Uncategorized

Een lijnenspel voor Oma

Een nieuwe tegelvloer in de hal van de flat, stralend wit in plaats van grijs beton. Ze waren er nog mee bezig en op mijn vraag aan een van de tegelzettters of hij dan de krant uit mijn postbus wilde pakken, keek hij me glazig aan. ‘Of kan ik er overheen stappen’, voegde ik er snel aan toe. Een instemmend gebrom. Het compliment van mij over ‘het chique vooruitzicht en nu nog een lift graag’ brak het ijs.

De vesting van vier trappen beklommen en de gebruikelijke observatiepost bij het bovenkomen bereikt. Adem moet stromen. Na de trappen deed het dat niet. Het vreemde vogelgeluid bleek het gepiep van de tegelsnijder te zijn. Zon op de bladeren en de balkondeuren even open. Wat ‘binnenzit’-warmte eruit.

https://www.npostart.nl/idfa-doc-we-are-together/21-10-2020/POW_04658431

Wonderlijke dromen, die niet opgeschreven zijn, nul afspraken en zeeën van tijd rekken de ochtend. Een langzame start, een aflevering van BNN/VARA over het weeshuis Agape, waar de kinderen altijd zingen. Ze mochten een concert geven in Engeland en in New York, met medewerking van Alicia Keys en Paul Simon om geld in te zamelen voor hun weeshuis, dat veel te klein was en uit zijn blauwe voegen barstte. Het was een ontroerend relaas. Ontberingen om weten te buigen tot succes is een kunst op zich. Dat konden ze, dankzij de allesomvattende liefde van hun weesmoeder die dansend door het leven ging en hun, overleden, altijd zingende moeder in gedachten.

Dan een ander verhaal van een collega-blogger, die de puberteit van haar kinderen ziet als een grote puzzel. Een oceaan in rood met ronde stukken. Niets past meer en alles is ‘stom’. Alle bokkigheden, die nu eenmaal bij die puberteit horen, maar die vergroot werden door een ontwikkeling, die trager ging dan de leeftijd in jaren. Zo’n mooi vergelijk. Ze schreef dat ze normaal altijd met de zijkanten van de puzzel begon, maar deze ronde stukjes waren zo glad als een aal. Waar moest je instappen. Het was een lastig dilemma. De kinderen op school leerde ik altijd te beginnen met de hoeken, overzichtelijk en duidelijk te herkennen. Maar hier ontbrak een aanhaakhoek. De stukken leken qua kleur op elkaar.

Was schakeringen zoeken en daarin de ruimte laten door kleinere, veel kleinere stappen te nemen, een oplossing? Geen idee. Deelde mijn eigen ervaringen. Geen grote puberteit meegemaakt met de grote saamhorigheid die ontstond toen de vader van de kinderen ziek werd en in die puberteit van hen overleed. Het leek alweer zo lang geleden nu ze allen op eigen benen staan. Een hectische tijd. Door het verdriet versmolten we, door het gesappel van mijn kant om het leven weer op de rit te krijgen, was er hier en daar iets ontgaan. Dat was misschien die ruimte, die ze op dat moment nodig hadden. Vanaf zestien jaar mochten ze los met het eigen roerige leven, was mijn opvatting met mijn eigen puberteit voor ogen. Verantwoordelijkheid voor de daden en ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ als leidraad. Nu is het vaarwater van de overpeinzing voor mij de zee waarin gezwommen wordt en dat geeft zoveel rust. Wat wijsheid is, is voor ieder van een andere orde.

Gisteren een handgeschreven envelop in de brievenbus. Een tekening van Dribbel, kleinzoon vier, waar ik ’s middags nog geweest was. Goed uitgeslapen werd hij na een uur pas wakker, kaarsje aan, lampen aan, buiten de regen op het raam en binnen een gemoedelijk samenzijn met hem en kleinzoon een. Omdat hij zo lekker sliep, konden kleinzoon een en ik bomen over het leven. Alles kwam voorbij, angst om de operatie aan zijn knie en of corona daar geen roet in het eten zou gooien, school als leukste bezigheid op dit moment en lezen. Een spannend boek waar hij in verdwijnen kon, door een goed initiatief van school. Hij hield ervan, broer juist niet. Het was knus en gezellig. Thuis wachtte de verrassing. Een lijnenspel voor Oma.

Uncategorized

Laat maar waaien

Zo dankbaar waren die bollen, toen ik ze met liefde in de zwarte aarde vleide. Sommige lieten van pure pret al een puntje van de steel zien. De hoop is nu gevestigd op woelmuizen, die op een andere manier aan voedsel komen en niet aan mijn bollen gaan knabbelen. 165 bollen bleek een hele klus. In het begin had ik nog dapper mijn handschoenen aan, maar de scilla en de blauwe druifjes waren zo miniem dat ik de strijd om schone handen voor gezien hield en rouwrandjes opdiepte door gaten te prikken met mijn vinger. Eerst rullen met de schepel en daarna als een mes door de boter. De giganten onder de sieruien zette ik beschut allemaal bij elkaar zodat ze houvast zouden hebben in saamhorigheid. Het was een dankbare klus, die precies voor de beloofde bui geklaard was. De wind was toegenomen, maar de schapen graasden onverdroten voort. De dames hadden het te druk om aandacht te besteden aan iemand die door de sloot gescheiden was. Onverstoorbaar haalden ze hun maaltje binnen.

De tuinder vooraan was in zijn tuin bezig en vroeg of ik hard gewerkt had. Op mijn bevestiging en de vraag hoe het met hem stond, lachte hij breeduit: ‘Ik werk nooit hard. Een beetje hier en een beetje daar, langzaam aan. Hard werken is niet goed voor een mens, als hij ook nog wilt genieten’. De wijsheid ligt op straat. Een tuinder op de fiets deed het hek al open. Ik slingerde een zak onkruid in de kleine blauwe en haastte me achter hem aan, terwijl ik gebaarde een sleutel te hebben. Hij fietste een stukje door, aarzelde, stopte en keek om, maar toen hij zag dat ik naar het hek toeliep, vervolgde hij gerustgesteld zijn weg.

Net voordat Masterclass Australie zou beginnen plofte ik op mijn geliefde stekkie. Wonderlijk hoe je kan genieten van die malle kookcompetitie, maar ja, koken is natuurlijk een van de aangename bezigheden en zeker nu zoonlief weer tijdelijk inwoont, zodat ik nieuwe creaties kan bedenken. De inspiratie doek ik op uit deze middaguitzendingen.

Doordat ik zo lekker in de aarde had zitten wroeten wist ik wat de opdracht voor #Inktober moest worden. ‘Hide’ werd een egel, die zich opgerold had voor een grote speelse hond. Altijd als ik zo’n schattig bolletje zie, hoor ik egel fluisteren: ‘Ik ben er niet, ik ben er niet’, of denk aan een van mijn heerlijke toppers van liedjes in de groep: ‘Want als ik schrik, dan rol ik op, ik wordt een balletje. Een balletje dat heel erg prikt, een naar gevalletje.’ Hilarisch vonden ze het, niet op de laatste plaats door de aandoenlijke stem, die de zelfkennis verkondigde.

De opdracht van gisteren was ‘Music’ en dat werd Tracy Chapham, waar ik grote bewondering voor koester. De korte schetsen zijn een prima tijdverdrijf om daarnaast een programma te volgen of muziek te luisteren. Dit prachtige lied bijvoorbeeld om in de stemming te komen en eigenlijk nog steeds van deze tijd. #Inktober is een mooie gedachtengeleider, je komt op de meest uiteenlopende ideeën.

Er was voor vandaag regen voorspeld, maar hier schijnt de zon. Straks ga ik op dribbel passen, kleinzoon vijf. Niemand is ziek, dus ik waag het erop. Het blijven altijd afwegingen. Als het dit weer blijft, is het grote park aan de overkant een mooi alternatief. Dierenweide en speeltuin in de frisse buitenlucht. De woordkraker uit de krant van vandaag is praktisch opgelost en er ligt nog een Palet, die ik te leen kreeg van vriendinlief, 98 pagina’s dik. Een nummer uit 2011, maar Kunst is tijdloos en stromingen zijn van alle tijd. Verveling, ik ken het woord, maar de inhoud niet. Nietzsche noemde het ‘een onaangename windstilte van de ziel’. De remedie: Het waaien van een frisse wind. ‘Herfst in het denken’ zeg maar. Laat maar waaien.

herfsttuin
Uncategorized

En wij zijn de bofferds

Er verschijnt een klein venster in de hoek van het beeld. De naam, die in het mailadres staat, doet de alarmbellen rinkelen. Half om half was de aangekondigde boodschap al verwacht. De voorstellingen voor de scholen gaan in de maand november niet door. Sommige probeert men nog in de gymzalen van scholen te krijgen, maar daar zijn wij, publieksbegeleiders, niet bij nodig. Wat spijtig voor de kinderen, die zo wel zouden varen bij een voorstelling in deze tijden van ontberingen en wat moeilijk voor de acteurs, die niets anders willen dan met liefde iets van de theaterkunsten te presenteren. Wel waren er bij mij al piekermomenten geweest voor een ontmoeitng met al die grote en kleine mensen en overwoog ik zelfs al de aanschaf van een scherm, omdat een mondkapje alleen de ogen laat spreken. Het hoefde niet meer.

Op de tuin was het rustig. Hier en daar een rokende kachelpijp, maar verder doodse stilte. Voor de bollen er in konden, moest er gewied worden. Teveel aan brandnetel had kans gezien om hier en daar wat te overwoekeren. Bovendien lag het wiedsel van mijn vorige escapade nog op het gras. Handen uit de mouwen en aan de slag. Roodborst kwam groeten en merel hing aan een voze appel in de boom net als pimpelmees. Twee vuilniszakken vol later schortte ik de bollen nog maar weer een dagje op. Aan de tafel een zelfportret in houtskool, het spiegeltje erbij en gaan. Daar dook ik onder mijn handen vandaan, twintig jaar jonger met een te kleine bril. Het mocht de pret niet drukken.

