Uncategorized

Licht in de duisternis.

Naast een aandoenlijk aquarel kerkje in mijn dagboek staan de woorden van Edmond Rostand.:’C’est la nuit qu’il est beau de croire à la lumière’.  Het is aan een romanticus om een tekst als deze te verzinnen. Letterlijk staat er:’Het is de nacht die fijntjes(mooi) gelooft in het licht’. De nacht verlangt daar naar het licht zoals Rostand zijn lelijke Cyrano de Bergerac laat verlangen naar het prachtige nichtje Roxane. De kracht van het woord en het aloude principe van Belle en het beest.

In elk mens schuilt schoonheid, maar van een knap bord kan je niet eten. Mijn oma wist het wel. Haar schoonheid was door de tijd ingehaald.  Haar lijf en leden lieten haar akelig in de steek bij het ouder worden en ze waggelde vanuit haar huis naar het onze met haar versleten heupen. Door de inspanning piekte het haar uit haar strenge knotje en aderden haar wangen rood. Met knap zijn verdiende je geen brood op de plank want daar moest je wat anders voor in je mars hebben.

Vuurdoorn_met_bessen

Ooit had ik de kinderen geïnviteerd op de tuin om mee te helpen een oud schuurtje af te breken en op te ruimen, doornige rozenstruiken en de vuurdoorn te snoeien en een doorkijkje te maken naar de sloot. Ze kwamen allemaal met oude kleren aan, gereedschap en werklust in hun ogen. Een vriendin van hen kwam voor het eerst mee.Ze zag er prachtig uit. We begonnen met koffie drinken en toen haar fijn gemanicuurde lange nagels zich om de mok sloten, hield ik mijn hart vast. Met stijgend afgrijzen aanschouwde ze de werklust, vooral toen de eerste schrammen en builen een fait accompli waren , omdat de vuurdoorn aanviel als je het niet verwachtte en de roos in de verdediging schoot. Ze zat op de punt van haar stoel en drentelde wat rond, maar van werken kwam het niet. Ze was al snel verleden tijd.

Onbaatzuchtigheid is de schoonheid die in elke mens schuilt, de compassie, de empathie, het verbinden. Schoonheid heeft ontelbare gezichten, of soms zelfs geen, als het innerlijk verborgen blijft voor de buitenwereld en het niet de kans gegeven wordt zich te tonen.  ‘Dat mens is mooi van lillijkheid’ werd in ons Utrechtse Ondiep wel gezegd. Klaar staan voor een ander werd gezien als uiterste naastenliefde, waarmee de held van het verhaal met een lauwerkrans om het hoofd werd opgetild in de waardering van de straat en de rest van haar of zijn leven op handen gedragen.

Cyrano_de_Bergerac Zacharie Heince. 1611-1669

Die arme Cyrano met zijn potsierlijk grote neus, die de meest schone teksten aaneenreeg, er prachtige romantische verzen van breidde, werd miskend, verguisd en zijn werk werd aan een ander toegedicht. Daar zakte het toch al aangedane gevoel voor eigenwaarde tot het nulpunt.  Wanhoop, die zich met het grootste gemak kan verlagen tot een flinke depressie.

Uitgesproken lelijkheid roept verlangen op om te doorgronden, wat schuilt erachter. Het wezenlijke van dit alles is de interpretatie. Wat voor de een lelijk is, is voor de ander mooi. Wat voor de een de nacht vertegenwoordigd, brengt de ander juist het licht. Licht in de duisternis, het is er, altijd en overal, zodra er de herkenning is en daarmee de erkenning. Dat is de kracht van de gedachte, van het woord, van de ziel die brandt en die de stoffelijkheid overwint.