Uncategorized

Ik kan niet wachten

Vroeger bestond de analoge wereld uit zwart-wit. De televisiebeelden  en de foto’s waren in grijstinten en contrasten. De belevingswereld,waar de foto’s deel van uit maakten, waren echte sfeerbeelden. Steeds vaker grijpt men weer terug naar de kennis van vroeger op het gebied van de analoge fotografie en de vertaling in zwart/wit. Voor de tekencursus was ik al een tijdje bezig om sfeerbeelden om te zetten in het krachtige geschakeerde denken. Op die manier was de vertaalslag naar schaduw en licht makkelijker te maken. Ineens krijgen personen en objecten een andere lading.

Afgelopen zaterdag was ik op een opening van de tentoonstelling Drentse Drukkers in de galerie van Strien in nieuw Amsterdam. Ik was behoorlijk onder de indruk van het werk van Krin Rinsema, dat, naast de vele vogels en landschappen, opviel door de lijnen, de leegte en de verstilling van haar kinderen en personen.

Ze zoekt ermee de kwetsbare kanten van de mensheid op. Zelf zegt ze al geboeid te kunnen raken door een zorgelijk loopje van een man. Heel duidelijk komt dat naar voren in haar etsen, waarbij een groot zwart vlak, afsteekt tegen de tere contouren. Haar techniek is net zo kwetsbaar als haar etsen. Het is met droge naald geëtst op aluminium offset platen van de drukkerij, die na zes à zeven keer drukken op zijn.  Voor haar schilderijen gebruikt ze ziekenhuisgordijnen die al een verhaal op zichzelf te vertellen hebben. Haar materiaal is net zo doorleefd als haar onderwerpen.

066.JPG

De soberheid van het zwart/wit, met weinig nuances erin, de grootte van haar doeken, waar soms haar kinderen in lijken te verdwalen, focust zich op details. De open handen van een kind, het gebogen hoofd, de witte handen, de rollende zee, de opdoemende mist met vage contouren van een gestalte. Bij de etsen van Krin horen gedichten, gedachten op papier. Ze werkt veel met houtskool. In een van haar vroege interviews in de telegraaf van 1998 staat dat ze een gruwel heeft aan grijstonen. Je komt ze ook niet tegen. Ze is een zwart wit denker. Iets is goed of niet goed. Een tussenweg bestaat niet voor haar.

039

Jammer genoeg was deze interessante etser niet aanwezig bij de opening. Door het hele verhaal achter haar werk, intrigeert ze minstens zo, als haar etsen zelf. Altijd denk ik bij het volgen van drijfveren en normen bij uitgesproken meningen en keuzes aan de Spin Sebastiaan: Eigenzinnig en niet bang.

Nu ik dit aan het opschrijven ben, weet ik ineens welke foto ik in zwart/wit had moeten nemen, al is door de lichtval de kleur hier ondergeschikt. Wel weer even lekker om in contrasten te denken. Het is een foto van mijn kleinzoon aan de kust van Portugal. De handen open, het gespannen lijf in afwachting van de golf die komen gaat. De intentie verkleedt zich soms in schijnbare eenvoud.

tom

Vandaag ga ik met een zwart/witte bril op pad, al hou ikzelf wel van subtiele nuances, al was het maar, dat een sfeer zich op allerlei manieren aandient en het een uitdaging op zich is, om die goed neer te zetten. ‘Er leiden vele wegen naar Rome’, hoor ik het verleden roepen. Gelukkig maar, anders hadden we naast het werk van Krin, niet zo genoten van de houtsnedes, de steendruk, de litho’s de etsen van de andere exposanten.

063.jpg Litho’s van Lidwien Chorus

Poëzie zit overal en gedachten zijn te vangen in elk klein detail. De kunst is om ze uit te vergroten tot de kracht die het verdient. Ik kan niet wachten.

 

 

 

 

 

etsen·levenskunst/wandeling/natuur

Voor eeuwig in de ziel geëtst.

Het is goed om je eigen kwaliteiten te kennen. Een keer per jaar vertoeven ik en vriendin in Drenthe in het Reesdal. Onder de bezielende leiding van Han van Hagen en de goede zorgen van Lia van Rijn duiken we de wereld van de grafiek in en gaan we een weekend lang etsen. Op zinken platen leggen we een nieuwe wereld vast in lijnen en punten samen met een aantal vaste etsvrienden. We zijn stuk voor stuk gehecht aan dit bijzondere samenzijn. We kiezen zinken of koperen platen met een formaat waarvan we denken dat het werk op past, maken tekeningen naar aanleiding van genomen foto’s, zetten die over op het plaatje met zelfgemaakt carbon of overtrekpapier en gaan dan, met de naald in de aanslag, door tot we van vermoeidheid de punt dubbel zien.

147Bladeren van Renee.

Ondertussen reddert Lia zich voort in haar keuken en trekken er heerlijke kruidige geuren door het huis. Met vaardige hand werpt ze zich op voor dat hele grote gezin van rondom de dertien personen en voorziet ons van koek en zopie. We komen aansnellen met de zwarte vegen op het gezicht, een afwezige blik die bij de vorderingen is, met de au naturelle rouwranden pakken we de bolussen uit het verre Zeeland en de Gouds stroopwafels gedoneerd door de mensen uit die streken. We vullen de stilte met verhalen van de voortgang van het proces, de problemen waar we tegen aan lopen, een gemoedelijke kouten over het voorgaande jaar. Han heeft aanvullingen, prachtige verhalen over zijn kunstreizen, over etsers, over tentoonstellingen en Lia vertelt op geanimeerde wijze keramische wederwaardigheden aan vriendin, die haar eerste schreden in de pottenbakkerij gezet heeft.

156Verfijn werk van Rini.

Wat een rijkdom. We wisselen tips and tricks uit om daarna weer te verdwijnen binnen de kaders van het zink. De wereld vernauwt zich tot onderwerpen, die bij elkaar worden bestippeld en belijnd. Waar bij de andere een serene rust heerst, kras ik mijn hele ziel en zaligheid eruit. Op de een of andere manier heb ik niet de verfijnde inborst om de juiste snaar van het etsen te raken. Ik snap het principe van licht en donker en hoe je dat bewerkstelligt. Het vertrek vanuit de zwartste lijnen, die geen lijnen mogen zijn maar opgebouwd worden uit de tussenvormen. Als ik het dan uiteindelijk op de plaat wil zetten dan heeft mijn tekening mijn eigen ‘zelf’ nodig om het beeld compleet te maken.

135Zonnebaars door Linda

Han is lief en zegt dat ik een klare taal spreek. Mijn fantasie gaat altijd op hol. De voorgenomen Portugese vissen op het bord worden sardienen in blik. Het is meer illustratief dan het betere etswerk. Het werk van de anderen zie ik met mijn foto-oog en iedere keer weer neem ik me voor om de volgende keer, volgend jaar, er nog serieuzer mee om te gaan, een echte ets te maken. Aan de andere kant staat mijn manier van etsen garant voor de vreugde die het me oplevert. Wat is het heerlijk om te doen en wat een wonder als onder al het lijnenspel en punt zich die nieuwe wereld openbaart.

157Poes Pluis soest door zijn ontstaan heen.

De kleine prins en zijn verwondering ten voeten uit met alle gedachten, die zich door de bezigheid heen breien, dat is etsen voor mij. Tussen de naalden en de zuren, de poeders en de doordringende geuren van de spiritus en de terpentine weven zich de verhalen in mijn hoofd, de geurige kruiden van Lia en de grote tafel met gemeenschappelijke bezieling.  Naast het zink zijn deze beelden voor eeuwig in de ziel geëtst.

 

Uncategorized

Ik geef me over

Ik stond gisteren in de hectiek van Utrecht rond spitstijd in de avond. Het valt me op dat dat verkeersinfarct meer en meer de overhand neemt gedurende de piekuren. Opeens begon er een lampje te branden op het dashboard. Het was alarmerend oranje en stelde een Engelse sleutel voor. Met alle tijd om er over te piekeren werd de picto groter en groter. Daarmee begon het. Er trad een siddering op die al snel uitbreidde naar een grotere huivering. Vanuit het niets stoomden de doembeelden in alle hevigheid op, aangewakkerd door het plastische vermogen van de verbeelding.

220px-Praatpaal

Ooit had ik een spontane brand in een van de auto’s gehad en de angst daarvoor bleef altijd sudderen. Met het grootste gemak trokken de mogelijke opties aan me voorbij. De eventuele ongemakken aan remschijven, remblokken, de versnellingsbak, accu, distributieriem en het vloeistofpeil, een wetenschap in jaren ‘second hand’ opgebouwd, schoven langs. Helaas ook de bijbehorende gevolgen van eventuele mankementen en de keren dat ik, ANWB-proof, de hogere hand van de hulpverlening nodig had, omdat ik  niet meer verder kon en onthand aan de kant van de weg stond. Destijds was er geen sprake van een Iphone in de buurt.Een hulpeloos mens was overgeleverd aan de grote gele praatpalen met hun blikken stemgeluid. Gevangen in de gassende lange rij auto’s had ik alle tijd om te piekeren en werd de kleine blauwe steeds groter, terwijl mijn eigenwaarde smolt en smolt.

Het tweede deel van de reis ging wat voorspoediger en eindelijk kon ik de prins aan de kant zetten, griste de handleiding in zijn mooie zwarte hoesje uit de la en bestudeerde met schoonzoon de eventuele mogelijkheden. Het eerste dwingende advies was ongenaakbaar en priemend aanwezig. ‘Zoek zo spoedig mogelijk de Merkdealer.’ Ik zweer bij mijn eigen garage, die dat predicaat draagt, maar het is wel een handige zet van de fabrikant. Hoe jaag ik mensen, arme onwetende stakkers met een lichte zenuwaanval door de voedende onzekerheid, in de armen van het grootkapitaal.

