Uncategorized

Een oase van rust

Omdat de dagelijkse beslommering zich niet meer verder uitstrekt dan huis en tuin, heeft al het andere dat zich voordoet of plotseling aandient, prioriteit gekregen. Juist omdat het zo heerlijk is om op die manier de stilte van de gedwongen rust te doorbreken. Ineens is er voldoende tijd om bewust te zijn. Het lezen van een tijdschrift krijgt daarmee een volstrekt andere dimensie. Ik kan een blad nu uitspellen, zoals mijn moeder vroeger de krant deed. Woord voor woord, zin voor zin en blijven hangen op de artikelen, die je bezig houden.

007

Even ben ik terug in de huiskamer van de Amandelstraat. Mijn moeder wacht tot het laatste kind de voordeur heeft dichtgetrokken. Pas als de rust in huis is weergekeerd, trekt ze haar kanten peignoir over haar pyama aan, zwart kant met rood is eigenlijk frivool, maar omdat mijn moeder haar droeg werd het een huis, tuin en keuken peignoir. Hij was ook te wijd en zwierig. Het zwart met rood deed denken aan de Spaanse danseres op het kastje bij de telefoon, die haar mantilla  en haar lange jurk met verve droeg en over de rand van de kuise beloftes heen stapte, een waaier in de hand om haar blik te verbergen. Verder was er geen gelijkenis.

Mijn moeder zette een bakje koffie, pakte de Telegraaf, een andere ochtendkrant wilde mijn vader niet en dook op haar knieën op de grond. Ze plantte haar ellebogen voor zich, hoofd gedragen door de handen en spelde de krant. Letter voor letter. Het was zo kenmerkend voor haar begin van de dag. De enige keer dat ik daar een foto van heb gemaakt, werd ze een wazige schim. De karakteristieke houding bleef zichtbaar, gelukkig wel. Ik koester de overigens mislukte foto, juist omdat het tot in de details vroeger zo dichtbij brengt. Verlangen gesust.

Mijn geheugen heeft zich met het beeld vermengd. In mijn gedachte was het in de Amandelstraat en hingen haar ellebogen niet in de lucht. Wonderlijk hoe voorstellingen vervolmaken in je hoofd en de beleving vervormen. Waarschijnlijk schuiven alle verschillende houdingen over elkaar heen. De karakteristieke manier van iets uitspellen klopt, daar doen kleine details niets aan af.

014

Ik heb ook nog een foto van de zwoele peignoir. Sterker nog, ik had hem zelfs aan, toen ik een weekend aan het logeren was in het oude huis. Dit is wel de vertrouwde kamer met het behang, dat nu retro heet en het bescheiden kruisje aan de muur met de buxus, al dan niet verdord, erachter. Mijn moeder trok aan de zoom van de peignoir opdat ik zedig op de foto stond. Wie de foto maakte weet ik niet.

Na het spellen van de krant vloog ze door de dag heen. Ongelooflijk hoeveel bergen werk ze kon verzetten en haar rusteloosheid van de dag is ook in mij gevaren. Bezig zijn gaat nooit met mate. Ik kan het niet. Kalmpjes aan en pas op de plaats komen maar mondjesmaat toe in het bestaan. Bij tijd en wijle voel ik zelf dat ik over grenzen heen ga en fluit ik mezelf bestraffend terug door een dag op de bank of in het bed voor te schrijven. blijf ik aan het broeden, want gehele ledigheid is er zelden. Tijdschriften uitspellen hoort er nu bij. Bijzonder en rustgevend. Soms word ik er wijzer van, vaker zet het iets in werking en ga ik er mee ‘breien’. Niet op de knieën overigens , want daar toveren de bloedverdunners grillige blauwe plekken van.

Het leven spellen. Een oase van rust.

 

Uncategorized

Morgen is er weer eendag

Vandaag ga ik de oude vriend uit het ziekenhuis ophalen, nadat hij geopereerd is aan zijn oog. Het zicht was rechts al aanzienlijk verbeterd en met zijn bril van vier en een half kon hij weer lezen.  In de periode van het moeizame lijden van de afgelopen tijd was het lezen naar een nul komma nul geschoven. Lezen verruimt. Letterlijk.

IMG_8928Aandoenlijke muis

Gisteren heb ik de hoek van de witte regen drastisch gesnoeid om straks al het afvalhout en het groen een plek te kunnen geven. Muis kwam, zag dat zijn villa gesloopt was en zocht in alle toonaarden naar de bekende plekken. Ze huppelde de bamboe in en schoot vederlicht over de vele stengels heen. Verdwaasd bleef ze zitten. Haar hele veilige behuizing was weg. Buiten zou slechts prooi betekenen voor uil en buizerd. Ik hoorde haar een ‘gilletje’ slaken vlak voor ze haar veilige holletje in het grote huis weer op zocht. Sorry muis. Zo gaan die dingen.

IMG_8932

De oude zal de tuin nauwelijks meer herkennen als het zicht weer geheeld is. Ben benieuwd of de pogingen om het leefbaar te houden gewaardeerd worden. Hoe zeer ik ook van muis hou, ik ben toch blij dat mijn spullen die zolang in het grote huis mogen staan veilig in plastic bakken zitten. Muis gaat het nog lastig krijgen. That’s life.

IMG_8936Seagull

De Seagull en de Guirlande haken zich drastisch in het vel met hun felle doornen, ondanks hun wonderschone waterval aan witte bloemen als ik het kleine prieeltje ga vrijwaren. Ook hier schiet er allerhande voor mijn handelen uit. Muis, heggenmussen en merel. Ze vinden wel weer nieuw, want in de bostuin zijn er heel veel onbestendige veilige hoeken te vinden en is er nog heel veel snoeiwerk te verrichten.

IMG_8922

Het is zoet kersen eten bij de buren achter. Even een lafenis. En een wonderijk verhaal van het verstoten worden als  je niet van plan ben mee te deinen op de digigolf van het bestaan. Iemand die geen whats-app heeft weigeren een sms te sturen is ronduit ongepast. Wat een dwingelandij en wat een onprofessionele houding. De whats-app voor het meedelen van veranderingen op het werk is ronduit een  overprikkeling van het arbeidzaam leven. We hebben recht op vrije tijd, om te lezen, om te snoeien, om muizen de schrik van hun leven te bezorgen, zonder aan het heilige moeten te worden herinnerd. We schieten met z’n allen qua bereikbaarheid door. Ik snap mijn broer goed, die in zijn uppie zijn pelgrimstocht aan het lopen is en er net een tocht van eenzaamheid op grote hoogte(letterlijk) op heeft zitten en zich Remi voelde. Heerlijk om dat een tijdje te kunnen.

Het gesprek bij de achterbuuffies gaat daar ook een beetje over. Kan je zo’n last hebben van je pelgrimsbestaan, dat je verzandt in de eenzaamheid. Broer nooit, want die heeft verrijking genoeg aan beelden en beleving, contact met de andere pelgrimmers en zal straks een oude wijze vraagbaak voor het jonge grut zijn als doorgewinterde. De oude gaat straks misschien weer helder zien. Dan vallen wellicht de schellen van zijn ogen en vind hij de tuin niet meer de muur van onhoudbaar groen, zeker niet nu ik een weg door het struweel gekapt heb. We gaan het hopen. Vooralsnog ga ik hem zo, ziende blind met een extra lap voor de ogen, halen. Geen tijd te verliezen, vandaar de kabbel-babbel. Morgen is er weer een dag.

Uncategorized

De kracht van de ‘Meester’

Een discussie op Facebook over de vrijheid die het kind moet hebben om te komen tot individuele expressie. Het begon met een verhandeling over een prentenboek van de onvolprezen Eric Carle, die allerlei dieren, te beginnen met het blauwe paard, er gekleurd had opgezet. Door erover te filosoferen en te kijken werd de aandacht van een jongen getrokken door de gele koe, die blij was. Dat bleek daadwerkelijk het geval dus hij ging er voor zitten. Hij scheurde met geel vloeipapier de gele koe bij elkaar en alleen zijn poten konden er niet op. Maar dat feit was te verwaarlozen. Het ging om de weergave van zijn vreugde en het feit dat zijn werk dat uitstraalde.

Iemand reageerde heftig met op te merken dat dit een voorbeeld was van de zoveelste kopieerles. Geen creatieve en bruisende activiteit, waarbij het kind los kon gaan, maar een voorbeeld, dat hij na moest maken. Het wil dat Eric Carle zich juist bij dit boek had laten inspireren door Frans Marc, die onderdeel uitmaakte van der Blaue Reiter, het kunstgezelschap dat werd opgericht in 1911 door Wassily Kandinsky, Frans Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. Ze wilden ontsnappen aan de academische kunst en bijvoorbeeld Frans Marc legde zijn emotie met kleuren vast. Van zijn hand was het kunstwerk ‘Die gelbe Kuh’ uit 1911.

Foto: Wiki

Carle ving het thema kunst in de onorthodoxe kleurstellingen van zijn dieren. Dat is waar kunst om gaat. Alles, maar dan ook álles, is mogelijk. Zo’n boek is geen voorbeeldenboek. Juist door erover te filosoferen met kinderen krijgt het diepgang. Dat de jongen de koe als voorbeeld nam, is geen halszaak. Het verschil tussen scheppen en kopieren zit met name in het aanbod.

050Vogels door de eekhoorns gemaakt.

Ooit, in het grijze verleden, toen ik aan de opleiding begon, waren er fanatieke leerkrachten die kinderen verwoed mooie dingen lieten maken. Het criterium mooi werd langs de maatstaven van de docent zelf en de ouders gelegd. Er mocht geen valse vouw of scheur inzitten. Het moest allemaal natuurgetrouw worden nagebootst. Als je bij de voorbeeldles een verkeerde handeling maakte, ging het mis en werd het ‘kunstwerk’ zwaar bekritiseerd. Dankzij de trauma’s die ik in de eerste en tweede klas van de lagere school heb opgelopen over een te breien poppenbroek naar authentiek model, wat niet in mijn vingers zat en er dus ook nooit uit zou komen, ben ik grenzenloos gaan denken. De ideale aansluiting was niet het doorsnee kleuteraanbod, maar de ervaringsgerichte aanpak van jaren later. Onderwijs heeft tijden op een lager pitje gestaan vanwege het doorsnee strakke keurslijf van regels waar het in gegoten zat.