Bij een rondje door de tuin viel de braam op, die dapper aan een late bloei was begonnen ondanks het prachtige herfstblad. Wat een held. Nog een late bloem in de Oost-Indische kers, het zilverschildzaad trok zich niets aan van wisselende temperaturen en bloeide weelderig voort even als de vergeet-mij-niet en de paarse dovenetel. De nieuwe roos stond er waardig bij in haar witte kleed. Het bakje van de voze appeltjes was nagenoeg leeg, dus kliefde ik met de schepel een paar nieuwe en zette het als voer voor hier en daar een late wesp of bij en voor de luie vogels. Woelmuis zou ook wel tot de stiekeme snoepers behoren.

Het begon al te schemeren. Pluis kwam haastig aangelopen bij mijn voetstappen op de galerij. Uitzending gemist bracht een wonderlijk verhaal over de koning van Thailand, een uitzending van Over mijn lijk, waarbij een jonge vrouw haar wilsverklaring voorleest aan haar familieleden, wat de waterlanders los maakte en Matthijs van Nieuwkerk die niet graag in het Engels bleek te interviewen. Daarin zat ook het fragment van een van die zeldzame keren, dat hij dat wel gedaan had, met Agassi. Agassi had een hilarisch verhaal over de keer dat hij verloor omdat hij bang was dat zijn toupet op het gravel kwam te liggen, omdat het was losgeschoten. Van Nieuwkerk kwam niet op de vertaling voor het woord ‘koppetje’, dat hij toen maar in het Nederlands benoemde. De zaal barstte in een lachsalvo uit en Matthijs baalde omdat er gelachen werd om iets wat Agassi niet zal hebben begrepen en zijn gestuntel daar de oorzaak van was. Agassi zelf besloot zijn relaas met de opmerking dat het publiek nooit heeft geweten, dat hij deze match toch gewonnen had in zijn gevecht om het toupet. IJdelheid uw naam is man.

Het blijft een luxe, dat elke gemiste uitzending terug te halen is. Waar vroeger bij mijn ouders thuis in de avond de televisie altijd aanstond , later ook met de videorecorder eronder, om perse niet te missen programma’s op te nemen, raakte mijn vader, in de periode dat hij ziek was, geheel van slag, als het ding ingesteld moest worden. We zijn verwend, maar het is fijn. Daardoor valt er, bij alles wat nu niet mogelijk is, toch nog volop te genieten van de creativiteit van anderen. Vanmorgen was ik in New Mexico bijvoorbeeld en volgde Georgia O’Keefe en haar omgeving, het woestijnlandschap rond de Tafelberg, dat de inspiratiebron was voor haar werk. Niet alleen de schoonheid van het land, ook de tijdreis was de bonus en wij zijn de bofferds.

Uncategorized

Iets om naar uit te kijken

Buiten staat de boel op z’n kop. Het plantsoen voor de flat is afgezet met rood/wit lint dat alarmerend afweert. Twee rode auto’s staan er met veel hulpmiddelen voor. Niets is wat het lijkt. Met een varifocus op mijn neus blijkt, dat men de nieuwe gele tegels aan het egaliseren is.

Gisteren een appje met de vraag of ik op de tuin was. De dag ervoor had achterbuuf al ingeseind dat het regenachtig zou zijn, dus schoof het planten van de bollen door naar vandaag. Toch een afspraak gemaakt om lekker te komen theeën. Vriendinlief had deze hele wonderlijke periode nog niemand in huis ontvangen. ‘We houden afstand’, was de belofte van mijn kant. Ramen open, dikke trui en sjaal. Met heerlijke warme rooibos en een nostalgische bastognekoek de diepte in. Iets waarvoor tussen ons beide onmiddellijk de ruimte was. Een mededeelzame periode kwam langszij. Heuvels hier, dalen daar, op klassieke klanken en veel kunst. Om ons heen, in onze gesprekken, in ons hart. Tijd heeft vleugels als elke vezel toebehoort aan de uitwisseling. Na twee grote bekers thee een bodempje rood en weer luchtkussen, maaiende en zwaaiende armen. Buiten geen spatje regen te bekennen en zelfs zon, maar ook binnen had de zon geschenen.

Inktober dag 25 had als opdracht ‘buddy’. Ik wist onmiddellijk welke tekening ik zou maken. Een van de kleine parels in mijn leven. In mijn laatste groep, rond de tijd van Sinterklaas, zaten we voor het digibord en keken een filmpje in de pauze. Ik weet niet meer waar het precies over ging, maar het was spannend. Sommige kinderen hingen van de spanning tegen het doek aan. Een had de handen half voor het gezicht en keek met ogen als spiegeltjes. Haar beste vriendin had dat in de gaten. Ze schoof naar haar toe en legde haar arm om de schouders en daarmee om de angst. Samen bleven ze kijken. Dat beeld, die arm om de schouders, is voor mij het ultieme zorgen voor elkaar. Veiligheid en geborgenheid bieden als de ander dat nodig heeft. In deze tijd zou je willen zeggen: ‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ in variatie op een thema.

Vanmorgen na een krant vol onrust en ophef was er de behoefte om het programma ‘Project Rembrandt’ van de NTR terug te kijken. Een beetje hoop in bange dagen. Ineens vulde de wereld zich met een heel ander probleem. Hoe maak je een zelfportret met hoed in een uur. Pfff, wat een uitdaging voor de kandidaten in zo’n tijdsbestek. De ruimte waar men in stond, de ezels gescheiden door plexiglas, was de toonzaal van het Rijksmuseum. Er zijn minder inspirerende plekken te vinden. Aan de andere kant sta je tegelijkertijd onder het oog van de grote meesters. De verscheidenheid onder de amateur schilders was groot. Jong, oud, en de meest uiteenlopende beroepen of nog studerend, geschoold of niet. Twintig mensen waar uiteindelijk er tien van over zouden blijven. De tweede opdracht was een uitsnede te maken van de omgeving waar ze in stonden en dat weer te geven en de allerlaatste opdracht, binnen 2,5 uur Gerard Joling vastleggen op het doek.

Oud werk, zelfportret in meer dan een uur.

Het is boeiend te zien hoe iedereen daarin eigen keuzes maakt en om het oordeel van de twee docenten te leren kennen. De een ging voor techniek en kennis , de ander voor kunstzinnigheid en een eigenheid, een mooie aanvulling op elkaar. Dit wordt iedere zondagavond genieten. Iets om naar uit te kijken.

Uncategorized

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Het zachte weer had half Nederland op de been gebracht. Bij mijn favoriete kwekerij was het druk. Het was een groot terrein, dus ruimte genoeg en iedereen hield goed afstand. Natuurlijk bleef het niet bij de bollen. Zo aanlokkelijk als al die mooie vaste planten erbij lagen. Dat was een mooie gelegenheid om de schaduwborder aan te vullen en de bosaardbei en de hondsdraf in de kiem te smoren. Twee wiite lupinen, drie Lysimachia’s, drie Franjekopjes, en drie stuks stinkend nieskruid en omdat ik goed op dreef was ook voor in de border achteraan drie salvia’s met de wulpse naam ‘Hotlips’. De bollen beloofden blauwe druiven, sieruien, groot en klein en scilla en als kers op de taart een mooie witte doornloze roos.

Het pad langs de sloot was nog steeds wat modderig. Halverwege kwam de overbuur aanrijden. Door dit wonderlijke jaar hadden we elkaar nog niet gezien. Tijdje uit de roulatie door wat kwalen en kwaaltjes, maar nu weer volop in bedrijf. Hij had een andere tuin genomen waar al een oud huisje op stond. De eerste tuin, bij mij aan de overkant, waar nog een huis gebouwd moest worden, was hem te zwaar gebleken. Achterbuuf kwam van de tuin en stapte af om niet in de modder weg te glibberen met de fiets. Het voelde warm en vertrouwd, dat minieme praatje van gelijkgestemden onder elkaar. Halverwege kwam zus van de oude me tegemoet lopen. Bracht nieuws over haar beste vriendin die overleden was binnen zes weken. Altijd weer droeve berichten, zulke mededelingen en totaal onverwachts. Te jong, te vroeg. Onze vakantieclan van ooit, het grote huis in Hombourg, werd zo steeds meer uitgedund. Lucht-kussen en zwaaiende armen alsof we elkaar omhelsden. Ik had haar graag even een knuffel gegeven bij het zien van die ingehouden tranen.

De vlier liet ik links liggen. Eerst de planten de tuin in werken. De roos kwam naast de ingang van de Bernagie, waar eerder dit jaar de springbalsemienen hadden gestaan, daarna wieden en planten. . Roodborst kwam nieuwsgierig kijken en was kennelijk zo gewend aan het idee dat ik daar rondliep, dat ze steeds dichterbij kwam. Toen ik de planten de grond aan het inwerken was, maakte ze dankbaar gebruik van de omwoelde aarde en pikte uit dat gemak haar graantjes mee. Alle werkzaamheden werden in het logboek gememoreerd. De grote waxinelichten aan, want het begon al te schemeren en voor de gezelligheid. De bollen konden later in de week gepoot worden.

Op de terugweg was de overbuur bezig met het schilderen van zijn nieuwe blauwe huisje. Het had cachet, want aan de voorkant was het net of het een overhemd met opengeslagen revers aan had. Hij lachte breed bij die vergelijking en zei dat hij de ‘stropdas’, een blauwe streep dwars door het midden, dan weg zou schilderen, want hij hield niet van stropdassen. Wat een opmerking al niet vermag.

Het inktoberwoord voor vandaag was ‘dig’. Er stond niets anders op het netvliies, dan waar ik de hele middag mee bezig was geweest, dus kwam er een ietwat mislukte schepel, een wachtend plantje en rulle aarde. Beetje onduidelijk, bleek naderhand. Meer zat er niet in. Vermoeidheid dirigeerde me naar boven.

