Uncategorized

Zeg het met bloemen

Er stonden twee ‘Taschen’ boeken tussen de nieuwkomers. Picasso en Cézanne in een klap voor de somma van 12 euro. Geen geld natuurlijk. Na een korte overweging nam ik ze mee. Het boek ‘Oei, ik groei’ waar ik eigenlijk naar op zoek was, vond ik niet.

Even daarvoor was ik aangewipt bij de jongste spruit. Als een heerlijk helder manneke lag ie in de door zon verlichte vriendelijke kamer en straalde tevredenheid uit. Kleine geluidjes getuigden ervan. Heerlijk jong leven en nog zo piepklein. Maar hij groeide goed. Er zijn periodes dat je ze wel ouder wilt kijken. Zou hij straks de krullen krijgen die toebehoren aan de schoonfamilie. Zou hij die kleine bruine knikkertjes van ogen behouden, zou hij…Gedachten sprongen alle kanten op. Geduld was een schone zaak. Ze werden snel genoeg groot.

cezanne

Bij de kassa graaide ik naar mijn portemonnee. Het kleine rugtasje zorgde er wonderlijk genoeg voor, dat er toch dingen verdwenen in de diepte. Nu was het lijdend voorwerp wel heel ver weggezakt. Nergens te vinden. Ze zat vast in de andere tas, die thuis aan de stoel hing of ze was in de auto eruit gegleden. Ik verontschuldigde me bij de vrouw achter de kassa, die beloofde ze nog even vast te houden. Als het lang duurde, mocht ze ze weer terug zetten, want als ik naar huis moest, kwam ik er niet meer voor terug.

Thuis gooide ik de deuren open en wandelde Pluis naar buiten. Onze binnenstebuitenpoes vond het heerlijk op het balkon. Omdat de twee boeken me vaag bekend voorkwamen stortte ik me op de stapel kunstboeken. En jawel. Cézanne lag bovenop Monet en Picasso ontwaarde ik helemaal onder aan de stapel. Pfff. Het lot, karma, de voorzienigheid of welke buitenaardse kracht ook, hadden me gered van het aanschaffen van twee overbodige boeken. Men zij geloofd en geprezen.

’s Avonds stortten we ons op de zonnebloemen van van Gogh. Officieel de laatste avond. De dikke klodders waren niet droog, dus ik legde er geen oil-out over. Het maakte het schilderen stroever. Eerst de achtergrond, dan de stelen en de vaas. Een echte klassieker. Vaas met bloemen. Het doel was schilderen naar waarneming, dat gebeurde en ik was er zelf niet ontevreden over. Ik hou van kwast en paletmes. Ze kwamen letterlijk goed uit de verf. Heel anders dan het grote doek van de buuf, die een detail uitvergrootte tot een knallende ervaring met het glorieuze geel en het paars eronder.

Voor een ander, schuchtere eerste schreden op het witte doek, is het een aarzelend begin. Ik herinner me mijn eerste keer tussen de routiniers en hoe mijn onzekerheid groeide. Niemand kon dat wegnemen. In eerste instantie lukte helemaal niets meer tot ik de vrees overwon en aan de gang ging, zonder op anderen te letten. ‘Veeg de aanname dat anderen beter zijn van je schouder’, merkt een van ons op. Het is waar.  Dat belemmerde. Doe en ga los, zet je eigen handtekening. Het zal goed komen.

‘Zonnebloemen maken vrolijk’ merkte iemand op. Dat klopte ook. Door je te verdiepen in het onderwerp, bemerk je dat je letterlijk opfleurt. Net als Van Gogh, die ze in eerste instantie schilderde voor Gauguin als finishing touch in de kleine kamer in Arles. Twee doeken hing hij op en ze werden dankbaar ontvangen. Een vriendschap die uiteindelijk sneller verwelkte dan zijn zonnebloemen zouden doen.

Ik boog me over het volgende probleem. Hoe bewaar je de transparantie als de omgeving verandert. Dat onderwerp was voor een volgende keer. In de volgende lessen gingen we met Georgia O’Keeffe aan de slag. Glad en gestroomlijnd waren haar opgeblazen bloemen, anders dan de natuurlijke eenvoud van die rossige man in het warme zuiden van Frankrijk. Ze wilde dat men de bloem ten volle zou aanschouwen. Het ingenieuze werk, de stamper, de meeldraden, de groei van de bloemblaadjes. Daarom blies ze ze op. Zodat iedereen het zou zien, een Modernist pur sang. Ze bewonderde Picasso en Cézanne  en daarmee sloot zich de cirkel voor vandaag. Toeval bestaat niet. De boeken liggen onder handbereik. Klaar om bestudeerd te worden. Zeg het met bloemen.

Uncategorized

Een oorverdovende stilte

De eerste keer een stuk zien is spannend omdat je niet weet wat er komen gaat. de tweede keer hetzelfde stuk zien is fascinerend, omdat details opvallen die je bij de eerste keer ontgaan zijn. Ik ben in de positie om dat te kunnen, dankzij mijn vrijwilligerswerk als publiieksbegeleider, een droombaan. Gisteren was de jeugdvoorstelling ‘De Nachtwaker’ gespeeld door Noël van Santen van Het Filiaal voor de scholen in Vianen in de Blauwe Zaal, dat verborgen  juweeltje van een theater in het sportcomplex Helsdingen.

Ik was er een uur van te voren. Er hoefde niets klaargezet te worden, maar bij onvoorziene omstandigheden is er nog voldoende tijd om iets te regelen. Ik moest iemand inwerken die voor het eerst was. Gelukkig was ze net zo vroeg als ik en dat was een mooie manier om met elkaar aan de praat te raken over motivatie en invulling van de te verrichten handelingen.  Er volgde een  kennismaking met de jongens van het geluid en met Noël, van het doornemen van de veiligheidsvoorschriften van het gebouw, de plek waar we de scholen zouden verzamelen. Er bleek ook begeleiding te zijn van het Filiaal zelf. Ze had informatie bij zich voor de diverse groepen, begeleidde ze naar hun stoelen in de zaal en hield het inleidende praatje. Een lief en vertrouwd gezicht kwam namens Kunst Centraal kijken. Ze had de voorstelling nog niet gezien. Warme omhelzing. Altijd fijn om elkaar te ontmoeten bij zo’n inspirerende gelegenheid.

001-6.jpg

Na de herfstvakantie was dit voor de kinderen een ongebruikelijk begin. Ze waren uitgelaten, in afwachting van wat komen ging, en babbelden honderduit. De meiden deden hun klapspelletjes met het patroon van de wapperende handen en de jongens hingen tussen de V-vormige zuilen van de hal en hielden grootspraak. Het gekwetter klom tegen de muren op en zwol aan, tot een van de leerkrachten een schel gefluit liet horen en haar stem verhief.  Mobieltjes uit, een begeleider op tien kinderen en geen wc-gang tijdens de voorstelling. Als de Rattenvanger van Hamelen liep ik voor de 150 kinderen uit, terwijl bij de deur boven mijn metgezel al stond te wachten.

002

Het podium stond klaar. Het licht ging uit. Het publiek verstomde in afwachting van wat komen ging. De nachtwaker kwam op zijn werk. Een kwartier lang keken we naar de handelingen van het Pietje Precies. We volgden de uitgestreken verrichtingen, die uiterst nauwkeurig zich tot twee keer toe herhaalden. Er werd geen woord gesproken. Kleine oneffenheden gaven aan dat er iets stond te gebeuren en voerden ongemerkt de spanning op. Daarna ontwikkelden zich allerlei gebeurtenissen,  die tot gevolg hadden dat de nachtwaker een reis maakte en avonturen beleefde met een voortrazende trein, een reuzevogel en een octopus, een wonderlijk bos en een woeste zee. Elk geluid had functie en was tot in de finesses afgestemd op het geheel. De tweede keer was de zaal veel onrustiger, maar ze leefden wel intenser mee dan bij de eerste lichting.

005

Spanningen ontlaadden zich door en masse te gillen van schrik, met lachsalvo’s. Er was een grotere interactie met de nachtwaker en zijn avontuur. Het gekrakeel bleef voortduren. De afwisseling van theater en object theater was kenmerkend voor het theatergezelschap, maar voor de kinderen een verrassing. Het feit dat je met wc-borstels een bos kon creëeren, een eye-opener. Dat gesproken woord niet nodig was een openbaring. Bij het naar buiten drommen was de spanning af te lezen aan de rode konen, de schitteringen in de ogen.  Met ongeloof merkte een van de vriendinnen op ‘En er werd geen woord gesproken…’ Druk delibrerend verlieten ze het pand via de grote trap. Wat achterbleef was een oorverdovende stilte.

Uncategorized

Zo’n verstild moment

Zuslief en ik hadden dezelfde drang. Ik appte: Wat gaan jullie doen en zij antwoordde wat ik in mijn hoofd had. ‘Is het Zee-tijd’. Nou en of. Ik had me al voorgenomen te gaan als niemand meeging. Een zus had een verjaardag maar de rest was te porren. Wassenaarse slag was hemelsbreed het dichtste bij. Het was nog altijd een uur rijden. De beloning was navenant. Het werd stralend en helder, zonnig en niet te koud. Lucht met de mooiste wolkenpartijen en zee met heerlijke grote schuimkoppen. Onstuimig maar oogverblindend, het hele strand lang. Wit, witter, witst met uitzicht op de pier en de draaimolen van Scheveningen. Van hieruit bezien een grijze nevelige Turner.

Het was het perfecte weer. De zee schuimde van tevredenheid grote witte vlokken. Vaal geelwit oogden ze op het strand tegen de woeste golven, die elkaar voorbij streefden in schoonheid en kracht. Soms spatten ze hoog op, een jubelende fontein.  Natuurschoon in oneindigheid,  zo ver als het oog reikte.

