Uncategorized

Wat kunst al niet vermag

Een jongetje dat helemaal opgaat in het stuk. Hij klapt, hij stuitert bijna van de bank. Hij is te bewegelijk, stoort anderen met zijn gefladder, maar ik smelt als ik de gelukzalige glimlach op zijn gezicht zie.

De juf ergert zich zichtbaar. Kijkt verstoord om, steeds naar hem, terwijl er om hem heen ook wel wat gebeurt. Haar focus ligt niet bij de dans, niet bij de andere kinderen, niet op haar collega’s of mij, maar slechts op hem. Ik zie het verbeten trekje om haar mond. Het vreet zich dieper en dieper. Op het podium is er een scene gaande waarbij totale anarchie heerst. Iedereen laat zijn eigen binnenbeest los en niemand luistert meer naar de vormgever van het experiment. Ze dirigeert iedereen in een hoek, ze bijt van zich af, nijdasserig versterkt het zich, ze begint te schreeuwen en daarna brult ze in een oerkreet al haar ongeloof en onmacht uit totdat ze in een catarre verstard.

002-5.jpg

De juf spiegelt zich onbewust en het jongetje dat in het lawaai steeds wiebeliger en beweeglijker wordt, maar die lieve grijns oprekt van oor tot oor, moet het ontgelden als hij per ongeluk in zijn enthousiasme een buurman van de bank stoot. Als door een adder gebeten springt de juf op en sleept hem aan zijn arm de gymzaal uit. Hij protesteert nog zwakjes, maar dat levert alleen een verbetener aanpak op. Na de voorstelling zit ik naast hem en vraag hem hoe hij het vond. Hij heeft genoten. Ik vertelde hem dat ik dat kon zien én dat ik er dubbel blij van werd. Echt waar? Het jongetje keek me vol ongeloof aan.

Tijdens de fantastische voorstelling zat er ook een andere jongen naast me. Hij bleef om zich heen kijken, aandacht trekken met getrommel op een van de twee paarden waar de bank tussen geklemd was en volgde gespannen de onrust op het toneel. Het werd hem duidelijk te veel. Hij vond het zo spannend, dat hij toch bleef kijken tussen alle afleiding door. Hij trommelde zijn onrust weg, ritmisch, op de maat van de muziek en als hij uit de pas was, trommelde ik voor. Zo hadden we ons eigen spel zonder woorden. Hij, de kleine trommelaar en ik. Dan keek hij me vol ongeloof aan, terwijl ik snel mijn ogen weg draaide. Aandacht zou de woordeloze communicatie veranderen en teniet doen. We genoten beiden.

004Natte kleding drogen voor de tweede voorstelling

Er waren twee keer honderd kinderen tijdens een dansvoorstelling van Binnenbeest van De Dansers en de jonge dansers, vijf in getal, konden 50 minuten lang de aandacht nagelen. De eerste, de kinderen van een wat onrustige speciale groep, drukten bij het lawaai de handen tegen de oren, doken ineen bij het schelle geluid, maar tot het uiterste getriggerd volgden ze ook ademloos de grappige, koddige, uitdagende, beweeglijke dansers op het podium.  De grote groep daarna was muisstil op de lachsalvo’s na.

Het was weer een topdag. Op het moment suprême zat de buurman van de trommelaar na afloop te huilen op de bank in de kleedkamer, waar ze hun schoenen uit moesten doen. Iemand van de andere school had zijn laarzen laten staan en de zijne aangetrokken. Hij dacht dat er enkel nog meisjeslaarzen stonden en weigerde die aan te trekken. Hij haalde alle argumenten aan die hij maar kon verzinnen o zijn verzet te rehabiliteren. Zijn moeder, meisjeslaarzen…zijn moeder weer. Aan het hoopje verdriet en wanhoop kwam geen eind, ook niet nadat ik de ander school gebeld had, dus nam zijn begeleidster, de stagiaire, het kind op de rug, galoppeerden we als echte paarden, die hadden we net gezien, naar de auto en reed ik spoorslags naar de andere school. Laarzen omgeruild. ‘Zie je het waren precies dezelfde, geen meisjeslaarzen.’ De opluchting was groot. Ik was niet zijn vriend, maar wel een goed alternatief.

Ook aan fijne voorstellingen komt een eind. Opruimen, kletsen met de dansers en de regisseuse en op huis aan met een warm gevoel. Wat kunst al niet vermag.

Uncategorized

Zoete dromen

Dat je denkt zeeën van tijd te hebben en dat die binnen een seconde van bedachtzaamheid zijn opgedroogd tot een half uurtje, dát. Vooral als je net je ogen hebt opengeslagen. Op die momenten zou ik de tijd terug willen draaien. Met de kinderen deed ik dat wel eens letterlijk. Ik riep dan: ‘Stop schatjes. Laat alles vallen. Even overnieuw’. Dan draaiden we met ‘jabbertalk’ aan een denkbeeldig wiel en begonnen overnieuw. Het is zo’n heerlijk spontaan bewustwordingsmoment, waarbij je een mindset kon maken. En het werkte!

023

Maar nooit als het op tijd aan komt. Haha, de minuten slaan me per seconde om de oren. Het was een latertje, de avond ervoor. Ik had les in Utrecht. We waren allang wéér de tijd vergeten. Om rond elven reed ik weg van de pittoreske kade, het glibberde en schoof, maar het zag er prachtig uit. Ik had niet langer privéles, maar er was een cursist bijgekomen en het was weer pittig maar waardevol geweest. Het accent lag op kijken. Dat moet niet moeilijk zijn als je je ogen gebruikt, hoor ik jullie denken. Niets is minder waar. Het is een fenomeen, datje al heel lang kan oefenen, maar waarbij je toch ziende blind als een olifant door de porseleinkast stommelt. Met de ogen op een kier keken we naar mijn jongetje. Hij stond verkeerd in het beeld. Waarheid. ‘Dan gaan we overnieuw’. ‘Nee joh’, zei mijn teacher in roll, maar de wil om nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de beren op mijn tekenpad, bracht een bepaalde standvastigheid boven. Natuurlijk wel. Met titaan is het makkelijk blörren. Binnen een tel was de vorige sessie verdwenen. Kijk, daar werkte het wel. Dus veel is er wel aan tijd terug te draaien. Je begint eenvoudigweg opnieuw. En weer liep ik vast….

‘Alleen een ezel stoot zich twee maal aan dezelfde steen’, mompelde het verleden over mijn schouder. Nou…ik kan het wel drie of vier keer hoor. Ten slotte stond ik echter zelf de aanwijzingen op te sommen. Ik zag het eindelijk. Het effect is of je het licht ziet, maar het kwam pas ná de handeling. Eerst had ik nog tersluiks opgemerkt dat ik nóg niet was opgeschoten. Daar greep mijn stut en toeverlaat in. Ze deed wat meer dan waardevol was. Ze noemde de reeks leerpunten op, waar ik mee had geworsteld en die ik had overwonnen. Ik keek nog eens naar mijn paneeltje en toen pas vielen de schellen van de ogen. Nee, ik ben er nog lang niet, maar er waren hobbels en obstakels en ik ben tot in het diepste diep gegaan om ze te overmeesteren. De basis is waar het om draait. ‘Kill your Darlings’ is een meesterlijke uitdrukking en niets is minder waar, maar alleen als je de vesting weer opbouwt, steen voor steen, en de problemen tackelt. Als het niet lukt, weer en weer en weer. Eindeloos vertrouwen in dat ene licht dat komt, het kwartje dat valt, de kennis die indaalt, op het juiste moment dat het komen moet.

022

Met mijn ‘collega’ ging het precies zo. Ze had een fantastisch opzetje van een portret gemaakt en was er toen met straffe lijnen in aan het werk gegaan. De hardheid van de kleuren werden stukje bij beetje aangepakt en opgelost. Kijken, terug lopen, nog weer kijken, terug lopen, nog weer kijken en proberen. Het effect werkte verruimend. Ineens wisten we allebei tegelijkertijd dat dit onnoembare precies was, wat we we wilden leren in deze cursus. De kracht van het geheim van deze meester. Als het in woorden gevangen moet worden, is het niet mogelijk. Kijk, luister, doe. Dát, bovenop alle andere kennis en telkens weer.

Thuis in bed, al ingedoezeld van vermoeidheid, schoot ik wakker. De Parkmobile. Haastig greep ik mijn mobiel. 82 cent stond er in de geschiedenis. Ik had 82 cent uitgegeven en de rest van de avond heeft de auto onbetaald onopgemerkt staan wachten op mijn terugkeer. Dat scheelde weer een tientje. Met een grote grijns, de glorie van het overwinnelijke, op het netvlies, dook ik terug in mijn zoete dromen.

Uncategorized

Een leven lang

Kinderen, wat een bron van inspiratie zijn ze toch. Vanmorgen bij de voorstelling, zat, terwijl alle informatie verder over zijn hoofd heen uitwaaierde, een jongen op het puntje van zijn stoel. Hij had een guitig koppie met een ontwapenende lach, die niet van zijn gezicht week. Hij keek zijn ogen uit. Naar de beelden, naar de acteur, naar de kast. Iedere keer als er een verborgen of openlijke grap langs kwam schaterde hij het uit en stootte zijn buurman en vrouw aan. Nog net geen dijengeklets. De emotie was van zijn gezicht af te lezen ondanks de gebeitelde glimlach. Een nog nauwelijks beschreven open boek.

002

De kunst van de humor is om het net niet teveel boven de kinderen uit te laten stijgen, maar ook niet te laag in te koppen. Het mag aan grenzen raken. De doelgroep vijf, zes, zeven heeft vileine humor. Na een reeksje wereldmuziek kwam er ineens een modern populair ‘meisjes’muziekje tussendoor, dat onmiddellijk herkend werd en een enorm lachsalvo ontfutselde. Ik moest om uitleg van de grap vragen. De ‘bad jokes’ werden met ongeloof ontvangen of lokten een schuchter glimlachje uit. Dat zal ie toch niet bedoelen. ‘Het is geel en je kan er op staan…een kui….’. Dit soort gruwelijke mokerslagen tussen de goedmoedige speldenprikken gaven de waarde aan het spel, verrijkten de intentie, juist omdat ze de waanzin van dit soort harde grappen niet schuwde. Het is de kennis van de meester die de taal van zijn leerlingen spreekt. De laatste groep was een woelige groep, onrustig vaak, maar ze waren in de handen van de acteur mak als een lam, plooibaar als was. De leerkracht kwam het hem nog in het bijzonder vertellen. Ik had de ervaring niet willen missen.

