Uncategorized

Een dag om nooit te vergeten

Er zijn van die dagen bij die zich afwikkelen met het gemak van een bol wol in precies de juiste tint. Vroeg uit de veren, omdat ik op een school in Maarsen moest zijn om acht uur. Geen file en een rustig ritje. Wat gezoek om de juiste schoolingang te vinden. Ik verwachte een theatergezelschap die King Lear voor het voetlicht zou brengen.

Binnen in de podiumzaal hadden de leerkrachten  al de stoelen klaar gezet. Wat een luxe en op het podium scharrelde een mannetje. Het was niet de conciërge want die kende ik. Hij had een rood mutsje op en inspecteerde de gordijnen, het licht  en de ruimte. Ik stelde me voor. Mijn oren stonden nog in de slaapstand, dus zijn Jori werd -t-, -k- maar bleek joris te zijn. ‘Whats in a name’ om bij de groten der aarde te blijven.

001.jpg

Hij kwam King Lear vertellen. Nog viel het kwartje niet. We hadden een interessant gesprek over verhalen vertellers en dat je altijd bombastisch beginner bent, maar het uiteindelijk tot een kern terug brengt. Ik verhaalde van mijn grote liefde voor twee vertellers. Niels Brandaen en Joris Lehr. ‘Dat ben ik dus’, antwoordde hij en het rode mutsje knikte enthousiast mee. Hier zat ik, op vrijdagmorgen, met een van mijn grootste idolen te kletsen over koetjes en kalfjes zonder het te weten. Achteraf was het maar goed ook. Nu konden we samen heerlijk verder babbelen, omdat de juiste toon al was ingezet. Anders had ik van bewondering geen woord meer uit kunnen brengen. Zijn haardos was in de dagen dat ik hem had gezien wat voller geweest dan nu onder de muts. Hij speelde destijds Othello en ik schreef er een gedicht over.

Vuile was

Othello liet zich leiden door de holle frasen van Jago

en emotie blinddoekte zijn wanhoop

‘Wel vier doden’ constateerde de kinderziel tevreden

prachtige voorstelling en nu naar andere beslommeringen

thee met een koekje en misschien nog een uurtje naar ballet

Desdemona en consorten in de koelkast gezet

maar ’s avonds kwamen ze, die doden uit een grijs verleden,

dwaalden dreigend door de kinderziel

met nieuwe verhalen, waar strijkijzers en knijpers,

maar vooral de vuile was

uit de doeken werd gedaan

De Achillespees van een kinderhiel

0022.jpgJoris Lehr als de nar

De voorstelling was meesterlijk en hield de kinderen in de ban. Iemand die drie kwartier een andere eeuw tot leven kan brengen en de aandacht daarbij gevangen houdt, kan bij kinderen niet meer stuk. Ze waren zonder uitzondering vol lof, deze groepen zeven en acht. Shakespeare voor het voetlicht met zijn King Lear. De kleine nar veranderde, slechts met behulp van een touw, in veel andere karakters, trefzeker neer gezet.  Op weg naar het ziekenhuis om de oude op te halen, voelde ik me bevoorrecht.

Een app bracht weer een klein wondertje te weeg. Vriendinlief van lang geleden, wel uit het oog maar nooit uit het hart verloren, verkeerde een verdieping boven de oude, in hogere sferen. In ieder geval in lichamelijke overgave aan een op hol geslagen infuus en de medische onrust die dat veroorzaakte onder de verpleging. Tussendoor werd nog een soepje geserveerd, dat koud werd onder onze enthousiaste uitwisseling van waarden. Wat een mazzel. Dat lieve vertrouwde gezicht, onze zuchten omtrent oude mannen die nog jonge kerels hadden kunnen zijn en de veerkracht van onszelf, waarbij de verpleegkundige zich aangesproken voelde en haar spierballen liet rollen. Feest der herkenning. Met een belofte voor de toekomst namen we afscheid en spoorslags daalde ik af, waar de oude al aangekleed en wel op bed lag.

007-e1542442365689.jpg

Bij de apotheek duurde het en duurde het. Zorgvuldigheid won het van haast en traag als een slak kroop er een half uur voorbij voor een maaltje maagbeschermers. Het was niet anders. In de auto serveerde ik nog een preek uit, dat niet in dank werd afgenomen, maar een noodzakelijkheid was. De boodschap, dat je ziek bent omdat het je overvalt, zonder dat je daar iets bij in de melk te brokkelen hebt en het ziek zijn, dat je ten deel valt omdat je er heel hard aan meegewerkt hebt met je levensstijl.

Ik reed en uitstappen kon hij niet. In zijn oude bedoening en een wolk van fruitvliegjes liet ik hem met deze gedachte achter. Het Wilhelminapark jubelde in goud en geel. De juiste feestelijke omlijsting voor een dag met twee waardevolle ontmoetingen. Een dag om nooit te vergeten.

Uncategorized

Een diepe tomeloze slaap

Gisteren naar een oude onvervalste Hercule Poirot gekeken. De tijd had de kleine gedrongen gestalte met zijn gepommeerde snor op de bovenlip geplakt, ingehaald. Ik probeerde met de ogen van een kind van nu te kijken. Dat is lastig. Zoveel dingen herken ik nog, die zij als begrip niet kennen. Probeer maar eens af te strepen, welke het zijn. Dan pas kom je tot de ontdekking dat er toch veel ‘verouderd’ is. Het complexe geheel van moordenaars en een oppermoordenaar, waarbij de laatste zelfs gehangen werd in het Engeland van weleer, moet welhaast een van de eerste afleveringen geweest zijn. De aftiteling heb ik gelaten voor wat het was, want ik viel om van de slaap. Agatha Christie als slaapmutsje. Wie had dat ooit gedacht. Ik schrijf slaapmustje, misschien is dat het wel!

In de garage hadden ze dé oplossing voor het akkevietje, dat tijdrovend is en vaak een inbreuk te weeg brengt, alleen het idee al. Het zomer en winterbanden wisselen. Het staat bijna gelijk aan de overgang van  zomer naar wintertijd. Ik raak er in ieder geval door van slag.  Gelukkig zijn er tegenwoordig All Weatherbands voor winters als in Nederland, gestel dat die nog even blijven zoals ze zich het afgelopen decennium hebben gemanifesteerd. Je moet er niet mee naar de Alpen afreizen en in een sneeuwstorm terecht komen, maar voor een beetje winter is er genoeg grip op de weg en de situatie.

Met mijn winterbestendige kleine blauwe prins, winterbeurt, in de was gezet, all weather prooved reed ik naar het ziekenhuis in `Leidse Rijn. De oude raakt aan het idee gewend, dat er misschien iets aan de situatie zou moeten veranderen. De pijn van de eerste nachten ebt weg en daarmee ook het besef van de werkelijke oorzaak. Drie keer vertelt hij mij dat de artsen het hele voorval als domme pech benoemden. Nou, mijn beste, wij weten wel beter, toch! Vandaag mag hij misschien terug naar het lege huis, de poes zal rondjes draaien van blijdschap om zijn te dikke enkels en opgezette voeten en de werkelijke oorzaak blijft achter het rookgordijn, dat hij optrekt.

Thuis staat zoonlief nog immer in de sixpack stand, maar vergeet de voorraad in de koelkast van zijn koolhydraatarme en eiwitrijke dieet aan te vullen. Zwager op de voice mail en een stem die me roept voor een act in het tuincentrum. Groene vingers haha. Daar doe ik wel aan mee. Dat is weer heerlijk straattheateren pur sang. Ik vlieg terug naar de tijden van weleer, waar ik met vriendinlief als Bep en To het kleine binnenstadje op stelten zette met hun meters lange sjaal die de straat overspande en alle niets vermoedende winkelaars voor zich uit dreef. Of de keren dat we als marketeers het ei wilden restylen, omdat we het zo saai vonden dat de dooier altijd in het midden lag. Er was ook nog een gevalletje FC Utrecht supporter, maar dan de onvervalste van de Bunnikside, die iedereen de ziel onder het hemd vandaan toverde. Het is lang geleden, maar het heeft alleen een hoog improvisatiegehalte. In feite laat je  je leiden door het publiek. Die geven aan en wij koppen in. Iets met planten, au naturelle aanleg en een groene nagel als het ze lukt.

037.jpg

 Het leven rijgt een snoer van wonderen, zegt de vrouw bij de wereld draait door die ontsnapte als driejarig meisje aan de holocaust. Het beeld blijft me bij. In de hectiek van alle dag is mijn snoer bescheiden vergeleken bij de levensreddende wonderen die haar een rijk en lang leven schonken. Het brengt wel levenslust en iedere dag weer voel ik me ontvankelijk. ‘Laat Gods water maar over Gods akker stromen’ bezigde mijn vader, die nooit meer in de kerk kwam. Dát, het leven nemen zoals het zich aandient en te genieten van wat er bij hoort, die vele onverwachte intervallen. Het zorgde vannacht voor het eerst sinds lang weer voor een diepe tomeloze slaap.

Uncategorized

‘Ja Mam’

Een mooi Frans woord, lentement. Dat werd de code voor gisteren. Lentement met wakker worden en met opstaan, lentement met douchen en boodschappen doen. Kringloopje in, gekke trui met alleen mouwen en nauwelijks lijfje in ‘ mooi paars is niet lelijk’ en de stokpoppen aftekenen voor de vertelling van Sprokkelhorst. Het boek uitschrijven en een goudgele thee zetten in een mooie glazen theepot met behoud van de kleur  voor mijn ‘Partner in Story telling’, vriendinlief.

