Uncategorized

Zet de sluizen maar open

Gisteren moest ik hals over kop een aantal handelingen verrichten om op tijd te kunnen aanvangen met de schilderlessen. Twee weken lang niets gedaan en al weer aan het popelen om de penselen ter hand te nemen. Van al mijn goede voornemens was niets terecht gekomen. In tegendeel. Ik zou de penselen bijvoorbeeld allemaal even goed schoonmaken en daar lang en uitgebreid de tijd voor nemen. Zoals altijd met tijd tikte ze weg eer ik het in de gaten had. Vakantiesnelheid, voorbij voor je het wist en dat is bijzonder in mijn geval. Ik ben al vrij, heb alle dagen vakantie, waar het het heilige moeten betreft. Qua vrije tijd zou ik alle tijd van de wereld moeten hebben. Niets is minder waar.

In het scala aan opgelegde mogelijkheden zijn er een aantal vaste componenten geslopen. Ik kan er niet meer van buiten, ook al is het betrekkelijk, maar ik verlang ernaar als het er niet is. Dat is een veeg teken aan de wand. Schrijven en schilderen zijn er twee van. Lezen een wat vagere, de laatste tijd. Ik neem er minder tijd voor, ben sneller geneigd het op zij te zetten voor iets anders. Om over het huishouden maar te zwijgen. De tuin staat in winterstand, het tuinhuis is er nog niet, het voelt als een afbraak. Even kan ik er niet zijn. Emotioneel niet.

Enfin, met mijn houten kist op pad om even later beschamend mijn gehavende haren in ogenschouw te nemen onder het kritisch oog van de meester. Er bleken er nog voldoende goed om mee aan de slag te gaan. Wat ik niet voor mogelijk had gehouden bleek bewaarheid te worden. Het geheel kon met ogenschijnlijke minieme veranderingen in licht en donker nog levendiger gemaakt worden. Ineens was er diepte, doorleefden de foudralen, waren de asperges dicht in de buurt van het reële beeld.

005

Kalm en geduldig zitten we aan de tafels en poetsen en kletsen en dassen en kletsen. Er worden prachtige dingen gemaakt, soms klassiek, soms moderner, maar alles met die eeuwenoude technieken van laag over laag over laag. Ik leer verf transparanter te maken met standolie en medium en denk te vaak nog in groot. Kleine hoeveelheden zijn er maar nodig van alles. De omschakeling van groot naar klein denken is in alles voelbaar en heeft wat voeten in de aarde om teneinde wel te lukken. Grote stappen gauw thuis hoort daar niet bij. Hier past naadloos het spreekwoord: ‘Haastige spoed is zelden goed’. Mijn mede kompaan, die op hetzelfde lesniveau zit, verzucht dat hij het zo graag af wil hebben en trotseert zorgvuldigheid, wat een wegvegen en opnieuw beginnen met zich meebrengt. Nee, traag gaan de uren, maar met beoogd effect.

010Under construction

Als de stenen tafel haar kleur krijgt, blijken de vormen in elkaar te passen. Volgende keer drie voorwerpen van thuis mee nemen, het liefst van verschillende stoffelijkheid en vorm. Heerlijk om er mee te mogen stoeien en uiteindelijk de vruchten te plukken. Het eeuwige wonder van iets creëren, dat er daarvoor nog niet was. Uit hoofd, hart en handen een dergelijke geboorte mee te maken is iedere keer weer opnieuw een wonder. Het maagdelijk witte vel, het lege paneel, het woordloze scherm te vullen met nieuwe eigen ideeën. De vervulling van het scheppend vermogen, dat zoveel vreugde schenkt. Het zijn waarden die de ruimte verdienen waar ze om vragen. Er valt niet aan te tornen. Zet de sluizen maar open.

Uncategorized

Eind goed, al goed

Ik had hem gevonden zoals altijd. Omdat het kwam aanwaaien ergens vandaan. Er zou een kinderopera komen over Het boompje. Het boek was een begrip, net als het gouden trompetje van Annie M.G. Schmidt en het kleine kaarsje. Alle drie voelden ze zich niet tevreden met hoe ze waren. Het kaarsje was scheef, het trompetje zong vals, het boompje had stekelige naalden en alle drie hadden ze onvervulde verlangens, die omgezet werden in werkelijkheid of die ten einde toch in vervulling gingen. Daarbij werd het beeld over de eigen lelijkheid bijgesteld. Moralistisch, maar aandoenlijk en derhalve doeltreffend.

Het boompje in de kinderopera had een lieflijke stem, die klonk alsof er duizend gouden klokjes tinkelden.

007.jpg

Kleinzoon had schaap meegenomen en dino, vooral de laatste. Om te grommen als het te spannend werd. De oren van schaap en zijn pootjes werden op het moment ervoor altijd heftig heen en weer gewreven als de spanning hoog opliep, maar dino gromde zijn angsten weg. ‘Niet slaan hoor’, hoorde hij de oma van twee kinderen verwijtend zeggen. Ze was zo maar uit het niets hoog boven hem wat aan het praten gegaan en hij schrok zichtbaar. Het was dino, die van de weeromstuit naar haar toe zwaaide, daar deed je niets tegen. Die schrok natuurlijk ook. Hij zei het niet, maar dacht het wel. De wenkbrauwen van de vrouw trokken zwaar naar elkaar toe boven de goudomrande bril en haar ogen priemden zich in dat kleine jongetje. Grote mensen weten zelf niet half hoe eng ze zijn.

014

Ik suste, legde beschermend een hand om zijn opgetrokken schouders en we liepen de schaars verlichte zaal in. Daar stond het boompje te  lachen en te kletsen met drie grote loofbomen die er eigenlijk nog niet als boom uitzagen. We kozen een plek, het licht ging uit, en de klanken van de trompet zetten in…..en toen? Toen was dino weg. De paniek sloeg voelbaar toe. Hij keek om zich heen, ik voelde met mijn handen over de onbestendige vloer, maar nergens een spoor van dino, zelfs niet het puntje van zijn staart.

Naarstig ging ik de gangen na. Ik had hem naar de andere kant overgeheveld, omdat die boze mevrouw ineens lang en rijzig uit het donker voor zijn kleine toet opdook. Zijn jas was uitgegaan. Had hij toen dino nog in de handen. Achter de banken lag hij ook niet. Dan maar op schoot, met schaap en de oortjes en wiebelende poten. Om de prachtige voorstelling, het schattige boompje met een jas van goud, van glas, van blaadjes te kunnen zien. De poten van schaap trapten heftig voor zich uit, de oren wapperden heen en weer, maar het jongetje bleef stil als een muisje. Een keer vroeg hij nog eens angstig, ‘Waar is dino’, maar hij hield het vol. Ik vond hem een held. Eigenlijk precies als de kleine boom, die aan het eind zijn eigen mooie harde groene stekels zag als een sieraad, toen de winter inviel en de andere bomen kaal en saai, hard en houtig werden.

005

De muziek was prachtig, de kostuums onvoorstelbaar mooi en zo klein als het verhaal was, zo groot was de impact op de kinderen. Het bleek de première te zijn, net als voor kleinzoon. Zijn eerste voorstelling zonder dino die, toen de lichten weer aanginge,n eigenlijk aan zijn voeten lag en wild te voorschijn sprong. ‘Wraaaaa’. Alle spanning van hem af. De vrouw voor ons keek even om, de wenkbrauwen boven de bril waren rechte strepen. Ze lachte met vriendelijke ogen. Eind goed, al goed.

Uncategorized

De invallende schemer in

‘Den Haag, den Haag. De weduwe van Indië ben jij’ zongen we vroeger met Wieteke van Dorst als tante Lien mee en altijd als ik in de buurt van de Laan van Meerdervoort kom, treft me die sfeer van lang geleden. De langste laan van Nederland met de Mesdag Collectie vrijwel aan het begin. Het Vredespaleis ligt erachter. Het was winderig, maar de grandeur die er uit de voorname brede lanen en pleinen opsteeg, was nog altijd voelbaar.

069.jpgUit de school van Barbizon: Gustave Courbet

Nooit eerder was ik in dit huis binnen gegaan. De lambriseringen, de aankleding, het trappenhuis ademde een voorname oude Couperus-sfeer. Van oude mensen en de dingen die voorbij gaan. Het restaurant had meer iets van een voorkamer, om met de pinken omhoog kleine slokjes te nemen van de hete koffie. Er was een bescheiden uitgestald winkelassortiment. De gobelins in een van de zalen met de prachtige grote reigers voor de ramen en de voorname porseleinen vazen versterkten het geheel. Daar, te midden van die entourage, hingen talrijke voorlopers van de impressionisten van de Franse school van Barbizon en de Haagse school: Daubigny, Corot, Courbet, Rousseau en Breitner, Jozef Israëls en Mesdag zelf. Daar tussendoor is de  tentoonstelling ‘ Het zinderen van de zee’ gevlochten. De wonderlijke werken van Mancini, waar Mesdag een bewonderaar van was, riepen gemengde gevoelens op.

Het kraken, de houten gebinten, het handjevol fluisterende mensen en door elk raam het volle uitzicht op het Vredespaleis brengen een zoete rust. Hier stil te mogen zitten en alleen maar te kijken.

149

Een vrouw hangt amechtig hijgend in een hoek van een van de kolossale houten banken, het hoofd wat opzij, de ogen lijdzaam dicht. Ze wuift zichzelf toe met een kleine mollige hand, ik durf geen foto te nemen, maar ze valt als schilderij totaal niet uit de toon. Tegenover haar ligt ‘Een slapend meisje’ van David Artz in de duinen. Haar man vraagt, terwijl hij met een oog naar al het schoons aan de muur kijkt, of het wel gaat. Er is verder geen handeling…niets. Ze zucht nog een paar keer en staat op, om vervolgens een bank erachter weer neer te zijgen. Als hij ten leste naast haar gaat zitten, breekt er een spraakwaterval los. Het meisje slaapt de slaap der eeuwen.

