Uncategorized

Basis voor een leven lang genieten

Na een week van hoogstandjes in het leven, naast de diepe donkerte van de vorige weken, kwam het woord als vanzelf boven zweven in een prachtig zwartgerande wolk, waardoor het des te indringender werd. ‘Genieten’. Door mij onmiddellijk aangevuld met ‘de kunst van’. Nou is het geen opgave om te genieten van iets wat in het straatje past. Dan is het al gauw feest. Het grote goed, waar het om draait, is om de teleurstelling te kunnen ombuigen naar een ander level. Zet het in een ander perspectief en ik durf te wedden dat we er van kunnen genieten. Sterker nog…Dat er altijd wel te genieten valt.

IMG_7033.jpg

Als het denken blijft ronddraaien in diepe droefheden wordt alles grauw en somber, juist daar fluistert mijn  moeder geregeld: ‘Er is licht aan de horizon’. De weg er naar toe leidt over de kunst van het minieme intense beleven en het is een kwestie van zien.

Met dat ik dit schrijf, kijk ik uit het raam op de tweede verdieping. Het ochtendverkeer lengt aan in de zucht van de zaterdagboodschappen en het is druk op de weg. Voor mijn raam staan drie mooie oude Iepen. Poes zit likkebaardend en rillend van genot voor het raam. Haar snorharen bewegen naarstig op en neer. Ze volgt kennelijk nauwgezet de gang van een vogeltje. Ik kijk langs haar koppie met haar mee. Ze ziet een koolmees. Bij het naarstig speuren ontdek ik ineens dat de vermeende koolmees een boomklevertje is, die samen met een kompaan voedsel zoekt in de schors en de verdorde vrucht. Dat dus, dat moment, waarbij het hart een sprongetje maakt, omdat de ontdekking zo bijzonder is.  Boomklevers heb ik nog nooit hier in de buurt gezien, laat staan aan die drukke Batau. Nooit goed gekeken, of geen oog voor gehad. Beide is mogelijk.

Sitta europaea Luc Viatour.jpgDe boomklever

Met het ontdekken start het genieten, leesbril af, varifocus op, verrekijkertje erbij, fototoestel…ahhh niet onderhand bereik. Dan maar zo dit fantastische minuscule vogeltje spotten en die mazzel koesteren en opslaan achter een van de deuren in het hoofd. De kans is groot dat ik met mijn ‘kippig op afstand’ bril altijd de boomklever de naam koolmees heb toegedicht. Vanaf nu ga ik er op letten. Tel uw zegeningen.

IMG_2439.jpgLis en Imke: Thuis best

Een mooier voorbeeld van hoe te genieten is er niet. Misschien is dat wel de enige juiste definitie. ‘Als het hart een sprongetje maakt’, de Aha-erlebnis bij uitstek, het pure ontdekken, de verwondering ten top. Deze hele week stond er in het teken van. Eerst zee zien met de zussen, dan vriendin omarmen, dansant theater met de ene dochterlief en haar zonen. ’s Avonds nog even oude banden uit het verleden aanhalen en drie nummers ingezongen, de dag daarna met de andere kleinzoon en dochter naar twee mollen, die van het huis van de een er een ‘thuis van samen’ van wisten te maken. En vandaag de boomklever en de wetenschap van het zalige niets. Tussendoor compleet gevloerd en bijkomen. Het was broodnodig om het verdriet van de afgelopen tijd in de juiste balans te kunnen plaatsen.

IMG_2392.jpgDe dansers en Plan: Roest

Genieten kan je leren, bedenk ik me en het is aan ons om kinderen ruim baan te geven  vanaf het prilste begin, als meesters van de verwondering. Ontdekken, speuren en zeker het grote ‘zien’ op het moment dat het gebeurt en daarbij vooral je zelf toestaan om met ze mee te verwonderen. Niet af te laten het kind in je zelf te zijn, als basis voor een leven lang genieten.

Uncategorized

Waar klein niet gróót in kan zijn

Op Twitter verteld Esther over haar zoon, die de knuffeltjes van de Lidl zo geweldig vindt en meer praat dan ooit met het zachte fruit in zijn handen. Ik reis in gedachten af naar de groep die ik voor de kerstvakantie nog begeleidde en die elke vezel aan liefde in mij wakker kriebelde door de bijzonderheid van haar samenstelling. Het was een klein groepje van 17 kinderen. Klein genoeg om ze te leren kennen en groot genoeg om ze te laten vieren. Precies het juiste aantal om ze de ruimte te geven, die ze zo nodig hadden.

Er zaten drie kinderen in, die qua bijzonder zijn er uit sprongen. Een meisje, die me nauwelijks aankeek. Ze zat links tegenover me in de kring en had dan ook haar linker schouder hoger opgetrokken dan de rechter, met haar koppie scheef. Alsof ze er achter weg kon kruipen. Vanachter die schouderronding wierp ze haar steelse blikken op mij, terwijl haar haar hielp om een sluik gordijntje dicht te schuiven.

Een jongen zat onder mijn grijparm, dat was nodig bleek, omdat hij de neiging had om bij alles wat hij zei en zeker als hij er super enthousiast van werd, op te springen en juichend zijn verhaal te doen, daarbij vertelden zijn armen en handen het verhaal uitgebreid mee, terwijl hij enkele stappen zetten, steeds verder naar het midden van de kring. Grijparmpje corrigeerde hem af en toe sussend. ‘Ga maar lekker zitten, lieverd’ wat hij dan deed, om vervolgens weer op te springen in een telkens opdraaiend enthousiasme tot gillens toe. Soms vielen zijn droomogen stil en gleed hij een andere wereld binnen.

Er zat een jongen links van me in de kring. Wat verderop. Hij had een brilletje op. Dat brilletje gleed tot aan het puntje van zijn neus en maakte het hem mogelijk om er achter te verdwijnen door tegen de dikke montuurbalkjes aan te kijken of er al draaiend met zijn ogen wat ongericht er boven zijn wereld te observeren. Voortdurend was hij met de kleine ongemerkte afleidingen met zichzelf bezig. Een veter die los hing, een ritslipje dat bungelde, een snottebel die naar beneden kwam zeilen, een haar die voor zijn ogen piekte. Maar uit dat schijnbaar mistige niets dook frequent een opmerking op, die volledig hout sneed en de spijker op de kop sloeg bij een vraag of een filosofietje.

Bij alle drie nam de wereld haar eigen verloop doordat hun bekers om kieperden, de broodtrommels omvielen, deksels kwijt raakten, puzzelstukken spoorloos verdwenen, bouwwerken niet bleven staan, kinderen boos werden om …Ja waarom eigenlijk. Hun armen wapperden, hun benen schoten spontaan uit in een dans van zalige onwetendheid en leverde zo telkens weer een spitsroeden lopen op met die andere wereld, waar de anderen zo’n andere invulling aan het geheel gaven. De groep accepteerde mijn drie kleine hollewaaien met al die onbevangen liefde die kinderen eigen is.

015

Uit mijn leren-is-leuk-koffertje kwam op een dag het kleine groene Happertje tevoorschijn. Hij was een beetje verlegen en misschien ook wel een beetje bang. Happertje was groen en lustte alleen maar groen. Van gras tot groene blokken, crêpepapier tot groene truien, het maakte niet uit. Dat was wel een beetje vreemd. Happertje wist dat en daarom was ie verlegen. Vanaf het moment dat zijn groene snuit om de rand van de koffer keek, schoven de gordijntjes van het meisje opzij, rechtte ze haar rug en volgde hem met grote interesse.

IMG_8937Paardenbloemen voor Happertje

Na een poosje vroeg ze aan me of ze Happertje even vast mocht houden. ‘Tuurlijk lieverd. Dat vindt hij hartstikke leuk!’ Met Happertje kwamen de verhalen, vertaald naar zijn kleine groene persoonlijkheid. Wat hij allemaal durfde en vooral ook wat niet en wat hij prachtig vond of heel erg eng. Dankzij Happertje werd ons contact een innige beleving die ik, nu noodgedwongen thuis, tot op de dag koester. Ik ga haar straks, aan het eind van de inval, Happertje meegeven. Vanaf dag één waren ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

024Happertje met zijn vrienden Oma en muis

Zo innig veilig kan een klein, in de groene ecoline gevallen, handpop zijn. Oorspronkelijk een draakje, en nu een gulzig, onbeschermd, verlegen, groen Happertje, die dank zij haar goede zorgen de wereld aankan. Waar klein niet gróót in kan zijn.

 

Uncategorized

Ware vriendschap verloochent zich niet

Er stond al een paar weken een ontmoeting gepland met mijn lieve vriendinnetje. Zoals gewoonlijk met lieve onbesproken verbonden hadden we te weinig tijd voor elkaar. Dat was niet een kwestie van keuzes, keuzes keuzes, maar meer het opgeslokt worden door een systeem dat onderwijs heet en weinig gaten overlaat in het privéleven van de juffen onder ons.

Krokusvakantie en dus zeeën van tijd. Ik begrijp door deze vakantie eens te meer, dat het geen lentevakantie moet heten, nu de Noordpool beer zijn stempel drukt op alle fronten. Overal giert de poolkou door heen. Elke handeling verstart bij het aanblazen van de ijskoude wind. Handschoenen kunnen niet dik genoeg zijn en dassen niet hoog genoeg opgesjord, de mutsen over voorhoofden getrokken. Het leven gluurt je tegemoet.

Het was maar een miniem eindje lopen. Voor een revaliderende hartenkoningin was de afstand heel goed te doen, maar voor de longlijder in mij was de snijdende wind een funeste kompaan. Dwars door alle aangedane longblazen heen, maakte ze het doorstappen onmogelijk en vroeg een aantal keren om te stoppen om op adem te komen. Ik had al een paar dagen het lied van Herman van Veen in mijn hoofd en dan met name een paar regels: ‘Overal is er die snijdende wind, die ons in elk portiek weer vindt.’ Wat hou ik van een treffende verbeelding. In al die jaren had het niet aan kracht ingeboet. De wereld kwam toegesneld door de bril van mijn jonge jaren met dit lied van lang geleden.

