Uncategorized

Van wie dan

Gisteren kwam voor het eerst  in lange tijd de literaire club weer bij elkaar. Dat betekende naar het prachtige oord van vriendin waar we elkaar onwennig en lacherig namasté-delijk begroetten. De gastvrouw mocht weer gastvrouw zijn. Ook iets wat je kan missen als het er niet is, maar dat je pas echt gemist hebt, als het weer kan. Dat is bijzonder hè. Er zijn dus dingen die je pas mist, als het er weer is. ‘Dan heb je ze niet echt nodig’ hoor ik mijn moeder zeggen. Misschien niet, maar ze vervullen wel een bepaalde behoefte.

Vandaag schreef penvriendin over de heerlijke stilte, waarvan ze het jammer zou vinden als het voorbij zou zijn en aan de andere kant de behoefte aan contact met de buitenwereld. Ik voel precies hetzelfde en schreef als reactie: Het is verbazingwekkend hoe gauw het leven weer terugkeert naar haar roots of hoe het voorheen was. Ik merk het iedere dag een beetje meer. Voor je het weet is er toch weer hectiek en ruis en reuring. Aan de andere kant had ik bijna de neiging om weg te zinken in de stilte, helemaal niets meer te doen. Ik heb wel die wolligheid van het gewone nodig om geïnspireerd te blijven. Dus o, graag de stilte en de rust, maar ook de reuring. Ik zoek naar een nieuwe balans, zodat het een het andere niet uitsluit…(…)

Paulien Cornelissen schrijft in ‘150’ woorden in de volkskrant, dat het haar duidelijk is, dat net als tijdens het leven na de geboorte van haar kind en de betrekkelijke rust van de zwangerschap daarvoor, de wereld er weer was. De wereld is er weer en zal zich alleen maar meer uitbreiden. Nu komt het er op aan de stilte te koesteren en alles in de juiste balans te brengen.

179 Berlinde de Bruyckere

Eigenlijk hoopte ik, o utopie, dat het oprechtheid en eerlijkheid teweeg zou brengen. Om, door het geleden leed en de hang naar gezamenlijkheid, geen belangen mee te laten wegen als financiën, macht, de strijd om meer. Het is een brug te ver. Er zijn zoveel  tegenstrijdige berichten in de media. De Coronawet die ons straks op de vingers mag slaan lijkt een steekspel waarbij vooral kapitaalkracht een belangrijk woord meespreekt. De toezeggingen en opheffingen zijn, op de keper beschouwd en teleurstellend genoeg, niet alleen om de mens en haar veiligheid te dienen.

stenen hart

Gisterenavond hebben we het leven ook op die manier onder de loep genomen en eigenlijk dachten we min of meer gelijk wat betreft de ‘willekeur’ aan maatregelen, waarvan die van het volgepakte vliegtuig het meest ridicule voorstel is. Na zo’n maatregel kan je geen samenscholing meer verbieden. Na alle stilte neemt het leven haar loop, maar brengt die willekeur bij mij de onrust binnen en de deceptie, omdat het kennelijk niet lukt om zuiver op de graad uit te gaan van de belangen en de noden. We zijn het kind weer en worden om de tuin geleid door zand dat in de ogen wordt gestrooid en het knevelen van de vrijheid in toezeggingen mondjesmaat met een wonderlijke ‘bemoeizucht voor eigen bestwil’.

Het roept de vraag op van wie dan.

 

Uncategorized

Franck en vrij

Een bezwaard gemoed valt te ontluchten. Soms middels het schrijven, soms met een tekening maar sneller nog door erover te praten met de persoon in kwestie. In dit geval was het de Oude, die zijn woede had omgezet in daadkracht en  de doorgang naar de tuin van de achterbuuf had gebarricadeerd met een dikke takkenril en de doorgang naar mijn tuin had ingezaaid met manshoge erwtenbeloften en een blauwe regen. Het laatste was wat minder rigoureus, maar de boodschap zonneklaar.

Achterbuuf speelde het klaar om haar emoties opzij te schuiven en door te vragen naar de herkomst van de woede waardoor hij, zonder overleg, overgegaan was tot deze maatregel. Tegenover haar stond na haar verhaal geen oude man meer maar een bedremmeld jongetje, die met hart en ziel begreep dat hij een verkeerde keuze had gemaakt. Hij beloofde om de drastisch opgeworpen drempel te slechten. Toen ik hem daarover een compliment gaf, was hij zichtbaar opgelucht en nodigde me uit om zijn nieuwe glazen huis te komen bewonderen. Daar konden we eindelijk rustig over een aantal zaken praten. Dat is waar ontluchten goed voor is.

IMG_0456

Het paradijselijke aan de tuinen is juist dat er bij iedere tuin wel een kruip-door-slup-door is. Het geeft ons samenzijn daar het gastvrije tintje waardoor het verpozen een feest blijft. Een praatje hier en daar, soms borrelen, elkaar uit de brand helpen, het hoort er allemaal bij. Het is precies datgene wat het leven rijker maakt naast de schoonheid van de tuinen door de bloemenzee, het gekwinkeleer en het gezoem op een lome zonnige dag. Emoties opzij schuiven is een gave op zich en dé kraan om te ontluchten.

Waar de woede vandaan kwam wist hij niet. Nu ik erover peins denk ik dat hij vooral alle stekeleteeën die hij ooit heeft opgelopen, de butsen en botsen, met zijn ijzersterke geheugen onthouden heeft. Hij kan me nog precies vertellen wat hij ooit, jaren her, niet leuk vond. Onverwerkte momenten, bedenk ik nu. Het stapelen gaat ver terug, want we kennen elkaar al 55 jaar. Zo heeft hij in relatie tot een aantal mensen muurtjes opgebouwd.  Eigenlijk heeft hij met de ril handen en voeten gegeven aan die muren van onverwerkte gevoelens. Een ijzersterk geheugen kan dus een voordeel zijn, maar ook een groot nadeel als je je oriënteert op negatieve gevoelens. Het is een van de redenen waarom ik de schoonheid, het kleine geluk en de kracht en kwaliteit van mensen wil blijven zien.

IMG_0444

De kas is prachtig en het glazen huis past hem als een handschoen.  Ooit, jaren geleden, werkte hij op een school als leraar Nederlands. Men hanteerde het nieuwe leren en hij had zich de serre aangemeten als persoonlijke werkplek. Daar konden de leerlingen langs komen met vragen en problemen. Het was een glazen serre, een grote aangebouwde kas en ze stond vol met planten en wonderlijke snuisterijen waar overal een verhaal aan ten grondslag lag. De verhalen waren met regelmaat het uitgangspunt voor zijn lessen. De entourage zorgde voor een open en vertrouwde sfeer.

Dit nieuwe huis zou hem weleens die zelfde sfeer terug kunnen geven en dat is precies wat ik wens. Zodat hij na de laatste moeizame jaren de weg  naar een vriendelijke vrede vindt met een open doorgang naar iedereen. Franck en vrij

Uncategorized

Pure winst op alle fronten

Hoe werkt de maalstroom van mijn denken. Ik ben aan het stoeien met het boek dat geschreven is door Pascal Mercier. Hij strooit hier en daar wat met losse flarden in het begin, waar ik nog niet mee weven kan, maar die interessant genoeg zijn om door te lezen. Een paspoort dat definitief op een stapel wordt gelegd, een diagnose die gesteld is, een grote voorliefde voor de Londense Metro. Hij erft het huis van een oom en vindt in diens slaapkamer een boek van Courtenay, waar zijn vrouw gek op was. Hij roemt het ritme in de woordenkeus van Courtenay. Door het woord ‘ritme’ ben ik plotsklaps een ontluikende puber en zit op mijn kamertje. Het ritme tikt op de zolderramen verpakt in de zoetgevooisde stem van Rob de Nijs. Nooit anders is het woord ritme geassocieerd dan met dat lied. Beelden vervagen als er niet in de publiciteit wordt getreden, maar het woord blijft voor eeuwig verbonden. Rob de Nijs is van het netvlies af, maar hij bezingt eeuwigdurend ‘Ritme’ in mijn hoofd.

Komt het door de associaties met het eerste uur, die ontluikende eerste schreden op het pad van de realiteit, die maken dat het zo’n impact heeft en dat ik erover kan malen. Het is gek om in het huis van die oom ineens het hoofd van Rob de Nijs te zien. Deze film moet ik terugdraaien om weer in het verhaal te duiken. De wonderlijke wereld van het denken. Het boek is een uitdaging want het is een dichtbeschreven pil van 447 bladzijden. De titel ‘Het gewicht van de woorden’ geeft al aan, dat er meer is dan de betekenis.

Pluis komt boven op het toetsenbord liggen en eist aaiende handen op. Het ballonnetje spat uiteen en ik ben weer terug op aarde. Zo werkt het dus in die grijze cellen. Een ingewikkelde kluwen aan gedachten, herinneringen en associaties die soms de overhand hebben of leidend zijn, zodat het blijft malen.

Gisteren op de tuin had iets met een scherper instinct, de wezel of misschien wel een rat, het merellijkje naar voren getrokken, maar door het arme waterlijfje te onappetijtelijk gevonden en weer laten vallen. Het lag nu weer op het pad naast de sloot. Maar een foto nemen of schetsen was geen optie meer. Ik heb hem nogmaals tussen de wirwar van groot hoefblad en kleefkruid gelegd met een ‘1-2-3- in Godsnaam’, zoals het een snel graf betaamt.

grasmaaier

Gras maaien is even aanpakken, maar de kleine machine doet luid ronkend haar best er snel doorheen te ploegen. Het nog immer droge gras helpt mee. Ik besluit om de Kringloop-ikeatafel uitgeklapt te laten staan. Iedere keer als ik kom sleep ik me een hoedje om de zitplek op te bouwen, niets is fijner dan het klaar te weten en enkel nog met de kussens in de weer te moeten. Met de nieuwe stoelen er omheen is het een ideale werktafel. Precies de goede hoogte.