De wijzers van de klok zijn een uur teruggedraaid, ergo, om drie uur klaarwakker met het volgen van het vertrouwde bioritme. Pas nu, om zeven uur begint het buiten te gloren, vrij donkergrijs door de voorspelde regenachtige dag. Ik had gehoopt dat het vroeger licht zou zijn. Karige winst dus. Nu mijn gedachten weer in het gareel lopen, lukt het misschien wel om Klaas Vaak nog een keer te porren, een uurtje zand te strooien. Wie weet, hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Nieuwe hoop

De nacht bleef hangen in gedachten. Wakker, slaapverwekkende puzzel, ingraven in de kussens, nog een slaapverwekkende puzzel, gewoel om op een andere zijde te komen en geen schapen maar beren op de weg. Alles in een vierdubbele herhaling. ‘Zit de milieupas nog wel in mijn jaszak naast mijn fototoestel, die ik er, tijdens de wandeling gisteren, zo vaak heb uitgehaald, net weer opnieuw opgestuurd gekregen’. ‘Ben ik te voorzichtig in deze opwaartse virusgang.’ ‘Kinderen, die ik al een tijdje niet heb gezien, die voorbij komen.’ ‘Knuffels die ik mis.‘ Het resulteerde uiteindelijk in een droom over de kringloop, een enorme, waar ik aan het werk was en niets opschoot en drie ratten in de gang voor mijn voeten wegschoten. Warrig wakker worden, de natuur in een dikke grijze deken door het raam. Een late koffie en de krant.

Die wandeling was met de zussen. Zij hadden vooraf geluncht bij een van hen, maar ik wilde nog niet naar binnen met het oplopen van de besmetting. Ook na afloop gingen zij boven borrelen en koos ik wijsheid en eieren voor mijn geld. De wandeling was heerlijk, de broodnodige beweging.

Het gebied, de Kooikersplas bij Houten, was mooi. Daarachter lag het park Nieuw Wulven grenzend aan de weilanden en stoppelvelden tussen Houten en Bunnik, waardoor het een hele landelijke uitstraling kreeg. Prachtige herfstpaletten trokken voorbij, rietkragen met kleurrijke bomenrijen, oude boomstammen met elfenbanken, sommige inktzwart uitgeslagen, versteende uitwassen tussen de stammen in.

Verderop een geschubde inktzwam. Hoog in de top zat kraai en hield angstvallig een torenvalk in het vizier, die bij naderbij komen hoger opvloog naar een lantaarnpaal. Safety first, zal hij gedacht hebben.

Aan het eind een witte reiger stapvoets tusssen het riet en wollige witte en bruine schapen met hun dikke vachten in het gras. Vredige herfsttaferelen. Zon probeerde het nog even, maar kwam niet door het wolkendek heen. Wel bracht ze in de lucht een natuurlijke lichtheid.

Thuis op de bank inktoberde ik, terwijl ik de zussen aan de borrel wist en vierde het met hen mee, met een bonne blanc. Toch een beetje feest. Virus vroeg bij uitstek erom, zelf de slingers van het feest op te hangen. De opdracht voor de tekeningen van eergisteren was ‘Chef’. Dat werd een ‘Chief’ en voor die van gisteren ‘Rip/scheur’ koos ik het scheuren van mijn oude lakens tot verfdoekjes..

Dochterlief wipte vanmorgen even aan vanuit de zwemles van kleinzoon drie. Een thee, twee boeken en wat fruit later gingen ze weer. Zwemmen met kleren aan en door een ring duiken was makkie, gewoon even zo en zo, twee maaiende armen door de lucht, een olijke grijns op zijn toet, maar alleen naar de gang lopen om je jas te halen, was toch een beetje spannend, door het schilderij van de man met de doordringende blik, die in die hoek hing. Het leven is spitsroeden lopen, achter elke bocht ligt het ongewisse.

Het weer klaart op. Dan wacht de tuin. de laatste brandnetels eruit, nog wat snoeien aan de al kale vlier. Niet teveel maar gewoon, lekker bezig en de conditie opbouwen, want bij de wandeling gisteren moest ik toch echt aardig wat uitpuffen tussendoor. Iedere dag een wandeling of een fietstocht schrijf de wonderdokter in mij me voor, nu de fysiotherapie langer mijl op zeven is met deze tweede golf. En voor de voeding van het broodnodige verlangen bloembollen kopen, Allium, Scylla en Blauwe druif, een gelofte om het nieuwe jaar te starten met nieuwe Hoop.

Uncategorized

Hernieuwd elan

Terugkijken van eerdere uitzendingen van Het Uur van de Wolf levert grote voordelen op als je de schone kunsten moet missen. Zo kwam ik na een speurtochtje op een documentaire in close-up van Ursula von Rydingsvard. Deze vrouw maakt immens grote sculpturen van hout, brons en andere materialen.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/close-up/2020/ursula-von-Rydingsvard.html

Zo bescheiden en frêle als ze is, zo imposant en overweldigend zijn de beelden en installaties die ze maakt, samen met een team van mensen, met grote liefde voor haar ideeën en met respect naar en voor elkaar als een grote familie. Het verhaal erachter van de kleine Poolse immigrante, een oorlogskind, die met haar jeugdherinneringen als een deken om haar heen, met ijzeren doorzettingsvermogen haar weg in het leven en de kunst heeft gevonden, houd me in de greep vanaf de eerste seconde.

Naarmate de reportage vordert en je haar bezig ziet, vraag je je af hoe het haar lukt om zo groot te denken. Ze beschrijft dat ze als vluchtelingen in een opvangkamp voor ontheemden terecht kwamen in Duitsland. Ze sliep op een springveren bed, die eigenlijk voor soldaten was en alles om haar heen, vloeren, wanden, het plafond waren van hout. Tegen het hout kroop ze aan als ze verdrietig was of ging slapen. Het was grof timmerwerk zonder opsmuk of poespas, dat ze kon ruiken en voelen. Die geur van het hout betekende veiligheid en geborgenheid temidden van een ontheemde wereld. Daarnaast noemt ze de drift van haar vader en zijn woedeuitbarstingen. Eenzelfde woede, die zij heeft weten om te buigen tot een kracht om er mee aan het werk te gaan.

Je ziet haar aan het werk en daarmee wordt ze net zo imposant als haar creaties. De liefde en de kracht, het doorzettingsvermogen zorgen ervoor dat het ondenkbare denkbaar wordt. Er wordt uitgelegd hoe ze, bij een bezoek aan Polen, vormen terug vindt in de natuur, die ze gebruikt heeft voor haar beelden, maar nog nooit eerder aanschouwd heeft. Het zijn haar wortels of misschien wel de onbewuste herinneringen die diep in haar liggen opgeslagen. Een korenschoof, een hulpmiddel bij de was vroeger, de glooiende velden van Polen. Ze noemt de natuur ‘My native teacher’. Ze maakt haar niet na, maar is op zoek naar datgene wat bijvoorbeeld in een wolk zit, dat van belang is bij wat je zelf nodig hebt. ‘Natuur valt niet na te maken, omdat ze zo complex is, dat haar oppervlakken en texturen’ ,die ze maakt ‘nog geen schim van de werkelijkheid zijn‘. ze gebruikt verschillende elementen, bewust of onbewust, en ‘die weef je aan elkaar tot een min of meer abstract geheel’. Ze geeft aan een heel te hebben aan het woord schoonheid, omdat niemand weet wat het inhoudt en ieder er zijn eigen invulling aangeeft. Maar daar reageert haar man op. Hij was juist ‘gevallen voor haar schoonheid’ vertelde hij. Ze schoten in de lach. Je voelde de liefde en verbondenheid tussen die twee.

Ze blijft voortdurend in ontwikkeling. Ze experimenteert naast het cederhout met allerhande materialen, vilt, textiel, klei, ijzer en later ook brons. Altijd wordt het indrukwekkend en groots terwijl ze zelf, als alleenstaande moeder min New York haar bestaan eigenhandig vorm geeft op een zelfde wijze. Van niets, stap voor stap met een ijzeren doorzettingsvermogen en een onuitblusbare passie, waarbij je niet anders dan grote bewondering kan voelen voor deze vrouw. Wat een prachtige docu van Daniël Traub.

Er zijn meer interessante docu’s die ik nog niet gezien heb. Iedere dag een zo’n vitamine van schoonheid, hoop en verlangen levert de broodnodige inspiratie en daarmee hernieuwd elan.

Uncategorized

Wat rest is stilte

Ineens ging vanmorgen buiten het licht aan en zette de onderkant van de boom in de grandeur van een zomer. Na het grauwste grauw van gisterenmorgen was dit een aanlokkelijke aanzet tot haast. Dat was gisteren wel anders.

Toen de regen gestaag bleef vallen zat er niets anders op dan de gemiste uitzending van Volle Zalen terug te kijken. Cornald Maas opent in deze serie de deuren achter de coulissen en ontmoet de makers achter de voorstellingen. Afgelopen zondag was Jeroen van Merwijk aan de beurt. Eigenaardig. Mijn hele leven ken ik zijn naam al, sommige teksten van zijn liedjes, die hij voor anderen geschreven heeft, kan ik oplepelen, maar een beeld van de man had ik niet.

Hij weet het. Hij maakt al veertig jaar lang de mooiste dingen en toch is hij niet bekend bij het grote publiek. Heeft het met charisma te maken? Toch is het een innemende verteller en heeft hij een prachtige gebeeldhouwde kop. We rijden met Cornald mee en route naar Frankrijk. Voor mijn gevoel zoef ik op dat moment in mijn kleine Renault vier met hem mee door dat landschap, dat ik zo mis. Wat heerlijk om daar weer te zijn. Van Merwijk woont er met zijn vrouw in een verbouwde smederij. Het huis ademt alles wat Frankrijk is. Het glooiende landschap, de ruimte, de stilte, de rust en die sympathieke, maar bij tijd en wijle cynische, kleinkunstenaar, die nuchter vaststelde, dat dankzij de kanker zijn naam een gezicht kreeg.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/20-10-2020/AT_2151410

Ik ben verbaasd over de indruk die hij maakt. Ontspannen en onberispelijk gekleed in combinaties van Chino’s met overhemden, die zijn gevoel voor kleur onderstrepen, een trui nonchalant om de schouders geslagen, de zilverwitte haren en zijn onwaarschijnlijk blauwe doordringende ogen, waar soms een kleine glinstering in blinkt. Vooral als het over schilderkunst gaat, veert hij op. We zien hem aan het werk. Doeken vol met eindeloos geduld laat hij zien en voorstudies. Nauwgezet zet hij streepjes, vult ruimtes, maakt voorstellingen, vat zinnen in een eigen wereld van verbeelding. Hetzelfde werk zet hij voort in de keramische vazen. Uitgesproken heldere kleurstellingen, harmonieuze vormen.

