Uncategorized

Oneindig veel inspiratie rijker

Hoe fijn is het als je elkaar al een periode niet gezien hebt om dan een lange autorit te moeten maken voordat je op de plaats van bestemming bent. Geen afleidingsmanoeuvres maar kwaliteitstijd voor elkaar. Hetzelfde effect bereik je met een gemeenschappelijke wandeling door bos en beemd, maar in een zoevende auto is het ook zoet toeven.

We wisselden lief en leed uit en een nostalgisch verlangen ontwaakte door het verslag van vriendin over haar beeldende lessen op de basisscholen. De interactie met de kinderen, de vorm, het weerbarstige materiaal en de manier waarop er oplossingsgericht gezocht werd, naar hanteerbare vormen kenmerkte de werkwijze, die identiek aan de mijne was. Inspiratie uit tentoonstellingen, maar ook uit het leven van alledag. Elke ontmoeting of gebeurtenis werden in haar hoofd, net als in het mijne, omgezet in mogelijkheden voor lessen en experimenten. Lang geleden hadden we een aantal jaren samengewerkt in een vloeiende beweging. Nooit was de inspiratie en associatie zo’n bron van scheppend vermogen geweest als met haar. De combinatie was goud. Nog hebben we hetzelfde gevoel als we elkaar ontmoeten en als vanouds pakken we diezelfde draad weer op. ‘Twee zielen, één gedachte’ zeiden ze vroeger. Dat is het, niet meer en niet minder.

025

Denken in kinderen is een beleving op zich. Niet alleen begin je bij de basis maar borduur je stapsgewijs voort op heikele punten, problemen die opdoemen en die je tegenkomt, omdat je zelf het materiaal onder handen hebt genomen en daarmee de beheersing ervan onder de knie hebt gekregen. Bij de lunch kwamen de foto’s van de creatieve bergen die ze verzette en die vooral ontstonden door een gekregen zak met lapjes. Wilgentakken en lapjes zijn goud als je vlak ervoor naar een tentoonstelling van Manish Nai bent geweest en de prachtige verwerking van hout en lappen hebt mogen aanschouwen. Met die ideeën in je achterhoofd gaat er een scala aan mogelijkheden open.

We bespraken het weven en in een oogwenk veranderde het hele interieur van het kleine restaurant in een walhalla van weefobjecten. De kooi van de schelle parkiet, de houten lamellen aan de wand, de spijlen van de trap, een stoel en kon ik haar het verhaal van de Fiets vertellen waar de kinderen op school met liefde en veel geduld aan gewerkt hadden. Het was een groot kunstwerk geworden. De dag ervoor had zij net aan haar buurman om oude fietswielen gevraagd. Precies dát overkomt ons altijd. Gelijkluidende gedachten!

087.jpg

Gouda is gevels kijken en genieten en het museum in het oude Catharina Gasthuis spande de kroon. We lieten de biscuits van Kolenbrander voor wat het was en doken de collectie in van Reurt Jan Veendorp, de Haagse school en school van de Barbizon. De gebroeders Maris, Isaac Israëls, Breitner, Toorop, Suze Robertson, Verster, Toorop, Mankes, Gauguin, en Redon hingen gebroederlijk naast elkaar. Mooi uitgelicht en indrukwekkend met genoeg ruimte om iedere penseelstreek van zeer dichtbij te kunnen bewonderen.

075Isaac Israëls: Guusje van Dongen

De dames boven door Hedy d’ Ancona gekozen, vielen een beetje in het niet. Het toetje was het portret van Guusje van Dongen van Isaac Israëls. Alleen daarom al was het een bezoek aan het museum waard. De schatkamer was luilekkerland en leverde vooral een stijve nek op, maar beter zo, dan in depot, bedacht ik me. Een film over de bevlogenheid voor het licht van Marc Mulders was echt het allerlaatste waar nog ruimte voor was. Meer kon er niet in.

Voldaan slenterden we terug. Een kleine boetiek had jurken voor de etalage hangen, die ons op de heenweg al geroepen hadden. Met een lege portemonnee en een goed gevoel babbelden we ons door de terugweg heen, jurk, sjaal, mof en oneindig veel inspiratie rijker.

Uncategorized

In de glazen fonkelde de wijn

In onze oude jassen huisde nog kwieke geesten. Het jolige stel van weleer, die ooit de Utrechtse regio belaagden met een aanhef van Piu non si Trovano of eindeloze lachsalvo’s  waren wijzer en fysiek bedaarder, maar nog even jolig en uitgelaten. Een dagje uit, we zouden naar het vierde rad aan de wagen gaan in Alkmaar.

De kleine blauwe prins stond klaar toen de eerste zich meldde met een taxi. Het stukje van  de deur naar de koets werd per rollator afgelegd. Het toilet, vier trappen hoog, in overmoed weggewuifd. Rollator in de schuur, haar gebruiker voorin, prinsheerlijk, dat dan weer wel. Dat kon de kleine Blauwe als geen ander. De tweede stond al voor de deur en moest dubbelgevouwen achterin kruipen. Ook dat ging niet helemaal soepel, maar eenmaal binnen had ze het hele rijk, de achterbank, voor zich alleen. Een frisse rollator voor straks was al besteld. Dat zou goed komen.

