Uncategorized

Dwars door de mijmeringen

Ik denk dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet op het handballen. We staan met het hele team op een foto. Zij de schoonheid van een zestiger jarenmeisje. Blond, slank, een been uitdagend vooruit, blik van ‘Wie doet me wat’ en een vage glimlach. Gezegend met een heerlijk onvervalst Utrechts accent, al dachten sommige mensen daar anders over. We werden vriendinnen, stonden samen op die drempel tussen tafellaken en servet en wandelden hand in hand de puberteit in.

Bij haar thuis werd gekaart. Niet alleen in de avond, maar ook op zaterdag en zondagmiddag. In de blauwe wolken rook stak af en toe een verwoede en verbeten blik, werd een kaart gesmeten of bulderde de lach over tafel. Op de pick-up lag Sonneveld en zijn goed gearticuleerde pikante liedjes rolden door de kamer. Buiten naast de kleine keuken koerden de vele duiven in de dakgoot.  Pa was een duivenmelker en hij maakte het lied van Annie M.G. Schmidt  over de duiffies meer dan waar. Hij hield van ze en schudde menig graantje lokkend op het platje van de schuur. De sfeer was recht voor z’n raap en geen zacht geheelmeester. Het gemoed lag eerlijk en open op tafel, een traan, een lach, een uitbarsting op z’n tijd, maar altijd vol zorg. Het was er anders dan bij ons, met al die kinderen in huis. Daar was minder van alles door een overschot aan de delende factor.

Ooit waren we samen het leven aangegaan. We werkten ons schoorvoetend en schuchter en al gauw met overmoed en bravoure door de verwarrende jaren heen. We bespraken met elkaar en het buurmeisje de problemen waar jonge meiden mee worstelden. Die uitgroei en hormonale veranderingen in een tijd dat we van nostalgie naar de toekomst gleden

We droegen sokjes en lakschoenen of oude gympen, Terlenka rokken en bloesjes,  geselden de stoepranden met de bal en speelden de maan is rond. Als verstopplekken golden de poorten en gangetjes achter de huizen en hoog boven de muren uit schalde het ‘Buut  vrij…’, waarna steevast een discussie van welles/nietes ontstond. De kaatseballen sprongen met verve in vliegensvlugge vaart tegen de witgekalkte schuur. De enkele auto kwam pas na vijven de straat in rijden en verder doorkruisten alleen de plaatselijke middenstand, de melkboer, de bakker, de visboer, de voddenman en de orgeldraaier met zijn  pierement ons domein. Vrouwen waren druk aan het poetsen, mannen waren doorgaans buiten beeld.

handbal

Samen rookten we ons door de onzekere, zoekende tijd heen, zwommen zomers in het Noorderbad en schaatsten ‘s winters bij Arosa. Handbaltraining twee keer per week aan de Zuilense laan en op zondag de wedstrijd. Op een gegeven moment waren er de jongens. Mijn broer en zij, zij en mijn broer. Ik was weer alleen met al mijn eenzame verliefdheden en hier splitsten onze wegen. Ik werd een zwijmelaar van gedichten bij maanlicht, sehnsucht en een smachtende blik in het onbestendige. Zij ging haar weg. Verliefd, verloofd, vertrouwd. Pubervriendinnetjes waren we, door dik en dun. Wegen  splitsen zich en soms vallen ze weer samen. Opeens was daar gisteren dat appje, dat alle herinneringen naar boven woelde.

Men heeft hard gewerkt om haar hart te reviseren. Er was aardig wat gerecycle aan vaten voor nodig om het stabiel te krijgen. De boodschap voelde als een bericht voor ons beide. Het bleef door mijn hoofd spelen. We zijn eigenlijk allebei te jong om tegen de grenzen van dit leven aan te schurken.Ik sluit mijn ogen en zie haar staan, het been uitdagend vooruit, een vage glimlach en dwars door de mijmeringen heen pak ik haar hand.

2 thoughts on “Dwars door de mijmeringen

Comments are closed.