Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Op zondagmorgen naar Haarlem rijden is voorwaar geen straf. Achter elkaar verandert het blikveld door de wisselende lucht en het elkaar opvolgende landschap. Zonder moeite trekt de kleine blauwe Prins door hagel en regen uit donkere wolkenpartijen geserveerd om dan ineens weer naar het felle licht van een openbrekend wolkendek toe te rijden. Een groep kieviten viert de nazomer door uitbundig te scheren over het braakliggende akkerland. Het wit vormt een prachtig contrast met de dreigende lucht. Het contemplatieve van de zondag strekt zich uit over de normliter zo overvolle wegen. Het land ligt nog op een oor.

In Haarlem druilt het, maar de gevels van de oude huizen ogen vriendelijk en nemen ook de zondagsrust in acht. In de verte slaat de kerktoren tien uur, als ik zeulend aan de zware tas, de deur open van het academiegebouw. Precies op tijd. Daar staat onze nieuwe bron van inspiratie. Koen is spullen klaar aan het zetten. Een koolraap met blad, twee bevroren makrelen, voetbalschoenen, een plant, een grote tak, een ananas, een stijve amaryllis in een vaas.

022

Hij is korter van stof dan Margreet. ‘Hou de vorm in ere, maak het spannend, geef er je eigen handschrift aan.’ Dan volgt het kiezen van het werkblad. Ik had twee behoorlijke stukken van mijn rol geïmpregneerde Zwanenburg katoen afgeknipt en tackerde er een tegen de houten wand, anderen hadden grote vellen papier. Volgende week moest ieder voor eigen papier zorgen. Met de heerlijke voetbalpot van gisteren voor ogen viel de keuze op de voetbalschoenen in een compositie zoals de jongens die jaren lang hadden voorgedaan, door ze gewoon te laten liggen waar het viel. Redelijk waarheidsgetrouw, maar Koen wilde eerst eens de vorm, de eenvoud. Het ging om de penseelvoering, om de spanning in de verf zelf. Dus vielen er weer twee schoenen af. Het werd een wat wonderlijke compositie, die verdwaalde schoen op het papier. Aandoenlijk ook door zijn solitude. Waar was zijn kompaan.

015.jpg

Om me heen hoorde ik zuchten en geploeter. Uit de warme veilige comfortzone van het tekenen getrokken, ging het gevecht niet langer om de lijnen, maar om het durven neerzetten en opblazen, structuur aanbrengen en los te gaan. Het werken met acryl vergde gewenning. Waar olieverf zacht en soepel onder de kwast uitglijdt, ligt acryl op het doek en vergt snelheid van werken. ‘Niet te snel’ beoogt de meester ‘kijk naar je werk’. Monster het, maak afwegingen, vul ik in. Dan komt er onder mijn handen een voetbalschoen, die aardig de werkelijkheid weergeeft en daar blijkt de kneep te zitten. Het moet geen monsterboard worden, of een reclameplaatje. Het moet spanning oproepen, vervreemden desnoods, iets dat vragen oproept. Bloed aan de paal, dus rode veters en noppen. Dat was te verhalend, denk beeldend.

010

Boeiend om te zien welke kwaliteiten los komen als het blikveld zo wordt bepaald, ieder van ons uit een andere hoek. Even was er het verlangen naar de weerbarstige koolraap. Die was simpel van vorm en vroeg om structuur, terwijl het grillige karakter voldoende improvisatie bood. Maar ach, die voetbalschoen. Een hele autorit lang werd het stukje bij beetje eigen, terwijl in mijn hoofd de melodie van weleer een weg zocht. ‘Op een slof en een oude voetbalschoen….’ Feijenoord had gewonnen, de jongens hadden gewonnen en die schoen werd mijn eigen beeldende beleving. Vanuit het autoraam knipoogde de zon me bemoedigend toe. Volgende week is er weer een zondag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

002

 

Uncategorized

Nostalgie als een warm bad

Ik wilde niet wakker worden uit de droom, waarin de halve bric à brac van Frankrijk tentoongesteld werd, in het huis waar ik kwam te wonen. De prachtigste voorwerpen stonden en hingen er. Teer linnen, mooie wonderlijke stoelen met prachtige oude trijp als bekleding en poppen met hun verstarde schildpad glimlach uit de jaren dertig.  Gehaakte randen, het keramiek dat op kleur bij elkaar stond of hing, teer en met motieven herkenbaar uit de stijl, maar ook van vroegere tijden. Voorzichtig haalde ik alle gordijnen en kleden en kleedjes weg om te wassen. Onder alles kwam warm en diepbruin notenhout dat om boenwas bedelde om weer in oude luister te mogen bestaan.

Er waren kapers op de kust, zoals bij erfenissen altijd of als er wat te halen viel. Ze bevolkten de hal van de flat, waar veel nog hing om naar boven te sjouwen. Iemand gaf me de tip eruit te zoeken wat ik nog wilde bewaren en dan een opkoper de rest mee te laten nemen. Direct stond een vriendin van lang geleden een kleed van de muur af te trekken. Dat wilde zij wel. Geen besef om om geld te vragen. Het ging niet om het geld. In de kamer boven wist ik nog wat oude mensen, die ik kennelijk met het antiek had mee geërfd. Ergens achter een verwarming kwamen twee wajang goleks te voorschijn en stond er een ivoren ruggenkrabber.  De droom zweefde weg in Smaragd groen en Pruisisch blauw.

scannen0226

Misschien was er een onbewust verlangen naar het overvolle bestaan van de jaren zeventig, waar we menige tweedehands winkeltjes  afspeurden naar grootmoeders spullen uit de jaren dertig. Elk veroverd tierelantijntje kreeg een eervolle plaats tussen de vele varens, Chinese lantaarntjes, hedera’s, citroengeraniums, kamerlindes in de overvolle kamers, met meubels en plantentafels, theemeubels en kabinetten. De wanden en de vloer waren bekleed met sisal en kurk, de wonderlijke schemerige sfeer werd versterkt door de gedempte sobere kleuren van de worteldoeken en de vermeende Perzische tapijten. Oude verstelbare rookstoelen brachten de warmte binnen. Tegen het raam weefden de planten een natuurlijk gordijn. De keuken was bevolkt met blik van de kleine Droste cacao tot de enorme Douwe Egberts. Aan de randen van de planken hingen dunne katoenen gehaakte picootjes, er waren hartjes op de muur geschilderd en voor het keukenraam hing een gedrapeerde rode voile op een koperen roe.

scannen0043wit met grenen

Met kinderen werd het onpraktisch en moest van lieverlee de helft weg. De stofhappers en de lichtontnemers werden opgeruimd, de ramen zogen het licht gretig naar binnen en dat liet zien, waar de ‘schattige’ oude stijl werkelijk voor stond. Stof danste sierlijk in de repen zonlicht en toverde een waas van vuil. Onpraktisch en onhandelbaar met de plakhanden van kinderen, hun beweeglijkheid, die de fragiele porseleinen Leda en de Zwaan liet sneuvelen. De traproeden die vervaarlijke situaties toverden bij het naar boven gaan met volle handen en manden wasgoed. Het dik verzamelde stof op de blikken werd pijnlijk zichtbaar.

Aan de slag en ruimen. Mooi wit moest het worden. Alles wat bruin was kreeg een lik verf tot aan de buffetkast toe, planten werden vervangen door lange statige gordijnen en alleen een Ficus Benjamini mocht blijven op een van de inmiddels roomwit geschilderde plantentafels. Op de vloer kwam gelakt grenen. Praktisch, handzaam en voor het fleurige wat felrode accenten. Platte kussens voor de oude eetbank.

Vijf kleine kinderlijven op een bank. Het paste net. Nu is boekenkast het enige wat ik me aan tierelantijn permitteer. Daar huizen twee Japanse poppetjes, een heksenbol, wat kleine doekjes, de tafelbel van mijn moeder. Geen andere kleden dan een warme wollen in de zithoek voor de enorme bank, waar ruimte is voor ontvangst van allen. Het verleden verpakt zich vooral in mijn gedachten en komt regelmatig aankloppen. In een te schrijven blog bijvoorbeeld of onaangekondigd in die andere dimensie naast de onze, die zich enkel ’s nachts of in de vroege ochtend openbaart en dankbaar blijft hangen op het netvlies. Nostalgie als warm bad.

Uncategorized

Je hart volgen

Je hart volgen. Daar moest ik aan denken toen ik in de column van Youp over Fred Teeven las, de ex-staatssecretaris, die zich laat omscholen tot parttime buschauffeur. Fred zelf geeft aan ook nog de optie van internationaal vrachtwagenchauffeur te hebben overwogen, maar uiteindelijk te kiezen voor deze haalbare mogelijkheid. ‘Het is een jongensdroom’,  zegt een woordvoerder van Connexxion in het AD. Een keer eerder heb ik dit meegemaakt. De zoon van de directeur van onze basisschool wilde vrachtwagenchauffeur worden. Iedereen keek daar van op. Toen bekende de vader dat hij zijn hele leven lang al die droom gekoesterd had. Met zo’n prachtig rollend gevaarte de wegen van Europa doorkruisen leek hem het toppunt van vrijheid.

foto van Berna van der Linden.

Sinds ik mijn vaste stek vaarwel heb gezegd en nu te hooi en te gras inval, overkomt me hetzelfde gevoel van vrijheid. Eigenlijk voelt het als eigen baas. Ik kom een school binnen. Verken de kinderen, kijk ze diep in de ogen bij binnenkomst, maak een grapje of een compliment en begint aan een onvoorspelbare dag. Mijn pappenheimers pik ik er onmiddellijk uit, want die vallen zelf al op. Door er een lekker lied in te gooien of een anekdote heeft het ijs nauwelijks de kans om op te bouwen, dus hoeft het ook niet gebroken te worden. ‘Ons kent ons en ouwe jongens, krentenbrood’. Zo voelt vrijheid.