220px-Adjustable_Angle_Wrenches

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik moest morgen naar Drenthe en had beloofd te rijden. Ik had helemaal niets aan een auto die uitviel, maar met de oranje sleutel in het vizier was er geen haar op mijn hoofd, die negeren als optie overwoog. Er zat niets anders op dan de volgende ochtend om acht uur op de stoep van de garage te gaan liggen en de eventuele mogelijkheden te onderzoeken. Tot dan toe zou ik opgescheept zitten met een unheimisch gevoel dat zwaarder en zwaarder drukte. Een droom diende zich onrustig en woelend aan, waar ik als Alice in Wonderland het hele motorblok in onderdelen uiteen zag vallen, de baco de rol kreeg van het witte konijn, die met zijn zeurende toon het lied:’Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat’ de bodem onder het laatste restje hoop sloeg.

‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend’, knikte mijn oma vriendelijk achter mijn lede ogen en daar begon de dag mee. Nou vooruit. Eventuele onrust zo goed mogelijk onderdrukken, straks de zon in mijn koffer pakken, tekenspullen mee, school opbellen dat ik iets later kom en als laatste optie de mogelijke leenauto overwegen als verlossing. We gaan het zien en beleven. Ik geef me over.

 

Uncategorized

Nu het hele korset nog uit

Nou, daar gingen we hoor. Een schilderij van Leonora Carrington op  het digibord. Een beklemmend schilderij met twee kinderen in een donker bos en een huis op roofvogel-poten. ‘Stel je nou eens voor dat je in zo’n verhaal terecht komt, wat zou er dan gebeuren.’ Ze hadden geen tekstschriften, maar werkten soms wel met maatjes samen. Dan maar op losse bladen. Dat samenwerken waren ze toch niet zo gewend. Er was gesteggel over wie zou tekenen en wie zou schrijven. Maar de opdracht luidde: Eerst samen het verhaal verzinnen, dan samen opschrijven, bijvoorbeeld ieder een zin en dan samen de tekening maken.

23032356_10210991310718858_6956069117186514769_n

Aderlatingen voor iemand die heel goed kan tekenen en voor iemand die snel en goed schrijft, want dat betekent dat iemand, die het anders doet, ook aan je tekening mag zitten of tussen je handschrift door mag.  Het gaf even wat gesteggel, maar allengs werden ze steeds enthousiaster. Het werden bloedige verhalen, want Halloween was net achter de rug voor sommige, maar ze waren er goed mee bezig en ze waren apetrots op het eindresultaat. Vooral dat laatste viel op. Zo uitgesproken blij. ‘Wat hadden we nu geleerd,’ vroeg ik. ‘Schrijven en tekenen,’ was het antwoord. ‘Dat is waar, maar wat nog meer?’ Ze kwamen er niet op. Fantasie gebruiken, een verhaal opbouw maken met kop en staart, moeilijke nieuwe woorden schrijven, die je soms moest vragen, overleggen, taken verdelen en zo goed mogelijk uitvoeren. Kortom, Samenwerken op hoog niveau. Top. Stil en fluisteren was er niet bij, want ze waren veel te enthousiast. Dat zou een leerpunt kunnen zijn voor de volgende keer. Ik beloofde de twee blaadjes aan elkaar te plakken en dat ze het mee mochten nemen naar huis. ‘Echt?’riepen ze in koor.

23032878_10210991311278872_961243809391179749_n

Kleine verlegen Greetje kwam ook nog even om de hoek kijken. Ze durfde niet, toen er hard geschaterd werd om haar oranje pruik, die uit de tas piepte en haar in de veiligheid van de tas liet duiken. Iedereen beloofde niet meer te lachen en daar kwam ze hoor. Ze kende een liedje. Of ze dat mocht zingen. Ze zette loepzuiver met een enigszins hoog stemmetje in op ‘Ik zag een muis”. De kinderen vonden het helemaal te gek. Greetje bewoog met haar hand en streek door haar haar. De gebaren van een echt mens. Ze kende een rap. Aha. Dat was bekend terrein. Er werden onmiddellijk rap-gebaren gemaakt. Toen kleine Greet de Muis in een rap stak, hadden ze het niet meer, omdat haar hoofd en haar oranje ragebol enthousiast mee rapte. Wild sprongen haar haren en die van de volgers heen en weer.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Tussendoor moest ik wel voortdurend werk neerleggen, vermanen, toespreken, frikken ten voeten uit, maar dat kan je verwachten van deze groep, die deze losse aanpak niet gewend is. Vandaag komt iemand een van mijn bestempelde kinderen observeren, om te kijken of hij toch weer terug moet naar het speciaal onderwijs. Mijn bescheiden mening is dat hij in een volstrekt verkeerde setting zit. Deze jongen zou op mijn oude school opvallen door de motorische onrust, maar waanzinnig fantasierijk zijn en mooie dingen maken. In deze strakke structuur van de hele dag stil zitten en werken is elke vorm van schrijven al een kwelling. Geef hem een toetsenbord en je zou versteld staan.

De andere is problematischer. Hij zit met zijn ziel in de knoop en heeft zenuwtrekjes        Hij reageert veel te fel en veel kinderen zijn bang voor hem.  Toch loopt hij het vuur uit zijn sloffen en werkt hard.  Zijn gruwel verhalen hadden een hoog horrorgehalte, er gaat heel veel om in dat kleine magere koppie. Dit kind hunkert naar liefde in elke vezel. Hij kon echt niet samenwerken want zijn maatje, een bescheiden meisje, mocht alleen maar volgen en kon het tempo niet bijhouden.

Vandaag gaat de focus op op het proces. Welk doel zou je jezelf stellen. Wat kan je goed en wat wil je verbeteren. En een eindevaluatie over hoe het deze drie dagen gegaan is en wat ze er van hebben opgestoken. Ze vinden me lief, maar ik maak me geen illusie. Dat is omdat ik niet snapte, hoe de leerstof normaliter aangeboden werd en welke extra opdrachten erbij horen. Als ze klaar waren mochten ze een boek lezen of tekenen. De liefde gaat in dit geval niet door de maag, maar vloeit door de vrije geest. De eerste veters van het keurslijf zijn al losgemaakt door de nieuwe directie. Nu het hele korset nog uit.

Uncategorized

Kriebeltrui

Het was een pittige dag gisteren in groep vier en dat kwam niet door de kinderen, maar door de wijze waarop de leerstof werd aangeboden. De kinderen waren fantastisch, met een werkhouding waarvan ik stond te kijken. Ze kwamen binnen druppelen aan de hand van hun moeder of oppas of oma en in een enkel geval alleen. Een uitstekend moment bij zo’n eerste kennismaking om alvast een klein tipje van de sluier opgelicht te krijgen. Een had er net een beugel, een ander kwam met een pakketje vol met stickers. Van een meisje met grappige rode krulletjes was de opa deze week overleden en ze had ’s middags de begrafenis.

033

Er waren kinderen die letterlijk in hun schulp doken, hoofd tussen de schouders, schouders naar binnen gebogen , koppie naar beneden, zie onhoorbaar zacht hun naam lispelden. Er waren er die hun verlegenheid overschreeuwden en met bravoure hun stoelen van de tafel gooiden. Toen de groep compleet was, ging de deur dicht en kon de les beginnen. Het strakke schema lag verpakt in bronnenboeken en antwoordenboeken bewegwijzerd, met gele briefjes tussen de bladzijden, op mijn bureau.

De tijden stonden afgemeten in zwart-wit op papier, de te verwerken stof in grote zwarte cryptische omschrijvingen op het Whiteboard. Taal: 4/2/blz…Etcetera. Voor een leek lastig te lezen. Daar zaten we dan. De kinderen achter hun tafels en ik voor naast het bureau. Jarenlang startte ik de dag alleen vanuit een kring op en nu was de afstand een reële werkelijkheid. Letterlijk en figuurlijk zijn kinderen aan tafels mijlen ver weg van datgene wat je vertellen wilt. Ruimte te over voor iedereen, die ergens niet bij betrokken is, om wat anders te doen en weg te dromen.

119Matthieu Klomp.

Drie tafels stonden volstrekt geïsoleerd. Een tegen mijn volgepakte bureau aan en een tegen de muur naast het bord. De kinderen die daar zaten hadden de plek aangewezen gekregen vanwege hun ADHD en autistisch spectrum. Een stond op vrijwillige basis in een hoekje, vlak naast het raam met het overzicht over de hele groep en een bevrijdend zicht op buiten. Die plek begreep ik het best. Het was van een stil meisje dat zich de hele dag nauwelijks liet horen en wiens handschrift net zo bescheiden en klein was als zijzelf. Ze bemoeide zich nauwelijks met haar medeleerlingen.

Ik had mijn gewone stem op, maakte kwinkslagen en grapjes, maar, zo bemerkte ik al gauw, daar werden ze onrustig van. Toen mijn collega van de andere groep haar stemgeluid liet horen en de groep op slag stil was, begreep ik waarom niet. Deze kinderen werden heel anders toegesproken. Zo’n stem hing bij mij in de kast onder de kriebeltruien, maar kon ik natuurlijk te voorschijn toveren. Vanaf dat moment kwam de leerfabriek op gang. Wat een ongelooflijk ervaring om een hele lange dag alleen maar aangeboden leerstof te zien consumeren.

De school zit in een meanderende flow. Dit zijn de restverschijnselen van jaren, maar de nieuwe aanpak was al ingezet en stroomde in de vrije klanken naar buiten door de ramen in groep zeven, waar een meisje op een krukje stond en een liedje door een microfoon zong met de hele groep er enthousiast om heen. Een prachtige schildering op de muur in de lerarenkamer laat zien, dat kinderen in het dal mogen vallen en er met behulp van de anderen weer uit leren kruipen. Geen fouten maar leermomenten en eigenaarschap van je eigen leerproces. Voor de groep die ik onder mijn hoede heb, kan die ontwikkeling niet vlug genoeg gaan. Morgen maar eerst eens beginnen met een boeiende tekst en een tekening over eigenaarschap van je persoonlijke groei. Ik ben benieuwd welke lumineuze ideeën dat oplevert. Binnen drie dagen moet het lukken om de kriebeltrui en de bijbehorende stem op haar knaapje te laten hangen

Uncategorized

Mijn kinderhand is weer gevuld

Gisteren is me iets bijzonders overkomen. Ik kan zeggen dat ik, in dit afwisselende vrije bestaan, iedere dag wel iets bijzonders mee maak, maar dit was van een heel speciaal kaliber. Ik was uitverkoren. Niet omdat ik een ‘Postcodeloterij-we-houden-ze-zoet-prijs’ had gewonnen met emmertjes Ben & Jerry’s of een bon voor de Rituals, die iedere keer weer net op het nippertje wordt verzilverd. Nee, door mijn oprechte mening te geven.

