Uncategorized

Voelbare liefde

Bij het speuren naar wat informatie open ik het document ‘Herinneringen’. Er rollen drie foto’s uit. Ze zijn genomen van de inhoud van het beduimelde schriftje uit de derde klas van de lagere Nicolaas-meisjesschool. De school stond bezijden de kerk, aan de andere kant stond de Nicolaas-jongens school. De deugd in het midden moet de architect gedacht hebben.

016 1959

Schrijven en tekenen was de weg der ontsnapping voor alle problemen die zich aan konden dienen in zo’n roerige periode. Dat eerste tekstschriftje, zorgvuldig bewaard en nog altijd, 59 jaar lang, geheel in tact gebleven. Compleet met de tekeningen en de verhaaltjes en gedichten overgeschreven uit de Roomsch Katholieke klassiekers van die tijd. Deugdzaamheid en vlijt. zorg voor al wat leeft. We hadden thuis geen aquarium. We hadden alleen maar nooddruftige dieren, arme vogeltjes die uit het nest gevallen waren, of gewonde egeltjes, scharrelend in een schoenendoos. Broer had ooit een manke eend, een vleesgeworden Snabbeltje, op sleeptouw genomen. Aan liefde geen gebrek.

015 1959

Van zwaluwen had ik geen benul, behalve als ze in een versje aan kwamen vliegen. Het luchtruim werd nog niet zo uitgebreid bestudeerd. Ik geniet van de zwaluw die als een vermeende postduif rondvliegt met het briefje in zijn snavel. Toch stiekem een eigen dingetje toegevoegd. We waren veel meer gericht op het slootleven van de sloot in de Thorbeckelaan. ‘O krinkelend winklend waterding, met zwarte kabotseken aan…’ behoorde tot mijn persoonlijke klassiekers. Geen idee wat de precieze betekenis was, maar die woorden die rondwalsten in je mond en er dan zo vloeiend uit kwamen rollen, wat een heerlijkheid.  Vaak pakte ik het beduimelde boekje met ‘Kleen Gedigten’ van Guido Gezelle met de bruine dooraderde kaft en las en las en las. Ik droeg ze voor op school

. 026.JPG 025.JPG Dagboek uit 1967

Met de paplepel ingegoten als het op schrijven en tekenen aankwam. Aandoenlijk zijn  de tekeningen in de dagboeken uit die tijd. Ik voel mijn stevige ongelukkige puberhart weer. Mijn hele schoolcarrière lang heb ik dromend en tekenend doorgebracht om aan alles te ontsnappen wat een kerf zou kunnen betekenen op de geluksbalk. Tot groot verdriet van de heer Schimmel, die met zijn algebra voor een dichte deur stond. Nederlands was de enige les waarbij ik, op eenzame hoogte, betrokken was en mijn gevoel liet vieren. De juf heette Van of Ter Harte. Het maakte niet uit. Ik vond haar lief. Door de taal groeide ik meters, waar ik elders enkel struikelde over de kennis en de botte wrevel daarover bij de docenten. Ze kregen de kans niet. Gordijntjes van mijn lange pony werden naarstig dichtgeschoven bij benadering.

017

Ontladen dus. Onmacht,en verdriet van je af schrijven of schilderen. Verdwijnen in het scheppen, het hele creatieve proces. Het is de uitweg geweest bij uitstek. Ondanks alle gebeurtenissen van de laatste dagen wilde ik mijn bruisende energie kwijt en ben toch gaan schilderen. Ommetje gekuierd in het oude Vianen, naar de vegen in de koude avondlucht bij schemerduuster gekeken en daarna fris en fruitig aan de worstel met de Breitneriaanse kimono. Geregeld liep ik bij het gezicht in de val van het perfectionisme. Gas terug nemen, wegpoetsen, opnieuw proberen. Tijd voor het wat grovere werk en het oogloze gezicht laat ik even rusten. Ik ben teveel bezig met gelijkenis, waar dat niet ter zake doet. Het is mijn algebraïsch onvermogen wat om de hoek komt kijken. De gele toefjes vormen wonderbaarlijk genoeg de juiste bloemen als je er een veeg overheen haalt en een vleugje wit..

024

Het gezicht weer weggepoetst, nog een les te gaan. Ik ben optimistisch gestemd. Met mijn lieve vriendinnen was het goed toeven. Het weegt mijlen meer op tegen piekerende rust. Niet alleen biedt het geploeter aan het werk perspectief, maar juist ook die extra harten onder de riem, de bezorgdheid en troost, de aandacht en de voelbare liefde.

Uncategorized

In overvloed

Vandaag is mijn schoonmoeder 97 geworden. Dertig jaar verder dan ik nu ben. Als je nu tegen me zou zeggen, hier is een cadeautje voor je. Je hebt de bonus gewonnen. Je krijgt er nog eens dertig jaar bij, dan zou ik in een opwelling het hele idee afwimpelen. Beleefd maar resoluut. Terwijl ik het leven lief heb. Waar komt het dan vandaan.

007

Veel wil ik wel en de wensenlijst duidt op gretigheid. Ik wil de kinderen en hun gezinnen zien groeien en voltooien, hun lieve lijven ouder zien worden, hun liefdevolle omhelzingen voelen, de kleinkinderen zien bereiken wat ze graag zouden willen. Ik wil lang kunnen blijven schilderen en mijn malle tekendagboeken vol krabbelen, van de natuur genieten, die boeken schrijven die almaar liggen te sluimeren. Ik wil met mijn zussen de mooiste plekken van de wereld zien, elkaar vasthouden bij het ouder worden, ik wil ideeën en troost uitwisselen met mijn liefste vriendinnen en elkaar omhelzen, samen oplopen.

003

Van mijn nieuwe tuinatelier genieten en van dat kleine paradijs er omheen, mijn familie volgen op de voet. Ik wil mijn ervaringen delen, mooie foto’s maken, genieten van de wisselende luchten. Ik had willen blijven reizen, dansen. Maar bovenal wil ik gedachten stroomlijnen. Ik wil de optimist bewaren die me eigen en lief is. Ik wil het leven vieren met alle toeters en bellen die er bij kunnen horen.

euaj5530 (1)

Beperkingen zijn er om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Toch zijn het juist ook de belemmeringen die me laten aarzelen. Op verscheidene vaardigheden heb ik moeten inboeten. Gehoor, zicht, reuk, smaak, hart, longen, pezen en botten. Voldoende om te weten dat de onafhankelijkheid wat meer op de tocht staat. Daar zit het grote knelpunt.

Te weten dat men zo dadelijk niet met maar over mij aan het praten is, over mijn hoofd heen Niet mijn schatjes, want die weten, hoe dat ervaren wordt. Maar de buitenwacht. Zoals bij de oude man in het bed tegenover mij op de Cardio. Zijn vrouw en twee dochters zitten naast hem. Een schoonzoon loopt ijsberend van de deur de gang op en weer terug, de hele middag lang. Ik weet de koffiekamer erachter, een onrustig hok, met een machine waaruit cappuccino te tappen valt. De man in het bed met de gele sprei heeft een klein vogelgezicht, dat vooral versterkt wordt door de ronde bruinzwarte kraalogen, die voortdurend heen en weer schieten, een verwarde blik door de onduidelijkheid van de verhalen. Hij hoort niet goed. Dat maak ik op uit het praten in blokletters door zijn begeleiders. Extra stemverheffing en nadrukkelijk gearticuleerd. Maar het ergste: In de wij-vorm.

Hij ligt beneden hoorniveau, te laag om aan het gesprek deel te kunnen nemen, maar dat is ook niet gewenst, want men praat letterlijk over hem heen. Zijn blik wordt angstiger als er besloten is, hoog  vanaf die onneembare vesting, dat hij nog een nacht moet blijven ter observatie en dat dat betekent dat zijn vrouw wel naar huis zal gaan en hij niet. Samen blijven was prima geweest, maar alleen blijven. Boven hem dichten ze hem allerlei eigenschappen toe. Hij duikt nog dieper in het kussen en sluit af en toe dan maar de ogen of laat een diepe zucht horen. Vrij vertaald zegt hij: ‘Het heeft allemaal geen zin wat ik doe of zeg, men heeft allang beschikt over mijn lot’. De wereld trekt nu als vanzelf langs hem heen. Als klap op de vuurpijl vraagt de dienstdoende arts hem of hij gereanimeerd wil worden. ‘Huh’, grote vogelogen. ‘Ga ik dood dan’. ‘Nee, maar stel’.

Dat dus, dat is wat ik bedoel met het verlies. Het gaat niet om het loslaten. Het gaat om de teloorgang van de kwaliteit. Het gaat ook om het respect van de ander voor jou in dat lijf dat niet meer dragen kan waar het eerst zo goed in was. De goedbedoelde suspogingen, de vergoelijkende woorden, de doekjes voor het bloeden, ook al worden ze aangedragen uit liefde. Je zou er in de war van raken.

IMG_0491

Dertig jaar extra, de bonus. Als de afbrokkeling nu stopt ga ik mee. Zullen we dat afspreken? De vulling is er namelijk, in overvloed.

 

Uncategorized

Een Ding dat zeker is

Gisteren kreeg ik van een trouwe lezer een groot compliment dat mij ontroerde. Omdat hij toch geschrokken was van mijn uitstapje naar de Cardio afgelopen zaterdag. Ik schreef dat Taal heelt en hij schreef terug: ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. Hij liet daarna nog een prachtig licht schijnen op de manier waarop ik met die taal omga, maar daar moest ik van blozen en dat hou ik voor mezelf. Dat gebeurt ook. Het lijkt of ik mijn hele ziel en zaligheid op tafel leg, maar geloof me, er worden alleen losse puzzelstukken verteld. Met die diepere gedachten wil ik altijd nog eens wat doen. Ze blijven sluimeren onder het oppervlak en of dat lukt zullen we bezien. Maar wat naar boven borrelt en er uit wil, krijgt een podium.

