Uncategorized

En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg.(C.C.S.Crone)

Vannacht was haar zoon nog niet thuisgekomen.

Terwijl ze op hem wachtte, was ze van vermoeidheid in slaap gesukkeld op de bank voor de televisie en werd midden in een kickboksgevecht van twee gespierde vrouwen wakker, met het afgetraind lijf dat glad en glimmend ongrijpbaar leek. De voeten schoten tot hoog bij het gezicht en af en toe deed ze haar ogen dicht of wende het hoofd af. De rondvliegende zweetdruppels mengden zich in de neerwaartse lucht met speeksel en bloed. Een wang schoof naar achteren en krulde weer terug. Ze hield er niet van en bleef toch kijken. Gebiologeerd, de ene na de andere aflevering. Er was geen gids bij de hand, maar Netflixgewijs bleef ze hangen.

Ze dook loom naar haar Iphone, die oplichtend waarschuwde dat het tegen drieën liep en achter in haar hoofd zong een stem, dat hij nooit zo  laat was thuis gekomen. Je hoorde zo vaak wonderlijke dingen die op straat gebeurden. Was het reëel om aan te nemen dat er iets aan de hand kon zijn. Haar hartslag versnelde zich ongemerkt en diep van binnen begon de onrust zonder waarschuwing op te kruipen tot een moederlijke alarmfase. Nu moest ze het weten ook. Ze keek naar berichten waar niet anders dan haar laatste vraag aan hem van twee weken geleden blauw op kleurde en er geen nieuwe boodschap stond.

Ze aarzelde tussen loslaten en beschermen en koos voor het laatste omdat dat haar onrust weer zou temperen, zodra ze zijn stem hoorde, ongeacht wat de reden zou zijn. Vroeger toen ze zo jong was als hij, had ze, onbezonnen en vrij, vaak nachten doorgehaald. Aangemoedigd door de muziek, de wijn en de extase van de dans was de gedachte aan haar moeder bleker dan de weerschijn van het licht op de muur geworden. Pas tegen de ochtend als ze wankel buiten stond en knipperde tegen het verblindende ochtendlicht, was de roes voorbij en wachtte de sluiproute naar huis.

Maar zoonlief ging nooit uit. Hij kende niet het vertier met vrienden in kroegen of in danstenten, het onschuldige vermaak, het ritmisch afserveren van de wekelijkse zorgen om het werk, de verantwoordelijkheid. Hij leefde zijn leven op een geheel eigen wijze, digitaal en met een goede vriend vanaf het moment dat zijn leven een zelfstandigheid insloeg, die ze niet had gezien van de anderen. Ze tikte het scherm aan en zond haar hartenkreet de nacht in. ‘Waar zit je’. Kort en bondig. Het antwoord kwam 2 seconden later binnen trillen. ‘Bij papa’. Adem in en adem uit. Hij lag niet onder aan een brug in elkaar geslagen door een groepje randjongeren, die niet wisten wat ze met hun vrije tijd moesten doen, er was geen aanslag geweest, hij was niet uit de bocht gevlogen tegen de vangrail aan, maar hij zat rustig bij zijn vader thuis. Direct daarop belde hij.

De beelden op televisie leefden op, ook een vader en een zoon. Hier had de vader zijn rokerige groeven diep in zijn huid laten wortelen en hij schoof, op het moment dat ze keek, diep de grote buis in voor een scan van zijn hoofd. Het hoofd in plakjes, naarstig afgezocht naar problemen, had een aneurysma opgeleverd. Een tijdbom in zijn hoofd had de man zelf bedacht en nog kon hij er niet toe komen om oude wonden van het verleden schoon te likken.

De woorden van haar zoon rolden staccato binnen. Benen die weigerden, ambulance, ziekenhuis en infusen. Het grote ongeloof van zijn eigenwijze vader die niet in de terreur van witte jassen en neonlicht wilde zijn en liever pijn en leed over zijn zoon uitstortte. De goedertierenheid, de liefde van een zoon voor zijn vader. Hij had hem op eigen kracht weer meegesleept naar huis en wachtte nu op morgen. Morgen moest uitkomst brengen. Ze hoorde hem aan en zweeg. Haar moederhart bloedde om de zorg en de verantwoordelijkheid, de kommervolle weg. En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg. Ineens wist ze het en ze wist dat hij het wist.

Op de televisie had de vader de handdoek in de ring gegooid en voor de tweede keer in zijn leven zijn zoon verstoten. In zijn gram liep hij naar het platje waar zijn andere grote liefde woonde en tussen het koeren van de vrijgelaten duiven door zakte hij in elkaar op de drempel van het kot. Hier was geen weg meer terug.