Uncategorized

Een minieme poëtische noot

In de Volkskrant een interview van Frénk van der Linden en Pieter Webeling met twee iconen van ouderdom, Maja van Hall en Hedy d’ Ancona. Vrouwen die in mijn prille ontwaken, vroeger, al aan het feminisme trokken en op de barricaden stonden om paden voor ons  te effenen. Beiden met verlies achter de rug. Maja heeft haar dochter verloren door koolmonoxidevergiftiging op een logeeradres. Die was op dat moment slechts zeven jaar oud. En haar man Eylard van Hall is dementerend en verblijft in een verpleegtehuis. Hedy’s man Aat Veldhoen overleed na twee hersenbloedingen. Een prachtige foto in de krant van het Henna-hoofd van Maja en de woeste krullen van Hedy, respectievelijk luipaardprint en een stevige ruit tegen de dreigende schoonheid van een horizon.

IMG_0958

Verlies, hoe verwerk je het. Voor Hedy was het hartverscheurend op het moment dat ze zich realiseerde dat het onomkeerbaar was. Alzheimer is ‘als een dief in de nacht’, vindt ze en eigenlijk is ze al in de rouw om het verlies van de oude Eylard. Hier schrijven twee vrouwen ruim tachtig jaar geschiedenis met leven en dood, met strijd en berusting maar geestelijk nog steeds veerkrachtig. Samen ergeren ze zich aan het beeld van de ouderdom en dat men vindt dat je met compassie naar ouderen moet kijken. Dus eisen ze een gelijkwaardige behandeling, met de kanttekening dat ouderen zelf ‘niet als een oud theezakje’ in de hoek moeten gaan zitten, maar het óók moeten verdienen, net als iedereen. Dat houdt in ‘strijdbaar zijn en opkomen voor je recht.  En ineens zie ik een verrimpelde sufragette met een trotse blik en een fiere houding, op een duin staan met wapperende rokken, een stembiljet in haar ene hand en een stut in de andere. Oud en strijdbaar tot de laatste zucht. Dat roepen de vrouwen op.

 

Dat jeugd ook veel potentie heeft, bleek gisteren wel uit het eerste uur van Zomergasten van de VPRO, die ik in de herhaling terugkeek. Glenn de Randamie, bekend als de rapper Typhoon, was voor mij een openbaring in het gesprek met Janine Abbring. Hij stelde zich open en eerlijk op, bleek een grote voorkennis te hebben over de geschiedenis en het verloop van het racisme, bekende schuldgevoelens over het feit dat er zowel slaven als slavenhouders onder zijn familie voor bleken te komen. De strijd van de grote drie, Martin Luther King, James Baldwin en Wether Martin kwamen voorbij. Hij maakte vele reizen naar de roots van zijn bestaan en die van de muziek. Hij noemde de documentaire, die ik afgelopen jaar ook zag, van het veelbewogen leven van Miles Davids en de kracht van diens authenticiteit en zijn vernieuwingsdrang.

 

Tikte de jazz aan en het belang ervan voor de hiphop-cultuur, een verrijking voor mijn kennis op dat gebied. De opening was een loflied op de natuur aan de hand van de film ‘Copying Beethoven’ wiens stilte door de doofheid, op een hoger plan weet te tillen, met als overeenkomst de voorliefde voor de bossen, de rust die hij ervoer en de verbinding met dat wat hoger reikte dan de mens. Vandaag deel twee neem ik me voor. Eerst moeten deze indrukken bezinken. Wat een bijzonder mens, de man die de vrijheid zo hoog in het vaandel heeft, de vrijheid om jezelf te kunnen zijn.

 

De bloemenwinkel vlakbij gaat vandaag een veldboeket naar buurman brengen, die gisteren geopereerd is en niet meer de oude zal zijn. De rolstoel werd gisteren bezorgd. Vier trappen op, buuf en buur in het ziekenhuis, dus zoonlief hielp het geval omhoog tillen. Dat is de verschuiving die veel te weeg zal brengen. Hoe rol je vier trappen af waar een lift ontbreekt. We wonen al dertig jaar naast elkaar. Eindigheid. De veldbloemen zijn de compensatie voor het gemis van de volkstuin waar hij normaal zomers lang vertoeft. Geenszins een compensatie voor het verlies, maar omdat het leven grillig haar weg kiest. Een minieme poëtische noot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Rake woorden zeggen alles

Hij zat op zijn balkon met een mismoedig gezicht. De ogen staarden in wat verte had kunnen zijn, maar nu slechts de betonnen gevel van het huis was. Zijn stem, doorgaans luid bassend aanwezig met dat rauwe randje, klonk nu omfloerst, bijna onverstaanbaar. De woorden kwamen plotseling, want ik had hem in eerste instantie niet zien zitten, omdat ik de aandacht had gevestigd op de planten en het begieteren ervan. Lavendel schudde haar kleine grijze blad, de krulpeterselie plenste neer, de campanula had al weer een nieuwe voorraad bloemen in knop paraat.

‘Ik ben net terug van vier dagen ziekenhuis.’ ‘Ha buurman ik had je niet zien zitten’, schrok ik op. ‘Vier dagen en ik was blij dat ik weer naar huis mocht.’ Het bleek dat hij de operatie, waar hij lang op had gewacht, eindelijk had ondergaan. Daar kwam de toonloze somberte niet vandaan. Die stak in het verwerken van zijn sterfelijkheid verstopt in andere lichamelijke symptomen. Zo anders was de aanblik dat het me, vannacht, met zijn verhaal wakker liet worden. Buur op mijn netvlies, waar nooit sprake van was.

Die ochtend was vroeg begonnen. De Penne met Pesto-salade als recept stond binnen een uur uit te dampen. De basilicum bracht haar zomer mee aan kleur en geur. Er lag nog maar een komkommer in de koelkast en voor een weeshuis aan paprika. De zoete punt mocht erin. Alles ontpit en fijn gesneden met een vinigraite van appelazijn en honing. Voor het vervoer had ik de grote canvas tekenrugzak bedacht. De penne met pan en al, ingesnoerd in een plastic tas, zodat ze geen kant meer op kon schuiven en de komkommer in een bakje. Drie flessen water mee, brood erbij en klaar. Om elf uur stonden alle toegangswegen rondom Utrecht zo vast als een huis, net als de dag ervoor. Ik weet het aan wegwerkzaamheden. De sluiproute kende ik op mijn broekzak en een half uur voor aanvang waren alle voorbereidingen rond.

IMG_0917

De tuin straalde een vredig tafereel uit met een tafel onder de appelboom en een minitafel voor de jongens. De penne en de komkommer in de schaduw, brood snijden en klaar. De meute was welkom. Het werd een waar feest. Jongste had alleen nog niet geslapen en was over het kookpunt heen, ondanks de wandeling naar de stookhandel verderop voor de koffie en het toilet. Mijn koeterwaals aan Frans was er door de Frans-loze jaren niet beter op geworden en met de plastic kap voor de mond van Maman werden de woorden een raadsel pur sang. Dochterlief vertaalde en zo werd het allengs beter. Meer van dat soort oefeningen heeft een mens nodig. De pasta ging erin als zoete koek en de frisse watermeloen, ‘pas Mélon (dat is voor de gele) maar Pastèque’ vormde met braam van het ‘Jip-en-Jannekepoortje’ en pruim van de ‘boom zo vol geladen’ achter een heerlijk dessert.

IMG_0949

Een spel in de schaduw dreef de ongedurigheid om het ontbreken van pc-mogelijkheden weg en Dribbeltje speelde met de Chinese parasol. Tegen drieën zwaaide ik de karavaan uit, waarna meer dan de stilte viel.

IMG_0946

Dochter appte. ‘We hebben per ongeluk je fototoestel meegenomen.’ ‘Ik had ook buit,’ appte ik terug en daarmee was voor de volgende dag een nieuw bezoek gepland.

IMG_0950 De buit

“s Avonds hield buur mijn gemoederen zo bezig, dat ik niet de rust had om die sympathieke lange zomeravond op televisie te volgen. Dat komt vandaag met de volle aandacht erbij. Dat verdient de sympathieke eerste gast, de rapper Typhoon. Hij sprak in ieder geval al de legendarische zin: ‘Hoeveel liefde ik kan ontvangen en kan geven, dat is wat mij definieert. Niet mijn huidskleur.’ Rake woorden zeggen alles.

Uncategorized

Geen werk zonder honing

Wie zich eenmaal mengt in de wereld van de waterplanten raakt verstrikt in een sprookjeswereld met namen als De ruwe Bies, de vleesetende Bekerplant, de Krulpitrus, de Dwergkalmoes, de Lidsteng, de hangende Zegge, het Groot Hoornblad en allen hebben stuk voor stuk ook lange Latijnse namen. Aan elke naam kleeft wel een nieuw verhaal over een nimf of een waterkabouter, over moerassen, witte wieven, briesende watermonsters, galoperende drasland-eenhoorns, moeraskoningen en zombies met haren van waterwier. Ze denderen aan beeld voorbij.

IMG_0911

Twee zuurstofplanten en een assorti zwemplanten gaan mee naar de tuin, alsook een visnet om het slijk op de bodem van de vijver eruit te vissen en kiezels om de bodem te bedekken. De solarpomp was er niet, maar de rest kon gewoon doorgaan. Operatie anti-kamikaze kon beginnen. Ik had besloten om het water tot de rand te vullen en zorg te dragen voor wat blad, als houvast voor kikker of verdwaald ander gedierte. Engel nam alles in ogenschouw, goedkeurend leek het. Ze stond er in ieder geval vredig bij.

025   091

In de oude Hortus in Utrecht zijn de waterpartijen onder andere de kracht van de tuin. Als ik sterke behoefte heb om even tot rust  te komen, dwaal ik het liefst daar mijmerend rond onder de grote oude gingko, tussen die verweerde stadsmuren en de prachtige kassen. Het is een wereld aan ideeën en inspiratie, achter elke aanleg steekt een visie of een verhaal. De harmonie tussen alles wat er leeft en groeit is groot. Zo zou het leven moeten zijn. Versterkend en gestimuleerd door elkaars aanwezigheid.