170 Katie O’hagan. Transmission: Detail.

Ik hoor niet wat ze zeggen, want ik laat me mee voeren naar een volgend beeld. Het doek van Katie O’Hagan met haar Transmission, olie op linnen, zo levensecht, dat ik in eerste instantie aan een foto denk. Het is bedrieglijk realistisch weergegeven. Bij nadere inspectie zie ik de ragfijne penseelstreek. Ze is autodidact. Als ik meer over haar werk lees, neemt het ontzag toe. Iemand die, tegen de stroom in, trouw is aan zichzelf. Inspiratie komt uit de beelden in haar hoofd, die opdoemen als ze met de hond in het bos aan het wandelen is.

120.jpgElke Andreas Boon

Zus en ik wandelen naar de auto en zetten in op Kijkduin. Daar waait een straffe wind en is het heerlijk fris. Alles wat ik in de ochtend heb bedacht, wordt bewaarheid. De woeste zee, het oneindige grijs in even zoveel verschillende tinten, het brekende licht aan de horizon en Monster dat uit de mist in een ‘Turner lucht’ opdoemt. We zien de dans van de meeuwen als op het doek van Elke Andreas Boon, die daar uit een samengestelde compositie bestaat. Maar deze meeuwen dansen losjes en azen op een onbestendig iets onder hun hangende poten en hun gretige snavels.

Een lichte lunch versterkt het uitgeraasde en herboren lijf en genoeglijk babbelend rijden we terug, de invallende schemer in.

Uncategorized

Waar de zee mag zinderen

De eerste afspraak in het nieuwe jaar staat. Vandaag gaan zuslief en ik naar de Mesdagcollectie en er was een beetje haast bij geboden, want de tentoonstelling ‘De zindering van de zee’ is nog maar tot zes januari te zien. Afhankelijk van het weer gaan we eerst de zee aanschouwen in natura en daarna naar de tentoonstelling of omgekeerd. Zee vraagt om zon, wind en wisselende lichtinval. Luchtweerspiegelingen in het water. Witte scherp afgetekende meeuwen tegen het blauw. Zee vraagt ook om ruige schuimkoppen, woest opspattend water, straffe tegenwind, opwaaiend zand. Zee vraagt om scherpe horizonnen, wind en waterstilte, lome middagzon, slenterende paartjes langs het strand, kleine zenuwachtige steltlopers in het water, krabbetjes en scheermessen.

andres grote reis bloemen  De bloemen

Intervallen aan zee zijn ontelbaar divers. Die vast te leggen, op te tekenen, te vangen in beeld. Deze maand staat in het teken van de zee. Niet alleen omdat de vader van de vier ooit verstrooid is op een koude januaridag vanaf een dampend schip uit Scheveningen voor de kunst van Egmond. Trots trotseerde ze de golfslag en maakte ons niet alleen misselijk voor het naderende afscheid, maar ook door op en neer te deinen, te klimmen en te dalen bij iedere hoge golf, dat het niet wilde doorklieven. Bij elke opwaartse gang viel het log en zwaar neer. Op en neer, een weefpatroon voor as, die niet licht en luchtig met de wind mee gevoerd zou worden, maar als een blok beton de urn uitkwam. De dansende bloemen brachten de troost.

387.JPG Zomerzee

Januari is als brenger van het licht bij uitstek geschikt om een luchtige en lichte toets te hanteren als tegenhang van het verfijnde doorwrochte zeventiende-eeuwse ruisen op de klassieke academie. Die zee vang ik in februari in een speciale leergang. Eerst duik ik proestend kopje onder in de lichte luchtige zomerzee met spelende kinderen van Anneke van der Lende. Stil, als je even wacht kan je de klaterende stemmen horen, ze lachen en zijn vol bewondering bij het doek, waar hun eigen capriolen te herleiden zijn als lichte speelse frivoliteit. Ze dansen om de stevige kleine ezel heen, zand vermengt zich met de verf als dralende voeten het doen opstuiven.

084 Serene zee

Zee, als we een ode brengen aan eeuwig durende schoonheid in al haar vormen, tragiek, vreugde, sereniteit, onrust, evenwicht en balans, waar het zoute water grenst aan de horizon en het wilde water sust. Metafoor voor alle vormen van leven die er bestaan, maar zeker die van de onmetelijke rijkdom, onbetaalbaar en toch te geef voor iedereen.

De hele Noordzeekust lang, met haar duinenrij, het helmgras als het woeste opwaaiende haar van een oude zeerot. Ze bomen al eeuwen over haar kust, vanaf mijn eerste prille boek over de Duinheks en haar gevecht met het water, vanaf de eerste klanken van Silvain Poons, waarbij de Zuiderzee voorgoed stopte zee te zijn. Vanaf dag een dat ik haar voor het eerst aanschouwde in een dagje naar het strand met Pa en Moe.

Zeven jaren lang woonde ik dichter bij de kust, twee jaar lang in een klein dorp eraan. Veelvuldige wandelingen als de toeristen zich te goed deden aan de vele maaltijden in de diverse restaurants, snel, nu, nu kon het. De stranden trokken leeg, de zee was weer van ons, een strandwandeling lang, een visrokerij ter plekke in het zand met ton en open vuur en witte brood, bier en wijn, feest om er te kunnen zijn.

Vandaag zal het er ‘gloomy’ zijn, omfloerst en alleen als de zon doorbreekt, dat mooie sfeervolle geheimzinnige licht, misschien met de luchten van Turner aan de horizon, de grote donkere paardenlijven in de branding, tegen het vaalwitgrijze als schaduwen opdoemend uit het grauw. Een lofzang en daarna Mesdag, waar de zee mag zinderen

Uncategorized

Voor nu, voor straks, voor later

Het was in alle opzichten de perfecte jaarwisseling gisteren. De kerstlampjes brandden hun uren van gezelligheid, de oliebollenschaal met vier bolletjes onder een dikke laag poedersuiker stond op tafel, romantisch verlicht door het schijnsel van de waxinelichtjes. Ik zat op de bank, zapte wat heen en weer en bleef op de detectives hangen van BBC 1, in de hand een glas met fonkelende goudgele Sauvignon. Kinderen blikten op mijn schermpje en deden malle danscaperiolen. De kleinkinderen kronkelden hun ledematen bij twister. Het vermaak ver van mijn bed was groot en ik kon er, zonder de drukte, van meegenieten. Natuurlijk viel de oudejaarsconference in het niet bij het geknal van buiten, maar de dikke deken aan rook en kruitdampen trok veilig achter glas aan mij voorbij. Ik kon vrijuit ademhalen en dat was de opzet. Een geslaagde jaarwisseling in alle opzichten.

011

De media stroomden vol met beste wensen. Eigenlijk was iedereen al een avond kwijt met beantwoorden, als je het consequent wilde doen. Niet aan beginnen, of toch…Maar uiterst selectief. Iedereen weet dat men elkaar een wens toedenkt. Liefdevol is de mijne voor 2019. Dat lijkt me een basis die afdoende is. Op liefde wordt vrede geschoeid, aandacht voor elkaar, zorg en respect. Wederzijds lief hebben brengt regelrecht het goede met zich mee.

004

Zonen fladderen in en uit. Een gaat er zelfs vroeg naar bed. De bos bloemen met mimosa en riddersporen, prachtig plukboeket, prijkt in de liefdevaas van mijn Washingtonse vrienden en komt in pracht en kracht dubbel uit. Het boek blijft onaangeroerd liggen. Te schemerig, maar zo knus, als je het zachte licht tussen de geloken ogen laat spelen en prachtige prisma’s tovert zonder dampen. Het mooiste vuurwerk haal je uit jezelf.

Na twaalven drie lieve kattebellen, om één uur is mijn kruit in ieder geval verschoten en met donderend geraas val ik in slaap. De overbuuf verschiet zijn geld vlak voor het slaapkamerraam. Ik vergeet de droom op te slaan, want er klinkt om een uur of vier gestommel op de trap. Tweede Zoonlief komt thuis. Daarna blijft het bij doezelen.

Ergens 4800 kilometer verderop woont een wijze man, die alleen samen met zijn trouwe viervoeter de sterrenhemel zal aanschouwen en de dorpse onrust mijdt. Hij zal het leven overpeinzen en in gedachten delen we het zelfgekozen alleen zijn. Noem het geen eenzaamheid, want dan dekt de vlag de lading niet. Alleen zijn is anders dan eenzaam zijn. Zelfs in gezelschap kan je eenzaam zijn, maar niet per definitie als je alleen bent.  Het jaar inventariseren heeft alleen maar zin als je de zegeningen telt. Wat achter ons ligt aan minder fijne omstandigheden is klaar. Als een bekeuring, die je liever direct betaalt dan te laten liggen, om iedere keer niet de pijn in de buik te voelen door dit onzinnige zondegeld.

006

2019. Een eeuw geleden werd mijn moeder op 4 februari geboren. Precies 100 jaar geleden. Ze zou maar voor een deel een onbezorgde levenswandel hebben, want de brokstukken van de eerste en de dreiging van een tweede wereldoorlog deinden voelbaar door de jaren heen. Het moet een hele andere invulling hebben gegeven. Dat had ik nog wel willen vragen. Hoe kan je de vooruitzichten dragen, waarvan je weet, dat ze verschrikkelijker dan het voorstellingsvermogen zullen zijn, geschoeid op het verleden.

