Uncategorized

Met of zonder witte strepen

De gierzwaluwen gieren dwars door de dikke vliegtuigstreep in de lucht. Vlak daarna komt er nog een vliegtuig de dikke streep langszij. Ze nemen de Hemelvaart letterlijk. Ik had stiekem gehoopt op nog een langere tijd zonder om de rust die het uitsstraalt, zo’n strakblauw hemelgewelf. Heel even heb ik overwogen te gaan dauwtrappen, met mijn moeder in gedachte, die vroeger niet anders deed op Hemelvaartsdag.  Om vijf uur op de fiets springen brengt je naar de mooiste plekjes. Zuslief, de fotograaf, trapt bijna iedere dag dauw. Het levert de mooiste foto’s op.

IMG_0054

Vooralsnog blijf ik in bed en trap af met een hoofdstuk uit het nieuwe boek van Ildefonso Falcones, een zeer kloeke Spaanse roman met de titel De Erfgenamen. Het speelt zich af in Barcelona rond 1400 en in die paar gelezen bladzijden hadden zich al drie onthoofdingen voltrokken. Zijn vorige boek Kathedraal van de Zee, was prachtig. Vol verwachting dus. Het begin is pakkend.

Gisteren ging ik de drie zakken met snoeiwilg naar de vaalt brengen. In de buurt van het recyclestation wezen borden de te volgen route. We zijn mak als schapen op de dam geworden, met het volgen van aanwijzingen. Ik kijk nergens meer van op. Het was maar goed dat ik gedwee deed, wat men verlangde, want aan het begin van de straat begon de rij al. Er waren meer mensen op het idee gekomen om een en ander op te ruimen. Het kostte precies een uur. De man die controleerde had geen boodschap aan afstand, zag ik bij de auto’s voor me. Ik hield het raampje op een kier toen zijn grijnzende hoofd zich uitvergrootte voor het glas.

Er was in de middag een afspraak met hartsvriendin en dus bedacht ik dat er tussendoor misschien tijd zou zijn voor een volgende stap in de ruimte: De kringloop in Eemnes. Even neuzen in de kleding. Niet passen, handschoenen aan en op de gok meenemen wat leuk was, had ik me voorgenomen. Het was er rustig, eenrichtingsverkeer en heerlijk opgeruimd. Overal gelwas. Ik viel voor een blauwe tuniek en een blauwe zomerjurk die straks goed van pas zou komen. De kassa stond achter het scherm en na een uurtje stond ik weer buiten met de buit en een tevreden gevoel over deze uitbreiding van de activiteiten. Onderdeel van het handelen met gezond verstand.

IMG_0045

Bij vriendin wilde de parkeermeter niet dadelijk de bewonerskorting invoeren. Weerbarstig bleef het hardnekkig, bij een keer aantikken, dubbel invoeren. Stom ding. We lieten hem voor wat het was.

Alleen al haar vertrouwde gezicht te zien was goed voor een warm gevoel. Stukje thuis. We hadden al zoveel jaren gedeeld en zoveel meegemaakt. Water en bubbels, daarbij honderd-en-een onderwerpen, een lach en een traan en de tijd viel stuk. We waren weer even daar en toen. Anderhalve meter is in gedachte te overbruggen, maar oh, een knuf had heerlijk geweest. Het was goed zo.

IMG_0053

Thuis direct de kleding in de was. Het water in de emmer hemelsblauw van de jurk. Toepasselijk voor vandaag. Blauw, blauw, hemelsblauw, zie het lied maar weer eens uit het hoofd te krijgen. Ik vertelde vriendin over het verhaal dat ik schrijf voor de kleinkinderen. Ik geniet zelf nog het meest van de types die ik verzin. Misschien is dat wel het allerleukste van fantaseren. Het creëren van je karakters en vooral als ze je direct helder voor de geest staan. Het is een van de redenen dat ik bij boek en film altijd eerst het boek wil lezen. Ik vorm mijn eigen karakters wel. Als de film daaraan refereert heeft de auteur ze goed neergezet. Gandalf heb ik ooit als achtienjarige getekend en dertig jaar later bleek de tekening identiek aan de Gandalf van de films van Peter Jackson. Zo werkt dat.

IMG_0052

De dag vloog voorbij, de planten op het balkon waren blij met mij en de gieter en de campanula stond vergenoegd blauw te wiegen bij die heerlijke natte voeten. Hemelvaart en ‘Vandaag kleurt blauw’ in variatie op een thema, met of zonder witte strepen.

 

Uncategorized

En straks weer anders zal zijn

Vertrouwd gezicht komt achter het struweel vandaan, eerst een wiel dan zij, dan de rest van de fiets. Alweer een paar weken geleden dat we elkaar gezien hebben achter glas. Zij op de galerij en ik in de keuken. Kletsen kunnen we als de beste, maar geen kletskoek. Het snijdt hout. We hebben zoveel vragen naar aanleiding van deze vervreemdende tijd. Wat is wijsheid. We zitten op meters van elkaar, drinken fris citroenwater en mangosap, eten druiven en noten. Ieder uit een eigen bakje of van een eigen tros. Knabbel en babbel.

IMG_3783

Het gesprek veert op en neer en wordt soms onderbroken door een triller van de winterkoning, die af en toe even luistert of het leven nog door kan. Er vliegen vier spreeuwen de tuin in. Ik ben van mijn sokken. Heb al jaren geen spreeuw meer gezien. Dan vliegt er ook nog een goudvink over en kan de dag niet meer stuk. Het kabbelt en golft en daar tussen in is er de rust en het evenwicht van de stille tuin, om te laven. Emoties kleuren elke gebeurtenis heftiger als het leven hunkert naar gezelschap, naar omarmen, naar verwarmen. We spitten de angst uit. Wat het doet, waar het voor behoedt, maar ook wat het tegenhoudt. Dochterlief zei: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen. Maar in dat doosje is het geen leven, is het een porseleinen zelf, dat roerloos en passief ondergaat, of is er een middenweg.

We proberen gezond verstand en daar komen we een heel eind mee, alleen heeft niet iedereen dat paraat of voor handen. De breeduitlopers, de schommelaars, de terreinopeisers zijn overal. Het klein meisje op het pad bijvoorbeeld, die nieuwsgierig is waar ik naar kijk. Naar een kikker. Ze komt dichterbij. ‘Ik dacht naar een slang, ik zag net een slang, een zwarte’. Ze wijst de plek. ‘Dat kan heel goed’, antwoord ik haar ‘het is een ringslang. Hoe groot was ie’. Ze wijst met haar handen zo’n vijftig centimeter. ‘Een jonkie’, vertel ik haar. Ze komt weer vervaarlijk dichtbij. Ik waarschuw. ‘Wat heb je een mooi jasje aan,’. Trots laat ze haar glimmende rug zien. ‘En weet je waarom. Ik ben jarig’. Jarig kind, wat moet jij nou met deze wereld. ‘De ziekte is bijna weg’, zegt ze en als opa haar naam roept, draait ze om en vervolgt hortend en stotend over de hobbels haar eigen weg. Even voelt ze als Alice in haar zelf gecreeërde wonderland, met slang en kikker. Ze houdt van kikkers, zegt ze nog. Haar eigen prins.

IMG-0038

Achter mijn stoel langs schiet een muis, blijft zitten bij stoel nummer drie in de schaduw en kijkt. Ze is groter dan een veldmuis en ze heeft een langere staart. We denken woelmuis of later met de afbeelding in de hand zou het ook een bosmuis kunnen zijn. Op de een of andere manier lijkt het erop, dat de balans zich in die tuin van mij aan het herstellen is. Het leeft en sprankelt tussen groen en hout en het vervult me met genoegdoening en blijdschap.

IMG_3788

Dit deel van de wereld is tijdelijk gered, dankzij afwezigheid van vliegtuigen, door minder verkeer, minder stikstof. Zo gedijdt dat kleine leven en wordt tuin een oase. Stern beaamt het met een schelle kreet. Vriendinlief neemt afscheid. Maaiende armen links en rechts op anderhalve meter en kushanden.  Even daarvoor heeft ze al twee zakken met geknipte takken meegenomen en de derde bungelt nu naast haar fiets. Het scheelt zometeen een hele operatie. Nu hoef ik de zakken alleen nog maar de Kleine Blauwe Prins in te schuiven.

Gebogen over de fiets een brede grijns. Dat is wat vriendschap vermag. We kloppen licht en lucht door wat nu is en straks weer anders zal zijn.

 

 

Uncategorized

Ik golfde mee

Wat had ik graag nog even in beide dromen blijven hangen. Ze kwamen achter elkaar. In de laatste droom vertelde ik zelfs over de eerste droom en kennelijk heb ik ook ruim de tijd gehad om ze terug te dromen, anders hadden ze niet zo helder voor de geest gestaan. De eerste ging over de kringloop. Ooit, in het grijze verleden , werkte ik 22 jaar lang vrijwillig in een kringloop. Ik ‘deed’ eerst de boeken, later de kleding. Dat laatste leverde me mijn chronische aandoening op, maar dat wist ik destijds nog niet. Zorgeloos schudde ik meters stof en ‘stof’ uit de zakken.

scannen0676 Kringloop

De eerste droom bracht me terug naar de kringloop. Voor het eerst sinds lang. Buiten lagen een slordige hoeveelheid plastic spuiten op de grond, die ging ik ophalen, omdat anders de kinderen er mee aan de haal zouden gaan. Ik verwachtte toen nog op school te zijn. De spuiten waren verdwenen, maar de bestelbussen en kleine vrachtwagens die buiten stonden, werden uitgeladen en de grote hoeveelheden kleding in grote stalen hoge karren binnen gereden. Ik liep er achteraan en nam een kar mee. Ze wilden het gaan uitzoeken in de kamer van de directeur, maar dat vond ik echt onzin. Het spul moest naar boven waar officieel de ruimte was en waar ook de rekken met kleerhangers stonden. De kleding die uit de zakken kwam was van een perfecte kwaliteit. Jurken die prachtig waren, á la ‘La Bloemen’, maar draagbaarder. De een was goudkleurig met zwart, de ander zwart. Er kwamen ook schitterende jakjes uit van een aparte stof, dat op leer leek, maar het niet was. Alles moest ik passen van vriendin, die gaandeweg veranderde in een onbekende. Het zat als gegoten en stond geweldig ondanks de extra kilo’s. Eigenlijk veel beter, dan toen ik nog mijn magere zelf was.

scannen0678 Vooruit, nog een.