Ik had een klein stukje reclame leuk gevonden en braaf gedeeld op FB van het kinderboekenmuseum en daarnaast aangegeven waarom dat museum zo belangrijk was voor mij en een must voor alle kinderen van Nederland. De eerste keer dat ik met beide kleinzonen er naar toe was geweest, kon ik alleen maar denken, hoe fantastisch het moest zijn om met kinderogen te dwalen door zo’n prachtige boekenwereld, die zich aan je voeten uitspreidde en waardoor je kon wandelen en dromen tegelijk.

Fantasie en verbeelding zijn bij mij volop aanwezig en het kost volstrekt geen moeite om die wereld op te roepen uit een boek, maar er daadwerkelijk doorheen te kunnen lopen is een stap van hier naar de maan. Als dat het al voor mij was, hoe zou dat dan voor een kind zijn. Het huis van kikker, het bed van kikker, de tafel van kikker door te lopen, in te liggen, aan te eten. Het zijn wonderen die je stoutste dromen waar maken.

219

Ik genoot en met mij mijn twee kleinzonen, waarbij een er maar niet genoeg van kon krijgen om over de ijsschotsen van kleine beer te springen en als rupsje nooit genoeg te eten en te eten totdat hij eindelijk een vlinder mocht zijn. Heel veel eten om boven jezelf uit te stijgen. Wat een heerlijk sprookje. Dat wil ieder kind.

140

Ook beneden in de spelonken van gestapelde boeken is het een walhalla voor de lezer, maar er tussenin ligt het literatuurmuseum. Dat is een uitgelezen plek om alléén doorheen te dwalen en de tijd te nemen om de vele manuscripten, gedichten, stukken proza te bewonderen en terug te vliegen in de tijd om zo’n schrijver aan zijn tafel te zien zitten onder een ouderwetse leeslamp, met zijn vulpen in de aanslag en een lijntjesschrift. Of om hem te zien hameren op zijn oude Remington. Daardoor vliegen ze het hoofd in en uit, gezichten doemen op en vervagen weer en blazen leven in die stemmen van het verleden. Willem Frederik Hermans, Remco Koolhaas, Slauerhof, Marten Toonder, Hugo Claus, Hanlo, Zwagerman en Vasalis, ze komen allemaal door.  Alle gezichten zijn me vertrouwd en prijken op de achterflap van vele boeken in mijn eigen kleine minimuseum thuis. Meer dan een bezoek waard, deze schatkamer van het geschreven verleden.

Een keer heb ik met dochterlief een weekend doorgebracht in huis ‘De Zulthe’ te Roden. De woning waar Vasalis woonde.  Om de sfeer te proeven wilde ik, dwars door haar dode ogen heen, haar uitzicht zien, de wijde blik, als ze aan het mijmeren was  voor het venster. Het was een bijzondere ervaring in een, door rijp, verstilde wereld.

schaap-lampje

Voor de loting heb ik eigenlijk niet meer gedaan dan mijn overtuiging neer te pennen. Dat viel in goede aarde en maakt me nu de koning te rijk. Ik krijg het boek Lampje van Annet Schaap. Die komt natuurlijk als belangrijk item in mijn leren-is-leuk koffer als ik op bezoek ga bij mijn invalgroepen.

Ik schreef: ‘Het kinderboekenmuseum, om een wereld levensecht groter te maken! Voor eeuwig verkocht.’ Het kwam recht uit mijn hart. Mijn gegevens heb ik doorgestuurd per mail en Lampje wordt thuisbezorgd. Dat betekent een paar dagen in blijde afwachting en met dubbele voorpret. Mijn kinderhand is weer gevuld.

 

Uncategorized

Daar is het leven me te lief voor

Kunstuur stond een maand lang in het teken van Dutch design, onder andere naar aanleiding van de jaarlijkse Dutch Designweek in Eindhoven. Alleen al omdat veel gestationeerd is rond het oude Klokgebouw, die heerlijke industriële vormgeving, is het de moeite waard om te bezoeken. Dankzij Kunstuur hoeven we de hoogtepunten niet te missen. De presentator van het programma, Lucas de Man, heeft een plezierige en ondernemende manier van bevragen en ik glij op die heerlijke Belgische tongval en zijn subtiele kwinkslagen de designwereld binnen.

De eerste die hij opzoekt, is Bas Timmer. Hij is de ontwerper van de Sheltersuit voor daklozen. Hij maakt ze onder andere van oude slaapzakken. Ze worden door vrijwilligers in elkaar gezet. De uitvinding is geniaal. Een jas, waaraan je een zak kan ritsen, zodat je warm en droog, dus comfortabeler, de nacht kan doorbrengen. Overdag rits je het onderste deel af en stop je het in een bijbehorende rugzak. Ineens schiet het gezegde:’ Sta op, neem uw bed op en wandel’ door mijn hoofd. Misschien heeft die Bijbel  zijn paden gebaand. Hij is in ieder geval in de voetsporen van de verlosser getreden. Wat een prachtig idee.

012.jpg The place to be.

In de Dutch Design week zie je vooral de betrokkenheid en bevlogenheid van doorgaans jonge ontwerpers voor zaken als het klimaat, het milieu en de drang om de leefbaarheid van de aarde te vergroten. Het is een grote zoektocht naar vruchtgebruik van de grondstoffen, die de aarde voortbrengt of het speuren naar plaatsvervangers, die ervoor zorgen dat ontbossing en andere schadelijk verbruik gestopt kan worden. Elk jaar weer worden deuren geopend, die tot dan toe hermetisch gesloten bleven.

De kiem tot eenzelfde drang bespeur ik ook in de onderbouw. Met een enthousiasme, die zich meten kan aan dat van Lucas, brengt een verhalend ontwerp de directe uitnodiging om het proces in te gaan. Door de betekenisvolle hoeken in de groep borrelt het tot leven en gaan ze als jonge speurhonden aan de slag.  De onweerstaanbaarheid van het verhaal zorgt voor optimale betrokkenheid. Ze duiken erin en komen er met heel veel nieuwe ideeën en uitvindingen weer uit. De kunst is om op het juiste moment de juiste aanvullingen te doen en de nodige verklaringen te geven. Niet meer dan dat, want hun neiging tot onderzoeken en experimenteren is groot en opent makkelijk de deuren.

076Design uit 2013

Zo worden jonge uitvinders geboren of wetenschappers, laboranten en kunstenaars, schouwers en zieners en ergens in het hele proces valt ineens dat kwartje waardoor, voor het leven, het verlangen om het licht te zien, beklijft. De vruchten plukken we in die Dutch Designweek, want door het zien van de vele nieuwe ontwikkelingen en ontdekkingen, halen wij weer de voeding voor het nieuwe aanbod in de groep. Zo kruisen die belangen elkaar. ‘Zien eten, doet eten’ zei mijn moeder cryptisch, terwijl er geen piezeltje voedsel in de buurt was.

021Eindhoven

De  Sheltersuit van Bas Timmer is genomineerd voor de Dutch design Award en wat mij betreft heeft hij hem al gewonnen. Arne Hendriks is een andere opmerkelijke onderzoeker. Hij bestudeert groei en is er van overtuigd dat we, als we allemaal tot 50 centimeter krimpen, de voedseltekorten en de milieuproblemen de wereld uit zijn geholpen. ‘The incredible shrinking man’. Bonzai voor de mensheid, zeg maar. Nee, dit zijn geen loze kreten. Er zit nog een wereld aan gedachtegoed achter, een wereld voor kleine mensen, die groter is dan je denkt. Persoonlijk wil ik dan wel dat we allemaal tegelijk krimpen, want als er maar een prototype van 1,80 overblijft, dan is het gevaar dat we, letterlijk, onder de voet gelopen worden, groot en daar is het leven me te lief voor.

https://nos.nl/artikel/2081552-sheltersuit-moet-dakloze-warmhouden-in-de-winter.html

http://www.arnehendriks.net/

 

Uncategorized

Het zal mijn tijd wel duren

Ik ben mijn bril kwijt. Wonderlijk. Soms gooi ik hem ineens af, omdat ik het dan zat ben om dat zware ding op mijn neusbrug te voelen. Het zijn de momenten, dat ik er naar verlang weer vrijelijk met de wind door de haren en de striemende regen in het gezicht uit te waaien aan het strand, o zaligheid. Het is drie uur, maar door een wonderlijke inmenging van ons mensen, eigenlijk twee uur. Het stormt. De wind trekt aan de bomen en laat hun takken op en neer en heen en weer deinen. Soms zwiept ze de hele boom uit vorm. Het is de perfecte entourage voor Halloween. Eronder zwalken de feestvierders in wonderlijke kostuums voorbij en brullen naar elkaar om boven de gierende wind uit te komen. Het geluid scheurt de storm uiteen. Poes speelt een eigen monsterlijke rol door onder de sprei uit te kruipen en gejaagd te reageren op de tikkende geluiden tegen het raam.

IMG_6584Halloween minnende woelmuizen

Halloween, in de tijd een heel uur kwijt geraakt en mijn bril verloren, een perfecte nacht voor een potje griezelen. De afgelopen avond zag ik voor het eerst groepjes kinderen die als zombie, spook of geraamte de huizen af gingen. Luid gillend en lachend belden ze overal aan. Vooral daar waar de oranje pompoenen grijnzend de nacht in loerden op zoek naar onschuldige slachtoffers.