Ik stapte door het grote velours gordijn heen de grote knusse ruimte binnen. Er was een tafel gereserveerd voor twee, vernuftig afgescheiden van een stelletje door een simpele verhoging met een plant erop. Meer was er niet nodig om een intieme sfeer te kweken. Vriendin kwam binnen in een grote brede warme lach van vreugde. Gemis viel in stukken op de grond en maanden werden overvleugeld in treffende vragen, opluisterende voorvallen en anekdotes. Tijd werd geslecht in luttele seconden.

IMG_2358.jpg

Het was zo’n treffen, waarbij het niet uitmaakt hoe lang de leemte heeft geduurd, want de verbondenheid nam onmiddellijk het voortouw en vulde de gaten van de lacune die ontstaan waren door het feit dat onze wegen zich eens moesten scheiden. Gek genoeg werd het gemis schrijnender naarmate ze werd overbrugd en opgevuld. Ergens in  mijn achterhoofd zong de mantra, dat het nóóit meer zo lang mocht duren.

Ineens kwam in een flits nog een langer geleden verleden aankloppen. Ze schoot me aan in een wolk van oplichtende ogen met en opgetogen vraag, of ik was, wie ik was. Zij was in ieder geval een muziekstagiaire van toen en het duurde even, maar toen vielen de flarden weer samen tot een volledig beeld, wat opmerkelijk was. Kennelijk hadden we indruk gemaakt op elkaar, want langzaam kwam het bijbehorende genieten op volle sterkte mee omhoog!

IMG_2357.jpg

Zo werd een kleine lunch in een gemoedelijk en respectabel biologisch restaurant tot een aangenaam verpozen omdat heden en verleden samensmolten. Het heeft stof gegeven voor honderden andere gedachten, films en veelheid in mijn hoofd, terwijl de warme herinnering aan het verleden door een andere deur naar binnen viel. Henk Westbroek zong ooit ‘Vriendschap is een illusie’, maar ware vriendschap verloochent zich niet.

 

 

Uncategorized

Gekoesterd als nooit te voren

Een tijd geleden gebeurde er iets desastreus. In volkomen onachtzaamheid, iets wat vaker gebeurde als gedachten de realiteit even lieten verdwijnen. Ik raakte mijn kleine kunstenaarsoog kwijt. De kleine Ixus was uit mijn tas geglipt op weg naar een ander, misschien wel een beter leven. Natuurlijk waren broertjes Canon, groot en klein, er om het leed op te vangen, al treurden ze zwijgend, maar ze konden de dragelijke lichtheid(variatie op een thema)niet vervangen. Beide lieten me torsen, waar de Ixus me vlinderlicht door de schoonheid van het leven leidde.

IMG_2355

Een tijd lang koesterde ik nog de wens dat, via de sociale media, men op zoek zou gaan naar de achtergebleven zwijgende beelden van het gemis, al wist ik niet meer wat. Langzaam aan verbleekte de herinnering en daarmee het bestaan. Als je maar lang genoeg verdwenen bent, is het tijd voor een herijking van de waarde. In mijn dromen draalde ik onrustig met lege handen en legde beelden vast in koortsige schetsen ten einde een wringende vervanging. Het mocht niet baten. Eens verloren, altijd verloren. Langzaam krulden de hoeken sepia om.

Voorlopig zwijmelden de broertjes om het hardst om maar de belangrijkste plek in te mogen nemen. De kleinbeeld won, vanwege dat klein, maar toch nog altijd reusachtig als ik het vergeleek met…Nee, niet meer aan denken. geen geld voor een nieuwe, dus we moesten het met de broertjes stellen. Ze deden hun uiterste best en hebben heel wat belevenissen vastgelegd, samen met de onvolprezen iPhone, ook handzaam maar te vergelijken? Nou nee.

Gisteren wilde ik de foto’s van de kleine broer invoeren in mijn PC. Daar had ik een kabeltje voor nodig. Dat kabeltje was in dat fluïdum van onwetendheid terecht gekomen. Ik speurde naarstig het hele huis af. Fruitschalen, boekenstapels, bedspijlen, tijdschriften werden opgetild, uitgeplozen, nauwkeurig aan een onderzoek blootgesteld en ten einde raad pakte ik de draagtas van grote broer. In tomeloze drift ging elke rits open. Ineens voelde ik aan de voorkant een oneffenheid. Daar zal je hem hebben, bedacht ik opgewekt, het kabeltje indachtig. Ik graaide in het vak en diepte uit haar krochten tot mijn grote verbazing de verloren gewaande Ixus op. Als een kind zo blij!

IMG_7026.jpg

Dat was ik en vandaag heb ik achter elkaar te pas en te onpas elke stap in de natuur, met zussen, zilte zee en zon vastgelegd. Meer dan ooit te voren voegde de Ixus, eindelijk uit haar benarde donkere dagen bevrijd, zich naar mijn hand. ‘Ouderdom komt met gebreken’, fluisterde mijn moeder over mijn schouder heen, waar zus schaduwrijk uit het zonovergoten strandvenster stapte. ‘ Had je de Heilige Antonius wel aangeroepen’. Haar glimlach trok breed en zonnig over het rimpelloze water heen.

IMG_7033.jpg

Als het denkhoofd in werking treedt, vooral dan, verdwijnen er beelden, afspraken en spullen naar onnavolgbare gebieden. Ik probeer me zo bewust mogelijk te zijn van de zorgvuldig uitgekozen opbergplek, maar het is alsof de duvel er mee speelt. Juist dan verdwijnt die belangrijke vindplaats uit mijn hoofd. Knoop in je zakdoek. Ooit heb ik een vergeetdagboek bijgehouden omdat ik bang was dat er misschien sprake was van juveniele dementie of een andere vorm van vergeetachtigheid. Tot mijn grote vreugde sloot dat experiment dergelijke oorzaken uit. De vergeetachtigheid had vooral en met name te maken met te veel dingen aan het hoofd. Als dat gedachtegoed door elkaar heen ging krioelen, raakten er dingen op een tweede, derde of vierde plan en in het ergste geval in de vergetelheid. Zoals de kleine Ixus.

IMG_7031.JPG

Maar er gloort hoop aan de horizon, want in rustiger tijden komen ze altijd weer boven water, geheel zelfstandig, als ze uitgemokt zijn onder de veronachtzaamheid van ons, eigenaren. Daarna gaan ze weer volop in bedrijf en weten zich gekoesterd als nooit te voren!

 

 

 

Uncategorized

Lang leve Mies

In superlatieven is afscheid genomen van Mies, vaker nog, onze Mies Bouwman. In de jaren dat de beeldbuis nog een fenomeen was en ik opgroeide met snottebellen en kapotte kinderknietjes op een kluitje, kwam ze langszij. Ze werd gekozen via een presentatietest. Haar vader was secretaris van de KRO. Het bijzondere aan Mies Bouwman, iets wat ontegenzeggelijk haar grote kenmerk was en is gebleven, is haar warme stemgeluid.

Hannie Lips (1960)

Maar mijn enige echte oermoeder van de televisie is met stip toch echt tante Hannie. Wikipedia leert mij dat ze Mies Bouwman in 1954 opvolgde, maar mijn bescheiden kijkkastervaring starte pas aan het eind van de jaren vijftig. Iemand die naar je zwaait, zwaait zich regelrecht in een kinderhart, dat doen luchtkusjes, boksen, high fiven en zeker zwaaihanden dwars door de aether heen. Het spatte van de beeldbuis af, haar olijke blik en de handen!

Elke woensdagmiddag zaten we met de hele straat voor de buis, bij buurvrouw van Eijndt in spanning te wachten tot het begon en slaakten een zucht van spijt als Hannie ons uitzwaaide. Dag lieve kinderen…. Daar kon  je een hele schoolweek met liefde op teren.  Op woensdag verdwenen muizenissen met de komst van Tante Hannie en haar programma’s als sneeuw voor de zon. Aan het einde van Dappere Dodo en Okkie Trooy zwaaiden we haar na met het hele groepje. Dag, dag… In de wetenschap dat er volgende week weer zo’n heerlijke middag kwam. Woensdagmiddag was voor mijn onbezorgde kinderhart vroeger de zondag van de week.

Onze Mies, na ‘Open het dorp’ werd ze van iedereen, was groots bij dit soort familiale gebeurtenissen. Haar oprechte emoties klonken door in de uitputtingsslag die ze leverde bij de grote inzamelingsactie. Ik kan me, ergens vaag in mijn hippiehoofd, nog wat verzet herinneren, waarbij de vraag rees, of een dorp met alleen maar gehandicapten wel het juiste doel beoogde. Het was dan ook een openbaring dat ze mee deed aan een satirisch programma als ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’.  Eigenlijk was dat de Mies, die ik graag uitgebouwd had willen zien. Een tante met een licht vileine ondertoon, maar ze was teveel van het grote publiek en dus wat minder van mij. De bal werd weer netjes teruggekaatst in haar gekozen hoofdrol..

Mies is 88 jaar geworden. wat een prachtig leven heeft ze gehad. Denk ik. Want alles blijft natuurlijk een Facebook-achtige vrolijkheid in de media en alleen de dood van haar man zorgde voor een stevige kink in het schijnbaar zorgeloze bestaan. Mies was voor mij een van de mensen die het gezicht vormden van de Nederlandse televisie. Maar ik had meer met de kritische Sonja Barend, die mij triggerde in het denken en gevoelsmatig dan weer top was en dan weer totaal niet strookte met wat ik dacht. Ze bleef mijn gemoederen bezig houden en ik geloof dat daar de uitdaging lag.