Adrianus I  (middeleeuws schilderij van onbekende schilder

Ooit had ik een wonderlijke leraar geschiedenis. Hij was tevens het hoofd van de school. Als hij binnen kwam dan draaide hij zich om naar het bord, pakte een wit krijtje en riep: ‘Schrijf op, één…’. Daarna draaide hij zich om met de wisser in zijn hand, gooide het als een ongeleid projectiel tegen het prikbord achter in de klas aan en begon te vertellen. Fantastische verhalen over dappere ridders en wenende jonkvrouwen, woeste kenaus en barmhartige Florence Nightingales die vochten en zalfden, boude uitspraken, rauwe beweringen en lieflijk gefluister. Voor mijn ogen begon het fluweel te ruisen, de voiles te golven, de witte volanten te waaieren. Paarden galoppeerden voorbij, strijd was er, bloedig en rauw, het kermen, de bedelaars met hun nap, hun lompen, de modder, de drek. Ik kon het ruiken. Zoals ik het gebraad rook, het gerstenat zag schuimen, de verwilderde ogen van de angstige paarden. Geen rust meer in mijn hoofd zolang hij aan het woord was. Schrijf op, één, maar ik had geen woorden voor de waterval aan taferelen. Op de golven van mijn eigen fantasie zwom ik in die woelige zee der verbeelding. Thuis bestudeerde ik de getekende platen in het boek. De kragen, de stoffen, de mantels, de wambuizen, de schoenen en de lange gewaden met de verhoogde taille.

013

In mijn kledingkast ligt onderin nog altijd een witte bloes met de wijd uitwaaierende geplooide mouwen, ruimvallend, een schildersbloes, nee, meer dan dat alleen. Een stil verlangen naar de verhalen van toen, een weemoed naar de opgeroepen beelden van weleer. De nostalgie van de leerling voor haar oude meester, die de taal van zijn leerling sprak en daarmee de verwondering wekte. Ze duurde al een leven lang en zal nooit ophouden te bestaan.

Uncategorized

De volgende zet

Leusden lag een kleine file te ver weg. Maar met moed beleid en trouw haalde ik ruim op tijd de Tuin. Wat een lieflijk en intiem theatertje is daar verstopt achter het grote winkelcentrum en de borden met werk in uitvoering, omleidingen en verwarrende aanwijzingen. De klein Prins reed onverstoorbaar en in een rechte lijn naar de plaats van bestemming, zoals het een echte prins betaamd.

Een uur voor aanvang en nieuwe kindersnoetjes was alles al in stelling gebracht en het decor opgebouwd. Het hele theatergezelschap dat ik in mijn hoofd had bestond uit zegge en schrijve een man. Vol verbazing hoorde ik dat hij de speler van de Wagners opera van een paar dagen er voor was geweest. Toeval? Daar geloof ik allang niet meer in. Het leek erop dat als een rode draad door de voorstellingen heen de ontdekking van de acteur als het door mij bewonderde idool van een vorige voorstelling zou worden. Er zijn vervelender rode draden geweest. Er ontspon zich een genoeglijk gesprek over het thema van het verhaal. Afscheid. Fantasie en realiteit vlochten zich door elkaar. De kinderen kwamen binnen. De groepen vijf. zes en zeven met hele kleine krielkippen en lange lijzen. Verwachtingsvol, luid kakelend om de spanning te verbergen, was het wachten op de laatste groep fietsers. De juf met rode vlekken in de nek ‘ Sommige hadden hun sleuteltjes nog binnen liggen toen we op het punt stonden te vertrekken grrrr. ‘ Zo gaat dat.

001

De jassen werden op de tafel gelegd of gesmeten, zorgvuldig opgevouwen of in een das geknoopt, zoals een jongen deed. Tergend langzaam, alsof er geen hele theatervoorstelling aan het wachten was op de laatkomers. Met zachte drang maande ik hem tot haast. Het manusje van alles wilde het woord om te vertellen dat ze naar het toilet moesten als er nog nood was, want tijdens de voorstelling was het niet meer mogelijk. Giebelend doken de meisjes de dameswc binnen. Enkele jongens maakten van het aanbod gebruik.

‘Hans’ stond al in tenue te wachten en hield eerst een praatje vooraf. Wisten ze wat onverschilligheid was. Niemand. Hij haalde termen aan, die hen allen bekend waren. Boeien, What-Ever, kan mij ’t schelen. Iets om over na te denken. Geen moralistische preek daarna. Alleen die zinnetjes. De kiem was gezaaid. Daarna werd gevraagd of ze wel eens afscheid hadden moeten nemen. Daar kwamen de verhalen over een opa, een scheiding, vakantie, een verhuisd vriendje, een vader, het konijn of de cavia. Dezelfde die ik altijd weer hoorde in mijn eigen groep met kinderen die jaren jonger waren. Afscheid zit in alle groeven van elke ziel, daar valt niets aan af te dingen. Scheiden is lijden, zeiden ze vroeger. Het is de waarheid, hoe oud of jong je ook bent.

003

Het stuk was komisch, avontuurlijk, eigentijds en had een bijzondere ondertoon. Ze waren geboeid en doodstil, lachten om de grapjes, werden geraakt. Een jongen had zijn moeder aan de zijkant zitten. Hij wist het en was behoorlijk aandacht aan het trekken. Voeten op de stoel van de voorganger, kletsen met de jongens naast hem en speelde met zijn sleutels zodat ‘Hans’ uit zijn rol moest stappen om hem te waarschuwen. Hij keek steeds tersluiks naar zijn moeder, alsof hij wachtte tot ze wat zou zeggen. Ze negeerde het. Misschien wel de beste oplossing. Meester of juf reageerde niet.

Het sprookje eindigde met een lang en gelukkig leven voor Hans en zijn mooie prinses en voor de kinderen met een prachtig nieuw verhaal om op door te bomen en te ontleden. De boodschap was duidelijk.

Bij de jassen stonden ze weer te babbelen, maar de toon was anders. Iedereen had zijn jas al aan. Bij een van de tafeltjes stond de jongen knoop voor knoop zijn jas van de das te ontwarren, verdween weer in zijn eigen universum. Ik maande hem stilletjes tot de volgende zet.

Uncategorized

Ze telt dubbel

Het was zo’n zonnige winterdag gisteren. Mooi scherp en droog weer. Mijn longen veerden op en hadden er weer zin in. Het zagen was gestopt en met volle teugen haalden ze de zuurstof binnen en ik de schoonheid. Waar ik de vorige dag geen meters kon maken, had ik er nu de pas weer in. Wat heerlijk om net te kunnen doen of er niets aan de hand was. Amelisweerd lag als een cadeau voor me open met een nieuwe strik. Er was een brandnieuw pad gemaakt van de parkeerplaats naar Rhijnauwen langs de zeven bunkers.

54.JPG

Er liep enkel een mijnheer met een hond en verder niemand. Dat vroeg om een nadere verkenning. Heer en hond waren op de hoogte van de laatste boerderij toen twee honden luid blaffend over de omheining sprongen en de lopende hond kwamen begroeten. We bleven alle twee stokstijf staan, heer en ik. Als in een ouderwetse film kwam er een vrouw met een schort over het erf gerend. Ze riep luid en waarschuwend de namen van beide honden. De twee raakten aan de praat en uit de lichaamstaal, een arm die naar de parkeerplaats wees en naar de honden, kon ik opmaken dat hond niet over dit pad heen mocht. De vrouw dirigeerde haar beide blaffers weer terug naar de boerderij. De  man keerde om. Ik groette hem vriendelijk.

53    4

Het was prachtig. IJskristallen waren rijkelijk uitgezaaid over de graspollen en gaven het hele weiland een fonkelend voorkomen. De zon zette extra luister bij.Halverwege was weer zo’n gemoedelijk klaphek, als waar ik in het begin ook door moest. Het geluid van het dichtvallen zorgde voor een Aha-beleving naar de knoestige klaphekken in de weilanden, waar we doorheen zwierven toen de kinderen klein waren. Halverwege kwam ik wandelaars tegen die door de laagstaande zon pas gezichten kregen toen ze dichtbij waren. Lieve vrienden, hoe was het mogelijk. Toeval bestond niet. Dochter, ooit, achttien jaar geleden onder mijn hoede, was erbij. Het leven suist voorbij als je er even bij stil staat, daar op dat nieuwe weggetje in Amelisweerd.

44.jpg    46.JPG

Langs het pad dat naar de schapen leidde, trokken de bomen lange statige schaduwen over het weiland. De schapen verblikten of verbloosden niet. De bruine keek me wat lodderig aan en maalde toen verder met zijn kaken. Lekker zo’n ijsje. Door Rhijnauwen liep ik terug en zag kleine pimpelmezen, mussen, duiven en hier en daar een verdwaalde kauw.

33.jpg

Poes kwam even aanlopen bij het oude gekrulde hek dat de tuin op slot hield. Ze gaf kopjes en mauwde wat. De oude bleekroze hortensia’s met de prachtige rode hulstbessen erachter luisterde haar wereld op. Het was geen onverdeeld genoegen, al vroeg ik me af waar ze thuis zou horen, want buiten en alleen leek me koud en eenzaam. Het oude schuurtje zou niet genoeg beschutting geven. Ze keek me na met een ongeschreven verlangen en draaide zich toen om.

25.jpg    27.jpg

Het was veel te druk bij de veldkeuken om aan te schuiven dus ik liep door en kwam op de brug nog een vriendin tegen met man en kind. Op zondagen is half Utrecht aan de wandel in het oude vertrouwde bos. Als je de weg weet, zijn er altijd paden te vinden waar je je alleen op de wereld waant. Onder de oogverblindende ondergaande zon sloot ik de dag af met een bliksembezoek bij zus en broer. Het was, wat je noemt, een dag van aangenaam verpozen in eenvoud. Ze telt dubbel.