Ik was even bij de kringloop. Een meneer vroeg of het verplicht was om de mandjes schoon te maken voor het gebruik. Ik wees hem op de zelfverantwoordelijkheid. Hij greep het mandje en verdween de winkel in. ‘Ach ja’, denk ik dan. Vervolgens liep ik vast door de eenrichtingsroute. Voor ik het wist stond ik weer buiten.  Bij een volgend bezoek zal ik bij deze winkel alle gangen, waar ik door heen loop, zorgvuldig bekijken, want even heen en weer is er niet bij. Het haalt iets van de gemoedelijkheid af, maar het is geen halszaak. Je moet het alleen even weten, anders wordt het een bliksembezoek. Daardoor hield ik wel zeeën van tijd over en derhalve tijd om te maaien. Pure winst op alle fronten.

 

Uncategorized

Een memento

Merel was nergens meer te vinden. Het groot Hoefblad had haar beschermende muur opgetrokken rond de kleine ongeluksvogel. Samen met brandnetel en kleefkruid en hier en daar een gele lis was het een perfect ondoordringbaar graf. Dan moest de schets maar uit het hoofd. Requiescat In Pace, kleine gevederde vriend.

IMG_0430

Het was de hoogste tijd om de acer, die al die tijd had staan te verpieteren naast het atelier, een nieuwe plek te geven. Door het gras dat zich stevig had geworteld om haar heen, kon ze niet lekker doorgroeien. De acer is het symbool van vriendin, samen met de gierzwaluw. Het was op een van de dagen in de laatste maanden van haar leven, dat we op een bank aan het uitrusten waren in het Wilhelminapark. We vingen nog net de late middagzon. Ik vroeg haar naar haar lievelingsboom. Ze keek bedachtzaam naar de bomen om haar heen. De rode beuk vond ze mooi, een grote kastanje ook, maar haar hart had ze aan de acer verpand, omdat ze een aantal keren bij vriendin in Canada was geweest en die bomen daar in al hun kracht en pracht had gezien in de herfst. Een groot bont schouwspel aan kleuren. Geen wonder dat het blad symbool stond in de vlag. Zinneprikkelend mooi.

Terwijl de zon over de bladeren gleed, het frisse ontluikende groen van een lente, dobberde ze achter haar bruine ogen terug naar die tijd en straalde bij de beelden van de imponerende rood-en-geel tinten. Indian summer om nooit te vergeten. ‘Waarom ik het eigenlijk wilde weten’. ‘Ik wil iets persoonlijks van jou op het schoolplein’. ‘Maar dan zonder zo’n vreselijke ‘ter Nagedachtenis”, riep ze uit. ‘Wij komen en gaan, maar daar hangt een hele school niet op. Die moeten voort. Over zes jaar weet niemand van de kinderen meer wie ik was. Dan is de betekenis weg en zijn het slechts woorden’. De Acer werd een jaar later met veel aandacht geplant door de kinderen. Er werd een zee aan  ballonnen opgelaten, omdat we toen nog niet bewust waren van het negatieve effect. Nu was het hét symbool om haar te laten weten, dat we aan haar dachten. Het afscheid was waardig en deed recht.

Met de school ging het niet goed. De kleine dappere eenpitter bezweek onder de druk en sloot zich aan bij een overkoepelend bestuur. De boom probeerde te overleven, maar bleef iedere lente weer pierig steken, net als wij. De enige boom die opbloeide was de zwarte Els die ze eigenhandig als elzeprop in de grond had gestopt. Sinds haar verhaal op die, eigenlijk nog te koude, bank in het Wilhelminapark, zie ik in elke acer haar door de pruik omlijstte lieve gezicht weer terug. Haar kracht was de vooruitgang net als de boom zelf.

Elke herinnering is veel waard, maar alleen met het persoonlijke verhaal erachter. Het is de verdienste van het woord, dat het een podium kan geven. Net als de kleine merel van gisteren, die door zijn sterfelijkheid meer heeft losgemaakt dan een ander.

IMG_0429

Een andere herinnering, dochterlief met poes op de arm, vorderde gestaag terwijl ik mijmerde over sterfelijkheid en vereeuwigen. Woord en beeld dus om de gedachte in te bedden. Dat is wat kunst vermag.

Ik had al een mooie nieuwe plek op het oog voor de kleine gele verpieteraar. Achterin de tuin, direct in het zicht vanaf het terras, met aan haar voeten de witte roos, een bodembedekker, die elke grasspriet zou verjagen met haar venijnige stekels. Beschermd en gekoesterd, een memento.

 

Uncategorized

Voorgoed

Een gelukkig gesternte zorgde er voor dat ik gisteren pas om half een naar de tuin toe kon. Omdat de weersvoorspellingen zich hadden onthouden de pittige hagel en regenbuien van de ochtend te noemen en er alleen voor de avond gewaarschuwd was, had ik een mooie droge middag met zelfs wat zon op de verwaaide akker. De oude was er. Er was iets vreemds, iets ontwijkends in zijn gedrag. Bij nadere inspectie van de tuin bemerkte ik dat hij het wandelpad aan de zijkant aan het dichten was geweest. Niet direct met prikkeldraad en andersoort versperring maar door er, voor  in de loop van het jaar, een blauwe sering te laten groeien. Zeg het met bloemen ook al is de boodschap zuur. Bij buuf achter had hij het rigoureuzer aangepakt. De springwalk, een zichtlijn van voor naar achter, had hij dichtgemaakt met een ril van takken. Er zijn vele manieren om een boodschap door te geven, maar deze was helder. De druppel was zoals gewoonlijk het sop in de kool niet waard. De oude heeft een manier van denken die afwijkt van de mijne. De aannames zijn aanwezig en stroken niet met hoe ik in het leven sta. Het zij zo. Ik kan het niet veranderen. Ieder zijn eigen vrede.

IMG_3771

Het voorteken was er. Er dreef een dode merel in mijn vijvertje. Het was een jonkie, haar geloken ogen waren bollig geel, de pootjes verkrampt. Het was een naar gezicht. Ik hoop dat het vijvertje gauw vol regent. Zal de weergoden manen. De irissen waren nog niet uit, die kwam ik eigenlijk bewonderen. Dan maar wat zaad in de nu vruchtbare natte aarde. Overblijvende lathyrus, oost-indische kers, die op de een of andere wonderlijke wijze steeds weer verdwijnt, Borage ofwel bernagie, die natuurlijk niet mag ontbreken rond een atelier dat ‘de Bernagie’ heet. De exemplaren van vorig jaar waren ook verdwenen. Het is een geheimzinnige tuin.  En de zaden van de purperhoed heb ik gezaaid, alleen om de naam al. Een purperhoed bij volle maan moet lukken.

IMG_2125

Vriendinlief had namelijk dé verklaring voor de onrustige nacht van daarvoor. Het was volle maan. Verklaarbaar dus. Al jaren lang gaat mijn hart daarbij open. De energie  is anders, nodigt uit tot scheppen, brengt ideeën binnen. ‘Ze komen en gaan bij volle maan’ weef ik in gedachten. Ik wilde eigenlijk aan het doek werken van dochter met poes op de arm, maar had het voorbeeld niet meer in de Iphone staan. Het kostte net het nodige spitwerk, maar ik heb haar weer gevonden. Poes is er prachtig op. Hij ligt met een toegeknepen oog loerend te luieren.

musjes van borremans ‘De Mus’ van Michaël Borremans

Nu ik erover nadenk vind ik het suf dat ik niet snel een schets van de merel heb gemaakt. Ik was te zeer ondersteboven. Enkele van mijn grote helden in de schilderkunst, Mankes, Helmantel en Borremans hebben prachtige schilderijen gemaakt van dode vogels. Mijn  lieveling is nog altijd ‘De Mus’ van Borremans gevolgd door ‘De Distelvink’ van Helmantel. Schoonheid en vergankelijkheid gaan vaak hand in hand.

distelvink van helmantel ‘De Distelvink’ van Helmantel

De musea zijn weer open. We mogen allemaal een op een genieten van alles wat de moeite waard is om je mee te laten voeren en als een Alice in Wonderland te dwalen door die nieuwe werelden. De grootste wens van oudste dochterlief was met mij samen naar Voorlinden te gaan. Het lijkt me een uitgesproken gelegenheid om dat een dezer dagen te doen, voordat er weer drommen anderen mijn zicht belemmeren.

Maar eerst moet ik merel weer vinden en vastleggen middels foto en schets. Hem eren met een laatste groet en een afbeelding voor eeuwig. Daarna mag hij rusten. Voorgoed.

 

Uncategorized

Voordat het een (b)roddellapje wordt

Kwam het door de wind dat de nacht zo onrustig was. Een aantal keren wakker en losse flarden droom, waaronder de zeven geultjes van Beverweerd met kikker. Geen idee waardoor. Mogelijk een nieuw verhaal na de Yaya-kronieken. Die zijn bijna aan het eind van hun Latijn, Grieks moet ik in dit geval zeggen. Het is in ieder geval een hoogst aangename vakantie geweest daar in het imaginaire Corfu. Vorige week toen we aan de Noordzee zaten en ik haar zacht golvend weg zag vloeien, moest ik denken aan het kleine speeldoosje in mijn ‘leren-is-leuk’ koffer, waar een mannetje aan draaide om de zee zo zacht kabbelend rond te laten vloeien. Ik probeerde het uit te leggen aan de zussen, maar dat lukte niet echt. ‘Ze zit weer wat te verzinnen’ zei zuslief. ‘O’ was het  antwoord. Het blijkt toch een ander level te zijn, zo’n hoofd vol verhalen.