Alle buren zijn op de tuin aan het werk en op de hoek vieren ze feest, met familie, groot zonnescherm, kinderen die uitgelaten spelen bij de sloot. De oude komt even aan en vertelt over het kleine bed dat hij aan het maken is in zijn kas. Twee oude antieke poten moeten de voorkant vormen. Tussen de bedrijven door hoor ik hem zagen, klotteren en boren.

Vriend de achterbuurman vertelde hem van een handig kant en klaar bed bij een woningmagazijn, maar de eigenzinnigheid van de oude won. Hij heeft zo zijn eigen kijk op nieuwerwets gedoe. Uit hetzelfde bouwjaar staat hij altijd nog met één been in het verleden en soms met zijn hele hebben en houden. Eindelijk kon ik duiden wat hij precies onder zijn slangenbezweerders verstond, omdat hij ze nu aanwees. Het waren palen met zilveren koppen door de hele tuin heen. Officieel heten ze tuinslanggeleiders.

De broeiende warmte hing zwaar in het wolkendek. Soms brak de zon door en was het alsof de natuur haar lampen op volle sterkte aanknipte. Het zag er bijna feeëriek uit. Ik trok nog even de brandnetels weg op plaatsen waar morgen de kleinzonen langs zouden lopen tijdens de lunch. Ze komen bramen plukken en nemen de Franse oma en opa mee. Tussen de bedrijven door bedacht ik alvast een koude pasta voor hen.

IMG_0915

Onder de fruitbomen snoeide ik nog wat dor hout weg en wilg, vulde de vlinderschotel bij met gevallen pruim en toen alles gedaan was, wachtte een koude rosé en het boek van Juli Zeh. Geen werk zonder honing.

Uncategorized

Met een (uit)gerust hart

Bij een vorig bezoek aan de Vlindertuin in de nieuwe Hortus op de Uithof, waren alle vlinders, te kust en te keur, te bewonderen op de bordjes met voos fruit. Appels, kersen, en banaan bleken aanlokkelijk voor de meeste soorten die gehouden werden in de grote broeierige kas. De bordjes stonden in kleine open vitrines, zodat je zowel aan de binnenkant de zoetekauwen kon bewonderen, maar ook aan de buitenkant van de kas, op ooghoogte en er vlak voor. Wat een prachtgezicht om te zien.

IMG_2052   IMG_2045 Hortus

Toen ik eergister de overrijpe kersen, door vogels van de bomen geplukt en vervolgens gevallen, op de grond zag liggen, herinnerde ik me het beeld van de vlinders op het bord weer. Het waterbakje voor de vogels was veel te klein. Dat kon een prachtige vlinderschotel worden door  er mijn geraapte rottende pruimen en appeltjes in te doen.

Bij een inspectieronde door de tuin ontdekte ik in de vijver een kleine kikker, meer dan morsdood. Hij dreef op zijn rug en lichtte op in het donkere stilstaande water. De vijver is een klein probleem. De kanten zijn te stijl, de arme dieren die er per ongeluk in terecht komen, kunnen niet meer weg. Het is een kamikaze-vijver geworden. In mijn overwegingen komt een aantal oplossingen voorbij. Óf de bak leegscheppen en hem dieper graven, óf er meer water in doen en aan de buitenkant de grond ophogen, óf de bovenkant eraf zagen, óf zorgen voor vlondertjes en trappen. Bij het bestuderen van eventuele voorkomende problemen blijken er nog legio andere aanvullingen te zijn. Controleren van de waterhardheid, zorg voor voldoende CO2, bestrijden van de zweefalg door beplanting. Beweging helpt. Dus toch een mini-solarpomp en wat vijvergroen  erin. Dat wordt eerst grondig leeg scheppen en enkele gieters water erbij. Altijd in voor een nieuwe uitdaging. Engel zal tevreden zijn en de dieren rondom haar ook. Een mooie nieuwe actie voor de volgende dag.

IMG_4554  IMG_4564

De margrieten zijn uitgekomen en staan prachtig ton-sur-ton te zijn met Engel in haar nieuwe witte kleed. De witte anemonen staan dik in knop. Ik zou ze wel bloeiend willen kijken, maar natuur laat zich niet opjutten. Alles kent haar eigen tijd. Dat is het rustgevende van de tuin. Rondom staan alle schakeringen tussen diepdonkerrood en diepdonker paars. Scabiosa naast Zeeuwse knop en phlox, bergmamot en de dagkoekoeksbloem gezusterlijk naast elkaar.

IMG_0902

De broei komt aan het eind met een late namiddagzon. Als de stoelen uitnodigend staan te wenken terwijl de zwoegdruppels zich een weg vinden over het verhitte gezicht. Stil genietend van het uitzicht zie ik plotseling het bont zandoogje neerstrijken op mijn vlinderschotel. Ze snoept minuten lang van de rotte appeltjes en is goed te bestuderen.

IMG_4550 Bont zandoogje

Straks met de wespen zet ik mijn lokkertje( ‘ouwe vlinderlokker’ zei vriendin )bij de vijver. Wie weet blijven de wespen dan uit het glas. Het zijn ongediertebestrijders eerste klas, dus als je de strijd tegen bijvoorbeeld de muntkever aan wil binden, wacht je op wat aan wesp op het fruit afkomt. Tuin is bij uitstek een wereld Godfried Bomans waardig, de auteur van een van mijn lievelingsklassiekers met de titel: ‘Erik of het kleine insectenboek’. Er zijn zoveel nieuwe hoofdstukken bij te schrijven als je op ooghoogte door het struweel spiedt.

IMG_0909

Als ik thuis rust vindt op de bank en het gevoel heb bespied te worden, kijk ik door het riet naar het balkon. Daar zit Pluis, of eigenlijk, daar ligt ze op het richeltje van de balkonmuur, waar ze in het verleden eens overheen is gekukeld en kijk me een tikje hooghartig aan. ‘Ik zie je wel’ seint ze door. Altijd goed te weten dat er gewaakt wordt. Ik kan gaan slapen met een (uit)gerust hart.

 

 

Uncategorized

Zoonlief

De lucht hing laag en dreigend bij mijn tocht naar de brievenbus om de krant eruit te vissen. Boven gekomen op de galerij hapte ik naar lucht, waar de miezerplanten van de eerste bewoner zich vlak onder mij  uit de bak worstelden, terwijl het bij de buren welig tierde. Voetstappen in de ochtend op een stille galerij klinken als in een roman. Uit mijn bakken plukte ik de verschrompelde geraniumbloemen en mompelde goedkeuring. Er hingen dikke droppels aan.

IMG_0767

Koffie, de krant en het voornemen. Eerst schrijven en schilderen, dan toch nog even naar de tuin. Te laat, als elke ochtend, wissel ik ze in. Rode linten verschijnen aan de beker. Pluis komt aangehuppeld, verstopt zich aan de achterkant van de ezel, achter de staande doeken, om dan plotseling naar voren te schieten en schuift over de gladde vloer. Verbaasd blijft ze staan.

IMG-0899

Op pad met de kleine blauwe, trekt de lucht nog zwaarder aan en alle grijsschakeringen tussen Davy’s Grey en Ivory Black trekken voorbij. Als ik naast het tuincentrum de weg naar de tuin opdraai, breekt het luchtdek open en stort haar plantengeluk over het vlakke land. De tuin ligt een kilometer lopen van de poorten van het complex. ‘Je bent niet van suiker’ klinkt het besmuikt in mijn oor, maar ik negeer het. ‘Vandaag ben ik suiker’ geef ik als repliek. Hup, snel met de kleine blauwe prins naar de kringloop, daar ben je algauw minstens anderhalf uur onder de pannen. Tussen de ‘nieuwe’ snuisterijen roept een kleine pop me, ze zit stralend tegen een post van de kast aan. Cadeautje voor kleindochter in het kader van ‘Jong geleerd is oud gedaan’ en ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’. Opvoeden vanuit een breedspectrum perspectief.

IMG_0900

Tussen de boeken, uren en uren kan ik er toeven, vind ik een boekje van Kees van Kooten over zijn moeder Annie. Ze blijkt heel veel geschreven te hebben, gedichten haiku’s en songteksten die ze ‘lappen van smart’ had gedoopt. Haar laatst gelezen boek  is ‘Het Gesloten Huis’ van Matsiers, daarover noteerde zij: ‘Het mooiste dat ik ooit over afscheid nemen heb gelezen.’ In dat boek vraagt de moeder aan haar zoon ‘Je gaat toch niet over ons schrijven als we dood zijn hè.’ Annie heeft het Kees nooit gevraagd, omdat ze wel wist wat hij zou gaan doen. Kees omschrijft het met een prachtige zin:  ‘Veel schrijvers kunnen pas met hun dode moeders verder leven als zij het hebben opgeschreven.’

Zijn moeder had al 20 jaar een euthanasieverklaring op zak. Hij en zijn zus besluiten er gehoor aan te geven door haar geen scan te laten ondergaan of een sonde te geven maar morfine te vragen om haar zo te behoeden voor erger, na een val van de trap in het verzorgingshuis, waarbij ze inwendige kneuzingen en een hersenbloeding had opgelopen. Ze houden zielsveel van haar. Hij schrijft: ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden.’ Het eeuwige dilemma tussen dat wikken en wegen of het moment van loslaten gekomen is en de liefde die hardnekkig vast blijft houden en eraan blijft trekken. Zolang je nog lippen vochtig kan maken een hand door het haar kan strijken, is het gedeelde leven tenminste tastbaar aanwezig en dood is vooralsnog op afstand.

Als ik met boek en pop in de hand naar de uitgang van de kringloop ga, trekt het dagelijkse leven onwerkelijk aan me voorbij.