IMG_1144

Door de ingebouwde rust zag ik een film, die ik normaliter niet gauw zou kijken, met veel details van bloedige gevechten, verbazingwekkend hoeveel men er verzinnen kan in een zo’n verhaal. Hoe doe je dat toch. Neem aan dat de schrijver het niet aan den lijve zal hebben ondervonden, want dan had hij het zeker niet overleefd. Op de en of andere manier stroomde er wat lauwe adrenaline door me heen, maar kalm genoeg om me bij het slapen gaan te behoeden voor onrust en sensatie. Het duurde toch weer langer eer ik in slaap gesukkeld was. Net als mijn moeder vroeger lag te luisteren naar het klokkengebeier, sloeg mijn denkbeeldige klok meer dan eens en zeker tot drie uur. Daarna viel ik in een rare droom en werd vanmorgen gewekt door de Oude, die met ziekenhuistijden om acht uur al lang en levend aan het ontbijt zat. Alle slangen waren eruit op de twee infusen na. Hij stak als een echte Bourgondiër de kop in het zand, struisvogelpolitiek pur sang, toch wonderlijk ‘Waar zou die maag nou zo van te lijden hebben gehad’. Hij wilde het de dokter vragen.

humor hartslag

Als advocaat van de duivel kopte ik het maar rechtstreeks in. Alcohol misschien? Hoe lang duurt het voor de mist van een verslaving is opgetrokken en de feiten koud en naakt op het bord liggen? Het verbaasde mij en ook weer niet. Het hoort natuurlijk bij een fenomeen. Hetzelfde waar mensen die overmatig eten zich schuldig aan maken, degenen die stug blijven door roken en zij, die doorslaan in rauw eten en een teveel aan bewegen. Het opgeheven vingertje ging vroeger vooral over te .’ Ze hadden meer dan ooit gelijk. Alles waar te voor staat, deugt niet.’ Met paplepels tegelijk goten ze het bij onze generatie naar binnen. Natuurlijk heeft iedereen op alle fronten zwakke momenten, omstandigheden, waardoor het geoorloofd lijkt om van een pad af te wijken. Je bent een kanjer als je op eigen kracht de weg terug vindt naar het leefbare, dat niveau dat acceptabel is.  Het is goed om er over na te denken. Dit is misschien wel een rigoureuze manier om op je tellen gewezen te worden, maar wel een mooie, om daarna, nu er zoveel geluk bij is komen kijken, je eigen kaarten en kansen te schudden.

zandloper-van-glas-30-cm

Het blijft spitsroeden lopen als het lijdend voorwerp door een roze bril blijft kijken. Met regelmaat is dat het doekje voor het bloeden, een verzachtende omstandigheid die de werkelijke oorzaak verdoezelt en een fontein aan vraagtekens spuwt. We zijn er allemaal debet aan. Nu nog een beetje evenwicht in het geheel zien te breien. Te is nooit goed, dus ook niet te angstig, te overbezorgd, te behoudend, te benepen, te bang.

Het lijf gaf aan alle kanten waarschuwingssignalen. Te weinig gehoor aan gegeven. Dat zakje vel met botten, spieren en zenuwen deed het goed. Het weet het beter dan menig dokter. Als je met hart en ziel leeft, wint liefde voor het leven het van gewoonte en vermeende lekkernijen, maar ook van het doorslaan en de ‘gezondheidsfreaks ten koste van alles’. Over mijn schouder fluistert mijn moeder: Lieverd, alles waar te voor staat… Ik kijk om en knik. Door schade en schande wijs geworden. ‘Ja, mam’.

 

 

Uncategorized

Twee keer teveel

Als op een dag de schrik je twee keer om het hart slaat, dan is het zaak om heel snel de kalmte te bewaren vlak erna. Het lukte met moeite. De eerste kwam als donderslag bij heldere hemel in de ochtend, toen ik om negen uur in de auto zat op weg naar Amstelveen. File, radio aan, verwarming behaaglijk opgeschroefd, muziekje en de Iphone als routespecialist in de aanslag. Handsfree, want de beste aankoop ooit, was het kleine houdertje van de huishoudelijke afdeling van de grote Duitse supermarktketen, die gründlich had ingezet op het gemak. Voor 6,99 is je TomTommie meer ‘up to date’ dan ooit.

IMG_1341.jpg

Het enige wat nog ontbrak in mijn kleine rustcoupé was de koffie. Achtbaansdik kropen we over de snelweg, terwijl de laatste regendruppels van de ochtend voor menig haastganger nog even roet in het eten gooide. Ik was benieuwd naar wat me te wachten stond. In Amstelveen zou ik voor de tweede en derde keer de gevallen dromen van het Filiaal herbeleven en ik verheugde me erop. Het telefoontje kwam indringend binnen.

Het hart maakte een vrije val. Maagperforatie, scheurtje duodenum, opname, asgrauw, ondertemperatuur, operatie, holst van de nacht, drains, infusen, intensive care. Flarden van een opgebroken bestaan, zus van de oude, verlossing, verdriet, afsluiting van een timeframe, de hoop op nieuw begin. Er was genoeg tijd om het nieuws te laten bezinken. De oude in het ziekenhuis, op de terugweg ga ik langs, vast omlijnd plan in het hoofd. Nu wegsluizen, parkeren en even pas op de plaats.

0051-e1542186350219.jpg

De focus op de voorstelling met een licht gevoel van afwezigheid, meer dan anders. Een been stond nog in het zojuist verworven nieuws. Kinderen ontvangen, ze zoete dromen toewensen, de uitgelaten, toegeslagen, ‘grenzen los’-aanval overleven en meekijken. Ik zat wat aan de zijkant. Die locatie bleek voor tekst in mijn dovemansoren door muziek overstemd te worden. Volgende voorstelling een uitgekiende plek van midvoor achterin kiezen.

021Alechinsky

Tussen de middag naar het Cobramuseum en even onderdompelen in een zoete troost als tegenhang voor het bericht. De tentoonstelling van de Cobrabeweging met werk van Asger Jorn, Constant, Appel, en Lucebert. De werken niet allemaal onverdeeld mijn smaak, maar wel intrigerend, het elan van een overtuiging. Een welkome afleiding dus. Terug naar het dromenland, dat ingenieuze podium voor de leerlingen van groep zeven en acht. Een Driehuisschool, feest der herkenning, zo heette mijn Oma ook! De kinderen uitgelaten, gespannen. ‘Wel vreemd’ vond een jongen. Leerkrachten en ouders enthousiast. Mooi, dat is de voorwaarde voor een goed gesprek straks in de groep.

Op naar de ‘Place to be’, Leidse Rijn, maar nee. Hart weer een verdieping lager. Waar is de portemonnee. Zoeken in de tas, binnenste buiten gekeerd, geen groene beurs te ontdekken. Eerst terug naar het theater. Trappen op, speuren met ogen op steeltjes, nul  op rekest. Gedachten zochten koortsachtig verder. Waar heb ik ‘m voor het laatst gebruikt? In het museum om de kaart te pakken. Ook daar was niets gevonden, gegevens achtergelaten in een ijdele hoop. Het doemdenken nam een aanloopje. Geen geld, auto in de parkeergarage, pasjes in de beurs….help.  Naar het theater terug, trappen op, niets, onder de trappen, niets. In de foyer, nog eens de tassen doorstruinen. Ineens, en schaamte schoot omhoog, om de onrust die ik te weeg had gebracht, een dun bobbeltje in de grote enveloppe met naamkaartje en voorstellingsgegevens. Daar zat het vertrouwde groen tegen de wand aangekleefd, terwijl ik al een wonderlijke ‘einzelganger’ uit het museum begon te verdenken. Ik moest kleur bekennen, in dit geval groen en schaamrood. Langzaam klom het hart weer naar haar plaats. Adem in en adem uit.

Het saucijzenbroodje in het ziekenhuis smaakte nergens naar en kraakte zo vervaarlijk als de gedachten in mijn hoofd. Met de cappuccino spoelde ik de laatste onrust weg en spoedde me een uur te vroeg naar de zusterspost. Brutale mensen hebben de halve wereld. De denkbeeldige deuren zwaaiden open. Daar zat het lijdend voorwerp, blakend, berustend en in zalvende handen.

042

In de avond schilderde ik de octaven van het hart in roerige wolken. Kosmos, middeleeuwen en een ouderwetse ervaring. Als de schrik je om het hart slaat. Op een dag is twee keer teveel.

 

Uncategorized

Een berg te slechten

Ik droomde van bergen, zilver, metaal? Ze hadden in ieder geval de vorm van de berg kleding waar een Venus van Milo voor staat, die gisteren voorbij was gekomen vanuit het Mocomuseum. Het brengt me terug in de tijd dat ik de ongekroonde koningin van de tweedehands kleding was.

43357481_1981023625320574_7183067359897526363_n

Gisteren zag ik bij vijf uur live een info met Jennifer Hofman over haar programma ‘Genaaid’, dat gaat over misstanden in de kledingindustrie. De bedoeling erachter is om jonge mensen zich bewust te laten worden, dat kleding meer is dan een wegwerpartikel. Een groep jonge modeontwerpers werd meegenomen naar Myanmar om daar in de katoenplukkerij, de leerlooierij en de ververij aan het werk te gaan. ‘Mensonterend’, vertelde een van hen en de stank was niet te harden in de leerlooierij, waar ook nog hele gezinnen boven woonden. In die vreselijke combinatie van Chemische middelen en dode huid. Natuurlijk is het plaatje niet compleet zonder die doordringende alles verstikkende geur, maar bij de beelden van de huiden, de insecten, het schaarse licht en de van  zweet glanzende lijven, die duidelijk aangaven hoe zwaar het was, was het niet moeilijk voor te stellen.

scannen0678

Eigenlijk waren wij al heel lang bezig met duurzaamheid door het vrijwilligerswerk in de kringloopwinkel. Het was hard werken, maar peanuts vergeleken bij dat echte werk van de productie van kleding. Wel was het een stoffige bedoening en met de kennis van nu en mijn aangedane longen zou ik iedere kringloper willen wijzen op de noodzaak van goede ventilatie. Als de kleding binnen kwam in de grijze vuilniszakken, schudde ik die leeg boven een tafel en zocht uit op winkel, derde wereld en vodden. Soms stond het grijs van het stof. In die mist werkte ik. De uitdaging was iedere dag een lege tafel te halen. Rekken vol, containers leeg, alles uitgesorteerd. Het was voldoende om de grote hoeveelheid energie kwijt te kunnen. Bovendien zette het de fantasie op scherp.

scannen0676

Een koffer met hakkeschoenen, damesschoenmaat 45, Chinese jasjes gevoerd met zijde uit een ver verleden brachten verhalen van travestie of die van een verfijnde bohemien,  een oude koloniaal. Het Nederlands Indië van lang geleden en ik kon de gamelan horen. Wonderlijke hoeden kwamen langs en hele partijen ongedragen kleding, die te goed waren om zo maar weg te doen. Het hele leven verpakt in een plastic zak. Aan elk kledingstuk kleeft een verhaal en ik verzon ze allemaal. Wat daar binnen kwam, had ik op moeten schrijven, realiseer ik me. Het is vervaagd, maar in de kringloopwinkels van tegenwoordig herken ik dezelfde sfeer. Nog steeds ontdek ik geen ventilatiesystemen. Arbeidsomstandigheden, die allang aangepast hadden moeten worden. Men heeft geen idee wat het kan veroorzaken.

