Overpeinzingen

De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Wonderlijk hoe een begrip blijft kleven aan een naam. ‘Doe je zo de kachel even aan’, vraag ik daarnet aan zoonlief, als hij naar beneden gaat. Maar ik heb al meer dan veertig jaar verwarming. Het woord is het begrip geworden.

De zon scheen zo uitbundig, gisterenmiddag, dat ik na het boodschappen doen doorreed naar de Lek. Misschien ook om een beetje de gedachten te ordenen, na het gesprek met zuslief, die morgen. Wijze raad en een lijstje met adviezen, die ik evenzo vrolijk al in het achterhoofd had. Fijn dat we zo op dezelfde golflengte zitten. Een droevig bericht was er ook nog van haar kant. Goed om daar ook bij stil te staan en het de aandacht te geven die het verdient. Er zijn gebeurtenissen waar je niet zomaar overheen kunt stappen en die voor de betrokken personen grote input kunnen hebben op het gemoed. De balans zoeken en de kaarten schudden, behoort niet tot de eerste prioriteiten. Verdriet mag een plek hebben en troost zal het omlijsten.

De Lek ligt er bijna oogverblindend bij, zoals de zon op het water schittert. De klare lucht toont nu nog meer de kaalslag die het verdwijnen van de aloude boogbrug voor Vianen teweeg heeft gebracht. De A2 dendert nu moeiteloos in een rechte streep door van de ene oever naar de andere oever.

Voorzichtig om merendeels de graspollen te raken en niet het prille groen van de opkomende wilde peen en het fluitenkruid speur ik de einder af. Ganzen zitten in groten getale helemaal vooraan in de uiterwaarden langs de dijk. Op deze plek, ergens halverwege dobberen slechts wat meerkoeten en een eendenpaar op het water. Als de grote binnenvaartschepen langs trekken kabbelt het water in golven langszij en klotst tegen de rietkragen en de stenen beschoeiing.

Nog altijd, ondanks het late tijdstip, ligt er dauw op het gras. Ik loop tot de grienden en dan weer terug met de zon op de wintertoet. Heerlijk om daar even alleen met mijn gedachten te zijn. Bij het kleine zandstrandje verderop staan grote rietpluimen met hun wapperende vaantjes in de zon en kleuren zilver. De stilte met het zachte ruisen van het verkeer in de verte en het zachte deinen van het wiegende water brengt een weldadige sereniteit. Twee fietsers boven aan de dijk en zelfs de kleine blauwe prins hoog verheven ontroeren tegen de blauwe lucht. Alles ademt vrede en rust.

Thuis bedenk ik dat het boek van Gül een grote tweeledigheid kent. Er staan veel grofgebekte hoofdstukken in, maar als je bij de kern van haar verzet komt, weet ze het heel helder uiteen te zetten en gebruikt ze krachtige taal, die haar actie alleen maar versterkt. Het schoppen tegen de heilige huisjes is welhaast puberaal, maar de redenering erachter is weloverwogen. Ere wie ere toekomt.

Er heerst een gezellige drukte op straat. Grote en kleine voetstappen, kinderstemmen, aanmaningen van een moeder, wandelende rugzakjes en verkeer dat ronkend wacht tot het zebrapad vrij is. Ze gaan weer naar school. Het brengt me even terug in de groep. Januari is een heerlijke maand na de waanzinnige drukke feestmaanden. Alles oogt schoon en fris. Soms waren de vloeren geboend in de vakantie. De kinderen hadden er zin in, waren alle vermoeidheid vergeten. Nog even flitsen met wasco en ecoline voor het maken van het vuurwerk en daarna stond er een nieuw project op de rol met een grappig toneel vooraf en een nieuwe beleving. ‘Mis je het niet,’ vroeg schoondochter laatst. De interactie wel, het sparren met de kinderen en de inspiratie door hun ontdekken en ervaren, waar er vaak genoeg een heel nieuwe techniek werd gevonden vooral.

Dat is het voornemen om dit nieuwe jaar mee te beginnen. Het experiment en de toevalligheden, die er uit voort komen. De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Overpeinzingen

Een nieuwe intensiteit

Ja, het derde boek lag in de bus. En wat voor een. Nadat ik het karton van de verpakking open had gerist, kwam er een stevig gebonden nachtblauw boek uit, met mooie krulletters in oranje/goud en een glimmend plaatje van een helifietszeeër met eronder de subtitel: Een reisgids naar je verborgen talenten. Ik vond mezelf na het beschouwen van boek en inhoud terug met een brede gelukzalige glimlach en vlak daarna met het besef zelden me zo bewust gelukkig te hebben gevoeld bij een nog te ontdekken boek.

Dat doet iets moois met je. Als musea gesloten zijn is er altijd nog het boek. Natuurlijk wilde ik er direct aan beginnen, maar eerst het andere leeswerk. Nog vier dagen worstelen met Gül.

Gisterenavond was het weer een zaterdag als vanouds. Heerlijk. Met ‘Matthijs gaat door’ krijgt het de sfeer van pyjamaatjes aan, wangetjes schoongeboend en voor de televisie je stroopwafel van de markt oppeuzelen. Iedereen genoot mee van Rudie Carrell en de uitzending met Esther Ofarim als zeemeermin bijvoorbeeld of Tom Manders als Dorus met zijn lieve mottenfamilie.

De stroopwafels hebben plaatsgemaakt voor naturel chips en de pyjama voor warme soksloffen en een huispak, maar het grote genieten is er. Hoe blij kan je worden bij het ontdekken van de passie en de vreugde, dat muziek maken oproept bij een ander. Tel de zegeningen en het wordt een dag met inhoud, herinneringen incluis.

In de rubriek ‘For Ever Young’ kwam Hans Dulfer vertellen. Hij woont ergens middenin de polder naast een oude molen, waar hij zijn archieven en de opgespaarde spullen uit het verleden bewaart. Een molen tot de nok gevuld met verleden en nostalgie. Hij verzamelde alles wat over hem geschreven was, knipte het niet uit maar bewaarde het in het geheel als katern met de achterkant erbij, een tijdsdocument om het te kunnen plaatsen. Die achterkant bleek veel interessanter en van groter belang dan het stuk over hemzelf, gaf hij aan.

Het grote pluspunt is de keur aan artiesten, die Matthijs iedere keer weer in zijn programma weet te halen. Zo kom je nog eens op nieuwe ideeën. Wie altijd bij dezelfde leest blijft, zal nooit iets nieuws ontdekken. De boodschap voor zijn eeuwige jeugd zat bij Hans in het omarmen van alles wat nieuw op je pad komt. Blijf vernieuwen en daarmee dus verjongen. Daar komt die verwondering om de hoek kijken. Aan wie zich kan blijven verwonderen en open staat voor de indrukken en ervaringen zal zich het nieuw te bewandelen pad openbaren, een nieuwe weg om in te slaan. Het wijst zich vanzelf, zoals het nieuwe kinderboek dat die ochtend door de bus gleed en waar het geluk en de wijsheid vanuit de bladzijden naar buiten buitelden.

In een artikel in Nivoz lees ik het verhaal over het belang van de kunst boven het belang van de methodeboeken. Juist omdat ze de verwondering opwekken. De schrijfster haalt daarbij een voorbeeld aan van een jongetje dat op Oeral onbevangen en vol vertrouwen de grote ballon binnenstapt achter de bedenkers aan.

Met een sprong reis ik terug in de tijd, zo’n jaar of wat geleden. Er was een oproep geweest of er vrijwilligers waren die mee wilden doen aan een experiment met een grote ballon voor een nieuwe act. Altijd in voor iets nieuws had ik me opgegeven. Dus stonden we met een groepje mensen te wachten tot we naar binnen mochten in een oude schuur of fabriekshal. Daar was die enorme ballon en inderdaad lieten we ons naar binnen leiden. We zaten letterlijk en figuurlijk in een bubbel. De ontmoetingen met elkaar werden er intenser door in die vervreemdende omgeving. Het was een bijzondere ervaring, juist omdat alles stil viel. Er praatte niemand, er was geen geluid, alleen die witte wereld, verzachtender nog dan de laag eerste sneeuw.

Een nieuwe drempel overgaan, het is een opstap naar een nieuwe intensiteit.

Overpeinzingen

Er de bezem doorhalen

Een van de kauwtjes uit de dakgoot is danig in de war. Ondanks de lichte rijp op de daken haast ze zich met tak vanaf het nest naar de boom en laat het daar vallen, terwijl ze parmantig heen en weer wandelt over het rondhout. Ze heeft het op haar heupen en is bezig met de grote schoonmaak. Omdat het me aan vroeger herinnert en de eerste grote schoonmaak in de lente, waarbij alle buurvrouwen in wolken stof wiegden op het ritme van de mattenkloppers in de achtertuinen, vermoed ik het vrouwtje. Er werd toen geschrobd, geklopt, geschuurd en geschuierd dat het een lieve lust was, vuurrode armen uit de opgestroopte mouwen. Winter eruit verbannen, nieuw en schoon leven erin geblazen. Dwars door mijn reis door de herinnering heen vierde verbazing hoogtij. Ze zal toch niet nu al aan het nest beginnen. Er moest minstens nog een winter of iets wat er op lijkt, komen. Ik wacht de acties met spanning af. Er gebeurt heel wat in het leven buitengaats.

Vriendlief heeft zijn omstandigheden beschreven. We moesten maar eens samen aan het werk om een en ander in goede banen te leiden. Mijn indruk over het geheel is er gesterkt uitgekomen. De allereerste stap zal een bezoekje zijn.