De zoon van de Woordbouwer

Vanavond hebben we de redactievergadering voor het blad, waar ik de kinderboeken voor recenseer. Het thema is taal. Ik heb me gek gezocht om een boek te vinden dat taal als hoofd-item heeft. Opzienbarend is natuurlijk dat er heel veel boeken zijn met prachtige taal. Dat lezen altijd een manier bij uitstek is, al dan niet in een omlijsting van de meest inspirerende of grappige of kunstzinnige illustraties, dat er lesboeken zijn over taal in een jas die altijd te herkennen zijn met didactische onderbouwing. Dat er doe-boeken zijn over taal met digitale verrijking, maar een mooi boek over taal zoals bijvoorbeeld ‘De zoon van de woordbouwer’ van Frank Herzen, die zijn er niet zo veel.

Boekcover Kruistocht in spijkerbroek

Dat soort kinderboeken waren in de jaren zeventig en tachtig in zwang. Lezend leren op hoog niveau. Leren met rode oortjes, dat zou vaker moeten gebeuren, hebben ze in die tijd vast gedacht. Dus kwam er een boek, dat het spel van de politiek als een warme deken uitrolde onder de noemer ‘Koning van Katoren’en verdwenen er duizenden kinderen in een avontuur met Stach mee, gedirigeerd door Jan Ter Louw. Hij zat immers zelf tussen de krochten van de zuilen gemangeld en wist alle ‘ins and outs’ moeiteloos voorhanden te toveren. Er waren ook in die dagen boeken die de geschiedenis lieten uitwaaieren in spannende avonturen van Thea Beckman, Miep Diekman en Tonke Dragt. Ademloos hingen mijn kinderen tegen de tijd aan.

Ineens wist ik het. een modern boek over iets wat niet benoemd wordt, een ding, iets wat over taal gaat zonder een specifiek woord te zijn. Een ondefinieerbaar object dat omschreven wordt of in beeld gevat, zal vragen oproepen. Vragen over taal. Het bracht me, tot mijn verrassing, naar twee redelijk recente boeken. Een uit 2014, van de hand van mijn pas veroverde ontdekking, waarvan ik onmiddellijk fervent bewonderaar ben geworden, de boeken van Shaun Tan met de inspirerende titel ‘Het ding en ik’. Hij vat kinderboeken in zijn prachtige kunstzinnige tekeningen meer nog dan dat hij er tekst aan geeft. Daarmee laat hij  de ruimte aan kinderen om schoonheid te vangen in het eigen woord. Vorig jaar, in 2018, kwam er nog iets uit de lucht vallen. ‘Het Ding’ van Simon Puttock en Daniel Egnéus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk, in het boek zelf Het stoomde onmiddellijk op naar een hoge notering in kinderboekenland. Wonder op taalwielen.

Het nam me weer mee naar de jaren zeventig toen Leonie Kooiker haar ‘Het malle ding van Bobbistiek’ aan de wereld toonde en er een gouden griffel mee haalde. Door een ding kan je met behulp van je eigen fantasie en taal die heerlijke wereld van ontdekken  binnengaan.

100_4217Schatten vinden…

In mijn groep was een onderdeel van de filosofieles een taaloefening, die bij uitstek alle benodigde betrokkenheid ontfutselde om een les boeiend te maken. Eerst lekker samen kleien en dan omschrijven zonder het te benoemen, wat je gefrutseld had om er daarna een naam, en daarmee betekenis, aan te geven. Reflectiekringen zijn de taalkringen bij uitstek. Elke broekzak van de zoeker is een gouden taalmijn, die helemaal tot zijn recht komt bij het onthullen. Zoekkisten, schatkasten, noem het maar. Taal voor het onbenoemde. Nieuwe taal.

Dus kwam ik weer, dankzij de complimenten van mijn Blogvriend, die zelf elke week  juweeltjes het licht laat zien met veel vaart en humor, op deze overpeinzing. Taal, woorden voor het onbenoembare. ‘Zoekt en gij zult vinden’, hoorde ik als klein kind. Het loont.

En taal? ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. (Citaat van Mies Huibers)

Dát is een Ding dat zeker is.

 

Uncategorized

Alles sal reg kom

De steen was even terug. Ik had hem er niet neergelegd, maar onmiskenbaar was ie  aanwezig. ‘Alsof er een olifant boven op je borst zit’, omschrijft de ambulancezuster de steen. Ja dát. Een band en een steen. Een borst die niet vrijuit kan ademen, maar ingedamd is. Het keurslijf zorgt voor twijfel. Wel bellen, niet bellen, toch maar wel. De dokter komt en vindt ziekenhuisobservatie noodzakelijk voor de zekerheid. Even alles uitsluiten. Cardio gerelateerde klachten. Maar ik denk vooral in lucht, of toegespitst, die er niet is. Op de Cardio krijg ik ze volop toegediend. Zuurstof die zachte koude lucht door twee plastic buisjes mijn ademstroom in blaast. Ik weet dat ik in goede handen ben. Drie keer sprayen ze onder de tong de relaxmodus, maar het helpt niet. Zenuwen jagen de bloeddruk op.

002-5.jpg

De klik tussen de ambulance-zuster en ik is er. Wij kennen elkaar van eerdere capriolen en een verschil van mening met een dienstdoende arts, waarbij de zuster destijds aan het juiste eind trok en de cardioloog het nakijken had en ik ook bijna. Long en hart onlosmakelijk verbonden en altijd lastig te beoordelen. De kinderen zijn paraat, de jongste reddert en loopt zwijgzaam mee. Bij het zien van dochter volgt er een traantje. Altijd. Even de spanning ontladen. Kleinzoon neemt op de arm van zijn vader met grote ogen alles op. Hij draait een tolletje rond, dat in kleuren uiteen spat en zorgt voor de relativerende afleiding.  Later komt de oudste dochter er ook bij.  Gezusterlijk zitten wij, de vrouwen, welhaast gemoedelijk, bij elkaar achter de lauwe thee en lachen de zorgen weg met kleine heimelijke pretjes. We zijn het gewend. Dat laatste is jammer. ‘Je bent lief’, zeg ik tegen de zuster die zwijgend haar handelingen uitvoert. ‘Nee hoor’, antwoordt ze gedecideerd. We ontmoeten elkaar in blikken die boekdelen spreken, en humor.

Men is veel zorgvuldiger dan de vorige keer en iedereen benadrukt, als door alle extra medicijnen de pijn langzaam wegebt en de verontschuldigingen opborrelen, om toch vooral te blijven bellen. Schroom en afweging staan de onbevangenheid in de weg. Lijf trekt zich er niets van aan en hart nog minder. Dat bonkt haar onregelmatigheid weg in de oplichtende groene film, die zich afspeelt op het kleine scherm boven mijn hoofd.

004

Infuus, bloed uit een ander vaatje, de dokter komt. Lage saturatiewaarde op het apparaat, dan maar via de arterie in de pols meten. In dit geval is meten weten. De prik is pijnlijk en wil twee keer omdat een vat eigenwijs heen en weer blijft rollen. De beloning is er. De waarde is is hoger dan het apparaat aangeeft. Enzymen houden zich koest. Geen specifiek hart, longen weer rustig. De benauwdheid komt nu in golven na inspanning aan de arm van de oudste zoon. Even leunen tegen brede schouder. Bij de tweede keer mag ik wandelen door de gang en later thuis uitrusten. De intense moeheid blijft de hele avond hangen. Ik kan maar niet in slaap komen. Krijg de gevraagde mihoen voorgeschoteld door zoonlief, niet dat er ook maar een zweem aan trek bestaat.

Warme thee en gedachten. Ze worden ingehaald door de onthutsende indruk die de film ‘Mommy’ van  Xavier Dolan,  vanuit mijn schemerige staat op de bank, doorseint. Ze laat me vertwijfeld achter als de beelden zich hebben vast geklit op het netvlies. Onder de indruk van het acteerspel, maar in de hoop dat er geen echt verhaal onder ligt, laat staan een persoonlijke ervaring van de jonge regisseur.

008

De slaap komt laat omdat de straat in alle opzichten even onrustig is als de dag begonnen was. Teddy, beer Bean, lacht naar me en Pluis nestelt zich in de holte van mijn knieën. De nieuwe ochtend begint met beloftevolle zon en een gat in de dag. Alles sal reg kom.

Uncategorized

Het schrobben is voor later

Ik hijs me in de lang jurk en rits tot over heuphoogte dicht. Twee kleine knoopjes in de nek pulkt dochter door de lussen. Het haar op zolder door alles omhoog in een knotje te draaien en de houten pin er doorheen te steken. Mijn hippe brilmontuur vervangen door de gouden Kylie, die de ogen in een vriendelijker daglicht zet. Aangekleed gaat uit. Maak kennis met tante Sara.

002

Tante woont in een groot en voornaam herenhuis, waar geen heer te bekennen valt. Er staat wel een groot poppenhuis en als nichtje Wilhelmina komt logeren overkomt haar daar een spannend avontuur. Nacht in het poppenhuis van Thé Tjong-King en Anna Woltz is mijn baken. De stokpoppen en de prenten in de Kamishibai mijn houvast. De wankele zwarte schemerlamp van zolder er op gericht zet alles in een zacht geel licht. Zestig paar ogen kijken verwachtingsvol en stappen dapper mee het avontuur in.

008

Als de staart van de stenen hond breekt houden ze hun adem in en als de laatste steken van de hechting zijn gezet feesten ze opgelucht met de bewoners van het poppenhuis mee. ‘Ben ik echt tante Sara’ vraag ik voor de tweede keer aan het eind bij de volgende groep. ‘Ja,’ fluistert een meisje. Ze zwaaien als ze weg gaan.

005

Buiten treft de warmte mijn blije gemoed. Het is even lente, ik voel het en ik weet ergens diep in mijn tas nog een cadeaubon voor het tuincentrum van een andere keer toneelspelen als de dames Groen. Wie wat bewaard die heeft wat. Het is nog wat heiig maar de warmte groeit met de minuut. In het tuincentrum broeit het echt. Violen, in alle soorten en maten, componeren een lied met hun uitbundige kleuren. Thuis zijn de winterharde al opgekomen en ontdekte ik overal blauwe druiven tussen de scheefgezakte balkonbezetting. Maar deze violetten en lavendelblauwen zijn zo prachtig en teer. Een sixpack violen gaan mee en een akelei en wat longkruid. Je weet nooit waar het goed voor is. Thuis bekijk ik de entourage voor het spul en bedenk dat ik aan het werk wil. Balkondeuren wagenwijd open en ruimen. In de hoek beginnen en zo naar achter werken. Alles komt aan bod.