Het grote gemak waarmee tegenwoordig gekocht wordt, enkel kopen om de behoefte te bevredigen, is opmerkelijk. De vrouw die aan het woord is, vertelt hoe in de kast de kledingstukken met de prijskaart er nog aan hangen. Wordt bewust van wat je hebt, is de boodschap. Ontlast je kast. Het is meer dan voldoende, er hoeft echt niets meer bij. Bekijk wat je er mee kan, combineer, selecteer en geef weg wat niet meer nodig is, organiseer een ruilbeurs met vriendinnen. Tweedehandskleding is niet weg te sluizen, zoveel komt er binnen.

Mijn verstofte longen weten er het fijne van. Het is de hoogste tijd voor het kritische consumeren. Niet de hoeveelheid telt, maar duurzaamheid en dat, wat al bestaat. Alle beetjes helpen. Er valt nog een berg te slechten.

Uncategorized

Blinkender dan het licht

Pluis heeft haar nachtelijke pet op. Ze wil spelen. Ik vermoed dat het aandachttrekkerij is om het bakje met eten gevuld te krijgen beneden. Ze kijkt me waaks en ondeugend aan. Vanmorgen was er een filmpje op de telefoon van een van de dochters. een aandoenlijke film van vader, moeder en kind, die om een feestelijk mooi rond wit taartje zaten. De telefoon op opname. Dochter sneed de taart aan. De spanning was voelbaar, verwachtingsvol keken drie paar ogen naar het doorsnijden van de romige substantie. Het eerste stuk werd omhoog gehengeld en bij het zien van de binnenkant wisten ze wat er te verwachten viel over een aantal maanden. Ik verklap het nog niet. Wat kan men een gegeven toch spannend verkopen met een beetje fantasie.

Dat er een wereld aan dergelijke trucjes waren in deze tijd was totaal aan me voorbij gegaan. Piñata’s, ballonnen, alles was mogelijk om het geluk kenbaar te maken. Als je er niet mee bezig bent, dan is het een ver-van-je-bed show, of je moet er per ongeluk tegen aan lopen.

Ik ging terug naar mijn eigen verwachtingsvolle staat. Het buikkie, bij de eerste niet eens een echo, ook al lag ze in stuit, bij de twee en drie echo’s zonder te weten waar het op uit zou draaien en daarna, toen er wel een mogelijkheid was om het voortijds te weten, wilde ik de spanning ouderwets bewaren tot aan het einde. Het feit dat ik een tweeling droeg werd pas in de 26ste week bekend. In de overtuiging een meidengezin te krijgen had ik nog maar weer eens twee meisjes en geen jongensnamen. Haha, die waren snel verzonnen toen het cadeau wat anders uitpakte.

We hadden het over babyvoeding en de fruithap. Ik wist zeker dat we daarmee begonnen zodra de eerste tandjes zich aandienden. Vierde maand of zo. Dochters vonden dat wel erg vroeg. Tegelijkertijd overviel me mijn eigen stelligheid. Ik wist dat het zo was, maar zij mochten er aan twijfelen. Toch verkondigde ik niets geks. Zo vluchtig denderen de verscheidene gewoonten door de jaren heen voorbij. Voor mensen  van nu moet het ondenkbaar zijn,  dat wij de baby op alle manieren in de wieg legden. Er zijn nu strikte voorschriften, die ik in mijn tijd al zag veranderen van elke houding, naar zijligging en buikligging. Zo kabbelt het voort en iedere keer verzinnen ze er weer wat bij. Borstvoeding was er altijd, hoe deed men dat in de hongerwinter, als de voeding voor de moeder niet toereikend meer was, tot welke oplossingen ging men over. Boeiende materie.

M. Vasalis

Het is al lang geleden en toch staat het als hoogtepunt in het geheugen gegrift. Hoe ik me voelde, angstig voor het ongewisse en verwachtingsvol tegelijkertijd. Elke bevalling was totaal anders. Het oude Antonius, de hoge witte gangen, het bedompte kamertje en mijn zwarte tuinaarde voeten, waar ik de hele dag in aan het wroeten was geweest, in de stijgbeugels. Het norse hoofd van de gynaecoloog er bovenuit, het grote wonder en het eindeloze nabibberen, een hele nacht lang. Het oude Isselwaerde met persoonlijke aandacht en respect voor de manier waarop het in zijn werk ging. Wel infuus, geen infuus, gewoon, bikkelen en weer naar huis. Bij de tweeling De bundel van Vasalis onder de arm en een fles wijn voor de gynaecoloog, die alleraardigste man met zijn humor en attente zorg.

Kind in het licht

Licht in de witte gordijnen
licht-wieren langs de muur
licht-stranden aan het plafond.
En nog blinkender dan het licht
het klein benieuwd gezicht
de ogen poeltjes blauw vuur…
Witte vingertjes verschijnen,
haken gretig uit de zon
onzichtbare zó dunne haren
van het paard van Phaëton.

Vasalis

De laatste bevalling zoals een hekkensluiter hoort te gaan. geroutineerd en zorgeloos in een modern en nieuw Antonius en in mijn hoofd het verschil tussen toen en nu. Zelfs in een mensenleven aan bevallingen is de verandering al mijl op zeven.

We gaan de taart vieren en het cadeau dat nu nog goed verpakt zit. Ondanks het weten al spannend genoeg. Blinkender dan het licht…

Uncategorized

Aan de slag

Het was een dag van veel informatie op verscheidene gronden. Een mail, een gezamenlijke activiteit en een telefoontje. Stemmen van het verleden, berichten die raakten. Omdat ik lang niet meer aan de desbetreffende personen had gedacht en omdat hun leven kennelijk zo totaal anders verliep of verlopen was dan het mijne.

Bijzondere verstilling in de mail. Een reis door de tijd. Een van de vrienden van vroeger had, na een redelijk gelukkig leven een hersentumor gekregen en was al een paar jaar geleden overleden. Hij was niet veel ouder dan ik.  Hoe vang je het doodsvonnis op en hoe pas je het in als je nog ten volle kan functioneren. Met in het vooruitzicht een onomkeerbaar functieverlies en een definitieve lijdensweg als te bewandelen levenspad. Er stond niet bij hoe deze vriend zijn lot heeft aanvaard. Kies je in dergelijke omstandigheden voor euthanasie of niet. Wordt er een pact gesloten met het thuisfront, zijn vrouw en een zoon, die geestelijk in zijn eigen wereld leefde. Vooral dat zal een zware afweging zijn geweest. In de periode dat ik op Neurochirurgie werkte had ik als stokpaardje die ondoorgrondelijke hersenen van ons en de medische wetenschap die stappen en stapjes in de ontwikkelingen maakte. Als er een wetenschapper in mij school, dan was het op het gebied van het neurowetenschappelijk onderzoek geweest. Daar lag een deel van mijn fascinatie.

Het is anders gelopen en het heeft zo moeten zijn dat ik binnen het Jenaplan onderwijs zo duidelijk mijn weg en stuwende kracht heb mogen vinden. Zo gaat het nu eenmaal. We wandelen verder, verliezen en ontmoeten en soms komt een vroeger leven weer op je pad, een stuk gedeeld leven, hoe bijzonder is dat. Vanuit mijn herinnering diep ik het vertrouwde gezicht van de vriend van weleer, die weer vervaagt in een vlaag van weemoed.

Het telefoontje verhaalt een en ander over een andere goede oude vriend, wiens stem door de telefoon nog zo krachtig en vitaal klinkt en in niets laat weten dat het lijf staat te wankelen op de benen en steun nodig heeft om te staan. De grappen en complimenten stapelen zich op in hoog tempo terwijl de ware aard van het beestje diep verborgen blijft onder de zo optimistische woordenstroom. Het belletje is alarmerend en vertelt een ander verhaal. Het is tijd om met de dikke truien van zoonlief langs te gaan, een goede reden om binnengelaten te worden en de situatie in ogenschouw te kunnen nemen om het op de juiste waarde te schatten. Ik ben blij met de modieuze lange truien, hippe oude vogel wordt het daardoor in plaats van de aanduiding ‘vogelverschrikker’ die ook in het gesprek langs kwam en diepe sporen trekt.

0152.jpg Jut en      061Juul

Er was daar ook nog de lieve oude Jut, waarvoor ik een afspraak had gemaakt om samen met de kinderen, zwager, broer haar rimpelige voorkomen een make-over te geven en de oneffenheden glad te strijken. waar het bij deze Juul oppopt in hoge mate, verdwijnen ze daar, door het eindeloze schuren en schaven onder de hitte van een goede föhn, als sneeuw voor de zon. Nou…Er moet wel behoorlijk geschaafd worden en we zijn met vier man/vrouw dagdelen in tel. De armen worden geteisterd alsof een vroeg invallende ouderdom is ingetreden.

037

Er zijn spieren bij waar dochterlief nog nooit het bestaan van heeft geweten. Een work-out pur sang. Ze zien er uit als aliens, met koptelefoon en snoetje. Met dezelfde gegevens haal ik de stickers van de keet, maar moet de rest alweer overgeven aan de jonkies. Ach ja. Broer werkt mee, zwager zorgt voor de overdekte schuur en het broodnodige luxe gereedschap, een steigertje en ik zorg voor het kind en samen met de gastvrouw voor een ouderwetse lunch, met ouderwetse groentensoep met ballen en verse broodjes en beleg.

031

De dag rommelt ten einde. Vandaag is er plaats voor contemplatie en een voorbereiding op de vertelling die vriendin en ik op de avond van vrouw Sprokkelhorst zullen gaan doen. Er moeten schimmen getekend worden en het verhaal herschreven. Morgen worden alle stappen aan elkaar gebreid. Het gaat goed komen, maar vooralsnog…Aan de slag.