012

Later kwam ik de onzekerheid over het aanbod vooral tegen in de voorgekauwde lessen. Ze werd door de leerkracht gevangen in een klaarleggen van alle mogelijke, zelfs voorbewerkte, onderdelen ten einde het hoogste succespercentage te halen. De gedrevenheid was groot. In enkele gevallen kwamen ze al om zeven uur op school om alles in de juiste stelling te brengen. Er zat nul aan creativiteit bij en 100 % aan opgelegde techniek. Het kenmerkt mijn aversie voor vouwlessen en consorten. Het voorbeeld en ik  zijn nooit vrienden geworden.

Ik ben gek op het proces. Laat het gaan. Als dat jongetje naar aanleiding van de koe die hij zag in het boek van Carle, geïnspireerd raakt en aan de slag gaat, is dat geweldig. Geef hem de vrijheid. Daar zit de creativiteit in. Biedt alle ruimte, met een poot, zonder poot, geel dat groen, oranje of pimpelpaars kleurt, twee ogen, een oog  het maakt allemaal niet uit. Hij had aangegeven dat de koe hem blij maakt. De kleur geel trok hem. Zorg voor een rijk aanbod, waaruit hij kan kiezen naar hartenlust en als het in het laatste moment iets anders wordt, dan is dat alleen maar toe te juichen. Dan buigt resultaat voor Het Proces.

Daar draait het om, de weg die er bewandelt wordt, alle ontdekkingen en opgedane ervaringen, die we, in het volgen ervan, aan onze bagage mogen toevoegen. Dat daar techniek aan ten grondslag mag liggen is evident. Het is aan de coach, leerkracht, spirituele aanvuller om daar handvatten aan te geven door een ruim aanbod aan materialen te leveren en subtiele verwijzingen te geven op het juiste en enige moment. Dat aanvoelen is de kracht van de ‘Meester’.

 

Uncategorized

In vervoering en met kennis

En sacrale stilte in de kleine ruimte. Af en toe wordt ze verstoord door het aanzwellende geraas van een trein die langs komt denderen. Boven hoofdhoogte als in een achtertuin. Niemand kijkt op, niemand schrikt. Ze zijn er aan gewend. Af en toe klinkt er een zuchten, een ontsnapping van een inspannend gemoed. Er wordt driftig met een doekje geveegd, om dan weer stil te vallen, terwijl de haardunne penselen hun minuscule werk doen. Toets voor toets vindt kleuring plaats, diepte, eenheid. Soms worden er wederwaardigheden uitgewisseld, oreert iemand de onmacht van de hemel, maar vaker zoekt de stilte haar weg.

0081.jpg

Mijn geploeter, mathematische verhoudingen in perspectieven vangen, levert een overkill aan concentratie op en een turende blik, die de verhoudingen in een totaal ander licht zet, omdat het beeld in het hoofd, zich er tussen wringt. ‘Naargeestige spelbreker’, verwijt ik haar mild en begin weer overnieuw. Kijken en meten, meten is weten, potlood, oog half dichtgeknepen om het object te vangen, arm gestrekt, duim laten zakken tot ik weet hoe hoog, hoe breed, hoe afstanden zich verhouden tot elkaar. Geen dooie hoek, maar een tussenvorm. Als de meester aanschuift en met een gemak van een potlood zijn duim uitschuift tot een liniaal bij uitstek, duim en potlood die een worden, versmelten, denk ik dat ik het kan.

005

Mijn hortende duim verliest zich in andere hulpstukken, een tweede potlood, een verschuiving van de overhellende lijn, een denkbare hoek. Het lijkt niet en moedeloosheid wroet zich tussen de vele malen dat ik over en over en weer probeer het simpele beeld, rechthoek, kegel, bol te vangen, mijn eigen aannames. Er komt verlichting in de dubbele betekenis van het woord, grijs karton en wit en zwart pastel.  Schakeringen aanbrengen en bedenken waar het witste wit en het zwartste zwart moet, lukt zonder meer. Iedereen roept om zijn alziende kritische meesteroog, dat af en toe moet kijken of een menging juist is, een kleuring klopt, er diepte is, of stof zich plooit. Of het deel wordt opgenomen in het geheel. Leven scheppen in de natuurlijke verstilde beelden.

004

Hoe anders is het als het penseel dansend haar werk mag doen, niet het beeld maar de impressie vangt, niet de werkelijkheid maar het gevoel oppoetst. Het oog, dat waakt, roept de schuchtere dertienjarige op met een mijnheer Link als mathematicus, die toen gewoon wiskundeleraar heette en hoofdschuddend mijn vragen pareerde. Ja maar waarom is er een A en een B, raakvlakken, gezichtspunten, denkbare logica als ze er niet daadwerkelijk is. Algebra een gotspe, net als de boomdiagrammen bij het verklaren van een gedicht. De poëet in mij zoekt het gevoel zelf, niet de haken om het aan te hangen. Link heeft ze me niet kunnen schenken.

Hier heb ik het idee, dat ik vanaf het begin weer mag opbouwen, fouten maken en telkens weer, tot in het oneindige, niet vanuit den treure maar met voortvarendheid en vreugde, het eigen kan maken, tot de kern mag doordringen ten einde de essentie te bereiken. Het is de ultieme inwijding tot het geheim van de smid, die ik decennia geleden ben misgelopen. Het is nog niet te laat, daarna zal het penseel vrijelijker dansen, in vervoering en met kennis.

Uncategorized

Wie weet

Ik roep mijn hele leven al, dat ik later -wat nu is- in de stad wil wonen. Als ik door Witte Vrouwen of door de binnenstad van Utrecht wandel, zondag-stilte pak als ik op weg ben naar een ochtendfilm in het Louis Hartlooper en dan de grachten in hun volle glorie, zonder jakkerend verkeer, de rust en de eerste zonnestralen zie absorberen, versterkt het verlangen. De stad ligt er in haar monumentale grootheid verleidelijk bij. Het gebeier van de klokken en de volkomen rust dragen daar aan bij. Ik ben mijn hele leven al een stadsmens.

Jaren terug, verhuisde ik van Leiden naar Voorschoten. Het eerste wat opviel, was de aankomst. Vanuit mijn nachtdienst reed ik met de trein naar het dorp toe. Mijn eerste voet op Voorschotense bodem op die ochtend is mij mijn hele leven bij gebleven. Ik rook de geur van het land. Nadat het gevaarte achter me was weg gedenderd, daalde de rust letterlijk neer. Ik rook het vee, zag wuivende velden in de lentebries, hoorde niet alleen merel, spreeuw en mus zoals op de Hoge Rijndijk boven het autogeraas uit, maar hier kwinkeleerden vink en mees in grote getale, dartelden kieviten boven het veld en zweefde reiger majestueus van sloot naar sloot. De frisse ochtenddauw stroomde vrijelijk over het weidse uitzicht. Het was alsof ik vanuit het compartiment decennia terug in de tijd stapte. Ik was het platte land duidelijk ontwend na alle stadse jaren.

007De tapuit

Die ervaring, het terugglijden in de tijd was helemaal aanwezig toen ik in Hongarije over de steppes reed. Geen aangelegde wegen, maar zandweggetjes, die over de dorre velden naar verlaten huizen toe leiden. Daar kon je verdwaalde wilde zwijnen tegen komen, kleine dorpen met een straat en een schoolgebouw, oude kleine winkeltjes met groenten ingemaakt in het zuur in de enorme potten. De bewoners bogen zich diep in het stof, met tandeloze lachende monden wezen ze murmelend de weg, een kromme hand, die uit de bloemetjesstof naar de verte wuifde. De akkers en de velden waren grassig en soms droog en verzand. Kuddes schapen graasden de laatste plekken kaal. Reizen in de tijd was een Aha-erlebnis. Ik was weer even het kind van weleer in een wereld waar ruimte en vrijheid gelijk stond aan autoloos en oneindig veel tijd voor elkaar.

016De molen achter het huis

Gisteren ging ik op bezoek bij vriendin in een dorp vlak bij Tiel. Ik was er al eerder geweest, toen de wind nog om het huis guurde en de kou ons noodgedwongen binnen dreef. Nu jubelde het huis me tegemoet in een oase van kleur en geur. De kas stond vol met overheerlijke goed groeiende groenten en kruiden, de weldaad aan rozen overal en de authentieke boerentuin met haar buxus, solidago en hortensia’s. We wandelden het weggetje achter het huis af naar het weiland met aan de horizon een rij peppels en een molen. Grote libellen dansten als kleine helikoptertjes boven het veld en ik nam me voor om eens op huis en hond te passen, als ze op vakantie moesten, zodat ik de gelegenheid had om alles vast te leggen met camera. Wat een rijkdom.

008Penseelkever in de tuin van een kunstvrouwe…

Het atelier achter het huis in een mooie verbouwde schuur was de perfecte plek om te werken en volkomen rust te vinden. Daar, op die werkplek, begon het idee van stadse bewoner te schuiven en te trillen. Ik kon aanwijzen en benoemen, herkende zoveel uit mijn opgeslagen arsenaal van wetenswaardigheden der natuur, dat het voelde als thuiskomen. Het ging even niet om een split second, maar een split person met mijn postzegeltuin en mijn betonnen paleisje in een voorstad. Of is het gras altijd groener. Ik ga er eens uitgebreid over mijmeren in deze laatste keuze van woongenot, die ik straks moet maken. De tapuit, die geen paapje bleek, had haar lied al klaar, maar ook de groenvink in mijn volkstuin zingt verlangen. Wie weet.