IMG-0898 https://oliewinkeltje.ccvshop.nl/

Thuis ligt er een kleine doos in de brievenbus, een brievenbuspakket van het oliewinkeltje. Als ik het openmaak ben ik ontroerd. Drie flesjes patchouli, een gelukspoppetje en een Yogatheezakje in een prachtig appelgroen vloeipapier. Als emoties toch al aan de oppervlakte borrelen komt alles binnen. Als er dan ook nog een grote doos met dank van het ziekenhuis staat, een koeltas, die je aan de fiets kan klikken, een hammamdoek en een boekje met wandelingen en fietstochten hier in de omgeving, kon het niet anders. Alles aan dankbaarheid en liefde vloog zonder aarzelen en met volle overtuiging in de ‘Melanzane alla parmigiane’, de beloofde aubergineschotel voor zoonlief.

 

 

 

Uncategorized

Goeie dingen komen altijd in drieën

In een interview van Lodewijk Dros met Yolanda Entius, recensent en schrijver, in de laatste Letter&Geest bij de zaterdageditie van de Trouw, zegt ze ergens: ‘Ook de lezer schrijft het boek, dat is het goede van literatuur.’ Die zin blijft hangen, ook na de volgende interviews en de zomeredities, die als leesvoer volgen. In mijn leesclub wordt het bevestigd. Als je in lagen leest, is dat anders dan wanneer je vooral taal consumeert, welke personen je volgt, of dat je oog blijft hangen op het landschap, welke herkenning je vindt in het referentiekader. Vele wegen leiden naar Rome. Dat zorgt ervoor dat we altijd de diepte in kunnen  op zo’n literaire avond en er volop uitwisseling is. Zonder lezer is het boek slechts een uitgeschreven gedachte, niets meer en niets minder. Er staan meerder interviews met recensenten in die tevens schrijver zijn. Vrouwkje Tuinman, die toegeeft door het recenseren wel ‘wat leesonbevangenheid’ te zijn kwijtgeraakt maar nog altijd een ‘alleseter’ is en Gerwin van der Werf die ‘op een moreel kompas vaart’.

IMG_0894

Bij het recenseren van de kinderboeken laat ik me vooral leiden door het gevoel dat het verhaal oproept en ook de mate waarop ik mezelf  erin verlies. Zodra ik erin wandel en de deuren van mijn omgeving slaan dicht, weet ik dat ik goed zit. Die boeken beschrijven is vooral je hart volgen. Lampje van Annet Schaap was er zo een en de Gorgels van Jochem Myjer bijvoorbeeld, maar ook ‘Het huis met de schuine vloeren, pratende ratten en raadsels op de muren’ van Tom Llewellyn. Eenmaal naar binnen gezogen laten de bladzijden je niet meer los. Zo’n boek verslindt tijd waar jij letters, woorden en zinnen verslindt.Het zijn fijne werelden om in te toeven. Ik, de lezer, geef het vorm door de beelden in mijn hoofd en de gedachten die het losmaakt.

Ik zal de vertrouwde Letter & Geest missen en kijk ondertussen wel uit naar de nieuwe vorm: ‘Tijdgeest’, waarbij  ik hoop dat de literatuur en de filosofie net zo veel ruimte krijgen. Vooralsnog is verandering vernieuwing en of het verbetering is moet nog blijken.

IMG_4512

Buiten druilt het, wat de planten heerlijk zullen vinden. Het weer doorbreekt sleur met haar grote wisselingen. Gisteren hing er een grote vis in de sloot, vlak onder het oppervlak. Ik vermoed een brasem, maar ik weet er te weinig van af om hem aan de vorm te herkennen. Als een schaduwvlek doorkliefde hij de weerspiegeling. De bewoonster aan die kant van het complex keek verbaasd naar mijn verrichtingen: ‘Wat was er zo de moeite van het observeren waard?’ las ik in haar ogen. Even later bij de gonzende bijenkorven bleef ik weer turen. Veel volken met een heerlijke bedrijvigheid. Achterdochtig keek ze me na als noeste eigenaar van een echte moestuin met rijen planten, die groot moesten komen. Stadsmus als ik ben met mijn bloementuin. Ze boog zich weer voorover, om lang dubbelgeknikt haar onkruid te wieden in de brandende zon.

IMG_4516

Engel had ik in de hand met beschermende papieren handdoeken eromheen. Bijna koesterend. In het atelier nog een laatste schaaf schuurpapier en afwitten met echte acrylverf. Bijna plechtig zette ik haar op haar voetstuk toen ze, na het snoeien, was opgedroogd. Vlinder kwam me tot twee keer toe bezoeken. Misschien rook ze het rottend fruit op het kleine tafel er tegenover. Een Atalanta. Als ik bewoog of verschoof klapte ze in haar vleugels.

IMG_4542  IMG_4541

De oude kwam verhalen van zijn nieuwe kachel en was verbaasd over de herrijzenis van de engel. Hij had wel wat lijm om haar vast te zetten op haar voet. Geen slecht idee, dus zo geschiede. Ze stond er stralend wit, vernieuwd en toch vertrouwd, want dat kan ook. Dezelfde houding van het kopje, voorovergebogen naar de schelp in haar beide handen. Ik prees de strakke moderne zwarte kachel van de oude de hemel in en vervolgde mijn pad.

IMG-0887

De patchouli vond ik online in ‘het oliewinkeltje’, even nostalgisch als haar koopwaar. Drie flesjes worden zo gebracht, heeft de post me beloofd in een mail. Goeie dingen komen altijd in drieën.

 

Uncategorized

Bij de gedachte alleen al

De rituelen van de ochtend duurden langer dan gewoonlijk. Het kwam door engel, die al dagen mijn aandacht vasthoudt. Met een miniem schuurpapiertje, schaafde ik haar te ronde vormen vlak, waardoor het gezicht van oude bes, evenbeeld van haar schepper, engelachtiger werd. Althans, zoals haar vijverhoofd voorheen was. Vanmorgen na de krant en de koffie, mocht de eerste laag goedkope acryl erop, om alvast de indruk van een eenheid te scheppen. Het tubetje actionverf had ik liggen van het stenenverven bij het oogstfeest van vorig jaar. Toen nog wel. De oogst is dit jaar groot, maar een feest zal het niet worden, of tenminste, het zal uiteenspatten in individuele vieringen.
Engel dus, in het blanketsel. Ik stel me haar voor tussen het struweel en het streelt de gemoederen. Rust waar het de onthoofde engel betreft.

IMG_0881

App van dochter of ik mee kwam oppassen op twee neefjes van de oudste. Samen met haar dochter hadden ze in een oogwenk de kamer omgetoverd tot speelparadijs door alles wat in manden zat, duplo, pop, keukengerei, lawaaiauto’s en pratende Nijntjes te verspreiden over het vloeroppervlak. Ook de schommelband en de loopfiets vonden gretig aftrek. Tussendoor was er thee en gesprek, maar doorgaans werd er vooral gezongen, voorgelezen, gedanst op Nijntjes muziek, en hadden we een dispuut over vaders, die vaders blijven, ook als ze dood zijn. In dit geval Dick Bruna, de geestelijke vader van Nijn. De sprekende Nijn met haar blikken geluid: ‘Joehoe, waar ben ik dan’ vond gretig aftrek bij ons dribbeltje, die met zijn bassende stemmetje  en met Nijn aan zijn oor haar nadeed. ‘Joehoe’.

IMG_0862

Aandacht verdelen tussen de twee broertjes die een apenliefde deelden en kleindochter, die een voorkeur voor voorlezen had. Op een gegeven moment zaten de jongsten allebei op schoot te luisteren naar de dierengeluiden uit het boek, zat de oudste te legoën aan tafel en vond ik een soepschildpad in een boek over de natuur. Dochterlief bereidde de maaltijd, wraps met lekkernijen om te vullen. Thuiswerkende schoonzoon kwam een koffie halen en er werden zelfgebakken koekharten uitgedeeld, omdat de liefde nog altijd door de maag gaat.

Oudste zoon werd bij een vriendje opgehaald en met de komst van Pa en Ma van de beide broers konden we aan tafel met elkaar. Er werd gepraat, er viel een traan, er werd gelachen maar bovenal gedeeld. Zomaar weer een feest, midden in de week. Met drie exemplaren Letter&Geest ging ik weer weg, nagezwaaid met duizend kushandjes.

IMG_0883

Vóór het hele oppasverhaal was ik bij mijn favoriete toko om mijn tanende patchouli-voorraad aan te vullen met wat nieuwe flesjes. De vrouw keek weifelend en met een lichte aarzeling gaf ze aan dat het goedje uit de handel was genomen. Ik draag al jaren patchouli want parfum draag je. Honderden kinderen bij mij uit de groep herkenden me blindelings in het donker. Het was geen wereldramp. Net als mijn engel zal er wel een mouw aan te passen zijn, maar zelf patchouli maken behoort, geloof ik, niet tot de mogelijkheden. Ooit had ik van een bekende bloemenwinkel twee patchouli-planten opgestuurd gekregen na een bestelling, die met een zelfde vaartje het onderspit delfden. Helaas pindakaas. Een nieuwe queeste in deze komkommertijd van stilvallende bezigheden. Toch weer eens uitkijken naar patchouli-kruid.

Engel krijgt haar tweede laag, nu met een dekkende kwaliteitsverf, die ze verdiend. Ze straalt bij de gedachte alleen al.

Uncategorized

Wie weet

Alle zegen komt van boven. Er is ruimte voor thuiswerk. Het hoofdje van de engel houdt. Ze neigt met een kleine knik haar goedkeuring over het gewenste resultaat. Nu nog schuren, kleuren en aflakken. Het oude verweerde staat haar goed, alsof wijsheid in haar plooien is gekropen, maar eerst mag ze stralend wit, om daarna de jaren weer toe te laten op haar ultramarijnen sokkel.

IMG_0861

Vannacht belandde ik in een dorp in de voormalige DDR, nadat ik enkele hoofdstukken in het boek van Juli Zeh had gelezen. ‘Ons soort mensen’ geeft het dorpse karakter weer en dat is ook precies wat het verhaal behelst. Een inkijk in de levens en de intriges van een kleine dorpsgemeenschap waar verschillende belangen botsen met elkaar.De sfeer is er een van de ingehouden adem.