 

Uncategorized

Craquelé

Drie jaar geleden kwam er een documentaire langs van een Nederlandse kunstschilder van Spaanse afkomst. Lita Cabellut had een tentoonstelling in Zwitserland. Immens hoge portretten aan de wanden, een vrouw die precies aangaf waar en hoe haar werk diende te hangen. Een flamboyante dame met een eigenzinnige uitstraling, vol passie en emotie. Het werk was prachtig, met vreemde plooien, belletjes, glans, afgelakt en op geheel eigen expressieve wijze verwoord. Ik haalde vriendin erbij en vroeg haar met me mee te kijken. Wat ik nou toch gevonden had? Zo werkt dat dus. De grootste inspiratie komt op eigen tijd en eigen uur binnen het blikveld. Wat een ervaring.

146.jpg

Na de eerste keer van mijn ontmoeting via de beelden op internet nam ik glorieus afscheid van school. Een feest dat 30 jaar passie voor de kinderen en de groep luister bijzette. Het groepscadeau was een schilderij van mij op groot paneel, geschilderd door alle kinderen van de school met een zelfgemaakte lijst erom heen. Vriendin leidde de activiteit en mijn portret was geïnspireerd op het werk van…Lita Cabellut en werd specifiek benoemd bij het aanbieden ervan. Ik was even trots als ontroerd, geraakt en vreugdevol, dankbaar voor de kinderen die ik jaren had mogen begeleiden, de goede vrienden om me heen, ouders, de liefste collega’s, veel meer nog dan dat, zielszusters en het cadeau in het bijzonder.

026.jpg

Lita Cabellut bleef manifest in de herinnering door het portret. Toen haar tentoonstelling werd aangekondigd in oktober was dat een niet te missen kans. Weliswaar later dan gedacht was gisteren de dag van een tweede kennismaking, maar dan nu in ‘levende’ beelden. Ze maakt gebruik van een techniek met gemengde materialen, die ze tot in de finesses wist uit te werken en nu, jaren later, zag ik de andere werken, met verfrolletjes, de kisten, het beeldhouwen, die het beeld vervolmaakten.

Niets wordt aan het toeval overgelaten, ook al lijkt het zo. Ze weet precies, welk effect een handeling beoogt. Mijn bewondering was groeiende.

046  048  049

Ook toen ik haar grote vazen en beelden zag, de bloempartijen vol kleur. Humor met weemoed, pijn achter de glimlach, alle ogen kijken me aan met een verleden, die door merg en been snijdt. De spiegeling van elk tweede werk, de verfrollen en elk derde werk, driftig in stukken gehakt, flarden, flinters, fluisteringen blijven niet achter, maar zijn gelijk aan de eerste. Ze vormen het onderdeel van het hart onder, de schaduw achter de beeltenis, de ziel van de kunstenaar. Met verbazing constateer ik later dat ik de laatste, het derde doek, vaak niet heb vastgelegd. Alle werken staan er op maar niet de in flarden gescheurde verbeelding. Niet dat ik het in de gaten heb. Dat is het vreemde. Het gaat onbewust, wordt pas opgemerkt bij thuiskomst, als ik de foto’s aan het inladen ben.

024-2.jpg

Het is die wereld, die het meest intrigeert. De prachtige entourage, het museum van Jan van der Togt in Amstelveen past naadloos bij haar grote doeken. Om elke hoek beneemt het uitzicht je even de adem. Het is imposant, groots en meeslepend en daar is niets karikaturaals aan. De verwrongen gezichten, maar vooral die ogen bleven eindeloos om aandacht vragen.

094.JPG

Afscheid van de vriendinnen en met zuslief trek ik naar de dunne ijsschalen aan de Poel, de verstilde gouden rietkragen. Samen met het het weidse uitzicht, laat het de beelden samenvallen met rust en overpeinzing. We horen de specht, hij hamert zijn vreugde over de koude gloed, de reiger trekt zijn schouders wat hoger op en kijkt mismoedig naar zijn bevroren voedingsbron. Een dun laagje ijs ligt in craquelé over de plas. Lita in natura. We hadden het niet mooier kunnen treffen.

 

 

Uncategorized

Niet meer en niet minder

De kleine Blauwe Prins stond stijf van het ijs op me te wachten. Het leek wel of ik de macht over mijn krabbertje had verloren. Met achteloosheid aaide ze poeslief over de pittige ijs-lagen, zonder enig effectief resultaat. Ik had nog een piezeltje antivries. Met geduld in de strijd werd het vanzelf warmer en het ijs gebroken, de kleine prins verlost.

043De kleine Blauwe

Afgelopen dinsdag had ik tijdens de theaterpresentaties een dansvoorstelling gezien van de kleine Prins. Het was voor het voortgezet onderwijs. Alles wat het verhaal aan kracht heeft, de doordenkertjes, de verstilde momenten, de filosofie, werd in vijftig minuten totaal te niet gedaan. De roos werd een zwabbertante, die raaskalde en ongecontroleerde boude uitspraken deed. De koning, de lantaarnopsteker en de administrateur zwakke aftreksels van de uitgesproken types, die ze voorstellen. Vos, arme vos…in het verhaal een topper, de kern tot vriendschap, werd een pathetisch zwijmelend poolvosje. De slang hield een flauw en oneindig kat en muisspel, terwijl in werkelijkheid de kleine Prins de slang in de woestijn wel tegenkomt, maar die zat hem niet achterna en bedreigde hem niet .Ze hebben een prachtige verhandeling over de dood.  Ten einde vraagt slang of hij Prinsje dan mag bijten. Wat een volledig andere invulling is, dan er aan het geheel gegeven wordt door het achterna zitten.

In zo’n presentatie, een hele dag voorstellingen, zitten altijd wel een paar van de mindere Goden. Iedereen leert uiteindelijk door fouten te maken en het is geen ramp. Maar de schoonheid van het prinsje zelf, het groene pak, de blonde krullen en aandoenlijke blauwe ogen, zijn lichtvoetige dans, stonden in schril contrast met deze uitleg van de filosofische diepgang van Antoine de Saint-Exupéry en  haalde de prins meer naar beneden, dan ik voor mogelijk hield.

006Wagner

Een goed voorbeeld van hoe je een oud verhaal in een nieuw jasje kan steken was, even later, een voorstelling met animatie, muziek, stop motion, absurdistische trekjes gelardeerd met good old Wagner. Niets ontziend werd de authentieke opera verweven met een aandoenlijke populaire toon, plastic poppetjes, die reuzen spelen, een neppe Nibelungenring, en Sneeuwwitje als de wonderschone Freya, niets is te dol. De toon is  trefzeker en de muziek wonderschoon. Daardoor werd het een appetijtelijk schouwspel, waar geen eind aan hoefde te komen, terwijl we de kleine Prins zo’n beetje van het toneel af hadden gekeken. Dat is een graadmeter van kwaliteit. Niets is zo trefzeker als het gevoel.

009

Met de kleine Blauwe, die van mij heeft een hoog gehalte aan sociaal vermogen, reed ik over de gepekelde straten richting Utrecht. Mijn eigen ‘theater’ in, de wereld van de Zeventiende Eeuw, met penseel, potlood en gum. Er zit evenveel drama achter als bij de verrichtingen op het podium. Het is nauwelijks te doorgronden en een ware queeste, die in de Nibelunger Ring niet zou misstaan. Na de Asperges van Coorte en de foudralen, mocht ik weer een boek, de suikerpot van mijn oma en een kommetje van de oma van de meester vorm geven. Volgende week komt er nog een limoen bij, die subtiel correspondeert met de Anna-groene gloed over het bowlglas van Oma.

Als te verwachten was, bleek het boek, ondanks mijn zwak protest over al die foudralen, toch uit perspectivisch oogpunt weer veel moeilijker dan verwacht. Alles wat te leren valt vooral met open vizier en verwachtingsvol ontvangen, was mijn insteek. Geduld beoefen je met kleine stappen die een groot effect beogen, omdat ze doorwerken tot in het detail van het grote werk. De basis dus. Niet meer en niet minder.

 

 

 

Uncategorized

Oogverblindende zon

Vanmorgen geluibakt. Ouderwets, zoals het kan op een vrije ochtend. Niet helemaal waar, want het huis schreeuwt al dagen haar onmin van de daken. Ik hou me oostindisch doof, zoals ik van mijn moeder geleerd heb. Als je er niet naar kijkt, zie je het niet. Er is geen speld tussen te krijgen. De luiheid geeft vermoeidheid alle ruimte. De regen die bij tijden tegen de ramen klettert doet de rest. Tijd om je in te graven. Er schijnt een winter aan te komen.

Toch weet ik mezelf bij de haren naar de douche te slepen. De fysio wacht. Om precies één uur zwaai ik de deur van de therapieruimte open. In de startblokken en rustig aan het tempo op te voeren. Er komt niets van in. Voor de verandering is het gewoonlijke schema tijdelijk vervangen voor een looptest. Dat betekent een zwarte koude riem onder je trui op je blote bast op harthoogte. Een horloge-hartslagmeter om. Saturatie bij aanvang 97. Dat is mooi en ruim voldoende.

Afbeeldingsresultaat voor groene gekko

Bij de looptest moet je in de gang 6 minuten lang een baan van ongeveer 50 meter heen en terug lopen. Aan het begin en het einde staan twee pionnen waar je om heen moet zeilen. Ik zet er stevig de pas in, zoals altijd als ik vergeet dat kuieren me zoveel beter uitkomt. Het is wel de bedoeling. Ik moet de looptest van juli bij zien te houden of voorbij streven. Twee keer wordt mijn gang belemmerd. Een keer door een mevrouw die uitgebreid de schilderijen van de gekko’s wil bewonderen. Ze hoort me niet en ziet me niet. Mijn gedachten denken haar een aantal stappen verder en warempel, op het nippertje stapt ze door.

De tweede keer door de oude baas van de therapie. Hij heeft grijs haar en een toupetje daar bovenop, dat een wonderlijke tweedeling van zijn hoofd maakt. Alsof je een drempel over moet voor de bovenliggende delen. Hij is heel lief en zucht voortdurend, slentert wat, zucht nog eens en probeert het dan toch telkens weer. Een enkele keer laat zijn oog een traan los, die zich naarstig een weg zoekt door de vele groeven in zijn gezicht. Dan stopt hij, trekt een grote witte zakdoek uit zijn zak om hem weg te vegen. De bretellen houden zijn wijde broek omhoog die, net als de toupet, hoog in de taille het lijf in tweeën deelt.