019Franse Bric à Brac clown

Vijftien jaar geleden was mijn eerste aanraking met ziekelijk uitgedoste mensen in New York. De hakbijlen staken door hoofden heen, kettingen rammelden angstaanjagend door de nacht, ogen priemden ineens fel geel, staalblauw of gifgroen en leken meedogenloos hard. Het zombiegehalte was hoog. De ijzingwekkende kreten of het gorgelende lachen klonk op uit de wrede, vervormde monden.  Het was daar dat ik besloot, dat het mijn feest niet zou zijn. Later bevestigde een internationale Zombiedag in de bijbehorende optocht van verminkte en bebloede wezens, in het anders zo statige Brussel, mijn voornemen. Snel verdwenen we het Palais des Beaux-Arts in om ons te laven aan de schoonheid van de doeken van Michael Borremans en de verse indrukken weg te spoelen.

Voor iemand wier nachten altijd te donker zijn en schokkende beelden te lang op het netvlies blijven hangen is het raadzaam om de Halloween te vervangen door de vriendelijke Sint Maarten, het bedelfeest van de armen. In onze eigen familietraditie kwamen beide feesten niet aan bod. Ik heb nooit met lampionnen langs de deuren gelopen. De snoepjes en sinaasappelen gingen aan onze neuzen voorbij.

0141.jpg

Poes is gevlucht en heeft waarschijnlijk een rustiger plek opgezocht. De wind is weer meer gaan liggen en trekt hier en daar nog even aan. Een uur langer slapen is de bonus van de lichte tijdsverschuiving en tot op de dag van vandaag vraag ik me af, waarom er geroerd moet worden in de biologische klok. Ik ben dan ook een ochtendmens en hou van de stille sluimertijd in de vroege ochtend, waar de dag zich langzaam opmaakt voor een nieuw begin. Winteravonden blazen we leven in met kaarsjes en zacht licht.

Beneden blijft het stil. Het feest is afgelopen. Ze zijn twee dagen te vroeg. Halloween, all Hallows, wordt volgens de overlevering gevierd op de avond voor Allerheiligen. Maar het weer speelde goed mee en het maakt eigenlijk niet uit. De bril is nog niet gevonden, dit is blind getypt. Rest me een uur te lang door te slapen wat nu geen makke is met die onrust in de nacht. Ik ga dromen van Sint Maarten, Brussel en de storm in de wetenschap en met de zekerheid dat alles altijd voorbij gaat. Zoals mijn vader altijd zei: ‘Het zal mijn tijd wel duren.’

 

Uncategorized

De ultieme eindige weg

De dichter Sylvia Plath schreef voor haar twee kinderen een boek, waarbij haar fantasie de heerlijkste bedden vorm gaf. Misschien aangespoord omdat het naar bed gaan te moeizaam ging, kon je maar beter zorgen dat kinderen zich lieten meevoeren in een ongebreideld verhaal over een bed dat de zeven zeeën bevoer of waar je altijd vies mocht zijn. De illustraties van Quentin Blake onderschrijven het bijzondere ervan. Elk onderwerp, dat uit zijn tekenpen vloeide, was het waard bestudeerd te worden.

Als kind wil je niet anders dan in die wereld wonen waar geen zee te hoog is en geen dal te diep. De zorgvuldig gekozen woorden van Sylvia rollen en roepen het tot de onbegrensde mogelijkheden, waar het voor bedoeld is. Een rondreis door alles wat het leven tot een groot avontuur schildert. De voeding bij uitstek voor ontluikende fantasie.

plathbedbook4foto: Brainpickings Maria Popova.

Met vier kinderen een kamer delen, was een grote luxe in het huis in de Amandelstraat. De broers sliepen immers alle zeven ook op één kamer, weliswaar groter, maar toch beperkter in de persoonlijke ruimte. Met de stapelbedden werd het leven een avontuurlijke gele onderzeeër, die werelden opende waar de verhalen uit de eerste televisie in de straat bij de buren de aanzet toe waren. Het koffertje van Okkie Trooy hadden we allang en breed veroverd en zijn krentenbollen waren de voeding voor de meest woeste avonturen, waar Mic en Mac, Oma Tingeling en Pipo koeien met Felicio de zigeuner er losjes doorheen gevlochten werden. Ons bed was het bed van de onmetelijke perspectieven met verdwijnpunten tot ver achter de horizon.

Op mijn netvlies staat een theezeefje gebrand. Het wordt onderschreven door een treurige melodie van verlangen en heimwee naar andere tijden en het kwam uit de serie Varen is fijner dan je denkt/Tinkeltje. Het bleek om een meisje te gaan, dat Zeefje heette.

Ik vraag het aan de wolken
Ik vraag het aan de zon
Och was er toch maar eentje die iets vertellen kon
Ik vraag aan het maantje
Aan het mannetje daarin
Ik vraag het aan de sterren
Die weten het net zo min

Zeefje, waar ben je gebleven?
Zeefje, we worden zo moe
Zeefje, waar ben je gevaren?
Zeefje, waar ben je naar toe?

Het werd uitgezonden van 1956 tot 1960. Mijn fantasie was al geprikkeld door de zondagmiddagen in het filmhuis, waar in mijn kinderogen mijn grote sterke vader films draaide in zijn witte hemdsmouwen en de boefjes op mijn netvlies toverde. Oeroeboeroe en Eucalypta hadden onder leiding van Paulus al een en ander in gang gezet vlak voor het slapen gaan. Het leverde een ongebreidelde fantasie op, die geen grenzen kende en die ik te beeldend een podium toedichtte.

Wat hou ik van die bijeen gesprokkelde bagage, die zich tot achter de kleinste deuren in mijn hoofd heeft vastgezet en er nu spontaan uit kan rollen tijdens een les of een verhaal. De bedden van Sylvia Plath passen er moeiteloos tussen. Heerlijke onderwerpen voor een Engelse les op niveau: ‘If you get hungry in the middle of the night, a snack bed is good for the appetite’ en dan de tekening erbij van een bed met een automaat aan het hoofdeinde voor de lekkere trek. Zo wil elk kind wel wegdoezelen.

the-bed-book-interior-plath-and-blakeFoto: BrainPickings, Maria Popova.

Sylvia heeft het met al haar fantasie niet gered. Ze leed aan zware depressies. Haar kinderboeken vertellen een leven vol verwachting en beloften en zijn tegelijkertijd een grote ontsnappingsmogelijkheid aan de werkelijkheid. Haar eigen bed was te krap om op reis te gaan. Ze koos uiteindelijk voor dé ultieme eindige weg.

Uncategorized

We gaan er voor

Volgende week moet ik drie dagen invallen in groep vier en dat is een hele nieuwe ervaring. Ik heb geen idee hoe de kinderen zullen reageren. Als voorbeeld neem ik kleinzoon Luca met voetbal als grootste hobby, maar ook met de momenten van een gefronst en diep nadenken over de serieuze kanten van het bestaan. Ik denk aan Mees Kees, de film die ik gezien heb en waarbij de jonge meester vooral het roer omgooit en de gebruikelijke kost in een nieuw jasje steekt. Ik denk aan alle keren dat ik voor het eerst iets nieuws moest doen, waar ik nauwelijks kaas van had gegeten.

Het voelt als spannend, maar ook als een uitdaging. ‘Al het begin is moeilijk’ fluistert het verleden over mijn schouder. Ik moet er drie dagen zijn, dus het is iets anders dan een dag overleven. Bovendien heb ik me voorgenomen om zinvol en betekenisvol te zijn, ook als ‘losse’ inval en het maximale uit de aanwezigheid van de kinderen, maar ook uit een digibord te halen. Dat laatste is geen sinecure, want tot nu toe ben ik de laatste der Mohikanen die nog op de meest directe manier les geeft, alleen met mezelf en de mouw die tot aan de nok toe gevuld is met liedjes, drama, literatuur en projectonderwerpen met de meest boeiende en tijdloze verhalen. In die zin zal het niet lastig zijn.

Ik denk terug aan de periode dat ik na twintig jaar weer mijn intrede deed in de onderbouw. Of aan het jaar dat ik voor het eerst een dag per week, naast Jan, in groep 3, 4, 5 stond. Jan, die een volkomen natuurlijk overwicht had en alleen maar twee keer hoefde te kuchen om het stil te krijgen. Daar kon ik met mijn prille onervaren aanpak echt niet tegenop. Een sprong in het diepe, die toch eigen werd. Onzekerheid en een schuchtere aanpak die uitgroeide tot een volkomen natuurlijk ‘jezelf’ mogen zijn.

ro;trap stedelijk museumDe brede trap.

Of aan die eerste dagen in het ziekenhuis, waar ik blanco en onwetend van de rollercoaster aan emoties die over me heen zou komen, schoorvoetend aan het bed van een patiënt stond. Praatjes maken met volslagen onbekenden in de rol van ervaringsdeskundige, terwijl je dat bij lange na niet bent. Dealen met verdriet en pijn, zelfs met de dood en daar een weg in zien te vinden. Met kleine stappen de ladder op, tot het een brede trap werd, die naar kennis en kunde leidde.

054

Mijn eerste bezoek als wijkverpleegkundige, een centrale factor in de intimiteit en de eigenheid van mensen, in wiens leven deze rol zo belangrijk bleek te zijn. Het alom luisterende oor, verpleegkundige, maatschappelijk werker en psycholoog ineen en toch er samen uit zien te komen en deze afhankelijkheid aanvaardbaar weten te maken met respect voor elkaar.

Er zullen altijd eerste keren zijn, hoe oud we ook worden. Al die ontmoetingen zijn een stap in een nieuwe ontwikkelingsfase en steeds weer zal het nieuwe energie opleveren. Een uitbreiding van het klankbord, een frisse kijk op het leven in het algemeen en nu, in dit geval, het onderwijs in het bijzonder. Het mes snijdt aan twee kanten. Het is niet alleen voor mij nieuw, maar ook voor de kinderen en precies op dat punt zal het grote ‘ontmoeten’ zijn in wederzijds begrip en vertrouwen. We gaan er voor.