IMG_0860   IMG_0859 Lovende woorden

Ze bouwt met haar zinnen de karakters op. Ze staan levensecht voor de geest als je het boek verlaat. De droom was een logisch gevolg. Vannacht wandelde ik door Unterleuten alsof ik de bewoners allemaal persoonlijk kende en wilde waarschuwen voor de starheid waarmee ze hun verlangens naar voren schoven in de orde van het belang. Geen ruimte voor andersdenkenden. De milieuactivist, de paardenfluisteraar, de boze buurman, de grootgrondbezitter, de communist, ze waren allen overtuigd van hun persoonlijk gelijk. Vanmorgen werd ik wakker, terwijl ik al een uitstapje had gemaakt en nog net niet meegezogen werd in het geven van mijn voorkeur.

IMG_4490

De gierzwakluwen gieren er vrolijk op los onder mijn dakgoot, waar de kauwen eindelijk vertrokken zijn en hun luidruchtige gedrag geen wekker meer speelt in de vroege ochtend. Nu is het het gieren van die sierlijke vogels, waarmee ik wakker word en dat is geen straf. Vandaag vliegen ze laag. Het wordt een regenachtige dag, beloven ze. De insecten zitten laag, dus houden ze op ooghoogte boven het slaapkamerraam hun nijvere scheervluchten. Ze zijn me te snel af. Gisteren had ik er hoog in het blauw een voor de lens.

IMG_4526   IMG_4520

Door de hitte gisteren kwam ik slechts aan drie bedden wieden toe. De grond laat makkelijk los, ondanks de regen van vorige week. Voor me uit schieten de winterkoning, de merels en zelfs een puttertje steeds weer de pruimenboom in, die haar takken vol zoet fruit weet. Ze azen op de rijpe exemplaren, maar het is nog te vroeg om te plukken. Ook bij de bramen schiet het op. De houttuynia’s in de pot wurmen een bloem uit hun droge bestaan. Het zijn moerasandoorns, dus smeken ze met elke vezel water, maar het zijn pittige woekeraars. Ik hou ze voorlopig nog op hun plek. De oude maait, de achterbuurman maait en daar tussenin is er lome stilte.

https://plasticsoep.sites.uu.nl/wat-is-de-plastic-soep/

In het gesprek met kleinzoon gisteren kwam hij aan het eind van de ochtend met wat ideeën aan, waarbij de plastic soep toch wel op nummer een stond. Na de droom vannacht speurde ik internet af naar feiten. Op de site van de Universiteit Utrecht is een hele heldere uiteenzetting te vinden over deze plastic soep. Zo leer ik wat een gyre is en hoe het komt dat er op vijf plekken meer plastic drijft dan elders. Ze schrijven over plastic eilanden en de fantasie spitst haar kleine tentakels. Kom maar binnen en gooi het maar in het brein. Dan brouwen we een eigen soep. Of die soep lekker zal smaken? Wie weet.

 

 

Uncategorized

Waarom je van ze houdt

De ochtend lag er roerloos bij toen ik de deur van het portiek dichttrok en richting parkeerplaats liep. Zonovergoten zoals het betaamde op een feestdag als deze. Even daarvoor had ik voor het eerst sinds jaar en dag een lange broek en blouse gestreken. De glijdende bout over de stof, dat een een aangenaam glad oppervlak opleverde, de gevoelens die ondertussen heen en weer flitsten van feest, naar route, naar zomer, naar vroeger, hun vader op vleugels en de twee zonen, de moorkoppen om het te vieren en het ongewone, nee het bijzondere ervan. De bout streek niet alleen mijn kleding maar ook mijn gedachten glad. Mijn eigen meditatiemoment waar ik geen ‘om mani padme hum’ voor nodig had gehad.

 

Padma zo heette ook de kleine jongen van de documentaire van die middag. Hij werd in Ladakh in India geboren en bleek een reïncarnatie te zijn van een legendarische hoge Tibetaanse lama. Zijn oom zorgde voor hem, want Padma moest verenigd worden met zijn volgelingen. Hij wachtte tot hij gehaald werd, maar toen dat niet gebeurde nam zijn leermeester en peetoom hem mee om hem naar het klooster in Tibet te brengen, waarbij de tocht, voornamelijk te voet, dwars door India voerde. De hele film maakte een ongelooflijke indruk. Om het natuurschoon, om het leven met peetoom in diens kleine hut en de onvoorwaardelijke liefde tussen die twee, in de belevenissen van een rinpoche die ook kind is, om de moeder die achterblijft met een treurend hart, om het onvoorstelbare geloof dat hen kracht geeft om de barre tocht te maken. Toen de twee voor het Tibetaanse klooster afscheid moesten nemen van elkaar stroomden zowel bij hen als bij mij de tranen over de wangen.

IMG_3830

Maar ’s morgens was het feest. Zonovergoten zinderde het park met haar libellen als helikopters en de lelies in de gracht. De hoge zaal met deuren die aan alle kanten open konden en daarmee voor een heilzame koelte zorgde ademde feest met haar zilveren vlaggetjes. Een voor een druppelden de gasten binnen. Een bonte mengelmoes van mensen en culturen uit alle lagen van de vrienden van zoonlief en ons gezin. De studie, de voetbal, de buurt. Zo’n zestig mensen, veel jonge gezinnen, 35 jaar tezamen op een zondagmorgen.

IMG_4456

Twee keer werd er luid gezongen voor beide zonen. Er was soep en er waren lekkere broodjes, volop te drinken. De kleintjes werden zoet gehouden met nog een fles, korstbroodjes, crackers, en de bellenblaas waar helaas ook een toetertje aanzat, die de kleinzonen al gauw ontdekt hadden. Ze toeterden de jarige joppen naar hun nieuwe jaar toe. De allerkleinsten visten tussen de broodjes de zeepbellen eruit, die moeder blies of ze probeerden het zelf met een gretigheid waarmee het stokje bijna in de mond verdween. Kleine garnalenvingers van twee-jarigen zijn dwingelanden hoor.

IMG_4480 Schoon op.

Ik kwam dochter en manlief met haar drie jongens al op de parkeerplaats tegen en we kuierden samen op. De middelste kleinzoon vroeg me het hemd van het lijf. ‘Oma?’ ‘Ja lieverd.’ ‘Waarom schrijf je geen boek. Als je nou iedere week een verhaal schrijft, nu de Yaya-kronieken zijn afgelopen…’ ‘Dat red ik niet hoor, een verhaal per week.’ ‘Nou een keer in de maand dan. Ja, dan heb je’-ik hoorde de hersentjes kraken terwijl hij aan het tellen was- ‘tien, uh nee, twaalf boeken.’ ‘Dat is waar.’ ‘Dan verkopen we ze op marktplaats en dan wordt je rijk.’ ‘Wat een prachtig voorstel, maar lieverd, boeken moet je uitgeven.’ ‘O, dan geef je ze uit en verkoop je ze op marktplaats.’ ‘Meestal verkoop je ze dan in een boekwinkel, maar dan moeten ze heel goed zijn.’ ‘Maar oma, dat zijn ze ook.’

Soms hoef je niet te vertellen waarom je van ze houdt.

Uncategorized

Toen het leven nog rijker werd

Klaar was ik om uit de veren te springen, maar toen appte vriendinlief dat ze niet mee kon met de leesclub naar de theetuin in Millingen. Daar hadden we ons allemaal heel erg op verheugd. Samen uit, samen thuis is nog steeds een mooi principe. Op de vraag of andere vriendin en ik dan samen zouden gaan, aarzelde ik. Dat kon gewoon niet voor mijn gevoel. Wonderlijke principes komen dan ineens om de hoek kijken, de vier musketiers en in dit geval vijf. ‘Allen voor één en één voor allen’.  Ik besloot  het boek van Chabot, waar ik al in bezig was, uit te lezen, dan was ik in gedachten toch bij de boekenclub. Dat koste geen moeite, want het leest als een trein. Het lukte bijna.

IMG-0827

’s Nachts had ik een visioen gekregen hoe het hoofdje vast te maken op de onthoofde engel. Het eerste hoofd was veel te groot, dus nu in proportie. Het lukte wonderwel. Niet zo gepolijst en mooi als haar originele koppie, maar de houding was goed. Als de klei droog was en ze hield zich goed dan zou ik daarna alleen nog maar een beetje moeten schuren en schaven en aflakken. Maar de zon zette door en trok en trok aan mijn verlangen.

IMG-0834 Jip-en-Janneke-bramenpoortje

Toch even richting tuin om te maaien. Aan alle kanten waren de buren door het mooie weer weggelokt uit dagelijkse beslommeringen. Ook hier werd geschaafd. De achterbuuf lag op haar knieën te wieden en de buuf links besloot met me mee te maaien, dan hadden we maar een keer lawaai. Na het gras moest de doorkijk weer meer open. Door ons Jip-en Janneke bramenpoortje kon ik de achterkant goed snoeien. Die poort is de aanvulling op de literaire tuin met mijn twee Vasalis-appelbomen aan een stam, The wind in the willows van Pooh, die oase als in de Geheime Tuin van Hodgson Burnett, met de merels en de winterkoning en nu een stukje Annie.M.G. Schmidt toegevoegd met het poortje.

IMG-0840 Komkommerkruid/Borage/Bernagie

Het bloeide en groeide door de regenachtige dagen welig. Het gras van de maaier mocht niet meer onder het groot hoefblad, dan maar onder mijn eigen struweel. Een van de komkommerkruiden bloeide uitbundig en deed de naam van de Bernagie eer aan. Achterbuuf kwam even kletsen en we zaten op het pas gemaaide gras, een groen tapijt van zachtheid. Ik stopte al het gesnoeide hout in oude plastic tasjes, want ik was vergeten vuilniszakken te kopen en we trokken naar haar tuin, toen dat klaar was. We deelden mijn restant wijn uit de grote bloempot en de meegebrachte salade Caprese, buuf en haar man hadden knabbelchips en alcoholvrij bier. Zo werd het na hard werken in de late namiddagzon genoeglijk en knus.