Het gemak waarmee hij zijn aankomende dood beziet is al net zo uitgetekend. Hij heeft het geaccepteerd, een mooi leven gehad en het enige wat hij naar vindt, is dat hij de nabestaanden opzadelt met een gemis. Zijn vrouw, zijn tweelingbroer, zijn oude moeder. Een altruïstische gedachte.

Hij vertelt over het onbekend blijven bij het grote publiek. Iemand die hem met Harry Jekkers op het podium in korte schetsen niet had gezien en Harry wel ophemelde. Twee uur lang tegen iemand aan zitten kijken en dan nog niet herkend worden, kan dat. Dat kan, maar wat is daar dan de beweegreden voor. Hij heeft genoeg charisma. Als je zijn teksten hoort of leest ben je onder de indruk. Zijn passie is het schilderen, maar voor mij is hij de man van het woord. Als hij de cabaretier en de schilder naast de lat legt, komt hij tot de conclusie dat de cabaretier iemand is die de boel maar een beetje onbeholpen aan elkaar praat, een makkelijk vak, maar schilderen is de passie. Later spreekt hij zich toch tegen, als hij vertelt hoeveel je moet geven om met de zaal te kunnen weven.

Hij legt uit dat hij liever zolang mogelijk daar in zijn atelier blijft, zodat hij niet hoeft te stoppen met schilderen, maar ook dat hij wil sterven tussen zijn dierbaren in Nederland.Zijn vrouw komt af en toe in beeld. Liefdevolle aanrakingen. Jeroen van Merwijk, bescheiden, nuchter, lichte zelfspot weet wat waardig afscheid nemen is. Cornald verstaat het om liefdevol te volgen, stelt de juiste vragen. Af en toe lopen ze, tijdens een gesprek, een stukje door het landschap. Twee mannen, twee werelden. Wat een integer portret.

Buiten schijnt de zon. Vriendinlief heeft net een bliksembezoek afgelegd, wat me een beetje door het hoofd was geschoten. Tuinbloemenboeketje in de vaas gezet, theeperikelen uitgewisseld, liefde gevoeld, gemis aan knuffies getoond. Ze is weer weg. Buiten zingt een kind ‘Ei ei, ei en ik ben zo blij’. Wat rest is stilte.

Uncategorized

Een Koninklijk slotakkoord

De staafmixer ontbrak. Ooit doorgebrand en niet meer vervangen, het gladde mengsel in de ban. Dat betekende dat de pompoensoep een dikke variant zou worden. Een Indiase Dahl van rode linzen en pompoen geserveerd met parathas, een soort flensje van bloem, water en zout. De flessenpompoen van de buurvrouw leverde vruchtvlees voor een gaarkeuken en mijn pannen waren niet meer groot genoeg om alles te bereiden.

Het weer was er naar. Een koude wind maakte het de oproep thuis te blijven niet te moelijk. Lekker aankeutelen is het leukste om te doen. Kokkerellen een uitstekend tijdverdrijf. Huilen bij de uien, pepertje, vijf partjen knoflook kneuzen en snijden, gember raspen, koriander en komijnpoeder in een schaaltje, bouillon, blik tomaat in blokjes, de rode linzen en de geschilde pompoen in stukjes. Alles stond klaar in schaaltjes en het kon achter elkaar de pan in om daarna een uur te stoven. In de tussentijd diepten de parathas beelden van het verleden op, toen de Indiase keuken nog tot de normale gang van zaken behoorde. Zo verfijnd met haar smaken, speciaal voor vegetariërs en veganisten, rijk aan alle stoffen, die nodig waren bij een maaltijd zonder dierlijke eiwitten. We hadden de plantaardige revolutie allang omarmd. Zo, de finishing touch met korianderblad en peterselie, weliswaar in gedroogde vorm, omdat de verse niet binnen handbereik was, maar dat mocht de pret niet drukken. Zonen smulden ervan en wonder boven wonder was de pan leeg op een bakje na voor de volgende dag. Maar het was ook de hemel in een pannetje.

Inktober ‘dizzy’, had me naar het gelijknamige nummer van Tommy Roe gebracht, een zoetgevooisd nummer uit 1969. Een tollend hoofd. Voor de tweede opdracht ‘Coral’ wist ik onmiddellijk dat het de bloedkoralen ketting van een Arnemuidense zou worden en terwijl de pompoen zachter en zachter werd en heerlijke geuren de kamer overnamen, kwamen de twee afbeeldingen in de gebruikelijke snelle schetsen op papier. We zaten al ruim over de helft en ik had nog geen dag overgeslagen. Zo’n lockdown, geheel of gedeeltelijk, was toch nog ergens goed voor. Kaarsjes aan, wat extra warmte, sloffen en een huisvest, kruidige Dahl op het vuur, herfstig knus.

Buiten regent het op het ogenblik pijpestelen. Pluis ligt tegen mijn benen aangekruld. Eigenlijk zou ik even naar de tuin moeten, maar de moed is in mijn sloffen gezakt. Morgen geeft het weerbericht zon.

In de krant een droevig relaas van iemand die op haar bank overleden was en zes weken onopgemerkt bleef. Het was een verslag uit de reeks ‘Poule des doods’, waarin Joris van Casteren verslag doet van zijn ervaringen bij het begeleiden van eenzame uitvaarten. Stuk voor stuk trieste gevallen. Mooi werk, dat eigenlijk niet nodig zou moeten zijn. Er is altijd een dichter bij, die een persoonlijk gedicht schrijft. Minieme aandacht wordt samengebracht met de identiteit en daarmee staat het leven geboekstaafd, hoeft iemand niet naamloos ten onder te gaan. De pastelkleurige illustratie van Merel Corduwener geeft een vermoedelijk beeld van de overledene . Het hok van haar cavia staat in het zicht. Ook het arme beestje had het niet overleefd.

De stank in het portiek van de flat was ondraaglijk, dus de kamer werd geruimd voordat de speurtocht naar haar identiteit was opgelost. Dat er protocollen voor waren wist men niet.

Oorspronkelijk kwam de vrouw uit Zwitserland en was gebrouilleerd met haar enige broer. De ouders waren overleden. Zwitserse componisten werden ten gehore gebracht bij de eenzame begrafenis, als laatste werd het nummer ‘Pavanne, Couleur du temps’ van Frank Martin gekozen. Een Pavane is een oud Italiaans/Spaanse dans, een statig schrijden, hofwaardig. De gedragen klanken begeleiden de kist. Fijn en waardevol dat dit mogelijk is. Ze verglijdt alsnog in een koningklijk slotakkoord.

Uncategorized

Om te omarmen

Mijn fototoestel heeft de kuierlatten genomen. Nergens te vinden. Ik heb een vermoeden waar ze is weggekropen. Op een fantastische plek, die ik gisteren nota bene zelf had bedacht. In de bovenste plooi van de kap van de kinderwagen van kleinzoon 6. Omdat spullen die verdwenen zijn de gemoederen tot op hoog niveau gevangen kunnen houden, appte ik zoonlief met een ontkenning als gevolg. Niet gezien. Het malen in de bovenkamer begon weer. Daar zit ie klem, dat toestel. Pas als de kap geopend wordt, rolt ze eruit.

Buiten zingt een elektrische zaag met een aanhoudend gehuil dat door merg en been dringt. Een passende serenade voor het gepijnigd hoofd. ‘Kalmte zal U redden’, zoemt oma door de verscheurende klanken. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, neuriet mijn moeder er dwars doorheen. ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn fototoestel vind’, diep ik op uit mijn jeugdherinneringen. En Antonius helpt altijd, maar nu nog even niet. We zijn immers niet op de plaats van het delict. Ik besluit alle raad op te volgen. Nu eindelijk die straatmuziek verstomd is, is er ineens ruimte voor andere dingen.

Het woord voor #inktober2020, dag 19 is ‘Dizzy’. Ik zag zweefmolens voorbij komen, rondtollende kinderen met de armen wijd en grote ronde kermislollies met een spiraal, maar ook de ogen van Dagobert Duck als hij een duik neemt in het goud. Er kwam nog niets uit handen. Ik bewaar de ideeën voor vandaag.

In het fototoestel zitten de prachtige beelden van mijn wandeling met kleinzoon 6 langs het kanaal en door het julianapark. Dat zelfde Julianapark waar mijn dribbelvoetjes ooit nog eens hebben rondgelopen.

213

Om te dichten, dat belangrijke deel van onze natuurbeleving in de jaren vijftig. Beer: Niet ouder dan een jaar of vijf/een warme dag, een knarsend hek/de wandeling door knerpend grint/oneindig opgetogen hem te zien/de Beer met water uit zijn bek/het gladde ronde steen/onze kleine armen erom heen/ze kletsen hem liefkozend in zijn nek/Julianapark/Kinderplek.

Uit het archief: Herfst in het Julianapark

Vandaag kwam er geen water uit de bek van de beer en stond hij roerloos middenin de oude speeltuin, nog steeds vertrouwd. Op een bankje bij het hertenpark kon ik in alle rust kleinzoon van brood voorzien. Ik waagde een keer niet het vorkje te gebruiken en daar beet hij met zijn vlijmscherpe melktandjes in mijn vinger. Eigengereide oma’s krijgen hun trekken vanzelf thuis.

Daarvoor waren we over het industrieterrein gewandeld, langs het kanaal. Er gleden imposante vrachtschepen statig voorbij. Het klotsen en walsen van het water ontlokte gebrabbel, evenals de hoentjes die al klokkend vrij liepen. Het schelle gekukel van de haan vlakbij, leverde een schrikreactie op. Het huis van dochterlief, aan een verbouwing onderhevig, was aan de voorkant dichtgetimmerd. Een glimp had wel leuk geweest, maar des te groter wordt de verrassing. Na een stief uur waren we weer thuis met 5,6 kilometer in de benen en onderweg geen onvertogen protest. Al met al een gemoedelijk ritje.