006

Overal ontdek ik kleine spruiten op het schijnbare dode hout. De warmte doet ook mijn rommelpotterij zichtbaar goed. Het witte rotan stelletje, vergane glorie en verteerd, heeft haar beste tijd gehad en wordt verbannen. Eerst naar de gang en later naar de galerij, klaar om naar de stort gebracht te worden. De pissebedden rennen voor hun leven bij iedere pot die ik optil. Haha, ik geef ze de tijd om een nieuw onderkomen te zoeken en veeg ze niet met een grote slag van de halve bezem weg. De slakken gaan het gemeenteplantsoen in. Ze vliegen eerst wel even door de lucht en ik hoop dat de takken van de struiken ze als een verend bed opvangen. Poes Pluis schurkt en schuurt haar gestreepte grijze vacht over de warme betonvloer. De koolmezen kiezen wijselijk drie balkons verder uit voor een veilig nest. De loerende ogen van Pluis houden hen waakzaam in de gaten en elke kraai of meeuw wordt smachtend nagekeken.

De natuur maakt zich op en nodigt uit om ook de handen uit de mouwen te steken. Ik begrijp ineens waar de voorjaarskriebels vandaan komen , vroeger thuis, als alle kleden en matten naar buiten werden gesleept en tot in de kleinste vezels werden gemarteld met de mattenklopper. Nieuwe energie stroomt door het land en voedt de verwachting. Met het ontluikende uitbotten kan je niet anders dan zelf aan de slag te gaan. Het schrobben is voor later.

Uncategorized

Een deken van aandacht en warmte

Mist legt een dikke deken over de nog volle maan en hult de anders zo drukke weg in een nachtelijk stilzwijgen. Het is nacht en ik ben wakker. Ik denk aan de dienstjaren in de verpleging. ’s Nachts werd alles anders. Was de wereld van mij en de collega’s. In de luwte van de nacht, zonder de hectiek, was er tijd om met de mensen te praten, kwamen gedachten boven drijven. Was er ruimte om angst en twijfel, verlangen en hoop woorden te geven. In de nacht kreeg lijden een omlijsting.

Zeven nachten gingen we op en zeven af. Zo heette dat. Elke ochtend kon ik opgelucht de poort uit lopen, blij dat de klus die nacht geklaard was in de wetenschap dat mijn patiënten in goede handen achterbleven. Mijn patiënten, ze werden altijd van jou als je mocht delen in het leed. De man waar drie dagen lang onafgebroken gestoomd werd, zo benauwd was hij. Praten ging niet, maar de wanhopige blik in zijn ogen sprak boekdelen. Het narrige mannetje vooraan in de gang, die maar niet wilde eten en al zijn vlees in het laatje van zijn nachtkastje schoof. In de nacht was er ruimte om het stiekem weg te halen zonder zijn waardigheid aan te tasten. Hij moet in engelen geloofd hebben.

010-3.jpg

In de stilte knarsten de crêpezolen hoorbaar, ook al liep je nog zo zachtjes. Hier en daar controleerde je een katheter, schoof je een verdwaalde hand  terug onder de dekens, droeg je glazen water aan, schudde een kussen op en draaide hem om zodat het koele katoen de verhitte gemoederen suste. Hier en daar werd een bloeddruk gemeten, een infuus gecontroleerd of de koorts bevestigd door een ouderwetse kwikthermometer. De nacht was een literaire gedachtegang badend in zeeën van tijd.

Totdat ik op de Intensive Care terecht kwam, waar hectiek geen verschil maakte tussen dag en nacht, het daglicht verbannen was door hoge muren. Bij het schijnsel van de lampen lichtte het gezicht van de mensen groenig op door de apparaten. Het hartritme verbrak hoorbaar de stilte. De atmosfeer was broeierig warm. Er was geen tijd voor lome rust. De controles waren elk kwartier en soms frequenter aan de orde en de handelingen werden bepaald door het aantal mensen dat de bedden bezetten. Het kind dat van het paard gevallen was, de vrouw met de ernstige stofwisselingsziekte aan de beademing, de man die gisteren nog in een hoogwerker de lantarenpalen controleerde. Hier brak de nacht de regels van het slaapregime. Gewassen werd er al om vier uur ’s ochtends om de ochtenddiensten te ontlasten, omdat de andere hulpdiensten onafgebroken in zouden breken op het dagritme.

012-1.jpg

Toch, tussen alle bedrijven door, konden we iemand verschonen en keren, De haren kammen met zorg en aandacht. De lippen koelen, de huid zacht en soepel wrijven en troostrijke woorden schenken of het nu gehoord werd of niet. Zo ziek als ze waren, zochten we de mensenkant op om aan te kunnen raken.

Dat kleine beetje dat je betekenis kon geven aan het liggen in dat witte bed, schonk veel voldoening en versterkte het idee, dat jouw aanwezigheid daar, op een tijdstip dat normaliter iedereen uitrust, van grote waarde was, niet alleen medisch maar ook emotioneel. Dat je er toe deed en zelfs het verschil maakte.

Nachtzuster was ik, jaren lang. Wat was het fijn werken door de persoonlijke noot die er aan toe te voegen viel, omdat tijd veel meer aan jou was dan in de roerige uren van de dag. Nacht bracht een deken van aandacht en warmte mee en spreidde zich naar ieder uit.

Uncategorized

Licht aan de horizon

Op het voeteneind van mijn bed is Kermit de kikker omgevallen van het lachen en ook de grote Oranje Je-Weet-Wel-kater knipoogt me schalks toe. De verkiezingen zijn achter de rug en ik word met een vurige kater wakker. Ik begrijp niet wat er te lachen valt dit keer, lieve mannen. Het voelt alsof Trump voor de tweede maal herkozen wordt. Dat is alles wat ik erover kwijt wil. Ik wil andere gedachten in mijn hoofd en omdat wij dat gelukkig nog steeds wel zelf kunnen bepalen buig ik de kronkel om.

009

Gisteren mochten we weer los op het doek, maar op de een of andere manier was ik niet vrij genoeg. Mijn penselen waren door de schoonmaakwoede even ervoor, ontploft tot wc-borstel stugheid en hoe ik ook echt probeerde om steeds weer schone kwasten te gebruiken, had ik halverwege een zooitje ongeregeld liggen. Ik moet er nog eens goed voor gaan zitten. gelukkig mochten we weer een stel mooie nieuwe tips ontvangen om het leven te veraangenamen en dankbaar wisselden we uit onder het genot van een hartverwarmende thee met een stroopwafel op het kopje.

007-3-e1553162282334.jpg

De mannen schoten langs die, aan schoonheid, de wereld veel gebracht hebben. Kees Bol, Frans Dekkers en niet in de laatste plaats, Jan Sluijters. Jennifer Balkan schoof ook nog even aan en zo werden de plaatjes in ons hoofd doordrenkt met prachtige inspiratie. Maar ja, wat in je hoofd zit, staat nog niet op het paneel. Het geworstel was een feit, een gevecht van ratio met haalbaarheid, met ‘dat wat je ziet’ en wat je meent te zien. Te wit, te veel gepoets, te kliederig in mijn beleving. Het medium dat niet wil, zoals ik bedoel. De knoop die ik voel bij het werken in drie verschillende stijlen. Het klassieke, het Japonisme en de losse impressionistische toets, dat elkaar niet hoeft te bijten, maar me opzadelt met de vraag: ‘Waar ben ik’. Ik verdrink, ik verzuip in mijn kennis en onkunde. Help. Tijd om even afstand te nemen, pas op de plaats te maken.

074

Ik verdiep me in Jennifers werk en als een Phoenix voel ik me uit de as herrijzen. Het kan, pen en penseel in een hand, poëzie en literatuur die opstijgen uit de eigenzinnige lichte toets met humor en verve. Die lichte en vooral luchtige toon, met een boodschap die er niet om liegt, was ik wat kwijt door alle gewichtige hoogdravendheid die door blijft schemeren in de serieuze aanpak, waarmee men oordeelt en bekritiseert.

Bovendien heeft ze zeer waardevolle tips voor iedereen die daar kennis van wil nemen. Ze schrijft op haar FB pagina:

‘What you paint…. whatever you paint with the best of your ability will be a strong captivating painting. I truly believe. For me, an idea drives me. But the process takes over. And the strokes are everything to me. My favorite painters are those whose paint exudes passion and feeling. So I carry on, one stroke at a time. And thank you to you painters out there who inspire me everyday.’

Het proces in, met passie en gevoel. Precies dát is wat er aan schortte gisteren, maar dankzij dit soort grootmeesters in de kunst, die moeiteloos de weg tussen hoofd, hart en handen weten te vinden en ons daar hun inspirerende voorbeelden van kunnen laten zien, gloort er letterlijk weer licht aan de horizon.

Uncategorized

De kwetsbaarheid van het bestaan

Ik heb iets ontdekt in deze dagen van rauwe randen. Ik kan niet collectief rouwen. Ik kan het gewoon niet. Ik heb vooral de behoefte om in mijn eigen tijd, ’s morgens bij het schrijven, kop koffie, computer aan, hoofd en handen in de overpeinzing, om daar  beelden langs te laten schuiven. Het gebabbel om de gebeurtenissen heen, de emotie, de driften, de voor en tegens die het los maakt, de heftige verontwaardiging, het tastbare verdriet schuift uit mijn waarneming weg en ik blijf achter met mijn eigen beleving. Heel het kwetsbare mensenleven komt aankloppen, vragen om een eigen aandacht. Al die momenten, dat verdriet mijn hart binnenste buiten keerde en alles weer een plek moest krijgen. De gradatie van erg is er niet voor mij. Ieder mensenleven verdient een eigen bestaan, een betamelijke lengte en elk gemis is leed.