Andre met daan en michiel

Vandaag weer een stralend begin. De jongens zijn jarig. 35 jaar geleden was het in de vroege ochtend om acht uur dat ik aan de deur van het ziekenhuis stond. Ik  had de drie dunne Vasalisbundeltjes onder de arm en een fles wijn voor de arts, maar tijd om te lezen was er amper. Om twaalf uur lagen onze twee zonen onder de lamp in de couveuse. Een maand te vroeg maar blakend van gezondheid. De jongste had een beetje knel gezeten en daardoor was alles in gang gezet. Die kleine couveusekindjes zijn inmiddels stoere sterke mannen. Straks gaan we met elkaar ontbijten in het parkrestaurant op net zo’n zonnige dag als toen, toen het leven nog rijker werd.

 

Uncategorized

Met zon en luchtigheid

Het uitgaansleven draaide weer op volle toeren, te horen aan het gerammel van de fietsen over straat en het geklater van de stemmen tegen de muren. Toch sufte ik weer wat weg en werd wakker met eindelijk weer licht en lucht in de bomen. Het was een heel ander gezicht dan de somberte van de donkere schaduwen voor het raam als het grauw en grijs was of als het siepelde van de regen.

IMG_0818

Gisteren was ik een beetje brak en de enige remedie daartegen is een krachtsoep naar oud en eigen recept. Bouillon trekken met verse rode ui, gefruit in olie, verse kruiden als koriander, peterselie en bieslook, aangevuld met ketoembar, koenjit en djahe,  champignon en wat bleekselderij, mie erbij en klaar. En rust. Gelukkig had de post mijn pakje bezorgd. Ik was van de week toch bezweken met al die mooie titels op het netvlies en nu kon ik met Bart Chabot en ‘mijn vaders hand’ (zonder hoofdletter) op de bank kruipen. Langzaam voelden lijf en leden beter en ook de geest verkwikte wat.

IMG_0822

Bart schrijft zoals hij spreekt en omdat zijn stemgeluid met regelmaat te horen is geweest op de televisie, vertelt hij zijn verhaal zelf. Tenminste, ik hoor hem doorsijpelen met de staccato zinnen in zijn boek. Hij schrijft zoals hij  praat.Met regelmaat val ik dwars door de zinnen heen naar mijn eigen jeugd. Een vader met losse handen, zo heette iemand die er op los sloeg vroeger. Er is herkenning op alle fronten.

Mijn vader was in de wijk degene die bij onmin gehaald werd omdat hij politieagent was. Het kwam met regelmaat voor dat hij een ruzie moest sussen of beslechten door te blijven praten als brugman en zo zijn gezag te laten gelden. Onze buurman kon er wat van. Hij en zijn zonen stonden soms als kemphanen tegenover elkaar, de oude rood aangelopen, met een nek die strak stond van drift, waar de aderen als kabels oplagen en ogen die zijn slachtoffer vastpriemden op zijn plek. ‘Waag het eens’. En altijd waagden ze, de jongens, want twee van het stel hadden een aardje naar hun vaartje.

Er komt ook geknutsel en geklooi met brommers aan te pas met zijn vrienden in de achtertuinen en schuurtjes. Het kon zo gek niet gaan of er stonden bij ons ook fietsen op hun kop en later brommers in de tuin om aan gesleuteld te worden. In het boek komen de merken langs: Kreidler, Zündapp of Berini, Puch, Tomos, Mobylette. Als je een sjorsklant was dan had je een Puch of een Tomos, als je een vetkuif was dan reed je op een buikschuiver en als je een meisje was dan had je een mobylette, maar ik had een kreidler voor dames. Geen stadse fratsen maar een stoere lange afstandrijder.

Bart lag in het bovenste bed van het stapelbed, dat hij deelde met zijn zusje. Wij hadden nog wel een meisjes-en een jongenskamer. Twee stapelbedden bij de meisjes, drie stapelbedden en een opklapbed bij de jongens. Hij had nog een laddertje om boven te komen, maar wij klommen aan de achterkant op de spijlen van het bed.

IMG_0821

Zo hop ik heen en weer met dit verhaal van nu naar vroeger, naar zijn ouderlijk huis in den Haag via het onze in het Ondiep in Utrecht naar het nu en hier, met Pluis aan mijn voeten. Het boek is nog lang niet uit. Er zijn nog aardig wat wandelingen te maken. Nu eerst in de benen, want de dag roept eindelijk weer met zon en luchtigheid.

Uncategorized

Goed lezen is een kunst

Vanmorgen kwam met de krant de column van Asha Ten Broeke mee. Ik lees haar graag. De titel was intrigerend en prikkelend: ‘Ik ben door de gaten van de wereld aan het vallen’. Een bekentenis naar aanleiding van het boek van Katherine May in haar boek ‘Wintering’, waarin ze schrijft: ‘Er zitten gaten in het weefsel van de alledaagse wereld.’

wintering

Prachtige beeldspraak van beiden. Er volgt een verklaring voor May’s definitie van ‘Wintering’, een braakliggende periode dat een mens overkomen kan en de oproep om toch vooral die momenten niet als een taboe te beschouwen. Ze vraagt zich af waarom we de winters vrezen. En daar, precies daar, gebeurt het. Een barstje in de verhandeling. Ik voel me in het geheel niet aangesproken. Ze veralgemeniseert nog door. Ze noemt het ‘de actieve acceptatie van droefenis’. In mijn gedachten gaan deurtjes open en dicht. Het is er een drukte van jewelste. Er klinken flarden door. Wie zegt dat ‘we’ de winter niet aankunnen, wie zegt dat ‘we’ droefenis wegstoppen, wie zegt… Het murmelt lange tijd door.

Er zijn vrienden en vriendinnen onder de mijne en ikzelf, die juist wel aan zichzelf denken en voor zichzelf zorgen. We weten dat de winterperiode een moment is van zelfzorg en onderduiken. We cocoonen de winter door en zijn zielstevreden. Even geen mensen, even geen meningen, even helemaal niets. Het virus zorgde dit jaar voor een soort kunstmatige winter vind Asha, maar ik heb zo intens de lente beleefd, dat ik die gedachte niet met haar kan delen. Het zorgde juist voor een flinke zelfreflectie en ik weet zeker dat dat anderen ook overkomen is doordat de hectiek van het dagelijkse leven  letterlijk stil viel. Angst waarde rond, cijfers en feiten, gissingen en meningen werden uitgewrongen in de kranten, maar de lucht was blauw en schoon, de rust weldadig, de vogels alom aanwezig en de bloemen en het groen weliger. De eenzaamheid zorgde juist voor een intense beleving van dit alles. Verdriet, angst, verlangen kregen een plek door er over te schrijven en te mijmeren, geen gaten in mijn wereld, maar een weefsel van draden om het verlies en het treuren om al die mensen die het zwaar hadden,  in te bedden en op te vangen.

Ik kan niet oordelen over het boek ‘Wintering,’ want ik heb het niet gelezen, maar ik voelde me niet aangesproken, vandaar de kleppende deuren. Wel is het fijn dat het bewust maakt  en Asha haar voornemens vertalen laat in de prachtige zin: ‘Laat mij alleen maar even mijn wortels zijn, dan kom ik later wel weer bloeien’.

IMG_0817

Als ik reviews doorspit blijkt het boek een kijk op de wereld te zijn door haar eigen persoonlijke bril. “There are gaps in the mesh of the everyday world, and sometimes they open up and you fall through them to somewhere else’ zegt May letterlijk en ook Asha beschrijft haar val: ‘Ik las Mays boek omdat ik door de gaten van het weefsel van de wereld aan het vallen ben’.

Zo, de deuren kunnen weer dicht. De aanleiding voor het schrijven van Wintering was een onderdompeling in een zware periode van haar leven door een plotselinge ernstige ziekte in haar familie, waarna ze met inspiratie de middelen vond om dit bevroren leven weer tot bloei te laten komen in een helende kracht. Winteren voor de een, somberen voor de ander, verankeren voor een derde. ‘Na regen komt zonneschijn’, klept Moeder nog even gauw door de deur en ‘Na lijden komt verblijden,’ vult oma aan. Het is goed. Er staat weer een nieuw boek op de verlanglijst. Goed lezen is een kunst.

Uncategorized

Alle zegen komt van boven

Wat is het een heerlijk gevoel als er een knoop wordt doorgehakt. Geen engel te vinden in het kringloopcircuit, dan maar zelf aan de slag. In mijn zoektochten had ik de zelfdrogende klei meegenomen. Naast allerlei professionele soorten als terracotta, bentoniet en chamotte vond ik ineens ook die goeie ouwe Das-klei. Dat bracht én herinneringen aan werk op school én de wetenschap dat er goed mee te werken viel. Dat had het verleden al bewezen. Er kwamen onlineadressen langs en winkels voor kunstenaarsbenodigheden, maar ook de boekwinkel hier op het plein. Een heerlijke bijkomstigheid was dat het een euro goedkoper was dan de online te bestellen plus een tientje aan verzendkosten. Spekkoper dus en op naar het plein.

IMG-0791

Eerst nog wel even wat werken aan het doek van de opdracht. Bij inspiratie moet je het ijzer smeden als het heet is. Het viel niet mee, een miniatuur hoofd dat weerspiegeld wordt, maar er ontstond iets terwijl de regen, soms druilerig, soms met pijpestelen, het balkon nat hield en Pluis troosteloos en verlangend naar buiten bleef kijken.

Bij de winkel kreeg ik er gratis een verhandeling bij over de slechte levering tijdens de crisis, want het goedje moest uit Italië komen ‘En U weet…’ Ik wist het, gelukkig was er nu weer voorraad en ik was de koningin te rijk. Natuurlijk moest de onthoofde Engel opgehaald worden om maatwerk te kunnen leveren. In mijn gedachte was ze groter en sneeuwwit geworden, naar de beeltenis van een aantal jaren geleden. Ze stond er op haar groene sokkeltje(een omgekeerde keramieke vaas)echter verweesd en verweerd bij.