Uncategorized

Steekt elkaars wensen aan

‘De wens is de vader van de gedachte’, dat zei mijn moeder altijd, als ik vurig verlangde naar iets en het uitkwam. Je kan er zo naar verlangen, smeekbeden ten hemel richtten, onze lieve Vrouwe aanspreken, desnoods, hoewel je er niet in geloofde of toch een klein beetje, bidden op je blote knieën, later kwam daar een rozenkrans, een mala  of een tasbih bij. Ongelovige Thomas bleef een beetje dralen in het achterhoofd en al die moeite was zelden voor niets. Alleen onmogelijke wensen, de toto, de wonderbaarlijke genezing van je oma, het uitstellen van het vertrek naar huis om het vakantievriendje, die bleven ondanks een aantal schietgebeden altijd uit. Ik kwam er op omdat het #WOT woord van DrsPee van deze dag ‘Wens’ was. #WOT staat voor Write on Thirsday.

Dat mijn moeder dat zo zei, was een manier om door haar fameuze gezegden, op momenten dat je het nodig had, in jezelf te kunnen blijven geloven. De constatering werd vaak pas na de vervulling gedaan. Dat was handig, want dat leidde altijd tot bevestiging. Niets is beter dan dit om het geloof in jezelf te versterken. Niet de wens verdwijnt met het ouder worden, wel haar hoedanigheid. Mijn huidige verlangens hebben een ommekeer gemaakt van jewelste, 180 graden om, een wenteling. Het karma wentelde mee. Ook dat was iets waar men vroeger al achter was.Het werd vertolkt in een cliché, door ruwe Zeemanssymbolen die in gouden aanschijn op de bonkige borst schitterden.

geloof, hoop en liefde

Geloof, hoop en liefde. Geloof in jezelf is een waardevol goed, daar kunnen weer allerlei linken aan gekoppeld worden. Of dat nu een bepaalde godsdienst is, een vertrouwen of een wens is om het even. Eerst en vooral dat eigenwaarde opvijzelen. Je bent er, je mag er zijn, je bent de moeite waard. Dat idee. Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Dan de hoop. Het zwemt, wat mij betreft, tussen wens en verlangen in. De hoop zit vooralsnog in de kinderen met de wens voor hen op een lang leven. Natuurlijk zet je groots in op wereldbelangen, maar dichtbij ligt de aanraakbare hoop. Liefde is er nauw mee verbonden, onlosmakelijk voor mij. Ik kan me niet voorstellen, dat ik niet van mijn kinderen en versgebakken aangewaaide kinderen en hun kinderen zou houden, de zussen, familie, vrienden, ach ja, vrienden vooral, maar ook van de kinderen uit de groep en hun ouders en mensen, dieren, natuur en kunst in het algemeen. Liefde ingebed in hoop. Dat is nog eens een loffelijk streven.

010

Stel dat je de wensen niet op anderen zou betrekken, op niemand, wat dan. Dan zou ik voor mezelf wensen dat ik, zolang ik leef, mag genieten van dat wat me nu zo gelukkig maakt. Schrijven, schilderen, tekenen en bovenal handen en voeten geven aan mijn scheppingsdrang. Er de vreugde uit halen en dat mogen delen met anderen, die er hopelijk ook weer vreugde uit halen. Niets meer en niets minder.  Dat alles op de vierkante kilometer. Verder neigt mijn wens naar utopie, want dat zou ik voor ieder wensen. Hou het klein, hou het bij jezelf, hou het geluk bereikbaar voor iedereen en alles om je heen. Mijn wenssteen, die kringelt en groter wordt en zich almaar wijder verbreidt. Steekt elkaars wensen aan.

Uncategorized

Of de dag daarop of daarop…

Te veel opgeschept over de nachtrust van de drie laatste nachten, dan krijg je dat. Vannacht ineens weer benauwd wakker geschoten, want ik was van vermoeidheid wel omgevallen. Wat is dat toch voor een wonderlijk mechanisme, dat maar autonoom regelt en reilt en zeilt, zonder rekening te houden met een mooie teint, walloze ogen, scherpzinnige geest, maar die rucksichlos voortdendert in een eigen grillig patroon.

Vanavond heb ik geprobeerd waterdruppels te vangen en daar was ik zo heerlijk moe van geworden, dat inslapen perfect ging. Door de hitte die in huis hangt en maar niet verdwijnen wil toch een staartje droom, waarin de benauwdheid al levensecht meespeelt, maar ze zich vermomt als onderdeel van het spannende verhaal waar ik in verkeerde. Uiteindelijk is het tekort aan zuurstof toch de noodbel die geluid wordt. Rechtop ziet de wereld er wakker uit en kost het moeite om weer onder zeil te gaan, zeker omdat het zuurstofgehalte nog niet op peil is.

Ook heb ik hoog opgegeven van de positieve energie, die ik krijg van de schilderlessen in de cursus. Het is echt zo. Dat het CO2 gehalte in de kamer niet deugd of mijn longinhoud problemen schept , doet daar niets aan af. Zolang ik wakker ben kan ik de tijd maar beter benutten. Rechtop biedt sowieso soelaas, liggen is even geen optie. Ik wil de foto’s inladen, maar zowel laptop als PC vertikken het, dus het euvel zou ook nog gewoon in het toestel kunnen zitten. Op zulke momenten heb ik zin om het verwende prinsesje naar boven te halen. Even ongegeneerd lopen drenzen en dreinen, languit op de grond liggen en handen en voeten staccato op de te harde grond neer laten dalen onder een hoop gekrijs, gemekker en gejammer. Alleen al het idee lucht op.

128Skyspace van James Turrell: Museum Voorlinden

Als zoonlief wakker wordt van een mug, moet hij stante pede beloven om het euvel van de foto’s de volgende dag te verhelpen. Hij bromt een ja, om maar weer snel de ogen te mogen sluiten. Ik ben tevreden en keer op mijn schreden terug. O ja, slaaptekort, zuurstofgebrek en foto’s die niet willen. De computer of een boek. De eerste besluit ik en dat bleek wijsheid. Want vanuit het niets komt de datum oppoppen. 30 Mei, help, dat was die ene dag in 1982, dat ik aan het weeën was onder luid gezang met Carole King mee en geloof me, pijnsensatie is dan niet bevorderlijk voor de zuiverheid van de hoge uithalen.

Mijn lieve een na oudste dochter is jarig samen met mijn lieve zus. Ik ben al dagen vergeten op de datum te letten en dat het al zo ver in de maand is, is me totaal ontgaan.  Dat is eenmaal een van de na-of de voordelen van het niet meer leven op de agenda, al moet ik bekennen dat ik niet zonder kan. Het blijkt een overvol balboekje te zijn, waarbij het tijd wordt om beter te gaan doceren. De geest kan alles en het lijf sleept zich er berustend achteraan.

Het allerbelangrijkste is de zin en de letterlijke vreugde in het doen. Die is helemaal terug en is de oorzaak voor nachten als deze. Er razen weer ideeën door het hoofd, inspiratie, de spirit is terug, nou het lijf nog. Ik moet een beter voorbeeld nemen aan Poes Pluis. Ze ligt languit verkoeling te zoeken op het laminaat. Ik ben niet de enige die nadeel ondervindt van de warmte. Daarbij wisselt ze alertheid en slaap met het grootste gemak af. Adem in, adem uit. En je vooral nergens druk om maken, want komt het niet vandaag, dan toch zeker morgen, of de dag daarop of daarop…

 

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

Vanavond duiken we met het schilderen weer het diepe in. Het is als met schrijven, al vliegen woorden aan. Dat doen de beelden met schilderen niet. Die moet ik soms uitgebreid zoeken. Ik had de geweldige foto van de bubbeltjes, een schilderij waardig. Maar probeer nu maar eens datzelfde beeld vast te leggen op doek. Daar moet ik, met mijn beperkt vermogen, heel wat halsbrekende toeren voor uit halen. Dat is tevens de uitdaging. Alles wat aan komt vliegen is de moeite waard om vorm te geven, maar als het een ware verovering wordt, dan is de zegetocht nog vele malen groter.

004    016   065

Toch zijn er vooral de twijfels die maken, dat je wankelt. Je zal maar je hele leven een schilderij met bubbeltjes aan de wand hebben hangen. Met de beste wil van de wereld haal je de stroom water er niet uit. Het lijkt eerder op kikkerdril. Hè, dat is een grappig gegeven. Drieluik: de bubbeltjes, de impressie van de doorschijnende vijver met de donderkopjes en de kikker, bedenk ik me nu of alles op een doek. Het beeld van ‘Shape of Being’ van Robert van Zandvliet blijft ook op het netvlies hangen. Kennelijk wil ik daar mee breien. Niet het beeld maar het concept ombuigen tot een eigen concept. Water is leven, is letterlijk al.

0221.jpgRobert van Zandvliet in Museum Voorlinden: State of Being

Ik blijf rondtollen op gedachten. Vooralsnog maak ik me een beetje zorgen over het weer, dat straks, dat is beloofd en voorspeld, hagelstenen en slagregens zal bevatten. Mijn hart is bij het jonge ontluikende groen op de volkstuin van dochterlief. Die overleven dergelijk natuurgeweld niet. Moet ik vandaag terug om toch maar een plastic mandje als afdak en beschermengel over hun tere koppetjes te steken. Het is wijsheid vrees ik. Zo werkt dat met natuur en natuurgeweld, of dat nu gebrek aan water is of een teveel aan water. Ondanks alle gekanaliseerde beheersbaarheid stroomt het grillig een eigen weg.

Leonardo* verzuchtte dat het water even vaak van aard verandert als die van het landschap waar het doorheen stroomt. Na een uiteenzetting over alle tegenstrijdigheden die je water kan aanrekenen, besluit hij zijn relaas met een belangrijk gegeven. ‘Met de tijd en het water verandert alles.’ Niets is meer ongrijpbaar. Het meandert haar hele eigen leven, al hebben we op alle fronten geprobeerd het te kanaliseren en te beheersen. De fonteinen zijn bij uitstek het symbool van de overwinning van de beschaving op de natuur. De Griekse geograaf Pausanias* schreef al, dat geen ene stad zichzelf een stad mocht noemen, als het centrum niet gesierd werd door een fontein, juist door bovenstaand gegeven.