Ik loop stug door, verstand op nul, concentratie bij het ademen, maar hoor het zagen diep van binnen. Het lukt wel om de benen aan te sturen het tempo te dragen. Aan kracht is er nog nauwelijks iets ingeboet. Het is de zuurstof, ofwel het gebrek daaraan, dat parten speelt.

002.JPG

Iedere keer roept de stagiaire dat er een minuut voorbij is. Sneller toch, dan verwacht zijn de zes minuten om. Snelheid gedaald en de saturatie is gekelderd naar 90. Veel te laag. Daar komt steeds de vermoeidheid vandaan. Afgelopen dinsdag van het station naar het theater met de vriendinnen, moest ik ze vooruit laten gaan, want ik wilde een tandje lager. Dan kon ik het beter in toom houden. Met moed, beleid en trouw zijn schommelingen misschien wel te voorkomen of in ieder geval te minimaliseren.

Achteraf was ik blij dat ik toch gegaan was. Na rust kon ik weer verder. Een grappig circuit waarbij ik met de zware bal in de lucht mijn naam moest schrijven. Mijn partner in crime heette Jaap, spelde ik uit. Tien jaar ouder en stukken trager spiegelt zich het voorland, Geen zorgen voor de dag van morgen. Een waarheid waar je een eind verder mee komt. Ieder gepieker is goed voor een graadje saturatie minder.

Nog even een robbertje roeien en we waren weer boven Jan. Of Jaap. Net hoe je het hebben wil. Buiten had de regen plaats gemaakt voor een uitnodigende oogverblindende zon.

 

 

Uncategorized

De warme gloed

Binnen in mij voerden de adrenaline, endorfine en dopamine een dans uit en hielden vannacht de slaap buiten de deur. Wat een heerlijke avond was het. Ergens halverwege het jaar hadden we besloten een leesclub op te richten en een boek was snel gekozen door onze tweede man, die niet aanwezig kon zijn die avond. Hij had hem al klaar liggen. Ik heb er eerder over geschreven. Het was het boek ‘Zomerlucht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stéfansson. Aan het begin van de avond gaf iedereen een cijfer en daarna zouden we pas de ervaringen uitwisselen. Het boek werd voorzichtig en wat minnetjes beoordeeld door twee, drie vonden het wel een goed boek. Het schommelde tussen een mager zesje en een zevenenhalf.

013

Fijn om met vertrouwde gezichten de diepte in te gaan en de bevindingen te kunnen delen. Al gauw, en dat is bij dit speciale boek bijna niet anders mogelijk, zaten we op de diepere lagen in de vertelling. De een had zich gefocust op de indeling van de hoofdstukken en het verband daar tussen, een ander had de personen onder de loep genomen, weer een ander de traagheid, waarmee het verhaal zich ontspon en er was iemand die zich verdiept had in de locatie, de bijzondere ongelijke verdeling van licht en donker, dag en nacht. Een dag van maar vijf uur lang in een dorp waar nauwelijks iets te beleven viel. Waar de argwanende soberheid omtrent de indruk van het boek verdween, verscheen de intense ondertoon, de diepere laag.

024

We gingen mee in de schrijver zijn existentiële vragen, zijn eventuele bedoelingen met titels van het boek zelf en de hoofdstukken, de vormgeving, de verteller. Langzaam gloorde het licht aan de horizon en zette het kleine doodgewone dorp in een gouden zonlicht. Korte dagen zijn geen probleem als de kwaliteit van het licht zich verdubbelt. Voor de lezer, wars van alle ontberingen, kwam die verheldering mondjesmaat maar gewis dichterbij.

De schrijver bleef heer en meester en het was aan hem om te bepalen of de uiteindelijk verwonnen gelukzaligheid zou aanhouden. Met een donderslag, een steen ter grootte van een menhir verpulverde het zomerlicht.

Aan het eind van de avond, wat een aangenaam verpozen werd, hoe vermoeiend de laatste dagen ook waren geweest, keken we elkaar aan. Niet alleen waardeerden we het boek op, maar maar ook de ‘leesclub’ zelf. Het feit, dat we naar elkaar konden luisteren, ideeën uitwisselden, na zouden denken over diepere gedachten en gevoelens. We tipten zijdelings het eigen leven aan. Stiltemomenten voor de overpeinzingen van de een, het verdriet van een ander, de waarde van het lezen van een boek met elkaar. We spraken over eindigheid, geloof, liefde, de betrekkelijkheid in de aard der dingen. Loslaten, ouder worden, boeken, kinderen, relaties, de verschillende manieren van zijn in een mens. ‘Wie ben ik’ werd er onmiddellijk uitgefilterd.

093

Ik moest denken aan mijn moeder en haar kerkgemeenschap, haar gespreksgroepen en de vreugde die ze daar aan beleefd had. Dit was vanuit een andere invalshoek maar niet minder effectief om dieper en waarachtig met elkaar in gesprek te gaan. Nu naar aanleiding van veilige fictie om diepgang te vinden en de essentie aan te raken. In alle opzichten was de keuze van het boek en het idee van de leesclub een meerwaarde dat ons ten deel gevallen was. Geen wonder dat hormonen vrijelijk stroomden en de slaap aan de nacht voorbij liet gaan.  De keerzijde was het gevoel van rijkdom, een gouden greep, kostbaar als het licht dat boven het fjord uit kwam rijzen. De warme gloed, die alles betekenis gaf en geven zal.

Uncategorized

Wat een lieverd

Ik heb gisteren een blauwtje gelopen. Ik wist niet dat dat nog kon op mijn leeftijd. In dit geval kwam het door een gebrekkige organisatie, twee verschillende instappoortjes naast elkaar, die er voor zorgde dat het gebeurde.

002

We hadden de hele dag in andere werelden vertoeft. Het was de presentatiedag van STT-Produkties in Zwolle en elk theaterstuk voerde je mee naar een andere beleving. Gezellig keuvelend en vol van alles wat we gezien hadden, liepen vriendin en ik terug naar het station. Altijd genieten, daar in Zwolle, van de nostalgie die ik van Utrecht uit de vroege jaren van het bestaan kende. De wijk die zoveel leek op de oude stationswijk uit de ‘good old days’ in mijn geboorteplaats. Hier in volle glorie, daar kapot gemaakt en vervangen door het grauwe Hoog Catharijne van weleer, Betonstad bij uitstek.

006Wagner

Op een station meer je niet aan, maar meer je in. We haalden onze passen langs de scanners en de poortjes ontsloten zich. Keuvelend en op ons gemak nestelden we ons in de bank bij het raam in de trein. Geen stilte coupé, want er moest heel wat uitgewisseld worden aan ideeën en ervaringen. Het thee-uurtje in het restaurant was daar niet toereikend genoeg voor geweest. We zien elkaar voornamelijk op dit soort hoogtijdagen of op afspraak.

In de verte waren conducteurs druk doende hun controles uit te oefenen. Vol vertrouwen haalde ik de pas uit de portemonnee Op het moment suprême, mijn pas op de scanner, keek hij me aan en liet me weten, dat ik niet had ingecheckt. ‘Pardon, we hebben samen ingecheckt naast elkaar en het hekje ging gewoon open’. ‘Ja, zei de conducteur ‘Maar U hebt ingecheckt bij Blauwnet’. Ik moet hem wat glazig aangekeken hebben. Daar had ik nog nooit van gehoord. Het was me volledig onbekend dat er nog een heel vervoersnetwerk met baas in eigen buik in het Oosten rond waarde. Hij keek me pijnlijk medelijdend aan en vertelde dat ik op het station moest uitchecken en vervolgens de 20 euro bij de klantenservice terug moest vragen. Anders had ik dubbele strop. Ik moet glazig hebben teruggekeken. Ik zat in het hoofd met Wagneriaanse Nibelunger klanken en Filoslovische teksten en daar kwam hij met een verhaal over een volslagen onbekend verschijnsel. Ik voelde me als Alice op bezoek bij de hoedenmaker.

001

We ritsten het euvel voor het vervolg van de reis uit onze gedachten en hadden nog een genoeglijk samenzijn tot aan Amersfoort. Daar ging vriendin verder met de bus, maar ik kon behaaglijk, met mijn hoofd vol afwezigheid, de reis vervolgen samen met een jongen in een eigen geluidsbubbel en een mijnheer die de schaatsmuts diep over de oren had getrokken.

Op het station ging ik naarstig op zoek naar de informatie. Ik werd vriendelijk doorgelaten door een mevrouw onder alweer een blauwe knop, die het toelaatpoortje tweede van rechts voor me opende. Daarna naar de OV-kaarten service. De man stond me vriendelijk te woord en vroeg me of ik geen boete had gekregen van 50 euro. Nou nee. Dan had ik mazzel gehad. Hij raadde me af te bellen naar Blauwnet. Dan was ik vermoedelijk veel meer kwijt dan het tientje dat ze nu van mijn kaart af hadden gehaald. Oké. Als hij dat zei, geloofde ik hem onmiddellijk op zijn vriendelijke blauwe ogen. ‘U bent een engel’, gaf ik hem mee, wat me op een brede grijns kwam te staan. In de bus terug naar huis, bedacht ik me, dat het bijzonder slim was geweest om de zaak te parkeren en me pas weer druk te maken op het juiste moment. Ik appte naar vriendin, dat het door mij getrakteerde taartje geheel op rekening kwam van de dienstdoende conducteur. ‘Wat een lieverd’ appte ze terug. Ik kon het alleen maar beamen.

 

 

Uncategorized

De dag kon nu al niet meer stuk

Gisteren stapte ik uit bij de Neude. Een bewuste keuze, want de volgende halte op het Janskerkhof was nog net dichterbij geweest, maar ik wilde even slenteren. Hoe lang was dat niet geleden, dat ik de tijd nam om naar de kleine geluksmomenten te kijken die op mijn pad lagen. De bijna verlaten Neude, een vlag onhandig ergens in mijn vizier gepoot, nodigde uit tot een bedachtzame tred. Ik besloot om eerst de Minrebroederstraat in te duiken. Aan het eind zag ik het torentje, dat eens van de sigarenwinkel was, lang geleden.