Mies heeft mijn vader en vooral mijn moeder heel wat avonden fijne televisie bezorgd en daar ben ik haar dankbaar voor. Ze heeft een fantastisch leven geleid, voor zover we daar zicht op hadden en de roem en de eer gekregen die ze verdiende. Nee, ik ben niet verdrietig en verslagen. Ik ben trots op mensen die het gelukt is, om er te mogen zijn. Die naam hebben gemaakt bij het grote publiek. Net zo goed als ik trots ben op de kleine mensen, zoals mijn moeder, die groots en meelevend naam heeft gemaakt bij haar eigen publiek. Mijn moeder werd zeventig. 88 zou welkom en gezegend zijn geweest in mijn optiek. Dood is een afsluiting van wat óf prachtig was óf te verguizen. Hoe fijn is het als je er met een voldaan gevoel op terug kan kijken.

Mies is dood, lang leve Mies.

Uncategorized

Stof tot nadenken

Ik heb net uitzending gemist Door het hart van China teruggekeken. Het was de laatste tocht van Ruben Terlou in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Zo lijkt het. Men wil van een ‘Made in China’ naar het veel doordachter en hoogstaander ‘Create in China’. Niet langer zijn ze de meesters van het kopiëren van westerse vernuftigheden, maar timmeren ze zelf aan de weg wat betreft technische hoogstandjes.

De jongens die hun hele ziel en zaligheid hebben gelegd in hun bedrijfje om elektrische auto’s uit te bouwen, snelheidsduivels met een stekker in de hand of elektronicawinkeltjes onder een dak die meer vernuft met zich meedragen dan hier ooit op eenzelfde vierkante meter gevonden is.

Wat me overdonderd achterlaat zijn bepaalde begrippen, die zijn blijven hangen. De vrouw in Macau die de ‘Lege plekken in de geschiedenis’ noemt, omdat op het vaste land van China bepaalde openbare artikelen verwijderd worden, die als ongewenst worden beschouwd door de overheid. ‘Lege plekken in de geschiedenis’. Uitgegumd, te niet gedaan en dus verloochend. Het is een doemscenario, die eigenlijk een ver van mijn bed show lijkt, maar die om de hoek van onze wereld al bestaat. Wat een last om te dragen voor de bewoners van Macau, die weten dat met elke stap van een nieuwe inwoner van het ‘vaste land van China, die de plek inneemt van een Macauer, de veiligheid van een eigen cultuur en het bewaken van de privacy wordt afgebrokkeld.

Xi Jinping Sept. 19, 2012.jpgXi Jinping

Als Ruben aan het eind van zijn documentaire de reis nog eens in beelden langsloopt, de prachtige foto’s die hij gemaakt heeft van alle wonderlijke ontmoetingen in dat grote fascinerende land, snap ik zijn bevlogenheid, maar als ik dan bedenk dat president Xi Jinping de weg heeft gevonden om oneindig lang de macht naar zich toe te kunnen trekken, beangstigt het nog meer. Het vaste land van China pocht met haar veiligheid en is, met al haar camera’s, gezichtsherkenning, rugzakregistratie, censuur op het geschreven woord, een van de meest onveilige plekken ter wereld geworden voor het persoonlijke individu. Mijn hart bloedt, daar waar leven niet langer schoonheid en beleving is, maar geleefd wordt door de overheid.

1984first.jpg

Met het vijf keer overtreden van de voetgangersregels word je in Shenzehn beschouwd als een misdadiger. De sociale kredietwaardigheid wordt je afgenomen en je bent een paria geworden. Daar is de controle volledig doorgeslagen. Is dat het voorland van heel China. Big Brother is bijna een lachertje. Ze halen het boek 1984 aan, waar het ministerie van liefde martelt om toegewijde onderdanen te krijgen en het individu gebroken wordt.

IMG_2087.jpg

Wij zijn argeloze levensaanbidders van het kleine postzegeltje dat onze omgeving behelst, waar wetten die van het leven zelf zijn en schoonheid onze harten verwarmt,  waar de liefde voor onze medemens omarmd wordt. Wij slapen elke nacht nog in de wetenschap dat geschiedenis geschreven wordt en voor altijd blijvend en onuitwisbaar is. De indrukwekkende reis van Ruben laat zien dat in een land de meest oorspronkelijke cultuur naast een geavanceerde ontwikkeling kan leven, grenzen vervagen en tijd wordt overbrugd en zelfs teniet gedaan in een razend tempo.

Mijn enige houvast is Ruben zelf, die met de grootst mogelijke integriteit voor alle bewoners, zijn beleving vastlegt en daarmee ons een inzicht geeft in een nieuwe werkelijkheid en voeding geeft aan de gedachte vooral het individu en daarmee onze persoonlijkheid te koesteren als het hoogste goed. De wereld gebouwd op kracht en creativiteit in plaats van macht en de verwording tot een stereotype maatschappij door geestelijke armoede. Stof tot nadenken.

 

Uncategorized

Alles wat er toe doet

Bij Brain Pickings van Maria Popova kwam ik dit opmerkelijke verhaal tegen.

Ronald Clark maakt ons deelgenoot van zijn opmerkelijke jeugd. Hij groeide op temidden van de New York Public Library, waar zijn vader de huisbewaarder van was. Het hele gezin woonde in de bibliotheek en de kinderen leefden, speelden en werkten tussen de boeken.  Voor leesfanaten een Luiletterland. De rijstebrijbergen van boeken garandeerden kleine leesfanaaltjes. Ronald Clark werd er een van. ‘Waar je mee omgaat word je mee besmet’ en zo was het maar net, maar dan ten goede gekeerd.

016Kinderliteratuurmuseum Den Haag

Onze hele jeugd was de kleine huisbibliotheek in de Elsstraat een belangrijk begrip. Mijn moeder ging trouw iedere twee weken een nieuwe voorraad boeken halen. Wij mochten mee uitzoeken en er werd geen strobreed in de weg gelegd, wat betreft de keuze van boeken. Het was een blindelings vertrouwen. Juist doordat dat er was, werd het niet beschaamd. Hoe meer de nadruk werd gelegd op het niet mogen, hoe sneller ik het als kind eens wilde uitproberen. Bij haar antirookbeleid was ze helaas veel te fanatiek.

Mijn liefde voor het woord resulteerde in het feit dat ik mijn eigen bibliotheekje aan ging schaffen. Boek voor boek sprokkelde ik bij elkaar, zoals een ander zijn of haar muziekcollectie, alhoewel de langspeelplaten getuigen van een poging in die richting. Bij boeken was ik veel consequenter. Die moesten er komen, als ik op de een of andere manier ook maar dacht dat het een aanvulling zou vormen op de schoonheid van het leven of dat het inspiratie zou leveren voor mijn eigen handelen. Goede recensies waren van levensbelang en de mond op mond reclame. Hoogtepunten van de leeshonger waren er, vooral gevoed door studie en werk.

Kinderliteratuur werd een van de stokpaardjes. Niets mooiers bestaat er dan filosofie voor kinderen, in de meest pure vorm die er bestaat, via het kind zelf. Gelukkig zijn er talloze van dergelijke boeken verschenen. De kunst ervan is om voor elk niveau de informatie erin te stoppen, leeftijdloze boeken, grenzeloze boeken, eeuwloze boeken met verhalen die te allen tijde hun waarde behouden. Het woord tot kunst verheven.

Spannend vind ik het iedere keer weer, als ik een theaterstuk ga bekijken dat geënt is op een boek. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Als regisseur moet je van goed huize komen om de strekking in enkele rake lijnen neer te zetten. Juweeltjes heb ik gezien van de verhalen van Toon van Tellegen, waarbij diepere lagen nauwelijks omzeild kunnen worden. Het verhaal zelf is in haar eenvoud zo’n diepganger, dat het nauwelijks stuk kan. Het raken van de juiste snaar, daar draait alles om, bij elk verhaal, elk gedicht, elk woord zelfs. Zodra het roert, ben ik verkocht. Het is de voeding voor mijn eigen weergave. In die zin ben ik, weliswaar niet letterlijk maar toch, net als Ronald Clark opgegroeid in het land der letteren.

IMG_2174

Het vormt straks een klein belemmering. Waar moet ik mijn kostbare inspiratiebronnen huisvesten als ik naar iets kleiner wil. Het atelier op zolder, de slaapkamer en de huiskamer hebben alledrie een wand vol kunstschatten. Die kan ik op een klein appartement niet kwijt, of ik moet net als Ronald Clark de wanden voeden en daarmee mijzelf met een bibliotheek als woning. Leven tussen de boeken, het pure rijke leven. Vooralsnog moet er maar eerst een schifting aan vooraf gaan. Alleen wat er toe doet…Is dat hier in huis niet alles wat geschreven is?

 

Uncategorized

Al mijn wolven huilden mee

Vandaag kwam ik hem meerdere malen tegen. Vroeger zei men het al. Homo homini lupus: ‘De mens is de mens een wolf’. Annie M.G. wist het al lang en had voor haar lieve dolende medemens een prachtige heen-en-weerwolf uitgevonden en hem vastgeketend aan zijn bootje in de mist. Wolven moeten  komen opdoemen, zodra die in woonwijken lopen is de geheimzinnigheid eraf en worden het makke schapen. Wil de wolf zijn mysterie behouden dan moet hij bij zijn sprookjesverhalen blijven of plotseling te voorschijn komen, out of the blue, totaal onverwachts.

De wolf haalt een wit voetje

Mijn eerste kennismaking met het dier was natuurlijk in de sprookjes van Grimm en Andersen.  Ik verdacht de geniepige wolf van de zeven geitjes van een ware slachtpartij onder alle sprookjesfiguren uit de boeken. Die snoodaard deinsde nergens voor terug. Het zou me niets verbazen als het ook nog eens tot een hanengevecht met de wolf van roodkapje was gekomen. Wolven waren niet te vertrouwen en zeker deze niet. Wie zo uitgekiend is om eerst een witte zogenaamde moedergeitenpoot op de vensterbank te leggen had vast en zeker veel meer op zijn kerfstok. Leerde mij als kind het karakter van de wolf kennen na Roodkapje en de drie biggetjes.

don bosco

Mijn vertrouwen groeide weer omdat hij, in het stripboek van Don Bosco, het enige dat we zonder restrictie mochten lezen als jonkie, iedere keer als redder in de nood op kwam duiken als Don Bosco zich in een penibele situatie bevond. De grijze, hij hield het midden tussen hond en wolf, verdedigde de priester tot op het bot. Wat een held, zo’n wolfshond wilde ik ooit.

