Uncategorized

Zo’n zonnige gedachte

Half vier ’s nachts en nog steeds maken de hersenspinsels ingewikkelde weefconstructies, grote harige webben, waar alle gedachten achter blijven hangen, gevangen in dat ene woord van de longarts . In een brei van woorden , terwijl hij toch heel rustig het gesprek met me voert, alleraardigst, begripvol, geduldig, valt ineens de conclusie. Eigenlijk een beetje verscholen achter die sluiering van gemoedelijkheid. Copd D is iets anders dan Copd C. ‘Wat voorheen Gold vier heette’, vraag ik nog. De bevestiging en de verwarring. De andere opmerkingen vallen weg of vangen op. Dat weet ik niet. Maar ergens blijft de conclusie haken voorin de gedachtestroom.

002-1.jpg

Oké. Dat wordt even schakelen. Tandje hoger inzetten qua levenslust, trapje lager in daadwerkelijk gaan. Verdeel en heers, denk ik het advies van de longarts anders. Hij noemde het: ‘Verdeel je energie goed.’ Als het echt niet gaat, is er nog het revalidatiecentrum. Hij aarzelt. Waarom aarzelt hij. ‘Geen aannames’ waarschuw ik mezelf. Ons kent ons. Je hebt geen idee in welke richting hij echt denkt. Maar toch…die peinzende blik op mij gericht.

De lucht, de zee, de wind, Vlieland, wolken, hoofd in de wolken, longen vol lucht.

Tien kilo aangekomen door zin in zoet. Veel beter dan afvallen vindt hij. Ha, een geluk bij een ongeluk. ‘Waar zit die tien kilo dan bij jou?’ vraagt iemand mij later. In mijn hoofd op dit ogenblik, denk ik, en klets op de dijen. Zo werkt het. De optelsom is gemaakt. Nu de naakte feiten zijn opgeteld, kan ik aan het werk. Meer inzetten op de ademhalingsspieren en rekken en strekken. Ik ben ergens 3 centimeter kwijt geraakt.

014

Voordat ik aan de lange trap begin naar het atelier van mijn wolkenluchten-specialist komt ze me al tegemoet om de zware tas over te nemen. De hemel op aarde en wat zoete jazzklanken om in de sfeer te komen, een kop thee en een stroopwafel. Muziek, luisterend oor en de vrijheid om de lucht in te gaan. Mijn lucht boven de dromerige zee. Het palet vult zich met ultramarijn, omber en oker, titaanwit en daarmee de grijzen en een foute cereleumblauw, dat zich toch voegt. Brede penselen, doek om weg te wrijven.

013

De buuf steekt haar penselen in frivool  paarsig violet met ultramarijn en geel toetsen, het ochtendlicht piept door de wolken. Ooit in Portugal zag ik haar opkomen, die zon. Prachtig rood en paars, verkleurend naar roze en violet, weerspiegeld in de gladde rimpelloze zee, alsof de lucht was opengeklapt en zich had uitgevouwen, een vlinder van zonlicht in een wandeling, van baai naar baai, lang.

009.JPG

Als de Yogacursus aan de overkant van de gang is afgelopen gaat de volumeknop omhoog en swingen we het paneel op en af met een au naturelle afstandsbenadering. ‘Penselen en achteruit, swing swing, naar voren, penselen en achteruit swing swing’. Een ongedwongen penseelvoering? Nou reken maar, dat wordt het vanzelf. De gedachten wapperen zich losse eindjes en verliezen het in zoveel warmte.

Te moe van dagelijkse beslommeringen hier aankloppen om voldaan en energiek, na een avond je te verliezen in de wolkenluchten, weer weg te gaan. Dat is wat kunst vermag.

Thuis een lieve app met luchtige toets. ‘Wel grappig dat je nu letterlijk lucht aan het creëren bent. Mooi voor aan de muur thuis als ankerpunt’.

Dát is nu precies wat een mens nodig heeft, zo’n zonnige gedachte.

 

 

Uncategorized

Goed garen spinnen

Gisteren waren er wat alarmbellen van broer. Zus was jarig, maar vierde het niet en had al een paar dagen pijn in haar heup/rug. Dat betekende in de benen en afreizen naar het dorp verderop. Wel eerst een veldboeket aangeschaft, bij de bloemist die niet wist hoe een veldboeket er eigenlijk uitzag. Een mooie bos zelf uitgezochte bloemen maar allemaal op één niveau afgeknipt. Bovenin prijkte een musje van stof. wat bungelende lente aan een tak.

Bij zus geen gehoor. Twee keer aan de deur staan rammelen. Broer meldde per app dat ze vast haar oortjes niet in had. Dan is zus stokkedover dan ik ben. Achterom dan maar. Uitwerken hoe de klink naar beneden kon, vervolgens veilig verstopte sleutel zoeken met steeds weer afbrekende takken en daar stond ik binnen als een volleerd insluiper. Mijn broer was inmiddels al gewaarschuwd door een alerte collega die aan de overkant aan het werk was. Aan de trap drie keer galmen, er was geen sjoege, maar er brandde wel licht.

De hele trap lang, doken er allerlei doemscenario’s op en toen stond ik voor haar dichte deur. Ik zou ter plekke stil vallen als er een deurklink naar beneden zou gaan en ik had niets gehoord of niemand verwacht. Zus stond midden in haar ochtendrite, verbaasd maar blakend. ‘Ha zus, ik kom zo naar beneden. Wil je koffie’. Zo werkt dat. Via internet speurden we een vragenlijst van de fysio op en als een volleerd ‘selfmade fysio’ vuurde ik de honderd vragen op haar af. Ze moest in allerlei houdingen liggen en de hele handel aan spieren in het heupgebied kwam langs. Drie indicaties rolden uit mijn medische portefeuille. Een Impingement van de heup, een Trochanter major pijn syndroom of een slijmbeursontsteking. Ha ha, nu de dokter nog.

100_4450.JPGMarja de Jong. (under construction)

’s Avonds met kruidenthee en heel veel zin. Mijn eigen anatomische lessen. Door met de vrouw in de spiegel. Eerst maar eens de stofvoering had ik me bedacht. Alles was mogelijk, die avond. Breitner, van Gogh en Japanse prenten. Voor het van Goghgiaanse effect werd een dikke impasto pap gemaakt van krijt en standolie om de verf mee aan te lengen en op te hogen. Ik zat met mijn hoofd bij stofvoering en kimono plooien. Later vroeg ik me af of het effect van die dikke pasta in combinatie met losse pigmenten niet veel intenser zou zijn.

008Ploeteren met plooien

Eigenlijk is een atelier aan huis de beste oplossing voor het werk. Net als je lekker in het proces zit, is het tijd. Aan de andere kant voel ik dan wel elke spier in mijn lijf naderhand. Weliswaar niet de Trochanter major, maar alle Scapulae, Collum, Rursus en Pectus musculi. Om over het hoofd nog maar te zwijgen. Dat plakt verlangens en werkelijkheid aan elkaar, lijmt, vleit, teemt om door te gaan. Likje hier, veegje daar, op de valreep nog een advies van een medestudent en dan penselen spoelen en gedachten wissen. Als je het als een Mindfull werkje beschouwt, is het zelfs prettig om zo de overgang van de intensiteit van het scheppen naar het gewone leven  te maken en wordt het geen losscheuren.

100_4447

Vanaf de doeken lachen ons de resultaten toe. Bloesem, een kop van een Youkai, tere Japanse vrouwen, de vrouw in de spiegel en een fraai Japans landschap met springende mannen. Volgende week weer door. Met het hoofd dook ik in het nutteloze niets van de tv, terwijl gedachten garen sponnen. Voor de prints in de kimono natuurlijk, volgende week.

Uncategorized

Verruimde blik

Er was ooit een interview met Hockney op de BBC, waarin hij met geen woord over van Gogh repte. Wel werd uitgebreid ingezoomd op zijn laantje van Woldgate, de Romeinse weg naar Bridlington. Zijn eindeloze inspiratiebron, telkens weer. Door de kleuren, omdat natuur nooit hetzelfde is. Hij gaf in zijn enorme doeken alle veranderingen weer. een weggetje, een laan eigenlijk, in eindeloze variaties en nooit hoorde ik de naam Van Gogh.

Het had tot gevolg dat ik, voor dat ik dit interview had gezien, wel vertelde aan een vriend dat Hockney niet per definitie was geïnspireerd door van Gogh. Ik was van mening, te snel getrokken conclusie, dat onder andere de commercie erop had ingezet én dat het samenbrengen van beide schilders, de dode en de levende, in hun eigen natuur en naast die van elkaar enorm tot hun recht zouden komen. Nu zag ik vanmorgen een interview met Hockney over deze expositie en daar wordt van Gogh genoemd als de inspiratiebron bij uitstek. Wie ben ik om aan de woorden van de grote meester te twijfelen?

Aan vriend mijn welgemeende excuses gemaakt en nu toch enigszins verward. Ik grasduin het internet af en kom van Gogh in Hockneys oudere verhalen nergens tegen. Hockney legt het uit. Als je natuur schildert moet je goed kijken. Met fotografie zie je het niet. Pas als je echt grasspriet voor grasspriet schildert, ontdek je de betekenis. Van Gogh werkte ook zo.

Met die blik kijk en tuur ik opnieuw, ik graas alles af wat voor ogen komt. De korenvelden van van Gogh, de bomenrijen van Hockney en alles valt op z’n plek. Beiden hebben die alomvattende blik op de natuur tot in de allerkleinste details. Kijken is verrijken. Als je zelf schildert, weet je hoe de worsteling werkt van schilderen wat je ziet of denkt te zien.

Gisteren was ik, in een inhaalles van het Japonisme, bezig met de reflectie in de spiegel van het meisje in kimono ervoor. Het was weer een doorbijten pur sang. Weg witten met titaan, nieuwe lijnen zetten, ontdekken dat het nog niet klopte. ‘Kill your darlings’. Het lukt steeds beter ze om zeep te helpen en weer opnieuw te beginnen. Het is fijner dan voortborduren op de fout en alle verbanden scheef te trekken.  Hoe schijnbaar makkelijk gaat het deze grootmeester af, die je in de eerste video schilderend mag aanschouwen of mensen als Charlotte Caspers in Het geheim van de meester, de dappere deelnemers aan het Rembrandt project in een te krap tijdsbestek.