019

Ooit dartelden we als jonge deernen door de compartimenten van de trein eind jaren zestig. Het gebrek aan gespreksstof was ook nu in alle talen afwezig. We hadden een jaar te overbruggen en er was meer dan genoeg om uit te wisselen. Een van hen kende ik al van de eerste klas van de lagere school. Zo lang waren we al met elkaar opgetrokken. De periode op MULO en HBS was er even tussenuit geknipt, maar de andere jaren hadden we gedeeld tot aan 1973 toe. Daarna verlieten twee van ons Nederland. Eerst om in Duitsland te werken en daarna om naar Israel te gaan.

Keuzes bepaalden de weg en ineens was er weer behoefte om elkaar te zien, de club van vier. Om beurten bij elkaar om lief en leed uit te wisselen, maar vooral om in elkaars gezichten, achter de verrimpelde oogopslag de stoere jonge meiden te herkennen. Ze waren nog nooit weg geweest. Rebels en eigengereid hadden we de strijd aangebonden met de gevestigde orde op die oude kleuterkweek. De enige Non in zwart en lang habijt met haar sleetse gewoonten en instelling over wat nette meisjes moesten doen en vooral laten, werd proefondervindelijk op de hak genomen. Kleine witte briefjes met krachtige karaktertekeningen, een streep met neus, was al voldoende om de hele groep in een heimelijke appelflauwte te krijgen. Nee, het was niet kies, maar begrijpelijk, als iemand daar zo stellig beweerde dat tweelingen tegelijk geboren werden en wij geen meisjes waren, maar- ze stampvoette erbij-nadrukkelijk en ontzet  ‘Meiden…meiden’ .

Aan de andere kant colporteerde ik braaf voor haar Jonge Kerk en mijn moeder hielp een handje. Een kwestie van niet klagen, maar dragen. Dat leek me voor de zuster de beste modus. Ze zal het niet met me eens geweest zijn. Gelukkig kon ze na een paar jaar op retraite. We hadden ook mannen op school. Dat was al een welkome afwisseling tussen al dat vrouwvolk. De Saint gaf Nederlands en Spaan muziek. Bij de laatste kwamen onze Italiaanse recitals vandaan, die in de hal van het gebouw nog voller en krachtiger klonken dan in de treincoupé.

Het kinderboek dat drie van ons geschreven hadden voor de hoofdakte had de vierde, die ergens anders de hoofdakte had gedaan, na vijftig jaar, geschreven. Het was de aanleiding voor ons bezoek. Ster was er gekomen, na jaren en jaren verlangen om ooit nog eens de verhalen de vrije loop te laten. We bewonderden het boek en de prachtige illustraties in kleurpotlood en wisten zeker dat de Saint haar, net als aan ons, minstens een 9 zou hebben gegeven. Piu non si Trovano, in de muziek een versterking, hier een vervolmaking van het viertal. We hadden we de tijd ingehaald. Daar moest op geklonken worden.

010.jpg

In de glazen fonkelde de wijn.

 

Uncategorized

Nostalgisch gemijmer

Een kikker kwaakt zijn ongenoegen bij elkaar, enkele vogeltjes beginnen verwoed te zingen en stoppen niet eerder tot de telefoon uit de diepten is opgeduikeld. Ik zit niet in de vrije natuur met de wind om mijn oren, maar ben in het ziekenhuis.

De wachtkamer van de hartpoli is vol. Bijna iedereen sleept een partner mee. Veel mensen zetten hun telefoon niet eens meer op stil. De man naast het koffiezetapparaat is druk aan het bellen. Zodra hij de telefoon op wil bergen, komt de kikker luid kwakend  om de hoek kijken en begint hij weer. Het geroezemoes fluctueert, van zacht naar hard. De meneer tegenover me laat zijn stok vallen. Hij buigt voorover en kan er net met drie vingertoppen bij om het naar zich toe te hengelen. Aan de andere kant van de dubbele banken vrolijkt een man zijn vrouw op door zijn bril ondersteboven op te zetten. Ze maant hem tot normaal gedrag. Zijn dikke buik in kuikengeel schudt van het lachen, maar zij vertrekt geen spier.

IMG_1144

Er is veel te zien en beleven. De artsen en de verpleegkundigen roepen beurtelings mensen op. Drie keer grijpt de röntgenlaborante mis, de opgeroepen personen zijn er niet. Bij de derde oproep kijkt ze al of er een wens is, die nooit in vervulling zal gaan. Ze heeft duidelijk haar dag niet. De verpleegkundige van de echo is, als ik mee wordt getroond naar het kleine kamertje, een en al bereidwilligheid. Uitgebreid vertelt ze over de ligging van het hart, zoals het zich ondersteboven laat zien, kamers, boezems, kleppen. Het gestage ritme van woesh, woesh, woesh, ondersteunt de kleppen met een gelijkmatig getrommel. Het  blijft altijd fascinerend om dat eigen hart daar te zien pompen. Dan doet ze iets nieuws. Ze drukt de Doppler ook onder het strottenhoofd tegen de keel aan. Het is een wat benauwd gevoel. Met een half uur heeft ze alles in de computer geklopt en klaagt over de onwilligheid van het oude toetsenbord.