In het geval van de zeven geultjes, die vlak naast elkaar van de Kromme Rijn afliepen, richting het verwaarloosde kasteel van Beverweerd, speelde zich een hele wereld af op micro-niveau. Kikker is de baas. Koning kikker, denk ik vanzelfsprekend. Maar voor hetzelfde geld is het generaal kikker. Dat bekt ook lekker. Een kleine onderwaterdictatuur, waar orde op zaken gesteld moet worden en een held, laten we zeggen het krinkelend winklende waterding van Gezelle, die dapper de kwestie aanpakt. Hij heeft toch al een zwart kabotseken aan. Bovendien is het een schrijverke, de bedenker en verteller van dit sprookje. Zo groeien die verhalen vanzelf.

IMG_0391

De regen gisteren was te hevig, dus heb ik alleen wat penselen ter hand genomen en daar tussendoor een heerlijke paprikastoof gemaakt. De Italianen hebben er een mooi woord voor: ‘Pepperoni stuffati’. Dan wil je toch iedere dag Italiaans eten als het zo klinkt. Verder enkel uitgerust. Ook niet verkeerd na de drukke week.

IMG_0313

Als beloofd schijnt de zon, er is wel veel wind, maar het is droog. Ik ben benieuwd of op de tuin de irissen zijn uitgekomen. Ze stonden beloftevol in knop van de week.  Vanmiddag is regen voorspeld, dus vroeg op pad. Ook weer heerlijk na een dag binnen.

In Letter&Geest stond een column van Erik Jan Harmens over antwoorden die vaak gegeven worden als je iemand bedankt. ‘Geen probleem’ vindt hij maar een wonderlijke uitdrukking net als ‘Ik mag niet klagen’ als antwoord op ‘Hoe gaat het met je’. Klaag maar raak, is zijn mening. Het is een mooi stukje en een inkijkje van hoe het leven ingewikkeld wordt, als je anders denkt. Net als bij dat hoofd vol verhalen. Aan het eind van zijn optreden zegt hij altijd ‘Dank U Wel’, terwijl er mensen van mening zijn, dat het publiek dat zou moeten laten blijken. Dan zou je als acteur ‘Alstublieft’ moeten zeggen.

009

Doorgaans zeggen mensen als je ze vraagt hoe het met ze gaat ‘Goed hoor’. In dat geval hoor ik alleen maar de punt. Geen ellenlange verhalen over de sores van de week, maar een kort en bondig antwoord met een punt die géén wedervraag eist. Eigenlijk zegt het, ‘Ik heb haast of geen zin, ik wil door met mijn bezigheden’. Met Erik Jan zou je willen dat dat duidelijk gezegd zou worden in plaats van zo’n dooddoener. Aan de andere kant is het ook wel weer makkelijk en, als je het beschouwt als codetaal, zelfs vermakelijk. Niets is leuker dan het ontrafelen, een hele weg lang iets anders aan je hoofd om te ontcijferen. Wat bedoelde hij nou precies. Maar pas op, net als bij cryptogrammen kan je er zo maar flink naast zitten en probeer het dan maar weer eens recht te breien, voordat het een (b)roddellapje wordt.

Uncategorized

Stoffige gedachten

Met bakken komt het uit de hemel vallen en mijn hart klatert mee. Wat een vreugde om dat heerlijke hemelwater. Moe is weer grondig aan het schrobben op haar wolk. De verstoffing voorbij. Tijd voor een grote schoonmaak. Fijn voor de kleine blauwe prins die nu gratis en voor niets een wasbeurt krijgt en fijn voor de tuin, waar gieters slootwater de planten leerden mondjesmaat tevreden te zijn.

IMG_0084

De vogels zijn van schrik verstomd en houden zich koest onder de dakgoot. Het tere bloemblad van de clematis bezwijkt onder de vracht van de druppels, maar anderen, de geraniums voorop richten zich op, fier en dorstig. Kom maar op. Ineens krijg ik zin in verse koriander, bieslook en peterselie op mijn bord. Altijd een liefhebber gebleven van die verse kruiden.  Dat wordt vanavond een uitheems genoegen met een korianderchutney.

Met die regen is het weer tijd voor wat werken aan het doek en voor illustraties bij het Virusverhaal waar ik misschien toch eens mee aan de slag moet. Het verhaal is te leuk om zomaar op de plank te blijven liggen en, het allervoornaamste, het is helemaal af. Ends well, all well. De gevolgen van het virus woeden nog even door, maar Virus zelf en haar stoker, de sluwe addertje-onder-het-gras. zijn tot inkeer gekomen dankzij de bemoeienissen van Bepperd de bofferd.

IMG_0371  IMG_0381

Gisteren had ik het ineens op de heupen. Dinsdag had ik de drie kleinzonen al geknuffeld op taillehoogte, nu was het de beurt aan de jongste telg en kleinzoon en kleindochter. Iedereen was gelukkig thuis. Heerlijk om ze weer even vast te mogen houden.

sjaalHier deed de sjaal dienst als Turkse hoofddoek

De ontdekking dat kleindochter het liefst met een sjaal loopt te sjouwen bracht een aha-erlebnis teweeg. Haar moeder, dochterlief, was onafscheidelijk van haar witte grote sjaal met vierkanten van gouddraad. Ze sleepte het ding overal mee naar toe en viel er, sabbelend op twee vingers, mee in slaap. Bij andere dochter had ik twee dagen geleden al haar lappen lievelingspop, een tot op de draad versleten Holy Hobby, in de handen gehad. Lijst hem in, was mijn advies. Hoe snel je af kan reizen naar het verleden bij het zien van dergelijke voorwerpen.

Van schoonzoon kreeg ik twee nummers Letter & Geest mee, heerlijk leesvoer voor deze dagen. In een column van Franca Treur lees ik over haar ontmoeting met de ringslang in de tuin bij haar schrijfhuisje. Hij gleed op de vijver aan. Op mijn tuin zitten ringslangen. We hebben al vaker hun ‘jassen’ gevonden. Ze vervellen meerdere keren per seizoen. Door hun lengte zijn ze indrukwekkend, maar mak als een lammetje, verlegen haast. Ze zijn niet giftig en banger voor jou dan jij voor hen. Franca ontdekte dat er maar weinig slangen voorkomen in het bijbelse verhaal en dat dat vermoedelijk te wijten is aan die ene die de hele mensheid naar de verdoemenis heeft geholpen met zijn appel. Addertje onder het gras is, hoe kan het ook anders, net zo sluw als de bijbelse variant. Heerlijk om hem al sissend zijn valse gedachten te laten uitspreken in cryptische schijnvragen en steken onder water.

Als het kan ga ik tussen de buien door een stuk fietsen, even geur snuiven, want stoffige droogte rafelt de geur van natuur uiteen en regen  versterkt het.  Het voelt ook heerlijk fris aan. De enige dreiging is nóg een pittige bui, maar ooit leerden we al dat we niet smelten van een beetje water. Bovendien wast het meer dan alles schoon, ook stoffige gedachten.

 

Uncategorized

De teller staat op 7.3

De laatste zonnige dag is er een om benut te worden door een lange wandeling met de zussen. Het kasteel Beverweerd ligt op een niet te versmaden afstand, het is praktisch om de hoek, Het ligt op ooghoogte van het dorp Werkhoven en weet zich omzoomd door dikke rijen bossen. Wonderlijke bomen die een grillig lijnenspel trekken met hun kale stammen, smalle paadjes die overlopen van dicht bos naar weidse velden. De vele geulen en slootjes die we tegenkomen zijn te trotseren middels een plank of twee, niet altijd even betrouwbaar zien ze eruit, maar houden doen ze ons allemaal. De zussen lopen voorop in stevige pas en ik sjok erachter aan. Bij een bloeiende wilde kamperfoelie wil het fototoestel niet meer. Te laat denk ik aan mijn Iphone en zie dat de anderen al veel verder zijn. Haast is geboden.

IMG-0324

Het is de dag waarop de schellen van de ogen vallen. Dit moet ik niet meer doen. Geen wandelingen op een ander tempo dan het mijne. Zo word je het derde wiel aan de wagen, het blok aan een been. Zuslief heeft gezegd dat ik het aan moet geven als het minder snel moet, maar om als rem te fungeren is ook weer een brug te ver. Nuchtere zelfkennis is handiger.

IMG-0322

Het gebied rond de Kromme Rijn is de moeite waard daar bij het kasteel, dat zelf een verwaarloosde indruk maakt. Hekken zijn roestig, het gras is lang, de ramen van een bijhuis groezelig en het kasteel heeft niets van de grandeur van vroeger. Wel is er een prachtige lange Lindelaan met indrukwekkende bomen aan weerszijden die koelte toewuiven. ‘Liesje Leerde Lotje Lopen Langs de Lange LindeLaan’, vertelde de spraaklerares mij vroeger om mij van een spraakgebrek en een slissende -S- af te helpen. Vijf was ik en voor elke -L- zei ik een -R-.

Ik zag Liesje al geknield zitten met de armen wijd, daar in die Lindelaan: Kom maar Lotje, nog een paar stapjes’. Mijn spraakgebrek ging na veelvuldig oefenen ook op de loop. Het slissen bleef. Later heeft Juffrouw Suasso de Lima de Prado het nog eens geprobeerd, omdat ze bij de opleiding hoorde. Ze liet me graven in haar mollige buik om me te laten voelen waar de steunademhaling zat. Mijn ‘vieze A’ (haar woorden en eigenlijk gewoon een onvervalste Utrechtse A) verdween en pas veel later met een nieuwe tandarts het slissen ook. Haar naam was ingewikkeld genoeg. Ik heb er aardig op zitten zwoegen.