Ik wilde ze hebben en had al bedacht, dat ik er ongezien wel 100 euro voor over had, als ik maar weer wat extra mooie nieuwe kleding mocht hebben. 100 euro is voor een kringloop een aardig bedrag. De jurken waren in werkelijkheid natuurlijk veel meer waard.

Waar de eerste droom over ging in de tweede droom weet ik niet meer, maar de familie kwam op bezoek. Eerst een zus, daarna één voor één de broers. We belandden allemaal in de speelzaal van het schoolgebouw, waar ik in de eerste droom dacht te zijn. Daar was een mindfullness of yogasessie aan de gang. We werden op lange tafels gezet en kregen koffie. Er volgde een zangsessie annex musical-achtig iets, waar ik bij mee ging zingen in kleermakerszit op de grond. Het was heerlijk om te doen en ik vergat de familie een beetje. Later, toen het afgelopen was vroeg ik aan zuslief wat kleingeld en kreeg een paar fantastische daaldermuntstukken, groot en goudkleurig, als een verwaaid vierkant en nog een ééngulden munt in dezelfde vorm. Toen ik voor de koffie wilde betalen wimpelde de Yogalerares het af. Ze had innig zitten zoenen en had haar trui met een koord in de hals, boven haar hoofd dicht getrokken, zodat alleen haar ogen, neus en mond te zien waren. Nee joh, voor die koffie hoefde ik niet te betalen. Ze keek er intens lief bij, zacht en aaibaar.

interview aad

Wakker wilde ik niet worden en werd het toch. Bij het openen van de computer en FB zag ik een artikel, dat me was toegestuurd door een bekende, over mijn broer. Hij vertelde daarin over  het eerste ouderlijk huis in Utrecht aan de laan van Chartroise, waar ik nooit gewoond had. Zo stond de ochtend ineens in het teken van de familie. De dromen hadden hun eigen connectie met de realiteit gemaakt en ik golfde mee.

Uncategorized

Dat is heel wat waard

Zaterdag moest ik eerst even, na de binnenzit van vrijdag, kijken of de kalfjes van de Hooglanders al gegroeid waren. Ik kon de vele hondenbezitters ontwijken, maar hond wat minder, die wel op anderhalve meter afstand blaften,  of zich leeg schuddelden als ze uit het water van de plas kwamen. De spetters vlogen in het rond.

IMG_3569

Ik zag een ouder stel verdwijnen over de heuvel naar een mij onbekend traject. Later ook eens uitproberen. Alle Hooglanders bleven er onverstoorbaar lustig op los grazen. Zelfs de Stier wandelde op zijn dooie akkertje naar de dames toe, die het gras voor zijn voeten letterlijk wegmaaiden.

IMG_3601

Ik zag naast de onvoorwaardelijke moederliefde, diepe holen in de droge grond en ineens de oren boven de rand van de vlakte, dat naar de rivier afliep. Konijnenoren wist ik, kleiner dan haas. Stil bleef ze zitten en nog bleek de foto bewogen.

IMG_3608   IMG_3615

Het meer spiegelde groen en blauwtinten. Een Hooglander stond in het water en waaierde zijn vacht uit tot een lichtbruine rimpeling. De witte kwikstaart bleef roerloos zitten, totdat ik haar goed in het vizier had. Toen ik mijn dank betuigde, vloog ze op.  Zo’n kleine wandeling en zoveel natuur. Na de slapeloze nacht en de hulde aan dochterlief, coronaproof vóór de flat op eerbiedwaardige afstand, was de tuin aan de beurt.

IMG_3620   IMG_3645

Mijn uitzicht werd verwilligd. Knot-en kronkelwilg waren de boosdoeners met hun lange uitlopers. De energie was er, dus rigoureus de snoeischaar erin. Langzaam knipte ik me weer een weg naar een praatje over de heg met de buuf. Was haar al tegengekomen bij het alternatieve tuincentrum waar de verleiding groot was en de aanschaf van zeven planten een feit. Ergens was er ook nog een goed doel mee gemoeid. Mijn plastic handschoenen scheurden onder de vracht.

In een oogwenk was er na het snoeien een berg aan takken op de grond terecht gekomen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Ik had besloten een en ander klein te knippen en in grote zakken te doen. Dat schoot aardig op. Langzaam maar gestaag, dan brak het lijntje niet. Winterkoninkje kwam even kijken en speelde verstoppertje tussen het oude hout. De koolmezen kwetterden dat het een lieve lust was, het was een drukke bedoening daar in het nestkastje.

IMG_3772

De oude was er ook en goed bezig. Hij kwam af en toe vervaarlijk dichtbij, als hij dingen aan wilde wijzen of duiden en hij vond zowaar de verdwenen lupine terug. Geen grote pol, zoals hij aanvankelijk dacht, maar één nietig blad. Wie het kleine niet eert. Bij de zeven gekochte planten was ook een lupine. Aangeschaft om ze weer terug te krijgen in de tuin. Als ze eenmaal aan het zaaddozen sloegen na de bloei had je weer voor jaren genoeg. De pol witte anemonen was ook een tweede poging. Aan de rand van de vijver, in de zon. Fingers crossed.

De bloeiende doornloze braam, prachtige witte bloemen, vlocht ik door de kale omheining, nu de wilgen gekortwiekt waren. Ik zag de molen van Groenekan weer en op de wieken deed de oude een ogentest. Een wiek kon hij niet ontdekken, hoe hij ook tuurde. Ondertussen verdwenen alle takken in de zakken en was het tijd om huiswaarts te keren.

Vandaag vliegen de pollen in het rond. Misschien is het weer tijd voor een pas op de plaats. Voor de foto-uitdaging van  ‘Binnenkijken’ zocht ik mijn lievelingswoord. Het werden er drie. ‘Spree met Foeten’ uit een gedicht van Annie.M.G. Schmidt: De mislukte Fee. Het duidt op de betrekkelijkheid der dingen en dat is in deze tijd heel wat waard.

 

Uncategorized

Het mooiste eerste wonder

Herinneringen kloppen aan en houden me uit de slaap. Veertig jaar geleden werd ik moeder. Ik was niet langer verpleegkundige op de IC Neurochirurgie, niet langer vriendin van, niet langer zwanger. Ik was moeder.

De hele dag was ik aan het werk geweest in de tuin van het huis waar we met een woongroep van vijf woonden. Ik had in de zwarte aarde staan klauwen of mijn leven er vanaf hing. Baarvoets. Weeën onder het koken (het was mijn beurt) wasten aan, met steeds kortere tussentijd. Die was ineens van belang geworden, net als de seconden, die de klok weg tikten.

scannen0037

Met zwarte groeven in het eelt lag ik op de baarstoel in dat klinisch witte kamertje, oude muren die het steunen en kreunen van mijn voorgangers lieten horen. Ergens brulde een kind haar eerste  kennismaking met de wereld. Eelt was eerlijk net als het zweet en haargroei, manlief had een baard van hier tot Tokio en sleutels in zijn oren. De gynaecoloog was van het ouderwetse soort. Bars, no nonsens, autoritair. Wat moest hij met die hippies. Ik was ‘een oude priem’ en ook nog ‘een stuit’. Een geuzennaam vond ik zelf. Als er een vrouw binnenkwam voor een eerste bevalling in het Academisch in Leiden, ouder dan 25, dan riepen we elkaar toe dat er een oude priem aankwam. Een primi para. Een eerste bevalling.

Midden in mijn gewee, zonder klagen overigens, ging de gynaecoloog op huis aan en prompt overviel me een weeënstorm, die ik nooit meer zal vergeten. De verpleegkundige keek bezorgd en ik vroeg of ze het wel eens eerder bij de hand had gehad. Nou nee, dus. Dat vermoedde ik al. De onrust zorgde voor een taai overwinningsmechanisme en nauwelijks de angst om de pijn. Arts weer opgebeld, zo mogelijk nog norser, want nou hadden ‘ze’ zijn avond ook nog verstoord, ‘damned hippies’ en kon niets anders doen dan inknippen en opvangen.

scannen0069

Daar was het kind, mijn kind, mijn meisje, met haren zo zwart als ebbenhout, even een glimp, apgarscore gemeten en weg was de arts weer. Ik kan me niets meer herinneren van beschuit, wel het bibberen van twee opgetrokken knieën in eenzaamheid, die nooit meer stopten. Kwart over een was alles achter de rug en lag ik de nacht te verbijten en de wonderlijke mengeling van pijn en naweeën en het verlies van het geborgene, van de vertrouwde aanwassende buik van de afgelopen maanden, van de vrucht. Ik was moeder. Vaag besef en nog geen idee van wat er komen ging.

Mijn moeder kwam de volgende ochtend in haar gebruikelijke vliegende vaart. We vielen elkaar huilend in de armen. Voor het eerst na de uitputtingsslag stroomden de tranen bij al het vertrouwde dat herinnerde aan kind zijn en je geborgen weten, armen om me heen, met het inslaan van deze nieuwe weg. Ik was kind van mijn moeder en meer dan dat. Ik was moeder van mijn kind, de cirkel was rond. Veertig jaar geleden is niets, blijkt nu. De nacht is er in geuren en kleuren als ik haar oproep. Het overbrugt met het grootste gemak de tussenliggende jaren. Wat vooral dat ene moment kleurde, was de trots om dat kleine wezentje, dat de aanvulling werd op ons bestaan en vormend het leven invulling gaf. Met elke ontwikkeling werd wijsheid ingegoten, weliswaar in radeloze onwetendheid, maar wijsheid voor later, bij twee, bij drie, bij vier, bij vijf.

scannen0104

Voor nu, voor dit gedenkwaardige ogenblik, geen wonder dat de slaap niet wil overmannen, nu we het over die oervrouw hebben, die toen geboren werd in mij. Moeder van het mooiste eerste wonder.

Uncategorized

Het voelt als thuiskomen

Het is weer zaterdag. Deze hele thuiszit lang is er de zaterdag, sneller dan verwacht en iedere week. Iets om je op te verkneukelen met een extra dikke krant met magazine en van schoonzoonlief de ‘Letter&Geest’ van deze week. Voedzame consumptie voor de gedachtenkronkels. Ze leiden me af van het verhaal over Corfu, de gemiste vakantie van ons hele gezin. Tussen haakjes: We zijn er lekker toch, met maanbed en al en Pyrithia is op bestelling bewoonbaar verklaard voor onze vier huishoudens. Dat kan niet anders als je een kleinzoon hebt die met de dieren van gedachten kan wisselen, een kleinzoon van de goede ideeën en een kleinzoon van de oplossingen, een kleurrijke kleinzoon en kleindochter en een verwonderaar. Geen wonder dat we uitverkoren zijn. Ik weet inmiddels hoe het verder moet en verkneukel me op het zesde deel alweer.

