Uncategorized

Alle tijd daartussen in

Het was een luidruchtig vooravondje voor een strakblauwe Pinkstermorgen. De gasten, voornamelijk de jeugd, Katwijkers of bewoners van de plaatselijke camping, hadden zich in grote getale naar het strand begeven. Met het bericht van de virologen dat aerosolen vleugels kregen in de buitenlucht en snel zouden vervliegen, was de laatste restrictie verdwenen, zo leek het wel. Ze waren gewapend met wijn en bier. Onze dag zat er na een strandwandeling op een vroeg begonnen stranddag om een uur of tien ’s avonds weer op. Oude mutsen hebben hun slaap nodig. De jeugd liep, lachte, schreeuwde langs mijn slaapkamer-bovenlicht. De klanken droegen ver in de holle ruimte. Ik sloot me af voor de details, al waren die ruimschoots aanwezig.

IMG_0236

Vanmorgen was het vroeg dag. Zon door het zelfde bovenraampje trok een schuine driehoek op de muur. De kerkklok sloeg half. Hoe half wist ik toen ik naar de tijd keek. Zuslief sliep knorrend de slaap der dromen. Zodra haar ogen open waren sprong ze eruit. Fototoestel in de aanslag en op pad voor de eerste wandeling. Koffie voor mij, het huis nog in de schaduw. Inspectieronde over het strand tussen de hutjes door, de aftakeling een feit. Daar lag het hele losbandige leven van de vorige avond als verpozen voor de twee strandjongens, die de boel weer moesten opkuisen. Lege wijnflessen en verkreukelde blikjes, bierflesjes op de hutjes, peuken in het zand, lege chipszakken oneindige troep. Stoelen omver getrokken in een haastig en ongecoördineerd vertrek. Het lallen, van de avond ervoor, verklaard. Het stond in schril contrast met de beierende kerkklokken, de strakblauwe lucht, de messcherpe einder, de grote cruise-schepen als bakens op de vouw tussen zee en lucht en de kalme. Een visser stond als een standbeeld tussen zijn hengels en viste voort. Meeuwen schreeuwden luidkeels, vingen bot, maar hadden in de hele vroege ochtend kennelijk al genoeg gevangen, getuige hun driepoten in het zand.

IMG_0241

Pinkstermorgen in Katwijk. Kauw hipt parmantig voor mijn voeten, twee zussen zijn al aan de stevige wandel door de duinen, zuslief zingt al het leed weg. De jongens ruimen en de eerste bezoekers zoeken al weer hun hutjes op. ‘Ik dacht dat ze het klaar zouden zetten’, riep een vrouw naar haar metgezel. Ze wist niets van de troep van even daarvoor want de beide jongens, niet ouder dan de veroorzakers, hadden zich van hun taak gekweten. Oordeel niet te snel, dacht ik. De vrouw met takshond liep het strand op. Hij bleef achter, ze riep hem luid, niet even maar langdurig met overslaande stem. Het dier zou nooit naar haar luisteren, wist ik zeker. Wat ze ook aanvoerde, koekje, snoepje, het hielp geen lieve moedertje. Ruisend omlijste de zee haar nieuwe bezoekers.

De buren krijgen bezoek en het belooft een drukke Pinksterzondag. We zijn er klaar voor, want als het te druk wordt op het strand trekken we de duinen in, op zoek naar de rust en de ruimte. Ergens, van binnen, roept de tuin, bij het zien van de komende badgasten. Ik ben een slecht-weer-zeemens. Onstuimige zee met wolken, lege stranden met een enkele wandelaar torsend tegen de wind, het strand zonder versnaperingen maar de puurheid.

Het maakt niet uit. Met de zussen is het heerlijk en we genieten van elk moment. De buuf is alleen en sombert wat. Ze kijkt niet op of om, groet niet, kijkt wat stil voor zich uit en verschuift haar stoel met de zon mee, die nog altijd weldadig warmte geeft. Bij opkomst en ondergang en alle tijd daartussen in.

 

Uncategorized

Dat alles op z’n tijd goed is

Dat het Noordenwind was, was duidelijk te merken. We hadden de auto van zus in een van de eerste ondergrondse parkeergarages geparkeerd. Waar het gehuurde huisje voor vier dagen op het strand precies lag was nog even gissen. Het werd een flink stuk optornen tegen de wind. De meeuwen krijsten een luid welkom boven de hoofden. Katwijk van vroeger was er niet meer, daar aan de boulevard, maar de parkeergarage onder de duinen was een voltreffer. Al het blik uit het zicht. Nou ja, op de overkant na, waar de huizen aan die kant nog een beetje jaren zeventig ademden. Het huisje stond met nog zeven anderen aan de rand van het strand en het uitzicht was natuurlijk zee, maar ook drie rijen dik hokjes voor de badgasten. Voorstellingen van zaken waren toch altijd anders dan bedacht. De hokjes stonden met hun dichte kant naar de zee en waren vooral voor de zonaanbinders en de windontwijkers. Zij keken uit op onze huisjes. Het speelhuis voor de kinderen stond vlakbij. Als we voor de rust gekomen waren dan moesten we dat beeld bijstellen.

IMG_0193

Inmiddels weten we dat elke eerste dag en nacht vooral de tocht der verkenning is. Scherpe Noordenwind, kwallen aan het strand, veel meeuwen boven de hoofden, brutale kauwtjes, loze vissers en spelende kinderen. Het dorp zelf was druk, winkels nog net open, zus kon haar opwellingsaankopen bevredigen, en stiekem een cadeau kopen voor zuslief, die morgen jarig was. Het diner zou aan huis bezorgd worden door het strandpaviljoen. We kozen met onze minimagen voor twee porties van het een en ander met friet en wat sla. Ruimschoots voldoende. De avond was prachtig met haar ondergaande zon. Dat beloofde wat voor de volgende twee avonden. De nacht viel vroeg in. Na het wennen, wandelen, samenzijn en de wind om de oren was de stilte weldadig.

IMG_0210

Het inslapen ging snel, maar bij tweeën hoorde ik de kerkklok pal tegenover het huis de halve en hele uren raken en scheurde de nachtelijke stilte stuk. Net als de groepjes jongeren, die nog lang bleven genieten van elkaar en de tamelijke vrijheid. Ik hoorde het twee, drie, vier en vijf uur slaan. Zes uur niet meer, maar half zeven zongen we al ‘Lang zal ze leven’ met slaapstemmen van boven en beneden en zus had vlaggetjes opgehangen. Het jarige feestvarken had toen al een uur gelopen en de zon op zien komen. In stilte zong ik ook voor dochter, die nu in Zierikzee haar verjaardag vierde, ook ver van huis.

IMG_0214

In de nacht had ik moeten denken aan de dagboeken van mijn  moeder, die met regelmaat verzuchtend schreef dat ze weer had liggen woelen en de kerklokken tot drie uur aan toe had horen slaan. Het geluid riep aan de ene kant nostalgie en aan de andere kant paste het niet meer helemaal in de tijd. Je went er natuurlijk aan net als aan het geluid van de koerende duiven.

IMG_0194

Zo hoort het te zijn op vakantie, anders dan normaal met net de tijd om aan het nieuwe te wennen en het oude te vergeten, tot het weer tijd zal zijn om terug te gaan en de draad weer op te pakken. Zilte zeewind die het hoofd leeg blaast en zon om het hart te verwarmen, samenzijn om maanden van stilte te vergeten en straks weer de rust van het alleenzijn om te vieren dat alles op zijn tijd goed is.

Uncategorized

Welzijn

Op twitter heeft SteefFilosofeert@levensfilosoof een mooie vraag voor vandaag. ‘Kan minder welvaart voor meer welzijn zorgen’. Met net twee maanden verstilling achter de rug, komt het gewone leven weer op gang en daarmee de vlucht naar nieuwe dingen. Nog steeds voorzichtig, maar onmiskenbaar, worden er drempels die eerst huizenhoog waren, geslecht. Daarmee neemt de onrust toe.  Misschien is het het ongewisse. Voor het eerst sinds weken ga ik weer samen met de zussen op pad. We hebben een huisje op het strand aan zee.

Al die tijd zijn we niet naar zee geweest, heb ik niet met ze gewandeld. Het was een periode van op mezelf gericht zijn en niets anders. Het bracht rust. Het kon omdat er niets anders was. Economische welvaart is me ten deel gevallen omdat ik nagenoeg niets kon uitgeven, emotionele welvaart ook, door de tijd te hebben gekregen om naar binnen te keren en na te denken over de zin van het leven, nu er niets anders meer was dan het moment. Geen jagen en jachten, geen vliegen en draven maar het huis, ik en de tijd, Naast welzijn was er ook de onderliggende dreiging en het grote verlangen naar de liefde: De kinderen, de kleinkinderen, de vrienden, de zussen. In strikte zin was het welvaart met een rafelrand.

Die rust bracht welzijn. Geen strijd meer om het leven hoog te houden, maar het te leven zoals het viel. Nu het gewone leven op gang komt, merk je hoe makkelijk het door kan slaan, omdat het bijvoorbeeld hebzucht stimuleert of ontevredenheid, angst om dingen te verliezen, jaloezie en afgunst.

IMG_3783

Welvaart betekent voor mij de vrijheid hebt om jezelf te mogen zijn zonder opgelegde regels en begrenzingen. Dan voel ik me senang. Daar waren we verre van in de quarantaineperiode door het virus en de angst.  De beknotte vrijheid woog in het begin minder zwaar. Beter dat dan dood. Wanneer het leven lijden wordt door gemis en het verlangen, gaan opgelegde regels, ook al zijn ze voor het algemene bestwil, knellen en kwellen. Dan is zorg en welzijn ineens zo veel belangrijker. Je vaart wel als je je goed voelt.

Het heeft niet te maken met bezit. In tijden van krappe financiën, vroeger, verzuchtte ik steeds, dat het makkelijker zou zijn als die zorgen verdwenen waren, maar het bleek ook een leerschool voor het tevreden zijn met wat je hebt en het vinden van je eigen geluk. Het vermogen om dat te kunnen bracht welzijn.