Vandaag liep hij los bij Hoevelaken. Dan ben je een wolf en zou je alle woeste Veluwezomen kunnen bewandelen of diep in de bossen schuilen en dan presteer je het om bij Hoevelaken de juiste afslag te missen. Een beetje wolf had dat toch anders kunnen bedenken. Het zijn de wolven uit de sprookjesboeken niet meer. Veeleer is het imago van de heen-en-weerwolf op hem van toepassing, die tegen beter weten in zijn pontje van de ene naar de andere kant van de rivier laat varen en verlangt naar menselijk gezelschap.

PlukPluk en de Heen-en-WeerWolf

Ik was gek op de wereldvreemde weifelende ‘woeste’ wolf in zijn lange regenjas met hoed. Vertederende blijdschap voer mijn hart binnen toen hij zijn bootje had opgetuigd met guirlandes, omdat Pluk weerom zou komen. Alleen al het idee was voldoende om hem jaren lang verder te laten varen in de verhalen aan mijn kinderen. Pluk stond met stip, dankzij zijn aanwezigheid, op een.  Zijn grote verdienste was het feit dat hij bij mist voer en zo bleef beantwoorden aan de ongrijpbaarheid van de wolf.

Vandaag was de dag dat ik voor het eerst met de pont mee voer van Vreeswijk naar Vianen. Het leek alsof de varende pont, waar wij op aan het wachten waren, over het water vloog, met als steun in de rug de ijskoude snerpende Noorderwind. Niets was minder waar. De schipper compleet met baard, scheepspet en babbels zette er de kuierlatten onder met zijn motortje. Heen en weer voeren wij en een associatie met Annie en haar eenzame wolf bleef enkel nog hangen op de handeling, om direct gevolgd te worden door een associatie met de Pontvaarder van DRS P.  Zie je wel. De mens is de mens een wolf, dankzij Annie M.G. Schmidt en haar meesterlijke versie en de stadse wolf uit het nieuws. Al mijn wolven huilden mee.

 

Uncategorized

De laatste kraal

‘Ik zou zo graag een ketting rijgen, maar ik kan de draad niet krijgen…’ Wat schuilt er in een mens toch een wonderlijk vermogen om in een volkomen afwijkende associatie te belanden.

Twee zalen vol mensen, die allemaal hun eigen relatie hebben opgebouwd tijdens het leven met die ene persoon, waar het allemaal om draaide die dag. Zijn leven dat zo abrupt, na een maandenlang ziekbed, eindigde. Toch onverwacht, toch volkomen tegengesteld in de lijn der verwachtingen, ook al waren de prognoses moeizaam en vreesde men herhaaldelijk. Hij overwon alle obstakels tot de wil overvallen werd door een onoplettendheid, die hij zelf niet in de hand had. Hij raakte in de war.

017

Ik moest aan de ketting denken omdat het enorm druk was op het afscheid. Ieder van die mensen had even of wat langer opgelopen met hem, ieder van hen was een kleine of grotere kraal geweest aan de ketting, een kiezel op zijn pad, de weg, die hij gegaan had. Bij het laatste ritueel, het afscheid gevangen in een bloem, die bij hem werd neergelegd, reeg de ketting zich aaneen tot het snoer dat oneindig leek. Is dat de flits die je in het uur van de dood in beelden gevangen terug zal zien.

2016-03-20

Er gebeurde nog iets opmerkelijks. Bij alle duizend doden die ik uitgestaan heb tijdens vorige droeve begrafenissen trok het hele arsenaal aan me voorbij en pochte verdriet met al haar andere verdrietigheden, waardoor het een zware en heftige ervaring werd. Of het door de entourage van het zalencomplex kwam weet ik niet, de kist stond prominent voorin, de bloemen eromheen geschikt, het was niet anders dan in een kathedrale omgeving, maar toch. Geen glas in lood dat gedachten uit elkaar liet springen in honderden minuscule vertakkingen, geen wolk wierook die een bevlogenheid met zich mee bracht, maar heel veel sprekers, die allen hun eigen parel aan dat snoer regen. Ik zou zo graag…. Het lied ging maar niet uit mijn hoofd.

Alle vrienden waren er, de familie die ik zo goed kende, het lief en leed in alle vertegenwoordigers was aanwezig. De woorden van de kinderen, die hun vader moesten missen sneed de gebruikelijke kerven in mijn ziel, waar eigen kinderen al eerder met dit bijltje hadden gehakt en nog steeds spaanders bij elkaar vegen om het beeld te helen. De woorden van zijn vrouw, dapper en sterk, ondanks de pijn, een knop om, zegt iedereen, een bovenmenselijke kracht denk ik, die gemis kan verwoorden, dat niet te vangen is, gevoel dat als een sluier zielen bindt. Zij hier en hij daar, een grens te ver en toch bereikbaar, de kracht van het verbonden zijn.

048

De pijn welt op, verdwijnt, zwelt aan en verdwijnt in opgerakelde herinneringen. De wijn, de broodjes, maar vooral de eigen bijna doodervaring is daar debet aan, begrijp ik nu. De aanvaarding van het feit, dat alles eindig is. Dát zorgt voor de andere insteek, het lied dat door mijn hoofd heen spookt, waar anderen, die daar aan het rijgen zijn, ook mijn levenssnoer voor een gedeelte rijgen. Dat besef ten voeten uit, niet de entourage, niet het aantal doden, niet de bloemenzee, maar de bewustwording van de eindigheid en een snoer dat ooit de laatste kraal zal rijgen

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Weer een stralende dag op rij. Hoeveel zonuren mag een mens meemaken op een koude winterdag. Er lopen heel veel werklieden rond de flat. Ze blazen stuk voor stuk kleine tekstballonnetjes uit. Hun woorden waaien weg in de drukte, of in het heien of in het boren of in het geschreeuw zelf. Ze ploegen zich een weg door modder of bikkelharde grond, zoals nu, in de vroege ochtend, als de zon nog niet haar warmte heeft kunnen delen.

IMG_2089.jpgDikke das en jas…

Ze trekken hun mutsen diep over de oren. Dat daaronder diepe fronsen liggen, wordt duidelijk als je de versmalde oogopslag ziet, die peilend de situatie van elkaar en de werkplek in de gaten houdt. Ze hebben de twee bomen, waarom ze dikke buizen moeten vernieuwen of leggen, naarstig met houten stambeschermers omkleedt. Wat slordig, de oude kastanje heeft haar kleedje met een sleep meegekregen. Er om heen, een allesbehalve veilige situatie, zwermen de schoolkinderen op hun fietsen of huppelend aan de hand van hun ouders. De honden die uitgelaten worden kijken wat misprijzend naar het aantal meters, dat voorheen een mals en groen grasveld was, maar waar nu de ijzeren platen het gras dieper de modder induwen. Tegels liggen klaar. De omgeving wordt straks gelijk aangepast. Het nutteloze groen zal straks een alleraardigst doorloopje worden met plukjes gras , in plaats van lappen.

IMG_1998.jpgStralende winterdag

Mijn verbazing geldt de mannen. Ik heb het altijd stervens koud. Hoe warm ik me ook kleed, het eindigt altijd in een blauwdruk van mijn eigen persoon, zo’n winterdag. De vingers, de handen zijn van een doorschijnende ouderdom die niet strookt met wat de kalenderjaren aangeven. Om over de neus nog maar te zwijgen. Als het even kan is het de graadmeter bij uitstek voor opkomende vorst. Bij de minste daling van het aantal graden celcius is neus van de partij. Mijn voeten corresponderen met wat neus aangeeft. Tenen liggen bij het minste of geringste piezeltje koude los in de schoenen. Dat verwacht ik. Iedere keer als ik de kistjes uittrek ben ik verbaasd, dat ze gewoon nog vast zitten.

Dit fenomeen ken ik eigenlijk al mijn hele leven. Ik was een ramp op mijn Friese doorlopers. Doordat de koude niet alleen om mij heen maar ook in mij was geslopen en het hele buizenstelsel had uitgeschakeld, was het gevoel nergens meer aanwezig. Met mijn ijskoude vingers kreeg ik geeen fatsoenlijke strik of knoop in de onhandelbaar lange katoenen veters en op het ijzer van mijn schaats, had zich binnen enkele seconden een laagje ijs vast gezet waar de gevoelloze voeten in de gummi laarzen sneller van af gleden dan ze er op stonden. Met mijn tenen had ik geen enkele grip meer op de situatie, die waren een geworden met de bevroren geitenharen sokken in die zelfde laarsjes. Zelfs de dikke krantenbubbels in de oude afgedankte lange broeken van mijn broers voelden koud en stug aan, onhandelbare bobbels die nog meer belemmerden. O onbehaaglijkheid, uw naam is vrieskou!

3 paar Mountain Peak  thermosokken

Natuurlijk heb ik alle nieuwe snufjes uitgeprobeerd, die daarna in rap tempo op de markt kwamen, maar kennelijk heeft mijn lijf een ingebouwde antenne om alles wat anti-vries is qua werking te niet te doen. Wintervacht in laarzen is aan mij niet besteed, thermo-ondergoed doet op geen enkele wijze wat het belooft, extra sokken, extra wanten omspannen liefdevol de ijskoude klompjes onherkenbaar paars en doorschijnen wit aan het eind van de middag. Alleen de schoonheid en de liefde daarvoor weten me tot op het bot te verwarmen en omarmen. Daar heb ik gelukkig genoeg van om me heen. Chapeau voor de mannen van de werkvloer in hun ijzige koude en voor iedereen die onvervaart alles wat koude is met het grote gemak trotseert.

