Uncategorized

Dat is precies het plan

Soms krijg je een ingeving die gepaard gaat aan de opwelling iets aan een situatie te veranderen. Na de vorige schildersessie, waarbij ik voor de zoveelste keer alles weer veel te veel in elkaar had lopen poetsen, besloot ik gisteren plotsklaps een online cursus in te kopen voor het portretschilderen met een losse toets. Wat ik van haar zelf zag waren precies die mooie sprankelende portretten, die ik altijd voor ogen heb als ik eraan begin, in natuurlijk wel mijn eigen signatuur en stijl. Gisterenochtend was dat moment en daardoor bleef ik geboeid achter elkaar verschillende lessen volgen, tot ik stram en stijf om vijf uur uit mijn ontdekking stapte en besloot boodschappen te gaan doen op de fiets, zodat die oude botten nog wat in beweging zouden komen.

Al mijmerend door het stadje bedacht ik dat ik nu al meer geleerd had dan ooit over die specifieke wens om mensen op het doek te zetten en waarom het er niet van gekomen was om eerder zo’n specifieke toegespitste cursus te volgen, maar te kiezen voor de algemene lessen. Het brengt een combinatie van de juiste techniek en het materiaal, heel duidelijk uitgelegd, praktische tips en jaren ervaring, dat zie je aan het gemak, waarmee ze tonen en tinten mengt, toetsen zet en uitleg geeft. Laatst had ik het in een blog over zelf het wiel uitvinden, bij de ontdekking van de oilsticks en de oliepastels. Prima,want wat je zelf ontdekt dat beklijft, maar een helpende hand met voorkennis is zó aangenaam. Natuurlijk ga ik niet alles hier uit de doeken doen, dat zou niet aardig zijn ten opzichte van de kunstenaar, die er haar brood mee moet verdienen. https://www.leerbeterschilderen.nl is de website.

Tijdens het rondfietsen kwam ik langs het nieuwe huis van zoonlief, waar hij straks mag starten om er een knus optrekje van te maken, door langs het park, de hele Nedereindse weg uit en daar kwam ik dochterlief met haar hele familie tegen. Zwaaien, kusjes, opgetogen stemmetjes achterin de auto, de verbaasde blik van dochter, ‘Wat doe jij nou hier.’ ‘Haha, ik fiets doelloos rond.’ Op de fiets kom ik er nauwelijks toe om foto’s te maken, ik gun me op de een of andere manier niet de rust daartoe, maar zuig de schoonheid op in mijn hoofd en zie dan opmerkelijk veel. Het licht dat speelt en kleurschakeringen maakt in de bomen bij het landgoed waar ik langs fiets, de hoeveelheid aan tinten groen, het water dat donkerder is dan gebrande omber, de zachte rimpeling veroorzaakt door waterhoen of meerkoet. Opvallend weinig eenden. De spontane stop van twee vrouwen op leeftijd bij het ijswinkeltje op de hoek brengen me even terug naar mijn moeder en mijn tante, in trevira bloemetjesjurken met een wit vest er over, zichtbaar genietend. Dat konden zij als geen ander op hun maandelijkse vrij reizen met de trein. Zo’n druppel van een ijsje, die van de rand glijdt langs de vingers.

Oude foto. Tinten groen

Een valk in de lucht als ik met de wind door de haren suis, dat kan met zo’n motortje, langs het oude weggetje bij het industrieterrein, een gemiste afslag, de grote schepen die roerloos liggen en toch vol bedrijvigheid zijn, een mooie driemaster bij het haventje, een oude wijk die moeiteloos nieuwe behuizing heeft ingepast en eigen gemaakt. Zo trap ik door en herhaal in gedachten wat ik bij het doornemen van de cursus heb geleerd tot nu toe. Vandaag ga ik eens even langs de kringloop en eindelijk heb ik de Ipad air besteld bij zoonlief, waar ik al zo lang op loop te azen. Ik ga het gewoon doen. Een waarmee je ook kan tekenen met pen. Hoe gaaf wordt dat.

Het was de dag van de opwellingen en een keer in de zoveel tijd is dat nodig om een nieuwe uitdaging te brengen. In ieder geval levert het heel wat stof tot nieuw werk op. ‘Je moet jezelf af en toe kietelen,’ vonden ze vroeger al en de woorden komen met een grote glimlach. Dat is precies het plan.

Uncategorized

In liefdevolle benadering

Voor een avond met de leesclub moesten we dit keer een eindje verder rijden. De eerste keer met snoet in de auto. Snoet en ik zullen niet snel beste vrienden worden, want ze werkte belemmerend, ook al was ze prachtig zwart. Het boek van Bart Chabot lag op mijn schoot: ‘De hand van mijn vader’. Alweer enkele boeken geleden gelezen en af en toe sloeg ik het open om een passage op te duikelen tussen alle andere herinneringen door.

Zo heerlijk om te merken dat sterrenluchten op het platteland zich nog altijd helder uitrollen boven de velden en dat de lucht fris is. Na het bedompte snoetje een flinke teug van die vrijzinnigheid. Vriend en vriendin stonden al klaar voor de ontvangst. Het wachten was op onze laatste man, die iets later kwam, maar toen konden we los. Alhoewel, dochter sloot ook aan en we hadden een aangenaam uur van over en weer belevenissen, koffie of thee, koekjes en aandacht. Er kwamen nieuwe banen langs en scholen, huiselijke ontwikkelingen met een persoonlijke toets.

Daarna het boek. Een paar van ons waren diep onder de indruk en geschokt over de vader die op een dergelijke manier het zelfvertrouwen van zijn zoon stelselmatig onderuit beukte op ieder bladzijde die ze omsloegen. Het thema van de avond openbaarde zich. Met tien jaar langer leven en vriend, die ook wat ouder was, waren de gebeurtenissen in het boek veel minder schokkend overgekomen dan bij de anderen. Er waren zelfs overeenkomsten te vinden geweest uit mijn jeugd. Niet aan den lijve zo ervaren, maar meegemaakt in mijn directe omgeving. Arbeiderswoninkje, elf kinderen, een vader die overdag vaak moest slapen na de nachtdienst. Het leven speelde zich veelal af op straat. De mannenhand regeerde over het algemeen in de wijk. De vrouwen kijfden er tegenin of schikten zich.

Het kattekwaad van Chabot die telkens weer op die hand van zijn vader stuitte, was ook herkenbaar. Niet voor te stellen voor de anderen, die allen vooral liefde en warmte hadden ervaren, ondenkbaar ook in deze tijd. Het was een uitpuzzelen op alle fronten. Was het zo’n liefdeloze bedoening? Het was met name de tijdgeest en de veranderende normen in die periode van wederopbouw en natuurlijk waren er ook gezinnen waar men bewust opvoedde en zorgvuldig een aanpak koos. In de volkswijk, waar ik opgroeide, was het doorgaans hard sappelen voor het bestaan.

Wat mij betrof was de voortschrijdende ontwikkeling het allerbelangrijkste. Met de jaren was er mildheid gegroeid. De vader van mijn oudste broers en de jongste tweeling verschilde hemelsbreed. Dokter Spock was de geldende norm en de opvoeding gebeurde met een bepaalde starheid, maar onder die omstandigheden lag ook een fluïdum van onhandige liefde, die zich uitte in de filmzondagen in het clubhuis, de vroege vakanties naar het buitenland, in het aanschaffen van een Miele eind jaren vijftig, toen het geld er eigenlijk nog niet was, een televisie beginjaren zestig, de eerste rijlessen. Dat was ver te zoeken in het relaas van de auteur.

Op de scholen was het niet veel beter. Strenge regels en wee je gebeente als je daar onder uit wilde. De straf er tegenover stond in een scheef perspectief en zorgde ervoor dat je óf een linkmiegel óf een angsthaas werd. Maar ook hier zat ontwikkeling in, groei zorgde voor verbetering, het slaan werd aangepakt, de kijk op opvoeding veranderde, een kinderstem kon eindelijk worden gehoord. Eind jaren zestig, beginjaren zeventig werd het maatschappelijke roer omgegooid, bij sommige leidde dat zelfs tot een Laissez Faire-opvoeding. Protestmarsen voor de vrede, baas in eigen buik en grote ban-de-bom symbolen op elk stukje muur. De vrijheid werd stevig bevochten.

De anderen van onze club waren zo’n tien jaar jonger. We waren verbaasd dat in die, relatief korte, periode de situatie volkomen veranderde, één generatie verder en een wereld van verschil. Over een ding waren we het eens. Het was niet goed te praten. Afgebrand worden moet gewoon niet aan de orde zijn, destijds niet, nu niet en nooit. Mijn persoonlijke ontwikkeling heeft het vooral ruimdenkendheid opgeleverd. Geen labels, geen van bovenaf opgelegde dwang, maar de wens om te helpen bij de ontwikkeling. Vanuit het kind gedacht en in liefdevolle benadering.

Uncategorized

Reuze gezellig

Appje eergisteren:’Morgen?’ Cryptische omschrijving voor ‘Zullen we afspreken’. We dachten De Veldkeuken, maar die was vol, dus werd het ‘Vroeg’, er tegenover. Die plek om misschien nog wat te wandelen. Om iets voor tijd was ik aanwezig. Kreeg de virusvrije vraag en mocht een plek uitzoeken. Vriendinlief zag ik vanuit ’n ooghoek al aan komen fietsen. Vertrouwde gestalte, voor het eerst weer sinds lang. We zwaaiden. Ze wilde direct naar mijn tafel lopen, maar virusmevrouw stak daar een stokje voor. ‘Ho ho ho, even een paar vragen.’ Met een been nog steeds verlangend in de richting van het tafeltje beantwoordde ze die lachend. ‘Nee, nee en nee, ook nee.’

Bestellen ging via het scannen van een QR-code met een doorverwijzing naar de menukaart van Vroeg, maar er zou voldoende bediening rondlopen om vragen te beantwoorden, mensen te helpen bestellen en te serveren. Was dat onpersoonlijk of maakte dat veel goed, snel was het wel. We wilden al van wal steken met de belevenissen wederzijds maar omdat we direct op stoom kwamen, besloten we toch eerst de bestelling maar af te ronden. We kozen beide voor Naan-brood met een vegetarische quacomole en rettich met radijs, een kleurenbommetje.

