zegen. ‘Wat zie je er goed uit’, schreef iemand op FB. ‘Ik heb leren rusten’, antwoordde ik. Inderdaad. Dat is het. Door de luxe van thuis mogen blijven heb ik leren lanterfanten. Al die werkzame jaren waren gevuld met bezigheden, vaak over alle grenzen heen. Ook ervoor en erna. Dagen telden het dubbele. Nachtelijke uren telden mee. Elke ochtend begon om vijf uur, later vier. Er werd aan mij getrokken en ik liet het in de volle lengte toe. Er waren tijden in de tuin, geen mens te bekennen en toch raasde de onrust in mijn hoofd en kon ik de hartslag niet verstillen. Ik sprong telkens op om te snoeien, te wieden, te stapelen. Zolang het lijf maar bezig was en anders was er nog altijd dat denkgemaal daarboven, dat altijd iets had om over te piekeren.

IMG_2357

Nu weet ik hoe het moet. Zitten en ondergaan. Iets over je heen laten komen, niet direct meer een mening klaar hebben of een drang om te handelen. Ten volle van een boek genieten, lezen en overlezen en nog eens. Op woorden drijven en het laten gaan.

Tijdens de avonden van de leesclub hebben we mooie en intense gesprekken over hoe een  andere invulling te geven aan het bestaan en wanneer dan. Regelmatig krijg ik de vraag, hoe of het voelt om met pensioen te zijn. ‘Misbaar zijn is de grootste zegen’ is mijn antwoord steevast.

Zolang we denken onmisbaar te zijn drukt de verantwoordelijkheid zwaar op het gemoed. Ik kan het weten, want ik ben een ervaringsdeskundige. School was mijn leven, dacht ik. De kinderen helpen en begeleiden was een taak die ik op me had genomen en waarvan ik dacht dat ik daarin niet gemist kon worden. Sterker nog, ik was er van overtuigd. In het jaar dat ik overspannen raakte, blies ik naar alles en iedereen die hadden geprobeerd mijn taak over te nemen. Het jaar ging gewoon verder, de dagen bleven in elkaar grijpen. De tijd rolde door en ik moest mee. Malle ondoordringbare dagen zonder begin en zonder eind. Daarvoor stond ik voortdurend aan, vertelde dochter me. Je had alles en iedereen in de gaten. We konden geen stap zetten. Het was de vakantie in Noord Frankrijk en ik weet dat ik een week lang geen nacht geslapen heb.

018

Bij mijn terugkeer op school werkte ik me drie slagen in de rondte om alles weer op de rit te krijgen. Draaide het rad op volle toeren eindeloos in het rond. Als het danseresje in de speeldoos, die ik bleef aanzwengelen. Een jaar overspannen zijn had me niets geleerd. Ik was nog steeds onmisbaar. Kijk maar. Ze hadden er een puinhoop van gemaakt. ‘Ze’ kregen geen gezicht en geen naam. Het bleef een algemeenheid.

De tijden zijn veranderd. Het echte loslaten begon. Nog had ik de neiging om me in van alles te storten, tot het lijf zei, dat het welletjes was. Een paar flinke stappen terug brachten de bezinning. Tijd om te leven en zin te geven. Tijd om de draad te laten rusten, als dat nodig was.

De dingen die ik graag doe zijn een passie, zoals schrijven, schilderen en lezen. Maar de passie neemt niet de overhand en kan uit mijn handen vallen voor de liefde van het kleine geluk. De zielsverwantschap met de kinderen, de kleinkinderen, de zussen, mijn vriendinnen. Dat alles in de rust van de bank, door een goed boek, op de tuin, in het lieve atelier.

IMG_7770

Misbaar zijn is weten dat er te allen tijde van je gehouden wordt. Dat de gedachte genoeg is. Dan pas voelt ‘er niet zijn’ niet als een gemis, maar als een meerwaarde en daar zit het verschil.