Terug naar huis nog even wat nieuwe tekenpennen bemachtigen. Gezegend zijn zij die voor het geluk geboren zijn. Bij de boekhandel waren alle artikelen van het bepaalde merk in de aanbieding. Twee pakjes Micron fineliners en voor het uitgespaarde geld een zwart schetsboek en witte gelpennen. Je mag jezelf af en toe kietelen.

Even wennen

Op de bank met een voldaan gevoel. Nieuw experiment, er is niets leuker. Een schetsje van kleinzoon in zijn wagentje. Wel even wennen met het andersom denken, net als bij het etsen, maar gezellig om uit te proberen terwijl Frank Boeijen langs komt fietsen: ‘Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart/wit, maar in de kleur van je hart’. Om te omarmen.

Uncategorized

Toen was de koek op

Herfst vangen aan de Singel, dat leek me een goed plan. De ochtend was van zondagsrust, zoals het betaamt. Serene stilte hing onder de daken. De lucht was helder, de zon scheen en de bomen die zich opmaakten voor het seizoen, filterden het ochtendlicht. Ze viel in spikkels naar beneden, een vrije vertaling van het Lied van Acda en De Munnik. ‘En het regent , regent zonnestralen’. Dus bleef dat lied de hele weg lang in mijn hoofd verankerd zitten en was voorlopig niet van plan om de woorden weer te laten gaan.

Gratis en voor niets liet ik de kleine blauwe achter in de Pasteurstraat. Door de nieuwbouwflat heen waren vensters van roodbruin blad te zien, als natuurlijke schilderijen ingekaderd. Prachtige doorkijkjes. Hier lagen mijn voetstappen van lang geleden op het oude Azu-terrein rechts van me. Vanaf het loopbruggetje over de Singel heen liet het markante gebouw zich bewonderen. Ze herbergde nu luxueuze appartementen voor een onbetaalbare prijs. Schuin tegenover dat kippebruggetje bevond zich de tweede steeg van de zeven steegies. Piepkleine huizen, vroeger van de armenzorg en nu grotendeels jong en oud door elkaar.

De Geertehof had onder het gebeier van haar kerkklokken een zondagskleed aangetrokken en strooide lustig met haar roodbruine confetti, waardoor de grond knisperde onder de voeten. Heerlijk spel. Alle bladeren op een hoop en er dan door heen dwarrelen, al schoppend met je schoenpunten, zodat het loof voor je uit stoof in een golvende beweging. Een zee van bladeren.

De straten waren een stuk stiller hier. Af en toe schoot een fietser voorbij. Bij het Andreashofje stond de tijd stil, aan de ene kant aangepaste nieuwbouw, aan de overkant de oude gepleisterde huisjes en een weelderige hof in het midden.Een perfecte entourage voor deze mooie dag. Tussen de uitbundige herfstbloei ontwaarde ik twee aandoenlijke vogeltjes van keramiek. Een van Koninklijke bloede, aan haar kroontje te zien.

Op de hoek van een huis waren twee vrouwen de kozijnen aan het verven. Mijn verlangen naar wonen in de binnenstad deelde zich met hen. Nauwelijks verloop, dus weinig kans op zo’n plekje binnenstad. De ingang van het hofje lag aan de Andreasstraat en de uitgang kwam weer op de Singel uit. Daar werd het steeds drukker.Restaurants en café’s waren dicht, dan de natuur maar, leek de tendens.

In het gras streken een man en een vrouw neer, ontrolden een yogamatje en begonnen met een warming-up. De gelegenheid bij uitstek voor een paar snelle schetsen. Hele snelle, want ze wisselden om de tien tellen van houding. Iets verderop zaten twee jonge mensen op een bankje te roken. Een derde stond ernaast, ze hadden muziek op, niet luid, maar toch een stoorzender. Ik bleef op het wandelpaadje dat boven de singelrand uittorende. Een goed overzicht om onbespied te tekenen.

De weg terug was nagenoeg gelijk. Het wandelpad langs het water was veel te druk. Liever de luwte van de oude stad. Ik spotte een nog bloeiende kamperfoelie en de laatste passiebloem in een stadstuintje. Tegel eruit, plant erin.

Thuis #inktoberde ik nog even door. Storm en Trap/val waren de twee opdrachten. Onder het tekenen luisterde ik naar Arjen Lubach, keek een filmp en toen was de koek op.

Uncategorized

Een waardig besluit

De dames schaap aan de overkant van de sloot zwegen in alle talen, toen ik langs kwam stiefelen om de moeten in het gras te ontwijken die zich met water hadden gevuld. Nieuwsgierig keken ze naar mijn potsierlijke verrichtingen en de een na de ander schoof dichterbij. Hun blikken leken bedachtzaam. De tuinen achteraan waren allen verlaten. Er hing een herfstige stilte over het weiland. Nadat ik de ijdele moed had opgevat toch voor het kortwieken van de vlier te gaan, voelde het nu als een overwinning op mijn passiviteit van de laatste dagen.

Al snel had ik drie grote takken eruit gezaagd en het viel wonderwel mee. Ze lagen naast het atelier. Eerst ruimen voor ik aan een volgende begin, dacht ik. Kort knippen en zakken vullen, dat was het idee. Die zou ik volgende week pas meenemen als de stort weer open was, dan kon het op de groenhoop. Het was fijn om zo bezig te zijn. Het weer was ideaal, niet te warm, niet te koud. De grote kniptang was een uitkomst. Voorheen had ik alles met de kleine snoeischaar gedaan, maar dit was het grovere werk.

Achterbuuf was er met haar dochter. Tijd voor een praatje over de heg. Wederwaardigheden uitgewisseld, virusbevindingen gedeeld en kleinkinderen in woorden gevangen. Daarna was het tijd om het gras voor de laatste keer te maaien. Moeizaam werk, want het veen was zompig en het gras net iets te hoog. Tussendoor dook ik op mijn stoelen her en der om uit te puffen. Een adembenemend werkje. Roodborst en winterkoning kwamen nieuwsgierig kijken.

Tussendoor spotte ik ook de laatbloeiers. Witte en paarse herfstasters, lobularia, verbena, schurftkruid, slaapmuts, geranium, de Japanse anemonen, de fijnstraal madelief, zeepkruid en de prachtige oost-indische kers. Best veel nog, deze dapperen. De achterbuuf en de oude hadden hun tuin vol met dahlia’s staan, die zorgden voor een overdaad aan bloemen. Ik ben niet op alle dahlia’s gek en de knollen die ik in het voorjaar in de grond had gezet, overgebleven van het jaar daarvoor, waren niet uitgekomen. De appelboom had nog wat wormstekige appels voor de liefhebbers onder het vliegvolk. Roodborst en pimpelmees vierden feest met het zoete zachte spul en af en toe ondanks de kou, vloog er ook een verdwaalde wesp.

Na gedane arbeid was het zoet rusten, maar eerst moest de grasmaaier goed schoon het kot in. Het was de laatste maaibeurt van dit seizoen geweest. Met een stok krabde ik de grote plakken gras om en van het mes weg, hees het gevaarte het schuurtje in en gooide het gras tussen de struiken rond de vlier. Met muntwater in de hand zag ik hoe de zon te voorschijn piepte en de tuin van een herfstkleed voorzag, rijker van kleur, vredig ook. Ik tekende het stukje tuin met de engel en de verbena, het blad van de vrouwenmantel, met aquarel in herfsttooi zag het er al gauw gelijkend uit. De foto vergat ik te nemen. Roodborst kon ik door het raam vangen met het toestel. Ze liet zich nog niet zo bewonderen, daar was meer tijd en gewenning voor nodig.

Zoonlief belde een oppasdate door en dochterlief overbrugde de quarantaine in het bospark met een lekker lang gesprek. Kleinzoon 1 en 2 zijn er zeker van dat het verdwenen virusje uit mijn verhaal in Zuid-Holland is. Daar kleurt de landkaart immers dieprood. Dus misschien toch aan zee. Wie zal het zeggen.

Terug ving ik een glimp van zonsondergang in de sloot. Een waardig besluit.

Uncategorized

Ze houden elkaar in evenwicht

Pluis komt eens kijken en bedelen om aandacht. Ze houdt met een lodderoog in de gaten of de kauwtjes nog in de boom zitten. Eerder op de ochtend schetterden ekster en kauw tegen elkaar op. Kennelijk zaten ze in elkaars vaarwater. Nu zit ze vlakbij het toetsenbord en kijkt naar de vingers die over de toetsen dansen.

Het eerste deel van het oma-journaal is eruit. Virus blijkt te zijn weggegaan maar waarheen, dat is het grote mysterie. Addertje onder het gras meldde dat ze de laatste tijd klaagde over hoofdpijn door de vele auto’s die boven haar holletje denderden. De kleinkinderen mogen nu mee bedenken waar ze eventueel zou kunnen uithangen. Het was heerlijk om de stemmen weer te mogen doen, de slepende met een sissende -s- van Addertje onder het gras, de geaffecteerde resolute van Bepperd de Bofferd, de sniffende van Ko Nijn en de deftige bedaarde van Uil. Als ze eenmaal in je hoofd kruipen, gaan ze er nooit meer uit.

Gisterenmiddag was er de zon, maar ik deed alleen een snelle boodschap en terug langs de Lek. Het was prachtig, in duizend glinsterende stukken viel de zon in het water, de grote partijen watervogels stonden of lagen roerloos aan de kant, een buizerd viel boven het weiland een valk aan of andersom. Er was geen stopplaats op de drukkke tweebaansweg. Spijtig genoeg. Thuis stonden dag 15 en 16 van #inktober2020 op het program. ‘Outpost’ werd de vuurtoren van Lampje, de kaft van het boek van Annet Schaap en ‘Rocket’ werd Rocketman van Elton John. Snelle schetsen. De ingrediënten voor de pompoensoep waren nu in huis, maar de restjes van gisteren riepen om het kinderlijk eenvoudige. Opwarmen en nassen, daarna nog zeeën van tijd om een boek te pakken.