In Friesland wil men elf fonteinen verwezenlijken, die alles van doen hebben met het eeuwig gemis aan het ijs en de Elfstedentocht. Daar krijgen ze vooral een andere symbolische betekenis mee. Het verbindt de elf steden, die al zo lang deel uit maken van de Nederlandse cultuur. Met de fontein schrijven ze voor eeuwig geschiedenis, een onderstrepen van hun namen, die hoorden in het opdreun-rijtje. Het is een loffelijke streven naar symbolisering van verbondenheid. Een verrijking en een verdieping van een cultureel gegeven, dat steeds sporadischer voor komt en dat de eigenzinnigheid van het water weergeeft.

Water houdt me nu al een paar weken bezig. Niet alleen om de zorgen om de tuin, de noden van het balkon en de watertoevoer voor het vege lijf bij deze hitte, maar ook om de diverse beelden die het oproept bij de vormgeving. Zee, waterstraal, beek, regen en de groene wondere wereld van de vijver, ze komt in golven, in peilloze diepte, in rimpeling, in spiegeling, in stroom. Als het vast te leggen is in woord, dan ook met beeld. Wat doet het met me, waar mond ik in uit. Valt impressie vast te leggen en toch de ongrijpbaarheid weer te geven of moet ik het vertalen naar de bron van het leven. Ik laat het gaan. Zoals men vroeger zei, door ‘Gods water over Gods akker te laten vloeien’, naar mijn leven vertaald: ‘Go with the flow.’ Het overspoeld, omwoelt, doordrenkt en vervuld en daar is alles mee gezegd.

*De wijsheid van Leonardo en Pausanias komen uit ‘Het Waterboek’ van Alok Jha

 

Uncategorized

Zo wordt een eyeopener een eyecatcher

Gisteren was het een dag van toevalligheden. De tuin moest, want ondanks dat er onweer was voorspeld, kun je er niet blind op varen. Dus zowel de tuin van dochter lief behoefde een slok en die van mijzelf kreeg ongevraagd de margrieten die al twee weken braaf stonden te wachten op een breder bed, dan het potje waar ze in gewurmd waren. Op de tuin was het groen voller en dichter dan ooit met de grijze wolkenpartijen erboven. Zon brengt doorgaans ruimte mee en bewolking timmert alles dicht. De kleine grasmus trillerde haar uithalen naar hartenlust, want bij dergelijk weer is haar territorium van ongestoord genieten groter omdat iedereen, in afwachting van slechter weer, thuis blijft. In de verte klonk de koekoek. Huh, die had ik nog niet gehoord.

Kuckuck (Cuculus canorus) by Tim Peukert.jpg

Met een zwaai zat ik op het grote terras van de Filature en keek over het weidse uitgestrekte landschap, met links de berg en rechts het uitzicht op de notenbomen en de rivier. In de verte, maar steeds dichterbij, klonk de koekoek. Koffie op een terras met de blote voeten op de tegels, de koele nachtbries, die aanstalten maakte om op te lossen in de steeds hoger klimmende eerste zonnestralen en haar dauwtrouw uitstrooide over mijn uitzicht, zorgde voor een innerlijke rust, waar geen enkel Zenmoment tegen bestand was. Geen doen alsof je ergens bent waar die weldaad over je heen trekt, maar het ondergaan in dat hier en nu. Wat kan ik er naar verlangen.

Ook daar waren de braamstruiken het ondoordringbare paradijs voor kleine heggenmussen. Maar ook voor de wilde zwijnen die zich ver uit het zicht hadden teruggetrokken en in de late avond en ’s nachts al knorrend en wroetend brutaal verhaal kwamen halen in het zijportaal van de kelders, waar de slaapvertrekken aan grensden. We hoefden hun spoor maar te volgen om te zien waar ze huisden in hun ondoordringbare vesting. Ik hou van wilde zwijnen, nachtegalen, koekoeken, kiekendieven en morgensterren, juist omdat ze me meenemen en terugvoeren naar de gelukkige tijden van weleer. Een paradijs op aarde was die grote verbouwde zijdefabriek met haar majestueuze trappen en bordes, haar terras, de pigeonaire en de enorme raampartijen met de ontelbare ruitjes.

img_41331

Het woekerend verlangen van de oude vriend had een wig gedreven in de onbezorgde vakantiemodus, omdat hij er het hele jaar wilde toeven. Voorgoed voorbij was  het onbezorgde verblijf. Nu in de tuin naast mij, woekerde het brandnetelgeweld, de braam en de heermoes onverdroten voort en had de heer des gronds verjaagd tot een moedeloos wegkwijnen in zijn stadse woning.  Voor de derde keer in twee weken opende ik de aanval om bos tuin te maken. Precies, bostuin het juiste woord. De achterbuuf bekeek de resultaten en zei: Wat is het prachtig en wat is het een lieflijke en romantische plek. Die buitenveldse blik had ik op dat moment nodig om de onkruidschellen van de ogen te laten vallen en het resultaat van het aanhoudende geploeter te kunnen zien. Soms is verlichting dichterbij dan je denkt.

img_4134

Het is waar. Het hele terrein heeft de grandeur van de tuin bij de Filature. Dezelfde woeste natuurlijke aanwezigheid van plant en dier, de rust en de weldaad van eeuwige overwoekering met een klein beetje geleide chaos van mijn kant. Iedere keer een stukje. De knop om en het te zien als een romantische plek was precies waar ik in die enorme opruimbubbel behoefte aanhad. De meerwaarde ervan, de moeite van het natuurlijk bewerken waard. Groei geven aan wat kan bloeien en de sfeer ongemoeid laten. Zo wordt een eyeopener een eyecatcher.

Uncategorized

Een eeuwig literair leven

Ik ben de literaire autobiografie aan het lezen van Renate Dorrestein. Ze is alweer een paar weken dood en begraven en als ik daar niet over nadenk, dan leeft ze op alle fronten voort. Ik zag haar immers nooit, ik las haar. En lees haar en dat is de reden dat ze literair niet kan sterven. Zodra je haar omvangrijke oeuvre hebt gelezen, kan je weer opnieuw beginnen. Het verveelt nooit omdat het niet verbleekt. Schrijvers die na aan het hart liggen, hebben die gave. Passages, voorvallen, zinnen die het hart raken, woorden die rechtstreeks binnen komen en tot gemeengoed gaan behoren, stukjes Dorrestein die deel zijn uit gaan maken van de persoonlijkheid. Zoals Annie M.G. Schmidt, Vasalis, Vestdijk, Carry van Bruggen, Hugo Claus, Slauerhoff, Saint-Exupery, Lobel, Vogels, Daehl, Carrol, die allemaal een woord, een gedachte, een overpeinzing, een filosofie hebben achtergelaten op het brede pad der literatuur, dat ik bewandelde. Ze vullen hart en hoofd en zo het leven.

035.JPG

Wat een weergaloos afscheid om niet een nieuwe roman te schrijven, maar ons een terugblik op die kostbare kleinoden te geven, die er voor gezorgd hebben dat Dorrestein schreef. De voeding bij uitstek. Ze maakt ons, zoals ze het zelf zegt’, bondgenoot. Quoot: ‘De lezer is de bondgenoot van de schrijver’ In essentie komt het er op neer, dat ze elkaar meer dan nodig hebben. Ze haalt in het essay A.F.TH van der Heiden aan, die ooit gezegd heeft: ‘Elk boek is au fond een doos vol dode woorden – totdat een lezer zich bereid toont ze met zijn ogen tot leven te wekken.’

Mijn ogen zijn verwend in de loop der  jaren. Ze hebben al zo vaak het licht mogen aanschouwen van weer een nieuw verhaal, weer een nieuwe ervaring. Dat het toch steeds maar weer mogelijk blijkt om jezelf te verheffen door veel te beleven met relatief  weinig middelen. Je hoeft er niet voor te reizen, je hoeft er geen college voor te volgen, je hoeft er niet zelf voor aan de slag te gaan. Het enige dat telt, is het nieuwe boek, de schrijver, waarover je hebt nagedacht, of een titel die je bij je haren het boek in  sleurt.

IMG_2174

Er zijn heel wat motieven te vinden, maar bovenaan staat de beleving. Het meest kostbare wat ik bezit zijn niet de boeken zelf in de wandkasten hier in dit huis, maar de beleving die ik er uitgefilterd heb en me eigen heb gemaakt of die al dat hele leven meelopen. Ze zijn een onderdeel van mijn vorming, van de persoon die ik nu ben. Zij hebben in een interval met het leven betekenis gekregen. Als ik alle boeken kwijt zou raken, dan nog heb ik de passages, de beelden, het weten achter alle deuren in het hoofd. Pas als ik dat vergeten zou, begint het grote verlies. Het hart kan stoppen, dan is het klaar, de longen kunnen het begeven en dan is het geworstel, maar als het hoofd roestig wordt en de scharnieren niet meer werken, herinneringen vervagen en verbleken of vergeten, wat dan? Stopt dementie of Alzheimer de lezer in de mens?

Renate heeft over haar grenzen heen haar leven in de dood, aan ons lezers, gegeven met deze mooie laatste doorkijk, de literaire autobiografie. Een vol en afgerond bestaan. Een eeuwig literair leven.

 

Uncategorized

Een topdag zo’n Tomdag

Gisteren was het Tomdag. Luca was op kamp en diende opgehaald te worden in Bennekom. Tom had een heel dagprogramma af te werken met school, musical lessen en zwemmen. Daar kon ik verlichting brengen. Iets wat een mensenleven leuker maakt. Het streelt. Terwijl ik voor de deur van school aan het wachten was, schoten er oudercontacten met mijn eigen schatten door het hoofd. Het mocht altijd licht chaotisch lijken, maar hoe warm was het contact van ouders in school. De inloop was die van het hoogste goed. Ooit, op een blauwe maandag toen het de heer Rutte, in zijn gewone zelf vóór zijn premierschap, betaamde een bezoek te brengen aan ons onvolprezen schooltje, heb ik geprobeerd het ‘en plein public’ uit te leggen. Helaas kon ik dat nooit onverdeeld zonder emoties over het voetlicht brengen. Het belang van ouders in school is de oplossing voor het integratiebeleid. Juist daar ontmoet men elkaar echt. De boodschap zwom half in tranen.