Ze deelt me, in het kleine gesprekje dat we daarna hebben en passant mede, dat ze voornamelijk een ochtendmens is en een avondmens zou willen worden. Ik had vertelt dat ik van avondmens vroeger, in de jaren die volgden, getransformeerd was tot ochtendmens. We besluiten om de ECG er direct achter aan te doen. Daarna zal ik drie uur later terugkomen voor de cardioloog zelf. Ik nam plaats in het midden. Dat was strategisch, omdat ik anders misschien de oproep missen zou. Dwars door alle geluiden heen is het soms lastig te verstaan.

Een oudere vrouw met een modieuze shabby spijkerbroek en dito jas, kwam rommelen in de houten bakken met tijdschriften. Ze keek, keurde af, keek weer en vertrok met een blad. Kennelijk had ze beweging nodig want even later drentelde ze naar de koffieautomaat toe en nam er een thee uit, waarna het onhandige dompelen met het theezakje plaatsvond, zo herkenbaar met maar twee handen en geen tafel. Een reden om gewoon af en toe kant en klare koffie te nemen.

Een mevrouw in een rolstoel werd voortgeduwd door een broeder en in de gang gestald, tegen de muur aan, zodat de doorgang niet al te veel belemmerd zou worden. Ze moest wijken voor een oudere vrouw, want diens rolstoel kon niet om de hare heen, zodat de man die haar begeleidde, de stoel naar voren duwde en laveerde naar de plek van de oudere vrouw. Verdwaasd keek ze even op wie die stoelendans had verzonnen om daarna, toen het niet lukte achter zich te kijken, berustend de schouders weer neer te laten. De man van de kikker was weg, maar nu ringelde een klassieke deun. Aan de kant van de cardiologen zat een stel, dat onophoudelijk staarden naar hun kleine oplichtende schermpjes. Er laaide een hard geluid op, haastig drukte de vrouw het weg. De man hief zijn hoofd op en keek met het hoofd in de nek en dichtgeknepen ogen door de onderkant van de bril naar het soelaas.

43626612_10213534063006076_7713208866397224960_oLynn Chadwick, wachten

Het duurde te lang voor de oproep kwam en de echoverpleegkundige kwam zich verontschuldigen. Ze had mij niet aangemeld bij de ECG ploeg. Dat had lang kunnen duren. ‘Eerder aan de bel trekken hoor’, maande ze, maar ik had me  nog geen ogenblik verveeld. In minder dan tien minuten stond ik even later weer buiten. De vrouw die me hielp was als het apparaat dat ze bediende. Accuraat, snel en kortaf. Je gaat op elkaar lijken als je lang met elkaar omgaat, bedacht ik me. In een record tempo gaf ik de poes bij dochterlief eten en drinken, dook ik nog even doelloos de kringloop in, tankte de kleine blauwe af voor de volgende dag en reed terug voor een relatief korte wachttijd. De cardiologe was een vrouw en toeschietelijker dan de man bij de vorige keer. Een coassistent mocht de bloeddruk meten en we bogen ons even over het mysterie van de verdwenen amlodipine. Binnen de tien minuten stond ik weer buiten. Dagje wachtkamer, een filmisch geheel. Bij het daaropvolgende bloedprikken vroeg de baliemedewerkster wat er zo lekker rook. Patchouly. Feest der herkenning. Ons kent ons. Beiden schoten we in een nostalgisch gemijmer.

 

Uncategorized

De Tijd is in balans

Een interview afnemen is een ding. Als je dat dan ook nog bij een lieve vriendin mag doen, heeft het dubbele waarde. Er gebeurde tijdens het interview iets met mij. In al die jaren dat we samen hebben gewerkt en hoge toppen en diepe dalen hebben meegemaakt, waren er momenten dat we minstens zo verweven waren als gisteravond, maar veel minder bewust.

Als vragensteller heb je maar een grote taak. Luisteren. Niet half, niet met een hoofd vol andere bezigheden, niet denkend aan morgen of half, terwijl je de capriolen van de poes volgt, maar waarachtig luisteren. Met open geest en open hart. Daardoor werden de ideeën , de ontwikkelingen en gedachten op de juiste leest geschoeid, los van de omstandigheden. Er waren geen heftige emoties in het spel, geen afleidingsmanoeuvres. Er was alleen het verhaal. Ik kon er slechts één gedachte uit filteren. Er was iets wat we meer dan ooit gemeen hadden. Dat was de bezieling, de intensiteit waarmee ze haar beroep uitoefende met haar hele ziel en zaligheid. De liefde voor het leven. Dezelfde twijfels, dezelfde overtuiging, dezelfde humor en het zelfinzicht. Weten waar je kwaliteiten liggen en die ten volle erkennen, kennis hebben van je eigen valkuilen en snappen, wat daar nog aan te doen valt.