IMG-0359

Het wemelt er van de klompenpaden. Op de paaltjes zijn de geheimzinnige aanduidingen van routes, die allemaal staan voor een verschillende lengte. Deze paden zijn fijn omdat de geruisloze racefietsers ontbreken, die op de gewone wegen onhoorbaar voorbij suizen in vliegende vaart. ‘Killerbikes’ zijn het voor ‘iet of wat dove’ oudere oren. De vogels horen we luid en duidelijk. Er zitten veel onbekende tussen, aan de trillers te horen, maar door het dichte bladerdak zijn ze goed beschut. Zoals het ons betaamt wijken we af van de gerichte paden, moeten een prikkeldraad versperring onderdoor en lopen vast op een boerderij en een prive-erf.

IMG-0347

De koeien en de wilde paarden verderop bekijken ons met argusogen.’ Vreemde eenden in onze bijt’. Zus vindt ze vooral groot, maar ik hou van koeien en hun zachte ogen, de grote natte snuit. Op de weg terug lopen we over een kamillepad, de kiespijnthee van vroeger. Nog steeds worden we niet wijzer van de richtingaanduiding op de telefoon. Navigerende zus doet het uit haar hoofd en heeft veel beter opgelet.

IMG-0341

Als ik na een middagje weer thuis kom neem ik de Yaya-kronieken op voor de kleinkinderen en zie een veel te moe hoofd. Daarom weet ik het zeker. Geen wandelingen meer op dit tempo. Dat maakt me ‘gelijk een hijgend hert der jagt ontkomen’. Het vergt teveel. Tegen een stap van hen ben ik drie stappen aan energie kwijt. Met zus spreek ik tijdens de bitterballenborrel af dat ze hun stevige tochten alleen gaan maken en dat er een keer in de zoveel tijd een gezellige wandeling op het menu staat, waar ik moeiteloos bij aan kan schuiven.

Als ik mijn voeten neervlei op de bank, ontlucht ik. De teller staat op 7.3.

Uncategorized

Door niemand beknot en beteugeld

Er komen veronrustende beelden voorbij. Niet het filmpje waar de doodskreten te horen zijn van George Floyd. Dat is te gruwelijk voor woorden. Maar de beelden waarop Trump zijn troepen inspecteert, vlak nadat het plein waar ze staan, op een nietsontziende manier werd schoongeveegd. Als een leider het voorbeeld geeft van hoogmoed en macht nemen zijn knechten het vanzelfsprekend over. Hoe kan je subtiliteit verwachten met als voorbeeld een man die de botte bijl hanteert en nog nooit over nuances heeft nagedacht.

Terwijl dat wereldleed zich afspeelt fiets ik naar dochterlief om voor het eerst een knuffel aan de kleinkinderen te geven, laadt de accu van de fiets op en die van mijzelf  en trap door naar de tuin. Daar staat mijn gieter bij de oude, maar ik wil hem gewoon weer onder eigen beheer. Het levert zowaar een discussie op, terwijl het toch zo simpel is. Een kwestie van op eigen benen staan, niet meer en niet minder. Natte voeten voor de dankbare uitdijende planten. En weer op de fiets.

IMG_0319

Ik reis af naar de Bilt en door  stad Utrecht weer terug naar huis. ’s Avonds heeft iedereen een mening klaar over de bijeenkomst op de Dam. Het is gebeurd. Hoe hard we er over krakelen, dan nog is het niet meer terug te draaien. Het is leergeld voor de volgende demonstraties in Den Haag en Rotterdam. Tegelijkertijd zou men de overweging van het vrijgeven van de verpleeghuizen en instellingen  schielijk moeten overdenken. De discrepantie is te groot. Daar, lieve mensen, zit de meeste pijn, harverscheurend lot voor velen. Je kan op verschillende manieren de dood tegemoet treden, maar die van de machteloosheid door het beknotten van de vrijheid is de ergste vorm. Voor de mens zelf én voor haar omgeving. Hij heeft zijn zeis al geslepen. Dan kan het ook humaan.

Dat bedenk ik tijdens het trappen als veulentjes langs de kant bij hun moeder zogen, twee kalfjes ongeduldig tegen de volle uier van moeder stoten, dikke hommels zoemend de klaver en het fluitekruid bezoeken en vogels fluiten dat het een lieve lust is. Natuur gaat haar gang. Maar ook buxus en eik, die de strijd moeten opgeven tegen de opmars van de buxusmot en de processierups, omdat die een probaat middel in handen hebben, inkapselen en verstikken. Het raakt me meer dan ooit.

Mijn fiets draagt me moeiteloos verder en de beelden flitsen voorbij. Parken waar ik geen weet van had, plas, kanaal en rivier vol spartelende zwemmertjes en de benen trappen onverdroten voort. Bij een hochie zet ik de stand wat hoger en met het afdalen, zoef, zoef, kan het weer laag. Wat een uitkomst is een elektrische fiets. Bewegingsvrijheid ten top en wat fijn dat de tuin dus toch binnen bereik valt.

Bij een fietsenmaker op Kanaaleiland schaf ik een slot aan. Niet het zwaarste, maar ook niet het lichtste en van een respectabel merk. Daarna ben ik een stief kwartier aan het stoeien om mijn vrijheid vast te leggen aan de ketting, raak verstrikt in de sleutels die niet los willen als ze eenmaal vastzitten. Er zijn meerdere clusters nodig.

paprikahart Ieder hart klopt gelijk dat van een ander.

Zoonlief heeft makreel gekocht. Ineens doemt de Pepesan uit het verleden weer op. Ik maak een minder hete variant met een saus van ketjap manis, citroensap, een eetlepel sambal, twee eetlepels ketchup, met een groentewok van spitskool, dun geschaafd en paprika en met lavash, het platte brood. Een heerlijke maaltijd. Een mengeling van culturen, zoals het hele leven is. Omdat ieder mens recht heeft op zijn eigen plek onder de zon. Een vreedzame plek om te kunnen leven en ademen als ieder ander, door niemand beknot en beteugeld.

 

 

Uncategorized

En poes die om je benen krult

Zonsondergangen zien tot je oranje dolende noppen op je netvlies hebt dwalen, dat deden we. In de avond was de drukte stil gevallen, de stemmen verstomd. Een enkel jong buurkind lichtte op in een halo van goud, dat het ranke lijfje verpakte. ‘Silhouetted by the sea’, zong Dylan in het nummer Mr Tambourine man. ‘Silhouetted by the setting sun’, dacht ik. maar dat klinkt minder harmonieus.

IMG_0261

Toch was het vertederend en prachtig. Iets om je late en laatste avond mee af te sluiten. Het is de stilte, die me wiegt en vertrouwd aanvoelt als ik me in de zachte boxspring vlei. De zeegeluiden, het lachen, het toosten valt weg. Welterusten, slaap lekker en Morpheus’ armen. O, wat snap ik die woordspeling op dit moment na maanden van doodse stilte naar dit roerige heerlijke, maar drukke weekend. ‘Zou je hier alleen kunnen zitten’ was de vraag van zus. Nee, ik zou deze plek niet verkiezen, want het is er drukker dan Utrecht op een doordeweekse dag en dan is het nog wel Corona tijd, waarbij toeristen achterwege zijn gebleven. Waar ik wel alleen naar toe zou willen, durf ik niet alleen heen te gaan of er moet een woeste wolf aan mijn zijde huizen. Met de tuin ben ik meer dan tevreden.

Als ik de volgende dag de laatste handelingen verricht, trekt huis al aan mijn verlangen. De jongens en de poes, de planten op het balkon. Het lied van Martine Bijl sijpelt door het hoofd, een variatie op het thema. ‘Hoe zou het met de papavers zijn, en met de salie, de campanula en de bieslook en de tijm, ik denk de hele dag, maar aan die planten. Ik liep te piekeren bij alles wat ik dee…’

Als ik thuiskom, na een ochtend in sneltreinvaart, dan mauwt Pluis me tegemoet en zorgt voor diezelfde gemiste vertedering. Ze zegt het op haar manier, maar zoon zegt het ook met een verse bos bloemen en het huis opgeruimd tot in de puntjes. Fiets is er klaar voor en ook het vege lijf. Snelle tocht door het stadse in de wetenschap dat de accu niet genoeg is opgeladen, klein en bescheiden, maar bevrijdend met de haren in de wind.

IMG_0295 (1)

De tuin heeft dorst met drie dagen geen water. Het valt me nog mee. De vele gieters die er vooraf door zijn gegaan hebben resultaat gehad. Er volgen opnieuw een paar gieters uit de sloot. De Ismene staat in bloei met maar liefst twee grote bloemen. Het is een Hymenocallis. Haar naam stamt uit de Griekse Mythologie en betekent Jasmijn. Ze is de dochter van Oedipus en heeft alle schoonheid in huis om zich te spiegelen. De oude is druk in gesprek met vriend.

IMG_0294

Ik wandel terug en moet lachen om schaap die een gat heeft gevonden in de omrastering en nu een lekker maaltje vers gras van buiten haar eigen veld snaait. Er passeert een achterbuuf. ‘Ga je al weer’, vraagt ze. Ik heb behoefte aan stilte. Geen mensen, Pluis als allenig vierpotertje en verder helemaal niets. De zaterdagkrant ligt er nog, het journaal brengt het nieuws en verhaalt over de gretig in gebruik genomen terrassen. Mensen die zelfs emotioneel worden als naar het gemis gevraagd wordt. ‘Op een mooie pinksterdag’ doet haar naam eer aan.