Gisteren was er sprake van twee afspraken achter elkaar. Mijn boek ‘De zwarte schuur’ van Oek de Jong voor de jarige schoonzoon moest naar de plaats van bestemming gebracht worden op een tijdstip dat het rustig was. Natuurlijk zat er al een nichtje met twee kinderen in dezelfde leeftijd als de filosoof en zijn zus. Verstoppertje door het hele huis, geroffel op de trap, balletjes trappen, een beetje de jongsten plagen, met poppetjes spelen, zoete broodjes bakken met chips en limonade…Het was er allemaal. Er tussendoor, af en toe nauwelijks verstaanbaar, de pedagogische problemen, corona-perikelen, familiebanden in een notendop. Om vijf uur een deurtje verder voor de boodschappen en een bosje bloemen voor de volgende visite.

Vriendin en manlief met hun nieuwste aanwinst, een prachtige zwarte trouwogige lieverd. Eindelijk zou ik hem in levende lijve zien. Er waren al vele foto’s langs geroetsjt op social media, maar in levende lijve aanschouwen was toch leuker. Ze waren druk bezig in de keuken, zag ik, toen ik de feestelijk verlichte entree inliep. De beslagen ramen getuigden van een nijvere voorbereiding.

Dat vertrouwde sfeertje van jarenlang met elkaar de tijd gedeeld te hebben, zette zich moeiteloos voort, de rest van de avond. Natuurlijk kwam school langs en het prachtige systeem waarin de Jenaplan en wij de lesstof hadden gegoten. Hoe het diende tot opvang voor alle kinderen, die door anderen als ‘moeizaam‘ werden aangemerkt. De bakermat van het aloude principe ‘laat alle kinderen tot mij komen’ in een sociale context en letterlijk uitgevoerd. We haalden juweeltjes uit deze schatjes met ieder hun eigen kwaliteiten, die nu ruim boven konden zwemmen. Dieper duiken deden we ook, Erasmus kwam langs, bijzondere vriendschappen, pensioenperikelen, geloof, de liefde voor het dier en dat alles onder het genot van een heerlijke, op Oosterse leest geschoeide, maaltijd. Het huis straalde gastvrijheid en warmte uit conform de lieve vrienden.

Het rijke leven, zo’n onthaal en met de belofte van zeker snel weer, niet meer zo’n lange pauze als ervoor, nam ik met een ‘Namaste’ afscheid. Thuis knipoogde de kerstboom met haar lampjes me olijk toe. Morgen ben jij aan de beurt, beloofde ik. De drie koningen zijn inmiddels gearriveerd. Ik denk dat ik de kauw maar eens achterna ga. Opruimen en er de bezem doorhalen.

Overpeinzingen

Kan iets gelukzaliger zijn dan dat

Het eerste boek is binnen. Verleidelijk, dus toch alvast drie hoofdstukken gelezen. Dat is geen titanenklus, want het zijn mooie afgemeten lengtes. En spannend is het al snel. Het verschil van een goed boek met een moeizaam exemplaar is dat het ene je onmiddellijk op haar trein laat stappen en de ander maar blijft talmen op het perron met gesloten deuren. Ik doe mijn best Gül uitgelezen te krijgen voor aanstaande donderdag, dan komt de leesclub bij elkaar, maar het is een bezoeking. Ik ben benieuwd wat de anderen ervan vinden.

Het kleurde opnieuw prachtig boven de daken. Een zacht rozerood luidt een zonnige dag in. Met een etentje in het verschiet vanavond extra feestelijk.

Gisteren zag ik de film Philomena op NPOPlus. Ze is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een Ierse dame gaat op zoek naar haar zoon, die tegen haar wil in, door de nonnen is verkocht aan rijke Amerikanen. Een schrijnend relaas. Nog heftiger vond ik het verhaal dat tussen de regels door verscheen en minstens nog wel goed zou zijn voor een film of een boek of twee. Die van de begraven, jonge, soms heel jonge moeders, die de bevalling niet hadden overleefd. De zusters hanteerden de grote doofpot met verve en gingen zelfs zover de archieven te verbranden. Het had weinig tot niets met barmhartigheid te maken, al stond dat groot op de poort vermeld.

In het nieuwe nummer van Zin-magazine schrijft Stef Bosch over hartstocht: ‘Wat een mooi woord. Een synoniem voor ‘passie’ maar het komt dichter bij de kern van waar het over gaat. Een hart op de tocht’. Bij nader onderzoek is het niet de deur die openstaat tegenover de ramen en de lucht die het daarmee naar binnen sluist, maar is het ‘tocht’ in de betekenis van trek ofwel begeerte. Volgens Stef: ‘Hartstocht is een rivier die zijn eigen weg gaat‘ en zich dus niets aantrekt van eventuele gedachten. Mooi beeld levert dat op. Zo’n eigenzinnig hart dat, overspoeld door verlangen, rücksichtlos door roeien en ruiten gaat om daaraan tegemoet te komen.

Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik hartstochtelijk veel van bepaalde dingen hou. Taal bijvoorbeeld, schoonheid in de breedste zin van het woord. Mooier dan passie en hartstocht dekt bevlogenheid de lading. Het stijgt boven de lust uit en is de drijfveer, de motor achter het handelen. Het geeft het leven kleur en maakt het daardoor waard om geleefd te worden. Hoofd, hart en handen zijn ermee gemoeid. Een hart op de tocht doet me aan ‘hunkeren’ denken en het eeuwige, vaak ook, onvervulbare verlangen dat overgaat in weemoed en stil verdriet.

Zo werkt dat met de beelden in het eigen hoofd. een volstrekt ander verhaal. Niet meer of minder waar, gevoed door eigen ervaring en waarneming. Dat hele persoonlijke, dat er voor zorgt dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Bijzonder, dat denkhoofd van ons.

Het begin van de sjaal is er. Het stemt tot nadenken of soms tot helemaal niets. Dan brei ik me rechtstreeks een wolkenloze hemel in, zonder wat dan ook. Stilte, getik van pennen en verzonken in het ‘recht en averecht’ van het moment. En dat met alle rond cirkelende gedachten als die van mij en met al mijn passie, mijn hartstocht en bevlogenheid. Even op de pauzeknop gedrukt. Kan iets gelukzaliger zijn dan dat.

Overpeinzingen

Nog altijd

Eergisteren werd er een klein pakje bezorgd om half acht ‘s avonds. Respect voor deze harde werkers die van hot naar haar lopen om onze noden te lenigen. Hij werd met gejuich begroet, want ik wachtte al een aantal dagen op deze bestelling en zoals verwacht zat het feestelijk in mooi bedrukt vloeipapier verpakt met een kaartje en een beschrijving erbij. Vijf prachtige kleuren wol van een mooie kwaliteit voor mijn troostsjaal in donkere dagen.

In 2017 toen ik moest herstellen van mijn infarct heb in in de drie maanden daarna een meterslange sjaal gebreid in okergeel. Breien werkt helend. De handen doen voort terwijl de geest wegdwaalt in de meest uiteenlopende hersenspinsels, al net zo rustig en bedaard als het ritme van de breinaalden je vertellen. Zo kabbel je verder, terwijl er onder je handen een stilistisch eenvoudig maar toch kunstig weefsel verschijnt, en niet in de laatste plaats om die prachtige natuurlijke tinten.

Hoera, al drie toezeggingen voor de kinderboeken zijn binnen. Het is een prachtig thema en ik probeer om voor alle leeftijden te vinden wat de noodzaak van verwondering benadrukt. Kinderen verwonderen zich van nature, het is de volwassene die er ruimte aan moet leren geven. Stap af van je bagage en je denkhoofd en glij in de bijzondere wereld van het kind. De gekozen boeken helpen daarbij. Als ze zijn wat ze mij beloven in advertenties en aanbevelingen. We gaan het ervaren.

Gisteren had ik maar liefst drie mensen achter me staan bij de fysio. Ik was vast gaan inlopen op de band. Mijn eigen fysio had er twee stagiaires bij, die hij ondertussen bestookte met vragen waar ze hun hoofd op mochten breken. Ik moet altijd op mijn tong bijten om het antwoord er niet gewoon uit te flappen, maar ik hield me keurig in. De vierdejaars mocht met me aan de slag en het was een prettige ontmoeting, al moest ik een aantal oefeningen doen, die niet vanzelf gingen. Kramp, disbalans, maar verbeten blijven proberen natuurlijk. Het heerlijke van een serieuze stagiair is de toewijding waarmee hij aan het werk gaat. Respectvol, voorzichtig en geduldig. Alle routine is er nog niet ingeslopen. Het half uur vloog om.

Zoonlief is aan het vogelen geslagen. Hij trekt er met vriendin en pittige camera op uit, om urenlang tussen het riet te liggen terwijl hij wacht op het juiste moment. Zijn geduld wordt nu nog beloond met de kleintjes, roodborstje, puttertje, staartmees, vink en dan is er ineens een valk die de ganzen beneden hem de stuipen op het lijf jaagt en een buizerd die zich laat bewonderen in een wijd gespreide vleugelpracht. Wat een mooie dromen vangt zijn jonge ambitie. Geen rap of rock uit zijn EarPods, maar vogelgeluiden, de een na de andere. Vriendin kent dezelfde interesse om beelden te vangen, maar dan de paddestoel, een blad dat het laatste zonlicht vangt, de grillige bast van een boom. Wat een heerlijke hobby en zoveel om te ontdekken. Op de manier waarop hij altijd weer een uitdaging aangaat en zorgt dat het een kracht wordt en kwaliteit levert, ben ik trots. Nog mooier is om te ervaren hoe jeugd begon, gretig met een drang naar meer. Zo herkenbaar en nog steeds achter een van de deuren in mijn hoofd te vinden. Jeugdig elan. De deur die open zwaait, als de tijd er om vraagt. Nog altijd.