008Klaar voor ontvangst

Herinnering: Iedereen zit aan de mini-tafels dubbelgevouwen met of zonder slaap nog in de ogen en de alledaagse futiliteiten komen voor het voetlicht. Kinderen spelen er doorheen, worden door helpende handen, die in de buurt zijn, naar juiste wegen geleid. Afspraken worden gemaakt, verschillen besproken, raad gegeven. Iedereen vaart er wel bij. Als er ergens sprake is van een grote familie, dan wel daar, in de groep, aan die kleine tafels. Geen ‘Juf Ank’-achterdocht en achterklap, maar gezonde belangstelling en interesse.

Ouders in de school werden op handen gedragen. Het is de basis van de betrokkenheid en ouderparticipatie en een noodzaak voor de goede verstandhouding en het persoonlijk contact. Helaas zijn maar weinig leerkrachten en scholen daarvan overtuigd. Ze vinden het chaos en herrie. Zet een andere bril op en zie ouders als onderdeel van het geheel. Het geeft een bijzonder licht en een verrijking.

Tom stond al van het ene op het andere been te wiebelen en naar me te kijken, toen hij nog in de rij stond om de juf een hand te geven. De hand zou leiden tot gezien worden, contact maken, persoonlijke aandacht. Ook dat was er allemaal terwijl we aan de tafel zaten en knuffies uitdeelden aan deze of gene, een high five voor de non knuffelaars, een aai over de bol voor de superverlegen schoorvoeters. De gouden regel: ‘Zorg dat je elk kind hebt gezien’ ging altijd op, meer was niet nodig.

4aa479d5-71dd-4930-9636-441b4768c1f1

Hij vloog vanaf de juf regelrecht met een vaartje in mijn armen. Haha, dat is nog eens een binnenkomer! Onderweg naar de auto begon hij een verhandeling over wat hij lekker vond. Hij vroeg nergens naar, maar zijn beschrijving, ‘een hoge witte en dan met stekeltjes met zo’n leuk rond koekje erop, zo grappig. En ook nog eens in die ijswinkel waar we toen geweest waren, hier vlakbij, weet je nog wel, Oma’ sprak boekdelen. Alsof ik het ooit vergeten zou. Ik wist het absoluut en omdat we nog een uurtje te overbruggen hadden was dat een uitgelezen moment voor zo’n hoge witte. Dat vonden twee witte eenden voor het bankje, waarop hij van het lekkers te genieten zat, ook. Ze belaagden hem, de aandacht gleed in dikke druppels van zijn ijs af, toen hij ging staan in een poging de opdringers te ontwijken. Het rode skai bankje binnen gaf soelaas. Beter! Door het raam volgde hij zijn belagers. Ze vlogen teleurgesteld naar park Rijnzicht aan de overkant. Op zijn wit-besnorde snoet stond de triomf te lezen. Om het ijs en om het afschudden van de belagers.

3b2f9bcd-a362-4820-ac36-cf974cab1c06

De gezonde tomaten-groentensoep kwam later, met echte balletjes, zoals het een echte Oma-soep betaamde. Dat wist de meneer van het sportclub-restaurant gelukkig ook. Daar kon ik nog meer geleende sier mee maken. Er kon geen Maccie tegenop. Triomf op alle fronten. Een topdag, zo’n Tomdag.

Uncategorized

Het is de moeite meer dan waard

Het werd een bijzondere avond. De dag was na de fysio voornamelijk in rust verlopen. Vermoeidheid speelde parten en een wegdoezel moment in de late namiddag zorgde even voor wat extra energie. Vriendin had gemaild over een balletvoorstelling. We wilden er samen graag heen,de afspraak was snel beklonken met een uitnodiging voor een etentje bij haar. Daarna waren we klaar voor het grote avontuur.

Het was op het Berlijnplein. Een plein met zo’n naam kan alleen maar een kunstzinnige uitstraling hebben. Het grenst pal aan het station en voldoet in alle opzichten. Het station is modern, maar vlak ervoor ligt perron 9. De oude gietijzeren kap van het Utrechtse Centraal Station. Dat is niet het enige markante. Het Berlijnplein ligt boven op het dak van de tunnel  van de A2. Alle puzzelstukken bij elkaar geven een nostalgisch beeld door, dat ik niet voor mogelijk zou hebben gehouden als het destijds was voorspeld. Nu liep ik met een tas met warme trui en deken, over dat, wat in mijn jeugd weiland was en waar straks de legendarische dansvoorstelling ‘Wiek’ in de open lucht plaats zou vinden en had tegelijkertijd mijn oude Centraal in ogenschouw, waar de immer trouwe Pinda-Chinees zijn standplaats had met zijn koek en zopie op een bak voor zijn buik. ‘Excusez les mots’ maar zo heette hij in de volksmond. ‘Pinda Pinda, lekkah lekkah’ riep hij en mijn kinderogen omarmden hem vol  ontzag om de beloften aan een onbekende wereld. Het was mijn eerste ontmoeting met iemand uit een ander werelddeel..

Onder die monumentale kap galmden onze stemmen als we op weg waren naar de kleuterkweek in Amersfoort en bij slecht weer van de trein gebruik maakten. We zongen het ‘Piu Non Si Trovano’ met Italiaanse hartstocht driestemmig. Deels omdat Spaan, de muziekleraar, wilde dat we het uit ons hoofd kenden en deels omdat het zo’n heerlijke klankvolle samenzang bleek onder de gietijzeren gebinten.

Nu was er een tent, een spiegelcontainer, twee huisjes met een tuin op een dak, een absurdistische film waardig. We figureerden dapper mee, nadat we de kleine blauwe prins gestald hadden en na een staartje van de gemiste opening en een glaasje wijn schuifelden we in een lange rij mee naar de ons bedisselde plaatsen in een stalen rondo, waar de voorstelling plaats vond. Drie groepen mensen werden door drie openingen naar hun plek gebracht. Doordacht concepten passend in de voorstelling.

Het begon pas om negen uur en eindigde om half elf. Vanaf de eerste tonen en passen werden we het stuk ingezogen en meegenomen tot aan het allerlaatste versterven van de klanken. Een staande ovatie omlijstte de spirit van de dansers. Wat een magistrale voorstelling van Schweigman&. Het is een stuk uit 2009, in de herhaling,  maar het heeft niets aan zeggingskracht ingeboet.

De wassende maan werd overstemd door de ingenieuze verlichting. Bij het uitsterven van de muziek zag ik plots een licht branden in de torenhoge cabine van een hijskraan, waar een eigen voorstelling zich afspeelde op een groot scherm. In die doodse nastilte sijpelden nog wat klanken van Raum door. Diep geraakt en nog ondergedompeld onder de indrukken constateerden we dat we twee zielen met een gedachte waren, het hoogste goed. Ternauwernood corrigeerde ik een verkeerde afslag uit de macht der gewoonte ingeslagen en de rest van de avond en een halve nacht bleef voor de verwerking. De vermoeienis had plaats gemaakt voor het afdraaien van de beelden, als een film in de herhaling, details, finesses, emoties en het einde. Laat je verrassen, het is de moeite meer dan waard.

Uncategorized

Haar energie naar het opperste geluk

Gisteren was het dan eindelijk zover. De eerste serieuze pogingen om wat olieverf op doek te krijgen. Nee, wacht even. Dat lukt altijd wel, maar om het beeld in je hoofd te vertalen naar de arm die het penseel vast houdt, dat is een lastige. Bovendien hobbel ik met mijn hele impressionistische ziel en zaligheid nog tussen de fijnschilders van het afgelopen jaar in mijn hoofd. Het is daar hartgrondig in de war en het zal nog een flink robbertje wikken en wegen kosten voor er uitsluitsel en helderheid over te geven is.

004Een glas vullen met water

Geen probleem hoor. Sinds dit half jaar, waarbij elke verovering een extra glans geeft aan het bestaan, is het toeven in de diepste dalen van het onvermogen een langzame overwinningsslag geworden. Ze valt te maken, maar het kost tijd. In het begin kwam het op millimeters aan, maar nu mag ik al meters maken. Hart en longen zijn voornamelijk van plan om ’s nachts op te spelen. Dat heeft als voordeel dat overdag met een gerust hart…O, de werkelijke betekenis ervan…van allerhande uit mijn handen komt. Er zijn mensen in mijn omgeving die bezorgd zijn en die zich afvragen of ik niet een tandje minder moet bijzetten. Ik weet eigenlijk bijna zeker van niet. Door niets te doen blijf ik rondjes draaien in afwegingen maken en verdwijnt elke energie in een afvoerputje met mijn goede humeur erbij.

0212.jpg Afvoerputje

Mijn jongste zus zei optimistisch: ‘Dan ga je maar een paar jaar eerder dood, maar dan heb je het wel leuk gehad’. Niet letterlijk, maar haar soelaas had die strekking. Ik kan het alleen maar beamen. Je kan me tot een kasplantje bombarderen, maar dat wil dan niet zeggen dat ik daar baat bij heb. Een mens wil graag zijn eigen mogelijkheden en grenzen leren kennen. Ik spreek voor mezelf. Deze mens in ieder geval wel. Liever struikelend zelf over de eindstreep dan gedragen.

Het water vloeide rijkelijk afgelopen dinsdag. Dat was het thema waar we mee aan de slag waren gegaan. De schoonheid van haar beweging proberen te vangen of vast te leggen waar de kern ligt van de noodzakelijkheid van haar aanwezigheid. Zonder water geen leven. Als literatuurstudie houdt het waterboek van Alok Jha me al een paar dagen in de ban. Mijn kijk op water verandert totaal door zijn weergave over de ontdekking van de structuur van water en de strijd die het opleverde over de eeuwige vraag, wie de eerste was, die dat ontdekt had. Het is er de oorzaak van dat water, zelfs tot op grote hoogte, verdeeldheid kon veroorzaken tussen volkeren: Engeland versus Schotland, tussen milieus: Aristocratie versus arbeidersklasse en door de strijd over het issue, wanneer men van wetenschap kon spreken versus de rommelaars, de speculatieve denkers.

img_4127

Water zaait dus letterlijk en figuurlijk verdeeldheid, terwijl het tegelijkertijd alles, maar dan ook alles verbindt. Het slaat waterstofbruggen en bij het lezen van het woord alleen al openen zich talrijke nieuwe beelden in mijn hoofd. Waterstofbruggen zijn waterminnend, ze omgeven letterlijk alles en zorgen ervoor dat de verbinding tussen watermoleculen tot stand komt, maar ook tussen watermoleculen en de zuurstof-of stikstofatomen en ze fungeren als transportmiddel. Ze hebben het vermogen om snel te ontstaan en even snel weer los te laten. Water is de katalysator tussen de moleculen, ze weeft het leven. Zonder water zou het leven uiteen vallen.