IMG_0297

Dat is een van de voordelen van er even tussenuit kunnen. De nieuw veroverde indrukken aan schoonheid, vastgelegd in wat nu alweer herinnering is én de zaligheid van thuiskomen. Het ruime huis, de vertrouwde spulletjes en poes die om je benen krult

 

Uncategorized

Alle tijd daartussen in

Het was een luidruchtig vooravondje voor een strakblauwe Pinkstermorgen. De gasten, voornamelijk de jeugd, Katwijkers of bewoners van de plaatselijke camping, hadden zich in grote getale naar het strand begeven. Met het bericht van de virologen dat aerosolen vleugels kregen in de buitenlucht en snel zouden vervliegen, was de laatste restrictie verdwenen, zo leek het wel. Ze waren gewapend met wijn en bier. Onze dag zat er na een strandwandeling op een vroeg begonnen stranddag om een uur of tien ’s avonds weer op. Oude mutsen hebben hun slaap nodig. De jeugd liep, lachte, schreeuwde langs mijn slaapkamer-bovenlicht. De klanken droegen ver in de holle ruimte. Ik sloot me af voor de details, al waren die ruimschoots aanwezig.

IMG_0236

Vanmorgen was het vroeg dag. Zon door het zelfde bovenraampje trok een schuine driehoek op de muur. De kerkklok sloeg half. Hoe half wist ik toen ik naar de tijd keek. Zuslief sliep knorrend de slaap der dromen. Zodra haar ogen open waren sprong ze eruit. Fototoestel in de aanslag en op pad voor de eerste wandeling. Koffie voor mij, het huis nog in de schaduw. Inspectieronde over het strand tussen de hutjes door, de aftakeling een feit. Daar lag het hele losbandige leven van de vorige avond als verpozen voor de twee strandjongens, die de boel weer moesten opkuisen. Lege wijnflessen en verkreukelde blikjes, bierflesjes op de hutjes, peuken in het zand, lege chipszakken oneindige troep. Stoelen omver getrokken in een haastig en ongecoördineerd vertrek. Het lallen, van de avond ervoor, verklaard. Het stond in schril contrast met de beierende kerkklokken, de strakblauwe lucht, de messcherpe einder, de grote cruise-schepen als bakens op de vouw tussen zee en lucht en de kalme. Een visser stond als een standbeeld tussen zijn hengels en viste voort. Meeuwen schreeuwden luidkeels, vingen bot, maar hadden in de hele vroege ochtend kennelijk al genoeg gevangen, getuige hun driepoten in het zand.

IMG_0241

Pinkstermorgen in Katwijk. Kauw hipt parmantig voor mijn voeten, twee zussen zijn al aan de stevige wandel door de duinen, zuslief zingt al het leed weg. De jongens ruimen en de eerste bezoekers zoeken al weer hun hutjes op. ‘Ik dacht dat ze het klaar zouden zetten’, riep een vrouw naar haar metgezel. Ze wist niets van de troep van even daarvoor want de beide jongens, niet ouder dan de veroorzakers, hadden zich van hun taak gekweten. Oordeel niet te snel, dacht ik. De vrouw met takshond liep het strand op. Hij bleef achter, ze riep hem luid, niet even maar langdurig met overslaande stem. Het dier zou nooit naar haar luisteren, wist ik zeker. Wat ze ook aanvoerde, koekje, snoepje, het hielp geen lieve moedertje. Ruisend omlijste de zee haar nieuwe bezoekers.

De buren krijgen bezoek en het belooft een drukke Pinksterzondag. We zijn er klaar voor, want als het te druk wordt op het strand trekken we de duinen in, op zoek naar de rust en de ruimte. Ergens, van binnen, roept de tuin, bij het zien van de komende badgasten. Ik ben een slecht-weer-zeemens. Onstuimige zee met wolken, lege stranden met een enkele wandelaar torsend tegen de wind, het strand zonder versnaperingen maar de puurheid.

Het maakt niet uit. Met de zussen is het heerlijk en we genieten van elk moment. De buuf is alleen en sombert wat. Ze kijkt niet op of om, groet niet, kijkt wat stil voor zich uit en verschuift haar stoel met de zon mee, die nog altijd weldadig warmte geeft. Bij opkomst en ondergang en alle tijd daartussen in.

 

Uncategorized

Dat alles op z’n tijd goed is

Dat het Noordenwind was, was duidelijk te merken. We hadden de auto van zus in een van de eerste ondergrondse parkeergarages geparkeerd. Waar het gehuurde huisje voor vier dagen op het strand precies lag was nog even gissen. Het werd een flink stuk optornen tegen de wind. De meeuwen krijsten een luid welkom boven de hoofden. Katwijk van vroeger was er niet meer, daar aan de boulevard, maar de parkeergarage onder de duinen was een voltreffer. Al het blik uit het zicht. Nou ja, op de overkant na, waar de huizen aan die kant nog een beetje jaren zeventig ademden. Het huisje stond met nog zeven anderen aan de rand van het strand en het uitzicht was natuurlijk zee, maar ook drie rijen dik hokjes voor de badgasten. Voorstellingen van zaken waren toch altijd anders dan bedacht. De hokjes stonden met hun dichte kant naar de zee en waren vooral voor de zonaanbinders en de windontwijkers. Zij keken uit op onze huisjes. Het speelhuis voor de kinderen stond vlakbij. Als we voor de rust gekomen waren dan moesten we dat beeld bijstellen.

IMG_0193

Inmiddels weten we dat elke eerste dag en nacht vooral de tocht der verkenning is. Scherpe Noordenwind, kwallen aan het strand, veel meeuwen boven de hoofden, brutale kauwtjes, loze vissers en spelende kinderen. Het dorp zelf was druk, winkels nog net open, zus kon haar opwellingsaankopen bevredigen, en stiekem een cadeau kopen voor zuslief, die morgen jarig was. Het diner zou aan huis bezorgd worden door het strandpaviljoen. We kozen met onze minimagen voor twee porties van het een en ander met friet en wat sla. Ruimschoots voldoende. De avond was prachtig met haar ondergaande zon. Dat beloofde wat voor de volgende twee avonden. De nacht viel vroeg in. Na het wennen, wandelen, samenzijn en de wind om de oren was de stilte weldadig.

IMG_0210

Het inslapen ging snel, maar bij tweeën hoorde ik de kerkklok pal tegenover het huis de halve en hele uren raken en scheurde de nachtelijke stilte stuk. Net als de groepjes jongeren, die nog lang bleven genieten van elkaar en de tamelijke vrijheid. Ik hoorde het twee, drie, vier en vijf uur slaan. Zes uur niet meer, maar half zeven zongen we al ‘Lang zal ze leven’ met slaapstemmen van boven en beneden en zus had vlaggetjes opgehangen. Het jarige feestvarken had toen al een uur gelopen en de zon op zien komen. In stilte zong ik ook voor dochter, die nu in Zierikzee haar verjaardag vierde, ook ver van huis.

IMG_0214

In de nacht had ik moeten denken aan de dagboeken van mijn  moeder, die met regelmaat verzuchtend schreef dat ze weer had liggen woelen en de kerklokken tot drie uur aan toe had horen slaan. Het geluid riep aan de ene kant nostalgie en aan de andere kant paste het niet meer helemaal in de tijd. Je went er natuurlijk aan net als aan het geluid van de koerende duiven.

IMG_0194

Zo hoort het te zijn op vakantie, anders dan normaal met net de tijd om aan het nieuwe te wennen en het oude te vergeten, tot het weer tijd zal zijn om terug te gaan en de draad weer op te pakken. Zilte zeewind die het hoofd leeg blaast en zon om het hart te verwarmen, samenzijn om maanden van stilte te vergeten en straks weer de rust van het alleenzijn om te vieren dat alles op zijn tijd goed is.

Uncategorized

Welzijn

Op twitter heeft SteefFilosofeert@levensfilosoof een mooie vraag voor vandaag. ‘Kan minder welvaart voor meer welzijn zorgen’. Met net twee maanden verstilling achter de rug, komt het gewone leven weer op gang en daarmee de vlucht naar nieuwe dingen. Nog steeds voorzichtig, maar onmiskenbaar, worden er drempels die eerst huizenhoog waren, geslecht. Daarmee neemt de onrust toe.  Misschien is het het ongewisse. Voor het eerst sinds weken ga ik weer samen met de zussen op pad. We hebben een huisje op het strand aan zee.

Al die tijd zijn we niet naar zee geweest, heb ik niet met ze gewandeld. Het was een periode van op mezelf gericht zijn en niets anders. Het bracht rust. Het kon omdat er niets anders was. Economische welvaart is me ten deel gevallen omdat ik nagenoeg niets kon uitgeven, emotionele welvaart ook, door de tijd te hebben gekregen om naar binnen te keren en na te denken over de zin van het leven, nu er niets anders meer was dan het moment. Geen jagen en jachten, geen vliegen en draven maar het huis, ik en de tijd, Naast welzijn was er ook de onderliggende dreiging en het grote verlangen naar de liefde: De kinderen, de kleinkinderen, de vrienden, de zussen. In strikte zin was het welvaart met een rafelrand.

Die rust bracht welzijn. Geen strijd meer om het leven hoog te houden, maar het te leven zoals het viel. Nu het gewone leven op gang komt, merk je hoe makkelijk het door kan slaan, omdat het bijvoorbeeld hebzucht stimuleert of ontevredenheid, angst om dingen te verliezen, jaloezie en afgunst.

IMG_3783

Welvaart betekent voor mij de vrijheid hebt om jezelf te mogen zijn zonder opgelegde regels en begrenzingen. Dan voel ik me senang. Daar waren we verre van in de quarantaineperiode door het virus en de angst.  De beknotte vrijheid woog in het begin minder zwaar. Beter dat dan dood. Wanneer het leven lijden wordt door gemis en het verlangen, gaan opgelegde regels, ook al zijn ze voor het algemene bestwil, knellen en kwellen. Dan is zorg en welzijn ineens zo veel belangrijker. Je vaart wel als je je goed voelt.

Het heeft niet te maken met bezit. In tijden van krappe financiën, vroeger, verzuchtte ik steeds, dat het makkelijker zou zijn als die zorgen verdwenen waren, maar het bleek ook een leerschool voor het tevreden zijn met wat je hebt en het vinden van je eigen geluk. Het vermogen om dat te kunnen bracht welzijn.