Ik kan me zo voorstellen dat, als directeur, de grote verantwoordelijkheid zwaar kan gaan drukken op je persoonlijke leven. Die druk is al voelbaar als groepsleerkracht met de verantwoordelijkheid voor de kinderen, maar op macroniveau, waarbij én het welzijn van de kinderen én de teamleden met aan de andere kant de inspectie aan je rukt en trekt, je van goede huize moet komen om zelf overeind te blijven. Ik snapte het verlangen van onze directeur destijds maar al te goed. Als verpleegkundigen op de Intensive Care verzuchtten we vaker tegen elkaar dat we best eens een tijd achter de lopende band wilden werken, los van alle zware druk die er op ons lag, omdat er bij elke handeling letterlijk mensenlevens mee gemoeid waren. Niet goed over nagedacht, want er bestaat niets méér dwingend dan een lopende band, waar de machine het tempo bepaalt.

Wat ik knap vind van deze ex-staatssecretaris is dat hij met open vizier en geheven hoofd blijft strijden voor zijn  rehabilitatie. Met deze daad maakt hij een duidelijk statement. Door zich om te scholen tot buschauffeur en zich niet te ‘goed’ te voelen voor het verwezenlijken van een lang gekoesterde jongensdroom, steekt hij met kop en schouders uit boven de ‘besmette’ status die hij heeft opgelopen.

foto van Berna van der Linden.Dromen bij de treinen.

Daarnaast is het een opwaardering van het beroep zelf. Een kinderdroom die waarheid wordt. Als hier de grote truckers een keer per jaar door de straat rijden, glimmend gepoetst en opgetuigd, staan alle ouders met hun kinderen met dezelfde begerige blik in de ogen te kijken naar die stoere chauffeurs met hun armen als bielzen door het draaien aan dat enorme stuur. Hoog verheven boven de massa schallen de hoorns hun vrijheid en hun onovertroffen grenzeloze bestaan.  Ik ben een angsthaas en durf dat alleen niet aan. Als ik diep van binnen graaf, dan zou ik niets liever dan die vrijheid van ‘je neus achterna gaan’ verkiezen, los van alle banden. Ja, en daar zou ik best zo’n enorm bakbeest voor willen temmen.

Dat is wat ik bewonder in deze actie van Fred Teeven. Het aangaan van een nieuwe status, los van een vermeend imago. Je hart volgen en dat had hij al veel eerder moeten doen!

Uncategorized

Pootjes op de grond

Een gat in de dag geslapen, bewust, want ik was al twee keer eerder wakker. Mijn biologische klok van vijf uur was paraat. Na een half uur dook ik weer onder zeil en om acht uur bekeek ik met een lodderoog de lucht links van me, dat voor het raam miezerde en grauwde. Geen moeilijke keus.

2864_300px_thumbEscher: Relativiteit

In het tussentijdse onderdompelen gebeurde er meer dan ik had kunnen bedenken. Er was een speurtocht in een nieuw bibliotheekgebouw naar de galerij met boeken. De gang ging met lopende banden omhoog en naar beneden in meerdere uitvoeringen van  verantwoorde strakke architecturale vormgeving, waar ik al liggend en zittend op vervoerd werd. Weg met de roltrap leve het horizontale bestaan. Hier en daar moest er een sprong gemaakt worden over vervaarlijke dieptes. Angst sloeg soms om het hart. Het gebouw was eerst gesitueerd in Nieuwegein, maar zoals het een goede droom betaamt, bleek ze uiteindelijk toch in een typische Limburgs stadje te staan. Niet in de laatste plaats omdat een van de oudere broers van een goede vriend daar een voorstelling gaf in de kelders van het pand. Hij had zowaar een gedicht geschreven en een boekje erbij gemaakt. Zijn toon was van dezelfde treffende arrogantie als waar hij normaliter in het dagelijkse bestaan zijn onzekerheid mee trachtte te verbergen. Het boek was koren op zijn molen. Nog beter kon hij zich verheffen boven de goegemeente. Het snobisme sneed dwars door de droom heen, want bij het ontwaken lag zijn afwijzende houding als een film over de huid.

Het oneindige grijs vroeg om een tweede duik in het grote niets naar een zolderkamer, waar ik met de zussen verbleef. We moesten inpakken, maar twee van ons konden er niet toe komen. Het leek of ze de afreis niet wilden maken. Het gesprek talmde en draalde, toen warempel de verwaten kwast uit deel een weer op kwam draven en ons van repliek ging dienen. De aversie groeide met de vermeende minuut. Tijd in dromen is een rekbaar begrip en lijkt het meest op de speelse seconden uit het vesthorloge van het witte konijn, die als een haas heen en weer raasde, dwars door wonderlijke wandeling van Alice heen.

049

De kwast had me in beide dromen nog geen blik waardig gekeurd. Het eindigde toen er een wit wolkje aan kwam drijven met schimmen erop, die steeds duidelijkere contouren kregen naarmate ze dichterbij zeilden. Dat was het uitgelezen moment om weer te ontwaken. Het buitengrijs lichtte op, maar was nog steeds ondoordringbaar. Uit de verte kwamen de stemmen van kinderen. Dat betekende dat de school verderop haar pauze had. De lucht vulde zich met schaterlach en uitbundig gekwetter. Het aantal zorgde voor een muur aan geluid.

Dromen duiden is een beleving op zich.  Gebouwen staan voor de constructies die we in ons leven maken en het karakter, de hoop en de bezorgdheden kunnen zich erin weerspiegelen volgens mijn oude droomencyclopedie. Ieder mens die in een droom verschijnt toont een aspect of een facet van de dromer zelf.

De val van Icarus, door Peter Paul Rubens

Ik voel een diepteanalyse opkomen. ‘Hoogmoed komt voor de val’ oreerde mijn oma als er iemand in haar omgeving was die treden hoger trad dan zijn stand en vervolgens de oude schepen verbrandde. Daarachter kwam steevast de koude kermis, waar hij van thuis zou komen. Mijn kinderoren hoorden kermis en koud en hadden direct een draaiende rood met goud gekleurde carrousel in de ongerepte sneeuw voor ogen. Dat is het punt waar de droom begint, als de verbeelding heeft toegeslagen en ze de cryptische werkelijkheid omzeilt met een tegenpool. Verwaten kwasten vragen om vriendelijke rondborstigheid.

In het lichte grijs hipt een kleine koolmees bedrijvig van tak tot tak in de boom voor mijn raam als antwoord op de vraag en zet de werkelijkheid met beide pootjes op de grond. Aan de slag.

Uncategorized

Met recht een levenswerk

Gisterenavond heb ik de documentaire Alicia gekeken. De regisseur Maasja Ooms neemt ons mee in het leven van een meisje, dat tot dan toe alle pech van de wereld heeft gehad. Er volgt een leven vol hele en halve brokstukken tijdens een tocht langs aanvankelijk veilige kindertehuizen, waar ze steeds dieper in haar vertrouwen beschaamd wordt en het gemis van een warm en veilig nest zich vertaalt in agressief gedrag, dat keer op keer een bevestiging vormt omtrent haar ongewenst zijn. Dergelijke indringende documentaires zijn absoluut ongeschikt als slaapmutsje.

Het was dan ook niet verwonderlijk, dat ik midden in de nacht wakker schrok uit een onrustige droom met als eerste het beeld van Alicia op mijn netvlies. De droom bleef als een losse flard om me heen hangen. Daar lagen alle gemengde gevoelens in verstopt, verkleedt als een zoektocht bijvoorbeeld, een langs elkaar heen lopen, in een confrontatie, huilbuien en een unheimisch voelen, in het oververhit wakker schieten om tot het nog niet goed doorgedrongen besef te komen dat de droom op z’n minst een deuk had geslagen in, wat normaal gesproken, de algemene veiligheid van een kind had moeten zijn.

De documentaire droeg een doodongelukkig bang en onzeker meisje mijn hart binnen, dat haar gevoel overschreeuwde met veel bravoure. Hoe harder je van je aftrapt, des te minder hoef je te voelen. Daardoorheen vlocht zich de kwetsbare onmacht van de liefde van een moeder, waar zij haar eigen leven gespiegeld zag in dat van haar dochter en alleen maar kon beamen en bevestigen wat de gevaren zouden kunnen zijn, die in het verschiet en op de loer lagen, omdat ze zelf voor die hete vuren had gestaan. Indringend en meevoelend gaven de beelden weer, waar sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Een te jonge onervaren moeder, een pleegvader die vroegtijdig kwam te overlijden uit het eerste pleeggezin, waarmee uithuisplaatsing voor de tweede keer een feit werd en daarna één lange grote hunkering naar liefde.

IMG_0181.jpg

Waar het onvermogen groeide, groeide haar weerstand tegen alles wat haar lief was. Verzorgers, kinderen, haar zusje trekt ze aan en stoot ze af met een gemak waarmee ze het voor zichzelf zo ervaren heeft.  Het schrijnde en schuurde een hele documentaire lang en als ze ten slotte, tussen alleen maar meiden, in een gesloten tehuis terecht komt, waar haar moeder ook gezeten had, is de cirkel voor de docu rond, maar blijven de open vragen nog lang door malen in mijn hoofd. Wat zou een geruststellend einde een bevrijding geweest zìjn. Realiteit, rauw en ten voeten uit, zorgde ervoor dat dit indringende portret als een van de beste twee IDFA-docu’s werd bekroond.

Het werd vanuit het hart gemaakt, dat viel af te lezen uit de manier waarop de gesprekken verliepen, de doordringende regels uit de rapporten werden gefilterd, die de pijn en het verdriet omlijstten van dat kleine bange  meisje en later van die onzekere, hunkerende, angstige puber.  Het tekende nauwgezet de rauwe open wonden op bij het zoveelste nieuwe bed dat met haar eigen lakens een zoveelste ‘thuis’ moest aankleden. Het viel te lezen in het peilloze ondoordringbare pantser dat zorgvuldig werd verstevigd, bij iedere nieuwe bijting van de groeven op haar ziel.