0322.jpg

Deze zin blijft hangen. Zonder leven ben je dood. Water maakt dus ook energie vrij. Energie om het leven aan te gaan, om tegenslagen te overwinnen, om jezelf te kunnen herwinnen. Energie zorgt ervoor dat je geestelijk weer tot leven komt. Ik wil de verbinding schilderen in dat glas met bruisend water, opdat het gaat leven. Laat het water maar stromen en haar belangrijke brug slaan met het leven zodat we meedelen en meedeinen in haar energie naar het opperste geluk.

Uncategorized

En warme genegenheid schrijft

Gisteren kwam plotseling het verleden binnen stappen. Soms is dat zo. Nietsvermoedend gleden mijn vingers over de rekken met tweedehands kleding in mijn lievelingswinkeltje. Terwijl ik aan het speuren was, hoorde ik Farsi praten. Dat is iets wat vaker gebeurt, maar dan ben ik een toevallige passant, een toehoorder en voel ik me niet geroepen te reageren. Nu herhaalde ik het woord ‘mikonam’ dat de spreker in het gesprek met de man naast hem liet vallen. De spreker keek mij aan en sprak mijn naam met ongeloof in zijn stem. Ineens stond daar die tastbare herinnering. De oogopslag, zijn zachte stem, de onmiskenbare trekken in het gelaat. Tussen de doorleefde jaren vond ik zijn jeugdige gezicht van twintig jaar geleden terug. Hij was een van de beste vrienden van een van mijn vrienden destijds en kind aan huis.

glazen bol.jpg

De laatste tijd gebeurt het vaker, dat ik aangesproken wordt en dat me gezegd wordt dat men mij kent. ‘Ben ik…’ en dan wordt mijn positie van ‘dochter van’ of ‘kind uit die familie’ aangehaald en zijn het mensen van nog veel langer geleden, oude buren, mensen van de voetbalclub van mijn vader, winkeliers uit de straat. Zodra ze weg zijn, na zo’n uitwisseling, gaan de beelden met me aan de haal. Flarden vroeger komen langs en met het denken worden de contouren scherper. Soms kost het moeite in het oudere gezicht dat vertrouwde van vroeger te herkennen. Dan aarzel ik, omdat het plaatje niet past. Met deze man had ik daar geen enkel probleem mee. Naadloos schoven de beelden ter plekke over elkaar heen. Even, heel scherp, was er het verlangen naar die tijd, naar het bijzondere gevoel dat het omgaan met twee culturen met zich mee gaf, het grote nieuwe en onbekende en vooral het ongewisse. Tegelijkertijd kwamen de grote problemen mee, juist door het boeiende verschil en de onverenigbaarheid in mijn positie destijds.

IMG_3742.jpgJill Tytherleigh illustrations

Op een van de familieavonden die we sporadisch hadden, kwam een film langszij van een leven in dat oude Perzië voor het Iran ging heten. Het liet een jongetje zien met knokige knietjes. Hij zat op een binnenplaats voor een uit geel zandsteen opgetrokken huis. De moeder was een stem die staccato opmerkingen maakte. Ze klonken als bevelen. Hij stond op en verloor zich in het spel. Hij had een houtje in zijn handen en speelde vliegtuigje. Zijn machientje vloog rakelings onder het wasgoed door dat er hing en scheerde langs lakens en lappen. Het sonore geluid dat er bij hoorde, imiteerde hij zo goed en zo kwaad als het ging. De moeder bleef ratelen, maar hij was al weggevlogen op de golven van zijn fantasie. Dat jongetje was ooit mijn vriend. Dat kind in hem en het kind in mij verschilden nauwelijks van elkaar.

Heel lang dacht ik dat het mogelijk was. Dat je als mens in staat zou zijn om onderscheid te maken tussen die andere opvoeding en daar boven te staan. De teleurstelling over het idee dat het verschil een keurslijf vormde voor de vrije gedachte, zorgde voor het grote blijvende verdriet en de onmogelijkheid tot vereniging van twee zielen. Het schrijnde lang na.

IMG_2590.jpg Neo Rausch

In die kleine ruimte, met de kleding aan de rekken, de stemmen van de vrouwen die lakens uitdeelden, waar dat nodig was of vriendelijke opmerkingen maakten naar klanten toe, vloog die ene stem met de zachte zangerige woorden, die mooie kant van het verschil, recht mijn hart weer in. We begroetten elkaar en het gevoel was oprecht en wederzijds. De weldaad van een moment dat heden en verleden verbindt en warme genegenheid schrijft.

Uncategorized

Zo gek nog niet

Vandaag vloeide er bloed. letterlijk. Verdwaasd keek ik naar de onderkant van de bovenarm. Een grote veeg vurig rood sierde  het tot aan de elleboog. Ik kan de kleur hebben. Het stak af zoals het een Sneeuwwitje betaamt. Helrood op een lelieblanke huid,  lokkend, lachend. ‘Nanananana’. Dat laatste voegde zich pas toe in mijn hoofd. Sentimentele dwaas.

Het schrammetje was oppervlakkig, het bloedverlies stond gelijk aan een heftige wond. Te doen gebruikelijk, de laatste tijd, nu de bloedverdunners wel erg serieus bezig waren met hun taak. Nauwelijks te stelpen als de bloedstroom op gang was gekomen. Nou, tikje overdreven, maar met een kern van waarheid. Soms was er niet eens een directe aanleiding voor. Het moest niet gekker worden.

IMG_4133.jpg

Er was nu wel degelijk een aanleiding voor. Episode twee in de tuin van de buurman. Het eerste deel was begaanbaar, nu zou ik langzaam maar zeker de andere helft van het leger der woekeraars overwinnen. Eerst maar maaien met de enorme benzinemaaier op de hoogste stand, die voor dit terrein geschikter was dan mijn eigen inkiepinkie grazer. Dat ik daarbij rücksichtslos door zou halen, was evident. Als het bakbeest eenmaal liep moest je er wel achteraan. Aantrekken was zo zwaar, dat je dat probeerde te vermijden. Dus hing ik met regelmaat in de Seagull, in de Japanse bes en de roos terwijl er een ratelend gegrom aan vooraf was gegaan. Blind mijn neus en in allerijl het machientje achterna.

berenjacht

‘Wij gaan op berenjacht, wij gaan op berenjacht we zijn niet bang’ Vol bravoure stapten we voort in het speellokaal, de kinderen en ik. Het hoofd geheven, de kin vooruit en tot in elke vezel bereidt om elk gevaar te trotseren. Dapper stappen we voort. Plots blijven we staan en roepen, terwijl de dreiging door de stemmen klinkt: ‘O jee, gras, lang wuivend gras. We kunnen er niet boven over, we kunnen er niet onderdoor, maar we moeten er dwars doorheen…Zwieperdezwiep, zwieperdezwiep, zwieperdezwiep…’ We banen ons een weg door het verstikkende dichte groen, armen maaien, benen stappen hoog over, gezichten wenden zich af, lijven krommen zich en duwen voort tegen de zwaaiende halmen in. Als we er door zijn halen we opgelucht adem. Kloppen de kleren af. Blije gezichten en trots ook. Op naar het volgende obstakel. ‘Wij gaan op berenjacht, wij gaan..etcetera’

Het is ons lievelingsspel en we kunnen er geen genoeg van krijgen. Dankzij het boek van Michael Roosen en Heleen Oxenbury hebben heel wat kinderen met dit drama spannende avonturen beleefd en gezegevierd. telkens weer. Als overwinnaars komen ze  uit de strijd. Trots en glorierijk. Een zegetocht voor iedereen, omdat je zelf mag invullen hoe je zwiept, en hoe je plonst en hoe je graaft.

img_4131.jpg

Zo voel ik me, wat verloren in de lome stilte van de middag, de zon scherpt alles aan. Ik ga op berenjacht. Mijn beren zijn de onherbergzame stukken van de tuin. Er vliegt, tijdens het maaien allerhande aan insect om mijn hoofd en ik ben blij dat het nog niet de tijd van de bloeddorstige dazen is. Vooralsnog is het enige wat prikt de horde brandnetels en de scherpe doornen. Ik zegevier. Ik worstel en kom boven. Tweederde is nu ingetoomd en aangepakt. De butsen zijn talrijk, maar met rede en weliswaar te blauw. Morgen toch maar weer eens navragen hoe lang bloed nog dunner moet. Ik krijg sterk de indruk dat het zo voldoende is. Als ik het sleuteltje van de grasmaaier op de geheime stopplek laat vallen, hoor ik aanzwellend gezoem. In het houten vogelhuis erboven zitten geen koolmezen, maar een zwerm wilde bijen. Nijverheid met vlijt. Geleden is het leed van zo even. We schrijven geschiedenis met deze natuur. Soms is op z’n beloop laten zo gek nog niet.

Uncategorized

De moeite van het ondervinden waard

Het was een leerzame week. Op de eerste plaats ontdekte ik dat ik nog steeds bergen kan verzetten in de tuin, dat de ogen van een stier uiterlijk wezenlijk kunnen verschillen van die van een koe, dat de ringslang een ring om zijn nek heeft, al wist ik het in theorie wel, dat ik nog heel wat te leren heb wat betreft waarnemen en dat een tip van de sluier drie kleuren bister als experiment gaf, dat slapeloosheid een wezenlijk probleem kan vormen en dat een teek zich ongegeneerd te goed kan doen aan je bloed, zonder dat je dat direct in de gaten hebt.