Er zijn tegenwoordig heel veel mensen die welvaart in het geheel ontberen, omdat ze op de vlucht zijn, alles achter hebben moeten laten, onzeker zijn omtrent de toekomst en hun vrijheid hebben verloren nu ze hutje op mutje zitten in kampen. Hoe ver weg ben je dan van welzijn en je welbevinden.

Vrijheid is voor mij het hoogste goed, maar toen het ontnomen werd door de quarantaine, weefde ik mee met de omstandigheden en gaf er invulling aan die bevrediging schonk op dat ogenblik in de wetenschap dat het later weer voorbij zou zijn. Het feit dat we na kunnen denken over twee begrippen en daar de tijd en de rust voor hebben duidt op welzijn.

IMG_3829

Het antwoord op de vraag is voor ieder persoonlijk, maar voor mij geldt dat minder welvaart, lees beknotte vrijheid, ruimte gaf aan contemplatie ten tijde van het op mezelf aangewezen zijn, waardoor het zingeving bracht en daarmee voor meer welzijn zorgde.

Uncategorized

Verwonder je slechts

In de krant schrijft iemand over ‘een dikke vrouw’. Waarom stoort het mij. Ik vind het ergerlijk. Zwart op wit hakken de letters er extra in. Ik moet denken aan gisteren, een heerlijke dag op de tuin.

Ik hoorde een luide stem. Ik kon het niet letterlijk verstaan, omdat het mijn taal niet was, maar ik hoorde alles. Het zuchten, het roepen, het schreeuwen soms. De stem sneed door de stilte en het winterkoninkje hield van de weeromstuit zijn kleine snavel dicht. En…Ik stoorde me eraan.

Twee keer in betrekkelijk korte tijd en dat terwijl ik me niet zo gauw erger, want dan ben je in deze tijd de sjaak. Mensen die te dichtbij komen bijvoorbeeld of langs je heen stuiteren met wijdse gebaren, nauwelijks te ontwijken, of schuifelende mensen die het gangpad minutenlang bezet houden. Cabaretiers of stand-up comedians spinnen er goed garen bij. Mens-erger-je-niet denk ik dagelijks en wijt het aan onzorgvuldigheid of aan het in gedachten lopen, al is dat niet zo’n handige zet in deze dagen. Bovendien, als ik me bij alles zou ergeren zit ik met de gebakken peren want in het minste  geval maakt het humeurig en in het ergste geval werkt het hart met overuren.

De benaming “dikke vrouw’ treft mij in mijn persoonlijke sfeer, mijn eigen onzekerheid. Daarom heb ik er last van. Ik vind het niet aardig om zo over iemand te praten. Iedereen heeft kwaliteiten, benoem die dan. In dit geval zong ze, dus kan je ook volstaan met de zangeres. Maar goed, het getuigt van minder tact of de schrijfster heeft er zelf geen moeite mee.

De stem die de stilte scheurde, kwam te dichtbij. Ik had het niet willen horen en er zijn andere mogelijkheden om zo’n gesprek te voeren. Of is dat ook iets waarvan ik moet denken, het gaat weer voorbij. In dit geval duurde het een half uur. Ik bedoel, een grasmaaier maakt ook lawaai en die zijn er hier veel. Bosmaaiers, grote en kleine maaimachines. Vooraan gebruiken ze veelvuldig de aggregator om hun moestuinen mee te besproeien, die lawaaipapegaaien ook. Wat maakt dan toch dat ik achter die stem blijf haken.

IMG_3830    IMG_3829

Ik besloot maar een stukje op te lopen langs de sloot, daar ontdekte ik op de hoek, de stem droeg ver, de waterlelies in volle glorie. Monet bracht een stukje hemel. Wat schitterend waren ze. Het kleurde rijk en ongerept. Dat had ik anders minder gauw ontdekt. Een ooievaarspaar gleed hoog in de lucht, ze cirkelden, zoals een steen in het water, met steeds groter wordende kringen door het blauw. Ik klikte, struikelde bijna in een poging ze te volgen, ongezien een aantal foto’s bij elkaar. Bij de analyse thuis bleken er vier exemplaren strakblauw, een wazig en een een schot in de roos.

IMG_3823

Stem zorgde dus goed beschouwd voor een ontdekking en een andere beleving. ‘Elk nadeel enzovoort’ dreunde Cruijff in mijn hoofd en altijd zie ik hem dan met een benige hand langs zijn mondhoek wrijven. Wonderlijke gewaarwording, maar in dit geval had hij alweer gelijk. Vriendin brengt als altijd de oplossing vanaf haar wolk: Erger je niet, verwonder je slechts.

 

Uncategorized

Met een zetel in de hand kom je verder

De stoelen in het paradijs zijn oude klapstoelen. Ze dragen me en dat was tot nu toe voldoende. Kussentje erop en in wankel evenwicht uitrusten. Meer is er niet nodig, maar als je dan op een mooie zonnige lentedag vier zetels in de schoot geworpen krijgt, door lieve broer en schoonzus eigenhandig, een kilometer lang van de parkeerplaats af, gedragen, dan ben je de koningin te rijk. Een tuinvorstin op een zetel, zo voelde het. Broer sjouwde er twee, een vrouw van een van de tuinen droeg er één ongevraagd mee tot aan de brug. Het waren gelukkig ‘stoelen’, dus kon je onder het lopen stoppen en rusten, genieten van de stilte, de sloot, de bijen, de schapen om je heen. De kussens van klap waren ook goed voor zetel. De gouden bol wol danste om ons heen en dronk water, kreeg voortdurend kleine hondenkluifjes en genoot zichtbaar.

IMG_0145 (1)Bol wol met zetel

We zaten onder de scheve appelboom van Vasalis en genoten van de vogels, de vlinders en het kleine zoemende grut. Ze hadden de hielen nog niet gelicht of daar kwam vriendin op de tuin aangelopen. Eerst als stip en steeds meer dichterbij. Zonder omhelzingen, lucht-kussen en zwaaien met de armen. Later ook nog dochterlief, die adviezen kreeg van twee oude rotten in het schoolvak, maar toch zelf met de vraagtekens bleef zitten. Bij dergelijk koffiedik kijken, een blik in de toekomst met vragen van wat-als, zou ik een glazen bol willen raadplegen. Als iets met zekerheid te zeggen was, viel kiezen niet moeilijk, maar nu wel. ‘Doe wat wijsheid is’, hoor ik mijn moeder zeggen. Dan moet je die eerst zien te vinden. Afstrepen dan maar, de voors en de tegens en dan simpelweg tellen.

IMG_0151

Het is genieten op dat kleine stuk buiten het stadsgewoel, het voelde, vond vriendin, als een middag vakantie. Niet in de laatste plaats door het meegebrachte Aelberslekkers en het water en natuurlijk niet te vergeten de zetels. Vorstelijk comfort. Ze draaide aan haar ring. Het bleek een hele bijzondere te zijn. Een Möbiusring, de ring als perpetuum mobilé, een oneindigheid. Ze was in 1858 ontdekt door twee wiskundige heren in Duitsland, J. B. Listing en A.F.Möbius. In de Romeinse mozaïeken  200-250 na Christus zijn, volgens Wikipedia, vergelijkbare structuren te zien. Door de vorm en het eeuwigdurende refereert het aan Het Wiel van Karma.

mobius-ring-silver

Wat een prachtig symbool en waarom heb ik dat ten enenmale gemist. Ik vind het bijzonder dat het niet eerder op mijn pad is gekomen. Maar deze tuin, waar rust en wijsheid samen komen, is wel de meest uitgelezen plek om dit verhaal te horen. De sfeer is er naar en de verdere middag is ingebed in ontvankelijkheid. Wezenlijk doorgronden is zo mooi als zich dat au naturel ontwikkelt.

De oude brengt druiven uit de kas en wij poetsen ze gnuivend Corona-proef schoon met het prikwater in de glazen. De druiven zijn zoet. Dat was ook de titel van een boek van Ann Rutgers van der Loeff. Zeventien stemmen over het kinderboek, met de mening van, onder andere, Annie.M.G.Schmidt, Miep Diekman, Fiep Westendorp. Daarin werd de liefde voor de kinderliteratuur bevestigd, die al lang gloeide.

Vriendin ging en werd weer stip. Ik gaf de zetels hun vaste plek, wisselde nieuwtjes uit met de Oude, wiedde nog wat na, en knipte de schaduwplek vrij voor twee klapstoelen. Meerder vliegen in een klap. Zwaar beladen met twee zakken wiedsel kuierde ik naar de Kleine blauwe Prins. Na iedere twintig stappen een korte pauze, maar zitten op de zakken was er niet bij. Met een zetel in de hand kom je verder.

Uncategorized

Morgen is er weer een dag

Het begon met het bezoek aan het tuincentrum. Dan de aanbieding, vijf voor acht is een aanlokkelijke prijs, als je het geduld niet meer op kan brengen om de zaadjes de grond uit te kijken. Vooruit. Geen vakantie dit jaar, dus dan kan de portemonnee ook wel wat lijden, doe eens gek. Het wordt drie maal vijf. Veel salie, omdat ik gek ben op de bloei van de plant en geranium, als compensatie voor de verdwenen soort, margriet, zonnehoed en duizendknoop. Niet in de benauwde hoeveelheden van één, maar ruimschoots per soort.

Met de buit naar de tuin. Daar had ik zelf dus al weken niets gedaan en de Oude wel, maar sommige bedden waren overwoekerd met grassen, hondsdraf en bosaardbei, leverkruid en groot hoefblad. Brandnetel had haar kans waargenomen en was flink doorgeschoten hier en daar. Ruimte maken is ten strijde trekken. Gewapend met schepel en in eerste instantie met handschoenen aan. De grote vingers belemmeren in het behoedzaam te werk te gaan. Handschoenen uit. Ik was de tuinschoenen vergeten, had veel te warme kloffen aan en haalde mijn klompen uit het schuurtje. De harde randen op het tere vel belemmerden het lopen. Ze gaan ook uit en dan is er de enige juiste gewaarwording voor het onaangeraakte. Dat zachte koele gras onder de blote voeten.

