Uncategorized

Een brug van eeuwen

Ooit, circa 4500 voor Christus, was het net zulk laagland als nu, besefte ik, terwijl ik over de wuivende weilanden en graanvelden spiedde. Voor het kerkje in Schokland stond een vrouw voor een deur die op een kier staat. Het beeld heet toepasselijk: ‘Er is geen weg terug’ en is gemaakt door Kiny Copinga. De Schokkervrouw, die uitgevoerd is in brons, is nog jong en heeft een tas in de hand. Ze staat op het punt de deur voorgoed te sluiten. Gedwongen door het wassende water is er geen weg meer terug.

IMG_1068Kiny Copinga: ‘Er is geen weg terug’.

Nog veel langer geleden glijdt er een uitgeholde boomstam door de veenmoerassen. Er zit een vrouw in. Sluiers nevel glijden langs haar gezicht en vermengen zich met haar tranen. Voor haar, goed ingepakt, ligt een baby, ze slaapt. In de boot ligt een buideltje met wat spullen. De vrouw sluit, figuurlijk, ook haar deuren en laat alles wat in de vertrouwde nederzetting ligt, achter. In het witte ochtendlicht klinkt alleen nog het geplas van de houten stok in het water en de roep van een vogel.

046-e1565333536215.jpg

Ik tuur naar de beelden op de zeegroene muren en zie de plaatjes voorbijtrekken van bewoners uit die tijd. Geen prehistorische figuren, maar mensen van vlees en bloed zoals wij zelf zijn. Tussen het geschuifel om me heen, bezoekers die komen en gaan, zie ik ze een denkbeeldige jacht uitvoeren en de vis roosteren op het open vuur voor hun plaggenhutten. Sommige buigen zich over een klein kind en anderen jagen de ossen aan om de boerenkar te trekken.

In de boot van langer geleden zit de vrouw en heeft een kruik met water  in haar hand. In de buidel weet ze een reep gedroogd vlees. Waar trekt ze heen en waarom. Naar die vragen ben ik op zoek. Hoe komt die lieve Ava met haar baby Ynge in een nederzetting terecht die veel verder land inwaarts ligt.

swifterbant kruik

De conservator laat me wat boeken zien over de Swifterbantcultuur en weet te vertellen dat er in de jaren 30 voor het allereerst een kruik was gevonden iets verderop bij Schokland, dat afweek van de al bekende Trechterbekercultuur en de vroegere Ellerbeckcultuur. Later werd er bij Swifterbant veel meer aardewerk opgegraven en kreeg het de naam Swifterbantcultuur naar de vindplaats, maar eigenlijk zou het Schokkercultuur genoemd moeten worden. De conservator keek me met een berustende blik aan. Er waren sporen te lezen van lichte weemoed over deze gemiste kans. De geschiedenis komt en gaat zoals het zich aandient. Net als het getij van het water.

img_1055.jpg

De geiten vooraan grazen rustig hun weiland kaal. Ze hebben geen weet van de Prehistorie en bronzen tijdperken. Ze zijn wat mottig. In lange harige strengen hangt hun vacht naar beneden. Af en toe kijken ze nieuwsgierig op. Het gewei van de grootste is sierlijk gekruld. ‘Meeeheehee’ mekkeren ze.

IMG_1059

De wind waait door mijn haren als ik het terp weer oploop en de zon schijnt op een lager gelegen kleine boot, die nieuwer is dan de boomstam van de vrouw. Als ik er vlakbij kom hoor ik het klotsen van het water tegen de kanten en het lied van de meeuwen boven mijn hoofd. Ik steek mijn hoofd door een uitnodigend openstaand luik. In de donkere kajuit tegen de voorplecht slaat walsend water om de boot.  Het is een sonoor en krachtig  geluid, alsof ik onder water ben, zo voelt het. Een film met niets anders dan dat. Deinend, kabbelend water en het gekrijs van de meeuwen er bovenuit.

De contouren van de vrouw van de boot in het veen worden al duidelijker. Ze lijkt een beetje op de vrouw eeuwen later op het Schokker land. Beiden weemoedig, net als de conservator, over alles wat was en achterblijft. In een oogwenk slaan de beelden een brug van eeuwen.

Uncategorized

Zijn dag kon niet meer stuk

Daar klonken de stemmen al op de galerij en rolde er iets over het beton. Kleinzoon werd om acht uur gebracht door dochterlief en ratelde al honderd uit. De ochtend zou me leren hoeveel onderwerpen er binnen een luttele tijd aangesneden konden worden. Tasje mee, de step mee, waarmee het lopen getackeld werd. Step was een gouden greep. Geen enkele afstand werd nog een onoverkomelijke berg om te nemen, maar alles was met het grootste gemak te halen op zijn driewiel-step met de feestelijke lampjes en de met de hak te bedienen rem. Hij was er handig en wendbaar mee. Wat een uitkomst.

001-2.jpg 005-3.jpg

Het bakje met de vijgen stond klaar. Een fantastische gelegenheid om die vrucht te leren kennen en de prachtige binnenkant te bekijken. Wassen en doorsnijden wilde hij ze nog niet, even  wennen. Op de stoel bij het aanrecht keek hij met zijn argusogen wat er allemaal aan handelingen werd verricht. Toen alles in de pan zat, wilde hij wel helpen met de suiker en de honing toevoegen.

063-e1565237617215.jpg

Op het vuur en tijd voor een klein filmpje. Kikker is boos. Zo grappig om de figuren tot leven te zien komen en altijd weer de teleurstelling van de stemmen, die niet strookten met die in mijn hoofd, maar daar had kleinzoon geen last van. Het vragenuurtje was even voorbij. Straks gingen we naar de kringloop en mocht hij zijn verlanglijstje af om te zien of er een dingetje van zijn gading bij was.

De galerij was uitdagend glad en hij trok hard van leer zodat het eerste tochtje eindigde tegen de drempel en de muur. Magische Oma-handen vol met luchtkusjes er tegen aan en ondertussen een afleidend babbeltje deed hem de pijn bij de tweede tree al vergeten. Buiten kwam de speels betegelde stoep goed van pas met de twee slingerpaden. Op de step, op de step.

Bij de eerste kringloop was het speelgoed kennelijk opgeruimd en viel er nog maar in een bak of vier te schumen. Hij was op zoek naar het kleine spul en vond een soort kleine Pokémonbal, die uit elkaar viel en dan met een handomdraai zich weer sloot. Het egelprincipe. Die gingen we afrekenen. De vrijwilligster achter de kassa liet hem de grabbelton zien waar kinderen altijd iets uit mochten halen, maar het bleef bij het ene balletje. Hij mocht het gratis meenemen. De koning te rijk liep hij er mee weg. ‘Dank U wel’, klonk het beleefd.

Hoog en droog in de auto betrok het weer. Donkere luchten afgewisseld met hemelsblauw. Ik legde uit dat we in Nederland vaker wisselvallig weer hadden. Wat het betekende. Zon, regen, wind, zon regen wind, zon regen wind. Als een mantra zong hij het het ritje lang. Bij de kringloop kwamen de eerste spetters en zochten we een goed heenkomen, snel naar binnen. Heel veel speelgoed, maar het balletje won het van alles wat hij zag. Zijn kinderhand was al gevuld. De regen barstte inmiddels los. We keken er naar op de kruk bij de boeken. Hij was er klaar mee en zelfs een beetje benauwd voor de regen. ‘Regen spoelt de wereld schoon en het laat je haar groeien’ op het ‘Waarom Oma’ stelde een beetje gerust. Er was dorst en honger en het liefste wilde hij naar huis. Gelukkig maar. Ik zou een tien uurtje glad vergeten. IJs bij Oma thuis na een snee brood en een appel zijn het lekkerst. Helemaal als je ze zelf mag uitkiezen. Mini’s met hagelslag en vruchtenhagel. Het leven lachte.

013

De pan met vijgen stond te wachten op een verdere verwerking. Stampen en een potje met een hartje als etiket. Voor en van. Tussen de doos met knutselmateriaal vonden we nog een kleurboek. Bij het afscheid grote tranen. De tas lag nog bij Oma thuis eenzaam op de bank te wachten, met zijn balletje en de lievelingsknuffels. Geen probleem met mijn tijdloosheid. Aan het eind van de middag kon hij het trots aan zijn vader laten zien. Die sprak het magische woord. ‘Hé, een Pokémon balletje’. Zijn dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Avondlicht

Alsof het zo moest zijn. De hele ochtend was rustig aan verlopen. Niets echt op de planning en alles was goed. Met de kleine blauwe prins wilde ik naar het schadebedrijf om de malle putten in de auto te laten bekijken, maar eerst naar mijn favoriete kringloopwinkel. Bij binnenkomst viel mijn oog onmiddellijk op een rode latten tafel, dat om aandacht smeekte.  Snel liep ik naar de vrouw achter de kassa en vroeg om een reserveringsbon die ik er op wilde plakken. Geen punt. Voor de somma van 7,50 was de tafel straks van mij. Een zo’n koopje gaf de hele dag extra glans.

023.JPG

Bij het schadebedrijf snapten ze ook niets van de wonderbaarlijke plek. Het meisje wat mij hielp, zag bij het opnemen van de schade nog wel drie andere plekken. Zij dacht dat misschien een fiets er tegenaan was gevallen. De baas van het bedrijf bekeek de foto’s en wist ook niet onder welke noemer hij de schade zou moeten doorgeven. Het meisje was een oase van rust. Ze ging iets verzinnen en ik zou het nog horen. In ieder geval mocht ik de auto om half negen brengen op de afgesproken datum. Alleen als er een expert bij  wilde komen, zou ze het doorgeven.

Met iets zwaars te sjouwen leek het pad naast de sloot op de tuin wel drie keer zo lang. Gelukkig kon ik de tafel opgeklapt handig beet houden. Het gewicht bleef helaas hetzelfde. Maar een reddende engel met een fiets in de gedaante van mijn achterbuurman, slingerde het tafeltje om zijn schouder en bracht hem naar achter. Het zijn de kleine gestes die het hem doen. Hij had hem uitgeklapt en wel neergezet en prees mijn aankoop. Jofel tafeltje voor die prijs.