Werd de hang naar het normale leven in de geboorte van de kinderen gestopt? Maar liefst drie kleintjes in oorlogstijd zou ze baren. Moeder worden in een wereld die op z’n kop staat. Daar zouden mijn vragen over gaan. Mijn moeder wordt 100 jaar daarboven, wij tikken ruim de zestig aan. ‘Wat de toekomst brenge moge’ zingt de psalm van lang geleden, ‘Is nog ongewis’, vult diezelfde gedachte aan. Dat zal ze ongetwijfeld ook gedacht hebben. We gaan het zien en beleven. Vooralsnog…Een liefdevol 2019, voor nu, voor straks, voor later.

Uncategorized

Proost

Een mooi samenzijn is aan het eind van het jaar een wenselijke afsluiting. Het hele gezin compleet, behalve onze ouders, omdat de oudste broer 50 jaar getrouwd bleek. De dag begon fluisterend met schrijven, een lange mail, een dommeltje en de trage animatiefilm Le Tortue Rouge. De druilerige zondag werd in de auto, op mijn paasbest gekleed, een feit, helemaal toen we twee locaties bleken te hebben verwisseld en het parkeren bij het etablissement niet mogelijk was. Met vogelhuis in de aanslag, het gekozen cadeau voor twee mensen die vooral van hun tuin genieten iedere dag, gingen we naar binnen. De vijf kleintjes, de hoop van de natie, vroeger, toen alle oudere broers allang  het huis aan de Amandelstraat hadden verlaten.

coenWaar het ooit mee begon. Oudste broer

Dit was het feest van de anekdotes, van hele en halve waarheden, van herinneringen die geboekstaafd werden met vermeende feiten. Het feest der herkenning. Ik keek de tafel langs en zag al die geliefde gezichten aan. Met geen mogelijkheid kon ik alleen maar ouderdom zien, in tegendeel. De knol in mijn kous hield me aan de tafel gekluisterd, al moest ik twee keer langs het buffet lopen. In dikke zestig deniers panty’s horen geen gaten te vallen. Mijn verbazing was groter dan het uiteindelijke gat en het idee om zoonlief erop uit te sturen mij een nieuwe te brengen, liet ik met dezelfde snelheid weer varen, als ze was opgekomen. Iedereen was boven de 58, veel al ver in de zeventig, dus de waarneming stond op een lager pitje dan mijn melkwitte been door het gat heen schijnen kon.

villachVassach

In de gesprekken met de broers en zussen plakte ik de verhalen uit de diverse jaargangen aan elkaar. Ter plekke vormde zich een nieuw beeld. We kwamen op de verdwenen brieven van Pa uit Oostenrijk in de oorlogsjaren en de vraag, waarom hij daarheen gegaan was. De passie voor het land was er jaren later nog steeds toen hij met ons en een volkswagenbusje die bergen op zocht, waar hij de eerste jaren van zijn huwelijk had doorgebracht. In het troosteloze Vassachermeer was net een inwoner van het kleine dorp verdronken en de waarschuwingen hingen als een beklemmende voile over de donkere spiegelingen van het rimpelloze water. Het kind, dat ik was, speelde verdronken te zijn en zwaar liet ik me zinken in het ondiepe bij de kant om proestend weer boven te stuiven. In water wordt een lijf licht als een veer, maar ook zwaar als de nacht, als je het laat betijen en geen weerwerk geeft.

De vakantie was verkeerd begonnen. Veel lichtere uren gaven de jaren daarna in het gelukzalige Spanje, want het bracht, zonovergoten, de problemen tot stilstand en dwong mijn vader tot rust onder zijn boom uit de felle zon na de enerverende reis.

Reizen doen we allemaal. Een heel leven lang hebben we allemaal onze eigen trektocht door het leven gemaakt. Met vallen en opstaan, puur geluk, grote en kleine verdrietjes en liefde. Maar altijd, in de schamele gedeelde uren, komen de verhalen los en tekenen de levens zich uit, nu gretig afgenomen door de jongere generatie en de Ierse Reel dansende kleinkinderen. Vrolijke noot zijn de kleine voetjes en worden door de zilverwitte haren van de nog veel oudere schoonzussenfamilie geweven, die het vak verstaan om prachtig oud te worden. Breekbaar, doorschijnend en fijntjes, zoals hun moeder ooit was toen ik haar leerde kennen, 50 jaar terug.

2018Samenzijn in 2018

Oud jaar vandaag en met de hele familie op het netvlies het nieuwe jaar in, ik kan me geen mooier begin wensen. Een liefdevol en een bewust gedeeld samenzijn. In mijn zelfgekozen eentje hef ik straks het glas. Proost.

Uncategorized

Het aardse Paradijs

De Hemel gaat sluiten. Vandaag is de allerlaatste dag dat je er nog kunt toeven. Gisteren was ik er, omdat Sinterklaas een heldere ingeving had gekregen en oma met de kleinzonen op stap stuurde. Die Sint, die verdacht veel op de vader van de jongetjes leek.

Het is niet zomaar de Hemel. Nee, het is die van de voetballende natie, kleine Godenzonen in de dop, die rapper zijn  met de voeten dan met de mond en die in het Walhalla op alle manieren hun kunsten mogen vertonen. Sprintjes trekken, koppen, slalommen dat eigenlijk dribbelen heet, vlakschieten, schotkracht. Alles valt te tonen. Vooral de laatste was een succes, omdat de kracht ter plekke digitaal gemeten werd en je dan kon rivaliseren met willekeurig elk ander schotkrachtjongetje.

001-3.jpgRoozendaal, Industriestraat.

Officieel heet die Hemel: Het Nationaal Voetbalmuseum: De Voetbal Experience. Daarvoor moesten we, mijl op zeven, eerst naar Roozendaal. Niet het gemoedelijke stadje maar een gure buitenwijk met een kunstenaarsdorp erachter. Die invulling gaf ik er zelf aan bij het zien van de onnatuurlijk gekleurde gevels en de prachtige staaltjes van graffiti op de onooglijke betonblokken her en der. Een No-go area. Krassende kraaien op de onwillige hekken van het lege terrein. Een enorm, maar leeg, stadion, met tribunes en toegangspoorten, die allemaal het hardst schenen te roepen om te keren en weg te gaan.

002

We reden tot aan de werende slagbomen en mochten, na het uitnemen van de parkeerkaart, gewoon door. De hemel binnen handbereik. We hadden keurig de jassen op de kapstok gehangen, kregen een korte uitleg en wandelden toen de Mythe in. Glunderende ogen, dribbelende benen, juichende knuisten, het kon niet meer stuk. De grootheden hingen als shirtjes aan de muur gespijkerd en je kon er de vuile was ruiken, de grasmat, de kleedkamer en wat al niet meer. Wapperende handen voor de neus. Aan voetbal kleven vreemde luchtjes.

037

Omahanden kleumden in de koude wind, maar de wangen van telg kleurden diep rood van de inspanning. Er waren jongetjes om vriendschappen mee aan te gaan. Voetbalvrienden hebben aan een half woord genoeg. Je oogst bewondering of niet. Ongelooflijk langbenige magere jongetjes, die al hun kruit verschoten leken te hebben qua vetopslag, dansten met de bal. Ze hielden partijtje in het holst van de voetbalkuil. De gelegenheid voor mij om uitgebreid de geschiedenis waar te nemen. De grootste voetbalschoen ooit, maatje 56 en andere trofeeën van de beroemdheden, luchtdicht afgesloten, waar ik alleen maar blij om kon zijn, want ik kan me de geur van de schoenen van de jongens nog heugen, die als een wolk opsteeg uit de natte restanten na de wedstrijd, de blikken reporterstemmen door de jaren heen, de aanwassende decibellen van het stadionpubliek.

039

Na elke millimeter te hebben getest, bekeken en onderworpen aan de inspectie, namen we afscheid. Nog net op tijd. Eerst de hemel zien en dan sterven, in variatie op een thema. In ons geval dommelde telg al snel weg en droomde, in zijn gordel achterin, de eclatante successen, de bewieroking, het klaterende gejuich van een volle arena.

053

Uit met oma is feest, patatterdetat, maar nu de ultieme test. Zoete aardappelpatat of gewone. Beide besteld, ketchup, mayonaise en appelmoes in de aanslag. De zoete aardappel won, yeahhhhh, met appelmoes verreweg het lekkerst. De ober schoot meermalen in de lach en onze dag kon niet meer stuk. Terug in het aardse Paradijs.

Uncategorized

Zalig zijn de onwetenden

Terugkijken en vooruit blikken. Pluis heeft het er niet op. Ze kijkt me wat verwijtend aan, of misschien kijkt ze alleen en zorgen mijn schuldgevoelens voor de ingevulde lading ervan. Zelfs het feit dat ze met lodderogen er wat narrig uitziet, verandert niets aan de objectieve waarneming. Ik zit niet in haar kleine poezenbrein.

De slaap had zich laten verjagen door een basale behoefte en piekerde er niet over om terug te keren. Om het nuttige met het aangename te verenigen las ik eerst een hoofdstuk uit het boek dat we voor de leesclub zouden doorvorsen. Zomerlicht…en dan komt de nacht van Jón Kalman Stefánsson. De titel was in ieder geval toepasselijk. Het holst van de nacht, de ideale omstandigheid voor wat gemijmer.

Ik wil niet zeggen, dat het boek me meteen aangrijpt, maar sommige zinnen zijn juweeltjes. Zijn taal is de taal van de gedachte. Het feit dat het gaat over de oude tijd van de jaren zeventig, maakt dat het moeilijk binnenkomen is voor iemand, die niet uit diezelfde periode stamt. Ondanks de vreemde, verlate plek, IJsland, herken ik de aanduidingen. Als hij in plaats van het verdwijnen de vernieuwing had aangehaald, was het meer herkenbaar geweest voor een jongere leeftijdsgroep.