Alleen iemand, die weet wat hechting en binding en het hele scala aan mogelijkheden  dat er tussen ligt, betekent, is in staat om in het onthechte kind te kruipen en een binding voor het leven aan te gaan.  Met recht een levenswerk.

 

 

Uncategorized

Een grotere wereld

Na een dag hard ploeteren is het zoet rusten. Dat gevoel was er, terwijl toch de kwasten hun werk deden. We zaten in het atelier met vijf mensen. Drie waren er verhinderd. De beelden van Leonora Carrington stonden op het netvlies gebeiteld en ergens uit de diepte kwam de voorstelling omhoog, die ik na twee weken rust eindelijk weer mocht aanschouwen. O ja. De libelle met haar vrouwenkopje en de vogel. Die waren een eindje weggezakt.

Ze hadden misschien zelf een wereld aan beleving meegemaakt. Waren los van het paneel gekomen, hadden rond gezweefd in het donkere stille atelier samen met de witte onderschilderingen van de anderen. Stille witte wieven. Er was verwarring over, want dat witten bleek niet noodzakelijk te zijn, omdat het wit transparanter was dan gedacht. Het riep in mijn beleving wel het vervreemdende effect op. Eindelijk kon de fijne kwast uit de tas komen. Met drie of vijf haren schilderen is andere koek dan het impressionistische geweld. Dat maakte, dat de avond voelde als een weldadig rusten. Zittend aan de tafel met het fijne penseel aaiden we de impressie tot leven.

Fysiek matte het niet af, maar het surrealistische beeld riep wel het vervreemdend effect op in het hoofd, dat zich allengs afvroeg waar deze techniek nu weer in uit zou monden. De witte onderschildering werd vervangen door schakeringen in licht en donker. Daar lag het accent op, die avond.  Het lukte door het krakende hoofd niet om ten volle in het tafereeltje te kruipen en het bleef stoeien met het kleurcontrast.

Leonora Carrington: The Sphinx & the Milky Way

Dat wordt experimenteren van de week in de effecten, want contrasten versterken de vervreemding evenzeer. The Sphinx & the Milky way van Leonora Carrington zelf komen letterlijk beter uit de verf door hun tere silhouetten tegen de oplichtende blauwe achtergrond.

010

Onze taferelen zijn aandoenlijke lucide verschijningen. De sfinxachtige in de volle maan, de boomgodinnen, de tere Siciliaanse Oudheid maken sprookjesachtige verhalen los door hun tere breekbare illusie.

006004  008

Het kind in ons wordt wakker en creëert een eigen wereld, zoals alleen een onbevangen geest kan doen. Bij de kinderen op school voltrekt zich dat dagelijks. Los van elke regel worden beelden in een ruimte geplaatst, die volstrekt ondergeschikt is aan de verbeeldingskracht zelf en die daardoor zoveel meer zeggenschap krijgen. Onmogelijkheid wordt realiteit als fantasie de vrije loop krijgt en onnavolgbare wegen op mag. Geen enkele druk van kunnen of willen is er. De hand volgt het hart, dat kleur en vorm vrijelijk de voorrang geeft. Het gezicht van een piet wordt krassend neergezet met veel geduld en in mijn ogen, niet met het passende materiaal, maar ik laat hem begaan en met engelengeduld, waarbij het proces minstens zo belangrijk is, ontstaat er een fantastische Piet met een grote mond vol rode tanden, die het effect van de grijns versterken. De kunst van het kind is de vrije hand en het leerproces zit in het bewonderen van het kunstwerk, waarbij vooral zijn eigen overwinning telt, omdat bij binnenkomst de onzekerheid de overhand had.

Onbetaalbaar is de glans, die het oproept. Bij ons niet anders dan bij hem, dezelfde opgetogen bevestiging na de onzekerheid over deze volstrekt nieuwe techniek en een scala aan mogelijkheden die zich openbaart onder de verfijnde dunne haren van het penseel. Een andere dimensie, een nieuwe werkelijkheid en daarmee alweer een grotere wereld.

 

 

 

Uncategorized

Op eigen tijd, in eigen uur.

Gisteren verslikte de ochtend zich in de haast.  Al aan de late kant was er geen tijd meer om naar radio of anderszins te luisteren en schoof ik de A2 op om naar Woerden af te zakken. Daar mocht het verkeer nog redelijk doorrijden als het richting den Haag wilde maar op de A 12 ging het faliekant fout. Er slingerde zich een zesbaansbrede stapvoets rijdende sliert auto’s voor me uit en er zat niets anders op dan aan te sluiten. Voorbij de afslag de Meern hoorde ik pas, dat het tot aan Nieuwerbrug vast stond. ‘Heeft U even’ fluisterde mijn gemoed. ‘Nee, ik wil bijtijds op school zijn.’ Er zat niets anders op dan die gedachte te laten varen en mee te deinen op het ritme van de rij. Optrekken, rijden, stoppen.

Afbeeldingsresultaat voor kerstballen rode wikifoto: Wikimedia

Daar zaten we allemaal als haringen in een ton, ieder van ons in een een eigen universum, luchtdicht afgesloten, radio aan, met beslommeringen in het hoofd, die de vrije loop konden gaan. De rode oplichtende achterlampen, aan/uit aan/uit werkten biologerend, daar spon het hoofd goed garen bij. Elke regendruppel tegen de vooruit werd een kleine kerstbal. Een raam vol kerstballen met af en toe een zoevende swoesh van de ruitenwisser, die het feest verstoorde, waarna het weer op nieuw kon beginnen. ‘Alle dagen feest, gala’s matinee’s’, was het lied dat dwars door de waarschuwende woorden van de reporter heen zong.

Dan maar het hele programma uitdenken voor de dag en de voorbereidingen voor de weekopening op een rijtje zetten. Te genieten, ondanks het beleg op de tijd, door terug te kijken op de dag ervoor aan het strand met de kinderen en kleinkinderen. Ontmoetingen kwamen boven, gedachten, zinsneden, flarden van de blog van die ochtend en een enkele dichtregel. Eenmaal bij Harmelen was het leed bijna geleden. Wat heerlijk dat ik 27 jaar lang om de hoek werkte en nooit deelgenoot werd van deze novemberchaos zoals al die poppetjes in hun eigen stille wereld, die alle neuzen dezelfde kant op hadden staan.  Over het stuk van hooguit twintig minuten van deur naar deur had ik een uur gedaan. Alle parallel wegen stonden ook muurvast, leerde de mededeling dat een collega het niet zou redden, omdat ze daar verstrikt was geraakt.

IMG_0065.jpg

Het mysterieuze is de manier waarop het weer oplost. Ineens schiet de vaart erin en kan ieder, aarzelend eerst, maar steeds vrijer, los met de voet op het gaspedaal alsof er geen vuiltje aan de  lucht is. In geen velden of wegen is er een aanwijsbare oorzaak te herkennen, zoals een ingedeukt blik langs de kant, loeiende sirenes of een takelende sleepwagen, niets van dat alles. Het  magische stokje doet haar werk. Is het de regenval, het duister waardoor de wereld zoveel beknopter lijkt, de schrik, een onoplettendheid. De reden schuilt kennelijk in een kleine hoek. Het feit ligt er, het maakt niet meer uit. Vandaag maar weer zonder haast op stap. Een kwartier vroeger van huis en zo’n bezinningsuur gaat aan je voorbij. Die heb ik liever in de luwte van de nacht, op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Zonder diepte geen hoogte

Er zijn van die dagen, die als een film langs trekken. Je bent er wel bij en toch ook niet. Gisteren was zo’n dag. Alles was eigenlijk goed verlopen. Bijtijds wakker, koffie maken, schrijven, kortom in alle rust wakker worden. Daarna probeerde ik mijn blog te delen. Daar ging het mis. Hoe ik het ook wende of keerde, ze  kwam er alleen als tekst uit en niet met foto, die de aandacht vestigt. Dan begint het. De strijd tegen de windmolens. Don Quichotte ten voeten uit. Je vinkt wat aan, je haalt wat weg en het gevolg was dat ik later merkte dat niemand meer toegang had.

013.JPG

De tekenlessen in het verstilde Haarlem, die ochtend, waren boeiend, maar ook daar had ik dat wonderlijk afwezige gevoel. Het lukte wonderwel om mijn kleine Oude Gracht van A4 over te brengen op het enorme witte vel papier. Hier en daar een aanwijzing van het geoefende oog was nodig om alles tot de juiste proporties terug te brengen. Tekenen is kijken, kijken, kijken en daarna pas zien. Nooit geweten dat daar verschil in zat. Waar ik vroeger altijd alleen maar aan het droedelen was, vergat ik in de loop der jaren om deze basis verder uit te pakken en bleef het steken op de lessen van Soeur Adolpha. ‘Als het erin zit, komt het er vanzelf uit’, waren haar wijze woorden. Nu is die basis weer opgepakt en het ontdekken van de mogelijkheden geeft net zoveel vreugde als de handeling op zich. Het automatisch willen omkaderen en inperken van het gevoel is het grootste struikelblok. Het zorgt ervoor dat een tekening al gauw een plaatje wordt. Statisch, correct, kloppend, maar vooral saai. Van Margreet leerden we buiten het papier te denken, verdwijnpunten te maken die spanning oproepen, een lijn die oproept tot het  willen weten, hoe het verder gaat. Het grote niets dat de fantasie aanwakkert en sluimerende beelden wakker roept.