IMG-0804     IMG-0806

In het atelier stonden al een aantal weken doeken te wachten op de finishing touch. Het was te nat voor het werk in de tuin. Waar de energie vandaan kwam weet ik niet, maar ineens kreeg ik de geest en achter elkaar sijpelde de concentratie door met vasthoudendheid tot er drie klaar waren. De voldoening was groot.

IMG-0803  IMG-0793

Een inspectierondje tuin zorgde ervoor dat de Bergamot weer recht stond, evenals de wilde Bertram die vervaarlijk voorover boog en zich bijna met het hart op het gras had gevleid. De vrouwenmantel weerspiegelde de schoonheid met grote dikke droppels als regenboogkristallen op het blad en de Melde leek wel een fijn spinrag met die glinsterende pareltjes in haar bloemtooi. Natuur was overtuigend.

lier Een poot van de liertafel

Bij het groeten werd ik door de oude uitgenodigd om zijn rariteitenkabinet te bewonderen. Op de maatkast aan de ingang waren twee ornamenten gekomen en op de grond was geen graspad meer, maar waren er grote witte marmeren tegels die hij een voor een per keer naar de tuin had moeten slepen. Er was vooral veel om te bewonderen. In de grote kas, waar hij nu zijn huis van had gemaakt, stond een antieke liertafel van zijn tante, opgekalefaterd en in oude luister hersteld, te pronken. Prachtig zag ze eruit. Een poot was gaan rotten en afgebroken, maar juist zij maken de tafel zo bijzonder. Met veel geschaaf en geschuur, houtlijm en bergen geduld van zijn kant stonden er nu weer twee lieren onder. Ik kreeg een heel verhaal te horen over een slangenbezweerder, waarbij hij vaag naar zijn tuin wees. Met de ringslang als tuinhave had ik een grote mand met fluit voor ogen, alleen kon ik die nergens ontdekken, totdat hij sprak over een knik in de slang. Hij doelde op de tuinslang. It is all in the name.

Boven de weg terug, langs de sloot, werd de lucht zwaar en dreigend. Net op tijd bereikte ik de kleine blauwe Prins. Veilig binnen constateerde ik tevreden; ‘Alle zegen komt van boven’.

Uncategorized

Samen glijden we de avond in

Er groeide een berenklauw in de buitenrand van de tuin aan het pad, dus te gevaarlijk. Ik hou van die prachtige monstrueuze planten, maar dan moeten ze wel op veilige afstand staan, in de bermen of zoals hier, aan de overkant van de sloot in de tuin van Copijn, de boomspecialist. De wijze waarop de bloemknop zich uit zijn cocon pelt is iedere keer weer een wonder. De natuur strooit met cadeautjes als je er open voor staat.

berenklauw 1 Aan de overkant van de sloot

De man die vrijwillig het terrein bijhoudt en onkruid wiedt heeft hem voor mij eruit gehaald met plastic handschoenen aan en moest diep graven. ‘Hij groeit door tot in Australië’, grapte hij, want de pen zat diep. Het deed me denken aan school en de tunnels die de kinderen groeven in de zandbak, waarbij ze ook altijd naar de andere kant van de wereld wilden, wat weer goed was voor een geografisch onderzoek. Waar zaten wij en wat was dan de andere kant. Hilarisch.

cecile en elsa

Om hem er door te kunnen laten gaan met de traktor snoeide ik van te voren als een haas de wilgen aan de achterkant. Het groeit met dit weer tegen de klippen op. Achterbuuf kwam trots vertellen over de nieuwbakken kleinzoon en van de buuf schuinachter kreeg ik alweer de titel van een nieuw boek. Ik mag van mezelf echter niets meer aanschaffen voor ik het stapeltje te lezen boeken heb geslecht.  De aanrader was een biografie van de hand van Elisabeth Lejinse over twee freules, de zusjes Cécile (1866) en Elsa (1868) de Jong van Beek en Donk, twee strijdbare freules, die een roerig leven hebben geleid.

IMG-0785

Een bruin zandoogje trok de aandacht, dankzij het veelvuldig bloeien in de tuin vinden steeds meer soorten hun weg. Het gonst en het bromt hier aan alle kanten. Ik dacht dat de moerbei alweer volop in vrucht stond, zonder haar nader te inspecteren, maar toen ik dichterbij kwam bleek het de bramentak die er bovenuit stak. De bril is denk ik aan vervanging toe. Dichterbij zagen we de vruchtjes klein en onrijp in de oksels zitten. Geduld is een schone zaak nog even wachten en dan kan er moerbei-jam worden gemaakt. De bramen schieten al aardig op. Ze zijn mooi groot en vol.

IMG-0776

Als ik uit de tuin loop kan ik niet anders dan nog een keer de Bergamot vereeuwigen, die zich zo trouw en dankbaar aan het uitbreiden is. De buurman op de hoek haast zich voort, er is teveel te doen en hij heeft te weinig tijd. Groeizaam in alles, dit weer, dus ook het onkruid tiert welig. De zwanenbloem steekt fier haar prachtige roze schermen boven het water uit aan de slootkant. Deze mooie moerasplant gedijdt hier goed. Getroffen door de schoonheid vergeet ik een foto te maken.

IMG-0782

Thuis zoek ik het boek van de beide freules op. De zonen hebben een verhandeling over wat gezond eten is. De jongste was de hoeveelheden vergeten die hij vroeger aan snoepgoed en blikjes aankon. ‘Echt?’vraagt hij  ons met ogen groot als schoteltjes. Hij houdt er nu een zeer uitgebalanceerd dieet op na, de hoeveelheden gewogen, de verschillende ingrediënten in balans. Elke ochtend maakt hij de maaltijd voor die dag klaar voor hij naar het werk gaat. Ik heb bewondering voor die discipline, want hij houdt het al bijna twee jaar vol.

Ik kom die avond niet verder dan de kwart pizza van gisteren. Die nog steeds heerlijk smaakt. Pluis nestelt zich gezellig naast me op de bank. Samen glijden we de avond in.

 

 

 

 

Uncategorized

Een waarheid als een onthoofde engel

Een queeste naar de Engel, daar was deze onstuimige maandag goed voor. De arme, die al tien jaar in de tuin waakt, staat nu al een goed half jaar onthoofd te zijn. Ik heb gepeurd in het kleine vijvertje of daar iets op de bodem ligt, maar waarschijnlijk kolk ik er met de schep steeds omheen, want bij iedere diepgang is er slechts leegte.

Als je eenmaal een lieftallig koppie in je hoofd hebt, dan valt elke andere beeltenis in het niet, omdat overal te voor staat. Te protserig, te groot, te kinderlijk, te engelachtig, te klein. Het is een ware graal. Iedere keer denk ik ‘nu ga ik klei kopen om het zelf te maken’, maar steed weer is er de hoop eenzelfde exemplaar te vinden. Hoe iets geliefd kan zijn. Ze schrijft natuurlijk ook geschiedenis. Heeft mijn tuin zien groeien op haar sokkeltje en bloeide op in het voorjaar , trotseerde wind en regen en in de winter speelde ze ijskoningin.

engel met hoofd

Twee kringlopen hier op het industrieterrein, een in Eemnes en een in Naarden en tenslotte nog een in IJsselstein en toen kon ik geen pap meer zeggen. Eigenlijk zijn kringlopen niet geschikt om doelgericht te zoeken. Kringlopen zijn er uitsluitend voor toevalligheden en ontdekkingen. Ik had nergens anders oog voor dan voor beeld. Ik zag Hollands kitsch in grote getale voorbij trekken, veel herder en herderinnetjes, oude opa in leunstoel, grootmoeder leunend op de stok, cherubijnen in kleur een arsenaal aan science fiction warriors, moderne moeder met kind, dikke dames, maar nergens een wit albasten (nou ja) engel.

Het was spitsroeden lopen. Er was veel volk op pad die, hoewel ze zichtbaar tot de kwetsbare groepen behoorden, gezellig een dagje aan het kringlopen waren. Ze goochelden met mandjes en manden, liepen tegen de geadviseerde eenrichting in of raakten de weg naar de trap kwijt. Ik slalomde er om heen en ‘gel’de veelvuldig tussendoor. In Naarden was het heel druk en moesten we buiten wachten. Binnen was het complete chaos en daar bleef ik zegge en schrijve met een veilig winkelwagentje precies tien minuten binnen.

Onverrichterzake keerde ik huiswaarts met een overload aan scheppingsdrang, maar uitgebluste energie. Er stond zelfgemaakte pizza op het menu, nou ja, dat wil zeggen, een courgettebodem hoefde alleen maar in de oven geschoven. De bekleding werd een kunststukje met tomatensap vermengd met rode pesto en verse oregano, mozzarella, voorgestoofde ui, champignon en paprika, en er bovenop verse babyspinazie met, als finishing touch, Parranovlokken en basilicum. Dat was in ieder geval een voltreffer, dus het gevoel van onvrede werd al genietend gerestaureerd. Geen haast bij het engelenhoofd en vast een keer te vinden. Ze stond nu als torso onvolmaakt volmaakt te zijn.

In een van de kringlopen trof ik mijn ex-collega’s uit mijn eigen kringlooptijd. Door alle rimpels en groeven heen wisselden we de twintig jaar uit dat we elkaar niet gezien hadden. Lief maar ook heel veel leed, een arsenaal aan aandoeningen, tot aan een rolstoel toe en toch weer herrezen als taaie doorzetter en nu stonden we te wiebelen op de benen, wilden eigenlijk zitten, maar bleven toch staan. Fijn om elkaar in het leven even ‘aan te raken’ om vervolgens weer door te kunnen gaan met een hoofd vol herinneringen van wat kennelijk toch ooit die goeie ouwe tijd was geweest, al was het toen ook sappelen.

288_6119

In de auto realiseerde ik me wat ik allemaal vergeten was te vragen en te vertellen, maar wist dat die kans weer ergens zou komen. Ooit, ergens, net als de engel.  Het komt op je pad. Of zoals een tegeltje in een van de kringlopen het antwoord gaf: ‘Geluk is geen mooie vlinder waar je achteraan moet rennen, maar een schaduw die je volgt als je er niet aan denkt.’ Een waarheid als een onthoofde engel.