009

Niet alleen kon ik aan het eind van de avond haar silhouet uittekenen, maar ook het mijne. Er viel een en ander op zijn plek. Het was al een tijd geleden dat we zo vertrouwelijk, warme kop thee in de heerlijke huiselijke sfeer, bij elkaar hadden gezeten en het luisteren was door de drukte en de perikelen ook een stuk minder geweest. Eens te meer werd duidelijk, dat vertrouwen in elkaar en onbevangen luisteren belangrijke basisvoorwaarden zijn.  Ik scherp er vaak te snel een mening in, dat maakt het dan toch lastiger, want daarmee draai je kranen dicht, die anders hadden blijven stromen. Dat wéét ik en wil ik niet, maar zeggen en doen is twee. De puntjes werden weer even op de i gezet. Wat is het van waarde om een belangrijke psychologische wending in je schoot geworpen te krijgen.

006

Straks ga ik een en ander uitwerken.Heb er zin in. De laatste tijd, nu er geen druk meer is van bovenaf en ik alle dagen in een rustig tempo kan beginnen is er veel meer ruimte voor deze ontmoetingen. Dat kan ook spontaan ontstaan. Een kop thee drinken bij iemand heeft voor mij een hele andere betekenis gekregen. Het heeft alles met mijn eigen persoonlijke rust te maken, rust in de zin van balans en het feit dat tijd geen rol meer speelt. Er is alle tijd van de wereld ook al vult het zich snel. Gisteren reed ik op mijn Purple Haze, de paarse fiets, rond in het stadje aan de andere kant van de IJssel, toen ik op het smalle fietspad een vertrouwd gezicht tegen kwam. Een theeafspraak om wat te filosoferen over het leven was gauw gemaakt, . Dat is precies het verschil. Om te luisteren naar elkaar…In vertrouwen en met een open geest.

Ik fietste door naar huis in mijn eigen tempo. De plas lag er vredig bij. Ze straalde de rust uit die ik diep van  binnen voelde. De Tijd is in balans.

 

Uncategorized

Nu de Echo nog

Het boek is uit. Het laatste stuk was op het randje. Even dacht ik, dat ze me wilden bekeren Het viel gelukkig mee, het mocht blijven hangen op de kracht, die je uit jezelf kan halen door positief te denken. In oplossingen en niet in ziekte en verderf.

In de brieven van mijn moeder uit 1974 gaf ze aan dat een schoonzus ziek was. Ze had ’s morgens 38,5. Mijn moeder schreef dat ze mijn broer met klem had willen adviseren, de thermometer het raam uit te gooien. Ze had met elf kinderen nooit een thermometer gebruikt. Als de dokter vroeg of een van ons koorts had, zei ze: ‘Het voorhoofd gloeit’. Dat was voldoende. Dan kwam hij kijken. Mijn moeder was van mening dat zachte heelmeesters stinkende wonden maakte en dat je altijd ziek bent als er een thermometer in de buurt is.

Er ligt hier een thermometer, maar die wordt zelden gebruikt. Toen het hart het nodig vond om aan de bel te trekken, aan het begin van dit jaar, heb ik ‘m aangeschaft. Ik had daarvoor zelden koorts. Koorts als in ‘sist het daarboven en in de nek of niet’. De appel valt niet ver van de boom. Morgen mag ik voor controle. Ik moet een lijstje maken met vragen. Als ik daar zit dan vergeet ik de helft. Nu bedenk ik me ook, dat ik had moeten opschrijven waar ik tegen aan gelopen ben in de loop van dit jaar. Zelfs dat schiet weg na verloop van tijd. Angst en onzekerheid zijn lastig over te brengen. Met gevoelens kan een arts niets. Hij stelt wat gerust door sussend te brommen en klaar.

In gradatie is het natuurlijk ook maar een klein steekje wat ik heb laten vallen. In de orde van belangrijkheid en de ellende die een arts onder ogen komt, ben ik een splinter van de balk. Toch zal hetzelfde als boven gelden. Als je je klein denkt, word je kleiner, onbelangrijker, weggewuifd.

002

Uit de brieven bleek dat mijn vader eigenlijk wel vaak een dokter nodig had. Bij het minste of geringste voelde hij zich niet goed. Had last van koude handen en voeten, voelde zich vreemd en liep bij een internist, dr Oei genaamd. Die komt veelvuldig terug in het relaas. In al die jaren schoot hij er niets mee op.

Het leven gaat door. Met en zonder kwalen. De een lijdt heftiger dan de ander. Buiten de oorzaak heeft het ook met grenzen te maken. Hoeveel pijn kan een mens aan. De chronische pijnen zijn het ergst. Je went er nooit aan en iedere dag kan anders zijn, om over de nachten nog maar te zwijgen. Dat is het lastige van het hele traject. Het ene moment kan je de wereld aan, het volgende zou je het liefst uit willen gummen. Longen of welk orgaan ook, houden geen rekening met gevoel, ze laten hun lotsbestemming afhangen van het weer, van de luchtkwaliteit, van de conditie. Sinds ik  weer fysiotherapie heb twee keer per week, gaat het aanmerkelijk beter. Je voelt de kracht terugkomen. Maar de trap is nog steeds een Mount Everest.