013-1.jpg

Identificatie is een van de trekkers, die garant staan voor succes. Ik sla het boek dicht. Het moet even betijen. De nacht is nog lang, de laatste zandkorrels zijn uit de ogen gewreven en ik ga daarom op zoek naar een boek, dat past bij het volgende thema van het blad Mensenkinderen, voor een recensie. Ik vlieg heen en weer over de verschillende boekensites en ineens bedacht ik me, dat ik het ook fijn zou vinden als het schrijversgerelateerd was en een van de nieuwste boeken. Ik dankte mijn gesternte voor deze ingeving. Binnen een minuut had ik het perfecte boek gevonden. Een boek van Joke van Leeuwen, een van de groten der aarde als het om kinderboekenrepertoire gaat. Rijk en speels, maar zonder doekjes voor het bloeden.Dat kon worden afgevinkt om vervolgens terug te gaan naar Zomerlicht.

De dichter Hallgrimur Pétersson wordt er in aangehaald, een bekende IJslandse dichter, geboren in 1614. In een van hoofdstukken stond een passage van een van zijn gedichten:

De bomen willen niet meer botten

hun pracht vervaalt, de weeklacht krast

haar trieste leven, mijn wortels rotten

verdwenen de rust van mijn houvast.

In het lover hoorde ik vogelzang.

De storm ontwaakt, de dag vervaagt,

vogels en dieren worden bang.

Mijn gedachten worden opgejaagd.

De vader die dit gedicht aanhaalt, heeft er een fles whisky naast staan en verdrinkt zijn weemoed in de woorden van deze sombere woordenstroom vlak voor hij zich van het leven zal benemen. Het doet hem recht. Met de schaduwen in zijn hoofd kan hij niet verder leven, omdat ze hem de schoonheid van het bestaan ontnemen.

Dat is de kracht van het verhaal, want dankzij de beschrijving en de begeleidende brief ben je geneigd hem en zijn idee te omarmen. De zoon blijft achter, zo doorschijnend als ooit de moeder, verheerlijkte liefde van de vader. Straks, dat voel ik, maar weet het natuurlijk nog niet, verdwijnt hij of hij klautert uit de misjpoge omhoog om sterker dan de vader te verschijnen. Meer verlichtend dan het licht van zijn bleke vel.

012

Het feit dat het verhaal tot nadenken stemt maakt het boek al waardevol. Dat doet literatuur. Ik bundel de opgeroepen beelden van de nacht en ga nog even dromen voordat de dag aan mijn lakens trekt. Pluis is me al voorgegaan en ligt opgekruld aan mijn zij. Zalig zijn de onwetenden.

 

Uncategorized

Zelfs sfeer uit neonlichten

In de brievenbus liggen de liefste wensen. Voorzichtig haal ik de diverse enveloppen eruit. Sinds Zomerbriefjes en Klein Geluk Post heb ik weer een update qua waarde omtrent de brievenbus gemaakt. Waardevol en liefdevol. Die twee dingen. Er wordt aan je gedacht, er wordt extra moeite genomen een postzegel uit te kiezen(de mooiste)en een wandeling naar de brievenbus te ondernemen en er staan extra mooie wensen en gedachten in prachtig beeld gevat, in een zo mogelijk nog mooiere enveloppe. De dag kan niet meer stuk. Zonnestralen zijn het, regelrecht hartverwarmend.

IMG_9207

Van een lieve trouwe bloglezer kreeg ik een bedankje voor het hele jaar mijmeringen. Daarvoor had ik ook nog per boodschap onder de blog een dergelijke dankbetuiging gekregen. Het maakt me verlegen, maar ook heel blij, omdat ik weet dat er mensen zijn die kracht en positiviteit uit de verhalen kunnen plukken. Ik ben, op mijn beurt, net zo gelukkig met die ontvankelijkheid van hen.

Vanmorgen per ongeluk ‘Dag Schat’ tegen mijn vrouwelijke huisarts gezegd. Het was eigenlijk een groot compliment. Omdat ze een en al luisterend oor was. Het leek op thuiskomen, een stukje woordeloos begrijpen hoe het met je is, dat zijn kwaliteiten die ik zo waardeer en zeker als een arts daar mee behept is. Dat nam niet weg, dat ik toch een afbouwkuur van de Prednison als bonus mee kreeg. ‘Even de winter doortrekken’ heet het. Jammer, het is niet anders.

IMG_9199

Schat dus, dat zeg je niet tegen een dokter. Wel tegen mijn kleinzoon. Hij en ik kregen van Sint een middagje ‘Alone Home, de theatervoorstelling’ te zien. Hilarisch met op het eind een hoog moralistisch gehalte. Dat vond ik spijtig en dat stuk van het verhaal ging over alle hoofden van de jonkies heen, maar er waren geweldige scènes bij. Ik heb zo verschrikkelijk gelachen. Het geluid was niet optimaal, ik vroeg even rond en deed vervolgens de belangrijke ontdekking, dat vooral mijn geluid niet helemaal optimaal was. Haha. Dat weet ik al heel lang, maar het is iets wat ik voortdurend wens te vergeten. Annie M.G. Schmidt had een lange litanie met haar ouderdomsgebreken en ze heeft gelijk gehad. Elk jaar kan er een streepje bij op de lijst van onvolmaakt oud worden. Dat maakte voor kleinzoon niets uit. De Maccie was het ultieme slotakkoord.

IMG_9206

Heerlijk om met mijn kleine wijsneus op pad te zijn. Hij herkende stukken tekst, die mijn pet te boven gingen en omgekeerd. Hij wilde er boven de Fristi wel over door mijmeren. Volgende keer heb ik hem een Frans restaurant beloofd, want mijnheer is gek op kaas, en niet zomaar kaas, maar heerlijk Franse kaas. Boven Brie en Camembert, worden de authentieke ronde schimmelende kazen verkozen. Het bloed kruipt in dit geval wel waar het gaan kan, dus in de Franse venen, dankzij de Franse genen. Het wordt tijd om de jongens te ontMacdonalden. Ze zijn er aan toe.

Naast ons-oma met kleinkind-zat een andere generatie-moeder met puberzoon-die zich afvroeg of haar zoon niet liever met een jong meisje op stap ging dan met zijn oude moeder. Ik beet stevig op het puntje van mijn tong, maar omdat je op elkanders lip zit, kon ik het toch niet laten te zeggen, dat dat probleem in de jaren over zou gaan. Dan nemen ze hun oude moeders juist weer graag mee uit. Toch gaf het net dat tintje meerwaarde aan die formica eetfabriek. We glimlachten naar elkaar en ook puberzoon deed mee. De glimlach der herkenning, de glimlach van empathie, de glimlach van voordeel trekken uit de kleinste dingen, zelfs sfeer uit neonlichten.

 

Uncategorized

De kerst voorbij

Het ging precies zoals ik het me had voorgesteld. Die hete soep waar ik gisteren over schreef, was afgekoeld en in mijn hoofd was weer ruimte voor de realiteit. Daar deden we dan ook wel ons best voor, wandelden het park door, roerden elk onderwerp aan. Stijf omarmd gingen we verder en zeiden tegen elkaar: ‘Dat moeten we vaker doen’. Niets zo belangrijk als prime time met elkaar. Daarna was het huis vol, gezellig en warm.

In de middag ervoor dekten jongste zoonlief en ik de tafel en ontdekten dat alle laatjes  van de oude buffetkast en het aanrecht volgelopen waren met nutte en onnutte dingen. Mijn vroegere behoudende aard wil de dingen bewaren, maar de strakke en directe aanpak van zoon stond daar haaks op. Waar ik me tot voor kort verzette tegen zijn kordate handelen en tijd wilde krijgen om er over na te denken, was het nu een zalig en berustend gevoel.  ‘Had ik het nodig? Niet direct. Gebruikte ik het ooit? Ja vroeger. Ga ik er nog wat mee doen? Waarschijnlijk niet’. Dan hoppetee, weg ermee. Kringlooptas in de aanslag, daar redde ik mijn wil weer mee. Als het aan de telg had gelegen lag het in de vuilnisbak. Verschil moet er zijn. Hoeveel rustiger als je niet meteen in het verweer gaat.

De eerder gekomen hulptroepen roerden nog en passant een onderwerp aan. ‘Wat de waarde van het leven was’. Hun patiënten kwamen uit een streng katholiek dorp en wierpen die vragen op. Zoon was erover aan het nadenken gegaan. Er schoot een vleug vroeger naar binnen met een catechismus. ‘Waartoe zijn wij op aarde’, dreunde het. Een mooi en passend onderwerp voor aan de dis, vond ik. Het zou veel los kunnen maken, had hij bedacht, dus liever een luchtiger onderwerp aansnijden. Hij had gelijk. De aandacht om dergelijke gesprekken te voeren verdronk in het gekrakeel met de kinderen aan tafel. Het voelde goed om te weten, dat die diepere gedachten speelden. Het ware kerstgevoel.

018Pluis onder de boom

Pluis, die de hele kerst nog niet eenmaal naar de boom had getaald, wat ik trots verkondigde, presteerde het om er een kerstbal uit te slaan. ‘Dat doet ie anders nooit’ werd de gevleugelde uitspraak van de avond.

054.jpg Taart

De hachee ging schoon op en de enorme chocoladetaart van mijn schone dochter was een groot succes. De sla lag vergeten in een hoekje. Er was meer dan genoeg. In de keuken was de bedrijvigheid groot. Er werd afgewassen, gedroogd, gelachen, gepraat en nog veel meer gelachen. Vanuit mijn hoekje op de bank, kon ik het hele schouwspel overzien. Het voelde als warmte en een steekje gemis. Rijke kerst, rijke oogst.