Zuslief was haar nieuwe camera aan het doorgronden. Andere zus had het juiste schoeisel in de auto laten liggen en ging halverwege terug om lekker in de zon op een bankje te ziten. Wij hadden het druk met indrinken, vastleggen en opslaan in hart en hoofd. Er zat een mijnheer op het zand in een wonderlijk stoeltje. Boven hem hing een scherm roerloos in de lucht. Als hij wat hendels bewoog met zijn handen kwam hij een stukje van de grond. Klaarblijkelijk was hij aan het oefenen. Wij liepen door en ik keek af en toe om. Ineens hing hij boven het duin in de lucht en had zijn vervoer onder controle. Een zoektocht achteraf vertelde dat het om een Grasshopper ging, een veilige manier om te leren paragliden. Het leek me fascinerend om zo vrij boven iedereen uit te torenen en een magnifiek uitzicht te hebben over land en zee. Hoger dan het hoogste duin zweefde hij heen en weer. Vreemde eend in de bijt van de meeuwen.

Aan de horizon lagen drie grote rode schepen roerloos. Zichtbare bakens. Een vrouw trotseerde kou met hoog opgestroopte broek en blote benen en kletste door het woelige water. Iemand liep met de fiets aan de hand en wandelde stevig door, verzekerd van vervoer terug door de duinen. Wassenaarse honden sprongen rond en buitelden over elkaar heen, renden uitgelaten naar de bal. De kleinsten waren kleiner dan de golven die op hen af kwamen.

Het hele strand lang waren mensen stevig aan de wandel, druk aan het praten of gaven in stille verwondering hun gedachten mee aan de zee. De vloedlijn kwam brutaler naderbij en als ze zich terugtrok sleepte ze het zand tot een rafelige voile.

IMG_1883

In het stilvallende water weerspiegelden de wolken alsof ze wilden wedijveren met de rollende golven. Ik had uren kunnen blijven turen, maar we liepen toch langzaam terug naar zuslief. Twee uur lang de kop leeg geblazen is voldoende om er een hele week tegenaan te gaan. We mijmerden over wonen aan zee en dat misschien dan de stille kracht niet meer zou werken. Ik heb een tijd aan zee gewoond en we gingen altijd na de maaltijd voor een wandeling. De echte schoonheid heb ik pas opgedaan toen ik haar wilde vangen in beeld. Met de foto’s kwam het dubbele genieten.

Vanmorgen bij het uitzoeken van de foto’s heb ik de hele middag dunnetjes overgedaan en ben ik stil gevallen bij het beeld van de rij paaltjes op het duin. Ongekende schoonheid van de eenvoud in zo’n verstild moment.

Uncategorized

Het was me het dagje wel

Gisteren begon de dag met een groot mysterie. Spalk was zoek. Hoe ik ook zocht en waar ik ook keek, hij was in geen velden of wegen te bekennen. Ik riep de heilige Antonius aan, haalde alle vergeetplekken voor de geest, overwoog elke mogelijkheid, maar ik vond hem niet. Dan maar zonder spalk naar het tweede om zoonlief  te kunnen zien voetballen. Warmpjes aangekleed want het beloofde een koude dag te worden, dat had de weerman op de radio gezegd. Een prachtige lucht met flarden wolk en de horizontalen en verticalen van vliegtuigen, druk met elkaar in gesprek. De jongens deden hun best, maar het was de dag van het gelijke spel. De zon bleef schijnen en al puffend pelde ik uit. Eerst de poncho af, dan de vingerhandschoenen, vervolgens het ‘schaap’uit (een gerulde mouwloze bodywarmer) de sjaal ging los. Zon op de toet.

IMG-6026

’s Middags de wedstrijd van Zoonlief twee, maar eerst tussendoor naar huis om Spalk te zoeken. Lorgnet op de neus en speuren als een echte Sherlock Holmes. De wasmachine leeg gehaald en de was opgehangen. Geen spoor van Spalk. De vuilnisbak ontleed en uitgerafeld en de kattenbak verschoond geen glimp van Spalk. Terwijl ik het vaatje aan het wegwassen was, liep ik nog eens mijn gangen na. In gedachte had ik Spalk op de bank afgedaan en naast me neergelegd. Daar was ie het laatst. Ineens een lumineuze ingeving. Spalk had klittenband.

Kleding onderzocht die ik in de armen mee naar boven had genomen. Nul op rekest.  Tussen de kussens had ik zonder resultaat allang gezocht, de hele vloer had ik afgespeurd, de boekenkast uitgekamd. Ineens zag ik mijn wollen plaid een beetje oprullen. Een miniscuul bultje maar toch. En ja hoor. Het voelde harder dan de omgeving. Spalk had zich als een volleerde Zwaan-kleef-aan vastgebeten in het wollige en liet slechts met moeite los. Verguld liet hij zich na het avontuur verenigen en gleed soepel om pols en duim.

Opgelucht en klaar voor de middag nogmaals naar het voetbalveld. Ik had de helft van de kleding thuis gelaten. Zoonlief twee was aan de beurt. De scheidsrechter had kennelijk een moeilijke week gehad, want hij besloot om een straffe hand te voeren. Drillen en tegenstrijdigheid werken niet goed samen. Boven me klonk het protest luid van de tribune. Trainer had het elftal omgegooid en daarmee is het nog geen team. De lucht was nog prachtiger dan de ochtend met haar cumulus. Af en toe klonk er een harde knal van een van de velden om ons heen en vlogen de meeuwen, die door het stampen de wormen voor het oppikken hadden op het achterste lege veld, luid protesterend op. Vormden witte stippen tegen de dreiging die zich aan het ontwikkelen was.

Toen ik naar huis reed kleurde de lucht in alle toonaarden van blauw naar paars.  Tijd voor de boodschappen. In de winkel rees er ineens een vraag. De curry had een toevoeging gekregen. Curry-ketchup of Curry-kruiden-ketchup. Smaakte dat dan als Curry, zoals ik ze zelden maar ooit proefde,  of meer als Ketchup. Gelukkig. Buiten de reuzeflessen om, om een weeshuis mee te besauzen, bestonden er ook tubetjes voor weinig. Die dan maar na rijp beraad met de vrouw, die naast me stond. Waar een mens zijn hoofd al niet over kan breken.

Dankzij Spalk oogde het huis opgeruimd en uitnodigend. De Curry smaakte naar Curry. Gelukkig maar. Met een stevige Deense thrillerserie tot besluit ging het Spalk mysterie de boeken in. Het was me het dagje wel.

Uncategorized

Pluk de vruchten op het juiste uur

Ooit, later als ik in een huis woon, waarbij ik niet vier trappen hoog moet, neem ik zo’n gezellige wollebaal als broerlief en mijn lieve schoonzus hebben. Wat een heerlijke blijde grenzeloze lieverd is het. Als je naar hem kijkt, begint de zon te schijnen. Goudgeel van buiten en goudgeel van binnen. Heel even kon ik hem knuffelen toen ik de sleutel bracht van het hek van het tuinencomplex. Van de week ontdekte ik dat het dakje van de kachelpijp eraf was gevallen. Broer was er al voor op het dak geweest, met gevaar voor eigen leven en gaat er aan knutselen.

010 Fotocompositie is van schoonzus

Ik moest snel door, want kleinzoon en kleindochter waren met dochterlief bij de Geertjeshoeve, een bekende kinderboerderij in Haarzuilens. Met ons hadden meerdere ouders en oma’s het idee opgevat. De laatste dag van de herfstvakantie, een tikje onstuimig weer en genoeg geiten om de aandacht te kunnen verdelen. Het hobbelveld dat parkeerplaats heette, nam iedereen voor lief, maar was eigenlijk ondermaats met die diepe kuilen. Hobbeldebonk en modder. De kleine blauwe Prins oogde na dit ritje als een kleine zwerver.

Het drietal zat al hoog en droog in het restaurant. Dochterlief was aan het voeden.. Keinzoon speelde schaak. Of ik mee wilde doen. Natuurlijk. Het spel volgens zijn eigen gemaakte regels was iedere keer weer een glorieuze overwinning voor hem. Binnen no time had hij met zijn zwarte stukken al mijn witte van het bord geveegd. Hoeveel hokjes je opschoof of in welke lijn deed niet ter zake. Bij het volgende spel, iets met magneten, liet hij me ruiterlijk winnen. Bij het terugzetten van de spellen verbaasde me de chaos midden op een Perzisch tapijtje, waar die spelletjes in het midden op een berg lagen  en kinderen her en der verspreid over de grond aan het liggen, kruipen of spelen waren. Kinderparadijs zonder grenzen.

Bij de geiten leerde kleinzoon hoe hij de brokjes moest voeren. Plat op de hand. Griebelen bij de natte snuit die over de huid snuffelde. Net als bij de kinderen in het restaurant verwonderde me vooral de intentie van veel.. Veel geit, wat minder varken, waarvan één met aandoenlijke kleintjes, onschuldig roze en prachtig gevlekt, Kleinzoon genoot met teugen.

Een winkeltje met heerlijke kazen en jam, knuffels en hebbedingetjes en ouders met het kleine grut die overal aan mochten komen. Gemoedelijk en vriendelijk, in dat milde klimaat van onthaasten. Een fantastische zet was de kastanjebaan. Doorgesneden pvc-buizen-weggetjes  in de wilgen, waar de kastanjes van buurboom in een kist voor lagen en er naaar believen maar kon worden aangerold. Wel de ronde zoeken en niet die met een platte zijkant.

De gekochte kaas nuttigden we later op een heerlijke bruine boterham. Er zat peper en tomaat doorheen en ze  smaakte naar herfst en kinderboerderij, zoals het beloofde. Een kaas met een bite.