003

Als heel klein meisje had ik daar op mijn knietjes voor het raam gezeten om naar de studentenoptocht te kijken met imposant verklede figuren.  Dat en de onrustig snuivende paarden even daarvoor, toen we door de menigte liepen op het JansKerkhof, kleurden het beeld in mijn hoofd. Spanning en griezelen omdat je niet wist wat er gebeuren zou. Mijn wereld werd op dat moment bevolkt door reuzen, iedereen was groter dan ik. De geschminkte gezichten werden nog dikker aangezet door het lantaarnschijnsel, de donkere mantels, de roerende trom. Achter het raam waande ik me eindelijk veilig daar voor de onnavolgbare wereld daar beneden, in het zachtgele licht van het kamertje met het uitzicht op de straten. Het geurde naar eieren, gebakken eieren met spek.

Op dat moment, volkomen uit het niets, scheurde mijn pas herwonnen geborgenheid uit elkaar toen er ineens een reusachtige Dood van Pierlala opdoemde vlak langs het venster. Dat, de gruwelijke aanblik van zijn grijzende tanden, geel en akelig tegen het wit, de zwarte kraters van ogen, lieten me onbedaarlijk schrikken. Mijn angst vulde de kamer en ik gilde, gilde. De beelden hebben zich vastgezet in mijn hoofd en werden door de loop der jaren oneindig veel groter. Ergens is daar vooral de kiem gelegd voor alle onderbroken nachten vol angst, die zich verder voedden met de verhalen van de bende van de zwarte hand uit Pietje Bell, realiseer ik me ineens. Beelden die  de grens van het onbewuste zorgeloze bestaan overschreden naar de bewustwording.

004

Het kon ook nooit de toren geweest zijn, maar moest het venster op de hoogste verdieping aan de straat zijn geweest. De domkerk heeft er imposant achter gelegen en het beeld versterkt.Het huis lag er nu zo vroeg op de ochtend vreedzaam bij. Ik slenterde voort, de herinnering achter me latend en zag de enorme trap van een verhuurd complex, waarbij, iedere keer dat je hem zou moeten beklimmen, de moed mij in de schoenen zou zakken.

007

Even verderop schommelde de kleine Flipje van Tiel in de te koop staande oude bibliotheek.  Dat was nog zo’n herinnering. Ze stond niet meer helder voor de geest, maar lag met haar gerafelde randen te wachten tot ik het herkende. De rijen met boeken, de houten vloeren, de imposante trapportalen en mijn moeder die mij, ons, mee had genomen naar binnen toe. Het ademde een andere tijd, alsof je door de deur het verleden was binnengestapt.

018

De wandeling rond de Kloostergang was bijna vanzelfsprekend, ook al brulden de werklui boven hun muziek uit en sneden ze de stilte aan flarden. Binnen was het stil en vanuit elke hoek steeds imposant. De voetstappen klonken holler door de verlaten gangen. De achteruitgang was niet open, dus ik liep langs de bouwsteigers met kerstverlichting er weer uit, terwijl er achter me een vrolijk ‘Goeiemoggûh Dame’ klonk. Ik kon het alleen maar beamen. Dat was het. Een heerlijke morgen, ze kon al niet meer stuk. De zon kwam te voorschijn en zette het Domplein luister bij. De deuren van het UCK stonden uitnodigend open. Eerst een kop koffie aan het venster van het nu nog stille plein.

024.JPG

Een hele goede morgen als je alle tijd van de wereld neemt om op de plaats van bestemming te komen.De dag kon nu al niet meer stuk.

Uncategorized

Kom maar op

De agenda geeft drie overvolle dagen aan, met allerlei fijne dingen, cadeautjes eigenlijk. De energie is nog niet helemaal terug. Gisteren had ik de lumineuze ingeving om mijn lidmaatschap bij de sportschool te verzilveren. Dit gebouw heeft oranje muren met zwart en grijs-accenten. Ze temperen mijn enthousiasme en werken belemmerend op de drang om aan te pakken. Het is niet eerlijk om de entourage de schuld te geven. Ik ben gewoon nog niet fit genoeg.

011-1.jpg

Hoe moe kan je zijn, als de roeimachine niet hoger kan dan 1. Dat is echt laag. Normaal gesproken zit ik op tien. Of werken deze roeiers anders. Hoe dan ook. Amelisweerd lijkt verder weg dan ooit. Hetzelfde geldt voor de fiets, die ik in dit geval gewoon links laat liggen. Wandelen is een betere optie. Geen sinecure, maar ik kan het het best volhouden. Om me heen werken kwieke dames en meiden in fitte gestroomlijnde sportkleding zich in het zweet, de snelheid aangepast aan het strakke lycra materiaal. Mijn wollige  joggingbroek met wijd shirt passen dan ook perfect bij mijn schapengang. Tevergeefs probeer ik de scan op mijn telefoon te krijgen. Ik doe iets fout, maar vraag niet om hulp. Niet fit genoeg om de onwetende oudere te spelen. Te labiel. Ik moet eerst mezelf weer in elkaar knutselen.

De boodschappen daarna zijn mijl op zeven. Ongelooflijk. Waar komt toch dat zware gevoel vandaan. Niet van die 30 minuten op de loopband en die tien minuten roeien. Ik sleep me naar huis met kleine hapjes voor straks. Ik weiger in griep te denken. Te lang ben ik al onder de pannen geweest qua fysiek onvermogen. Wie gezond wil, moet omhoog denken. Ik zit in de lift. Toch? Ja joh…

‘Secret Behind the Veil 02′ Foto: Wiki

Ondertussen maak ik leuke afspraken om naar uit te kijken. Een dagje naar Waddenoyen  als het weer wat beter wordt, een dag naar de tentoonstelling van Lita Cabellut met vriendin en zus. Ik wil die techniek, die alom geroemde, nou wel eens van dicht bij zien. De vrije kreukzone, so to speak en zie prachtige en interessante programma’s op televisie. Zondagmiddag is een mengelmoes van cultuur, spanning en mooie doordenkers voor in de kleine uurtjes. Op de bank ben ik een hele piet.

Vandaag en morgen zijn er theatervoorstellingen om te beoordelen vanuit de klankbordgroep. Een hele dag in het theater is ook een in de schoot geworpen verrijkende manier om je dag door te brengen. Aan de  andere kant moet je ook de hele dag alert zijn. Ik stop het kleine aantekenboekje alvast in de tas. een kattebelletje helpt goed, wat steekwoorden en je zit er weer helemaal in. Een beetje zich zelf respecterend theater heeft ook de trailers paraat. In die zin is het een stuk makkelijker, om weer terug te zijn op die ene dag in januari.

Ondertussen zoekt het hoofd naarstig naar een passend boek voor de recensie in het nieuwe nummer van mensenkinderen en ik vind er een. Naadloos past ze binnen het thema. Alleen al die mazzel is in staat om de dag op te liften tot een niveau, die alle fysieke vermoeidheid doet vergeten.

Foto Pandora spiegelposter De poster van de stichtng Pandorra

Als ik naar de ondertiteling kijk van een fragment bij Paul Witteman, het zondagmiddag, muziekprogramma bij uitstek, valt het me op dat aan de andere kant van het scherm, bij de vertalers ook iemand niet alle energie op een rijtje heeft staan. Ik filter drie fouten en ben verbaasd. Dat was ik vandaag ook naar aanleiding van het niet vooruit te branden zijn. Fouten maken mag. Ik denk aan de stelregel die vandaag voorbij kwam op Twitter: ‘Heb ik een probleem als ik niet voldoe aan wat ‘men’ als normaal bestempeld?’ vraagt ‘Filosofisch Denken’ zich af. Ik antwoord, dat er maar een antwoord mogelijk is. Dat stond op een spiegelende poster in 1974 van de stichting Pandora. De tekst luidde: ‘Ooit een normaal mens ontmoet…En …beviel het?’ naar een kronkel van Simon Carmiggelt.

Het slaat de spijker op zijn kop. Het doet niets af aan de vermoeidheid, maar voegt wel iets toe. Relativering. Dat is wat nodig is om een beperking op z’n plek te laten vallen. Ik ben er klaar voor. Kom maar op.

 

Uncategorized

Sepia en nostalgie

Er is een film opgedoken van vier groten der beeldende kunst, Monet, Renoir, Rodin en Degas. Grote rijzige mannen in een decor van licht en schaduw, waar een filter van rook overheen wordt getrokken, waardoor de sfeer nog diffuser wordt. Op Youtube vindt ik elk beeld afzonderlijk, duidelijker en helder.

 

 

 

 

Het mooie ervan is de concentratie waarmee ze aan het werk zijn, de waarneming van de omgeving, met name de inspiratiebronnen als tuin, atelier, de straat. Monet in zijn geliefde Giverny, Degas maakt een wandelingetje door Parijs, Rodin slaat de splinters in zijn baard, als hij werkt aan een van zijn beelden. Zijn kop is net zo gebeeldhouwd als zijn objecten om hem heen. De handen van Renoir intrigeren. De knoestigheid ervan vormen een schril contrast met zijn lichtvoetige balletmeisjes. Alle mannen hebben baarden en zijn boven de zeventig. Lange jassen, grote huizen, furore.

 

 

 

Het belang van het vastleggen in beelden. Dat begreep een jonge acteur in het jaar 1915, toen hij de film maakte, Sacha Guitry. Letterlijk leg je het tijdbeeld vast voor het nageslacht. Hoe kostbaar, dat we nu nog kunnen zien hoe ze destijds te  werk gingen, weliswaar zonder woorden, maar in gebaar. De voorstelling van een wandelende Monet door de tuinen van Givenchy staat vanaf nu als een beeld van Rodin op mijn netvlies gebeiteld.

 

De wandeling van Degas door Parijs heen voegt daar een extra bijzonderheid aan toe. Het Parijse leven uit die jaren, de kleding, het wandelen, een straatleven met andere Parijzenaars.

 

 

Het is al weer een tijd geleden dat ik de wereld van mijn ouders probeerde te duiden uit de boeken met foto’s, die er opdoken toen mijn vader overleed. Er zijn beelden bij van voor mijn geboorte. Sepia gekleurde foto’s die een heel ander leven verried, dan waar ik me een voorstelling van kon maken. Hoe moeilijk is dat te doorgronden. Zo moet het voor mijn kinderen nauwelijks te bevatten zijn hoe mijn jeugd zich heeft voltrokken. Het is een reden om te vertellen hoe dat leven ervaren werd. Fotobeelden alleen zijn niet voldoende. In de tijd dat zij klein waren, had ik helaas geen geld voor een filmcamera. Er zijn mensen waarbij het leven zich als een film ontrolt op een witte muur. Bij mij is het een grote puzzel geworden van een enorme hoeveelheid foto’s. Hoe kostbaar ze zijn besef je pas, als het in lengte der dagen achter je ligt.