IMG_0011Maanbed, ruwe versie.

In het magazine van de Volkskrant lees ik over Erwin Olaf en zijn verbeelding van de angst in de serie van April Fool 2020. De geladenheid in het werk doet me denken aan de serie doeken over het Dolhuis van Michaël Borremans. Dezelfde beklemming. Elke afbeelding heeft iets wat de realiteit onderuit haalt. Onwerkelijk. Bij April fool 2020 is het het intense vergrijsde groen, de verlatenheid, het onnavolgbare witte gezicht en de papieren puntmuts. Straf bedenk ik. Het jongetje voelt alsof hij straf heeft. Wij zijn de kwetsbaren, maar geen seconde heb ik me zo gevoeld. De leegte op de bladzijde ervoor is ook dwingend en dreigend, vooral de verlatenheid buiten. Zijn beelden drukken uit wat hem overvalt: ‘Wezenloos loop ik rond, bang voor een vijand die ik niet kan zien en gelukkig nog niet voel. Wachtend op het volstrekt onbekende. Het kaartenhuis stort in en wij zijn allen de joker.

IMG_0009 Erwin Olaf in magazine, ruwe versie

Zwaar is het op die manier, om slechts te kunnen torsen en daarmee recht tegenover mijn invulling van de dreiging. In mijn optiek haal ik mijn arsenaal aan overlevingsstrategiën uit de kast. ‘Voor iedere naald heb ik een draad’ is er een van en komt uit die geweldige leerschool van vroeger, en te gebruiken om wat sleets is dicht te kunnen mazen. In Letter en Geest sluit het essay ‘Corona en ethiek’ van Frits de Lange naadloos aan. Helder zet hij uiteen dat Utilisme een gevolg-ethiek is, kort door de bocht, ‘Wat gij niet wil dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet’ en de Kantiaanse ethiek is een plichtethiek, even kort door de bocht ‘Alles heeft een prijs, maar mensen hebben absolute waarde omdat ze de vrijheid hebben om het goede te willen’ (Kant). Dat beide ethieken uit de achtiende eeuw stammen en dientengevolge verouderd zijn. We kunnen ons beter beraden op de zorgethiek, kort door de bocht: ‘Zorg als het meest fundamentele kenmerk van ons menszijn’. Met de snelheid van lezen lees ik in eerste instantie ‘Welzijn’. Dat is precies wat het beoogt. Voor iedereen.

IMG_0010Frits de Lange: Fragment

Dan volgt een heldere conclusie en ik citeer Frits de Lange letterlijk: In een democratische discussie vanuit zorgethisch perspectief gaat het dan niet meer om de afweging van belangen(Mark Rutte: ‘de vrijheid van de een tegen de gezondheid van de ander’), maar om een faire verdeling van de verantwoordelijkheiden, onder de gegeven omstandigheden en om de vraag hoe je die het beste vorm geeft.

Dat ter afweging voor de komende tijd. Prachtig. Ik ga het nog een aantal keren herlezen, want het voelt zo waar en goed. Het mag gefileerd worden tot op het bot en eigen gemaakt als de aansluiting daar is of ontkent bij het tegenovergestelde, maar vooralsnog schaar ik me achter de zorgethiek. Het voelt als thuiskomen.

Uncategorized

Net als vader Zwaan

De kauwen uit de dakgoot zijn in paniek. Ze hebben met hun waarschuwingskreten een aantal familieleden opgeroepen en zitten nu in de boom voor het huis te delibreren. Ik kan niet goed ontdekken wat er aan de hand is. Ik hoor de buurvrouw beneden iets zeggen op de galerij. Ze blijven op hun hoede, verscholen in het weelderige groen. Mekkerend neemt Pluis het zenuwachtige ouderpaar in ogenschouw. De snorharen trillen van de opwinding. Mmmm Lekkere hapjes. De vlucht kauwen is aangezweld tot twintig of meer, ze spelen ‘Hitchkockje’ met het in vlucht rakelings scheren over de bomen. Later op de middag zie ik een kraai met zijn indrukwekkende voorkomen. Zou dat zo alarmerend zijn geweest?

Ik weet nog goed hoe ik als puber bij de film ‘The Birds’ met rode konen en een verstokte keel van de spanning tegen het beeld aanleunde.  Heel heftig en onvoorstebaar vond ik het. Twee weken geleden fietste ik door een laan met aan weerskanten bomen, waar aan het begin een bord stond met de waarschuwing te hoeden voor agressieve kraaien. De kleintjes zijn er, dus er wordt kroost verdedigd. Ik moet de eerste de beste mannetjeszwaan nog tegenkomen die me vriendelijk zal toewuiven, als hij kleintjes heeft. Een mep van een vleugel kan je krijgen.

zwaan

Die schrik zit er ook al in vanaf mijn achtste of daaromtrent. Toen we met de gymvereniging keurig in uniform en in gelid langs de vecht trokken tijdens de Avondvierdaagse, terwijl we ‘De paden op, de lanen in’ zongen of het potje met vet breed uitsmeerden over het aantal te lopen kilometers. Zwaan, met vrouw en jongen op het nest, was al die voorbijtrekkende stoorzenders zo zat, dat hij een hiaat sloeg tussen de gelederen, een meisje een gebroken arm bezorgde en paniek in alle toonaarden een feit was. Vanaf dat ogenblik heeft de huiver zich verenigd met de eerbied en blijf ik op  afstand met een flinke zoom op de camera. Want prachtig blijven ze.

Op de tuin moet de iep gesnoeid achter het atelier. Hoog is ie nog niet, maar aan het eind van dit seizoen natuurlijk wel, want ze groeien waar je bij staat. Ik ga eens uitvogelen wat de beste oplossing is. Ze komen je aanwaaien die iepen, zoals er nu ook ineens een kastanje naast staat. Die smoor ik in de kiem, maar de iep had zich verstopt achter de vlier. Het zit hem in de naam. Gen-iep-igerd.

Under construction. Fragment.

De kauwen zijn weer koest, gelukkig maar. Het doek lukt goed. Vandaag weer een stukje verder en de losse slag vasthouden. Het is feest om me erin te verliezen op mijn eigen onorthodoxe wijze, want alles tegen de regels denk ik. Maar het werkt zo lekker. Zoon komt binnen met zijn tweewekelijkse oppepper. Lang leve de Albert Cuyp.

IMG_9979

Over Onorthodox gesproken, ik lag vannacht om vier uur al het klooster te bestuderen bovenop de Pantocrator in Corfu. Het verhaal wil verteld worden, maar ik moet nog wat losse eindjes aan elkaar knopen nu de tovenaar zijn toverkrachten niet werkten daarboven, met al de stralingen van die lelijke zendmasten in de buurt. Net als de iep moeten ze om. In het klooster schijnt trouwens overdag een monnik te bedelen, die dan met gevangen geld ’s avonds in een dorp aan de voet van de berg de heiligheid laat schuimen in het bier of de Ouzo. Van die kant verwacht ik geen hulp.

Er schiet me straks vast een list te binnen, zo werkt dat. Het is als met eieren, broeden en erbij blijven. Net als Vader Zwaan.

 

Uncategorized

Verwondering te over

En alsof ze het afgesproken hadden, die weergoden. ‘We beginnen met iets moois en we sluiten af met iets prachtigs’. Daar schoof gisterenavond een wereld aan wolk en kleur voorbij, adembenemend en divers. Wolken om op te wiegen en te dromen. Op zo’n golf aan wolk varen we best.

ONGK4169

Gisteren de penselen ter hand genomen. Zoonlief had een bestelling geplaatst en diverse foto’s opgestuurd. Ik koos voor de uitdaging. Een moeilijke hoek, zoeken naar de juiste afmeting en de goede verhoudingen. Te groot beginnen, altijd, overmoedig en doekvullend. Met duwen en trekken dwong ik het lijdend voorwerp in de juiste proporties. Nu kon het grote schaven beginnen.

RSBJ9253

Ondanks de kou, dik vest over rulle trui en het onafscheidelijke mouwloze vest wachtte de tuin, waar ik begroet werd door een weelderige bloeiende mierikswortel, die een zoet welkom geurde. De kleine meerkoet in de sloot zwom naarstig naar de kant en duwde haar kop in het riet. ‘Ik ben er even niet’ seinde ze woordeloos.

IMG_3552   IMG_3553

De bijen trokken zich niets aan van mijn wandeling. Er was een nieuw volk en de imker had hun huisje met de korven andersom gezet, zodat  de zon de hele dag op de kleine schuur scheen. Sinds er weken lang minder verkeer was was de lucht oneindig veel blauwer en de bloei van alles uitbundiger.

IMG_3555

Moeder eend, een vreemde eend in de bijt, had haar pulletjes om zich heen verzameld, maar raakte niet in paniek. Doodgemoedereerd zwom ze verder en liet me het nakijken. Lyrisch kan ik er van raken, van dat kleine grut.

IMG_3561

Ergens in de krant stond gisteren, in een artikel over de georganiseerde vliegreizen die op handen waren, dat we naar het buitenland wilden om ons weer eens te kunnen verwonderen. Die algemene stelligheid verbaasde mij. Iedereen die om zich heen kijkt, valt verwondering ten deel als ze verder zien dan het kijken naar die schoonheid. Lucht, licht, water, lente en ontluikende natuur. Is er meer te wensen?

IMG_3558

Vriendin kwam op gepaste afstand in de tuin toen ze me had horen praten met de Oude. Ze heeft de tuin schuin achter. Zo blij om elkaar te zien, we hadden elkaar al die tijd niet gesproken. Wat volgde was een uitwisseling van wederwaardigheden en het droeve verhaal over het overlijden van haar vader in een verpleegtehuis en het feit dat zij en haar moeder er niet bij mochten. Haar gezicht werd zwaar van verdriet om dat gegeven en ze sprak haar woede uit over die harteloze maatregel, het eenzame wegglijden uit ieders leven. Van andere vriendin had ik een tegenovergesteld verhaal gehoord over ouders, die alleen maar onrustiger werden door bezoek en zich veilig voelden bij de verzorgers.  Ik hoefde maar in de ogen van dit kind van haar vader te kijken of ik wist dat het verkeerd was. Dat het zou blijven nawoeden tot in lengte der dagen. Ze was gaan fietsen, uitgebreide tochten over klompenpaden en dwars door polderlandschap heen om het gevoel om te zetten in een positieve twist. Daar vonden we elkaar. We zaten op dezelfde golf en genoten van het kleine tot in de zuivere kern.