Uncategorized

Ochtendhectiek

De voorgeschotelde kost heeft me de laatste twee dagen voortreffelijk gesmaakt. Ik werkte dan ook in het leukste restaurant van Nederland. Kindvriendelijk, spannende gerechten, gastvrij. Er konden wel honderdelf gasten tegelijk komen. Gasten, nou…gastjes. OP het podium twee mensen en toch waren er twee koks, een ober, een jongetje, een koning met een vergiet als kroon en een stamper als scepter, een kroonpoetser, een scepterdrager, het volk en de reus. Ze serveerden smakelijke sprookjes met een gruwelijke ondertoon.

Ik heb twee dagen als publieksbegeleider genoten van mijn nieuwe baan. Wat een super gelegenheid om te observeren hoe betrokkenheid werkt, hoe kinderen wisselend in hun enthousiasme reageren en  meegemaakt hoe genieten verpakt kan zijn, maar allemaal met glanzende ogen, rode konen, de open monden bij een spannende scène.

Het was vroeg dag, beide keren. Nog voor achten spoedde ik het huis uit en liet me tomtommiaans door de drukke ochtendspits leiden. Dat was lang geleden. Het was twee dorpen verder, dus goed te doen, maar toch. Het kleine stuk snelweg was al voldoende om te weten, hoe  spitsroeden rijden was. Op de eerste dag  hoorde de gymzaal niet bij de school. De planning was dan ook niet helemaal goed verlopen. Een clubje ouderen kreeg gymles. De acteurs hadden een hoek gekozen van de grote zaal om op te bouwen en de bijna even oude gymjuf als haar doelgroep had zich teruggetrokken op de andere helft van de zaal. Flexibiliteit is een zegen.

theater smakelijke sprookjes

Wij zaten op een bankje te wachten tot ze klaar zouden zijn. Ook hier was er sprake van glimmende ogen en rode konen, doorgaans werden de vertragingen en de slow motion in liefde aanvaard. Er was een man bij die, in zijn ongedurigheid, trachtte de doofheid te doorbreken van de vrouw die de bal moest vangen. Hard, harder, schreeuwend. De hoge muren schroefden  het geluid op tot  een grote kluwen aan decibellen. Een beetje hardhorende kon er geen chocola van maken.

Anderen werden joliger onder de blikken van dit onverwachtse publiek en maakten speelse en ook trotse opmerkingen over de vorderingen, kwinkslagen over hun elastieken jeugdigheid in de oude botten. Eigenlijk werd er ter plekke nog een theaterstuk opgevoerd. Een stuk uit het geheime dagboek van Hendrik Groen. Het wachten op het einde van de les en te weten dat er buiten honderdelf kinderen aan het wachten waren, vormden een spagaat in de totaalbeleving. De kleren moesten nog aan en dat ging met een zelfde gemoedelijkheid maar zeker niet sneller. Daarna konden de groepen, vier in totaal, naar binnen. Jassen uit, schoenen en vol verwachting en rumoer gaan zitten.

Het was een meespeeltheater. De kinderen speelden het volk en de reus en deden dat met de grootste overtuiging. Ze keken  en lachten, ze schaterden en schrokken, ze voerden de bewegingen van het volk(wie weet er …)feilloos uit. Ze genoten stuk voor stuk van de kleine ondeugende kwinkslagen:’Wat zeg je, heeft ie in zijn neus gezeten…?’ Lachsalvo’s te over. Ze mochten ‘Hoezee’ roepen en  brood snijden. Er viel genoeg te doen en er was een vers van de reus, dat ze ter plekke aangeleerd kregen.

Een theaterstuk dat na de vierde keer nog niet verveelt, bevat de juiste ingrediënten . Snelheid, spanning, humor, afleiding en duidelijke kaders. Ik vond het fijn te horen dat ouders als plezierig werden ervaren, omdat dan de bovenlaag van het stuk, de vileine grappen, aankwamen, waardoor je ze nog extra kon aanzetten en opvoeren. Heerlijk om te doen. Terug naar huis reed ik in het zonnigste herfstlicht, dat je maar bedenken kon en kleurden de bomen goud. Mijn hart zong mee. De juiste persoon op de juiste plek. Ik was een bevoorrecht mens. Nu nog even wennen aan de ochtendhectiek.

Uncategorized

Ik voel het

Het verhaal van de kleine Alice, die tuimelend een vreemde wereld binnenviel en daar een aantal wonderlijke ontmoetingen had, bevreemdend, soms beangstigend, soms verrijkend, stemt ondanks alles wat er aan verwarring en opschudding ontstaat, tot nadenken. Of juist wel dankzij dat. De dialogen met de Marche Hare(de Maartse Haas), The White Rabbit(het witte konijn) The dormouse(de zevenslaper) en The Mad Hatter( de hoedenmaker), de hertogin en de rups, the Cheshire Cat en de Hartenkoningin trekken je de wereld in van zekere onzekerheid. ‘Niets is wat het lijkt’ ten voeten uit. Soms ervaar je dat helder en dan weer mistig en vervormend, net als in het echte leven alle zekerheden onder uit kunnen glijden, waardoor je het gevoel hebt, op de schopstoel terecht te zijn gekomen.

Alice par John Tenniel 25.png

Alles wat van waarde leek, staat te trillen op haar grondvesten. Met de hartenkoningin worden je kaarten geschud. Ben je je eigen witte rozen aan het rood verven dan weet je dat het tijd is voor een goed gesprek. Elk leven heeft recht op haar eigen bestaan, daar komt geen likje verf aan te pas. Schoonheid zit van binnen en voedt zich niet met een ander voorkomen.

Ooit, lang geleden, in mijn eigen wankele periode, waar door de overgang, hormonen, de buitenwereld, mijn gedachten zich op het Alice-pad begaven en met haar de diepte in doken, waren de boeken van Lewis Caroll, van Arnold Lobel met kikker en pad, van uil en sprinkhaan, maar ook de boeken van Toon Tellegen, Pooh Bear en zelfs de humoristische verhalen van Annie M.G. als in het schaap Veronica de juiste graadmeters. Door hun verhalen te lezen, ogenschijnlijk lichtvoetig, vertederend ook, maar met onmiskenbare vingerwijzingen naar het eigen bestaan, ontwarde de knoop zich draad voor draad.

Alexander hakt de gordiaanse knoop door, Jean Simon Berthélemy (1743–1811)

Een gordiaanse knoop van gedachten, gevoelens, vooruit, hormonen misschien. De mythe van deze knoop houdt een belofte in. ‘Wie haar ontwart, zal heerser over heel Azië worden’. Met mijn geestelijke knoop vertaalde ik het naar ‘wie haar ontwart, zal zichzelf weer vinden’. Als je de hoedenmaker en de maartse Haas toe kan laten in het leven, de Iejoor in jezelf, de relativiteitstheorieën van Poeh, de vragen van de Kleine Prins, dan ben je al een eind op weg. Kinderliteratuur die in schijnbare luchtigheid zichzelf meer overstijgt dan menig ander boek.

De projecten uit die dagen, die we schreven om met de kinderen de diepte in te gaan, waren met regelmaat een vertaalslag naar het gewone leven. De symboliek nodigde meer dan eens uit tot een goed filosofisch gesprek over de betrekkelijkheid van tijd en daarmee over de waarde, die je eraan moest hechten. Het kwam door mijn eigen ervaringen op dat gebied, mijn voorliefde voor deze diepgravende verhalen die zo tot, letterlijk, de verbeelding spraken. Toen de kleine eendagsvlieg zich in een theater openbaarde, was het mijn eendagsvlieg geworden, maar ook de wereld als eendagsvlieg. De mensheid niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat, het belang van het individu volkomen ondergeschikt aan het mondiale en vice versa,  van het grootste belang in haar omgeving. Een deel van het geheel én omkeerbaar.  Pars pro toto en toto pro partum.

Eendagsvlieg-jeugdtheater-1.jpg

Dat schoot vanmorgen door mijn hoofd toen ik de verkorte versie van een optelsom hoorde. Daar waar hulpvaardigheid verantwoordelijkheid impliceert. We zijn allemaal onze eigen kleine Alices met mogelijkheden, maar niet meer dan dat. The White Rabbit is verantwoordelijk voor zijn eigen indeling van de tijd, zijn haast heeft niets te maken met het tijdspad van de kleine Alice. Ze kan hem wel helpen, maar alleen als hij haar toelaat. Anders wordt het vechten tegen de bierkaai en daarmee een schrapen en schranzen aan de eigen energie, die eindig is. Of het nu door de Overgang, hormonen of de buitenwereld komt. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ oreerde men vroeger, dat tweeërlei op te vatten was. Het bruist en het borrelt. Een nieuw verhaal in alle opzichten…Ik voel het.

 

 

Uncategorized

Onslaap

Geen volle maan, geen heftige dag. Ik probeer de onslaap te vermijden, maar ze jaagt de adrenaline door het bloed. Onrustig draai ik van de ene op de andere zij. Dan maar wakker zijn en schrijven, om daarna misschien in een diepe slaap te vallen. Waarschijnlijk is het grijze verleden debet aan de warrige slaapbehoefte. Jarenlange trouwe nachtdienst, zeven nachten op en zeven nachten af, waren goed voor hazenslaapjes op de dag. Elf uur erin en om vijf uur er weer uit of vroeger nog als dag met meer dan genoeg wapengekletter de buren naar hun kamer liet gaan of het huis doordrenkt was van de peen en uien op het gezamenlijke fornuis.

Later waren de kinderen helemaal een proeve van waakzaamheid en tot ver in hun ontdekkingstocht hanenwaakte ik de nachten door. Schapen tellen bij het slaan van een verdwaalde klok bij de buren. In het stille huis eiste ze haar recht op van bestaan. Ik telde de slagen en soms de vleermuizen, de verdwaalde brommers en de aangeschoten stemmen van de fietsers, de lichte plekken in het zwarte struweel, het bonkende bassen van een auto.