029

De twee bakken onder mijn bed heb ik gedigitaliseerd. Nou ja, ik heb ze gefotografeerd en ingevoerd op de pc. Met de bruiloft van een van de tweeling heb ik diens ‘fotoboek’ in een kistje met kostbare fotoafdrukken gevat. Als iemand er niet meer is, zoals de vader van de vier, zijn foto’s zoveel meer waard. Ze zijn de stille getuigen van een verhaal, van een leven.

Ze krijgen meer waarde als je de kleur en de geur rond de beeltenis weet. Ik kan me nog heel goed voor de geest halen hoe het bij oma rook en bij ons thuis, de kamer van de zeven jongens ’s morgens vroeg bijvoorbeeld of de geur van tot pap gekookte koolraap of bloemkool, die door het huis heen trok. De vochtige aardelucht van de kelder. Geur kleurt de waarneming op minstens zo’n bepalende manier. De geur van ons eigen huis, toen de kinderen nog klein waren, de hoge vochtigheidsgraad met de tweedehands, vermeende Perzische tapijten, de biezen matten, het kurk op de muur en het weelderige groen. Ze drukten een stempel op de beelden evenals de hondenmand en Lazy met zijn natte vacht, die typische hondengeur.

Ooit kwam ik binnen in een huis van een kennis, waar een doordringende poezengeur de harmonie doorsneed en uiteen reet. Een muur van geur. Net als die keer dat ik in Bulgarije met drie vriendinnen ging dineren en dat er een grote vochtplek voor een intense negatieve beleving zorgde. Er kon geen hap meer door mijn keel. Geur en kleur ontbreken aan het filmpje. Maar met wat fantasie, mijn opa achter zijn sigaar en hoe dat rook, de geur van olieverf en terpentijn daar doorheen, puzzel ik al heel wat geurfragmenten bij elkaar.

Deze zondag is precies druilerig genoeg om terug te deinen op de beelden van het verleden. Terug  naar mijn tijd en veel langer geleden. Sepia en nostalgie.

 

Uncategorized

Feest moet gevierd worden

Ik zing in een band. We maken muziek….De saxofoonklanken blikken omhoog tegen de hoge muren op, de bas, duikt omlaag, gitaar sluipt er melodieus omheen, terwijl de drumstokken de maat aangeven. De kinderen drommen naar binnen. De houten gymbanken staan uitnodigend klaar. Ze schuiven op de banken heen en weer net zo lang tot het schijnbaar geordend zit. Sommige drummen of tikken met hun vingers of de voet de maat direct al mee. een meisje o de achterste bank blijft staan, haar heupen wiegen heen en weer, terwijl haar hoofd langzame en bedachtzame buigingen naar voren maakt op de maat van de muziek. Ze heeft kleine kroezige ingedraaide vlechten. Ze steken grappig af tegen de banner van de Jazzband, beiden staan in mijn blikveld.

002

Bij deze laatste sessie zijn opmerkelijk veel ouders. Het merendeel laat de mobiel voor wat het is of gebruikt het om foto’s te scheten. Bij de eerste voorstelling zat een dame met onvoorstelbaar lange wimpers en puntige zwarte nagels haar mobiel te bewerken alsof ze een nieuw stuk aan het schrijven was voor de band. Als er ruimte was tussen het tikken door, dan vooral om iets op te merken tegen de buuf, waarbij beiden ginnegappend weg doken. De band speelde onverstoorbaar door. De kinderen knipten enthousiast mee, doken de tunnel onderdoor, wiebelden op een hobbelweg en klommen de hoge berg over.

Ergens was er ook een juf, die te dicht op de beleving zat. Ze bleef corrigeren met ogen die boekdelen spraken. Soms vernauwden ze zich tot spleetjes, wrongen ze zich tot kattenogen, sluw en belerend, dan weer groot en verongelijkt, een wenkbrauw omhoog getrokken, maar altijd vlak boven het kind heen gebogen. Die kon er niet meer omheen. De kinderen achter haar ook niet. De halve band was achter haar schootsveld verdwenen. Ik zat achterin en zong mee en klapte. De melodieën kwamen aanwaaien, de tekst zette zich vast, de ritmische bewegingen gingen los. Twee kinderen improviseren met een roffeltje op het drumstel, alles is te leren en te proberen. Het allerbelangrijkste is dat in de Jazz niets fout kan gaan. Ze groeien onder hun roffels door.

008-e1547284987263.jpg

De directeur van de muziekschool/annex gymzaal ijverde zich om het iedereen naar de zin te maken. Hielp mee zware banken sjouwen, zette verse koffie, deelde folders uit voor zijn eigen kleine bedoening. Het was drie dagen lang achter elkaar een feest. Een school meldde zich af. Niet genoeg rij-ouders, te ver weg, waren de argumenten. Door schade en schande weet ik wat er achter steekt. Leerkrachten, die misschien al tot over hun oren in het werk zitten en dit als extra werk zien. Maar bovenal, een onderschatte inschatting van het rendement. De kinderen die naar buiten liepen na de voorstelling, ‘Dat was écht leuk hè’ vrolijke gezichten, dansende voeten, konden er weer een hele ochtend fanatiek tegenaan nu ze gelaafd waren door de heerlijke klanken van Roos en haar band en het avontuur, waar ze in meegenomen werden.

007

De energie die van het stel afspatte, had effect. In de auto neuriede ik de liedjes na, werd wakker met een baslijn, spetterde onder de douche de drumstokken stuk en raffelde de trap af met een scheurende sax. Een harten strelende gitaarsolo doorbrak de stilte en zoonlief was in een keer wakker. We namen na zeven keer hartelijk afscheid van elkaar, een knuffie voor Roos en de jongens een hand. De directeur had voor  een laatste vrolijke noot gezorgd. Vijf kinderen droegen vijf vlijtige liezen naar voren, een diepe buiging en het einde was een feit. Wat een heerlijk begin van de dag. Muziek is feest. Nu spoorslags naar vriendin, met Apfelstrudel in de aanbieding. Feest moet gevierd worden.

 

 

 

Uncategorized

Liefde

‘Wanneer is liefde op zijn waarst. Als hij begint of als hij eindigt? Wat een mooie gedachte werpt Filosofe Stine Jensen naar me toe, vanuit een Driegesprek met de acteurs en regisseurs Leopold Witte en Geert Lageveen in de nieuwe  Zin van deze maand.  Ze merkte het op vanuit haar essay over haar eigen eerste liefde, die haar iedere dag brieven zond en die zij beantwoordde met post its. Ze noemt de liefde een handeltje in aandacht. In dit specifieke geval miste ze het pas toen de brieven niet meer kwamen. Dan vallen alle puzzelstukken haarfijn in elkaar en komt het besef van hun betekenis ten volle.

Voor mij geldt, dat liefde ‘op z’n waarst’ is als ie van twee kanten komt. Het gevoel voor elkaar dat daadwerkelijk op een zelfde hoogte staat. Ik kan het weten, want ik mis een dergelijke liefde al heel lang in mijn leven waar het de relatie betreft. Aan de andere kant zijn er daardoor zoveel nieuwe vormen van liefde bijgekomen. Het hechte stramien dat geweven is door de jaren heen met de kinderen is zo voedzaam en een ware groeibodem voor oprechte liefde. De zorg voor elkaar, even het kattebelletje, dat er aan je gedacht wordt en vice versa en weten dat je te allen tijde het leven kan delen met elkaar. Ik ben de moeder en zij de kinderen, maar de scheidslijn verdwijnt en dan worden we liefhebbende partners.

011

De kostbare liefde van de vriendschap is voor de vrouw in mij van belang. Het weten op een zelfde level te zitten, met interesses die in elkaar haken en nieuwe inzichten brengen. Genegenheid en aandacht als iets moeizamer gaat in een periode met daarbij de ondersteuning van een goed gesprek, dat diepgang heeft. Een kleine attentie of genegenheid die zomaar, plotseling, naar je wordt opgestuurd, ongevraagd, maar die laat weten dat er aan je gedacht wordt. Hoe ontroerend. Dat laatste gebeurde me van de week. Een mooi en zorgvuldig ingepakt pakketje in de brievenbus, een boek met een bijzonder lieve wens voor mij. Dat diepe gevoel dat het opriep, ook al zien we elkaar nauwelijks. Dat zijn de ware hartsvriendinnen.

043.JPG

Die vriendenliefde is me intens dierbaar geworden.  Zo is er ook zussenliefde. Vanuit het niets een zus die belt, even horen hoe het met ‘mijn zussie’  gaat. Alle vier hebben we die aandacht voor elkaar, de behoefte om er met z’n vieren op uit te trekken, het leven te delen, gedachten uit te wisselen. Er zijn nog veel meer broers, waar we ook genegenheid voor voelen, maar de band met ons vrouwen is heel sterk geworden de laatste jaren.

Aan de andere kant is het waar, wat Stine noemt. Liefde moet wel gevoed worden. De toebedeelde aandacht vraagt om de antwoorden. Niet dat dát de intentie is waarom gevraagd wordt, maar zo wordt liefde nu eenmaal gevoed. Weten dat het van twee kanten komt. Zo ontwikkelt ze zich, tegen de klippen op, tegen de moeilijkheden in. Liefde is voor mijn gevoel op zijn sterkst, als ze groeit. Juist als we in staat zijn door alle moeilijkheden heen, als het tij aan het tanen is, de energie minder, de beren op de weg te zien zijn. Ze is op z’n sterkst als het onvoorwaardelijk is. Niet overgaat of eindigt. Dát is in mijn leven ook de kracht van de vriendenliefde en de zussenliefde. Er kan nog zoveel gebeuren, we kunnen het nog zo oneens zijn met elkaar, maar dat staat de liefde die we voor elkaar voelen niet in de weg. Het vertrouwen en het respect, de warmte en het klankbord.