Overpeinzingen

Een sprankje is genoeg

De blog van vorig jaar had ik moeiteloos kunnen gebruiken voor vandaag. Het was er allemaal. Het negeren van het vuurwerkverkoop met meer illegaal en zwaar vuurwerk dan ooit, poes pluis die dicht bij me in de buurt bleef en dankzij haar aangepaste brokken met een meer bestendige maag bij harde knallen. De inderhaast weggegriste oliebollen en vier appelflappen uit het broodschap van de supermarkt, Matthijs gaat door, dit keer met beloofde chansons in de toekomst, de klok en de Tribute to Freddy Mercury gezien. Voor de tweede keer die dag, maar zo boeiend. In de ochtend had ik de docu ‘The final Act’ van James Rogan over het gevecht van de zanger met Aids op 3Doc bekeken en was er de hele dag al behoorlijk van onder de indruk. De uitsmijter, en niet de mijne, dan dit keer Peter Pannekoek in plaats van Youp. Niet de helderheid van geest om geconcentreerd te kunnen luisteren en een oordeel te vormen. Dat is voor later.

Ook vorig jaar begon het nieuwe jaar met een droom, toen over de zussen en nu over mijn lieve Cioful en de Wijze, maar niet minder levendig en met een stralende heldere lucht als belofte voor alles wat nieuw is in dit komende jaar.

Het oude jaar was afgesloten met een heerlijke familiedag, eerst met het grote cadeau van het aflopende jaar, namelijk nieuwe kleindochter en schoondochter, en zoonlief. Een matineus begin met thee en geknutsel om half elf. Daarna op mijn gemak, tussen alle drukte door, de boodschappen en vervolgens naar het huis van dochterlief. Stenen schilderen met de nieuwe acrylstiften. Heerlijke bezigheid en om Aboriginals-kunst te maken, een uitkomst voor het betere stipwerk. Daar kwam ik achter toen ik zo’n steen maakte voor de kleine filosoof.

Met zijn zus in de buurt werd het al snel spelletjes uit de grote klepbank, onder andere een potje uno, waarbij ik haar op kleur liet sorteren. De opgetogen snoet om het door hebben van dat kunstje maakte extra duidelijk hoe waardevol zo’n succeservaring zijn kan.

Ondertussen was dochterlief druk in de weer met haar vegetarische rijsttafel en met de kleine zwarte poes Daisy, die voor een wandelingetje naar buiten was gegaan en ondanks het gerammel met brokjes en een bekende lokroep geenszins van plan was binnen te komen. Het leverde een ongerust vrouwtje op, vooral na iedere knal of kleurenuitbarsting buiten. Terwijl wij plaats namen aan het feestmaal kwam ze, haast achteloos, aangekuierd. Het teken om de maaltijd ten volle te laten smaken. Het was heerlijk en feestelijk. Zoonlief en schoondochter waren ook aangeschoven.

Ik liet ze achter en ging naar mijn eigen retraite-moment. Op de bank met wat appelflappen kwam de mail van de lieve wijze vriend binnen, die een overzicht had gemaakt van zijn moeizame jaar. Het leverde stof tot mijmeren op. Wat is de weg om hem zijn isolement te helpen overwinnen, nu de jaren beginnen te tellen en gaan opspelen in kwalen en kwaaltjes. Het allergrootste obstakel is zijn mismoedigheid die danst op de ongelukkige omstandigheden. De warmte van de mensen om je heen weten, maar er niet bij kunnen. Tussen de regels door ligt het lakende onvermogen verweven om tot een goede oplossing te komen.

Het zijn de momenten, waarop een naarstig zoeken naar een opening in het grijze grauw begint en die zich hopelijk aanbiedt om met beide handen te kunnen worden aangegrepen. Dat licht, die hoop. Een sprankje is genoeg.

Overpeinzingen

Een belofte vol schoonheid

Op de site van de stichting Nivoz kom ik een verhaal tegen over aandacht en het voorgenomen streven van de auteur om in het vervolg er te zullen ‘zijn’. Ze haalt een verhaal aan over een kind dat haar vraagt of hij op de IPad mag. Het antwoord verzandt in allerlei opmerkingen, maar wordt geen antwoord op de gestelde vraag. Deemoedig gaf ze toe dat ze de vraag moeilijk vond en derhalve er omheen bleef dralen.

Er schiet me een gesprek van lang geleden te binnen. De juf van de volksdansvereniging was bezig met het maken van kostuums voor de optredens, toen haar zoon binnenkwam. Hij praatte aan een stuk door over wat er op school allemaal was voorgevallen. Ze antwoordde steeds met stopwoorden. Jaja, mmmm, huhhuh. Hij bleef het proberen maar ving niet de aandacht waarop hij duidelijk vlaste. Al wat hij nodig had was oogcontact, een luisterend oor en een kopje thee. Kortom een klankbord.

Er werkelijk zijn is een loffelijk streven. Het op de loop gaan van je gedachten herkenbaar. In het eerste verhaal werden vliegensvlug gedachten tegen elkaar weggestreept en kwam het daarom niet tot een helder antwoord. De oplossing bleek eenvoudig, namelijk te vertellen wat ze er werkelijk van dacht, ‘Liever niet, want je hebt de hele dag al gezeten, ga lekker spelen’, waar gehoor aan werd gegeven zonder morren. Een minuut echte aandacht weegt zwaarder dan een half uur vage antwoorden.

Iets om ons te realiseren, nu we ongemerkt vaak naar het scherm van de telefoon aan het turen zijn. Oogcontact maken, een echte ontmoeting hebben, het is een kostbare begrip. Een mooi voornemen, meer in contact met elkaar zijn, nu de ontmoetingen sterk zijn uitgedund. Laten we er diepgang en kwaliteit aan geven.

Ik peins over de laatste dag van het jaar, toen ik nog kind was. Eigenlijk stond die altijd in het teken van de oliebollen en de appelflappen. Ongelooflijk dat mijn moeder echt een wasteil met beslag had staan rijzen onder de theedoeken. Ze had er een dagtaak aan, samen met mijn vader, om er de bollen van te bakken. Appelflappen van vroeger kan je alleen maar zelf maken, als je die smaak van toen terug wil. In niets lijken de moderne varianten erop. De oliebollen mochten uitdampen in de koele kelder en iedere keer liep een van ons naar beneden om de schaal aan te vullen, die op tafel stond.

Om ons wakker te houden was er een bordspel dat mijn opa gemaakt had en waarvan ik de details niet meer heb onthouden. De jongens waren doorgaans met de verzameling kerstbomen in de weer. Ze moesten naar het braakliggend landje aan het begin van de straat versleept worden. De hele week voor oud en nieuw waren er grootscheepse kerstbomenjachten geweest. De veroverde exemplaren lagen bij ons in de tuin opgeslagen. Ik was er heilig van overtuigd, dat dat was omdat onze vader bij de politie werkte. Exact om twaalf uur ging de vlam erin onder groot gejuich, klokkengebeier en rondvliegende gillende keukenmeiden en rotjes. Wij als kleintjes stonden bibberend van de spanning en de slaap aan de deur met een brandend sterretje en alle buren liepen bij elkaar naar binnen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Vanavond zal ik alleen met Pluis mijn jaarwisseling zoetjes en genietend ondergaan. In alle stilte met af en toe een belletje van een van de kinderen. Zo wil ik het het liefste. Overpeinzen, in het moment zijn, het leven koesteren. De ochtend geeft alvast een voorbode voor de feestelijke afsluiting vanavond en kleurt de hemel met haar eigen vuurwerk prachtig rozerood. Een belofte vol schoonheid.

Inspiratie·Overpeinzingen

Die van het zegevieren

De dag begon met een ellenlange rij aalscholvers, die luid kekkerend overvlogen. Te snel om met tegenwoordigheid van geest mijn telefoon te pakken om het plaatje vast te leggen. Fascinerend. Tegelijkertijd ook kenmerkend voor deze tijd van het jaar. De dikke grauwe deken over de wereld en de donkere grote rij vogels er middenin. Het sluimert, het overpeinst, melancholie smeert zich uit. De bijbehorende stilte ontbreekt.

Ik zie op een filmpje van ‘See All This’ Claude Jongstra struinen door haar winterse tuin, met de silhouetten van de kaardenbollen, de meekrap, de gulden roede, de brandnetel en het fluitenkruid. Verwenste planten in een border of aangelegde tuin, maar de kiem voor de schoonheid van moeder aarde in al haar kracht. Claude verft er onder andere haar wol van de Drentse heideschapen mee en raakt geïnspireerd door de kleuren van deze prachtige planten. Haar nieuwste kunstwerk is ‘Guernica de la Ecologia’. Een monumentaal kunstwerk geïnspireerd door die van Picasso en op dezelfde grootte, monumentaal dus, uitgevoerd. Een ode aan alle vergeten gewassen en kruiden. Ze laat me achter met heimwee naar mijn kleine paradijs. Straks, het komt wel weer. Nu blijven we bij de boom voor het raam en de verrichtingen van het echtpaar Kauw en de Kool-en-pimpelmezen.

Het past bij mijn mijmeringen over de twaalf midwinternachten, waar we nu midden in zitten, de nachten van 20 tot en met 31 december en die vermoedelijk de oorzaak zijn van mijn wakkere doorleving. ‘Niemandstijd’ noemen ze het in het blad Happinez, die ik speciaal cadeau heb gedaan aan mezelf, omdat het onderwerp ‘Dromen’ was. De yule-beleving krijg ik er gratis en voor niets bij en sluit prachtig aan bij het boek ‘Winteren’ van Katherine Mae. Twaalf nachten om filosoferend te ondergaan of blanco te blijven op de vibraties van wat zich aandient in een persoonlijk mantra. ‘Niemandstijd’ is een wonderschoon begrip. Als een hagelwit en onbeschreven blad dat zichzelf volschrijft met gedachten. letters die gevormd worden tot woorden, woorden die in samenhang de zin maken zonder de ratio en puur op gevoel. Laat maar stromen, die energetische golven, het brengt altijd weer nieuw licht.

