Het weer bepaalde de dag. Toen de eerste heftige buien losbarstten, begreep ik dat de tuin een mijl op zeven was. Dan eindelijk het kastje aanpakken en leegmaken, dat precies op de wielkasten zou passen van de Bernagie. Ze was gevuld met alle persoonlijke dingen. Brieven, wat kippies van mijn moeder, dagboeken, cassettebandjes van lang geleden. Het werd weer een reis door de herinneringen. Ik kwam erachter dat pennen verzamelen ook een hobby is en het oude geld stapelde zich op in een speciaal laatje van een andere kast. Wat moet ik met de stuivers en de dubbeltjes, de guldens en ik kwam zelfs nog een zilveren tientje tegen. Ik heb ze nu slechts verplaatst. Dan kan ik er nog over nadenken. De grootste vondst was de beurs die uit een lade kwam. De oude was lam en ik zocht al heel lang naar een nieuwe. Hier vond ik hem. Al die tijd had het daar liggen wachten op mij.

Als een zo’n kleine kast al zoveel uit te zoeken geeft, hoe moet dat dan ooit later. Als het huis te groot is en ik in een kleinere jas moet gaan wonen. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ glimlacht mijn moeder door de bezwaren heen.
Langzaam maar zeker vorderde het werk. Boeken weg, een reeks boeken naar boven en de dagboeken in de kast. De cd-tjes tot nader order ook evenals de oude cassettebandjes.Het was een mooie gelegenheid om alle andere prullaria onder de loep te nemen, af te stoffen met de oude rode plumeau en letterlijk schoon te bezemen. Het kleine ladekastje moest op de oudroze kast en daar rangschikte ik de ornamenten weer anders. Zo nu was het fit. Pluis dacht daar anders over. Met een grote klap kwam ze, helemaal niet sierlijk, op de houten vloer neer. Ze was van bovenop de kledingkast naar beneden gesprongen. Ik had haar sluiproute gebarricadeerd. Ze moest een paar keer extra slikken door de vaart waarmee ze op de grond was gekomen.

Ruimte scheppen is toch een aangename bezigheid. De oude foto’s gleden ook weer door de handen en heel veel brieven. Ik legde er een aantal vast voor de kinderen en zette ze op de prive-site. Er zaten zelfs enkele foto’s van mij tussen. Een zeldzaamheid want ik schoot de foto’s bijna altijd. Zonder make-up, met lange hippieharen keek bleke Betje me aan. Het waren fijne maar drukke tijden met de kleintjes. Kleine kinderen worden groot.

Zoonlief appte of ik naar de schuur wilde komen met de schuursleutel. Hij had het grof vuil besteld voor de volgende dag, dus de schuur moest leeg. Nog weer een duik in datzelfde verleden van de foto’s. Eerst de troep. Een kast, een stapelbed, een matras, zakken met kleding, Het was veel. Een oude grote weekendtas bleek gevuld te zijn met Lego. Die was echt in de meest stoffige hoek van mijn geheugen beland, evenals de trein. Wie wat bewaard die heeft wat.

Terwijl we bezig waren kwam er een auto aanrijden. een meneer haalde bijna een derde van onder onze handen vandaan. Wat een lef om dat en plein public te doen. Ik moest denken aan vroeger als manlief voor morgenster speelde. Hij ging dan om vijf uur op pad om een tocht te maken langs al het grove vuil. Daar kwamen de fietsen en fietsonderdelen vandaan en handiger bruikbare spullen voor in het huishouden. Het was een deel van de overleving in die dagen met bijstand en nauwelijks marge voor meer.
Tijden veranderen. De vader van de kinderen is nu een blijvende morgenster. De schuur kwam leeg. Looppop van 67 jaar en oude beer van 61 jaar heb ik nog niet teruggevonden. Ruimte wel. In de schuur, in mijn hoofd en in de kamer. Zeeën van ruimte.







Verbena
Nicandra





Kiny Copinga: ‘Er is geen weg terug’.





























Foto door Mirk genomen(zelfontspanner)

Mijn tante Nans vloog voortdurend weg. Het gesprek kabbelde wat voort. Over de honden die toegelaten werden, over het weren van het digitijdperk, over het eten zelf en ik zweefde heen en weer tussen nu en vroeger en overspande de tijd in een notendop. Dat heeft me altijd verbaasd, het gemak van afhaken in aanwezigheid. Dat ik, door een deel informatie af te sluiten, met het grootste gemak in een ander deel terecht kom. Terug naar het boek van Karin Bloemen, waar ik nog middenin zat, vlak voor we vertrokken. Waarvan ik niet weet wat ik er mee moet. Heftig, niet voor te stellen, boos ook, over de aantasting van een kinderleven, het kapot geselen van de onbevangenheid. Je eigen ego voor het leven van een ander stellen. Het valt in een dag moeiteloos uit te lezen. Het is de sfeer, de bedompte sfeer van dat huis in Schagen, dat uit de bladzijden van het boek omhoog stijgt en je meesleurt in de deprimerende gedachte.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.