Thuis zocht ik naar een boek, dat ik zou recenseren, maar het was in de herdruk.  Morgen maar even een tochtje naar de bieb. De achttiende komt het weer in de handel. ‘Wanneer is stilte belangrijk’ filosofeert  iemand van de denksmederij op FB. Niet op een kinderboerderij in de herfstvakantie. Dat is mijl op zeven. Geroezemoes, gekrakeel, vallende kinderen, huilende kleintjes, mekkerende geiten het mocht wat. Maar daarna doodse stilte in huis. Heerlijke voedzame stilte. Het zorgt voor de balans na zo’n ochtend en wordt dubbel en dwars gewaardeerd. Pluk de vruchten op het juiste uur.

.

 

Uncategorized

Terwijl het langzaam even lente werd

De beloofde 20 graden werd nog lang niet gehaald toen we richting Herwijnen reden. Ik was vergeten hoe mooi de omgeving daar was. Het uitgestrekte Hollandse land tot zo ver het oog reikte en hier en daar doorsneden door rijen populieren, smalle bosschages of een boerderij. De kleine landweggetjes droegen sporen van de tractoren die af en aan reden met hun volgeladen karren.

  De jongens zaten achterin en dochterlief zat naast me. De jongste was naar het dagverblijf. Prime time voor de twee oudsten. Op naar het Geofort. Iedere school zou deze informatie moeten kunnen oplepelen op de manier waarop ze het uitgevoerd hebben. Visueel, fysiek en vooral intrigerend. We zagen de schaalverhoudingen van de tijd uitgedrukt in lichtjaren en het oppervlak van de huid verkleind tot neutronen en protonen. We konden zien hoe de aarde was in het prilste begin en hoe het zou zijn in de verre toekomst. Met kapla werden torens gebouwd, die door een nagebootsste aardbeving op verschillende schaal werd getest. Er waren vliegtuigcabines gemaakt voor de jonge piloten. Et was nog veel meer te zien.

 Buiten was er een doolhof en viel er een moord op te lossen. Met spitsvondigheid en de juiste beredeneringen had dochterlief het bij het rechte eind. Het drukbezette restaurant bood nog plek. Haar personeel werkte efficient en was vriendelijk en behulpzaam. De jongens smulden van de frietjes en stoven daarna weer van tafel om in de natuurspeeltuin hun energie kwijt te raken. Zon werkte mee en brak eindelijk door. Het werd koesterend warm met ons gezicht opgeheven. Voor me uit een zee van wuivende cosmea in haar tere tinten.

De omgeving werd steeds drukker bevolkt met kinderen, ouders en grootouders in alle soorten en maten. Herfstvakantie en dat was te merken. Het leukste museum ter wereld verkondigde het bord. Naast de wetenswaardigheden waren de doespelletjes een belangrijke aanvulling. Voor de minecraft stond een lange rij, die we wijselijk links lieten liggen. Met de museumjaarkaart in ons bezit was terugkomen op een rustiger tijdstip altijd nog een optie. Beter intens genieten van een paar dan oppervlakkig van veel dingen.

IMG_5974

Het fort zelf was een bezienswaardigheid op zich. Na alle oude forten die ik vorig jaar bij de voorstellingen had gezien, spande deze de kroon van effectieve vernieuwing zonder de oude kern aan te tasten. Een groot glazen dak omspande de ruimte tussen twee gedeeltes. Elke centimeter was goed benut. Middenin bleef er nog een stuk authentiek invoelen bewaard door de smalle omloop met vochtige muren en grond. Daar moesten de soldaten doorheen gekropen zijn. Aarzelend voegde het heden zich naar het verleden. De opluchting toen het echt alleen maar een doorgang en niets meer dan dat bleek te zijn.

Met twee jongens, moegespeeld achter ons aan, liepen we terug naar de auto en kwamen een van mijn schatjes tegen van de oude school samen met zijn moeder. Warme omhelzing. Even knuffen. Zo lang niet meer gezien. Onderweg wilde ik de wilde landweggetjes en dochter lag in een appelflauwte toen ik vlak voor ons een buizerd zag, die zich op een prooi stortte. Fototoestel niet bij me en veel te langzaam om de vogel met zijn machtige gespreide vleugels vast te leggen. Er zaten er verderop notabene nog twee. Ik moest vaker het veld in, bedacht ik ter plekke.

Met twee dommelende jongens achterin reden we terug naar huis terwijl het langzaam even lente werd.

Uncategorized

De bank wachtte

Het hele atelier was omgebouwd tot zonnebloemenparadijs. De wanden hingen vol met de houtskooltekeningen en de opzetjes van het eerste uur, met olieverf op papier. Zonnebloemen in alle rangen en standen. Daarnaast een grote emmer vol met de afgedankte zonnebloemen van de bloemenwinkel, die nog heel erg de moeite waard waren om na te schilderen. Wij hadden voor de vazen gezorgd. Uiteindelijk werd een mooie bolvormige groene met algemene stemmen gekozen.

IMG_1695

Het was heerlijk om erin te duiken. Ik had een groot doek gekozen. Geen begrenzing in de beweging, maar gewoon gaan. Eerst met een grote kwast de achtergrond, waarbij ik de vaas met bloemen uitspaarde, daarna met paletmes de zonnebloemen zelf en daarna het overvloedig aanwezige blad. Het mes behoedde voor al te pietepeuterige precisie. Dit was wat het dichtst bij me stond. Met elke streek voelde ik de vreugde weer terugstromen, die ik al een tijdje kwijt was in het tot op het detail nauwkeurige uitgespitte middeleeuws van het jaar daarvoor. Je verliezen in het doen, de vreugde om het resultaat, de drang om door te gaan/. Het zijn de momenten waarop alles lukte. Overal om me heen ontstonden nieuwe zonnebloemen, ieder met een volstrekt eigen handtekening. Gedurfd of ingetogen, voorzichtig of krachtig, het spatte van de doeken af. Heerlijk om naar model te werken.

De volgende dag kwam ik, in alle vroegte, mijn  toneelmaatje tegen in de handenkliniek. We hadden elkaar al een hele tijd niet gezien en sloegen de wachttijd stuk met verhalen over en weer. Zij had een duimspalk en ik kwam er een halen. Wat een wonderlijke gewaarwording als de warme silicone om de pijnlijke plek werd gevormd. De warmte voelde behaaglijk. Op maat gemaakt en klaar terwijl U wacht.

De foto’s van de handen, een vervroegde halloweenparty volgens zuslief, toonden de slijtageslag klip en klaar. De Belgische arts legde het met haar zangerige accent uit en zo klonk het als een gunst of een gave. Ze koos voor de klassieke aanpak. Spalk en handentherapie. Een spalk om vast aan te wennen en later zou de tweede worden aangemeten.

Buiten onder de rode beuken ontwaarde ik bij de buurman, de tandtechniker, twee ivoren poortwachters en ik kon het niet laten om ze vast te leggen. Wat een prachtige entree.

Bij zuslief was er koffie en het delen van de ervaring. Daarna door naar de Breitnersessie met Wolkenwietje. Ze wilde wat foto’s van haarzelf in kimono en had alvast haar knusse kamer omgebouwd tot uitheems boudoir. Prachtige kelimkussens en een mooi kleed op de bank, roze orchideeën en felrode anthuriums in een oudroze met gouden vaas. We bepaalden de juiste compositie, de lichtinval, de pose. Elegante voeten over elkaar heen. Blote benen of juist niet, de stand van de armen en handen.

De parkeermeter liep tot half vier. Ik moest er als een assepoester hals over kop vandoor met de belofte twee weken later nog een keer te komen.  Dan beloofde ik mijn eigen kimono mee te nemen, de Japanse met de lange mouwen, om de sessie te vervolgen. Nu hadden we een mooie rok onder de driekwart kimono’s gestopt in  tere tinten die er bij pasten en een sessie met een chinees jurkje als rok. Alle combinaties waren denkbaar en de achtergrond en omgeving en de stofvoering op de verschillende foto’s waren inwisselbaar.

Ik zocht en vond vingerloze handschoenen voor over de spalk. Mooi zwart is niet lelijk. Zo was het goed. De bank wachtte.

Uncategorized

De wortels, de man en de mythe

IMG_0285.JPG

Bij de fysio op halve kracht vooruit. De Amerongse berg was de uidaging voor die middag, dus er moesten krachten gespaard worden. Herfst liet zich vangen in een rood, oranje en bruin palet in dat majestueuze bos naar de top toe. Bovenaan een zee van ruimte en licht en uitzicht op de dorpen in de Betuwe, zoals Buuren, Zoelen en Elst gemarkeerd door hun kerktorens. De Pinkeltjepaddestoelen waren nog steeds  te vinden net als de ton sur ton zwammen in hun bruine schutkleuren tussen de gevallen bladeren.

 Armando kwam voorbij, toen we door de statige laan liepen achter het tennisveld. Het deed denken aan een middenschip van een kerk, majestueus en voornaam. Ik dacht dat de kunstenaar het ooit had vergeleken met een kathedraal en doorvoelde de betekenis van die woorden ter plekke.

Thuis zocht ik het na. Armando had slechts de tweeledigheid genoemd van het bos. De onschuldig ogende voorste bomen waren een dekmantel voor de daden die, dieper het bos in, door de Duitsers in de tweede wereldoorlog werden voltrokken. En bij Jan Wolkers, die ik er ook toe in staat achtte met zijn gezwollen retoriek en zijn grote hart voor alles wat natuur was, vond ik ook geen aanwijzingen. Toch fijn om even bij beide mannen op bezoek te zijn. Twee grootheden in hun beeldend werk. Mijn vurige kathedraal leek in het geheel niet op De Groene Kathedraal van populieren van Martinus Boezem in de Flevopolder.  De ware associatie kon ik niet meer achterhalen. Het beeld bleef me bij, de statigheid evenzo.