Bij de fysio ging alles niet helemaal vanzelf. Hij vindt dat ik twee keer per week nodig heb, maar ja, ik verkeer zoals vaker tussen tafellaken en servet. Wel erg benauwd, maar net geen exacerbatie. Het hangt er altijd tussenin. Toch weer navragen bij de huisarts. De longarts staat namelijk pas in maart op de kalender, even als de twee longonderzoeken.

Pluis nu ook wakker

Pluis is ook aan het winteren geslagen. Ze houdt niet van miezer en kou en negeert derhalve open deuren. Ze blijft met haar poezelige voetjes liever binnen. Terwijl ik aan het waken was, ronkte zij jaloersmakend hele bossen omver, behaaglijk opgekruld, het koppie vertrouwend achterover, argeloos haast.

Ik beloof mezelf wel meer te gaan bewegen. Door de vicieuze cirkel, benauwd, versnelde ademhaling, vermoeider dan moe, en dan nog minder ondernemen, is er de neiging te blijven zitten, waar je zit en je niet te verroeren, zoals het verstoppertje van vroeger. Ongemerkt sluipt passiviteit er meer en meer in. Dat betekent toch weer voornemens stellen. De hometrainer grijnst vals onder de handdoek die erop ligt en de jas die er overheen hangt. ‘Pel me maar eens uit en begin met vijf minuten’, zendt ze door. Goed, ze krijgt een naam en daarmee een persoonlijkheid: Sofie(tsje). Maak je borst maar nat, schat. Vanaf vandaag vijf minuten en per dag wat minuten erbij. Wie weet. Het recht ligt in eigen hand, zeker die van het zegevieren.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In volle glorie

Wit van de rijp glinstert de wereld me tegemoet in een zweem van zonlicht. Als het oplicht buiten, is de wens de moeder van mijn gedachte, want de daadwerkelijke gouden gloed mist hier. Het boek ‘Winteren’ is uit en zoals altijd met iets wat achter me ligt, voel ik een lichte spijt bij het dichtslaan van de laatste kaft. Tegelijkertijd is er ook de vreugde om het begin aan een nieuw avontuur, al weet ik niet waar deze schrijfster me brengen zal en staat ze mijlen ver af van de filosofische zoektocht van Katherine May. Lale Gul, de opdracht van onze leesgroep ligt verscholen onder wat losbladige lectuur onder het krukje dat diens doet als nachtkastje.

Tegelijkertijd draaien de gedachten op volle toeren en verzinnen ze de meest aannemelijke aankleding voor vandaag, kerstelijk samenzijn met de drie zussen. De boodschappen zijn in huis, de rijsttafel is besteld bij een lokaal restaurant, de keuken is aan kant. Waarom ik het gisteren toch ineens op mijn heupen kreeg, weet ik niet, maar wiebelend op een stoel moest de bovenkant van de keukenkastjes, die met de glazen karaffen en vazen, er aan geloven en ontkwamen niet aan de opruimwoede. Vettige kranten verwijderd, ooit een tip van mijn moeder, nog altijd ouderwets gehandhaafd, de glazen voorwerpen een voor een in het hete sop, met de stofzuiger de spinraggen weggezogen. Nou viel dat laatste mee hoor. Het waren stofjes tegen de muur aangekleefd.

Ook de keukenlades moesten het ontgelden en alles wat overtollig was of al jaren ongebruikt, mocht weg. Zo’n bui dus. Onhandig als je daarna nog de zware boodschappen in ging slaan, de wijnen en het laatste lekkers aan hapjes en zoutjes. Doodmoe kon ik geen pap meer zeggen. Zoonlief deed het laatste restantje, te weten, kapstok leeg maken en overtollige jassen naar de zolder. Straks snor ik nog een laken op, zorg dat de tafel gereed is om aan te vallen en kan dan tevreden terugkijken op deze titanenslag.

Vanuit de diepte, door alle inspanning in een ruk tot zeven uur doorgeslapen, kwam eindelijk een bericht van vriendlief, die kennelijk zelf een behoorlijke acclimatisering heeft moeten ondergaan. Een ‘diep mentaal duister’ had plaats gemaakt voor het ‘praktische ongewisse’, schreef hij. Al puzzelend vormden de losse woorden een beeld. Tijd om naar het licht te reiken, lijkt me.

Vanmorgen keek ik het progranmma ‘De nacht der slapelozen’ van Frits Spits. Hij praat met andere slapelozen, die, net als hij aan het werk zijn of gebruik maken van de nachtelijke uren om inspiratie te verwerken. Ze hadden het over ‘lucide dromen’. Iets wat ik vaak meemaak, als ik na mijn nachtelijke waakuren weer in slaap val. Dromen met hele heldere beelden, die in een soort waakslaap langs komen en zo blijven hangen, dat je ze nog herinnert en op kan schrijven. De Robin die hier over praat, vertelt mijn verhaal en dat geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik wist al van jongsaf dat je het onthouden van de droom kan trainen. In mijn geval is dat vooral door hem in de laatste waakfase haar helemaal terug te halen. Dan blijven de beelden scherp. Als je ze alsnog niet vastlegt, verdwijnen ze in de mist of komen slechts in flarden terug. Net als deze Robin zet het mij ook aan tot nieuwe ideeën. Er trekken een aantal slapelozen langs. Een natuurfotograaf, een kunstenaar, een vrouw die uitleg geeft over de werking van slapeloosheid. Het verdient zeer de moeite om het hele programma terug te zien. Er worden hele zinnige voorbeelden aangehaald, waarin je jezelf herkennen kan als je ook behoort tot de dragers van deze nachtelijke uren. De warme, begripvolle stem van Frits verbindt. Niet alleen zijn vertellers, maar ook het leger aan nachtbrakers op de bank.

Dat is voor later. Nu eerst aan de gang. Kerstliederen neuriën en sfeertje kweken. Om een uur is er koffie met taart bij zus en daarna rolt de dag zich uit in volle glorie.

Overpeinzingen

Iets om over na te denken

Soms kom je iets tegen, dat rechtstreeks de kern raakt en waarvan je hart opveert. In het hoofdstuk Winter uit ‘Winteren’ van Katherine May komt de volgende passage voor: ‘ Je moet het leven leiden waardoor je je goed voelt, niet het leven dat andere mensen willen’. Degene die deze raad aanhaalt is Dorte, een vrouw met een bipolaire stoornis. Ze krijgt dit advies na tien jaar tobben aangereikt door een, haar onbekende arts, die waarneemt voor zijn collega. Vanaf dat moment neemt ze het heft in eigen hand, daarbij vooral geholpen door de dagelijkse winterse zeeduik, toen ze merkte dat ze zich beter voelde bij kou, dan bij warmte. Daar moest ze eerst wel naar toe werken in kleine stappen met volharding en groot succes. Iets om heilig ontzag voor te hebben, dat je de realiteit naadloos durft aan te passen aan het ‘Zijn’. Er was oefening voor nodig, maar uiteindelijk baarde het kunst. De schoonheid van het doorgronden. Een zo’n passage is voor deze ochtend al genoeg. Wijsheid ligt soms verborgen of duikt plotseling en onverwacht op, als je de ogen er maar voor opent.

Gisteren kwam mijn verwacht bezoek een uurtje later. De tijd is aan ons in deze stille dagen, dus maakte het niet uit. Een grote verrassingsdoos, die ik pas na de boodschappen uit zou pakken. Thee en heerlijke winterse chocolaatjes van mijn andere werkgever waren voorhanden. Gemoedelijk gekout over het wel en wee. Een nieuwe zilveren dwarsfluit als opsteker van de dag, een eeuwige liefde voor het instrument wat al heel vroeg duidelijk was en af en toe, in de verlegen blik, mijn lief klein meisje van ooit. Alweer 12 jaar. De tijd vliegt voorbij. Erasmus werd met vriend besproken en het was fijn om dat te mogen delen. Naar aanleiding van mijn blog was het boek besteld en lag het straks onder de kerstboom. Zelf was het kind van pas geleden nu Geronimo Stilton aan het lezen, de muis, die kinderen door de tijd laat reizen en ze meeneemt naar Homerus zijn Odyssee en het Rome van Dante bijvoorbeeld. Gek op lezen, wat haast niet anders kon, met boekminnende ouders en juffen.

Het gesprek kabbelde voort en sloeg een uur stuk. Tijd om een deur verder te gaan. De doos bleef onaangeroerd tot na de boodschappen. Maar daarna kon het feest beginnen. In feite was het een groot filmpakket bij elkaar. Een te kiezen film, popcorn zoet en zout, zoetigheid, frisdrank, en een kaaszoutje met dip. Dubbel feest door het Vrijwilligershuis. Pluis vond het maar zozo, zonder kattensnoepjes.

Vriendlief is weer in het land. Gebroken door de lange reis, een tikkie ‘weltfremd’ hier in het westen, maar heelhuids. Van de week ga ik poolshoogte nemen. Vandaag word ik bijgepraat, of liever, bijgeschreven, daarna zijn er stappen te ondernemen, verwacht ik.

Zoonlief had de Zonnewendemaan onder zijn leden en liep al vanaf voor vieren te spoken, sapjes te brouwen en roffeltjes op de trap ten beste te geven. Zonet nog probeerde ik in slaap te vallen, maar eenmaal aan het malen stoppen de radertjes in het hoofd niet meer zo vlug.