De oude was er. Ik vroeg hem naar zijn rol gisteren, toen hij plompverloren het gesprek binnen was gewalst, zonder op ons te letten. Hij monkelde wat, wilde er eigenlijk niet over nadenken en als een klein verongelijkt kind koos hij het hazenpad. Hij was nog niet in staat zijn eigen rol onder de loep te nemen.’Laten betijen en later op terugkomen’ was de goeie raad die mijn moeder altijd had in zulke gevallen. Betijen is een probaat middel. Je legt een stelling of een vraag neer en geeft de ander de ruimte om er over na te denken, zonder er direct een emotie aan toe te voegen. Dat zorgt ervoor dat je naderhand op gelijke hoogte, want door beide doordacht, de zaak verder kunt bespreken.

019

Ik trok hier en daar wat grasjes en besloot toch lekker te gaan schilderen. Nog steeds stonden de twee doeken naar aanleiding van de cursus portret schilderen naar model in de stelling om afgemaakt te worden. Het was zo’n dag waarop alles lukte. `Met de rust en met goede zin vorderde ik gestaag. De tijd vloog voorbij.  Duif had me niet in de gaten en vloog argeloos dichtbij om hier en daar een graantje mee te pikken. Ik ving haar in de deuropening met de camera, terwijl ze kuierend rond stapte.

021

Aan het eind van de dag verliep het gesprek met de oude in pais en vree. Toen ik het pad afliep en de zon met me meewandelde in de sloot naast me, krasten de twee zwarte kraaien luid om het territorium aan te geven en hun aanwas, van drie, krasten even luid mee. Kleintjes worden groot. Straks vliegen ze uit. Want normaliter zijn de twee oudjes alleen. Een in de hoogste boom bij de paddenpoel en de ander in de buurt om bij onraad paraat te zijn. Waar werd oprechter trouw/ Dan tussen man en vrouw/Ter wereld ooit gevonden…Joost van den Vondel mijmert door mijn hoofd.

De wereld kleurde langzaam avondlicht.

 

Uncategorized

Duimen en vurig hopen

Het was winderig op de kop van het station Utrecht Centraal. De futuristische trappen spreiden zich monumentaal, De vijver ervoor rimpelde een weinig en de waterlelies dobberden in plukjes over het water. Op de trapbanken die ingenieus ingebouwd waren zaten wat mensen te praten, te roken of te lezen. Reizigers kwamen of gingen de roltrappen op en af, de meesten in een versneld tempo, een enkeling kuierend. Uit de liften kwamen achter elkaar twee rollators gescheurd, een met een duopassagier half op de leuning. Uit de tandeloze mond plakte een peuk in de mondhoek, terwijl de man zijn lach liet schallen en drie keer op de claxon drukte. Zoefff.

Ik liep langs het grote muuraffiche van Mama Mia aan de zijkant van het Beatrixgebouw. Alle dames hadden blote voeten of sandalen en de heren hadden stuk voor stuk dichte schoenen, viel me op. Bijzonder. De man naast me had zijn koffie-uurtje erop zitten en ging weer aan het werk, gekooide dienst binnen de oranje hekken. Daar kwam vriendin van de roltrap af. Warme omhelzing en naar de koffie. ‘Wat is alles hier groot’ constateerde ze, omdat ze lang geleden nog wel eens in Utrecht kwam en deze kant van Utrecht inmiddels het aanzien had gekregen van een snelle wereldstad.

IMG_4512

We hadden heel wat bij te praten, onder de koffie, tijdens het halen van een lunch voor later in de winkel en onderweg ratelde het in hoog tempo door. Grote zorgen , kleine zorgen, liefdevol, met humor, heel het leven. ‘Sightseeing Utrecht’ reed ik dwars door het centrum en liet haar van alles zien. Overal waar we stopten moest er ook een sanitaire stop gehouden worden met het vooruitzicht van de emmer op de tuin. Hilarisch, zelfs bij de grootgrutter.  Op de tuin werd er flink gemaaid door de achterbuurman. Dat leverde een lichte stress op. Dazen vonden het een verstoring van de dagelijkse orde en er bleken er heel wat wakker te zijn geworden. Wespen en dazenseizoen. Voordat we binnen in de Bernagie gingen zitten, waren we al twee keer gestoken. De oude, die verstoorde door in te breken midden in het gesprek, had azijn bij zich. Een hele fles.

010

Vriendinlief en beestjes waren niet van plan te wennen aan elkaar en het zorgde af en toe voor een onrustige noot, maar binnen daalde de rust weer. De verf was er en het medium, maar het was veel te warm om een vin te verroeren. Het spelen bleef achterwege. Dat kon de volgende dag ook nog. Het doek liep niet weg. Kleinzoon bleef de hele tijd minzaam glimlachend kijken met zijn scheve koppie. Ondertussen haalden we de verloren tijd in door te blijven uitwisselen. De vermoeidheid speelde af en toe parten,  want poes was, na een nacht hazenslaapjes,  thuis ziek achtergebleven. Weliswaar onder de hoede van manlief, maar zo’n zwarte wolk ergens in het achterhoofd blijft voortdurende meedrijven. We praatten elkaar moed in, somden mogelijkheden op en bleven hangen op een virus.

IMG_4514

Op de terugreis, na een heerlijke geitensalade, liet ik mooi Utrecht zien, Wilhelminapark, Singels en aan de Vaartsche Rijn sloten we af met verse Munt en earl Grey. Kiss and ride was op het vernieuwde achterste gedeelte van de Croeselaan prachtig geregeld. Daar ging ze weer langs het Beatrixgebouw de hoge roltrap op.

’s Avonds een verdrietig telefoontje. Zesjarige Poes kreeg een spoedoperatie. De blaas zat dicht. Weer  een onrustige nacht voor hen, want de spanning is groot. Je merkt helemaal hoe veel je van ze houdt, als de kwetsbaarheid de overhand neemt. Ik ga duimen en vurig hopen.

Uncategorized

Domweg gelukkig

En dan is er de rust van de groene oase. De hele dag een beetje aan het bijkomen en toch nog even naar de tuin. Het verhaal van de auto had zich als een lopend vuurtje verspreid en ik was bereid om een boetekleed aan te trekken, maar buuf, van het bestuur, stopte alle commotie met een grote grijns in de doofpot. Klaar is Kees. Zo licht kan het zijn. Het was heerlijk in de rust en de stilte. De koolmezen vlogen af en aan en tussen het struweel hipte een kleine winterkoning. De bessen van de Vlier beloofden te kleuren tot diep aubergine en de Guirlande d ‘Amour bloeide nog steeds ijverig. Van de oude kreeg ik de jonge Bernagie uit de kas. Hij vroeg zich af of het wel echt zo heette. Toen ik het opzocht kwamen we op prachtige betekenissen. Ze zou een opbeurende werking hebben, gelukkig maken en moed brengen. Het atelier straalde onder de aanduidingen.

IMG_0124

Eigenlijk wilde ik nog wat schilderen, maar daar kwam weinig van. Het lijf vroeg om rust. Thuis op de bank was er zomergasten met Hannah Bervoets. De schrijfster had een opmerkelijke keuze voor ons in petto. Er sprak jeugd uit. Ze keek met een sociologische bril naar programma’s, waar ik per definitie niet naar keek. Dat was op zich een openbaring. Als je expeditie Robinson gaat ontleden op groepsdynamiek, komt er iets heel anders naar boven dan het platte verhaal. Zo ook haar keuze van films en series, waar steeds weer een diepere laag werd gezocht, de kracht van het verhaal, het omgaan met verlies en de wereld van fandom. Veel bekijk ik niet omdat het me niet direct  aanspreekt. Dat is gebaseerd op een vooroordeel, want ik heb het nog nooit bekeken door de bril van Hannah Bervoets,

Ik ken haar niet, maar deze avond was zeker een aanmoediging om meer van haar te lezen. Een hele avond werd te lang voor dit moede hoofd en voordat de door haar gekozen film ‘The Hours’ begon, lag ik al op een oor in dromenland mijn eigen film bij elkaar te dromen.

Het klopt wat gezegd wordt over oud worden met kwalen en kwaaltjes. De kracht en energie worden toch anders verdeeld. Zo’n dag als gisteren en de dagen ervoor, waarbij er veel georganiseerd moet worden, hakte er in. Op alle fronten moeten er aanpassingen gedaan worden om tot eenzelfde energie te komen als vroeger. Waar je ooit de hand niet voor om draaide, heeft nu veel meer voeten in de aarde. De keerzijde van de medaille is de innerlijke rust, die er voor zorgt, dat er tijd is om te overpeinzen en dieper in het leven te duiken.

IMG_0121

Volgens Epicurus, aldus een artikel in Filosofie over Daniel Klein, een Amerikaanse filosoof, behoort ouderdom tot het hoogtepunt van het leven, omdat we dan vrij van streven zijn. Inderdaad is er niets meer, wat nagejaagd moet worden. Daarbij denk ik, dat alle opgedane ervaring van ervoor deel uit maakt van datzelfde hoogtepunt. Alles wat we geweest zijn heeft ons gevormd tot wat we nu zijn. Als je ouder bent, zegt de filosoof, mag je weer spelen.

Eigenlijk ben ik juist het spelen nooit kwijt geraakt. Dat was wat er gebeurde tijdens het werken met de kinderen. Door te spelen gingen we ontdekken en de nieuwe inzichten vormden weer een uitdaging om verder te spelen. Spelen is fijn omdat niets moet en alles mag.  Zodra je bent afgeleerd jezelf te begrenzen door een doel te stellen, sta je jezelf toe om er meer uit te halen dan er inzit.

Nu de soepelheid van het lijf minder vanzelfsprekend is, krijgt het spelen een andere dimensie. Sommige dingen zijn eenvoudigweg niet meer mogelijk, een natuurlijke begrenzing door de kleine gebreken hier en daar.

002

‘Er valt overal een mouw aan te passen’, zeiden mijn moeder en mijn oma vroeger. Met die wijsheid, een beetje Epicurus en een beetje van mezelf, kom ik de vermoeidheid wel te boven. Vandaag ga ik samen met vriendin spelen met verf en penselen in de Bernagie, waar het leven lacht. Domweg gelukkig.