Er zijn tegenwoordig heel veel mensen die welvaart in het geheel ontberen, omdat ze op de vlucht zijn, alles achter hebben moeten laten, onzeker zijn omtrent de toekomst en hun vrijheid hebben verloren nu ze hutje op mutje zitten in kampen. Hoe ver weg ben je dan van welzijn en je welbevinden.

Vrijheid is voor mij het hoogste goed, maar toen het ontnomen werd door de quarantaine, weefde ik mee met de omstandigheden en gaf er invulling aan die bevrediging schonk op dat ogenblik in de wetenschap dat het later weer voorbij zou zijn. Het feit dat we na kunnen denken over twee begrippen en daar de tijd en de rust voor hebben duidt op welzijn.

IMG_3829

Het antwoord op de vraag is voor ieder persoonlijk, maar voor mij geldt dat minder welvaart, lees beknotte vrijheid, ruimte gaf aan contemplatie ten tijde van het op mezelf aangewezen zijn, waardoor het zingeving bracht en daarmee voor meer welzijn zorgde.

Uncategorized

Verwonder je slechts

In de krant schrijft iemand over ‘een dikke vrouw’. Waarom stoort het mij. Ik vind het ergerlijk. Zwart op wit hakken de letters er extra in. Ik moet denken aan gisteren, een heerlijke dag op de tuin.

Ik hoorde een luide stem. Ik kon het niet letterlijk verstaan, omdat het mijn taal niet was, maar ik hoorde alles. Het zuchten, het roepen, het schreeuwen soms. De stem sneed door de stilte en het winterkoninkje hield van de weeromstuit zijn kleine snavel dicht. En…Ik stoorde me eraan.

Twee keer in betrekkelijk korte tijd en dat terwijl ik me niet zo gauw erger, want dan ben je in deze tijd de sjaak. Mensen die te dichtbij komen bijvoorbeeld of langs je heen stuiteren met wijdse gebaren, nauwelijks te ontwijken, of schuifelende mensen die het gangpad minutenlang bezet houden. Cabaretiers of stand-up comedians spinnen er goed garen bij. Mens-erger-je-niet denk ik dagelijks en wijt het aan onzorgvuldigheid of aan het in gedachten lopen, al is dat niet zo’n handige zet in deze dagen. Bovendien, als ik me bij alles zou ergeren zit ik met de gebakken peren want in het minste  geval maakt het humeurig en in het ergste geval werkt het hart met overuren.

De benaming “dikke vrouw’ treft mij in mijn persoonlijke sfeer, mijn eigen onzekerheid. Daarom heb ik er last van. Ik vind het niet aardig om zo over iemand te praten. Iedereen heeft kwaliteiten, benoem die dan. In dit geval zong ze, dus kan je ook volstaan met de zangeres. Maar goed, het getuigt van minder tact of de schrijfster heeft er zelf geen moeite mee.

De stem die de stilte scheurde, kwam te dichtbij. Ik had het niet willen horen en er zijn andere mogelijkheden om zo’n gesprek te voeren. Of is dat ook iets waarvan ik moet denken, het gaat weer voorbij. In dit geval duurde het een half uur. Ik bedoel, een grasmaaier maakt ook lawaai en die zijn er hier veel. Bosmaaiers, grote en kleine maaimachines. Vooraan gebruiken ze veelvuldig de aggregator om hun moestuinen mee te besproeien, die lawaaipapegaaien ook. Wat maakt dan toch dat ik achter die stem blijf haken.

IMG_3830    IMG_3829

Ik besloot maar een stukje op te lopen langs de sloot, daar ontdekte ik op de hoek, de stem droeg ver, de waterlelies in volle glorie. Monet bracht een stukje hemel. Wat schitterend waren ze. Het kleurde rijk en ongerept. Dat had ik anders minder gauw ontdekt. Een ooievaarspaar gleed hoog in de lucht, ze cirkelden, zoals een steen in het water, met steeds groter wordende kringen door het blauw. Ik klikte, struikelde bijna in een poging ze te volgen, ongezien een aantal foto’s bij elkaar. Bij de analyse thuis bleken er vier exemplaren strakblauw, een wazig en een een schot in de roos.

IMG_3823

Stem zorgde dus goed beschouwd voor een ontdekking en een andere beleving. ‘Elk nadeel enzovoort’ dreunde Cruijff in mijn hoofd en altijd zie ik hem dan met een benige hand langs zijn mondhoek wrijven. Wonderlijke gewaarwording, maar in dit geval had hij alweer gelijk. Vriendin brengt als altijd de oplossing vanaf haar wolk: Erger je niet, verwonder je slechts.

 

Uncategorized

Met een zetel in de hand kom je verder

De stoelen in het paradijs zijn oude klapstoelen. Ze dragen me en dat was tot nu toe voldoende. Kussentje erop en in wankel evenwicht uitrusten. Meer is er niet nodig, maar als je dan op een mooie zonnige lentedag vier zetels in de schoot geworpen krijgt, door lieve broer en schoonzus eigenhandig, een kilometer lang van de parkeerplaats af, gedragen, dan ben je de koningin te rijk. Een tuinvorstin op een zetel, zo voelde het. Broer sjouwde er twee, een vrouw van een van de tuinen droeg er één ongevraagd mee tot aan de brug. Het waren gelukkig ‘stoelen’, dus kon je onder het lopen stoppen en rusten, genieten van de stilte, de sloot, de bijen, de schapen om je heen. De kussens van klap waren ook goed voor zetel. De gouden bol wol danste om ons heen en dronk water, kreeg voortdurend kleine hondenkluifjes en genoot zichtbaar.

IMG_0145 (1)Bol wol met zetel

We zaten onder de scheve appelboom van Vasalis en genoten van de vogels, de vlinders en het kleine zoemende grut. Ze hadden de hielen nog niet gelicht of daar kwam vriendin op de tuin aangelopen. Eerst als stip en steeds meer dichterbij. Zonder omhelzingen, lucht-kussen en zwaaien met de armen. Later ook nog dochterlief, die adviezen kreeg van twee oude rotten in het schoolvak, maar toch zelf met de vraagtekens bleef zitten. Bij dergelijk koffiedik kijken, een blik in de toekomst met vragen van wat-als, zou ik een glazen bol willen raadplegen. Als iets met zekerheid te zeggen was, viel kiezen niet moeilijk, maar nu wel. ‘Doe wat wijsheid is’, hoor ik mijn moeder zeggen. Dan moet je die eerst zien te vinden. Afstrepen dan maar, de voors en de tegens en dan simpelweg tellen.

IMG_0151

Het is genieten op dat kleine stuk buiten het stadsgewoel, het voelde, vond vriendin, als een middag vakantie. Niet in de laatste plaats door het meegebrachte Aelberslekkers en het water en natuurlijk niet te vergeten de zetels. Vorstelijk comfort. Ze draaide aan haar ring. Het bleek een hele bijzondere te zijn. Een Möbiusring, de ring als perpetuum mobilé, een oneindigheid. Ze was in 1858 ontdekt door twee wiskundige heren in Duitsland, J. B. Listing en A.F.Möbius. In de Romeinse mozaïeken  200-250 na Christus zijn, volgens Wikipedia, vergelijkbare structuren te zien. Door de vorm en het eeuwigdurende refereert het aan Het Wiel van Karma.

mobius-ring-silver

Wat een prachtig symbool en waarom heb ik dat ten enenmale gemist. Ik vind het bijzonder dat het niet eerder op mijn pad is gekomen. Maar deze tuin, waar rust en wijsheid samen komen, is wel de meest uitgelezen plek om dit verhaal te horen. De sfeer is er naar en de verdere middag is ingebed in ontvankelijkheid. Wezenlijk doorgronden is zo mooi als zich dat au naturel ontwikkelt.

De oude brengt druiven uit de kas en wij poetsen ze gnuivend Corona-proef schoon met het prikwater in de glazen. De druiven zijn zoet. Dat was ook de titel van een boek van Ann Rutgers van der Loeff. Zeventien stemmen over het kinderboek, met de mening van, onder andere, Annie.M.G.Schmidt, Miep Diekman, Fiep Westendorp. Daarin werd de liefde voor de kinderliteratuur bevestigd, die al lang gloeide.

Vriendin ging en werd weer stip. Ik gaf de zetels hun vaste plek, wisselde nieuwtjes uit met de Oude, wiedde nog wat na, en knipte de schaduwplek vrij voor twee klapstoelen. Meerder vliegen in een klap. Zwaar beladen met twee zakken wiedsel kuierde ik naar de Kleine blauwe Prins. Na iedere twintig stappen een korte pauze, maar zitten op de zakken was er niet bij. Met een zetel in de hand kom je verder.

Uncategorized

Morgen is er weer een dag

Het begon met het bezoek aan het tuincentrum. Dan de aanbieding, vijf voor acht is een aanlokkelijke prijs, als je het geduld niet meer op kan brengen om de zaadjes de grond uit te kijken. Vooruit. Geen vakantie dit jaar, dus dan kan de portemonnee ook wel wat lijden, doe eens gek. Het wordt drie maal vijf. Veel salie, omdat ik gek ben op de bloei van de plant en geranium, als compensatie voor de verdwenen soort, margriet, zonnehoed en duizendknoop. Niet in de benauwde hoeveelheden van één, maar ruimschoots per soort.

Met de buit naar de tuin. Daar had ik zelf dus al weken niets gedaan en de Oude wel, maar sommige bedden waren overwoekerd met grassen, hondsdraf en bosaardbei, leverkruid en groot hoefblad. Brandnetel had haar kans waargenomen en was flink doorgeschoten hier en daar. Ruimte maken is ten strijde trekken. Gewapend met schepel en in eerste instantie met handschoenen aan. De grote vingers belemmeren in het behoedzaam te werk te gaan. Handschoenen uit. Ik was de tuinschoenen vergeten, had veel te warme kloffen aan en haalde mijn klompen uit het schuurtje. De harde randen op het tere vel belemmerden het lopen. Ze gaan ook uit en dan is er de enige juiste gewaarwording voor het onaangeraakte. Dat zachte koele gras onder de blote voeten.

