Uncategorized

Een groot verlangen

De lente stoomt op. Er is geen greintje aan ijzigheid te bespeuren. De terrassen zitten vol, in het Grifpark is het een drukte van belang. Yoga in je blote bassie, een prachtig Indiaas lijf met bijpassende haardos, de fleece gaat uit, met blote armen op het skatebord en het gras is bezaaid met krokussen en narcissen en lome grashangers. Daar loop ik tussen met mijn grijze berenjas. De auto heb ik weggezet in het zondagse gratuite circuit, vergis me een blok, maar het is geen straf. Lopen is een feest met al die uitbundigheid.

022

De Stadsschouwburg is de bestemming, de voorstelling Lepeltje Lepeltje van de Dansers het doel. Samen met de klankbordgroep gaan we werk en aangenaam genieten verenigen. Altijd weer een feest op alle fronten. We beginnen buiten op de trap. Ik kan me niets mooiers voorstellen dan ontluikende lente in alle parken en aan de singels in Utrecht, de natuur barst op alle fronten uit haar voegen en danst haar eigen première bij elkaar in een langgerekt kleed van groen, paars en uitbundig geel.

027

Als we zitten in het donker, veel jonge kinderen tussen alle volwassenen, sluit ik het verlangen buiten. Er is nu hier en nu, de stoelen, het publiek, de twee mensen op het podium. De spots gaan aan. De tweespraak tussen de twee, de een houdt van vallen en de ander niet, brengt een bekend verschijnsel te weeg. ‘Mogen we dan niet heel even….’ ‘Nee, ik hou niet van vallen.’ ‘Maar dan ook niet van…’ ‘Nee, die doen we ook niet….’ ‘Maar die andere dan….’ Nee, te gevaarlijk.’ Zo gaat het nog even door, dansvoorstelling voor vier…uhhhhh…blijkbaar twee, tot de derde over de trap aan komt stormen met zijn matras.

028De Dansers

Er liggen matrassen op de grond, argeloos neergekwakt, zo lijkt het, maar vergis je niet. Dan gaan de lichten helemaal uit en de zanger/muzikant die niet van vallen houdt, zit achter zijn kleine piano onder de schemerlamp. Het meisje laat zien waarom ze zo van vallen houdt. Er volgt een wervelende50 minuten van vallen en opstaan, buitelen, wandelende matrassen, zwieren en zwaaien, kleine prinsessen op de erwt, durven en angstig zijn, in het diepe springen, omlaag vallen, omhoog vallen, maar nooit te pletter vallen. En als je echt, echt niet durft, dan hoef je ook niet. Dan mag je schuilen dicht tegen elkaar  als lepeltjes en je geborgen weten. Er zijn prachtige en dromerige liedjes met de onderschrijving van de muzikale intervallen.

In een notendop van een krap uur komen alle valkuilen van het leven voorbij, maar tevens de oplossingen. Over schroom heen stappen, op anderen vertrouwen, op je eigen kracht mogen bouwen, samenwerken en volhouden. Er zijn zeemeeuwen, pindakaas met koek met twee kinderen uit het publiek, er is rook, er zijn palmen, er zijn bergen en dalen en iglo’s.  Er is alles wat er moet zijn om chaos en structuur  te stroomlijnen. Een grote wervelende fysieke en emotionele rollercoaster. Het leven.

Herhaaldelijk biggelen er af en toe tranen van het lachen, ontroerende tranen, een glimlach van vreugde en schoonheid. Wat een heerlijke wirwar van momenten. De kinderen lachen onbedaarlijk, huilen soms, genieten zichtbaar en na de voorstelling mogen ze los op de vele matrassen. Ze schuiven , ze rollen, ze slapen, ze vallen, ze springen, maar bovenal genieten ze met volle teugen.

Ik herken de dansers van het Binnenbeest. Dezelfde chaos, dezelfde strekking. Het is ook een voorstelling van hun choreografe Josephine van Rheenen, die in kinderhoofden kan kijken, begrijpt hoe het daar binnen werkt en weet dat losse eindjes ook eindjes mogen zijn, al zijn ze soms wat rafelig. Met dansers en een liedjeszanger, die er perfect op aansluiten en er de vorm aan weten te geven, het kind in iedereen. Iemand zegt: Wat zou ik dat graag nog eens willen doen. In haar stem klinkt een groot verlangen.

One thought on “Een groot verlangen

Comments are closed.