Het stond in een handomdraai voor ons neus. Het grote genieten kon beginnen. De vleesmessen sneden niet soepeltjes door het brood. Daar was wat spierkracht voor nodig. Het meisje liet ons eerst een half brood zagen en kwam toen met verrassend scherpe messen en een praatje van vijf minuten over haar wens de Pabo te gaan doen. De behoefte aan contact bleek het gevolg van de nieuwe functie, geen praatje meer bij het serveren en wel een spraakwaterval achter de kiezen. Dat moest eruit.

Elkaar helpen met het vastmaken van de schorten

De nieuwe baan van vriendinlief was natuurlijk van belang. Hoe was het er en het sfeertje, de kinderen en de collega’s. Ze schilderde een uitgangspositie, die bijna identiek was aan de Jenaplan van weleer, voordat alles kapot werd gemethodiseerd. ‘Je had er naadloos ingepast’, wist ze. In het begin nog onwennig, heel veel kinderen in de groep, maar een visie op verwondering, intrinsieke motivatie, saamhorigheid, vertrouwen, het denken vanuit het kind. De projecten maakte je niet voor een jaar lang, maar die ontstonden spontaan, ervaringsgericht. Kinderen met bijzondere kwaliteiten, die, ondanks de jonge leeftijd, al doorwrochte vragen konden stellen, waarmee een project tot leven kwam en voortgang zou vinden. Heerlijk. Eerst zorgen dat vertrouwen en de basis stonden en dan pas aan lezen, rekenen en taal beginnen. Zekerheid en groepsgevoel als basis meegeven. Dat waren de noten voor dat vertrouwde warme lied der ontwikkeling, die ze me toezong op deze prachtige dag. Voorlopig het stekkie wel gevonden.

Daarna de uitwisseling. Hoe zijn we gevaren tot nu toe. Leven had tol geëist met het wegglijden van lieve mensen om ons heen. Het verdriet in haar ogen bij het vertellen over een plotseling wegvallen. Het voedde mijn boosheid over de geldende regels, waardoor ik niet om de tafel kon rennen, om haar vast te houden en dat intense gemis te verzachten. De draad oppakken dan maar en voort rolde de uitwisseling, over kinderen, toekomst en hoop. Vakanties die nog wel waren gelukt, de voor en tegens van de regels, die vaak niet het doel beklijven waar ze voor opgeroepen waren, het verdriet van jongeren, die dagenlang opgesloten zaten met hun mobieltjes als enig redmiddel en de ouderen, die al even eenzaam wegkwijnden. Maar ook de belofte, het geloof in wat er nog komen zou, kinderen die hun weg aan het vinden waren. Die grote rode draad, die leven heet.

Voordat we het wisten, de tweede bestelling liet op zich wachten want ik had hem niet helemal afgemaakt, was het al bijna tijd om te gaan. ‘Spontaan’ zouden we vaker doen, dat was makkelijker afspreken, beloofden we elkaar. Te weinig fooi, altijd zenuwachtig voor afrekenen om die reden, luchtkussen hier en daar. ‘Dag lief, tot gauw.’

Over het grindpad naar de kleine blauwe en achter, op een keutererfje, twee kippies, die luidkeels elkaar toe tokten. Ze hadden het reuze gezellig.

Uncategorized

Energie op mijn ruiten

Voor de afwisseling heerlijk geslapen, eventjes wakker en daarna nog een lange droom van twee uur over school en de kinderen. Een jongetje kwam te laat en ik begroette hem bij zijn naam, waarop men antwoordde: ‘Maar dit is Teus, zijn broer.’ Ik wist zeker dat dat niet klopte. Bovendien had hij alleen een zus.. Het raam staat op een brede kier. De frisse nachtlucht doet de drukkende warmte vervliegen en de ochtendspits rolt, steeds luider, binnen. Er tussendoor klinken twee honden, bassend en blaffend tegen elkaar. Van, naar wat ik denk, de grootste gaat een stevige dreiging uit. Ik zie ze niet, De nacht is nog inktzwart op de voorbij flitsende lichten van de auto’s na, terwijl het toch al tegen zessen loopt.

Gisteren op de tuin ging het doek naar buiten, met de schilderkist in de aanslag en een extra bijzettafeltje werd een comfortabele werkplek gecreeërd. Ondanks de hitte was het goed te doen. Geen zuchtje wind, maar veel schaduw dankzij de drie wilgen. Na een hele middag zwoegen viel het resultaat tegen. De verhoudingen waren zoek, omdat ik stilaan was gaan duwen en trekken en daarmee de harmonie had verstoord. Met een veeg van een doekje lostte het gezicht op, vervaagden de stippen en hield ik het voor gezien. ‘Kill your darlings’. Loslaten bij uitstek zodat er ruimte komt voor een nieuwe opzet, maar niet nu.

Met een wandeling langs het groot hoefblad langs de sloot, verschoof de focus naar de bladeren die al aan het verschrompelen waren. Sommige als kleine bruingebakken kommen en andere gehavend, met grote gaten of alleen bijna nog de nerf. Ze lagen kreunend tegen elkaar, maar een beetje lager was het verse jonge groene spul en schoten hier en daar zelfs de oudjes voorbij.

Koolmees kwam van haar appeltjes pikken. Het was een piepkleintje. De eerste keer was ze me te snel af, maar de tweede keer lag het fotoestel in de aanslag, net op tijd om haar vast te leggen, voor ze weer verder vloog. Het was libelle-hoogseizoen met deze late warmte. De propellers snorden er lustig op los, groot en dik. Tegen het raam zat een web, waarin spin en wesp in een ogenschijnlijk gevecht gewikkeld waren. aanvankelijk dacht ik dat spin wesp bij de kladden had, maar al gauw bleek aan de houding van wesp, die zich breed had uitgewaaierd over de spin, dat het andersom moest zijn. ‘Sebastiaan’, ken uw klassiekers, legde ook hier het loodje.

Terwijl half Nederland voor de buis zit om de troonrede te horen en onverbloemd commentaar levert op uiterlijk vertoon, hoed incluis, zoek ik de schoonheid van de bloeiende hemelsleutel, die zich, zoals het haar betaamt, beschermend achter engel heeft opgesteld.

Het blad van de geranium schiet al in de herfststand. De jonge vlier, die half tegen de Bernagie aanleunt, moet eraan geloven en ik snoei hem terug tot ooghoogte. Geen bes te zien. Lekker om even het lijf te strekken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de arme acer volledig overwoekerd wordt door springbalsemien en leverkruid. Ze piept in arren moede weer te voorschijn, met té klein blad en hunkerend naar zon op haar miezerige lijf. Hopenlijk slaat ze volgend jaar aan, nu ik haar dit jaar verplaatst heb vanuit het gras de tuin in. Ze zou een mooie aanvulling zijn op het zomergroen. Nu correspondeert ze dapper met het bruine groot hoefblad. Vergane glorie valt nog in ere te herstellen. Volgeend jaar beter opletten. Huiswaarts met twee volle zakken vlier.

Het licht heeft de nacht ingehaald en schildert met haar witte watten tegen een strakblauwe lucht uitnodigend energie op mijn ruiten.

Uncategorized

Klaas Vaak strooit liefde

Dat er van die nachten bij zijn, waar Klaas Vaak je deur lijkt te hebben overgeslagen, of aan het begin van de invallende duisternis slechts met hazenslaapjes heeft gestrooid. Als kind vond ik het beeld van Klaas Vaak vertrouwd. Het hielp om me minder bang te laten zijn. Toch kwamen met zijn zandkorrels ook de nachtmerries mee. Een aantal jaren dezelfde, gedrenkt in bloedstollende feiten. Badend in het zweet werd ik dan wakker en luisterde naar het snurken van mijn ouders in de kamer ernaast. Mijn moeder met tussenpozen, mijn vader, die met gemak het zwarte woud aan het slechten was. Het had geen zin om met mijn pekkende blote voetjes op het koude zeil, rillend van angst, naast hun bed te gaan staan. Ze werden niet wakker, had de ervaring geleerd. Toen mijn moeder zo oud was, als ik nu, kwamen ook haar slapeloze nachten. In de dagboeken staan ze vermeld. Met gestage herhaling waren er nachten bij dat ze de klokslagen van de kerktoren telde, om tegen vijven in te sluimeren en vervolgens in de ochtend wakker te schrikken. ‘Als je je ogen dicht houdt, rust je ook uit,’ zei mijn moeder vergoelijkend tegen zichzelf. Gisterennacht was zo’n nacht.

Vandaag was het rond vijven. Het blijft lang donker buiten en ik mis het witte ochtendlicht. Ik lees een stuk de ochtend open en moet soms herlezen omdat gedachten afdwalen en de ogen wel de letters zien, zonder de betekenis vast te leggen. De oorzaak ervan kan ik herleiden. Het is het gesprek dat ik met de oude voerde, die verwijt na verwijt als krassen aan een balk verzamelt om ze daarna aan elkaar te breien tot een deken van misverstand, verwijten en het opdringen van een schuldgevoel. Ik ga in verweer. ‘Niet doen’, sist in mijn onderbewuste een stemmetje. ‘Laat betijen.’ De achterdocht sproeit uit zijn ogen en ik kom niet verder dan te antwoorden, dat hij op alle slakken zout legt. Heldere communicatie is het moeilijkste wat er is, als er met emotie en argwaan gestrooid wordt. De som der dingen levert een verdrietig gevoel op. Hij vertrekt.

‘Kijk maar naar mij,’ zegt kleine koolmees terwijl ze aan een appeltje pikt. ‘Luister naar mijn lied’ zoemt de enorme bruine wesp van tak naar tak. ‘Snoep maar mee’ brommen de hommel-teddyberen in de springbalsemien. De tuin is vol van leven en warm op deze aangereikte zomerdag.

In het boek van Sinan Çankaya vind ik een zinsnede die aan het denken zet: ‘Een botsing tussen een persoon of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld, dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt, dat verschil slijpt uiteindelijk je zelfbeeld‘ Soms is dat een stimulans en soms levert het een deuk op. Het vraagt om een reflectie, maar ik kan het gesprek bijna niet terughalen, waar ik weet dat de oude het zich woordelijk zal herinneren. Onder alles ligt verwijt. Ik wil niet in de rol van de verdediger of van de veroordelaar. Ik zoek positieve energie, omdat we die zo hard nodig hebben in deze dagen. Ze botst tegen de blik in zijn ogen.