 

 

Uncategorized

Dat maakte het feest compleet

De dag begon vroeg gisteren, vroeger dan anders en dat wil wat zeggen. Om negen uur stond ik puntpaprika’s en aubergine klaar te maken voor hun de BBQ. Daarna spoorslags naar de tuin met een veel te zwaar beladen steekkar. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet, was wat ik als een mantra herhaalde. Onderweg haalde de oude me in en nam de gewichtige rugzak over. Dat scheelde al een beetje. Het was nog vroeg, maar ik wilde in mijn wilde tuin meer ruimte maken door hier en daar wat weg te snoeien, de brandnetels weg te halen om kleinzoon niet in ’n netelig parket te brengen en vast tafels en wat stoelen klaar te zetten. Het lieve halfronde bankje had zijn beste tijd gehad en was toch al aardig aan het wegteren. De oude maakte er met een touwtje en een ondersteunende lat nog een herkansing. Mooie lap erover en klaar.

De behangerstafel van zus was een fantastisch buffet, samen met mijn witte tafel van de vorige dag. Kleden erover en klaar. Het wieden betekende nog even flink door bikkelen. Als ik niet verder kon dan plofte ik op de stoel, klokte de tijd en rekende uit. Om kwart voor drie wilde ik naar het hek lopen toen zwager en schoonzus er al aankwamen met een auto volgeladen. Twee witte luifeltenten, een koelbox, de BBQ. En de komst van de zussen met al het vlees en de drank en dochter en schoonzoon met de kinderen en iedereen druppelde van lieverlee binnen om direct de handen uit de mouwen te steken. In een rap tempo was alles opgezet, vlaggetjes opgehangen en zag  het er feestelijk uit. Ook de achterburen sloten aan en de oude pas weer veel  later. Zus regelde het buffet en andere zus de foto’s.

010-1.jpg

Zo had ik het gedroomd. De makers van de Bernagie , zwager, de twee broers, neef en de kinderen, die geschuurd en geverfd hadden, bij elkaar. Het eindresultaat stond te glanzen in haar monumenten-groene kleedje, de ramen breed en uitnodigend, de deur wagenwijd open. Iedereen babbelde met iedereen en het was pais en vree. Mannen keuvelend rond de BBQ. Er was even een dingetje met de auto, die er niet mocht zijn. Het zijn de regels van het spel en begrijpelijk, maar het werd wat scherp gezegd en schoonzoon mompelde: ‘Cést le ton qui fait la musique’. En klein smetje op de het feest-blazoen. Maar niet getreurd, slikken en schikken.

018

Wat is het leven leuk, als iedereen het naar de zin heeft en genoeglijk- niks moet alles mag- aan het kouten is met elkaar terwijl het eten wordt gedeeld. Haha de aubergine was te grof, de puntpaprika’s te zwart, de vis stond wel erg dik  in de dille, maar daarom niet getreurd. Ik probeerde kleinzoon het geheim van de springbalsemien uit te leggen, maar hij schrok zo van het gekrieuwel in zijn  handen, dat een tweede poging er niet in zat.  Wel had hij de hengel bij zich en ging met zijn vader vissen in de sloot. Ik wilde er een foto van maken en daardoor ontdekte ik de zwanenbloemen in de sloot. Vol in bloei. Een zwanenzang voor een prachtige dag.

100_9419.jpg

Toen broer een kleine bliek ving, was de vreugde compleet, bewonderen en weer terug in de sloot.Daarna met alle helpende handen was het allemaal voorbij en trok de karavaan weer huiswaarts.

Met de kleine gehavende blauwe schoof ik, in de ondergaande zon, onder een lantaarnpaal door waar een flinke buizerd met wakend oog alles bekeek wat onder hem door flitste. De vader van de kinderen op zijn post. Dat maakte het feest compleet.

Uncategorized

Voor alles is een oplossing

Het liep als een trein. Ineens kreeg ik een ingeving, toen ik de uitgedraaide poten van het tafeltje van zoon zag staan. Dat kon mooi mee naar de tuin, want dat kon ik in mijn eentje wel verstouwen. Het regende af en toe. Bij de enorme superstore hadden ze de composteerbare bordjes in overvloed. Het was niet druk in de vroege ochtend. Afvinken van een volle lijst is het mooiste wat er is. Alle spullen stopte ik in de enorme tekenrugzak, die ik had. Iets op de rug dragen kostte nauwelijks moeite, maar aan de hand hakte het in op het verkrijgen van zuurstof. Zelfs de poten van het tafeltje pasten erin. Met het tafelblad op de grote steekwagen voor algemeen gebruik op de tuin ploegde ik me door het al hogere gras heen. Ook in de tuin was het bal. Half in een stevige plensbui kwam ik bij de Bernagie aan. Geen nood. Rugzak af, deur open en schuilen maar.

002

Toen ik de poten aan het blad had geschroefd, eenvoudige Zweedse wijze, paste de tafel nipt tussen de twee kasten voor het kleine  raam. Wat heerlijk, een werktafel. Ik was de koningin te rijk. Mijn dag kon al niet meer stuk.Tussen de buien door toch maar maaien. Ik telde in het hoofd het achterstallig snoeiwerk en het onkruid wieden, maar daar had ik nu geen tijd meer voor. De Nicandra was uitgegroeid tot een meter hoog en breed. Met de kinderen die kwamen zou ik de voorste, bij het terras moeten verwijderen. Daar kwam ook de tafel te staan. Op naar zus voor de volgende fase, de boodschappen. De steekwagen kon nu mooi de oude doorgeknakte metalen stoel dragen. Duwen was te zwaar, dan maar achter me aan trekken. Het hijgend hert der jacht ontkomen. Zo moet het plaatje eruit gezien hebben, daar op het verlate complex. Niemand die zich op de tuin waagde met die regen.

De oude Marokkaanse man met zijn verweerde kop vroeg of ik thee kwam drinken bij hem. Nee, de tijd was kostbaar en sociotalk stond niet op het lijstje. Hij keek me beteuterd na. Op de stort mocht de stoel bij het oud ijzer in de meest roestige bak. Ik wist het.

Zuslief appte. Ze was thuis. Andere zus appte ook en een kwartier later waren we bij het appartement. De kleine blauwe prins stalde ik voor het huis. Zus had een echte boodschappenauto met een enorme laadbak en leeg. Geen overbodige luxe voor alles wat er aan draagtassen in zou moeten staan. Bij de relatief goedkope winkel haalden we het vlees en de vis, bij de duurdere de merkdranken. Hoe lastig inschatten is het als er zoveel mensen komen en je niet weet of het grote of kleine eters zijn. Als minieme vleeseter heb ik geen idee. Zuslief beweerde dat het allemaal te veel was, maar ik wist het niet en ik wilde niet dat er te weinig was. Veel groente om te grillen en salades. Een pasta, een groene en een aardappelsalade. We zouden zien. Dochter zou Turkse broden meenemen.

010.JPG

Daarna volgde een middag van snijden, mengen, mixen. Als volleerde moderne alchemisten brouwden we de kruiden en oliën, sneden en schaafden we en vergaten te zingen. Te veel denkwerk. Vink, vink, vink…Het lijstje werd steeds kleiner. Na een pittige middag was het klaar. Samen een hapje eten en tot mijn verbazing maakte zwager de kroepoek in de magnetron. Ik keek als een pasgeboren kuiken uit het ei. Nooit te oud om te leren, dat bleek wel weer. Met twee grote tassen, de ene gevuld voor de allerlaatste ingrediënten voor de volgende ochtend, de ander met de niet koude dranken, kwamen we bij de kleine blauwe aan. Daar prijkte onder de spiegel een pittige beschadiging zonder naambordje van de dader. Heel even dat weeë gevoel in de maag en pap in de knieën. Hij is goed verzekerd, het prinsenkind. Ook dit komt wel weer goed. Voor alles is een oplossing.

Uncategorized

De vleespotten van Egypte

Ik ben van mijn padje. Dat is een keer in de zoveel tijd het geval. een kwestie van rangschikken en hergroeperen. Waarschijnlijk komt het door het te organiseren feestje en de druk die erop staat. Het blijft een sjouwen van alles en nog wat  naar het paradijs aan het einde van de wereld. Voor de borden wilde ik heel graag palmblad, dus werd het een zoektocht er naar, winkel in en winkel uit, waarbij we kostbare tijd verloren. Uiteindelijk weet ik waar ik het op de kop kan tikken. Bij de groothandel met het pasje van zoonlief, voor de prijs die ik in gedachten had. Disposables die je nog een aantal keren kan gebruiken en niet de prijzige evergreens van de tropische winkel die vele malen duurzamer, maar ook prijziger zijn.

006

Hoe vaak vier je in gedachten een feest voordat het echt begint. Al vele malen heb ik de tuin geordend, maar in feite ben ik er nog nauwelijks geweest. Vandaag, ondanks de regen, moet het er maar van komen. Maaien, behangtafel halen als alternatief voor de grote tafel, eerste spullen al in de aanslag. Spijkers met koppen slaan. Straks is het hele feest weer afgevinkt en kan het van de lijst af.

Het is nieuwe maan sinds gisteren. Een nieuw begin. Het is de tijd bij uitstek om te zaaien. Vaak laten we ons leven bepalen door de druk van de verwachting, maar alles volgt toch de eigen loop der dingen. De kunst is om mee te bewegen met de stroom en daar wel de eigen richting aan te geven. Geen paniek, het gaat goed komen. Er is alleen een overweging en hard werken voor nodig. Vandaag is het de dag om bergen te verzetten.

007.jpg

Volgende week kan ik weer focussen op de twee opdrachten voor deze maand, er wachten twee artikelen. Voor een van hen neem ik een duik in de Swifterbant-cultuur  uit het subneolithicum. Het was bijzonder om erover te lezen. Daar zou op school een heel project zijn gaan leven in de sfeer van dit volk uit de oudheid. Met zijn jacht en visserij en later ook de landbouw.

005.JPG

We hebben met de onderbouw ooit een project gehad over de oertijd, compleet meet een kamp vol oerbewoners, die geen woorden hadden voor hun taal, maar hoe communiceerden ze dan. Het werd een ontwikkelen van een volstrekt eigen taal met het uitbeelden van wat je zou willen zeggen en op welke wijze en kreten in oer voor het aanduiden van iets. We maakten de kleding van zogenaamde dierenhuiden, lappen van nepbont. Een gat voor het hoofd, touw erom en klaar.