 

 

 

Uncategorized

Nostalgie

Het moest er eens van komen. Op het voorportaal van de zolder staan alle restanten van een leven met een van de zonen. Een aantal verhuisdozen vol met kleding, schoenen en memorabele brieven, frutsels en ander spul. Iedere keer als hij langskomt wordt er in geneusd en meegenomen. Van een strakke opstelling is geen sprake meer. Gisteren met een hele vrije dag in het vooruitzicht begon het te kriebelen. Eerst denk je er alleen maar over, daarna is er een inspectie van de plaats des onheils om tenslotte toch te gaan schuiven. Ik besloot om een blinde vlek te maken en een kast zo op te stellen, dat erachter ruimte vrij kwam om de dozen te stouwen en aan het zicht te onttrekken.

Het hoofd stond in de henna en dat papje moest twee uur intrekken. Het zag er niet uit, want dat betekent een plastic zak om het bruine goedje en een handdoek pyramide dekte het geheel af. Ik had het met teveel water aangelengd. Met het bukken en tillen van de dozen zochten kleine straaltjes bruin vocht zich een weg langs hals en voorhoofd. Met de handdoek kon het in bedwang gehouden worden. Een kniesoor die er op lette. Er was niemand die zich er aan zou storen. Ik ploeterde voort.

007Een van de zolders van lang geleden.

Sjouwen, stelpen, sjouwen en stelpen. Er kwam schot in het geheel en uiteindelijk leverde het letterlijk en figuurlijk ruimte op. Het was niet helemaal tot volle tevredenheid, maar voor het ogenblik, met alles wat nog restte, was het goed.

Ergens, beneden, staat nog een schuur te wachten op zo’n aanval van opruimwoede met spullen die uit vorige verhuispartijen van de jongens tijdelijk zijn neergezet en nooit meer opgehaald. Schuurgebruik is uit een grijs verleden, toen er nog fietsen zwierven en het als opslag diende voor dozen met kerstspullen.

Een gouden regel van mijn moeder moet ik de jongens eens uitleggen. Alles  waar je langer dan een jaar niet meer naar omgekeken hebt, kan weg, als het niet om nostalgie gaat. Het werkt echt. Aan het eind van de middag, ontdaan van henna en de haren glanzend en springerig droog geföhnd, was het goed toeven op de bank. Moe maar voldaan had ik de sportschool uitgespaard en toch elke spier verbruikt. Twee vliegen in een klap.

Ik moest denken aan jet gedicht van Mies Bouhuys dat “De oude kist” heet.

De zolder ruikt naar boeken,
waar niemand meer in leest.
De dingen in de hoeken
zijn eenmaal mooi geweest.

Toen stonden ze nog beneden:
-wij waren nog heel klein-
de wieg van lang geleden,
de hond van porselein.

Mijn vaders hoge zijen,
mijn moeders parasol,
een kapstok met geweien,
een beertje en een tol.

Een kist vol spinnewebben
met ijzeren beslag;
het mooiste wat wij hebben
komt daaruit voor de dag.

Soms tref je zulke kleren
op oude prenten aan.
‘Dag dames, dag meneren,
zullen we wandlen gaan?’

Een strohoed met een strikje
groet naar een sleepjapon;
die antwoordt met een knikje
op ‘t stoeltje in de zon.

De heren komen nader
en lichten hoofs hun hoed. –
Wat jammer dat mijn vader
nu juist de lamp aandoet.

Ik knipper met mijn ogen,
ik knijp ze driftig dicht.
Alles is weggevlogen
in het electrisch licht.

Dat is een van de zolders waar je als kind naar kan verlangen, met een krakende trap die voert naar dat grijze en stoffige verleden. Die je meeneemt naar verhalen en voorstellingen, waar je met de ogen dicht over kan dromen. Die een brug slaat tussen jeugd en ouderdom en waar tijd geruisloos verbeidt. Een zolder die verlangen oproept en herinneringen. Zo ver is het nog lang niet, misschien voor de kleinkinderen, later, als het huis protesteert in al haar voegen omdat wij er zelf niet meer zijn, haar stempel drukt op het heden. Alles wat dierbaar is vervaagt en krijgt een andere betekenis als het verhaal niet meer verteld wordt door de eigenaar, maar op een vage herinnering of een vluchtige toets gereconstrueerd wordt en geschat op waarde.

Zo’n zolder dus, maar hier boven is die poëzie ver te zoeken.  Zilvervissen en kleding in het voorportaal bevolken de ruimte en lege dozen van apparaten. Ze mogen allemaal nog niet weg, laat een app weten. Eerst moet de eigenaar er zelf doorheen. Toch eens even de wijsheid van mijn moeder doorbellen. Wie weet, werpt het vruchten af en levert het een lege zolder op, waar daarna de nostalgie huis mag houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

over, daarna schiet

Uncategorized

Verlokkend ligt de weg open

Na de vakantie in Portugal had het leven van alle dag gewoon weer aangevangen. Poes Pluis was zielsgelukkig maar wilde represailles voor het alleen achterblijven. Extra aaien, extra brokjes en een stick. Het huis stond er nog. Na een dag lesgeven op mijn invalschool was de hele week eindeloos geluk weer gereduceerd tot fileleed en van vermoeidheid in slaap vallen op de bank. Gelukkig waren de repoussoirs aan zon, zee, rots en gedeelde liefde in mijn ooghoeken voortdurend groots en meeslepend aanwezig. Het maakte de overgang makkelijker.

Vandaag mocht ik uitrusten en dat is een rijk gegeven. Gisterenavond belandde ik in de Knockart Schildercursussen Vianen in een schakering van opgedane indrukken door de studie van frottage. grattage en decalcomanie. De overgang was hemelsbreed en het duurde even voor het ‘heilige’ vuur er weer was.

053Krastechniek: Eigen werk.

’s Middags had ik in de groep met de dikke duimenpotloden bladeren laten afwrijven op papier. De kinderen kenden het begrip ‘nerf’ niet, ze hadden geen van allen ooit goed naar blad gekeken en alles bleek een ontdekking van het eerste uur buiten de kleur. Het potlood was mooi zacht en breed. Ideaal voor dit doel. De handeling, het gestaag heen en weer schuiven van de punt over het papier was een moeilijkheidsgraad, evenals de kans op het verschuiven van het gekozen blad eronder. De afbeeldingen die naar boven kwamen, de nerven haarscherp uitgelijnd, bracht enthousiasme en trots te weeg. Daarna was de opdracht het te omlijsten met een rand. Op een mooi herfstkleurig karton bereidde ik de tentoonstelling voor.

035Experimenteren maar: Corien

Alles hangt of staat met de presentatie zodra de experimenteerfase en het proces doorlopen is. Het gevolg is een naast de schoenen lopen van trots. De grote winst was het doorzetten en het doorgeven van de techniek aan elkaar. s Avonds bleek het niet anders te werken dan bij de eerste stappen van het afwrijven. Frottage, grattage en decalcomanie liggen niet ver uit elkaar. Door de afwisseling in de toepassing  lokt het  boeiende processen uit. Met de kwast komt de verdieping. Door de verbeelding te laten spreken, kom je onvermijdelijk op een punt dat er ergens iets samenvalt en er iets wezenlijks verandert. Dat punt, daar naar te zoeken, is een lange weg van doen.

Wat bij schrijven als vanzelf uit de vingers vloeit, vraagt bij deze verdieping in de techniek meer. Het beeld wordt opgeroepen door de handeling, tot ze ineens daar is en herkent wordt. Langzamer en moeizamer als proces zaait het vertwijfeling en onvrede. Er boven uitstijgen en datgene, wat tegen beter weten in lijkt te zijn, te negeren en door te gaan, werpt uiteindelijk resultaten op. Met diezelfde argwaan aanschouwen we het en hebben elkaar nodig om de meerwaarde ervan te zien. Ook hier is de reflectie op het werk het begin van een volgende stap.

052Paneel van Erwin

Op een klein paneeltje bereiden we de ondergrond voor voor het fijne schilderwerk à la Leonora Carrington, de Britse Surrealiste. Klein werk is een uitdaging. Altijd weer zorgt de begrenzing voor het zoeken naar nieuwe uitvalswegen.  Ik weet niet welke beren we volgende week op onze zoektocht tegen komen, maar door het durven aanboren van nieuwe mogelijkheden worden nieuwe wegen geopend.

048Doorzetten: Jannie.

Experiment vraagt om doorzetten, blijven kijken, lichtpunten zien, kwaliteiten vergroten om uiteindelijk te  komen tot dat eigen werk dat past als een handschoen. Verlokkend ligt de weg open.

Uncategorized

De markt

Het Nieuwegeins Nieuws werd me via FB toebedeeld. Het onderwerp trok mijn onverdeelde aandacht. Er stond een artikel in over de markt, die verhuisd was van een plein naast City Plaza naar een prominente plek in het centrum. Hoewel ik er niet vaak kom, hou ik wel van de markt en dat heeft alles met het verleden te maken.

De allereerste gang naar de markt in Utrecht was die van de benenwagen met mijn moeder mee naar het Paardenveld. Een aantal marktkramen in carré, die er voor zorgden dat knusheid en beslotenheid gewaarborgd waren. Lopen naar de markt hield een belofte in van stroopwafelsnippers in een grote papieren zak, terwijl we genoten van de omstandige en lawaaierige manier waarop de marktlieden hun waren aanprezen. De warme stroopwafels gingen mee naar huis en kwamen tevoorschijn als we, schoongeboend in onze pyjamaatjes, klaar zaten voor  de Rudi Carrel show. Gezelligheid en verse stroopwafels waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Toen mijn eigen gezin nog in de kinderschoenen stond en de Turkse en Marokkaanse groentewinkels nog niet het straatbeeld vormden, was de markt ‘the place to be’, om groente en fruit tegen sterk gereduceerde prijzen op te halen. Daar had je nog afslagprijzen. Het bleef altijd gezellig met die joviale en soms een tikje aanmatigende praat van de marktkoopmannen.