‘Niets menselijks is mij vreemd’. Deze zin schiet me te binnen bij het lezen van ‘De avond is Ongemak’van Marieke Lucas Rijneveld. Alles wat aan menselijke ongemakken bestaat, komt voorbij. Ze schrijft alles op en ik begrijp nu waarom sommige recensies het een boek vinden van ‘smerigheid’. Ze beschrijft even plastisch als bijvoorbeeld Wolkers, de dierlijke kanten van het bestaan. Het wonderlijke is dat de schrijfster zelf nog vrij jong is, maar een wereld schept die teruggrijpt op wat ik vijftig jaar geleden bedacht zou hebben, maar gelardeerd is met de bekende negentig-jaren begrippen als Yokidrink en Fristi. De friese doorlopers en groene zeep als middel voor een harde buik op onorthodoxe wijze toegediend door de vader, zijn daar een voorbeeld van en ook zijn belerende Bijbelse spreuken. Er zijn dus mensen die daadwerkelijk nog op deze manier in de wereld staan. Boerderijleven, het geloof, de onorthodoxe aanpak voor de kwalen, de dood van een broer zetten de tijd stil én de aandacht voor de opvoeding van de overgebleven drie kinderen. Tot nu toe een heftig en aangrijpend boek met gedachten die constant op zoek zijn om de situatie, dat liefdeloze koude in het huis, te doorbreken.

De bomen voor het raam beginnen aarzelend met hun eerste gele bladeren. Het zal niet lang meer duren of er zal een overkant te zien zijn. Vandaag is het tuindag, vindt de plannenmaker in mijn hoofd, maar ik moet moed verzamelen om te gaan zagen. De vlier achterin moet eraan. Daarna zou er een buurman van de buuf de abeel komen slechten en dan pas kan de Vijg erin op die plek. De wilgen mogen nog iets later. Het gesleep om alles opgeruimd te krijgen, werkt als mijl op zeven. Misschien moest er maar weer eens gevlochten worden, oude hekken vervangen voor nieuw, wie weet. We gaan het zien en beleven.

Pluis ligt nu weer kalm tegen me aan en speurt af en toe naar vliegbewegingen van kauw, om daarna weer weg te doezelen. Ze houden elkaar in evenwicht.

Uncategorized

Maar dan zonder spekkie

Behaaglijk, dat was het woord, zo voelde ik me nog half in de droom en daarna. Het hele voorval speelde zich af in Hongarije, waar de Wijze woonde. Zijn oude grote huis kende ik van de foto, maar nu was ik daar. Het was fijn. We liepen samen op het achterland naar het grote huis, raapten dennen- en sparappels en verzamelden die in een grote stalen mand. Ze waren voor de tegelkachel in het grote huis, dat dadelijk gemoedelijk haar knappende vuur zou verspreiden. Uit de Datsja iets verderop kringelde rook en ik zag de schommelstoelen met de witwollen schapenvachten uitnodigend staan op de veranda.

Ik vertelde dat het goed was geweest, onze jaren samen en vroeg of we ooit nog bij elkaar zouden zijn. ‘Nee,’ antwoordde hij, ‘maar we zijn wel verbonden en vullen een plek in elkaars hart.’ Iets wat ik volmondig kon beamen en daarom was het een fijne droom, dat dat warme en behaaglijke gevoel leverde. Met een glimlach werd ik wakker. Ik schreef deze woorden uit in een kattenbelletje, die ik per email richting Hongarije zond. Goede gevoelens zijn er om te delen.

Gisteren stond de tandarts op het programma. Ze heeft me ooit geholpen in een zware en donkere periode, waarbij mijn gebit grotendeels naar de filistijnen was gewerkt door een tandarts met bootwerkhanden, die zichzelf een rol had toebedeeld als voortrekker. Hij had jaren op de grote vaart gevaren. Haar conclusie was droogjes dat ie daar had moeten blijven, getuige mijn gebit. Ze is met precisie en geduld aan het werk gegaan en sindsdien ga ik weer breed lachend door het leven. Soms te breed vinden de zussen, maar ik heb een half leven niet kunnen lachen, anders dan met een hand voor mijn mond. Heerlijk vind ik het om onder handen genomen te worden, haar geklotter en gekraak, als ze het kleine beetje tandsteen wegpeutert, alles weer polijst en schoonspoelt en daarna als herboren, weer een gaaf en glad gebit. Te bedenken dat ik heel lang heel bang voor de tandarts ben geweest. Dankzij haar subtiele aanpak en de tegenwoordige techniek ben ik er volledig overheen gegroeid.

Het was die middag tijd voor wat zieletroost, dus kwam er, dwars door de koelkast, Sajoer boontjes en Ajam pedis op tafel. Voor mij met mie en voor zoonlief met rijst. Emping erbij, bawang goreng en klaar. Amandelstraatvroeg want zoonlief moest wel om acht uur trainen in groepjes van vier. In het ouderlijk huis vroeger aten we strikt om vijf uur warm. Dan had je nog zo’n heerlijke lange avond, vonden ze. Pannen op tafel, versneld weesgegroet en onze vader vooraf, en gaan. Zo snel als we baden, zo snel werd er ook gegeten. Lang natafelen zat er niet in.

Van de week kwam ik de buuf van twee huizen verderop tegen, terwijl ze met twee zware tassen aan het sjouwen was. Ze liet me mededeelzaam de inhoud zien. Grote pompoenen, gele en groene, waren de oorzaak van het zwoegen. ‘Dat wordt pompoenensoep’, lachte ik. ‘Als je wilt kom ik er vanavond een brengen,’ zei ze. Zo’n aanbod valt niet te versmaden. Gisteren stond de pompoen tegen mijn deur, toen ik van de tandarts terugkwam. Breed lachend stak ik twee duimen op voor hun keukenraam en kreeg vier vrolijke duimen terug. Zo heerlijk kan het leven zijn. Vandaag maar eens speuren naar een pompoenen/linzenrecept. Inderdaad, de hoogste tijd voor ‘Dwars door de kast’. Dat heb ik al eens eerder gedaan en nu met het ‘zoveel mogelijk thuis blijven’ is dat een mooi initiatief om de voorraad op te maken. Het levert soms verrassende creaties op. Spekkie voor je bekkie maar dan zonder spekkie.

Uncategorized

Het glas halfvol

Een leuke tip in de Zin van oktober. Museum LAM, te bekijken op Lamlisse.nl en Openkijken.nl. Beide komen uit de tips om te ervaren wat de kracht van de verbinding is. De eerste tip gaat over glimlachen. Uit de jaren ’70 stamt mijn kleine boekje Indische wijsheid met spreuken en gezegden van verlichtende mensen. Een ervan is een overbekende: ‘Elke glimlach keert weer tot U terug’. Eigenlijk staat het boekje vol met voorbeelden hoe we kunnen verbinden. Met onszelf, met een ander, met de natuur om ons heen, met de wereld. In deze dagen waar mensen welhaast eenzaam worden geschreven, omdat men alleen zijn naast de meetlat van de eenzaamheid legt is het goed om om te zien naar andere vormen van verbinden.

Persoonlijk is het voor mij een noodzakelijkheid om een verbinding aan te gaan. Niet alleen met de kinderen en hun gezinnen, familie en vrienden, maar ook met de natuur en de omgeving, het boek, een kunstwerk of architectuur, met de dieren om ons heen. Niet alleen Poes Pluis, maar de vliegers, de kruipers, de zwemmers en noem maar op. Eigenlijk zijn ook mijn mijmeringen mijn manier van verbinden. Het uiten van de beleving, van wat je voelt bij iemand of bij iets, wat je raakt, wat het teweeg brengt. In die zin is het ook een verbinding met jezelf, je gedachten, de bagage, het bewust zijn van het ik.

Opnieuw tikt de tijd thuis verder en staat buiten even stil, maar des te vaker is er de reflectie op eigen bezigheden. Contacten worden beperkt tot digitale uitwisselingen. Deelname aan bijvoorbeeld #inktober zorgt ervoor dat er een gedeelte van het denken wordt bepaald door uit te zoeken wat passend is bij een onderwerp, het lezen van een tijdsschrift geeft een keur aan ideeën en nieuwe ervaringen, het spellen van de krant (er zijn stukken die ik tegenwoordig oversla) blijkt goed te zijn voor overpeinzing en inspiratie als het verhaal voedend is. Met schilderen is het tijdsbegrip volledig weg, met schrijven evenzo. Er blijken zomaar uren te zijn opgelost, tijd weggegeten, een middag weggespoeld bij het concentreren op dat creatieve proces. Wandelen om de beweging in stand te houden levert een keur van verbinding op, met de schoonheid van het jaargetijde, altijd weer een wisselend venster, of met de dieren die er leven. De gemaakte foto’s zorgen voor een nog sterkere beleving.

Het gemis van dierbaren blijft, het gemis aan lijfelijk contact evenzeer, maar de kracht van verbinden hoeft er niet onder te lijden. Ik moet zeggen dat ik natuurlijk wel een ervaringsdeskundige ben met mijn langdurig alleengaan en mijn schare aan kinderen en hun lieve echtgenoten en de kleinkinderen. Bovendien ben ik gezegend met die zussen, familie, vriendinnen en vele bezigheden én ondernemingslust, die met de paplepel is ingegoten. Alleen kunnen zijn zonder eenzaamheid is een voorrecht. Vivek Murthy schreef ‘De kracht van de verbinding’. De kiem voor mijn manier van verbinden is ooit, lang geleden, al gelegd. Door mijn ouders met hun grote sociale leven, door mijn kleine boekjes uit de jaren ’70 met boeddhistische wijsheden, door wijsheden van klassiekers als Poohbear, Alice in wonderland, De kleine Prins, de filosofie van Toon Tellegen, Kikker en Pad en die van grootheden als de tekenaar Charles Mackesy in zijn boek ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’. Iedere dag een regel brengt de eerste warmte van de dag en geeft de weg aan, die je kan gaan. ‘Ik ben zo klein,’ zei de mol, ‘Ja, antwoordde de jongen ‘Maar je maakt een groot verschil.’ Dat dus. Het glas halfvol.