IMG_0129

Langzaam vulde de aarde de verweerde groeven van de huid op. Ouderwets aan de gang. Het was heerlijk. Er kwam een vogeltje aanvliegen, dat ik niet kende. Lichtbruin met wit koppie, waar twee verticale bruine strepen van achter naar voor, naar het bekje liep. Te snel voor het fototoestel was ze weg. Verder met moeder aarde. Het vordert langzaam maar gestaag. Gedachten nemen de vrije loop en verzanden weer als een wortel weerbarstig met haar diepe pen zich vastklampt aan de veiligheid. We doen ze wat aan.

De oude komt verhaal halen om de framboos die ik er de vorige sessie had uitgetrokken en die hij juist heel zorgvuldig had schoongemaakt en er ingezet, maar frambozen komen op waar je bij staat en op die plek wilde ik geen framboos, wel een witte roos, een bodembedekker, die ik speciaal had aangeschaft voor dat onkruidminnende deel van de tuin. Deemoed om het misverstand. Altijd vervelend als iets omwille van iemand is gedaan en de ander ziet het niet. Aan de andere kant, is het ook  een kwestie van loslaten, want het blijft natuurlijk toch mijn tuin, waar ik in mag struinen zoveel ik wil. Uitgesproken sust het de gemoederen. Zand erover.

IMG_0134

Na twee bedden roept rug even rusten. Met de grote bladhark zoek ik de vijver af, kom een dode opgeblazen kikker tegen, die van plastic blijkt te zijn. Vergeten, dat die ooit langs het randje zat. Ik zoek het kopje van de engel. Ze staat nu hoofdloos te waken.  Ik vind het niet, maar het is wel een gelofte aan de kleine vijver om hem leeg te halen. Niet nu, er zijn andere prioriteiten. Het achterbed geeft het meeste werk. Stevige wortels van het groot hoefblad klauwen zich diep onder het veen en dat betekent graven en zwoegen. Ze zijn verstrengeld met het leverkruid. Het moet eruit, want anders is er te weinig plek. Langs de slootrand staan er genoeg. Vanuit de oude composthoop vul ik de aarde aan.

IMG_0131    IMG_0133

De bedden zijn klaar voor het nieuwe grut. Emmetjes water in de sloot gehaald, natte wortels gegeven en de zegen erover. Een vruchtbaar dagje tuin. Merel laat zien dat er vlakbij een nest is. Met worm in de snavel hipt hij over het gras en verdwijnt voor de nicandra in het struweel. Dan ineens klinkt de roep van de koekoek. Van vlakbij aan de overkant van de tuinen. Wat een simpel gegeven al niet kan doen om puur geluk te voelen. Met de bladhark rolt het onkruid zich op tot een stevige rol. In een zak zwoeg ik het naar de auto. Nog een bed te gaan, genoeg voor vandaag. Morgen is er weer een dag.

 

Uncategorized

En smaakt de vrijheid zoet

Soms kan ik terugverlangen naar wat ooit was. Onbezorgde vakanties met de vier naar Hombourg bijvoorbeeld. Mijn oranje Renault vier stond oogverblindend fel van kleur en volgepakt klaar om in de vroege ochtend, liefst voor vijven, richting België te vertrekken. Alles moest mee. Babybadje van hard plastic, volgestouwd met andere waar, het babyzitje, de kinderstoel, de hondenmand en Lazy zelf niet te vergeten. Vier kinderen erin en manlief erbij. De paden op de lanen in. Het hele arsenaal aan Annie.M.G. liedjes zat in mijn hoofd en nog een paar onvervalste evergreens, zoals ‘Het karretje en In het groene dal, in het stille dal’. Na Maastricht kwam het spannendste van de hele rit, de bochtige heuvelen van Belgisch Limburg met het karakter van een haarspeld, in mijn optiek. Deels omdat de lading zo kostbaar was en deels omdat ik nooit wist in welke versnelling ik die glooiingen moest nemen.

002 Ook met Kerst geliefd, 1981

Het landschap werd allengs groener. De kinderen achterin verzonnen spelletjes. Hoeveel witte auto’s zie je, ik zie ik zie wat jij niet ziet. Het leven was heerlijk en overzichtelijk. Aan het eind van de rit rolden we er boven op de heuvel uit, waar ze direct hun vrijheid namen en het weiland inrenden tegenover het grote huis. We kregen de kamers toegewezen en al naar gelang de eerste of de tweede week, één week was altijd voor de kinderen, waren alle vrienden er al of druppelden binnen. Er was veel voor handen om iedereen een onbezorgde week te geven.

scannen0768

Mannen en hun kampvuur, malle ‘ooms’ met een voorliefde voor de vaalt, breiende en spinnende vrienden, gitaarspelende mensen, meerstemmige samenzang, een boomgaard, een bramenveld en altijd wel ergens een picknick in het vrije veld of aan de lange tafels buiten op het erf. Soms waren er losgebroken paarden, wat niet handig was voor de auto’s, omdat ze met hun stevige lijf graag schuierden tegen de spiegels en hier en daar liepen onbeteugelde koeien, die door alles wat kind was, ‘wat zijn ze groot” , nieuwsgierig werd bestudeerd.

homburg10

Lazy ging op konijnenjacht en vergat dat hij, als Stadsefratsen-hond maar bitter weinig wist van de boerenhabitat. Herhaaldelijk moesten we hem bevrijden. De wandelingen verhaalden over klaverzuring, morgenster en beukenhaag, maretak en malve, fluitekruid en koolzaad, mierikswortel, guldenroede en berenklauw. En in de lucht vlogen niet alleen  spreeuwen, merels en mussen, maar ook de veldleeuwerik, de grijze kiekendieven, de buizerd en de valken vrij in het rond. Het leven was zoet en rijk gevuld.

IMG_3552 Mierikswortel

Het is er nog steeds goed toeven in de herinneringen en terwijl de gierzwaluwen boven mijn hoofd hoog vliegen en vertellen dat het een prachtige dag zal worden, de tuin wacht met minstens zo’n verscheidenheid aan groei, verlang ik naar die onbezorgde jaren van weleer.

de bus Sleutelen aan de bus.

Heel anders ging het er aan toe op de vakanties, toen ik zelf kind was. Mijn vader hield van autorijden. Dat werd al gauw duidelijk toen hij, om de regen te ontvluchten(waarom regende het altijd in Schleiden, Ahrbruck en Luxemburg)de zon tegemoet reed. Eerst richting Villach en Vassach en daarna via Metz en Lyon naar Tarragona, dat nog de grootte had van een postzegel met een mooie kathedraal. Salou was een dorp met een visafslag in de kleine kern, niet meer en niet minder. Het was op zich loffelijk, dat hij met de hele sleep op pad ging, maar het betekende ook dat je als kind met de vele anderen, soms negen of tien, opgepropt zat in een bestelbusje of een stationcar, waar altijd wat aan te sleutelen viel onderweg. Bovendien moest er behalve vrouw en kind ook aardappel, zure bommen, hagelslag en campingboter mee.

En toch, het was vakantie. Al kwam je verkreukeld weer thuis en als een uitgewrongen vaatdoek, dan nog had je een avontuur beleefd waar nog maanden op te teren viel. Die met mijn ouders, broers en zussen en die met man, kinderen en vrienden. Tijdens de vakantie zijn alle muizenissen op verlof, staan de zintuigen op scherp en smaakt de vrijheid zoet.

 

Uncategorized

Kwetsbaar, maar ook in staat tot helen

Ik kom in Letter & Geest van vorige week zaterdag opnieuw een boek over incest tegen. Het laatste boek dat ik uitgelezen heb is dat van Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’ over hetzelfde onderwerp.  Ik was er tamelijk ondersteboven van. Misschien ook omdat de locaties zo herkenbaar waren. Alles speelde zich af in de achtertuin van ons huis bij wijze van spreken. En in een nagenoeg zelfde tijd als mijn jeugd. Herkenbaar dichtbij.

IMG_0116 De onschuld

Dit is het eerste autobiografische werk van Wytske Versteeg na vier romans en heet ‘Verdwijnpunt’. Er wordt lovend over geschreven door Inge Schilperoord. Die sluit de recensie af met het aanhalen van een indringende zin: ‘Acceptatie is een kleine, rustige ruimte’. Wat een prachtige omschrijving voor iets dat met veel pijn en moeite is veroverd. Het is een onderwerp dat je het liefst ver weg zou willen stoppen, hoofd onder de dekens en ik ben er even niet. Niet alleen het kind wordt misbruikt, maar ook de onschuld, het vertrouwen en het geloof in het leven. Dat realiseer je je bij het lezen. Het brandt en het schuurt aan alle kanten, zo’n relaas. Hoe graag zou je er geen weet van willen hebben. De dader is een Bourgondische opa en voorgoed draait die bekentenis de nek om van die ene en in de emotie van al dergelijke types. Zo krachtig is het woord, zo krachtig is de autobiografie, waarvan je weet dat het echt gebeurd is.

IMG_0122

Als het om de bevindingen van Inge gaat, wil je het lezen. ‘Dat het Versteeg lukt om haar ervaringen op ontroerende, sensitieve en volstrekt originele wijze invoelbaar te maken, maakt verdwijnpunt tot een grootse prestatie’. De manier waarop ze het verwerkt is herkenbaar en kom je vaker tegen. Ze gaat steeds meer in haar hoofd zitten. Bij ‘De Keuze’ het boek van Edith Eva Eger, die haar pirouettes moest draaien voor Jozef Mengele in Auschwitz, weet die haar weerzin te overbruggen door te bedenken, dat wat er in je hoofd zit alleen aan jezelf toe behoort en aan niemand anders. De weg om te ontsnappen aan wat er daadwerkelijk gebeurt.