004

Tijdens het kamp wreven we aarde op het gezicht om niet op te vallen en werd het bos een wereld van ontdekken. Stenen kon je gebruiken om vuur mee te maken en takken om wapens van te maken. Hutten bouwen van leem. Wat is er leuker dan werken met modder. In de overmeesterde wolf zaten kipkluiven als maaltijd. Een beetje oer en een beetje Roodkapje. Het werd een feest om nooit te vergeten.

Swifterbant dus, volgende week maar eens een uitstap maken naar de Flevopolder en naar Leiden. Wie weet wat dat toevoegt aan het verhaal. Vooralsnog eerst aan de slag met de vleespotten van Egypte

Uncategorized

Omdat je er voor kiest

De kinderen zijn er. Er is acrylverf. Mijn moeder is er ook en mijn vader komt om de hoek kijken. We schilderen, allemaal een doek van 50 bij 70. Mijn schilderijen hangen aan de muur. Ineens worden ze afficheformaat canvas, mijn moeder bekent ze van de spielatten afgehaald te hebben. ‘Waarom’, vraag ik. Mijn vader bromt ‘Omdat dat zo is’. De kous is afgedaan. Maar ik kan er niet over uit. heb ook geen zin in een nieuw schilderij. De doeken krimpen zelfs tot columnformaat en boeten op alle fronten in aan schoonheid. De kinderen schilderen door. Maar het rafelt aan de onderkant. Zij schieten in lengte van klein naar groot in tegenstelling tot de schilderijen. Zoonlief komt met een portret van zijn vader op een bloot bovenbeen, de haren en de volle baard zijn van zand. Daar stopt de droom. Het geeft een onrustig gemoed. Ik weet wel waar het vandaan komt. Vriendin en ik hebben het over schilderen in de buitenlucht gehad. Ze heeft de mensen op het strand en in zee impressionistisch weergegeven. Heerlijke kleurstellingen gebruikt. Het juiste licht erin gebracht. Het zag er prachtig uit op de toegestuurde foto.

009

Langzaam zakt het huis en de routine na de vakantievrijheid in de benen. De bank vertoont het kuiltje van mijn eigen vaste plek. Pluis heeft weer iemand om tegen aan te schurken in de vroege ochtend. Dat doet ze bij de jongens niet. Vandaag heb ik uitgerust. Bewuste keuze. Even helemaal niets. De BBQ regelen, de mensen bellen, de afspraken maken voor de voorbereidingen. Een beetje televisie, een beetje boodschappen, een was gedraaid. Gerommel in de marge.

003

Tussendoor de overpeinzingen die ik meeneem uit het boek ‘De Keuze’ van Edith Eva Eger, een overlevende van de Holocaust. Dat geheim hield haar jarenlang gevangen door de ontkenning ervan. Ze wilde op en top Amerikaanse zijn. Zonder accent vloeiend de taal spreken, alles wat in het verleden in Auschwitz was gebeurd ver weg duwen en  die eigen geschiedenis niet accepteren. Daarmee werd het geheim een opeenstapeling van verdriet, van rouw, gevangenismuren. Waarachtige vrijheid is het slechten van die muren, door het proces aan te gaan van verwerking en ze steen voor steen af te breken. Daarvoor moest ze diep gaan. Het lukte haar. Ze werd klinisch psycholoog om anderen te kunnen helpen aan de hand van haar eigen ervaring.

Het grootste trauma dat ze als klinisch psycholoog behandelt is niet een depressie of de posttraumatische stressstoornis, maar het verlangen in ieder mens. ‘Het verlangen naar goedkeuring, aandacht en genegenheid en het verlangen naar vrijheid om het leven te accepteren en onszelf echt te leren kennen en te zijn’.

Met die woorden op het netvlies viel er veel te overdenken. Onwillekeurig graaf je in het eigen verleden en ik denk aan het moment, dat ik de zussen vertelde over de periode, die ik inderdaad met een dikke deken had bedekt. Als je het niet ziet, is het er niet. Niets is minder waar. Het is voortdurend aanwezig. Iedere keer als er een tipje van de zware zwarte deken wordt opgelicht, nemen de tranen de vrije loop. Eger haalt aan dat er het fenomeen is van  ‘het slachtoffer worden van’ en die van ‘de slachtofferrol’. Dat laatste komt van binnenuit en is je eigen keuze. Ben je een slachtoffer of een overlevende. ‘Overlevenden hebben geen tijd om zich af te vragen:’waarom ik’. Voor overlevenden is de enige relevante vraag: ‘En wat doen we nu’. 

De vraag ‘Waarom‘ komt voor in de droom. ‘Omdat het zo is’, bromt mijn vader. Er is geen speld tussen te krijgen of had het antwoord, in de gedachtegang van Eger, kunnen zijn ‘Omdat je er voor kiest’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Ware schoonheid verloochent zich niet

In de holte van mijn arm zat kleinzoon en luisterde. Ik las hem mijn ‘kinderbijbels’ voor. Kikker en Pad en de verhalen van Uil, beide boeken van Arnold Lobel, en kikker van Max Velthuijs. Over de twee bobbels in bed moest hij even nadenken, zelfs toen uil zijn voet bewoog en een bobbel ook bewoog. Subtiele boodschappen waar lang over nagedacht kan worden. Met grote ogen luisterde hij ademloos.

Datzelfde effect was er als ik in de kring een boek voorlas. Het laatste dikke voorleesboek was De Gorgels van Jochem Meyer en het werd net zo’n succes als de klassiekers van Annie M.G. Schmidt, Lobel, Toon Tellegen. Ook mijn kinderen thuis heb ik elke avond voorgelezen. Hoeveel kinderboeken zijn er wel niet door mijn handen gegaan. Ademloos luisteren, leunen tegen het verhaal aan en aan het eind een diepe zucht. Wat jammer, nu al afgelopen. De magie van een goed verhaal.

Vroeger, thuis, werd er op de radio voorgelezen. Nachtponnetjes aan en schoongeboend voor de radio. Daar ging het belletje al. Het klokje van zeven uur. We liepen mee met dappere Paulus en Oeroeboeroe en griezelden bij de krakende stem van Eucalypta, de valse heks. Spannende verhalen, waar we ademloos naar luisterden. Daarna kwam er het beeld bij op televisie. ‘Varen is fijner dan je denkt’, met het lied van Zeefje. Dappere Dodo, Okkie Trooy met zijn koffertje en Oma Tingeling en Mik en Mak. Zonder dat we het in de gaten hadden werd de fantasie tot in het oneindige geprikkeld, beelden  opgeroepen, herinneringen vastgelegd. Nog altijd worden de vruchten ervan geplukt. ’s Nachts in de dromen ging de fantasie aan de haal. Soms veel te spannend, waardoor ik zwetend wakker werd, soms lieflijk en mooi. Vaak was de wens de vader van de gedachte en wilde ik ook  naar een onbewoond eiland of varen op een schip. Alles werd nagespeeld, buiten op het landje achter de poort of op het kleine kamertje met de stapelbedden.

Zodra we zelf konden lezen, mochten we los. Eindeloos ver viel er te reizen met Remi in alleen op de wereld, aan de hand van Gulliver in Gullivers reizen of dichter bij huis met de avonturen van Pinkeltje, Ernstjan en Snabbeltje en met de schavuitenstreken van Pietje Bell. Eenmaal bij de kabouters op de scouting werden sommige verhalen vorm gegeven met drama en decor tijdens de kampweek. Het was de kiem voor het verhalend ontwerp. Alles was denkbaar, de toverkracht van knikkertje Lik, de onverschrokkenheid van de ridders, krantenhoed op het hoofd, stok in de aanslag of het opzetten van een circus met Herr Sandrino.

006

Met dat kleine warme lijf tegen me aan, de grote ogen, de rode wangen van de spanning, de verwonderde blik en het onuitputtelijke, nog een, en nog een, kwam het gevoel terug van vroeger. De geborgenheid, het vertrouwd zijn en je veilig voelen. Wat er ook gebeurde, hoe spannend het ook was, hier waren we veilig.

Vorige maand was er een discussie gaande over het kinderboek. Buwalda wantrouwde volwassenen die kinderboeken lazen. Ted van Lieshout probeerde erachter te komen waarom. Het enige wat ik zou willen zeggen, is dat Buwalda zich weer eens zou kunnen gaan verdiepen in de grote klassiekers, hierboven beschreven, zoals ik gisteren mijn kleinzoon heb meegenomen in de avonturen van Kikker en Pad. En verder staat het iedereen vrij te vinden wat hij wil en staat het ieder ander vrij het daar mee eens te zijn of niet. Ik denk er het mijne van en sla zo ‘De kleine Prins’ nog maar eens open. Ware schoonheid verloochent zich niet.

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

Thuiskomen. Dat kan alleen in een warm nest. De gang was strak opgeruimd en de haken voor de jassen, die er steeds maar weer uitvielen, omdat het wandje te dun was voor de zware exemplaren, waren vervangen door lichtgewicht, die keurig vastgeschroefd zaten in de muur. De gaten gestuct, alle rommel aan kant, de lijstjes van de foto’s op de sidetable in de gang keurig netjes uitgestald, alle overtollige ballast op de vloer was weg,

IMG_4456

Er hadden twee tornado’s door het huis geraasd, de kamer was gestofzuigd en gedweild, de planten waren verzorgd, de keuken blonk, het fornuis was als nieuw. Het was bijzonder en heerlijk, vooral omdat ik het totaal niet had verwacht. De planten op het balkon hadden zich kiplekker gevoeld, dankzij de plens water elke dag. Mijn tornado’s waren 1.80 en 1.90 meter lang en hadden zich uitstekend vermaakt in de week dat ik er niet was. Poes kwam eerst nog wat nuffig, ‘waarom heb je mij verlaten’, langs lopen, maar al gauw wilde ze best wel weer een vertrouwde aai en wat gekrieuwel achter de oren. s’ Avonds bij het naar bed gaan zag ik dat ze zelfs mijn bed hadden verschoond. Dat lag maagdelijk wit te wachten. Vergenoegd gleed ik tussen de frisse lakens en in een droomloze diepe slaap.

De terugreis was voorspoedig verlopen. We hadden nog een kleine opdracht. Door omstandigheden hadden we de gebruikelijke picknickfoto niet kunnen maken. Nergens was de juiste entourage, waar we hadden kunnen picknicken of we hadden het gevonden en werden weggestuurd, of we vonden een beek zonder grasveld.