054.JPG

Ergens in het achterhoofd bleef de afwezigheid sluimeren en het zorgde ervoor dat de werkelijkheid een stuk onwerkelijker werd. Na een hele ochtend tekenen, stond de overgang averechts op het al vage denken. De omslag was een wereld van verschil. Het was de dag van de herdenking, de zee was het monument en daarmee vormden wij, de kinderen en ik, samen de herinnering, die we onderschreven met boodschappen in het zand.  We reisden af naar het verleden, want de vader van de kinderen, de grote kleine man, zou jarig geweest zijn en het was de uitgelezen dag voor een prachtig eerbetoon. Ik was zo ver weg in het hoofd, dat ik de golf niet zag aan komen rollen, die mijn boodschap, nog voor de laatste punt, oploste in het koude water. Daar zat ik, op de hurken, tas en schoenen nat, tranen vermengden zich met het zilte koude zeewater. Ontredderd bleef ik zitten. Het gevoel van onmacht, dat me omsloot. De grip was er even uit. Zo’n moment dus.  Het tornen tegen de wind in was voldoende om weer wat te aarden, maar het vege lijf verlangde naar de bank.

De combinatie van tekenen en herdenken zorgde voor die vervreemding van de beleving vandaag en de ontdekking van de verdwenen blog. Op de bank, laptop in de aanslag, zoete rust om het hoofd, Pluis aan de voeten, liet alle radertjes weer ineen vallen tot een goed draaiend rad. Geen malle molens meer en mixed feelings, maar het oude vertrouwde zelf. Er zijn van die dagen bij…. En niet om te vergeten maar om te koesteren, omdat een stukje ontreddering de glans geeft aan al die andere fijne momenten. Zonder diepte geen hoogte.

Uncategorized

Vleugelslag

Bij een hele week binnen is buiten weer een aangename verrassing. Het was een van die prachtige ochtenden in november. Prachtige grijstinten boven het hoofd, de opstekend wind om het verstilde hoofd te doorwaaien en het halve arsenaal aan bladeren op de grond, terwijl licht nog altijd gefilterd werd door het resterende blad aan de boom. De lieve kleine blauwe stond braaf te wachten op de plek waar ik hem afgelopen donderdag had achtergelaten.

Zaterdagochtend om acht uur de weg op is een verademing vergeleken bij de voortkruipende dikke lichtstroom die zich doordeweeks op het asfalt begeeft. Jaren zestig op de radio….’She did it again last night’ en op hetzelfde moment viel de hemel open en doorboorde de zon letterlijk het grijze wolkendek om, eerst fel schijnend, later uiteen te vallen. Geen Californische zon met surfende Beachboys op een strand, maar een prachtig doorbreken van het grauw, met stralen om tegen op te klimmen, zo dik. Afwisselende lucht de hele weg lang. Alleen al een uur rijden is een uur genieten.

IMG_0420.jpg Aan de slag

In het atelier lag alles klaar om aan de slag te gaan. We zouden een koperen plaatje bewerken, omdat je dan het salpeterzuur achterwege kan laten en je alleen te doen hebt met ijzerchloride of citroenzuur, wat veel minder schadelijk is. Ter plekke werd de knoop doorgehakt bij het zien van de tekening, die ik nog moest maken. Het zou de leguaan worden in volle glorie, zoals ik hem al had voorgetekend met zwart en alle tonen grijs, die er maar te voorschijn te toveren waren.

IMG_0423.jpg Leguaan op koperplaatje

Het leuke van zo’n ontmoeten is de kennismaking met nieuwe zielen, die al hun vreugde en enthousiasme op hun eigen wijze openbaren. Er zijn stille genieters bij en uitgesproken redenaars, sommige geven alleen een tipje van de sluier bloot en anderen leggen meteen hun hele Brabantse ziel en zaligheid op tafel. Wat een heerlijkheid om moeiteloos te mogen schakelen tussen beiden. Tussendoor is er dat zachte krassen in de deklaag. Alle concentratie is gericht op de handeling, gedachten vervlogen door het raam naar buiten. Als het beeld gestalte krijgt wordt de gedrevenheid gevoed en de snelheid opgevoerd. De precisie blijft. Dank zij de contemplatieve week is al het geduld van de wereld aanwezig.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_oTekening van de ‘Portugese’ libelle

Tussen de bedrijven door wisselen wederwaardigheden zich uit en blijkt dat de raakvlakken vooral in de natuur terug te vinden zijn. Iemand is bezig met een libelle, die onmiddellijk mijn Portugese vondst tot leven roept. Zo herkenbaar, die kleine libelle, die hij op zijn tekening te voorschijn tovert en een andere link opent, omdat een van de ets-vriendinnen en ik twee jaar terug haar libelle-zwanenzang van zoemende vleugels een plek probeerden te geven bij de verstilde vijver van het huis in Drenthe. Mijn lieve leermeester van deze middag deelde deze smart. Zo vallen gedachten samen en is de toon, de juiste toon, gezet.

Met de ijzerchloride bleken de zachte tonen goed te maken en ook de sfeer werd zacht en rond. De open armen waarmee we ontvangen werden spreidden zich over de dag en zetten de kleine glanskopmees, de libelle, de leguaan en de eikels en het eikenblad luister bij. Toen ik terugreed in een zweem van zon en regen stuurden de woorden mee

Op vleugelslag

we zaten in de late lauwe herfstzon

je blik gericht op wat nu toekomst was

het beeld dat stokte

in het hier en nu

Libelle fluisterde  woorden met haar vleugelslag

samen dronken we de weemoed van haar vlucht

te weten dat jij er straks zo voor zal staan

in het koude grijze winterlicht

jouw ogen nu nog even opgelicht

tot straks dat eindeloze zwart.

056

Uncategorized

Een nieuwe horizon tegemoet

Een dag waarop de tijd voorbij vloog. Ledigheid is des duivels oorkussen, hoor ik mijn moeder ergens in het achterhoofd, als ik me bedenk niets gedaan te hebben. Nou ja, bed opgemaakt, koffie gehaald en blog geschreven, kind met kind ontvangen, thee gezet, mandarijntjes gepeld, soepje gemaakt, televisie aangezet, Pluis naar buiten gelaten, tekening gemaakt van mijn Florentijnse reuzen-ei en haar inhoud, Sproet, de gespikkelde leguaan.

foto van Berna van der Linden.

Dat laatste is een plan wat in de hogere regionen van mijn brein opgeborgen zit en, nog in een zeer foetaal stadium, poten en staart heeft gekregen. Ja mam …het voelt als ledigheid. Morgen ga ik etsen in Etten-Leur en denk dat ik voor leguaan ga of voor opa Sterretje, maar daar kan  ik me nog niet helemaal een voorstelling van maken. Wel komen ze beiden uit hetzelfde verhaal. Opa Driehuis is een mooie evenknie, met zijn grote bult op zijn voorhoofd, waar de hoed of diep overheen geschoven werd of erachter, gevaarlijk balanceerde in wankel evenwicht. Wel grappig zo’n verhalende hoed, bij vastberadenheid erover, bij twijfel erachter. Dan moet Tijn nog gestalte krijgen en Tijn is een mengelmoes van eigenschappen die ik hem toedicht. Is denken ook ledig, ligt die duivel nog steeds op het oorkussen. Bij nader onderzoek blijkt het luie mens als oorkussen gebruikt te worden door diezelfde duivel. Er komt alleen maar narigheid van want daar kan hij zijn kwade genius mee voeden.

132Wait van NEOC

De hoogste tijd om weer gewoon aan het werk te gaan. Waarschijnlijk verdwijnen dan de vermeende kwalen als sneeuw voor de zon. Ik beloof aan ieder die het horen wil, wel goed te luisteren naar het vege lijf, maar ze wordt alleen maar zieker van een focus gericht op de kwaal. Leve de afleiding. Daarom dwalen die verhalen in mijn hoofd. Als er zo weinig te improviseren en te associëren valt, gaan die grijze hersencellen op zoek naar een andere manier om de geest te verheffen.

School is een trefcentrum van gedachtegeleiders. Moeiteloos nemen ogen waar dat kinderen met gemak verdwijnen in hun eigen wereld vol verhalen, die niet kunnen tippen aan onze realiteit. Ze scheppen het decor voor de voorstelling en brengen met verve hun act voor het voetlicht, zonder schroom. Sans gêne etaleren ze hun fantasie in volle glorie.’En toen…en toen….en toen’, waarna ze soms verdwalen en verstrikt raken in de vele wegen die allemaal naar het zelfde ‘Rome’ leiden, de zetel van hun voorstellingsvermogen.

IMG_0378.jpg

Straks ga ik nog een stukje in Lampje lezen van Annet Schaap om daarna alle fantasie te stroomlijnen in mijn dromen. Lampje is een aandoenlijk verhaal. Zo een als de Gorgels van Jochem Meyer. Om je vingers bij af te likken en achter elkaar uit te lezen. Dat is wat ik straks, later, bij meer ledig tijdperk, beoog met Tijn en zijn Florentijnse reuzen-ei. Een verhaal om in te verdwijnen en pas na uren, weer uit te voorschijn te komen. Gelouterd en een tikje verdwaasd, omdat fantasie en realiteit nog even niet willen samenvallen en zwijgend naast elkaar oplopen. Tot warmte voelbaar wordt en temperatuur versmelt. Daar krijgt nieuwe fantasie een gezicht en worden zeeën van verhalen toegedicht, waarop we verder kunnen zeilen , een nieuwe horizon tegemoet.

Uncategorized

Geef ze een podium

Er zijn van die zinnen die blijven hangen en pas later betekenis krijgen als de brokstukken zich weer aaneenvoegen tot een verhaal na een reconstructie van de gebeurtenissen. Zoiets gebeurt, onder andere, na een bezoek aan een arts. Op het moment zelf, zie ik, dat hij een heel modieus overhemd aan heeft met verfijnde streepjes en bij de manchetten een tegengestelde streep. Ik zie een hand die door zijn haar strijkt om een vermeende weerbarstige lok naar achteren te dwingen vlak voordat hij de computer induikt. Ik zie een lichte frons tussen zijn ogen, daar waar mijn denkrimpel zit.

