Uncategorized

De bami was koud

Gisteren was zo’n dag van even op bezoek hier en daar en geen puf meer hebben om uitgebreid te koken. Het werd een gang naar het Chinese afhaalrestaurant. Met stijgende verbazing heb ik naar de verrichtingen gekeken die daar plaatsvonden in de afgescheiden wachtruimte.

De gestroomlijnde pizzabakkers hebben dat bezorgen volledig onder controle met hun geïsoleerde bakken op de kleine brommertjes, scooters en zelfs fietsen. Bij deze Chinese afhaal was het goochelen geblazen met witte bakken en bakjes, zakjes, die nagekeken werden door de mevrouw, herhaaldelijk open werden gemaakt om te checken. Er werd zelfs aan geroken om te kijken of de juiste saus er bij zat. Daarna werd alles weer dicht gefrommeld en bijna oneerbiedig neergekwakt in de open gevouwen plastic tasjes en onder de toonbank geschoven tot de bezorger zich meldde.

Ik kreeg gedurende het wachten zielsmedelijden met deze vrouw en de onhandige verwerking van de bestellingen met bonnen en bonnetjes. Ze oogde gespannen. Elke trek om haar mond groefde zich dieper naarmate de kwelling duurde. Ze nam de bakken aan, keek ze na, borg ze op, nam ze aan, keek ze na en borg ze op waarbij sommige bestellingen weer te voorschijn werden gehaald, er een lichte aarzeling bleef hangen, ze nog eens alles na telde en er een vraag in het chinees door het, met een klap open gegooide, luik naar de keuken toe werd gesteld. Het antwoord kwam van twee gespierde armen, die dan soms nog een bakje toeschoof of een langere verhandeling nodig had om een en ander te duiden.

De vrouw zag grauw van vermoeidheid met wallen onder haar ogen door het harde werken, waarbij de verbetenheid zich beitelde in haar gezicht. Ik had haar met liefde naar een luie bank willen dirigeren met een lekkere kop thee en een tijdschrift om in te bladeren. Mijn simpele kleine bestelling, een bami, viel in het niet bij de grenzeloze overmacht van de enorme grote hoeveelheden, die bezorgd moesten worden. Naast haar stond een lange slanke jongeman, die zich geen enkele keer bemoeide met de bezigheden van de vrouw. Hij was er vooral voor de telefoon, die hij vriendelijk en beleefd afhandelde, maakte bonnetjes, die op de rand van het buffet werden geplakt, om daarna in zijn eigen Iphone te verdwijnen, terwijl de vrouw haastig de zojuist verkregen bestelling doorgaf aan de armen achter het luik.

Geleide chaos is mijn ding. Daar voel ik me lekker bij. Ik kan heel wat aan. Deadlines verhogen de feestvreugde, want ze leveren een gezonde spanning die het werken stukken veraangenaamd. Ik voel de creativiteit bruisen en ideeën komen aanrollen als een golfslag op zee. De energie bruist en geen opdracht is te groot.

bami.jpg

In die situatie die ik ruim drie kwartier kon gadeslaan zag ik chaos die ondermijnde en een organisatie, die te omslachtig was, niet goed stond en te veel vergde van de vrouw op de werkvloer. Ze zag eruit als Jezus in de film Jezus Christ Superstar, die op een gegeven moment roept tegen alle om hulp vragende bedelaars: ‘There is too little of me, don’t crowd me.’ Na eindeloos wachten op mijn simpele bami speciaal, wierp ze het verlossende woord de kleine ruimte in en pakte twee bakjes in het witte papier en in de tas. Ze keek niet naar me, zelfs niet tijdens het overhandigen.

Het beeld bleef lang hangen. De vermoeide vrouw, de chaos aan werk in die wonderlijke tegenstelling met de jonge, wachtende, wat lijzige jongen op zijn Iphone. Thuis dook ik met mijn verovering op de bank. Het eten bleek naadloos aan te sluiten bij de stemming. De bami was koud.

 

One thought on “De bami was koud

Comments are closed.