IMG_9585

In deze nadagen van vrijwillige gevulde tijd zou ik droomloos moeten wegzakken. Nauwelijks verantwoordelijkheid meer voor het kind, dat nooit uit gaat en niet dronken wordt, maar noeste arbeid verricht achter zijn PC. Er spoken nog wat losse dagflarden door het hoofd.

De Magische Middeleeuwen met name die we op een geheel eigen wijze, soms ronduit eigenwijs, trachten te doorgronden. Wat een moeizame materie en een spitsroeden lopen om niet het gevoel te hebben te verzanden in het inkleuren. Ik verzin een kosmos, die de middeleeuwers zelf nooit zo hebben aanschouwd, maar bedenken konden in het pact met de duivel van Faust.  Het is een kleurrijk geheel en geeft me de vrijheid van de omlijnde vormen af te wijken. Met vrije hand en verve staan de eerste streken op het doek om na een uur vast te lopen in een moddderpoel van blauw en cerise. ‘Geduld, veel meer geduld en kalmer’ kermt het doek, maar ik wil los en op volle stoom. Met moeite wrijf ik een hoek weer schoon met doek en verzorg de penselen. Straks, later, volgende week meer. Nu eerst even rusten, het doek en ik.

IMG_9583

Een ander ontdekt het blauwste blauw, het Yves Klein Blue, ultramarijn in de meest zuivere vorm, door een aantal lagen aan te brengen en te combineren met de juiste kleuren, oker en cadmium rood. Haar paradijsvogel is er bijna klaar voor om uit te vliegen. Het draait om symbolen, ornamenten, religie en de fabel, maar zo anders dan bijvoorbeeld de zwierige symboliek van Chagall. Daar zweefden mijn figuren als vanzelf boven het landschap uit.

Toch steken we er veel van op, weten waar de grens ligt voor ieder van ons, waar creativiteit een eigen draai kan geven, wat voor beeldvormers we zijn. Het legt precies de vinger op de knoop van waarde. We nemen het mee en ik peins erover terwijl de schapen daardoor moeilijker te tellen zijn. ‘Wie het negatieve weert, leert nooit zichzelf kennen’ besluit ik in een wijsgerig ogenblik. En: ‘Wie niet stopt met denken zal nooit de slaap vatten’. Waarvan akte.

Als ik mijn ogen dicht doe, grimast er een glimlach om mijn mond.

 

Uncategorized

Het leven lacht

Om vijf uur hoor ik gestommel op de trap. Zoonlief moet er vandoor. De nacht hult zich nog in het zwartste zwart. Ik was, na the Half Blood Prince van gisteren weer Potteriaans aan het dromen. Ik kon verdwijnen in een hoop zand op de grond en kwam daarbij in een andere wereld. Daar dwaal ik rond langs onmetelijke wanden en strooi ik op Cruesli lijkende bessen en granen in een bruine drab. Er worden fluisterende bezweringen bij gelispeld. De vrouw kijkt toe, terwijl ik peins over haar aanwezigheid, die ik niet opgemerkt had. De schildercursus vanavond gaat over de aarde en de kosmos ten tijde van de magische middeleeuwen, maar daar vertoefde ik helaas niet in de droom. Wel werd ik wakker met een foto op mijn netvlies, die er voor kan dienen.

003Andere achtergrond, banket of kabinet en klaar.

Ik sta op het pad langs mijn tuin en heb een frivool hoedje op van een stuk groen tuin-net, die je normaliter over de bessen trekt. Ik kijk er als een diva bij. De titel van de foto is ‘Tuindrama’. De vlag dekt de lading. Hoe zal ik het eens middeleeuws vormen. Misschien met de aardse aquarelletjes uit de losse pols van gisteren. Of voor een kabinet met peer. Die opdrachten schetste ik als opwarmer gisteravond in opdracht van een online schildercursus van Anita Lehman op de site van Carla Sonheim met de intrigerende titel Translating Landscape. Ze geeft alvast een voorproefje van de zes opdrachten. De cursus start vandaag.

022.JPGDe een na laatste opdracht.

Het liefst zijn ze getekend met de minst prominente hand. Links in mijn geval. Bibberlijnen in snelle composities met zwart viltstift of grafiet. Prachtige kleuren geeft het grafiet met water, bleekblauw, nachtzwart en grijstinten.

013.JPG

Een andere opdracht is (bibber)peren. Die zijn ook gaaf. Ik doe maar wat. Het is half donker, maar dan teken je nog meer vanuit de losse pols. De volgende visie wordt onderschreven:  ‘Anita believes that the landscape is a gentle way of exploring the elements that are integral to making meaningful work: line, value, color, shape, edges, composition. She also believes that drawing connects us to our experience with an intimacy not otherwise possible. The joyful and fun exercises in this six-lesson class will include experimental mark making, design studies, grid paintings — all working up to larger paintings.’ Betekenisvol werk in lijn, waarde, kleur, vorm, randen en compositie. Dat lijkt me een nobel streven. Ik ben te hard van stapel gelopen en vandaag neem ik de tijd om bij de eerste opdracht te beginnen. Heerlijk.

Het vangt mijn dolende geest. Ik heb een verbinding nodig, een zielsverwantschap. Daar gaat de inspiratie door stromen.  Inspiratie haal ik overal vandaan. Vorige week kreeg ik een meevaller te horen die van belang is voor het vormen en fantaseren.

Ik was deelgenoot van de klankbordgroep en begin dit jaar begrijpelijkerwijs met pensioen gestuurd. Het was een waardevolle tijd. Theaterstukken bekijken en beoordelen op geschiktheid voor scholen. Vorige week kreeg ik het verzoek nog een jaar mee te oordelen. Heerlijk. Het zijn dagen vol inspiratie en het zet het beeldend vermogen in de maximale stand. Wat een fijne tijding.

Daarmee en met al die andere, in de schoot geworpen bronnen, reis ik verder op onvoorziene paden. Het leven lacht.

 

 

 

Uncategorized

Een oogje dicht

Mijn linkerhand is van binnen aan het werken. Er gebeuren onderhuids malle dingen. Het wrikt, het stroeft, het trekt en het weigert om pijnloos te zijn. Op de meest linker knokkel groeit een tweede exemplaar. Als ik mijn ogen sluit en op mijn gevoel afga, dan zie ik het beeld van de Hulk voor me. Een fascinerende actie wanneer de beste man opzwol en uit zijn kleren scheurde. Iedere keer weer een nieuw pak. Zo’n gevoel dus. Een Hulkbult.

IMG_8424

Nu is Artrose en slijtage verweven met de familiegeschiedenis en het zijn mijn voorvaderen die op dit ogenblik een hartig woordje meespreken. Hoe kom ik aan die mazzel. Mijn lieve Oma van moeders kant kwam altijd aangelopen door de Laryxstraat. Omdat ons huis precies op de kopse kant van die straat lag, zagen we haar al van verre aankomen. Een klein figuurtje dat waggelde en dichterbij een kromgebogen vrouwtje met een stok, die met haar zakdoek voortdurend de grote zweetdruppels, die van inspanning en pijn van haar hoofd af parelden, droog depte om dan weer verbeten verder te gaan. Haar grijze haren piekten en plakten in natte slierten op haar voorhoofd. Haar vollemaans gezicht keek met priemende ogen voor zich uit. Ze zou zich niet laten kennen, dat stond zeker en vast.

Mijn moeder had twee rare bobbels. Een op de knokkel van de voet, een Hallux Falgus, leerde ik later, ook wel knok of Bunion genoemd. In haar uitgetrokken schoenen bleef altijd een bolling op die plek in het zachte leer zitten. De andere zat bij haar pols en was achtergebleven na een breuk. Van verdere slijtage heb ik bij haar nooit iets gemerkt. Ze was een statige lange vrouw net als mijn opa. Mijn vader kromp toen hij ouder werd. Het hele beenderwerk gooide het bijltje er bij  neer. Zijn hoofd trok zich steeds verder terug tussen de schouderbladen zo leek het. De nek werd een kippennekkie en de neus leek oneindig veel groter net als de Oren. Een versie van de grote vriendelijke reus in het klein.

de grote vriendelijke reus

De versleten nekwervels, heupen, knieën vieren hoogtij onder de broers boven mij. Het voorland en ik wist het. Het vege lijf houdt in haar jeugdigheid op en triggert elke beweging tot staketsels. Ouderdom ligt op de loer en ongemerkt kruipt en vreet ze zich in. Er is een schrale troost. Vroeger wist men allang dat krakende wagens het langst piepen. Confucius heeft een wijze raad voor de jeugd, die ouderdom nog niet in het vizier heeft.  ‘Men moet zich in de jeugd een stok snijden, zodat men er in de ouderdom op leunen kan’  is de quote van deze oude wijsgeer. Tegen dat ineen storten van het bottenstelsel helpt geen lieve vader of moedertje. Het overkomt je.

 

 

Met de kinderen op school hadden we het fantastische lied van veterdrop gevonden en uitgespeeld. Als botloze velletjes zakten we als een plumpudding in elkaar. Hilarische voorstelling van het skelet. Ook dansten we op de Vijftiger jaren muziek van de Delta Rhythm Boys: Dem Bones. Nooit waren we ons zo bewust van dat bottenstelsel als toen en net zo bewust ben ik me er ineens nu van.

 

 

De jaren van aftellen zijn begonnen. Ieder jaar legt een botje het loodje. Lood om oud ijzer, nee, zilver om het lood. Een Brace. Zo een met al die ringen, waar de halve mensheid van mijn leeftijd mee loopt. Het heet een Zilverorthese. Wat een prachtige naam voor een hulpmiddel bij uitstek tegen een kwaal waar geen botje tegen bestand lijkt. Ik schuifel mee in de lange rij der voorvaders en moeders en voel me ouder, maar, om met Annie te spreken:

‘Wel wat artrose in mijn heup en mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog.

maar ik ben nog fantastisch goed…zo op ’t oog.’

En af en toe knijp ik gewoon een oogje dicht.