001

De weerspiegeling staat opnieuw. Dun en doorschijnend, maar het beeld past haar beter. Vanavond verder en zien of het schip nog eens strandt. Zichtlijnen, tussenruimte, vlakverdeling, de kennis is er, maar toepassen ervan is twee. Als het lukt na eindeloos geploeter, de roes, de eenwording met het proces en het beeld op het doek is er het applaus in je hoofd, de opluchting, de euforie. De kracht van het scheppen. Maar ooit zo luchtig te schilderen als Hockney doet, met zijn eindeloze blik, is een intens verlangen.

Over twee maanden gaan we naar de expositie. Het is nog ver weg. Het zal ook onwaarschijnlijk druk zijn. Ik hoop op een ontmoeting, alléén, met dat prachtige werk, zoals ik ooit voor Rothko’s enorme doek heb gestaan, lang geleden.  Het is is net zo’n illusie, als het ooit, schijnbaar moeiteloos, penselen. Ik ga rustig door met scheppen en onder al dat worstelen ligt altijd de vreugde om te mogen en kunnen ventileren van alles wat erin mij bruist en leeft. We zullen zien met steeds verder verruimde blik.

 

Uncategorized

Meer te doen dan ooit

Er was een oproep op FB van Inge van den Thillart om een presentatie bij te wonen van Paul van Capelleveen, de auteur van twee boeken over de Koopmancollectie: Voices and visions uit 2009 en Artists and others uit de periode 2000-2015 van het Franse kunstenaarsboek bij te wonen in de Koninklijke Bibliotheek. De eerste is al geweest, waarbij vooral veel aandacht was voor de invloed van de dichter Mallarmé op de vormgeving en de typografie van het Franse Kunstenaarsboek. De locatie is logisch want Koopman had zijn hele verzameling gegeven aan de Koninklijke Bibliotheek

de goede moet

De oproep is ook niet zonder rede, want Inge werkt in atelier de Goede Moet en geeft workshops boekbinden. Nieuwsgierig geworden door die fantastische kunstenaarsboeken waarvan ik het bestaan me niet echt bewust was, zocht ik haar site op en kwam een Japanse manier van boekbinden tegen die bij uitstek geschikt is voor zo’n prachtig kunstenaarsboek, waarvan als de directe voorloper livre ‘Artiste ook wel livre de Peintre gezien wordt. Het ontstond in Frankrijk aan het begin van de twintigste Eeuw en heeft de vorm van een boek.

099

Onmiddellijk begon het te kriebelen en te bruisen. Wat een mooie manier om je handzame kunst te verpakken. Ik denk dan aan de losse etsen die op de boeken in de boekenkast liggen of in zwarte lijstjes bij de kinderen aan de muur hangen. Aan de gedichten die ik digitaal diep weggestopt bewaar, of de losse tekeningen. Het roept ook onmiddellijk associaties op met de Art Journaling die nu volop beoefend wordt en waar workshops in worden gegeven. Het verschilt wezenlijk met de scrapbooks, die veel meer gericht zijn op design. Bij Art Journaling  geef je  de verschillende artistieke vaardigheden en technieken weer, ideeën die je nog wil uitwerken, opzetjes voor groter werk. Bij een scrapbook wordt het meer een dagboek, een verzameling herinneringen in verschillende technieken. Hoe het ook zij, het zijn alle drie prachtige manieren om aan de drang van een creatief proces gehoor te geven.

tumblr_p64i7n7BSA1rjhvsto1_500 Japanese hanging daicho account book Meiji period  (Dealer: hotoke antiques) –

In combinatie met die Japanse bindtechniek zou het een idee zijn om de tekeningen van het Japonisme van vorige week erin te bewaren. Een eigen kunstenaarsboek. Het kleine antieke hangende Japanse boek dat ik tegenkom tussen Japanse antiquiteiten, een soort veredelde scheurkalender is ook een goede vorm en snel te verwezenlijken met bijvoorbeeld geschept papier. Als je op kunstenaarsboeken gaat zoeken zijn de ideeën onuitputtelijk en de grote verscheidenheid aan vormen evenzo.

009

Dat is de kracht van het delen. Door de oproep is er weer een nieuwe en aantrekkelijke wereld opengegaan. Een, die ik vast wel ergens tegen kwam, maar nog niet eerder zo. Ik heb bij brievenpost wel een aantal staaltjes gezien en zelfs heb ik een kleine kunstenaarsboekje gehad over een veerhaaltje dat we zelf hadden verzonnen ooit, lang geleden, vriendin en ik. Het behoort zonder uitzondering tot mijn eigen collectie kunstenaarsboeken. Art Journaling ten top, want ooit moet het hele verhaal er van komen. Zo zie je maar. Doorgaans zijn we rijker dan we denken.

Het heeft een nieuwe vorm  van creativiteit aangeboord en na het schilderen en de fysio stort ik me erop. Tegelijkertijd eens mijn licht opsteken bij de boekdrukkunst. Het kind is in ieder geval weer van de straat. Er is nog genoeg te doen. Wat niet lukt, is in dat gat der verveling vallen, zo zonder werk. Integendeel. Er valt meer te doen dan ooit.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Misschien wel beide

Het is half zes en donker. Alles wat lente was is weggeblazen door een stormachtige wind. Merels die al aan het fluiten waren in de vroege ochtend op de vorige dagen houden van de weeromstuit hun bek. Op mijn schrijversscheurkalender staat een citaat van Renate Rubinstein. ‘De grootste eer bewijs je iemand soms door het zwijgen over hem te doen’ Ze doelt daarmee op een uitspraak van Clara Eggink die, in opdracht van de dichter J.C. Bloem, aankondigde 200 van zijn jeugdgedichten te vernietigen. Zij zou hetzelfde doen en niet als Felice, de verloofde van Kafka, zijn brieven aan haar te publiceren. Eronder wordt terecht opgemerkt, dat ze zelf de kaarten van Carmiggelt aan haar openbaarde.

003

Even daarvoor las ik in een interview een schrijfster, die zichzelf voorgenomen had boven de kritiek te gaan staan en daarmee los te gaan in gedachten en woord. Niet schrijven om indruk te maken maar om gehoor te geven aan die innerlijke drang. Daarmee verlaat je ook de grenzen, net als het nalatenschap van anderen die door derden op tafel wordt gelegd. De gedachte bekruipt me dat men schrijft om gelezen te worden. Het is naïef te denken dat alles wat men produceert in een mensenleven uitsluitend voorbehouden zal zijn aan enkele dierbaren. Arme erfgenamen.

Intieme gedachten publiekelijk maken is zoiets als na de dood alsnog op de snijtafel te worden gelegd om een imaginaire vileine trepanatie te ondergaan. ‘Kill your darlings’ in meerdere opzichten. Toch behoren de brieven aan Felice tot de hoogtepunten van Kafka’s werk. Het had eeuwig zonde geweest, die te vernietigen. ‘Wat niet weet wat niet deert’, hoor ik de geschiedenis achter me fluisteren. Ook dat is tweeërlei op te vatten. Kafka weet het niet en als het wel vernietigd was geweest, hadden wij niet geweten wat we hadden gemist. Nog een andere gedachte borrelt op. Hoeveel mensen lezen Kafka in feite nog. ‘Kafkaësk’ is tegenwoordig een paarse krokodil.

002

Mijn gedachten worden hier dagelijks geventileerd in de blog, die over me heen spoelt om in zinnen uiteen te waaieren. Ik luister braaf en geef het een platform. Het aantal mensen dat het leest is mondjesmaat. Geen Kafkaiaanse aantallen, daarvan ben ik overtuigd. Straks is er een nalatenschap, die ik zelf al te grabbel heb gegooid. Dat scheelt in de keuze. Carmiggelt wilde zijn verhouding geheim houden voor zijn vrouw, wat lukte tot aan de dood van zijn geliefde.  Zijn vrouw is niet lang na hem overleden. Daarmee is er alleen nog het woord en de herinnering. De twee kinderen van Carmiggelt waren het niet eens met de publicatie.  Kan je iemands gedachtegoed opeisen, dat heeft toebehoord aan een ander.

53502707

Ik heb de ‘Brieven aan Felice’ ‘van Franz Kafka nooit gelezen en de openbaring over Carmiggelt in het boek ‘Mijn beter ik’ van Renate Rubinstein ook nooit. We hebben een lange regenachtige herfstige dag voor de boeg. Buiten waait het harder, de voederhouders tikken tegen het hek en het is of ik de gamelan hoor of een windgong. Ik ga maar eens een paar boeken opsnorren. Dan vertel ik later of het ongepast voyeurisme was of een literaire ervaring van formaat, ergo, rode oortjes of een voldane geest en in het meest gunstige geval, misschien wel beide.

 

Uncategorized

Het alziend oog van de meester

Er was een vage teleurstelling blijven hangen na mijn vorige bezoek aan de cursus en die zorgde voor de trage gang van gisterenochtend. Twee weken lang om dit gevoel te overbruggen en neer te sabelen bleek niet genoeg. Integendeel, in mijn hoofd werd het geneuzel alleen maar groter en mijn vorderingen minimaliseerden tot welhaast het nulpunt. Waar een beetje doemdenken al niet toe in staat is.

