Uncategorized

Meer zijn dan jezelf.

Gisteren rolde er een prachtige zin uit de televisie, die het waard was gememoreerd te worden. Ik sprak het uit, en nog een keer. ‘Die moet ik onthouden’, dacht ik en sukkelde in slaap voor de verder niet zo boeiende televisie. Toen ik wakker werd was de zin gevlogen, verwaterd, minder dan een schimmige herinnering. Zo gaat dat als je niet de moeite neemt om het onmiddellijk vast te leggen en op te schrijven.

De spijt blijft hangen, zeker ook omdat ik me met geen mogelijkheid de context kan herinneren waarin ze stond vervat. Dat heb ik wel vaker. Het voelt als een gatenkaas, een zeef, dat geheugen van mij.  Dat is onterecht. Juist door het uitschrijven van de dagboeken van mijn moeder en het koppelen van mijn eigen herinneringen daaraan, sterkte de herinnering tot respectabele hoogte. Een selectief geheugen dus. Wat doe je met zinnen die wegvliegen. Het heeft geen zin om er lang bij stil te staan. Die komen niet meer terug.

Verloren zinnen. Ze zijn duidelijk gehoord, herhaald ook nog, dus ergens, achter een te hard dichtgeslagen deur liggen ze te wachten en komen tot leven in eigen tijd en eigen uur. Het zegt vooral iets over de concentratie van het moment. Ik was me meer bewust van de ontvangstsituatie van die zin. Dat heb ik in mijn geheugen geprent in plaats van de woorden die de zin vormden. Ik en het liggen op de bank, de televisie die een wonderlijk slaapverwekkend programma voorschotelde en het boeiende programma er voor over de romantische schilders Bilders en Koekoek in Panorama Pijbes en vooral over Carlijn Mens. Misschien viel ik in slaap om het al dromend te kunnen verwerken, want indrukwekkend was het.

‘De bevallige leugen’ van Koekoek is me bijgebleven. Was dat de verloren zin, het blijft in ieder geval na zinderen. Nu ik aan hem denk, de vergeten romanticus, die in Duitsland veel bekender bleef dan hier in zijn eigen land, herinner ik me hoe ik verder opliep met Pijbes in zijn programma. We gingen een troosteloos landschap in van natuur. Bos, dat gedeeltelijk duidelijk te lijden had gehad onder natuurgeweld en brand. Carlijn liep met hem mee.

carlijn mensCarlijn Mens.

Zij liet ter plekke zien hoe ze te werk ging en toen ze over het enorme witte papier gebogen lag en met houtskool de schaduwen ving van de bomen, vertelde ze over haar bevlogen manier van werken. In mijn perceptie had ze het vooral over de vergankelijkheid, de ongrijpbaarheid van het moment.  Daarbij was ze ontroerend oprecht over de pijn die haar dat steeds weer oplevert. Ze ontsloot haar innerlijk voor ons, dat grote ongrijpbare publiek aan de andere kant.

Juist door het uittekenen van dat grote verdriet, door het licht te willen vangen, waarvoor ze eerst de schaduw moet doorgronden en ervaren, gaat ze de strijd aan met het grote lijden. Ze heeft die schaduw nodig om het licht te kunnen vinden. Ze lijdt onder het waarnemen, maar juist daarom moet ze tekenen. Het zijn haar antwoorden op het grote lijden van de wereld. Het is haar lot.

De manisch grote doeken zoals ze het zelf noemde laat de wereld om haar heen verdwijnen, juist door het fysieke, de energie die ze er in kwijt kan, negatief of positief. Daardoor vergeet ze de wereld om haar heen.  Dan zit ze veilig binnen in haar hoofd en buiten is de gekke wereld. Het is haar eigen meditatieve verwerkingsmoment. Stijgend ontzag en diepe bewondering bij het ontvouwen van haar bevlogenheid maakte zich in mij wakker. Wat een prachtige  manier van zijn. Ze is tot tastbare schoonheid in staat omdat ze meer is dan zichzelf. Ze is.

Uncategorized

Mind time.

De woorden blijven hangen op het netvlies. De gebrekkige vertaler bij Google is het antwoord alweer bijster bij de eerste letter. De tijd is vandaag mijn geest te vlug af, want hij raast versneld voort. De koffie wordt uitgesteld, de poes genegeerd en de letters sneller getypt om de verloren tijd in te halen. Het onderschrijft de woorden van Claudia Hammond, die in haar ‘Time warped, unlocking the mysteries of time perception’ schrijft, dat het ervaren van tijd iets is dat actief gestalte krijgt in onze geest. Iets wat neurowetenschappers en psychologen verklaren als mind time.

time warpedTime warped (tijd hussel) van Claudia Hammond.

Niet de seconden die wegtikken op de ouderwetse pendule met de zilveren aanslagen op het hele uur, niet de gebronsde slagen van Grootvaders klok, niet de seconden die digitaal wegrennen op de computer, maar de manier waarop het wegglijden of stilzetten, de chaos van het versnellen van de tijd in het hoofd haar weg vindt tussen alle dagelijkse beslommeringen door. Wat een heftige gedachte om tijd als in betrouwbaar vaststaand feit los te laten en er een andere vorm van ervaren aan te geven.

Ik heb er eerder over geschreven in de dagboeken van mijn moeder, die met de klok leefde en mijn reactie daarop, door elke vorm van tastbaar tijdbewijs onaangeroerd links te laten liggen in de loop der jaren. Als de dag begint als nu, een inhaalrace tegen de klok, blijf je de hele dag achter de feiten aan lopen. Alles is al gezegd of gebeurd voordat je er zelf mee uit de voeten kan of de kans krijgt het te onderbreken.

Met de kinderen heb ik eens een filosofieles gedaan over tijd,  en daarin ontdekten we dat in vrijwel elke zin, die we zeggen, wel een tijdaanduiding voorkomt. Als de focus daarop ligt, sta je versteld van de hoeveelheid toespelingen omtrent het begrip ‘Tijd’. Er viel niets te wissen.

Gisteren zaten we aan een grote prachtig gedekte tafel met vrienden die we lang hadden moeten missen. Er was heerlijk eten, wijn in overvloed, aangenaam gezelschap en het zachte licht van de kroonluchter onderschreef de warme sfeer. De tijd vloog voorbij. Voordat we het wisten lag het alweer achter ons en met weemoed in het hart omarmden we elkaar in de wetenschap dat het wel weer even zou duren, voordat we elkaar weer konden zien.

Dankzij die prachtige gedekte tafel van mijn goede oude vriend, snelden we terug naar het verleden. Dat was een extra sfeersetting. Heel lang had zijn huis gekraakt onder de eenzame levensstijl die hij voor zichzelf gekozen had. De uitgesleten paden van zijn bed naar de douche, van zijn stoel naar de keuken, de kaarten in de aanslag en de wijn onder handbereik. Deze week werd het leven in het verstilde huis geblazen door de twee vrienden die er logeerden en de vervulling van een vriendschap mee brachten. Niet zij hadden het huis aan kant gemaakt maar de oude vriend zelf had met gevoel voor cachet en alle egards uit datzelfde verleden het zilver gepoetst, het damast uit de kast gehaald en het porselein ontstoft. Tijd werd ingehaald door het verleden naar het heden te brengen.

Daar zaten we aan die prachtige grote ronde tafel, allen ruim tien jaar ouder en lieten moeiteloos het toen en daar met het hier en nu versmelten tot een nieuwe herinnering. Een beleving die door de tijd was ingehaald: ‘Mind time’. Wat een mooie omschrijving voor een begrip dat de standvastigheid van de klok op losse schroeven zet en er mee aan de haal gaat. Geestelijke tijd, die je door de vingers glipt, maar waar je ook bij stil kan blijven staan, ook al loopt de tijd verder en is ze me vandaag nog steeds te vlug af!

Uncategorized

Piekeraars.

Het is 1.45 uur, elk normaal mens slaapt om die tijd. Ik kan de slaap niet vatten. Er dwalen piekeraars door mijn hoofd. Ze hebben zich verschanst achter een kleine opmerking of waarneming, miniem, nauwelijks opgemerkt. Ze zijn zich dieper en dieper gaan roeren in dat brein en hebben zich verankerd achter rafels verleden. Vandaar uit gaan ze te werk en zorgen ervoor dat er een onbestendig gevoel rond waart.

Het voelt niet fijn, want met geen mogelijkheid kan ik het daarboven stil leggen of sussen. Het blijft doorgaan, terwijl mijn moede hoofd schreeuwt om een diepe droomloze slaap. Zodra ik mijn ogen dicht doe, zwellen ze aan en eisen het bewustzijn op. Ze blazen zichzelf op tot abnormale proporties en zetten alle zeilen bij, zodat wegzakken in het oneindige rustgevende niets niet meer aan de orde kan komen.

004

Het hartgrondige gapen duidt op slaap, evenals de vermoeide prikkende ogen, waarbij ik het gevoel heb dat er bakken met zand zijn ingestrooid door wat vroeger zo’n trouwe vriend was. Het vriendelijke zandmannetje van de maan, die me in zijn sprookjes liet geloven en die die veilige kinderwereld de overhand liet nemen op de werkelijkheid. Nu prikt het teveel aan zand vermoeidheid.

Ik had weliswaar veel, maar leuk, hooi op mijn vork op het werk en was laat klaar. Echter niets om wakker van te liggen. Een klein beetje achterstallig onderhoud wat morgen weer in te halen valt. De grote boosdoeners zijn een aantal zaken, die om me heen gebeuren en waar ik geen vat op heb, die me onrustig maken. Kleine rinkelende alarmbellen die moederinstincten wakker schudden en blijven pratten. Warme koffie doet misschien wonderen.