 De grilligheid van bomen doen me aan het werk van Armando denken. De knoesten vertellen woordeloos hun verhaal en de wirwar aan verstrengeld leed op de grond lijkt doods maar ademt, door het kleine leven op en in schors en bast. De termietenheuvel oogt onschuldig maar vormt met haar leger rode mieren een afwerend schild. Ergens ligt achteloos een man languit, zijn armen om hulp gespreid naar voren gestrekt. Het hoofd ontbreekt en op die plek is een knoestig gapend gat. De verhalen liggen hier voor het oprapen. De verhoute Klaas of de man zonder hoofd maar meer nog de Mythe van Armando zelf in de film Het Voorval.  ‘Het bos dat alles zag maar zwijgt in alle talen‘.  Even verderop is bij de stam van een van de woudreuzen een deel van de bast teloor gegaan. Toch staat hij er in zijn innerlijke naaktheid fier te staan en beaamt de dreiging. De lange laan vormde de onschuld in dit verhaal. Zuslief leverde de foto’s van de man. De mijne zijn bewogen.

Aan de overkant van de berg waren we op de uitkijkpost van het Egelmeer beland. Het foto-oog van zus ontdekte tegen een van de pilaren een wespennest bevolkt door  imposante wespen. De hoornaar vermoedde ik. We hadden een mooi zicht op de onderkant, die tevens als ingang  diende en derhalve de aanvliegroute was.

De plas lag er verlaten bij. We konden geen van de vogels ontdekken. Het water spiegelde de grijze lucht en wind benam ons de adem. Het uitzicht was prachtig. We kozen het pad om het meer heen, maar er viel niet veel te zien.

De kardinaalsmuts stak oranjerood af tegen de wat sombere groentinten op het troosteloze smalle pad vlak langs de autoweg. De wal ontnam ons weliswaar het zicht, maar niet het geluid. Zodra we konden, weken we uit naar de overkant. .

Aan het begin van de wandeling had de zon her en der gezorgd voor gouden spikkels op de grond, maar nu trok de lucht dicht. Het werd tijd om terug te keren naar de auto. Toen de eerste druppels vielen zaten we hoog en droog binnen. Het afzakkertje haalden we in Cothen. Thuis zocht ik verder naar de wortels, de man en de mythe.

 

 

 

Uncategorized

Je bent nooit te oud om te leren

Het verzuimen om te kijken hoe laat de bus ging vanaf mijn vaste halte leverde een wachttijd van 22 miuten op. De weg lag er in zondagse rust bij. Een man was in deze vroegte zijn huis aan het leegruimen, of opruimen. De spullen stonden grotendeels voor de voordeur. De kauwtjes speelden tikkertje met elkaar en doken in een vlucht achter elkaar aan. Ik hoorde: ‘Pak me dan, als je kan’ in hun klokkende geluid. En ik wist dat ik iets te laat zou komen.

Dat besef noopte tot extra snel wandelen, voor zover dat tot de mogelijkheden behoorde. De brede traverse over, het futuristische station vanaf de bovenkant  strekte zich uit in een bleek zonnetje, dat maar niet door het wolkendek heen kwam. Herfst toverde goudgele grassen te voorschijn en bloeiende bruidsluier kroop opstandig over de betonmuren heen.

In het Pandhof van Sinte marie werd ik in tijd eeuwen teruggeworpen met haar elfde eeuwse kloostergang. Overal zaten mensen ingespannen te turen naar torens en schansen, muren en bogen. Ze hadden allen een schetsboek op de knieën en een penseeltje of potlood in de hand, een handige aquarelset in draagbare uitvoering onder bereik. Dat ik later was, vijf minuten, gaf niets. Er waren zelfs bankjes leeg. Urban sketching op een zondagmorgen in een hofje waar de hectiek van buitenaf stilviel met de vlucht van de duiven mee.

016.JPG

Bogen en muren, bakstenen muren, die ik begon met steen voor steen te tekenen. Dat was veel werk. De boom een uitdaging, het groen ervoor idem dito. Diepte later toegevoegd. De eerste poging bij de tweede tekening viel stil in een mathematisch probleem. Hoe verhoudt zich de linker muur tot de rechter. ‘Teken eerst de hoek en volg dan de stenen’ was de droge tip van vriendinlief. Daar kon gevoel niet tegen op. Het klopte als een bus.

Later kwam er een tekengenoot naast me zitten en er ontwikkelde zich een aangenaam gesprek, waarbij heel wat wetenswaardigheden werden uitgewisseld. Schoolperikelen, opvoeding en levenslessen. Achter ons kwamen tot twee keer toe stadswandelaars met gids en wij ontvingen daardoor, gratis en voor niks, een uitleg over de geschiedenis van Sinte Marie. Er was een overlevering bij, waar een bisschop zo boos werd, dat hij met een wittebrood het kind van de bakker doodsloeg. De stem van de verteller klom langs de bogen omhoog en leverde gekrulde mondhoeken op. De stenen hoek lukte.

Alle tekeningen op eeen rijtje en een stempel van de Urban Sketchers. Altijd leuk om de verschillende blik van de anderen te volgen, het materiaal, de invalshoeken. Ieder een eigen unieke handtekening. Na een warme omhelzing voor vriendin en de belofte om volgende keer weer samen te tekenen met kompaan vervolg ik mijn pad. Op naar de nieuwste kleinzoon. ‘Oefening baart kunst’, mijmer ik na mijn tweede keer straattekenen.

De Vleutense weg was lang, dat wist ik, maar ik was vergeten dat het eigenlijk mijl op zeven was. Toen ik eindelijk in de kussens zeeg, daalde de moeheid neer. Moe maar voldaan, met dit wondertje der natuur in mijn armen, vredig aan zijn middagslaap en met bewondering voor de trotse ouders, die het zo goed deden samen. Ze hadden de babytaal onder de knie. Een australische moeder, Priscilla Dunstan, had dat ontdekt. Baby;s geven universeel allen duidelijk aan hoe ze zich voelen. Het verschil zit hem in de klank van het huilen. ‘Neh is honger, eh is boertje, owh is moe, eair is darmkrampjes, heh is schone luier.’ Proefondervindelijk laat kleinkind zelf het achter elkaar horen. Wat een rijkdom om al die verschillen te kennen en te weten wat baby wilt. Om elkaar liefdevol te begrijpen.

De terugweg toch weer die Vleutense weg af, maar nu was ze aanmerkelijk korter met genoeg afleiding in mijn hoofd. Een ding staat vast. Een eyeopener die babytaal, een rustbrenger van het eerste uur.  Je bent nooit te oud om te leren.

 

Uncategorized

En zijn moeder binnenhaalde

De parkeerhaven lag er herfstig en verlaten bij. Helemaal aan de andere kant stonden wat auto’s en kwamen er mensen uit de aula. Wij moesten bij aula twee zijn. Het was een goede verzamelplaats voor de familie. De achterkleinkinderen en ik liepen voor de rouwauto uit en de kinderen en kleinkinderen liepen erachter. De dochters kwamen me versterken. Wij strooiden bloemen uit de kleine rieten hengselmanden voor de stoet uit. Met ingespannen snoetjes voltrokken ze hun belangrijke taak. De weg werd geplaveid met rozenbladeren.

Het was 1990. De oude begraafplaats met haar eeuwenoude statige bomen lag er stil bij. De wind had vrij spel door de uitbottende takken. Onze grote familie en de talrijke achterkleinkinderen van mijn moeder lieten de bloemblaadjes wervelen voor de kist uit. De zon scheen op het vrolijke spel van die dartelende kinderen. Mijn moeder ging met feestvreugde naar haar laatste rustplaats en ergens, vanaf haar wolk, heeft ze moeten glimlachen en ons toegeknikt. Zo voelde het. Moeder van de kinderen.

003.JPG

Vandaag hadden we hetzelfde bedacht voor schoonmoeder. Met de bloemblaadjes herhaalde zich die beleving en overbrugde het met gemak een tijdspanne van bijna dertig jaar. Familie stond aan de kant en keek toe hoe de kleine intocht zich voltrok. Voor de deuren van aula 2 hielden we stil en werden we naar de familiekamer geleid. De gasten in de kamer ernaast.

De aula zelf had twee kringen met een grote cirkel in het midden waar de kist kwam te staan. We waaierden uit en wachten op de binnenkomst van de mater familias, gedragen door haar kinderen. De laatste weg te gaan. Het voelde vertrouwd zo dicht bij elkaar. Er was beperkte zitruimte en de rest moest staan. Een lange dienst volgde. Op zich was het bijzonder, een heilige mis in een crematorium. Een kerkdienst met teksten die zo oud waren als de bomen op het terrein. Ze werden uitgesproken door neef. die mevrouw moest zeggen, maar liever over tante Cornelia sprak. Ergens ging het luikje met Heilige Mis open, maar de psalmen waren mij volkomen vreemd en zo te horen aan de zang, voor anderen ook. Neef ging voor en wij volgden, maar minder stemvast en steevast een fractie van een seconde later.

De kleintjes hielden zich groot, maar vielen halverwege bijna in slaap of vermaakten het publiek op de banken achter hen. Het zoethoudertje was het pepermuntje, dat brandde in hun zak, met een belofte voor later, na de plechtigheid. Pepermunt heeft altijd goed gewerkt  in tijden van contemplatie. Tijdens de dienst vroeger, waarbij we nuchter moesten blijven,  zogen ‘wij van het koor’ onze zonden weg op een pepermuntje. Dat was noodzakelijk om de keel te smeren, had iemand eens in een gouden ogenblik tot regel gemaakt. Alleen daarom al gingen we bij het koor.

De eigen teksten van de twee schoonzussen, het  gedicht: ‘Alles komt goed’ van Koos Meinderts door mijn lieve dochter, een tekst van mijzelf op het laatst door zoonlief voorgelezen. Mijn stem was al in geen velden of wegen meer op sterkte, maar ik zou gaan huilen bij de eerste regel. Ik kan niet meer voordragen.