IMG_0129

Langzaam vulde de aarde de verweerde groeven van de huid op. Ouderwets aan de gang. Het was heerlijk. Er kwam een vogeltje aanvliegen, dat ik niet kende. Lichtbruin met wit koppie, waar twee verticale bruine strepen van achter naar voor, naar het bekje liep. Te snel voor het fototoestel was ze weg. Verder met moeder aarde. Het vordert langzaam maar gestaag. Gedachten nemen de vrije loop en verzanden weer als een wortel weerbarstig met haar diepe pen zich vastklampt aan de veiligheid. We doen ze wat aan.

De oude komt verhaal halen om de framboos die ik er de vorige sessie had uitgetrokken en die hij juist heel zorgvuldig had schoongemaakt en er ingezet, maar frambozen komen op waar je bij staat en op die plek wilde ik geen framboos, wel een witte roos, een bodembedekker, die ik speciaal had aangeschaft voor dat onkruidminnende deel van de tuin. Deemoed om het misverstand. Altijd vervelend als iets omwille van iemand is gedaan en de ander ziet het niet. Aan de andere kant, is het ook  een kwestie van loslaten, want het blijft natuurlijk toch mijn tuin, waar ik in mag struinen zoveel ik wil. Uitgesproken sust het de gemoederen. Zand erover.

IMG_0134

Na twee bedden roept rug even rusten. Met de grote bladhark zoek ik de vijver af, kom een dode opgeblazen kikker tegen, die van plastic blijkt te zijn. Vergeten, dat die ooit langs het randje zat. Ik zoek het kopje van de engel. Ze staat nu hoofdloos te waken.  Ik vind het niet, maar het is wel een gelofte aan de kleine vijver om hem leeg te halen. Niet nu, er zijn andere prioriteiten. Het achterbed geeft het meeste werk. Stevige wortels van het groot hoefblad klauwen zich diep onder het veen en dat betekent graven en zwoegen. Ze zijn verstrengeld met het leverkruid. Het moet eruit, want anders is er te weinig plek. Langs de slootrand staan er genoeg. Vanuit de oude composthoop vul ik de aarde aan.

IMG_0131    IMG_0133

De bedden zijn klaar voor het nieuwe grut. Emmetjes water in de sloot gehaald, natte wortels gegeven en de zegen erover. Een vruchtbaar dagje tuin. Merel laat zien dat er vlakbij een nest is. Met worm in de snavel hipt hij over het gras en verdwijnt voor de nicandra in het struweel. Dan ineens klinkt de roep van de koekoek. Van vlakbij aan de overkant van de tuinen. Wat een simpel gegeven al niet kan doen om puur geluk te voelen. Met de bladhark rolt het onkruid zich op tot een stevige rol. In een zak zwoeg ik het naar de auto. Nog een bed te gaan, genoeg voor vandaag. Morgen is er weer een dag.

 

Uncategorized

En smaakt de vrijheid zoet

Soms kan ik terugverlangen naar wat ooit was. Onbezorgde vakanties met de vier naar Hombourg bijvoorbeeld. Mijn oranje Renault vier stond oogverblindend fel van kleur en volgepakt klaar om in de vroege ochtend, liefst voor vijven, richting België te vertrekken. Alles moest mee. Babybadje van hard plastic, volgestouwd met andere waar, het babyzitje, de kinderstoel, de hondenmand en Lazy zelf niet te vergeten. Vier kinderen erin en manlief erbij. De paden op de lanen in. Het hele arsenaal aan Annie.M.G. liedjes zat in mijn hoofd en nog een paar onvervalste evergreens, zoals ‘Het karretje en In het groene dal, in het stille dal’. Na Maastricht kwam het spannendste van de hele rit, de bochtige heuvelen van Belgisch Limburg met het karakter van een haarspeld, in mijn optiek. Deels omdat de lading zo kostbaar was en deels omdat ik nooit wist in welke versnelling ik die glooiingen moest nemen.

002 Ook met Kerst geliefd, 1981

Het landschap werd allengs groener. De kinderen achterin verzonnen spelletjes. Hoeveel witte auto’s zie je, ik zie ik zie wat jij niet ziet. Het leven was heerlijk en overzichtelijk. Aan het eind van de rit rolden we er boven op de heuvel uit, waar ze direct hun vrijheid namen en het weiland inrenden tegenover het grote huis. We kregen de kamers toegewezen en al naar gelang de eerste of de tweede week, één week was altijd voor de kinderen, waren alle vrienden er al of druppelden binnen. Er was veel voor handen om iedereen een onbezorgde week te geven.

scannen0768

Mannen en hun kampvuur, malle ‘ooms’ met een voorliefde voor de vaalt, breiende en spinnende vrienden, gitaarspelende mensen, meerstemmige samenzang, een boomgaard, een bramenveld en altijd wel ergens een picknick in het vrije veld of aan de lange tafels buiten op het erf. Soms waren er losgebroken paarden, wat niet handig was voor de auto’s, omdat ze met hun stevige lijf graag schuierden tegen de spiegels en hier en daar liepen onbeteugelde koeien, die door alles wat kind was, ‘wat zijn ze groot” , nieuwsgierig werd bestudeerd.

homburg10

Lazy ging op konijnenjacht en vergat dat hij, als Stadsefratsen-hond maar bitter weinig wist van de boerenhabitat. Herhaaldelijk moesten we hem bevrijden. De wandelingen verhaalden over klaverzuring, morgenster en beukenhaag, maretak en malve, fluitekruid en koolzaad, mierikswortel, guldenroede en berenklauw. En in de lucht vlogen niet alleen  spreeuwen, merels en mussen, maar ook de veldleeuwerik, de grijze kiekendieven, de buizerd en de valken vrij in het rond. Het leven was zoet en rijk gevuld.

IMG_3552 Mierikswortel

Het is er nog steeds goed toeven in de herinneringen en terwijl de gierzwaluwen boven mijn hoofd hoog vliegen en vertellen dat het een prachtige dag zal worden, de tuin wacht met minstens zo’n verscheidenheid aan groei, verlang ik naar die onbezorgde jaren van weleer.

de bus Sleutelen aan de bus.

Heel anders ging het er aan toe op de vakanties, toen ik zelf kind was. Mijn vader hield van autorijden. Dat werd al gauw duidelijk toen hij, om de regen te ontvluchten(waarom regende het altijd in Schleiden, Ahrbruck en Luxemburg)de zon tegemoet reed. Eerst richting Villach en Vassach en daarna via Metz en Lyon naar Tarragona, dat nog de grootte had van een postzegel met een mooie kathedraal. Salou was een dorp met een visafslag in de kleine kern, niet meer en niet minder. Het was op zich loffelijk, dat hij met de hele sleep op pad ging, maar het betekende ook dat je als kind met de vele anderen, soms negen of tien, opgepropt zat in een bestelbusje of een stationcar, waar altijd wat aan te sleutelen viel onderweg. Bovendien moest er behalve vrouw en kind ook aardappel, zure bommen, hagelslag en campingboter mee.

En toch, het was vakantie. Al kwam je verkreukeld weer thuis en als een uitgewrongen vaatdoek, dan nog had je een avontuur beleefd waar nog maanden op te teren viel. Die met mijn ouders, broers en zussen en die met man, kinderen en vrienden. Tijdens de vakantie zijn alle muizenissen op verlof, staan de zintuigen op scherp en smaakt de vrijheid zoet.

 

Uncategorized

Kwetsbaar, maar ook in staat tot helen

Ik kom in Letter & Geest van vorige week zaterdag opnieuw een boek over incest tegen. Het laatste boek dat ik uitgelezen heb is dat van Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’ over hetzelfde onderwerp.  Ik was er tamelijk ondersteboven van. Misschien ook omdat de locaties zo herkenbaar waren. Alles speelde zich af in de achtertuin van ons huis bij wijze van spreken. En in een nagenoeg zelfde tijd als mijn jeugd. Herkenbaar dichtbij.

IMG_0116 De onschuld

Dit is het eerste autobiografische werk van Wytske Versteeg na vier romans en heet ‘Verdwijnpunt’. Er wordt lovend over geschreven door Inge Schilperoord. Die sluit de recensie af met het aanhalen van een indringende zin: ‘Acceptatie is een kleine, rustige ruimte’. Wat een prachtige omschrijving voor iets dat met veel pijn en moeite is veroverd. Het is een onderwerp dat je het liefst ver weg zou willen stoppen, hoofd onder de dekens en ik ben er even niet. Niet alleen het kind wordt misbruikt, maar ook de onschuld, het vertrouwen en het geloof in het leven. Dat realiseer je je bij het lezen. Het brandt en het schuurt aan alle kanten, zo’n relaas. Hoe graag zou je er geen weet van willen hebben. De dader is een Bourgondische opa en voorgoed draait die bekentenis de nek om van die ene en in de emotie van al dergelijke types. Zo krachtig is het woord, zo krachtig is de autobiografie, waarvan je weet dat het echt gebeurd is.

IMG_0122

Als het om de bevindingen van Inge gaat, wil je het lezen. ‘Dat het Versteeg lukt om haar ervaringen op ontroerende, sensitieve en volstrekt originele wijze invoelbaar te maken, maakt verdwijnpunt tot een grootse prestatie’. De manier waarop ze het verwerkt is herkenbaar en kom je vaker tegen. Ze gaat steeds meer in haar hoofd zitten. Bij ‘De Keuze’ het boek van Edith Eva Eger, die haar pirouettes moest draaien voor Jozef Mengele in Auschwitz, weet die haar weerzin te overbruggen door te bedenken, dat wat er in je hoofd zit alleen aan jezelf toe behoort en aan niemand anders. De weg om te ontsnappen aan wat er daadwerkelijk gebeurt.

De verwerking door Wytske gebeurt met vallen en opstaan. Het is een lange weg, een achtbaan met pieken en dalen, die navenant even hoog als diep zijn. Als je het voor elkaar krijgt, om de belangrijkheid ervan te  laten verdwijnen, dan kom je uiteindelijk: ‘In die kleine, rustige ruimte’.