Later hoor ik de woorden terug. ‘Infectie succesvol bestreden, minder dan vijf, versnelde polsslag, 95, vocht achter de longen, afspraak radiologie, diverse oorzaken, zou ook arteriosclerose , decrementie, zien we later weer verder, uitslag foto, met telefoon. Mijn aanvullende informatie bestond uit; ‘Goh, nooit zo’n hoge pols’. ‘Ach, net als mijn lekkende hartklepje.’ Vragen spatten, als zeepbellen, voortijdig uiteen. ‘Hoe zit het met de Cholesterol, verhoogde bloeddruk, verdwenen bloedddrukpil.’

089

‘Gooi maar in mijn pet, ik zoek het later wel uit’, zei men vroeger. Precies datgene wat ook gebeurde. Beduusd sta ik, verpleegkundige en om de dooie dood niet gauw onder de indruk, weer buiten. Oké. Adem in, adem uit, met een beetje hijg en piep. Het briefje. Ik staar naar de brede rug voor me, bij de balie, lees de dansende woorden. O ik hoef daar helemaal niet te staan. Ik mag de afspraak zelf maken. ‘Niets aan de hand,’ sust mijn optimistische kijk op het leven. ‘Vocht door de longontsteking. Je hijgt en puft ieder najaar weer.’ Maar de kleine zwarte kobold heeft zijn werk allang gedaan.

Achtereenvolgens voltrekken zich de handelingen. Ziekenhuis bellen, afspraak maken , spoorslags ernaar toe, wachten bij afdeling A, voor een gewone Thorax, vul ik zelf gemakshalve in, omdat de mensen die door stiefelen naar B veel harder kreunen en steunen. En dan een blaag van een röntgenmannetje. Riedelt zijn verhaal over bovenlijf ontbloten, kettingen af etcetera.  Hij vangt mijn grap niet, als ik hem snedig antwoord bij zijn opmerking over mijn longen, die langer zijn dan hij gedacht had. ‘Ze zijn een beetje uitgelubberd’. Zuur antwoordt hij, dat hij daar niet op ingaat. Medisch correct, maar niet bij het vervolg van zijn informatiebandje, die me mededeelt weer aan te kleden, maar waarbij hij voortdurend niet naar mij, maar naar mijn lijf kijkt. ‘Zo’n snotaap’, zou mijn moeder verontwaardigd roepen als ze het had meegemaakt. Ik had een ander woord als een donkergrijze wolk boven het hoofd hangen. Het liefst had ik een trap tegen de deur gegeven. Frustratie ten top.

foto van Berna van der Linden.

Thuis komen de vragen, kinderen, vriendinnen, zussen. Ho ho ho. Het is geen acuut longoedeem hè, niet te veel googlen. Het duurt even tot ik mezelf en hen weer tot de normale proporties heb gepraat. Het is natuurlijk gewoon een gevolg van de infectie. Geef het nog even. De uitslag van de foto is er pas maandag(er staan twee werkdagen voor). Tot dan krijgt het elk voordeel van de onwetendheid. Andere bedenksels zijn olie op het vuur. Ik zit op de bank als een Pasha in India en laat me het bezoek van vriendinnen aanleunen. Mijn hoofd en gedachten verzet ik met mooie zwart/witten, in houtskool en grafiet, ingewikkelde en makkelijke, alles om denkstromen te laten kabbelen en om de tuin te leiden. Maar de waard rekent buiten zijn gasten. Ze komen ’s nachts geniepig om de hoek kijken, als liggen op die linkerzij wat problemen geeft en ik me wentel, van de rug naar de andere en terug.

‘Er was eens een vrouwtje. Ze ging naar de dokter. Ze had ….en daar gaan alle lichten op rood en rinkelen de alarmbellen. Doemscenario’s lopen het hoofd uit, vermenigvuldigen zich met andere grote kwalen, tekenen een monsterbeeld. Ik tik de computer aan en open, geef ze een podium en zorg ervoor, dat slapen straks weer mogelijk is.

 

 

Uncategorized

Verstilde liefde

Via Maria Popova’s Brain Picking kwam ik een illustratie tegen van The lion and the bird. Met de titel in het achterhoofd werd ik volledig op het verkeerde been gezet. Ik dacht in eerste instantie dat er een eend op de voorkant van het boek stond. Daar waar denken de realiteit voorbijstreeft, begint de verbeelding. Het was de leeuw. Het is een fantastisch boek van Marianne Dubuc, waar woorden de accenten leggen bij de alles verbeeldende tekeningen.

Mijn allereerste boek zonder woorden was Monkie van Dieter Schubert, die ik wilde voorlezen aan de kinderen van mijn apengroep. Kleine monkie staat voor de allerliefste  knuffel van elk kind op de wereld en hij maakt bange avonturen mee, als hij uit de innig knellende handen valt achter op een fiets in de stromende regen. Hij raakt verdwaald, er volgen bange uren. Gelukkig wordt hij gevonden door een poppendokter, die hem opkalefatert, waarna twee liefdevolle armpjes hem weer plat kunnen knuffelen. Hij is veilig en wel.. De tekeningen spreken boekdelen, er hoeft geen woord aan te pas te komen. Als je mee kijkt  door die verschrikte kinderogen voel je de heftigheid. Het is alsof je willekeurig welke vermissing meemaakt van dat wat je het liefste is, een hartenkreet.

Hakim zong er een evergreen onder: ‘Je knuffel kwijt, je knuffel kwijt, dat is toch erg, want wat moet ik zonder jou! Zonder jou alleen in bed, zo stil zo kil zo kil die kou, je allerliefste knuffel in je eentje zonder jou! De kinderen van de groep omarmen lied en verhaal net zo woordeloos als het prentenboek is. Hier en daar zie ik traanogen en trillende mondhoeken. Het overkomt mij altijd weer.

Waar is de taart? - Maxi-editie

Een ander tekstloos boek is ‘Waar is de taart?’ van Thé Tjong-Khing. De taart maakt een reis over de wereld ontmoet kleine en grote problemen, uiteindelijk wordt alles opgelost en aan het eind is er een grote picknick met taart. De panoramische beelden trekken je het landschap in, je dwaalt mee en trotseert de gevaren, hoog op een bergtop of in een diep dal, door donkere bossen en langs wilde rivieren.  Deze boeken zijn tijdloos, evergreens die altijd hun kracht blijven behouden.

Het boek The lion and the bird is vertaald als De leeuw en het vogeltje. De vogel valt tijdens een wintertrek uit de lucht, als leeuw in zijn tuin staat te schoffelen. Er ontwikkelt zich een liefdevolle vriendschap die de eenzaamheid van herfst en winter, de nadagen, verzacht en opheft. Met de gedachten vervat in een poëtisch adagio brengt leeuw zijn gevoel over aan vogel. Door de liefdevolle manier waarop hij haar tussen zijn manen laat nestelen, of  een warm plekje voor haar maakt bij de open haard, hij haar koestert in zijn pantoffel en een venster maakt in zijn muts met uitzicht op het winterse landschap. Het onvermijdelijke afscheid komt, maar na de wisselingen van seizoenen, waarin Leeuw en zijn eenzaamheid verzachtend voorbij glijden, wordt het toch weer herfst. Verlangend tuurt leeuw naar de lucht en dan weet je dat het goed komt.

Het verhaal zingt de vergankelijkheid en de kracht van de vriendschap, de onafhankelijke afhankelijkheid, omdat je bij elkaar kunt zijn zonder elkaar te zien en elkaar kan ontmoeten zonder daadwerkelijk er te zijn. Het past als een handschoen. Alleen zijn is geen eenzaamheid als die verweven verbondenheid de basis vormt. De leeuw en de vogel zeggen meer dan het de woorden vermag. Verstilde liefde.

 

Uncategorized

In alles wat je bezielt

Vandaag diende de blog zich aan als een vraag op twitter. Wat is het verschil tussen heimwee en missen. Bij het overpeinzen wordt het ingewikkelder, omdat beide begrippen tentakels hebben in het ontbreken van iets. Soms is het een diepste verlangen naar een bepaalde sfeer, die zowel in het verleden als het heden past. Het heeft met omgang te maken, ruimte die je gegeven wordt, woorden die zalven, kwaliteiten die gezien worden en soms is het slechts een warm kaarslicht op een speciale plek. Sfeerbeelden dwalen rond en dienen zich te pas en te onpas aan, omdat een kleine schakel je terugbrengt naar een eerdere beleving.

069

Afreizen naar het verleden roept herinneringen op, anekdotes. Het komt door die beelden in het hoofd, dat je weer even thuis bent in die setting, met die lieverds, die je allemaal zo node missen moest. Maar het gemis heeft een plekje gekregen en borduurt voort in een nieuwe beleving. Tijdens de verhalen krijgt moe een glans om haar hoofd van zachtheid en liefde, de liefde die we allemaal afzonderlijk en op een eigen manier hebben ingevuld. Bij mijn vader worden scherpe kanten afgeschuurd, omdat de jongere generatie de milde vader hebben gezien en meegemaakt en niet de echte patriarch.

IMG_0367.jpg

Emoties worden afgepeld, de realiteit komt boven drijven. Hebben we een verlangen naar de periode dat we woonden in het te krappe huis in de Amandelstraat. Geen van ons, denk ik. Maar wel naar het huis, met die malle kelder en die geheimzinnige zolder met het rookraampje. Zeker naar de warme glimlach van mijn moeder, maar ook de koele hand van mijn vader als hij over onze verhitte koortsige voorhoofd streek als onze hele ziel en zaligheid zich binnenstebuiten keerde. Wel naar de perenboom en de forsythia, die we nu gestalte geven in onze eigen aangelegde tuinen.

Heimwee is missen als het om iets gaat dat in een ver verleden ligt of op kilometers afstand is en waarbij je spijt voelt dat het er niet is. Heimwee doet je verlangen naar je eigen bed, naar je knuffel, naar je moeder als je je ontheemd voelt. Je zoekt naar veiligheid en geborgenheid. Ziek kan je zijn van het idee, dat je niet thuis bent maar elders. Dat gevoel kan zich gaan vertalen in nostalgie en een sterke hang naar het vasthouden van hoe het ook al weer was. Het staat groei in de weg en vernieuwing omdat de naald blijft hangen in een weerbarstige groef en het vervolg van de plaat op afstand houdt. Heimwee maakt je ziek van verlangen omdat het verlangen opzwelt en opzwelt totdat het hoofd, het hart, het hele lijf tot in de diepste vezel zich ermee vult.

