Uncategorized

Misschien wel beide

Het is half zes en donker. Alles wat lente was is weggeblazen door een stormachtige wind. Merels die al aan het fluiten waren in de vroege ochtend op de vorige dagen houden van de weeromstuit hun bek. Op mijn schrijversscheurkalender staat een citaat van Renate Rubinstein. ‘De grootste eer bewijs je iemand soms door het zwijgen over hem te doen’ Ze doelt daarmee op een uitspraak van Clara Eggink die, in opdracht van de dichter J.C. Bloem, aankondigde 200 van zijn jeugdgedichten te vernietigen. Zij zou hetzelfde doen en niet als Felice, de verloofde van Kafka, zijn brieven aan haar te publiceren. Eronder wordt terecht opgemerkt, dat ze zelf de kaarten van Carmiggelt aan haar openbaarde.

003

Even daarvoor las ik in een interview een schrijfster, die zichzelf voorgenomen had boven de kritiek te gaan staan en daarmee los te gaan in gedachten en woord. Niet schrijven om indruk te maken maar om gehoor te geven aan die innerlijke drang. Daarmee verlaat je ook de grenzen, net als het nalatenschap van anderen die door derden op tafel wordt gelegd. De gedachte bekruipt me dat men schrijft om gelezen te worden. Het is naïef te denken dat alles wat men produceert in een mensenleven uitsluitend voorbehouden zal zijn aan enkele dierbaren. Arme erfgenamen.

Intieme gedachten publiekelijk maken is zoiets als na de dood alsnog op de snijtafel te worden gelegd om een imaginaire vileine trepanatie te ondergaan. ‘Kill your darlings’ in meerdere opzichten. Toch behoren de brieven aan Felice tot de hoogtepunten van Kafka’s werk. Het had eeuwig zonde geweest, die te vernietigen. ‘Wat niet weet wat niet deert’, hoor ik de geschiedenis achter me fluisteren. Ook dat is tweeërlei op te vatten. Kafka weet het niet en als het wel vernietigd was geweest, hadden wij niet geweten wat we hadden gemist. Nog een andere gedachte borrelt op. Hoeveel mensen lezen Kafka in feite nog. ‘Kafkaësk’ is tegenwoordig een paarse krokodil.

002

Mijn gedachten worden hier dagelijks geventileerd in de blog, die over me heen spoelt om in zinnen uiteen te waaieren. Ik luister braaf en geef het een platform. Het aantal mensen dat het leest is mondjesmaat. Geen Kafkaiaanse aantallen, daarvan ben ik overtuigd. Straks is er een nalatenschap, die ik zelf al te grabbel heb gegooid. Dat scheelt in de keuze. Carmiggelt wilde zijn verhouding geheim houden voor zijn vrouw, wat lukte tot aan de dood van zijn geliefde.  Zijn vrouw is niet lang na hem overleden. Daarmee is er alleen nog het woord en de herinnering. De twee kinderen van Carmiggelt waren het niet eens met de publicatie.  Kan je iemands gedachtegoed opeisen, dat heeft toebehoord aan een ander.

53502707

Ik heb de ‘Brieven aan Felice’ ‘van Franz Kafka nooit gelezen en de openbaring over Carmiggelt in het boek ‘Mijn beter ik’ van Renate Rubinstein ook nooit. We hebben een lange regenachtige herfstige dag voor de boeg. Buiten waait het harder, de voederhouders tikken tegen het hek en het is of ik de gamelan hoor of een windgong. Ik ga maar eens een paar boeken opsnorren. Dan vertel ik later of het ongepast voyeurisme was of een literaire ervaring van formaat, ergo, rode oortjes of een voldane geest en in het meest gunstige geval, misschien wel beide.

 

2 thoughts on “Misschien wel beide

Comments are closed.