De Oude kwam even aan en hield bij hoog en laag vol dat hij de anemonen had gevrijwaard in zijn drang om al het onkruid met wortel en al te wieden tijdens mijn afwezigheid. Hij wees naar een plek onder de pruimenboom. Hoe ik hem ook vertelde, dat daar geen anemonen stonden, hield hij vast aan zijn gedachte. Net als het schoonmaken van de lupine in een ander bed. Daar staat een monnikskap, maar de lupine is al een tijdje verdwenen. Tijd voor inspectie, toen hij de kuierlatten naar zijn eigen tuin had genomen. De bestempelde pol anemonen was een geraniumsoort, en de lupine was er niet. Hij kwam als de ongelovige Thomas met eigen ogen mijn gelijk aanschouwen. Eerst zien en dan geloven.

IMG_3554

Ik liep terug naar de kleine blauwe Prins en mijmerde over ‘De tuin van de betoverde anemoon en het mysterie van de verdwenen lupine’. Zie je, alles ligt voor de hand. Verhalen, schildertaferelen en natuur. Verwondering te over.

IMG_3557Schildertaferelen…

Uncategorized

Daar gaan we voor

Er  kwamen net drie halsbandparkieten overvliegen als donkere silhouetten tegen het witte ochtendlicht. Ik herkende ze aan de kreet, die een van hen liet horen. Mijn licht, heerlijk dat ik het weer mag begroeten. Tussen de kruinen van de bomen door rijst de zon oranjerood, maar boven de bomen vervaagt ze tot bijna zalmroze. Elke ochtend tot nu toe is in alle vroegte het kleurenpalet te zien.

IMG_9891

Gisteren kwam het kleurenpalet van Monet langs op FB. Ooit, het lijkt al weer jaren geleden en eigenlijk pas gisteren, hebben we daarmee gewerkt. Ik weet dat het een beperkt palet is, slechts enkele kleuren en juist de vaste kleuren uit mijn eigen palet zitten er niet in. Het gaf een wonderschone andere invulling van mijn werk. Natuurlijk schilderden we de waterlelies en ik ben op zoek gegaan in de buurt om een schilderachtig bruggetje met vijver en lelies te vinden. Bij kasteel De Haar was het raak. Compleet met treurwilg ontvouwde zich een Monet-landschap voor mijn ogen. Dankbaar en met de nieuwe tinten compleet anders om te schilderen, maar zo’n ontdekking. Alleen…Ik ben de kleuren van dat palet weer kwijt. Veel blauwen herinner ik me.

027

Even later kom ik het monochrome palet van Jennifer Balkan tegen. Een kunstenaar die ik bewonder omdat ze zo verschrikkelijk veel streken en likjes, vegen en stippen gebruikt om aan haar portretten de juiste uitdrukking te geven. Het monochrome palet dat ze gebruikt voor een zelfportret bestaat in dit geval, voor zover ik kan zien, uit titaanwit, gebrande omber en ultramarijn. Daarmee maakt ze grijstinten in alle toonaarden. Iets om eens uit te proberen. Een beperkt palet opent een scala aan mogelijkheden waar je het niet verwacht.

IMG_9927 Monochroom palet van Jennifer Balkan

De bomen lezen een helder geel en mijn gedachten blijven even hangen op de foto van de aangedane surfplanken die gisteren uit de Scheveningse zee zijn gehaald. De burgemeester van den Haag haalde een passage uit ‘Op hoop van zegen’ aan. ‘De zee geeft en de zee neemt’, zei hij droef en dat laatste was oprecht. Maar het cliché klonk vervreemdend, nu het die zes sterke jonge surfers betrof.. Een ‘Cappuccino-zee’ was een begrip waar ik nog nooit van gehoord had. Een verschijnsel dat men kent als Cappucino Coast. Schuim op de zee kende ik wel, maar zo veel en zo dik. ‘Vermoedelijk gestikt in het schuim’ kopt Trouw. Het lijkt haast surrealistisch. De foto’s zijn ernaar, de beelden op het journaal ook. De helikopter vlak boven het gebied blaast dikke schuimvlokken uiteen. Een woedende zee, bedenk ik me, het schuim staat haar op de lippen.

IMG_9925

De zon breekt door in gouden gloed, een grotere tegenstelling dan tot bovenstaande  is er niet. Ze brengt harmonie in het vroege ochtendleven. Kauw vliegt uit vlak boven mijn hoofd, op zoek naar een ontbijthapje. De eerste auto’s rijden weer. In mijn hoofd speelt zich het verhaal af voor de kleinkinderen. De Yaya-kronieken nemen een geheel eigen wending, nu blijkt dat de hoogste berg van Corfu, de Pantocrator, zendmasten herbergt en een oud klooster. Wat een tegenstelling. De zendmasten komen goed uit, die worden automatisch het lijdend voorwerp, waardoor het dorp er vlakbij verlaten is. Nee, niet om de straling, maar om het verruïneren van de ongerepte natuur. De kleine ministralen gaan voor de tovenaar een plan bedenken om de natuur en de bevolking terug te laten komen. Waar zou je die masten beter neer kunnen zetten, of is er een andere manier om een goede ontvangst te krijgen. Yaya is er ondertussen maar druk mee en het levert slapeloze nachten en glorieuze zonsopgangen op.

IMG_9926

Afleiding en in dit geval gelukkig. Want buiten het gepieker over te vroege levens is het denken in oplossingen heilzaam om de gedachten te verzetten. Blijft de laatste vraag hangen. Waar kan ik die hoge mediatorens kwijt, zodat alle bewoners van Corfu wel ontvangst behouden. Zonne-energie met stralingskracht fluistert het licht. Ondertussen kolken de ideeën en buitelen over elkaar, tijd voor de koffie. Kauw komt net weer ingevlogen met een lekker hapje. Daar gaan we voor.

Uncategorized

Geen vuiltje aan de lucht

Bij het opschonen van mijn documentenbestand kom ik zo’n onnavolgbare rubriek tegen, waarvan ik zelf niet meer weet of die woorden ooit  uit eigen brein zijn ontsproten. Ik denk het haast, want de schobbejak lijkt verdacht veel op Pluis de poes, met haar grijze vacht en molllige welvaartsbuik.

IMG_9912

Zeg schobbejak/trek jij eens gauw/dat zachte grijze bontje uit/dat is toch veel te chique voor jou/

Wat ben jij een malle zeg/heb je ooit een poes gezien/die haar velletje naast haar legt/hou jij gauw je tater/deze jas heb ik gekregen van mijn moe/en ze past me als een huis/ik voel me er erg in thuis/Bovendien heb ik nog ergens genen/van een graaf van Christobal die is verdwenen/hij was zwart met grijze strepen/en had geen kroontje op zijn kop/want dat kon hij echt niet velen/maar voornaam, dat was hij wel/dus hou jij je mond maar snel.

Het is al goed hoor schobbejak/Ik moest het toch heel even kwijt/Tot ziens/tot in de pruimentijd

IMG_9919

Bij het tweede gedicht over een kikker die uit de schoen kroop, weet ik het ineens zeker. Dat gebeurde namelijk echt in de oude Bernagie, het tuinhuisje vóór mijn huidige gelijknamige rollende atelier. Het was een zwarte oude gymp en ze had er heerlijk liggen soezen, een nacht of een winter lang, dat weet ik niet. Het inspireerde kennelijk tot de volgende pennenvrucht:

Een potsierlijke kikker kroop uit mijn schoen/Dat had ik kikkers nog nooit zien doen/Misschien was het wel een prins/Net als waar het sprookje over schreef/Met de gouden bal en een kus en van die dingen/Als het heel erg waar zou zijn, zou ik erover zingen,/maar zeker weten doe ik het niet/En kussen brrr dat gladde vel/Nee dank je wel. Weet je wat/ik trek hem rap een hermelijnen mantel aan/en zet een kroontje op zijn kop/let maar eens op hoe snel mijn kikker dan een prins wordt/binnen enkele tellen…/Wat? Geloof je het niet?/zal ik je nog een verhaal vertellen.

Wat een wonderlijk mechaniek is dat geheugen toch. Ik ben een krabbelaar, dus in elke denkbare agenda, opschrijfboekjes, schriften, bulkboeken, enveloppen of wat dies meer zij, staan gedachten of gedichten. Flarden, doorgekraste, of hele gave notities. Sinds ik het internet belaag, staan in documenten op de gekste plekken geschreven stukjes. Wat ter tafel komt, of voor de vuist weggeschreven. In een opwelling, vaak in de nachtelijke uren en alles onaf, of niet doorgezet.

IMG_9920

Misschien hadden deze drie, want er is er nog een over een  spin, wel een bundel kindergedichten moeten worden. Met een Annie M.G. in je hoofd weet je het maar nooit. De verhalen zijn grappig, droevig of maf, soms af en soms niet. De documenten in google drive staan ook vol met projectverhalen met een kop en een staart, met halve ideeën en met een enkel woord, je kan het zo gek niet bedenken. Het is nu eenmaal hoe die radertjes werken bovenin.

Half afgemaakte verhalen zijn er ook, die blijven steken op het punt dat het moeilijk wordt om voortgang in dezelfde spanning te vinden. Ik ben een halve schrijver. Idee, plot, het is er allemaal, maar dan. Alleen de discipline van het ochtendstuk. Dat is er altijd. En het oma-journaal heeft ook een begin en een eind gekregen met het hele verhaal ertussen. Reuze spannend trouwens, dat vond ik zelf ook. Het kan verkeren, als er nog veel van deze vrije tijd blijft. De Yaya-kronieken zijn al onderweg en met de lieve aandachtige toehoorders staat er een stok achter de deur. Die heb ik nodig. Geef me genoeg tijd om te souperen en een wat rekbare deadline. Dan is er geen vuiltje aan de lucht.