De jongste aanwinst in ons gezin was het kerstmannetje in de dop. Met zijn bruine pientere oogjes keek hij de wereld in, net de borst gehad, en nu uiterst tevreden, buikje rond, warmte en een heerlijke plek, lief en genietend naast mijn benen op de bank. Poeh beer op de televisie voor spruit twee en een spelletje aan tafel met paps, oom en tante voor de andere mannen, stuiterend van de opwinding om winst of verlies.

Voor het weggaan mochten natuurlijk de schuimkransjes uit de boom gevist. Dat hoefde niet twee keer gezegd. Binnen tien minuten was de drukte voorbij. Om een uur of zeven was de koek op. Schoenen en jassen aan, mutsen op, kleverige kusjes-kruisjes, dag, dag en weldadige stilte. TV even uit, voetstappen en dribbelbenen op de galerij, de kerst voorbij.

 

Uncategorized

Een goed gesprek

Het is tweede kerstdag. Een horror memorabile kenmerkt de dag van een jaar terug. De pijn priemt dwars door de tijd heen en vanmorgen stond ik omzichtig, uit voorzorg, koffie te maken. Exact een jaar later dan toen het noodlot toesloeg. Alleen de herinnering steekt, achter het borstbeen blijft het stil. Gisteren was ik, al kabbelend, de kerst in gegaan. Weinig anders was mogelijk met longen die aan het wedijveren sloegen met het hart, maar die nooit in een overtreffende trap zouden raken.

035

Antibiotica deed haar werk net als de zeven andere lapmiddelen om hart en vaten af te vlakken en in bedwang te houden. Er zijn wat temmers nodig voor een opstandig gemoed. Er kwamen uien-en aardappelschillers langs en het gemak waarmee ze de feestdagen trotseerden, was een verademing op zich. Dan nog wat afleiding met zus, en haar zelf gemaakte voedsel. Ik genoot van de Pepesan, lied van het verleden en zo lekker, de Atjar zonder wortels, vergeten te kopen, maar die, misschien juist daarom, zo heerlijk smaakte en omdat ze overgoten was met een saus van zorgvuldigheid. Ze kwam op de fiets, een barre tocht ook al woonde ze twee straten verder. Het was donker en koud en de straten huilden. Een echte kerstavond dus, waarbij ik onmiddellijk aan de zwavelstokjes en Alleen op de wereld moest denken. Zelfs zoonlief at een hapje mee.

042

De avond verdronk in een glaasje wijn, dat ik weer dorst te nuttigen nu de antibioticakuur voorbij was en in stilte tot de Indiase deurbellen tegen het vensterglas sloegen en dat betekende dat er weer een heilzoeker kwam. De woorden bleven leunen op de stilte. Het hele gesprek vond plaats in ieders eigen hoofd. Regels wit, ongesproken woorden wilde ik vangen in het net, dat ik gebrekkig spande, maar dat toch niet afdoende was. Ik voerde hele gesprekken, maar er kwam geen woord uit. Hoe zit dat toch daarbinnen.

Ik bedacht dat een deel te wijten was aan de schrijver. Die is zo gewend aan het formuleren van woorden door op toetsen te tikken en zinnen te laten stromen. De herkenning is groot. Ik heb het steeds vaker, dat ik een onderwerp niet meer aan weet te roeren anders dan via het schrift. Bedachtzamer, meer weloverwogen.

Straks zijn ze er allemaal en dan gedenken we dat we  mogen genieten van elkaar. Valt er ook te peilen of het goed gaat in geestelijke zin. Hoe hoog spelen de muizenissen op, zijn het dan alleen de mijne, niet die van de anderen. Zie ik beren op de weg?

‘Wat is dat mevrouw van Gelder, houdt U beren in de kelder. echte bruine beren in het perceel, als het nou konijntjes waren of een aantal ooievaren, maar het zijn echte beren en zo veel’.

Hier krijg ik een lesje van Annie M.G. die me voorhoudt dat een stel gezonde beren echt geen nadeel hoeft te zijn. Lekker kniezen, een potje unheimnisch zijn, in de rats zitten, om daarna weer ‘opgelucht’ adem te kunnen halen, als die dikke bruine beren een voor een als een zeepbel uit elkaar ploffen. Dat is moederliefde pur sang. De angst niet benoemd, maar op fluistervoeten. Mijn moeder zei vroeger, ‘Ik bijt liever het puntje van mijn tong af, dan er over te praten’. Als kind vond ik het een rigoureuze keuze. Het ging dan doorgaans om delicate kwesties, die veel los konden maken. Uit die koker kwam ook het spreekwoord ‘Spreken is zilver en zwijgen is goud’ vandaan.  Moederliefde is weten wanneer je moet zwijgen. Maar soms schiet de twijfel er aan voorbij.

026.jpg

Buiten roekoet de duif haar oude litanie, ik omarm mijn beren en mijn twijfels. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend’. Vanavond eten we hachee, in een vlees en vega variant, gelardeerd met een goed gesprek.

Uncategorized

Op z’n paasbest met kerst

De kerstwensen rollen over elkaar mijn schermpjes binnen. Eigenlijk ben ik nog maar net uit een wonderlijk dromenland ontwaakt. Daar was het geen kerst, in tegenstelling tot de kerstavond van Robert ten Brink, die ik de avond er vlak voor gezien had. In de droom kwam ik de afbraak en de onttakeling van de school tegen en het sneeuwde er niet, geen sfeer van veiligheid en geborgenheid, die Robert met zijn Kerstbus zo treffend neer kan zetten. Ik peins verder en bedenk me dat de droom een mooie symboliek is voor al die mensen, die nu niet ergens aan een tafel zitten voor een klein of groot ontbijt met kaarsen en lekkere dingen, tinkelende en ronddraaiende engeltjes, pommanders en kerststerren in een pot, of rode cyclamen.

IMG_0922.JPG

Het ontbijt voorheen, op school, was er een om te gedenken. De kleine sfeervolle lokalen waar de tafels in een grote familieopstelling staan met mooie kleedjes er op. Iedereen op zijn kerstbest gekleed, met strakke en glimmende haren, krulletjes, staarten, kerstballen in een oor. Het zachte licht van de waxinelichtjes in veilige glazen potten, versierd met glitter en verf, gaven alle hapjes extra glans. Het lied van de kerstboom stond bovenaan. ‘Met ballen en slingers versieren we de boom, het sparretje verandert in een kerstboom…’ Om daarna altijd nog weer terug te vallen op de herdertjes die bij nachte lagen onder de Oh Denneboom.

Maar de koppies, die glimmende snoetjes, de verwachtingsvolle ogen, die beroerden me steeds weer tot tranen toe. Tijdens het ontbijt sloop het licht van buiten omzichtig naderbij en aan het eind, een uurtje later, was het gedaan met de betoverde sfeer. De kinderen waren er ook klaar mee en daarna begon in volle vaart de aftakeling. Altijd een te grote omschakeling, zoals die van Sint naar kerstsfeer ook als een donderslag bij heledere hemel plaats vond.

Het kerstontbijt van thuis is altijd van een heiligheid aan sfeer gebleven. Het opblijven tot elf uur, vader of moeder bleef thuis om de tafel te dekken, de wandeling door het donker, de Amandelstraat uit, de Elsstraat in en dan tot aan de kerk, de mensen die feestelijk, en vooral zwart gekleed, dezelfde gang maakten, dassen om de oren, rode wangen van de kou, en dan de grote ‘verlichte’ koude, maar feestelijke, kerk.

Drie missen in het verschiet, pepermuntjes, die we als koorleden mochten sabbelen, en alles in het latijn. De geur van kamfer vermengd met wierook, het gestommel op de houten kale banken, de zachte knielkussentjes van rood fluweel. Het was al goud wat er blonk daar vooraan. Niet zelden was een van de jongens misdienaar en moest belangrijke, onbegrijpelijke handelingen verrichten in mijn ogen. Knielen, buigen, schalen ophouden, kelken aangeven, met wierook zwaaien tot de kerk doordrenkt was van de zware heerlijke kruidige geur en door de rook. Daar doorheen klonken de liederen en verhieven de stemmen van de priesters, ze waren drie man sterk, zich in dat prachtige zangerige latijn. Dominus vobiscum. Op dat moment was ik er ten volle van overtuigd.

l_angel-chimes-goud-original

De gang terug naar huis was een grote ontlading. Huppelend en druk, omdat we wisten wat ons te wachten stond, spoedden we ons naar huis. daar vulde de eettafel de kamer. Voor alle dertien een bordje, de geur van verse broodjes op de kachel vulde de kamer, krentenstol met spijs,  zoete koek en gekookte eieren, maar bovenal de luxe, die er anders nooit was, aan de heerlijkste vleeswaren, die je maar bedenken kon. Rosbief, casselerrib, rookvlees en lever. Mijn moeder keek vast met dezelfde ontroering terug op onze toetjes met die verwachtingsvolle ogen. De engeltjes van goud draafden in een eindeloze rondgang boven hun kleine rode kaarsjes. Zalig kerstfeest in alle opzichten.

Nu ben ik thuis, het is kerstochtend, straks komen de kinderen meehelpen om de gerechten klaar te maken voor morgen. Morgenmiddag zal de tafel feestelijk gedekt zijn, ergens liggen nog zilveren kerstengeltjes die boven de waxinelichtjes dwalen, een nieuw tafelkleed ligt nog in de auto, of gebruik ik weer dat oude vertrouwde lange laken. De tafel is groot genoeg om ons alle veertien te herbergen, net als vroeger. Verwachtingsvol samenzijn. Op z’n paasbest met kerst.