094

Missen is voor mij iets wat veel verder gaat. Het is het eerste moment waarop je letterlijk misgrijpt. Een lach, een antwoord op een vraag, de eerste kerst zonder, de lege stoel tegenover je bij de maaltijd van elke dag. Het schrijnt. Het besef van nooit meer wordt allengs groter. Nooit meer samen zijn, nooit meer lachen en huilen, nooit meer hinkstapspringen over de hei. Nooit meer delen met die ene, dat kind of met die geliefde. Dan draait het niet om het missen zelf. Vasalis schreef het al.

‘Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Dat afgesneden zijn is precies het verschil met de afstand van de heimwee, die te overbruggen valt. Dat maakt ‘Gemis’ zo heftig. De verbeelding gaat er mee aan de slag. Het bedt een wereld in, waar de vele doden hun eigen plek innemen, maar ook het verdwenen huisje op de tuin, het oude huis. Het vervaagt de contouren tot een zacht beeld, dat nostalgie oproept en herinnering. Een leven lang lopen ze mee op, maken hun eigen leven naast dat van jou en verweven de feiten. Zodat uiteindelijk het gemis een deel van het geheel is geworden en het onmisbaar en onwisbaar voortleeft in alles wat je bezielt.

Uncategorized

Dobberen op het grote niets

Er waren zoveel schapen geteld dat de draad van hun wol versleten was. Alle roze olifanten, waaraan niet gedacht mocht worden, gingen langszij. Elk slaaplied, de enige echte Lullaby, hield een lange periode van de nacht het denken gevangen en toch bleef de gedachtegang er doorheen spoken. Die had inmiddels al drie keer een generale gelopen voor de weekopening, was maskers aan het verzinnen geweest voor Kikker en de vreemdeling, had een pratend schimmenspel uitgedacht voor hetzelfde verhaal. Er tussendoor spookten de foto’s van afgelopen zondag die rond waren gegaan tijdens de familiebijeenkomst in prachtig sepia, maar mijn silhouet in bed werd grijzer en grijzer en schrompelde in tot een hoopje nergens.

Afbeeldingsresultaat voor mueck oude vrouw in bedOude vrouw in bed: Mueck.

Ze leek op de bejaarde vrouw van Mueck in het overweldigende ledikant. Jaloers bespiedde ik door mijn oogharen Pluis, die warm en ingekruld tegen mijn buikholte aan lag en dichtte mezelf een droomloze, of juist misschien wel een droomvolle slaap toe. Loom deed ze een lodderoog open om vervolgens zich behaaglijk uit te rekken en de andere kant op te krullen. Poezen kunnen dat met een miniem aan geluid. Bij mijn draaien en woelen ging dat met het nodige opschudden van de kussens met veel gesteun gepaard.

O ja, het decor voor de grote voorstelling was ook al af. geen centje pijn. een zinkend schip, kleurrijke bergen en en een grote kartonnen radio, inclusief blikken geluid. In de pepernotenfabriek liep de opzichter op de tonen van Pink Floyds ‘Welcome to the machine’ zijn arbeiderspieten te controleren: check, check en dubbel check. Een scene, die de gelijke zou zijn van de memorabele lopende band van Charly Chaplin in ‘Factory work’ uit de film Modern Times, maar dan met pepernoten. Het was ‘all in the pocket!’

Tussendoor legden mijn handen alles vast in licht en donker, met repoussoirs in passend perspectief en hielden niet op elke herinnering om te zetten in die beelden en te staven. Er gonsde ergens een naar pijntje, die misschien wel de oorzaak was van alle andere gedachtestromen en ademhaling probeerde het te beheren en te reguleren, wat maar ternauwernood lukte. Penicilline deed haar werk en was net zo heftig bezig als mijn hoofd. Ik moest denken aan de klotterende mannetjes in de binnenkant van de mens bij een programma uit de jaren tachtig over dat bedrijf, dat lichaam heette en waar we een kijkje mochten nemen in het grote lijf van een stevige meneer. Een naarstige zoektocht verzandde in de villa Achterwerk bekenden en Roos en haar mannen. Verder kwam het niet.

Gisteren de hele dag rust houden zorgt ervoor dat het vege lijf ergens zijn energie aan moet onttrekken, aan slaap dan maar. Het geeft niet, maar kantelt de tijd, want straks willen de ogen niet meer open blijven en tuimelen meters omlaag of omhoog, net als bij Pluis in zijn diepste innerlijke rust. Ik laat het gebeuren. Niets hoeft, dat is de zorgeloze daadkracht van een ziek lijf. De tuimeling die tijd maakt, zorgt voor nog meer rust. Alles wat in het verschiet ligt, zit in frames in mijn hoofd, kant en klaar uitgeschreven en belicht. Er kan niets meer fout gaan. Het is goed rusten op een zinvolle gedachte, een uitgekiend en passend plan. Weg met schapen, olifanten, en scenario’s. Nu alleen nog dobberen op het grote niets

Uncategorized

Dit is rijkdom en onbetaalbaar

Het was een tranende dag, zo een met snel wisselende luchten in alle grijsschakeringen die er te bedenken zijn. Mijn moeder zou gezegd hebben: Het is een tranendal hier beneden, om vervolgens een plastic kapje om haar gepermanente haren te hebben getrokken en met optimisme en een brede lach de regen in te stappen. Ook de beloofde kisten zure appelen zeilden voorbij en trokken een spoor met hun hagel en slagregens. Binnen vlochten heden en verleden zich aaneen tot een groot tapijt. Anekdotes, die wat vergeeld waren en achterop geraakt, stroomden vrijuit en in volle glorie. Diepste geheimen, maar ook rare bokkensprongen, kinderen uit de buurt, vrolijke verhalen, krakende grappen, het liefste leed voegden de contouren toe aan pa en moe. Ze waren levender dan ooit tevoren sinds het lange afscheid zoveel jaren terug.

IMG_0342.jpgMoe op stap met de kleinkinderen.

Turend op vergeelde kartonnen voegden we, met hulp van de oudsten, tantes toe aan namen uit een grijs verleden, vergeelde steden, zochten naar trekken die overeen kwamen met de gezichten die aanwezig waren. Hier een oogopslag, een kuiltje in de wang, de tonsuurtjes, die almaar groter werden, lachrimpels en neuzen. Pa en Ma ten voeten uit. Ook de buurt kwam weer tot leven, een wereld in de Amandelstraat. Thuis, na het kopje thee, werden we direct naar buiten geveegd,. Lekker gaan spelen en geen ruzie maken. Twee verschillende levens, dat van de oudsten en de jongsten en soms zelfs een wereld van verschil, omdat de tijd er negentien jaar over gedaan had om het hele gezin te vormen. De eersten in plusfours en de laatsten in een minirok en korte broek.

IMG_0314.jpgIn Plusfours

Er waren nieuwtjes, die een mooie aanvulling waren op lopende verhalen. Ineens stond Jochem in zijn hemdsmouwen eerst films te draaien in de huiskamer op het toegeschoven gordijn, als proef en goedkeuring voor zijn zondagse filmhuis. Ook liep de grote patriarch al stofzuigend zijn taak te vervullen, de was te wringen en de aardappelen te schillen voor het hele gezin als emancipatoire man avant la lettre. Zo werd hij zachter en zachter door de jaren heen. Zure en scherpe kanten schuurden weg.

IMG_0333.jpg

Vol trots keek hij over zijn fiets heen naar de glanzende zwarte citroen, als een kind zo gelukkig en streelde koesterend de binnenkant met zijn ogen. De gebruiksaanwijzing  vertelde hoe hij zijn boegbeeld der natie kon oppoetsen tot een glanzend en soepel lopend vehikel. Auto’s waren zijn ziel en zaligheid. Dat hij op handen gedragen werd bij de voetbalvereniging was me niet bekend door de manier waarop hij buiten spel kwam te staan. Letterlijke en figuurlijk en alleen die periode stond op het netvlies gebrand. Hoe een gebeurtenis een beeld kan tekenen.

Mijn lieve evenwichtige moeder had een paar eigenzinnige kantjes, die meestal door haar optimisme werd ondergesneeuwd, maar wel degelijk  de richting bepaalde en eigengereidheid bleek ons geen van alle vreemd. Oma kwam langs en haar rigoureuze opvoedingsmethoden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat was er met de paplepel ingegoten. Dus verbijten we nu dapper de versleten knieën en schouders, de kleine lichamelijke kwalen aan luchtwegen en hart en ineens realiseer ik me dat mijn vader, 12 jaar jonger dan mijn oudste broer nu, zijn leven in handen moest leggen van al wat hem lief was en met elke dag, elf jaar lang, de zeggenschap verloor over het onstuurbare lijf en de grillige geest.

IMG_0331.jpg

Het is zomaar een dag in november. Het weer schrijft verhalen, binnen dwalen ze rond, breien het portret van de geschiedenis van dat grote gezin van Jochem van der Linden en Alida Driehuis in het huis op de laan van Chartroise en veel langer in de Amandelstraat onder de perenboom en slaan een brug naar het heden. Elf paar warme ogen kijken elkaar aan, ieder met hun eigen invulling en voelen en weten…Dit is rijkdom en onbetaalbaar.

 

 

Uncategorized

Ze wortelt mijn gedachten

De hele maand staat het hoofd al gericht op denken in contrasten en dan met name licht en donker. Elk beeld dat op mijn netvlies binnenkomt vertaal ik naar schaduwen en lichtplekken. Alle foto’s worden gefilterd met een zwart/wit mantel om het in de juiste verhoudingen te blijven zien.