Ik versla de kou wel met het woord door het glas heen of met een wandeling, die net voldoende is om snel weer op te kunnen warmen en niet te doortrekken van ijzige vrieskou. De winter, als de zon schijnt is het fantastisch, zolang er maar opwarmertjes in de buurt zijn, letterlijk en figuurlijk.

Uncategorized

In eigen tijd en eigen uur

Op de site van het literatuurmuseum vind ik een artikel van de hand van Bregje Hofstede. Ze schrijft over de Algemene Begraafplaats in Bergen waar ze toevallig was en de namen van bekende schrijvers en schilders vond. Tegelijkertijd realiseerde ze zich, bij het graf van Lucebert, dat hier niets terug te vinden was van de schilder zelf. Niets om hem heen, zelfs zijn eigen ontworpen grafsculptuur, roerde haar hart of beroerde de Lucebert in haar. Ik stelde mij zo voor dat het bij vorm en vulling bleef en niet bij voeding. Vindt de dode in het leven. Bregje vindt hem jaren later bij zijn oude verweesde schildersezel in het archief van het literatuur museum en het doet haar denken aan een oude man. In vogelvlucht schiet het aandenken aan verdiende ouderdomstotems aan haar voorbij. Met haar beelden roert ze mij. Zo werkt dat dus. In mijn gedachte sta ik voor die oude schildersezel en voel het gemis aan de rand van het graf, waar alleen die stoffelijkheid ten grave is gedragen. Daar huist de dood, maar niet het leven.

011

Het is een mooie queeste. In het kader van het overlijden van de zanger van onze band zie ik hem overal. In de herinneringen die hij oproept en  losmaakt, de nog bijna warm van leven gevormde verhalen in de grote oude zaal, de wijze waarop hij gedragen wordt door het geroezemoes, de steelse blikken, met als lichtend voorbeeld zijn vrouw en kinderen en het verdrietige leeg in hun ogen. Hij is hier overal in de mensen die met hem zijn opgelopen, leven met hem hebben gedeeld, intens of zijdelings, waar hij betekenis door kreeg en betekenis aan kon geven. In mijn geest staan elk woord en elk gebaar tijdens de optredens, tijdens de oefenavonden in het geheugen gegrift. De onderlijnde tekst is ongeduldig, humorvol, ontroerd, afgemeten, ondeugend, genietend, gemoedelijk. Karakteristiek geven ze gestalte aan zijn persoonlijkheid. Zijn persoonlijkheid voor mij. Voor ieder van ons is men van een verschillende waarde. Dáár is de dode terug te vinden.

Toen de vader van de kinderen zo plotseling wegtrok uit het leven vol van liefde en pijn zochten we jaar en dag naar kleine relikwieën in de nalatenschap van zijn bestaan. We vonden hem in een tafelkleed, dat uit zijn huis vandaan kwam, een kabinet, een armband, een ritueel als hamburgers met sperziebonen en meer nog in de woorden die doorklonken als Koek en Ouwe en in de immer weer tranentrekkende herinnering door de cd’s van Zjef Vanuytsel en Tracey Chapman. Ik vond hem terug in verhalen over morgensterren.  Hij trok met hen langs het grof vuil om een gevonden schat aan een verwaarloosd leven te onttrekken en er voor te zorgen dat het als nieuw de schuur verliet. Zijn verlangen liet zich vangen in beelden van oude Nortons, een vergeelde foto als stille getuige van iets wat een van zijn grootste wensen was geweest. Maar meer nog hervond ik de ruimhartige denker in de kinderen terug. In de manier waarop ze naar het leven kijken en er in wonen, hoe ze delen, samen helen tot de man die hun vormer was.

Ons leed is jaren her, we hebben naast het beeld het gemis gestalte weten te geven, maar wennen doet het nooit. Het open staan voor elke ontmoeting, ook al is het ver over grenzen heen, zorgt ervoor, dat ieder, op den duur, de ezel vindt die bij de dode past.. Op een dag. In eigen tijd en eigen uur.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Als je er maar voor open staat

Dromen in detail, wat een wonderlijke gewaarwording., net nog heeft iemand hele grote schuurwanden vol met kruiden gehangen, die moesten drogen. We moesten alert zijn op teken Die bleken zo groot als stevige kakkerlakken. Ja, ja. daar moet je het dan mee doen. iemand anders was hout aan het verzamelen en overal werden van die stilistische Woonmagazine plaatjes gemaakt. Ton sur ton rood bijvoorbeeld of een antieke fauteuil tegen een achtergrond van velours. Tapijten op de grond uit de grijze oudheid, waar de stalen in het museum van Amelisweerd niet bij zouden misstaan. De entourage was onbeholpen, wat agrarisch met houtvuren en grote ketels, soms hippie-achtig. De ruimte was enorm, ook om te dwalen. Misschien lag daar het antwoord in bestorven.

001

Of beperk je ruimte of vergroot hem. Aan mij de oplossing van deze puzzel. Of gewoon een droom en verder niets, geen uitduiding, maar een platte beleving. Nou geloof ik dar nooit in. Alles is van waarde. Dat bleek gisteren wel weer, toen ik mijn ziel had uitgeschreven en de vele reacties erop kreeg. Wat mooi, wat het heeft losgemaakt. Dat iedereen daar wel mee uit de voeten kon en uiteindelijk ik het weer een plek kon geven. Dat zijn de kostbare momenten in het bestaan, die we mogen koesteren. Noem het wijsheid, noem het filosofie, maar het gaat over de grens van de norm heen. Durven te zijn is een gegeven op zich. Het valt niet onder de noemer klagen, het valt niet onder de noemer aandacht vragen, maar het is een waarheid van het moment. Er gebeurt van alles om ons heen. Morgen kan het anders zijn.

IMG_2028.jpg

Een waarheid als een koe is, dat ik buiten deze geestelijke verlichtende schrobbering, enorme behoefte heb aan lichamelijke inspanning. De fysio moet deze week toch echt wel op gang komen, anders ‘kuier’ ik met ferme tred richting sportschool,. Niet alleen het lijf slibt dicht, maar ook de geest. Ze krijgt vullingen waar ik geen vermoeden van had. Het is de hoogste tijd voor de balans.

Kan een dergelijke mijmering verlichtend werken. Jazeker. Als  we toestaan, dat de schellen van de ogen vallen en dat ook durven beamen, is er weer een lichtend pad. De antwoorden klinken door in de wijze raad of de vele harten onder de riem. Ze zijn niet aan leeftijd gebonden. Het heeft alles te maken met een beleving en die kan willekeurig plaats vinden op welke leeftijd dan ook. Je hebt wijze engelen van dertig naast stokoude argelozen. De tijd om erover te peinzen is in alle voegen aanwezig. Tijd is een onbeperkt gegeven deze dagen. Het zorgt ervoor, dat ik iedereen wat meer prime time met zichzelf toewens. Ook al heb je het razend druk, ben je ‘onmisbaar'(een discutabel begrip) dan nog zou er ergens ruimte en tijd moeten zijn voor wat vruchtbare gedachtespinsels.

IMG_1938.jpg

Door de tijd ingehaald kan ik jullie dat als goede raad in ieder geval mee geven. Ik heb zeeën van tijd voor zolang het duurt. Dat is die onberekenbare, niet te missen factor, waar we te allen tijden rekening mee dienen te houden. Voor het te laat is. Wat wil ik zeggen voor het te laat is. In de reclame wordt het plat, maar de intentie is waar. Zeg tegen elkaar wat je voelt en geef de ander de gelegenheid om er iets mee te doen. Omdat het herkenbaar is, omdat we elkaar zullen ontmoeten op dat punt, zoals een wijze vriendin gisteren influisterde, omdat we daar de verbondenheid kunnen voelen van mens tot mens. Die ruimte geven is ontvangen. Ruimte dus, een droom die bewaarheid wordt, alles valt te duiden, als je er maar open voor staat.

Uncategorized

Élke trede telt

‘Wat zie je er goed uit’. Wat voor je is, kan ook tegen je gaan werken. Ik zie er  niet ziek uit. Hoe beroerd ik me ook voel, er komt altijd een klein beetje make-up om de hoek kijken waardoor ik, dankzij wat gestifte lippen, er uitziet als het toonbeeld van rust, in de ruimste zin van het woord.

‘Een goed verstaander heeft een half woord nodig’, zei mijn moeder al. Dan denk ik aan het onzekere glimmertje in mijn ogen, de onrust in het lijf, de gierende longblazen, de denderende bloedvaten, het kloppend hart en de verborgen ongeleide projectielen van gedachten die door de kop schieten. Dat zou je kunnen zien, als je me kent. Mijn kinderen prikken er doorheen, alsof het bordpapier is en leggen in enkele streken de ware aard bloot. ‘Ach ja, onkruid vergaat niet’, lach ik terug op de opmerking. Dat dus. Wanneer durf ik de hele litanie aan klaagzangen open te trekken om te vertellen hoe het echt met me gaat. Wat ik voel, hoe groot de gedachtewereld is waar ik me in begeef, wat dat met me doet en de bevrijding die het woord me geeft. Ondergeschikt aan het onderwerp slik ik mijn eigen wereld in en ga mee in die andere. De wereld van verdriet.

Embarrassment made by lemvanderlinden  acryl on canvas

Het overkomt me vaker dan me lief is. Ik ben er zo door van mijn à propos, dat ik vergeet dat ik naar het Hart van China kan kijken. Terwijl ik op de bank zit en zapp weet ik dat er iets belangrijks op televisie is, dat ik wil zien, maar ik kom er op dat moment niet op. Ik ben in de war. Niet om wat deze week het leven in haar beperking heeft neergezet, maar om die verstop-theorie van mezelf en het totaal ondergeschikt willen zijn aan alles wat erger lijkt, dan jou overkomen is.