Genoeg voor een week zou ik zeggen. Teek ontdekte ik vanmorgen voor ik onder de douche wilde springen. Een bult op een plek waar normaal geen bult hoort te zitten. Glad, glanzend, zwart. Intuïtief wist ik onmiddellijk ‘teek’ dus pincet en kalmpjes eruit getrokken. Geen draaiende bewegingen, geen tekentangen, geen tekenkaarten maar slechts een simpel puntig pincet naar de laatste ‘weethetbeterinformatie’ op het onvolprezen internet. Hoe ik met Varifocus en vergrootglas ook tuurde, ik kon geen poot voor de ander onderscheiden, laat staan een kop, maar kippigheid speel me meer parten dan ik laat doorschemeren. Wel heb ik met marker de locatie omringd. ‘Tot zover en niet verder’ gaf mijn eigen heksenbezwering daarmee door aan alle loslopende bacteriën van Lyme.

ringslangDe ringslang

De stier stond tussen Amelisweerd en Rhijnauwen van het zonnetje te genieten. Ik leerde Daan vooral het vormverschil tussen Koe en Stier. Jonge dieren nog, maar imposant genoeg. Stier liet zich aaien, iets wat ik daarvoor nooit in mijn hoofd zou hebben gehaald. Een nietsvrezende moeder doet het altijd goed bij zoonlief. Ik pochte er dapper op los. Kind met de kinderen is mijn gouden stelregel, ook al zijn ze allang geen kind meer. Kriebel de verwondering maar wakker. Dus hadden we het over boerenzwaluwen met hun gevorkte staartjes en later spotten we de ringslang in de Kromme Rijn. De ring om de nek,  hoe kwamen we aan die mazzel.

Wij hadden een heerlijke brunch in het pannenkoekenrestaurant genuttigd. De arme serveerster die de bestellingen deed, bleek zo ongelukkig als ze leek. Nieuw personeel, personeel te kort en te veel publiek op deze zonovergoten pinksterdag. Voor ons kon de dag niet meer stuk, maar dat kon ik van haar niet zeggen.

stierMooie stierenkop

Iets buiten het landgoed Amelisweerd stond ook een tekenaar aandachtig de grote grillige boom aan het begin van het bruggetje, ik meen een Plataan, te tekenen op een extreem lang wit papier, die op de schildersezel was geprikt. Door het mooie weer lagen er veel kano’s in de kromme Rijn of op de kant. Zo, met al dat lommerrijke groen erom heen, moest ik denken aan Cambridge en een vergelijkbaar tafereel aan de oevers van rivier de Cam met Kings college Chapel op de achtergrond. De beelden vervloeiden met die van nog oudere paneeltjes met verweerde houten roeiboten, waarin dames zaten onder een zijde parasol en heren in opgerolde hemdsmouwen aan de riemen. De picknickmand voorop de plecht.

foto van Berna van der Linden.Idylle

Ik zag de tekenaar turen en kijken, meten en inschatten en ik moest denken aan de aanwijzingen van Gerd Renshof, afgelopen vrijdag. Daar ben ik begonnen met teken en schilderlessen, maar zuiver en alleen om de techniek van de oude meesters nog verder te doorgronden.

tekenaarde tekenaar

Ik keek en tekende, keek en tekende, keek en tekende en pas naar wat aanwijzingen over verhoudingen en meetwijze openbaarde zich aan mij een van de vele geheimen. De rijke kijk noem ik het, zoals het vervat wordt in het atmosferisch perspectief. Sfeervol en bedrieglijk veel levendiger terwijl er maar een schaduw of een losse verbinding aan ten grondslag ligt. Het oog van de meester. Ze schilderen er voornamelijk met ijzig dunne penselen. Nog meer gelegenheid om de tijd los te laten en voldoening te vinden in de minuscule voortgang.  Maar bovenal het geduld kweken om het tot het einde toe vol te houden. Tijd ondergeschikt aan de handeling, alleszins de moeite van het ondervinden waard.

Uncategorized

De een z’n meug is de andere niet

Het is bijna een uur ’s nachts. Ik ben onrustig net als Pluis en horden fietsers buiten, die luid joelend op weg zijn naar hun zaterdagse uitje. Let’s Party. Poes ziet vermeende muizen in de klerenkast en ze ligt er als een ‘Pinkeltjes Snorrebaard’ voor, gereed om toe te slaan. Het zal niet meer dan een verdwaald motje zijn of een zilvervisje. Ik bedenk van alles om rustig te worden, maar scherven van de dag vliegen aan om overdacht en verwerkt te worden.

Vanmorgen belde ik iemand die niet aanwezig was en die later op de dag als uitleg gaf  niet gestoord te willen worden om De Harry en Meghan bruiloft op televisie te kunnen volgen. Ik viel uit mijn schoenen. Onmiddellijk begreep ik dat ik er mijn bruiloften-aversie op had los gelaten. Ik hou enkel en alleen van de bruiloften van mijn kinderen en dan alleen om het feit dat ze bevestigen waar ze in geloven en omdat de dochters zo oneindig knap waren in de overmaat aan tule, zoals straks de jongens ongetwijfeld in hun pak.

scannen0047trouwfoto, thuis genomen.

We schrijven Terschelling 1980. Ik trek haastig mijn Indiajurk over mijn bolle buik en André heeft een paars geblokte wiebertjes trui aan en zijn baard gekamd. Ziezo, klaar voor de ceremonie, die kort zal duren omdat de ambtenaar van de burgerlijke stand dat beloofd heeft. De jurk, veredelde prinsessenlijn, met de wijde plooien waarin ik het kind goed geborgen wist, stak in volle omvang ver vooruit. Vriendin erbij en wat geleende bodes van het stadhuis om de bezegeling te bevestigen. Ringen in de haast bij de plaatselijke drogist op de kop getikt, zilverkleurig en erg buigzaam, bleek achteraf, net als de huwelijkse staat. Voor de somma van zegge en schrijve zes gulden. Lopend naar het stadhuis en om de korte versie van de merites gebedeld. Al de Ambtenarentaal blijft achterwege. ‘Ja hoor’ is voldoende op de vraag of ik André tot mijn wettelijke echtgenoot bla bla bla wil nemen. Ik bestudeerde ondertussen de zaal en de man voor ons, die zijn officiële tenue thuis mocht laten en daar blij om was geweest. Hij had wel gepoetste schoenen aan.

Terschelling

Geen idee op dat moment, dat de gezichten van de bodes en de ambtenaar zouden vervagen tot de wazige vlekken van nu, geen oogopslag, geen handgebaar niets. Doffe vlekken om een tafel, zoals de herinnering aan de vakantie, die we er aan vast hadden geknoopt al even wazig was. Met André al heel veel jaren verstrooid als as op de Noordzee en Wilma nog veel langer dood en begraven, lijkt het bijna op een droom. Geen jubelzang maar een kop koffie ergens op een terras. Nuchtere vaststelling van een formaliteit. Getrouwd zonder dat de wereld stokte. Alles draaide door. Het was een maandag, het trouwen gratis en het eiland kwam wat traag op gang.

092

Het waren de jaren van maatschappelijke ongehoorzaamheid. Alles wat de gevestigde orde zou tarten had de voorkeur. We waren mijlen ver en onbereikbaar voor de familie in de echt verbonden worden zonder het klinkende feest, zoals ook de verkering en verloving aan ons voorbij waren gegaan, geen uitzet, geen babykamer. We hadden al genoeg aan ons zelf. Naast de inderhaast bijeen getrommelde getuigen waren de eindeloze zandkorrels, schelpen en scheermessen en het lied van de oneindige zee onze enige getuige. De zonsondergang was de enige feeërieke belichting op het feest.

Bruiloften toen niet en nu op televisie niet. Alleen de mooie dochters in adembenemende sprookjesachtige gewaden en straks de zonen in hun aangemeten kostuums met hun prinsessen aan hun zijde, omdat ik de moeder van de bruid of bruidegom was en zal zijn. C’est suffisant. Voor vandaag volstaat een berichtje in het journaal en een glimp van een ontroerde moeder. Degene die ik ’s morgens belde kwam pas weer om twee uur in beeld, terwijl ik de aarde bewogen had om al mijn voornemens voor die dag uitgevoerd te krijgen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Helemaal oké. Het zou anders maar een saaie bedoening worden. De een z’n meug is de andere niet.

Uncategorized

De vrouw in mij

Gisteren ben ik begonnen met mijzelf te ontleden. De vrouwen in mij te zoeken, die zich gevoed hebben aan het leven vanaf het allerprilste begin van mijn ontstaan. De dochter en het kind in mij, de zus, de vriendin, de puber. De focus lag op mijn eigen innerlijke beleving van deze vrouwen, het vermoeide groter worden, volwassenheid in al haar facetten, daar waar je als kind eigenlijk nog niet wil zijn en tegelijkertijd naar verlangt. Het dualisme dat kenmerkend is voor de strijd die het leverde. Onbevangen kind zijn was destijds geen vanzelfsprekendheid en nooit, denk ik. De worsteling met mijn zelfbeeld stopte niet, maar vervormde, werd zachter en met de kinderen vloeide de opstandigheid uiteindelijk voor een deel weg, maar nooit helemaal.

008

De geliefde wilde niet anders dan gedragen worden en bleef bereid zich over te geven aan alles wat daar voor stond, de roze bril bracht hartstocht en passie en hunkerde naar geborgenheid en liefde. Dat er een keerzijde aan de medaille zat, werd met schade en schande duidelijk. Liefde laat zich niet dwingen en ook niet in een keurslijf stoppen. Liefde vloeit en vraagt, zoekt en zucht, vecht en vloekt. Het gras bij de buren leek altijd groener. Hoe hou je het gevoel in stand als je de ware liefde in hoedanigheid niet herkend. Stuntelige geliefde, onzekere echtgenoot en altijd op zoek naar het ongrijpbare. Liefde voor jezelf, voor wie je was, voor wie je bent, voor wie je straks zal zijn.

006

De moeder in mij was er een van oer. Het gevoel was er, de ruimte moest bevochten worden, maar duwde alle vrouwen in mij opzij. De moeder was de zorgzame, de onvoorwaardelijke, de trotse. Het bracht vreugde en houvast, een rode draad die het leven verbond met het kind en de oude vrouw. Koesterend, beschermend, kinderen vlogen uit en vonden hun eigen bestaan. Stil aan, toen het leven haar wending nam en de moeder een basis, een veilige haven, een ijkpunt werd, kwam de denker weer naar voren en schoof de moeder op haar plek in de keten.