 

Uncategorized

Met verve

De boekenstapel naast mijn bed is hoog. Het versterkt het gevoel in gebreke te blijven. Er is oneindig veel leestijd bij gekomen, dus waarom benut ik het niet. Bovendien zat ik allang weer in het verhaal van het dikste exemplaar. Het laatste deel van het vierluik van Carlos Luiz Zafón: Het labyrint der geesten. De eerste boeken, door hun omvang ook prominent aanwezig in de boekenkast, heb ik ademloos uit gelezen. Zafón is wat breedsprakig en met regelmaat moet ik weer even terug om de draad op te pakken, maar zijn verhaal is wel eigen geworden in de loop der jaren.

013

Op een zeker moment kreeg ik een app van een goede vriend met de vraag of ik mee wilde doen met een leesclub. Dat leek me een uitstekende oplossing om de vluchtigheid van het leven te lijf te gaan. Niets werkt zo verkwikkend als een verdieping in het verhaal in het licht van een andere beleving. Als de lobby van een van ons doorgaat zullen we met drie mannen en drie vrouwen zijn. Ook dat is fijn. Waar zit het verschil. Aard en karakter, het innerlijke zijn, diversiteit in opvoeding, ervaring, of al in de kiem, de benadering van de Adam of Eva in ons, de aanwezigheid van beide, gevoeligheidsgraad. Dat spookt door mijn hoofd en maakt het zo boeiend. Bovendien houden we allemaal van lezen en vinden we ook  dat we er eigenlijk te weinig aan toe komen. Met wat speurwerk kwam ik erachter dat er zelfs een tijdschrift bestaat speciaal voor de lezer in een leesclub. Het gratis proefnummer was gauw aangevraagd. Ik ben benieuwd.

0151.jpg

Het boek ‘Zomerlicht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stefánsson (1963) is besteld. Ik ken het niet en had het waarschijnlijk nooit onder ogen gekregen, als iemand het niet had ingediend. Dat is precies waarom die verschillende lezers bij elkaar zo verrijkend kunnen zijn. Onbekend hoeft niet onbemind te zijn. Je doorloopt eenvoudigweg een ander traject. Over een ding waren we het unaniem eens. Het wordt geen middelbare school ondervraging. Iemand maakt een boekkeuze en een ander bereidt de avond voor. Dat betekent dat je in gaat op de literaire aspecten, maar ook de vraagstukken die het verhaal oproept. Niet langs de kaders van een lijstje, maar puur op intuïtie en het belang dat er uitgefilterd wordt. Zo ontstaat een boeiende uitwisseling. Daar gaan we van uit. Het scheelt dat we elkaar eigenlijk allemaal kennen en toch ook weer niet. Dit deel van het leven hebben we nooit samen besproken en dat maakt het nog boeiender. Naast een verrijking van de literatuur is het dus ook een verdieping van de vriendschap.

We hebben er zin in. Na dat boek zal de leesmodus weer op winterstand staan. Dat betekent vele avonden afreizen in de verhalen en nu ook naar de diepste krochten, een labyrint noemt de aankondiger het, van de ziel met de bewoners mee, die in een klein IJslands dorp wonen. Het sluit aan bij het labyrint van de geesten. Het moet zo zijn. Innerlijke rekstokken en dubbele salto’s voor de hersencellen.  Aan de slag…Met verve.

Uncategorized

Een klassieker

Het is als een goed boek, waar je de eerste bladzijden door moet, maar als het verhaal je dan eenmaal bij de kladden grijpt, wordt het moeilijk om je er uit los te scheuren.

Gisteren stortte ik me weer op de klassieke Zeventiende-eeuwse benadering van de schilderkunst. Penselen in orde, verf in de kist, brood in de tas en gaan. Het is weer zo’n heerlijke herfstdag, kleinzoon is jarig en viert het morgen, maar ik ga stiekem toch alvast vanmiddag er even langs. Het etsweekend bij Han van Hagen stel ik er een jaar voor uit. Sommige mijlpalen moeten gedeeld. Eerst maar eens even in de folianten en de asperges duiken. Het staat in pentekening op paneel en ik moet van de meester goed onderzoeken welke ondergrond gebruikt is. Ik haal het hele arsenaal aan omber en oker en gebrande sienna erbij, want hoe ik ook tuur, ik blijf daar op hangen. Maar dat blijkt al drie lagen verder te zijn. Als ik gewezen wordt op de subtiele onderlaag, die heel voorzichtig  in speldenknoppen doorschemert, blijkt het een tint te zijn die ik nog niet ken. een transparante oxyde rood-lak

005.jpg

Daar zet ik over de inkt  de eerste laag mee op. Een prachtige roodbruine ondertoon. Dan volgt een omber voor de schaduwpartijen, waar je ook met argusogen naar kan blijven turen. Het is sneller gezegd dan gedaan. Hetzelfde geldt voor het titaanwit. Goed blijven kijken, niet teveel, niet te weinig en ‘dassen’. Het wit in de bladeren van de folianten wordt met lange streken in sporen getrokken. Net echt. Met een onderdeel ben ik nog te dekkend geweest, maar dat komt volgende keer goed. Wat fijn om zo ingewijd te worden in technieken die me vreemd zijn.  Voor het eerst sinds ik dit avontuur ben binnengestapt, voel ik dat het me kennis oplevert die betekenisvol zal zijn, voor nu, voor straks, voor later.

009-e1541229788862.jpgUnder construction: Detail

Het zijn allemaal oefeningen en leeropdrachten, straks gaat het hele echte eigen werk beginnen, maar ik besef des te meer dat deze eerste vingeroefeningen een noodzakelijkheid zijn om te kunnen doorgronden en te weten waartoe het leiden zal. Een van de mensen is praktisch net zo ver als ik en het samen oplopen schept een band. Bovendien deel je vierenhalf uur met elkaar. Naast het ingespannen werken is er tijd voor verhalen, kwinkslagen en leed. Alles komt langs. Door bij anderen te kijken is er meer inspiratie en kennis te verzamelen. Het plezier zit vooral in de vele ontdekkingen.

Als ik naar de auto ga, bedenk ik me dat ik vroeger nooit zou hebben kunnen verzinnen ooit in een van de oude Werkspoorpanden te vertoeven. Dit industriegebied was destijds  een no go area, want je had er eenvoudigweg niets te zoeken. We kwamen niet verder dan het Julianapark. Daarachter lag een onbekende wereld van montagehallen, insteekhavens, staalconstructies en ontwerpgebouwen. Er staat me nog helder voor de geest welke ramp zich in 1967 voltrok toen er een munitieschip bij het overladen ontplofte en er een visser en een werknemer van een ernaast gelegen fabriek om het leven kwamen. De impact werd vooral versterkt doordat alles tot in de verste verten, dus ook bij ons in de wijk, stond te trillen op zijn grondvesten.

002   003De Vlampijpstraat

Het spoor en de Demka was het rijk van de noeste arbeiders, met eerlijk zweet doordrenkt en dus gewijde grond. Het kan niet anders dan dat de aardstralen ons gunstig gezind zijn en er een klassieker gedijen kan.

 

Uncategorized

Filteren en vasthouden

Iedere ochtend gaat er een biologische klok om vijf uur af. Het ritueel is hetzelfde. Koffie en kwark ophalen beneden en terug in bed. Daar schrijven en dan in de benen. Een mooi ritueel, een verstilling en daarmee een oplader voor de hectiek van de dag.

Gisteren was het een van de zeldzame late dagen, zeven uur werd ik wakker. Er voor had ik een gezellige avond met de nieuwe leesclub gehad. Het bleken alleen maar fijne, al een tijdje niet ontmoette, vrienden en vriendinnen en er was gespreksstof te over. Veel later dan anders lag ik nog na te sudderen in bed en duurde het eer ik de slaap kon vatten. De koffie en kwark redde ik in ijltempo. Ik moest die dag naar Nunspeet. Er was daar een conferentie van de jenaplanvereniging. Het betekende een uurtje stief kwartieren, de file stond de andere kant uit en voor me gloorde een beloftevolle dag.  Tijd om te schrijven was er niet, maar om te mijmeren was er een uur lang. Tijd te over.

Het was lang geleden dat ik in en zee van mensen stond en vooral aan het geluid moest ik wennen. Zoals altijd vervormde de akoestiek en stonden oren op steeltjes om een en ander goed te kunnen blijven horen. Hier en daar een bekende en een ontvangst met ‘Jij ook hier. Wat een cadeautje…’De dag kon niet meer stuk.

051Ons eigen regenwormproject.

Jenaplan zou Jenaplan niet zijn als zij het congres niet begon met een boeiende film over de stamgroep. In een bovenbouw werd stamgroepwerk getoond over de regenworm. De manier waarop de kinderen warm werden gemaakt voor het onderzoek, de bevindingen, de reflecties erop, de voortgang en hun betrokkenheid kwam goed uit de verf. Onderwijs in essentie. een leerproces, waar iedereen met gretig enthousiasme indook, de rollen zich als vanzelf verdeelden en kwaliteiten werden benut en op juiste waarde geschat. De nietige regenworm werd de koning van het essay. Zijn paleis het glazen huis, een plexiglazen tijdschriftenbak, waar iedereen de koninklijke gangen kon nagaan. Hoe zit het met excreten, ogen en oren, zijn bek, de groei. De stamgroepleidster gaf de ruimtes aan om te reflecteren met elkaar en de volgende stappen in beeld te zetten. Overleg en raad, vraagbaak en internet brachten antwoorden en iedereen was trots. Vooral dat laatste. De regenworm op geheel eigen kracht in kaart gebracht en op zijn eigen troon gezet. Hoe klein groot kan zijn.

Daarmee ligt de ochtend voor ons open met workshops en lezingen.  Er volgt een lezing door Iliass El Hadioui. De sociologische benadering van het stijgen op de verschillende culturele ladders, school, straat en thuis. Ervaringsdeskundige bij uitstek, omdat hij opgroeide in het multiculturele Rotterdam met in alle toonaarden de verschillen en de problemen die dat op kon leveren. Het was interessante stof om in te duiken en  ’s middags besloot ik de verdieping erop te volgen. Af en toe dook ik in de pauzes even naar een stilteplek, om de oren rust te gunnen. ’s Middags liepen de Complimentenmeisjes rond, ze schreven ter plekke complimenten uit, door op een afstandje te observeren en naar aanleiding daarvan rijk te strooien met strelende bewoordingen op een briefkaart.