Het besef kwam, toen ik een verhaal op Twitter las, van een man die zijn beklag deed, omdat hij zich gebruikt voelde door zijn vrouw. Hij had ooit haar dwingende levensstijl als een warm bad ervaren, omschreef zichzelf als de man met de dingetjes, die er niet toededen en die zij ook niet zo mooi vond. Hij genoot van haar mooie spullen, haar kamer, haar huis. Alles ging in zijn leven volgens haar wensen en toen dat leven voor een groot deel vervuld was, kwam er een spannende collega op haar pad. De goedzak, die alles altijd helemaal geweldig en goed vond, werd aan de kant gezet. Zijn beklag was het gevolg. Mijn reactie was als de reclame van ‘geschikt of ongeschikt’, waarbij het laatste vlak werd ingekleurd. Je had er op kunnen zitten wachten. De verbazing was er hooguit om het feit dat het zo lang duurde, eer deze omslag kwam. (de kinderen waren inmiddels pubers). Niet zij, maar hij had zichzelf gebruikt, had aangeleund tegen alles wat zij te bieden had, behaaglijk en comfortabel, zonder zelf keuzes te hoeven maken en stappen te moeten zetten.De beste man had zichzelf, lang geleden, in de steek gelaten en plukte nu de wrange vruchten van een leven zonder ruggengraat.

ro;trap stedelijk museum

In die categorie schaal ik het leven niet. Genoeg om te bestaan en eigen keuzes te maken. De spiegel die voorgehouden wordt is helder. Het wegcijferen in welke orde van grootte dan ook, werkt verwarrend. ‘Hoe gaat het met je’ gewoon beantwoorden met de werkelijke staat van zijn en niet met een makkelijke beleefdheidsfrase is de eerste stap in die richting. Het benoemen van de onrust, de onzekerheid, het wantrouwen jegens het eigen lijf, is het antwoord waar men recht op heeft. Zij, die het uit oprechte belangstelling vragen en zij,  die het uit beleefdheid vragen en door de eerlijkheid zullen worden wakker geschud.

Het leven zoals het komt, in alle facetten, van klein tot groot, van miniem tot ongehoord en het besef dat élke trede telt.

 

 

 

Uncategorized

De hele Oosterkade lang

Toch de kuierlatten weer aangedaan en naar het Centraal Museum getogen gisteren. Utrecht lag er zonovergoten bij en ik had zo’n behoefte aan wat mooie schilderstreken op een doek en wat geestelijke lafenis. Het was gehannes bij de audiotour. Wat er ook gebeurde, ik bleef het geluid niet door de meegeleverde koptelefoon horen. Weg met de overtollige ballast aan verhaal en uitleg, ik ga het wel voelen, was mijn impuls en de koptelefoontje kon weer tegen de circa vijftig andere aanleunen. Ze werden niet gretig afgenomen.

Het is er altijd een beetje donker, zelfs in de vernieuwde zalen. De schilderijen en sculpturen worden liefdevol en bezorgd toegedekt door het omfloerste licht. Alsof ik weer klein ben en met mijn moeder mee huppel naar het ondergrondse gewelf, waar in hetzelfde geheimzinnige licht en in een adembenemende geur het eeuwenoude schip de jaren lag te overbruggen. Onmiddellijk was er de sluier van heimelijkheid en nam dwalende beelden in mijn hoofd mee. Vikingen zag ik niet, veel eerder de nimfen en de witte wieven die er rond spookten. Ik ging iedere keer dapper de confrontatie aan, al klopte het hart me in de keel en wachtte ik op het spannende moment dat snijdende geur en het doembeeld samen zouden vallen.  Niets was angstaanjagender en tegelijkertijd heroïscher dan dit aardedonkere doorzetten. Weten en trotseren in een adem genoemd.

IMG_2046.jpg

Tussen de zalen door overvalt het stralende zonlicht en het alledaagse in de schoonheid van de Utrechtse Singel of de binnentuin met het terras. Alsof het een abrupt onttrekken is aan de  mijmering en de afreis naar die tijden van weleer. Even losgescheurd zie ik de kleine kinderen lopen in tulen rokjes met hun toverstaf in de aanslag en nieuwsgierig naderend achter het glazen frame. Ze spiegelen mijn verbaasdheid en turen ongelovig naar binnen. Als ze weer afdwalen wandelt er een deel van mij met ze mee. Is het een verjaardagsfeestje? Bij de volgende stap duik ik weer het schemer in en laaf me aan de schoonheid van vooral Citroen en Toorop, die veel meer aan mijn ziel trekken dan Koch en Willink. De grof gevulde doeken van Charley spreken vooral haar emotie uit, de harde lijnen die de kaken verbeten vooruit steken en de doordringende oogopslag de wereld in slingeren, heel anders dan het tere en breekbare strelen van Paul Citroen.

IMG_2040.jpgPaul Citroen

Na drie zalen is de koek op. Ik kan niet meer. Stil zitten en peinzen bij Koch’s meest indringende werk, die ik  al vaker bij verschillende tentoonstellingen had mogen bewonderen en die het waard blijven om hun uitnodigende entree te aanvaarden en af te reizen naar weleer. Het zijn de vier jaargetijden. Tere en ingetogen voorstellingen van de naderende periode. Je voelt de winterkou, de discrepantie van het pasgeboren lam en zijn hoeder in zijn sombere kleurstelling doen bevroeden dat deze nieuwe lente het niet heeft overleeft, de kracht van een uitbundige zomer en de levendigheid van de goudgele herfst laten geen twijfel bestaan. Peinzend verlaat ik de ruimte. Er kan geen verbeelding meer bij.

IMG_2087.jpg

Een dan nog, het absurdisme van een 3 D-etalage onderweg naar de auto lokt en ik ga de uitdaging aan. Een toetje, dat als glimlach besterft, de hele Oosterkade lang.

Uncategorized

Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand

Terwijl ik gisteren met een vriendin een al maanden gekoesterde wens aan het inwilligen was, gebeurden er op hetzelfde ogenblik zoveel paralellen aan leven. Wonderlijk genoeg kwam dat besef al bij de ene boom, die alle aandacht opeiste te midden van zijn goudgele omlijsting. Met eerbied en liefde keek ik naar haar krachtige uitstraling en kon niet anders beamen, dan dat zij het toonbeeld was van de kracht van de Solitude en kreeg ze wat ze verdiende: De volle glorie.

037.jpg

Op hetzelfde moment dat dat beeld deel werd van mijn leven, worstelde op een andere plek een gezin met het einde van een titanenstrijd van hun held. Ze had maandenlang geduurd en daarmee in ieders hart de hoop gevestigd, dat het leven een winnaar toebehoorde, zonder vraagtekens, zonder twijfel. Iemand die het lot aanvocht en zijn opgegeven strijd nog maanden voort kon schuiven, verdiende die volle glorie. Maar toen de donkere schaduw met zijn zeis het lichaam niet breken kon, sloop hij achterom en overmeesterde de ratio. De pijn sijpelde binnen onder het bekijken van de foto’s  van die grote Soesterduinen stilte en bleef hangen in haar pijn en grief.

014

Litlle grains of sand scheppen samen met de miljoenen waterdruppels de planeet die aarde heet, ik had ze die middag zien glanzen in hun natuurlijke eenvoud en in hun kracht van de vereniging. De uitgestrekte vlakten met de Magritte lucht erboven kiemden dat stille verlangen naar verdichtsel en schreven woorden in mijn hoofd. Het gesprek was er een van diepgang en gemijmer, hier en daar een filosofisch schuren, dat de omgeving wakker schudde en het bijbehorende gevoel van dankbaarheid ten opzichte van het leven zelf los weekte. Door de diepe dalen gegaan, afhankelijk van niet meer dan het lijf, dat onderging en de wil, die vocht om het bestaan.

Als we vroeger drensden en dreinden en luid riepen ‘Ik wil niet’ haalde mijn moeder een wijze boodschap aan: ‘Kan niet ligt op het kerkhof en Wil niet ligt er naast’. Daarbij duwde ze onverhoopt de vermaledijde zemen lap of stofzuigerslede in onze handen en hadden we maar te gaan. Alles behoorde tot de onbegrensde mogelijkheden als je maar wilde en het ten uitvoer bracht. Gisteren, nog niet op die grote stille zandvlakte, maar even daarna, wist ik heel zeker, dat mijn moeder het niet bij het juiste eind had. In haar optiek en toen misschien wel. Ze hadden immers de oorlog overleefd en de wederopbouw met haar bergen en dalen, de armoede  verslagen en de problemen in alle toonaarden getackeld. Maar op mijn veilige stek, een hoek van de bank, met mijn tekenboekjes, dagboeken, laptop, telefoon onder handbereik, kwam de boodschap binnen in het oplichtende venster, de letters zwart op wit en nauwelijks te bevatten.

‘Hij is omringd door liefde heen gegaan.’ Dat wist ik, die liefde, dat zachte bed om leed te dragen, de handen ineen, huid tegen huid om het verdriet te vangen en vast te houden met elkaar. Letterlijk een draagbaar voor verdriet.

019

Zo weeft zich de tijd voort. Schoonheid krijgt nog meer betekenis door haar kracht van de verbeelding die passen bij het beeld in mijn hoofd van de machtige eenzame strijder daar bovenop zijn heuvel. In mijn beleving zal hij daar van nu af aan altijd het symbool voor zijn. Een titanenstrijd, met de moed en de onuitwisbare wilskracht om te leven voor zijn liefde, zijn vrouw en de kinderen, maar ook om de levenslust die in hem woedde en hem de dood strijdvaardig diep in de ogen liet kijken, zodat die niet anders kon, dan slinkse paden te bewandelen om hem sluipend te overvallen met de genadeklap. Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand.