Lezen lukt niet, want de letters dansen. Poes is al even onrustig en kruipt ten leste weg onder de sprei, waar ze krabbelt en trekt tot ze zich een veilig holletje heeft geschurkt en eindelijk ligt te spinnen. Ik denk aan uil van Arnold Lobel die tranenthee zet om te kunnen huilen en zo zijn verdriet weg drinkt. Ik denk aan ‘Pack up your troubles in your old kit bag and smile, smile, smile’. Zorgen die weggelachen worden door ze diep weg te stoppen, te verdringen eigenlijk en ik vraag me af, waar ik die old kit bag verstopt heb.

Liza Minelli met haar ‘Cabaret’ scheurt er dwars door heen en wenkt aanlokkelijk: ‘What could permitting some prophet of doom, To wipe every smile away, Life is a cabaret, old chum. So come to the cabaret’. Vroeger zei men: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ en eigenlijk weet ik dat er overal een kern van waarheid in zit.

De koffie is op, een uur is voorbij. Er blijft nog genoeg over om de verloren tijd in te halen. Met het verstand op nul, de piekeraars veilig toegestopt en leeg geschreven, duik ik weer onder. Wie weet.

Bewaren

Uncategorized

Inspiratie.

Als ik geen aanleiding heb om te schrijven, door een citaat, een stukje dagboek, een droom, blijft het donker en leeg in het hoofd. Hoe ik het probeer te bedenken, honderd uiteenlopende verschillende mogelijkheden, er ruist niet een klein hersencelletje. Ze blijven allemaal liggen. De stilte is oorverdovend.

Van het CNV kregen we via het bestuur een inspiratieboekje cadeau. De gelijkluidende titel laat onverhuld het idee erachter zien. Kinderen zijn gebaat bij bevlogen leerkrachten die er toe in staat zijn om hun eigen verwondering over te kunnen brengen en daarmee de betrokkenheid van de leerling bij zijn eigen leerproces volop ruimte te geven. Het staat vol met de prachtigste ideeën en gedachten. Als ondertitel staat er bij: Lees, leer en lach.

Blije mensen maken, dat is een mooi doel. En ruimte scheppen voor de andere zielenroerselen, verdriet, boosheid en angst. Die angst leidt regelmatig tot boosheid bij een paar kinderen uit de middenbouw. Ze lopen tegen de grenzen van hun kunnen op en weten niet hoe hun faalangst te verdoezelen anders dan door opvallend gedrag. Ze hebben nooit geleerd om hun angsten handen en voeten te geven. Het overvalt hen.

De onderbouw zonder het heilige moeten met meer ruimte voor het natuurlijke leren was een veilige haven. Nu zijn ze, nietsvermoedend, het grote ongewisse ingegleden en komen allemaal beren tegen. Grote grizzly’s met angstaanjagende klauwen en tanden, die fijne motoriek verlangen, inzicht, scherpzinnigheid, oplossingsgericht denken. Toen het in het aanbod werd meegebreid als een natuurlijk gegeven, hadden ze er geen moeite mee. Spelenderwijs, met het juiste inzicht, tackelden ze de problemen die ontstonden bij het bouwen, het onderzoeken , het experiment. Moeiteloos verzonnen ze de meest prachtige oplossingen, met een beeldend vermogen waar menig schrijver nog een puntje aan kon zuigen.

Ze waren zichzelf, lief, ontvankelijk en gaven ruimte aan iedereen. Maar daar kwamen onmiddellijk de eerste grommende beren al aan. Ze moesten stil zijn, zitten, ze moesten  schrijven, ze moesten rekenen, ze moesten taal, ze moesten veel en mochten weinig. Annie M.G. Schmidt, de kinderpsycholoog, wist het. Ze schreef alle angsten en alle oplossingen neer en gaf ze met het grote boek ‘Visje bij de thee’ in handen van de dobberende lieverds, die eigenlijk allemaal best de oplossing bij zich droegen, alleen niet zoals het moetmens voor de groep het moest  brengen.

Dat moetmens zwemt ook, niet als een visje in de thee, maar als een gehavende vinstaartvis in de oceaan der kennis met windkracht tien. Ze moet wel mee in de stroom van bovenaf, op de moordende gelofte aan hogerhand. De lillende cijfers op de toetstaart mogen niet omvallen. Ze trekt, ze sleurt, ze duwt aan die kleine wriemelende hersenen en perst ze door de nauwe geboortegang. De Modus is geboren. Zo moet het en niet anders. Arme eigenzinnige, fantasierijke uitvallers, arme lieve leerkracht.

101

In het inspiratieboekje staan kwaliteiten en niet zomaar, maar van de grootste uitvallers in die groep van het moetmens. De creatieve heerlijke kinderen met in hun bagage een ontdekwereld van formaat, waar menig volwassenen niet (meer) aan kan tippen. Ze worden met naam en toenaam genoemd, maar blijken gewoon mensen te zijn als jij en ik, mensen met mooie en minder mooie eigenschappen, opgebouwd in jaren. Zij en die opgelegde moetmensen, die eigenlijk, diep van binnen, anders willen,  hebben maar een ding nodig in die volgende fase.

Het rotsvaste vertrouwen in hun eigen manier van leren en van lesgeven. Het heilige geloof in hun kwaliteiten, de liefde voor de mens in het geheel, zonder maar, onvoorwaardelijk.

Fijn dat dit moment even binnen kwam drijven en mijn hoofd het licht bracht. Zo werkt dat dus met hersencellen, of ze nu klein zijn of groot. Geloof is de bron, vertrouwen de basis en inspiratie de toekomst.

Uncategorized

En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg.(C.C.S.Crone)

Vannacht was haar zoon nog niet thuisgekomen.

Terwijl ze op hem wachtte, was ze van vermoeidheid in slaap gesukkeld op de bank voor de televisie en werd midden in een kickboksgevecht van twee gespierde vrouwen wakker, met het afgetraind lijf dat glad en glimmend ongrijpbaar leek. De voeten schoten tot hoog bij het gezicht en af en toe deed ze haar ogen dicht of wende het hoofd af. De rondvliegende zweetdruppels mengden zich in de neerwaartse lucht met speeksel en bloed. Een wang schoof naar achteren en krulde weer terug. Ze hield er niet van en bleef toch kijken. Gebiologeerd, de ene na de andere aflevering. Er was geen gids bij de hand, maar Netflixgewijs bleef ze hangen.

Ze dook loom naar haar Iphone, die oplichtend waarschuwde dat het tegen drieën liep en achter in haar hoofd zong een stem, dat hij nooit zo  laat was thuis gekomen. Je hoorde zo vaak wonderlijke dingen die op straat gebeurden. Was het reëel om aan te nemen dat er iets aan de hand kon zijn. Haar hartslag versnelde zich ongemerkt en diep van binnen begon de onrust zonder waarschuwing op te kruipen tot een moederlijke alarmfase. Nu moest ze het weten ook. Ze keek naar berichten waar niet anders dan haar laatste vraag aan hem van twee weken geleden blauw op kleurde en er geen nieuwe boodschap stond.

Ze aarzelde tussen loslaten en beschermen en koos voor het laatste omdat dat haar onrust weer zou temperen, zodra ze zijn stem hoorde, ongeacht wat de reden zou zijn. Vroeger toen ze zo jong was als hij, had ze, onbezonnen en vrij, vaak nachten doorgehaald. Aangemoedigd door de muziek, de wijn en de extase van de dans was de gedachte aan haar moeder bleker dan de weerschijn van het licht op de muur geworden. Pas tegen de ochtend als ze wankel buiten stond en knipperde tegen het verblindende ochtendlicht, was de roes voorbij en wachtte de sluiproute naar huis.

Maar zoonlief ging nooit uit. Hij kende niet het vertier met vrienden in kroegen of in danstenten, het onschuldige vermaak, het ritmisch afserveren van de wekelijkse zorgen om het werk, de verantwoordelijkheid. Hij leefde zijn leven op een geheel eigen wijze, digitaal en met een goede vriend vanaf het moment dat zijn leven een zelfstandigheid insloeg, die ze niet had gezien van de anderen. Ze tikte het scherm aan en zond haar hartenkreet de nacht in. ‘Waar zit je’. Kort en bondig. Het antwoord kwam 2 seconden later binnen trillen. ‘Bij papa’. Adem in en adem uit. Hij lag niet onder aan een brug in elkaar geslagen door een groepje randjongeren, die niet wisten wat ze met hun vrije tijd moesten doen, er was geen aanslag geweest, hij was niet uit de bocht gevlogen tegen de vangrail aan, maar hij zat rustig bij zijn vader thuis. Direct daarop belde hij.

De beelden op televisie leefden op, ook een vader en een zoon. Hier had de vader zijn rokerige groeven diep in zijn huid laten wortelen en hij schoof, op het moment dat ze keek, diep de grote buis in voor een scan van zijn hoofd. Het hoofd in plakjes, naarstig afgezocht naar problemen, had een aneurysma opgeleverd. Een tijdbom in zijn hoofd had de man zelf bedacht en nog kon hij er niet toe komen om oude wonden van het verleden schoon te likken.

De woorden van haar zoon rolden staccato binnen. Benen die weigerden, ambulance, ziekenhuis en infusen. Het grote ongeloof van zijn eigenwijze vader die niet in de terreur van witte jassen en neonlicht wilde zijn en liever pijn en leed over zijn zoon uitstortte. De goedertierenheid, de liefde van een zoon voor zijn vader. Hij had hem op eigen kracht weer meegesleept naar huis en wachtte nu op morgen. Morgen moest uitkomst brengen. Ze hoorde hem aan en zweeg. Haar moederhart bloedde om de zorg en de verantwoordelijkheid, de kommervolle weg. En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg. Ineens wist ze het en ze wist dat hij het wist.