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Tel Uw zegeningen

Natuurlijk bleef het filmpje met wensen en verlangens van de kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen in relatie tot mij nog lang doorsudderen. Het strookte met de oproep om uit te spreken wat er op je hart ligt, zolang het kan. Dat is eigenlijk  ieder moment, tegenover iemand die jong is of oud is, in leven is. Want zolang we nog in elkaars vertegenwoordigheid verkeren is de mogelijkheid er. Anders is het misschien wel te laat. Gevoelens vertolken, een van de moeilijkste dingen in het leven. Taal is er gelukkig een belangrijk middel bij. Taal begrijp ik, gevoelens ook, samen vullen ze mijn blogs iedere dag, waarin ik vertel wat er leeft, wat ik denk en voel, waar ik sta in dit leven.

012  Moeders dagboek: Fragment

Een grote drijfveer is de mand met dagboeken van mijn moeder geweest. Ik kende het beeld, dat stond immers op mijn  netvlies gebrand. Mijn vader had zich teruggetrokken. er hing nog een laatste sliert rook boven zijn stoel, de shaggies in de asbak. Mijn moeder knipte de lichten uit, en alleen de schemerlamp boven de Heilige Stoel bleef aan, daar schreef ze dan in alle rust en stilte haar dagen uit en er tussendoor of ongeschreven erboven haar gedachten. Een goed verstaander heeft een half woord nodig. Soms schreef ze, als er niets meer op de televisie was, aan de keukentafel als mijn vader zijn zoveelste voetbalwedstrijd liet rollen op het scherm of in haar stoel, dat kon ik dan afzien aan haar grote hanenpoten, die dan grillig en onregelmatig over de regels heen bibberden. Nadat alle rust was weergekeerd, knipte ze alle lichten uit en staarde naar de donkere lucht, de maan, de sterren buiten, mijmerend over wat er nog te wensen of te verlangen viel. Er was nageslacht genoeg om je druk over te maken. Kleine zorgen  en grotere, maar ook wel eens gewoon de harmonie van het niets. Bezinning, Stilte.

Daarmee wordt het geschenk van de kinderen gisteren de mooiste van de afgelopen jaren en reken maar dat er al heel wat fantastische voorbij zijn gekomen, met die inventieve schatjes. Gevoelens uitspreken en hoop afspreken,. Kunnen we nog één keer, mogen we samen, zullen we dan…Onvervulde wensen en verlangens, zoveel meer en zoveel belangrijker dan de zoveelste Bucketlist met ‘Ver-van-je-Bed’-doelen als Bungee-jumpen van de hoogste brug of abseilen van de steilste bergtop. Dit was zo tastbaar en zo dichtbij. Hier werden harten tegen elkaar aan gewreven en tegelijkertijd zou het onmetelijk ver weg blijven, als het onuitgesproken bleef. Woorden die de kern van het leven raken.

IMG-9866

Niet alleen vond ik het prachtig, het vervulde me ook met een onnoemelijke trots en liefde. Nabijheid is het grote goed, herinnering komt later. Dankzij de dagboeken ken ik mijn moeder, dankzij mijn blogs zal ik er zijn, maar zaak is om van het straks een nu te maken en dat is het streven voor dit jaar. Virussen brengen soms de onnavolgbare problemen aan het licht en bieden tegelijk de oplossingen. Zodra er weer ruimte is en vrijheid gaan we er dankbaar gebruik van maken bij leven en welzijn en zolang als mogelijk. Het onderste uit de kan.

IMG-9854

Naast het filmpje stonden ze ook allemaal beneden te zwaaien bij verrassing, een zacht glanzend gouden hart, een kleurveeg over Moppereend van de op een na jongste telg en een ‘fuck-corona’-Fuchsia. ‘Excusez le mot’. Haha, wat had ik die graag met Annie M.G. Schmidt willen delen. ‘Wilt U een stekkie, een stekkie een stekkie, een van de Fuckeronia. Want ze hangt op mijn balkon en ze blikkert in de zon’. Dankzij de liefjes onontbeerlijke humor, een nieuwe plant en een nieuw woord voor in het archief. Tel Uw zegeningen.

90A3C377-CDF2-4F29-91C8-4B7D1C0BA15D

Uncategorized

Dat vat loopt over

Vandaag begon de dag met een nieuw woord. Hoorlucinaties. Het werd genoemd in een blog van Rianne. Zo’n heerlijk spel met woorden, zeker als de vlag de lading dekt. Een geluid zet zich bij het horen vast in je hoofd en daarna hoor je het te pas en te onpas. In haar geval was het een wekkerdeuntje. Ik weet niet wat erger is, een hallucinatie of een hoorlucinatie. Alles wat zich onverklaarbaar openbaart kan storend zijn. Het enige wat helpt is stoïcijns negeren, ook al ‘dwingt’ het zich dwars door je leven heen.

Tinnitus is eigenlijk ook een soort Hoorlucinatie, al denk ik dat het gewoon bestaand aanwezig is.Toevallig had ik het er gisteren nog met zus over op de fiets. Als je dat geluid niet negeert, heb je geen leven. Dan zwelt het aan tot een oorverdovend kabaal en oversuist alles wat van belang is. Er is nog een overheersend geluid, dat ik pas ontdekte toen ik geluidsopnames van het gekwinkeleer van de vogels wilde maken. Bij het afspelen thuis hoorde ik niet de zoetgevooisde vinken en mezen, merels en spreeuwen, maar slechts de hijgende ademruis. Adem in, adem uit. Haha. Het is al weer drie jaar geleden, maar vanaf dat moment maak ik geen geluidsopnamen meer.

Moederdag vandaag en ik kreeg vannacht van een overleden kennis een enorme bos roze gladiolen in wit papier, waarbij de bovenkant half gesloten was, zodat je zag wat er in de verpakking zat. Kennelijk keek ik niet blij genoeg, maar ik was ontroerd en zocht naar de juiste woorden. Hij bulkte, dat ik wel wat tevredener mocht kijken. Het was een duur cadeau. Zo verschillend kan men met iets bezig zijn. Ik met het gevoel dat het teweeg bracht en hij met de letterlijke kostbaarheid van het cadeau. Daar draaide het voor mij niet om. Al waren het madelieven. Geen idee, waar de droom vandaan kwam.

IMG_9832

Ik bleef daarom nog maar even doorsudderen tot het weer wegebde en toen kwam zoonlief dwars door mijn gemijmer heen met de verrassing, een filmpje van de kinderen met felicitaties voor moederdag en daarachteraan een persoonlijk woord van ieder met wensen en verlangens voor nog een heel leven. Oudste kleinzoon wilde met me naar een 3Dfilm, zijn broer wilde met me naar het zwembad, de jongste brabbelde een onverstaanbare wens met een onweerstaanbare kuif, omdat hij onverhoop een pot vaseline had gevonden en de inhoud in zijn haar had gesmeerd, kleinzoon drie wilde dolgraag met mij en het hele gezin weer eens naar de dierentuin, de kinderen hadden zo hun eigen persoonlijke ontroerende wensen. Traan biggelde en lach brak door, beurtelings, gelukkig stond er ook een glas water bij het moederdagontbijt door zoonlief gemaakt.

IMG_9829

Ik had in alle vroegte, voor de droom, wel de zonsopgang meegekregen als eerste cadeau. Dat was alleen voor de matineuzen onder ons, want daarna trok het snel dicht. Vandaag tuindag. Daar is nog altijd reuring van het kleine leven, dat maar doorgaat.

IMG_3522

De pulletjes in de sloot, de af-en aanvliegende koolmezen met een bek vol beloftes voor de kleintjes. Er was zelfs een wezel gesignaleerd en misschien zie ik de ringslang wel. Bovendien is de nieuwe opdracht voor #binnenkijken om een blad te fotograferen. Maakt niet uit, wat voor blad. Een die je beroert, raakt, betekenisvol is of als toevalligheid opvalt. Ik hou van het groot hoefblad als het vers en jong is, met haar grote paraplubladeren of die van de enorme hosta, die dapper uitdijdt en de ranke sierlijke messcherpe Iris en gele lisbladeren. Er is heel wat. Het licht is wat saai, maar ik sprankel er wel wat liefde doorheen. Dat vat loopt over ❤

 

Uncategorized

Het verlangen is groter

De grenzen worden opgerekt, de verantwoordelijkheden vergroot, maar soms ook nog  ingedamd. Mijn volgende stap na het bezoek aan vriendin in de tuin, een hele hoekbank voor mij alleen, resulteerde in een bezoek van kleinzoon en dochter. De promotie zat hem in de locatie. Geen verscholen hoekje in de alom aanwezige schaduw ingericht op de galerij maar achter de tafel op de stoel op het balkon in de frisse buitenlucht. Thee en verse cake met appel.

IMG-9800

Het werd een aangenaam verpozen met kleine kouterietjes over het wel en wee, maar ook over het grenzen verleggen en de aanwezige angst en hun grote bezorgdheid om mij. Ik ben er wel aan toe om hier en daar weer de teugels in handen te nemen. Het is lastig loslaten voor dochter en zoonlief, die later aanschuift, maar erover praten helpt.

Het was een wonderbaarlijke dag gister, want na het bezoek van dochter stond ik ineens met zoon zijn vissies(sardienen uit de diepvries)schoon te maken. Ik ontschubde en hij deed de rest. Ik keek niet naar de dode visseogen. Moest denken aan mijn vader die de gevangen aal van broer stond klaar te maken in de keuken en vakkundig de aal binnenste buitenkeerde. Althans dat, wat je niet eten kon. Ik heb dode-dieren ervaring met mijn jaar arbeidzame leven bij een poelier, waar de dode konijnen en kippen aan het plafond bungelden. Ik was vijftien en nog maar net gewend aan mijn opa zijn ene onbeholpen kippenslachterij bij ons in de achtertuin, waarbij ik een macabere dans van de kip zonder kop zag, als vier of vijfjarige. Maar eerlijk…Ik kan er niet meer zo goed tegen. Niemand hoeft dood voor mijn culinair genot. Het moederhart houdt stand en helpt. Er schuilt schoonheid in het riekende werkje. De schubben glanzen doorzichtig, zilveren schildjes. Ze verstoppen de gootsteen, het koude water golft er langs als ik ze behoedzaam los wrijf. Dag lieve vissies.