Direct bij aankomst was de sfeer anders. Er was veel ruimte, de gesprekken werden zonniger ingestoken, er waren grapjes. Het was allemaal minder gewichtig. Er mochten weer fouten gemaakt worden en er werd goedkeurend geknikt en gemompeld. Gisteren was het complimentendag. Iets waar ik me nooit mee bezig hield, want het is al alle dagen feest zonder die wetenschap. In het jarenlang werken met de kinderen is vooral de waarde van het roemen me duidelijk geworden. Zo grondig als iemand afgebrand kan worden zo snel en hemels kan iemand het geloof in zichzelf bijgebracht worden. Het zijn simpele handgrepen, maar het is een wereld van verschil. Er is maar weinig voor nodig om het leven aangenaam te maken. Het geven van complimenten, het benoemen van kwaliteiten en het stimuleren daarin zorgt voor een basis waar een mens zijn hele leven op kan voortborduren. Mooi om een stramien zo sterk te mogen maken. Niet dat ik de wijsheid in pacht heb, maar wel de ervaring dat het zo werkt bij mensen, hoe jong ze ook zijn.

005

Als iemand je vertelt op de goede weg te zijn, zet je er nog een extra tandje bij. Het lukte allemaal en ik was in de zevende hemel. Ik voel dat deze manier van schilderen niet de mijne is en dat een impressionistische aanpak me past als een handschoen, maar ik leer oneindig veel over techniek en de foefjes, vaardigheden, kleur en vorm, licht en donker. Daarom is, ondanks het gevoel te traag te gaan, toch alles wat ik er leer een verrijking.

Daar kwam de suikerpot ineens als zilver uit het penseel rollen, door alle schakeringen grijs. In de ogen van de meester had ik halve tubes leeg geknepen op mijn palet. Op deze manier van schilderen heb je slechts minieme toefjes verf nodig. Speldenknoppen groot. Meer is het niet. De kleuren die ik gebruik zijn me vreemd. Nikkel-titaan-geel en chroom-oxide-groen. Het geeft me het gevoel een oude gifmengster te zijn. Snufje van dit, een snuifje van dat en de heks in mij komt boven.

IMG_6203

Ik voel me in mijn element. Daar tover ik zilver uit mijn kokertje of een gifgroene beker en lach in mijn vuistje. Als ik dan ook nog dat compliment er overheen krijg, kan de dag niet meer stuk. Dat vierenhalf uur schilderen veel is en vermoeiend merk ik aan het laatste half uur. Brandende en tranende ogen en ik wil nog maar een ding. Met de benen op de bank. Als de meester victorie kraait en het doek trots omhoog houdt ben ik als dat kind zo blij. Zó werkt het dus. Zoek het kind in mij en ik ben als was in je handen.

033Under construction

Voldaan maar op mijn tandvlees keer ik huiswaarts, toch doorzetten in deze poel, nee, bron van gifmengers en de vruchten plukken. In ieder geval levert het een hoop kennis op, waar ik mee uit kan pakken op een totaal eigen manier. Het is zoet appelen eten, eigenhandig gekweekte appelen, onder het alziend oog van de meester.

Uncategorized

Omvattender dan ‘Alles’

Afwachtend waren we de laatste trap afgedaald die rechtstreeks naar de Blauwe zaal leidde. Het donker deed kleinzoon nog wat terugdeinzen, maar de nieuwsgierigheid won. Bovendien waren er veel kinderen met ouders en oma’s en opa’s en zelfs publiek zonder kinderen. Ik had me al vergist in de acteur. Dacht dat ik een staaltje René Groothof voorgeschoteld zou krijgen, maar dat was niet zo. Ik had hem verward met deze René. What’s in a name, al waren er overeenkomsten te noemen in spel en uiterlijk.

René van het Hof speelde De Man, die alles Weet. Keimpe de Jong en Tjebbe Roelofs waren de aangevers. De mannen droegen aanvankelijk allemaal glanzende pakken van allure. De man die alles weet keek geleerd en onverstoorbaar bij de kennis die geen kind van zijn sokken blies, maar voor een vierjarige indrukwekkend genoeg was. Hij maskeerde zijn eigen onwetendheid op slinkse wegen en gaf daarbij alles om zich heen de schuld. Het lawaai achter het podium, de muziek van Keimpe die klaarblijkelijk enorm blij was weer uit te  mogen pakken, zijn klunzige begeleider Tjebbe, de brokkenpiloot, die ondertussen oneindig veel meer in zijn mars had, dan De man zelf..

Het werd een grote chaos zowel op het podium als erachter, maar het meest herkenbaar voor de allerkleinsten bleef toch de spotlight, die steeds een andere plek koos, als Renee met zijn kruisje om op te staan, naderde. Deze slapstickachtige momenten ontlokten een aanstekelijke schaterlach bij kleinzoonlief, die de rest van de voorstelling de rode panda tegen zich aanklemde en op schoot kroop als het te spannend werd.  Er was vooraf gelegenheid geweest om per brief een vraag te stellen aan de man die alles weet en die werden op het podium beantwoord, tenminste, de antwoorden rolden ook uit het publiek en De man bleef alleen maar diepzinnig en lang er over prakkiseren met een diepe frons in zijn voorhoofd.

006

Kleinzoon had ook een brief ingeleverd, die werd niet voorgelezen, maar toen het publiek vragen mocht stellen, stak hij als eerste zijn vinger op. Voor de microfoon dorst hij te vragen hoe je eieren kon maken. Het was even stil, toen riep een ander jongetje drie rijen verder:’Met eieren natuurlijk’. Er barstte een applaus en geschater los, terwijl de vraag werd bejubeld. Bij een andere actie, waarbij de kinderen uit het publiek het podium op mochten, bleef hij angstvallig op schoot zitten.

Daar zat voor mij de clue van het hele spel. Alles is teveel. Alles is alomvattend en niet grijpbaar. Je kan nog zoveel weten, maar alles is niet mogelijk. De kinderen tilden iets onzichtbaars hoog boven hun hoofd, dat aanvankelijk veel te zwaar was voor de kleine man, maar al snel ineen smolt tot wat ‘Alles’ uiteindelijk werkelijk was: Niets.

Er kwam nog een enorme bezem als giraf voorbij en later een ‘echte’ achter de coulissen, Tjebbe was verkleed als huiskamer, alle kleuren en verkeerde cijferrijen werden opgesomd, maar het onbedaarlijkst werd er gelachen bij het slotstuk om het spel op de xylofoon. René ontdekte te laat de stokjes, viel verkeerd in, of speelde zomaar wat, onwetend, maar alles met bravoure, overtuigend vals. Het was het betere werk. Iedereen hing slap van de lach in de banken.

009

Met een verward gevoel en veel om op te kauwen verliet ik samen met kleinzoon de zaal, trap op naar boven en de vele trappen naar beneden. Het was weliswaar een kindervoorstelling maar vooral met een boodschap voor ons. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Hoogmoed komt voor den val, hoge bomen vangen veel wind’, een arsenaal aan oude wijsheden kwamen door en daarbovenuit de parelende schaterlach van de kleine. Een lach en een traan en de beleving. Kostbaarheden, die omvattender zijn dan Alles.

Uncategorized

Drentse Weidsheid

Terwijl ik per ongeluk in een houding van een oefening van de fysiotherapie belandde, en die in een opwelling tien keer uitvoerde, zoals het normaliter betaamde, was het oog op mijn klerenkast gericht. In een keer wist ik wat ik die dag aan zou trekken. Had het me die dag vaker afgevraagd. Het was mooi weer, maar we trokken naar het Noorden en was het daar dan niet te koud. ‘Laagjes’, hoorde ik mijn moeder zeggen, ‘Altijd laagjes. Dan kan je ontpellen’. Het blijft een goede raad.

005Glanzende katjes

Met de zussen via een zonovergoten wegrestaurant met uitzicht op het uitgestrekte vogelgebied over Lelystad naar Paterswolde, waar in een dagverblijf met een op Reggio geschoeide leest gewerkt wil worden. In de middle of nowhere leer je elkaars vrienden kennen. Ik weet niet waar deze gedachte vandaan komt, maar ik schrijf ‘m toch maar op. Misschien wel omdat zuslief een kei is in het vinden van een nieuw spreekwoord door er twee of drie aaneen te smeden. Eigenlijk hebben we genoeg aan elkaar, waar we ook zijn. We zitten in deze onverwacht warme lente te wachten voor een lege voetbalkooi. Waar zijn al die ballende en spelende kinderen in dit verlaten oord. Daarvoor waren we, in afwachting van de herkomst van zus, naar een handjevol winkels op de hoek gewandeld. Onderweg glanzende katjes en volop zon.

012Het meer

We willen terug naar het meer waar we langs gelopen zijn. Als zuslief klaar is, zoeken we dat water, maar het meer ligt achter glas van een gerenommeerd restaurant met zonnekoesterende hoofden, matige visschotels, waarbij we onze husseltechniek, drie gerechten vier bordjes, glansrijk uitvoeren en we gaan door naar de kringloop in Vries. Eens een kringloop, altijd een kringloop. Het is er groter dan verwacht. Een ontdekkingstocht om rond te kijken, de bakermat voor de verwondering. Vooral in kleine prullaria voeren ze het feest aan. De kleding laten we rechts hangen in dit geval. Ik vind er een buitenezel/schilderkist zonder pootjes. Handzamer om mee te nemen en goed voor de olieverf en een schikking ‘à sortie’. Nu rammelen ze steeds in de grote kist door elkaar.

Zuslief vindt een pinquin en een rubber plantenbak, andere zus een stenen slak en een bloes, goed voor de zanguitvoering. We rijden door naar Haren en Zuid-Laren met de grandeur van een Bergen of Blaricum en verblijden daar op de valreep nog even de verkoopsters van ‘niet hiero maar daro’ met een goeie koop door twee zussen. 70 % bij veel en altijd nog boven mijn budget, maar mét de snedige optelsom van mijn moeder. Hoeveel heb je bespaard?. De wedervraag: ‘Maar had je het nodig?’ verdwijnt in de plooien van een brede glimlach.

040Mankes boompjes met lantaarnpaal.

Door naar de prachtige zonsondergang die de straten goud kleurt en achter ons ligt. Nog net op tijd de rode bol en de boompjes van Mankes. Weliswaar met lantaarnpaal maar in roodgouden gloed en op de valreep een snelle actie om een en ander te vereeuwigen. Voordat we daar aan kwamen, doken we ineens vanuit het dorp een zandweggetje op. Het asfalt hield het abrupt voor gezien. Het leidde van de boompjes naar het plaatselijke eetcafé annex de dorpskroeg voor een onvervalste borrelhap.