Uncategorized

Je daar bewust van zijn…

Verblindend licht als begeleiding richting zuslief. Een opgewonden gevoel zorgde voor vlinders, die spontaan door het lijf heen tintelden. Kunst mogen zien. Dat was lang geleden. Volgens tijdslot en met snoet, maar eenmaal binnen, kon je los. Het was zo’n zeldzaam mooie herfstochtend, met glinsterende draden tussen de aardetinten in een herfstpalet. Roestbruin, oker en sienna kleurde dieper door in het licht. Het Singer lag er compact bij, met staketsels ervoor die we pas na de tentoonstelling beter zouden begrijpen. Drie tentoonstellingen voor de prijs van één museumjaarkaart, tel uit je winst.

Gestuntel bij de, aanvankelijk vriendelijke maar steeds korzeliger wordende suppoost, omdat ik mijn scancode niet paraat had. Zenuwachtig door zijn blikken en boos op mezelf omdat ik ze alvast niet had opgezocht vond ik ze helemaal niet meer en kleurde ik herfstig rood onder mijn zwarte mondkapje. Er zijn voordelen met die dingen. Schilders van het licht, de illuministen. Grootheden die allen onder de indruk waren geweest aan hoe zilverig, omfloerst, uitbundig, ingetogen, verzengend, betoverend het kon zijn. Stralend als Jan Sluyters

Het Singer heeft zo’n vijf zalen en een prachtige tuin. Het hoeft niet veel en vol te zijn, als het maar delicaat is. Dat was het, maar de verrassing zat in het staartje. De beelden van Pépé Gregoire, die dit jaar de Singerprijs had gewonnen. Prachtige beelden in een heerlijke herfsttuin. Storm en tegenwind, handen en voeten, wuivende haren, robuuste en subtiele profielen tot een schouwspel van verbondenheid verweven, kwamen langs.

Er was ook een zaal met werk van Herman van Veen. Grote abstracte doeken, een aantal cello’s en inkttekeningen op papier nodigden vooral zus uit tot het experimenteren met haar kunstenaarsoog. Twee foto’s door elkaar van mij voor het kunstwerk. Door het mondkapje vielen ze wat weg, maar riepen wel geheimzinnigheid op, bij de beelden in de tuin zag ik pas goed, wat ze met het toestel had uitgevogeld. Kunst zien doet kunst maken.

Foto: ‘Marijke van der Linden’.

Nog steeds lag er een groot deel van de dag voor ons en we kozen voor het gebruikelijke rondje achter het parkeerterrein langs. Een kleine bibliotheek in de heg koesterde zelfs ‘Een klein leven’ van Hanya Yanagihara, weggezet of de wens tot delen van dat prachtige verhaal.

Herfstbladeren en eikels op de grond. Een oud echtpaar, een roodbruine beuk, twee paarden achter het prikkeldraad met ogen die ons nauwlettend in de gaten hielden. ‘Mag ik je aaien’, vroeg ik de grote bruine, die ton sur ton speelde met de boom erachter. Hij schudde zijn hoofd. Maar met enig aandringen mocht ik een robbertje over zijn bles wrijven. Het grote veld vol Cosmea wuifde de zomer feestelijk uit, hier en daar verhief zich een grote tanende zonnebloem.

Binnendoor reden we de weg terug naar huis. Dagen als deze zijn de cadeau’s, waarop we kunnen teren, zeker als de boodschap ’s avonds die verwachte domper op de feestvreugde zou worden. ’s Middags was er een herhaling van Jinek. Karin Bloemen en Arthur Japin plus een deel van de cast van het verfilmde boek ‘Maar buiten is het feest’. Een boek naar aanleiding van de traumatische jeugd van Karin Bloemen, die te maken kreeg met incenst en ontkenning. Prachtig hoe Japin kon uitleggen wat er voor nodig was geweest om dit boek te kunnen schrijven. Hij besefte na anderhalf jaar weifelen ineens dat in deze vrouw, Karin Bloemen op dat moment op televisie, dat ene kind zat, die die vreselijke ervaring met zich mee droeg. Wat een prachtige ontdekking om te voelen dat die intrinsieke kracht het mogelijk maakt om dat verhaal te schrijven. Het boek had ik een aantal jaar geleden gelezen en het was indringend en buitengewoon goed om te beseffen dat de gevolgen van een lockdown in veel variaties heel ver kunnen reiken. Elk huis heeft zijn kruis, maar er zijn gradaties. Je daar bewust van zijn…

Uncategorized

Dat geeft lucht en ruimte

De nacht valt donker naar binnen als mijn ogen voor de zoveelste keer opengaan. Aan de geluiden buiten te horen kan ik merken dat het tegen vijven loopt. Een eerste scooter knalt voorbij, een paar auto’s ruisen langs. Onrustig was het. Gepieker over keuzes maken en gemis. Dit weekend heb ik de lessen op de school toch gecanceld. Ik dorst het niet aan, of tenminste, met snoet wel, maar dat wil ik de kinderen niet aandoen. Bovendien is het geen werken met zo’n ding op. Zuslief appte. Er staat een bezoek aan het museum vandaag. ‘Zullen we nog wel gaan?’ We zijn vroeg ingedeeld, om tien over tien. Er gaan een gelimiteerd aantal bezoekers naar binnen.Met snoetjes op. Ik durf het in dit kleine museum wel. Het zorgde er wel voor dat ik wakker lag, indommelde, wakker schoot, verder soesde en dat stond in de repeteerstand. Mijn moeder zou zich afvragen: ‘Wat is wijsheid’.

Ik laat het nog even van het gesternte afhangen . Pluis heeft de hele nacht nergens last van gehad. Ze ronkte er tevreden op los en koos af en toe een andere holte om opgekruld verder te dromen. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, was het credo voor mij. De slaap van de onschuld, of van de onwetende. Gisteren maakte de zon goed, wat ze al dagen had laten liggen. De fiets was er klaar voor, het park ook. Het stuk tussen de fietsende schooljeugd door was minder. In slierten van drie of vier op een rij namen ze bezit van de paden en schoven dan net voorlangs opzij. De bomen krulden prachtig oranje op in dit grote park met met haar eiken, beuken, acers en abelen. De wind was fris, maar in de zon veerde de warmte op.

Panta Rhei is nog lang blijven doorstromen. ‘Go with the flow’ is een van mijn basisprincipes. Meebewegen, flexibel zijn, openstaan voor vernieuwing, onontbeerlijk binnen het onderwijs. Maar ook, laat het stromen, geef het ruimte, je moet niet zijn, maar je mag zijn zoals je bent. Dat opent vele perspectieven meer, dan als je je in een keurslijf wringt. Ik denk aan vroeger. Mensen die de eigenaardige gewoonte hadden om zich bij het invallen van de schemering achter de gesloten vitrage op te stellen en kritiek te leveren op wat er vanuit dat standpunt te zien was. Daar was men zelf ook bevreesd voor. ‘Sttt, wat zullen de buren wel niet denken’, werd er dan gesist. Zodra het licht aanging, gingen de gordijnen dicht. Van huis uit was ik dat niet gewend. Het leven in onze wijk lag op straat. De buurt kende haar pappenheimers wel. Je wist precies wie er deugde en wie niet, wie er ‘losse handjes’ hadden, wie op de pof leefde of waar altijd bonje was. Onze ramen waren de vensters van de ziel. Open en ontvankelijk, niets te verbergen. Een valletje bovenin voor het mooi en verder vrij zicht.

Nog altijd ben ik dol op ‘kale’ raampartijen. Een voordeel van het boven wonen is dat je oneindige schoonheid aan lucht voorgeschoteld krijgt. Een ideale entourage om wat te dagdromen en je vrij te voelen als een vogel. Die vrijheid zit van binnen, los van al het andere om je heen en dat geeft lucht en ruimte.

Uncategorized

Binnen bleef het stromen

De schrijver en ic-verpleegkundige, Linda de Roos, in de VK in de rubriek ‘Zinvol leven’ noemt Pantha Rhei als uitgangspunt voor het bestaan. Zinvol leven betekent voor haar: ‘Het mirakel dat ik ben en dat ik dit mysterie mag beleven, dat is voor mij genoeg. Ik omarm de Griekse uitdrukking Panta Rhei: Alles stroomt.’

Niets is plezieriger dan een nieuwe week te starten met een filosofische gedachte. ‘En’, voegt ze eraan toe. ‘Wij zijn aan die stroom van het leven onderhevig, sterker, we zijn zelf het leven.’ Heraclitus doelde met deze stelling op het feit dat je nooit twee keer dezelfde rivier over kan steken, omdat de stroming nooit hetzelfde is. Het leven is altijd in beweging. Linda ervaart het feit dat ‘het leven haar beweegt‘ als bevrijdend. Een interssante kijk op het geheel, dat om diepere gedachten vraagt.

Gisteren liepen de gebeurtenissen naadloos in elkaar over, maar dat bedoelde ze er niet mee, denk ik. ’s Morgens was er de dag, dat kleinzoon, die vandaag 1 jaar wordt, zijn feest vierde voor de familie. In shifts van drie, aangepast aan de maatregelen. Geen geknuf, maar in ieder geval dubbel taart en lekkernijen. Hij was helemaal jarig, die kleine en glunderde, trotse ouders, trotse oma, trotse ooms, dochterlief en haar gezin kon er niet bij zijn, want ze zijn solidair in quarantaine met kleinzoon 3, die tien dagen niet bij anderen over de vloer mocht komen, omdat zijn juf het virus had.

Het betekende voor mij de ingeving (in die zin stroomt het) om weer met een Oma-journaal te beginnen. Bij het voorstel over de app kreeg ik een aandoenlijk antwoord terug: ‘Ik wil wel nog een oma-journaal…alsjeblief…dikke kus’. had hij ingesproken met een aandoenlijk stemmetje. Dus halen we virus nog maar eens uit de kast voor nieuwe avonturen met Addertje onder het Gras, Bepperd de Bofferd, Uil en Ko Nijn.