Mijn zwager besloot destijds om een marktkraam in fietsaccessoires te beginnen. Hij moest aardig sappelen om rond te komen, want om een leven op een markt op te bouwen, moest je in het begin wat veren laten. Ik was in die tijd niet aan het werk en besloot om hem het eerste jaar een aantal dagen uit de brand te helpen en zijn marktbestaan te verlichten. Twee kunnen meer dan een.

031

Wat een ander leven was dat. Voor dag en dauw begon het, terwijl het hele huis nog in diepe rust verzonken was. Als juweel kreeg je het gloren van de dageraad mee tijdens de autorit.. Het klaarmaken van de kraam en het optrekken van de zeilen gaf zomers geen centje pijn, maar betekende ’s winters een ware kwelling, als kleumende handen de ijskoude zeilen over de binten moesten trekken. De onderlinge verbondenheid moest je verdienen door trouw je plek in te nemen en te netwerken met diverse kramen. Als je eenmaal was gewogen en goed bevonden was de saamhorigheid groot. Fe bloemist hield een boeket voor je achter, de vishandel had de vis al klaar liggen en de bakker en de groenteman bewaarden hun maaltje voor je tot het eind van de markt.

Wij ijverden om de kraam een succes te maken. Ik had generlei verstand van fietszaken, maar elke zaterdag speelde ik mijn eigen glansrol met het publiek en genoot. Het uitpakken en inpakken waren de minder leuke kanten. De viskraam, die een eigenzinnige geur over de natte koude zeilen uitspreidde was een dingetje, het laveren tussen de kramen door met de grote bus ging ook niet altijd onverwijld vlekkeloos, maar de lol onderling was groot en het publiek kwam graag terug. Dat was de grootste verdienste.

Nu staat mijn zwager in de krant als trouwe marktkoopman en wordt gelauwerd en aangeprezen in een film en terecht. Door alle jaren heen is hij het vertrouwde beeld geworden van de marktkoopman annex fietsenmaker op deze markt.  Er is nog niets veranderd, alleen zijn waar is kleurrijker en frivoler dan de gedegen handel uit de jaren tachtig. Met bewondering voor zijn doorzettingsvermogen zie ik hem behoren tot de gevestigde marktorde.

Eindelijk hebben ze de plek weer heroverd die een markt verdiend. In het centrum, waar het winkelend publiek er niet meer om heen kan. Het is een té leuke traditie. Waar we ter wereld zijn, brengen we als eerste een bezoek aan de markt. Deze is ook zeer de moeite waard. Hard sappelende kooplieden die hun kleurrijke waar aan de man proberen te brengen met een kwinkslag en humor. Het leven ligt op straat en is dichterbij dan je denkt. De markt dus, voor stroopwafels, vis en groenten, fiets accessoires en verse noten op je zang. Elke zaterdag weer. Ik beloof beterschap.

Uncategorized

De bami was koud

Gisteren was zo’n dag van even op bezoek hier en daar en geen puf meer hebben om uitgebreid te koken. Het werd een gang naar het Chinese afhaalrestaurant. Met stijgende verbazing heb ik naar de verrichtingen gekeken die daar plaatsvonden in de afgescheiden wachtruimte.

De gestroomlijnde pizzabakkers hebben dat bezorgen volledig onder controle met hun geïsoleerde bakken op de kleine brommertjes, scooters en zelfs fietsen. Bij deze Chinese afhaal was het goochelen geblazen met witte bakken en bakjes, zakjes, die nagekeken werden door de mevrouw, herhaaldelijk open werden gemaakt om te checken. Er werd zelfs aan geroken om te kijken of de juiste saus er bij zat. Daarna werd alles weer dicht gefrommeld en bijna oneerbiedig neergekwakt in de open gevouwen plastic tasjes en onder de toonbank geschoven tot de bezorger zich meldde.

Ik kreeg gedurende het wachten zielsmedelijden met deze vrouw en de onhandige verwerking van de bestellingen met bonnen en bonnetjes. Ze oogde gespannen. Elke trek om haar mond groefde zich dieper naarmate de kwelling duurde. Ze nam de bakken aan, keek ze na, borg ze op, nam ze aan, keek ze na en borg ze op waarbij sommige bestellingen weer te voorschijn werden gehaald, er een lichte aarzeling bleef hangen, ze nog eens alles na telde en er een vraag in het chinees door het, met een klap open gegooide, luik naar de keuken toe werd gesteld. Het antwoord kwam van twee gespierde armen, die dan soms nog een bakje toeschoof of een langere verhandeling nodig had om een en ander te duiden.

De vrouw zag grauw van vermoeidheid met wallen onder haar ogen door het harde werken, waarbij de verbetenheid zich beitelde in haar gezicht. Ik had haar met liefde naar een luie bank willen dirigeren met een lekkere kop thee en een tijdschrift om in te bladeren. Mijn simpele kleine bestelling, een bami, viel in het niet bij de grenzeloze overmacht van de enorme grote hoeveelheden, die bezorgd moesten worden. Naast haar stond een lange slanke jongeman, die zich geen enkele keer bemoeide met de bezigheden van de vrouw. Hij was er vooral voor de telefoon, die hij vriendelijk en beleefd afhandelde, maakte bonnetjes, die op de rand van het buffet werden geplakt, om daarna in zijn eigen Iphone te verdwijnen, terwijl de vrouw haastig de zojuist verkregen bestelling doorgaf aan de armen achter het luik.

Geleide chaos is mijn ding. Daar voel ik me lekker bij. Ik kan heel wat aan. Deadlines verhogen de feestvreugde, want ze leveren een gezonde spanning die het werken stukken veraangenaamd. Ik voel de creativiteit bruisen en ideeën komen aanrollen als een golfslag op zee. De energie bruist en geen opdracht is te groot.

bami.jpg

In die situatie die ik ruim drie kwartier kon gadeslaan zag ik chaos die ondermijnde en een organisatie, die te omslachtig was, niet goed stond en te veel vergde van de vrouw op de werkvloer. Ze zag eruit als Jezus in de film Jezus Christ Superstar, die op een gegeven moment roept tegen alle om hulp vragende bedelaars: ‘There is too little of me, don’t crowd me.’ Na eindeloos wachten op mijn simpele bami speciaal, wierp ze het verlossende woord de kleine ruimte in en pakte twee bakjes in het witte papier en in de tas. Ze keek niet naar me, zelfs niet tijdens het overhandigen.

Het beeld bleef lang hangen. De vermoeide vrouw, de chaos aan werk in die wonderlijke tegenstelling met de jonge, wachtende, wat lijzige jongen op zijn Iphone. Thuis dook ik met mijn verovering op de bank. Het eten bleek naadloos aan te sluiten bij de stemming. De bami was koud.

 

Uncategorized

Verhalen te over

Het is een straffe overgang van ruim twintig naar max 15 graden. Een week lang niet de wind om het huis horen ruisen. Bij de villa klepperden alleen de ingeklapte parasols. In Portugal kunnen ze veel met kleur, zon, licht en vorm. Hier is het groener dan groen want de esdoorn voor het huis verkleurt maar moeizaam. Maar de vurige Canadese Acer verloor in een dag al haar bladeren en kreunde haar verlies achterna. En toch, striemen van de regen op je gezicht, het koude natte plastic tegen je wang en later als troost die heerlijke warme kop soep met behaaglijke sokken aan je voeten, de plaid omgeslagen en Poes al spinnend om zoveel warmte naast je. Het heeft beide wat. Een week lang zomeren doet goed herfsten. De buffer is hoog genoeg.

243

Herinnering: Hongarije bij aankomst. De oude koude verlaten boerderij, gelijkvloers en een grote lange ruimte met hoeken. Het dennenbos erom heen liet haar appels vallen en het eerste wat we deden, was rapen. De jas werd mand en vulde zich al snel door de aandravende handen vol met kegels. Binnen werd het vuur een leven ingeblazen met het dorre droge hout, kleine en grote takken, de sprietjes deden het werk goed. Dennenappels op het vuur in een tegelkachel geeft een heerlijke geur af. De juiste entourage voor haar omgeving. Zoonlief met nog krielarmen en benen, vleide zijn tengere rug tegen de tegels en noemde het liefdevol de ‘rugkachel’. Rondom warmte, wat een prachtige uitvinding voor de grote lege ruimte met haar overvloed aan atelier erachter. Ik wilde thuis er ook zo een.

scannen0033 Herfst in New York: 2000. Eigen foto.

Zonnige herfst in New York. Van de ene op de andere dag kelderde de temperatuur van 18 naar 13 graden. De armen en benen waren nog in zomerdracht gestoken. De vliesdunne stof van de bloes liet meedogenloos na om de kilte af te weren. Geen vest in de buurt. Gauw de kerk in om te schuilen en later een kop koffie in een studentencafé vlak bij de campus. Daarna door naar de Bronx en daar werd het door de troosteloosheid van het grauwe licht nooit meer warm. Mijn herinneringen zijn gekleurd. Gillende sirenes, afzetlint, veel starende mensen naar deze twee vreemde eenden in de bijt en het jakkerende verkeer dat, soms over stoepranden heen, wegen afsneed en haast maakte. Nooit meer warm worden zorgde ervoor dat ik naar het statige oude appartement verlangde met haar schilderijen en boeken en het warme tapijt. De Bronx kreeg voorgoed een bijsmaak. Dat is wat kou vermag met vrij spel. Het beeld vertroebelt er door, want de details worden weggevaagd. Alleen de grote lijnen blijven over.

Wikipedia

In dikke duffelse jas, de wollen plusfour van broer om de benen en de prikkende kranten door de borstrok heen, trotseerden we de oostenwind en de ijzige vlakten ten Noorden van Utrecht. De afgravingen waren in gang gezet voor de nieuwe wijk, die Overvecht moest heten en hielden een belofte in voor een robbertje schaatsen. De Friese doorlopers om de nek, de koude vingers in de door Oma gebreide wanten. De winter viel vroeg in dat jaar. We schrijven 1962. De enige manier om later weer warm te worden bij de zwarte buikkachel was door het tintelende prikken in de vingers te trotseren. Huilend van de pijn kwam het gevoel terug. Kou is nooit mijn beste vriend geworden.