IMG_8937

De zorgzame zat er al in toen ik voor het onderwijs, de verpleging en later weer het onderwijs koos. Ik schoot heen en weer tussen empathie en sentiment en snapte nog niet veel van leven en de dood, maar lijden trof me recht in het hart en , net als ikzelf, de underdog, de kleine man en vrouw, de onbeholpene, de ‘klauwende idioot in bad’ van Vasalis, die het niet alleen kon, afhankelijk was en bescherming nodig had. Dat. Een deel van wat ik zelf was geweest en nog, herkenbaar. Ruimte geven in al haar facetten om  te kunnen groeien tot op grote hoogte binnen de mogelijkheden. Te pas en te onpas.

Weer werd ik zus, maar meer dan ooit betrokken bij de anderen, in balans met de noden en de liefde en de hunkering naar dat deel van de moeder in ons meer nog dan de vader. Het voelt als één, zo verschillend en zo vanuit dezelfde basis, zo aanvullend en zo heel.

094

Het leven balde zich samen in schrijfsels, gedichten, dans, drama en schilderen, kreeg vorm, werd bewuster. De schepper, de denker, de vernieuwer, de wegbereider, de visionair werden stilaan verwezenlijkt in het kleine leven. De woorden, de penseelvoering, het verstillen, het genieten, het zijn en het vinden van nieuwe wegen, uitlaatklep voor ervaring en herinnering, voor ontlading, voor balans, voor het nu. Het kind in mij naast de oude, de onbevangene naast de wijze, de empathische naast de sentimentele, de dromer naast de realist. Bovenal de vrouw in mij.

Uncategorized

Voor straks en later

Gisteren trok er een blog voorbij, die mijn aandacht gevangen hield. Na het lezen ervan, trokken er allerlei onsamenhangende beelden voorbij. Ho, wacht even. Daar moest ik goed voor gaan zitten. Wat mooi als een gedachte de geest in beroering brengt en elke vezel aan het werk zet. In het blog van Drs. Pee beschreef Martha welke vrouwen er in haar scholen. Ze voelde zich op een positieve manier iemand met een meervoudige persoonlijkheid.

Het zijn geen rollen, anders zou je voortdurend een gespeeld leven leiden. Het zijn waarachtige stukjes zelf. De vrouwen die onderdeel uit maken van de persoonlijkheid zijn zo verschillend, omdat ze zich naadloos en feilloos aanpassen aan de verwachting.  Vanuit mijn perspectief zijn ze weer anders dan vanuit het perspectief van de ander. In de eerste plaats is er mijn kant van het verhaal.

In het prilste begin was ik dochter maar bovenal kind, een goedlachs wat dikkig kind, die graag praatjes aanknoopte en vriendschappen met de buren sloot, maar al snel veel te dik werd door de vele lekkernijen, die er vertederd opgelepeld werden. Ik koesterde de verwennerijen en liet het me allemaal welgevallen. Zolang er maar met stroop werd gesmeerd, vond ik alles best.

in de tuin

Zus was ik ook, het jongste om precies te zijn, want er stonden al zes broers voor mij op de rit. Na twee jaar werd ik weer de oudste, want er volgen nog drie zussen en een broer in rap tempo. Zo’n veranderende status heeft meer impact dan je je kan voorstellen. Ineens was je koningin af en stortte je omlaag voor het lieftallige kleinere zusje, dat ook nog eens ragfijn en kwetsbaar lief bleek te zijn. Ergens rezen de wilde haren ten berge en ik werd rebels, wilde alles uit proberen. Er viel niets te verliezen. Mijn troon was al lang vergeven. Onmachtig schopte ik de heilige huisjes omver.

Een paar jaar later volgde vriendin en buurmeisje. Die twee gingen samen. Ook hier was buur de prinses en ik de Assepoes. Alles wat nieuw was en echt, Barbies bijvoorbeeld die een groot deel van ons leven vormden, waren van haar. Mij viel de neppe bazarversie ten deel, maar mijn fantasie was oneindig veel grotere en gedurfder. Ik zwelgde bij de eerste televisiebeelden en ging een wereld binnen, die ik niet meer los zou laten. Daar kon geen nep tegen aan. Ik maakte mijn eigen realiteit. Kom daar eens om met de Mattel Barbies in huis-tuin-en keukenland. Ze vielen in het niet bij de verhalen die tot leven kwamen en die ik handen en voeten gaf in mijn tekeningetjes. Krabbels en kronkels…Een oeuvre van het vergeten kind.

Er was een tijd, dat ik alleen was met mezelf. Geliefde speelde of leerling, dochter of vriendin, zonder daadwerkelijk met de mij toebedachte rol te vereenzelvigen. Ik zweefde erboven. Ik wilde leider zijn, maar kon dat alleen in een hiërarchie, die streng genoeg was om de lakens uit te delen, zoals bij de kabouters. Het verantwoordelijkheidsgevoel ging met sprongen vooruit. Mijn groep, mijn rol, waarbij mijn kwaliteiten door de Rea werden gezien en op juiste waarde geschat. Ze liet me groeien. Dat was de ontluikende.

Daarnaast was mijn wereld een vacuüm, een gevecht tegen de do’s en don’ts, tegen de underdog in mij, die gromde en wegliep met de staart tussen de benen, tegen de kip zonder kop, die klakkeloos mee kon lopen en daarna een geweldig schuldgevoel had. Een strijd om het leven met de theatrale dramaqueen, de opstandige puber. Wat ben ik lang een puber geweest. Te lang in mijn optiek. Het was de strijder in mij, die bleef ageren.

De vrouwen passen niet in de hoeveelheid woorden. Ze barsten eruit. Deel twee volgt met de moeder, de zorgzame, met de oma, de oude vrouw. Er is zoveel mij in mij. Wanneer ben je het of wanneer zijn het eigenschappen. Daar tegenover staat hoe anderen het ervaren hebben. Wat voor dochter was ik voor mijn ouders, wat betekende ik als zus, welke betekenis had ik als moeder. Mooie vraagstelling om te laten sudderen en te laten bezinken voor straks en later.

 

 

Uncategorized

Niet meer, niet minder

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. De prijs is lucht te kort, overslaand hart en voldoening. Als ik mijn armen optil, staan mijn biceps in brand. Mijn kipfilets zijn kalkoendijen geworden, ik heb gisteren bergen verzet. Goliath die een reus verslaat, zo voelde het in de vogelvrij verklaarde tuin van de buurman. Alles wat te woekeren viel, deed dat met hoogmoed. Vooral dat laatste. Brandnetel stond in het gelid in de aanslag voor de verdediging. Het terras was schier onvindbaar onder de haastig opgestapelde takken van al even haastig omgezaagde bomen, het hout lag opgestapeld onder de tafel van het ooit zo genoeglijke zitje, verscholen tussen bomengroen en met een lantaarntje te zoeken.

025

Kreupelhout herbergde een kleine flierefluiter, die te snel is voor mijn wakend oog, maar eindelijk vind ik het nest, achter de scheefgezakte ramen van het verguisde huis. De planken vloer ligt vol stof maar meer nog met herinneringen van jaren. Muis heeft zich een ruime doorgang aangemeten in de hoek bij het raam, een villa waardig. Kennelijk  al weer een tijdje onbewoond, want de keuteltjes zijn er niet. Grote lome spinnen, ruw opgeschud, schieten verdwaasd weg, door een sprintje te trekken naar veilige reten en kieren in het hier en daar vermolmde hout. Een grote kever speelt onzichtbaar en schuifelt voort. Het oude huis, waar de tijd stil is blijven staan, een overhaast vertrek, wat vuile mokken op het aanrecht, de schone pannen op de grond een doorgeroeste pijp. Sorteren maar, gasflessen bij het aanrecht, een ouderwetse roestige benzinekan moet met geweld van zijn verknochte vloerstand bevrijd worden. Ik begin in de uiterste hoek en werk me een weg naar buiten. Hopen stof en rommel, aangevreten lappen, pluizige nestresten, bergen notenschillen veeg ik mee met mijn magische stoffertje.

019.jpg

Verstand op nul, eerst de doorgang forceren door de brandnetels heen, dan terras vrijwaren en het zitje. Ik duw een kleine pad het pad af, snoei rigoureus de laaghangende takken, zelfs die van de geliefde rode acer voor een vrije doorgang. De verstilde natuur prikt en slaat terug. Ze zwiept me met haar takken, houdt de te kleine grasmaaier om de haverklap tegen, als ze haar lange grassen vast laat draaien in een verwoede poging om het mes te stoppen. Verwoed ploeter ik door.  Ik analyseer de plek waar ongeveer de overwoekerde vijver moet zijn en zet mijn grashapper langszij in, om het verwilderde pad te vereffenen, dwars door een verstikkend stuk groen van wat eens tuin was. Zwoegend, zwijgend, zwetend klief ik door de dichte muur van gelaten stilte.

022

Onder de verweesde staat komt een prachtig groot terras te voorschijn. In de verweerde kamer blijkt wel degelijk de oude sfeer terug te vinden, aan het verguisde zitje in het struweel is er weer plek voor ruim zes mensen. Er banen zich nu wegen naar toe, alle wegen leiden naar Rome, zolang Rome gelijkstaat aan hemelse vredige plekken. Ze zijn er weer. Het is een lokkertje voor buur. En nu maar hopen, dat de moed niet langer in zijn schoenen zakt, maar dat hij inziet, dat door een middagje het ‘op je heupen’ te krijgen afdoende is om weer een weg te vinden.

021

Een weg naar die zwoele zomerse avonden van weleer, op het terras met een glaasje witte wijn met de bloemen van de Borage erin of de Oostindische kers, met passages uit boeken, gedragen door onze heldere stemmen, met kouten over van alles wat langszij komt, met een beetje wieden en een beetje rooien. Het kleine leven, aangenaam en te omvatten. Niet meer, niet minder.