Zo hobbelen we door. Met geloof in eigen kracht, net als het meisje en de jongen uit De Geheime tuin. Het Pippi-motief: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan. Wat men ook beweert, daar begint het mee. In variatie op een thema: ‘Ik wil het, dus ik  kan het en ook al lukt het niet vandaag, dan toch zeker morgen’. De overtuiging is al zalvend genoeg voor alle zwerende wonden. Nu de Echo nog.

 

Uncategorized

Even niet thuis

Een gat in de dag geslapen, het is al half tien. Het heeft een reden. Vannacht toen ik wakker werd, dacht ik: ‘Twee bladzijden lezen en dan val ik weer in slaap’. Dus ging ik verder, waar ik de vorige ochtend gebleven was en dook De Geheime Tuin in van Francess H. Burnett. Een boek dat ik niet kende en thuis ook nooit had gezien, al was het een klassieker.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Een paar bladzijden red je niet. Als je eenmaal eraan begint, dan word je het verhaal na het eerste hoofdstuk ingezogen. Een goede klassieker kenmerkt zich door het feit dat het nooit afgestoft hoeft te worden, dat ouderwetse taal geen struikelblok is en niets afdoet aan het verhaal, dat verhaallijnen net zo spannend blijven als op de dag dat het geschreven is en dat het thema, de kracht van de boodschap, niet verbleken zal.

Het draait om dat kleine meisje, waar iedereen een mening over heeft die er niet om liegt. Lelijk, boosaardig, verwend, maar die navenant aan haar lot wordt overgelaten en genegeerd, verstoten en eenzaam opgroeit te midden van de Indiase bedienden. Ze heeft nooit iemand om mee te spelen en zit opgesloten in haar kleine wereld. Dat kleine meisje kan niet anders zijn dan hoe ze is. Niet zij heeft de steken laten vallen, maar iedere volwassene om haar heen. Ze wordt zelfs volslagen vergeten in het ouderlijk huis in India, waar zich een ramp voltrokken had.

Dan denk je dat ze beter af zal zijn als ze naar Engeland verhuist naar het grote huis van haar oom. Maar ach, ook daar heeft men bitter weinig aandacht, met uitzondering van een klein vonkje, dat leven inblaast. Het is een van de werkmeisjes. Er is ook sprake van een klassieke waarschuwing. Ze mag niet naar de tuin, die op slot is gegaan tien jaar geleden. Daar komt Mijn grote voorbeeld Blauwbaard om de hoek kijken. Iedereen die het leest, weet dat die uitdaging te groot is voor kleine meisjes, die op ontdekkingstocht gaan en als er dan ook nog een kleine verleider aan te pas komt is het feest compleet. Nee, ik ga niet precies uit de doeken doen hoe het verhaal verloopt.

Zoals de tuin beschreven wordt, zorgt het voor een gevoel er rond te lopen, geuren op te snuiven die uit het knisperende papier opstijgen. De rozen letterlijk te zien wellen, stinzenplanten omhoog te zien schieten. Ik loop op een wolk van Lelietjes der dalen en wiegende narcissen en het het verlangen naar een eigen geheime tuin wordt groter en groter, een lustoord aan bloemenpracht.

Het roodborstje dat haar aandacht vangt en haar de weg wijst, zit ook  in mijn tuin. Zou het echt zo aandachtig en trouw zijn als de oude tuinman van het huis belooft. De andere karakters zijn uitgesproken en romantisch in het afwijzende, norse dat bij een aantal wordt omgezet in een steeds toeschietelijker worden. Binnen haar ontdekkingstocht door het enorme huis, doet ze nog een ongelooflijke ontdekking. Daarmee raakt het verhaal aan Lampje van Annet Schaap en heeft het dezelfde zeggingskracht. Straks ga ik het uitlezen. Er zijn nog honderd bladzijden te gaan. Spijtig zal het boek dichtgeslagen worden als het uit is. Toen vannacht de ogen dichtvielen, droomde ik een eigen hoofdstuk erbij, waarbij de stoppen doorsloegen van het huis en ze in het donker een nog hachelijkere ontdekkingstocht maakte bij het schijnsel van de kleine blaker in haar hand.

003

De stapel naast het bed is gegroeid, naast De Geheime Tuin ligt er nog heel wat leesvoer. Ik kom de winter wel door, maar eerst reis ik weer af naar het enorme landgoed met haar tuinen en fonteinen, de overwoekerde kronkelpaadjes en de bloemenzee uit de jaren dertig in dat Engeland van weleer om samen op te lopen met die kleine Mary Lennox. Voorlopig ben ik even niet thuis.

 

 

Uncategorized

Er is nog een weg te gaan

Losse eindjes. Draden die zijn blijven liggen op de lange weg naar, tja waarnaar eigenlijk. De voltooiing van het leven klinkt mooier dan de dood. Of is het een begin van de onsterfelijkheid. Het sterfelijke te boven. Geen los eindje meer maar een nieuw begin.

Er zijn veel van die eindjes geweest, die ik heb laten liggen en waarvan ik later dacht,  had ik daar iets van kunnen maken. Iedereen kent het denk ik, of alleen de chaoten onder ons. Oorzaken zijn er voldoende. Schrijven en tekenen waren niet specifiek kwaliteiten in de tijd dat ik ze beoefende, dus koos ik met behulp van mijn ouders voor een brede veelzijdige ontwikkeling op de kleuterkweek. Voldoende om de creativiteit aan te spreken, maar onvoldoende om daadwerkelijk te leren iets te doen met die aanleg.