120

‘Liefde is op zijn waarst als je het mist’, was misschien al voldoende stelling geweest. Want liefde, onvoorwaardelijke liefde, blijft van een ander houden, hoeveel butsen ze ook soms op kan lopen. Er is wel een eindigheid aan. Op het moment dat ze verguisd wordt en slechts van een kant komt. Als de echo niet meer terugkaatst, maar over de heuvels verdwijnt. Dan wordt liefde verlangen en alleen zijn eenzaamheid.

 

 

Uncategorized

En niet minder

Het was een korte maar nuttige nachtrust, met vreemde snoeshanen, rare kwasten en penselen. Te midden van de dartelende tubes van diverse merken, Old Amsterdam en Rembrandt werden we achterna gezeten door wonderlijke, uit het niets opduikende mannen en vrouwen. Ze dreigden ons gevangen te nemen. Op een drukke autoweg verstopte ik me achter een boom in de middenberm en zag een van de auto’s dwars door een boom heen rijden zonder een piezeltje blikgebrek. De angst sloeg me om het hart, maar zoals bij iedere droom, waren er weer ontsnappingsmogelijkheden te over. Even onvoorstelbaar als het bij elkaar gedroomde verhaal zelf.

022

Het was niet verwonderlijk, want vlak voor het slapen gaan, had ik drie uur lang met mijn neus boven de verf gehangen. Het medium wat ik gebruikt had, had een lichte roes in het hoofd veroorzaakt en gedachten zweefden, even later op de bank thuis, in een zoete vaart. Dat werd ook veroorzaakt door het feit dat we de tijd vergeten waren. Het was een privé les geworden en dermate oneindig leerzaam. Mijn Teacher in Roll had geen duidelijk omlijnde plannen. Daarnaast werd het een aftasten naar de ander. Wat voor vlees heb ik in de kuip, maar dan oneindig veel vriendelijker. Er  werden belangrijke tips and tricks gedeeld omtrent aanschaf van de kostbare olieverf. De doeken en panelen werden besproken en het verschil ertussen. Kwastvoering kreeg een voorname rol. Zo heeft iedere leraar zijn eigen stiel. Kijken en afstand nemen was wat ik vooral leerde. Iets waar ik bij Knockart al mee bezig ben, maar wat voor de verhoudingen van het lichaam nog extremer moet.

Ik tuurde tussen mijn oogwimpers door op zoek naar vorm en tussenruimte en moest wennen aan het werken met dat medium. Er werd gelaafd met thee en koekjes, jazzmuziek en daarna met Amélie Poulain filmmuziek. We zweefden ‘La Douce France’ en de middellandse zee in. Warme zon op de koele schouders.

023Benen weer laten verdwijnen

Kleinzoon op het witte paneel zorgde voor een reis naar het zonnige Portugal in de herfst van 2017 en de heerlijke ontspannen sfeer. Met zijn voeten in het water sprak er iets anders uit zijn houding. Om hem heen spatten golven uiteen tot op zijn veilige plek. Broerlief waaghalsde in de golven en sprong en dook. Met twee zwemdiploma’s op zak is daar geen kunst aan, maar als je die nog niet bezit…Zijn twijfel werd meegevoerd op de golven en zond een boodschap uit. De handen open en aarzelend, wachtend op een angstvallig samenknijpen als het te spannend zou worden. De ernstige overweging verspreide zich over het door zon gefilterde water. ‘Spring je… Ja,? Spring je…Nee? Kom nou, ik wacht op jou’ in een variatie op het thema

Hij is schoorvoetend gegaan, weet ik, maar bleef veel dichter bij de vloedlijn. Aan de waaghalzerij van zijn broer waagde hij zich niet zonder vleugeltjes. Verstandig kind. Nu, twee jaar later ploeterde ik op zijn beeltenis. Kwam hij al opdoemen uit de eerste verfopzet. Met medium kan je gummen. Nooit geweten. Je veegt er ook het wit weer in terug. Te allen tijde valt er iets te ontdekken. Steeds weer opnieuw. Er valt overal een ‘spécialité de la Maison’ te vinden en dan daar een optelsom van te maken, desnoods vliegend in droomwervelwind. Ze weten altijd een manier om te beklijven. Te samen vormen losse flarden, wars van een halsstarrige leerstroom, een grillige eigen identiteit. Dat is het kostbare dat gefilterd wordt. In gouden zonlicht ditmaal en niet minder.

 

Uncategorized

In de beweging van de gedachte zelf

In het blad Filosofie uit mei 2016 stond een artikel van de hand van Paul van Tongeren, die het wandelende leven van Nietzsche uit de doeken doet. Hij resumeert dat Nietzsches boeken ‘wandelend’ geschreven zijn. Een stelling die op te maken valt uit de quotes van Nietzsche zelf. Ik maak al ‘eeuwenlang’ voor mijn gevoel, gebruik van dat wandelen om de geest te scherpen, als ik in gesprek wil met iemand.

amelisweerd 26 december 2014

Vraagstukken waarbij ik een overweging moet maken of waarbij ik een nadere beschouwing in samenspraak met een vriendin nodig vindt, worden al wandelend opgelost. Het Hoogtepunt was de wandeling met een vriendin in een hectische periode, die we begonnen en zwijgend hebben gelopen. Samen en toch alleen met de gedachte. De aanwezigheid tekent zich uit. Wordt een belangrijk element. Je mag er zijn zonder woorden, zonder onderbreking, zonder afleidende ideeën. Wandelen zonder woorden versterkt de vriendschap. Het vertrouwen elkaar te weten, niets anders dan dat.

Met diezelfde vriendin heb ik lange wandelingen gemaakt, terwijl de gedachte ruim baan kreeg en we haar lieten uitrollen in woorden. Voor mij betekent het wandelen een manier om de aandacht bij het woord te houden, de formules helder voor de bril te hebben, woorden indringender te laten binnenkomen in de troostende nabijheid van de schoonheid der natuur. Het is wel fijn als er dientengevolge een stukje ongerept of gerept natuurschoon in de buurt is. Het landgoed Amelisweerd en Rhijnauwen zijn zo voor de hand liggende gebieden. Grillig wandelpad langs de Kromme Rijn, weiland, bos en lucht ineen. Manier van uitstek om de gedachten te laten vliegen, in te dammen en te verwerken. Ook alleen  loop ik er graag daar en bij Soesterduinen, landgoed Houdringe, de bossen bij Driebergen.

093.JPG

Een andere manier voor mij om gestalte te geven aan wat diep van binnen leeft is de zee. Mijn verlangen, lopen en praten tegelijk, zijn daarbij een belemmering. Ik kan het niet beide. Dus wandelen we, zus en ik, en denken en mijmeren. Geven woorden mee aan het tij.  Ze worden opgepikt door een meeuw in de lucht, de steltlopers aan de vloedlijn en ondertussen beuken de oplossingen zich vrij. Door de zeelucht, de golfslag, het vloeiende kleurenpalet. De piekeraars worden schoon geblazen, stekebeten meegenomen, en de zinnen in het hoofd worden verdichtsels, alsof het zilte zuivert als het zout van de Dode Zee en puurheid levert.

Het heeft voor mij niet alleen te maken met de beweging van het lichaam, waar Nietschze aan hecht, maar vooral ook met de innerlijke stilte. Letterlijk de ruimte om bij het hoofd te blijven, waarbij je de juiste waarde kan geven aan datgene wat omhoog borrelt. Soms snellen de gedachten vooruit en razen de vingers over het toetsenbord, terwijl ik achteraf pas begrijp wat is geschreven en welke betekenis het heeft voor mij of voor een ander. Dan zijn gedachten me een aantal stappen voor, ontstegen zelfs. Hetzelfde gebeurde bij de kostbare woordeloze wandeling met vriendin. Intens werd alles om ons heen. Mijn opmerkingsgave verdubbelde, ik zag elke beweging en elke verandering die optrad. Daar ontstaat poëzie.

014

Ik verlang naar mijn eigen stilteplek, waar ik al gras maaiend, onkruid wiedend, bomen snoeiend, de woorden kan vangen of laten vallen met eenzelfde snelheid als het in me opkomt. Ze is even niet onder handbereik. De hoogste tijd om met vriendin op pad te gaan, woordeloos of filosoferend, om gedachten te verhelderen als bergkristal en er weer nieuwe aan te kunnen knopen. Niet het wandelen is voor mij hoofdzaak, maar het creëren van mogelijkheden in de beweging van de gedachte zelf

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Met een lantaarntje te zoeken

Er komt een filmpje langs op FaceBook met een boodschap voor jonge vrouwen. Het zijn Amerikaanse oudere vrouwen die waarschuwen om meer in het hier te leven. ‘Being’ in plaats van ‘Doing’. Niets nieuws onder de zon zou je denken. Zijn of doen. In de ontologie binnen de filosofie houdt men zich al langer bezig met dit vraagstuk. Vanuit de oudheid  is het zijn: ‘Ik ben, dus ik besta’, iets om je gedachten op stuk te bijten. Niets heerlijker dan te bedenken wat de betekenis is van de aard der dingen. Waartoe zijn wij op aarde. De invulling ervan is divers.

IMG_8937

In die boodschap van alle grijzende vrouwen die langs komen, sluimert een onderliggende toon. Die van de spijt. Ze willen hun ervaring delen door datgene, wat ze gemist hebben met het leven te leven zoals zich het aandiende, kenbaar te maken. Mee te gaan in de vaart der volkeren en minder alert te zijn op het kleine Leven, geluksmomenten omarmen, het genieten van de subtiele parels die ons omringen.. ‘Kalmer aan’ zeggen ze. In de fase waarin ik nu verkeer, ook een oudere vrouw, ben ik bij machte om mijn  gemis met jullie te delen. Inderdaad had ik als jonge kraakverse  moeder willen genieten van de schoonheid van het moederschap. Op dat moment was ik enkel in staat om het huilen en de poepluiers, de razende hormonen en de enorme verantwoordelijkheid als een domper op de beleving te zien. Is dat alles….zong Doe Maar al in navolging van dat ene prachtige lied van Peggy Lee ‘Is that all there is, my friend’…ook een weerspiegeling van de bovenstaande boodschap.

ik en jimi schrijvend

‘Het leven gaat voorbij’, zong André Hazes. Een grotere waarheid is er niet. Zijn boodschap aan de mensheid en vooral aan zijn kleine jongen is:

‘Er is zo weinig tijd dus leef, want jij bent vrij
Maar doe het wel verstandig. Maak de mensen blij
Dan zul je echt gelukkig zijn’

Ook hier gaat het weer om iets minder wezenlijks. De vrouwen uit dat bewuste filmpje zeggen slechts: Stop met ‘Doen’ van al die dingen die we noodzakelijk achten, maar die enkel en alleen maar een gemeenschap dienen en niet de handeling, nee, gedetailleerder nog, die enkel en alleen maar de handeling dienen en niet de beleving daarvan.