Dat beeld is mooi. Immers, als je tot acceptatie komt, daalt er een bepaalde rust over je, die ervoor zorgt dat je ontvankelijk bent en weer openstaat voor het inslaan van een nieuwe weg. Er zijn in het leven verschillende keren een moment geweest, waarop ik mezelf in balans moest zien te krijgen. Soms had ik daar hulp bij nodig in de vorm van een vriendin of een psycholoog, een boek of anderszins. Pas als de balans herstelt is, het voorval op een plek gevallen waar het niet langer schrijnt en de blauwe plekken en de butsen geheeld zijn, is er die kleine rustige ruimte, waar veiligheid voorop staat.

open-deur-digital-painting Open deur

Dat schenkt het vertrouwen om, na een eindeloos gevecht, toch die deur weer te kunnen openen. Kwetsbaar, maar ook in staat tot helen.

 

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Het was een lauwwarme wind, die langs mijn armen streek, gisterenmiddag. Het zag er wat dreigend uit, maarik besloot toch een flink eind de dag in te fietsen en koos voor de wijde polders rond IJsselstein. Jammer dat er nog steeds auto’s mogen komen op de kleine landweggetjes. Hoe heerlijk zou het zijn als je vrijuit kon zwieren.

Het fototoestel zat in de tas, maar ik besloot het te daar te laten en de foto’s voornamelijk in mijn hoofd te maken. Het rook naar lente, koemest en weelderig fluitekruid. Veel paartjes op de fiets, hier en daar een enkele alleenfietser net als ik. Dode kraaien bungelden aan stokken en een touw boven een akker van een boer en ik vond het er luguber uitzien. Het groen van de velden was licht en donzig. In werkelijkheid had het grasland moeite met de droogte en zwoegde voort terwijl ze langzaam vergeelden, straks mischien verdorden, maar vooralsnog zag het er uit als een glooiend mosbed, klaar om te rusten.

IMG_1597 (1) glooiend mos

Zoveel tinten groen in deze tijd van het jaar. Er staan ook gele bomen tussen de groenen. Ik vermoed gele acacia’s, maar ook nu stap ik niet af voor een nader onderzoek. De lucht trekt steeds meer dicht en het ziet er wat dreigend uit. De eerste kleine druppels vallen, maar zo weinig dat er met gemak doorheen te fietsen valt, letterlijk en natuurlijk. De gedachten springen op en neer, van de nijlganzen op het veld, naar de boerenzwaluwen die spelletjes spelen met de wind, de hardwerkende boeren op hun erf, de schapen in de wei, dartele lammetjes aan hun zij. Hier en daar, maar minder dan gedacht, een koppel zwanen en een reiger, roerloos aan de kant van de sloot. Ik trap met gemak 22 kilometer stuk, maar ben toch verijsd en bij thuiskomst zie ik dat mijn handen en neus een waas van paars hebben. Volgende keer mijn jas of lappie mee en een poncho.

Onder het fietsen  speuren de ogen ook naar roofvogels, maar ik kom er geeneen tegen. Gedachten springen dwalend van de hak op de tak met gebeurtenissen die in het vat zitten voor de komende week, de tuin, de ‘onmerkbare’ crisis omdat mensen steeds argelozer worden. In het centrum van het stadje waar ik doorheen fiets is het druk, drommen mensen, of lijkt dat zo, omdat ik vluchtig kijk en snel verder fiets, de stilte in.

Ik peins over ouder worden en tanen, hoe wij aankijken tegen de dood en ouder worden. Hoe anders dat kan zijn in andere culturen. In de krant stond gistermorgen de Stekel van Inaki Onorbe Genovesi, waarin een vergelijk stond tussen het Westen, de anderhalve-meter samenleving  en de vrees van ouderen om weggezet te worden als dor hout en de jeugd van de Navajo-indianen die hun ouderen eren en het verlies van hen niet alleen zien als het beroofd worden van een persoon, maar ook van eeuwen aan kennis, cultuur en verleden.

007 Boeken 1980.

De tegenstelling is groot en iets om over na te denken. Het is een stuk cultureel erfgoed, dat aan het verdwijnen is. Iedere generatie neemt kennis en gebruiken mee de vergetelheid in. Zelfs mijn geliefde boeken, die dat verleden koesteren en omarmen en waarvan ik dacht dat ze altijd zouden blijven, zijn een vaag begrip geworden of zelfs blanco gebleken. Enkele ‘evergreens’ uitgezonderd en zelfs die zijn niet altijd bestand tegen de tand des tijds.  De slotconclusie van Inaki is: ‘Liever indianenverhalen dus dan vrijblijvende ideeën’.

IMG_0086

Verhalen, ja graag. Zoveel als mogelijk. Koester wat nu is en vraag en praat en luister naar wat heden en verleden samen smeden kan en samensmeden kan, letterlijk en figuurlijk.

 

 

Uncategorized

Niet alles hoeft bewaarheid te worden

Het is even wennen  na al die weken van contemplatie. Heerlijke stilte is iets wat veel genoegdoening kan schenken. Gisteren was ik naar de tuin gegaan, twee zussen zouden gaan wandelen in de omgeving en daarna even aanwippen op anderhalve meter. Ik dacht prosecco voor de een en fris voor de ander, toost en brie uit de koelkast en klaar. Ik wilde wat schilderen, had net alles klaar, toen jongste zus met ex ineens om de hoek van het struweel kwam piepen. Op de fietsen en met veel lekkere dingen van de Turkse winkel.

HYEI2358

Ik had al wijselijk de stoelen voor het verwachte bezoek later op de dag onder de appelboom gezet. Buuf kwam langs en zag ons zitten. Idyllisch vond ze. Ik proefde het woord en dacht, dat is wat het is. Het was voor de een een overbrugging van jaren, die hij in Indonesië had doorgebracht. Als zwager broer wordt en weer verdwijnt uit je leven is dat een wonderlijke gewaarwording. Iemand schreef laatst op twitter: ‘Veel te vroeg in ons leven wordt het kaal en het wordt steeds kaler’. Dat hoeft dus niet alleen door dood, maar ook door wat mee oploopt en alleen weer verder gaat.  Naarmate de jaren verstrijken worden de lege plekken nog veelvuldiger. Er vallen gaten in het stramien, dat leven heet.

En zelfs dan weet Tijd bij het verstrijken der jaren ten leste een milde bout te hanteren. Is het de veelheid aan lege plekken waardoor je in staat bent om er mee om te blijven gaan of is het omdat je geleerd hebt hoe je gemis kan inbedden in het bestaan als de rauwe pijn verdwenen is. Vriendin hoorde van een lieve vriendin, die was gaan hemelen en op datzelfde moment vloeide uit haar pen een nieuw wezentje, dat zo heel erg paste bij haar werk, maar ook bij het werk van de vriendin die er niet meer was. Toeval is zo dikwijls geen toeval.  Dergelijke verhalen zijn verzachtend bij het aanvaarden. Ze nemen niet de lege plek weg, maar geven er een invulling aan. Misschien is dat de kern van het verhaal. Mijn doden reizen altijd mee, terwijl de omgeving leger wordt. Niet kaler, geloof ik. De meerwaarde van het ontastbare is voedend, ‘genoeg’ wilde ik daarachter schrijven. Dat klopt niet, want de leegte blijft.

IMG_0070

Daar zaten we nu en wandelden door tijd en gemis, in vertrouwelijkheid op afstand. Nooit gedacht dat ik het zo tegenstrijdig zou moeten schrijven. Het bestaat echt. Vlak nadat ze wegfietsten, stonden de andere twee vertrouwde koppies aan de overkant van de sloot. Ik verschoof de stoelen met de schaduw mee en met al dat lekkers sloegen we twee uren stuk. Ze hadden een fotoboek meegenomen, die schoonzus ongevraagd en met liefde had samengesteld uit foto’s van FaceBook. Het leven van de vier, soms vijf als broer meedeed. Vakanties door de jaren heen, een tijdsbeeld. Lachende gezichten waarbij wij een ander zicht hadden dan de kijker. Zus die, rennend vanaf het fototoestel op de grond, naar haar plek moest zien te komen vlak voor de zelfontspanner afklikt. De locaties vullen we aan met geuren en kleuren van de desbetreffende week of dag. Weet je nog? Zoete nostalgie.

Thuis bedacht ik dat de bijbehorende herinneringen van een foto, de diepgang, de betekenis, verdwijnen en een foto dan weer platte foto wordt. De sepiaplaatjes van vroeger zijn nog deels herkenbaar, omdat het vertrouwde gezicht gezocht wordt, maar de onbekenden die meedoen in het geheel worden ‘plaatjes’ met hooguit de kenmerken van een tijdsbeeld om je om te verwonderen. De lamp met de franje boven de keukentafel, het pastoe-meubilair, de schouw met de koperen salamander.

In het Magazine van de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond de column van Thomas van Luyn, waarin hij schrijft over een fototoestel voor geuren, de hij de Osmograaf noemt naar het Griekse woord Osmè voor ruiken. Dat zou een aanvulling kunnen zijn, maar, voor hetzelfde geld, ook een aanfluiting. De muffe lucht van de lamp, de koolraaplucht in de kamer, de verschraalde rook van de gasten, ik bedoel maar. Niet alles hoeft bewaarheid te worden.

Uncategorized

Met of zonder witte strepen

De gierzwaluwen gieren dwars door de dikke vliegtuigstreep in de lucht. Vlak daarna komt er nog een vliegtuig de dikke streep langszij. Ze nemen de Hemelvaart letterlijk. Ik had stiekem gehoopt op nog een langere tijd zonder om de rust die het uitsstraalt, zo’n strakblauw hemelgewelf. Heel even heb ik overwogen te gaan dauwtrappen, met mijn moeder in gedachte, die vroeger niet anders deed op Hemelvaartsdag.  Om vijf uur op de fiets springen brengt je naar de mooiste plekjes. Zuslief, de fotograaf, trapt bijna iedere dag dauw. Het levert de mooiste foto’s op.

IMG_0054

Vooralsnog blijf ik in bed en trap af met een hoofdstuk uit het nieuwe boek van Ildefonso Falcones, een zeer kloeke Spaanse roman met de titel De Erfgenamen. Het speelt zich af in Barcelona rond 1400 en in die paar gelezen bladzijden hadden zich al drie onthoofdingen voltrokken. Zijn vorige boek Kathedraal van de Zee, was prachtig. Vol verwachting dus. Het begin is pakkend.