Vriendinlief appte over een sterfgeval heel dichtbij in haar familie. Ik herinner me ineens het lege gevoel van mij, bij zo’n verlies. Ontheemd, ontgoocheld en toch dankbaar om dat lijden, dat er niet meer is, om het onmiddellijke gemis dat optreedt, om dat wat we lief hebben, los te laten. Om wat ooit was en niet meer zal zijn. Het gesprek van de middag ebt weg, er zijn onnoemelijk veel meer gedachten, die het waard zijn om overpeinst te worden of om je uit de slaap te halen. Klaas Vaak strooit liefde.

Uncategorized

Een goed gevoel

Het was zo’n typische mooie dag in september toen ik de deur achter me dichttrok en naar de kleine blauwe prins wandelde. Hij had er zin in die ochtend en bracht me ronkend en spinnend in een oogwenk over de zondagstille wegen naar mijn bestemming. Parkeren kon langs het Hoogelandse park, dat er al even zondags bij lag. De eeuwenoude bomen leverden filterend de juiste atmosfeer op voor het groepje yoga-beoefenaars op het nog vochtige gras.

De juiste entourage, de juiste conditie om goed uit te pakken met pen en aquarel. Maar eerst naar de plek waar we afgesproken hadden, op de hoek van het Oorsprongpark en de Biltstraat. Utrecht op z’n mooist met de indrukwekkende ingenieuze gevels en de torentjes, haar villa’s en landhuizen, alles behalve vergane glorie. Hier werd geschiedenis trots in ere gehouden. Ik was vroeg, maar de organisatoren waren er al. Mijn stadsgenoot had al getekend aan de gracht en toonde trots zijn prachtige leporello, op zich al een heerlijk boek met de harmonicabladen, en nu gevuld met de bruggen van de Oude Gracht, in precisie uitgewerkt met nauwkeurige details met pen en aquarel. Een plaatje en de wetenschap dat ik dat op die manier nooit zou kunnen.

Gestaag dienden de andere sketchers zich aan tot de stoep vol stond met mensen van allerhande pluimage, bepakt en bezakt, die elkaar uitbundig begroeten en uitgebreid wederwaardigheden uitwisselden, namen herhaalden en inoefenden, zittend op de meegebrachte driepoten of staand, tot het tijd was om een bestemming te zoeken. Er was keuze in overvloed. Sommigen togen richting Hoogelandse park, anderen naar de Maliebaan en ik wilde eerst het prachtige ranke huis met de torens proberen. In eerste instantie zat ik er scheef voor. De wijze woorden bij de vorige perspectief-les indachtig, was verkassen naar het vooraanzicht wijzer. Vriendinlief bleef wel schuin er voorzitten en begon druk met meten en rekenen. Het was lastig, ik had weer te groot opgezet, zoals gewoonlijk, maar het kwam wonderwel goed, al was ik twee van de torentjes kwijt geraakt in het strijdgewoel.

Aan de overkant zat iemand te werken op haar Ipad. Er zat een pennetje bij, waarmee ze rechtstreeks digitaal kon tekenen, wat makkelijker leek dan de bamboo van Wacom, waar de hand/oog coördinatie als extra moeilijkheidsgraad werkte. Stilletjes en in een eigen bubbel werkten we door. Een buurtbewoner die bezig was aan een ochtendwandeling vroeg beleefd of hij mocht kijken. Natuurlijk, geen probleem. Het kruispunt was kennelijk een gangbare route voor de fietsers, want die kwamen veelvuldig langssuizen. De bocht werd steevast te ruim genomen, waarna alle zeilen moesten worden bijgezet om elkaar te ontwijken. Neerlands fietsvolk op haar best.

Met het invullen van de details leek het heel wat. Vriendin was nog wel even bezig met haar torentjes als minutieus precisiewerkje. Voor mij was het thermoskannen-koffietijd en door naar een volgende stek. Overal zaten plukjes tekenaars en een enkeling alleen. In het Hoogelandpark zat een gezellige grotere groep, maar in de schaduw. Ik wilde zon en warmte. Aan het eind van het laantje baadde het Hoogelandhuis in de volle zon. Vlakbij Polarbear, met de warmte op zijn en mijn snoet, stalde ik uit. Collega-schetser zat op de bagagedrager van haar fiets en gebruikte het zadel als tafel. Ze had haar driepoot vergeten. Ze vertelde over de polarbear als eerbetoon aan de Canadezen, die Utrecht ten tijde van de bevrijding binnen waren getrokken. En er was een anekdote over de vrouw van Mussert, die ten overstaan van de Nazi’s de weggedoken mensen verraadde vanuit haar slaapkamerraam aan de Maliebaan, zodat in het licht van de vrijheid ter plekke nog mensen werden gefusilleerd. Boeiende verhalen, terwijl de pennen krasten onder de turende blikken. Het Hoogelandhuis was heerlijk recht toe, recht aan en beer werd aandoenlijk door een vogelpoepje dat precies op ooghoogte zat en hem de uitstraling van Poohbear gaf.

We eindigden waar we begonnen waren. De rijkdom, één grote verscheidenheid aan stijlen en technieken, lag op de grond om bewonderd te worden en het was niet alleen de zon, die onze harten verwarmde. Het gaf een goed gevoel.

Uncategorized

Altijd iets te vieren

Vroeg uit de veren was het credo gisteren en dat vroeg is betrekkelijk. In de veren doe ik elke ochtend al heel veel. Daar komen de zinnen binnenwaaien en schrijf ik eerst altijd de blog. Maar de volgorde verschilde. Normaliter is er eerst koffie en kwark voor de medicijnen en daarna het verhaal. Nu was het andersom. Eerst mijn hoofd leeg spuien en daarna beneden een dubbele koffie in de kleine thermoskannen, alle pilletjes met kwark naar binnen werken en gaan.

De boodschappen voor een broodje bij de super en om half een hoog en droog, terwijl de lucht naarstig aan het betrekken was, in het atelier. Thuis had ik de foto opgezocht van vriendin van lang geleden. Zij voorovergebogen voor de spiegel, dicht met haar neus erop, om de make -up aan te brengen, de foto van het spelden van de Arnemuidense kappen bij elkaar en zij lachend tegenover mij tijdens een horlepiep. Onmiskenbaar ‘zij’. Dat wilde ik vastleggen nu alleen de herinnering was achtergebleven.

Achter de doeken stond precies het formaat wat ik nodig dacht te hebben. Het kostuum kon ik dromen. Het lieve koppie ook. In dit geval had ik de nieuwe oil-sticks meegenomen. Olieverf in krijtvorm. De verpakking was een draak van een anti-senioren soort. Nauwelijks een opening om te peuteren, maar eenmaal los, tekende het heerlijk. Daarna viel het te bewerken met kwast, vinger of doek, met het resultaat van de olieverf uit de tube.

De tuin stond er groen bij. Overal waren de planten aan een groeispurt begonnen. De herfstasters waren met hun glorietijd gestart en eisten hun ruimte op. In het atelier was het donker en dat kwam door de begroeiing aan de achterkant, waar braam, springbalsemienen en vlier in een innige verstrengeling waren geraakt en de aardperen hoog boven de Bernagie uittorenden. Een welkome afleiding tussen het schilderen door, dat snoeiwerk. Bovendien kwam er licht in de duisternis. Een van de nadelen van het ouder worden is dat het lijf zoveel signalen afgeeft over het niet meer al te soepel functioneren. Met het gebukt staan, brandde het tussen de schouderbladen en begreep ik dat de koek bijna op was voor het werk. Nog even de schort aanpakken van het kostuum en klaar was Trijn voor vandaag. Twee volle zakken snoeiwerk gingen mee naar de vaalt.

De dag daarvoor had ik met twee lieve vriendinnen uitgebreid geluncht, verhalen over het heden en verleden buitelden over tafel, het was zo behaaglijk en zo knus, maar ook waanzinnig, dat we elkaar na al die tijd niet stevig konden omhelzen. Wat had ik me graag even in willen graven in die vertrouwde armen van liefde en warmte. Alle verhalen kwamen voor het voetlicht. School, de kinderen, vakanties, vooruitzichten, twijfels, angsten, hoop en liefde, heel de staat van zijn. Met een tikje weemoed liet ik ze weer gaan. Thuis een mail van de hoofdredacteur met de melding dat mijn recensies de hoeksteen van het blad zullen worden. De koningin te rijk, zo voelde het.

’s Avonds probeerde ik na het schilderen de oliepastels uit in een snelschets, die ik ook gekocht had. Zes kleuren en niet de meest logische, maar zo heerlijk zacht en werkzaam. ‘Vriendinnetje aan de make-up’-foto als inspiratiebron. Ze leek er niet echt op, maar het krijt deed haar werk goed. Wat een mogelijkheden betekende dit. Fijner dan het pastelkrijt en weer een mooie nieuwe ontdekking van iets dat al een eeuwigheid bestond. Zo werkt dat als je steeds zelf het wiel uit moet vinden, maar daardoor behoudt het juist de sjeu.

Vandaag bij de sketchcrawl zal ik proberen er mee te experimenteren. We gaan naar een park in Utrecht met huizen in de buurt met de meest waanzinnige gevels, die je maar bedenken kan. Thermoskan mee, kruk mee, tekendoos en aquarel in de aanslag en gaan. Feest maken doe je zelf, want er is altijd iets te vieren

Uncategorized

Een mens zou er filosofisch van worden

Met de droom wordt ik wakker. Ik ben op een of ander congres. Het is niet de jenaplanconferentie, maar waar het dan wel over gaat, krijg ik niet helder. Ik zit naast een man, een jongen nog, met een corduroy cognac/bruin colbert aan en sluik donkerblond haar, dat over het voorhoofd valt en zijn gezicht omlijst. Hij vraagt: ‘Wat doe je. Ik antwoord: ‘Ik observeer.’ Hij vraagt weer: ‘Wat is dat dan observeren.’ Ik antwoord: ‘Observeren is alles zien.’ Er voegt zich een blonde jongen bij ons. ” Dat klopt,’ zegt hij lachend. ‘Alles zien is observeren.’ Maar dat is de essentie niet, het is echt andersom. Het is de samenhang der dingen.