De omlijsting met de muziek gaf een golf aan emotie, door de keuze van de nummers die ooit waren gedraaid bij de vader van de kinderen. Ook hij was er onafscheidelijk bij. Op het graf van de oudste zoon zou de urn bijgezet worden. Zo werd het afscheid ingelijst en opgetekend. Onvergetelijk en dierbaar. Dankzij de aanwezigheid van alle vrienden, bekenden en bijna al  mijn lieve broers en zussen, die dit afscheid een bijzondere tint gaven. Afscheid vanuit het hart, waarbij de adelaar  ons uitgeleide deed en zijn moeder binnenhaalde.

 

 

 

Uncategorized

De cirkel rond

Afspraken bij de dokter zijn goed om vroeg uit de veren te komen. Gisteren was het zo ver met de gunstige bijkomstigheid dat de hele dag open lag. De dag van de mogelijkheden. Ik werd doorverwezen naar de Handenkliniek. Echter niet om er mooie poezelige handen op te doen. Deze noeste werkers zijn nog nimmer op die manier onder de loep genomen. Ik kan Annie er nog wel een keertje bijslepen, op het gevaar af, dat men er klaar mee is. Alleen het eerste couplet om ‘iet of wat’ positief te jeremieren.

‘Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed… zo op het oog’

In alle vroegte wordt het De Bernagie. Lekker wat ronddarren door de tuinen en de zonnebloemen her en der bekijken. Regen gooide roet in het eten en ik besloot eerst langs het groot winkelcentrum te gaan. Hoog en droog verbaasde ik me over de absurde weggeefprijzen van sommige producten. Stoffen en stofjes die vooral naast de katoen en de wol en de cashmere hebben gelegen.

Met wat proviand kon ik door. Voor de dreigende Hollandse luchten uit liep ik langs de herfstige moestuinen. Oogst was kaalgeplukt, leeggeroofd door raaf en duif, woelmuis  en haas. De huisjes stonden er troostelozer bij, dan wanneer ze werden opgelicht door de zon. Het hout traande over zoveel mistroostigheid. De kalebassen lagen her en der half uitgehold op de grond, het woelmuizenbanket bij uitstek. Het was één groot feestmaal op de tuin voor de dieren in de herfst.

In mijn tuin vloog nog een verdwaalde dagpauwoog. Ze laafde zich aan de zoete nectar van de Guirlande d’Amour, die nog steeds haar laatste bloemen te voorschijn wist te toveren.

017

De zonnebloemen van buuf op de hoek stonden model. Buiten kon ik niet zitten. Het leek alsof de hemel naar beneden was gevallen nu het luchtige blauw had plaatsgemaakt voor het dreigende paars . In mijn Bernagie  had ik hoog en droog het mooiste uitzicht op de snel wisselende  luchten, de molen van Groenekan, de kleine roodborst, die zich onbespied waande en van tak naar tak  vloog, dicht bij de grond. Al gauw vielen de eerste dikke druppels naar beneden. Herfst in de tuin.

Het grote voordeel was de afwezigheid van de oude, die al te graag en veel aan het woord is Nu kon ik ongestoord aan het werk. Ik scharrelde net als de woelmuizen en maakte alles winterklaar. Bond de dahlia’s weer op, duwde de laatste lathyrus recht en moedigde de kleine asters aan. Het oefendoek was een dun paneel. De artrose schoot in pijn door het penseel en vertolkte op het doek het verval van de zonnebloemen, die haastig op foto waren vastgelegd.

Wel had ik de grote ondersteboven gefotografeerd. Zonnebloemen, kardoen en andere zware verdorrende bloemen laten de koppen hangen en dat geeft dat prachtige verweerde, de ruige aanblik van verval. Het blad vormt er een wezenlijk onderdeel van. De bruine sluiers, die de steel omkrullen in een breekbare bruinige zwaarte. Anselm Kiefer had gelijk toen hij voor zijn zonnebloemen tekeer ging met aarde en zand, lood, as en schellak. Zijn kracht zit in de beweging, het eeuwige begin, het zaad dat als een regen de bloem verlaat in zijn  „Sol invictus – Der unbesiegte Sonnengott“ 1995.

Dan zijn mijn eerste probeersels nog lieflijk te noemen, het onschuldige zachte en tere, ondanks het verval. Het past me ook beter. Een ets komt dichterbij Kiefer. Het materiaal doet er alles toe.

Thuis is de inktober opdracht van de Natural Science Version voor deze dag ‘Histology’. Ik kies muis, in zijn ongelooflijke naakte waarheid onder zijn velletje, om de muizen van mijn eigen duimen die tanend zijn. Zo is de cirkel rond.

Uncategorized

Omarmen wat er overblijft

‘Te leven tot we sterven kon dat maar’, verzucht Nicci french in een interview in de nieuwe Zin. Ik ben haar boek aan het lezen met de intrigerende titel ‘Woorden schieten te kort’. Het licht schijnt vooral op het wat/als-principe. De gedachte erachter is de angst die regeert. De angst voor wat nog komen gaat. Ze heeft meegemaakt dat haar vader een oneindig hulpeloze en verwarde man werd, die overgeleverd was aan de genade van de wereld.

006

Het voelt zoals het klinkt. Tragisch en zwaar. Mijn hele leven lang heb ik geprobeerd te vermijden grote stappen vooruit te denken over eventuele rampen die je zouden kunnen treffen. Een vliegtuig dat naar beneden zou kunnen storten, een heftige aandoening, die je mogelijk overkomt, een zwaar verlies dat je moet lijden. Ik geloof in het moment zelf. Je kan, met een ongebreideld optimisme, langer genieten van de aard der dingen, ook al zijn er factoren die het bemoeilijken. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’ Die eenvoudige Cruijffiaanse filosofie is precies datgene dat de sjeu aan het leven geeft. Natuurlijk valt uit te spinnen wat er gebeuren zal als je Alzheimerend de ouderdom in gaat. Je persoonlijkheid verandert. Je verliest je vroegere zelf, maar er staat een nieuwe zelf op. Een, die van de kleinste dingen van het leven eventueel nog genieten kan of iemand die sobert en sombert. Het kan vriezen, het kan dooien.

De idioot in het bad.

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar ’t bad.

De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – – – –
uit: Parken en Woestijnen van M.Vasalis (1909-1998)

Daarbij put ik uit de ervaring in de tijd, die ik doorbracht als beginnend verzorgende in het particuliere Huize Sollglytt in Leiden. Een huis met oude, doorgaans psychiatrische, patiënten. Ik had de jeugd in pacht. Was achtien, woonde samen met vriendlief en werkte in dat wonderlijke huis, Daar had De Idioot van Vasalis geschreven  kunnen worden. De demente bejaarden lagen er verward in de sluitlakens en de riemen en werden bedlegerig gehouden. Of ze waarden rond in het huis in de wirwar van hoge en lange gangen zonder ooit op de plaats van bestemming te komen. ‘Ik moet dwalen, ik moet dwalen.’ Het lied lag er in vraagtekens onder. De tomatenboer rukte en trok aan zijn leren banden om de de hekken van het bed tot ze rammelden. Hij moest de oogst binnenhalen en niemand die de nauwgezetheid van de man kon pareren. Zijn stelligheid was groter dan menig riem.

Toch waren er in al die somberende dagen  ook lichtpunten. Letterlijk in de vorm van de de doorschijnende fragiele vrouw in haar witte nachtpon, die in haar verleden woonde en minzaam de kleine gebruiken omarmde. Het schikken van denkbeeldige koekjes op een bonbonschaaltje. De verrukking over het arrangement was van haar gezicht af te lezen. Ze beleefde de kleine vreugde telkens opnieuw. Of de goedlachse sjekkies draaiende Marie aan de grote tafel, die de boel nauwlettend in de gaten hield en het voetvolk dirigeerde als de koningin zelf. Dan waren er nog de twee oude izegrimmen, die al mopperend elkaar iedere keer weer aan het uitdagen waren en soms in grinniken uitbarsten in hun intrigerende spelletje. Volkomen andere tijden uit een sepia verleden.

Dat bedoel ik. Niet alles is een gifbeker. Elke schaduwkant kent ook een lichte zijde. Met het licht ga je voorbij aan je zelf, je eigen belevenis, je context van de ratio. Het zijn de verzachtende omstandigheden voor die algehele verwarring. Liefde en vreugde zitten zo vaak in de allerkleinste dingen.

Angst regeert in de meeste verhalen die Nicci French hoort. Mensen die zich voorbereiden op de ouderdom en daarmee ernstig rekening houden om, net als hun ouders,  alzheimer te krijgen of dement te worden. Deze gedachte vergt veel van levenslust. Symptomen vormen het leven soms voor ons, maar de anst voor diezelfde symptomen verlammen. De zorg om die duistere deken wordt dan letterlijk het doek dat valt. Jezelf verliezen en een ander zelf vinden in klein geluk. Die gedachte roept het op. Omarmen wat er overblijft.

Uncategorized

Ogen op steeltjes en gaan

Scholen zijn vestingen tegenwoordig. Daar kwam ik achter, toen ik een aantal pakketten met de jeugdcronyck hielp verspreiden. Ik dacht het ‘even’ te zullen doen. Binnenlopen, afgeven en klaar. Niets was minder waar. In het oude dorp waren scholen waarvan de ingang nauwelijks te vinden was. Er waren steeds meerdere deuren, maar een daarvan bleek de ingang te zijn. Als je aan een andere deur stond te rammelen, dan bleef ze negen van de tien keren dicht.