Uncategorized

Zo’n heerlijk moment van groei

In de Volkskrant van vandaag staat niet Aaf Brandt Corstius in Wibra, maar heeft Katinka Polderman het stokje voor een week overgenomen. Ze schrijft over wachtende moeders bij scholen. Specifieker nog, wachtende moeders in de regen ‘alsof de wereld een reusachtig aquarium is geworden‘. Ze spreekt van moeders, niet van ouders. Een van de dingen die ik van de reguliere scholen nooit heb begrepen, is het buitensluiten van de ouders bij het halen en brengen van de kinderen.

ouders in school2 Open ruimte

Alles naar binnen is niet altijd ideaal vanwege de ruimte, maar eindeloos veel beter dan  dat troosteloze wachten, dat iedereen normaal vindt. Het houdt ouders letterlijk op grotere afstand van het hele leerproces. De Jenaplanschool was ontworpen vanuit het oogpunt van de gemeenschapszin. Opvoeden doe je samen. Alle wanden konden met een harmonicasysteem volledig aan de kant geschoven. Er zat lettelijk muziek in de school. Er mocht te allen tijde worden binnengelopen als de deuren open stonden. Was de deur dicht, dan was er sprake van opperste concentratie en niet storen.

ouders in schoolTrots laten zien wat je gedaan hebt

Aan het eind van de schooldag schoof ik de harmonicadeur open en kon iedereen, als men dat wilde, meegenieten van de laatste kring of we sloten af aan lange tafels met het resultaat van een gezamenlijke kooksessie en wat overbleef werd verdeeld. Het leverde een hartelijke en warme sfeer op, die ouders vertederd naar het kroost deden kijken en de kinderen trots naar hun ouders. Een moment van aandacht voor elkaar, het kind in een groepssessie is een ander kind dan een op een. Een blik in de keuken wat niet zelden wederzijds begrip en respect opleverde.

ouders in de school 4Ouders in de groep

De bereidwilligheid om mee te denken in de aankleding van de groep of de extra ruimte naast de groep was er. Als we in de onderbouw een oerwoud nodig hadden, waren er altijd mensen die aan kwamen slepen met bossen riet uit eigen tuin of stro voor het nest van de Flierefluiter, ze naaiden een levensgroot Annie M.G. Schmidtboek in elkaar of zorgden er voor dat Langnek op het schoolplein stond, het evenbeeld van de Efteling in papier-maché. Ze waren meer dan ouders alleen, ze waren belangrijk onderdeel van het hele leerproces. Het leidde tot wederzijds begrip en was geen inbreuk op het lesgeven maar een verrijking.

ouders in de school 3Kwaliteit

Het uitgangspunt in visie en concept verschilde. Van oorsprong was het een school, die door ouders werd opgericht in het midden van de jaren zeventig. De huiselijke sfeer zou worden doorgevoerd in de lokalen en met de komst van de nieuwe school, ingericht op de vier belangrijke concepten van het Jenaplan, werk, spel, viering en gesprek, waren er open groepen gemaakt, die uitkeken op de gemeenschapsruimte in het midden, in harmonie met de open sfeer. In de ochtend was er een inloop van een half uur, waarbij we om de tafel zaten, ouders met hun kind een werkje uit de kast deden of voorlazen. Het zorgde voor een spontane verbinding.

Ouders in school, niet alleen wanneer je helpende handen nodig hebt, maar als aanvulling op kennis. Gebruik maken van elkaars kwaliteiten geeft rijkdom. Als ik terugverlang naar die tijd, dan op de eerste plaats naar de kinderen en collega’s maar ook naar de ouders en hun verhalen en de vergulde blikken als de kinderen hun ouders konden laten zien wat ze geleerd hadden. Onmisbaar en van grote waarde en derhalve van onschatbare betekenis, zo’n heerlijk moment van groei.

Uncategorized

Woorden met een eigen betekenis.

Terwijl ik aan het lezen ben over Tove Ditlevsen die, volgens de review van Sofie Messeman in Letter&Geest van 27 juni 2020, een buitenbeentje is in kille kringen, sla ik aan het dagdromen. De eerste zin van het artikel is intrigerend en uit de koker van Tove zelf: Je kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’. Zij schrijft over haar jeugd in de naoorlogse jaren twintig in Kopenhagen. De wijk is spijkerhard en de problemen zijn volks. Ruzie, drinken, vreemd-gaan, men kent er werkeloosheid en armoede.

 

Ik mijmer uit de brij van woorden weg naar het moment dat de Wijze en ik uit elkaar gingen en ik terecht kwam met mijn zusje in een tweekamerappartement in een straat in Utrecht. Op het platje, dat mijn balkon vormde, trok het gewone leven voorbij op de golven van de weemoed van Loudon Wainwright achter de vele ramen pal tegenover mijn openslaande deuren. Er werd gevreeën, ruzie gemaakt, gehuild, geschreeuwd, gekookt, ik hoorde het rammelen van de pannen en verdronk moeiteloos in die andere tijd, lang geleden.

Als ik terugval, even plotseling als ik eruit weggleed, bemerk ik dat ik de woorden heb gelezen, maar niet de betekenis ervan. Ik moet terug naar waar het dagdromen aanving om te weten wat ik lees. Kindertijd is een bron van kleine voorvallen die aaneengeschakeld het leven hebben vorm gegeven. In de vakantie in Katwijk met de vier zussen hebben we het er over gehad, mijn rebelse karakter, dat zo veel octaafhoge intervallen veroorzaakte in het dagelijkse bestaan. Ik noemde het opstandige tegenover hen ‘dom’, maar vraag me nu af of beide kwalificaties juist waren. Het was misschien wel het grote verlangen naar iets wat er niet was en waar ieder kind naar hunkert. Zoals ik mezelf voor ogen had als kind was ik voortdurend op zoek naar ‘aardig gevonden worden’ om daarmee overladen te kunnen worden met lekkernijen, de koekjes van mevrouw Kraan, de geurende plak cake bij buuf Klarenbeek, de zachte witte sneetjes brood met roomboter en suiker bij de familie van Wijgerden, ik was een suikerzoet kind. Waar kwam de focus en de hang om aandacht vandaan. Ik was de eerste van de meisjes na zes jongens, dus zal het aan aandacht als baby niet ontbroken hebben. Ik werd overal onthaald op die lekkernijen, daar lag het ook niet aan. Wat zorgde ervoor dat ik altijd buiten de deur op zoek ging naar de zoete geneugten van het bestaan, zo jong als ik was. Het was geen domheid, het was gemis.

dagboeken

Tove verpakt haar hunkering in woorden, in Poezie. Ze zegt: Ik bracht de kopjes naar de keuken en in mij begonnen lange merkwaardige woorden als een beschermend vlies over mijn ziel te kruipen’. Ze is van kindsbeen af een buitenbeentje geeft Sofie Messeman aan. Datzelfde gevoel is er altijd geweest en er is herkenning als ik terugdenk aan de weemoed waarmee ik in dagboeken optekende hoe ik me voelde, pure emotie verpakt in hartstochtelijke woorden. Als ze aangeeft dichter te willen worden zegt haar vader dat een meisje dat niet kan worden en op de vraag wat een meisje wel kan, geeft hij aan: ‘Eigenlijk niets’.  Een staaltje onderschatting waar horden zo over gedacht hebben en die met strijd en weerwoord geslecht is.

dagboekfragment

Tove schreef een drieluik en dit is het eerste deel: ‘Kindertijd’, de andere twee zijn nog niet vertaald. Ik moet een beetje doorlezen, want de stapel te lezen boeken in mijn hoofd wordt groter en groter. Ik hoop op een vertaling van de andere twee en ben benieuwd waar het ons brengt en daardoor aan mij nog meer dagdromen en woorden met een eigen betekenis.

 

Uncategorized

Zwart vulkaanzout

Vriendinlief had geappt. Tijdens de lange coronastilte hadden we enkel af en toe contact gehad via de app. Normaliter gingen we ergens in het jaar iets leuks doen, een museum, samen lunchen of een stukje wandelen of alle drie tegelijk. Nu was het er nog niet van gekomen. In de tussentijd was er mantelzorg geweest, een oneindig schipperen tussen een zorginstelling die op slot zat, een mannenhuishouden, haar eigen gezin, teveel bijna om alles te regelen.

We spraken af in het meest knusse restaurantje wat ik ken. Het kleine brugwachtershuisje ‘Kingsdish’ met als specialiteit Minahassagerechten.  De auto voor de deur bij vriendin en lopend er naar toe. Een kippe-eindje. IJsselstein is ‘ons kent ons’. Het halve stadje heb ik aan kinderen onder mijn hoede gehad. Het was als thuiskomen. Vriendinlief vertrouwd, de eigenaren van het restaurant vertrouwd, tot de passanten aan toe. Het gerecht was al besteld. We gingen voor de gado-gado. Het was de tweede keer dat ik met mijn hoofd in Indonesië verkeerde, deze week en laafde me aan de batik kleden, de ondersteunende lieflijke gitaarklanken van de eigenaar, een troubadour met het verleden in de ogen, ook een stuk van mijn verleden. De zachte trekken van vriendinlief, de zorgzame handelingen van de gastvrouw des huizes, met liefdevol ingeschonken pinot, de gado-gado prachtige gerangschikt. Alles had een bijzondere klank. We proefden het zwarte vulkaanzout, goud op de emping en de krupuk udang, daarna geurende jasmijnrijst, verse groenten, goudgele pindasaus. De keuze tussen spekkoek en pandancake was snel gemaakt. Spekkoek toch, met jasmijnthee. Heerlijk.