031Caren van Herwaarden

Het filosoferen over de gradatie van het gebeuren zorgt voor een wrange nasmaak. Dood en leven zijn met elkaar verweven, maar als de dood aan komt sluipen, in welke vorm ook, dan is het verdriet navenant heftig. Komt hij op sloffen dichterbij dan is het ook indringend omdat het gepaard gaat met het gevecht om het leven zelf. Elk mens laat een eigen wereld achter zich en daarmee het verdriet van het gemist worden als ze van ons afgesneden zijn. Kinderen, een vader, de club, de school, het werk, de vriendinnen en vrienden, een moeder, de buren, de kring waaiert vanzelf uit in de verste cirkel tot het water zich weer glad strijkt en alleen de verbonden zielen nog rouwen.

100_4464

Het leven gaat door en moet weer opgepakt worden. Een tsunami, een aardbeving, een tornado, een ongeluk, een aanslag en het leven gaat door. Mijn eerste grote bewuste ramp was het treinongeluk bij Harmelen. Ik was volledig ondersteboven. Meer nog door de ontdekking dat dat tot de mogelijkheden behoorde. De kwetsbaarheid van een leven in kaart gebracht. Het feit dat wij een verzameling botten, vlees en bloed zijn als we gaan, en niet meer dan dat. Collectieve rouw is aan de ene kant een zegen, om het medeleven, en aan de andere kant een ramp om de enorme aandacht, die belemmert te voelen. In mijn hoofd branden de kaarsjes voor al mijn geliefden, die deze wereld hebben verlaten en bijna allen onvrijwillig op het moment zelf. Ik treur met de onwerkelijkheid mee, met het vermaledijde toeval, maar het liefst alleen.

005

Toch ben ik ermee doortrokken. Verdriet dat je niet ziet, maar dat schrijnt en voelbaar haar stempel drukt. Dit is het lied van de dood voor ieder die het aangaat. Aan de andere kant wordt er ergens weer een kind geboren, neemt het leven een vlucht, worden vleugels uitgeslagen, staat er hoop in de ogen te lezen, een belofte om waar te maken. Ik kijk naar buiten. De auto’s stoppen braaf bij de zebra, waar de kinderen oversteken om naar school te huppelen, mensen gaan stemmen met brieven in de hand, er lopen moeders op straat die hun kleine kinderen manen. De kauwtjes zitten nog steeds in de boom en krassen hun lente.

Ergens is een vader die met lege handen staat, ergens is een vrouw en zijn er kinderen, die die leegte in huis heftig voelen, ergens is het verdriet van de leegte bewaarheid. Dat is wat ik intens voel van binnen en dát, het bewust zijn, is mijn beleving en mijn manier om om te gaan met de kwetsbaarheid van het bestaan.

Uncategorized

Een droomkleed met zwarte randen

Kennelijk was ik aan het werk op de nieuwe school. Tenminste, gaandeweg de droom herkende ik enkele elementen. Ik woonde er ook en had er het huisje van mijn dromen. Klein en knus met veel hangplanten, die ik om wat ornamenten heen slingerde, zodat ze goed breed vertakt tot hun recht konden komen. Er was een vide in huis, met een klein trappetje en ik had een van de dansers, het kleinste meisje van de groep, op bezoek, die haar ogen uit keek. Ze vond de sfeer fijn en genoot zichtbaar. Het werd tijd om haar de rest van het gebouw te laten zien. Dat waren klaslokalen en over een daarvan klaagde een vrouw met een mop in haar hand. Ze stond in het midden van de ruimte op een vloer van kattengrit. De hele kamer diende als kattenbak en de schoenafdrukken knersten en verpletterden vele keutels. Het stonk kennelijk, al kon ik de geur niet waarnemen in de droom.

Ik stapte dapper over de bezaaide vloer om het raam te openen. De kittens vonden moeiteloos de uitweg naar buiten en ook mijn eigen lieve poes ontsnapte. De vrouw hing haar mop aan de wilgen en ging weg. Ik ging op zoek naar de directeur om te vragen of ik alsjeblieft die kamer leeg mocht trekken en schoonmaken. Ik kon hem niet direct vinden, maar zag de Oude met zijn armen vol spullen en een grote grijns op zijn gezicht naar buiten komen. Hij draaide even zijn hoofd om op mijn verbaasde uitroep en zei, met dedain, dat hij aan het helpen was. Ja, dat zag ik ook wel. Wat een gemene streek om dat achter mijn rug om te doen. Daar vond ik eindelijk de directeur. Hij had een aantal collega’s verzameld, die een grote hoop spullen aan het uitrafelen waren. Met handen vol werd het weggegooid. Het was het laatste restje herkenbaar speelgoed en materiaal van de oude school. Alles zat bijna nog nieuw in de verpakking of had een hoog gehalte aan duurzaam leren.

Achteloos werd het op een hoop gegooid. Wat een mens toch dromen kan. Ik smeet mijn lieve bijtvisjes en de hengels, die ik nog poogde te redden, van nijd weer op de grond. ‘Dan zoeken jullie het maar uit’, raasde het door me heen. De woede was herkenbaar.

003Verlaten Zeist.

Het zal het gevolg zijn geweest van de actie van een onverlaat die gisteren de wijk, de stad, het land in rep en roer bracht door zijn onvergeeflijke daad. Heel de wereld gonsde. De dansvoorstelling gisteren werd verstoord omdat 100  kinderen vijf minuten voor tijd naar school moesten lopen om op tijd binnen te zijn. De gespeelde razernij in het stuk werd bewaarheid door ongeruste juffen en ouders die alleen maar met mobieltjes bezig waren om voor de honderdste keer dezelfde berichten te horen. Angst waarde door de hoge gymzaal en de kinderen werden zenuwachtig van het gedrag van hun begeleiders.

005

Waarom moesten ze eerder weg. Nu zaten ze met een onaf verhaal in hun hoofd. ‘Het gaat goed komen’ suste ik bij het aantrekken van de schoenen. ‘De mevrouw van het stuk komt weer helemaal over haar bui heen’. ‘Het woeden der gehele wereld’, dacht ik terwijl ik de deur dicht trok achter de laatste kinderen. Zeist lag mijlenver weg van de plek waar het gebeurd was.

Mijn ene dochter woont vlak achter de onheilsplek, de ander zat met haar dikke buikje alleen thuis, omdat manlief en kind niet naar huis mochten. Daar eerst maar heen. Stel je voor dat de bevalling inzet en je kan niemand bereiken. In de avond, met die rafels van de dag in mijn hoofd, dacht ik aan de mensen die hun deuren hadden dichtgetrokken in de ochtend. Volkomen onwetend dat de dag daar, op die desastreuze plek,  voorgoed zou eindigen. Slaap nam alle kronkels mee en weefde er een kleed van, een droomkleed met zwarte randen.

Uncategorized

Onuitwisbaar

Met de onberekenbare buien gisteren, kwamen ook de wisselende luchten mee. In recordtempo viel er te genieten van een steeds weer veranderend decor. Ik had mijn zinnen gezet op de Lek. Heerlijk om zo dicht bij de vrijheid te wonen. Die weidsheid geeft dat gevoel altijd weer. Lucht, de meanderende rivier, de uitgestrektheid van het land en vogels in hun vliegende vaart, gakkende ganzen in V-formatie.

100_4603  100_4591

De wolken waren adembenemend schoon, met een helderheid in het strakke blauw, of de dieppaarse geheimzinnige duisternis met de regen eronder in een vuil geel. Alles kon omslaan per seconde. Ik stapte telkens weer uit en knipte en knipte en knipte of stond adembenemend in te drinken en vast te klinken wat zich daar voor mijn ogen voltrok.

De dijk lag er oogverblindend bij in dit licht, bij ’t Waal reed ik het hochie af om naar de hut te gaan. Het was tijd om de handen uit de mouwen te steken. Schoonzus onthaalde me met een heerlijk bakkie en wees me de materialen. Alles was voorhanden. Lekker muziekje op, snoetje voor en gaan. Er lag een brief bij met de aanwijzingen. Licht schuren, want de latten en de kozijnen zelf stonden al in de grondverf en daarna de hoogglans erop. Deftig mergelwit, dat straks met het monumentengroen nog meer cachet zal geven aan dat prachtige huis op wielen.

003-2.jpg

Euforie om de ruimte die de grote ramen geven, nu ik ze zie zonder het plastic dek. Mijn toekomstig tuinhuis staat binnen in de grote schuur en ik heb vrij spel. De omstandigheden zijn meer dan gunstig en het werkt heerlijk. Kacheltje er bij om de verf sneller te laten drogen, bouwlampen erop gericht, deur open voor de frisse lucht.  Een kind kan de was doen, maar meer nog als een kind zo blij, bedenk ik me gaandeweg het voltooien van de papieren opdracht. Schoonzoon van broer heeft er prachtige solide goten op gezet. Er zit nieuw bitumen op het dak en alles vordert gestaag om een droom bewaarheid te laten zijn. Het leven lacht weer. Halverwege komen broer en zwager aan. Direct wordt de kwast gepakt. Vele handen maken licht werk. Zwager reddert om ons heen, trapje hier en daar, lamp er bij, morsplastic op de grond. Achter mijn rug om veegt broer de druipers weg. Haha, die varifocus van mij werkt niet helemaal optimaal, blijkt.

Met een Wijntje voor Trijntje sluiten we de dag af. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ergens, diep van binnen, begint voorjaarszon te kriebelen, die aan de slag wil thuis. Kamers opknappen, schuren, alles blinkend omzetten in kleur, licht en ruimte. Dat is de kracht van iets moois onder je handen zien groeien.