Op de televisie had de vader de handdoek in de ring gegooid en voor de tweede keer in zijn leven zijn zoon verstoten. In zijn gram liep hij naar het platje waar zijn andere grote liefde woonde en tussen het koeren van de vrijgelaten duiven door zakte hij in elkaar op de drempel van het kot. Hier was geen weg meer terug.

Uncategorized

Alles van waarde is weerloos! (Lucebert)

De bundel lag open en de eerste regels overvielen haar.

de zeer oude zingt:

er is niet meer bij weinig.
noch is er minder.
nog is onzeker wat er was.

Ze bleef zitten op het bed met de blauwe bloemetjes sprei en Poes, die opgekruld, zich warm tegen haar benen had aangeschoven. De nacht spreidde zijn schaduw tot grillige gedachtekronkels en nam de onsterfelijke dichtregels met zich mee. Ze voelde zich oud, in de nacht altijd ouder dan overdag op school, waar kinderen en ouders, collega’s en directie een beroep deden op de rekbaarheid van het leven. De hectiek van dat jachtige leven schoof in de zoete duisternis achter de bleke maan en zette het beschouwelijke denken aan. Nog even wat verse regels.

‘wat wordt wordt willoos.
eerst als het is is het ernst.
het herinnert zich heilloos.
en blijft ijlings.’

De kinderen waren uitgewaaierd en hadden het goed. Het gaf prietpraat en kleine bekommernissen, herkenbaar van haar eigen sores toen het leven nog lang en vol beloofde, de dagen zich aaneenregen in de verse energie van jeugdig elan. Alles was plan en toekomst en verlangen, ach ja , verlangen. Het was nu onmiskenbaar anders  met de poes naast zich en de nacht met de dubbele uren. De slaap spatte in gedachten uiteen als er een woord bleef hameren tegen haar slapen en als een steen in het water werden de cirkels groter en groter, overmanden, namen bezit. Daar viel niet aan te ontkomen. Poes wel, die herschikte en schoof tevreden dieper in de zaligheid der onwetenden.

alles van waarde is weerloos.
wordt van aanraakbaarheid.
rijk.
en aan alles gelijk.

Ze nipte met voorzichtige slokjes de warme koffie naar binnen. Een liefdevolle gloed trok langs. Met de meesterlijke regels riep haar moeder over alle grenzen heen dat geluk in een klein hoekje zat, waar zij een doosje dacht. Geluk viel niet te vangen. Niet in woorden, niet in gevoel. Geluk was de staat van zijn, van nu, in dit nachtelijke uur en poes die de oren spitste. Geluk was terugkijken op wat was geweest en stilstaan bij de kalme werkelijkheid der beleving, het duren van het mijmeren in dit uur. De tijd die door haar vingers glipte en tegelijkertijd zo veel meer aanwezig was dan vroeger. De nacht verschoof en achter het witte prille ochtendlicht streden de woorden om voorrang. Doken diep tot in het besef niet meer te zijn dan dat, niet meer te willen wensen, niet anders te verlangen dan tijd.

als het hart van de tijd.
als het hart van de tijd

De eindigheid van dat besef werd ingezet met een hartenklop, de toon van de dichter die zich mengde met de hare en haar kwalen en het heldere denken opsoupeerde, zoals in de avond de wijn de kwalen deed. Een eerste auto scheurde de ochtend binnen. Het deerde haar niet, want al eerder had een vroege merel het vers laten verspringen van toon, terwijl poes loom opkeek en in de schemer slechts zijn eigen pootje tegenkwam om uitgebreid te wassen. Ze rekte zich uit als poes en relativeerde. Een nieuw begin, het oude, dat prille oude was dat ook, maar verbleekte weer bij het nevelige licht, dat flarden donker had opengereten. Ze sloeg de bundel met de woorden van de dichter, het vers en zijn waarheid, dicht.

‘Alles van waarde bleef weerloos achter’ en wachtte tot de eigen tijd en het eigen nachtelijk uur.

Uncategorized

Het kader.

A:Vandaag heb ik J. gebeld. Hij durfde mij niet te bellen. Het was een heel leuk gesprek. Hij klonk als vanouds, we hebben lekker gelachen met elkaar. Hij zei: maar ik ben al bijna 73, ik moet eerder dood dan jij en ik zei toen: nou J. dat kan nog steeds, ik ben nog niet dood. Hij vertelde dat er tien (10!) uilen in zijn omgeving zitten, waarvan er een in zijn tuin overdag rust. Alle andere vogeltjes gaan tegen hem te keer, maar hij trekt zich er niks van aan. Je moet maar geluk hebben met een uil in je tuin! Een ransuil. (…) Ik ga lekker slapen, zzzzzzzzzzzzzz later!

Mijn antwoord: Wat ontroerend…..onze erudiete J. en dan plotsklaps niet weten hoe hij het gesprek moet aanknopen met jou! Het is wonderlijk. Zodra mensen geraakt worden tot in het diepst van hun hart, zijn ze vaak sprakeloos. Maar dat komt omdat gevoelens overmannen(overvrouwen/overrulen) Alles wat men zeggen wil, lijkt eigenlijk nooit te vangen in woorden, die verwoorden wat men voelt. Het is te armzalig!

Vriendin en J waren hele goede vrienden en collega’s. Zo zie je maar hoe moeilijk is in te schatten, hoe een ander denkt of voelt. J. heeft waarschijnlijk iedere dag aan haar gedacht, maar kon de moed niet opbrengen om haar ziekte bespreekbaar te maken. Hoe blij zal hij zijn geweest met het telefoontje van haar  en de wetenschap, dat er buiten de kwaal op zich A. tot op grote hoogte respectabel zichzelf was en bleef. Die link met de buitenwereld was belangrijk.  Het luchtte op om alles te kunnen benoemen van de hoed tot de rand. Pijn mocht gedeeld worden maar ook de doodnormale obstakels, waar een mens tegen aan loopt als een lijf plotseling hapert. Juist de zorg om wat achterblijft, wil je delen. Iedereen heeft een klankbord nodig. Mensen in de naaste omgeving zijn te dichtbij. Het was een waardevolle periode voor ons allebei.

Dat die mogelijkheid er is, weekt eenzaamheid los van alleen door het leven gaan. Er zijn diverse manieren om met iemand op te lopen. Bij sommige duurt dat slechts een periode lang, doordat je ze uit het oog verliest of omdat de gegeven tijd inbreuk doet en soms duurt het een mensenleven. De natuurlijke afstand maakt het boeiend en speciaal.

Juist omdat die factor weg viel, konden wij over al het andere praten. Alle aandacht van iedereen bracht het gewone leven binnen met perikelen op school en kleine pareltjes uit de natuur.  Kleine en grote zorgen die van een heel ander kaliber waren dan de hare, maar daardoor des te beter verteerbaar. Alles wat de ruimte in het hoofd weg kon nemen van het denken over de gegeven tijd werd omarmd. Het was de broodnodige afleiding.

Het is een gave en een kunst om door de barrière van pijn heen te breken en oog te blijven houden voor de wereld, die gewoon doorgaat met ademhalen. Ik zag van de week de documentaire over Zaventem waarbij de betrokkenen vertelden wat er met hen zelf gebeurde toen letterlijk en figuurlijk de bom barstte. Man en paard werden niet gespaard. Tot in de gruwelijke details viel vooral op hoe beschouwend men op het moment suprême was geweest. Het leven had een vlucht genomen.

Dat kaderen is een noodzakelijkheid om de werkelijkheid aan te kunnen. Het tij valt niet meer te keren. De feiten liggen in brokstukken op de straten en in de tunnel. De angst slaat gillend tegen de wanden op, maar de wereld vernauwt zich tot je eigen bewustzijn voor een overlevingstocht bij uitstek.

118 Het kader.

Het boek het Puttertje van Donna Tartt vang aan met een beschrijving van een overlevende van een mogelijke aanslag. Bij het lezen ervan prikte en schuurde de benauwenis en het stof tot diep in mijn huid en plaatsvervangend zocht ik mee naar de ontsnappingsmogelijkheid. Overleven tot in de aard van het detail, tot op de letter. Mails worden strohalmen, gierzwaluwen zielendragers en akelei en stokroos troostgevers. Het kader, de afleiding, de kleine details, maken het leven weer heel.

Bewaren

Uncategorized

Leven is leuk.

Ik blader door wat dagboeken en brieven en kom de emails tegen van het jaar 2009, waarin collega en vriendin A haar persoonlijke strijd vocht tegen kanker, tegen de ellende die de chemotherapie haar opleverde en de moed die ze putte uit de kleine, haast onbeduidende dingen van het leven. Ik schreef een jaar lang elke dag en zij antwoordde als ze zich goed voelde. Het was een sprankje normaal en arbeidzaam leven in een notendop. Ze genoot ervan, omdat haar gewone leven uiteengevallen was in een ziek lijf, de pijn, de angst en de hoop.

A: ‘Ik heb je toch al eens verteld over de plotselinge overgang van druk naar weinig kunnen doen. Als ik me er bij W over beklaag, zegt hij steevast dat ik wel erg druk ben, nl. met mijn behandeling! Dat is natuurlijk wel waar, maar….. Ik ben ook moe en heb een chemohoofd, dus kan ook niet veel aan, maar geduld O jee, dat heb ik niet in overvloed. Het is dan heerlijk over jouw bezigheden te lezen. Zoveel te doen en slechts 24 uur, waarvan je er toch echt wel een aantal slapend moet doorbrengen. Doet me denken aan het volgende gedichtje: Een kleine eendagsvlieg uit Doorn Zei, hoe heerlijk is het ochtendgloren Ik zit hier van geluk te beven Men zou twee dagen moeten leven…. Zoiets, klopt niet helemaal geloof ik, mijn moeder kent het wel. Wel heerlijk relativerend, die twee dagen, als je bedenkt dat ik al 59 jaar meega!’