De opleiding zelf had iedere vorm van vrije beoefening eruit geslagen. Het fröbelen op de kleuterscholen uit die dagen ontsteeg nooit de brave lesjes, we gaven ze statisch door. Het was niet dat wat ik verstond onder creativiteit.  Nooit heb ik in die dagen de verwondering van kinderen gevoeld, ik had de mijne niet eens ontdekt.

193.JPGlosse eindjes

Dus bleef mijn beeldend vermogen liggen in een plas van regels en daarna in het verzet tegen dat harnas. Dagboeken schreef ik vol, vroeger en gedichten. Smachtende gedichten over verlangen en eenzaamheid, over de dood en de liefde. We zongen bij het kampvuur in Oude Haske over het weiland dat geurig op een kleurig gebeuren wachtte, een lied van La List, dat Endymion heette en waarvan ik vergat de betekenis op te zoeken. Nog een los eindje. Had ik het opgezocht dan was ik met mijn neus in de Griekse mythen gevallen of had me kunnen verdiepen in de gedichten van John Keats, en had ontdekt dat ‘A thing of beauty a joy forever’ was. Het had me net op een ander zijspoor kunnen zetten, daar op dat uur van puberale onzekerheid over monsterlijke dikte en andere muizenissen. Het bleef liggen.

John Keats, door William Hilton, National Portrait Gallery, Londen

Ik ging door en vond de liefde, dacht ik en vertrok.Het kleine slaapkamertje met de Beatlegordijnen liet ik voor wat het was, mijn jeugd voorbij. Had ik daar nog meer van moeten breien? Ik was pas 18 jaar en eigenlijk vooral nog altijd op zoek naar het onbekende. De vervulling kwam niet echt, werd sleets en verzandde in studies van stoffige dikke boeken, waar experiment en uitdaging om de hoek lagen. Ik liet het voor wat het was, te lang, tot de bom barstte. Een schoolvoorbeeld van het losse eind, dat daarmee alle gevoelens in de war schopte door de berusting. Had ik dat anders opgepakt, dan was het volstrekt anders verlopen.

Hadden en hebben is twee. As is verbrande turf. De losse einden in het leven werden vooral gevoed door onstilbaar verlangen. Dat zorgde voor wendingen, waarmee de uiteindelijke keuze bepaald werd. Geen weg terug, maar ook geen reden om verdriet te hebben om de ingeslagen wegen. Een aantal einden heb ik van lieverlee weer opgepakt en ben er mee gaan breien en kijk eens aan. Het is nooit te laat. Bij het achterom kijken kan ik met verve zeggen dat ik van mijn eigen losse einden heb geleerd.  Ze zijn er toe gaan doen. Vaak was het de stem van het hart, dat voedde en die bleef liggen omdat ratio zich ermee bemoeide.

147.JPG

Na een lange weg met veel splitsingen en losse einden ken ik de gouden regel voor een leven. Volg je hart. Wees die je bent. Nu rest mij om de laatste losse einden te vinden en te verweven met de mij gegeven tijd in liefde en in de wetenschap dat het tapijt mooier zal kleuren dan ooit. Er is nog een weg te gaan.

Uncategorized

Als een verfrissende vlaag

Sneller dan verwacht was het gisterenavond tijd voor de dansvoorstelling van LeineRoebana getiteld Sweat Demon. Vriendin had het gespot en we besloten, na de vorige treffende voorstelling van Wiek, waar in lengte der dagen over te filosoferen viel, dat dit misschien een goede opvolger was.

In de inleiding, die gegeven werd door de programmeur van het theater en een van de twee choreografen, Harijono Loebana. Er werd veel verteld, maar het bleef een beetje bij kouten. We wilden voornamelijk horen wat de essentie van het stuk was. Richard Foreman werd aangehaald als belangrijke inspiratiebron. Er is een minimalistisch decor, er wordt voornamelijk gewerkt met licht en geluid. Zelfs de livemuziek,waar LeineLoebana doorgaans gebruik van maakt, was achterwege gelaten. De waarschuwing was duidelijk. Laat je niet afleiden door in verhalen te denken.

099

We stapten het diepe in en lieten ons meevoeren, voor zover dat mogelijk was. Daarna schudden we onze veren bij een glas wijn. We kwamen tot de conclusie dat je verteld kan worden niet te zoeken naar een verhaal, maar dat ieder mens er een of meerdere paraat heeft gehad. Zeker ook, omdat op het podium door een danser zijn verhaal werd verteld. Een aandoenlijk en aangrijpend verhaal.

Het genderneutrale karakter van het stuk door het benadrukken van zowel het vrouwelijke als mannelijke in de mens overspoelde in de dans niet het verschil, integendeel. In mijn beleving werd het juist versterkt. Het was net alsof ik een video-installatie was binnen gestapt en daar aan de zijlijn mocht kijken naar wat er gebeurde. De heftigheid, het katatone werd afgewisseld met het vloeiende. De overname van het fysieke door het autonome vormde de basis voor de eerder genoemde fysieke schizofrenie. Dan nog was het aan de perceptie hoe dat werd ingevuld. Wie zelf ooit dergelijke fysieke overnames heeft meegemaakt en dat niet als heftig heeft ervaren, maakt een totaal andere beleving door dan een outsider op dit gebied.