011

Er is een voordeel aan een korte nachtrust. De stille momenten in de aanloop naar de schemer toe, de donkere nacht, waarin de lantaarns pinkelen en af en toe een verdwaalde auto het leven voorbij rijdt, zijn bij uitstek geschikt om stil te staan, pas op de plaats te doen voor overpeinzing. In de hectiek van alle dag wordt vaker gevraagd om bewustwording, mindfulness, yoga, het zijn de kringen rond de steen in de rivier, die ‘Bewust Zijn’ heet in het hier en nu. Herleid de gedachte direct tot de handeling. Ik pak het kindervoetje vast, dat zachte mollige kleine kindervoetje, met de vetkussentjes, de geur van babyhuid, het wonder, de kleine nageltjes, er bestaat op dat moment niets anders dan dat voetje, de baby en ik. Genieten in de hoogste graad.

102

Een vrouw zegt: ‘Wat zou het kostbaar zijn geweest als ik de nachtzoenen had uitgebreid in plaats van de volgende ochtend te zeuren over het opstaan en het ontbijt’. Vooral dat laatste. Je bewust zijn van het feit dat bij alles, waar je over zeurt, ook een keerzijde aan de medaille zit. Wat/als in de perfecte zin van het woord. Wat als ik daar meer aandacht voor had en daar minder voor in plaats van andersom. Stop met je druk maken over allerlei vermeende ‘gewichtige’ zaken, zoek het waarachtige belang. Dat is waarom het me raakte. Stop met doen. Zorg dat je er bent op de cruciale momenten, die groot zijn in hun bescheidenheid en soms met een lantaarntje te zoeken.

 

 

Uncategorized

Het grote genieten

Gedachten dwalen door mijn hoofd. Ze laten zich niet leiden. Hoezeer ik ook mijn best doe er woorden aan te geven, zinnen van te maken, er valt geen goed garen mee te spinnen. Het blijven losse flarden.

Zuslief en ik hebben het over het leven gehad. Dingen die je gedaan hebt, ooit en die je mogelijk anders had willen aanpakken, omdat het dan zoveel kabbelender had gegaan. Door bepaalde wendingen zijn we beide in het diepe gesprongen. Ik heb de wereld af en toe flink op z’n kop gezet. Mijn leven heeft vaker gedreund op de grondvesten. Toch heeft het zo moeten zijn.

UK Release Cover

De eerste liefde vervloog nog voor er ooit een woord gesproken was tussen hem en haar, maar ik wist dat ik hem verloren had. Niet voorgoed, bleek achteraf. De paden schoven uiteen om na al die jaren weer in elkaar te schuiven. Een prachtige gedachte als je, zoals ik zo dikwijls wens, de cirkel rond wil hebben. The Wheel of Time van Todd Rundgren. Karma, een voorbestemd lot. Handig als je erin geloven kan, want alles heeft dan functie gehad, een diepere laag, betekenis.

We kijken en spiegelen en het heeft iets vertrouwds. Op de bank, nee, nog niet de benen opgetrokken, maar wel het bijbehorende knusse gevoel. De film trekt voorbij. We hebben het over onbegrepen kinderangst, een begrip dat minder opzienbarend leek dan ze was. Jeugd, die gevuld was met broers en zussen en buiten spelen. Geen verhaaltjes, knuffies, instopperijtjes, maar hup naar bed, geen hola hé, genegenheid, maar werken voor de kost. Er was geen tijd en zoveel te doen, zoveel kinderen om aandacht aan te geven. ‘We zijn opgegroeid in twee verschillende gezinnen’, zegt zus wijs en dat valt alleen maar volmondig te beamen. Konden ze anders, kon het beter, wel nee. Ze zaten vast in hun eigen patronen van regels en etiquette, van hoe het hoort en de buurt, die daar heel wat scheppen bovenop deed. Hoe vrijgevochten kon je zijn in een wereld waar God en gebod de dienst bepaalden.

beerBeer, 1958

Ik had een mooie pop, een looppop die niet te knuffelen viel. ‘Van een mooi bord kan je niet eten’, zei mijn oma altijd, en dat was waar. De beer was ruw en zacht tegelijk, dat schurende gevoel langs de rode wangetjes, troost om bij iemand te horen. Beer die mijn nachtelijke angsten verdreef, door stilletjes op mijn kussen te liggen terwijl ik me eronder verstopt had, diep weggedoken onder de dekens. Geen bende van de Zwarte Hand, die mij mijn kop eraf zou slaan. Kinderlijke angst alleen verstouwen. In het nachtelijke uur kwamen de nachtmerries, die zich niet voor de gek lieten houden door een zachtruwe beer op een kussen.

De angst voor het donker bleef, het dolen ook. Een tocht naar geborgenheid, onvoorwaardelijke liefde, hinkstapsprongen in een wervelend bestaan en soms  een onbesuisde afslag. Het wiel draait door, soms ben je boven en dan weer diep onder, maar altijd in beweging zolang de klok verder tikt en tijd.

De dromen van nu zijn de dromen van mogelijkheden. Ze voelen fijn en prettig aan. De nachtmerries zijn op de loop gegaan en het leven heeft ten lange leste haar eigen wijsheid doorgegeven. Niets is voorspelbaar. Er zijn wentelingen die versnellen en anderen die trager gaan.

pushwagner 3Pushwagner

Zuslief in het keurslijf van het moeten geef ik mee, dat de kleuring van de wereld anders wordt als dát wegvalt. Sinds ik dat gevoel ken, ben ik een voorstander van een vrij bestaan, zonder al die regels die ervoor zorgen dat we als makke schapen naar de overvolle agenda’s worden geleid. Dat laatste is de wereld van de Noorse kunstenaar Pushwagner ten voeten uit. Iets dat het grote geluk in de weg staat, de rust en de vrede. Waar de mensheid vrij valt, begint het grote genieten.

 

Uncategorized

Er valt wonderlijk garen te spinnen, dit jaar

Het boek ligt in de aanslag om uitgelezen te worden. De dikke bril, ‘Annie M. G. Schmidt’ sterkte, ligt er schuin op en vergroot de letters zo, dat ik vanaf deze positie kan lezen wat er staat. IJsland. Als ik mijn vriendinnen moet geloven, die zo gelukkig zijn geweest om daar al voet aan wal te zetten, mist men wat qua natuurschoon, als je er niet bent geweest. Er zijn meerdere plekken waar ik graag nog naar toe wil. Noorwegen, Finland, Ierland, Schotland, het ruige werk. Wandelen zal beperkt mogelijk zijn, maar natuurschoon met open ogen ontvangen is haalbare kaart, hoe slecht de conditie ook is.

Dan staat er nog Toscane en Rome op de lijst en de Wijze woont in Hongarije in een prachtig ruig gebied. Zijn huis grenst aan steppen en heuvels. Het vraagt om korte, maar intense bezoeken. Ik overwin er mijn angst mee om alleen op pad te gaan. Schrijven is een behoefte, reizen verruimt mijn horizon letterlijk en figuurlijk, en voedt. Ik kan tussen alle vakanties door op pad. Het geeft stof tot nadenken en daarmee vergroot het mijn wereld. In het boek stond het zo prachtig: ‘Hier kun je goed wonen als je van de eenzaamheid houdt. Op een kleinere plek lijkt het leven soms groter.’

013

Het boek heet: Zomerlicht, en dan komt de nacht van Jón Kalman Stefánsson. Ik moest erg wennen. Struikelde over de lastige IJslandse namen, de plompverloren informatie aan het begin van het boek, sommig scènes, die niet bij mijn eigen beleving pasten. Het duurde dan ook even eer ik alle irritaties over boord kon gooien en in staat was te ontvangen. Juweeltjes van zinnen er tussen door. Parels, die de opmerkingsgave van de schrijver omtrent het kleine leven tonen. De stille kracht van een meesterwerk. Heel traag, als het leven in het dorp zelf, ontspinnen zich de contouren van de karakters van haar inwoners. Subtiel worden de eigenschappen erin gevlochten, verfijnd vallen de individuele persoonlijkheden op hun plek. Het raakt in een versnelling en ik wil nu weten wat er nog staat te gebeuren, nu iedereen vertrouwd is geworden in hun eigenheid en met hun eigenaardigheden.

Ik was op het verkeerde been gezet, door een waardeoordeel die haaks op mijn beleving van nu stond. Onbevangenheid is de noodzaak om aan een boek te beginnen. Recensies mijd ik angstvallig om maar niet mee gezogen te worden in het dwaalspoor van een ander. Ieder karakter heeft recht op een eigen beoordeling. De invulling van de dagen in dat kleine IJslandse dorp, met haar lange, oneindige winteravonden, de stroperige gang door de verlatenheid, tekenen vooral het alleenzame bestaan. Samen eenzaam, hoeveel mensen kunnen dat wel niet. Het zijn de zwijgzame uren van de vorige generaties samen in de jaren vijftig, het zijn de gesloten uren van naast elkaar, nu in deze mediahause. Het is dat harde knoestige leven en het laven aan de basale behoeften, die zorgen voor muren van ontoegankelijkheid en het vraagt om de empathie van de lezer om dat stugge kleine leven te kunnen omarmen.

014 Hongarije

Het is gelukt. Ze zitten in mijn hart, die dorpsbewoners, stuk voor stuk. Ze zijn wonderlijker dan ik ze kan verzinnen en tegelijkertijd niet anders dan welke kleine gemeenschap ook. Dorp in de stad, dorp op het platteland, het maakt allemaal niet uit. Dat herkenbare kleinsteedse karakter, dat een samenleving toegeschoven krijgt als men te veel tijd over heeft en op elkaars lip zit. Broeierig ontsnapt men aan de verveling en de manier waarop maakt het boek.

IJsland dus of elk willekeurig dorp waar dan ook, maar dan van binnenuit beleven, één worden met haar bewoners. Is dat haalbare kaart. Klein beginnen, dat is zeker. Er valt wonderlijk garen te spinnen, dit jaar.