IMG_0733

Wat er allemaal voorbij schoot aan verhalen. Moeiteloos overbrugden we de radiostilte van de maanden daarvoor. Over en weer vlogen de wetenswaardigheden over de tafel. Een aandoenlijk verhaal was de wens van de vader voor zijn verjaardag. Hij wilde geknuffeld worden. Iedere minister uit dit kabinet zou zo’n wens moeten horen en visualiseren. Oude mensen die verlangen naar een knuffel en niets anders. Dat geeft nog meer te denken dan alle alarmerende boodschappen uit de verpleeghuizen. Vriendin en dochter bedachten zich geen ogenblik en naaiden een plastic knuffelpak met vier armen. Een emotionele ervaring. De hele middag lang had ik de neiging om te knuffelen. Het bleef natuurlijk coronawijs bij luchthanden, luchtkussen of namasté. Aan het eind maakten we een foto van het gastvrije duo en  vooruit, een met mij en een met vriendin erbij. Daaar kwam nog een vriendin aanlopen en het werd een emotioneel weerzien op de brug, we hadden ooit samen in de band gezeten en het schepte een band voor het leven. Weer die luchtbrug om elkaar te bereiken en het spijtige van het moment om elkaar niet in de armen te kunnen vallen. Ze was oma aan het spelen en als ‘een echte’ haar telefoon verloren door de chaos van kleinkind, school, geroezemoes en haast.

IMG_0732

We kuierden weer terug naar huis en ik bewonderde  het schilderij van de oudste dochter, die ooit bij mij als vierjarige, verlegen, verscholen achter moeders broek, mijn leven binnen was geslopen. Zo trots ik was op de creativiteit van, nog altijd, mijn lieve schatten.

Het afscheid was warm en de wens snel naar  Tilburg te gaan als een belofte voor straks in het najaar gemaakt. Als de gedachte doorsijpelt in de nacht en ik me realiseer dat het alweer bijna volle maan is, voeden de warme ontmoetingen van die dag de slapeloosheid tot ik om half zes weer insluimer en droom over baboes, Minahasa, troubadours en zwart vulkaanzout.

Uncategorized

Los geld in de knip

Een soort fietskarretje dat je achter je aantrekt rolt gezellig met me mee. Tuinkwekerij met hebbedingetjes. Boven al die pracht hangen in mijn beeldvorming visioenen van hele bedden ruim bloeiende planten, scabiosa, phloxen, de lythrum sallicaria en tot mijn grote vreugde het Zeeuwse knopje ofwel de Astrantia Major. De laatste gaat samen met de rudbeccia en de scabiosa mee naar de tuin. Twee grote planten van de Astrantia en vier van elke soort kleine exemplaren.

IMG_E0701  Het Zeeuwse knopje

De beddendichtheid in de tuin valt reuze mee. Er is nog genoeg ruimte waar welig tierende hondsdraf en bosaardbei, brandnetel en grassen zich tussen kunnen wurmen. Tevreden kijk ik naar de nieuwe aanwinsten die allen hun plek vinden en naar de oude die aan beginnen te slaan.

IMG_0707

De prachtige Bergamot vormt een echt bed, als van een foto in een tuinblad.Op de dankbare Verbena zit een prachtige oranje vlinder. Zo vormt zo’n klein hoekje een kleurexplosie, oogstrelend. Als ik thuis ben heeft Pluis iets wapperends in haar bek. Het is een arme zwarte vlinder. Ze hapt, laat vallen, slaat er naar, hapt weer en ik ben veel te laat. Deze vleugels vliegen niet meer. Zoonlief verlost het diertje uit haar lijden, waar ik versteend blijf als een standbeeld.

IMG_0704  IMG_0721

De vrouw voor de Jumbo mag kennelijk niet meer bij de uitgang staan en staat verder weg. Ze zegt niets en kijkt. Haar kleurrijke sluier slordig over de haren getrokken, de map in haar handen geklemd. Twee bruine ogen waar zelfs de vraag niet meer in te lezen valt. Ze heeft zich neergelegd bij het Corona-lot. Sinds lang zit er een briefje van vijf in de portemonnee. Als ik het haar in handen geeft, opent ze de map en tussen de schone plastic schutbladen zitten kleine boekjes met acht gedichten. Ze wil geld terug geven, maar ik vertel haar, dat ik haar zo vaak voorbij moet lopen omdat ik geen los geld had en dat het zo goed was. Ze schuift verlegen haar hoofddoek naar achteren. Ik gis naar haar land van herkomst in gedachten. Peru, Bolivia, denk ik en dus ver van huis.

IMG_0729

De gedichtenbundel is ontstaan omdat het straatnieuws  noodgedwongen haar deuren sloot en de inkomsten voor de verkopers tot het nulpunt daalden, terwijl de voortzetting ook niet zeker was. Dichters uit het Utrechtse gilde werkten mee om straatverkopers overeind te houden met de verkoop van hun acht gedichten. Ik vind er ook een gedicht in van Ingmar Heytzen over ‘dakhebbenden’ die het juk meetorsen van ‘nooit meer niemand en nergens te zijn’.

IMG_0728

Vrij om niemand en nergens te zijn en op te kunnen gaan in het luchtledige. Je voort kunnen bewegen zonder dat iemand je mist, of kent of aanspreekt, een anonieme wandelaar door het leven. Ingmar heeft ongetwijfeld een dak boven zijn hoofd en kan daarmee dagdromen over zo’n bestaan, maar de dakloze, is hij of zij daadwerkelijk vrij?

Ook dan moet je elke keer weer op zoek naar een slaapplaats en naar eten. Ik denk terug aan de zwerver van laatst met zijn twee thermoskannen onder de brug en aan Swiebertje, de romantiek van de zwerver uit mijn jeugd. Vrij van regels, de non-conformist bij uitstek. Die vrijheid strookt met de woorden van Ingmar.

Ik heb, samen met de wijze, maar een keer een nacht op een bank geslapen in een groot park in Arnhem, omdat we de laatste trein gemist hadden. Op vakantie ook één keer aan de rand van een aardappelveld en nog voel ik de angst van het ontdekt worden waardoor ik geen oog heb dichtgedaan en dat was dan nog maar een incident.  Wat voor de een vrijheid is, kan voor de ander een kwelling zijn. De Swiebertjes onder ons, de zorgenvrije zwervers, zijn op een hand te tellen. De rest moet sappelen voor een bestaan. Voortaan gaat er wat los geld in de knip.

Uncategorized

De dag is geopend

Ondanks dat het nog niet erg opklaart, wil ik vroeg naar de tuin, maar eerst langs de kweker. Ik heb een nieuw adres ontdekt voor de planten. In een hoek van de tuin, bij het romantische ronde bankje, is een plek, dat nog wel kleur kan gebruiken. Een mooie toef. De witte kruiproos komt ervoor te staan aan de rand. Ze staat nu op een plaats waar ze al gauw dreigt overwoekert te worden door de springbalsemien. De kweker zit in de Bilt, niet zo ver weg, en heeft rissen en rijen aan voorgetrokken planten. Het zijn niet de planten van een gewoon tuincentrum, maar zorgvuldige en degelijke opgekweekte biologische exemplaren. Ik ben heel benieuwd. Als ik door het aanbod spit, valt mijn oog op de Astrantia Major, het Zeeuwse knoopje en ik weet nu al, dat dat de plant is, die ik moet hebben. Het doet me denken aan de ring van mijn moeder, een Zeeuwse knop van zilver, een beetje scheef door de jaren heen versleten. Als ringen konden praten had ze heel wat te vertellen.

astrantia major Astrantia major

Mijn ringen zitten in mijn ladenkastje, tussen de oude kettingen, armbanden en oorbellen. Vroeger had ik altijd wel een sieraad om, maar er kwam een tijd dat het me ging irriteren. Eerst de oorbellen, de grote indiase hangers, die vervangen werden door kleine schattige knopjes en daarna tot nul werden gereduceerd. Daarna de kettingen, waarin kinderhanden bleven haken en die stroef en een wurgend karakter kregen als ik ze omhield bij het slapen gaan en als laatste, als allerlaatste, nu sinds vorig jaar, de ring. Ooit sierden meerdere ringen de vingers, ze werden er niet sierlijker van, want ik heb echte werkhanden, maar leuk waren ze wel. Er moest er steeds vaker een het loodje leggen en de laatste der mohikanen, de ring van de kinderen, werd afgedaan toen ik vrijwilliger werd in het ziekenhuis. Daar ben je verplicht om zonder sieraden te werken, wat qua hygiëne een logische regel is. Aan en af is lastig en de kans dat ze zou verdwijnen in de grote wasstraatslurven, omdat ze in een hoekje van mijn uniform zou blijven zitten, was een te groot risico.

IMG_0687

De enkelkettinkjes heb ik enkel gedragen in de hippie jaren, alsook een prachtige indiase bellenrinkel van zilver boven mijn indiase teenslippers en aansluitend op de pijpen van de pofbroek. Armbanden en horloges zijn nooit favoriet geweest, want die belemmerden bij het schrijven. Een andere reden was dat ik me altijd bewust bleef van hun aanwezigheid en dat is funest, want dan ga je er op letten, en worden ze in gedachten groter en groter en evenredig hinderlijk.

Bij elk verjaardagsfeest op school werd ik uitbundig in de bloemen, de armbanden en de kettingen gezet. Vandaar de ladenkast met kettingen, oorbellen, armbanden, ringen, en ander klaterzilver. Dat duurde een aantal jaren tot we besloten, om te vragen naar één cadeau van allen, een plant of iets voor de groep het liefst. Dat was een goede zet.

zeeuws knopje

Zeeuws knoopje dus voor in de tuin, omdat ze dezelfde sierlijke ronde vormen heeft als de ring. Een vleugje ‘moeder’ naast de akelei en de gezaaide papavers. Het blijft voorlopig groeizaam weer en het is een uiterst geschikt moment om te  verplaatsen.

Misschien is het voor de rest van de dag een goed moment om een en ander laatje uit te zoeken, dan hoeven de dochters dat later niet te doen, want er zit veel kaf onder het koren. Wel eerst even door de ballotagecommissie heen sturen, want wat ik zwaar uit de tijd vind, is voor hen misschien wel een pareltje. Ook daar is het uiterst geschikt weer voor. In de benen maar weer. Eerst koffie en de krant en dan aan de slag. De dag is geopend.