 

Uncategorized

Een oranje Renault vier

Een hazeslaapje en nu al weer wakker. Ik doe natuurlijk al dagen praktisch niets. Daar zou het wel eens aan kunnen liggen. Was het niet zaak om juist de balans te vinden tussen de aard der dingen. Dus een beetje bezig en een beetje niets. Het kan ook aan de oploskoffie liggen of mijn hoge schermgehalte van tegenwoordig. Twee films op een dag is een ongekende hoeveelheid, een film was normaliter niet een te halen. Doorgaans strand ik ergens net na het midden en zak dan op de bank weg in zalige vergetelheid.

De eerste film had ik zelf opgezocht. Op Netflix. The ghostwriter, omdat ie, hoe kan het anders, over een schrijver ging. Maar het bleek meer politiek geëngageerd te zijn. De tweede was een hoog ‘ Kerstmis, voel je goed gehalte’, met sneeuw, sentimentele club: ‘Rijke superster valt op eenvoudig dorpsmeisje’. Tussendoor humor met tumor, wat een pittig nadenkertje is en een wonderlijke politieserie.

A7519BDF-F0D9-42CF-A0A5-A093A6EE5A1B.jpeg

Gisteren begon de dag met een belletje, Zoonlief deed open en ontving van vriendin wat  foto’s en een jubileum boek van de oude school. Dertig jaar notendoppenwerk. Liefdevol briefje erbij, tranen om wat nooit meer bij het oude was gebleven, maar zo gemist werd. In een app de herinnering aan mijn uitspraak, als ik weer eens niet droog door een tekst heen kon komen. ‘Sentimentele oude dwaas’ mopperde ik dan op mezelf. Ze maakt er Bok van, en dat tekent bij mij een grote glimlach tevoorschijn.  Dat was wat mijn vader een hele tijd over zichzelf riep en het klopte. Bij elk karretje over de zandweg, bij alle groene en stille dalen, weenden zijn ogen nostalgie, zoals later die van mij. En onvermogen om het juiste gevoel te duiden. Altijd werden wijze woorden gesmoord in een tranendal.

Het had alles met leeftijd te maken en hormonen, verhoogde gevoeligheid bij de ouderdom, overgang noem het maar. Er was altijd wel een uitweg te verzinnen om het te gedogen. Nu zijn de anderen aan de beurt en weet ik dat ze het dan pas echt zullen begrijpen.

Het oude jaar draait zich nog een keer op het andere oor. Dit zijn de dagen bij uitstek om nostalgie en tranen met elkaar te verweven, een staatje op te maken van wat is geweest. Een jaar om te vergeten. Nee. Ondanks de tegenslag bracht het als keerzijde ook het opperste genieten. De Wijze zegt: De goeden lijden onder de kwaden. In metafysisch opzicht. Ik ben geen groot abstract denken, ik kan het alleen maar vertalen in beelden. Het goede lijdt, als het kwade gedijt en vice versa, zingt het in mijn hoofd. Dan heeft het elkaar nodig om balans aan te brengen. Heft het uiteindelijk elkaar op, vraag ik me af. Zonder negativiteit zal positiviteit niet zegevieren. Wie diep is gegaan, herkent de treden die uit het dal zullen leiden.

Maar dat betekent niet dat het soms niet een onsje minder mag. Dit jaar beschouw ik als de inleiding naar een vierde periode in mijn leven. Die van de bezinning en de rust en alle stappen die ik tot nu toe gezet heb, zijn onderdelen van het hele proces. Geeneen kan gemist worden. In die wetenschap is het plezierig toeven. Spijt raakt op die manier de weg kwijt en wat zich aandient is zelfrespect.

Het was on dat opzicht ‘ Een erg goed jaar’ om met Sinatra te spreken. Ik was nooit een grote fan, maar dit is een van zijn songs, die hoog op het filosofenranglijstje mag en daar nooit zal misstaan. Bij niemand trouwens, al leek mijn limousine verdacht veel op een oranje Renault vier.

 

Uncategorized

Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest

In de Klein Geluk Post van gisteren kwam een grote verrassing. Een prachtige harmonicatekening over een onderwerp waar ik lang geleden met vriendinlief een ochtend over heb lopen mijmeren. Bij het zien van die concrete voorstelling van wat we ooit bedacht hadden, begon het onmiddellijk te bruisen daarboven in het brein. Ik kon niet meer stoppen met denken en het verhaal stapte uit zijn kleine nevel en kwam met duidelijke contouren op me af. Ik wist wat me te doen stond. Snel pen en papier en schrijven, voordat de ideeën in een vacuüm terecht zouden komen. Zo werkt het proces. Nu moet het nog body en gestalte krijgen en hebben we een format gevonden waar tot in lengte der dagen op door te borduren valt.

ik en jimi schrijvend

Hoe gelukkig viel ik veel te laat als een blok in slaap. In de nacht klopten de dromen met avonturen aan, maar ik sliep te diep om ze een podium te geven en bij het wakker schrikken door de Antibiotica-song (ik moet er de wekker voor zetten) ploften ze een voor een weer weg. Zelfs daar is een verhaal over te maken.

48425625_10214033120002189_5784870959693430784_n_003

Gisteren zat er een andere verhalenschrijver in de dop op mijn schoot. De derde van mijn kleinkinderschare was op bezoek en wilde ook schrijven. Met mijn beste tekenpennen omzichtig in de knuisjes verzonnen de verhalen zich eerst nog uit mijn pen, maar alras werd het overgenomen door mijn evenknie in fantasie. Hij krieuwelde en tekende, zoals alleen kinderen dat kunnen, frank en vrij, maar ineens merkte ik dat hij fluisterend het hele verhaal aan het papier toevertrouwde. Bijna hoorbaar vormde het verhaal zich in zijn hoofd en gaf zijn pen er de invulling aan. Wat een bijzonder moment. Het verhaal begon met een mandarijn die de wereld inrolde, omdat dat het enige was, wat voorhanden was. De mandarijn ontmoette vanalles, maar zeker ook de eland en de brontosaurus, met scherpe tanden, de pen schreef en tekende naar hartenlust en hij hoefde haar alleen maar te volgen en vertelde maar door. Klein moment van gelukzaligheid.

Klein gelukpost

Zo werkt dat. Een klein ding is er maar nodig om een keten aan ideeën los te maken te ontrafelen, zoals het geval was met de harmonicavoorstelling, dat in een juweel van een zelf gevouwen envelop zat uit een oud boek, compleet met woordwens en kleurige voorstellingen op de millimeter.

Het voordeel van ‘ziek zijn’ zijn de zeeën van tijd om alles te overpeinzen, ze in je hoofd  vorm te geven en nu ik al weer beter uit de voeten kan, ze te laten stromen onder mijn vingers door. Op laptop en op papier. Beide werkt verheffend. Nog heb ik te weinig gelezen in mijn huiswerk, de stapel boeken naast me, gister werd er een exemplaar aan toegevoegd, dus voordat ik er niet meer overheen kan kijken, moet ik eigenlijk beginnen. Als laatste op de plank, zoonlief weet dat ledigheid des duivels oorkussen is, het boek met de intrigerende titel: De hemel verslinden van Paolo Giordano. In een recensie afgeschilderd als broodschrijver, zo een met dollartekens in zijn ogen, door anderen wordt het verhaal gezien als een meesterwerk.

Dat willen we graag zelf beoordelen. Paolo moet nog even wachten en alle andere ook, want als fantasie om de voorrang strijdt, dan wordt die inspanning te allen tijde bekroond. Zorgvuldig, om opgelaten ballonnen niet in het luchtledige te laten verdwijnen. Het is zaak om er handen en voeten aan te geven. Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest.

 

Uncategorized

Kunst valt niet te duiden

Wij vrouwen hebben het maar makkelijk, of nee, we hebben een voorsprong, die langzaam aan kleiner wordt. Derde dag van gekwakkel, kringen onder de ogen, scheurende hoest, bleke Betje. Douchen was eergisteren mijl op zeven en zette me voor een uur of vier uitgeput op de bank. Vandaag was ik om twaalf uur nog niet klaar om zo’n klus te klaren.

Dochterlief belde ’s ochtends op. Ze zouden ’s avonds naar de schoonfamilie in Montmorency gaan, dus een paar verloren kusjes rondstrooien met de jongens had verreweg de voorkeur. Gauw met mijn gehavende aangezicht naar beneden gestrompeld en bij het zien van die toet in de spiegel toch maar even een crème, fond de teint, lippenstift, mascara en kohlpotlood. De jongens zouden  hun oma anders niet eens herkennen. Borstel door de haren en klaar. Plaid over de blote winterbenen en voeten en het feest kon beginnen. De diva kon ontvangen.

kerst 2018

Ze kwamen met bekertjes ijs met dikke lagen chocola want, als in een grijs verleden, had ik mijn onbeschrijfelijke trek eerder met hen kunnen delen via de telefoon. Welke hormonen deden nu weer hun calorierijke werk. Er was ook al een verlangen naar Oliebollen, het lijf schreeuwde om het normaliter afwezige zoet. Speelde de Onbevlekte Ontvangenis door mijn hoofd. Na het verstandige broodje kwam al ras het lekkers. Veel te machtig en de smaakpapillen proefden bij lang na niet de beleving van mijn voorstellingsvermogen. Toch gelukkig geprobeerd. Weer een verlangen en een verleiding door een reclame af te vinken. Zonder geluid en beeld is de schijn snel gewekt. Een oma, blakend van gezondheid met haar drie oogappels. Een bliksembezoek lang hield ik het vol. De knuffies waren zalvend.

met de jongens en ijs

’s Avonds rolde er met stijgende verbazing een andere schijnwereld de kamer binnen. Die van kunstenaar Walden Keane en zijn vrouw Margaret. Hij hield de schijn hoog. Zij was het, die in het echt de doeken van de kinderen met de grote ogen schilderde. Ze werkte soms 16 uur per dag en hij streek de centen en het luxe leven op. Dat is andere koek dan een snufje make-up. Met stijgende verbazing bekeek ik de film ‘Big Eyes’ van Tim Burton. Niet alleen om het matige acteerspel en omdat ik de hoofdpersoon deze week al in een matige verfilming had gezien, maar vooral om het stijgende ongeloof dat me ten deel viel. Waarom greep de vrouw zelf niet in, vooral toen ze de eerlijkheid in haar relatie met haar dochter moest verloochenen.