111

Het boeide maar miste ook de kracht van de vereenzelviging. Ik had daar onbewust naar gezocht en daarmee was het hele gesprek erna, met vriendin, de meerwaarde van het stuk. Juist door te filosoferen over wat er gemist werd en wat het had opgeroepen, welke verhalen er los kwamen, kreeg het meer zeggingskracht. Dat had de heftigheid van de dans met de verstilde ogenblikken, de verovering van de ruimte met tikkende tijd, het mantra over doodgewone dingen met en passant een heftige boodschap er tussen, de staccato metronoom, de stemmen en de chaos in lichtspel er tussendoor niet op dergelijke manier bewerkstelligd. De mannen werkten zich letterlijk in het zweet met hun krachtmetingen, hun lieflijkheid en hun sensuele overgave. We zochten, zoals gezegd, niet naar het verhaal, maar het diende zich aan.

Terwijl we zaten te praten sprak iemand ons aan, die aan het tafeltje naast ons gezeten had. Het zicht op haar werd onttrokken door een plantenbak. een bijna filmische scene. Ze verontschuldigde zich en vertelde dat ze merkte steeds meer luistervink te worden naarmate ons gesprek volgde. Daarom vroeg ze of ze er bij mocht komen zitten. We waren verrast, maar vonden het ook fantastisch, dat iemand die vrijheid durfde nemen. Het sloot aan bij het thema, dat wij uit de avond gefilterd hadden. ‘Wees wie je bent’. ‘Durf te zijn’. Het gesprek met haar erbij was te kort want ze zag een van de dansers en riep hem, waarna haar gesprek zich elders voortzette.

Ondanks de verwarring en de vermoeienissen toch een avond die veel had losgewoeld. De ervaring zocht naarstig een eigen plek in de context van de dans. Het zou nog lang doorsudderen. Buiten viel de nacht als een verfrissende vlaag over ons heen.

Uncategorized

Kunst in beweging

Juist omdat natuur in de vroege ochtend haar ingebouwde lichtspel gaf, gefilterd zonlicht door het bladerdak van de boom voor het raam, ontsprong het idee om naar de  de Kunsthal te gaan met de tentoonstelling 100 jaar Kinetische Kunst.  Als je de wereld binnengaat via de enorme podiumzaal, die schuin oploopt, ontmoet je een meervoudig zelf in de draaiende uitwaaierende paarse neon spiegelzuilen, een imposante binnenkomst.

025

Daarmee word ik de wereld ingezogen van de waarneming.  Niets is wat het lijkt, alles lijkt wat het is. Ik word het onbevangen kind vol verwondering. Terwijl de ratio op de achtergrond probeert te doorgronden, dompel ik onder in de draaiende, bewegende, cirkelende, trillende, schuivende verwarmende, vervreemdende bronnen.

038Alexander Calder

Ik ben een klein radartje in die enorme beweging. Zodra ik binnenstap, voel, luister, kijk, één intense waarneming, beleef ik het werk tot in elke vezel. Ik word overrompeld door draden die uit het lood gaan, lichtbronnen die vervreemdend werken, een cirkel die uit vierkanten bestaat. Een enorme Prisma zet de wereld op zijn kop en de spiegelzaal, geeft in een Droste-effect een peilloze diepte aan om in eenzelfde vaart eenieder te verliezen in de eindeloze hoogte. De grond slaat er werkelijk onder mijn voeten vandaan, ik ben een zwevend onderdeel van ruimte. Elk gevoel voor zekerheid verdwijnt met de duistere kamer, gevuld met een netwerk van lichtgevende draden, rechte lijnen, die langzaam  scheef trekken of ben ik het zelf die voorover en achterover helt. In een andere ruimte golft de kamer onder je vandaan, geen wand houdt stil of toch? Ik zoek de rust van een muur in de rug om me mee te laten voeren in haar beweging en toch houvast te hebben.

035Marcel Duchamp

Draaiende cirkels die verschuiven naar het middelpunt om vervolgens weer uit te waaieren en vice versa. Een kolkend, golvend, zuigend aanhalen en afstoten, ze houden de aandacht vast en voeren hun hypnotiserende werking op. Ergens anders dwaal ik de vervreemdende wereld binnen van het licht, waar wanden verbleken en die door het licht een fluoriserende katalysator worden van de vorm. Hemels zweef ik  in groen, blauw en rood neonlicht.

105

Ik ben Alice in wonderland, soms vele malen  versterkt of nietig klein. Aangespoord en afgeremd, uitgedaagd of overvallen, maar altijd nieuwsgierig naar de volgende stap. In mijn hoofd hengelt het lied: Ik moet dwalen, ik moet dwalen…weliswaar niet door herkenbare bergen en dalen maar wel door onpeilbare diepten en onbereikbare hoogten.