Gisteren ging ik de drie zakken met snoeiwilg naar de vaalt brengen. In de buurt van het recyclestation wezen borden de te volgen route. We zijn mak als schapen op de dam geworden, met het volgen van aanwijzingen. Ik kijk nergens meer van op. Het was maar goed dat ik gedwee deed, wat men verlangde, want aan het begin van de straat begon de rij al. Er waren meer mensen op het idee gekomen om een en ander op te ruimen. Het kostte precies een uur. De man die controleerde had geen boodschap aan afstand, zag ik bij de auto’s voor me. Ik hield het raampje op een kier toen zijn grijnzende hoofd zich uitvergrootte voor het glas.

Er was in de middag een afspraak met hartsvriendin en dus bedacht ik dat er tussendoor misschien tijd zou zijn voor een volgende stap in de ruimte: De kringloop in Eemnes. Even neuzen in de kleding. Niet passen, handschoenen aan en op de gok meenemen wat leuk was, had ik me voorgenomen. Het was er rustig, eenrichtingsverkeer en heerlijk opgeruimd. Overal gelwas. Ik viel voor een blauwe tuniek en een blauwe zomerjurk die straks goed van pas zou komen. De kassa stond achter het scherm en na een uurtje stond ik weer buiten met de buit en een tevreden gevoel over deze uitbreiding van de activiteiten. Onderdeel van het handelen met gezond verstand.

IMG_0045

Bij vriendin wilde de parkeermeter niet dadelijk de bewonerskorting invoeren. Weerbarstig bleef het hardnekkig, bij een keer aantikken, dubbel invoeren. Stom ding. We lieten hem voor wat het was.

Alleen al haar vertrouwde gezicht te zien was goed voor een warm gevoel. Stukje thuis. We hadden al zoveel jaren gedeeld en zoveel meegemaakt. Water en bubbels, daarbij honderd-en-een onderwerpen, een lach en een traan en de tijd viel stuk. We waren weer even daar en toen. Anderhalve meter is in gedachte te overbruggen, maar oh, een knuf had heerlijk geweest. Het was goed zo.

IMG_0053

Thuis direct de kleding in de was. Het water in de emmer hemelsblauw van de jurk. Toepasselijk voor vandaag. Blauw, blauw, hemelsblauw, zie het lied maar weer eens uit het hoofd te krijgen. Ik vertelde vriendin over het verhaal dat ik schrijf voor de kleinkinderen. Ik geniet zelf nog het meest van de types die ik verzin. Misschien is dat wel het allerleukste van fantaseren. Het creëren van je karakters en vooral als ze je direct helder voor de geest staan. Het is een van de redenen dat ik bij boek en film altijd eerst het boek wil lezen. Ik vorm mijn eigen karakters wel. Als de film daaraan refereert heeft de auteur ze goed neergezet. Gandalf heb ik ooit als achtienjarige getekend en dertig jaar later bleek de tekening identiek aan de Gandalf van de films van Peter Jackson. Zo werkt dat.

IMG_0052

De dag vloog voorbij, de planten op het balkon waren blij met mij en de gieter en de campanula stond vergenoegd blauw te wiegen bij die heerlijke natte voeten. Hemelvaart en ‘Vandaag kleurt blauw’ in variatie op een thema, met of zonder witte strepen.

 

Uncategorized

En straks weer anders zal zijn

Vertrouwd gezicht komt achter het struweel vandaan, eerst een wiel dan zij, dan de rest van de fiets. Alweer een paar weken geleden dat we elkaar gezien hebben achter glas. Zij op de galerij en ik in de keuken. Kletsen kunnen we als de beste, maar geen kletskoek. Het snijdt hout. We hebben zoveel vragen naar aanleiding van deze vervreemdende tijd. Wat is wijsheid. We zitten op meters van elkaar, drinken fris citroenwater en mangosap, eten druiven en noten. Ieder uit een eigen bakje of van een eigen tros. Knabbel en babbel.

IMG_3783

Het gesprek veert op en neer en wordt soms onderbroken door een triller van de winterkoning, die af en toe even luistert of het leven nog door kan. Er vliegen vier spreeuwen de tuin in. Ik ben van mijn sokken. Heb al jaren geen spreeuw meer gezien. Dan vliegt er ook nog een goudvink over en kan de dag niet meer stuk. Het kabbelt en golft en daar tussen in is er de rust en het evenwicht van de stille tuin, om te laven. Emoties kleuren elke gebeurtenis heftiger als het leven hunkert naar gezelschap, naar omarmen, naar verwarmen. We spitten de angst uit. Wat het doet, waar het voor behoedt, maar ook wat het tegenhoudt. Dochterlief zei: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen. Maar in dat doosje is het geen leven, is het een porseleinen zelf, dat roerloos en passief ondergaat, of is er een middenweg.

We proberen gezond verstand en daar komen we een heel eind mee, alleen heeft niet iedereen dat paraat of voor handen. De breeduitlopers, de schommelaars, de terreinopeisers zijn overal. Het klein meisje op het pad bijvoorbeeld, die nieuwsgierig is waar ik naar kijk. Naar een kikker. Ze komt dichterbij. ‘Ik dacht naar een slang, ik zag net een slang, een zwarte’. Ze wijst de plek. ‘Dat kan heel goed’, antwoord ik haar ‘het is een ringslang. Hoe groot was ie’. Ze wijst met haar handen zo’n vijftig centimeter. ‘Een jonkie’, vertel ik haar. Ze komt weer vervaarlijk dichtbij. Ik waarschuw. ‘Wat heb je een mooi jasje aan,’. Trots laat ze haar glimmende rug zien. ‘En weet je waarom. Ik ben jarig’. Jarig kind, wat moet jij nou met deze wereld. ‘De ziekte is bijna weg’, zegt ze en als opa haar naam roept, draait ze om en vervolgt hortend en stotend over de hobbels haar eigen weg. Even voelt ze als Alice in haar zelf gecreeërde wonderland, met slang en kikker. Ze houdt van kikkers, zegt ze nog. Haar eigen prins.

IMG-0038

Achter mijn stoel langs schiet een muis, blijft zitten bij stoel nummer drie in de schaduw en kijkt. Ze is groter dan een veldmuis en ze heeft een langere staart. We denken woelmuis of later met de afbeelding in de hand zou het ook een bosmuis kunnen zijn. Op de een of andere manier lijkt het erop, dat de balans zich in die tuin van mij aan het herstellen is. Het leeft en sprankelt tussen groen en hout en het vervult me met genoegdoening en blijdschap.

IMG_3788

Dit deel van de wereld is tijdelijk gered, dankzij afwezigheid van vliegtuigen, door minder verkeer, minder stikstof. Zo gedijdt dat kleine leven en wordt tuin een oase. Stern beaamt het met een schelle kreet. Vriendinlief neemt afscheid. Maaiende armen links en rechts op anderhalve meter en kushanden.  Even daarvoor heeft ze al twee zakken met geknipte takken meegenomen en de derde bungelt nu naast haar fiets. Het scheelt zometeen een hele operatie. Nu hoef ik de zakken alleen nog maar de Kleine Blauwe Prins in te schuiven.

Gebogen over de fiets een brede grijns. Dat is wat vriendschap vermag. We kloppen licht en lucht door wat nu is en straks weer anders zal zijn.

 

 

Uncategorized

Ik golfde mee

Wat had ik graag nog even in beide dromen blijven hangen. Ze kwamen achter elkaar. In de laatste droom vertelde ik zelfs over de eerste droom en kennelijk heb ik ook ruim de tijd gehad om ze terug te dromen, anders hadden ze niet zo helder voor de geest gestaan. De eerste ging over de kringloop. Ooit, in het grijze verleden , werkte ik 22 jaar lang vrijwillig in een kringloop. Ik ‘deed’ eerst de boeken, later de kleding. Dat laatste leverde me mijn chronische aandoening op, maar dat wist ik destijds nog niet. Zorgeloos schudde ik meters stof en ‘stof’ uit de zakken.

scannen0676 Kringloop

De eerste droom bracht me terug naar de kringloop. Voor het eerst sinds lang. Buiten lagen een slordige hoeveelheid plastic spuiten op de grond, die ging ik ophalen, omdat anders de kinderen er mee aan de haal zouden gaan. Ik verwachtte toen nog op school te zijn. De spuiten waren verdwenen, maar de bestelbussen en kleine vrachtwagens die buiten stonden, werden uitgeladen en de grote hoeveelheden kleding in grote stalen hoge karren binnen gereden. Ik liep er achteraan en nam een kar mee. Ze wilden het gaan uitzoeken in de kamer van de directeur, maar dat vond ik echt onzin. Het spul moest naar boven waar officieel de ruimte was en waar ook de rekken met kleerhangers stonden. De kleding die uit de zakken kwam was van een perfecte kwaliteit. Jurken die prachtig waren, á la ‘La Bloemen’, maar draagbaarder. De een was goudkleurig met zwart, de ander zwart. Er kwamen ook schitterende jakjes uit van een aparte stof, dat op leer leek, maar het niet was. Alles moest ik passen van vriendin, die gaandeweg veranderde in een onbekende. Het zat als gegoten en stond geweldig ondanks de extra kilo’s. Eigenlijk veel beter, dan toen ik nog mijn magere zelf was.

scannen0678 Vooruit, nog een.

Ik wilde ze hebben en had al bedacht, dat ik er ongezien wel 100 euro voor over had, als ik maar weer wat extra mooie nieuwe kleding mocht hebben. 100 euro is voor een kringloop een aardig bedrag. De jurken waren in werkelijkheid natuurlijk veel meer waard.