301

Nu reden we pardoes een terrein op van het Limburgs landschap aan de Maas, maar dat bleek ook een naturistenterrein en er stonden vier wilde paarden. We wandelden wat rond, die prachtige Maas aan de voeten, en reden verder naar een kleine jachthaven, waar een restaurant aan het water bij was. Bij aankomst bleek het pas een half uur later open te gaan. We liepen om de jachthaven heen en schoten de ‘picknick’foto zonder kleed en zonder brood op een stenen muur op de kop van de haven. Heerlijke foto, goed gelukt en daarna uitgebreid lunchen in het restaurant als bezegeling van een mooie vakantie.

zussen in LimburgFoto door Mirk genomen(zelfontspanner)

In de auto speelde het tekort aan slaap wel een rol. Ik leek wel een ja-knikker. Gedachten tolden vaag door elkaar en het hoofd werd zwaarder en zwaarder. Verwoede pogingen om wakker te blijven ondernam ik door drop te kauwen. Malende kaken voor een malend gemoed. Zuslief had er geen last van en loodste ons door de binnenweggetjes tot bij Eindhoven en daar schoten we de snelweg weer op. Dikke knuffies bij het afscheid, tot gauw!

Straks komt dochterlief met dochter even bijkleppen en daarna wil ik naar de tuin. De accu voor de maaier ligt in de aanslag. Ik ben benieuwd hoe daar mijn blommekes de droogte hebben doorstaan. Aan de andere kant zal de natuur gewoon zichzelf regelen. Gisteren heeft het hier ook geregend, vertelde de cassiere bij de supermarkt.

Nu eerst de bedankdag voorbereiden voor het vele werk aan de Bernagie. Feest voor alle noeste helpers op de tuin. Alleen het weer heb ik niet in de hand. Zus gaat me helpen, grootscheepse barbecue, dat heb ik nog nooit gedaan. Ik ben er niet zo van. Maar nu moet het er maar eens van komen. Voor allen die hebben geholpen mijn leven te verruimen met mijn kleine paradijs op aarde. Daarna volgt de actie regenton. Mooie voornemens voor een uitgerust hoofd en een verfrissende start. Ik ben er klaar voor.

 

Uncategorized

De lucht is geklaard

‘Je moet het beestje bij de naam noemen’ werd er vroeger gezegd als er te lang om de hete brij werd heen gedraaid en er tientallen verdoezelende of verzachtende argumenten werden aangevoerd om een verhaal aannemelijk te maken.

Spijkers met koppen slaan, was het devies en dat kon alleen maar als je alle factoren benoemde, zodat een ander er op kon reageren. ‘Communiceren kan je leren’, dreinde het zeurstemmetje in mijn hoofd. Op het eind van de vakantie en na een lange week samenzijn is er zo’n moment van reflectie. Iemand zegt iets, een ander reageert emotioneel, er wordt gevraagd naar het waarom en een pittig gesprek is wenselijk met het benoemen van man en paard, vrouw en stokpaard in dit geval.

IMG_4147

Altijd, ergens op een vakantie, komt er zo’n moment. Daar kan men de klok op gelijk zetten en eigenlijk zou je willen, dat die kleine irritaties al direct vanaf het begin bij  de horens kon worden gevat, eer ze de gelegenheid krijgen om zich op te blazen. Het klaart de lucht. Als ik naar buiten kijk hebben de fikse regenbuien, vrijdagmiddag begonnen en gestaag doorgegaan tot nu, plaats gemaakt voor een zwoele zomeravond. Gesluierd, dat wel, nog niet tot lichtende helderheid uitgegroeid, maar haar eerste wankele schreden op het pad van een warme zomerdag straks, morgen, als we huiswaarts gaan.

We bezegelden het waarachtige ontmoeten met een etentje en toen diende het volgende issue zich aan. Waarom is het lastig een goed gesprek aan te snijden, of beter nog, wat is een goed gesprek. Hangt het af van een passieve (lees relaxte, onderuitgezakte) houding of is een actieve luisterhouding met ogen die belangstellend vertellen open te staan voor elke gedachte, gewenst. O wat heerlijk om het naast de tapas op de borden te leggen en te sparren hierover. Binnen de kortste keren hadden we een interessante discussie met voors en tegens, aannames werden aangehaald en verworpen, argumenten versterkt en het bleef een ventileren zonder verstarring, met een vleug filosofie.

Thuis in het familiecircus waren wij zussen de vier van de vijf kleintjes en die weer het staartje van de elf. Ik was de oudste  van de vijf (Is dat een equivalent voor wijste?), de tweede was de zus van de ratio, de derde de nuchtere en de vierde het gevoelsmens. Vier bijzondere kwaliteiten, vier bijzondere individuen, vier zussen voor het leven, vier zussen van vlees en bloed, vier vrouwen vol zusterliefde.

Het voordeel van zussen is dat je jezelf kan zijn. Dat je, eenmaal de drempel over,  je durft te geven. Ze zullen je onherroepelijk van repliek dienen als er onwaarheden sluipen in het betoog maar aan de andere kant kennen ze je van de wortels van je haren, tot aan de nagel van de grote teen. van ziel tot zaligheid. Geheimen zijn er niet, daar gaan we te lang voor met elkaar om. Wel zijn er perioden geweest, dat we minder met elkaar opliepen en daar vallen de hiaten. Het gezinsleven, de ontwikkeling en persoonlijke groei slurpte de tijd op. Nu hebben we de rode draad van het ontmoeten weer opgepakt. Al jaren. De kluwen wordt hoe langer hoe steviger en dient straks als een brede basis voor het opvangen van de grijze jaren. We hebben het gevierd.

De wijngeneratie heeft heerlijke wijn geslempt, de ijsgeneratie nam een levensgrote gevaarlijk verslavende sorbet. Bij thuiskomst waren we rozig en tevreden. We zochten vierstemmig de partijen op van ‘Bring me little water, Sylvie’ De stemmen zijn straks in balans, twee alten en twee mezzosopranen, nou ja…Nog even oefenen. De stemming is in balans. Het weer doet haar best, morgen schijnt de zon weer. De lucht is geklaard

Uncategorized

Al die andere kinderen

Huh. Als we de kaart niet goed hadden bestudeerd, hadden we het nooit geweten. Geen creditkaart, pin of ander digitale betaling mogelijk. Geen pinautomaat om de hoek. Gelukkig is er een uitweg, die van de directe betaling en graag in een keer het hele bedrag, geen geneuzel per persoon.

img_4369.jpg

We zitten bij Moeder de Gans en de entourage ademt een sprookjessfeer door de knusse, wat oubollige elementen, die toch verpakt zijn in een nieuwer jasje. Voor een toiletgang moet je naar buiten. Kinderen die op hun mobiel zoet worden gehouden, gelieve het geluid uit te zetten of anders onder de luifels bezijden het restaurant plaats te nemen. Het is even wennen. De kaart met alle regiospecialiteiten sluit naadloos aan bij de invulling van de rest van de dag.

‘Tante Nans

zat op een gans

Wip zei de gans

weg vloog tante Nans.’

Af en toe vloog ik ook weg. Het machtige eten, nostalgisch stoofpotje, bracht me terug naar de specialiteit van mijn moeder. Hachee, rundvlees met veel uien, laurier en kruidnagel gestoofd tot het uiteen valt in draadjes en dan over een kruimig aardappeltje. Mmmmm. Met de liefde van mijn moeder erin, die het ‘kneedde’ en liet pruttelen tot een van mijn lievelingsrecepten. Wat nu ter tafel kwam was een Limburgs stoofpotje en kon er niet aan tippen. Herinnering kleurt alles mooier. Misschien was het ook wel een beetje appels en peren vergelijken. De wijn, 90 % Chardonnay en tien procent Pinot Blanc, was een beleving op zich. Goede wijn behoeft geen krans. IMG_4374Mijn tante Nans vloog voortdurend weg. Het gesprek kabbelde wat voort. Over de honden die toegelaten werden, over het weren van het digitijdperk, over het eten zelf en ik zweefde heen en weer tussen nu en vroeger en overspande de tijd in een notendop. Dat heeft me altijd verbaasd, het gemak van afhaken in aanwezigheid. Dat ik, door een deel informatie af te sluiten, met het grootste gemak in een ander deel terecht kom. Terug naar het boek van Karin Bloemen, waar ik nog middenin zat, vlak voor we vertrokken. Waarvan ik niet weet wat ik er mee moet. Heftig, niet voor te stellen, boos ook, over de aantasting van een kinderleven, het kapot geselen van de onbevangenheid. Je eigen ego voor het leven van een ander stellen. Het valt in een dag moeiteloos uit te lezen. Het is de sfeer, de bedompte sfeer van dat huis in Schagen, dat uit de bladzijden van het boek omhoog stijgt en je meesleurt in de deprimerende gedachte.

Ik ken een ander huis in Schagen. Het werd bezongen door Martine Bijl en  het was tevens mijn eerste kennismaking met haar liedjesrepertoire. We gingen los uit volle borst op een fietstocht naar Friesland, we zongen het tijdens een van de vele kampvuren, we zongen het te hooi en te gras. Tegelijkertijd of misschien al eerder was er de minder onschuldige, behoorlijk geladen zelfs, hut van Jaap Fischer. Daar werd zijn jeugdige onbevangenheid gesmoord in een ‘burgerlijke staat van zijn’ met pijp en pantoffels en de libelle elke week.

Martine  hoorde een beetje bij de braafheid. Het keurige meisje. Wij waren rebelser, schopten toch een beetje tegen de gevestigde orde aan. Jaap Fischer heet nu weer Joop Visser en wij zijn keurige mevrouwen met af en toe een uitspatting. Een van de zussen was verbaasd over wat Martine allemaal nog wist te vangen in de verbeelding na haar hersenbloeding. Het kan, als ze zich de zaken herinnerde, want haar voorstellingsvermogen was vervreemdend. Beelden kunnen in je hoofd vervormen, omvormen. Ze kunnen betoverend mooi zijn, waanzinnig, surrealistisch bijna of gruwelijk angstaanjagend, alles in overtreffende trap buiten de werkelijkheid. De waan van de beleving. De laatste krachtinspanning van de liefde voor het leven, dat niet meer de normale baan volgt, maar een kronkelige weg in is geslagen, onberekenbaar en beangstigend, maar onmiskenbaar die van de emoties, een zuiver gevoelspad.