100_4596

Als ik terug rij kies ik weer de dijk. Nog steeds is er iemand boven met lef aan het schilderen. Het palet is gevuld met de krachtigste combinaties. Het is ongelooflijk, welke prachtige taferelen steeds weer ontstaan, door wind, door regen, door hagel zelfs als de vuilgele lucht zich loodrecht met de aarde verbindt. Het is een adembenemend schouwspel. Er scheuren auto’s langs, er scheren wat aalscholvers over, het water weerspiegelt, trekt glad, kolkt op, al naar gelang de wind luwt of aantrekt en alles past in de sfeer, die opgeroepen wordt. Weer laad ik alles in mijn kleine zwarte vriend. Straks, thuis, zal ik nog eens genieten van wat ik hier nu achter laat. Maar de beelden staan bovenal in mijn geheugen gegrift, voor altijd, onuitwisbaar.

Uncategorized

Dat geeft ruimte en lucht

Badend in zonlicht werd de dag vanmorgen wakker en ik jubelde mee. Eindelijk letterlijk licht aan de horizon. Lucht aan de horizon. Een klein uur later blijkt dat de we op z’n maarts voor de gek gehouden zijn. De hemel trekt dicht in het grijzigste grijs en er komt niet alleen regen met bakken uit, maar zelfs hagel en natte sneeuw. Op het verkeerde been gezet en toch ook weer vermakelijk van natuur, dat ze in staat is om ons zó om de tuin te leiden. Ze wisselt met het grootste gemak van humeur en geeft ons het nakijken.

010

Met dergelijke dagen is het goed de zinnen te verzetten en uren te vullen met alles behalve deze grilligheid. Vrijdag was dat met de kleur aan mijn bestaan buiten het schrijven om. Ik ging naar het kleine atelier met haar hoge ramen en plafonds en daar werden de kneepjes van de vele tinten in een object toegediend. Een glas dat doorschijnend Anna groen leek, bleek uit meer schakeringen te bestaan tot  ultramarijn toe. In het begin tuurde ik, ten einde de diverse tinten te ontdekken, maar pas toen me werd verteld bepaalde afwijkende kleuren te pakken, zag ik ze en het effect op de diepgang in het object. Het werkt, dacht ik verheugd. Zuster Adolpha eind jaren zestig in gedachten, die me maande op te schuiven en met het grootste geduld voordeed wat ze bedoelde. Mijn hele leven lang ben ik afhankelijk geweest van deze aanschuivers, waarbij ik opschoof, realiseer ik me nu.

001

Om het paneeltje te vervolmaken moest het groene balletje een limoen worden. Er gaat niets boven een boek, een theekopje, een antieke suikerpot, die al mijn leven lang in bezit is en een limoen voor de broodnodige smaak aan thee. Met één limoen spoedde ik me bij de grootgrutter de winkel door naar de kassa. De vrouw die het bedrag van 17 cent aansloeg, krulde haar mondhoeken en zei: ‘Je zal er maar om verlegen zitten’. Ineens viel het plaatje op haar plek. Hoe bijzonder het moet zijn als iemand om een enkele kleine bescheiden limoen komt, waar schappen tot aan de nok gevuld zijn met een uitbundige hoeveelheid aan keuzes. Zeventien cent en nog moest ik pinnen. Buiten schoof er een zonnetje voor mijn ogen.

Soms begrijp ik de meester niet. Hij praat af en toe wat cryptisch in zijn jargon en het zegt meer over hem dan over mij. Hij gaat zo op in wat een zekerheid is voor hem, dat ik met hinkstap-sprongen en huppelpassen moet denken om hem bij te kunnen houden. Pikkeltjes in een limoen, ik kan je verzekeren, het is moeilijker dan je denkt, vooral met de juiste lichtval erop. Maar ken je het kunstje, dan is er geen kunst meer aan. Weer wat geleerd. Met tadami mangoest borstel ik de stipjes tot leven.

005.JPG

Nu prikt de zon opnieuw door het grauwe grijs en tovert tinten te voorschijn die het licht en de lucht voorzien van schakeringen, waarvan het vermoeden er niet was. De veel-tinten kieren door het streepje licht voor mijn ogen. Er zijn grijzen en blauwen, witten en oker en samen vormen ze een onberekenbare lucht met de zwarte kauwen in hun vlucht ervoor. Die krassen en vertellen dat de lente aan komt kruien. Nog heel even wachten. Natuur glimlacht. Het kwartje valt. Wie de ogen toeknijpt, ziet extra kleur aan het bestaan. Dat geeft ruimte en lucht.

Uncategorized

Er zijn grenzen

Iemand heeft een woord in mijn hoofd gebracht en nu heeft zich het vastgezet en komt op de meest ondenkbare momenten omhoog. Vooral bij tijden van lager bewustzijn, als er iets gevoeld wordt in de krochten van het lijf, dat zo dikwijls en bij het ouder worden steeds vaker een eigen leven leidt.

Ik ga de strijd ermee aan en pareer het met nuchtere overwegingen. Haal verklaringen van stal voor wat ik meen te voelen, daar in dat vermoeide lichaam. Tegelijkertijd denk ik, zo werkt het dus als er een diagnose gesteld wordt. Ze onderzoeken je. Er komt een etiket op en daar begint het volledig een eigen leven te leiden. Alles in het teken van de bijbehorende symptomen en de eigenschappen van de aandoening. We denken ons misschien wel voor een groot gedeelte ziek. Daar komt dan onmiddellijk bij kijken dat je er waarschijnlijk niet omheen kan. Dat je het wel moet verklaren vanuit dat ene ziektebeeld. Pijn is nauwelijks te negeren, als het overheersend aanwezig is.

Gedurende een tijdje heb ik last van de muizen van mijn duimen. Ze zeuren, ze schuren en ze hameren op aandacht. De huisarts vertelt me dat het slijtage is. Helaas pindakaas, er is niets aan te doen. Dat gaat nu eenmaal zo met die oude botten en gewrichten. Het droogt een beetje uit, het scheert langs elkaar heen, het kalft een beetje af en het gevolg is slijtage. Ik negeer het, althans dat probeer ik. Ik ben inmiddels een grootmeester in het negeren van de bijverschijnselen dacht ik. Dat ene woord dan…Tja, dat was niet handig, die had zich niet zo in moeten graven, want daar kan je heel het leven aan ophangen.

022

In mijn hart voelt het als gemiep. Kijk om je heen. De verzuchtingen van mensen met waarachtige problemen, die hun wanhoop en hun ellende van zich af twitteren en er voor zorgen dat de lichtheid van het bestaan zich aan mijn kant schaart. Ik zoek de troostende woorden en kom niet verder dan het lege omhulsel, de zin, een wens, de gedachte. Van daadwerkelijke verlichting voor hen en het lot is geen sprake.

De longen deden het van de week niet best. Ze hadden het eigenzinnige plan om de helft van het weinige dat werkt, nog meer het zwijgen op te leggen. Het weer wreef in haar vochtige handen en bij mij liepen de tranen over de wangen en kroop het listige nat stiekem naar binnen. Hoesten en proesten bij elke bezigheid, elke inspanning vergde een krachtmeting met de natuur, waarbij ik niet zelden het onderspit moest delven. De trap een brug te ver, de brug een berg te hoog, de berg, te hoog gegrepen. Beide voeten op de grond en doen wat tot de mogelijkheden behoort, sprak ik mezelf toe.

100_4101

Doorgaans werkt dat om enige nuchterheid in te bouwen. Maar dat woord. Als alles wat niet lukt niet allemaal aan die longen op te hangen is, wordt het zorgwekkender of in ieder geval, stel ik het me fatalistischer voor. Ik moet terug naar de basis, het uitgangspunt van de beweegreden bij uitstek. Longaandoening, zorgt voor ellende, puft me een weg over de begane grond en daardoor grijp ik niet naar luchtkastelen.

Vaar je eigen koers is de wijze les. Laat geen veronderstellingen meer binnen. Kies voor de grootste zekerheid in dit onzekere bestaan, kies voor de begaanbare wegen. Dat woord, hoor ik jullie vragen, welk woord is dat dan. Ja zeg. Dat verklap ik niet. Straks zitten jullie met de gebakken peren. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Er zijn grenzen.

Uncategorized

Wie wat bewaart, die heeft wat

Gisteren kwam zuslief langs. Ze moest tijdens een uitvoering van het zanggezelschap een Russische spelen die op vakantie was in Egypte in de rol van een kunstenares. De dresscode was artistiek en zonnig. Ik had de dag ervoor al het een en ander bij elkaar gesprokkeld, tot pruik en India slippers aan toe. Twee tassen vol en nog wat spul op hangertjes. Rieten rolgordijnen naar beneden en de verkleedpartij kon beginnen.

Heerlijk om uitbundig te mogen zijn met kleur en stof en in alle rust te kunnen combineren. Ze paste en mat en we keurden en uiteindelijk hadden we na twee uur  wikken en wegen drie goeie setjes samengesteld. Een paarse, een turquoise en een rood/oranje combi. Er was een pruik met zwart en blauw haar en een Rastapruik, met lange minieme vlechtjes tot op het middel. Een geslaagde poging. De rest kon weer op de trap, om straks mee naar boven te gaan. Daar zaten wikkelrokken en jurken bij uit de jaren zeventig. Bij daglicht zag ik dat ze toch wat verkleurd waren en wat sleets aandeden. Normaliter lagen ze als nostalgische herinneringen in mijn kledingkast op de onderste plank. Vijftig jaar aan herinnering. Ik blijf een sentimentele en tegenwoordig oude dwaas.

022

Het was een flashback naar vroegere tijden, waarbij er drie grote koffers op zolder stonden met mijn oude Oma-jurken uit de jaren dertig, bloesjes van mijn moeder, trijp en fluweel naast bloemetjeskatoen en een jas van mijn oma. India-voiles van lange lappen sari, die ik tweedehands gevonden had, met prachtige geborduurde randen ingeweven aan het einde, zonnige vijftige jaren jurken met uitbundige rozen en petticoats, mijn oude hippiejurken, explosie van kleur. Alle vier de kinderen haalden hele verhalen uit de koffer. Ze combineerden naar hartenlust en verkleedpartijen waren aan de orde van de dag. Er waren verjaardagspartijen waarbij de grote koffers centraal stonden, totdat we op een dag een invasie veldmuis kregen met hun ambitie om huismuis te worden en ze net zo verzot op de variëteit aan stoffen bleken te zijn. Ze hadden een nest gemaakt met duizenden stukjes verscheurde schoonheid, papier, stuk geknaagde houtsnippers, en vooral veel indringend muizenstruif. Geen houden meer aan . De verzameling moest op de schop.

scannen0014

Maar een aantal stukken, die gewoon in de kast lagen, zijn gevrijwaard gebleven van de dansende muizen. Daar trekt zus nu profijt van. ‘Heb je een verkleedkist’, vroeg ze. ‘Nee zus, deze kledingstukken zijn gewoon van mij’. Haha. Een Hollandse met varianten op de doorsnee alledaagse werkelijkheid. Een beetje creativiteit, een combineren van ongewone zaken, een snufje eigenzinnigheid en dan komt het allemaal te pas.