Waar de eerste droom over ging in de tweede droom weet ik niet meer, maar de familie kwam op bezoek. Eerst een zus, daarna één voor één de broers. We belandden allemaal in de speelzaal van het schoolgebouw, waar ik in de eerste droom dacht te zijn. Daar was een mindfullness of yogasessie aan de gang. We werden op lange tafels gezet en kregen koffie. Er volgde een zangsessie annex musical-achtig iets, waar ik bij mee ging zingen in kleermakerszit op de grond. Het was heerlijk om te doen en ik vergat de familie een beetje. Later, toen het afgelopen was vroeg ik aan zuslief wat kleingeld en kreeg een paar fantastische daaldermuntstukken, groot en goudkleurig, als een verwaaid vierkant en nog een ééngulden munt in dezelfde vorm. Toen ik voor de koffie wilde betalen wimpelde de Yogalerares het af. Ze had innig zitten zoenen en had haar trui met een koord in de hals, boven haar hoofd dicht getrokken, zodat alleen haar ogen, neus en mond te zien waren. Nee joh, voor die koffie hoefde ik niet te betalen. Ze keek er intens lief bij, zacht en aaibaar.

interview aad

Wakker wilde ik niet worden en werd het toch. Bij het openen van de computer en FB zag ik een artikel, dat me was toegestuurd door een bekende, over mijn broer. Hij vertelde daarin over  het eerste ouderlijk huis in Utrecht aan de laan van Chartroise, waar ik nooit gewoond had. Zo stond de ochtend ineens in het teken van de familie. De dromen hadden hun eigen connectie met de realiteit gemaakt en ik golfde mee.

Uncategorized

Dat is heel wat waard

Zaterdag moest ik eerst even, na de binnenzit van vrijdag, kijken of de kalfjes van de Hooglanders al gegroeid waren. Ik kon de vele hondenbezitters ontwijken, maar hond wat minder, die wel op anderhalve meter afstand blaften,  of zich leeg schuddelden als ze uit het water van de plas kwamen. De spetters vlogen in het rond.

IMG_3569

Ik zag een ouder stel verdwijnen over de heuvel naar een mij onbekend traject. Later ook eens uitproberen. Alle Hooglanders bleven er onverstoorbaar lustig op los grazen. Zelfs de Stier wandelde op zijn dooie akkertje naar de dames toe, die het gras voor zijn voeten letterlijk wegmaaiden.

IMG_3601

Ik zag naast de onvoorwaardelijke moederliefde, diepe holen in de droge grond en ineens de oren boven de rand van de vlakte, dat naar de rivier afliep. Konijnenoren wist ik, kleiner dan haas. Stil bleef ze zitten en nog bleek de foto bewogen.

IMG_3608   IMG_3615

Het meer spiegelde groen en blauwtinten. Een Hooglander stond in het water en waaierde zijn vacht uit tot een lichtbruine rimpeling. De witte kwikstaart bleef roerloos zitten, totdat ik haar goed in het vizier had. Toen ik mijn dank betuigde, vloog ze op.  Zo’n kleine wandeling en zoveel natuur. Na de slapeloze nacht en de hulde aan dochterlief, coronaproof vóór de flat op eerbiedwaardige afstand, was de tuin aan de beurt.

IMG_3620   IMG_3645

Mijn uitzicht werd verwilligd. Knot-en kronkelwilg waren de boosdoeners met hun lange uitlopers. De energie was er, dus rigoureus de snoeischaar erin. Langzaam knipte ik me weer een weg naar een praatje over de heg met de buuf. Was haar al tegengekomen bij het alternatieve tuincentrum waar de verleiding groot was en de aanschaf van zeven planten een feit. Ergens was er ook nog een goed doel mee gemoeid. Mijn plastic handschoenen scheurden onder de vracht.

In een oogwenk was er na het snoeien een berg aan takken op de grond terecht gekomen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Ik had besloten een en ander klein te knippen en in grote zakken te doen. Dat schoot aardig op. Langzaam maar gestaag, dan brak het lijntje niet. Winterkoninkje kwam even kijken en speelde verstoppertje tussen het oude hout. De koolmezen kwetterden dat het een lieve lust was, het was een drukke bedoening daar in het nestkastje.

IMG_3772

De oude was er ook en goed bezig. Hij kwam af en toe vervaarlijk dichtbij, als hij dingen aan wilde wijzen of duiden en hij vond zowaar de verdwenen lupine terug. Geen grote pol, zoals hij aanvankelijk dacht, maar één nietig blad. Wie het kleine niet eert. Bij de zeven gekochte planten was ook een lupine. Aangeschaft om ze weer terug te krijgen in de tuin. Als ze eenmaal aan het zaaddozen sloegen na de bloei had je weer voor jaren genoeg. De pol witte anemonen was ook een tweede poging. Aan de rand van de vijver, in de zon. Fingers crossed.

De bloeiende doornloze braam, prachtige witte bloemen, vlocht ik door de kale omheining, nu de wilgen gekortwiekt waren. Ik zag de molen van Groenekan weer en op de wieken deed de oude een ogentest. Een wiek kon hij niet ontdekken, hoe hij ook tuurde. Ondertussen verdwenen alle takken in de zakken en was het tijd om huiswaarts te keren.

Vandaag vliegen de pollen in het rond. Misschien is het weer tijd voor een pas op de plaats. Voor de foto-uitdaging van  ‘Binnenkijken’ zocht ik mijn lievelingswoord. Het werden er drie. ‘Spree met Foeten’ uit een gedicht van Annie.M.G. Schmidt: De mislukte Fee. Het duidt op de betrekkelijkheid der dingen en dat is in deze tijd heel wat waard.

 

Uncategorized

Het mooiste eerste wonder

Herinneringen kloppen aan en houden me uit de slaap. Veertig jaar geleden werd ik moeder. Ik was niet langer verpleegkundige op de IC Neurochirurgie, niet langer vriendin van, niet langer zwanger. Ik was moeder.

De hele dag was ik aan het werk geweest in de tuin van het huis waar we met een woongroep van vijf woonden. Ik had in de zwarte aarde staan klauwen of mijn leven er vanaf hing. Baarvoets. Weeën onder het koken (het was mijn beurt) wasten aan, met steeds kortere tussentijd. Die was ineens van belang geworden, net als de seconden, die de klok weg tikten.

scannen0037

Met zwarte groeven in het eelt lag ik op de baarstoel in dat klinisch witte kamertje, oude muren die het steunen en kreunen van mijn voorgangers lieten horen. Ergens brulde een kind haar eerste  kennismaking met de wereld. Eelt was eerlijk net als het zweet en haargroei, manlief had een baard van hier tot Tokio en sleutels in zijn oren. De gynaecoloog was van het ouderwetse soort. Bars, no nonsens, autoritair. Wat moest hij met die hippies. Ik was ‘een oude priem’ en ook nog ‘een stuit’. Een geuzennaam vond ik zelf. Als er een vrouw binnenkwam voor een eerste bevalling in het Academisch in Leiden, ouder dan 25, dan riepen we elkaar toe dat er een oude priem aankwam. Een primi para. Een eerste bevalling.

Midden in mijn gewee, zonder klagen overigens, ging de gynaecoloog op huis aan en prompt overviel me een weeënstorm, die ik nooit meer zal vergeten. De verpleegkundige keek bezorgd en ik vroeg of ze het wel eens eerder bij de hand had gehad. Nou nee, dus. Dat vermoedde ik al. De onrust zorgde voor een taai overwinningsmechanisme en nauwelijks de angst om de pijn. Arts weer opgebeld, zo mogelijk nog norser, want nou hadden ‘ze’ zijn avond ook nog verstoord, ‘damned hippies’ en kon niets anders doen dan inknippen en opvangen.

scannen0069

Daar was het kind, mijn kind, mijn meisje, met haren zo zwart als ebbenhout, even een glimp, apgarscore gemeten en weg was de arts weer. Ik kan me niets meer herinneren van beschuit, wel het bibberen van twee opgetrokken knieën in eenzaamheid, die nooit meer stopten. Kwart over een was alles achter de rug en lag ik de nacht te verbijten en de wonderlijke mengeling van pijn en naweeën en het verlies van het geborgene, van de vertrouwde aanwassende buik van de afgelopen maanden, van de vrucht. Ik was moeder. Vaag besef en nog geen idee van wat er komen ging.

Mijn moeder kwam de volgende ochtend in haar gebruikelijke vliegende vaart. We vielen elkaar huilend in de armen. Voor het eerst na de uitputtingsslag stroomden de tranen bij al het vertrouwde dat herinnerde aan kind zijn en je geborgen weten, armen om me heen, met het inslaan van deze nieuwe weg. Ik was kind van mijn moeder en meer dan dat. Ik was moeder van mijn kind, de cirkel was rond. Veertig jaar geleden is niets, blijkt nu. De nacht is er in geuren en kleuren als ik haar oproep. Het overbrugt met het grootste gemak de tussenliggende jaren. Wat vooral dat ene moment kleurde, was de trots om dat kleine wezentje, dat de aanvulling werd op ons bestaan en vormend het leven invulling gaf. Met elke ontwikkeling werd wijsheid ingegoten, weliswaar in radeloze onwetendheid, maar wijsheid voor later, bij twee, bij drie, bij vier, bij vijf.

scannen0104

Voor nu, voor dit gedenkwaardige ogenblik, geen wonder dat de slaap niet wil overmannen, nu we het over die oervrouw hebben, die toen geboren werd in mij. Moeder van het mooiste eerste wonder.

Uncategorized

Het voelt als thuiskomen

Het is weer zaterdag. Deze hele thuiszit lang is er de zaterdag, sneller dan verwacht en iedere week. Iets om je op te verkneukelen met een extra dikke krant met magazine en van schoonzoonlief de ‘Letter&Geest’ van deze week. Voedzame consumptie voor de gedachtenkronkels. Ze leiden me af van het verhaal over Corfu, de gemiste vakantie van ons hele gezin. Tussen haakjes: We zijn er lekker toch, met maanbed en al en Pyrithia is op bestelling bewoonbaar verklaard voor onze vier huishoudens. Dat kan niet anders als je een kleinzoon hebt die met de dieren van gedachten kan wisselen, een kleinzoon van de goede ideeën en een kleinzoon van de oplossingen, een kleurrijke kleinzoon en kleindochter en een verwonderaar. Geen wonder dat we uitverkoren zijn. Ik weet inmiddels hoe het verder moet en verkneukel me op het zesde deel alweer.