De verwerking door Wytske gebeurt met vallen en opstaan. Het is een lange weg, een achtbaan met pieken en dalen, die navenant even hoog als diep zijn. Als je het voor elkaar krijgt, om de belangrijkheid ervan te  laten verdwijnen, dan kom je uiteindelijk: ‘In die kleine, rustige ruimte’.

Dat beeld is mooi. Immers, als je tot acceptatie komt, daalt er een bepaalde rust over je, die ervoor zorgt dat je ontvankelijk bent en weer openstaat voor het inslaan van een nieuwe weg. Er zijn in het leven verschillende keren een moment geweest, waarop ik mezelf in balans moest zien te krijgen. Soms had ik daar hulp bij nodig in de vorm van een vriendin of een psycholoog, een boek of anderszins. Pas als de balans herstelt is, het voorval op een plek gevallen waar het niet langer schrijnt en de blauwe plekken en de butsen geheeld zijn, is er die kleine rustige ruimte, waar veiligheid voorop staat.

open-deur-digital-painting Open deur

Dat schenkt het vertrouwen om, na een eindeloos gevecht, toch die deur weer te kunnen openen. Kwetsbaar, maar ook in staat tot helen.

 

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Het was een lauwwarme wind, die langs mijn armen streek, gisterenmiddag. Het zag er wat dreigend uit, maarik besloot toch een flink eind de dag in te fietsen en koos voor de wijde polders rond IJsselstein. Jammer dat er nog steeds auto’s mogen komen op de kleine landweggetjes. Hoe heerlijk zou het zijn als je vrijuit kon zwieren.

Het fototoestel zat in de tas, maar ik besloot het te daar te laten en de foto’s voornamelijk in mijn hoofd te maken. Het rook naar lente, koemest en weelderig fluitekruid. Veel paartjes op de fiets, hier en daar een enkele alleenfietser net als ik. Dode kraaien bungelden aan stokken en een touw boven een akker van een boer en ik vond het er luguber uitzien. Het groen van de velden was licht en donzig. In werkelijkheid had het grasland moeite met de droogte en zwoegde voort terwijl ze langzaam vergeelden, straks mischien verdorden, maar vooralsnog zag het er uit als een glooiend mosbed, klaar om te rusten.

IMG_1597 (1) glooiend mos

Zoveel tinten groen in deze tijd van het jaar. Er staan ook gele bomen tussen de groenen. Ik vermoed gele acacia’s, maar ook nu stap ik niet af voor een nader onderzoek. De lucht trekt steeds meer dicht en het ziet er wat dreigend uit. De eerste kleine druppels vallen, maar zo weinig dat er met gemak doorheen te fietsen valt, letterlijk en natuurlijk. De gedachten springen op en neer, van de nijlganzen op het veld, naar de boerenzwaluwen die spelletjes spelen met de wind, de hardwerkende boeren op hun erf, de schapen in de wei, dartele lammetjes aan hun zij. Hier en daar, maar minder dan gedacht, een koppel zwanen en een reiger, roerloos aan de kant van de sloot. Ik trap met gemak 22 kilometer stuk, maar ben toch verijsd en bij thuiskomst zie ik dat mijn handen en neus een waas van paars hebben. Volgende keer mijn jas of lappie mee en een poncho.

Onder het fietsen  speuren de ogen ook naar roofvogels, maar ik kom er geeneen tegen. Gedachten springen dwalend van de hak op de tak met gebeurtenissen die in het vat zitten voor de komende week, de tuin, de ‘onmerkbare’ crisis omdat mensen steeds argelozer worden. In het centrum van het stadje waar ik doorheen fiets is het druk, drommen mensen, of lijkt dat zo, omdat ik vluchtig kijk en snel verder fiets, de stilte in.

Ik peins over ouder worden en tanen, hoe wij aankijken tegen de dood en ouder worden. Hoe anders dat kan zijn in andere culturen. In de krant stond gistermorgen de Stekel van Inaki Onorbe Genovesi, waarin een vergelijk stond tussen het Westen, de anderhalve-meter samenleving  en de vrees van ouderen om weggezet te worden als dor hout en de jeugd van de Navajo-indianen die hun ouderen eren en het verlies van hen niet alleen zien als het beroofd worden van een persoon, maar ook van eeuwen aan kennis, cultuur en verleden.

007 Boeken 1980.

De tegenstelling is groot en iets om over na te denken. Het is een stuk cultureel erfgoed, dat aan het verdwijnen is. Iedere generatie neemt kennis en gebruiken mee de vergetelheid in. Zelfs mijn geliefde boeken, die dat verleden koesteren en omarmen en waarvan ik dacht dat ze altijd zouden blijven, zijn een vaag begrip geworden of zelfs blanco gebleken. Enkele ‘evergreens’ uitgezonderd en zelfs die zijn niet altijd bestand tegen de tand des tijds.  De slotconclusie van Inaki is: ‘Liever indianenverhalen dus dan vrijblijvende ideeën’.

IMG_0086

Verhalen, ja graag. Zoveel als mogelijk. Koester wat nu is en vraag en praat en luister naar wat heden en verleden samen smeden kan en samensmeden kan, letterlijk en figuurlijk.

 

 

Uncategorized

Niet alles hoeft bewaarheid te worden

Het is even wennen  na al die weken van contemplatie. Heerlijke stilte is iets wat veel genoegdoening kan schenken. Gisteren was ik naar de tuin gegaan, twee zussen zouden gaan wandelen in de omgeving en daarna even aanwippen op anderhalve meter. Ik dacht prosecco voor de een en fris voor de ander, toost en brie uit de koelkast en klaar. Ik wilde wat schilderen, had net alles klaar, toen jongste zus met ex ineens om de hoek van het struweel kwam piepen. Op de fietsen en met veel lekkere dingen van de Turkse winkel.

HYEI2358

Ik had al wijselijk de stoelen voor het verwachte bezoek later op de dag onder de appelboom gezet. Buuf kwam langs en zag ons zitten. Idyllisch vond ze. Ik proefde het woord en dacht, dat is wat het is. Het was voor de een een overbrugging van jaren, die hij in Indonesië had doorgebracht. Als zwager broer wordt en weer verdwijnt uit je leven is dat een wonderlijke gewaarwording. Iemand schreef laatst op twitter: ‘Veel te vroeg in ons leven wordt het kaal en het wordt steeds kaler’. Dat hoeft dus niet alleen door dood, maar ook door wat mee oploopt en alleen weer verder gaat.  Naarmate de jaren verstrijken worden de lege plekken nog veelvuldiger. Er vallen gaten in het stramien, dat leven heet.

En zelfs dan weet Tijd bij het verstrijken der jaren ten leste een milde bout te hanteren. Is het de veelheid aan lege plekken waardoor je in staat bent om er mee om te blijven gaan of is het omdat je geleerd hebt hoe je gemis kan inbedden in het bestaan als de rauwe pijn verdwenen is. Vriendin hoorde van een lieve vriendin, die was gaan hemelen en op datzelfde moment vloeide uit haar pen een nieuw wezentje, dat zo heel erg paste bij haar werk, maar ook bij het werk van de vriendin die er niet meer was. Toeval is zo dikwijls geen toeval.  Dergelijke verhalen zijn verzachtend bij het aanvaarden. Ze nemen niet de lege plek weg, maar geven er een invulling aan. Misschien is dat de kern van het verhaal. Mijn doden reizen altijd mee, terwijl de omgeving leger wordt. Niet kaler, geloof ik. De meerwaarde van het ontastbare is voedend, ‘genoeg’ wilde ik daarachter schrijven. Dat klopt niet, want de leegte blijft.

IMG_0070

Daar zaten we nu en wandelden door tijd en gemis, in vertrouwelijkheid op afstand. Nooit gedacht dat ik het zo tegenstrijdig zou moeten schrijven. Het bestaat echt. Vlak nadat ze wegfietsten, stonden de andere twee vertrouwde koppies aan de overkant van de sloot. Ik verschoof de stoelen met de schaduw mee en met al dat lekkers sloegen we twee uren stuk. Ze hadden een fotoboek meegenomen, die schoonzus ongevraagd en met liefde had samengesteld uit foto’s van FaceBook. Het leven van de vier, soms vijf als broer meedeed. Vakanties door de jaren heen, een tijdsbeeld. Lachende gezichten waarbij wij een ander zicht hadden dan de kijker. Zus die, rennend vanaf het fototoestel op de grond, naar haar plek moest zien te komen vlak voor de zelfontspanner afklikt. De locaties vullen we aan met geuren en kleuren van de desbetreffende week of dag. Weet je nog? Zoete nostalgie.

Thuis bedacht ik dat de bijbehorende herinneringen van een foto, de diepgang, de betekenis, verdwijnen en een foto dan weer platte foto wordt. De sepiaplaatjes van vroeger zijn nog deels herkenbaar, omdat het vertrouwde gezicht gezocht wordt, maar de onbekenden die meedoen in het geheel worden ‘plaatjes’ met hooguit de kenmerken van een tijdsbeeld om je om te verwonderen. De lamp met de franje boven de keukentafel, het pastoe-meubilair, de schouw met de koperen salamander.

In het Magazine van de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond de column van Thomas van Luyn, waarin hij schrijft over een fototoestel voor geuren, de hij de Osmograaf noemt naar het Griekse woord Osmè voor ruiken. Dat zou een aanvulling kunnen zijn, maar, voor hetzelfde geld, ook een aanfluiting. De muffe lucht van de lamp, de koolraaplucht in de kamer, de verschraalde rook van de gasten, ik bedoel maar. Niet alles hoeft bewaarheid te worden.