Kinderen moeten mogen zijn, zonder de bagage van een volwassen leven. Ontwikkeling zoals de natuurlijke gang van zaken is en niet plompverloren geconfronteerd worden met buitenkinderlijke realiteit. Hoeveel verloren kinderen lopen er rond? Ik gun ze allen de onmogelijke weg terug naar een onbedorven jeugd. Soms zou ik een enorme bordenwisser willen zijn, dan veegde ik ieder bord weer schoon. Uithuilen en opnieuw beginnen. Woorden van die strekking. Een eigen dans met tante Nans voor Karin en al die andere kinderen.

Uncategorized

Aan de wandel

Het idee was een hele tocht te maken deze dag. Nog steeds waren we aanhoudelijk op zoek naar water. Een visioen van een gorgelende beek, vrolijk meanderend door het frisse groen, een picknickmand, alle heerlijkheden uitgestald op het kleed, de warme poezelige voeten in het ijskoude bronwater en een weinig gekout. Kwinkelerende vink en mus boven onze hoofden, forellen die dartelend de sprong wagen. Het idyllische plaatje werd romantischer dan ooit, nu het al dagen niet gelukt was om de juiste plek te vinden.

IMG_4272

Maar eerst de proeverij. Lekkerbekken in het land van Herve. We werden meegenomen door Jean Sac, die met zijn beamer-hoofd op een pop zonder gezicht werd geprojecteerd. Een aangename stem en een film over de vele ambachtelijke vaklieden uit de streek. Kaas, cider, siroop in alle smaken, chocola, gevogelte, vis en brood. De zeven smaken van Herve. De entourage was mooi, het meisje aandoenlijk in haar koeterwaalse taal van Frans, Engels, en een enkel woordje Nederlands. Het was zichtbaar een van de eerste keren dat ze dit project mocht begeleiden. Ze had de kaas en de siroop samen met een heerlijk koel glas cider uitgeserveerd op de tafel van vier en verslikte zich in de bijwoorden en voorzetsels, zodat we toch alle vier hetzelfde glas hadden. Ach, de zon scheen, het was vakantie,en de dag rekte zich uit. Geen punt dus.

IMG_4267

Buiten hadden de bomen ondanks de hitte een kousebeen van gebreide wol. We gingen de tocht maken langs de verschillende lekkernijen. Lezen blijkt een vak apart. Bij de eerste siroopraffinaderij werden we te woord gestaan door een vriendelijke man, die aangaf dat pas morgen de rondleidingen waren. Dat bleek ook op de folder te staan. Wij zussen zijn meesters in het verzinnen van onuitvoerbare ideeën. De volgende gang was een kastelentocht. Dan zouden we de dagen gewoon omgooien. Die hadden we de volgende dag zullen doen. Plan B werd plan A en vice versa.

Het eerste het beste kasteel dat we bezochten bleek te zijn omgetoverd tot een viskwekerij, we konden er omheen rijden, maar zagen niets anders dan de torentjes van een minikasteel en veel auto’s langs de weg. Een druk bezocht establishment. He, de kaart gaf water aan, grote vlekken blauw op de beduimelde kaart iets verderop. Dat bleken de kweekbakken te zijn. Geen picknickplek. De enorme uitgebreide picknick in mijn hoofd was al gereduceerd tot vier uienbroodjes en vier witte bollen. De rest van de buit was nog niet binnen. Een beekje langs de kant van de weg. Een kant volop in de zon zonder schaduw, maar aan de overkant een bossage. Onmiddellijk toen we het terrein opreden, kwam er een waarschuwing van achter ons vandaan. Privé terrein, hadden wij weer. De zon was er ook klaar mee. Steeds vaker hield ze zich op achter de slierten bewolking, heiig en wel.

We ondernamen nog een poging om bij Neufchateau een van de negen kastelen te bezoeken, maar toen ook dit strandde in een vruchteloze poging, het kasteel bleek een gesloten Fort-museum te zijn, kozen we voor de Intermarche. Een wijs besluit, gezien de onstuimige regenval, die waar te nemen was in de lucht een aantal dorpen verder, zware loodgrijze verticalen aan de horizon, die geheid onze kant op zou komen. Lekkere dingen en een picknick thuis op het gras, ten behoeve van de jaarlijks Picknickselfie van ons vieren. Dikke druppels vielen bij de eerste installatie voor dit plaatje op ons neer. Snel twee foto’s en wegwezen.

Bij nader onderzoek bleken beide foto’s mislukt en daverde de regen neer op het droge land terwijl we veilig en wel binnen waren. Even nog knipperende lampen, doorgeslagen stoppen bij de buren en goudgele flitsen, die verdwenen in een donderslag.

Hoog en droog en volkomen tevreden hadden we een gesprek over hoe ieder eigenlijk een vakantie zou vieren, als je alleen was. Zoals verwacht was het zeer divers en de aanpassingen op alle fronten gelijk. We zouden het niet willen missen. Morgen kunnen we eindelijk gaan lopen , want de hitte is, in gelijke tred met de gemoederen, gedaald tot nul. We hebben zin in te doen wat we allemaal fantastisch vinden. De paden op, de lanen in. Jo met de banjo in een modern jasje. ‘Hupsaketeetje’, zegt zus in zo’n geval. Aan de wandel.

Uncategorized

In alle opzichten

Een markt in een klein dorpje en eindelijk de Geul, die er dwars doorheen stroomt. Helder in de betekenis klein maar fijn, met begroeiing erin van springbalsemienen, wilgenroos en kattenstaarten. Wat een oase te midden van de hitte. Hier en daar een gouden flits, forel verkleed als goudvis.

Nederland zit op terrassen of binnen met nul-punt-nul. Bij iedere stap gutst het zweet over glimmende voorhoofden. ‘ Gut’ zegt de uitbaatster van een kleine kledingzaak ‘ Als ik had gedaan wat ik vanmorgen bedacht had, was ik nu rijk geweest’. Nieuwsgierig vroeg ik naar haar idee. ‘Dit spaarvarkentje neerzetten, met de woorden: ‘Iedereen die een opmerking maakt over de warmte betaalt een euro’. Haar pronte verschijning, prachtig bruin gekleurd vel in een Ibiza-lange-jurk van uitbundig roze boven glasdiamanten slippers, ruiste goedlachs mee.

Op speurtocht naar het restaurant met airco na een leger aan winkeltjes. We hadden ‘Het grote niets’ vaarwel gezegd. Als een vis op het droge benam het gebrek aan zuurstof me de adem. Alleen verkoeling zou helpen. En dat was niet het pretentieuze golfterrein waar een van de behulpzame inwoners op had gewezen.

IMG_4238

Het zwembad ligt er kabbelend bij, kind noch kraai, bemoedigend. Kom maar, dan breng ik de verkoeling wel. De valkenfamilie komt uitgebreid langs. Slechtvalken met een aantal kinderen. Wat een genot om de ouders te zien bidden voor hun eten. Het geluid zoeken we op. Ja hoor, slechtvalken, geen twijfel mogelijk. De waarschuwende roep van het mannetje waarschuwt de jonkies, de vrouw antwoord met haar weeklagend gekrijs. Ze bidden in het schootsveld voor onze ogen. Dit is de eerste avond met zo’n duidelijk zicht op de zaak.

Martine schrijft in haar boek de problemen van zich af. In de bekende Martine-stijl, met kwinkslagen en droge humor, waar voortdurend de ondertoon schuilt van haar grote leed. Ze schrijft haar gekneusde hersenen leeg tussen de zwarte regels door, zonder woorden, met een licht verwijt naar zichzelf toe. ‘Ik maak altijd grapjes’.

Wonderlijk mechanisme. Ze noemt zich een hersengeletselde. Wat een gave term is dat.  Hersenkneus had ook gekund. Ze krijgt ‘ hele kwaaie maagsappen van welzijnstermen’ . Zo’n opmerking is voldoende om de machteloosheid te omschrijven. Het kind in de stoel, waarbij met een onverwachte natte doek de gekruimelde toet wordt afgeveegd, achterwaarts. Je ziet het niet aankomen. Je wil de lijdzaamheid eruit schreeuwen, maar volstaat met droge humor.

‘Rinkeldekinkel’ bewaart de Martine-taal in belangrijke mate en is daarom al onbetaalbaar. Haar gezicht zweeft boven het boek. De geamuseerde lach en vooruit ja, ‘De groenten van Hak’ stijgen op uit de bladzijden, de hiaten in haar leven, het zonnige bestaan.

Luchtig en toch zwaar voor wie tussen de regels door kan lezen. Het brengt me terug naar de middag van gisteren, waar mijn stem ineens ijl en dun als glas werd, de lucht niet langer zuurstof was, maar dikke drabbige modder, waar niets meer uit te filteren viel. Dat zelfs het hooi als een baal vlak voor mijn snoet stuiterde. Martine heeft een E.T. achter haar ogen en een zwarte deken, die vooral onverhoeds aan komt sluipen en zich over haar erheen gooit, reutelend wacht hij in de hoeken van haar brein en slaat onverwachts, als een dief in de nacht, toe.

Ik herken ze allebei, al had ik ze die namen niet gegeven en ze laten zich voeden met de onzekere hand die de toekomst vasthoudt. Mijn onmacht klinkt door in de auto, als we op zoek moeten naar een restaurant met airco, de onmacht als schuld verstopt in mijn verstikte stem. De zwarte deken is er niet, ze hebben andere namen, die demonen, slechts gevoed door de omstandigheden. ‘Slecht-weer-demonen’. Mijn eigen Pandora, met haar doos vol van onverkwikkelijke en onveranderlijke gebeurtenissen. Ze dienen zich aan op hun eigen tijd.

Het boek Martine heb ik uit. Het boek is dicht, moet ik spijtig constateren. In alle opzichten.

Uncategorized

Dat belooft wat

Om elf uur naar bed en het klokje rond slapen. Nou ja, bijna rond. Het is nu 6.10. Wat kan een mens blij zijn met de kleine geneugten van het leven.Weliswaar steeg ik voortdurend op, omdat de ventilator in de slaapkamer stond te loeien als een Boeing 737 en de weinige streep verse zuurstof die door de deur viel, verspreidde, maar ik vloog regelrecht naar dromenland.