Ik sudder op de droombeelden. Waar komt het vandaan. Vlak ervoor heb ik het boek ‘Ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya gelezen. Het is een boek over het gedachtegoed van een man, die zijn hele leven heeft geobserveerd. De binnen en de buitenwereld. Nu komt alles samen. Een boek over gedachten, over wat je gezien hebt, over gevoel vooral en hoe je gevormd wordt door de gedachten van anderen. Je hebt Turkse wortels dus dan ben je bij een voetbalwedstrijd Turkije- Nederland voor Turkije, zegt men. Als Turkije de eerste twee interlands verliest tegen Oranje, dan ben je ‘de verliezer’, want je bent een Turk. Als Nederland een derde interland verliest, omdat Seedorf een cruciale penalty mist, dan voel je je ineens onoverwinnelijk. Je bent een Turk. Maar Oranje blijft altijd beter in de ogen van de anderen. ‘Wij, jij, zij, hij, ik en ik dan’, proef ik door het hele boek heen. ‘Waar ben ik, waar sta ik, wie ben ik’. Wat een ingrijpend en veelzeggend boek.

Er is een herinnering bij van ‘zich verslapen’. Hij zit in het vierde of het vijfde van het VWO. De geschiedenisleraar zit aan zijn lessenaar en geeft hem de wind van voren, schreeuwt hem toe, ‘dat het nooit, nooit, maar dan ook nóóit iets met jou zal worden. Hij zwijgt. Iemand zegt: ‘Trek het je niet aan. Je weet toch dat hij een racist is, hij was lid van de centrumpartij.’ Die opmerking geeft hem letterlijk een andere kijk op de wereld.

In een passage is er een willekeurige ontmoeting van twee fietsers, die wachten voor het stoplicht. Als de man naast hem vraagt waar hij vandaan komt, antwoordt hij: ‘Ik weet het niet. De man geeft hem ongevraagd raad: ”Wees als een vogel, laat je niet vastbinden. Je hoeft niet te kiezen.’ De vreemde man is verdwenen, lijkt opgelost te zijn in de wind, maar er is een vóór en een ná die opmerking.

Al die verzamelde momenten zijn eye-openers voor hem. Als je goed leest bij deze ervaringen, wat er in woorden wordt weergegeven, dring je door tot de kern van het probleem van een dubbele culturele achtergrond. Het klaart de lucht voor een goed verstaander, die hier geen half woord krijgt, maar heel veel stof om over na te denken.

Het is fijn om eindelijk weer een boek tegen te komen, die het gedachtegoed fileert tot in de finesses, om uit te komen bij de vragen naar de betekenis van het leven. Het heeft niet voor niets deze titel gekregen. ‘Mijn ontelbare identiteiten’, maakt je bewust van het zelf in relatie tot al die anderen die je onderweg tegenkomt. Het zorgde er ook voor dat ik een rondje ging maken in mijn eigen gedachten. Daarna ben ik weer gaan slapen en droomde de bovenstaande droom. ‘Observeren is alles zien’. Een mens zou er filosofisch van worden.

Uncategorized

Regeren is vooruitzien

Laatst was er iiemand op twitter die triomfantelijk in een tweet vertelde in de strijd om het voorkomen van voedselverspilling, een ” to good to go’-box of iets dergelijks te hebben aangeschaft. Daarop kwam onmiddellijk een antwoord van iemand, die zei dat je met die actie de voedselbanken benadeelde. Schuldbewust gaf de eerste toe, daar niet aan gedacht te hebben.

Vorige maand zag ik tot mijn grote ontsteltenis hoe bij de plaatselijke supermarkt grote hoeveelheden voedsel de afvalcontainer werden ingeschoven en de haren rezen me te berge, toen ik dacht aan al die mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken.Er bleef sindsdien iets knagen. Wat ik daar de container in had zien verdwijnen, deugde niet.

Vandaag kwam de Volkskrant met het verlossende antwoord in een artikel van Toine Heijmans over ‘Voedseloverschot’. De Lidl is overgegaan op het verkopen van producten, die bijna over de datum zijn, tegen betaling van een of twee kwartjes, Het is een succes. In een mum van tijd zijn in de winkels de schappen leeg en je moet er vlug bij zijn. Vlakbij is een voedselbank. Ook hier zijn de schappen bijna leeg. Buiten staat een lange rij mensen tot aan de parkeerplaats geduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Andere voedselbanken bekijken de kwartjes-aanpak van de supermarktketen met argwaan. Hun angst is het gevolg van de actie wat een tekort bij de voedselbanken zou kunnen opleveren. Maar Annita Nieuwenhuizen, hoofd bedrijfsvoering bij de voedselbanken, gelooft daar niet in. ‘Wat je wilt bereiken,’ zegt ze, ‘is dat mensen weer hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze gewoon weer in de supermarkt kunnen winkelen’. Ze is van mening dat alles wat je aan voedselverspilling tegen kan gaan, pure winst is. Waardigheid is een groot goed,.

Een en ander is het gevolg van de concurrentiestrijd van de supermarkten. Men wil kost wat kost de schappen vol houden en rekenen het overschot door in de prijs. De klant wil volle schapppen. Ik ga bij mezelf te rade. Wil ik volle schappen? Nee, niet echt, alhoewel, ik wil niet misgrijpen, wat minstens ook een welvaartsprobleem is. Het is toch altijd weer ‘het kip of het ei’-principe. Als het aanbod er niet was, wat zouden we dan doen. Wat hadden we gedaan als er geen supermarkten waren verschenen en het bij die kleine buurtwinkels gebleven was. Hetzelfde kan je je afvragen bij die volgeplompte schappen met minieme houdbaarheid. Het eeuwige dilemma ‘Wat-als’.

Annita vindt de Lidl-antiverspillingsactie een mooi begin van een echte oplossing. ‘Straks kunnen de armste klanten toch gewoon bij de supermarkt kopen zonder schaamtevol in een lange rij te moeten staan, baas in eigen budget zijn, zonder gesleep van voorraden’. Toine eindigt het artikel met de voorspellende blik van deze opmerkelijke vrouw: ‘Over dertig jaar bestaat dit niet meer’ zegt ze terwijl ze het magazijn rondkijkt. En ik ben het met Toine eens, als hij zegt ‘Dat is nog eens een vernieuwend concept’. Niet gelijk misbaar maken of bang zijn dat het eigen hachje het niet redt, maar over de grenzen van het eigen bestaan heenkijken, naar een aanpak die de toekomst dient ter meerdere eer en glorie van iedereen.

‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ schiet een reclame-quote in mijn gedachten, als variatie op het thema. Politiek gezien, bijvoorbeeld. Iets wat ze ons vroeger met de paplepel hebben ingegoten. Gebruik je gezonde verstand en laat je niet gek maken, want regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Hoe eerder, hoe beter

Nu de risico’s nog steeds groot zijn, besef ik dat de terugkeer naar het vrijwilligerswerk nog lang niet aan de orde is. Het betekent, dat heel veel mensen die ik daar ontmoet heb, zijn blijven steken in het beeld op mijn netvlies, gestolde foto’s sinds maart van dit jaar. De patiënten zijn niet uitgekristalliseerd tot doodziek, de zwakkeren onder hen, pinkmager vaak, zullen blijvend ronddolen in mijn gedachten. De armbandjesvlechtende mevrouw, het doorschijnende jonge meisje, die vermoedelijk ouder was dan ze leek, de oude man in zijn magerte, geen gram teveel, toen al niet, het echtpaar, zij lezend aan het voeteneind en hij trots op zijn schilderijen, de dolende vrouw en al die anderen. Allemaal stilgevallen in mijn beleving. Hoe zijn zij deze crisis te boven gekomen. Zijn ze gewoon blijven gaan naar het ziekenhuis? Zo’n chemo breek je niet zo maar af en de immuuntherapie al helemaal niet. Ik weet, dat men destijds ermee bezig was om deze therapie aan huis te geven. Een hele verbetering ten opzichte van iedere keer weer die gang naar het ziekenhuis.

Gisteren zag ik een stukje van Jinek. Ze voerde een gesprek met de directeur, een intensivist en een verpleegkundige van een Brabants ziekenhuis, dat het zwaarst getroffen was. Ze hadden opnames gemaakt vanaf het begin. Er was een gesprek bij van de intensivist met een vrouw, die in coma gebracht zou worden en afscheid moest nemen van haar man. Jinek verbaasde zich over de rust, waarmee uit de doeken werd gedaan hoe een en ander zou worden aangepakt. Een van de professionaliteiten van een arts of verpleegkundige is de angst en de onzekerheid uitbannen, zodat men vertrouwen krijgt in wat er komen gaat. Maar de keerzijde werd ook getoond. De directeur die vanuit zijn raam naar het mortuarium kijkt en ziet hoe partytenten er naast werden opgesteld, waarbij de realiteit doordrong, zo helder als het wrange zeildoek zelf. Mijn God, er zijn niet genoeg koelcellen. De opmerking van de intensivist, over de wereld van verschil binnen en buiten de muren, werd als een ader bloot gelegd door de ontzetting van de directeur. Men stond nog steeds ‘aan’, omdat het onbekend was hoe het zich verder zou ontwikkelen. De alertheid had grote impact. Ze voelden zich door en door verantwoordelijk en toch evenvaak zo machteloos. Ze waren moe, doodmoe.

Ik dacht aan de afdeling en al die mensen daar, die het vuur uit hun sloffen liepen tijdens een gewone werkdag. Hoe was het met hen gegaan. Namen ze nog steeds de status van de afdeling door in de ochtend. Waren ze nog steeds opgesplitst in tweetallen voor een aantal kamers. Op maat gesneden zorg, zodat ieder de aandacht kreeg die hij of zij verdiende? Was het nog mogelijk geweest om deze patiënten, die nu een dubbel zwaard van Damocles boven hun hoofd hadden, gerust te stellen. Of maakte het niet meer uit. Veel waren al uitgestreden en berustend in hun weinig rooskleurige toekomstbeeld. Te allen tijde zou de verpleging er voor gaan, dat is inherent aan de beroepskeuze.