IMG_0011Maanbed, ruwe versie.

In het magazine van de Volkskrant lees ik over Erwin Olaf en zijn verbeelding van de angst in de serie van April Fool 2020. De geladenheid in het werk doet me denken aan de serie doeken over het Dolhuis van Michaël Borremans. Dezelfde beklemming. Elke afbeelding heeft iets wat de realiteit onderuit haalt. Onwerkelijk. Bij April fool 2020 is het het intense vergrijsde groen, de verlatenheid, het onnavolgbare witte gezicht en de papieren puntmuts. Straf bedenk ik. Het jongetje voelt alsof hij straf heeft. Wij zijn de kwetsbaren, maar geen seconde heb ik me zo gevoeld. De leegte op de bladzijde ervoor is ook dwingend en dreigend, vooral de verlatenheid buiten. Zijn beelden drukken uit wat hem overvalt: ‘Wezenloos loop ik rond, bang voor een vijand die ik niet kan zien en gelukkig nog niet voel. Wachtend op het volstrekt onbekende. Het kaartenhuis stort in en wij zijn allen de joker.

IMG_0009 Erwin Olaf in magazine, ruwe versie

Zwaar is het op die manier, om slechts te kunnen torsen en daarmee recht tegenover mijn invulling van de dreiging. In mijn optiek haal ik mijn arsenaal aan overlevingsstrategiën uit de kast. ‘Voor iedere naald heb ik een draad’ is er een van en komt uit die geweldige leerschool van vroeger, en te gebruiken om wat sleets is dicht te kunnen mazen. In Letter en Geest sluit het essay ‘Corona en ethiek’ van Frits de Lange naadloos aan. Helder zet hij uiteen dat Utilisme een gevolg-ethiek is, kort door de bocht, ‘Wat gij niet wil dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet’ en de Kantiaanse ethiek is een plichtethiek, even kort door de bocht ‘Alles heeft een prijs, maar mensen hebben absolute waarde omdat ze de vrijheid hebben om het goede te willen’ (Kant). Dat beide ethieken uit de achtiende eeuw stammen en dientengevolge verouderd zijn. We kunnen ons beter beraden op de zorgethiek, kort door de bocht: ‘Zorg als het meest fundamentele kenmerk van ons menszijn’. Met de snelheid van lezen lees ik in eerste instantie ‘Welzijn’. Dat is precies wat het beoogt. Voor iedereen.

IMG_0010Frits de Lange: Fragment

Dan volgt een heldere conclusie en ik citeer Frits de Lange letterlijk: In een democratische discussie vanuit zorgethisch perspectief gaat het dan niet meer om de afweging van belangen(Mark Rutte: ‘de vrijheid van de een tegen de gezondheid van de ander’), maar om een faire verdeling van de verantwoordelijkheiden, onder de gegeven omstandigheden en om de vraag hoe je die het beste vorm geeft.

Dat ter afweging voor de komende tijd. Prachtig. Ik ga het nog een aantal keren herlezen, want het voelt zo waar en goed. Het mag gefileerd worden tot op het bot en eigen gemaakt als de aansluiting daar is of ontkent bij het tegenovergestelde, maar vooralsnog schaar ik me achter de zorgethiek. Het voelt als thuiskomen.

Uncategorized

Net als vader Zwaan

De kauwen uit de dakgoot zijn in paniek. Ze hebben met hun waarschuwingskreten een aantal familieleden opgeroepen en zitten nu in de boom voor het huis te delibreren. Ik kan niet goed ontdekken wat er aan de hand is. Ik hoor de buurvrouw beneden iets zeggen op de galerij. Ze blijven op hun hoede, verscholen in het weelderige groen. Mekkerend neemt Pluis het zenuwachtige ouderpaar in ogenschouw. De snorharen trillen van de opwinding. Mmmm Lekkere hapjes. De vlucht kauwen is aangezweld tot twintig of meer, ze spelen ‘Hitchkockje’ met het in vlucht rakelings scheren over de bomen. Later op de middag zie ik een kraai met zijn indrukwekkende voorkomen. Zou dat zo alarmerend zijn geweest?

Ik weet nog goed hoe ik als puber bij de film ‘The Birds’ met rode konen en een verstokte keel van de spanning tegen het beeld aanleunde.  Heel heftig en onvoorstebaar vond ik het. Twee weken geleden fietste ik door een laan met aan weerskanten bomen, waar aan het begin een bord stond met de waarschuwing te hoeden voor agressieve kraaien. De kleintjes zijn er, dus er wordt kroost verdedigd. Ik moet de eerste de beste mannetjeszwaan nog tegenkomen die me vriendelijk zal toewuiven, als hij kleintjes heeft. Een mep van een vleugel kan je krijgen.

zwaan

Die schrik zit er ook al in vanaf mijn achtste of daaromtrent. Toen we met de gymvereniging keurig in uniform en in gelid langs de vecht trokken tijdens de Avondvierdaagse, terwijl we ‘De paden op, de lanen in’ zongen of het potje met vet breed uitsmeerden over het aantal te lopen kilometers. Zwaan, met vrouw en jongen op het nest, was al die voorbijtrekkende stoorzenders zo zat, dat hij een hiaat sloeg tussen de gelederen, een meisje een gebroken arm bezorgde en paniek in alle toonaarden een feit was. Vanaf dat ogenblik heeft de huiver zich verenigd met de eerbied en blijf ik op  afstand met een flinke zoom op de camera. Want prachtig blijven ze.

Op de tuin moet de iep gesnoeid achter het atelier. Hoog is ie nog niet, maar aan het eind van dit seizoen natuurlijk wel, want ze groeien waar je bij staat. Ik ga eens uitvogelen wat de beste oplossing is. Ze komen je aanwaaien die iepen, zoals er nu ook ineens een kastanje naast staat. Die smoor ik in de kiem, maar de iep had zich verstopt achter de vlier. Het zit hem in de naam. Gen-iep-igerd.

Under construction. Fragment.

De kauwen zijn weer koest, gelukkig maar. Het doek lukt goed. Vandaag weer een stukje verder en de losse slag vasthouden. Het is feest om me erin te verliezen op mijn eigen onorthodoxe wijze, want alles tegen de regels denk ik. Maar het werkt zo lekker. Zoon komt binnen met zijn tweewekelijkse oppepper. Lang leve de Albert Cuyp.

IMG_9979

Over Onorthodox gesproken, ik lag vannacht om vier uur al het klooster te bestuderen bovenop de Pantocrator in Corfu. Het verhaal wil verteld worden, maar ik moet nog wat losse eindjes aan elkaar knopen nu de tovenaar zijn toverkrachten niet werkten daarboven, met al de stralingen van die lelijke zendmasten in de buurt. Net als de iep moeten ze om. In het klooster schijnt trouwens overdag een monnik te bedelen, die dan met gevangen geld ’s avonds in een dorp aan de voet van de berg de heiligheid laat schuimen in het bier of de Ouzo. Van die kant verwacht ik geen hulp.

Er schiet me straks vast een list te binnen, zo werkt dat. Het is als met eieren, broeden en erbij blijven. Net als Vader Zwaan.

 

Uncategorized

Verwondering te over

En alsof ze het afgesproken hadden, die weergoden. ‘We beginnen met iets moois en we sluiten af met iets prachtigs’. Daar schoof gisterenavond een wereld aan wolk en kleur voorbij, adembenemend en divers. Wolken om op te wiegen en te dromen. Op zo’n golf aan wolk varen we best.

ONGK4169

Gisteren de penselen ter hand genomen. Zoonlief had een bestelling geplaatst en diverse foto’s opgestuurd. Ik koos voor de uitdaging. Een moeilijke hoek, zoeken naar de juiste afmeting en de goede verhoudingen. Te groot beginnen, altijd, overmoedig en doekvullend. Met duwen en trekken dwong ik het lijdend voorwerp in de juiste proporties. Nu kon het grote schaven beginnen.

RSBJ9253

Ondanks de kou, dik vest over rulle trui en het onafscheidelijke mouwloze vest wachtte de tuin, waar ik begroet werd door een weelderige bloeiende mierikswortel, die een zoet welkom geurde. De kleine meerkoet in de sloot zwom naarstig naar de kant en duwde haar kop in het riet. ‘Ik ben er even niet’ seinde ze woordeloos.

IMG_3552   IMG_3553

De bijen trokken zich niets aan van mijn wandeling. Er was een nieuw volk en de imker had hun huisje met de korven andersom gezet, zodat  de zon de hele dag op de kleine schuur scheen. Sinds er weken lang minder verkeer was was de lucht oneindig veel blauwer en de bloei van alles uitbundiger.

IMG_3555

Moeder eend, een vreemde eend in de bijt, had haar pulletjes om zich heen verzameld, maar raakte niet in paniek. Doodgemoedereerd zwom ze verder en liet me het nakijken. Lyrisch kan ik er van raken, van dat kleine grut.

IMG_3561

Ergens in de krant stond gisteren, in een artikel over de georganiseerde vliegreizen die op handen waren, dat we naar het buitenland wilden om ons weer eens te kunnen verwonderen. Die algemene stelligheid verbaasde mij. Iedereen die om zich heen kijkt, valt verwondering ten deel als ze verder zien dan het kijken naar die schoonheid. Lucht, licht, water, lente en ontluikende natuur. Is er meer te wensen?

IMG_3558

Vriendin kwam op gepaste afstand in de tuin toen ze me had horen praten met de Oude. Ze heeft de tuin schuin achter. Zo blij om elkaar te zien, we hadden elkaar al die tijd niet gesproken. Wat volgde was een uitwisseling van wederwaardigheden en het droeve verhaal over het overlijden van haar vader in een verpleegtehuis en het feit dat zij en haar moeder er niet bij mochten. Haar gezicht werd zwaar van verdriet om dat gegeven en ze sprak haar woede uit over die harteloze maatregel, het eenzame wegglijden uit ieders leven. Van andere vriendin had ik een tegenovergesteld verhaal gehoord over ouders, die alleen maar onrustiger werden door bezoek en zich veilig voelden bij de verzorgers.  Ik hoefde maar in de ogen van dit kind van haar vader te kijken of ik wist dat het verkeerd was. Dat het zou blijven nawoeden tot in lengte der dagen. Ze was gaan fietsen, uitgebreide tochten over klompenpaden en dwars door polderlandschap heen om het gevoel om te zetten in een positieve twist. Daar vonden we elkaar. We zaten op dezelfde golf en genoten van het kleine tot in de zuivere kern.