Iemand schreef, ik zal de musea zo erg missen. Mijn eerste neiging was het te beamen, maar ik ben zeker twee maanden niet in het museum geweest. Ik vrees dat we dát niet zozeer missen, maar meer het idee, dat we er niet in vrijheid over kunnen beschikken. En is dat niet met alles zo. Iets om over na te denken.

Overpeinzingen

Vangen in woorden

Er is niet veel tijd over om te schrijven, terwijl er toch eigenlijk zeeën van tijd zouden moeten zijn. Nog steeds loopt de tijd in een bodemloze zandloper weg en sijpelt tot in de laatste uurtjes van de dag door. Slaap en droom vullen de hiaten op, die gaten in de bodem van de nacht hebben geslagen.

De post bracht gisteren een lieve warme kerstgroet van een blogger, die ik al heel lang volg en die ik bewonder om de moed, waarmee ze de grenzen van een belemmering weet te verschuiven tot aanvaardbaar en mooi leven, vol oog voor alles wat schoonheid in zich draagt. Het inspireert en is de broodnodige stimulans om steeds maar weer de schouders eronder te zetten, te focussen op wat haalbaar is en te weten, dat er mensen zijn, net als jij, die op een dergelijke manier in het leven staan. Ons kent ons.

Dochterlief appt, of ik zo voor een lunch kan zorgen en kan brengen naar het huis van de oudste, waar uit alle macht geschilderd wordt om, na een forse verbouwing door de verhuurder, er weer tiptop bij te kunnen zitten. Eerst de prik en dan de broodjes, appte ik terug.

Door de booster kon ik vandaag niet mee om met acht urban sketchers op ruim afstand van elkaar te tekenen in het Musiom, het museum voor hedendaagse kunst in Amersfoort. Daar had ik me op verheugd. Een zittende activiteit met veel afleiding, want genoeg mooie moderne kunst om me aan te laven, om me heen. Vanmiddag maar eens zien of ik op afstand wel er een tekening uit kan brouwen, veilig op de bank dan maar. Het zijn van die heerlijke uitjes, ook weer met een groep gelijkgestemden.

Een ander bericht van een door mij veel gelezen blogger komt binnen en valt rauw op mijn dak. Haar geliefde is gisterennacht volkomen onverwacht gestorven in haar armen. Ik ben er stil van. Gezond, sportief, relatief jong. Van het ene op het andere moment, ogenschijnlijk zonder aanleiding. Onmiddellijk zwerft de gemeenplaats van lang geleden door het hoofd. ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’. Volkomen misplaatste tegeltjeswijsheid, om met een zwaai in de verste hoek van de kamer te keilen. Onbevattelijk, zo’n gebeurtenis. Elke vorm van leedbetuiging lijkt er een teveel te zijn. Gillen wil je, als dat je overkomt, jammeren, uitschreeuwen over alle zeven zeeën van tijd heen. Het moment terugdraaien en het overdoen maar dan met een goede afloop. Dapper schrijft ze eronder: Blogpauze. Alles valt letterlijk uit je handen op zo’n moment. Waar moet je beginnen met je rouw, het lijkt eerder een zwart gat, waarin de werkelijkheid opeens verdwenen lijkt te zijn, er komt geen hemel aan te pas, enkel dat doffe(vooral dat), verdovende gevoel. Kwetsbare mensen in alle opzichten, dat zijn we.

Het roert iets los, een angstig gevoel. Ik ken beiden niet en bedenk, dat er toch meer binding is dan alleen het bloglijntje. Je leert elkaar kennen, leeft mee met elkaar en deelt die intieme gedachtensprongen. Het schift zich vanzelf, de trouwe volgers, die lezen en vinden, wat de ander hen toebedeeld en de vluchtige passanten.

Cijfers zeggen niets, het gaat om de respons, de voeling met elkaar, de waarachtige belangstelling. Dat te delen heeft gelijkvoelende geesten opgeleverd. Ze houden van kunst, van schoonheid, de natuur de kleine geneugtes des levens en bovenal houden we allemaal van de taal om dat gevoel te vangen in woorden.

Overpeinzingen

Kalmpjes aan, maar gestaag

Wat een druil kan men daar boven verzinnen als grote schoonmaak voor de kerst. Met bakken kwam het gisteren naar beneden. De kleine blauwe prins blies met de ventilator op de hoogste stand, ternauwernood de ruiten schoon. Binnen in die half mistige cocon leidde ik hem door de huilende straten. Het zicht werd extra bemoeilijkt door de weerspiegeling van de lampen in de glimmende plassen op de grond. Treurigheid alom. Een passender cachet voor de sombere onheilstijding van die dag was nauwelijks denkbaar.

Voor het pompoenpittenbrood van de warme bakker voor dochterlief en haar gezin was ik te laat, dan maar anderhalf brood zonnebloempitten van de supermarkt. Zwaaiende kinderhandjes aan de deur. Het voordeel van de quarantaine? Nauwelijks was, omdat de ganse familie in huispak rondliep. Blij met de verse aanvoer van boodschappen wierpen ze dankbaar kushandjes toe.

Berichten van zoonlief zojuist bevestigden wat gisteren al doorsijpelde. Positief. Alleen de vrouw des huizes liep nog gesterkt door haar net gezette vaccin, moederend rond. De Benjamin had het zwaar te pakken, hoge koorts, geen stem meer, keelpijn. Bij grote broer leek het meer op griep. Er was een open lijntje met het ziekenhuis voor de kleine. Maar zowel zoonlief als hij zagen er vanmorgen op een filmpje alweer stukken beter uit.

Ze lieten de boodschappen bezorgen. Dus daar hoefde ik niet achter aan. In de spits dan maar op weg naar het tuincentrum, waar zijn tweelingbroer stond te wachten. Hij wilde plantjes voor op het balkon. Voor de veiligheid eigen auto’s, afstand en mondkapjes. Midden in de winter kom je al gauw uit bij de skimmia’s, ze waren er in rood en wit. Ook hadden we twee mooie grote helleborussen uitgezocht. Maar een van de tuindames riep ons terug en informeerde naar de pot, waar de plant in zou gaan. Die was niet diep, dus raadde ze het af, omdat ze geheid dood zouden vriezen. Lief en eerlijk advies. We vonden nog een bijpassende Leucothoe met haar frisrode blad en wat heideachtig spul. Een mooi geheel voor de bakken. Een grote zak aarde erbij en binnen was de buit. Lucht-kusjes en een tot gauw, toch fijn om hem even te zien. Met een skimmia, drie voor de prijs van twee, trok ik met de kleine blauwe huiswaarts, nog een keer storm en regen trotserend.

De nieuwe Mensenkinderen lag in de bus met een ode aan de pas overleden nestor van het Jenaplanonderwijs Kees Both. Bij de boekenrubriek was ik uitgegaan van het thema ‘Helden’. Altijd weer piezelde er een spoortje trots naar binnen bij het zien van mijn werk. Wat fijn om mijn opgedane kennis zo te mogen delen in dit mooie blad vol zinnige filosofie, ethiek, mijmeringen en de verhalen over die bijzondere man, die zijn sporen ruim heeft achtergelaten binnen het Jenaplan.

Ook De Tuinliefhebber en de snoepwinkel Art Supplies waren binnen. Direct was er de verleiding om bloeiende winterstruiken, de hamamelis, de hazelaar, de gele kornoelje of de struikkamperfoelie aan te schaffen. De winterjasmijn was al langer in het vizier. Maar vooral de hamamelis zou het goed doen tegen die donkere haag van de buurman.

Bij het kunstwinkel magazine worden ogen steevast groter dan de portemonnee. Het mag wat kosten zo’n hobby. Heerlijke grote potloodkisten of prachtig en verleidelijk linnen, olieverfkisten in luxueuze uitvoeringen, handige hebbedingetjes en hulpmiddelen, het is er allemaal.

Erasmus is vanuit Engeland inmiddels weer terug in Parijs. Niet dat hij dat verkiest boven de luxe van zijn leven bij de graaf van Mountjoy en zijn sparringpartner Colet, maar hij moet nog altijd zijn bull halen en daarbij heeft hij een nieuwe geldschieter nodig. Of het hem lukt zal blijken uit dit traag vorderende verhaal. Traag in de zin van: Langzaam tot je te nemen, want na een bladzijde of twintig zit het hoofd weer vol met de boeiende materie. Kalmpjes aan, maar gestaag.

Overpeinzingen

De zotte morgen

Vandaag is het de dag van de Bossche Bol, de dag van de vader der vaders, de dag van de terriër op het middenveld, de dag van jarig zijn, de dag van de zorgzaamheid, de dag van de liefde. Een zeldzaam mooie dag.

De Bossche Bol is simpel te verklaren. Toen we twintig weken zwanger en wel in het ziekenhuis waren beland voor een echo deelde de desbetreffende gynaecoloog ons mede, dat hij er niet meer van kon maken dan twee. Eerst dreigde deze aankondiging te verzanden in de vreugde om het horen en zien van dat kleine wonder, maar langzaamaan drong het tot ons door. Niet een, maar twee. Er zat maar een ding op. Dat moest gevierd worden. Met Bossche Bollen, het lievelingsgebak. Daarnaast moest er met sneltreinvaart meer ruimte gevonden worden om twee erbij te huisvesten, nog een baby-uitzet worden vergaard en nieuwe meisjesnamen verzonnen worden. We deden alleen in vrouwen, dachten we. Dat het allemaal anders zou lopen en we in de haast toch twee jongensnamen te berde moesten brengen was maar een kleine bijkomstigheid bij de alles overheersende vreugde.