041Klinkend slotaccoord

Anderhalve Brusschetta en wat bitterballen met een sierlijk glas wijn en omdat het zo lekker was, nog een tweede, omdat rijden die dag niet aan de orde was. Wat een leven. De weg terug dommelde in rode lichten en een vallende nacht. Zus bleef wakker en stuurde ons veilig en vertrouwd de Drentse weidsheid uit.

Uncategorized

Een diepe slaap

Terwijl ik druk aan het schrijven was in alle vroegte, stond ergens in een andere stad een kleine jongen zenuwachtig aan het dekbed van zijn ouders te trekken. Kleinzoon zou die dag met mij naar de dierentuin gaan. Interessant hoe verschillend parallelle levens verlopen op dezelfde tijd. Op dat moment beschikte ik over alle tijd van de wereld, want ik zou hem pas om half elf ophalen.

Het beloofde een prachtige zonovergoten dag. Waar ik niet bij stil had gestaan werd me al gauw duidelijk. Mannen in gele hesjes op de weg, een kilometertje vóór het park. Ze zwaaiden met staven en dirigeerden een lange rij auto’s naar de linkerkant een groot en hobbelig veld op. Gelieve daar te parkeren. O, o en ik had nog wel kleine dribbelbeentjes bij me. De voorzienigheid had me een rugzak meegegeven, mijn zwarte fysiotasje. Daar konden de sportschoenen uit en de overlevingspakketten, brood, appel, banaan en water in. Ziezo. We waren er klaar voor. In de vroege ochtendzon was ik blij met het gele dikke vest en mijn sjaal.

048

Ik had het geluk de primeur te mogen hebben van een kind dat de apen alleen maar van televisie en foto’s kende. Succes verzekerd. Vooral bij de mantel-bavianen was hij niet weg te slaan, de grote grijze olifanten op de handige kijkbanken aan de overkant van het pad, zorgde voor een boeiend schouwspel. Maar de kleintjes bleven de ‘Broer’. De jonkies konden het niet zijn. Hoe ik ook soebatte. Toen er ook nog een middelgrote olifant bijkwam verschoven de eerste ideeën.

We aten er tegelijkertijd een broodje. Naast me zat een oma met een kind of drie. In een tel besefte ik dat we allebei met een broodzak op schoot, redderend en delend, op elkaar leken. Niet dat ik me hoog boven de oma’s van nu vind staan, grijs, getaand, brilletje, maar ik denk me altijd jonger. Daar zat ik. Roodbruin, getaand, brilletje, met een grote broodzak op schoot. Slik. ‘Kom jongen we moeten voort.’ Natuurlijk hadden de honderden andere mensen in het park ongeveer hetzelfde idee. Wat een verloop en een verschuiving kan dat te weeg brengen. Ik had geen plattegrond, we dwaalden op de bordjes in de goede richting. ‘Mis niks’ stond er op een bordje onder de andere bordjes. Nee, dat probeerden we ook .

069

Op de een of andere manier ging het verlangen bij het bord van de tijger en de neushoorn maar niet in vervulling. Het bord van het Dinobos kwam heel erg vaak langs, maar die hadden we al doorgelopen. Het hele park lang masseerde ik kleinzoons gedachten om een hol of grot minder eng te vinden. Aan het eind van de tocht was hij toch echt het donker naar de vleermuizengrot ingelopen en die van het konijnenhol. Daar kwam wat voortvarendheid van mijn kant bij kijken.

063

De prachtige plek van de kraanvogels en de Japanse poortjes met de verstilde muziek brachten even rust in de heksenketel. Dat was hard nodig want daarvoor hadden we een bakje friet en een kroket opgepeuzeld en wat vruchtendrank genuttigd. Kleinzoon het gros van de natie en oma de brokstukken. Er ging zelfs appel achteraan. We hadden eerst in een rij gestaan, waar de frietbakker het niet bij kon benen, dus weken we uit we naar de binnenplaats en zochten, ondanks het heerlijke weer op het overvolle terras, de stilte van binnen en lege formica zalen op.

087.JPG

In de oase van rust sloot de kleine Japanse tuin met karper, meerval en kraanvogel ter compensatie op de drukte er als slotakkoord prachtig op aan. Nog een blik op de vale gieren met hun indrukwekkende koppen en vleugels, de giraffen en de zebra’s, de rode Pandabeer, waar prompt een knuffel van mee moest en dan huiswaarts. Een kilometer lopen met kleine beentjes is een gotspe, maar een kilometer lopen met oververmoeide beentjes is een pittige zaak. In zijn zitje met het snorren van de motor en het zoeven langs ’s lands wegen schuddebolde het hoofdje in een diepe slaap,

Uncategorized

Kunstig geklooi

Vrije dagen in februari, tijd voor een aangenaam verpozen. Dat kan als de beste met een paar lieve vriendinnen. We hebben zo’n twintig jaar minimaal met elkaar opgelopen en kennen elkaar van de hoed tot de rand. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Aan de ronde tafel van een van hen is het goed toeven. Ik werd opgehaald. Wat een luxe. Eer ik het in de gaten had, kwam vriendin al voor rijden. Instappen en onmiddellijk is er de sfeer van goed en vertrouwd. Die zou blijven. Sterker nog, het onderschreef eigenlijk alleen maar het gemis van niet meer bij elkaar te zijn. Dat eigen sfeertje, het vertrouwde en alles wat hierboven staat.

007-2.jpg

De tafel stond klaar. Aquarelblokken, dito verf, stiften, fineliners, penselen, kleurpotloden in alle soorten en maten. Ik had ook mijn eigen tekentas meegenomen met de grafietstiften en nog meer van alles. Het heette kunsttheekrans, of theekunstkrans maar in ieder geval was het de opzet om lekker te ‘Klooien’. O, wat hou ik van dat woord van onze gastvrouw, die de mooiste kunstwerken maakt en dan altijd maar ‘een beetje aanklooit’ of ‘lekker aan de tafel aan het klooien’ is. Ik kan haar in gedachten uittekenen terwijl ze aan die grote tafel zit en haar aquarellen verzint en frutselt, uitdenkt en steeds weer tot verrassend nieuwe ontwerpen komt, alles met haar hele eigen stempel aan kleurgebruik en vorm.

De versierde kerk, de peperbus in Bergen op Zoom.

Vriendinlief heeft een taart gemaakt, met een beetje van het pakje en een beetje van haarzelf. Ze weet wat ze gaat tekenen. D’n gróóte Boer. Ik had er nog nooit van gehoord, maar in haar geliefde Berg op Zoom dat tijdens de carnaval Krabbegat heet, barst volgende week het feest los en dan zijn de Prins, de Nar, de Steketee, de heks en deze figuur allemaal van de partij. Uitstekende onderwerpen om mee los te gaan onder het motto: ‘Agge mar leut et’. De herkomst van de naam ‘Krabbegat’ blijkt achteraf verrassend goed aan te sluiten bij onze middag. Het stamt uit de tijd dat Bergenaren de Meekrap kweekten, de grondstof voor de rode kleurstoffen: alizarine, de bekende rode kraplak en purpurine.

007

 

We drinken heerlijke citroenthee en kletsen wat af, Blanco begin ik vierkantjes te maken, zoals de gastvrouw altijd doet. Vaag heb ik een Newyorkse skyline in mijn hoofd en een verloop van zwart wit naar kleur maar, zoals het goed geklooi betaamd, verandert het onderweg meerdere keren van bestemming. Het lijkt nu meer op de eindeloze hoogbouw in de tekeningen van Pushwagner, die ik ooit met de kinderen op deze wijze heb uitgewerkt.

De gesprekken schieten net zo heen en weer als onze penselen en fineliners. Dochterlief komt er ook nog even bij zitten en klooit gezellig mee. Het is heerlijk ongedwongen en prettig en eigenlijk valt dan de betekenis van het samen zijn, het voor jaren optrekken met elkaar, het inspireren en het uitwisselen weer op zijn plek. Hadden is geweest, maar sommige waardevolle elementen blijft een mens vasthouden, een leven lang. Ze zijn niet meer weg te denken, maar soms is het nodig om weer even terug in de tijd te gaan door het verlangende hart te laven met een theekransje om de ronde tafel, vertrouwd gebabbel,  lekkere taart en kunstig geklooi.

 

Uncategorized

Een groot verlangen

De lente stoomt op. Er is geen greintje aan ijzigheid te bespeuren. De terrassen zitten vol, in het Grifpark is het een drukte van belang. Yoga in je blote bassie, een prachtig Indiaas lijf met bijpassende haardos, de fleece gaat uit, met blote armen op het skatebord en het gras is bezaaid met krokussen en narcissen en lome grashangers. Daar loop ik tussen met mijn grijze berenjas. De auto heb ik weggezet in het zondagse gratuite circuit, vergis me een blok, maar het is geen straf. Lopen is een feest met al die uitbundigheid.

022

De Stadsschouwburg is de bestemming, de voorstelling Lepeltje Lepeltje van de Dansers het doel. Samen met de klankbordgroep gaan we werk en aangenaam genieten verenigen. Altijd weer een feest op alle fronten. We beginnen buiten op de trap. Ik kan me niets mooiers voorstellen dan ontluikende lente in alle parken en aan de singels in Utrecht, de natuur barst op alle fronten uit haar voegen en danst haar eigen première bij elkaar in een langgerekt kleed van groen, paars en uitbundig geel.

027

Als we zitten in het donker, veel jonge kinderen tussen alle volwassenen, sluit ik het verlangen buiten. Er is nu hier en nu, de stoelen, het publiek, de twee mensen op het podium. De spots gaan aan. De tweespraak tussen de twee, de een houdt van vallen en de ander niet, brengt een bekend verschijnsel te weeg. ‘Mogen we dan niet heel even….’ ‘Nee, ik hou niet van vallen.’ ‘Maar dan ook niet van…’ ‘Nee, die doen we ook niet….’ ‘Maar die andere dan….’ Nee, te gevaarlijk.’ Zo gaat het nog even door, dansvoorstelling voor vier…uhhhhh…blijkbaar twee, tot de derde over de trap aan komt stormen met zijn matras.