De Oude kwam even aan en hield bij hoog en laag vol dat hij de anemonen had gevrijwaard in zijn drang om al het onkruid met wortel en al te wieden tijdens mijn afwezigheid. Hij wees naar een plek onder de pruimenboom. Hoe ik hem ook vertelde, dat daar geen anemonen stonden, hield hij vast aan zijn gedachte. Net als het schoonmaken van de lupine in een ander bed. Daar staat een monnikskap, maar de lupine is al een tijdje verdwenen. Tijd voor inspectie, toen hij de kuierlatten naar zijn eigen tuin had genomen. De bestempelde pol anemonen was een geraniumsoort, en de lupine was er niet. Hij kwam als de ongelovige Thomas met eigen ogen mijn gelijk aanschouwen. Eerst zien en dan geloven.

IMG_3554

Ik liep terug naar de kleine blauwe Prins en mijmerde over ‘De tuin van de betoverde anemoon en het mysterie van de verdwenen lupine’. Zie je, alles ligt voor de hand. Verhalen, schildertaferelen en natuur. Verwondering te over.

IMG_3557Schildertaferelen…

Uncategorized

Daar gaan we voor

Er  kwamen net drie halsbandparkieten overvliegen als donkere silhouetten tegen het witte ochtendlicht. Ik herkende ze aan de kreet, die een van hen liet horen. Mijn licht, heerlijk dat ik het weer mag begroeten. Tussen de kruinen van de bomen door rijst de zon oranjerood, maar boven de bomen vervaagt ze tot bijna zalmroze. Elke ochtend tot nu toe is in alle vroegte het kleurenpalet te zien.

IMG_9891

Gisteren kwam het kleurenpalet van Monet langs op FB. Ooit, het lijkt al weer jaren geleden en eigenlijk pas gisteren, hebben we daarmee gewerkt. Ik weet dat het een beperkt palet is, slechts enkele kleuren en juist de vaste kleuren uit mijn eigen palet zitten er niet in. Het gaf een wonderschone andere invulling van mijn werk. Natuurlijk schilderden we de waterlelies en ik ben op zoek gegaan in de buurt om een schilderachtig bruggetje met vijver en lelies te vinden. Bij kasteel De Haar was het raak. Compleet met treurwilg ontvouwde zich een Monet-landschap voor mijn ogen. Dankbaar en met de nieuwe tinten compleet anders om te schilderen, maar zo’n ontdekking. Alleen…Ik ben de kleuren van dat palet weer kwijt. Veel blauwen herinner ik me.

027

Even later kom ik het monochrome palet van Jennifer Balkan tegen. Een kunstenaar die ik bewonder omdat ze zo verschrikkelijk veel streken en likjes, vegen en stippen gebruikt om aan haar portretten de juiste uitdrukking te geven. Het monochrome palet dat ze gebruikt voor een zelfportret bestaat in dit geval, voor zover ik kan zien, uit titaanwit, gebrande omber en ultramarijn. Daarmee maakt ze grijstinten in alle toonaarden. Iets om eens uit te proberen. Een beperkt palet opent een scala aan mogelijkheden waar je het niet verwacht.

IMG_9927 Monochroom palet van Jennifer Balkan

De bomen lezen een helder geel en mijn gedachten blijven even hangen op de foto van de aangedane surfplanken die gisteren uit de Scheveningse zee zijn gehaald. De burgemeester van den Haag haalde een passage uit ‘Op hoop van zegen’ aan. ‘De zee geeft en de zee neemt’, zei hij droef en dat laatste was oprecht. Maar het cliché klonk vervreemdend, nu het die zes sterke jonge surfers betrof.. Een ‘Cappuccino-zee’ was een begrip waar ik nog nooit van gehoord had. Een verschijnsel dat men kent als Cappucino Coast. Schuim op de zee kende ik wel, maar zo veel en zo dik. ‘Vermoedelijk gestikt in het schuim’ kopt Trouw. Het lijkt haast surrealistisch. De foto’s zijn ernaar, de beelden op het journaal ook. De helikopter vlak boven het gebied blaast dikke schuimvlokken uiteen. Een woedende zee, bedenk ik me, het schuim staat haar op de lippen.

IMG_9925

De zon breekt door in gouden gloed, een grotere tegenstelling dan tot bovenstaande  is er niet. Ze brengt harmonie in het vroege ochtendleven. Kauw vliegt uit vlak boven mijn hoofd, op zoek naar een ontbijthapje. De eerste auto’s rijden weer. In mijn hoofd speelt zich het verhaal af voor de kleinkinderen. De Yaya-kronieken nemen een geheel eigen wending, nu blijkt dat de hoogste berg van Corfu, de Pantocrator, zendmasten herbergt en een oud klooster. Wat een tegenstelling. De zendmasten komen goed uit, die worden automatisch het lijdend voorwerp, waardoor het dorp er vlakbij verlaten is. Nee, niet om de straling, maar om het verruïneren van de ongerepte natuur. De kleine ministralen gaan voor de tovenaar een plan bedenken om de natuur en de bevolking terug te laten komen. Waar zou je die masten beter neer kunnen zetten, of is er een andere manier om een goede ontvangst te krijgen. Yaya is er ondertussen maar druk mee en het levert slapeloze nachten en glorieuze zonsopgangen op.

IMG_9926

Afleiding en in dit geval gelukkig. Want buiten het gepieker over te vroege levens is het denken in oplossingen heilzaam om de gedachten te verzetten. Blijft de laatste vraag hangen. Waar kan ik die hoge mediatorens kwijt, zodat alle bewoners van Corfu wel ontvangst behouden. Zonne-energie met stralingskracht fluistert het licht. Ondertussen kolken de ideeën en buitelen over elkaar, tijd voor de koffie. Kauw komt net weer ingevlogen met een lekker hapje. Daar gaan we voor.

Uncategorized

Geen vuiltje aan de lucht

Bij het opschonen van mijn documentenbestand kom ik zo’n onnavolgbare rubriek tegen, waarvan ik zelf niet meer weet of die woorden ooit  uit eigen brein zijn ontsproten. Ik denk het haast, want de schobbejak lijkt verdacht veel op Pluis de poes, met haar grijze vacht en molllige welvaartsbuik.

IMG_9912

Zeg schobbejak/trek jij eens gauw/dat zachte grijze bontje uit/dat is toch veel te chique voor jou/

Wat ben jij een malle zeg/heb je ooit een poes gezien/die haar velletje naast haar legt/hou jij gauw je tater/deze jas heb ik gekregen van mijn moe/en ze past me als een huis/ik voel me er erg in thuis/Bovendien heb ik nog ergens genen/van een graaf van Christobal die is verdwenen/hij was zwart met grijze strepen/en had geen kroontje op zijn kop/want dat kon hij echt niet velen/maar voornaam, dat was hij wel/dus hou jij je mond maar snel.

Het is al goed hoor schobbejak/Ik moest het toch heel even kwijt/Tot ziens/tot in de pruimentijd

IMG_9919

Bij het tweede gedicht over een kikker die uit de schoen kroop, weet ik het ineens zeker. Dat gebeurde namelijk echt in de oude Bernagie, het tuinhuisje vóór mijn huidige gelijknamige rollende atelier. Het was een zwarte oude gymp en ze had er heerlijk liggen soezen, een nacht of een winter lang, dat weet ik niet. Het inspireerde kennelijk tot de volgende pennenvrucht:

Een potsierlijke kikker kroop uit mijn schoen/Dat had ik kikkers nog nooit zien doen/Misschien was het wel een prins/Net als waar het sprookje over schreef/Met de gouden bal en een kus en van die dingen/Als het heel erg waar zou zijn, zou ik erover zingen,/maar zeker weten doe ik het niet/En kussen brrr dat gladde vel/Nee dank je wel. Weet je wat/ik trek hem rap een hermelijnen mantel aan/en zet een kroontje op zijn kop/let maar eens op hoe snel mijn kikker dan een prins wordt/binnen enkele tellen…/Wat? Geloof je het niet?/zal ik je nog een verhaal vertellen.

Wat een wonderlijk mechaniek is dat geheugen toch. Ik ben een krabbelaar, dus in elke denkbare agenda, opschrijfboekjes, schriften, bulkboeken, enveloppen of wat dies meer zij, staan gedachten of gedichten. Flarden, doorgekraste, of hele gave notities. Sinds ik het internet belaag, staan in documenten op de gekste plekken geschreven stukjes. Wat ter tafel komt, of voor de vuist weggeschreven. In een opwelling, vaak in de nachtelijke uren en alles onaf, of niet doorgezet.

IMG_9920

Misschien hadden deze drie, want er is er nog een over een  spin, wel een bundel kindergedichten moeten worden. Met een Annie M.G. in je hoofd weet je het maar nooit. De verhalen zijn grappig, droevig of maf, soms af en soms niet. De documenten in google drive staan ook vol met projectverhalen met een kop en een staart, met halve ideeën en met een enkel woord, je kan het zo gek niet bedenken. Het is nu eenmaal hoe die radertjes werken bovenin.

Half afgemaakte verhalen zijn er ook, die blijven steken op het punt dat het moeilijk wordt om voortgang in dezelfde spanning te vinden. Ik ben een halve schrijver. Idee, plot, het is er allemaal, maar dan. Alleen de discipline van het ochtendstuk. Dat is er altijd. En het oma-journaal heeft ook een begin en een eind gekregen met het hele verhaal ertussen. Reuze spannend trouwens, dat vond ik zelf ook. Het kan verkeren, als er nog veel van deze vrije tijd blijft. De Yaya-kronieken zijn al onderweg en met de lieve aandachtige toehoorders staat er een stok achter de deur. Die heb ik nodig. Geef me genoeg tijd om te souperen en een wat rekbare deadline. Dan is er geen vuiltje aan de lucht.