Wel de knusse kant ervan, als ik zelf warm kan blijven, door de juiste kleding, een snorrende kachel op de tuin en de centrale verwarming in huis. Dan hou ik van de behaaglijkheid die winterkou oproept en die anders is dan de hartverwarmende zomerhitte. Ik zou ze geen van vieren willen missen, die seizoenen, omdat afwisseling van spijs doet eten en ruimte kweekt voor een nieuwe beleving, een andere kleur en verhalen te over.

Uncategorized

Het juiste licht

Ik ben gisteren boven de wolken uitgestegen. Op de heenreis was het nacht en zaten we nog één passagier van het raam af. De enige optie voor de terugreis was uitzicht. Een reden voor zoonlief om op tijd in te checken. Gisteren had ik de beloning voor deze vroeg-actie. Naast mij ontpopte zich een wereld, waarbij ik steeds weer aan de bevlogenheid van Saint-Exupèry moest denken. Nee, het is niet de eerste keer dat ik het wolkendek van de andere kant aanschouw, maar in deze fase voelde het anders. Zoals ik in deze korte vakantie naar Portugal nog meer hemelse ontmoetingen heb gehad met de natuur. De boottocht langs de kust van Lagos bijvoorbeeld en vooral omdat dat in gezelschap van mijn twee dochters was, met de twee zonen van de oudste.

In dat kleine bootje spelen zich binnen een half uur avonturen af, die boeken vullen. Het opspattende water verstilt tot zout op de wangen en op de huid van de blote armen. Een gevoel van veiligheid trekt door als de beschermende hand van de door weer en wind getaande gids op de schouder wordt gelegd. Hij jaagt de boot behendig door de golven heen en vertelt van De Napoleon, De olifant en De Mammoetolifant, De Kameel, De Titanic en De IJsberg, Het Piratennest en De Schedel, die haar grijnzende tanden laat zien.

279.JPGFoto: Naomi Guenif

Hoog boven ons torenen de aalscholvers, de zilverreiger, de meeuwen en duiven in het azuurblauw. De zee spat uiteen in witte kragen en dat prachtige groenige aquamarijn tegen de grote rotsen en in de spelonken van de grotten en brengt een belofte aan overleveringen. De kleine gedrongen Portugees laveert de boot behendig door  de nauwe openingen heen en op een handlengte langs de rotsranden. Geen moment is er angst dat we de zwemvesten nodig zullen hebben. Hij verhaalt met een zweem van trots over de vogel, die onzichtbaar wordt tegen de rode rotsen, omdat hij dezelfde schutkleur heeft.

Flying Falcon.jpg De rode Wouw.

Op de terugweg naar boven denken we een slechtvalk te zien. Mijn dochter haalt hem dichterbij net haar sterk inzoomende Canon, maar achteraf denk ik dat het de vogel was, waar onze gids over verhaalde: De rode wouw, die biddend als een torenvalk boven de rotsen hing. Om ons heen zwermen meer bootjes, maar ik heb het idee, dat onze leidsman er een extra uitgebreide tocht van maakt, expres de stilte van de schoonheid opzoekt en een oneindige reeks verhalen uit zijn mouw schudt. Uit alles spreekt zijn trots en de liefde voor dit prachtige ruige deel van zijn land. Mijn dochter vertelde dat de grote grijns niet meer van mijn gezicht was af te beitelen. Zo heerlijk was het. Zo op en top genieten.

foto van Berna van der Linden.Bougainvillea.

Het was een cadeau zo op de laatste dag van het verblijf. Vanuit de villa lopend naar de Intermarché kom ik nog een paar van die sieraden tegen, die onooglijk lijken, maar  onmiskenbaar zijn, met mijn oog op nieuw gericht. Vruchten aan de grote cactus, de tere gele bougainvillea, de olijf afgeladen vol met groene en zwarte vruchten, de waaier palm die te midden van een verwaarloosde tuin schittert. In alles heeft het mijn dromen waar gemaakt.

276.JPG Er boven uit stijgen.

Daar boven de wolken mijmer ik verder en maak een optelsom van alles wat er op het pad kwam. Al die zegeningen. Het waren er veel voor een week. Er was één minpuntje. Toen ik de kaarsjes aan wilde steken voor mijn memorabele lieverds, had veiligheid en duurzaamheid toegeslagen. De kleine plastieken ‘kerstboomlichten’op een rij begonnen heftig aan en uit te knipperen toen ik mijn munt door de gleuf van de collectebak duwde, terwijl de ‘vlammen’ versprongen en zo de kleine kapelletjes degenereerden tot een tweederangs kermis.

Het blauwer dan blauw en het witter dan wit boven het wolkendek was echt en zo dichtbij en hemels. Was het verbeelding of trok mijn moeders gestalte voorbij in een sluierwolk. Vergeten waren de armzalige kaarsen. Dit bracht me bij hen en zette het heerlijke Portugal en haar mooie kleinoden voorgoed in het juiste licht.

 

 

Uncategorized

Je kan altijd opnieuw beginnen

Vannacht schoot ik wakker. Ik ben van alle indrukken en alle mooie ervaringen zo moe, dat ik heel vroeg onder de hagelwitte sprei kruip en derhalve twee keer gemiddeld even wakker word, net lang genoeg om wat te krabbelen. Er is geen bereik boven dus ouderwets pennengekras. Het klinkt heerlijk vertrouwd en als muziek in de oren.

22529015_10210896033456986_1510131110320020842_o

Ik mijmer over de boulevard van Armacao de Pera, waar we overheen geslenterd waren. Iedereen waaiert uit naar alle kanten en zoeken leuke kleine winkels, een visafslag, een galerie of een kerkje op. De zon schijnt met een tederheid die de late zomer zacht en warm omlijst. De bloemen schitteren in hun laatste volle tooi. Bougainvillae, Ipomea, Datura. De vruchten aan boom en struik groeien overvloedig en geven een bonte kleur aan het donkere groen. Granaat, cactus, vijg, banaan, citroen en sinaasappel vormen een heerlijk kleurenpalet.

22555365_10210896033616990_5963088774040143709_o

Ik kuier wat heen en weer en observeer. Het is niet de jeugd die zich hier in grote getale ophoudt. Veel schuifelende oudjes zijn er te vinden. Met of zonder stok maar met de frivoliteit van weleer. Dus toch die hakjes tijdens het strompelen op de gladde keien en dan maar met ingehouden pas, behoedzaam en nauwgezet. een misstap is gauw gezet. In de nachtelijke overpeinzing klinkt het als volgt:

‘ In het dorp zie ik een pijnlijk voorland. Kleine verschrompelde staketseltjes, moeizaam strompelend op jonge hakken om het laatste stukje leven nog te pakken. Met veel stilstaan en dan denken aan weleer, de swing eruit en vaart is er in het geheel niet meer. Ze schuifelen wat voort in de namiddagzon of turen op etalagebenen vanaf de boulevard over de glinsterende zee. Ze reizen af naar de toppen uit het verleden, omgeven door die zilverwitte glans, waar lauwerkrans ooit de kroon was op hun werk.

Het leven kon niet meer stuk, maar langzaam kwam weemoed ingetreden en kwaal voor kwaal werden banden met de toekomst doorgesneden, verschrompelde het heden tot Nano tijd. Het leven staat of valt met bloed dat door de aderen ruist.  Het hart dat tikt en tikt…nog tikt, tot waar dan ook de roep om rust en stilte sterker wordt en ze struikelen door het slechte been of over hun hakkeschoenen heen. Break a leg. Het doek valt. De voorstelling was glorieus en grandioos. Het is goed toeven op een applaus als een warme avondzon, voordat de kilte van de nacht intreedt.

Ze staan weer even stil. De perkamenten huid gloeit op, tovert een lichte blos op de wangen. Zelden zo’n applaus ontvangen. Nieuwsgierig monsteren ze hun publiek, dat een ijsje likt en belofte inhoudt voor een nieuwe generatie. De dragers van een nieuw succes. Hun allergrootste troef, wat zelden als zodanig wordt ervaren. Zonder vragen hebben ze het wiel in werking draaiende gehouden.

Perpetuum mobile. Geen weg te lang, te hoog een zee.  Het krachtige eind voorbij strompelen ze vrij in een verstilde wereld rond, genieten van een laatste avondstond. De kinderen dartelen om hen heen. Ze roepen ‘de vloer is lava’ en zoeken naarstig naar een plek. Het brengt een kleine glimlach op het gezicht. De oplichtende blik valt samen met de warmte van de zon. Een scherf toekomst glijdt naar binnen. Je kan altijd opnieuw beginnen.

Uncategorized

Soms heeft toekomst geen woorden meer

Ze kijkt me aan. Een licht verwijtende blik in haar dode facetogen. Als kind dichtte ik haar een falset toe, de kopstem, falsetogen, maar dan op een toonhoogte die door ons niet te horen was en ik begreep maar niet wat die ogen er mee te maken hadden. De sonore brom van vliegen waren ook al falset. Letters verfijnd onderscheiden was er niet bij. Ik nam de wereld fonetisch zoals het kwam. Voor dyslectie of aanverwante zaken was nog geen terminologie bedacht.

Mijn wereld werd er groter mee naast die van de ontelbare spreekwoorden, die langszij kwamen tijdens de gewone huis-tuin-en keukendagen en hoogtij feesten en partijen. Facet kijken bootsten we na met de kaleidoscoop. De wereld viel in kleur uiteen en vormden Mandala’s van een schoonheid die een verrukking opriepen. Opgetogen stonden we klaar om de koker door te geven.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_o
Nu had ze zieltogend op het zwarte tekenboekje gelegen en waren de jongens verontwaardigd omdat ze, tegen alle wensen in, toch het loodje zou leggen en wij dat niet konden verhelpen. Dat is wat dood vermag in een kinderziel, als de liefde voor de dieren met de paplepel is ingegeven. Of het nu spin is met de pootjes omhoog, een pissebed op zijn rug, een vlinder met een lamme vleugel, ze krijgen een zacht wattenbed en een dekentje van blad doordrenkt met medelijden. Zorgzame en liefdevolle aandacht voor al wat leeft en geen angel heeft. De laatste factor is cruciaal en telt dubbel als moeilijkheidsgraad om, als je ooit gestoken bent in je oor, onvoorwaardelijke liefde te koesteren. Bij, wesp, mug en hommel zijn het haasje, al is de laatste opmerkelijk donzig en lijkt aaibaar. Met alles wat angel is, wordt de draak gestoken.