028De Dansers

Er liggen matrassen op de grond, argeloos neergekwakt, zo lijkt het, maar vergis je niet. Dan gaan de lichten helemaal uit en de zanger/muzikant die niet van vallen houdt, zit achter zijn kleine piano onder de schemerlamp. Het meisje laat zien waarom ze zo van vallen houdt. Er volgt een wervelende50 minuten van vallen en opstaan, buitelen, wandelende matrassen, zwieren en zwaaien, kleine prinsessen op de erwt, durven en angstig zijn, in het diepe springen, omlaag vallen, omhoog vallen, maar nooit te pletter vallen. En als je echt, echt niet durft, dan hoef je ook niet. Dan mag je schuilen dicht tegen elkaar  als lepeltjes en je geborgen weten. Er zijn prachtige en dromerige liedjes met de onderschrijving van de muzikale intervallen.

In een notendop van een krap uur komen alle valkuilen van het leven voorbij, maar tevens de oplossingen. Over schroom heen stappen, op anderen vertrouwen, op je eigen kracht mogen bouwen, samenwerken en volhouden. Er zijn zeemeeuwen, pindakaas met koek met twee kinderen uit het publiek, er is rook, er zijn palmen, er zijn bergen en dalen en iglo’s.  Er is alles wat er moet zijn om chaos en structuur  te stroomlijnen. Een grote wervelende fysieke en emotionele rollercoaster. Het leven.

Herhaaldelijk biggelen er af en toe tranen van het lachen, ontroerende tranen, een glimlach van vreugde en schoonheid. Wat een heerlijke wirwar van momenten. De kinderen lachen onbedaarlijk, huilen soms, genieten zichtbaar en na de voorstelling mogen ze los op de vele matrassen. Ze schuiven , ze rollen, ze slapen, ze vallen, ze springen, maar bovenal genieten ze met volle teugen.

Ik herken de dansers van het Binnenbeest. Dezelfde chaos, dezelfde strekking. Het is ook een voorstelling van hun choreografe Josephine van Rheenen, die in kinderhoofden kan kijken, begrijpt hoe het daar binnen werkt en weet dat losse eindjes ook eindjes mogen zijn, al zijn ze soms wat rafelig. Met dansers en een liedjeszanger, die er perfect op aansluiten en er de vorm aan weten te geven, het kind in iedereen. Iemand zegt: Wat zou ik dat graag nog eens willen doen. In haar stem klinkt een groot verlangen.

Uncategorized

De literaire tuin

Gisteren kwam er een appje met de vraag of ik weer eens in de tuin wilde komen. Die heb ik inderdaad een beetje verwaarloosd deze winter. Ik had weliswaar last van het vochtige klimaat. Al die nattigheid was niet bevorderlijk. Maar het is ook de pijn om de lege kale plek, realiseerde ik me gisteren, op de verjaardag van broer. Het is de broer die eigenhandig mijn lieve oude atelier in elkaar heeft gesleuteld, waar ik zoveel jaren plezier van heb gehad. Hij helpt me nu ook weer met Jut van Juul, maar het verdriet zit hem in het gemis van dat mooie ateliertje, waarmee ik zo gelukkig was.

023

De tuin zal aan het uitbotten zijn met deze warmte. Het is niet de eerste keer dat het voorjaar te vroeg invalt. Alles wat knop heeft loopt uit en er moet gesnoeid worden. Er moet ergens in mijn hoofd ook een knop om, om die nieuwe start te kunnen maken. Volgende week, beloof ik  mezelf, dan ga ik weer eens kijken. Waar zit de knop ook alweer. De roep om een eigen toko is groot. Als het huis er staat, kan ik opnieuw beginnen de tuin naar mijn hand te zetten. Er zullen eerst wat bomen moeten worden verzaagd, voordat Jut erop gereden kan worden. Hele visioenen van een mooie tuinwagen in de sloot zijn al voorbij gekomen.

126

In Vlieland op de hotelkamer keek ik uit op de Dorpsstraat en had ik een beeld van een eigen schrijfhut. Want uiteindelijk  is meer ruimte niet nodig. Dit nieuwe atelier heeft de potentie voor beide, zowel schilderen als schrijven, wat een prachtige aanvulling zou zijn. Er komt geen bedbank meer in, maar hopelijk een smalle tafel, waar de zielenroerselen met inspiratie door het raam heen op vleugels zullen komen aanvliegen. Daar kan ik van dromen, dwars door de nachtmerries van de realiteit heen. Vandaag gaan we het plafond schuren en schilderen en zal het meer en meer mijn Jut worden. Maar die kale plek, daar op de tuin boezemt op dit moment slechts weemoed in en schrale troost. Niet treuren, want alles is vergankelijk en veranderlijk. We gaan vandaag  meters maken.

Poes Pluis vraagt hier steeds om naar buiten te mogen op het balkon en tot mijn  verbazing stonden de blauwe druiven en de narcissen al in volle bloei, verstopt achter wat winterse begroeiing. Ik heb ze in ere hersteld en ze pontificaal in het zicht gezet. Poes  zit inmiddels in mijn sokkenlade van de kleine commode. Ze heeft alle majo’s eruit gewerkt en net zo lang gedraaid en gekeerd tot ze lekker lag. Hetzelfde doet ze ook vaak met de kledingkast, kleding op de grond, poezenbeest erin. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht.

IMG_7715.JPG

Ik hoor de eerste merels alweer. Het is half zes en ze hebben er zin in. Het is helemaal lente. Laatst vroeg ik de oude of het vervroegen van de seizoenen ook tot gevolg kan hebben dat de ijsheiligen terug zullen schuiven naar bijvoorbeeld april. Dan zou je al eerder kunnen gaan inzaaien in de kas. Hij dacht van niet, maar ik weet het nog zo net niet. Ik kom erop terug. Wie weet wat de natuur ons brengt. In ieder geval voorlopig heerlijke voorjaarswarmte om ons aan te koesteren. Dan komt de rest van zelf. Zelfs een Jut van Juul, op de vertrouwde plek tussen de appelboom van Vasalis met de wind in de wilgen in de literaire tuin.

 

 

Uncategorized

Voor hem en voor mij

Beer lag voorover gebogen in een bak met spullen. Vanuit zijn ongemakkelijke houding keek zijn rechteroog me smekend aan. Ik heb wat met beren. PoohBear behoort tot mijn eigen klassiekers en als ik ooit een echte, onaangeklede PoohBear vind, is ie de mijne. Een van mijn mooiste dagboeken is er een vol met platen en plaatjes van mijn held, de kleine filosoof op zijn berensokken. Zijn prachtige opmerkingen in het boek, hem door de onvolprezen Millne in de mond gegeven, zijn goud waard op hun eigen tijd in hun eigen uur. Zijn eenvoudige berenwijsheid heeft een universeel en herkenbaar karakter, door het onverwoestbare optimisme ingegeven.

018

Het is dat vertrouwen en het geloof in het leven dat hem zo waardevol maakt. Natuurlijk is mijn berenliefde ooit begonnen met de gele beer die ik op mijn zesde kreeg. Hij was het die de nachtmerries uitdunde tot houdbare porties, met beer voelde ik me veilig, veiliger dan met mijn ouders, die hele bossen om zaagden in de kamer naast ons, wat duidelijk te horen was. Koude voetjes op het zeil maakten geen belletjes wakker en zeker ook die twee niet. In de nachtelijke bossen werd gewerkt, van dik hout zaagt men planken en daarom liep er een klein meisje meer dan eens verdwaald rond, tot beer kwam.

Mr. Bean, mijn antiheld, die voor alles staat wat mensheid heet. Zijn grappen en grollen, zijn onhandig onvermogen, zijn volledig onaangepast gedrag wordt op een hoger voetstuk gezet door het onmiskenbare geloof in zichzelf. Hij denkt in kwaliteiten en als ze er volgens de maatschappelijke normen niet zijn, dan roemt hij zijn eigen kwaliteiten, wars van elke mening. Teddy, zijn kleine bruine beer, die vaak toegesproken wordt en waarmee wordt overlegd, maakt deel uit van dat eigen universum. Als het fout gaat spreekt hij hem bestraffend toe, of liefdevol, net hoe het uitkomt. Teddy is zijn geweten en zijn schone lei, want er valt altijd alles te vergeven. Het helpt Mr. Bean zijn eigen misvattingen te begrijpen en dat is heel wat voor een kleine bruine beer. Eigenlijk is Beanybear net zo wijs als Poohbear, al zwijgt hij in alle talen en blijft hij met zijn grote onschuldige ogen verbaasd de wereld in kijken. Vergis je niet, achter de verbazing schuilt een wereld aan wijze gedachten.

Iemand stuurde gisteren op FB twee foto’s rond van een bibliotheek. Op de ene stonden de boeken kaarsrecht in het gelid in rijen lang, op het andere plaatje stonden er de figuren uitgebeeld, een kleine prins, een Poohbear, een eenhoorn, een draak, alle sprookjesfiguren die je je maar kon denken en noem het maar. Er boven stond bij de eerste: ‘How other people see libraries’ en bij de tweede: How I see libraries”. Dat is precies wat er gebeurd. Ik personifieer. Niet een klein beetje, maar voortdurend. In mijn  hoofd worden de platte plaatjes onmiddellijk driedimensionaal en komen tot leven. Fantasie fluistert al mijn hele leven een extra laag aan beleving in.