Alleen de pruiken, die verhalen van een glorieus verkleedverleden, met gevoel voor drama en tragiek. Lange tijd verzamelde ik de bij elkaar gesprokkelde kleding, die we droegen als vriendin en ik ons staaltje straattheater deden. Bep en To, de dames van de retirade of Hummie van de Tonnekreek, in variatie op een thema. Leven is leuk als je de grenzen opschuift en de humor toevoegt. In verkleedkleren kan je buiten jezelf treden. Daar is geen mystiek voor nodig. Geef me een podium en er siddert een ander door me heen.

008

In de albums met vergeelde foto’s van nog langer geleden schittert mijn vader in een rol die ik nog nooit van hem bij leven gezien heb. Oude krantenknipsels vertellen van wervelend spel. Zijn gevoel voor drama kwam steevast boven drijven als het borreltje achter de kiezen was en naarmate de avond vorderde bij feesten en verjaarspartijen. Dan werden Sam en Moos uit de kast gehaald of andere verhalen van Max Tailleur. Mijn vader als komiek. Iets wat in zijn rol als patriarch wat vaker belicht had mogen worden.

Zuslief en ik zitten op de bank met een voldaan gevoel. De Russische staat als een huis. Met een fotoshoot die goed gelukt was en mét de vele herinneringen, die uit de plooien van de stof naar boven borrelden.  Wie wat bewaart, die heeft wat.

 

Uncategorized

Zeepbel van de onschuld

Vannacht was ik op een wonderlijk feest. Ineens bleken alle feestgangers broer en zus te zijn. Er werd veel gekletst, wonderlijk omgegaan met hapjes en drankjes en de voorgevel van het huis was er niet. Je kon op alle verdiepingen kijken, als in een poppenhuis. Het gevaar van een verdieping af te vallen was derhalve een denkbare. Uitkijken geblazen. Waarom poefen die dromen met gerede snelheid als een ballon uit elkaar. Weg droom, de wonderlijke beleving bleef achter.

Gisteren was Hans Boland bij De Wereld Draait Door, die een nieuwe vertaling van Dostojevski’s Misdaad en Straf maakte. De man mocht lang en breed aan het woord en eigenlijk spoorde Matthijs ons aan om hem te zien als een eigenzinnige man met een compleet eigen koers.

007-2.jpg

De vertaling, zo legde Boland uit, moest kloppend zijn en aanspreken. Vol vuur en elan deed hij uit de doeken, waarom hij het boek begonnen was met deze openingszin. Het moet je direct het verhaal inleiden en je meenemen in vervoering. Daar kwamen zijn woorden op  neer en ik kon het alleen maar beamen. Een goed boek pakt je en laat je niet meer los. Dan wil je doorlezen ongeacht welke bezigheden op de agenda staan. Het zijn weinig auteurs gegeven. Woordkeuze doet veel voor zo’n prachtig oud verhaal. Dostojevski stond op mijn lijst als schimmig en zwaar. Ik worstelde er wel doorheen, maar was als puber eigenlijk nog niet toe aan dergelijke zware kost. Het was destijds een brug te ver.

Ik zie DWDD in de herhaling na twaalven omdat ik eerst het onbegrijpelijke verhaal en de gruwelen hoor van de documentaire: Leaving Neverland. Mijn zeepbel van het sprookje spat uit elkaar. Zeven jaar oud was het tweede jongetje, je verzint het niet, denk ik dan. Stel je dat jongetje eens voor met het gezicht van je eigen kleine, die trots in de ochtend naar groep drie of vier loopt. De kwetsbaarheid wordt schrijnend beeldend en duidelijk. Het is geen goede kost voor het slapen gaan

Er komt een boodschap langs om het verleden in te duiken, foto’s zoeken van mijn kleinzoon. Ik glij jaren terug en zie mijn leven aan me voorbij trekken, lachende gezichten, kinderen van klein naar groot, kleinkinderen, trotse oma, ouders en voel me rijk. De veilige geborgen omgeving, de warmte en liefde, onbezoldigd, maar met heel veel oprechte liefde terugbetaald.

Hoe anders dan dat stukgeslagen huwelijk van de ouders van de jongen uit Australië. Op de klippen gelopen door het verlangen van een eenzame en arme gevoelsbeleving van die popster, kwetsbaar en aan de goden overgeleverd. De wereld was een groot koopparadijs. Liefde afkopen met aandacht en mooie spulletjes, kinderlijke spellen en als de kiem gelegd is, daarna de onschuld voorbij. Zijn eigen kwetsbaarheid wordt vertaald in een herhaling van de geschiedenis, maar nu als de machthebber, hoog boven alles uit. Mijn hart bloedt. Om alle kinderen die nooit meer de scheidslijn kunnen maken tussen de schoonheid van waarachtige liefde en die van macht en bezit. De vervuilde verflaag is niet meer weg te krabben.

Dostowjewski in een nieuwe jas en Jackson door het slijk in één adem. Geen wonder dat er wonderlijke dromen kwamen met gevaar voor vallen en de wereldvreemde figuren. Voor de kinderen werd droom en werkelijkheid verweven tot een Dostojevski-achtige nachtmerrie en na een paar jaar spatte ze uiteen, zeepbel van de onschuld.

Uncategorized

Pas op de plaats, rust

Tijdje geleden dat ik zo’n wattenhoofd heb gehad. Ik heb het dekbed geschud en ben weer heel snel terug gekropen. Zin zakt in in de tenen met zo’n verdoofde geest. Natuurlijk weet ik wel waar het aan ligt. Teveel hooi op de vork genomen, niet goed geluisterd naar eerdere signalen en omwille van mijn stappenplan alle voornemens gewist. Het stappenplan is een bandje om de pols, dat aangeeft hoeveel ik er per dag zet. De fysio heeft het me gegeven en ik hou hem om tot morgen, maar ik merk dat ik er niet voor in de wieg gelegd ben. Ik word er zelfs een beetje zenuwachtig van. Ik raadpleeg hem vaker dan de Iphone en dat wil wat zeggen.

004.JPG

Gisteren was er een opvoering van het Meermeisje in de Kom, een jeugdopera door Hollandopera. Met mijn stappen in mijn hoofd besloot ik met banner en al naar de Kom te lopen. Wind is niet langer mijn beste vriend. Waar ik vroeger niets liever deed dan uitwaaien, moest ik nu constateren dat het lopen meer op leunen leek en dat ze me letterlijk de adem benam. Geen sinecure. Ik speelde gastvrouw en glimlachte lief. Het is fijn om met de kinderen te zijn. Ze kijken een beetje tegen je op, vragen of je ook optreedt en naderhand kreeg ik van menigeen een hand of een high five en bedankten ze me voor de voorstelling. Met die schuddende handen voelde ik me een beetje juf Ank. Het zit er goed in. Bij binnenkomst groet je elkaar. Zo heeft de kanjertraining en de Vreedzame school en al die andere verantwoorde aanpak op scholen vrucht afgegeven. Natuurlijk zitten er schelmen tussen. ‘Houdt u van komkommer…’voor de zekerheid schud ik van nee en wacht het antwoord niet af, maar zie nog wel de schalkse lach en de bravoure in zijn ogen. De lachers op zijn hand.

Bij de eerste voorstelling herbergt de zaal 300 kinderen en hun begeleiding, de tweede keer 200. Bij aanvang kakelt het er lustig op los, maar zodra de eerste meerminnen achter het doek zichtbaar worden en de lichten langzaam doven wordt het muisstil. Dan volgt er een echte opera met pittige dramatische stukken en lichtvoetige Beachpop uit de jaren zestig, die komisch wordt, omdat ze zo deftig en goed gearticuleerd wordt gezongen. De heks en haar volgers zorgden voor de nodige spanning met hun prachtige kostuums, grote vissenhoofden. Elk meisje kon zich vereenzelvigen met het prachtige Meermeisje en iedere jongen met de de in zwart surfpak gestoken prins. Nog nooit een prins zo alledaags langs zien komen.

Na afloop ratelt het verder en vinden ze het mooi en prachtig en anders en toch wel goed. ‘Ik zeg niet dat ik het zou kiezen’, zegt een van de jongens, ‘maar leuk vond ik het wel’. De grote zaal doet er ook toe. Een groot podium, de belichting, de schitterende kostuums, die glitteren en schitteren, het imponerende spel van het Ragazze Quartet met hun  violen en de cello  en het verhaal, geïnspireerd op dat eeuwenoude sprookje van de kleine Zeemeermin. Je waant je in je uppie tussen al het volk als een Alice in wonderland. Kunst op een presenteerblad, voedsel voor de geest.

017

Na de tweede voorstelling rol ik de Banner op. Poppetje gezien, kastje dicht. Ik torn tegen de wind in naar huis. ’s Avonds verder aan mijn Kimonomeisje. en na een vruchtbare avond uitgeput op de bank.

018

Elfduizendstappendag. Te veel en te grensverleggend. Vandaag de prijs. Scheurende longen en voelbare spieren. Pas op de plaats, rust.

Uncategorized

Werk aan de winkel

Zwager stuurt een foto door van een glad gepolijste kachel, plek voor de houtblokken, modern, gelikt.