Het doet me denken aan de eendagsvlieg van Toon Tellegen. De eendagsvlieg wil heel graag nog een dag erbij om de eenvoudige reden dat hij zo graag eens ‘Tot morgen’ zou willen zeggen. Hij gaat naar de winkel van sprinkhaan, die alles te koop heeft.  Die heeft natuurlijk wat de eendagsvlieg vraagt, want het enige wat daar niet te koop is, zijn de zon de maan en de sterren. Uit een la haalt de sprinkhaan een hele dag, die hij aan de eendagsvlieg geeft, waarop deze uitroept: “‘Weet je wie ik nu ben? De tweedagsvlieg!’” De eendagsvlieg is zo blij dat hij de volgende dag helemaal vol plant met allerhande bezigheden. “De sprinkhaan zag hem gaan en was benieuwd of hij aan het eind van de volgende middag weer langs zou komen. Hij had nog wel een dag of wat in voorraad.”

Te weten dat je eindig bent en te verlangen naar nog wat tijd erbij is het tegenovergestelde van wat zij dacht. Als je net als mijn lieve vriendin kan bedenken dat het besef al 59 jaar oud te zijn een geschenk is vergeleken bij die twee dagen van de eendagsvlieg, dan mag je jezelf positief ingesteld noemen, een optimist pur sang. Daarmee relativeerde ze voor mij ook de gehavende paden die we liepen op het werk, de onrust, het onvermogen soms. Vergeleken met haar uitgestippelde weg waren de beren op de onze maar hele kleine wollige zachte knuffelberen. Je kan pas spreken van onvermogen als er geen zeggenschap meer is.

gieren met de gierzwaluw(foto door Alwine gemaakt)

Er zijn veel momenten dat ik nog even met haar wil praten. Prietpraat, of over de natuur, wissewasjes, dagelijkse beslommeringen, de kleine blauwe kevertjes die haar muntplanten opeten. Ze heeft mijn denken opgepoetst met haar wijze woorden, die altijd weer relativeerden waar problemen en obstakels traag tegen de muur opkropen. Ze heeft de humor tot op het laatst ingebed in haar gedachten. Haar ziel en zaligheid werden door de gierzwaluwen meegenomen en ieder jaar, zodra de roep van de gierzwaluw klinkt, stroomt ze mijn hoofd vol met een kwinkslag en een knipoog.  Leven is leuk.

Uncategorized

Luchtballonnen.

In het kleine dagboek is een beschrijving van een wonderlijke droom, waar een aantal dingen in details voorbij trekken. Het doet me denken aan andere details uit dromen, die altijd bij gebleven zijn. Omdat ze me raakten of kenmerkend waren voor de situatie. Achter in het boek staat: ‘Er is geen kunst aan om onkunde op te merken, doe er wat mee’. Impliceert het, dat het mogelijk moet zijn om je eigen prestaties op die manier te blijven beschouwen? Zo’n droom doet dat vanaf de zijlijn.

Acacia_collinsii3Bescherming voor de mier: Acacia Collinsii

Fragment: ‘We hebben met de familie een voorstelling voorbereid voor de workshops bij B met leuke volksdans voor de kinderen en een rekenspel, waar ik niets van begrijp. Het feest blijkt buiten te zijn. Er zijn overal modderpartijen , waar we mee mogen stoeien. S zit met een prachtige glimlach midden in de derrie. Opeens zien we de luchtballonnen boven ons hoofd, van een ervan komt dikke rook en hij stort neer. Er hangen twee mensen aan het motorblok, ze zijn heel wit met er tussendoor geel. Ze laten het blok los, dat ik angstvallig in de gaten hou, omdat het dichtbij de huizen komt. We gaan weer verder met de voorbereidingen en ons aandeel daarin. Het is eigenlijk op het terrein van de Nicolaas kerk. Ik raak een beetje in paniek omdat ikniets meer snap van de spelletjes.’

Het jongetje in de modder kwam uit mijn onderbouwgroep van toen. Een bang, onzeker jongetje, met een angstige overbeschermende moeder. Ze onttrok het kind aan het normale sociale leven en had een net gesponnen, door een symbiose met hem aan te gaan, waaruit hijzelf nooit ontsnappen zou met zijn achterstand in de ontwikkeling. Een lang en slap, niet zindelijk jongetje, die de zwaarte van het bestaan al mee tobde in zijn ogen. Dat hij, midden in de modderplas, mocht zitten in een overgelukkige staat van zijn, was een heerlijke droom tot dan toe. Het stond in schril contrast met het volgende fragment van de neerstortende luchtballonnen.

033

De ontmoeting met die jongen heeft mijn kijk op zorg veranderd. Ik zag opeens helder dat men met empathie soms de fout kan maken te tolerant te blijven met het onvermogen. De situatie met het kind schreeuwde om duidelijke kaders. De moeder had bescherming nodig tegen haar eigen handelen. De jongen is in de middenbouw doorverwezen naar een cluster vier school. Toen de moeder niet in staat was aan de eisen van de hulpverleners te voldoen, besloot ze voor de derde keer in het al jonge leven van dit kind, op de vlucht te slaan en verhuisde ze naar het noorden van het land.  Hier eindigde een hoofdstuk, waar toch een heel kinderleven mee is gemoeid.  Niemand van ons weet hoe zijn toekomst is verlopen.

De ballonnen zouden garant kunnen staan voor de essentie van het leven. Onze eigen luchtballonnen, gebakken lucht, ideeën die het besterven voor ze geboren zijn. De kommernis in de droom betreft het neerstorten van de brandende massa en niet de twee deerniswekkende engelachtige verschijningen aan het motorblok. Het werd me duidelijk, dat we aan het wedden waren op het verkeerde paard. Beiden waren er ernstig aan toe. Ze vielen door de mazen van het net. Het hart huilt, de leegte blijft. Was het maar een droom.

 

 

Uncategorized

Licht in de duisternis.

Naast een aandoenlijk aquarel kerkje in mijn dagboek staan de woorden van Edmond Rostand.:’C’est la nuit qu’il est beau de croire à la lumière’.  Het is aan een romanticus om een tekst als deze te verzinnen. Letterlijk staat er:’Het is de nacht die fijntjes(mooi) gelooft in het licht’. De nacht verlangt daar naar het licht zoals Rostand zijn lelijke Cyrano de Bergerac laat verlangen naar het prachtige nichtje Roxane. De kracht van het woord en het aloude principe van Belle en het beest.

In elk mens schuilt schoonheid, maar van een knap bord kan je niet eten. Mijn oma wist het wel. Haar schoonheid was door de tijd ingehaald.  Haar lijf en leden lieten haar akelig in de steek bij het ouder worden en ze waggelde vanuit haar huis naar het onze met haar versleten heupen. Door de inspanning piekte het haar uit haar strenge knotje en aderden haar wangen rood. Met knap zijn verdiende je geen brood op de plank want daar moest je wat anders voor in je mars hebben.

Vuurdoorn_met_bessen

Ooit had ik de kinderen geïnviteerd op de tuin om mee te helpen een oud schuurtje af te breken en op te ruimen, doornige rozenstruiken en de vuurdoorn te snoeien en een doorkijkje te maken naar de sloot. Ze kwamen allemaal met oude kleren aan, gereedschap en werklust in hun ogen. Een vriendin van hen kwam voor het eerst mee.Ze zag er prachtig uit. We begonnen met koffie drinken en toen haar fijn gemanicuurde lange nagels zich om de mok sloten, hield ik mijn hart vast. Met stijgend afgrijzen aanschouwde ze de werklust, vooral toen de eerste schrammen en builen een fait accompli waren , omdat de vuurdoorn aanviel als je het niet verwachtte en de roos in de verdediging schoot. Ze zat op de punt van haar stoel en drentelde wat rond, maar van werken kwam het niet. Ze was al snel verleden tijd.

Onbaatzuchtigheid is de schoonheid die in elke mens schuilt, de compassie, de empathie, het verbinden. Schoonheid heeft ontelbare gezichten, of soms zelfs geen, als het innerlijk verborgen blijft voor de buitenwereld en het niet de kans gegeven wordt zich te tonen.  ‘Dat mens is mooi van lillijkheid’ werd in ons Utrechtse Ondiep wel gezegd. Klaar staan voor een ander werd gezien als uiterste naastenliefde, waarmee de held van het verhaal met een lauwerkrans om het hoofd werd opgetild in de waardering van de straat en de rest van haar of zijn leven op handen gedragen.

Die arme Cyrano met zijn potsierlijk grote neus, die de meest schone teksten aaneenreeg, er prachtige romantische verzen van breidde, werd miskend, verguisd en zijn werk werd aan een ander toegedicht. Daar zakte het toch al aangedane gevoel voor eigenwaarde tot het nulpunt.  Wanhoop, die zich met het grootste gemak kan verlagen tot een flinke depressie.

Uitgesproken lelijkheid roept verlangen op om te doorgronden, wat schuilt erachter. Het wezenlijke van dit alles is de interpretatie. Wat voor de een lelijk is, is voor de ander mooi. Wat voor de een de nacht vertegenwoordigd, brengt de ander juist het licht. Licht in de duisternis, het is er, altijd en overal, zodra er de herkenning is en daarmee de erkenning. Dat is de kracht van de gedachte, van het woord, van de ziel die brandt en die de stoffelijkheid overwint.