Daarom is een kringloop ook een open boek vol nieuwe ontmoetingen. Eergisteren was ik bij de kleine vaste winkel hier vlakbij en daar ontdekte ik een zoutvaatje met twee losse schildjes, minuscuul klein met twee houten lepeltjes. Het was van djatihout gemaakt. In een oogwenk ben ik dan terug in de tijd aan de  dis bij een Haagse familie die het vaatje meegenomen hebben uit hun geliefde Indië. De deksels worden omzichtig neergelegd. Met opgeheven pink wordt het kleine houten lepeltje opgenomen met een paar korreltjes zout. Als er een afvalt verdwijnt het onzichtbaar op het damast. Ik bedoel maar. Dat was nog maar een zoutvaatje. Mijn verwachting vroeger als kind, was dat ’s nachts de dingen tot leven kwamen. Die bezieling krijg je, eenmaal opgedaan, er nooit meer uit. Het  is cruciaal gebleken voor de verwondering omtrent het leven zelf. De verbinding tussen de realiteit en mijn eigen werkelijkheid.

008

Ik nam de aandoenlijke kleine Beany op en bracht hem met ontzag naar de kassa, waar hij voor een keer nog de hardheid van het bestaan en het onbegrip moest ervaren toen zijn wang over de toonbank schoof. Hij zit naast me en knikt me goedkeurend toe. Het is ons eigen feestje. Voor hem en voor mij.

Uncategorized

Dwars door de mijmeringen

Ik denk dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet op het handballen. We staan met het hele team op een foto. Zij de schoonheid van een zestiger jarenmeisje. Blond, slank, een been uitdagend vooruit, blik van ‘Wie doet me wat’ en een vage glimlach. Gezegend met een heerlijk onvervalst Utrechts accent, al dachten sommige mensen daar anders over. We werden vriendinnen, stonden samen op die drempel tussen tafellaken en servet en wandelden hand in hand de puberteit in.

Bij haar thuis werd gekaart. Niet alleen in de avond, maar ook op zaterdag en zondagmiddag. In de blauwe wolken rook stak af en toe een verwoede en verbeten blik, werd een kaart gesmeten of bulderde de lach over tafel. Op de pick-up lag Sonneveld en zijn goed gearticuleerde pikante liedjes rolden door de kamer. Buiten naast de kleine keuken koerden de vele duiven in de dakgoot.  Pa was een duivenmelker en hij maakte het lied van Annie M.G. Schmidt  over de duiffies meer dan waar. Hij hield van ze en schudde menig graantje lokkend op het platje van de schuur. De sfeer was recht voor z’n raap en geen zacht geheelmeester. Het gemoed lag eerlijk en open op tafel, een traan, een lach, een uitbarsting op z’n tijd, maar altijd vol zorg. Het was er anders dan bij ons, met al die kinderen in huis. Daar was minder van alles door een overschot aan de delende factor.

Ooit waren we samen het leven aangegaan. We werkten ons schoorvoetend en schuchter en al gauw met overmoed en bravoure door de verwarrende jaren heen. We bespraken met elkaar en het buurmeisje de problemen waar jonge meiden mee worstelden. Die uitgroei en hormonale veranderingen in een tijd dat we van nostalgie naar de toekomst gleden

We droegen sokjes en lakschoenen of oude gympen, Terlenka rokken en bloesjes,  geselden de stoepranden met de bal en speelden de maan is rond. Als verstopplekken golden de poorten en gangetjes achter de huizen en hoog boven de muren uit schalde het ‘Buut  vrij…’, waarna steevast een discussie van welles/nietes ontstond. De kaatseballen sprongen met verve in vliegensvlugge vaart tegen de witgekalkte schuur. De enkele auto kwam pas na vijven de straat in rijden en verder doorkruisten alleen de plaatselijke middenstand, de melkboer, de bakker, de visboer, de voddenman en de orgeldraaier met zijn  pierement ons domein. Vrouwen waren druk aan het poetsen, mannen waren doorgaans buiten beeld.

handbal

Samen rookten we ons door de onzekere, zoekende tijd heen, zwommen zomers in het Noorderbad en schaatsten ’s winters bij Arosa. Handbaltraining twee keer per week aan de Zuilense laan en op zondag de wedstrijd. Op een gegeven moment waren er de jongens. Mijn broer en zij, zij en mijn broer. Ik was weer alleen met al mijn eenzame verliefdheden en hier splitsten onze wegen. Ik werd een zwijmelaar van gedichten bij maanlicht, sehnsucht en een smachtende blik in het onbestendige. Zij ging haar weg. Verliefd, verloofd, vertrouwd. Pubervriendinnetjes waren we, door dik en dun. Wegen  splitsen zich en soms vallen ze weer samen. Opeens was daar gisteren dat appje, dat alle herinneringen naar boven woelde.

Men heeft hard gewerkt om haar hart te reviseren. Er was aardig wat gerecycle aan vaten voor nodig om het stabiel te krijgen. De boodschap voelde als een bericht voor ons beide. Het bleef door mijn hoofd spelen. We zijn eigenlijk allebei te jong om tegen de grenzen van dit leven aan te schurken.Ik sluit mijn ogen en zie haar staan, het been uitdagend vooruit, een vage glimlach en dwars door de mijmeringen heen pak ik haar hand.

Uncategorized

Ten volle

Stevie Wonder is alom aanwezig met zijn sleutel tot het leven. De kwast in de hand draait, wendt en keert op de stuwende klanken en onder onze handen mengen steeds meer kleuren zich in een dansende penseelstreek. We zijn in de wolken. Letterlijk. We zijn vastbesloten om het hemelgewelf als doel te bestuderen en neer te zetten in de luchtige toets van ons lichtend voorbeeld. De manier van haar luchtige, romige wolkenpartijen waren aanleiding om een sprong in het diepe te wagen en te zien en ontdekken welke geheimen er aan ten grondslag liggen. De neiging is ernstig aanwezig om door te blijven poetsen en daarmee alles, wat er aan het onbekommerde losse in aanvang heeft ingezeten, dicht te plamuren en dan weer voor een massief blok te staan. Nooit eerder dan in de schilderkunst en bij het schrijven heb ik zo ondervonden dat ‘minder’ meer oplevert. Dood je stokpaarden niet, maar laat ze luchten.

Muziek onderschrijft het. Naast de dansende kwast houden de benen het ook niet en bij het monsteren van het resultaat swingen we heen en terug. Het is deze ongedwongen en vrije vorm die boeit en in de greep houdt. Ineens ontdekken we mogelijkheden die er daarvoor wel waren, maar veel meer ingetogen onder het oppervlak bleven smeulen. We zijn vaak te braaf, te beleefd, te netjes, te serieus vooral ook. Kunst is vrijheid op alle fronten.

185

De ruimte van het atelier is er ook naar. Het is hoog en groot, met veel bewegingsmogelijkheden, er is genoeg ruimte voor ezels en attributen. Straks trekken we er misschien wel een keer op uit om, met kwast, verf en veldezel, de lucht te aanschouwen en ter plekke bezieling te geven op een paneel. Er is nog wat moed voor nodig om in het vrije veld te gaan staan, maar voor alles wat ik tot nu toe heb ondernomen gold dat en steeds weer bleek bij het overwinnen van de schroom dat het zo de moeite waard was geweest.

De thee met Bastogne staat klaar bij binnenkomst en op de tafels liggen onze grote meesters met hun luchten. Uiteraard Jacob van Ruisdaal maar ook Weissenbruch, Koekkoek, Albert Cuyp, lekker veel verzamelwerk in een luxe uitgave van een gerenommeerde galerie. Inspiratie stroomt uit alle hoeken binnen in een muzikale omlijsting. We zijn er klaar voor.

187.JPG

Voordat we het ons realiseren is het alweer bijna tijd.  De bespreking volgt en dan willen we nog even door. Kijken naar elkaars werk levert veel op. Hoe kopt een ander die persoonlijke benadering in, we letten allemaal op verschillende details en laten ons leiden door een eigen stijl. Die van mij heet dromerig te zijn. Het is niet mogelijk de woordbouwer en de beelddenker los van elkaar te zien. De ene hand voedt de andere. Natuurlijk werkt het zo, maar de entourage, de invloeden van anderen, de verschillende stijlen die ik zo her en der heb gezien en eigen gemaakt, komen hier op een hele andere, verfrissende manier samen. De uitdaging is er, de prikkel, die bijzondere gewaarwording, die er voor zorgt dat verwondering tot scheppen leidt en omgekeerd, dat scheppen verwondering wordt.

188

Moe maar voldaan was ik de kopjes, gaat de koektrommel dicht en sluiten we de verwarming en de deur. Geduldig wachten de wolken, terwijl wij nauwelijks kunnen wachten. Dát is begeestering ten volle.

 

Uncategorized

De juiste plek om stil te staan

Ik heb net de foto’s van de korte Vlielandgang ingeladen en nu zit mijn hoofd vol beelden, soms verstild en soms in beweging. Het houdt de woordenstroom gevangen. Met de nieuwe eye-opener(zie het vorige blog)is er een dimensie aan wereld bijgekomen. Al langer voorvoeld of gedacht, maar nu bewust beeld gekregen. Ik schoot doorgaans veel en op de gok om daarna thuis uit te zoeken, wat ik met mijn derde oog gemaakt had. Een intuïtief fotograaf, dat is een mooie onderbouwing, net als wat mijn andere werk is. Intuïtief. Wat een prachtwoord eigenlijk. Op gevoel komt de impressie binnen of vaker…op de toppen van het gevoel.

100_4091     100_4095

De tocht naar het ven gaf een verstild duinbos prijs, dat in een oogwenk een rechte lijn trok van het heden naar het verleden, waar ik ooit met de Wijze rondliep in eenzelfde gebied, gelen en groenen dooreen. Het roept een gevoel op van geborgenheid en hoop, naast de schoonheid ervan. Die overrompelende schoonheid in het vroege ochtendlicht.

100_4101    100_4117

Bij het ven de kracht van de herhaling, ongevraagd spiegelt de schoonheid zich dubbel en graaft er nog een diepere laag in, die van de beweging. In de weergave zie ik rimpelingen die nauwelijks vast te leggen zijn op doek. Het oog vangt ze allemaal, geen uitgezonderd en ik kan alleen maar ademloos toeslaan. Als dan de verticalen zich gaan roeren en de overhand nemen, is het plaatje compleet. Kathedrale verticalen.