Een waandenker kan alleen maar groeien als hij het podium krijgt, waar hij om vraagt. Margaret oogde in de film als haar breekbare wonderlijke kinderen. Pas bij een levensbedreigende situatie neemt ze uiteindelijk de kuierlatten. Zelfs dan nog verschuilt ze zich als Kunstenaar en reikt de lange arm van haar hebzuchtige ex over het continent. Geloof sterkt haar uiteindelijk in het vertellen van de waarheid. Ze moeten beiden een schilderij maken in de rechtszaal. Een dergelijk script van een film zou welhaast knullig overkomen. Realiteit valt soms niet te filmen.Mijn ongeloof en het schrijnend gevoel van het feit dat vrouwen in de Kunst alleen maar konden bloeien als ze zelf sterk genoeg waren, denk aan Bourgeois en Kahlo, zorgde ervoor, dat ik naar de waarheid op zoek ging.

Leven in een leugen, leven in een waan. Op het laatst is de gedachte een gevierd kunstenaar te zijn sterker dan de realiteit. De schijnwereld groter dan je persoonlijkheid. Twee verschrompelde karakters. De een in dienst van de Hebzucht en de ander in dienst van de Angst, waarbij uiteindelijk het Recht zegevierde.

De schilderijen die ze maakte onder haar eigen naam en waar haar bewondering voor Modigliani doorsijpelt, spreken me meer aan dan haar beroemde doeken. De wonderlijke ogen zijn het innerlijk protest tegen haar zwelgende man. Op dat moment had ze geen ander verweer. Gevangen in haar eigen wereld. Kunst valt niet te duiden, maar zegt vaak alles.

Uncategorized

Klein Geluk ben je

Met al dat bank zitten en binnenste buiten hoesten is er eindelijk tijd voor de ‘Klein Geluk Post’. Wat een gaaf idee van vriendinlief. Schrijf elkaar in een groep, van vijf in dit geval, over Klein Geluk. Dat van jezelf, in de omgeving, van anderen of gewoon… datgene wat invalt. De eerste brief had ik heerlijk vroeg binnen, maar toen had ik nog geen tijd om er bij stil te staan. Nu ben ik er klaar voor. Kerstsfeer in huis, serene kalmte en de overtollige rommel weggebracht door de twee zonen.

Eigenlijk is het feit dat kerstmis het feest van het licht is, ooit zo overdrachtelijk bedoeld, wel degelijk het feest van de kerstlampjes geworden. Zodra die hun plek hebben gekregen in de kerstboom, in de palm en in de bal is het feest compleet door de zachte uitstraling die het de kamer geeft. ik heb de neiging om overal een snoer van lampjes neer te leggen. Klein Geluk dus, een roodborst vleugelt naar boven als ik de envelop open, daar is een lofzang op de mooie kleine Parmanticus en doet me plaats nemen op het paarse krukje bij het gapende gat van wat eens het atelier was.

004

Daar hipt ze troostend over het zeil en het gras van wat ooit was en pikt in de grond om vermeende zaden. Roodborst hoort net als alle vogels bij mijn Klein Geluk. Bijna verschrijf ik me en wil stil in plaats van klein schrijven. Maar ook dat klopt. Stilte hoort er bij. Juist omdat het de gelegenheid geeft om naar binnen te keren. Natuurlijk is het lawaai in de eerste schil rond mijn hoofd al oorverdovend door de suizende gehoorgangen, maar vaak lukt het om ze in die buitenste schil te laten en ‘de beste remedie ever’ ze te negeren.

Schoonheid van klein en groot hoort erbij en kinderen, als afspiegeling van het onbegrepen kind dat ik ooit zelf was. Toen ik voor de kleuterkweek stage liep op de reguliere Fröbelscholen had ik mezelf voorgenomen nooit, maar dan ook nooit, te worden wat ik daar aan voorbeelden voorgeschoteld kreeg. Volwassenen, die ruim over het denken van de kinderen heen walsten en daarmee heel weinig hoorden van wat er werkelijk speelde. Klein Geluk was de juf, die het helemaal anders deed. een uitzondering in haar klasse, destijds. Ze leerde me buigen naar het kind toe.

IMG_8937

Klein Geluk waren de paardenblommen van het meisje in haar eigen wereld, kleine knuisten omvatten de tere stelen als een kleinood en met haar ‘Elza’mantel om werd ze Prinses Paardenbloem om vervolgens languit te gaan liggen en in een schone slaap te vallen. Klein Geluk ook in een boeiende zin, die binnenkomt en raakt. Hoe is het mogelijk dat een combinatie van enkele woorden een mens van zijn sokken blaast of dieper laat schouwen.

winter 2018 3

Klein geluk zijn de poezenpoten in de verse eerste sneeuw, poezenpoten sowieso, omdat je ze zacht en aaibaar weet, het grijze vel. Het zijn de enveloppen op tafel, klaar voor het versturen en de voorstelling van de verwachtingsvolle ogen, als de inhoud naar buiten glijdt. Het is de slaap achter mijn ogen die zorgt voor nog een uurtje soezen, een verlichtte vuilnisman achter op de rijdende vuilniswagen, het filigrein van de boomtakken voor het raam in het schemerduister, een goede film, het juiste boek.

003-1.jpg

Klein Geluk zijn de woorden die ik iedere dag weer vind, om het gevoel te vangen. Klein Geluk is de lezer die het ontvangen wil. Klein Geluk is wie je bent en wat je voelt en wat je denkt en wat je doet, waardoor je al die anderen ontmoet. Klein Geluk ben je.

Uncategorized

Aandacht, kunst en liefde

Ondanks de tegenslagen van de afgelopen dagen sluimeren er van die mooie kleine bacteriedodertjes, anders dan de antibiotica, tussendoor. Kleinzoon komt een kusje brengen en tovert uit de gitten glittertas uit de verkleedkist van zijn moeder, een borsteltje dat ik allang niet meer had gezien. Zo’n plastic inklapborsteltje dat je uit moet drukken om te kunnen gebruiken. Ingevouwen is het een rond doosje zo groot als een handspiegel. Terwijl hij borstelt zie ik zijn moeder terug met haar kleine handjes en eenzelfde parmantig gebaar. Ze kijkt me vergenoegd aan en de jaren vallen ineen als in een waas, de jaren tachtig en nu. Maar ook zie ik mijn eigen moeder die met haar borstel haar ‘Wasch en watergolf’ recht strijkt en opduwt in de beslagen spiegel van de bescheiden badcel in de Amandelstraat. Herinneringen vlechten is een geliefde bezigheid geworden.

015.JPG

Ik maak een serveerschoteltje van een mandarijnenschil en hij peuzelt vergenoegd achter elkaar twee exemplaren op. Waarnaar hij in het holletje duikt, waarover ik hem zojuist verteld had. Geef ze de tijd om over de dingen na te denken. Ze komen vanzelf wel. Daar in dat knusse stukje geborgenheid hoort hij deel één van de Pozzebokken, schijnbaar afgeleid, maar één en al oor. Hij moet vreselijk lachen als de moeder uit het verhaal de naam verhaspelt in ‘Bozzepok’ of iets dergelijks.

Pozzebokken

Dan is er zwager, die opbelt over Jut en wat een handig idee is, waar het de aanwezige elektra betreft. Slopen is de beste optie, want luchtvriendelijke ledlampen lijken een perfecte oplossing voor een vervuilend aggregaat met dieselolie en veel lawaai. De arme levende have op de tuin zou zich spontaan een bult schrikken bij het horen van al dat decibellengeweld en het ruiken van die walmende vervuiling. Er zijn betere wegen die naar Gods akker leiden. Verder gaan mijn kabouters gestaag door met de wederopbouw van het karkas. Wat een heerlijk weten!

Vriendinnen appen en mailen met tips en hulp en warme digitale vitaminen en aandacht, een warm bad, dat in dank aanvaard en ontvangen wordt. waar zou je zijn zonder al die lieve aandacht.

033Detail van ‘Ragazzo van Caravaggio

Ik lees van vriendlief een ode aan Caravaggio met de folder van het centraal Museum erbij en bedenk, dat het zo iets bijzonders is. Ik was al van mijn sokken in Antwerpen in het Museum van Hedendaagse Kunst. Daar hing zijn ‘Ragazzo morso da un ramarroIndrukwekkend en intrigerend. Die helderheid, die uitdrukking, het eindeloze verhaal dat zich vertelde op het doek. Elk doek is een buitenkans.

Zoonlief komt een mooi scheef kerstboompje brengen. Lief en aandoenlijk is ze, zoals ik zelf ook altijd zoek. De kansarme. Haha. Met een beetje aarde staat ze zo weer recht op haar kluit. Maar gisteren nog niet. Vandaag zijn er twee paar van die spierballenbielzen, om de boom neer te zetten en omzichtig de lampen er in te hangen. Daarna kan ik haar elke dag mooier kleuren met mijn oude kerstversiering. Het gaat goed komen.’