Uncategorized

Als dat geen genezing is

Toorop schijnt te hebben opgemerkt, dat het portret zich niet moet gaan ‘verbeelden’, dat het zelf wat is. Dat is alleen door mij, die het gemaakt heeft!’ Karin van Lieverlo noemt het in ‘Atelier’ van deze maand een spannende wisselwerking tussen waarheid en illusie, dat de relatie tekent tussen model en portrettist. Daar moet ik over nadenken. Ze doelt met name op het portret dat Van Toorop tekende van koningin Emma. Verbeelden heb ik tussen aanhalingstekens gezet. Wat een mooie en subtiele woordspeling. Ik hoop dat het een letterlijk citaat is, want in dat verbeelden schuilt de opperste kracht van de opmerking.

Is het de weergave van Toorop, zijn liefde voor de af te beelden persoon, zijn intentie om een gevoel te vangen, de kracht van de markante uitstraling neer te zetten, is het zijn opperste emotie die daar op het papier verschijnt? Of begint het al met de keuze van het materiaal om al deze gevoelens in te vangen. Bij Koningin Emma blijft er meesterlijke afstandelijkheid, een koningin waardig, tussen mij en haar hangen, maar komt de kunstenaar in rap tempo binnen mijn gevoelswereld. Wat een held, wat een beheersing en oog voor detail en dan met name de kleine aspecten van de menselijkheid, die gevangen worden in de oogopslag achter de spiegelende brillenglazen en in de ragfijne dunne kanten sluier om haar hoofd gevleid, vastgepind aan haar wijze haren, de bezegeling van haar status, Eminence Grise pur sang.

Hoe anders is de beleving bij de portretten van  Dumas, die al je emoties tot in hun grondvesten doen beven en ze stuwt tot grote hoogten. Een ontmoeting met een portret van Dumas is snakken naar adem, is het grijpen naar intense, maar vastomlijnde zekerheden. Begrippen, die er voor zorgen dat het gevoel niet aan de haal gaat en mee verdrinkt met de wanhoop die uit haar doeken schreeuwt. Munch met zijn ‘De Schreeuw’ blijft ook zo dicht bij het verscheurd zijn door het moment. Dát weten vast te leggen, die ene aanraking van een seconde, waarin de hele wereld samen balt, zo meesterlijk en soms zo afschuwelijk om te doorgronden.

Bij de werken van Pushwagner zorgt de afwezigheid van de emotie in zijn doeken en tekeningen voor de heftigheid waarmee het binnenkomt. Ik dacht dat ik gek werd. Ik had daar als een dweil uitgevloerd op de grond kunnen gaan liggen, als ik verbeeld had hoe ik me op dat moment voelde. Uitgewrongen, letterlijk. de maakbaarheid van de wanhoop in al haar facetten lag in die tentoonstelling voor me uitgespreid. Naakte waarheid ten voeten uit, of het gevaar van die waarheid. Het denken in stereotypen, het denken in hokken. Ik was de ontvanger, mijn antenne stond wijd open voor Pushwagners zwarte doemwereld. Tegelijkertijd raakte ik geïntrigeerd naar het waarom van deze kunstenaar. Wat maakte het dat hij zo diep ging en zichzelf voor een groot deel verloor in zijn eigen schepping.

schrijven waspit

Ik kan me verliezen in schoonheid en kleur, in poëzie die een afbeelding wekt. Mijn heerlijkste ervaring van het afgelopen jaar was zonder twijfel de ‘schrijversopdracht’ om bij een zelfgekozen schilderij van een van de impressionisten op een tentoonstelling in het Haags Museum te gaan zitten en me te identificeren met een personage, die op het doek stond afgebeeld. Ik koos Breitner, een van mijn grote liefdes. Zo één te worden met de tijdsgeest, die daar weerlegd is op het doek. Een eigen verhaal, een beeld te mogen scheppen van je diepste individuele beleving was een waar cadeau. Nooit eerder had ik vanuit die invalshoek naar een schilderij gekeken. Vragen als ‘Wat is de bedoeling van het meisje, wat denkt ze, waarom is ze zo gehaast. Interpreteer ik haar gang wel op de juiste manier. Zou er nog wat anders achter kunnen steken. Is het wel haast of schort ze de rokken op vanwege de ‘onzichtbare’ modder op de grond’ volgden elkaar in hoog tempo op en er kwam een verhaal en een gedicht uit voort.

Kunst moet, kunst voedt. Het wordt weer eens tijd voor een museum. Ik voel het. Er is niets, wat zo helend werkt als die prachtige uitingen, die mijn gevoel aanraken. Letterlijk een aanhaken aan Het Leven. Als dat geen genezing is.

Uncategorized

Even geen paraplu meer nodig

Onder moeders paraplu leef ik, zegt de bedrijfsarts. Met een uitstraling van de gedecideerdheid van een juf Ank ijvert ze zich, om voor mij de perceptie van de kwaal ontvankelijker te maken. Daar was die paraplu voor nodig. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes…’ Ik hield stijf de geboden paraplu van strohalmen vast, waar ze zojuist een aantal beren in de juiste stelling had gebracht en haalde opgelucht adem. Die beren waren gevoeligheden die familiair waren en die garant stonden voor het leggen van knopen in onder andere hart, longen, schildklier en gewrichten. Het was het antwoord op mijn ongeloof, dat een deel van de medische wetenschap nog steeds het lijf in segmenten opdeelde. De afdeling Cardio werkt op een eiland. COPD werd volstrekt buiten het plaatje van de aandoening gehouden. Nu tekende ze een mooie paraplu met daaronder het veld, waar mijn lichaam in woorden samen viel tot een geheel. Weer keek ze me aan met een blik van iemand die de wetenschap in pacht heeft. Ik was Janneke, kleine Janneke en ik hield niet alleen de paraplu, maar ook denkbeeldige Hannes stevig vast.

Bij een waterproject op school, dat ik, nu ik erover nadenk, aan ‘Huppel, de waterdruppel’ had moeten ophangen, verdiepten we ons in de loop van de waterleidingen van school. Op onze blote zomerknieën liepen we de buizen na, die met het blote oog te volgen waren. De kruipruimte werd geopend en met een zaklamp speurden we de ondergrondse gewelven naarstig af naar de loop van het riool. Het was een spannende en avontuurlijke onderneming. Het lied van ‘Onder moeders paraplu’ was de binnenkomer geweest en al gauw waren we ingewijd in de effecten van kletsen, klateren, druppelen, gieten, sproeien, gorgelen, tikken en meer van dat soort dingen waar een heleboel waterdruppels bij elkaar zich voor lenen. Natuurlijk moest een en ander proefondervindelijk ervaren worden. Ik had zes doorzichtige paraplu’s op de kop getikt voor een habbekrats.

Onder hilarische bewondering werden de diverse vormen uitgeprobeerd. Een hogedrukspuit kletterde met verve op de plastic kappen, een gieter gieterde haar vaardigheden er lustig op  los, hoeveel druppels gaan er in een milliliter, met een pipet was klusje zo geklaard. Hoe zachtjes tikt de regen. Onder begeleiding van Rob de Nijs orgelde de plantenspuit het waterconcert mee. Met glimmende regenlaarzen dansten ze een waterballet,  waar Gene Kelly niet in had misstaan. ‘Ik zing in de regen, ik zing in de regen, wat heerlijk is dit en ach, niemand houdt me tegen…'(op de bekende wijs). Daar hadden we de paraplu’s ook voor nodig. Met Acrylverf maakten de kinderen er hun hele eigen versie van waterpret van en het resultaat was verbluffend, vertederend op het podium en ontroerend.

Paraplu’s in Stadskanaal, Willem Caspers

Terwijl ik wacht op de ergometrie, pen ik deze associatie met mijn eigen juffrouw Ank haastig neer. Zonde om aan deze paraplu met mooie herinneringen voorbij te gaan. Straks zit ik op de fiets, waar officieel een looptest was afgesproken, omdat het voor de COPDer in mij moeizamer zou zijn. Hokjes dus. Luisteren naar kleine Janneke is nog een dingetje, daar in Cardioland. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf. Hartslag en bloeddruk zijn laag. Een nieuw probleem doemt op. Hoe verhouden medicijnen zich tot elkaar. Daar had juf Ank ook al over gerept. Mijn medicijnencocktails voor hart en longen bevatten elkaars antagonisten. De oorzaak van deze nieuwe ellende wellicht, maar voor nu is het welletjes. Buiten schijnt de zon. Even geen paraplu meer nodig.

Uncategorized

Leed is betrekkelijk

Daar stonden we dan. Onze blikken wisselden werelden van verdriet en leed uit, met die vleug van levensdrang, die zo nodig is om te allen tijde op de rit te blijven.. Daarnet was ik nog naarstig op zoek geweest naar de pesto en was aan het dubben tussen dat of de pimentpasta. Nog voor ik de keuze had kunnen maken, schoot ze me aan. Het ene moment hangt de wereld nog van kleine beslommeringen aan elkaar en het volgende moment sta je met dat levensgrote wereldvraagstuk in je armen. Hoe vertrouw je straks  weer op eigen kracht dat lijf, dat je zo buitensporig in de steek gelaten heeft.

308

Mijn problemen waren kiezels vergeleken met die van haar, dacht ik. Oneffenheden in de borst ontdekt, aan de bel getrokken en nu al geopereerd. Een halve heelheid, die het vuur in haar ogen niet had geblust. Ik had er drie nachten slapeloosheid op zitten, waarschijnlijk door een reactie op de medicijnen. Per vandaag werden die omgezet in een ander nog uit het hoofd te leren begrip. De angst bleef zweven rond de onzekere factor en het betere giswerk. Stel je voor, dat het nu niet….of dat de stent aan het wandelen was gegaan. Was dat überhaupt mogelijk. Waar kwam die diffuse hoofdpijn vandaan, gek voor iemand die dat nooit heeft, de hartkloppingen, dat cardiogezwabber midden in de nacht.