Ieder mens groeit van complimenten. Aan onze tafel ontvingen we alle drie zo’n kaart. We voelden ons vereerd. Het streelde niet alleen het ego, maar ook bracht het een nieuwe energie. Verder kijken dan je neus lang is en de mens bij voorbaat zien als kwaliteit helpt. Kinderen zijn onze nieuwe kwaliteiten. Als ze ruimte krijgen zichzelf te mogen tonen dan komen er verrassende ontwikkelingen van. Dat bleek uit de openingsfilm, waar ieder kind gehoord werd. Meiregen is goed voor de groei, zei men vroeger. Complimentenregen is goed voor de innerlijke groei. Dat bleek maar weer eens toen ik blij en voldaan terug reed naar huis met een mijmerkoffer vol, zodat ik zelfs bij de langste novemberfile van het jaar het fijne gevoel eruit kon blijven filteren en vasthouden.

Uncategorized

Op naar de volgende mijlpaal

Het is stilletjes op de schilderavond. Een van ons is verhinderd. De Middeleeuwen trekt een grote wissel op mijn creativiteit. Het is te gekaderd. Te veel hokjes, als je het volgens de regelen der kunst wil doen. Aanvankelijk wilde ik dat, om lerend bezig te zijn. De ervaring bevreemd me niet, maar de conclusie is er na drie lessen. Het past totaal niet bij mij. De ontdekking op zich is goed. Het heeft niets met de cursus zelf te maken, maar alles met die keuze van mij en mij alleen. Aan alle kanten is de begrenzing voelbaar en dat remt. Voor een non-conformist als ik van nature ben, is dat moeilijk. Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang weer een schilderij van twee avonden prachtig blauwzwart over geschilderd. Al het werk in luttele slagen te niet gedaan. Je kan altijd opnieuw beginnen.

0093.jpg

Ik krijg voldoende vrijheid om het anders te doen, maar dat voelt wonderlijk. Ineens impressionistisch aan de slag te gaan, midden tussen het verfijnde werk van de anderen, voelt ook niet juist. Dus hinkepink ik op twee verschillende benen verder en voelt het niet zo senang en inspirerend als anders. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’, waarschuwde mijn moeder vroeger al. ‘Ja, maar Mam, de bakens verzetten kan een verheldering zijn’.

Thuis overpeins ik de avond en kijk naar een vrouw, die de wereld over heeft gefietst en ergens in the middle of nowhere haar vriend en vier andere fietsers gedood heeft zien worden door IS. Ze doet een nauwkeurig oogverslag. Onvoorstelbaar dat dergelijk leed op zich nog naverteld kan worden. Vervolgens komt er een promotie voor het boek dat ze samen met vriendlief schreef over de pleegzorg van pubers in Amsterdam er achter aan. Het nuchtere vertellen staat haaks op de radeloosheid die ze gevoeld moet hebben, daar en toen. Is dat een kwestie van er zijn op een verkeerd uur. De toevalligheid van het geheel. Ze zag geen haat of agressie in de ogen van haar belager van heel nabij. Wel een soort roes. Alleen de waarneming al. De  Zwitserse vrouw in haar gezelschap die het er ook levend van af bracht, verkeerde in shock en weet tot op de dag van vandaag niet wat er heeft plaats gevonden. Het heel verhaal staat in schril contrast tot mijn persoonlijke capriolen van de avond. Evenals de rest van de thematiek die over de tafel gaat.

013

Ik verwacht een mail, die niet komt. Soms zit het mee en soms zit het tegen, vertelt de nuchtere vrouw in mij. Morgen is er weer een dag. Zo is dat. Vandaag gaan er spannende dingen gebeuren met het nieuw atelier en resumerend bedenk ik me, dat ik het wel heel erg mis, dat stekkie om tot rust te komen op de tuin, met roodborst, winterkoning en herfsttooi. Het voelt goed om er mee bezig te zijn. Binnenkort gaat het toch echt gestalte krijgen. Ik heb groen licht om er mee door te gaan. Het huisje wordt monumentengroen met krijtwit, dus dat past in de lijn. Evenals de oude Bernagie zal het mijn kacheltje herbergen en gonst er straks de zelfde energie door Jut als in het oude huis. Voordat het staat moet er nog veel gebeuren. Bomen om zagen, grond egaliseren en dan de wagen zelf nog. Broerlief, diens schoonzoon en zwager, nog een broer en de kinderen zijn mijn spierballen. Waar zou ik zijn zonder.

Afwisselend is het wel, vervelen doe ik me geen seconde. Op naar de volgende mijlpaal.

 

 

Uncategorized

Verdriet is niet meetbaar

Klaas Vaak heeft besloten niet bij mij langs te gaan. Of heeft Pluis per ongeluk mijn zand gevangen, want ze ligt prinsesselijk opgerold de slaap der duizend dromen te slapen. Ik weet wel hoe het komt. In mijn hoofd kolkt het water van Venetië, striemt de sneeuwkou van Spanje, woedt wind met orkaankracht,  sneuvelen boomreuzen als luciferhoutjes  en tussen alles door zwerft Harry Potter, met een handvol woeste Faunen, Dumbledore en Voldemort, naast een roze verknipt  en machtsbelust vrouwtje, die met zes scheppen roze suiker in haar roze thee alles verpakt in een misselijk makend zoete verschijning. Maar ondertussen. Het toverstokje in mijn handen ontbreekt.

001

Anders had ik met een Paralitus of Exaltus de ellende doen verschimmen. Ik ben geen tovenaar of heks. Ik had wat kunnen betekenen voor de vader, die bij een massagraf zijn vader, vrouw en zijn vijf kinderen moest identificeren aan de kleding of voor de 200 mensen in het Indonesische vliegtuig dat op de bodem van de oceaan ligt.. Nu kan ik er alleen maar over piekeren. De storm is bij lange na niet gaan liggen, ogen willen niet dichtvallen bij orkaankrachten aan geweld. Ik sluit ze en zie de paradijsvogel van Dumbledore. Ze krijt als een pauw en gooit haar kop in haar nek terwijl Dumbledore verdwijnt in een zuil van vuur. Het wereldleed is voor geen mens te dragen.

  Arthur Rackham in The Fairy Tales of the Brothers Grimm

Het kleine leed ontmoette ik bij de fysiotherapie, De vrouw die me deed denken aan de heks van Hans en Grietje, omdat ze je vlak voor haar wil zien en gisteren vroeg of ik mager of dik was. ‘Super slank’ zei de slanke oude vrouw naast me. De blinde vrouw trok me naar zich toe, om me beter te bekijken. Ze vroeg nog net niet om mijn vinger. Moet ik stokjes meenemen? Een oude stoïcijnse man praat nooit, maar gaat verbeten voort. Hij voert al zijn oefeningen uit. Soms met gesloten ogen als de pijn aan zijn schouders rammelt bij het trekken van de gewichten. De jaren zijn in bruine kringen op zijn huid uiteengevallen.

De lange man is jonger dan het lijkt, nu zijn haar in nek en neus en oor uit elke porie springt. Hij hoest een scheurende hoest en vertelt tussen zijn oefeningen door dat hij weer een prednisonkuur is gestart van 50 mg. Hij hijgt. Toen hij van de onderhoudsdosering was afgegaan was hij 18 kilo aan overtollig gewicht verloren. Zijn neus steekt grotesk uit het magere gelaat. Hij heeft vast een Cocker Spaniel thuis, want door de jaren heen is hij er op gaan lijken. Hij hijgt droef voor zich uit op de kale stoelen tussen de inspanning door. Er is de vrouw die moeilijk loopt. Geen idee waar de pijn zit. Een horzelvoet, een zwakke rug. De lijdzaamheid is in haar gezicht gebeiteld met diepe groeven. Ze zucht bij elke stap, sluit theatraal de ogen. Ze lijdt als een Griekse tragedie.

011.jpg

De man met zijn schouders opgetrokken tot aan zijn oren is een schim van wat hij ooit was. Hij kan geen woord uitbrengen zonder dat de lucht rasperig langs zijn stembanden glijdt. Zijn leven zonder lucht is zwaar, hij rust meer dan dat hij oefent. Ik bewaar mijn evenwicht maar net op de Bosu, een evenwichtsoefening als ik de bal vang en ben verreweg de gezondste van het stel. De oude vrouw haakt af en vlucht weg als assepoes na het bal. Ze wuift elke bezorgdheid weg en wil alleen nog maar in de stilte van haar auto zitten. De vrouw met de slechte heupen, de instortende knieën en het scheve lijf waggelt naar een toestel. Ze heeft me bij elke sessie verteld, dat haar man is overleden. Haar leven is opgedeeld in voor en na. Klein en groot leed met ontwrichting, dood, pijn, onvoorstelbaar verdriet, de basis, die wordt weggeslagen.

Harry Potter vliegt op de Terzielers het onheil tegemoet om het te bestrijden. Soms zou ik me hem toe wensen, al was het alleen maar om te verzachten en te doorgronden, om geloof te sterken en het vertrouwen. Eindelijk overmand door slaap vallen de ogen dicht. Ik droom maar vergeet alles als ik ze weer open sla. Er staat maar een ding op mijn netvlies geschreven.  In het grote schuilt het kleine en in het kleine het grote leed. Er is geen overtreffende trap. Verdriet is niet meetbaar.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Ik heb gisteren de hele dag gewerkt aan het stuk dat ik moest schrijven en wierp het met een druk op de knop in een luttele seconde weer weg. Zes uur aan noeste arbeid is verdwenen. Niet meer terug te vinden. Niet in de prullenbak, niet in de geschiedenis, gewoon foetsie.

Dat betekent ‘flink zijn, even flink zijn’ zoals Robert Long dat zo mooi en relativerend zong, maar het liefst reed ik naar zee om tegen de wind in met de meeuwen mee te krijsen. Gedane zaken nemen geen keer. Tja!

119.jpgBeeldengroep Mathieu Klomp. Als mijn buurvrouwen

De droom ging over de buurvrouwen, lunchen  met Malibu, nog nooit gedronken en in de droom ook niet, want vlak voordat ik wilde gaan zitten, zag ik voor het ouderlijk huis in de Amandelstraat, twee mannen op de fiets op het pad. Racefietsen, want ze hadden potsierlijke leren helmen op. Ze kwamen een deur brengen. Maar de deur was behangen en dat behang was geverfd, dus te zwaar. Het liet los. De punt rechts onder was ook afgebladderd. Toen ik hen binnen liet en de deur van de kamer opende, stonden daar de overleden buurvrouw en een vrouwtje van hierachter te schumen in de kasten. Wat had dat nou weer te betekenen.