004

Twee jaar geleden. Het is koud. De tuin ligt er een beetje troosteloos bij, met haar kale takken, haar verpieterde struiken, staketsels van vergane glorie. In het kleine huis is het behaaglijk warm. Doek op de schildersezel, zicht op de haag buiten en daarmee op de kleine winterkoning, aan de zijkant hipt een roodborstje al scharrelend rond. De kachel snort. Haar kleine buik licht roodgloeiend op. Het is het mooiste kacheltje van de wereld. Vind ik. Buiten is het guur, koud en nat. Binnen is het behaaglijk en inspirerend warm.

Hoe was dat toch met de kachel. Ik zag haar staan bij vrienden op het erf. Een klein boerenkacheltje. De tijd had zich ingevreten, maar het was nog in redelijke staat en ik mocht haar zo maar mee nemen. Echt waar? Zeker. De meest dierbare dingen in mijn leven zijn dit soort gouden vondsten, toevalligheden die meer zijn dan dat. Alles wat op je pad komt, is voorbestemd, hoor ik mensen zeggen. Wie ben ik om aan die woorden te twijfelen als ik er zo gelukkig mee ben.

huis leeg halen

De reden dat ik totaal verknocht raakte aan de kleine. Broer had met zijn gouden handen eerst de wanden brandveilig gemaakt en haar daarna glanzend opgewreven met kachelzwart, een make-over van formaat. Daar stond ze in de hoek en was een bescheiden pronkstuk van het atelier en niets maakte me gelukkiger dan het oplaaien van het vuur, de rood/oranje gloed, de vlammen die likkebaarden om de takken heen. Dat kleine kacheltje is overeind gebleven na de neergang van het verzonken huis. Ooit was het een slagschip maar de woelmuizen hadden hun werk goed gedaan en de veengrond was er zompig op ingegaan. Langzaam maar zeker zakte ik door de bodem en moest ze plat.

002

In de schuur achter het huis van zwager staat de nieuwe. Er wordt druk aan gewerkt, Likje verf hier en daar, nieuwe ramen erin, kachelpijp, nieuw dak en straks aan die kachelpijp mijn oude vertrouwde kleine hartverwarmer. Voor sommige voorwerpen bestaat een inruil niet. Met geen mogelijkheid zou ik haar het plezier ontnemen om weer als vanouds te snorren in dat nieuwe atelier, de kar op wielen. Een nieuw onderkomen op mijn postzegel tuin, daar in dat land van ooit, dat straks opnieuw mijn inspiratiebron bij uitstek zal zijn en waar de dorre takken, het oude hout, weer uit zullen lopen in een oase van groen en bloemen.

001

Zo werkt dat en geen moderne strakke uitvoering kan daar tegenop, nostalgie, sentiment, noem het maar. Ze vertegenwoordigt het allemaal. De hele winter lang ben ik al aan het mijmeren. Als ik mijn ogen sluit is alles in kannen en kruiken.We hebben de hut door het veen getrokken en ze staat veilig op haar plek. De omlijsting, de nog niet omgekapte wilgenrij, zal weer dicht gegroeid zijn met het nieuwe opgeschoten groen en in de haag zit de winterkoning en de koolmees, op de grond hipt de roodborst, tegen de stam loopt de boomklever. De woelmuizen kunnen rustig hun gang gaan want de kar staat op wielen. De kachel snort en krult haar takken roodgloeiend.

Geduld heeft een lange adem, maar het is nu bijna op. Het wordt lente, de takken botten uit, het dode hout moet opgeruimd. Handen uit de mouwen.Werk aan de winkel.

 

Uncategorized

Zoet rusten

Terwijl de dag zich in een somber stilzwijgende grauwheid hulde, ging de klimaatmars in het natte Amsterdam van start. Op hetzelfde ogenblik, in Utrecht, startte ik bij de Bartholomeusbrug, liep richting het geertebolwerk en zo het klokje rond. Niets vertelde dat ik een klimaatmars liep, maar ik bleef stil staan bij de oude boombasten, het roerige water, de bloesems van de rode en witte prunus, de oude boomwortel, de grote en de kleine woudreus. Al het schoons kwam binnen en hield een eigen mantra voor het behoud van kind en toekomst.

022Grote en kleine woudreus

Utrecht vanuit een ander perspectief, van buiten naar binnen openbaart vaak meer dan verwacht. Het Geerte Bolwerk, de Sterrenwacht met zijn bol weerspiegelend aan de overkant in een huis aan de Singel,  het Lepelenburg, het Wolvenplein, het Paardenveld waar de voetsporen van mijn vader liggen als brigadier wachtcommandant. Hoe vaak is hij de poort niet doorgegaan. Ik sta er even stil.

070.JPGSingel vol zand

Bij Hoog Catharijne komen twee wandelaars bijna klem te zitten tussen de draaideur en het euvel blijkt niet snel verholpen, dan maar liever buitenom langs de bouwput. Zand, opgebroken weg en graafmachines, waar straks het laatste stukje singel in ere wordt hersteld. Wat een rust zal dat geven in die mooie oude stad, die nog goed te belopen is. In gedachten reis ik af naar New York, waar ik van de ene kant van de Hudson naar de andere gelopen ben. Dat kostte aanmerkelijk meer versleten voetzolen. De meerwaarde van alleen wandelen is dat alles aan je oog voorbij trekt, maar ook gezien wordt.

014De haren van een treurwilg

Twee uur duurde mijn mars en daarna ging de tocht naar het Springhaver. Net op tijd want de regen kwam met bakken naar beneden. Spoelde ze de aarde schoon of huilde ze uit onmacht. In het café was ik de enige ‘allenigste’, iedereen was met iemand. Het glas wijn smaakte er niet minder om en ik was in afwachting van wat komen ging. The Green Book, een film over Don Shirley en zijn optreden als pianist met zijn combo door het discriminerende Zuiden van Amerika. In mijn hoofd had zich een cultfilm gevormd en toen de film begon na de aftiteling begreep ik al snel dat dát niet de juiste gedachte was. Had even de Oscar over het hoofd gezien.

 

Juist door de overdosis aan cliché ’s werd de toon grappig, maar de ondertoon loog er niet om. Wat een schrijnende geschiedenis heeft de mensheid zich aangemeten, als rassenhaat gemeengoed is geworden. Waarbij men wel de vruchten wil plukken, terwijl er tegelijkertijd veracht wordt om kleur of geaardheid en dat in elke vorm. Dat men iedereen afmeet en indeelt in soorten, anders dan wat we uiteindelijk allemaal zijn. Mens van vlees en bloed en werkend met hart, hoofd en handen. De verwarring was groot. Juist door het zwaar aangedikte mierzoete einde, wat tegelijkertijd toch ook weer een traan los wrong. Juist omdat het allemaal om de liefde draait. Hebt elkander lief. Dat is het enige dat telt.

Het is heel bijzonder om uit de film te komen en nog een vleug daglicht te aanschouwen. De middag is een uitgelezen moment. De avond ligt nog voor me. Er kan uitgebreid gemijmerd worden over de beelden die, zo weet ik, de hele avond langs zullen blijven trekken. Flarden, die er toe doen, fragmenten waar een diepere betekenis onder ligt, of gewoon, de kracht van een beeld, het spel van de twee hoofdrolspelers, beide zeer overtuigend in hun rol.

Als ik eindelijk thuis ben en op de bank plof, voelt het als voldaan en welverdiend. Zowel voor de voeten als voor de geest is het na gedane arbeid meer dan zoet rusten..

Uncategorized

De dag kan niet meer stuk

‘Stormy weather’….neuried Ella Fitzgerald in het kleine compartiment met mijn stem, terwijl de Blauwe zich dapper staande houdt als hij, door de windvlagen heen,  over ’s lands wegen zoeft. De bestemming is Almere en alle windvangers zijn gebundeld in het enorme verbazingwekkende grote windmolenpark. Het kleine plastic molentje op mijn kinderfiets van lang geleden had deze windkracht niet gered, maar deze windreuzen staan stevig te staan en trotseren, te recht van lijf en leden, de enorme natuurkrachten.

004.JPG

De tomtom wijst me vaag de weg. Zo vaag, dat ik ineens voor de kringloop sta, waar de hele Rataplan te koop is, wordt beloofd, als ik afga op het bord dat boven haar uittorent. Zelfs die constructie staat een beetje te zwaaien. De winkel is enorm. Als altijd bij binnenkomst, word ik overweldigd door de overvloed aan spullen die een mens verzamelen kan. Stellages vol glazen, bekers, pannen, prullaria in alle soorten en maten, de gekste dingen kom je tegen. Het duizelt me zoals de wind deed, die me daarstraks om de oren sloeg. Een hausse aan spullen. Zelfs semi-antieke poppenwagens voor een habbekrats, kachels, lampen en vloerkleden in overvloed.

013-1.jpg

Ze schreeuwen me allemaal smekend toe. ‘Laat ons hier niet verstoffen, gebruik ons’. Ik vlucht eerst naar de betrekkelijke rust in het kledingrek, maar al gauw beter naar de boeken, afdeling kunst. Een boek met werk van Will: Berg. De stilistische puntjes tussen voor en achternaam duiden zijn eigenzinnigheid. Het is een bonte verzameling van tekeningen, verschillende periodes en een verhaal van zijn eigen leven. Ondergedoken in de oorlog en alles wat daaruit voort vloeide. Boeiend om te lezen en daarna weer door te geven. Daar zijn boeken voor.

Ik dwaal met een vinger over de vele ruggen, liefkozend en vorsend. Daar staan ze allemaal, ooit in veredelde boekenkasten, op stapels naast een bed, in wandkasten in de huiskamers en nu rijen lang onder kopjes als romans, literatuur, geschiedenis, geloof of hobby met een handvol mensen ertussen, die met geknakt hoofd de titels lezen. Naast me een redelijk jonge man die ook bij de afdeling Kunstboeken snort. Een vrouw komt naast hem staan. ‘Wat doe jij nou hier? Normaal lees jij nooit een boek. Wat zoek je dan’. Er volgt een gebrom en direct een wedervraag of de vrouw al wat gevonden heeft. Ze heeft een aantal kleding stukken over de arm. Hij kijkt nog even een rij langs en al kibbelend vertrekken ze.