 

Uncategorized

‘C’est le ton qui fait la musique’.

Het dagboek zingt over extremen, er staan Franse woorden in die ik niet ken. ‘Unir l’extrême audace et l’extrême pudeur, c’est une question de style’ zegt Francois Mauriac. Dat ik moet zoeken naar de betekenis is niet zo gek. De taal werd lang geleden ooit een beetje de mijne en incidenteel uit het geheugen getrokken op vakanties in la douce France. En dan nog. Koeterwaals, gebarentaal en le chat bleef vooral sur le piano zitten. Vroeger zei men: Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Men hield niet van uitersten. De basis, de aard van het beestje, moest vooral  niet uitgesproken zijn.

Het dagboek zingt omdat de taal er noten aan geeft. Nergens hoor ik zoveel poëzie dan in de Franse taal, maar dat zou ook kunnen komen doordat het chanson met de paplepel werd ingegoten. De kiem werd ooit gelegd door de toegankelijke muziek van Adamo en zijn Vous permettez monsieur. Daar was de tekst nog van te doorgronden voor een 12 jarige. Daarna kwam Jacques Brels die ik omarmde omdat zijn melancholie boven la Neige van Salvatore Adamo uitsteeg en handen en voeten gaf aan elke puberale kwinkslag.

Ik heb geprobeerd het mijn tweede taal te maken. Ik leerde mijn Franse boek uit het hoofd en memoreerde het op het examen, ving er een extreem hoog cijfer mee, zonder dat de mist in het hoofd optrok, waar het de betekenis, het doorgronden betrof.

George Moustaki  kwam, zag en overwon. Hopeloos, op een stroom van gevoelens, 18 jaar en diep onder de indruk van zijn repertoire, zijn prachtige stem en niet in de laatste plaats van die mooie man zelf, leerde ik teksten uit mijn hoofd, zoals ik het Franse examenboek kende en zong de hele dag:  Avec ma gueule de métèque, / De Juif errant, de pâtre grec / Et mes cheveux aux quatre vents. Frans proef je.

Mijn dochter ging naar Frankrijk als au pair en leerde de Franse taal met een gemak, waar ik jaloers op kon zijn, als ik niet zo trots op haar was. Ik wist wat voor moeite het had gekost. Naast de taal kwam ze ook met een Fransman thuis en woonde de eerste jaren  in een stadje onder Parijs. Mijn geduld en liefde voor de taal werd beloond. Ik heb tweetalige kleinkinderen. Op dit moment zijn het Hollanders geschoeid op een Franse basis en de tongval gaat nooit meer over. Ze zingen me tegemoet als ze me zien, zoals de woorden uit het dagboek. Marcel Proust helpt me vooruit:’Si notre vie est vagabonde, notre memoire est sédentaire’, waarbij ik het laatste woord moet zoeken. ‘Zittend’ zegt de vertaler, ‘blijvend’ denk ik. Dat is het euvel. Ik vul al op voorhand betekenissen in door de context op mijn manier te interpreteren en kom daarbij soms op verkeerde voet te staan. Mijn geheugen mag dan wel ‘zittend’ zijn, maar er zijn duidelijke grenzen aan de opname.

verlaine1

Ik sprokkel de gedichten van Verlaine, hengel naar betekenissen bij Baudelaire en proef de schoonheid van een taal. Nog steeds ken ik de teksten van Adamo en Moustaki uit het hoofd en opnieuw word ik gegrepen door de verleiding bij de teksten van Stromae. Verlaine beroerde mijn romantische ziel en ik ween met hem mee om zijn prachtige poëtische inslag en proef zijn ‘feuille morte’, de smet op zijn blazoen, de dode dichter en zijn voor eeuwig levende gedachte. C’est le ton qui fait la musique.

 

Uncategorized

‘Niets is wat het lijkt’.(Crone)

Vanuit de schemernacht doemen achter mijn dikke brillenglazen de woorden van Albert Camus op:’Tout accomplissement est une certitude. Il oblige à un accomplissement plus haut’. Vrij vertaald zegt hij : Alle vervulling is een zekerheid. Het vereist een hogere prestatie.

Gisteren hebben we met een grote groep vrienden de tuin aangepakt van een goede oude vriend. en passant werden alle wilgen van mijn grenzen ook gesnoeid. Het was een dag van noeste arbeid en toen het klaar was, kon men niet anders dan voldaan erop terugkijken. Wat gedaan was, bracht rust en verlichting. Al het verweesde, het achterstallige onderhoud, was verdwenen. Ruimte te over voor het groen om weer uit te botten. Er waren bergen verzet en er werd geconstateerd dat het elk jaar voor herhaling vatbaar was. Geen hoger plan maar nuchter en noodzakelijk onderhoud.

Sisyphus_by_von_StuckFranz von Stuck: Sisyphus.

Camus werd gezien als de grondlegger van het absurdisme. Zijn absurdistische helden kiezen niet voor de eindigheid van het leven, de enige ware filosofie in zijn ogen, ook niet voor een kunstmatige vervulling ervan middels de godsdienst die ze creëerden,  maar ze bezagen het leven zonder betekenis en hielden zichzelf desondanks in leven. Zijn helden waren de veroveraar, de toneelspeler en de Don Juan omdat ze alle drie bestaansreden wisten te geven aan dat eigen leven. Symbool voor die invulling van het absurdisme van Camus staat de Grieks mythologische figuur Sisyphus. Hij moest van Zeus een zwaar rotsblok tegen een steile berg op duwen, dat echter telkens van de top weer in de diepte rolde, waardoor hij gedoemd was eeuwig dat rotsblok opnieuw en opnieuw de steile berg op te duwen. Daarbij putte hij zijn kracht uit het feit iedere keer weer de steen te overwinnen. Waar de mens haar eigen betekenisgever wordt vanuit een positivisme binnen het zware zwarte grauw.

In de kunst is het absurdisme vertegenwoordigd door het Nouveau Théâtre. Ooit zag ik een toneelstuk voor kinderen waarbij de acteurs starre maskers droegen en alle handelingen staccato werden neergezet. De directe manier, deuren die open en dicht gingen, verliefdheid zonder de emotie op het gezicht, het toonloze gedempte praten zonder mimiek bracht humor met zich mee, waar je kennelijk wel ontvankelijk voor moest zijn, want bijna het hele publiek bleef stil terwijl ik het zó grappig vond, die tegenstellingen, een vondst op zich.

In de tijd der lusten, een spektakelstuk van Ellen Löwik naar de tuin der lusten van Jheronimus Bosch, speelde ik de verleiding in een groteske sfeer met een gigantisch masker op, een vrouwenhoofd. De enorme afmetingen en het gewone lijf zorgde voor een potsierlijk contrast, dat haar luidruchtige zinloze verleiden totaal onnuttig maakte. Er liepen vijf vleesgeworden verleidingen rond, de dronkaard, de faun, de elf, de boom en de vrouw. Met mijn hele ziel en zaligheid vond ik de zinvolle kern van het stuk. Zo moet theater mogen zijn, zoals Kamagurka in mijn optiek het nut van het onnutte verbeeldde, door het groteske te verbeelden in zijn theatervoorstelling ‘Sprook.’

De kracht zit in het overdrijven, het onwaar maken van de waarheid, die vaak zo stellig wordt beweerd. Normen en waarden die vaak als basis worden genomen en die dankzij deze brede kijk op het leven op hun stelligheid inboeten. ‘Niets is wat het lijkt’ staat op een huis in Utrecht. Het is een dichtregel van de Utrechtse dichter Crone. Dat zegt meer dan genoeg.

Bewaren

Uncategorized

Als kleur de rijkdom is, dan is de vorm haar volheid. (Cézanne)

Paul Cézanne vertolkt zijn gebruik van  de materie om tot schoonheid te komen en zet me aan het denken. In het Knockart atelier zijn we met een aantal mensen onder leiding van Mieke Siemons op zoek naar grenzen. Van onszelf, van de ander, van de kunst, gaan over grenzen van de schoonheid heen en treden voortdurend uit onze eigen comfortzone. We zoeken de interpretatie van de verbeelding.

De verwarring die opgeroepen wordt, door te werken  met kleuren die niet de mijne zijn wortelt zich. Elke stap voorwaarts werpt me een aantal stappen terug. Het is het proces, waarom het draait en het is goed. Zo leer ik welke weg ik niet moet bewandelen. Er is nog een lange weg te gaan.

We wandelden met Hundertwasser en zijn kleurexplosies mee in zijn grillige vormen en lijnen, daarna doken we de diepte in met Hockney op zijn immense meanderende  landweg, de bomen, verstilde natuur. Lataster raakte het hart door zijn intensiteit van zijn kleuren, de vormentaal en  zijn gedrevenheid, de losse toets, de kracht die uit zijn werk spreekt en nu is Hodgkin aan de beurt. Paul Cézanne spreekt over zijn eeuwige grens heen: ‘Lorsque la couleur est la richesse, la forme est à sa plénitude.’ Zijn vormentaal en zijn kleurgebruik roepen verlangen op. Zo te schilderen! Waar mijn kwasten zich dieper roeren in een lelijkheid en met stijgende verbetenheid dichter en dichter smeren, treft me de lichtvoetige toets van deze grootmeester. De bakermat van de moderne kunst.