Haar dochter was erbij en wierp zich op als haar moeders hoeder. Een maand daarvoor hadden haar moeder en ik elkaar omhelsd in een weerzien na jaren tussen dezelfde schappen. De afspraak stond om elkaar te bellen in de lente als tuinen ontwaken in groei en bloei, met plannen om het zevenblad en ander biologisch om te buigen onkruid ter consumptie te gelde te maken. Nu viel er even niet zo veel meer om te denken, omdat de naakte feiten klip en klaar op ons bord lagen. Een falend hart en een succesvolle tumor. We moesten op wilskracht de doem ombuigen in mogelijkheden voor een beloftevolle toekomst in het onpeilbare verschiet. Ze zag er prachtig en uitgerust uit, tikje mager in het gezicht. in de zachte omlijsting van haar witte mohair sjaal.

 Richard Westall, Het zwaard van Damocles, 1812

Dochter luisterde, afzijdig maar nauwlettend, ze hoorde elk woord. Wat is de overeenkomst tussen twee gebutste zielen. De herkenning met name. Ons kent ons. Mijn moeder zou zeggen: Elk huisje heeft haar kruisje. Eerst dacht ik ‘Elke gek heeft zijn gebrek’, maar die vlag dekte deze lading niet. Dat was immers een, door genen, drank of drugs, gestuurde waarheid. Het kruis kwam ongevraagd en onbedoeld, een zwaard van Damocles dat neerdaalde.

Filosofie tussen de winkelschappen, kom daar maar eens om. Het meeste leed wordt tussen neus en lippen door verkondigd en vindt vaker haar weg tussen de specerijen of het blik. De boodschap ketste even terug, als een pingpongbal, tegen de potten met Basilicum sauzen voor de pasta en de plastic emmertjes saté saus. Het hart onder de riem voor ons beiden was bij het afscheid de glimlachende belofte aan elkaar dat we straks op onze knieën het onkruid, dat ons leven binnen kwam, tot in de kleinste vezels minutieus zullen uitroeien en weg verlangen.

 We omhelzen elkaar, zij met haar chemo in het verschiet en ik met mijn batterij aan bloedverdunners en bloeddrukverlagers. Tot gauw en tot later, als het leven weer groeit en bloeit. Haar dochter van dertien lacht me toe. Nog een heel leven te gaan.  Al het leed is betrekkelijk, als je het vergelijkt met dat van een ander.

Uncategorized

Alweer een nieuw begin

Als het nieuws slechts met flarden binnen komt waaien, omdat ik niet iedere dag meer met de auto op een vast tijdstip weg moet en dan ook de lokale radio niet meer hoor, mis je ongemerkt veel van dat alledaagse bestaan. Zo kwam ik vanmiddag om een uur of drie buiten en kwam tot de ontdekking dat ze een van de drie imposante bomen hierachter hadden omgezaagd, Twee kastanjes stonden er nog, maar ik vrees ook voor een van hen. De omgehakte boom was een lievelingsboom, omdat haar verschijning, buiten haar rode herfstpracht en de vlinderlichte zomerbladeren,  herinneringen omlijsten, die zonder moeite in het voorbij gaan, aan kwamen waaien. Minimaal twee keer per dag fluisterde ik een diepe gedachte terug.

De schrik was dan ook groot. Op de plek waar ooit de Acer in haar volle glorie stond, wortelde slechts een, tot een paar centimeter boven de grond afgezaagde stomp. Te laag om er een alternatieve denkplek van te maken, te kort afgezaagd om het om te vormen tot een overpeinzingsmonument. De kandelabbers er naast ritselden wat bedeesd met hun kale takken toen ik, zichtbaar aangeslagen, het kille scherp gesneden vlak aanschouwde. Net nog het symbool van vriendin lief, dat betekenis aan deze schoonheid had gegeven en nu niet anders dan een abrupte koude plek, Vasalis noemde het al ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

In huis staat geen altaartje voor mijn dolende zielen, maar in de boekenkast op de slaapkamer, ‘alleen tussen mijn boeken wil ik wonen’, als variatie op een thema, staat ze glimlachend het wat chaotische leven gade te slaan. Ik hoef maar peinzend naar haar afbeelding te staren en de ingevingen komen zich ruimschoots aandienen. Het kleine witte vredesduifje met een stokje door zijn borst, poetst haar zachte, wijze blik extra op, zoals Acer dat deed in de herfst, als zij met haar uitbundige rode gloeien een ode bracht aan de goedheid en wijze kracht. Een gelijkgestemde ziel, die ware vriendschap duidde.

Het was een bijzondere en wonderlijk beleving in dat laatste jaar voor haar dood, als ik het statige oude herenhuis in ging en ze me ontving in de mooie herkenbare keuken. Daar had de tijd stil gestaan met de granieten aanrecht en de art deco tegels, de houten kastjes en de blik, ooghoogte, op de benen van argeloze voorbijgangers. Een huis met een souterrain en de warme gezelligheid van pruttelende koffie. In vele andere toonaarden verstilde daar het leven. De hoge ramen, de krakende vloer, de prachtige stenen objecten van een bevriende beeldhouwer, volmaakt in hun vorm.

1218

Eerst kropen we dicht bij elkaar op de bank, angsten delen. Loslaten op hoog niveau, want hoe nu verder met zoon en man in de leegte, die ze achterliet. Komt tijd, komt raad. Een zucht en stil verdriet om wat er nog te missen viel.  De thee was troost en warm, daarna de wandeling, het kuieren, ja toen ook, ze kon geen stap meer harder met het uitgeteerde lijf. Een zonnestraal, een maagdelijke zwaan, de roodborst boven de koude grond in het struweel. Het waren haar juwelen naar de oneindigheid, die straks te wachten stond. Eerst sneerde de tumor met een sluipend bijten en trekken, dan met een laffe valse overrompelende triomf. Toen ik haar vaarwel wenste, stond die grauwe zeismaaier al aan haar voeteneind en wachtte met het geduld der eeuwigheid. Hij had de tijd.

Ik ben voorgoed mijn Acer kwijt, verdoofd en wat ontheemd, teer ik op en in. Alweer een nieuw begin.

 

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

‘Kip ik heb je’, zou mijn moeder zeggen. Na de zoveelste nachtelijke woelpartij met een  hoofd, dat maar niet stopt met denken, ben ik er achter, waarom slaap ten enenmale verre van mij blijft, terwijl het toch de hoogste tijd is.  Het is eigenlijk zo simpel als wat, maar ik was er bij lange na nog niet opgekomen, ware het niet dat ik de focus wilde verleggen van lijf naar totaal andere algoritmes.

In de slapeloze nacht ligt de focus altijd op het hart, alsof van binnen met argusogen gelet wordt op ritme, pijn, druk en alles wat een hart maar uit het evenwicht zou kunnen brengen. Met andere woorden het hart zwelgt tot oneindige hoogte. Het feit dat ik er voortdurend tijd en aandacht aan kan geven, komt doordat ik eenvoudigweg niet moe genoeg ben. Let wel, sinds mijn nadagen, het leven is tegenwoordig opgedeeld in voordagen en nadagen, ben ik oneindig moe. Intens zwaar in hoofd en bot en spier, maar dat is de weefselkant van mij. Die andere kant, de prikkelzoekende, de ontvankelijke, de associërende, de creatieve, de scheppende krijgt te weinig uitdagende voeding. Ik mag niet meer dan één wandelingetje maken per dag.

002

Stiekem snoep ik er kilometers bij door het spanningsveld met vernieuwing uit te breiden en wegen te bewandelen die niet alledaags zijn of door bezoek te ontvangen, meer dan ik mijn hele leven hier thuis ontvangen heb, maar de dorst naar ervaring en verwondering is daar niet mee te lessen. Ik kom te kort. Laptop en televisie zijn bliksemafleiders, even als mijn tijdschriften en kranten, ja zelfs een online blikopener als tekencursus op de bank uit te voeren is niet voldoende. Ze halen het niet met de interactie die een schoolleven opwerpt of het tussen de andere mensen zijn.

Vanmiddag voelde ik heel sterk de behoefte om zomaar alleen ergens in een restaurantje neer te strijken, dagboek in de aanslag, om deze dorst te lessen. Je zou zeggen, dat er prikkels genoeg zijn, maar toch…Even heerlijk brainstormen om een project vorm te geven, het verhaal te verzinnen, een pakkende openingsscène te bedenken. De hilariteit met de voorpret en daarna de deadline, die koortsachtig decorstukken en kleding bij elkaar laat zoeken, gedichten, verhalen, liedjes, het hele scala aan vindingrijkheid aanspreekt en openbreekt. Op die toppen wil ik voort en dan weet ik, dat ik daarna moe genoeg ben om te stoppen met alleen maar lijfelijke lamgeslagenheid en een onrustig woelen. Dat is het wezenlijke verschil tussen een tredmolen die een uitputtingsslag teweeg brengt of het ervaren en ontdekken van ongekende mogelijkheden.

050

Mijn voedingsbodem voor een creatieve geest is te abrupt onder me weggeslagen. Ik was  aan het afbouwen, maar de snelheid waarmee het nu geslecht werd, sloeg een gat. Van 200 % actie naar 20 % actie is letterlijk een aderlating, waar mijn liefdevolle mensenhart te kort werd gedaan. Die kransslagader mag dan wel gerepareerd zijn, maar er is een hoeveelheid aan stopborden geplaatst, die vooralsnog te belemmerend werken om in een verkwikkende slaap te vallen.

Ik was al naarstig op zoek naar iets anders, naast het schilderen wat te inspannend bleek en het schrijven waar de concentratie  en de discipline voor ontbrak en had reeds breipennen en wol aangeschaft. Gelukkig handhaaft zich mijn uitlaatklep bij uitstek voor de dolende gedachten die zich iedere dag trouw aandient, tegenwoordig vaker ’s nachts dus.

Met deze verhelderende gedachte kan ik leven, want daar valt aan te tornen. Als ik niet naar het proces kan, haal ik het proces wel in huis. Om het even hoe. Komt tijd, komt raad. Voor nu, lekker slapen en de geest scherpen. Ik ben er klaar voor.