Een wereld van verschil, dat is het zeker. Zodra je het ziekenhuis instapt, zijn er andere prioriteiten en verdwijnen de wissewasjes. Mensen die ziek zijn, zijn gelijk. In de nietigheid van dat lijf, dat veren kan laten vallen en tegelijkertijd ook kan opveren en daarmee zichzelf verheft. Het blijft gissen en duimen draaien, net zolang tot we weer aan de slag kunnen. Hoe eerder, hoe beter.

Uncategorized

Voor elkaar en door elkaar

Gisteren en vandaag tovert Facebook herinneringen te voorschijn en serveert ze me smakelijk. Twee levensgrote dino’s, een tweedimensionale en een driedimensionale, die we met de groep vier jaar geleden tijdens een oerproject hebben gemaakt. Het was een verhaal met de Archeopterix, de oervogel, die was komen aanvliegen. Ze werden er enorm enthousiast van. Eerst hadden we opgezocht op de computer hoe ons skelet eruit zag en hoeveel botjes wij hadden, dat bleken er 205. Vervolgens gingen we takjes en takken zoeken van verschillende grootte onder de drie, uit de kluiten gewassen, populieren naast de school. Ze maakten er een wedstrijdje van. Wie de meeste takjes kon verzamelen. De race was op die manier snel gelopen. Met een volle mand kwamen we terug in de kring. Daar lag zilverpapier klaar en iedereen mocht zoveel mogelijk takken inpakken in het zilver. Dat werd een hele berg.

We bestudeerden in een boek het geraamte van de Tyrannosaurus Rex. Kleine botjes voor de enorme lange nek en langere botten voor zijn ribbenkast en de armen en benen. Twee kinderen hadden van dozen de kop gemaakt, weer anderen hadden de scherpe tanden geknipt. Ook de dozen werden omwikkeld met zilverpapier. Twee van de oudste jongens legden de botjes in de juiste volgorde en daarna keek de hele groep mee of het klopte. Daarvoor moesten we onder grote hilariteit op de stoelen gaan staan, anders hadden we het overzicht niet. Toen ze dachten dat het goed was, zijn we gaan knopen, Dat wil zeggen, ik legde de knoop en de kinderen trokken ‘m aan. Met vereende krachten kwam de Dino tot leven, voor zover dat kan als je al eeuwen dood bent. Het systeemplafond in het halletje voor de groep was uitstekend geschikt om het reuze geraamte aan draad op te hangen met zijn bungelende pootjes. Het voelde als een glorierijk werk. Met wangen glimmend van trots werden ouders meegetrokken om ons kunstwerk te bewonderen. We hadden er de hele dag aan gewerkt en niemand had zich ook maar een ogenblik verveeld.

De tweede was Streetart. Gewapend met stoepkrijt trokken we naar buiten. Ik had een tekening van de Tyranno als voorbeeld gemaakt en een van de kinderen kon met behulp van de aanwijzingen en cruciale punten, zodat de afmeting zou kloppen, natekenen. We hadden de groep in tweeën gedeeld, dus de oervogel, de archeopterix, kon er ook bij. Die kwam aan de andere kant van het klimrek. Daarna gingen ze verwoed aan het werk met het krijt. De opdracht was, dat er geen tegel meer te zien mocht zijn binnen de contouren van de dino en de vogel. Ze slaagden met glans. Weer was de ochtend omgevlogen zonder dat we het in de gaten hadden.

Tijdens het project kwam er een dino-woud bij op de watertafel, compleet met bomen en heuvels en konden de kinderen het poppenspel met de Archeopteryx naspelen. De pop was lang geleden, bij een vorig project, door een collega, griezelig echt, gemaakt.

Vier weken lang zijn we er enthousiast mee bezig geweest. Verwondering kwam bij deze kleine groep vanzelf. Zodra er een spannend verhaal was, gingen ze er mee aan de haal en werden mede-eigenaar. Zo werkte het als een trein. Binnen de kortste keren hadden we een aantal dingen op de rit staan. Geen moment verveling of het niet weten, maar de juiste focus en je helemaal betrokken voelen. Met ervaren als basis en met de kracht van de groep: Voor elkaar en door elkaar.

Uncategorized

Lanterfanten is voor de poes

Met twee goedgeladen accu’s voor de grasmaaier trok ik richting tuin. De lucht hing rechts dreigend grijs boven de tuinhuizen en aan de linkerkant spiegelde een strak blauw met witte wolken in de sloot. Ogenschijnlijk was er niet veel wind, maar daar bovenin wisselde het decor sneller dan ooit. Het zou niet regenen. Dankzij de temperatuur schoot het goed op. Na de onkruidsessie van de vorige week hadden de verdrukte planten zich eens flink uitgeschud en verheven. De springbalsemienen waren de honingbevoorrading bij uitstek. Dikke hommels en bijen, wollig geel op het lijf, oogden als kleine teddyberen door het overdadige stuifmeel. Het hart maakte altijd een sprongetje van deze bedrijvigheid.

Achter versperden ze de doorgang met buuf, dus daar moest gesnoeid worden, evenals de wilg op die plek. De anderen zou ik snoeien als de herfst het bladverlies ging inzetten. Vriendinlief had al beloofd om te komen helpen. Noeste lichamelijke arbeid werkt helend bij optrekkende kou. De springbalsemienen met hun rabarberstengels knapten met een droge tik onder de snoeischaar. Hommels en bijen bezochten de bloemen tot op het laatst, waar ook de vele gekrulde zaden op de grond lagen van de opengesprongen zaaddozen. Koddige ballerinarokjes leken het. De dans van de voortgang.

Het grote doek binnen stond verleidelijk op de ezel nu het niet te warm was in het atelier. Met alle tijd na de snoei en het mooie uitzicht over de opgeruimde tuin werd de tweede laag opgezet over de sienna-bruine bloemen heen. ‘Kloddertje hieeeeer, klodddertje daaaar’, tante Til van de familie Knots zweefde in gedachten langs. Tante Til die in een suikerzoete wolk van roze zich uitleefde met kwast en verf. ‘Penseel’, zou mijn oude meester zeggen. ‘Kunstschilders hanteren geen kwasten, maar beroeren het penseel’. Natuurlijk, ik vind alles best. Als er maar wat uit handen komt. Heerlijke serie en knotsknetter, vol wendingen en malle taferelen, uitgesproken types en alles in een overtreffende trap.

Zo, de tweede laag zat erop. Nu uitvissen hoe de transparantie erin verwerkt moest worden. Het bleef duwen en trekken, gisten en brouwen. Toen ik buitenkwam bleek de zon te schijnen en voegde een opgewekte noot toe aan de bloemen, die er licht doorschijnend van werden. Thuis moest ik maar eens een recept voor vlierbessenjam opzoeken. De drie bomen rond de tuin gaven een overvloed aan dieprode bommetjes. De frambozen kleurden ook. Vlierbessen/frambozenjam dus. Of vlierbessen/appel. Beide smaakvol, leek me zo.

Er kwam een mail binnen van de hoofdredacteur met de mededeling dat alle vier de recensies door konden in het nieuwe nummer. Altijd fijn om te horen dat het werk, vanmorgen vroeg de laatste geschreven, voldeed. Door het lezen van De doge-ring van Thea Beckman was mijn bewondering nog meer gestegen. De laatste twee dikke pillen van de trilogie Kinderen van Moeder Aarde lagen klaar voor eigen plezier.Al is lezen nooit een straf.

Van vriendinlief kreeg ik door dat er een tentoonstelling verwacht werd van John Constable, de landschapsschilder in het Teylermuseum in Haarlem. Bij de aankondiging las ik dat de schrijver zijn heftige emotie vermengde met zijn verf. ‘Geluk en verdriet, liefde en vriendschap gaan schuil in zijn licht, lucht en landschap. ‘Painting is but another word for feeling’ schreef hij aan een vriend. Het leek me alleszins de moeite waard. Helemaal omdat hij gezien werd als één van de ‘Vaders’ van de moderne kunst. Iets om naar uit te kijken. De tentoonstelling van Isaacs en Breitner in het kunstmuseum van Den Haag had ik gemist, omdat ik niet door het tijdslot heen kwam. Ik zou wensen dat we binnenkort weer gewoon ongedwongen binnen mogen lopen. Of voor de hele collectie of voor een doek alleen, waar je even in weg wil zinken.

De krant is uitgespeld, de koffie is op. De hoogste tijd. Lanterfanten is voor de poes.

Uncategorized

Weemoed en herinnering

Vanaf het begin dat we viraal werden ingesloten, was de agenda leeg. Of tenminste, er stonden nog steeds veel afspraken in, maar het deed er niet meer toe, want we konden ze niet nakomen. Dus leerde ik af elke dag de agenda te checken. De dagen kwamen en gingen, sloten zich aan in rijen om in weken en maanden voorbij te trekken. Ik nam de dag zoals ze kwam. Lezen, schilderen, rondjes lopen om de zuil in de kamer, raambezoekjes van de kinderen, toegeven aan wat opruimwoede, . Niet te veel, want ik kon het nog niet kwijt. De schuur stond vol met de inboedel van zoonlief. Hij deed de boodschappen en werkte thuis, de jongste ging nog wel naar het tweemansbedrijf. Zo reeg de tijd een karig snoer van bezigheden. De agenda werd leger en leger. Ik leerde af haar te raadplegen.

Na de vakantie komt ineens weer een deel van het ‘gewone’ leven op gang. Ik kan naar het voetbalveld. Nooit gedacht dat het zo’n gevoel van bevrijding zou geven. De wijk loopt in de vroege morgen uit om naar school te gaan en het verkeer ruist er haastig doorheen. De langdurende stilte doorbroken. De agenda vult zich met theatervoorstellingen voor de scholen en mijn taak als publieksbegeleider, er zijn sketchcrawldagen, oppasmomenten. Niet alles wordt hervat. Het ziekenhuis is nog een brug te ver. Gisteren had ik in de ochtend gekeken wat er de komende week te doen was, maar vergat de zondag zelf. Bij zus, die we zouden helpen inpakken, een telefoontje van dochterlief. We zijn met een half uur bij je om kleinzoon vijf te brengen. ‘Whaaaaa’. Agenda raadplegen en daar stond het tot mijn schrik. Oppassen bij 13 uur.