Met Hodgkin wordt de grens van het doek zelf letterlijk overstegen en verdwijnt de kijker in zijn eindeloze diepte door de werking van contrasten met kleur en vorm. De toets is krachtig met brede kwasten en lijkt van een bedrieglijke eenvoud, niets is minder waar. Het kostte jaren om tot het uiteindelijke resultaat te komen. Wanneer stopt figuratieve werkelijkheid in het hoofd en worden vormen en kleuren vrij als basis voor de verbeelding. Het is al kunst om het te zien, laat staan dichterbij te komen.

IMG_9458.JPG

Het wroeten gaat voort met de organische kunst, een onbekend terrein op gerommel in de marge na van ooit twee dagen met rivierklei en verkoold hout ernaast, zand en wind en water van de rivier in een stralende zon en in striemende regen. Dat weekend spatte uiteen in tegenstellingen en sloeg letterlijk de bekende bodem onder de voeten uit. Als volleerde jutters traden onze koude onderdanen in het grauwe water van de Lek om lijnen te vervagen, beelden te versterken, vorm en materie met een minimum aan kleur en daarna liggend in het warme zand op gelijke hoogte met gevormde objecten werden beelden vereeuwigd om ze daarna terug te geven aan haar Alma Mater.

Anselm Kiefer brandt op het verlangen en Robert Motherwell. Het gedachtegoed van de laatste wordt versterkt door zijn  uitspraak: ‘It may be that the deep necessity of art is the examination of self-deception’. Dat laatste wordt vertaald als zelfbedrog, maar zinsbegoocheling, in de letterlijke en de figuurlijke betekenis, geeft er meer diepte aan.

Wij worden ook begoocheld, uit de comfortzone getrokken, onderuit gehaald, gebrainwasht in de queeste naar de diepere betekenis van die innerlijke emotie en de verbeelding ervan. Als kleur de rijkdom is, dan is de vorm haar volheid, haar kracht zei Cézanne. Het is verhelderend, het is verbijsterend, het is verheffend, maar bovenal is kunst in welke vorm dan ook vooral verrijkend.

Uncategorized

Unfeathered.

‘I want to be unfeathered’meende ik Paul Beatty gisteren te horen zeggen tegen Adriaan van Dis in een uitzending van de wereld draait door en ik vroeg me af wat het zou betekenen. Verenloos, kaal, blanco maakte ik ervan en was zo druk met zoeken, dat ik vergat naar de context te luisteren. Het woord had vleugels gekregen en zweefde boven het gesprek uit. Woorden die pakken, die wat beroeren en losmaken. Als die ontvankelijkheid er is, dan zijn er telbare.

Adriaan van Dis terug op televisie, een podium bij de wereld draait door voor deze meester van het interview, rustig, scherp, belezen en met een excellente keuze aan onderwerpen. Met stijgende vreugde heb ik naar deze drie grootheden van de literatuur gekeken. Jaap Robben kende ik niet. Hoe is het mogelijk, dat hij langszij is geglipt, terwijl zijn ideeën over de benadering van kinderen zo waar zijn en in mijn lijn liggen.

Kinderen zijn niet anders dan mensen, dus benader je ze gewoon. Je kan niet alles aanhalen, want sommige onderwerpen zeggen kinderen nog niets, maar verder kan je met hen over alles in gesprek gaan. Kinderen hebben het haarfijn in de gaten als je ze infantiliseert. Hij legde precies de vinger op de zere plek. Dat maakt dat kinderen je geloofwaardig vinden of niet. ‘Birk’ is de eerste roman van Robben, maar hij schreef ook prachtige gedichten. Met woorden die alleen maar uitstijgen boven het grauw. Alleen de titel al van de dichtbundel:’S nachts verdwijnt de wereld’. Alle reden om te weten waarom. Kom binnen en ontdek het.

Of de boeiende vertellende Hilary Mantel, die ieder karakter uit haar boek een stoel aanbiedt in haar hoofd. Alleen bij de duivel zorgt ze ervoor dat die met een lange lepel bediend wordt naar het Engelse gezegde: ‘He who sups with the devil should have a long spoon’. Het is een gave om zo dichtbij te kunnen komen. Haar historische romans zijn tijdloos en zeer de moeite waard. Reis mee in haar teletijdmachine.

Wat een geluk dat ik er middenin viel. Ik kijk niet altijd naar de wereld draait door, omdat het me vaak te snel gaat en te oppervlakkig is, te twitterend haast. Dit zijn eilandjes van ongekende rust en bezinning. Ik verlang weer terug naar the good old days, waar hij met regelmaat op de televisie te zien was.

VPRO boeken is ook zo’n heerlijk programma, maar helaas op de zondagmorgen. Waarom is dat er niet als de hectiek van de dag is gaan liggen en er tijd is voor bezinning. Literatuur vraagt een moment om erop te kunnen kauwen. Je moet er bij stil kunnen staan. De ochtend is op dit moment nog van een totaal andere dynamiek. Het is niet eerlijk, dat goede televisie van kijkcijfers afhankelijk is en al naar gelang geplaatst wordt op prime time of niet.

Tegen het gesprek van van Dis met Beatty heb ik aangeleund, zo intrigerend vond ik Beatty’s antwoorden, net als de vragen die van Dis stelde.Op het scherp van de snede. De schrijver vergat een van zijn eigen citaten en schoot in de verdediging. ‘Ik schrijf het op, ik bedenk het.’ Soms overkomt het je in de roes van het schrijven, zo voelde het tenminste. Hij zei het niet. Net als Mantel die haar karakters bezit van haar laat nemen door ze uit te nodigen in haar hoofd. Het verhaal of het karakter neemt de werkelijkheid over en slokt de wereld op. ’s nachts verdwijnt de wereld, maar verschijnt er een andere. De wereld van de gedachte, unfeathered, groot en soms meedogenloos, rijk en fantasievol en waard om beschreven te worden.

Bewaren

Uncategorized

Los!

Twee boeken doemen uit de dagboekbladzijden op, die ik me niet meer kan herinneren. Het is het boek Los van Tom Naegels en Bernlefs jongensoorlog. Van Bernlef heb ik meer gelezen en die staat me als schrijver na aan het hart. Tom is door de grijze hersencellen heen geglipt en als ik door mijn volgeschreven bladzijden naarstig speur naar een waardeoordeel kom ik het nergens meer tegen. Wel riep hij destijds kennelijk het verlangen op zo beeldend te mogen schrijven.  Het is heel bijzonder want het gebeurt me niet vaak dat een boek geheel verdwijnt in de mist. Het is een reden om het onmiddellijk op te speuren en te herlezen.

Door de kaften van beide boeken, gaat er ergens een deur open en als ik wat bladzijden scan, schieten er situaties en taferelen omhoog en ik herken waarom ik destijds toch onder de indruk was van beide boeken. Tom Naegels schrijft de herkenning van het heden en Bernlef vooral die van het verleden.

024

De titel van het boek ‘Los’ is intrigerend. ‘Los van de liefde en de wereld, los van alles en iedereen’ staat er op de achterkant in witte letters te lezen. Hij schrijft over rellen in het beruchte Borgerhout, waar de wieg staat van het Vlaamse blok, zijn moeizame liefde voor zijn Pakistaanse vrouw en zijn socialistische oude grootvader, die door de verbittering is dolgedraaid tot een racistische getier van jewelste. Het is een mengelmoes van begrippen waar nauwelijks chocola van te maken valt of het zou de bitterheid ervan moeten zijn.

Dat een verhaal als zand door de vingers kan glippen, de flarden blijven flarden en ik lees tussen het schrijven door losse bladzijden en weet dat in het hoofd geen beelden gevormd zijn van zijn personen, zelfs niet de kleurrijke bompa en dat dat vooral de hoofdoorzaak is van het oplossen in de mist van sommige boeken.

In mijn queeste naar deze boeken gleden mijn vingers langs nog een handvol die vaag bleven. Misschien te snel gelezen, te onbewust, te gretig om de letterhonger te stillen, dat herkende ik wel. Straks, neem ik me voor, straks ploeg ik door de drie boekenkasten om alles nog eens in handen te hebben en nog meer deuren te openen, die al langer gesloten zijn. Zoals in mijn hoofd beelden zich verdringen die allemaal vragen om geschilderd of geschreven te worden, en die doorschuiven naar later, in rust, in tijd, in ruimte. Los van de wereld om met Tom Naegels te spreken.

Op de bladzijde naast het fragment over de boeken staat toepasselijk een spreekwoord van Georges Braques, ‘Le progrès en art ne consiste pas à étendre ses limites, mais à mieux les connaître’ Doorgronden en daarmee de diepte induiken en niet zoals mij overkomen is bij het lezen van deze twee romans, honger te stillen in een verlangen naar veel in plaats van de bewustwording, het vormen en het eigen maken.

Er is nog een weg te gaan, vooropgesteld dat de tijd zal duren en het gehaaste leven eindig blijkt. Zelfs dat is niet voorspelbaar, maar kiezen kan altijd en dan is er nog een wereld te gaan, vrij van het heilige moeten. Free as a bird, ‘Los’ dus, helemaal ‘los’.

 

 

Uncategorized

Denk niet aan het bestendige zonder eindigheid.

Vrij uit het Frans vertaald wolkt deze gedachte op. Hoe kan je aan de de toekomst denken zonder te denken in eindigheid. Iedereen gaat dood.  Dat is de enige zekerheid, die je hebt bij het geboren worden. Een voorbestemming pur sang. En de kwaliteit die je er aan geeft is die van het geleefde leven zelf.

Toen mijn lieve vriendin aan het sterven was, gedurende een heel jaar, door te vechten tegen de chemo’s, neergesabeld te worden, op te krabbelen, uit te huilen en weer opnieuw te beginnen, vroeg ik me af hoeveel eindigheid een mens kon dragen. Het was een niet aflatend beeld in haar hoofd, dat er een moment kwam waarop de tijd haar zou inhalen. Haar grootste zorg waren de achterblijvers, vooral het kind dat zonder moeder verder moest.