100_4122    100_4124

De zilveren pluimen van het riet plaveien een pad in het stilstaande water. Zijn het de tere vleugels van de waternimfen, die oplichten, de lokkende roep van het ven? Een met water geplaveide weg lijkt het, bedrieglijk echt. Alleen een eenzame woerd snavelt zijn verdriet in het midden van het ven. Is het ven zijn tranendal?

100_4131    100_4135

In de verte zie ik zus, die monter duintoppen beklimt. Met mijn zuurstofarme longen hebben ze de metamorfose gemaakt naar een onneembare bergketen. Daarachter weet ik de zee en de oase van vlak wandelgebied. Nog even doorzetten, maar niet vergeten de beelden op te slaan. Helmgrasgeel met grijsblauw. Er kwinkeleren vogeltjes maar ze houden zich stil zodra ik hen nader. Om me daarna weer uit te lachen, zelfs omkijken helpt niet. Ze houden me nauwlettend in de gaten. De rode stip wordt groter en groter, dan ontdek ik waarom alles gealarmeerd is als ik er aankom, het amechtig hijgen stopt niet meer en gaat, voor kleine kwinkelerende vogels, met geraas gepaard. Overstijgende decibellen boven aan het duin.

100_4171    100_4152

De pier in zee siddert en beeft. Door het alziend oog ontwaar ik vogels, ton sur ton. Als ze keren en wenden spelen ze verstoppertje. Je ziet me niet, je ziet me wel. Het zand in de plas ervoor glimlacht. Overmoedig laat het grut zich vastleggen en kwettert een lieflijk gesprek bij elkaar. Het register in mijn hoofd slaat het op onder het kopje ‘Vogelzang’. Daar voegt het zich, om de impressie, bij de ochtendzang van de merel. Ze zal in het vervolg altijd meewandelen.

100_4217   100_4225

In onze verstilde gang langs de Oostelijke ronding van het eiland staat een eenzame figuur roerloos te staan. We steken de ronding schuin af om bij hem te komen, maar dan zien we dat het een ongeschreven boek is. Verschillende scenario’s doemen op. De man zonder hoofd of de man van hout, of de strandpaal die het koud had. Dichterbij blijkt het een spreekwoord. ‘Gestolen goed gedijt niet. Het beveiligingsplaatje zat nog onder aan de jas. Arme jas, fijn voor de paal, die bloost van warmte. Verderop is de noordpool aangespoeld en in dikke romige lagen uitgelopen als een sneeuwwitte belofte.

100_4245.JPG

Bij de kering valt het water stil. Zeven kilometer lang aan schoonheid gewonnen. De juiste plek om stil te staan.

 

Uncategorized

Mijn eigen eye-opener

Oostvlieland ontwaakt. Ze doet dat met een vrouw aan de overkant van het nauwe straatje, die door het raam joehoet om haar joggende metgezel van bovenaf op de foto te zetten. Die sjokt welwillend terug, neemt een stoere houding aan en verdwijnt op het ritme van  het ruisen van de zee in haar gestroomlijnde zwarte pak. Het raam gaat dicht en ik zie door het half beslagen vensterglas een klein  kinderkoppie opdoemen. Het verhaal verdwijnt letterlijk naar de achtergrond. Er rijdt een sjofel langs met grote snelheid. Heerlijk zo, door die uitgestorven straten van dat kleine autovrije dorp. Zuslief is al ruim een uur onderweg om de duinen en de zon wakker te zien worden. Straks wacht het ontbijt.

Mijn schrijftafel is uitermate geschikt om in retraite te treden. Klein, maar net groot genoeg om een laptop, een lampje en een fles met een boodschap op kwijt te kunnen. De penselen voor de aquarellen aan zee liggen in de aanslag. We gaan straks het eiland doorkruisen.

IMG_0483

We gaan op pad na een heerlijk ouderwets zondags ontbijt van jus d’orange en ei. De croissant heb ik ingeruild voor een meergranen met veel kaas en cranberryjam, goudgele rooibos en heerlijke koffie. Door het steegje, dat hier glop heet, zitten we zo in de hoge duinen. Fantastisch is het zachte mos afgewisseld met de lichtgroene korstmossen tussen de hoge dennen en de aandoenlijke vruchtdragende sparren. Grote scheve kerstbomen in volle pracht met hun eigen kegels als tooi. Hier en daar ligt het hout verspaanderd op de grond. De vele holen duiden op leven, maar konijn, haas en fazant blijven verstoppertje spelen. Het ven middenin is een cadeau van licht wuivende goudgele rietkragen, een verdwaalde eend in de vroege ochtendzon. Hier en daar blaft een hond of draagt een stem. Vlieland op maandag in de zon is vredige stilte.

IMG_0491

Van zus heb ik een fototoestel gekregen, waarbij ik naast het scherm ook door de zoeker kan kijken. Op haar advies schuif ik mijn bril op mijn hoofd en er gaat een wereld voor me open. Dankzij die tip tekenen zich de naalden van de dennenbomen haarfijn af, zie ik de onzichtbare omgeving, die bij het andere toestel altijd blind wordt gefotografeerd en bij thuiskomst pas wordt ontdekt. Wat is de wereld oneindig veel groter in haar onopgemerkte details. Als we door het duin heen gezwoegd zijn en als beloning de grote uitgestrekte vlakte aanschouwen van zand, zee en lucht, zie ik door de zoeker heen ineens ook de meeuwen al op de pieren zee-inwaarts en als we dichterbij zijn gekomen de vele kleine vogeltjes, we vermoeden drietenen, die keuvelen tussen de meeuwen door.

IMG_0505

Ik kan zien dat ze bang zijn voor natte pootjes, want angstvallig scharrelen ze tussen de schots en scheve ondergrond de harde stenen bodem op. Ze pikken en keuvelen met hun zang en geklets en met bril op en zonder deze speciale lens had ik ze nooit anders gezien dan een trilling in het beeld. Een ontdekking en een hele nieuwe wereld. Langs het zand, waarbij een jongetje ons waarschuwt:’ He jongens, het is hier allemaal modder hoor’ voelen we ons vrij, blij en weer kind. Zeven kilometer later staat er een grote weidse vlakte op het netvlies, een boot die voor de zon draait na een laveren uit de haven, zit de zilte lucht in onze neus verankerd en vaart de grote Vlieland veerboot met snelheid voorbij met op het dek en benedengaats zwaaiende mensen. Het wad valt droog op de platen, door de zoeker heen tuur ik het af naar zeehonden en vangt het witte schuim in een prachtig lijnenspel.

De wereld is groter met dit kleine toestel. Vlieland gaat voor altijd de boeken in als mijn eigen eye-opener.

Uncategorized

Een prachtige dag

Dat was even op de tanden bijten en door…gistermorgen. Op zaterdag eerst een voetbalwedstrijd die vooral door een doelpunt met een assist van zoon zoet smaakte en de overwinning bracht. Daarna een fantastisch optreden van dochter met haar koor. Daar stond ze als stewardess gekleed en ineens van een hele ander kant belicht. Zus was eren de hele Franse schoonfamilie.

Voor ik het wist was de avond doorgerold in nacht, maar kwam de slaap pas uren later. Adrenaline gierde door de aderen, maar de volgende ochtend, wat zeg ik, nog maar  enkele uurtjes later, ging de wekker. Ik dorst het niet zonder, terwijl dat normaliter wel mijn stiel is. We hadden een eerste boot te halen, dus onder geen beding kon er sprake zijn van toevalligheden. De weg er naar toe verliep in een zondagse kalmte op de cruise control in alle rust voor de eerste helft van de lange route en de tweede helft in een tandje hogere versnelling. De stop midden op de afsluitdijk werd bepaald door de zon, die vanuit het koude IJsselmeer opdook en de lucht adembenemend in alle roodaccenten die je je maar bedenken kon, kleurde.

Op tijd voor pendelbus en boot met zenuwachtig blaffende honden, waarvan sommigen zich hun naam eer aan hadden kunnen doen, waterhonden, maar nee. De meesten vroegen zich af  in welk hondenleven ze waren beland, omdat de grond onder hun poten was weggeslagen. Het toeven op zo’n boot vraagt om hondenluiers, konden wij als enige constateren en op meer alerte bazen. Er zitten nadelen aan onze vrolijke vrienden.

Vlieland is klein, behapbaar, kneuterig op zondag, lieflijk en fijn wandelland. Het kleinste wad is groots in haar weidse en onbegrensde natuur. Waar water, slik en schor ophoudt, beginnen de prachtige hoge duinen, de dennenbossen, en korstmossen. Boven onze hoofden schettert het rijk van de ganzen en eenden in alle maten en soorten, scholeksters en de kleine drietenen, terwijl de kraaien hun bomen aan de dijk verlaten voor een feestelijke dagsluiting in het oranjerozerode licht.

IMG_0372.JPG

We wandelen door Veerdam en gissen naar de verzamelwoede van de Vlielanders, die hun waar in de voortuin of achtertuin als veroverde trofeeën ophangen, aan het hek, aan de waslijn, tegen de muur. We tellen onder andere plastic huishoudhandschoenen, bouwhelmen en boeien, naast alle verroeste ankers, een kanonskogel, gerafelde touwen die hun oude weerbarstige aardetinten hebben ingeruild voor neon-groen en oranje. De zee neemt, maar geeft oneindig veel meer.

We duiken tussen elke wandeling en lafenis de Dijk op of vissen op de vloedkering naar de paarlemoer oesterschelpen en de kleine kokkels tussen de prachtige bijna lavendelblauwe mosselen, die als een wuivend Frans veld onder onze voeten vandaan knerpen. De wind jakkerde af en aan en blies het leven ruimte in en nieuwe energie. Twee jongens komen met hun sleepnetjes en een plastic geel emmertje de trap opklimmen, als ze ver weg zijn hoor ik het geluid gedragen worden door de wind. Een zeehond op het wad. Ik kijk de richting op van een van de zeeplaten en zie daar een donkere vlek. Maar mijn bril vertaalt de beelden niet en het blijft een vage vlek. Het kan zomaar ook een paar zeemeeuwen zijn.