Zelfs toen de congierge zijn werk stond te kopiëren, net tegenover de verkeerde deur waar ik voor stond, hoorde hij het getik van mijn sleutel niet. Ik werd wel gespot door een klaslokaal erachter en binnen enkele minuten draaiden alle hoofden zich in de richting van mij, zwaaiend met het pakket en tikkend met de sleutel en de onverstoorbare congiërge. Eindelijk mocht iemand hem waarschuwen. Hij was kortaf, maar kon nog wel melden dat de ingang aan de zijkant van de oude school was. Helemaal logisch was dat niet.

overkant

Deuren dicht draaien was op onze school lange tijd taboe. Iedereen, kinderen en ouders, mensen van buitenaf, mochten er binnenlopen. Een duiventil met gemeenschapszin. Samen spelen, samen delen. Met de komst van de televisies en  computers kwam de angst om alles wat kostbaar was, geleidelijk aan, binnensluipen. Zeker toen we een keer een insluiper op bezoek hadden, zonder dat we het direct in de gaten hadden. De man liep met een schoonmaakdoekje door de lokalen en wreef hier en daar eens achteloos over de vensterbanken. De loerende blik sprak boekdelen, maar argeloos en te goed van vertrouwen, dachten we dat het een nieuwe schoonmaker was. Die wisseling van de wacht was vaker aan de orde. Niemand had opgemerkt, dat de schoonmaakkar ontbrak. Zonder wisser en dweil was het toch allemaal wat kaal. Langzaam vielen praktische vraagtekens op hun plek. De man had ons horen praten en bellen met het schoonmaakbedrijf en maakte rechtsomkeer. Eenzelfde incident, maar dan met het weghalen van de tv en de dvd-speler, achteloos weggedragen op klaarlichte dag, zorgde voor die dichte deur.

Dat had uiteindelijk verstrekkende gevolgen voor het onbezorgde vrije leven. Bezoekers moesten aanbellen. Daar werden kinderen voor geregeld, die portier konden spelen en de basisregels werden aangepast aan de hermetisch afgesloten deuren. Het betekende dat je afspraken moest maken en niet meer zomaar op de bonnefooi naar binnen kon lopen. Het gemoedelijke karakter verdween met deze, in de aard, kleine veranderingen, die echter een enorme impact bleken te hebben.

Zo werkt het dus. Onderbreek een radartje van een goed geolied systeem en de verandering zal groot zijn, ondanks flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Van de scholen die ik gisteren bezocht, was er slechts één met open deuren en, het verbaasde me niet, dat was een traditionele vernieuwingsschool, zoals de onze, ooit, vroeger.

Het was leuk om al die verschillen naast elkaar te zien. Sommige scholen hadden zich in het nieuw gestoken, andere waren gemoedelijk en hier en daar versleten. Weer anderen waren stokoud, nieuwe glorie in een prachtige oude jas. De schoolpleinen pasten bij de gebouwen, groot, groter of piepklein. De scholen in het oude dorp heb ik gehad, nu het nieuwe gedeelte. Ik ben benieuwd wat ik straks weer tegenkom. Ogen op steeltjes en gaan.

Uncategorized

De draad oppakken

Het is al acht uur geweest. Ik denk dat slaap dacht: Nou is het mijn beurt. Gisteren was ook al een lummeldag. Wel heb ik de tuin opgezocht en heb geprobeerd het gras te maaien. Het was erg nat, te nat eigenlijk, en daardoor ook zwaar, maar het lukte wel. Ik was er laat in de middag en moest haasten om op tijd bij de vernissage van een vriendin.

Haar prachtige houtskoolwerken had ze sfeervol opgehangen op panelen, waar kleine spots opgeklemd konden worden om de tekeningen beter uit te lichten. De panelen had ze met verschillend behang bekleed met veel aandacht voor de print. Kahlo op een bloemetjes behang bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat ze met haar werk naar buiten trad. De spanning voor het exposeren was groot. Het is altijd weer afwachten. ‘Vinden mensen het de moeite waard, willen ze wel komen, als ik hier maar niet de hele avond met de twee andere exposanten zit en verder niemand.’

003Fragment van Waterfall door Emilie Aartsen

Het was een heerlijke expositie en het werd hooglijk op prijs gesteld door alle bezoekers. Met een paar takken en wat bloemen uit de tuin en een flesje wijn onder de arm was ik er om vijf uur. Maar ik had gerust wat later kunnen komen. Ze had naast haar tekeningen nog een kleine tijdlijn opgehangen, waar kleine fotootjes uit die tijd van haar zelf op waren geplakt. De allereerste probeerseltjes op haar tekenpad. Elk met een bijzonder verhaal van het roerige leven en inwisselbaar met mijn eigen gevolgde weg. Uiteindelijk verschilt een mens niet veel van elkaar als de manier van in het leven staan al raakvlakken vertoont.

Een paar werken waren met epoxy behandeld en dat zag er strak uit. Een hele spannende onderneming, want blijft de tere houtskool, ondanks de fixatie, intact. Aan een wand zaten op een metalen plaat van alle werken kleine magneetjes en er naast stonden in een houder kaarten ervan. Kleine prijsjes konden dus ook daardoor. . De opbrengst van de expositie gaat naar een heel bijzonder doel. Het project ZorgenDat. Daarmee wil vriendin een ontmoetingsplek realiseren voor amateur(kunstenaars) met en zonder beperking. Op de website valt er meer te lezen over dit mooie initiatief.

http://www.zorgendat.nl

Wat heerlijk dat er dergelijke initiatieven worden genomen ter meerdere eer en glorie van iedereen.

Vandaag is de dag dat het project van Swifterbant, de jeugdcronyck van start gaat. Straks ligt er op iedere school hier in de stad mijn verhaal. Dat is eigenlijk bijna net zo spannend, want hoe zal de ontvangst zijn. Belandt het direct bij het oud papier of kan men er mee aan de slag. Wordt er op school iets meegedaan of gaan de kinderen individueel zich er nog in verdiepen. We gaan het zien en meemaken. Iedereen heeft, net als bij de expositie, het beste beentje voorgezet.  Het ziet er prachtig uit.

De zon schijnt. Mijn lieve kleinkind gaat goed, de pasgebakken vader en moeder doen het prima, het leven lacht ondanks het afscheid. Het musje Cornelia staat gezusterlijk naast bronzen Pien de mus van vriendin bij de computer. Ze kijken naar mijn pennevruchten op het scherm. Het is toch gezelliger zo. De dag roept. Geen ziekenhuis vandaag maar even rust. Pas op de plaats om straks met voldoende energie de draad weer op te pakken.

 

 

 

Uncategorized

Terwijl de maan de glorie geeft

Gisteren had ik een zuivere Aha-erlebnis van lang geleden. Dat kwam door een vitamine-D kuur, die ik de komende acht weken zou moeten volgen. Er zaten vier plastic ampullen in de twee platte doosjes, die de apotheek had meegegeven. Een keer per week, op dezelfde dag, moest ik een ampul openknippen, leeg druppelen op een lepel, en innemen.

Vijf kleine kinderen staan op een rij voor de kelder van de Amandelstraat. Daar stond de grote griezel in de vorm van een flesje. Mijn moeder, gewapend met een lepel, zette ons in het gelid. De -R- zat in de maand en dan moesten we er als kind aan geloven. Levertraan. Ieder een lepel. Dat dikkige tranende goedje met die nare smaak zorgde ervoor dat je gezicht vertrok en de tranen in je ogen  sprongen. Brrr, wat vies.

In de ampul van gisteren zat de vitamine D ook verpakt in levertraan. Ik was er niet goed op voorbereid, maar zodra ik de eerste druppel proefde, stond ik voor de kelder in de Amandelstraat en trok een vies gezicht. De griebels over de rug. Die sensatie. Elke dag acht maanden lang een seconde die gewaarwording. De lepel zelf werd in de beleving reusachtig, de druppels erop wasten aan tot een hele slok. Mijn moeders hand stuurde kordaat de lepel in de mond en wipte hem naar boven om hem er weer uit te nemen. Zo moest je tot de laatste drop het goedje naar binnen werken. Mijn ouders waren onverbiddelijk en wij nooit meer ziek.

Deze beleving was een goed begin. Het was de dag van het verleden. We moesten de kamer leeg maken van schoonmoeder en achter elkaar gingen de laatjes en de kasten open, kwamen er ansichtkaarten van jaren te voorschijn, brieven, boekjes, folders. In elke la weer, stapels en stapels. Sieraden waren verstopt in vazen, potten, oude sigarendozen, sieradendoosjes, nachtkastlaatjes, in tassen. Je kon het zo gek niet bedenken of er zat wel wat in.

Ik mag wel alvast beginnen met zelf doorspitten, dacht ik, toen ik de snelheid van de besluitvorming zag. Drie keuzes waren er: Boka, vuilnis, hebbedingetjes. De grote blauwe zakken vulden zich rap. Kinderen en kleinkinderen mochten uitzoeken wat ze graag wilden hebben als aandenken. Religie en kitsch gebroederlijk naast elkaar. De kerstgroep naar dochter, de vrolijke uitspattingen van de kerst met de kinderen mee. Het karafje met de vier geslepen glaasjes voor kleinzoon. De kamelenkruk ‘daar zaten we altijd op voor de kachel’ ging met zoonlief mee. Zo werd hand over hand een inboedel afgelezen aan waardevol, door niet in geld te denken maar in betekenis. Dat is de kunst.  Wat moeten we in godsnaam met al die fotoboeken. Uitzoeken en met de foto’s, die niet in de al gemaakte compilaties terug te vinden zijn, een nieuw boek maken. Wat doe je dan met de rest. Vragen, vragen, vragen en de antwoorden worden ingevuld door derden, want uit de kamer ernaast blijft het stil.