Ik bedenk of ik de koffiehoek in wil, maar besluit door te lopen en dan zie ik een boek dat de aandacht trekt. Het ziet er oud uit, maar het is een nieuwe druk. Het ziet er aan de buitenkant prachtig uit. Als ik het in mijn handen neem, weet ik dat ik een juweeltje heb ontdekt.

006

Het is het boek van Shaun Tan, uitgegeven bij Querido en het heet ‘De Aankomst’. Als ik het doorblader raak ik in vervoering. Het hele boek staat vol met gedetailleerde tekeningen. De tekeningen zijn met de hand gemaakt en digitaal ingekleurd. De tekenaar liet zich inspireren door zijn vader die emigreerde vanuit Maleisië naar Amerika. Ik aarzel geen moment. Dit boek mag mee naar huis.

012.jpg

Het is Shaun’s eerbetoon aan de moed en het doorzettingsvermogen van alle migranten, vluchtelingen en ontheemden. Een zo’n onverwachte vondst blijkt een ontdekking van onschatbare waarde en het trotseren van de aanwakkerende wind meer dan waard.

007-1.jpg

Met de luchtballon mee vlieg ik door de geschiedenis en gevoed door de kracht van zijn tekeningen. De dag kan niet meer stuk.

014

Verklaring van Shaun, achter in het boek.

 

Uncategorized

Tussen de regels lezen

Zo’n dag dat je denkt, ik moet er wat mee. Veel zon en blauwe lucht, maar vooral ook indrukwekkende wolkenpartijen afgewisseld met prachtige grijsschakeringen en regen. Echt een moment om naar Den Bosch te gaan. Dat kan nooit zonder Zoete Lieve Gerritje van stal te halen. Du moment ik die richting op zoef in de kleine Blauwe Prins is Gerritje ook van de partij. Hij dartelt door mijn hoofd en laat me zijn highlights zien. De akkers en velden, de stompe spits van Zaltbommel, waar de dichter Nijhoff aanschuift, om zijn brug te tonen en door naar de Bossche Bollen. Op mijn goedkope parkeeradres net buiten de stadsgracht laat ik De Blauwe achter en wandel naar het uitzicht met haar adembenemende schouwspel boven het vrije veld, het buitengebied van de stad..

100_4459

Stilzwijgend wachten ze me op aan de overkant van de Ringweg, de Bosschenaren met hun paraplu’s, de wachtende mensen bij de abri, een beeldengroep van A.L. (Sander) Dorenbosch. Ze staan er in weer en wind en het voelt als een warm onthaal. Kom maar binnen.

100_4464

Den Bosch is mooi en overzichtelijk nu ik deze ingang ken. Jan Sluyters is het doel. In het NoordBrabants museum is het drukker dan verwacht, maar het zijn nog niet de aantallen van het van Gogh of het stedelijk, gelukkig niet. Dan ben ik geneigd om door te lopen. Bovendien stort men zich op Sluyters en Jheronimusch Bosch. ‘Iedereen’ is overwegend grijs en tanend, niet zo uitgerekt, als de beelden van Giacometti, maar minstens even dun.

031.JPG

Ik zwaai een deel van de ruimte binnen waar moderne en hedendaagse kunst beloofd wordt en val onmiddellijk voor de intense beelden van Caren van Herwaarden. Kleine aandoenlijke figuren in lakenstroken verpakt en met touw omwonden worden gedragen door papieren handen, de uitgeknipte figuren ertussen doen me denken aan de film met de papieren pop van Zweedse of Deense makelij, lang geleden op de televisie in een jeugdfilm, maar nu indringend en bepalend, schrijnend en schreeuwend zonder geluid. Een wirwar van papieren handen.

Ook prachtig zijn de grote mensfiguren in aquarel, herkenbare vormen, ze hebben geen woorden nodig om binnen te komen, ze gaan recht op hun doel, mijn hart, af. Er is een groot doek met een assemblage en tekeningen die het verhaal vertellen van oerdriften en emoties, die ons leiden en vorm geven aan het bestaan.

094

Het intrigeert me bovenmate en ik ben blij, dat ik haar heb ontdekt. Er zweeft een lakenpaard in de ruimte met zijn berijder onorthodox onder hem. Alles is te gebruiken om je innerlijk te keren, denk ik. Ze werkt met passie en ik voel haar tot diep in de vezels. ‘Larger then life’ heet haar houten beeld aan de muur en het is van toepassing op al haar werk. Ze kijkt verder dan alles wat uiterlijk is en je voelt haar queeste het innerlijk te omvatten, te vormen, te aarden in al haar vezels.

077 Paard en man

Ik dwaal verder en duik bij Sluyters naar links ten einde de stroom die de audio volgt te ontlopen. Ik scan en pluis er een paar doeken uit, de geraniums bijvoorbeeld, maar ook het delfts blauw dat er naast hangt. Gestel, Braques en van Dongen zijn belangrijke companen en goed vertegenwoordigd in de periode van zijn wilde jaren in Parijs.   De gedrevenheid spreekt overtuigend uit de enorme hoeveelheid doeken die hij gemaakt heeft. Ik laat me van mijn sokken blazen door zijn Sunrise uit 1910 en zijn Moonlight artwork, maar het vergt inventiviteit om de samenklonterende groep te ontwijken die er net een lezing over krijgt.

195 Sunrise 1910: Detail

190Moonlight Artwork

Met zijn Parijse periode sluit ik af, een stortvloed aan kleur en beweging. Onderweg speur ik naar mijn eigen innerlijk, vang de St jan in wijwater en een eenzame winterjas, klaar voor deze of gene die het hard nodig heeft, verwarmt mij alleen al bij het zien ervan.

224.jpg

Het was een vruchtbare dag met de ultieme werken van Caren als extra bonus. Dat is waar het om draait. Tussen de regels lezen levert zoveel meer op.

 

 

 

 

Uncategorized

De wondere schoonheid der natuur

Dat onze onschuldig ogende druppels levertraan op een lepel zoveel leed hebben bewerkstelligd.

Herinnering: Schoon geboend, haren kammen, ponnen aan en met de knieën opgetrokken, de kleine voetjes weggemoffeld onder het flanel, nog even het klokje van zeven uur. Daarna riep mijn moeder ons voor de levertraan. De kleinsten moesten er allemaal aan geloven. Eerst de hand van mijn moeder met het flesje en de lepel erin. Ze draaide de fles los, dan het koude staal, de goudgele druppels, zes als ik me niet vergis, de opdracht: ‘Mond wijd open’. Haar mond sperde zich ook wagenwijd.

Met kloppende hart, in de wetenschap wat er komen ging,  voerde je de opdrachten uit. Daar werd vaardig de lepel naar binnen geschoven, recht naar binnen en dan langs de lippen weer terug omhoog. Schone lepel voor de volgend. Het vertrokken gezicht en de rilling tot onder langs je ruggengraat, het haastige geslik volgde steevast. Soms te haastig, dan stikte je bijna. Als het kon de neus dicht geknepen. Kinderlogica: Het heette levertraan omdat het je tranen liet. Levertraan, de heilbrenger van het gezin, de wonderdokter in een flesje, levenselixer in druppelvorm.

De hele kinderschare achter elkaar kwam langs en steeds weer dezelfde handeling. Vervolgens appel eten en dan naar bed of tanden poetsen, maar de eerste gold ook als schoon en afdoende. Wisten zij veel. We schrijven 1956.

019 Koningspinguïns

Gisteren zag ik de uitzending van Floortje Dessing van haar programma ‘Floortje naar het einde van de wereld’.  Daarvoor nog eerst de kritische vraagstelling van Matthijs van Nieuwkerk bij DWDD voor deze ferme milieuhoedster naar het feit van het vliegen om op de plaats van bestemming te komen. De aarzeling. Een boodschap uit willen dragen maar zonder vliegtuig de onbereikbaarheid van het doel weten. ‘Het doel heiligt de middelen’, wist men vroeger al. Kennis verspreiden aan deze wetenschap om niet langer consumptief zo onwetend te blijven als onze ouders en wij met hen. Er was een hele populatie aan walvissen uitgeroeid om onze gouden druppels.

023.jpg Beelden uit de aflevering

De plaats van bestemming was het laatste minieme plekje van de bewoonde wereld. South Georgia. Een maand lang reizen om zeven uur op dit wonderschone eiland met haar gruwelijke verleden te mogen vertoeven. De Britse Sara verblijft er al 25 jaar. Als ze de geschiedenis beschrijft doen de verhalen de haren ten berge rijzen. Die vangsten, de slachtpartijen en dat alles voor die paar druppels smerige levertraan van vroeger. Een  druppel, die de emmer der verwoesting deed overlopen. Samen wandelen ze door de oude walvisfabrieken, oude schuren, verroest aangezicht. Daar ontleedde en kookte men 25 tot 30 walvissen per dag, dag in dag uit, jaar in , jaar uit, decennia lang, 175.200 walvissen. Omgezet in 900 miljoen vaten olie. Rokende schoorsteenpijpen en een overweldigende stank.

025

Het eenvoudige onschuldig ogende Lutherse kerkgebouw oogt onschuldig tussen de overgebleven verroeste getuigen van de stil gevallen fabriek. Om de nederzetting heen is die overweldigende natuur met de prachtige koningspinguïns en de zeeolifanten, die zich koesteren in het zonnetje. Het aandoenlijke verhaal van Sara, die er al 25 jaar woont en werkt en met haar museum de geschiedenis doorgeeft aan iedere expeditieganger of toerist. Als iedereen vertrokken is, blijft er de stilte, de maagdelijke witte bergen, de wind, de koude, de volmaakte eenwording met dat wat bijna ten gronde was gericht als er in 1960 geen einde was gekomen aan de walvisvaart hier.

024

Een druppeltje goudgele levertraan is een verspilling van formaat geworden en wij zijn ons daar nu gelukkig ten volle van bewust door instanties als Green Peace en met mensen als Floortje Dessing. Het doel heiligt zeker de middelen als de schellen van onze ogen vallen door zo’n prachtig verhaal van een dappere vrouw en de strijd om te behouden wat er nog is. De wondere schoonheid der natuur.