De terriër op het middenveld was de bijnaam om de capriolen op het middenveld. Had hij eenmaal de bal dan ging hij door roeien en ruiten. Klein en sterk, wendbaar en snel. Het doelpunt verzekerd.

De vader der vaders was onvermoeibaar als het om geven van liefde was, van respect voor het leven van zijn kroost, een en al oog en aandacht. De kenmerkende transportfiets en later de bakfiets werden een begrip in de straten van de stad. De zorgzaamheid ging diep. Vandaag is de dag van het verleden, van wat ooit was, maar ook van wat altijd en onuitwisbaar zal zijn. Geen zandgeschreven boodschap , geen aanspoelende golven om het mee te nemen, maar een in gedachte verstuurde blijk van liefde, een luchtgeschreven regel en denkbeeldig houden we elkaar vast, de kinderen en ik.

Vanmiddag komt zoonlief wat foto’s uitzoeken. De twee grote plastic bewaardozen moeten onder het bed uitgerold, afgestoft en daarna kan het grote sorteren beginnen van babyvet tot volwassenheid. Daar zijn we wel een tijdje zoet mee. Er zullen meer dode zielen komen bovendrijven. Een dag van herinneren, herdenken en verbinden met Zjef van Uytsel over de speakers.

Gisteren bij de boekbespreking ontdekten we van elkaar dat praktisch niemand het boek had uitgelezen. Zoals ik al aangaf, was het met name de ingewikkelde zoektocht van de dochter naar haar vader, welk beeld hij had achtergelaten bij zijn vrienden, bij zijn vrouwen. Daar kwamen lange lijsten om de hoek kijken van literatuur, gebeurtenissen, een opeenstapeling aan archieven en namen. Ondoordringbaar haast. Gaandeweg pelt ze het af, dat is misschien de kracht van het boek. Het wordt steeds helderder, alsof het losgeweekt moet worden uit het oordeel van anderen tot alleen de man zelf nog overblijft. Het zal worden uitgelezen maar pas na Erasmus, waar ik nu als de gesmeerde bliksem aan moet beginnen, wil ik het tot een goed einde brengen.

Een tip van een lieve vriend. Bij ‘In het Uur van de Wolf’ de schrijfster Toni Morrison: Black matters. Iets om naar om te zien. Wat een voordeel dat we bij herhaling kunnen leven. Zo is een verzameling aan ‘de moeite waard-gebeurtenissen’ verzekerd van de juiste aandacht op het juiste uur. Na het schrijven pas en, in variatie op het thema, In alle rust en stilte van de zotte morgen.

Overpeinzingen

Vrij als een vogel

Net de film afgekeken op NPO, waar ik gisteren voortvarend aan begonnen was, maar die zo spannend werd, dat een pauze op haar plek was. Nu dreunt ze na in alle vezels, waarbij ik dien te vertellen, dat ik een watje ben, als het om spanning gaat. Het was een psychologische thriller, met als titel ‘The Gift’ van Joel Edgerton. Een film die te herleiden valt tot de vraag of pestkoppen door hebben wat ze aanrichten in het leven van een ander. Een echtpaar komt in de stad wonen waar de heer des huizes is opgegroeid en komt een schoolgenoot van vroeger tegen, die door hem gepest werd. Een intrigerend gegeven met een ontknoping die niet een, twee, drie is weg te poetsen.

‘Boontje komt om zijn loontje’, zei men vroeger. En ‘ De waarheid achterhaalt je wel’. Dat laatste betrof de heer des huizes, die verstrikt raakte in zijn eigen leugens. Het pestgedrag had desastreuze gevolgen voor de betreffende schoolgenoot. Hetzelfde geldt voor het bekritiseren van iets. Dat was precies de reden, dat we probeerden in onze groep de nadruk te leggen op de positieve benadering. Kritiek is prima, zolang het handvaten aanreikt om verder te bouwen. De wens om zo te handelen kwam ook voort uit mijn eigen beleving van het ‘dikkerdje’ van vroeger. Tot in lengte der dagen heb ik het zo gevoeld en gezien, terwijl de spiegel een totaal ander beeld toonde.

Een pittig te verteren begin van de dag. Dochterlief klopte er met een mail wat luchtigheid in. Had ik zin om mee te doen aan een gratis online tuinontwerp. Ja, wat een gave manier om de tijd thuis te slechten. Binnen zijn en buiten voelen. Dat gaat morgenavond gebeuren. Potloden slijpen, schetsboek klaar leggen, tuinboeken doorstruinen als voorbereiding. Ook niet verkeerd.

Met de psycholoog die een onderzoek uitvoerde in opdracht via beeldbellen even het verleden ingedoken. Er zijn voordelen aan het binnen zitten. Geen gehaast met auto’s en risicovolle ontmoetingen, maar gewoon vanaf je eigen bank, met thee onder handbereik, de vragen over je heen laten komen. Het werd een boeiend gesprek, met voor mij geen verrassende uitslag.

Vanmiddag zouden we met de klankbordgroep van de culturele instelling alle leuke theaterdagen bespreken en verdelen, net als elk jaar. Ook dat gaat nu via zoom. De gebruikelijke pizza, die er altijd bij besteld wordt, mogen we op hun rekening schrijven. Niet dat ik daar over pieker, want je gunt hen elk dubbeltje. Hetzelfde idee had ik ook bij de vraag of ik de museumjaarkaart wilde verlengen. Ook al is er te weinig bezoek van mijn kant geweest en misschien nog, dan staat het aanschaffen van de kaart buiten kijf. Voor volk en vaderland. Zonder is het leven niet te doen.

Vannacht in mijn droom kon ik vliegen. Eerst horizontaal met een borstcrawl vaart maken en dan gaan. Halverwege kreeg ik het een beetje koud en wilde, net als mijn duo die ook meevloog, mijn jas aantrekken. We landden aan de zoom van de woestijn. Langs de zo typerende zandheuvels liepen mannen in Berberachtige kleren in kamelenpas achter elkaar. Wij verstopten ons bij een schuurtje er tegenover. Ze namen ons toch mee. Later was ik alleen terug en dook weg in een tussenruimte van het hutje voor een motorrijder, die door het kleine raam het pikkedonker in keek. Ik wist dat hij me zag, maar hij sloot het schuifluik met een klap en liet me staan. Of het vliegen daarna nog lukte, weet ik niet, want ik werd wakker met voldoende tijd om de droom te repeteren. Dat zorgde voor dit relaas. Anders waren de beelden net als mijn alter ego allang vervlogen geweest.

Het dromenboek verklaarde met het kunnen vliegen, dat je letterlijk boven iets bent uitgestegen, of misschien in een zaak een nieuw perspectief hebt gevonden. Het gevoel was bijzonder prettig. Dat is me eveneens helder voor de geest gebleven. Vrij als een vogel.

Overpeinzingen

Ze wijst de juiste weg

Een toestromende menigte van de wat oudere/en of aan chronische aandoeningen lijdende mens begaf zich op weg naar de onlogische ingang aan de achterkant van de beursfabriek, waar vaccinaties plaats vonden. Voor sommige was dat brug te ver, of eigenlijk, een weg te lang, want met een rollator of met krukken op de hobbelige straat viel het niet mee. De fiets bleef ook achter het gebaande pad, omdat de uitgang aan de voorkant van het gebouw was. Mijl op zeven hoe je het ook wende of keerde. De linten dwongen in vrolijk rood/wit de looprichting af. Alsof je aan het inchecken was op Schiphol.

Toevallig mocht ik bij de eigen huisarts, die op haar enige vrije dag van de week een middag de nood moest lenigen in dit ongezellige oord. Van de weeromstuit kon ze niet op mijn naam komen en ik was de brief met de oproep vergeten. Zo omarmden we samen de vergeetachtigheid. Het schiep een band. De griepprik werd in de linkerarm gejenst en de volgende keer bied ik de rechter aan, want het deed, net als bij het vaccin, gemeen pijn. De weg naar de uitgang werd vertraagd door een vrouw, die moeizaam er naar toe schuifelde, terwijl haar man al bijna bij de auto was. Pas op de plaats en geduldig wachten.

Onderweg naar zoonlief was het behaaglijk warm in de kleine blauwe Prins. De radio op oude country muziek, met Jim Reeves, Johny Cash, Dolly Parton, John Denver en de Eagles. Het zorgde voor een vredige stemming evenals de gekozen binnendoor-route met het verglijden van de mooiste kleurschakeringen, herfst op haar mooist. Zelfs zonder scheen de zon.

Lieve schone dochter had net gevoed en terwijl ik met mijn prachtige Benjamin op schoot van de thee genoot, mixte zij alvast een beslag voor de pannenkoeken-party zoals grote broer zo’n feestje noemde. Als we hem opgehaald hadden, kon er direct gebakken worden, was de gedachte erachter. Het bleek minder fris te zijn. Schoondochter had een kortere route gevonden, die goed te doen was. Vier kinderen in het dagverblijf waren nog aan het wachten tot ze gehaald werden. Onderweg kwam er een uitgebreide opsomming door de kleine krullebol, van wat er allemaal te zien was. Auto’s, lichten, een defibrillator(haha) wist mama, nog meer auto’s en lampen en de Ballie. Een wonderlijk standbeeld van een stapel boeken met daarboven op een bubbel en daarop weer een zeehond. De bubbels leken op een net ballen bij de voetbal, dus ik snapte de naamgeving wel.