Als het werk geklaard is, schrijf ik over een ander zilver licht, een maanlicht dat de Yaya-kronieken vangt in dat lichtende beeld. Yaya en haar kleine ministralen gaan op pad in het zilveren maanbed, om de grote tovenaar Pantakrios te helpen bij het oplossen van het mysterie van het verlaten dorp. Ze strijken neer in een klein dorpje vlakbij de stad Corfu op het gelijknamige eiland en in het grote paleis het Achyllion, dat ooit het onderkomen was van Willem de tweede en keizerin Elizabeth, Sissi voor de filmliefhebber. Het is de nieuwe oma in corona-tijd en daardoor voel ik me dichterbij dan ooit. De ministralen zijn alle kleinkinderen en ze hebben allen een belangrijke rol. De twee oudsten spreken in dat ze het prachtig vinden en of er dingen echt zijn. Tuurlijk, een beetje van mezelf en een beetje van de realiteit, zo overleef je deze crisis wel.

IMG_9823

Vandaag de volgende mijlpaal. Er wordt opgebeld. Vriendinlief, die ooit Corona had en al twee maanden wegkwijnt in haar gevangenschap staat beneden bij het balkon en wil vanuit haar scootmobiel even zwaaien met mondmasker voor. Ze heeft zich een uitje gepermitteerd naar haar beide bejaarde ouders, risicofactor 1 en derhalve achter glas en rijdt nu met haar stoffen printje voor de snoet weer terug. Haar ouders wonen hier in de wijk, dus een logische rondgang is het gevolg. Het is zo vertrouwd en fijn om  haar te zien. Hoe zwaar het was, hoe benauwd het is, hoe naar de mondkap en hoe melaats het hoesten werkt. We kletsen door de telefoon, anders kost het teveel inspanning en met een dwaaloog zie ik dat er kersen groeien aan de prunus in de tuin beneden mij. Nieuw leven seint de natuur in, te allen tijde. We zwaaien, dag dag, tot gauw, tot knuffels.

Dan voor vandaag een ontmoeting met de zussen, maar dan  met een picknick aan de Lek. Handschoenen aan, snoetje bij de hand en gaan. Morgen is het moederdag, hoe vreemd zal dat weer zijn zonder omarmen, verwarmen aan alle liefde die er gegeven wordt. Het zal afdoende zijn. Het verlangen is groter.

 

 

 

 

Uncategorized

Nog maar een keer

Gisteren ging ik een volgende grens over. De ingebouwde veiligheid zat hem dit keer in de open buitenlucht. Zolang je maar ruimte inbouwt en frisse lucht inademt kan het niet misgaan en o ja, gellen of handen wassen. Het bezoek was vertrouwd en onwerkelijk tegelijk, door het niet kunnen knuffen en even tegen elkaar aanleunen, dat voor een alleengaande toch weer een hele andere impact heeft dan voor iemand die een partner thuis heeft zitten. Het ontberen van wezenlijk contact is het grootste gemis. Al maanden geen handen meer geschudt, geen arm meer vastgepakt, geen omhelzing gedaan, geen knuffeltje uitgedeeld en dat zijn nog maar de minst intieme vormen van contact. Realiseert iedereen zich dit die wel een huishouden deelt? Dat vraag ik me af.

IMG_9794

Vannacht ging ik ‘op een lange fietstocht’. Hoofddoel een dorp en ik was op de nieuwe Stella, mijn trouwe gezellin. Ik stopte na een lange tocht bij een parkeerplaats om de route verder uit te stippelen maar wist niet hoe het dorp heette, waar ik was aangeland. Het bleek het dorp N624 te zijn. De omstanders verzekerden me dat het een klein dorp was, maar dat ik vast niet meer ver was van de eindbestemming. Ik kon alleen niet meer op de naam komen van de eindbestemming, die was nogal ongewis. Hoe verdwaal je in onwetendheid. Er was ook nog een boze mevrouw omdat ik haar de inrit versperde naar de parkeerplaats toe. Achteraf bleek die zich niet op die plek te bevinden. De boosheid was ongegrond.

IMG-9795

Ik werd warrig wakker, met mijn N624 helder in het hoofd. Toen ik de krant uit de brievenbus had opgehaald, las ik vooral over boos en teleurgesteld, over wonderlijke prioriteiten en over vermeende initiatieven. Rutte had zijn steen geworpen in de vijver van voortgang en nu rimpelde het water in emoties uiteen. Mijn positie was die van redelijke buitenstaander, ik wist alleen dat ik mijn eigen grenzen naar behoren en met gezond verstand wat oprekte. Vriendin in volle levendigheid tegenover me, met verhalen en weerleggingen, ideeën en verhalen, het leven van ooit en toen een beetje dichterbij in deze veranderde maatschappij. We aten stroopwafel, dronken jasmijnwater en het leven lachte onder de gele parasol met een entourage van het sierlijke Vlasbekje wiegend op haar dunnen stelen.

IMG_9798

Ik fietste terug en viel in ledigheid tot ik besloot een cake te bakken voor kleinzoon en dochterlief, die de volgende dag op de agenda stonden. Geen galerijbezoek maar een balkonbezoek. Zij als eersten naar binnen en achter de tafel op het balkon en ik zou gastvrouw spelen. In dat geval met thee en water en met verse appelcake, die super gelukt was, door de liefde, waarmee mijn oude jaren zeventig keukenmachine haar ingrediënten mixte. Ze was van lang voor welke crisis dan ook.

 

Supertramp noemde haar vierde album ‘Crisis, what crisis?’. Als je het woord niet noemt dan is het er niet. Iets om over na te denken. Het is de vlag die de lading dekt. Maar het virus brengt zoveel teweeg dat we van ontwrichting mogen spreken en dat ligt ten grondslag aan welke crisis dan ook. De hoes triggerde destijds. Negeren was niet mogelijk.

Iemand schreef dat hij nu drie keer een gebeurtenis had meegemaakt. waardoor hij geschiedenis schreef. Hij somde op: De val van de muur, 11 september en Corona. Maar wij schrijven elke dag geschiedenis. Wereldnieuws of dagelijkse gebeurtenissen behoren allen toe aan factor Tijd. Zij schreidt voort en schrijft voor ons alle individuele en mondiale werkelijkheden. Geen rader is onbelangrijk. We vormen allemaal het grote wentelende wiel. Eenmaal in gang gezet beweegt het zich voort en levert nieuwe energie. Perpetuum Mobile. We hebben de rokende fabrieken tijdelijk stopgezet, de wereld is schoner dan ooit, de insecten zoemen ons verheugd om de oren. Genieten onder een gele parasol, achter een glaasje jasmijnwater naast het tere vlasbekje. Ingedamde crisismomenten. Ik draai Supertramp nog maar een keer.

 

 

Uncategorized

Om geleefd te worden

De zon lonkte. Het beloofde warmer te zijn dan de afgelopen dagen. Na de tuin van eergisteren had het gesorteerd in een uithijgen als een ‘hert der jagt ontkomen’. Dat duurde de hele namiddag en avond, terwijl ik niets anders gedaan had dan zitten, daar op die tuin.. Kan emotie je zo overmannen dat het de ovegebleven energie opslurpt?

Het licht door de bomen, de belofte, zorgde ervoor dat ik bedacht te gaan experimenteren. Ik wilde kijken hoe ver ik zou komen met de fiets richting tuin. Dat betekende een safari dwars door mijn oude stad heen, vanuit mijn huis in een voorstad. Gewapend met dik zwart vest en dikke sjaal, door ervaring bij eerdere tochten wijs geworden, ging ik op pad. Canon in de aanslag, Iphone in de zak. Ik realiseerde me ook dat ik nooit meer zulke grote tochten had kunnen ondernemen zonder deze vernieuwende techniek van het ondersteunende trappen. De longen hadden nog wel genoeg lucht om zonder inspanning kilometers te vreten, maar met inspanning hadden ze het nooit gered.

IMG-9727  IMG-9741

De weg was vrij voor de ontdekking. Een omlegging omdat het snelste fietspad afgesloten was, geen enkel probleem, dan rijd ik toch gewoon bijna half zo ver terug om het goede doorgaanbare pad te bereiken en daarna, als ik het fluitenkruid, de omgebouwde industriele panden en de studenten-compartimenten achter me heb gelaten, begint de zoete tocht. Over de singels langs de oude binnenstad, de lange Maliebaan af,  dwars door Witte Vrouwen heen. Daar de wetenschap dat de tuin met drie streepjes op de teller net niet haalbaar zou zijn, dus terug langs het Griftpark, de singels weer op om bij de Herenstraat de brug over te steken en langs de stegen en de grachten en grachtjes mijn eigen kunstzinnige weg te vinden.

IMG-9744   IMG-9758

Het beeld van de man met het hondje in het Zocherpark, de grote gouden aubergine die een golvende weergave van mezelf laat zien, een man op een bankje in kleermakerszit met een boek in de hand en af en toe turend naar het gebladerte boven hem.

IMG-9766   IMG-9767

De reusachtige beuk daar, die de verhalen van eeuwen liet kronkelen over zijn grillige bast en deed uitmonden in de jubelende groene kruin naar het zonlicht en de vrijheid toe. De mannen voor het Pieter Baan die op de rollators, soms de huid wit en doorschijnend en dan weer tanend, in elkaar gedoken en brallend tegen de voorgevel staan aangeleund om toch stiekem te genieten van de verwarmende zonnestralen, een verdwaalde koestering.

IMG-9772  IMG-9774

Dan het gedicht op de muur van de Snellekensschool, zo vertrouwd, de woorden. De singel voor het Louis Hartlooper, mijn vertrouwde plek, waar het Ledig Erf haar naam nog nooit zoveel eer had aangedaan en die alleen wat voorbijgangers druppelsgewijs zag langs trekken. De films verstomd als in een ver verleden.

IMG-9776

Daar op de brug hou ik stil en leg de beelden vast voor later, als het weer gonst van drukte en we dubbel, met pijn en met weemoed aan de tijd van stilte zullen terugdenken. Dan de oude vertrouwde kade, de Jutphase weg en dan een stukje Utrecht waar je normaal niet komt, omdat het een doodlopende weg aangeeft, maar waar nog heerlijke oude huizen staan, een voorgeborchte voor het industrieterrein en de meubelboulevard erachter.

IMG-9783

Het Merwedekanaal heeft nog meer verborgen plekken, maaar de fiets komt overal en daar sta ik ineens bij sluisjes, nog nooit gezien, waar een overmoedige motorbootmeneer ronkend rondjes draait als hij moet wachten tot de brugwachter het sluisje handmatig opendraait, die hem waarschuwt dat het sein nog steeds op rood staat. Lieflijke seringenbomen omlijsten het uitzicht op de ophaalbrug bij de Herenstraat.