Daarnaast telden de zorgen de weg van het lijden en door de ingebouwde zekerheid van de euthanasie dacht ze het afscheid onder controle te hebben. Maar ze had niet op het onvermijdelijke zware van het afscheid gerekend. De strohalm voor elke achterblijver was het restant van de stofmantel, die aan te raken was en in bed lag, woordeloos de pijn doorgaf en toch de leegte vulde. Het ging in dit uur van het loslaten niet om de kwaliteit, maar om de zekerheid van het zijn.

Het was een uiterste inspanning  om te vragen van een hartsgetrouwe te mogen ontsnappen aan het onvermijdelijke, die pijn die de overhand zou nemen en het lijden ondraaglijk maakte. Tactiele beleving is een gave, zielenpijn wil koesteren en behouden. Afscheid nemen op het hoogtepunt is de moeilijkste keuze ooit.

Ze lag geel en kaal in het grote bed, het wit versterkte de intensiteit van de kleur. Ze was een fractie van haar leven, een schim van de werkelijkheid, maar de kracht waarmee ze  leed, versterkte haar persoonlijkheid en haar wil om dat wat geen leven meer was, te eindigen op een waardevolle manier. Respirer…respirer, ne jamais penser au définitif sans l’ephémère.(Nicolas de Staël).

Berlinde de Bruyckere - Een - Wax, epoxyhars, metaal en twee houten vitrines met glasBerlinde de Bruyckere in de Pont.

Ik zag haar deplorabele lijf terug in het museum de Pont, vertaald door Berlinde de Bruyckere en sidderde, een ijskoude hand trok langs de ruggengraat. De onmachtigheid van het vege lijf stond in tweevoud gevangen in twee kasten, voor eeuwig bijgezet om in afschuw bewonderd te worden. De eenzaamheid van het lijden was verwoord in een wanhopig omknelt samensmelten en een afgekeerd zijn, om de weg te gaan, die alléén bewandeld moest worden.

De schilderijen van Dumas hebben dezelfde uitwerking. De schok die het oproept door het lijden te vangen in een schoonheid die de weerzin vertolkt is groot. De naaktheid van het bestaan wordt opgeroepen door het volle besef van de nietigheid ervan en het raakt me, het roert, het brandt voor eeuwig op het netvlies. Hoe kan je de eindigheid vergeten, als de ervaring je ooit heeft aangeraakt.

Ze zijn er niet en altijd wel, vriendin, mijn moeder, mijn opa, André en al die andere ‘duizend’ doden, in alles wat ik denk of doe, soms bij vlagen en dan weer lopen ze langer op, maar onmiskenbaar dichtbij in hun eeuwige eindigheid. Hoe kan je ademhalen zonder die nietigheid niet te overpeinzen.

 

Uncategorized

Droomvlucht…

In het dagboek ‘ Au fil des jours’ staat een wonderlijke bijna surrealistische droom. Dromen zijn er om vast te houden en om op te schrijven. Ze geven mooie, subtiele aanwijzingen die hout snijden en waar je mee uit de voeten kan.

De Droom:

Ik ben in een theater of een schouwburg, in ieder geval is er rood pluche. Ik kijk clandestien mee met de repetities en gedraag me of ik er hoor. Als er een gezelschap bij mij aan tafel alles komt doorspreken, kies ik het hazenpad. Ik vergeet mijn schoenen. Ik ga met een vriendin naar het cafe-gedeelte. Tegen sluitingstijd gaan we naar buiten en zie ik aan een telefoondraad, dat van het dak naar een paal loopt, een paard aan zijn gevlochten staart te drogen hangen. Als ik er onderdoor loop, zit ik ineens op mijn make-up koffer en schiet de lucht in. Het is er prachtig van kleur, niet alleen blauw maar ook rood en geel. Ik zwenk redelijk snel door het zwerk, maar ben niet bang. Dan lig ik ineens in het water en keer mijn rug naar de golven, waardoor ik heel hoog wordt opgenomen. Ik word niet erg nat, bijna niet zelfs. Ik duik de diepte in . Het is donker water met witte vinvissen. Als ik bij de bodem ben gekomen aai ik er een. Ik voel me de hele droom heerlijk en wil niet wakker worden.

Dromen duiden is een kunst op zich. Het voelt weldadig om aan het eind van de droom in een zoete heerlijke staat terecht komen, zoals bij de keer dat ik ontwaakte na een kleine ingreep uit de roes van de narcose en ook vocht tegen het binnenglijdende licht. Nee, niet aarden. Nee, niet met beide benen op de grond. Zweven wil ik, duiken in de diepste zeeën, als er maar witte vissen zwemmen. Ze zijn mijn licht in de duisternis. Het paard is als de paarden van Dali, nu slap als een vaatdoek, aan een telefoondraad dat door veert en meegeeft. De verbinding tussen rede en fantasie. Brengt het geluk als je een witte vinvis over zijn rug strijkt? De hele droom lang was ik gelukkig.

Dromen leren onthouden kunnen we eigen maken. In het laatste moment van de nacht, in een bijna slaap/waakroes vraagt het hele verhaal om een herhaling. Pas als je terug gewandeld bent, zetten details zich vast. Het vergt actie, de beelden lossen snel op, vluchtig, ongrijpbaar. Naast het bed liggen pen en schrift in de aanslag. Je weet nooit wanneer het nodig is. Er gaan weken voorbij met elke nacht een droom, er gaan dagen voorbij zonder.

De verbazing over elk kleinste detail, dat zo duidelijk ervaren werd, blijft hangen boven het nog warme bed, een deur, een gang, de theemuts. Als Alice in Wonderland ontmoet ik mens en dier. Er zijn er, die uit een grijs verleden komen in een omfloerst licht en onscherp, als een wazige sepia foto, maar soms zijn ze helder en overtuigend, waarbij grenzen tussen leven en dood zijn weggevaagd. Het vult het gemoed met warmte. Het verlangen om er te blijven in dat wonderlijke niemandsland, waar al het onmogelijk mogelijk wordt, is groot.

IMG_4473.JPG

Tussen de bladzijden van het dagboek ligt een kleine bruine veer met het dons nog aan het begin van de staartpen, naast een aquarel takje lavendel. Een stille groet uit mijn droomvlucht, die reis door tijd en ruimte, waar alles bewaarheid wordt voor zolang het duurt, een lang zoet en zalig zijn. Blijf nog wat mijmeren om het wat langer vast te houden en sluit de ogen voor wat straks de nuchtere werkelijkheid zal zijn.

Uncategorized

La Beauté n ‘est que la promesse du bonheur.

Schoonheid is niet de belofte voor geluk schreef Stendhal, die zijn leven leidde op nogal ongelukkige keuzes. Zijn grote liefde werd niet beantwoord. Hij moest zijn geliefde Italië verlaten omdat hij verdacht werd van spionage. Zijn schrijverschap ging moeizaam en hij leefde op te grote voet, wat er voor zorgde dat de erfenis van zijn vader er al snel doorheen was. Al met al had hij alle reden om zo’n pessimistische boodschap de wereld in te slingeren.

Zoals altijd zit er aan een dergelijke oneliner twee kanten en het is maar net hoe je het leven neemt. Hoe vaak komen keuzes niet op je pad. Het heeft me verbaasd en tegelijkertijd ook niet. Als vanzelfsprekend, zonder aarzeling, sloeg ik de weg in die zich aanbood en slechts een keer heb ik me afgevraagd of ik er goed aan deed, omdat de uiteindelijke prijs, die ervoor betaald moest worden, in alle opzichten te hoog was..

Het mooie van ouder worden is dat je op een gegeven moment de vraag kan stellen of het leven, tot dan toe geleefd, is zoals het zou moeten zijn. Bij een dergelijke beschouwing ontdek je haken en ogen, een vanzelfsprekendheid, want je bent ook slechts een mens. Ooit zat ik een heel weekend met 150 mensen in een zaaltje, waarvan de deuren werden gesloten en we werden gevraagd na te denken over waar we spijt van hadden gehad in het leven. Het werd een sessie, die het hele weekend duurde en waarbij mensen naar voren kwamen om hun spijt te betuigen. Het ging gepaard met handen wringen, huilen, snotteren en het was een deerniswekkende toestand, waarbij ik mijn ogen uitkeek.

High Five.jpg

Dit was het gevolg van inpraten op een mensenmassa. Het ontlokte bij velen een niets ontziende bekentenis ten overstaan van een menigte, waar tot dan toe geen enkele band mee was. Men keerde de ziel naar buiten waardoor een kwetsbaarheid ontstond die moordend bleek. Heel veel mensen in dat zaaltje vielen ten prooi aan de geestelijke druk die werd uitgeoefend. Landmark was de organisatie die erachter zat. Mijn scepsis was vanaf de eerste minuut zo groot, dat ik op geen enkele wijze hun oproepen binnen liet komen. Het grote gevaar school vooral in dat ‘sentiment van de spijt’.

Ik reed terug met de trein naar de auto met mensen die ook daar geweest waren. Ze praatten vol lof over wat hen overkomen was. Ze hadden het ‘licht’ gezien. Ik voelde me er zo volkomen buiten staan, een vreemde eend in de bijt en kon er niet bij, dat zij en anderen niet inzagen, dat het voornamelijk gebaseerd was op financieel belang. Er moesten hoge bedragen betaald worden voor een bewustwording, die opgeroepen werd en als je je niet committeerde,  werd er op je ingepraat. Deuren gingen dicht, er volgde een opgelegde omgangsregeling, vrienden mochten niet bij elkaar zitten.