Thuis kon het bakken beginnen. Er waren twee pannen onder handbereik, goed voor een lekkere snelle actie. Schoondochter was perplex hoe rap de stapel groeide. Binnen een klein kwartier kwam de bodem van de beslagkom in het zicht en lag er een stapel naturelle en vijf kaaspannenkoeken te dampen op een bord. Mijn lieve kleine krullebol had de keuze tussen gewone of dinokoeken, omdat de ene pan pootjes en een lange nek toverde aan het beslag dat in de pan ging. Extra feest dus. Zoonlief viel ook inmiddels binnen en twee stegosaurussen gingen met hagelslag en muisjes en veel smaak naar binnen. Dat stond niet iedere dag voor zijn neus. Na al het lekkers was het tijd voor grensverleggend gedrag. Boeven, grenzen opzoeken, spelen met papa en gooien met blokjes om daarna met een scheef koppie te kijken hoe de reactie zou zijn. Zo hield hij ons bezig, terwijl de Benjamin gevoed werd. Het meegebrachte boek uit de grote collectie van oma, ‘de mega-super-piep-krak-kraan’ werd genegeerd, evenals de opdracht om rustig een boekje te lezen. Tien seconden op de trap zorgde ervoor dat hij als een blad aan de boom omdraaide in een zoet spelend modeljongetje. Het vertrek van mij hielp ook daarbij.

De kleine filosoof zou morgen zijn familiefeestje hebben, maar dochter appte. Zijn juf heeft Corona en de groep moet vijf dagen in quarantaine. Het was met de nieuwe maatregelen al gereduceerd tot vier volwassenen. Arme kinderen, geen verjaardag, geen Sinterklaas. Op Twitter een column van een vrouw, die schrijft: ‘Boos zijn heeft geen zin, zorg voor afvoerkanalen’. Een wijze raad. Boos zijn is verspilde energie en lost niets op. Een kleine staartmees in de boom hipt van tak naar tak op zoek naar heerlijkheden. Ze wijst de juiste weg.

Overpeinzingen·Zang

Akela, we doen ons best

Een vroeg begin van de dag, met een heerlijk zonnetje erbij. De wereld in herfsttinten..Het was wachten op de monteur van de telefonie en het internet. Hij had in het kastje verderop in de straat al wat draden aangesloten en zonder dat ik het wist was er groen licht. Pas toen hij belde en vroeg of alles het weer deed, kon ik dat beamen. Een tv die alleen maar een storing doorgeeft is een doorn in het oog. De man kwam zelf later langs voor een handtekening en een uitleg. Kalm, vriendelijk en geduldig. Goud zijn deze mensen.

Er kwam een mooie overpeinzing langs over afscheid nemen en de dood, nu het deze week Allerzielen was. In Frankrijk uitbundig gevierd op de kerkhoven met, bij voorkeur, gele chrysanten. Mijn gang naar het kerkhof is minimaal. Het wordt enigszins gestuurd door de herinnering aan mijn moeder, die daar met mij over de paden van de begraafplaats liep, Ze wees terloops op een teer bosje fresia’s in een rank vaasje. ‘Kijk, dat vind ik nou mooi’, zei ze. Een half jaar later kon het vaasje geplaatst worden. Dat gegeven plantte een bijgelovig zaadje, dat te denken gaf. Absurd natuurlijk, maar toch. Dus gedenk ik haar in mijn schrijven, in de tuin, bij een akelei die in bloei staat, als de gele forsythia bloeit en de perenboom merelt. De vader van de kinderen heeft de Noordzee als gedenkplaat. Elk jaar op zijn sterfdag schrijven we boodschappen in het zand, laten hem weten dat hij altijd voelbaar aanwezig is en wensen hem een mooie vlucht, daar hoog in de lucht. Zijn boodschappers zijn de buizerd en de sperwer, de havik en de kiekendief. Troostend als we ze zien en opgelucht. Hij is erbij.

Vriendin, die tegelijk vertrok met haar geliefde gierzwaluwen, komt elk jaar in april weerom en voedt de herinneringen voor een aantal maanden als ze gierend in de lucht scheren en altijd is er overal een kaarsje in elke kerk die we tegenkomen en branden. Onze eigen Allerzielen.

Hoe langer je bestaat, hoe meer er gaan en afscheid onlosmakelijk verbonden is met het leven. Dat besef is goed. Het een plek geven doet ieder op een eigen wijze. De ruwe pijn, stoorzender op je ziel, verzacht, maar nooit het gemis. Een keertje nog even aanraken, ruiken, wang tegen wang, traan op traan. In een droom komen ze soms voorbij, helder en levend, om daarna terug te stappen in de ongenaakbare stilte, zoals dikke mist contouren laat verdwijnen. De zee neemt de woorden vol liefde mee.

Gisteren bij zuslief ingezongen en geoefend. De dagen zijn me dierbaar. We kletsen wat, we werken aan het repertoire en spitten wat rond in onze meningen en gedachten, tasten af, vullen aan, levelen, slempen thee en dan een wijntje, eten samen als haar manlief thuiskomt. Bedaarde zus die altijd vooruit denkt en een heel weekmenu klaar heeft, daar waar ik van de hand in de tand leef, wel meer overwogen maar toch met een ‘Wie dan leeft, dan zorgt’. Dat ter voorkoming van overbodige negatieve energie. En toch vinden we elkaar naadloos. Zusterliefde.

De zangjuf jast met groot enthousiasme een aantal liederen erin. Ze zit nog op een spoor van veel en pittig. We kraken de noten, hier en daar glibbert er een onderuit, maar wordt gecompenseerd door de ander. Het voordeel van koorzang. Wat zeker waar is, is de klankkleur van de stemmen, die zoetjes samenvloeien en welluidend klinken. Ze dirigeert en corrigeert. Akela, we doen ons best.

Overpeinzingen

Wat let me nog

Het was geen storing, maar er was een blokkade door KPN zelf, omdat er indringers op de loer lagen. Geen idee hoe dat er aan toe gaat in kabeltjesland. Nou ja, er is wel veel bekend, maar naar de hoed en de rand hoef je me niet te vragen. Daar heb ik echt zoonlief bij nodig. Vandaag wordt er weer door hem gebeld, want gisteren op de valreep van de werkdag lukte het kennelijk niet meer om dat ene knopje te vinden. Gelukkig had oudste zoon een deelzender, zodat de televisie gewoon bereikbaar was en wist de jongste me wegwijs te maken door de hotspot perikelen. Alles blijkt nog steeds onder handbereik te zijn, als je de juiste stappen kunt zetten.

Het voelt wel wat mutserig, als een echte senior zal ik maar zeggen en tegelijkertijd is daarnaast het besef van mijn eigen andere universum, dat gesneden koek voor mij is. Zo heeft ieder kwaliteiten en dat te delen met elkaar is de kers op de taart.

Voorbereidingen voor de ets brengt een getekende Pluis in vol ornaat, haartje voor haartje uitgespeld. Vanmorgen heb ik bij de snelservice tien zwart/wit foto’s besteld die zometeen op te halen zijn. Dan kan ik vast tekenen op papier en de platen polijsten. Met Basso koperpoets worden ze daarna glimmend als een spiegeltje. Het etszwart komt er in het atelier van Han Van Hagen op. Daarna kan het grote feest beginnen.

Vanmorgen zag ik een filmpje op kanaal Oost over Ronald A. Westerhuis. Als we het dan toch hebben over polijsten, dan wordt daar eer grof geschut mee ingezet. Hij bedenkt prachtige objecten waar een heel team voor nodig is om ze uit te voeren. Het MH17 gedenkteken is van zijn hand. Een indrukwekkend ‘oog’ op de hemel gericht van cortexstaal en staal. Het kent een prachtige symboliek als van herdenken en vooruitzien.

Vanavond gaat er weer gezongen worden en dat betekent een gezellige oefenmiddag met zuslief. Voor die tijd is het fijn als alles voor morgen in kannen en kruiken is, inclusief een wasje met wat truien die mee mogen. Het zorgt voor een ietwat opgejaagd gevoel, dat even zal aanhouden en daarna verdwijnt. ‘Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet’, hoor ik mijn vader brommen. En zo is dat.

Broerlief belde gisteren of ik hem wilde helpen met herinneringen aan zijn jeugd in verband met een onderzoek. Dat wordt weer een afdaling naar het verleden, waar het altijd goed toeven is, ook al was echt niet alles rozengeur en maneschijn. Mijn ouders moesten hard sappelen om alles rond te breien, daar in de net iets te krappe woning. Het is goed om de herinnering te plaatsen in de tijdgeest, want dat zet grote druk op het geheel. Wat nu bizar of banaal lijkt, was vroeger heel gewoon. Wat ook meetelt is je beleving als kind. Dat is vooral duidelijk te horen in het relaas van de vier oudste kinderen van Ruinerwold, die opgroeiden in afzondering, met een pa en ma met een volstrekt eigen en nogal Spartaanse geloofsbeleving. Hemelschreiend relaas van hun jeugd, waarbij ze niet beter wisten, dan dat het leven op die manier te doen gebruikelijk was. Met ontsteltenis heb ik de afleveringen bekeken. Dat het nog kon in die tijd. Het duurde even eer het weer uit mijn gedachten was.

Huppetee, in de benen. Na regen komt zonneschijn, belooft het buiten. Wat let me nog.

Overpeinzingen

Versla je ze niet, voedt en zoet ze dan

De kleine filosoof is jarig, samen met vier anderen van mijn facebookvriendinnen. Officieel vieren we het pas het tweede weekeinde van november met de hele familie, maar natuurlijk is er een klein blik opa en oma’s om open te trekken.Wij vrouwen zijn in de meerderheid. Het wordt een taartje eten met elkaar bij het Landhuis in de stad met vervolgens een klein pannenkoekenfestijn bij pa en ma en zus thuis. Daarna is het aftellen en wachten op het grote feest. Het is een verrassing en daardoor allemaal dubbel leuk. Ik snor zo een geschikt boek voor hem bij elkaar, bij wijze van voorpret. Een verjaardag zonder cadeaus is het net niet helemaal. Het echte cadeau komt op het feest. Er is nog een feestelijke gebeurtenis. Vanaf gisteren wonen mijn lieve schoondochter en haar dochter bij de oudste zoon. De eerste echte nacht in haar nieuwe kamer. Hoe spannend wil je het hebben als bijna vierjarige. Zondag is de familiebrunch bij hen, dan wordt het gevierd.