De achterkleinkinderen komen kijken, met grote ogen bij het bed. Verdrietig, wat angstig, maar ook nieuwsgierig. Een puntje van het laken oplichten om te kijken naar de voeten. Hoe ziet dat eruit. De vragen vallen stil als ze iets mogen uitzoeken van oma-oma. Een rode kerstkous en een kerstkrans van steen. De oudste het compas en een sneeuwbal als waardige oma-relikwieën

Bij vriendin heet zo’n oude oma ‘Superoma’ omdat ze al die generaties heeft zien komen en zelfs soms overleefd. De rouwkaart is een Superoma waardig waar de prachtige jonge vrouw ons aankijkt in haar sepia sluiering.

IMG_5828

’s Avonds dragen we haar in de kist uit haar kamer naar de auto. De lange gang door, langs het dagelijkse leven. Hoeveel kisten zien de bewoners langs komen.

Het huis pinkt een traan terwijl, hoog boven ons, de maan de glorie geeft

 

 

Uncategorized

Wij tellen de slagen

Geheimen zijn er om bewaard te worden en soms mag je er een prijs geven. Mijn schoonmoeder is in de nacht van 12 op 13 oktober op reis gegaan. Even daarvoor in de middag was het eerste kleintje van zoonlief en lieve schoondochter geboren. Leven en dood op de drempel. Na een lang leven mocht ze gaan en kleinzoon kon aan zijn tocht beginnen. Moe zei vaak: ‘Er zijn al genoeg oude mensen.’ En ‘Schiet mij maar in de lucht’. Honderd worden is nog maar drie jaar weg.’ Het bleef hinkepinken.

IMG_5530

Voor ons is het allemaal heel dubbel. Vreugde om het nieuwe leven en blijdschap om het lijden dat er niet meer is, maar ook een weemoedig verdriet. Aan alles komt een eind. We hebben in een weekeinde aardig wat geschiedenis geschreven. We gaan nu de week in van daadkracht en saamhorigheid. Want naast alle emoties zijn er ook nuchtere feiten. De dienst moet geregeld, de foto’s uitgezocht, de kaarten geschreven, de woorden bedacht. De kamer moet leeg. Wat moet verdeeld worden en wat kan naar de kringloop. Het zijn twee kamers, maar het is verbazingwekkend wat een mens allemaal bergen kan in een betrekkelijk kleine ruimte. Welke herinneringen neem je mee. Een enkele foto misschien, mogelijk een van de musjes. Maar verder leeft ze voort als beeld in mijn gedachte. Bij elke verjaardag zal ze er een beetje zijn, met een citroenjenevertje of een glaasje wijn. Het leven valt te vieren als de zorgen over zijn.

Met het nieuwe leven denk ik aan mijn eigen eerste ervaringen met het moederschap. De baby werd geboren terwijl het huis er nog niet was. We woonden in een huis met drie mensen, ieder een eigen kamer. Wij hadden de zolderkamer. Daarna konden we al gauw verhuizen naar een grote voormalige boerderij maar ook alleen op zolder met een klein washok. Koud water, geen wasmachine, geen verwarming. Het waren koude winters, die van de beginjaren tachtig.

In de eerste de beste vriesweek zijn we hals over kop naar het huis van mijn schoonmoeder gevlucht. Een warm kamertje en een beetje rust. Ideaal was anders, maar voor mijn gestresste gemoed was het op dat moment de beste oplossing. Na niet al te lange tijd kon het echte leven beginnen in een mooie beneden-maisonette. Wat waren we blij dat het aanmodderen voorbij was. Zijn er cursussen te vinden waar het echte leven geleerd wordt? Ook al had ik in mijn pleegjaren honderd baby’s in mijn handen gehad, bij de eerste eigen kleine valt alles uit het geheugen omdat zorg, onwennigheid en angst de grootste plaats innemen. Vader of moeder worden leer je met vallen en opstaan. Iedere gebeurtenis is een leerpunt en brengt je een stap hoger op de tree naar evenwicht en balans. Stairway to happiness.

Ik vond de babyromantiek, waar iedereen het over had…Roze hartjes, speelklokjesgetingel en verliefde moeders…slechts een luier vol en kon er op dat moment niet méér uithalen. Het is allemaal goed gekomen. Er volgden nog vier stuks van dat kleine grut en we wisten op vader en moederinstinct, intuïtie en liefde en later ervaring, de halszaken te tackelen. Ouderschap leer je door te doen.

De geschiedenis herhaalt zich. De familiekroniek wordt geschreven waar je bij staat. Dag na dag, week na week, maand na maand en jaar na jaar tot bijna een eeuw lang wentelt het wiel en wij tellen de slagen.

 

Uncategorized

Weet je wat ik in mijn handen heb

Sommige boodschappen zijn er om wereldkundig gemaakt te worden door de betrokkenen zelf. Dat kunnen anderen niet doen. Als een ander er wel weet van heeft, dan worden het geheimen.

Er was een heel fijn lied, dat ik veel met de groep gezongen heb. Een evergreen, die ieder jaar terugkwam.. Het stond op een cd die eigenlijk niet bestond. Een demo. De tekst was als volgt: ‘Weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheimpje, weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheim. Toe vertel het aan mij, voor deze ene keer,,,Nee Ubbie neee, dan is het geen geheimpje meer.’Vervolgens kwam ‘Weet je tot hoever ik tellen kan’, en dan ‘Weet je wat ik in mijn hoofdje heb’. Tijdens het zingen’ hielden we onze handen op elkaar zodat een holletje ontstond en schudden ze hoog en laag op de maat van de muziek. We zaten er iets voorovergebogen bij. Een fluisterhouding, zoals je vaker doet, als je toch een geheim wil verklappen. Het was een ingenieus lied en het gaat natuurlijk nog verder. Uiteindelijk verklapt Ubbie toch het geheimpje aan zijn vriend Frum. In zijn handen zit ‘Niets’, hij kan tellen ‘Tot vijf’ en in zijn hoofd zat..’.Uh…Zaagsel.’

De hele cd bevatte juwelen aan liedjes. *Prikkeltje de egel-als ik schrik wordt ik een balletje, een prikkelig gevalletje, *Ik vlieg-over Ubbie die vloog met zijn zeiloren, *De luchtbij-Ik ben geen aardbei maar een luchtbij, *Het geheimpje en *Ga maar slapen, waarbij Frum Ubbie in slaap wiegt.

Wat zongen we eigenlijk veel. Er ging geen dag voorbij of een aantal liedjes kwamen aan bod. Soms gewoon in een ontspannen sfeer, soms in een muziekles, soms tijdens het werken of het buitenspelen. Zelfs in het speellokaal met onvermijdelijke zelfverzonnen danspassen. Zingen en voorlezen, twee onontbeerlijke dagelijkse bezigheden.

de gorgels

Een van de spannendste boeken die ik ooit heb voorgelezen, was door Jochem Meyer geschreven en heeft de intrigerende titel ‘De Gorgels’. Jochem neemt ons mee in de wereld van de jongen Melle, die ontwaakte omdat iets op de rand van zijn bed zat. Het bleek een Gorgel te zijn. Samen beleven ze een groot avontuur in hun gevecht tegen de Brutelaars, die het op de Gorgels gemunt hebben. Dat het zo uitzonderlijk spannend was, kwam omdat het een spiksplinter nieuw verhaal was voor mijzelf. Die geheime wereld met alles wat we in het leven tegenkomen aan angst, haat, overlevingsdrang, en heldenmoed kreeg gestalte. Bijna alles valt verbloemd neer te schrijven. Alle geheimen die je vertellen wilt, zijn te verpakken en zijn uit te spinnen tot niemand meer weet, wat de wezenlijke kern mogelijk zou kunnen zijn. Het is de kracht van een goed verhaal.

Boeken bevatten ook geheimen, die je te weten kan komen als je in het verhaal duikt. In het verhaal van Siri Hustvredt, ‘Herinneringen aan de toekomst’ draait het verhaal om flarden van een jammerklacht die de hoofdpersoon ooit als jonge kamerbewoner, door de muur heen hoorde. Haar buurbrouw jeremieerde die serenade van vernijn iedere avond weer door de muur van haar appartement heen. De flarden werden vragen, de vragen een veronderstelling en dat ontspon zich tot het uiteindelijke  verhaal in het hoofd van de onbedoelde toehoordster. Wat rest is een ijzersterk plot, breed uitgesponnen, verwarrend door het aantal tijdreizen, die je als lezer moet maken, maar kunstig in elkaar gestoken.

Geheimen, die verklapt worden zijn geen geheimen meer en de belofte maakt schuld. In mij hoofd neuriet daarom al de halve nacht dat ene lieve liedje. ‘Weet je wat ik in mijn handen heb…’

Uncategorized

Gedreven weer verder gaan

Een voor een druppelden we binnen. Hartelijke begroetingen, uitgelaten kreten. De voorlaatste ontmoeting, waarbij de hele familie aanwezig was, was alweer een jaar geleden. Dochterlief had een verrassingsfeestje voor haar vader, de op een na oudste broer, georganiseerd. Zoals vroeger de huiskamer van mijn moeder was gevuld met pratende en lachende, destijds nog, rimpelloze jeugd, zo zaten we nu bij elkaar. Gepokt en gemazeld door het leven, elke rimpel verdiend. Hier en daar wat uitgezakt, maar alle elf nog goed geconserveerd. Of nee, alle tien. Broer zelf wist niets van deze verrassing. Ook de schoonfamilie was van de partij. De kinderen  liepen heen en weer om hun oude tantes en ooms van de lekkerste hapjes te voorzien.

008-2.jpg

Op een andere plek is de man met de zeis bezig de bezitster van een lang en gezond leven te bewerken en over te halen om de drempel over te stappen. Ze is nog altijd sterk maar heeft zich ten einde overgegeven. ‘Kom haar dan maar snel halen’, is mijn gedachte. Waar leven lijden is, is de grens bereikt.

Het feest verliep in een gemoedelijk tempo. De verrassing was een schot in de roos. Totaal niet verwacht en het was een mooi gezicht om zijn twee werelden weer even samengevoegd te zien worden.  Ondertussen buiten de viering om was er nieuw leven dat stond te popelen om te mogen beginnen. Zo vormde zich op dit moment alle facetten van het leven.