Hals over kop schakelen en terug naar huis. Op tijd voor de taak die ik op me had genomen. Autootjes onder de bank vandaan trekken en klaar. Crackers en bananen in de aanslag, wandelwagen in de hal van de entree.

Bij het wandelen weersta ik de verleiding om hem aan te sporen de eenden te voeren. Die mogen geen brood of cracker meer. Leen Jongewaard zong met de stem van mijn jeugd ‘Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren, eindeloos…’en nostalgie drong even door de poriën naar buiten. Zoveel veranderingen. Ik zal in het vervolg een zakje haver of graan achter de hand houden. Niets is fijner dan die gulzige schrokoppen elkaar de graankorreltjes afhandig te zien maken, een beleving op zich in de kleine-mensen-wereld. Bij het wandelen slaan we de speeltuintjes her en der als vlekken in de wijk verspreid, over. Er zijn meer mensen op het idee gekomen en het is er te druk. We wandelen terug naar huis waar de autootjes in lange rijen staan opgesteld.

Als ik de handpoppen van Meneer de uil erbij haal, schatert hij het uit. Vooral met de stemmen erbij, waarbij juffrouw Ooievaar hem het hardst doet lachen, zeker als ze met haar vuurrode snavel naar raaf pikt. Ik zie het konijn voor Ed Bever aan en Bor de wolf sijpelt langzaam binnen ‘Hoeh, ik ben Bor de Wolf en hou wel van een lekker hapje hoeh’.

Om zes uur neemt zoonlief de honneurs waar, want ik heb een etentje met de zussen en zwager in een nieuw Indonesisch restaurant. Op voorhand bieden ze mij dit etentje aan voor mijn verjaardag. Met liefde smaakt alles beter. De entourage roept geen wajangs en gamelan op. Kunst aan de muur van een onbekende schilder. Geen batik op de tafels, geen teran bulan. Alleen de bediening is plan plan. Heel even flitst een vleugje Pasar langs, maar de tijd dendert voort.

Terug naar huis een ervaring rijker, iedere regio kent haar eigen keuken. Zuslief is vooral de Molukse gewend en zwager zijn eigen Indische wortels. Moeders pappot is toch altijd het lekkerst. Vooral met een saus van weemoed en herinnering.

Uncategorized

Stof van jaren

Vrijdag werd er aangebeld. Een pakje. Met een roffel op de trap naar beneden en net te laat. Maar de pakketbezorger kwam al naar boven met twee pakjes in de handen. Een voor de buurvrouw en een voor mij. Hij lachte halverwege de galerij uiterst vriendelijk en toen hij echt aan de deur kwam, zag ik het. Het was een oud-leerling van school. Ik had zijn twee zussen in de groep gehad en veel toneel gespeeld met zijn moeder tijdens de kampen en haar lief en leed gedeeld. Hij vertelde in het kort hoe hij gevaren was. Vierdejaars student geneeskunde net als zijn jongste zus, met als specialiteit oncologie. De oudste zus studeerde aan de Wageningse universiteit. Met zijn moeder ging het goed. Het sprietige schuchtere jongetje met de dromerige ogen was opgegroeid tot een vrolijke sterke man, die de postpakketten als bijbaantje naast de studie deed. Hij had vroeger vast nooit gedroomd nog eens tegenover me te staan, terwijl ik in pyjama en ochtendjas gekleed was.

Hij bracht de boeken ‘De Doge-ring van Venetië’ en ‘Kinderen van moeder Aarde’. De laatste had ik intussen al geleend en uit, maar de eerste was maar half zo dik. Ik bood aan mijn hoofdredacteur aan om daar alsnog een recensie over te schrijven. Het paste mooi bij ‘Het Boek van Jongen’, ook al waren ze op verschillende leest geschoeid. De Doge-ring van Venetië is een historische jeugdroman en Het Boek van Jongen is veel meer een magisch-realistische jeugdroman. Beide hebben een jongen als hoofdpersoon en beiden maken een voettocht, de een naar Venetië en de ander naar Rome.

Zoals Beckman de verwondering van Thomas en zijn monnik Matthias beschrijft zou je wensen de reis nog eens na te kunnen maken, ondanks de ontberingen onderweg. De beschreven steden, de groeiende liefde voor de ezels, zijn twijfels over het novice zijn, nu hij de wereld leerde kennen en ontluikende gevoel dat heen en weer geslingerd wordt tussen geloof en hoop zijn ontroerend. De Jongen en zijn mysterieuze pelgrim Secundus duiken veel meer in de zintuigelijke beleving van de Middeleeuwse steden en dorpen, de rauwheid van het volk en het bijgeloof. Beide jongens groeien van hun reis en leren zichzelf en hun ware aard kennen. Thomas blijft aards, het geloof blijkt wankel en bij andere gelovigen niet altijd even zuiver in dit rijke Roomsche leven. Jongen stijgt letterlijke en figuurlijk boven zichzelf uit.

Zo blijf ik de tijd vervlechten tot dikke strengen, waarbij heden en verleden door elkaar lopen. Er zijn stukken ongerept land, waar je je in een Middeleeuws landschap zou kunnen wanen en er zijn gebouwen intact en bewaard gebleven. De geiten, paarden en ezels zijn identiek. De basiliek van San Marco is nog altijd te bezoeken en bevat de prachtige mozaïeken, waar Thomas zo van onder de indruk was, evenals de Pala d’oro, het prachtige altaarstuk. Daar vraagt Thomas zich af of de Katholieke kerk niet teveel pracht en praal verheerlijkt en het geld niet beter aan de bedelaars voor de poorten konden geven. Gedachten zijn tijdloos. Het aanbidden evenzo. Relieken spelen nog altijd een rol. Alleen betreft het nu idolen, waarbij men veel geld neertelt voor een vermeende gitaar, een krabbeltje op een papier of een of ander kledingstuk.

De regendruppels van vannacht schitteren in de zon en even lijkt het erop dat iemand met een laserlampje aan het seinen is, want door de zachte bries speelt de druppel verstoppertje met het blad ervoor. ‘Ze zien me niet, ze zien me wel.’ Zus gaat inpakken vandaag en wij gaan haar een handje helpen. De kranten staan garant voor ongeschonden glaswerk. Het is een verhuizing van appartement naar appartement en daarom behapbaar. Ergens kriebelt het om eveneens aan het ruimen te slaan. Als ik ooit een keer over wil, vallen er heel wat ‘relieken des tijds’ weg te werken. Stof van jaren.

Uncategorized

Voor wie ontvangen wil

Vannacht was ik op een reunie van de oude volksdansgroep van vroeger. Het was bijzonder hoe helder de beelden waren en ook dat het lang bleef nasudderen in mijn gedachten. We waren bij elkaar gekomen als troost na een heftige gebeurtenis dat een echtpaar van ons was overkomen. De in en in verdrietige echtgenoot had een oogverblindende witte trui aan en was bruiner dan ik hem ooit had gedacht. Een voor een kwam iedereen langs en we lapten de 1.5 meter regel aan ons laars, omdat troost boven veiligheid gaat. Er was een trapje in de enorme ruimte, dat naar boven leidde en dat ooit alleen maar beklommen werd door vriendin die er niet meer was. ‘Dan maak ik daar gebruik van,’ zei ik resoluut tegen een ander. Het was een smal en ingewikkeld systeem, waarbij je eerst de rechtervoet op de eerste spurt moest zetten en dan pas de linker op de volgende. Het werkte ook niet helemaal. Als de Cake Walk op een kermis gingen de trappen omhoog en omlaag en het vergde nogal wat concentratie. Het laatste stuk redde ik doordat een andere vriendin me over de railing heen trok. Daarna riep iemand dat hij onder aan de trap een grote som geld had gevonden. Dat bleek van mijn medeklimmer te zijn. Ik werd vervolgens gehaald voor een fotosessie, maar nu schoot de trap van de zolder los en zweefden we als een polsstok heen en weer op de ladder. ‘Klim naar boven,’ gilde ik. Dat deed degene boven mij en door de verplaatsing van het gewicht schoven we op het nippertje op de zolder. Zo sudderde de droom nog een tijd verder en ik wilde niet wakker worden want ik was blij om ze allemaal weer te zien.

De droom, een ongeleide gedachte, komt door de vraag die ik kreeg over de mail, of we wel dan niet een reünie gaan houden in deze tijd. In dromen maakt de fantasie een wonderlijke vrije val en ik ben altijd weer verbaasd over de details, die tot in de finesses te zien zijn.

De krant brengt het weekend-magazine waar wol centraal staat. Zelfs aan wol kleeft een grote ‘maar’, ook al is het duurzaam en gaat het lang mee. Retro truien en vesten zijn hot en happening, gerecyclede wol waar weer nieuwe kunstzinnige truien van gebreid worden, modehuizen met een eigen breifabriek, wollen truien van de jaren zestig tot nu, ze komen allemaal voorbij. Ook het verschil in wol wordt genoemd en het afschuwelijke verminken van de billen van de merino-schapen in Australië, mulesing genaamd, waarbij plooien weggesneden worden rond de anus, zodat de schapen geen myiasis kunnen oplopen, een larve-ziekte. Het leed zit voornamelijk in de grootschaligheid. Als je een paar schapen hoedt, kun je zelf de plooien goed schoon houden om te voorkomen dat vliegen hun eitjes erin leggen.

Mijn gebreide badpakje in 1955

In de jaren vijftig was alles wol en met name kriebelwol. Stugge ongeverfde schapenwol, die door oma’s met name, verbreid werden tot kamizolen en borstrokken, zwempakken, die zodra je het water insprong tot op je knieën hingen, en sokken. Als bovenkleding droegen de broers plusfours en spencers, wij truien en gebreide jurken en rokken. Alles kriebelde en jeukte, vooral op plekken waar de warmte bleef hangen, in je nek, onder de oksels en in de liezen. Bij de kniekousen zaten de elastieken door gehaakte picot randjes heen getrokken. Later werd de wol voor het ondergoed vervangen door katoen en dat was draaglijk.