Vanuit het etsen was er een denken in zwarten en witten, want het zwart en zeker het diepste zwart moet veel langer bijten. Dat omgekeerde denken is naast het ontbreken van de lijn bij het etsen een studie waard en geeft ongekende mogelijkheden bij het schilderen en tekenen, waar je ook liever geen lijnen bij gebruikt. Het resutaat is voor mij altijd weer verbluffend. Focus op de uitsparing. Bij linoleumsnede gaat het weer anders. Dan denk je in lagen en kleurschakeringen. Volgend weekend ga ik bij leven en welzijn weer eens linoleumsnede doen.

146 Linoleum in wording van Greet.

Ook daar guts je met je guts de niet af te drukken delen uit. Het hoger gelegen gedeelte drukt af. Hoe dat werkt met lagen over elkaar wil ik uitvogelen. Het werk van de enige grafiek-weekender die erbij was, was prachtig om te zien. Ze had bomen genomen voor het onderwerp. Eigenlijk lag de focus voornamelijk op bomen. Mijn grote liefde voor bomen binnen het tekenen en schilderen kreeg met name ook gestalte door het bestuderen van het late werk van Hockney.

Daar ruisen en ritselen zijn bomen geheimen en strooien met hun tere aftakeling. Daar verstopt zich de aloude wijsheid in elke groef en fluisteren de bladeren  het de wereld in. ‘Zegt het voort.’ Daar siddert de stam van het leven en de dood. Die grote stille vrienden zijn de ijkpunten aan de horizon, de markers langs de weg. Ze tekenen de beelden uit voor beeldhouwers en scheppen houtkunst naar vorm en grilligheid.

Grimm: De oude vrouw in het bos. Illustratie: Arthur Rackham.

In de boeken van Grimm en Andersen wordt de boom vaker gepersonificeerd, als de prins of de heks die hij ooit was. In het verhaal van de tondeldoos bergt het een wereld vol rijkdom onder de wortels. Bomen helpen bij ontij Rozerood en Sneeuwwit met het gevangen houden van de vervelende kobold bij zijn baard door de wortels. Hoe harder hij springt hoe verstrikter hij raakt. Arthur Rackham is de illustrator van deze prachtige uitgave van de sprookjes van Grimm, een zeldzame editie  uit 1917.

arthurrackham_grimm1

Sprookjes kussen de nymf en de halfnymfen in de bomen wakker en stoppen alle wijsheid van natuur en haar overweldigende stilte in een mooie karaktertrek of roepen woorden wakker om het te omschrijven, geven het handen en voeten aan een muziekstuk, strijken de kleuren op het doek en geven het de zekerheid en veiligheid van het bestaan. Troostrijk en groots kan een enkele boom zijn, beschuttend of dreigend een heel bos. De meest intrigerende, de eenzame op de heuvel,  de oude in een park, de wonderlijk vergroeide in de stad sturen hun nymfen langs.

Jacques Goldstyn

Ik voel me als de Oude Bertolt en de kleine jongen, die hem de naam schonk, omdat hij zich veilig en beschut voelde. Ik voel wat ze te zeggen heeft in de aloude muziek van ritsel en ruis. Daar komt Grimm tot leven en alle wijsheden door de jaren heen, mijn moeder fluistert mee en oma. Dat is wat een grillige oude boom vermag. Ze wortelt mijn gedachten.

 

 

Uncategorized

Dag rijke grote man

Ooit,  in de glans van jarig zijn en pas een half jaar later ouder worden, hadden de ouders mij op school een kleine menspop gegeven. Eigenlijk dus een kind-pop. De kinderen verzonnen er een naam bij en zo werd kleine Greetje liefdevol geadopteerd.  Ze woonde met Mo en Fien, haar vader en moeder, onder de trap en later op het Robbeneiland op school. Bij het afscheid van mijn prachtige jaren op de Overkant reisden Greet en ik af naar Nieuwegein, waar ze zich thuis voelde op haar nieuwe stekje naast de bank. Ik verdenk haar ervan lange gesprekken te voeren met Pluis, als het huis stil en verlaten is.

23130484_10210991312158894_8554974882106771991_n

Bij iedere reis langs de scholen duikt ze in de leren-is-leuk-koffer, maar ze vindt het ook heerlijk om goed garen te spinnen in alle rust. Nu met de gedwongen pas op de plaats kunnen we hele truien breien van stilte en zijn we blij met de kruimels afleiding. Kind en zoon op bezoek, hoera. Gezellig op de bank, lekker theeën met glazen vol en verhalen uitwisselen. Greet doet dapper mee nu ze op de hand van dochter zit en kletst honderduit. Opmerkelijk volgen de twee kleine blauwe argusogen haar handelingen. Ze bestuderen de mond, de ene hand met bewegende vingers, de slappe andere. Er hangt nog een klein beetje te overwinnen angst in de lucht, maar bij ieder gesprek, in totaal zijn het er vier, overwint de moed.

11-11-2017 B

Fantasie met de grote F, je erin mogen verliezen, de weg volgen van een Alice in Wonderland om te tuimelen in een wereld van mogelijke onmogelijkheden of onder te dompelen in een bodemloze put vol verhalen, Vrouw Holle’s wensput ten voeten uit. Natuurlijk schudden we de appels uit de boom en halen we de broden uit het vuur, schudden het dekbed op tot het dons ons om de oren dwarrelt. Onuitputtelijk is de bron en oneindig rijk de beloning.

In het Amerikaanse kinderboek A child of Books van Oliver Jeffers en Sam Winston, vaart een meisje op een golf van woorden en haalt een kleine jongen op om op avontuur te gaan. Het was de sleutel, die zijn verbeelding voorgoed ontsloot en hem naar de  levenslange weg leidde van magie en avonturen.

Gisteren haalde Greetje een kleine stoere jongen over om zijn schroom opzij te zetten en met haar op avontuur te gaan. In ieder gesprek gaf hij iets meer van zichzelf en op het laatst had hij zelf de hand in het hoofd van kleine Greet en probeerde haar te laten praten. Toch spatte de zeepbel van de magie geen enkele keer uit elkaar. Moeiteloos schakelde hij tussen realiteit en fantasie. Het was aandoenlijk om te zien hoe hij zorgvuldig zijn vriendschap uitbouwde door vragen en het verwerken van de antwoorden. De wand tussen twee werelden werd zichtbaar dunner.

Kleine Greet heeft zijn en mijn hart gestolen. Bij het naar huis gaan knellen twee kleine armpjes om haar stoffen nekkie en overlaadt hij haar met knuffels. ‘Dag dag, tot de volgende keer’. Altijd weer is er die bijzondere uitwerking van verwevenheid van hart en gevoel, realiteit en fantasie, openheid en open staan voor al wat komen gaat. Blij klepperen zijn stappen op de galerij, terwijl Greetje, nu op mijn hand, uitgelaten zwaait. Dag rijke grote man.

Uncategorized

Het komt wel goed

Gisteren stond ik in de wacht. Ik was er wel bij gaan zitten. Om tien over negen besteld en om tien voor tien uitgelezen. Dat noem ik nog eens stoeien met tijd. De locatie, de huisartsenpost, leende zich voor observatie, geloken wel eens waar, want heel erg uitgebreid iemand bestuderen is niet kies.

Huisartsenpraktijk JutphaasFoto: Google

Glurend tussen de wimpers door, af en toe onderbroken door mijn eigen scheurhoest, zag ik sokken in badsandalen steken, een donkerblauwe veelvuldig gedragen trainingsbroekenpijp erboven. Het hoorde bij de brede meneer naast me, die er voor zorgde dat mijn kleine hoekje naast de verwarming nog angstvallig veel kleiner werd. Hij zat breeduit en ademde zwaar.

Vanuit de open balieruimte klonk de luide stem van een van de doktersassistenten. Een cryptisch gesprek, waarbij ze telkens stil viel en instemmend knikte.  Waar hebben ze hem…..dat kwam als een ……hij was toch altijd al…..in het buitenland gevonden…..al een paar weken……en nu gaat…. Met als laatste het verklarende einde: ‘Wanneer wordt hij gecremeerd.’ In mijn hoofd plakten alle flarden zich tot een verhaal.

cropped-open-deur-digital-painting1.jpg Wachten

Tussendoor werden er mensen opgeroepen. Aan de andere kant van de stevige meneer zat zijn vrouw en daarnaast een kleine vrouw, waar ik met liefde een foto van had willen maken. Misschien waren het haar berustende knikkerronde ogen met een trouwhartige blik. Ze speelde wat met het touwtje van haar mouw met duim en wijsvinger rond de knop van haar wandelstok . Ze zuchtte niet, ze wachtte niet pontificaal op de verlossing, zoals de man naast mij. Ze zat stilletjes. Haar witte haar zat als een sjaaltje strak rond het hoofd getrokken, de scheiding kaarsrecht in het midden. Ze zat, ze speelde, ze luisterde.

Tegenover me een echtpaar, zij zuchtend en steunend, hij al grappend er naast. Zijn grappen vielen stuk voordat ze haar oren hadden bereikt, want ze had een schild van angst opgetrokken. Gehaast keek ze bij iedere oproep naar de gang waar het vandaan kwam, naar haar man, die het hoofd schudde, waarna ze weer zuchtend verdween in haar eigen wereld. Ze schoof, ze snoof, ze krabde, ze kuchte haar zenuwen eruit. Eindelijk mocht ze. De man was mager, maar zij verdween helemaal in het niet in de te ruime lappen stof om haar lijf.  Ze schuifelden de dokter tegemoet.

Eindelijk was het mijn beurt. Ontwapenende glimlach, excuses voor het wachten en de volle aandacht voor mijn verhaal. Wat een heerlijk gevoel. Hoesten, benauwd, bij inspanning werd het erger, het riedeltje draaide braaf af. Al lang? Schuld kwam boven drijven. Natuurlijk al te lang, voor Portugal al. Bekennen of het mee laten vallen? Het eerste. Er moest verandering in de staat van zijn komen.