Zoonlief was al om zeven uur uit huis gegaan. Kennelijk om eerst een uur foto’s te schieten, want even later kreeg ik ‘ meeuw in vlucht’, aalscholver en Nijlgans doorgestuurd. ‘Wat of dat voor vogel was die zwarte. Een roofvogel toch?’ Ik moest hem teleurstellen. De aalscholver is een van de meest koddige vogels die ik ken en haalt het qua dreiging niet bij sperwer of buizerd.

De morgenstond heeft grijs in de mond, als variatie op een thema. Omdat het woelde en draaide, werd eerst een schets voor een ets gemaakt. De kunst van etsen is het omdenken van donker naar licht. De donkerste plekken moeten het langst bijten in het zuurbad, dus die moeten alle wassingen mee. De lichtste streepjes gaan maar heel kort. De foto werd vast in schaduwen verdeeld. Pluis is ook een voorbeeldig model. In zwart-wit trouwens niet te versmaden met de mooie tekening van haar vacht.

De eerste foto is dochterlief met dochter bij het opsteken van een kaarsje in de een of andere kerk. Het is per slot van rekening Allerzielen en daarmee een dubbel symbool. Natuurlijk was het kaarsje voor opa in de lucht. Ooit heb ik Opa Sterretje verzonnen voor een verhaal over een jongetje dat een Florentijns reuze-ei had gevonden. Die opa kon verduizelen. Hij zat op een sterretje en hield een oogje in het zeil daar beneden. Als het moest kwam hij zelf even langs. Daarbij zat hun vader in mijn hoofd. Zo zou het moeten zijn. In een droom desnoods.

Gisteren bij de zoomvergadering waren we met zessen en hadden het over het thema ‘Lef’ van het volgende nummer. Dan merk ik dat ik heel erg vanuit het kleine en daarmee de kindbeleving denk. Ik had ooit een prentenboek voor de groep aangeschaft en dat heette ‘Mats en de moedmannetjes’ van K. Schlingemann. Het valt me in, nu ik dit schrijf. ‘De Gorgels’ van Jochem Meijer zijn ook een soort moedmannetjes. Kinderen hebben ze nodig, om al die grote obstakels te kunnen slechten, die in onze ogen slechts een kleinigheid zijn. Moed bouw je op en daar is ruimte voor nodig. Ook Bang mannetje overwint zijn angst voor het spook onder zijn bed en koopt na zijn avonturen twee taartjes bij de bakker. Een voor hemzelf en een voor het spook onder zijn bed. In variatie op een tweede thema:’Versla je ze niet, voedt en zoet ze dan’.

Overpeinzingen·Zang

Kalmte zal U redden

Zo laat pas de ogen open. ‘Dan zal je het nodig hebben’, meende mijn moeder vroeger lakoniek. Ik neem die wijsheid onmiddellijk aan, maar prettig vind ik het niet. ‘De morgenstond heeft goud in de mond’ diep ik op uit het verleden. Dat is in mijn geval zeker zo. Pluis vindt mijn geschrijf hinderlijk. Ze bedelt om aandacht en kattenkroeltjes op haar zachte poezenvelletje. Ik moet haar teleurstellen. Haast is enigszins geboden. Straks rijdt vriendin voor, voor een bezoek aan verhuisde vriendin in dat deel van het land, dat zeker een stief uurtje rijden is vanaf hier. Het hele ochtendritueel moet nog plaatsvinden en na de late avond gisteren is wat snelheid weggezakt.

Gisteren overdag voor het eerst sinds lang de penselen weer beroerd. Zuslief komt alweer meer uit de verf dan de grove opzet van voorheen. Aangestoken door programma’s als ‘Sterren op het doek’ met de lange winteravonden in het vooruitzicht begint het schilderen weer te kriebelen. Soms wens ik mezelf een grote liefde toe in deze. De bevlogen schilder die woont in het atelier en niet anders kan dan de penselen ter hand te nemen. Maar helaas, de verdeeldheid in verlangen is groot. Er is zoveel leuk en natuurlijk wil ik het allemaal meemaken.

Neem donderdag-zangdag tegenwoordig. Bij zuslief oefenen en daarna naar het beperkte ensemble om de stemmen samen te laten vloeien. Met de vier mannen erbij, waarvan de tenoren op hun sterkst zijn, klinkt het al snel mooi. Zuslief maakt een opname ervan. Slim, nu hebben we bij het oefenen meer houvast, anders dan wiebelend over de noten glijden. De dirigente zet ons voor het blok. Een nieuw stuk met vier partijen, maar de tekst staat helemaal bovenaan. Verward glijden de ogen van tekst naar noot en terug en ten leste neuried het lalala, want het is niet te doen. Ook dit wordt thuis oefenen.

Eigenlijk is het tuinweer, maar ook deze week zijn geen gaatjes te vinden, omdat het bijkomen van de drukke dagen rondscharrelen in huis betekent. Vandaag is het opnieuw prachtig weer. In de benen dus. Een kort schrijven anders is er tijdnood. Over een uurtje staat de auto voor de deur en er moet nog een was aan het droogrek. Kalmte zal u redden.

Overpeinzingen

‘Opstaan en opnieuw beginnen’

Een ochtend lang geploeterd, dus tijd om te ontsnappen aan dat beeld dat bleef branden op het netvlies, maar almaar niet op het doek kwam. Hoofd leegmaken.

IMG_3359   IMG_3399

Ik wilde eigenlijk naar Het Spoel aan de Lek en bedenk nu, dat ik harder dan 100 heb gereden op de weg er naar toe, waar dat altijd mocht en dat net voor de crisis veranderd zal zijn, maar duidelijk nog niet in het systeem zat. De eerste lange autotocht weer sinds een aantal weken. Bij Everdingen de weg af en de Dijk op. Ik moest een afslag gemist hebben of een verkeerde route, maar ik kwam nooit meer bij het Spoel aan. Wel na een hele eind rijden bij een bordje met Lingebos. Dat klonk aanlokkelijk. Er waren buiten de toeristische route die gelukkig gesloten was,  genoeg mogelijkheden om een solitaire wandeling te maken. Vergezeld van de vertrouwde stilte en het hoorbare gekwinkeleer daardoor, vond ik een weggetje tussen de bloeiende meidoorns. Niets, maar dan ook niets, kon evenaren aan de zachte geur die de talrijke kleine bloemen verspreidden. Een graslaantje vol. Wat een bofferd om dit te ontdekken. Zon filterde door de hoge bomen erom heen en toverde schoonheid en kunst.

IMG_3367

Er was een klein houten bruggetje, vrij nieuw met klaphek en het leidde naar een lawaaibomenbos van oude  populieren. De grillige, bijna kale vormen onderschreven hun ongezonde staat. Ik aarzelde. Het hek stond op een kier. Trotseren of de wijste zijn. Er lag gelukkig een veld naast, zodat ik wel naar de achterkant van de plas kon struinen door distel en brandnetel heen, die nog maar voethoog waren en derhalve begaanbaar.  De fuut met zijn parmantige vaantjes wapperend op de kop keek me hooghartig aan. ‘Wat kom jij hier doen, dacht hij. Zijn vrouwtje zat vast ergens te broeden. Meivogels.

IMG_3373 Silhouetten van het lawaaibomenbos

Het veld leidde me weer naar het paadje toe. Daar kon ik een omtrekkende  beweging om de plas maken, die vol waterleven was. Verheugd bleef ik staan bij de roep van de koekoek. Nu klonk het als vakantie. Wat had ik die al lang niet meer gehoord. De duiven roekoe-den er een Canon door heen. Het lawaaibomenbos was van hier af goed te zien en werd een fantastisch baken op het vervolg van de route. Wars van ‘hetzelfde pad teruglopen’ moest ik wel voort. Het pad strekte zich uit, langer dan gedacht, maar alleszins de moeite waard.

IMG_3384

Ergens lag een verdwaalde ouderwetse zakdoek en verhaalde van een oude boer. Aan de overkant zag ik een gezin uit het verboden bos komen. Die hadden het gevaar van vallende bomen en takken getrotseerd.

IMG_3385

Het dorp door. Vogelswerf, een aardig eindje uit de route.  Door het zware hek van staatsbosbeheer, dat ik nauwelijks open kreeg, over de de akker verder. De dorre kluiten aarde bevestigden wat men vertelde. Een kurkdroge maand ondanks de eerder gevallen regen. In de weilanden ernaast grazende koeien, glanzend zwart wit maar verderop ook Franse bruine met schattige kalfjes, de stier er waakzaam bij. ‘Kom niet over het hek heen’, vertelde hij mij.

IMG_3405   IMG_3408

Het pad voerde recht op de lawaaibomen af. Het spiegelende slootje weer over en op naar het meidoornparadijs met daarachter het kronkelweggetje, dat naar de auto voerde.

IMG_3395Jezelf spiegelen, meditatie ten top.

Gelukkig maar, want de Iphone had de navigatie niet getrokken bij een dwaling. Terug op huis aan en daar nog eens goed naar het doek gekeken. Veranderingen aangebracht en weer teniet gedaan. De natuur als afleiding. Het lopen houden we erin. Het devies voor iedere dag: ‘Opstaan en opnieuw beginnen’.