IMG_0442

We sjouwen de trap op voor een ondergaande zon, maar het duurt lang. De wilde ganzen die langs trekken, mijden het om voor de zon te vliegen. Maar later zullen de kauwtjes zich niets  meer aantrekken van de uitbundige sfeer, ze imiteren de scholeksters en de drietenen in hun vlucht. Later vallen de duiven in een herhaling met natuurlijke souplesse en overschaduwen de vlucht der zwarte kauwen, maar houden de veiligheid van het dorp aan. Een beloftevol begin voor nog een prachtige dag.

 

Uncategorized

Over de grenzen heen

De kauwen zijn al druk aan het nestelen boven mijn hoofd in de dakgoot. Ze eisen de ruimte op van de eksters, die met veel misbaar naar hun gevederde vrienden toe, een plek willen veroveren. De kauwtjes bewaken het fort met verve. Wat een prachtig gezicht als ze met gespreide vleugels, eigenlijk vlak boven me, hun door de zon beschenen onderkant tonen, waarbij het zonlicht  het verendek oplicht en bijna lichtbruin kleurt.

Ik wil eruit, want het zachte lenteweer roept, maar ik weet dat het vandaag een beetje kalmpjes aan moet. Morgen is het om een uur of half zes in de ochtend al dag en zal ik alle reserves moeten aanspreken voor een ongetwijfeld rijke, maar vermoeiende, dag, richting de eilanden

013

Gisteren marmerde ik me een weg door de gekozen voorstelling voor het schilderij. Ik had moeite met het trage tempo en het geduld dat het vereiste. Ik wilde door en werd steeds teruggeworpen, omdat ik streepjes in vlekken vertaalde en daarmee iedere keer weer overnieuw moest beginnen. Dat betekende wachten tot de volgende ronde was gemaakt. Het verlangen spatte in prachtig vogelspel daar, buiten, door het raam naar binnen in tere berk en goud en groen.

007-1.jpg

’s Avonds was er een toneelstuk van vriendin. Het Grote gaan, een bewerking van een stuk dat oorspronkelijk van de hand van de Duitse scriptschrijver Magnus Vattrodt komt. Het is een klucht met een bittere ondertoon, over hoe het in het leven kan lopen en waar misverstanden toe kunnen leiden. Het geheel kreeg een diep filosofisch tintje door de zingeving over het stervensproces en de dood. Het werd met verve gespeeld en de ontknoping was een mooi en verstild beeld van de dode zelf als ‘Teacher in Role’, die recapituleerde hoe het laatste staartje van zijn grote reis uiteindelijk was verlopen, terwijl de twee dochters samen achter hem de boel zwijgend aan het redderen waren. Twee volwassen dochters op de puinhopen van hun vader met zijn, meer dan, Bourgondische levensstijl en de daarbij behorende schulden, die verder moesten met hun eigen sores en leven. De cirkel was rond. Het theater waar het zich afspeelde is klein en intiem en de setting was ‘ons kent ons’. Dat maakte het weerzien vreugdevol. Het was genieten op de voorste rij.

De boodschap over hoe het kan lopen met levens die in elkaar grijpen, waarbij fouten mogen en we allemaal mensen blijken te zijn, was duidelijk. Een, al oud, spreekwoord kwam boven drijven. Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Iets wat bij het ouder worden steeds nadrukkelijker onderschreven wordt. ‘Steek de hand maar in eigen boezem’ is die andere, die er een klare oplossing voor heeft. Een oordeel vellen is sneller gedaan dan het invoelen en doorgronden van een mensenleven.

Aan het eind bij het wijntje van Trijntje kwam er een echt verdriet bij kijken omdat een van de hoofdrolspeelsters net afscheid had moeten nemen van haar moeder. Daar bleek hoe dun de scheidslijn was tussen die twee werelden en hoe dood met het leven opliep. Ze had, met het foldertje op de schouw in de kamer van haar moeder nog voor ogen, doorgespeeld. Deels ter nagedachtenis en deels, omdat ze wist dat haar moeder niet anders gewild zou hebben. Ze hief met een lach en een traan het glas op haar engel. Ik ging huiswaarts in de kleine blauwe met meer dan genoeg sterrenstof om over na te denken en met het zicht op een trotse moeder over de grenzen heen.

 

Uncategorized

De zon koesterde dat verlangen

De afstand naar het Centraal museum was groter dan ik had bedacht. Toch wilde ik heel graag de auto gratis wegzetten. Een ochtendje centrum Utrecht was al gauw een lekkere lunch en dat was me toch meer waard. Toen ik te haastig, met nauwelijks genoeg lucht, bij het museum aan kwam om klokslag elf uur, stond vriendin al te wachten voor de rij.

015-2.jpgDe schriftgeleerden

We schuifelden naar binnen, de QR-code paraat en de museumjaarkaart in de aanslag. De rugzak moest af dus de keus wel of niet jas en tas was snel gemaakt, kluisje en alles erin. Met de handen vrij trokken we de late Middelleeuwen in om ons bij de Utrechtse Caravaggisten te voegen. De audio-oortjes hadden we gelaten voor wat ze waren. Deze dicteerders van de gedachte stonden de beleving in de weg. Hoe heerlijk is het niet om op eigen kracht te mogen verdwalen in een schilderij, iets te ontdekken in verwondering en optimaal te kunnen onderdompelen in dat warme bad van eeuwen terug.

046.jpgDe Ribera

Verbaasd keken we naar de markante koppen van Jusepe de Ribera, een zelfportret verzonnen we, het uitlichten van de verschillende personages in de doeken van van Honthorst, het kleurenpalet van Dirck van Baburen, de luitspelers van Hendrick ter Brugghen, De vrolijke drinker van de laatste had het bekende wasbleke t-shirt van mijn vader aan. Elke zomer zat hij met een roodbruine kop en dito halve armen en handen in de zon, terwijl het leek alsof hij nog een t-shirt aan had. Zo’n albasten huid zag je bij de Caravaggisten meer.

Het brilletje werd ook gespot. Ineens waren er tussen de schriftgeleerden en hun perkamenten rollen ook kleine brilletjes te bewonderen of dichtgeknepen ogen van het ingespannen kijken. We waren onder de indruk van de penseelvoering, die in volle glorie de rijke stofuitdrukking toonden, de fluweel zachte, de glanzende zijde, het katoen. Het theatrale in de doeken, de herkenbare koppelaarster die overal bescheiden op de achtergrond bleef staan, het dramatische verhaal van Goliath de reus en de kleine knappe jonge David en het listige bedrog van Ezau ten opzichte van Jacob gaf genoeg stof tot nadenken.

031Gentileschi

Zodra het lukte gingen we op een van de houten bankjes zitten, lieten de meute voorbij trekken en genoten dan vooral van de details in het schilderij waar, onder de directe dramatiek, een heel gewoon leven schuil ging met weerbarstige koppen, noeste arbeiders en soldaten, oude doorleefde mannen. Wie Valentijn zocht op deze hartendag kwam bedrogen uit. Het hoofd van Holofernes in de schoot van de bedriegelijk lieflijke Judith, een tafereel van Orazio_Gentileschi, hield de aandacht gevangen om het kleinste detail.

028.jpgMedusa.

We stonden voor en naast een Caravaggio zonder dat het in eerste instantie opviel. De Medusa was geschilderd op een houten schild en stond in een glazen kastje in het midden van de een na laatste zaal, maar als er mensen voor stonden had je dat nauwelijks door. De belichting scheen er boven op, dat gaf een spiegeling, een verblindende schittering anders dan de pracht te onderschrijven. Toen we haar hadden ontdekt, bleef ze je aankijken, welke kant je ook ophobbelde. De aanblik ervan bracht een lichte teleurstelling te weeg omdat het effect van het kleine schild hetzelfde was als het postzegeltje Mona Liza, dat ik ooit, over de vele hoofden heen, in het Louvre had mogen aanschouwen.

037Manfredi

Wie goed kijkt en uitwisselt ontdekt tussen al het overweldigende grootse imponerende ook juist de kleinste schoonheden en tegelijkertijd, los van elkaar, hadden we ontdekt dat in de achterste zaaal het mooiste doekje van de tentoonstelling hing. Het was van Bartolomeo Manfredi. Een lief vrouwenkopje met een tamboerijn in de handen, zijn Zingara, uit een particuliere collectie. De indrukken waren veelvuldig nedergedaald en sudderden na, deden hun werk, gaven stof tot praten, maar van zoveel schoonheid werden we stil en bijna eerbiedig ondergingen we haar indrukwekkende aanwezigheid in al haar eenvoud. Die kleine zigeunerin beroerde alle zinnen.

Daarna was de koek wat ons betreft op. Het Caravaggistenhoofd was verzadigd, we konden weer voort. De drukte in het restaurant lieten we voor wat het was en we slenterden weer naar buiten, waar in de voetsporen van onze beider families we de lunch gingen nuttigen in dat oude politiebureau van weleer. Het Louis Hartlooper. We waren het hartgrondig met elkaar eens.

056.JPG

Het was te druk, te veel audioluisterende mensen, die  meer dan eens zonder pardon voor het beeld schoof, maar als je tussen de mazen van de museumwetten door sloop was er vooral veel te genieten en uit te wisselen. Rijk en verguld van het aangename toeven in elkaars gezelschap smaakte de lunch meer dan voortreffelijk. Voor de lieverd, die helaas verhinderd was, schreven we een mooi, door vriendin zelf ontworpen kaartje en de happy Valentijn van Volkje prijkt in mijn hart en aan de muur. De zon koesterde op de terugweg het leven toen ik een belletje kreeg van mijn andere lieve vriendin, weet je wie ik tegenkwam Haha, juist. Vriendin die net met mij door Caravaggio’s eeuw heen had gewandeld, op de Oude Gracht. ‘Woonde je maar  hier’, verzuchtte ze. De zon koesterde dat verlangen.