004 Wachten

Terug naar de wachtkamer om straks de ontstekingswaarde te laten bepalen. Daar zat het vrouwtje nog op de hoek. Ik sprak haar maar eens aan, want haar wachten bracht een visioen van lang geleden, waarbij ik volledig voorbij gesneefd werd in de wachtkamer van het ziekenhuis. Men was me vergeten. Mijn onbeholpen opmerking dat ze zo lang moest wachten, werd met een dankbare lach beantwoord. ‘Ze was een tussendoortje en mocht komen als er een plek vrij viel. Ze was van de week gevallen met de scootmobiel en die had boven op haar gelegen. Mensen waren zo lief. Ze hadden haar direct geholpen. Gelukkig was er niets gebroken, want ze hing van de protheses aan elkaar. Nu had ze last van haar hoofd, een hersenschudding misschien, daarom zat ze er.’ Weer die lieve glimlach.

Ik werd weggeroepen voor de prik en moest naar de dokter terug. Infectie. Antibioticum en rust en verbeterde het niet snel dan prednison. ‘Rust…uhhhh.’ ‘Niet werken,’ knikte de raadgever vriendelijk. ‘Uit lijfsbehoud.’ Dat hoorde ik goed, het lijf ook. Dat zakte met een verzaligde overgave in de kwaal. Op de weg naar buiten zag ik haar zitten. Berustend en nog steeds spelend met het touwtje. Duim en wijsvinger, als de mantra met een tasbih of een rozenkrans. Ze knikte en knipoogde. In haar ogen las ik het vertrouwen. Het komt wel goed!

Uncategorized

Een eigentijds begin

Ik ben al een paar dagen op zoek. Bij ieder Lidl die ik tegen kom, in welke stad dan ook, ga ik met argusogen naar binnen en speur alle schappen af naar de plek van de koffie. Eenmaal gevonden valt me onmiddellijk het kleine bescheiden doosje oploskoffiebussen op en dan weet ik al hoe laat het is. Teleurgesteld druip ik af, na eerst, tegen beter weten in, nog wat etiketten te hebben bekeken. Ik vraag het voor de zekerheid nog even na aan een voorbijgaande winkelbediende.  Bij het schudden van zijn hoofd bekruipt me een mistroostigheid, die duurt tot aan de geparkeerde auto.

‘Adem in, adem uit en door!!!’ denkt mijn optimistisch gemoed. Er zijn belangrijkere zaken dan jouw twee bakken troostkoffie in de stille ochtenduren. Waar, allemaal waar. Maar dat ene zalige moment van beginnen. Toetsenbordje op schoot, koffie in de aanslag en gaan. Alsof de warmte en de geur de woorden onderschrijft en onderstreept. Deze koffie is de voeding voor het verzetten van de gedachten of het vasthouden van de droom.

070

Herinnering: La Douce France vijftien jaar terug. Met het blik koffie onder in de tas afreizen naar St.Ambroix. Het bleek niet meer nodig te zijn, want in ieder dorp verrees een Lidl en daar kon ik ruimschoots aan mijn trekken komen. Iedere ochtend, als de Filature nog in diepe rust was, sloop ik naar het keukentje om heet water voor mijn te brouwen kop oplos. Met een dampende beker op blote voeten naar het terras. Daar, met uitzicht over de grote tuin, die rust ademde en ochtendstilte en waar de morgenster zich langzaam opende onder de eerste zonnestralen, verwelkomde ik de dag. Koffie smaakte nergens anders zo lekker als daar.

Op elke vakantie waar dan ook, speur ik het eerst naar mijn winkel, in de wetenschap dat mijn koffie ook hier een feit zal zijn. Maar nu, in mijn eigen kleine stad nota  bene, in de hele provincie trouwens, wordt er bot gevangen. De Classico behoort niet langer tot het assortiment. Het zou verboden moeten worden, dat de handel eerst de verslaving kweekt en vervolgens weer de handen er vanaf trekt. Dat doen ze met Coca Cola nou nooit, jammer genoeg.

069

De laatste inspectie heeft uitgewezen, dat er nog maar een halve pot in voorraad is. Er zal moeten worden overgegaan tot een nieuw experiment. Het is een nogal eigenzinnig bakkie, waar een tweede niet snel van gevonden zal zijn. Echte koffie is het niet. Die heb ik lang geleden afgezworen. Ik ben toch meer van de koffie verkeerd, dat tegenwoordig zwierig besteld kan worden als een Latte Macchiato, met meer melk dan de echte koffiegenieter hebben kan. In de Bellarom Classico zit, vrees ik , weinig koffie, maar het is aandoenlijk warm en geurt een beetje naar opgeklopte warme melk zonder de aangekoekte steelpan en de klopper eronder. Nostalgie in een modern jasje en heel anders dan de andere merken oplos-cappuccino, wat proefondervindelijk door de jaren heen is bewezen. Nu dus van mijn heerlijkheid afstappen en een nieuw concept uitvinden of de Vienna mengen met de ongezoete, die ik wel uitprobeerde, maar die het niet haalde bij de Classico.

Zo, dit kind is weer even aan het spelevaren geweest met prietpraat en muizenissen. In de benen en aan de slag. Maar eerst nog even genieten van een van de laatste der Mohikanen. Er gaat niets boven een eigenzinnig bakkie voor een eigentijds begin.

Uncategorized

Dat voelt meer dan goed

Een vader van een meisje uit de groep is opgenomen in het ziekenhuis met een hersenbloeding. Het ziet er naar uit dat er een stevig stuk revalidatie aan vast zit. We waren allemaal aangedaan door het bericht. Om met zoiets onderuit geschoffeld te worden in de bloei van je leven, veel te jong nog, hakt er in.

Hij houdt van grapjes, vertrouwt zijn dochter me toe. Daar kunnen we wat mee. Een moppenboek en een wissellijst voor op het nachtkastje, zodat er iedere dag een andere mop in kan.  En moppen maken kunnen ze hoor. ‘Waarom legt een lam geen ei??? Omdat een lam geen ei kan leggen.’ Of deze: ‘Welke dino’s springen hoger dan de gebouwen.  Gebouwen kunnen niet springen.’ Ik ben in het voordeel, want terwijl ik dit tik, trekt er om mijn mond een brede glimlach als ik die twinkelende ogen en die glunderende gezichten erbij zie. ‘Een haan heeft een poot in Nederland en een andere in België, waar legt hij zijn ei.’ Je voelt hem al aankomen. ‘Een haan legt geen ei.’   Zo gaan ze door. ‘Een meisje stapt op de regenboog. Haha, dat kan helemaal niet, dan zakt ze er door.’ ‘Een koe met groenwitte vlekken. Haha.’ ‘Waarom is deze beer groen? Hij heeft teveel groene kikkers en groene bloemen gegeten.’ Echte schuddebuikers dus.

Ik zal haar vader adviseren elke dag een mop te nuttigen. Daardoor heb je de meest gunstige voorwaarden om sneller op de been te komen. De A4 plakken we op mooi gekleurd A3 en de wissellijst wordt even groot. De losse moppen op A3 bewaren we in een mooi doos. Misschien wel een moppentrommel. Iedere dag een nieuwe mop luidt het  recept.

Kinderhumor is ongecompliceerd. Tijdens het flitsen in de middenbouw waren kinderen bij de boeken steeds aan het klessebessen en derhalve stoorde het. Al een paar keer had ik ze vermaand. Ze bleven doorgaan. Ik stuurde een van de eerste boekenhalers terug, omdat hij de vraag negeerde en hij eigenlijk al lang een boek had. Hij keek zeer verontwaardigd, totdat ik opmerkte: ‘Anders bijt ik in je billen hoor.’ Dat had hij niet verwacht. Met een brede grijns en een geklaarde blik vervolgde hij zijn weg. Een beetje humor in onderwijsland kan absoluut geen kwaad.

002

‘Je moet kinderen kunnen lezen en schrijven’, zei mijn grote mentor Juffrouw Weldam. Soeur Adolpha had hetzelfde idee. ‘Je moet ze kunnen uittekenen.’ Daar kon ik mee uit de voeten. Wie weet waarom er gehandeld wordt, kan er beter op acteren. Observatie is de drijfveer, de hele dag door, bij alle kinderen. Waarom , welke keuzes, beweegredenen, acties, emoties, samenspel. Niets onttrekt zich aan mijn blik. ‘Jij hebt ook ogen in je achterhoofd,’ merkte een stagiaire eens op. Dat klopt. De oren, hoe doof ook, zijn altijd gespitst op de gesprekken achter me. Het is de ervaring die het verhaal compleet maakt en de associaties aan elkaar breit tot de juiste contouren.

Het allerbelangrijkste is de liefde. De liefde voor mensen in het algemeen, dieren in het algemeen, liefde voor alles wat leeft, maar de liefde voor kinderen in het bijzonder. Mijn hele Jenaplan schoolleven roep ik het al. Kinderen zijn uniek. Ieder kind weer. Ze hebben allemaal recht op een eigen stukje speciale liefde. Als die band gesmeed is, zijn grenzen geen obstakels en regels geen handenbinders. Dan passen ze volkomen au naturel in het verhaal. Een van de ouders merkte van de week op: ‘Je bent zo lief en zo zacht, maar ook heel duidelijk en dan zonder boos te worden, hoe doe je dat toch.’ Kinderen voelen dat je niet boos bent op hen. Je keurt het handelen af, maar het kind mag  komen. Dat is het verschil. Ze kunnen altijd terecht want de deur staat open.

049

Het gaat voor ons ook op. Humor en liefde lopen hand in hand. Iedere dag een mop, een kwinkslag, het kleinste lieve dingetje voor in je rugzak en het leven wordt een stuk aangenamer samen met het vertrouwen, dat er iedere dag ontwikkeling zal zijn. In het geval van de vader letterlijk stapje voor stapje. Wij zijn erbij.  Met onze moppentrommel. Dat voelt meer dan goed.