Geboren worden, het leven vieren en het sterven. Het bestaan in een notendop. Het is veel en maakt wat onrustig. Als de ogen gesloten zijn stormen de gedachten binnen en rollen over elkaar heen, strijden om voorrang. Dromen nemen een vlucht van herinneringen naar de toekomst en weer terug. Voorstellingen van toekomstige nieuwe bewoners, oude geesten die voorbij komen, de wereld uit mijn jeugd, die binnen komt varen. Het huis aan de Amandelstraat en het huis aan de Elsstraat, waar de twee families woonden. Een steenworp afstand van elkaar. Een wereld van verschil. De kerk in het midden en het voetballen als gemeenschappelijke deler.

Aan het begin van de avond was er ook een verrassing voor mij. Schoonzus had de reportage van de karavaan, de tocht van de Bernagie naar haar uiteindelijke plek op foto vastgelegd en in een boek samengevat. Het was een heerlijk verslag van de hele organisatie en alle mensen die er aan meegewerkt hadden. Met de Barbeque als feestelijke afsluiting van een geslaagde onderneming.

Ik verlang naar de tuin. Twee weken geleden was ik er voor het laatst. Even mijmeren en me terugtrekken en dromen verwerken. Als de hectiek groot is, is alleen zijn de manier om je op te laden, energie te verzamelen om verder te kunnen. Soms ontaard het in puur onkruid trekken of snoeien. Het leeg maken door intens bezig te zijn, maar soms ook valt het stil en is observeren van het kleine leven voldoende.

Herfst doet haar intrede, letterlijk en figuurlijk. Het versterven van blad en vrucht die  hun nieuwe belofte hebben uitgezaaid. Het vastleggen. Het kleine zien in de overweldigende draai die het leven geeft aan het heden en even een pas op de plaats. Val stil, niets zeggen, ondergaan, beleven en gedreven weer verder gaan..

 

 

Uncategorized

De eenvoud is te benijden

Oktober is de maand van elke dag een voornemen uitvoeren. Dat kan stoptober zijn, een maand lang stoppen met een ‘slechte’eigenschap, zoals roken bijvoorbeeld.

2019promptlist.png

Het is ook inktober, de maand van de inkt-tekening elke dag. Er zijn twee versies in omloop en waarschijnlijk nog wel meer. Ik heb me op het pad begeven van de Natural Science Version. De ander is the Offical 2019 Prompt List. De norm is om een echte inkttekening per dag te maken. Ik heb het omgevormd tot elke dag een tekening, met welke techniek dan ook, maar wel naar de opdracht van de dag. Het is de snelle versie, passend bij mijn aard en aanleg. Het mondt uit in kleine aquarellen. Ze zijn eerst met pen getekend en dan ingekleurd. Het is fijn om zo bezig te zijn. Er is niet veel voor nodig. Een schetsboek, een pen en mijn kleine reis-aquarelset.  Ik teken met mijn eigen persoonlijke twist.

020.jpg71856127_10216003773667299_3283499323811168256_o002003 (2)IMG_E5663img_5665.jpg72954494_10216051158891900_6284471013082136576_n72886959_10216052616568341_7731070557344497664_o009.jpg018

Alle tien samen te zien geeft een voldaan gevoel. Als je op school werkt is er iedere dag wel een of andere creatieve ontlading. Er werd volop geëxperimenteerd met alle materialen. Veelvuldig gebruikte ik ze ook door elkaar om te kijken welke effecten het had. De kinderen, hoe klein ook, mochten los met alles wat ze tegen kwamen. Zodra je leert hoe met het materiaal om te gaan, leer je de do’s and don’ts vanzelf kennen. Ik kende mijn pappenheimers en ik wist dan ook onmiddellijk wie die verantwoordelijkheid niet aankon. In de groep maakten we Kunst met een hoofdletter.

050Kunstwerk van de groep 4-5-6-jarigen

School was de broedplaats van de ideëen. We schroomden niet om hele behangrollen te gebruiken, lappen te weven in de fiets, of een laken in de stijfsel te dopen. Zo kwamen projecten als de Lorelei tot stand en het grote Dinoskelet van botje bij botje. Op die manier onderzochten we de zonnebloemen net zo als we nu op cursus doen. Met ruiken, doorsnijden, observeren. Er was geen begrenzing als het om de objecten ging.

009Dinoskelet

Een etentje bij lieve vrienden. Een gekoesterde traditie van de laatste drie jaar. Sinds we elkaar niet meer dagelijks tegenkomen in het werk, organiseren ze dit al. Zo fijn om samen herinneringen op te halen en verhalen uit te wisselen. Het eten was heerlijk, de wijn fonkelde. de tijd verdronk in aandacht en liefde. Het bracht gebeurtenissen terug, die heel diep  weggezakt waren en nieuwe weetjes kwamen om de hoek kijken. Eigenlijk waren de vriendschappen uit die tijd onuitwisbaar, zowel bij dochterlief als bij vriendin. wat fijn om te weten dat de saamhorigheid nog altijd bloeit. Dat was te danken aan het familieconcept, de hechte gemeenschap van voor elkaar door elkaar. Het heeft zijn vruchten afgeworpen. De boom is om, maar de kern leeft voort.

Dochterlief kon met me mee naar de tram en terug naar huis zwierven flarden van de dag door het hoofd. De komende blije gebeurtenis, de droefenis om mijn schoonmoeder, die nog steeds niet at en nauwelijks dronk, het heerlijke opgeruimde huis, het warme gevoel van de avond. De rollercoaster die leven heet en gewoon haar vlucht neemt. We mogen instappen en ons mee laten voeren. Ik inktober rustig door en zie wel waar het pad toe leidt.

Pluis slaapt dwars door alles heen op haar grijze troon. Ze kijkt me aan, spint wat en krult zich nog eens om. De eenvoud is te benijden.

Uncategorized

Dikke tranen

Vriendin spin zorgt voor een prachtige observatie op ooghoogte vlak voor mijn raam. Soms is ze aan het werk en spint haar draden tot bestaansrecht en dan weer hangt ze roerloos in het midden van haar web stilletjes te wachten op wat komen gaat. Vandaag is de dag vriendelijker begonnen met zonnestralen, die de bladeren van de grote plataan lichtgroen, bijna geel doen oplichten. Het is al veel later en ik heb een gat in de dag geslapen met de meest wonderlijke dromen.

Er was een handig ‘ogen’-gezelschap. Ze hadden een stellage gemaakt,  waar kinderen onder konden kruipen. Ze staken hun hoofd door het gat en kwamen in een soort doos met open voorkant. Zo kon je hen met het grootste gemak de ogen schmincken. Ik vond het een ingenieus idee. Aan de andere kant liep een gezelschap dat zou gaan optreden. Een deel ervan leek verdacht veel op De Dansers, die ik vorige week nog gezien had tijdens hun optreden. Ik had een rolletje. Ik moest zeggen: ‘Wie is die vrouw’. Bij de tweede voorstelling in de droom vergat ik mijn ‘moment of fame’, want ik was mijn wegrollende zilveren ringen aan het zoeken. De maakbare wereld vind je in dromen.

Gistermorgen kwam de zon net te voorschijn toen ik uit de auto stapte om naar het ziekenhuis te lopen. De kleine konijnen graasden gemoedelijk hun ontbijt bij elkaar op het grasveld aan de zijkant. De zon kleurde de hemel en de  rook van de fabrieken aan de horizon sliertte er in grijze sluiers doorheen. Op de afdeling was het een komen en gaan van mensen. De afdeling had me ingelijfd bij de hulptroepen en wisten me een paar mensen te melden, die wel een handmassage wilden hebben.

antonius een

De vrouw heette net als ik met een letter minder. Ze was zo oud als mijn jongste zus en had haar haar in een artistieke draai losjes omhoog gewerkt. Dat schiep een band. Terwijl ik haar masseerde, vertelde ze de reden waarom ze hier, op oncologie, lag. Zachtjes en berustend. Er was geen weg terug  Dus keek een mens voorwaarts. Er zat niets anders op. Ze benoemde de machteloosheid als het moeilijkst te aanvaarden. Het ziek-zijn niet, de bijverschijnselen niet, de symptomen niet, maar het gedwongen ondergaan. Het vechten tegen de bierkaai. Er kwam een dokter binnen lopen, maar die maakte rechtsomkeer toen hij zag dat ik er was. Ze huiverde even en vertelde dat dat, ze knikte met haar hoofd in de richting van de deur, de brenger van slecht nieuws was. Nog even niet aan denken.

Op de gang liep een meneer te kuieren. Hij had de beide handen op de rug. Hij kon niet tegen heel lang stil zitten of liggen. Er moest wat beweging in. Thuis zat hij nooit en was hij altijd in de weer. Ik liep een eindje met hem op en buiten het feit dat hij de benen strekte, strekte hij ook zijn ziel. Het hele relaas van zijn krachtsinspanning kwam boven. Hij dacht een jaar geleden een aantal omleidingen te hebben overwonnen en had gedacht zijn leven nieuw elan te kunnen geven. Aan het begin van dit jaar bleef hij te moe. De onderste steen kwam boven en daarmee ook een pittig vonnis. De longen waren aangedaan. Hij werd hierheen verwezen om de schade eventueel te beperken. Zo af en toe was het fijn om stoom af te kunnen blazen. ‘Als het goed is, weet ik vrijdag meer’, zei hij en ik zag de gelatenheid, die hem overvallen was.

Toen ik in het voorbijgaan nog even de kamer inkeek van de vrouw, zat dokter aan haar bed. De onheilstijding had haar werk gedaan. Buiten waaide het en plaatselijk huilden de bomen dikke tranen mee.