Eigenlijk wilde ik door dromen, maar werd toch wakker met het debacle van gisteren onmiddellijk weer voor ogen. Ik inspecteerde direct de hele laptop nog een keer. Maar geen resultaat. Er is een deadline en haast is geboden. Diep ademhalen en opnieuw beginnen.

0281-e1540795130438.jpgtegenslag verwerken

Omgaan met teleurstellingen en je niet uit het veld laten slaan door dergelijke tegenslagen heb ik zo langzamerhand wel geleerd. Treuren heeft geen zin, dat is verspilde energie. Ik weet wel waar het aan gelegen heeft. Ik heb op replacement gedrukt bij een zelfde naamduiding. Foutje. Net zoals de deur uit de droom ook niet de juiste was. De buurvrouwen staan vast voor het stemmetje in mijn achterhoofd die nog even aarzelde vlak voordat ik mijn relaas wegdrukte. Ik weet zeker, dat dergelijke gebeurtenissen door blijven werken, als je je ogen sluit.

Pluis komt me troosten en vleit zich tegen mijn benen aan. Goed zo. Met beide benen sta ik weer op de grond, diep ademhalen en aan de slag. Het hele verhaal zit nog steeds wel in mijn hoofd, dus het uitwerken is makkelijker. Ik weet bijna woordelijk, wat er gezegd wordt en de tekst staat met drie kopieën op de dictafoon. Een geluk bij een ongeluk.

Mijn moeder zou zeggen:’Kind tel je zegeningen’.

Het is niet het einde van de wereld, er is geen man overboord, het is slechts een kleine korrel zand in de woestijn, maar in mijn beleving is het een gevoel van spijt, een rafelrandje aan de gladde plank en inderdaad haalt het het niet bij het wereldleed.  Ik heb genoeg gemiept en ga aan de slag. Later, straks, morgen weer een poëtische kijk op het leven, vooralsnog is het een hap van de aangebrande pap, niet meer en niet minder.

 

 

Uncategorized

Een eigen plek in het heden

De brieven van mijn moeder vormen de stemmen van het verleden. Er doen zich allerlei voorvallen voor, die me met een zwaai terug in de tijd laten reizen. Laatst zaten we met een kleine groep mensen bij elkaar en wenste iemand zich een tijdmachine. Wie ogen en oren open heeft, weet dat tijd rekbaar is omdat de geest mee kan fluctueren. Een herinnering is gestolde tijd. Een tijdreis is al snel gemaakt.

Hier en nu predikt men dat je niet te veel in het verleden moet wroeten, wil je iets verwerken. Dat begrijp ik niet. Je kan een wezenlijk deel van jezelf niet zomaar uitgummen. We zijn gevormd door het totaalpakket en iedere vezel verbindt. We zijn een netwerk aan onzichtbare draden. Daarvan wil je sommige hoofdstukken vergeten en dat lukt pas als ze verwerkt zijn. Vergeten doe je ze niet, maar het belang gaat er vanaf en dan verdwijnen ze naar de achtergrond.

002

Met het uitwerken van de brieven wordt de periode van de jaren zeventig  uitgelicht. Mijn onbeholpen ontdekkingstocht in Leiden, een belangrijke vorming voor waar ik nu sta. In haar brieven lees ik haar verbazing over de nieuwe ontwikkelingen, haar eigen kleine wereld van kinderen, kerk en samenleving. Nieuwe medische ontwikkelingen, geloofsovertuigingen, wetenschappelijke bevindingen, maar ook het recept van hutspot en hachee, prietpraat over de buren, vrouwengilde-uitjes, vergeelde overleveringen uit lang vervlogen tijden over haar moeder en haar oma.  Het zijn de gesprekken na haar dood. De antwoorden op alle ongestelde vragen.

De herkenbaarheid is groot. Het ligt nog maar net achter ons. Vijftig jaar is niets op een mensenleven. Ik kwam op internet mijn levensgezel tegen uit die tijd, een hartenklop van vroeger, toen in Leiden en nu, oh ironie, vijftig jaar terug in de tijd, want hij vertoeft in Hongarije.

014

Ooit was ik in Kecskemét. Buiten dat kleine stadje was de tijd blijven staan. De vooruitgang was stilgevallen op de zandweggetjes naar de residentie van een paar Hollandse vrienden van onze gastvrouw. In het vrije veld stonden wat eenzame huizen en zelfs een verlaten school in het midden van niets dan everzwijnen en grassen. Verlaten en leger dan ooit. Herfstkou trilde de winter los.

013

In de grote ‘rug’kachel poften de enorme dennenappels uit het ernaast gelegen bos met droge knallen een warme sfeer. De pot met ingelegd zuur hadden we gekocht op de grote overdekte markt met de vriendelijke vrouw en haar voorraad  ongekende hoeveelheden kleurrijke ingemaakte groenten. Daarvoor hadden we de ogen uitgekeken in een enorme houtzagerij, handwerk en zaagmachines gebroederlijk naast elkaar, boomstammen lang. Hongarije ademde de geur van de nostalgie.

016

Daar vertoeft dus een deel van mijn verleden. De vonk die oprakelde door de stem van mijn moeder en die de associaties van heden met toen verbindt. Iemand had het over Vinkeveen en onmiddellijk was ik in mijn hoofd met onze Metrovrienden in de jaren zeventig achter Bon op het eiland met de grote legertent en de dansfeesten op de rockers van toen. De Doors, Pink Floyd, Jethro Tull. Nergens scheurde een dwarsfluit zo best als daar op dat eiland waar de klanken verstierven in het bleke maanlicht.

Locomotiv Breath-Jethro Tull

The train it won’t stop going
No way to slow down.
He hears the silence howling
Catches angels as they fall.

De tijdtrein is niet te stoppen, maar doet alle stations uit het verleden aan. Een verholen geschiedenis is los getrild en komt tot leven. Er zullen vele herinneringen volgen door de brieven. Dat vangnet van geweven draden in verbondenheid met een eigen plek in het heden.

 

Uncategorized

De zuivere waarheid.

Een afspraak met zuslief vulde de agenda. We zouden Japans gaan eten in een restaurant even buiten het stadje. Ik had mijn andere beide zussen net voor haar voorstel vertelt, dat ik niet gek was op Sushi. Ze proestten het uit, toen zuslief vertelde van haar voornemen mij dat etentje voor mijn verjaardag te schenken.

001

We hadden een en ander vastgelegd en gisterenavond was het zover. Ik was daar ooit wel boven geweest, maar nooit in het Japanse restaurant. Iedereen die daar kwam eten werd om een grote bakplaat gezet. Zo zit je als wildvreemde gebroederlijk en gezusterlijk bij elkaar. Wil je een praatje met iedereen dan kan dat, maar wil je liever de aandacht bij het kleine gezelschap houden, dan kan dat ook.

We werden bediend door een goedlachse man, die in kwinkslagen de avond opvrolijkte. De kok oogde jong. Hij bereidde vis en vlees, groente en noedels ter plekke op de gloeiende plaat. Met verbazing heb ik zijn husselen de hele avond gadegeslagen. Het leek alsof hij zich allen verdiepte in het gerecht dat hij aan het bereiden was, maar ik ving zijn steelse blikken op, waarmee hij de omgeving scande. Aan onze plaat zaten wij en nog een gezin met twee jongens en vooral die hadden zijn aandacht. Ze waren deze bijzondere keuken kennelijk gewend, want vooral de oudste van de twee genoot van al de bijzondere smaken.

005

Doorgaans proef ik nauwelijks iets, dus voordat mijn zwager uit kon leggen wat de gember was tussen alle kleine stukken tonijn, zalm en zeebaars, een prachtig palet aan rozerood, had ik al een stuk met de kleine stokjes in mijn mond gestopt. ‘Heb je dat zo opgegeten, maar dat is heet’ zei mijn zwager. Ik proefde voor het eerst sinds lang weer een lichte zoetzure bloemige smaak, bijna geparfumeerd rolde dat engeltje over mijn tong. Wat een heerlijk moment. Niemand die gewoon nog smaak heeft, kan zich voorstellen hoe die beleving is. De zevende hemel.

Met wasabi, gember, knoflook droog en bruin gebakken in redelijke hoeveelheden waren de andere gerechten ook een geschenk. De gerechten hadden welluidende namen en voor mij was het alsof ik met Jan Engelman naar het Oosten was vertrokken. In mijn hoofd zat het gedicht ‘En Rade’.

‘Groen is de gong, groen is de watergong, waterwee, watergong, groen is de gong van de zee. Sulina Braila, sulina brest, sulina singapore over de vest’

Het was de Sushimi, de Tempura, de frisse citroensorbet in champagne er tussendoor, die mijn papillen aan het beroeren waren, de lang ingedutte smaak en ze lieten, door de puurheid, de bellen rinkelen.

Er is voor alles een eerste keer,maar deze was wel heel bijzonder. Door de combinatie en de prachtige kleine porties was het geen ogenblik teveel en leek het in niets op de wok to go, waar de aversie tegen de hoeveelheid de smaak had overwoekerd. Wat er nu gebeurde was het pure genieten van het vlinderlichte en geen moment kwam het in de buurt van overdaad.

016

De persoonlijke aandacht van het personeel, de vriendelijke eigenaar, die boven het feest compleet maakte met wat vuurwerk aan de tafel bij de mooie gerangschikte lychee met het ijs en het aangename gezelschap van zus en zwager hadden de beleving vervolmaakt. Pure gember, Myoga, die zo heerlijk was ingelegd in azijn, zout en suiker, was de ontdekking van het jaar en alleen daarom al werd het diner een feest. ‘Jullie hebben het leven veranderd’, jubelde ik na de bellen Chardonnay mijn zus toe, die in de lach schoot. Weliswaar klonk het een tikje hoogdravend, maar in de kern van de zaak was het de zuivere waarheid.