Ik sluit af met een eerste bezoek aan een supermarkt en hoor zoonlief waarschuwen in mijn hoofd. Doe handschoenen aan en hou zorgvuldig meer dan anderhalve meter afstand. Het recht in eigen hand. Het voelt als triomf. Wat een heerlijke dag zomaar uit het niets. 25 kilometer op de teller en zo’n voldaan gevoel.  De euforie. Het leven is weer op haar plek gevallen, daar waar het moet zijn, om geleefd te worden.

Uncategorized

In al die kwetsbaarheid

Er is een lied waarmee ik mezelf nog steeds niet identificeer. Ze werd gezongen door iemand van wie ik gedacht had dat we ‘samen’ oud hadden zullen worden. De nieuwe oudere misschien? Zo voelde het wel. Met zeventig of daaromtrent ben je nog niet oud, maar dat beeld veranderde in de afgelopen weken snel. Het lied waar ik op doel is ‘De Oudjes praten niet’ dat vertolkt werd door Liesbeth List oftewel de originele versie door Jacques Brel gezongen: Les Vieux

Ook mijlen ver van mijn bed was het lied toen het gezongen werd door Jasperina de Jong. Dat was de eerste keer dat ik ondersteboven was van een Nederlandse tekst. Een openbaring, dit spelen met de woorden en de betekenis. Deze oorspronkelijke vertaling van Les Vieux is van Ernst van Altena.

‘De oudjes praten niet
Of hoogstens af en toe
Met stille ogentaal
Zelfs rijk zijn ze toch arm
En zonder toekomstbeeld:
Een hart voor allemaal
Hun huis geurt: witte was
Lavendel, koperpoets
En ’t werkwoord van weleer’

Deze zoete sterren koester ik omdat ze aan de hemel van mijn jeugd stonden en we alle teksten en liedjes, die door hen werden vertolkt, woordenlijk mee konden zingen bij een kampvuur, op de tandemtocht richting Friesland, tijdens treinreizen naar de opleiding. Ze behoorden tot mijn emotionele bagage, ik ben er mee opgegroeid. We zongen ‘De oudjes’ met Jasperina mee, toen de vertolking van het verhaal van Louis Couperus in een bewerking op televisie te zien was en een glorieuze rol werd neergezet door Caro van Eyck en Paul van Steenbergen onder regie van Walter van der Kamp. Dat waren Oudjes van formaat.

Dat zijn ze ook altijd gebleven en ik, ik behoor er nog lang niet toe. Maar in de beleving van iedereen om me heen zo langzamerhand toch wel. De kinderen en de zussen zien een bepaald verval van wat eens een jeugdige energieke uitstraling was. Er hangen  rafels aan, er sluipen hiaten in, er zijn steken die vallen. Het stramien wordt wat sleetser, het gehijg bij het klimmen van een trap of een heuvel wat meer hoorbaar. Het oudje in mij heeft het er niet over, maar het hijgt des te meer. Stomme oude longen.

Dit alles schiet me te binnen bij het lezen van een quote van Simone de Beauvoir over oud zijn. Ze vraagt zich daar af: ‘Hoe moet een samenleving zijn wil een mens als hij oud is mens blijven?’ Het antwoord dat volgt is even ingenieus als simpel: ‘Hij zou altijd als mens behandeld moeten worden(…). In de ideale samenleving, die ik schetste zou, zo droom je, de ouderdom eigenlijk niet bestaan. Zoals nu het geval is met enkele bevoorrechten zou de mens geleidelijk verzwakt door ouderdom maar niet duidelijk afgetakels op zekere dag ziek worden en daar aan bezwijken: hij zou sterven zonder te zijn ontluisterd.’ (Simone de Beauvoir: De ouderdom 1970. Fragment uit ‘De kunst van het ouder worden’ van Joep Dohne  en jan Baars, 2010).

001Oude dertiger-jaren stof.

Het raakt me en brengt de kwetsbaarheid naar boven die voor mij schrijnend ten grondslag aan deze hele crisis heeft gelegen. Ineens begint ouderdom weer bij 65 en ben je een vitale oudere tot het virus of de kwetsende eenzaamheid het tegendeel bewijst. Je hebt al meerdere ouderdomskwalen, die tot dan toe hoogstens slijtageplekken werden genoemd. Die brengen een verhoogd risico met zich mee. Daardoor wordt je een kasplantje, want dan moet je beschermd worden tegen je eigen valkuilen. Nog steeds staan De Oudjes van Couperus mijlen ver van me af, al heb ik vaker op een bankje met een oude vriend gezeten om herinneringen op te halen aan wat toen verleden was.

027 afgedankt, oude bloemen.

Mens zijn is een recht dat we allemaal zouden moeten mogen koesteren en dat ons gegund zou moeten worden door ieder ander die we zijn voorgegaan. Mens zijn is gezien worden als volwaardig en bewust in het leven staand. Ook al doen we eigenwijs en nemen we teveel hooi op onze vork, omdat die vork tot voor kort nog alles kon optasten dat voorbij kwam. Onze rekbare jonge geest is zich aan het aanpassen aan een wat sleetse jurk, maar derhalve niet meer dan dat. Want rekbaar en elastisch blijft het tot in de kleinste vezels, ook al heeft het soms de schijn tegen in al die kwetsbaarheid.

 

 

Uncategorized

Vrijheid dus

Bevrijdingsdag 5 mei 2020. Een prachtig begin met gouden zonlicht gefilterd door de bomen en een vroeg welkom. Het staaft mij in een voornemen. Vanaf vandaag is mijn tuin weer de vrijheid voor mij. Ik weet nu hoe ik het aan kan pakken. Vroeg in de ochtend gaan en op redelijke tijd, daar waar de vijf in de klok slipt, de wijnflessen open poppen, de mensen elkaar na noeste arbeid op zullen zoeken, weer huiswaarts keren. Even nog, tot het voor mij, risico op twee fronten, weer veilig zal zijn. Het gemis van groen in de vingers is te groot. Daar kunnen de fietstochten in de omgeving en het wroeten in de balkonpotten, niet aan tippen. Bovendien is buurman nu zo gewend om de tuin te doen, dat er ongemerkt, verstrengelingen van belangen plaats vinden. Hij gaat onvervaard aan de slag, wat heerlijk is, maar de fase van het vragen is voorbij. Dat betekent, wat wind uit de zeilen nemen en zelf de touwtjes weer in handen krijgen.

Vrijheid dus.

IMG-9706

Het huis is schoon voor zover het in mijn mogelijkheden lag, de taken gedaan. Er ligt nog een opdracht te wachten en een halve zonder deadline. Ik wil weten of mijn irissen het redden, er nog wat akeleien naar boven zijn gekomen. Bovendien moeten de dahlia’s uit het schuurtje de grond in en wil ik nog wat papaver, vingerhoedskruid en verse akelei zaaien, het gras maaien, de houtstapel ordenen en zien waar de composthoop terecht is gekomen in de wiedwoede van de Oude.

IMG-9381

Ik neem snuitje mee en snuf, zoals de thermoskan inmiddels heet. Snuf en snuitje en de zwarte handschoenen. Het is bijna de titel van een boek. Gisteren heb ik bevrijdingsdag zitten kijken met twee brandende waxinelichten voor de beelden op de Dam, heb de ongezouten kritieken op Twitter gelezen van mensen, die niet hebben leren luisteren of alleen blijven hangen op een eigen beeld bij een woord, zoals in de toespraak van Arnon Grunberg, die op een meesterlijke wijze de bitterheid van de overheersing van een volk neerzette. Dat nooit weer, schemert door de woorden heen, waar mensen alleen op het woord Marokkanen blijven hangen, zonder de essentie van het verhaal te doorgronden. Het leven weer in eigen handen nemen, werd daar gevoed. De vrijheid om de tuin contactarm maar bereikbaar te laten zijn voor mij en te genieten van de schoonheid van het kleine paradijs dat de Bernagie heet. Verlicht oord.

IMG-9704

Vijf mei is vrijheid, is verlangen, is liefde voor al wat leeft. De batterij van de grasmaaier is opgeladen, de thermoskan gevuld, het stuk geschreven, we kunnen gaan. Gisteren bij vier mei was de opdracht in ‘anders kijken’ Herdenken, maar ik geloof dat ‘Gedenken’ het juiste streven is  Herdenken is naar voren halen Gedenken is een plaats schenken in het nu. De mensen, die in je geest nog altijd bij je zijn, toe te laten en een plaats te geven onder de horizon van het huidige bestaan. De wijze woorden van mijn moeder, de bedachtzaamheid van vriendin, de kleine filosofieën van de grote kleine man, de vader van de kinderen, de gedichten van Vasalis, de spreuken van Tagore, naast het gedenken van hen die elders wonen en voor nu even onbereikbaar zijn. De gulle lach van de kleinkinderen, de liefde van de kinderen en schoonkinderen, de indringende mails van de wijze uit het verre Hongarije en zijn onvoorwaardelijke liefde voor een oude vriendschap, de gevoelde liefde van de vrienden en vriendinnen in de onbereikbare nabijheid, thee voor een raam. Gedenken is geen afscheid, maar een inclusie.

IMG-9705

Vandaag is het ‘de dag van de bevrijding van de zogenaamde onmogelijkheden’, het pad effenen en doen wat er nog altijd wel kan. Zoals men het van de week nog zo mooi zei: Het is niet ‘Het nieuwe Normaal’, maar het ‘Abnormaal dat ééns weer ten goede zal keren’. Ons streven vliegt hoger dan de mogelijkheden van het ogenblik. Vrijheid dus.

 

Uncategorized

Een ‘Zon’dag ten voeten uit

De dagen rijgen zich aaneen. Even was ik kwijt dat het gisteren zondag was. Hoe anders is de invulling heden ten dage vergeleken met de Heilige zondagen van vroeger, in het ouderlijk huis. Er heerste altijd een wat nerveuze sfeer. Zondag betekende dat iedereen thuis was, dertien mensen in een kleine eensgezinswoning. Er moest aangekleed worden, alles in nette kleren gehesen, de prikjurk, het stijve mantelpakje, de schurende nylonkousen. Honderd drogredenen om het niet te vieren. Er waren misdienaren bij, koorzangers en alles moest ergens op tijd de Heer loven of de kapelaan dienen. De kamer moest gestofzuigd, de glazen tafel afgenomen. De ontbijtboel moest op tijd weer weg. Om elf uur kwam tante Lena uit de Hoogmis en was alles spic en span, maar hoeveel voeten het in de aarde had gehad, verzweeg men heimelijk.