Het waren de ontberende uren slaap van de afgelopen nachten, die mede parten speelden. Het grote niets van gisteren bestond uit een zwemmen. Zuslief ging onmiddellijk in een work-out met andere zus. 50 baantjes schoolslag. Nu ik zoveel jaar niet meer heb gezwommen was dit ook weer een ontdekking van het zuiverste water, nou ja, het kon schoner. Lekker freewheelen in het blauw, het allemaal kabbelend over je heen laten komen, dan weer buik, dan weer rug. Veel drijven en af en toe een kwinkslag aan borstcrawl. Voor het eerst sinds jaren ben ik ook weer onderwater de boel aan het verkennen geweest. Iedere keer een schoolslag meer, tot ik het halve bassin weer haalde. Dat meanderende geluid op elke beweging, de trage vastlegging van de handeling, het geeft zo’n andere gewaarwording.

Tocht naar het verleden stond op het programma. We zouden proberen om het grote huis op Chateau D’Eau te gaan zoeken in Homburg, met de afspraak drie maal is scheepsrecht en anders maar niet. Het was eigenlijk slechts een half uur bij ons vandaan, maar de streek werd oneindig veel groener, gevoed door de geul, die in mijn beleving meer was geweest dan het aanminnige kleine watertje, dat nu door het landsschap stroomde. De omgeving nam haar dankbaar op als voedster van de schoonheid.

IMG_4196

In de dertiende-eeuwse kerk St Brice D’Homburg was ik vertederd door de klaarstaande onderdelen van de Processie. In 1982 aanschouwden we daar de eerste optocht door het kleine dorp. De grote en kleine engelen met hun  mottige vleugels, de naar kamfer ruikende gewaden in hemelsblauw en wit, de rode baldakijn met gouden stiksels en versieringen, maar bovenal onder het rode gewelf de maagd Maria met alle dorpse devotie gevangen in de plastic bloemen en de wierook rondom haar verschijning. Toeschouwers langs de weg haastten zich op een knie te vallen en een kruis te slaan. Vol verbazing en met een tikkeltje nostalgie gingen gedachten op dat moment naar onze eigen processies uit de jaren vijftig. De weerbarstige krullen glad gestreken en witte kanten sokjes met lakschoenen aan, de indrukwekkende drie heren voorin de stoet, de misdienaren in hun lange gewaden erachter en de gouden monstrans, die eerbiedig werd meegedragen. Hoe klein ik ook was, het staat in het geheugen gegrift. Hier had de nostalgie weer regel geleken. Al moesten we ook een beetje gniffelen om de grote verkleedpartij.

Hier stond het verleden in koele duisternis te wachten tot het tijd zou zijn, te samen met het eeuwige geloofsgeduld.  De lamp Gods hing klaar, opgepoetst en wel, en niemand kon er straks meer omheen.

Bij Sippenaeken was een alleraardigst restaurant waar het Geuldal tegenover lag. Er viel niet te wandelen vandaag, nu de temperatuur zich ver boven de dertig graden liet leiden. De natuur hield zich in alle opzichten koest en de zandpaden zouden brandden onder de voetzolen. De volgende tocht was naar een Wintertuin. Een lieflijk huis met oude elementen, die net over de grens lag en waar een klein bordje scheef aangaf dat de tuin gesloten was. Niet verwonderlijk in de zomer. Niet getreurd met een Limburg dat vergeven is van de terrassen. In de lommerrijke schaduw van een oude boerderij op een terras hoger konden we de uitgebreide lunch genieten. De wind droeg bij aan het aangenaam verpozen, maar zeker ook het meisje, dat met gemoedelijke gezelligheid elke wens in vervulling wilde laten gaan, tot natspuiten met de tuinslang toe, als het moest.

Vanmorgen kwam ie op in nog geen tien minuten als de Koperen Ploert om met het koloniale verleden te spreken. Ook vandaag zal ze de 38 graden aan te tikken. We staan bij de grote openslaande deuren op het Oosten, mijn zus en ik, en nemen de verschijning waar, van rood puntje tot strakke volbloed cirkel, die langzaam in goudgeel verkleurt. De heiige sluierbewolking trekt langzaam weg. de kraai krast en vliegt het zonlicht tegemoet als een schaduw van Icarus. Dat belooft wat.

Uncategorized

Niet meer dan niets

Terwijl het nog donker is in huis, staan alle ramen wagenwijd open. De zware gordijnen wapperen zowaar. Door de vensters heen gloort het licht en als ik naar buiten loop, ontdek ik dat een zus gevlucht is naar het terras. Daar ligt ze heerlijk in haar lakentje gevangen, te slapen op de wiegende schommelbank. In het oosten kleurt de hemel al. Eigenlijk wil ik koffie maken, maar de waterkoker zou de andere slapers niet sparen. Dan maar met een handdoek omgeslagen op het terras op de eerste rij om de zonsopgang te bewonderen. Langzaam ontwaakt het dal. Hier en daar pinkelen nieuwe lichten. De wassende maan heeft een omfloerst Halo, de sterren zijn allang verbleekt. De bomen ruisen en de eerste hanen kraaien. Ergens blaft een hond in de verte.

Gisteren begon de dag aanzienlijk bedaarder, sloom bijna. In de eerste ochtendzon vond ik uit dat de weg hierachter lang langs een hoog maisveld voer en het uitzicht danig belemmerde aan de linkerzijde. Rechts lag het dal. Veel gites die allen waren verhuurd, getuige het aantal auto’s ervoor. Het was windstil. Hoog boven op een lantaarnpaal zat een buizerd, vermoedde ik. Thuis, als de foto kon worden uitvergroot, zou ik het pas zeker weten. De verrekijker lag in de Bernagie.

Bij thuiskomst was iedereen wakker. Het zwembad lonkte. eerst zwemmen en dan ontbijt. Een van ons ging hardlopen. Paadje op en paadje af in de herhaling bij gebrek aan de kennis van het netwerk aan dorpse wegen. Chloor en longen doen het samen niet goed. De deur kon echter wagenwijd opengeschoven en de zon zinderde een Hockneywaas over het azuurblauwe water. Vandaag neem ik het fototoestel mee. Je kon overal staan in het bassin. De gewichtloosheid in het water tilde me op en het voelde lichter. Met de andere twee baantjes trekken, afwisselend schoolslag en uitdrijven op de rug. Bij de paar slagen borstcrawl floot het vege lijf me terug. ‘He, he he dame, het zijn de Olympische spelen niet.’ Oké. met ons vieren was het bad vol.

Meesters zijn we in het ongepland plannen. Met een heerlijk ontbijt achter de kiezen, jus en vers gekookt ei, zwaaiden we via Saint-Andre, foto voor de kinderen, de naam van de vader, af naar Verviers. In mijn beleving en van jaren terug was dat een mooie en ruime stad, maar hier had de herinnering toch wonderen gedaan en het verval gemaskeerd met zoete dromen. Na een mislukte koffiepoging, wat winkels met kleding for sale, een sjaal voor zus en een parkeergarage met onooglijke en smalle bochten, waar de afgescheurde aluminiumfolie verbrand in het trappenhuis lag, kwamen we uit in het centrum. Een plein met een bonte stoet aan volk, scheurende stinkende Dominoscooters in het lawaaierige vangnet van verkeer. We streken neer, haast bevangen door de hitte, die bleef hangen in de straten. Veel mooie Afrikaanse jurken, junks, haastige mensen, kuierende toeristen, hangende jeugd en ouderen.

De gerant verontschuldigde zich. Er was een ramp gebeurd in de keuken, waar het onze bestelling betrof. De kaaskroketten waren ontploft. Helaas en sorry, sorry, ze moesten vervangen worden voor iets anders van de, op het bierviltje haastig neergepende, kaart. Het werd de croque madame, met extra aardappelcroquetjes en frieten.

Op de tocht terug liepen we een onverwacht mooi beeldenrijk binnen in de kleine kerk en in het kijkje ernaast waren er op de muren de mooiste tags en muurschilderingen gemaakt, gedichten op de muur en in een schilderij de golf van Hokusai met de mannen van Magritte. De tekst: ‘ Ceci n’est pas un Magritte’, wekte de humor en toonde de kracht van een gemeenschap. Verviers, stad om snel te vergeten. Toen we eruit reden zagen we het schonere deel met wat majestueuzere gebouwen, de kleurige vlaggen van Don Bosco, de brede lanen.

Op de terugweg een supermarkt, de hitte in plakken op de schouders bij het verlaten van de airco. Een korte siësta ter compensatie van de slenterpartij en een bezoek aan de boomgaard beneden, waar het rottende fruit een bedwelmend zoete geur verspreidde. De dag gleed in een verstikkende nacht met mug en weinig zuurstof.

IMG_4175

Ter compensatie is de wind er en de zon geheel ontwaakt net achter het huis, het zicht op de volledige opgang ontnomen. De lucht is geklaard. Hier en daar een veeg wit en roze. De wind is bijna koud te noemen, met 36 graden in het vooruitzicht beloofd het weer een warme dag. Een verkoelend beekje lonkt. Rustig aan het water en niets, niet meer dan niets.

Uncategorized

Vrij in alle opzichten

Gisteren ging de tijd van een leien dakje en paste zich perfect aan aan mijn planning. Het begon met koffie en schrijven, tussendoor opruimen, zorgen dat alles klaar was voor het huis om, zonder mijn hulp, de week door te komen. Een brief op de koelkast voor de jongens met aandachtspunten. ‘Planten op balkon iedere dag water geven, zeker met de beloofde hitte, twee maal de kattenbak verschonen, Pluis water geven op zijn eigengereide nuffige wijze, stromend uit de kraan’.

Het valies was gereed, de schoudertas met medicijnen, make-up, en badproducten eveneens, de tas met gympen en sandalen, de laptoptas, waarin ik de boeken had meegesmokkeld. ‘De keuze’ van Edith Eva Eger en natuurlijk ‘Monet’, het Taschen-boek.

Om iets voor elven droeg zoonlief de zware dingen en trippelde ik met het rugtasje en de schoenen-tas naar buiten. Het paste allemaal naast de twee koffers in de kofferbak van de auto van zus, waar de kleine blauwe prins met gemak twee keer in kon. Er was nog ruim plek voor een derde koffer, die we samen met de vierde zus zouden ophalen. Tot aan Eindhoven reden we over de snelweg en daarna de kleine binnenweggetjes op, om te gaan lunchen in Soerendonk, de lekkerste salade ooit, met veel aandacht en liefde bereidt.

