Uncategorized

In al die kwetsbaarheid

Er is een lied waarmee ik mezelf nog steeds niet identificeer. Ze werd gezongen door iemand van wie ik gedacht had dat we ‘samen’ oud hadden zullen worden. De nieuwe oudere misschien? Zo voelde het wel. Met zeventig of daaromtrent ben je nog niet oud, maar dat beeld veranderde in de afgelopen weken snel. Het lied waar ik op doel is ‘De Oudjes praten niet’ dat vertolkt werd door Liesbeth List oftewel de originele versie door Jacques Brel gezongen: Les Vieux

Ook mijlen ver van mijn bed was het lied toen het gezongen werd door Jasperina de Jong. Dat was de eerste keer dat ik ondersteboven was van een Nederlandse tekst. Een openbaring, dit spelen met de woorden en de betekenis. Deze oorspronkelijke vertaling van Les Vieux is van Ernst van Altena.

‘De oudjes praten niet
Of hoogstens af en toe
Met stille ogentaal
Zelfs rijk zijn ze toch arm
En zonder toekomstbeeld:
Een hart voor allemaal
Hun huis geurt: witte was
Lavendel, koperpoets
En ’t werkwoord van weleer’

Deze zoete sterren koester ik omdat ze aan de hemel van mijn jeugd stonden en we alle teksten en liedjes, die door hen werden vertolkt, woordenlijk mee konden zingen bij een kampvuur, op de tandemtocht richting Friesland, tijdens treinreizen naar de opleiding. Ze behoorden tot mijn emotionele bagage, ik ben er mee opgegroeid. We zongen ‘De oudjes’ met Jasperina mee, toen de vertolking van het verhaal van Louis Couperus in een bewerking op televisie te zien was en een glorieuze rol werd neergezet door Caro van Eyck en Paul van Steenbergen onder regie van Walter van der Kamp. Dat waren Oudjes van formaat.

Dat zijn ze ook altijd gebleven en ik, ik behoor er nog lang niet toe. Maar in de beleving van iedereen om me heen zo langzamerhand toch wel. De kinderen en de zussen zien een bepaald verval van wat eens een jeugdige energieke uitstraling was. Er hangen  rafels aan, er sluipen hiaten in, er zijn steken die vallen. Het stramien wordt wat sleetser, het gehijg bij het klimmen van een trap of een heuvel wat meer hoorbaar. Het oudje in mij heeft het er niet over, maar het hijgt des te meer. Stomme oude longen.

Dit alles schiet me te binnen bij het lezen van een quote van Simone de Beauvoir over oud zijn. Ze vraagt zich daar af: ‘Hoe moet een samenleving zijn wil een mens als hij oud is mens blijven?’ Het antwoord dat volgt is even ingenieus als simpel: ‘Hij zou altijd als mens behandeld moeten worden(…). In de ideale samenleving, die ik schetste zou, zo droom je, de ouderdom eigenlijk niet bestaan. Zoals nu het geval is met enkele bevoorrechten zou de mens geleidelijk verzwakt door ouderdom maar niet duidelijk afgetakels op zekere dag ziek worden en daar aan bezwijken: hij zou sterven zonder te zijn ontluisterd.’ (Simone de Beauvoir: De ouderdom 1970. Fragment uit ‘De kunst van het ouder worden’ van Joep Dohne  en jan Baars, 2010).

001Oude dertiger-jaren stof.

Het raakt me en brengt de kwetsbaarheid naar boven die voor mij schrijnend ten grondslag aan deze hele crisis heeft gelegen. Ineens begint ouderdom weer bij 65 en ben je een vitale oudere tot het virus of de kwetsende eenzaamheid het tegendeel bewijst. Je hebt al meerdere ouderdomskwalen, die tot dan toe hoogstens slijtageplekken werden genoemd. Die brengen een verhoogd risico met zich mee. Daardoor wordt je een kasplantje, want dan moet je beschermd worden tegen je eigen valkuilen. Nog steeds staan De Oudjes van Couperus mijlen ver van me af, al heb ik vaker op een bankje met een oude vriend gezeten om herinneringen op te halen aan wat toen verleden was.

027 afgedankt, oude bloemen.

Mens zijn is een recht dat we allemaal zouden moeten mogen koesteren en dat ons gegund zou moeten worden door ieder ander die we zijn voorgegaan. Mens zijn is gezien worden als volwaardig en bewust in het leven staand. Ook al doen we eigenwijs en nemen we teveel hooi op onze vork, omdat die vork tot voor kort nog alles kon optasten dat voorbij kwam. Onze rekbare jonge geest is zich aan het aanpassen aan een wat sleetse jurk, maar derhalve niet meer dan dat. Want rekbaar en elastisch blijft het tot in de kleinste vezels, ook al heeft het soms de schijn tegen in al die kwetsbaarheid.

 

 

7 gedachten over “In al die kwetsbaarheid

Reacties zijn gesloten.