Na de verjaardag spoorslags door naar de kunstroute, om langs te gaan bij een kunstenaar, die met mij heeft geschilderd een paar jaar geleden. Eerst bloemen kopen voor deze eerste keer exposeren. Bij de supermarkt trof ik een over-ijverige jongen, die zowaar van mijn twee bosjes een boeket wilde maken. Het tempo lag laag, maar de liefde voor zijn werk was hoog. Wat een lieverd. Een overload aan bedankjes van mijn kant en met de bos toog ik richting atelier, verscholen achter het huis, in een sprookjesachtige ommuurde tuin en een witgepleisterd schuur. De vorige bewonderaar ging net weg. Wij konden samen lekker aan de thee, snoet op, snoet af. Er was nog een zolder met haar werk en oorbellen die ze ook maakte. Een wankele trap naar een paradijs. Ze maakt prachtig werk. Daarna kwamen er twee nieuwe bezoekers, tijd voor mij om de kuierlatten te nemen.

De zon scheen en ik was vlakbij Amelisweerd, zo’n natuurlijke route was niet te versmaden. Eindelijk het langgedachte bos. Ik liep een route waarvan ik wist dat maar weinigen die zouden volgen, kwam de zilveren wilgen tegen, vond een peer onder een volgeladen perenboom, speurde naar de eekhoorns in de laan van de beukebomen, maar vond ze niet. De heggemussen voor de stal hipten af en aan in de stekedoornige takken en deden hun naam eer aan. Ze zien me wel, ze zien me niet.

Wel koe, die haar hoofd uit de stal piepte met in haar blik een groot verlangen. Haar zussen stampten en snoven in de stal achter haar. De herfst in het bos begon langzaam te komen. In dat drukke deel, weinig paddestoelen, wel al veranderende kleuren in de bomen, spiegelend water, kogeldistels, de gewone engelwortel met haar verdroogde schermen sierlijk aan de waterkant.

Toen ik over de kleine houten brug kloste, vielen de eerste dikke druppels uit de bijbehorende dreigende lucht in het water. Op de valreep spotte ik de elfenbankjes.

Met een voldaan gevoel, kilometers in de benen, voldoende nieuwe zuurstof, een keur aan ideeën, het bos weer uit, de auto in. De ruitenwissers duwden gestaag de kletterende druppels weg. Binnen bleef het stromen.

Uncategorized

Nog steeds een krant te gaan

Goede voornemens zijn er om verschoven te worden. Nadat het optimisme bij het zien van zonnestralen de route van de dag had uitgestippeld, kwam een omslag in het weer even water op het vuur gooien. Die kist met zure appelen werden in ieder geval boven mijn hoofd uitgeschud nog voordat ik de deur uit was. Er kwam vanzelf een ander idee voor in de plaats, de ruimte in het hoofd was er toch al. De kledingkast, twee billies, want lekkere ondiepe planken net genoeg voor een overzichtelijk stapeltje, moest eraan geloven. Die ochtend had ik aarzelend staan kijken wat er aan te trekken viel en de keuze werd bemoeilijkt door gebrek aan overzicht.

Met de zeeën van tijd die de diep paarsblauwe lucht beloofde voor de rest van de dag deed ik iets wat ik in lang niet had gedaan. Ik pakte de strijkbout erbij, stelde de plank op en streek alles wat daar behoefte aan had glad, de rimpeltjes in mijn voorhoofd incluis bij elke plank die vorderde. De stapel voor de kringloop werd hoger en eens te meer kreeg consuminderen bedding. Met deze voorraad kon ik nog jaren vooruit, mits mijn taille overeenkomstig die van het moment bleef.

Ziezo, de herfst mocht blijven tarten. Ik had het overzicht weer en de keuzes in eigen hand. Inktoberen op de bank is in deze maand een heerlijk tijdverdrijf. Potje thee erbij, aquarel onder handbereik, muziek op en kaarsjes aan. Dan maar knusse binnenbezigheid. Ik liep al twee tekeningen achter. Eerst dus Throw en Hope. Voor de eerste besloot ik een blikvanger te tekenen, die ik wel even op moest zoeken, want hoe hangt zo’n net ook al weer, geloofwaardig en wel. Er zouden geen blikken in komen, maar rommel uit het bos, door Konijn over de weg heen in dat wonderlijke vangnet gekeild. Met precisie gemikt werd het vast touché. Mijn stil protest voor de zooi in het bos, nu mensen en masse zich aan de natuur gingen laven met al dat gevirus om ons heen. Neem een tas mee om de zooi in te doen, lieve mensen, zo belangrijk. Ziezo, toch even in het bos geweest vandaag. er gaat niets boven de verbeelding.

Bij Hope moest ik denken aan het verlangen van het kleine meisje in mij, die het blazen van paardebloemenpluizen het ultieme hopen vond. Waar zouden ze naar uitwaaieren, misschien wel naar een dorp verderop, een ander land, reizen met de wind mee en kwamen ze daar uit, bloeiden ze op. Mooie kleine zonnen van paardebloemen, klaar om met kracht en elan nieuwe zaadjes te planten. Levensreddende parachuutjes waren het. Ze waren van dezelfde orde van grootte als de kleine helikopters aan de esdoorn, die terwijl we op een bankje klommen, naar beneden mochten dwarrelen. ‘Helikopter, helikopter mag ik met jou mee op reis’, in variatie op een thema.

De volgende tekening was in mijn Inktober2020 ‘Disease’. Er zijn meerdere versies van maar de essentie ligt bij een tekening per dag. De ziekte van deze tijd is in mijn perceptie vooral het Narcisme. Het opgeblazen zelf dat belangrijker is dan wat dan ook. Alle grote wereldleiders leiden eraan en er is helaas geen pilletje voor, sterker nog, in de omstandigheden vergroot het zich alleen maar. In die zin blijf ik vasthouden aan de woorden die mijn oma influistert als ik aan al dat geklater denk. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Wie anders dan Narcissus kan daar model voor staan, ik kies die van Caravagio, die zo overduidelijk zijn spiegelbeeld aan het bewonderen is in de rivier, zijn centrum van de wereld.

Zo werd de dag toch een aangenaam verpozen. Er is voor vandaag een nieuwe poging. De zon zet alles in warme gloed, hier en daar een grijze wolk. Kleinzoon wordt één, snoetje op en zingen met open ramen en deuren en de kunstroute van vriendinnen ook met snoet en flinke afstand. Veel om te overpeinzen en nog steeds een krant te gaan.

Uncategorized

Huis leeg, hoofd leeg en gaan

De zon zet de bomen in een ander licht. Aan de overkant in het park komt er langzaam meer kleur in, alsof regen het tegen heeft gehouden. Gisteren redde ze het al vaker tussen de bedompte grijze luchten door, maar vandaag opent ze de dag met een prelude, die klinkt als een belofte op een kleurrijke herfst. In de opmaat naar deze dag was het huis aan de beurt om schoongepoetst te worden. De poes zocht haar heil buiten, nu de balkondeuren op een kier konden blijven staan.

Het is bijna herfstvakantie, al glijden de dagen in vrijheid voorbij, geeft het nog altijd een feestelijk gevoel. Volgende week staan er zowaar een paar afspraken in de agenda, mits dit weekend geen roet in het eten wordt gegooid, de waarschuwende woorden van de premier indachtig. Morgen een kunstroute waar enkele vriendinnen aan meewerken. Dan in de week een museumbezoek aan Singer Laren. De tentoonstelling: Schilders in het licht. Met een kaartje daarvoor reserveer je tegelijkertijd voor de tentoonstelling van het laatste werk van Herman van Veen. Wat zal het heerlijk zijn om weer te laven aan de schoonheid van het leven. De dag daarna geef ik twee keer een uur beeldende vorming in een groep 1/2 en in groep 3/4 op de school van vriendinlief. Een les over kleur en emotie. Gaaf om de energie van de kinderen weer te voelen. Verrijking door ervaring is te lang geleden.

Wat nu nog schort is die wandeling door het bos, een tocht langs de zee, een onbezorgd kindbezoek en nog wat van die oppeppers. Het wordt ook weer tijd voor een nieuw verhaal voor de kleinkinderen, nu de maatregelen aangescherpt worden. Afleiding in de tent zal ze goed doen en niet alleen hen, maar mij ook. Herfstvakanties werden doorgaans gebruikt voor heerlijke vakanties. Zo trok ik met de Oude naar New York met een koud maar fantastisch Central Park, een andere keer naar Washington waar je ongelimiteerd musea kon bezoeken, gratis en voor niets. We gingen ook naar Hongarije met de geuren van sparappels in de ‘rugkachel’, de grote tegelkachel in het midden van de kamer, waar je tegenaan kon zitten. Maar dat was ooit. Die vakanties zijn nu ongekend ver weg, net als de oude zelf.

De laatste vakantie was met het hele gezin, kinderen en kleinkinderen naar Portugal. Daar valt nog steeds op te teren, want het was volop genieten. Van het huis met zwembad, elkaar, de zee, het strand, de wandelingen, het weer en de tochten die we maakten .Ook Portugal is een lied van verlangen, net als de inmiddels al geboekte Griekenland-vakantie met elkaar van het vorige voorjaar. In het water gevallen. We zeggen tegen elkaar, dat wat in het vat zit niet verzuurd. Of misschien zeg ik dat tegen hen, omdat mij dat altijd is voorgehouden vroeger. Dus wordt er verbouwd, een huis aangekocht, gespaard voor een nog mooiere vakantie samen. Ooit, wie weet, en dan…

Verder dromen op de klanken van dat onvervulde lied. Kleinzoon twee wil een verhaal over de zee en het plastic afval. Ik had een dappere held bedacht, die het plastic verzamelde en daar een eiland van bouwde, maar nu blijkt zoiets al te bestaan in nieuwe games, die er zijn ontwikkeld. Dat maakt niet uit. Mijn leeftijdsgroep ligt lager.

Ziezo, tijd om de krant op te vissen, mijn balkon aan te pakken en toch het bos op te zoeken. Zin in, bergen verzet je met hernieuwde energie en daar zijn deze heerlijke seizoensovergangen, als de zon te voorschijn piept, uitermate geschikt voor.

Huis leeg, hoofd leeg en gaan.