Het gesprek kabbelde, we hadden er zin in. Het landschap werd glooiender en we moesten Maastricht voorbij, kwamen langs Margraten en door Saint-Andre. We reden de weg van de nostalgie, richting Homburg. Ik had een druk pratende vrouw des huizen aan de lijn, die zich grote zorgen maakte over de hitte, omdat we de Loft hadden vlak onder het dak van het huis. Er was een tweede ventilator bijgekomen en straks zou ze een parasol regelen. De sleutel stak in het slot, het zwembad was klaar voor gebruik.

Onze vooruitzichten maakten een alarmerende draai. Ik dacht aan al die andere jaren met huizen, waar bij aankomst een en ander anders was dan de verwachtingen. Geen balkon of geen tuin aan huis, maar aan een overkant, een te delen terras. Dit moest alles goed maken, beloofden de foto’s. Het verhaal van de vrouw bracht dat geloof aan het wankelen. Welk addertje lag er onder het Belgische gras verscholen.

Het viel allemaal reuze mee. Het uitzicht was schitterend, met de heuvels, de plukken goudgeel koren, de vele groentinten en aan de horizon de rijen bomen waar Sluijters en Mankes jaloers op konden zijn. De industriële inrichting begon al bij de roestkleurige ijzeren trap, platen die ook het terras vormden. Binnen was het een sfeervolle ambiance met veel aandacht. Een enorme koe direct op een goudkleurige muur geschilderd, met een prachtige losse toets, robuust en stoer zoals het betaamde bij die stijl.

Bij de plaatselijke supermarkt werden voornamelijk liflafjes ingeslagen, warme kip, mozzarella, basilicum en tomaat, houmous, tapenade, naturel chips. Sauvignon en frambozen bier, water, cola, en water met citroen, wat brood, wat crackers. Alles voor de diverse ontbijten. Zoveel mensen, zoveel wensen, of zoals men vroeger zei: ‘Zoveel hoofden, zoveel zinnen’. Dat hielden we in ere. Iemand wilde muesli met melk, een ander kwark of een Frans crisprolls, weer een ander yoghurt met vruchten en een keur aan koffie, cappuccino, Nescafe, vernuftige cupjes.

IMG_4134

Die avond luidde de belofte in aan rust, schoonheid, wandelen, doen waar je behoefte toe voelde. We kraakten wat chips weg, dronken met de ondergaande zon een zacht violette lucht tegen een pastel geel in, een gouden belofte voor dagen van rust, schoonheid, wandelen, doen waar je behoefte toe voelde. Vrij in alle opzichten.

 

 

Uncategorized

Het ei is gelegd

We zaten in een grote kring en ik moest veel te vaak waarschuwen. Steeds weer liepen er kinderen van hun plek of waren ergens mee aan het frotten. We zaten om de stad heen, die het hele lokaal besloeg. Er waren bruggen en wegen, al wat huizen, wat verkeer, maar er moest nog veel meer bijkomen. Toen de onrust bleef, besloot ik aan het werk te gaan met ze en met dezelfde vrije hand stuurde ik er een op pad om te kiezen. Hij kwam huilend terug. Voordat ik wrevelig kon worden, werd ik wakker.

Pfff, wat een malle droom. Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef, wist ik onmiddellijk wat ik verkeerd had ingezet. Ik stuurde ze doelloos op pad. We hadden het niet gehad over wat er allemaal ter aanvulling mogelijk was, huizen van Lego of karton, het ontwerpen van auto’s en hoe je die staande kon houden, mensen, die er woonden in de stad enzovoort. Nu, met lege handen en een even leeg hoofd, hadden ze niets te kiezen, want het was te onoverzichtelijk voor ze.

Ooit hadden we op school ‘Het land van wirwar’ gemaakt, als voorloper op een project van Kunst Centraal. Het werd iedere dag groter en er kwam steeds meer bij. Op  het laatst moesten we uitwijken naar de gang. De stad was van de watertafel af gegroeid. Uren konden ze ervoor liggen en spelen met de zelfgemaakte auto’s, de fietsers van ijzerdraad en papier, de papieren poppetjes. achter de huizen kwamen gordijnen aan draadjes wol en werden mensen geplakt. Het was een groot feest dat weken duurde. Het wegennet zat goed in elkaar met een rotonde en zijstraten, park en groenstroken waren niet vergeten.

005

Later kwamen er nog huizen bij van  melkpakken en nog veel meer verkeer. We waren er achter gekomen dat we ze  speelbestendig konden maken door ze te tekenen en op de blokken te plakken. Ook verzonnen we onze eigen ge- en verbodsborden, zoals ‘Je mag hier hinkelen’, ‘verboden op handen en voeten te lopen’ of ‘alléén achteruitlopers toegestaan’. We moesten ontdekken hoe het verkeer in elkaar stak, dus dat werd een tocht langs de drukke baan waar de school aan stond. Tegenliggers hebben we daar ook bekeken. Bij ieder auto riepen ze ‘Weer een tegenligger voor de andere kant’. Dat moesten we testen op het schoolplein, eerst met twee groepen tegenover elkaar de chaos nabootsen en kris, kras over hollen, dan orde scheppen door een onderbroken streep te trekken en netjes op de eigen helft te blijven.

In de zandbak ging het feest verder. Wegen aanleggen, tunnels uitgraven, funderingen maken en huizen bouwen. Een van de jongens had zich opgesteld als opzichter en gaf aanwijzingen, stuurde bij, had een oplossing voor opdoemende problemen.

Zo werd de hele omgeving ‘stad’ en hadden we alle facetten bekeken en elke situatie nagebootst en uitgespeeld. In de reflectiekring van iedere dag kwamen ideeën te over rollen om de volgende dag weer mee aan de slag te gaan. Precies het tegenovergestelde als in de droom gebeurde.  Zo kan een simpel gegeven tot een ware nachtmerrie leiden, als je anders gewend bent.

Ik weet wel waar het vandaan komt. Ik ben op zoek naar de ingang voor een verhaal en dat kan ik nog niet vinden. Over het onderwerp is maar weinig bekend. Nu ik dit opschrijf, weet ik ineens, dat ik met de Swifterbandcultuur  aan de slag moet. Dat is het volk uit het mesolithicum, die vooral leefden van de visvangst en de jacht. Ava en Inge zijn een vrouw en een baby uit die cultuur, waarover het verhaal zal gaan. Ava betekent vogel, leven, kracht. Ze zijn gevonden in het oudste babygrafje vorig jaar in Nieuwegein. Een beetje dromen, een beetje mijmeren en het begin van een nieuw project is geboren. De vogel zal als rode draad het verhaal sturen. Het ei is gelegd.

 

Uncategorized

De tas kan dicht

Pluis is de hele morgen al onrustig. Ze heeft me al een paar keer wakker gemaakt. Ik weet dat het komt omdat ze eten wil. Zoonlief heeft haar op rantsoen gedaan. Sinds die actie is ze veel speelser en slaapt ze niet meer het grootste deel van de dag. Zo, het bakje is weer gevuld met brokken. Het levert kopjes op, zachtjes langs mijn been gestreken.

Naast me staat mijn oude vertrouwde zwarte valies. De semi-leren weekendtas, tot aan de nok gevuld. Maar ik zal haar weer leeg moeten halen. Met drie warme tropendagen in het vooruitzicht is het blotebenenweer. Korte broek moet mee en wijde losse lange broeken, hemdjes en een vest. Dat zal volstaan. De zwarte jurk met lange mouwen mag er uit. Die met korte mouwen zal ik nog snel door een sopje slaan. Zon, die de bomen van bladgoud voorziet, schittert één grote belofte.

In mijn boek gaat Monet eveneens op zoek naar het licht en naar een nieuwe manier van kijken. Het wordt bewerkt door een gelaagdheid aan kleuren dat de ruimtelijke impressie versterkt. Het is boeiend om de ontwikkelingen te volgen. Ondanks zijn vele werken en dankzij de aversie van de gevestigde orde gaat de verkoop niet over rozen. Een bijtende kritiek van de schrijver Louis Leroy door het doek ‘Impression, Soleil levant’ in 1973  te vergelijken ‘met behang’ en ‘niet meer dan een impressie’. Het leverde wel de geuzennaam op voor de groep ‘Onverzettelijken’, zoals ze zich zelf noemden. Vanaf dan noemden ze de stijl ‘Het Impressionisme’.

010-2.jpgMonet: Impression, Soleil levant

De trailer, van de biografie ‘I, Claude Monet’ toont aan hoe het hem lukt om het licht in zijn werken te brengen.

Buiten zingt de merel haar hoogste lied en valt uitgerekend samen met het lezen van een citaat van Monet op de achterzijde van het boek. ‘Ik zou graag schilderen zoals de vogel zingt’. Toeval bestaat niet. In de trillers van de merel hoor ik de harmonieuze schoonheid die Monet wil vangen, maar bovenal de bezieling waarmee de kleine zwarte gieteling het lied brengt. Ik kom de vakantie wel door, want hierna ligt het boek van Cézanne klaar.

We gaan naar het Plateau van Herve met de glooiende groene heuvels. Daar was het ook, dat we met de vakanties in Hombourg het zinkviolenveld ontdekten. Een zijbeek van de Geul stroomde langs het grote gele kleed van zinkviolen. Eindeloos konden de kinderen dammen maken in het koude riviertje met de kiezels van de oever.  Het waren de zorgeloze dagen van weleer. Zo’n veld is uitermate geschikt om vast te leggen. Aquarelverf, penselen, pen en schetsboek mee, het wordt een vakantie in woord en beeld.

Nu eerst de tas weer. Inpakken, uitpakken nog eens inpakken. Besluiteloosheid overboord gooien en spijkers met koppen slaan. Zeven dagen van een beperkte keuze en toch van regen tot zonneschijn. ‘Laagjes’, hoor ik mijn moeder fluisteren. ‘Wat je aan kan en ook weer uit’. Vanuit een ooghoek zie ik de witte Trevira vestjes weer lopen, op een blauw geplooide Terlenka-rok, de steunkousen en de ‘makkelijke’ schoenen, stevige stappers. Mijn moeder en mijn tante, arm in arm op een dag vrij reizen.

Voor elke dag een setje. De tas kan dicht.