Dat waren de jaren vijftig en zestig. Langzaam veranderde de kerkgang. Opstandigheid, ondeugendheid(de leeggehaalde offerblokjes) en desinteresse in waar dwang achter zat. Flaneren op de Amsterdamse Straatweg was spannender. Daar brachten eenzame blikken de zonnige warmte met zich mee vanuit de Middellandse zee, klonken denkbeeldige mandolines en verdwenen gebruinde koppen achter een filmisch rookgordijn.

Er was een periode van weekendbezoek eerst zonder kinderen in lange brieven en af en toe een bezoek en later met de kinderen de gebruikelijke zondagsgang. Pa in de stoel, ma in voor een uitje en altijd de strijd. Vooral toen mijn vader zelf niet meer uit de voeten kon. Op bezoek gaan bij je ouders was elke zondag een begrip en de verjaardagen dienden voor een tegenbezoek.

Toen mijn moeder onverwachts er tussen uit gepiept was, vielen er gaten in het stramien. Het werd een plicht om de oude man, die Alzheimerend door het laatste deel van zijn leven trok en narrig zijn decorumverlies steeds weer oppoetste, te bezoeken. De rode draad was duidelijk uit het geheel verdwenen. Trouw bleven we komen tot de laatste strohalm was geknakt.

IMG_2596

Nu de kinderen groot zijn is de zondag verdwenen. dat wil zeggen, bezoekzondag. Net als wasmaandag, strijkdinsdag, gehaktballenwoensdag, visvrijdag. Zekerheden die lang het beeld hebben bepaald, maar nu minstens twee keer zo lang volkomen zijn achterhaald. We gaan op bezoek als de behoefte daar is, of we ontmoeten elkaar gezamenlijk, iets waar ik een grote waarde aan hecht. Het leven vieren met elkaar.

IMG_3459

Gisteren was het Coronazondag, de zoveelste. Mijn stemming was er een die paste bij het uitje wat ik op het oog had. Het verdronken bos. De vlag dekte de lading slechts gedeeltelijk. De afgeknapte bomen dreven in het water, de stompen van stammetjes staken er nog net boven uit. Maar dan. Het houten bruggetje over, de lieflijke stilte, een oude keuterboer voor me uit, met de handen in zondagse rust op zijn rug gevouwen, twee futen, man en vrouw, die inspecteerden waar het nest gebouwd kon worden, een pad midden tussen de weilanden en twee sloten, begroeid met koolzaad, fluitekruid, paardeblommen, boterbloemen, madelieven . Een waterval aan lente.

Dan het paard dat aankwam sjokken, haar lange sokken in goedmoedige tred en de berijdster, die zichtbaar, net als ik, genoot van wat daar aan ons gegeven werd. Het lieflijke plaatje verdween tussen de bomen aan het eind van het weggetje.

IMG_3492

De ongedurige bui was verdwenen, even als het schrijnend gemis. Wat er voor terugkwam was die innerlijke ruimte, de weidse natuur, het leven, dat letterlijk opbloeide in het bescheiden land, de roerloze reiger, de gakkende eenden, de kwetterende vogels in het bos ernaast omdat ze zich ongestoord wisten.

Het was een ‘Zon’dag ten voeten uit. De dankbaarheid was groter dan me ooit, vroeger op gewijde grond, overkomen was.

Uncategorized

En dus aan beide

Een vraag voor de zondagmorgen van de denksmederij op FB dat gemijmer oplevert, terwijl de lucht ontkleurt van diep oranje naar vijftig tinten grijs. De vraag is eigenlijk al op vrijdag gesteld, maar ik krijg ze nu pas onder ogen en ze luidt: ‘Is er een verschil tussen eerlijk zijn en oprecht zijn’.

Daar ben je niet zomaar mee klaar. Ik heb er de lengte van het ontkleuren wel voor nodig. Eerlijk zijn is onverbloemd de waarheid zeggen, fluistert het verleden in mijn oor. Voor oprechtheid is een intrinsieke motivatie nodig. Eerlijk vind je en oprecht voel je. Dat is denk ik het verschil. De twee zullen elkaar vaker vinden en eerder hand in hand lopen dan afwijken van elkaar.

IMG_9677

Er is een adder onder het gras. Mensen die de waarheid te pas en te onpas stellen, let wel, hun waarheid.  Achter zo’n stelling komt dan het zinnetje: Tenminste dat vind ik hoor. Daarmee wordt veel leed geschreven. Er was ooit een kennis die er meester in was om onvolkomenheden aan de kaak te stellen. Niet rechtstreeks maar via een ongevraagde mening. ‘Ik vind een cyclaamkleur zo lelijk’, werd er dan gezegd in het algemeen, terwijl die kleur de lippen van iemand sierde.  Of: ‘Toneelspelen is een vak hè’, na het zien van een opvoering. Deze is ook spijtig. Er wordt een cd opgezet met  lievelingsmuziek en dan zegt iemand ‘Blue grass klinkt als kattengejank, tenminste vind ik hoor’.

Hele en halve waarheden, eerlijk in de zin van ongezouten maar ook ongevraagd je mening verkondigen, waarmee het leed voor eeuwig wordt bijgeschreven, omdat het als etiket blijft kleven. Vroeger, toen ik héél stevig was, ik en ‘men’ vonden het dik, zocht ik naar slachtoffers om me heen, die nog veel erger daar mee kampten, om er naar te kunnen wijzen en het te noemen. Dat bleef zo tot ik begreep, waar die obsessie vandaan kwam. Er was een pittige weg voor nodig met een genadeloze zelfreflectie. Daarbij kwam het pas op oprechtheid aan. ‘Vind je dat nou werkelijk of zeg je het omdat het je zelf zoveel pijn oplevert’ was de vraag die ik me leerde stellen en later zelfs kwam het tot het ontleden van de pijn en het zoeken naar de kiem die het veroorzaakte, het opgraven van de onzekerheid die er aan ten grondslag lag en de faalangstigheid avant la lettre.

 

Het vreemde is dat die ooit ingegeven eerlijke mening van de ander altijd latent aanwezig bleef. Spreken is zilver en zwijgen is goud, wist men vroeger al. Is dat oprecht zijn ten voeten uit. Na de zoveelste ‘eerlijke mening’ kon ik alleen nog maar denken aan ‘Vader’Wim Sonneveld die met een vileine precisie, de poten onder de stoel van een eventuele, bij voorbaat afgekeurde, toekomstige schoonzoon, zaagde. Dat gevoel.

Wonderlijk hoe dingen in een ander licht komen te staan als het van verschillende kanten wordt bekeken. Dat is misschien wel het hoogste goed in een conversatie of uitwisseling. Sinds ik ouder wordt denk ik veel en zeg ik minder. Misschien ongemerkt toch die eeuwenoude leus van vroeger opgepoetst en vleugels gegeven. Omdat zwijgen ruimte biedt aan de ander, letterlijk en figuurlijk, én dus aan beide

Uncategorized

De wereld in een ander licht

Het doek was af en verstuurd. de keuken schoon, de kinderboeken waren bijna uit en of dat te samen ruimte bracht, weet ik niet, maar er gleed een grondige schoonmaakwoede uit mijn vingers, die resulteerde in een overdadig ontstoffen van de huiskamer. Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik in elk hoekje en gaatje ben geweest, zelfs de bank met al haar krochten ben ik te lijf gegaan met de stofzuiger. Dat de te hoop gelopen familie zilvervis, zes stuks in totaal, waarbij ik niet de verbinding van blij gezin moest maken, er het loodje bij legde, was evident. Als je stoelen, banken, boeken wegtrekt kom je er altijd wel een paar tegen. Een van de redenen om niet het boek van Rob Dunn aan te schaffen, Het heet nooit alleen thuis en het belooft een inkijkje in het verrassende en veelzijdige dierenleven achter de voordeur. Ik stel me liever op als de spreekwoordelijke struisvogel en steek mijn kop diep in het zand.

IMG_9656

Ooit toen ik bij een van mijn eerste vrienden op bezoek was, viel er uit de spleten van het plafond een hard bruin ding, dat daarna schielijk wegrende. Ik wist niet wat het was destijds, maar achteraf kon ik niet anders dan vast stellen, dat de beste jongen een kakkerlakkenplaag kende in zijn studentenkamer. Het diertje veroorzaakte voor mij in een seconde een overhaast vertrek. Tja, het duurt even voor het een gewenning wordt. Jaren later was ik alleen op pad met een aantal vriendinnen in Bulgarije. We hadden een hotel in  Koprivshtitsa. Het was er ruim, balkon met uitzicht op de rivier in een ochtendzonnetje, een lot uit de loterij. Goedkoop en alleen in de zaal waar we dineerden geurde het zodanig, dat we het meuren noemden. De eerste de beste ochtend zat ze op de drempel van de douche. Een grote dikke Zaza en omdat ze toen al zo heette, Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt indachtig, kon ik haar niet vermorzelen onder mijn schoenzolen. Ze heeft er de hele week gezeten en echt, ze friemelde er lustig op los met al haar pootjes.

nooit alleen thuis

Diertjes en piertjes, ik hou ervan. Maar de wetenschap dat er wantsen zitten in mijn bed, of friemelende larven bekoren me niet. Een van de voordelen van het beroep van leerkracht is dat je een stoïcijnse verhouding krijgt met het kleine grut. We pakken ze op, we draaien ze rond, we stoppen ze in een onderzoekertje met loep en bekijken zo de schoonheid van al wat leeft en laten ze weer vrij. Bovendien hebben we  het innerlijke  leven van de insecten leren kennen door Toon Tellegen. Wie kan ooit een mier de dood in jagen, als er verhalen zijn van een diepzinnige filosoferend exemplaar daarvan.

toon tellegen

Het aandoenlijke verhaal van de eendagsvlieg is zo ontroerend mooi. Ze is op zoek naar wat het meest prachtige is in haar leven. Je hebt niet veel keus bij een kort bestaan en als zij vlak voor haar dood de zonsondergang meemaakt is ze zo vol van de schoonheid ervan, dat ze met een gerust hart kan sterven. Kijk, dat zet de wereld in een ander perspectief.

Het is een goede remedie tegen een leven vol virussen. Iedere dag een verhaal van Toon. Lees ze hardop of, als dat tot de mogelijkheden behoort, laat ze voorlezen, want dan klinkt de essentie beter door en ik verzeker je, dat de wereld ineens in een ander licht staat.