Uncategorized

Woorden met een eigen betekenis.

Terwijl ik aan het lezen ben over Tove Ditlevsen die, volgens de review van Sofie Messeman in Letter&Geest van 27 juni 2020, een buitenbeentje is in kille kringen, sla ik aan het dagdromen. De eerste zin van het artikel is intrigerend en uit de koker van Tove zelf: Je kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’. Zij schrijft over haar jeugd in de naoorlogse jaren twintig in Kopenhagen. De wijk is spijkerhard en de problemen zijn volks. Ruzie, drinken, vreemd-gaan, men kent er werkeloosheid en armoede.

 

Ik mijmer uit de brij van woorden weg naar het moment dat de Wijze en ik uit elkaar gingen en ik terecht kwam met mijn zusje in een tweekamerappartement in een straat in Utrecht. Op het platje, dat mijn balkon vormde, trok het gewone leven voorbij op de golven van de weemoed van Loudon Wainwright achter de vele ramen pal tegenover mijn openslaande deuren. Er werd gevreeën, ruzie gemaakt, gehuild, geschreeuwd, gekookt, ik hoorde het rammelen van de pannen en verdronk moeiteloos in die andere tijd, lang geleden.

Als ik terugval, even plotseling als ik eruit weggleed, bemerk ik dat ik de woorden heb gelezen, maar niet de betekenis ervan. Ik moet terug naar waar het dagdromen aanving om te weten wat ik lees. Kindertijd is een bron van kleine voorvallen die aaneengeschakeld het leven hebben vorm gegeven. In de vakantie in Katwijk met de vier zussen hebben we het er over gehad, mijn rebelse karakter, dat zo veel octaafhoge intervallen veroorzaakte in het dagelijkse bestaan. Ik noemde het opstandige tegenover hen ‘dom’, maar vraag me nu af of beide kwalificaties juist waren. Het was misschien wel het grote verlangen naar iets wat er niet was en waar ieder kind naar hunkert. Zoals ik mezelf voor ogen had als kind was ik voortdurend op zoek naar ‘aardig gevonden worden’ om daarmee overladen te kunnen worden met lekkernijen, de koekjes van mevrouw Kraan, de geurende plak cake bij buuf Klarenbeek, de zachte witte sneetjes brood met roomboter en suiker bij de familie van Wijgerden, ik was een suikerzoet kind. Waar kwam de focus en de hang om aandacht vandaan. Ik was de eerste van de meisjes na zes jongens, dus zal het aan aandacht als baby niet ontbroken hebben. Ik werd overal onthaald op die lekkernijen, daar lag het ook niet aan. Wat zorgde ervoor dat ik altijd buiten de deur op zoek ging naar de zoete geneugten van het bestaan, zo jong als ik was. Het was geen domheid, het was gemis.

dagboeken

Tove verpakt haar hunkering in woorden, in Poezie. Ze zegt: Ik bracht de kopjes naar de keuken en in mij begonnen lange merkwaardige woorden als een beschermend vlies over mijn ziel te kruipen’. Ze is van kindsbeen af een buitenbeentje geeft Sofie Messeman aan. Datzelfde gevoel is er altijd geweest en er is herkenning als ik terugdenk aan de weemoed waarmee ik in dagboeken optekende hoe ik me voelde, pure emotie verpakt in hartstochtelijke woorden. Als ze aangeeft dichter te willen worden zegt haar vader dat een meisje dat niet kan worden en op de vraag wat een meisje wel kan, geeft hij aan: ‘Eigenlijk niets’.  Een staaltje onderschatting waar horden zo over gedacht hebben en die met strijd en weerwoord geslecht is.

dagboekfragment

Tove schreef een drieluik en dit is het eerste deel: ‘Kindertijd’, de andere twee zijn nog niet vertaald. Ik moet een beetje doorlezen, want de stapel te lezen boeken in mijn hoofd wordt groter en groter. Ik hoop op een vertaling van de andere twee en ben benieuwd waar het ons brengt en daardoor aan mij nog meer dagdromen en woorden met een eigen betekenis.

 

3 gedachten over “Woorden met een eigen betekenis.

Reacties zijn gesloten.