De wol en ik zijn nooit echt beste vrienden geworden. Een enkele kindertrui, recht toe recht aan en een turquoise trui voor mezelf die bestond uit vier aan elkaar gefabriceerde gebreide lappen kwamen nog wel van de pennen. Met mijn infarct twee jaar geleden en gekluisterd aan huis heb ik een meterslange sjaal gebreid van warm okergeel. Dat bleek een helende therapie voor alles wat was lamgeslagen door de kwaal. Iedere week weer kwam er een flink stuk bij. Een troostsjaal, om dat bij de gewonnen centimeters de gezondheid ook toenam.

De dames op de tuin zal het worst zijn wat ik draag. Ze grazen het stukje braakliggend terrein rond de paddenpoel en ik begroet ze allerhartelijks. Doorgaans krijg ik een enthousiast mèèèèèhhhhh terug en komen ze op een drafje naar de schamele omheining om met hun natte neuzen tegen mijn hand te duwen. Te allen tijde zijn het ook troostschapen, omdat Annie. M. G Schmidt de dames Veronica voor eeuwig in mijn hoofd heeft geprent en een schapekop met haar krulletjes en wazige blik onweerstaanbaar is en liefde, voor wie ontvangen wil.

Uncategorized

Pure rijkdom

De druilerigheid van de ochtend had plaats gemaakt voor een lauwe warmte en een bleke ijle lucht, waarachter de zon verstoppertje bleef spelen. Dat zag je. De aarzeling bij de borden zorgde voor een keuze. Richting Brabant dan maar. Zuslief zocht op kringlopen en vond Arkel.

Ik had het kringlopen van ons bijna vergeten te noemen, omdat wat daarna kwam zo prachtig was, maar de beide winkels, een in Arkel dus en een in Gorinchem op het industrieterrein, waren ook zeer de moeite waard. Groot, een kruip/door sluip/doorparadijs, een must voor de ware liefhebber en de meest onmogelijke snuisterijen. Het was genieten. Anderhalve meter en handgel, schoonmaakspritz inbegrepen. Alertheid was ook noodzakelijk, want soms vroeg de situatie om een razendsnel ontwijken. Een moeder met kind op de arm en daardoor alleen al twee keer zo breed in omvang, babbelde luidruchtig tegen de kleine en trok zich van een virus niets aan. Iedereen om haar heen week naarstig uit.

Na die twee gave snuffelwinkels waren we toe aan thee of koffie, zuslief met een mokka/carameltaart. Daar konden zij samen van snoepen. Aan mijn smaakloze verhemelte was het niet besteed. Door die trek in iets waren we midden in het centrum van de stad beland en vielen van de ene verbazing in de andere. Waarom wisten we niet dat het daar zo goed toeven was. Veel terrassen, vestingswallen, sluizen, de Linge en de rivier Boven Merwede. We raakten in de war van de benaming. Het bleek dat Maas en Waal samen komen bij Woudrichem en verder stromen als het Boven Merwede richting Gorinchem. Dat verklaarde waarom het er uitzag als een rivier, waar we aan een kanaal dachten. Onze kennis reikte niet verder dan de Merwede als kanaal. Google leerde dat het Merwedekanaal het Amsterdam-Rijnkanaal bij Utrecht verbindt met de Boven Merwede.

De stad bezit veel oud en modern en aangepast nieuw, een fontein op de markt, beelden her en der, dichtregels op de muren, oude pompen, een piepklein huisje uit 1600, heel veel eetgelegenheden en kappers. Het was ruim opgezet. De vestingswallen zijn prachtig gerestaureerd en helemaal in tact. We bewonderen de stervorm ervan op de plattegrond en lopen een klein gedeelte.

Als laatste ploffen we neer bij een restaurant op de markt. We hebben in de loop van onze uitstapjes een wonderlijke manier van bestellen ontwikkeld. Drie gerechten, twee voor-en een hoofdgerecht tegelijkertijd met de friet en een frisse salade laten komen en drie bordjes met bestek. Dan laden we van elke schotel een bescheiden heerlijks over op het bordje en is het precies genoeg. Wie geen grote maag heeft, moet inventief zijn. Zo maken we onze eigen afwisselende seniorenvariant en muizen de middag ten einde. Alles bij elkaar sprokkelen we nog heel wat kilometers.

Terug naar huis mijmer ik de weilanden langs. Wat is het toch een groot voorrecht om dit samen te mogen doen. Het wordt tijd dat zus vier met pensioen mag, want we missen haar bij die stadse fratsen van ons. Zussen zijn een zege en vier zussen pure rijkdom.

Uncategorized

Het uur is omgevlogen

Het hek voor het tuinencomplex is dicht. Er staan maar twee auto’s binnen. Het is onmiddellijk te merken aan de rust die boven de sloot hangt en de tuinen omsluit. Geen stemmen, geen bosmaaiers, maar het krassen van de kraaien en het zweven van de meeuwen in de lucht. Reiger staat roerloos en houdt me in de gaten. Zijn kop draait een paar keer argwanend om en zijn ogen nemen de indringer op. Hij waant zich veilig aan de overkant van de sloot, waar de schapen vandaag niet staan en is kennelijk al een en ander gewend.

De oude is druk aan het bellen in zijn glazen huis. Ik overzie vier dagen afwezigheid in de tuin. Het valt me alles mee. Naast het onkruid hebben ook de floxen en de helianthus een groeispurt doorgemaakt. De moerasandoorn die overal tussendoor is gekropen moet eruit. Eerst de maaier. De grote accu heb ik vergeten te herladen en wil niet, omdat ie in de maaier is blijven zitten en koud is. De kleine haalt tweederde van het grasveld. Geduld is een schone zaak. Dan eerst maar gaan trekken her en der. Binnen de kortste keren liggen er naast alle bedden hoopjes brandnetel en moerasandoorn. Hier en daar een afgeknipte te lange tak. Af en toe krast de kraai zijn misbaar over de reuring rond de appels, wat hem belemmert er een te verschalken. Kwaad blijft ze op het dak van het huisje van buuf zitten. Het vordert gestaag en elke spier laat weten te lang gefocust te zijn geweest op optimaal niets doen. Als ik van het kleine wiedkrukje op wil komen, voelen de benen krachteloos. Een workout van formaat zo’n tuin.

Ik prop alles in zakken, gooi het gras onder de planten aan de achterkant van de tuin en probeer de grote accu nog een keer. Met veel moeite en kreunend pakt ze het laatste stuk bijna helemaal. Een glad gazon laat alles beter uitkomen. De engelen staan er engelachtig bij, tussen al het bloeiende mooi.

Ik sluip achterom de tuin weer uit met twee volle zakken. Bij de vuilstort wijst een vriendelijke jongen de compostbak aan. ‘Weet ik hoor.’ Het groen laat zich vallen boven op de berg. In de kringloop winkel ernaast vind ik een grappig boek over de kikker en zijn lijf. In doorzichtig folie kan je per bladzijde zien hoe hij in elkaar geknutseld zit. Een vuilniswagen voor kleinzoon vier mag ook mee.

Bij het huis van dochterlief hebben de kleinzonen de overhand. De kleinste rijdt rond op zijn scootertje en zet met beide benen af wat hem een wilde vaart bezorgd. Kleinzoon 2 is zich aan het omkleden voor de training en wipt op en neer. Kleinzoon een en zijn beste vriend liggen op de bank naast elkaar en doen een spelletje. Paps loopt alles te managen. Vooral de jongste en twee hebben een apenliefde. Ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Eindelijk mogen we los en gaan aan de wandel, terwijl paps met twee naar de training vertrekt en een moeder de vriend op komt halen.

Binnen de kortste keren ligt de kleine te slapen in zijn wagentje. Kleinzoon een babbelt er lustig op los en als we bij de kinderboerderij zijn aangekomen krijg ik het slapende cherubijntje niet wakker, maar hij wel, eenvoudig door hem uit de wagen te tillen. Ze hebben mooie langharige cavia’s in een ruime stal en Franse hangoren, de biggen knorren van tevredenheid en de twee ezels zijn prachtig. De twee koeien glanzen in de zon, en het paard en het veulen doen zich tegoed aan het verse stro evenals de geiten. Het is voedertijd. Wat me opvalt is dat de dieren allemaal in een bijzonder goede conditie zijn. Glanzende vachten, natte neuzen. Er heerst tevredenheid alom. Het spelletje op de twee racefietsen, waar dribbel nog te klein voor is, zorgen voor een koddige aanblik. Hij klimt er op en gaat met zijn korte beentjes net zo hard heen en weer als de oudste op de andere fiets op de trappers.

Pas als er een oma-ijsje beloofd wordt, wil hij eraf en zijn we, mét italiaans ijs, ver over tijd thuis, waar mams zonder sleutel op het bankje in het plantsoen ons op wacht. Het uur is omgevlogen.

Uncategorized

Zon op de snoet en gaan

Het laatste deel van de stille nacht was de inspiratie om mijn recensies af te maken en op te sturen. Om dat te vieren zweefde de ochtend binnen met een zacht en wonderlijk licht. Ruimte in het hoofd en feest daarboven.

IMG_1728

Gisteren werd er aangebeld en door de huistelefoon gemeld dat er een ‘pakketjuh’ was. Jarig zijn had ik al de dag ervoor gevierd en verder de hele dag op social media, via de telefoon en in mijn brievenbus, die werkelijk ontploften van de prachtige wensen, liefdevolle opmerkingen, waardering. Alle aandacht was hartverwarmend. Maar nu dus een pakketje met een Frans accent. Haha. Ik had een vermoeden, deed de deur open en tuurde de galerij af. Ja hoor, het werd bewaarheid toen kleinzoon 2 zijn hoofd om het trappenhuis stak met een brede grijns en met een bloemetje in zijn hand de galerij afroffelde. Kleinzoon 1, volgde, dochter en schoonzoonlief en kleinzoon 3 dribbelde er als laatste op zijn eigen tempo doodgemoedereerd achteraan. Alle drie een bloemetje. Het mooiste boeket van vandaag.