Ze blijkt een dankbaar tekenobject, met veel aandacht voor schaduw en licht, geen sinecure, maar iPhone brengt uitkomst door de lijnen minuscuul uit te vergroten tot haalbare grafietlijnen en pennenstreken. Spoedig vertaalt het beeld zich naar het blad en verheft zich door de aanwijzingen tijdens de cursus tot bijna driedimensionale levendigheid. Hoe snel is dood tot leven te wekken als het beeld het leven inblaast. Schaduwlijnen halen het platte plaatje van het papier en weer is er een leermoment.

De blik blijft. Verwijtend haast. Sorry libel, zo had ik het niet bedoeld. Mijn gedachten gaan naar mijn laatste libellentocht, twee jaar geleden. In een verstilde tuin in het Drentse. Late novemberzon zet de wereld in een gunstig licht, verwarmd, hartverwarmend omdat er al genoeg kleeft aan de mededeling die ons allen bezwaard.. Lieve Etsvriendin is in haar nadagen, te jong om te sterven, maar van binnen uit sterft het lichaam tegen beter weten in. Geen kruid tegen gewassen, een denkbaar feit. Hoe gaan we er mee om, met sterfelijkheid. Kinderen hebben het antwoord. Ze worden boos of verontwaardigd, maar zijn onmiddellijk weer door naar een volgende fase, die zich aankondigt. Hun leven kent maar even spijt bij dood.

Bij elke libel komt ze langs. Zoveel gespot tijdens haar laatste vlucht. Een bleef hangen op haar knie. Ze vertelde vergankelijkheid en het moment dat de essentie verder ging dan het leven.  Zonder woorden kopten we het in. Soms heeft de toekomst geen woorden meer,

Uncategorized

Een onbezorgde wereld

Het zou gaan regenen vandaag en zegge en schrijve is er voor vijf minuten aan regen gevallen terwijl de zon scheen. Dat leverde in ieder geval een prachtige regenboog op. Wat verlangen we met z’n allen naar die pot met goud. Een mooie monumentale overlevering in de categorie van Klaas Vaak en Jaap en de bonenstaak. Het oudste kleinkind wist hoe het in elkaar stak. Zijn vriendje had ooit eens de pot met goud gevonden aan het einde van de regenboog. Hij nam hem mee naar huis. Zodra de regenboog verdwenen was, ging de pot met goud in rook op. Zo komt boontje om zijn loontje. Regenbooggoud is voor dromers. Soms ben ik een dromer en ligt het binnen handbereik.

Het was een dubbele. Dubbel geluk, net als het klaviertje vier. Geluk kan je overal uit halen. Als je het zegt, is het er. Christoffel in mijn portemonnee, de aartsengel in zilver, Don Bosco in mijn kleine blauwe prins, ze weten er allemaal raad mee. Als het mis gaat is het dankzij hen nog goed afgelopen. Dat heet rotsvast vertrouwen in wat je geloven wil.

015

Klaas Vaak kwam vroeger zand strooien. Daar waren we als kind mooi klaar mee. Als je wakker wilde blijven om hem te kunnen zien, verscheen hij niet. Als je sliep, zag je hem niet. Het gevolg was het onrustige woelen en wakker schrikken bij het minste gekraak of geruis. Net als in de dagen van weleer, dat Sinterklaas over de daken galoppeerde en zijn pieten afzette bij de schoorsteen, om persoonlijk wortel en water te vervangen voor cadeautjes. Ook dan was het moeilijk om in slaap te komen. Met gespitste oren luisterden we of er gemorreld werd, maar het enige wat we hoorden was het geritsel van de muizen achter het behang en op zolder.

Jaap en de bonenstaak was de belofte bij uitstek om de problemen van alledag te ontvluchtten. Altijd kon je zo’n snelgroeiende bonenstaak kweken. Ze groeiden tot in de hemel en daar was het goed toeven, zolang je de reus niet tegen het lijf liep. Die rook wel mensenvlees, maar werd om de tuin geleid door zijn vrouw. Handig, er viel altijd te ontsnappen met wat dukaten. Problemen van vandaag zijn niet meer weg te wrijven met een Alladin’s lamp of een pot gevonden goud aan het eind van de regenboog. Ze zijn pijnlijk groot en levensecht. De doekjes voor het bloeden kunnen opgeborgen blijven in de kast. Die houden we achter de hand om het sprookje bij kinderen levend te houden…

086

Ineens besef ik dat dat precies hetgeen is wat er gebeurde, toen mijn ouders de wereldoorlog weerstonden met twee kleine kinderen en de derde op komst. Het hobbelpaard van het Julianapark bleef gewoon het vertrouwde beeld bevestigen. Een wandelingetje naar het park, waar de fotograaf de indruk wekte van een veilige wereld. Dat is wat we moeten blijven koesteren. Dat is niet de kop in het zand steken, maar een perspectief bieden aan alles wat nog een toekomst te gaan heeft. Vertrouwen schenken in wat komen gaat, is onze grootste gemeenzame deler met het verleden. Dus wrijf ik die regenboog glanzend en wordt het verhaal van de pot met goud eens flink opgepoetst tot ze blinkt als de lamp van Aladdin en de Keulse pot van Piggelmee. Geen vuiltje aan de lucht als je kind bent en recht hebt op een onbezorgde wereld met ontsnappingsmogelijkheden te over.

Uncategorized

Iedereen ziet anders

Wat is dat toch dat je als vrouw alleen niet rond mag lopen, zonder dat vermeende heren denken, aandacht te moeten schenken op een opzichtige manier. Gisteren liep ik, op een tijdstip dat alle Portugezen ver weg blijven om fiesta te vieren, tegen beter weten in naar het strand. Misschien om de rust te zoeken van wind door het hoofd en om de om aandacht roepende zeemeeuwen met hun verongelijkte kreten, die optornen tegen een tegenkracht die altijd groter is. De grote, potsierlijk hangende vogels ‘ins blaue hinein’, tonen hun wilskracht door hun doorzettingsvermogen. Steeds weer blijven proberen tegen beter weten in om daarna, met een sierlijk zijwaartse duik, onder de druk uit te vliegen en opnieuw het gevecht aan te gaan.

De zon schijnt fel. De aantrekkende wind zwiept het water op tot zilverwitte golven die hoog boven de zeespiegel uitstijgen. Ze glinsteren aanlokkelijk en nog trekken ze mensen  de zee in, terwijl je aan de snelheid waarmee ze weer terugrollen kan merken dat de stroming te sterk is. Slordig liggen er soms mannen in hun zwembroek zonder handdoek in het zand, neergeploft, uitgeteld, misschien te vermoeid en te slaperig naast een handvol buitenlandse gezinnen en wat stugge wandelaars. De zon brandt genadeloos op mijn blote schouders, maar ik heb een sjaal in mijn tas om om te slaan in geval van nood.

De grote tas met tekenboeken is mee, omdat ik beloofd heb tijdens mijn vakantie de omgeving vast te leggen in contrasten, zoals  licht/donker, leeg/vol en te focussen op het ritme. Het is de bewustwording van het deel in het geheel. Het spelen ermee opent een nieuwe wereld, samen met de verruiming door het perspectief. Ik beleef alles anders dan de realiteit laat zien. Ik vervorm elk perspectief zodra er iets belangrijkers op de voorgrond staat. ‘Iedereen ziet het anders’ zei Titiaan al, een Venetiaans schilder van lang geleden. Anders is niet per definitie verkeerd. Anders is mijn eigen kleuring van de waarneming. Verkeerde perspectieven of uit verband getrokken verhoudingen vergroten de surrealistische inslag, zetten de kijker op het spoor van de verbeelder, roepen vragen op omtrent zijn beleving.

Met die bagage in mijn hoofd vind ik een verhoogde lege bank. Daar is het goed toeven. Mooi uitzicht, prachtige horizon, waaiwinden om mijn hoofd en schoonheid in al haar voegen. Eenmaal gesetteld blijkt de grafiekstift thuis te liggen, dan maar wat houtskool voor wat schetsen. Verdiept in wat er binnenkomt merk ik, zijdelings, dat een man het pad op komt lopen. Wonderlijk omstandig zegt hij gedag. Blijft dralen, schikt de trui om zijn schouders, strijkt een hand door zijn haar. Tuurt naar de zee, het strand, de mensen en naar mij. Ik ga onverdroten voort. Ogen op de zee gericht, met in een ooghoek de man en zijn gebaren.

Na vijf minuten , wat duren vijf minuten lang, onverdroten gewerkt te hebben in het boekje, angstvallig afgeschermd voor de buitenwereld en zijn vreemde ogen, kiest hij eieren voor zijn geld. Misschien zie ik het anders en is het een man, die net als ik, geniet van het uitzicht, van de glinstering van de zon op de zee, de uitbundig uiteenspattende golven in oplichtend zilverwit.  Het is het gevoel, dat omhoog kruipt en een ongemakkelijke houding geeft aan iets wat een volkomen natuurlijk beeld was. In ijl tempo wordt beeld in lijnen vastgelegd om mijn weg te vervolgen naar het strand, waar wind zorgt voor speldenprikken zand tegen mijn benen op en zoute druppels op mijn lippen. Mannen blijven staan en talmen wat. Verkeerde focus, iedereen ziet anders, Titiaan wist het, maar ineens snap ik zonnebrillen beter die in mijn optiek het zicht op de werkelijkheid zo kunnen vertroebelen. Tijd om op huis aan te gaan.