 

Een eerste aanzet met ‘Zomervlucht en dan komt de nacht’ wordt gemaakt, maar de letters dansen hun eigen verhaal. Te vroeg, straks beter. Vriendin voegt een mooi verhaal over het Japonisme bij op social media. Het volgende project in ons geschilderd leven. Daarbij wordt Madame Butterfly genoemd en er is een afbeelding van Breitners meisje in witte kimono. Een van mijn absolute lievelingen. In mijn hoofd openen zich de perspectieven. Geen geisha’s van de plaatjes, maar de mensen van vlees en bloed met de bloesemtochten van Monet, van Gogh, Whistler met zijn porseleinen prinses, de golven van Hokusai.

Met een hoofd vol val ik in een helende slaap. Opstand van bacteriën geveld door een beetje antibiotica en prednison en véél aandacht, kunst en liefde.

 

 

 

Uncategorized

Nu, vandaag of morgen

Energie die als een vloeibare massa traag wegstroomt door het afvoerputje. Er waren al de hele herfst voortekenen. Elke natte mistige dag gorgelde een deel weg. Twee stappen vooruit en een stap achteruit, dat effect. Er waren wat deadlines en belangrijke afspraken en toch ook bezinning op mijn bank, vaste plek vanuit mijn kamer, waar ik de lucht kon zien veranderen van grauw grijs naar hemelsblauw en vice versa. Donkere dagen voor kerst is iets om letterlijk te nemen, leert natuur ons.

Het lichaam had al haar misstappen een voor een opgespaard en maakte er een optelsom van. Vermoeidheid, check, lome ledematen, check, hoestbuien, check, scheurende longblazen, check, verhoging check, geen enkele ondernemingsdrang meer check, ontstoken oog, check, volle neus, check, snotterende aanwezigheid check.

009

Tule netje eromheen, kerstlint om het vast te knopen, strik erin en klaar was ik. Exacerbatie en longontsteking hing er als een kaartje aan te bungelen. De stapel boeken naast mijn bed lachte. Eindelijk was de grote verlossing nabij van een maandenlang stilzwijgen en bladzijden op elkaar persen. Zafon, Claudia, Bouazza en Komrij en hun Wagner, Kalmann Stefánsson, Roos Schlikker en Griet. De kleine Beatrice op mijn doek moet wachten in een groot vacuüm van wit. Straks, later, is er weer alle tijd van de wereld.

De prednison en de antibiotica grijnzen. Ze liggen op hun rug te spartelen in mijn ellende. Kleine onderdeurtjes. Maar zonder red je het niet en dat weten ze maar al te goed. ‘Heb je maagbeschermers.’ vroeg de norse apothekersassistente. ‘Jawel hoor, 20 mg is dat afdoende’. Een droge knik. Oké.

Koortsachtig, wat toch knap is voor iemand die nooit koorts heeft, trek ik de geplande gangen na. Kerstboom kopen, optuigen, met de jongetjes op stap naar theater, voetbalmuseum en nog een voorstelling, kersthachee voorbereiden. Ze moeten op een lager pitje. Het leven stap voor stap.

006

Het uitzicht wordt de natte donkere straat, de flat beneden, de lucht en de gedachte. Dat noem ik binnenvetter spelen ten top. Zuslief wilde langs vandaag, maar de vermoeide draak in mij wimpelt het af, net als de musical en het etentje op eerste kerstdag. Met het hoofd eerst maar goed onder de dekens, het ruisen van het verkeer als achtergrondmuziek, de gedachtestroom als ondertoon. Dit jaar dan misschien alleen een kerstboom in mijn hoofd. Meer dan ooit is de behoefte aan en het verlangen naar warm en lichtjes en familie, aan geurende dennenappels in het open vuur, aan wandelingen door een winterbos, vogels spotten op hun eigen kerstreces.

008

‘Om mani pad me hummmmm’, zoemden de kinderen en ik, als we daar sterk behoefte aan hadden in tijden van onrust en vermoeienis en er bezinning nodig was. We trokken de zon in ons omlaag tot op de kleermakerzit-knieën met duim en wijsvinger en ontvingen haar warmte in de open handpalm. Dat moment kwam op vrijdagmiddag, tussen spel en weeksluiting in, als de gemoederen oververhit waren van een hele week aan indrukken. Het hielp altijd. Zelfs de grootste belhamels met hun motorische onrust, sloten de ogen en trokken aan hun eigen zonnetjes. Warmte is op te roepen.  De mantra uit het verre Oosten had vooralsnog alleen ten doel om naar binnen te keren. Binnenvettertjes voor het ogenblik.

Berusting. Laat het maar stromen, de lettervreter heeft een kerstmaal, dat nauwelijks geëvenaard kan worden. Het komt allemaal vanzelf weer goed. Nu, vandaag of morgen..

 

 

Uncategorized

Opnieuw geboren

het hoofd is vol

geen plek voor gedachten

nu start het grote wachten

op  frisse wind en lafenis

de dag sluimert door

en scheurt dan soms in twee

of drie of vier

uiteen

wijsheid waaiert naar beneden

als een verdwaalde veer

tot in mijn grote teen

 

ik duik onder de dekens

en voel me

schuim

op de golven

grint op het land

het knarst

het schuurt

het trekt haar voren

zakt weg in vergetelheid

morgen weer

en dan

opnieuw geboren

Uncategorized

De kleine geschiedenis

Het hoofd zit dicht. Er kan niets meer bij. Het is volledig afgesloten. Elke holte levert dof snuiven op. Het voelt niet fijn, maar zolang ik me koest hou en op bed blijf zitten is er niets aan de hand.

Bij inspanning, de futiele aanpak, bijvoorbeeld was in de machine stoppen, is er een confrontatie met het onvermogen. Het voorover buigen, was pakken, was in de trommel doen, wasverzachter en wasmiddel erbij, deur dicht, knop aan sorteert in als de gesmeerde bliksem, heftig hijgend als een ‘Hert der Jagt ontkomen’, naar bed terug.  Zo voelt het ook. Aangeschoten wild. In de kracht van je kunnen geraakt, een voltreffer. Gisteren was het al duidelijk, de hele week eigenlijk en ik had eerder bij de huisartsenpraktijk op de stoep moeten staan. Ik kan jullie niet vertellen hoe zeer je daar soms genoeg van hebt. Het rituele geweeklaag en het doekje voor het bloeden als oplossing. Antibiotica en prednison.

001

Soms maakt het kiezen tussen twee kwaden gewoon te kwaad, maar ook dat helpt je niet. Integendeel. Gelukkig bestaan de bezigheden deze week vooral uit papieren en digitale post, brieven voor het klein geluk, reviews van de theatervoorstellingen, filosofische verhandelingen richting de Wijze en voor vriendin.  Ik liep gisteren met mijn eucalyptisch engeltjes in mijn tas naar het restaurant een flinke straatlengte verder. Het mistige natte weer hing laag als een deken over alle druppende restanten van wat vanmorgen nog een witte wereld was. De wereld huilde. Al dat vocht in de lucht slaat elke vorm van lucht terneer. Het was een wonderlijke tocht met die zaagmachine binnenin mij. Hartelijke ontvangst met het verleden en heden. Vertrouwde koppies, fijne gesprekken die soms verbazingwekkend eerlijk werden. Dat gebeurt dus als je weet dat het leven niet zekerder is dan het moment van zijn.

Schoonmama nam haar muizenhapjes van de min of meer gestuurde keuze. Een frietje, een onooglijk stukje vis op haar vork en daar bleef het wel bij. De wijn smaakte haar beter en de garnaaltjes vooraf hadden de oude maag allang voldoende vreugde gebracht. 96 Jaar en te mogen aanzitten met de familie is een mijlpaal. Een paar keer per jaar is er zo’n reünie. Voorts gaat ieder zijns weeg.

De laatste tijd heb ik met de komst van Jut veel meer contact met zwager en eigen broers. Vergenoegd kreeg ik de prachtige beelden van mijn gestaag vorderend ateliertje voor ogen. Geïsoleerd, ramen erin….Broers en schoonzoon van een van hen en de facilitaire zwager zijn net kaboutertjes. Iedere keer wordt het mooier en volmaakter. Ze gaan gestaag en onbezoldigd verder. Wat een liefde spreekt daaruit. Het ontroert. Misschien ook wel omdat dit zo maar in mijn schoot geworpen is. Ik vertrouw op de glimmende kooltjes van enthousiasme, die bezweren dat het weer het mooiste huis op de tuin zal zijn, net als het oude.

Jut wordt een paleisje. Waar make-overs al niet goed voor zijn. Straks moeten ze nog schuren en verven, het dubbel glas in de kozijnen gehangen. De kleine zwarte houtkachel krijgt een mooie nieuwe plek. Wat een luxe en rijkdom. Jut van Juul, een adelijk onderkomen voor het nieuwe werk, retraite, zuurstof voor allen en rust.

002

Ik verzamel moed. Ga straks naar beneden voor de eerste koffie en weer omhoog. Dat gaat niet vanzelf. Het verlangen naar snerpende vrieskou stijgt met de seconde. Droog, koud weer, adem die dan afgesneden wordt door de wind, maar zonder het gepiep en gekraak, frisse buitenlucht, zuurstof voor twee. Tuin, mijn roodborst, de koolmezen die hun verhalen kwetteren, de boomklevers, de winterkoning, die zo parmantig hipt, ze vormen mijn eigen sprookje. Met Dantes Beatrice en andere beelden om tot eeuwig leven te wekken. Wie weet. Tezamen schrijven we de kleine geschiedenis.