F9376470-6595-4135-A7D9-7E9FFB3EE2EF Klein, groter, grootst

O, o jarig en niets in huis. ‘Wat willen jullie drinken, water, water, of water’. ‘Doe maar water’ antwoordden ze allen in koor. Het werd een genoeglijk bliksembezoek waarbij ze ter ere van oma naar de MC Donald mochten. ‘Tikkie sturen hoor’, gebood ik Pa en Ma, die daar niets van wilden weten. Ze zaten op de woensdag met een klein probleem. Schoonzoon was trainer van kleinzoon 2 en zijn eftal maar ze hadden de training een uur vervroegd. ‘Of ik misschien…’ Tuurlijk. Dit waren de noodgevallen. Handkus van de jongste. Daar gingen ze weer.  De jongste aarzelde even, kwam terugdribbelen en gaf me een dikke zoen.

IMG_1727

Vandaag is de tuin aan de beurt. Het gras zal hoog staan en het onkruid. Voldoende werk te doen, nu het hoofd was leeggemaakt. Dan kan ik dubbel nagenieten van alle attenties. In de bus lagen twee heerlijke berichten van vriendinlief en van mijn lieve collega en moeder van school. Al jaar en dag sinds ik van school weg ben, wordt ik bij de laatste met mijn verjaardag op een etentje getrakteerd met een genoeglijk bijkletsen. Dit jaar is het corona-anders. Of later of overslaan. Traditie is iets om soepel te hanteren. Dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. Het komt zoals het valt.

Een prive berichtje van een lieve oudleerling, die fantastisch was met de kinderen en au naturel haar kwaliteiten toonde tijdens de stage. Ze heeft wat omzwervingen gemaakt en gaat nu werken op een Montessori school. Ze bedankte me voor het geloof dat ik haar in die stagetijd geschonken had, iets wat ze nooit vergeten was. Dat was  niet moeilijk. Ze heeft gouden handen, een hart van goud en een spontaan en open gemoed. Dat is alles wat je nodig hebt in het onderwijs. Een spiegel voor de kinderen.

De werklui zijn weer druk in het weer. Ze spelen slechts een roffelende melodie. Het gehuil van de graafmachine en het gekletter van de stenen in de stalen bak is over. Ze krijgen het er warm van, een trekt zijn trainingsbroek uit en zijn FC-Utrecht shirt terwijl de ander op zijn knieën ligt. De dag draaft door. Tijd om in actie te komen na vier dagen lezen en schrijven. Zon op de snoet en gaan.

 

Uncategorized

Met terugwerkende kracht

Terwijl ik met het hoofd eeuwen vooruit was, in een verhaal over Thule en de kinderen van moeder aarde,  vertelde zoonlief, tussen neus en lippen door, dat hij me mee uit eten nam bij Le:en in Tolsteeg. Het kon vandaag niet, omdat hij moest trainen. Wat een verrassing.

IMG_1718

Tussendoor had ik alles beneden kraakhelder gepoetst en geboend voor de nodige beweging na drie dagen leesvoer. Het zou lukken want het was bijna gedaan. Een spannend verhaal en tussen het poetsen door bedacht ik, door het lezen over de vreedzame Thulenen, dat mijn lange periode bij de PSP toch ook een gevalletje: ‘De wens is de moeder van de gedachte’ was. We hadden daar vroeger al heel wat over gediscussieerd. Al ben je nog zo vredelievend, dan maakt een kat in het nauw rare sprongen. Ik had bewondering voor die vredelievende regels van de Thulenen en hun dankbaarheid aan en de zorg voor Moeder Aarde, maar als er destructie op je pad komt en je er wat tegenover moet stellen om te stoppen,dan kan je soms niet anders dan iets te doen, dat tegen de borst stuit en dwars tegen je gevoel indruist. Aan de andere kant is je daar bewust van te zijn het enige juiste. Dan is er ruimte om afwegingen te maken. Zo mijmer ik, terwijl de stofzuigerslang in hoeken komt en een kleiner mondje alle boeken in de kast grondig onder handen neemt.

Waar een ‘kinderboek’ al niet toe kan leiden. Knap van Thea Beckman, die daar zo’n enorm verhaal van kon maken. Drie dikke boeken en nog twee te gaan, vol filosofie, levenslust en ethiek, met behoudt van de zinderende spanning. De raakvlakken van het leven van de Badeners en hun verwoesting van de planeet is  volkomen actueel en misschien daarom ook wel beklemmend. Met je neus op de feiten, in die trant. Beckman maakt van Thule een vrouwenmaatschappij en trekt aan het eind van het eerste deel de erkende waarden van man en vrouw op tot gelijke hoogte. Dat voelt veel meer in balans en precies daar wordt steeds naar gezocht.

Hup, ik neem de ramen ook nog even mee. Als ik vanavond uit eten ga, kan een beetje extra beweging geen kwaad. Pluis duikt weg voor de scherpe schoonmaaklucht en ik moet af en toe even frisse lucht happen. Deadline voorlopig gehaald en dat is een bijzonder prettig gevoel.

Appje van zoonlief, om zeven uur gepokt en gemazeld aantreden. Dat lukt en als een vorstin zoef ik even later over de weg terwijl hij soepeltjes de auto stuurt. Bij aankomst krijgen we van een jongen in sneltreinvaart alle coronavoorschriften over ons uitgestort, haha, geen woord van verstaan, maar het is allemaal goed. Het is een ruime zaak en de tafels staan goed uit elkaar.

c3843a7a-4d69-49ad-83ab-f1773b076450

Ik loop achter de brede rug van zoon aan en ineens zie ik een tafel met de rest van de kinderen, zonder aanhang. Surprise. Het werd een heerlijk en vrolijk feest en de ober deed dapper mee, met zijn grappen en grollen en vuurwerk met een frambozenshotje dat alleen geluk, hoop en liefde zou brengen, als ik het in een keer achterover sloeg. Ad fundum dan maar. Gelukt en het feest was compleet toen we bedachten zo’n etentje met het gezin een keer per kwartaal te herhalen.

IMG_1721

De cadeaus waren er ook. Ze wilden eigenlijk naar een Indisch restaurant, maar dat lukte niet, dus kreeg ik een indisch stoofpotje van dochterlief met de spreuk:’Sooner or later we all quote our mother’. Waterlanders. En van allen een kalender met alle vermelde belangrijke gebeurtenissen voor mijn vergeethoofd met prachtige foto’s en een bos bloemen van zoonlief. Helemaal jarig trok ik met mijn galante chauffeur weer naar huis. Lucht-kussen en tot gauw toch, dan gaan we weer met de hele bubs een feestje bouwen, aan het strand, in het bos of in een park. Keuze te over.

3069e7a0-c000-40a1-b1e2-6e1dc9901704

Een jaar jonger geworden, zo voelt het, omdat ik steeds dacht 69 te worden, terwijl ik van ’52 ben. Die houden we erin. Met terugwerkende kracht.

Uncategorized

Aandacht met stip op een

Het bouworkest buiten is op volle sterkte aan de gang. Stenen die neerkletteren in een stalen bak geven een oorverdovend lawaai, ze dienen als begintoon van het stuk. Op de achtergrond grommende machines, met uithale de hoogte in. De stratenmakers tikken de maat met hun stenen en zingen het lied er schel boven uit. Ze wisselen de weekenden uit. De schoppen steken diep in de grond om de kanten af te steken.

De auto’s staan als een lang lint voor de zebra te wachten terwijl er van alle kanten kinderen komen aangehuppeld met hun ouders, rugzakken op, zo groot dat ze de hele rug bedekken. Vader beent met grote stappen, dochter dribbelt erachter aan. Vakantiestilte is voorbij. De hoge kinderstemmen klimmen enthousiast omhoog.

741242_324996907613944_1776135036_o  741015_324997280947240_1437670777_o

Heerlijk moment was die eerste schooldag altijd. Een week lang waren we druk geweest om de groep op orde te krijgen, duo en ik. Een lik verf hier en daar, hoeken creeëren, materialen ordenen en vullen, de meubels op hun plek, de kasten weer schoon en gevuld en het speelhuis knus en gezellig gemaakt. Daarna de rest van de school. De gangen, de gemeeenschapsruimte, het keukentje, alles moest spic een span zijn, klaar om vers en fris te kunnen starten. Voorpret om het eerste project, gniffelen om de lumineuze vondsten om de kinderen in te pakken en mee te nemen. Kleedjes schikken, bloemen op tafel en gaan.

740726_324996794280622_1517156626_o

Als het dan eindelijk zo ver was, zat ik aan de grote ovale tafel in het midden van de groep om iedereen even op ooghoogte te kunnen knuffelen. Een tikje onwennig, maar toch ook vertrouwd kwamen ze binnen schuiven. Ouders mee, enthousiaste verhalen over vakanties, reizen. Er was nog veel werk te doen die eerste week. Het kiezen van de jassenhaak, de tekening van zichzelf van iedereen voor aan de seizoensbalk, de frontjes voor de kasten. Geuren mengden zich. Ecoline, plakkaatverf, wasco, lijm. Het knisperende papier stond klaar. Stil genieten bij het horen van het gebabbel, de kinderlogica, de vreugde om het weerzien na het gemis van weken.

fien en mo

In die eerste week kristalliseerde de groep zich uit, Vriendschappen voor het leven versterkten zich, wie had het hoogste woord, wie zou zich minzaam schikken, wie was nog angstig, wie verlegen. Het voegde zich, wij waren de Apen, later de Eekhoorns en daar waren we trots op. Een hechte groep werd het.

Hoe anders zal het dit jaar gaan. Anderhalve meter, handen wassen, afstand bewaren. Is dat dan ook afstand scheppen. Naast de liefdevolle aandacht was er altijd een knuffel, een aai over je bol, bij angst of verdriet even op schoot, warm geborgen en troostrijk. De trommel met toverkusjes op de kast, die tevoorschijn kwam met pijn, de platgeknuffelde vuurrode Elmo bij een woedeaanval op de leesbank. Dat zou dan allemaal niet meer gaan. Onmogelijk eigenlijk, omdat geborgenheid en veiligheid een eerste behoefte is. Het is zo’n afweging die we ook met de ouderen in mijn optiek verkeerd hebben gemaakt. Liever liefde en risico dan liefdeloos alleen.

Het betekent, gezond verstand. Niet teveel tastbare genegenheid, maar zeker ook niet te weinig, zoeken naar de juiste weg om liefde te tonen. Ogen spreken en kunnen meer zeggen dan 1000 woorden, een hand is soms voldoende en aandacht met stip op een.