Vanaf dat weekend heb ik een wantrouwen bij alles wat vraagt om je te ‘committeren’, een Amerikaanse trend van het delen van  ziel en zaligheid. De prijs van Landmark was niet alleen financieel hoog, maar je leverde er op grote schaal je persoonlijkheid in. Hoe ver kan een mens gaan. Mijn natuurlijke afweer tegen autoriteit heeft me gered. Ik ben er niet door beïnvloed. Maar ik was een van de weinige, daar in dat afgesloten congreszaaltje.

De  Landmarkhype is voorbij. Ik hoop dat mensen hun leven weer hebben opgepakt buiten de ‘community’, ook al zo’n misleidend begrip, omdat een tegendraadse houding  onmiddellijk wordt geëlimineerd en daarom klopt het niet. Kritisch kijken naar de aard der dingen moet te allen tijde mogen en anders deugd er iets niet. Zo voelt het. Ik ben niet zaligmakend, het is mijn keuze, net als dat die keuze van de andere menen in dat zaaltje ook bestaansrecht heeft, zolang het maar niet verplicht de mijne hoeft te zijn. Je bent er nog altijd zelf bij!.

De teleurstelling in het leven van de dandy Stendhal kwam voort uit het feit dat hij op het verkeerde paard had gewed, de uiterlijke schoonheid. Het is een ruim begrip als je beseft dat het ook innerlijke schoonheid kan zijn  en de laatste keert zichzelf uit, vroeger of later. Om met Confucius te spreken: ‘Elke glimlach die gij uitzendt keert weer tot U terug’. Je laten leiden door de innerlijke schoonheid, wat zou het de wereld mooier kleuren!

Uncategorized

Le jour, c’est la vie des êtres, mais la nuit, c’est la vie des choses.

Het citaat is van Alphonso Daudet. De prachtige aquarellen in het dagboek zijn van Lizzie Napoli en ik schilderde ze in die vakantie allemaal na. De bloemen zijn onderweg geplukt, zorgvuldig gedroogd en ingeplakt.  Er was destijds, bij hoge uitzondering, een zee van tijd, inderdaad ‘een dag van zijn’.

Ik ben benieuwd wat monsieur Daudet gemiddeld in de nacht verkoos. Ik stel me voor dat hij dan tot schrijven kwam. Mijn woorden vallen in de vroege ochtend binnen. Ze glijden over het kussen en draaien om het hoofd, dat onrustig wakker begint te worden, af en toe duikt er een naar binnen en roert zich en wentelt net zo lang tot het genesteld is en het verhaal zich ontspint. Inspiratie haal je uit de dag, de nachten zijn voor de associaties en het uitspinnen. Ik spin wat af!

De dag is er voor intervallen en de opborrelende fantasie, die als een gloeilamp aanslaat en zich verspreidt. Niet de vraag ‘hoe’ maar ‘de manier waarop’ telt. Gisteren had ik een verrassing voor de kleinzonen bedacht. We zouden naar Mees Kees langs de lijn, een film naar de boeken van Mirjam van Oldenhave, maar er zat nog minstens een uur overbrugging tussen. Het was zo’n heerlijke bewuste dag, ‘Un jour d’être’ en de stemming zat er al gauw in toen ik in raadsels de verrassing aanbood. De tocht er naar toe was minstens zo spannend als de ontknoping en de film een schot in de roos.

Met het stoffige zaaltje, waar het zich afspeelde en de verwachtingsvolle glimmende ogen van de jongens moest ik aan mijn eigen magische moment denken dat het witte doek zich voor het eerst met beelden vulde uit die ratelende machine naast mijn oor. Het spannende donker, het filmapparaat in het gangpad, het geroezemoes van kinderstemmen om me heen. Het was zondagmiddag in het jeugdhonk van het oude klooster waar de nonnen hun sporen hadden nagelaten. Op deze gewijde grond breidde mijn kleine kinderwereld zich uit met die bewegende beelden, die in veelheid net zo vormend zouden worden als de boeken, de muziek en de natuur. De schepper was mijn vader, die het apparaat bediende en in witte hemdsmouwen, hoog uittorenend  boven het  grut, kon toveren tot we ademloos tegen het verhaal aangeleund zaten en woordeloos mee bewogen met The little Rascals.

De ontlading erna, met daglicht dat altijd scheller was omdat het zicht zich net als de geest vanuit die diepe duisternis moest herstellen, werd ondergedompeld met buitenspel en het leven van alledag. Maar in de nacht, die stille nacht, rolde de hele film zich achter mijn ogen af en buitelden de kinderen over elkaar heen in een spannende achtervolging door de gevestigde orde. We ontsnapten, ik was een van hen, maar ternauwernood, waarbij ik van de angst wakker schrok en stijf rechtop in bed zat met trouwe beer naast me, die me stilzwijgend begreep. Dan begon het woelen en draaien weer. In de nacht, die duistere nacht kon alles, begreep ik en zodra het in mijn vermogen lag bande ik de duisternis, omdat de dromen ingrijpender werden naarmate de beelden in mijn hoofd zich vermeerderden.

Le jour c’est la vie des êtres, mais la nuit, c’est la vie des choses als je wakker blijft, want zodra je je ogen dicht doet, speelt het leven haar eigen glansrol in mogelijkheden en onmogelijkheden en wordt het kleinste onbeduidende theelepeltje levensgroot  binnengevoerd  om met het onbuigzame staal de strijd aan te gaan, te voet en te zwaard, met het kind in mij dat weer ontwaakt en vlucht in de schrijver van de nacht .

Bewaren

Bewaren

Uncategorized

A fait laissez du temps au temps

Dit citaat staat in mijn dagboek van 2005 en wordt toegeschreven aan Paus Johannes de dertiende. Anderen schrijven het toe aan Mitterrand, maar de Paus was eerder. Ere wie ere toekomt. ‘Laat de tijd aan de tijd’.

In de hectiek van alledag is het een weldadige overpeinzing. Om de tijd de tijd te geven hoef je letterlijk niets te doen. Alles valt op de juiste plek in eigen tijd en eigen uur. Een zin, een woord, een gedachte uitspinnen tot het tijd is om genoemd te worden. Daar moet je voelsprieten voor hebben, of minstens controle over de emotie. Mijn moeder en oma hadden daar hun eigen gezegde bij. ‘Eerst denken, dan doen’ orakelden ze en keken daarbij met hun Hollandse nuchterheid naar onze ontredderde koppies als een en ander in de soep was gelopen.  Je moest het ook zelf weer oplossen, want ‘wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten’. Dat stond buiten kijf.

Beurs van Berlage

Het hele arsenaal aan mindfulness hebben we vroeger meegekregen in dit soort spreekwoorden, de wijsheid in een notendop en als je stil blijft staan bij wat er daadwerkelijk gezegd wordt, kom je tot de ontdekking dat er voor iedereen uit te filteren valt wat nodig is. Er kon destijds geen psycholoog tegenop. Bij het terugkijken naar de jaren tot nu toe, blijkt dat de Tijd als zand door de vingers glipt. Het lijkt een contradictio in terminis, maar er is geen tijd om tijd te beiden. In 1903 al kreeg de mensheid een waarschuwing mee, of in ieder geval de inwoners van Amsterdam en haar bezoekers. De gemeente had de dichter Albert Verwey gevraagd een gedicht te schrijven en enkele toepasselijke  versregels kwamen op de klokkentoren.  ‘Beidt uw tijd’ en ‘Duuw uw uur’.

De toren – Albert Verwey

De toren sprak naar de stad gewend:
Gij burgers, die daar jaagt en rent,
Sta stil als ik en beidt uw tijd,
Zij die geloven, haasten niet.
De goede en sterke daad geschiedt
Te rechter uur, den tijd ten spijt.De toren spreekt tot iedere vreemd
Die naar de stad zijn richting neemt:
Sta vast als ik en duur uw uur.
Wie op zijn kracht niet vol berust,
Wiens ijver halfweegs wordt geblust,
Houdt hier geen stand, heeft hier geen duur.
( http://nicolienhermens.blogspot.nl/2012/05/de-toren-albert-verwey.html )
Hier werd bezinning gevraagd in een versnelde wereld, die van de handel. Berlage plakte er zijn eigen droombeelden op. Zijn intentie was om met het gebouw een bolwerk te maken, waarin kunst, cultuur, economie en maatschappij zouden samenkomen, maar die droom kwam pas jaren later toen de beurzen vertrokken waren en de gemeente er een culturele functie aan gaf. In het vernieuwde café, dat in 2002 geopend werd, en waarbij de bar werd ontworpen door Marc Ruygrok staat in grote verlichte letters te lezen ‘We zijn hier’.
Het hedendaagse antwoord op de waarschuwende vinger van Verwey.
Tijdens een project ‘Tijd’ op school filosofeerde ik er met de kinderen op los, dankzij het verhaal van de tijd keert om. Een jongen vond bovenop de kast waarschuwende briefjes met ‘Lees dit niet’ en ‘Laat liggen’. Boodschappen, die altijd te laat komen, omdat het leed al is geschied. Een magistrale vondst om kinderen zich ervan bewust te laten zijn dat tijd ongrijpbaar is. Soms kan bewustwording in een héél klein hoekje zitten en hoeft het niet te worden uitgesponnen. Aan de andere kant blijft men zo wel bij de tijd.
A fait laissez du temps au temps is een open deur, want de tijd is alom. De bezinning eraan geven en even stil staan bij de betekenis, is op zichzelf genoeg en bij tijd en wijle een pas op de plaats door het leven te omarmen. Het komt je toe… in eigen tijd en eigen uur.

Bewaren