081

Een kleine ballerina in roze balletpak neemt plaats op de spiegelvloer en vleit haar wang tegen haar spiegelende koude, terwijl haar handen graaien naar een oma die ver in de diepte valt, maar in werkelijkheid naast haar staat. Omi…Haar broer kijkt met open mond zijn ogen uit in stille verwondering. Net bijgekomen van deze ervaring worden we de volgende ingetrokken. Dat je bij een grote triangel zoveel diepte ervaart, enkel door  weerschijn. De wereld is illusie, is een ontastbare werkelijkheid. Oma kan vliegen, verdwijnen, honderd keer verschijnen, verkleuren, veranderen. De ballerina pakt een hand en schrikt, verkeerde oma, snel kruipt ze achter de rokken van de echte. Ze is vier, schat ik in.

089

Vanuit de zekerheid schept de kunstenaar zijn chaos, laat het beeld op de grondvesten schudden, maar om dat te kunnen heeft hij eerst alles moeten doorgronden, structuur gezocht, juist om het waarneembaar los te maken of nadrukkelijk te bevestigen. Punten, vlakken, geometrische lijnen die lijken te verschuiven maar in werkelijkheid geen stap verder komen. Staven zweven als licht, van metaal, als schoepen, op vleugels. Calder, Tinguely, Vaserely, Duchamp en vele anderen, ze zijn er allemaal. Ooit zijn ze begonnen met het wakker schudden door de wereld op zijn kop te zetten en daarmee de inspirators te worden voor experimenten die verder gaan dan vorm, in licht, geluid, trillingen en ruimte. Het is één grote ontdekkingstocht die blijvend beroert. De ontmoeting met de wondere wereld van Kunst in beweging.

 

 

Uncategorized

Om van te leren

Wat stel je je voor met een sprong in het diepe. Waren we vorige week nog in de ban van de fabeldieren en de vele mogelijkheden daarvan, vandaag storten we ons op de middeleeuwse miniaturen, initialen en ornamenten. Fresco’s en iconen liggen op de loer. Het is voor mij hinken op twee gedachten, mijn eigen scheppingsdrang en het imiteren komen hevig met elkaar in botsing. Het voelt als een ongemakkelijke hinkstapsprong uit wat veilig en vertrouwd is, geen geriefelijke voorspelbaarheid, maar een avontuur. Wat komt een mens tegen, vastgeketend aan de schakels der tijd.

Om me heen verschijnen mooie fabeldieren in heldere kleuren en afgebakende uitgevoerde opdrachten. Ik had iets anders voorbereid, maar laat me verleiden met een sprong in het duister. Mijn eigen duistere Middeleeuwen terwijl ik worstel om naar de verlichting te gaan. De geschiedenis voltrekt zich in een notendop van mijn gevoel. Ik weet dat het platte plaatje straks in elkaar schuift en de mijne wordt, maar tot die tijd is het een halve kopie en mist het de essentie van het afgebeelde verhaal. Ergens moet er iets in komen dat de afbeelding verbindt met wat het oproept.

0341.jpg

Het gevoel dat we vooral lerend zijn en dat het verdieping brengt is onmiskenbaar aanwezig. Verrijkend zijn de stappen die ooit gezet werden in de aanloop naar het scala aan mogelijkheden van deze tijd. Om die eigen te maken zijn er nogal wat voeten in de aarde nodig, of in het bladgoud zo je wilt. We laten ons leiden door wat op het pad komt en gaan het ongewisse aan. Ergens moet het mogelijk zijn om uiteindelijk te doorgronden en het proces eigen te maken.

De vier figuren zijn opgezet, de kleur van het cereleum doet pijn aan mijn ogen. Het klopt niet, daar hoort een ander blauw in. Volgende week moet daar diepte in komen met een ultramarijn. Het Latijn ontbreekt. Ik zoek de betekenis van gouden middeleeuwen op: Aurea Mutasti en bedenk dat dat als, grap en vingerwijzing mooi zal staan in Keltische letters op het gebruikte cadmium geel en oker. Mijn plaatje staat in schril contrast bij de fabeldieren van de anderen.  Er mist iets in de schildertechniek, die ik hanteer. Het penseel was per definitie niet geschikt om te dassen en en diepgang in de kleur aan te brengen. Volgende week gaat de ploetertocht voort, maar het is niet alleen kommer en kwel. Wat zou het leuk zijn, bedenk ik me nu, om door middeleeuwse klanken begeleid te worden. Gregoriaanse zang, monniken die op de achtergrond hun intrigerende meerstemmigheid ten gehore brengen, onderdompeling in sfeer.

028

Als we naar het eindresultaat kijken is er teleurstelling, maar het geeft niet. Dat is een onderdeel van het leerproces. Het zijn ook geen schilderijen, maar broddellapjes. Oefenpraktijken zoals de rode gebreide poppenbroek in twee jaar ervoor gezorgd heeft, dat ik het breien uiteindelijk wel in de basis onder de knie kreeg. Niet meer en niet minder, maar voldoende.

002Broddellapjes…

Bij het naar huis rijden is het verwarde gevoel al weer omgezet in vertrouwen. Straks, als de tijd daar is, komen de fresco’s tot leven. Vandaag staat in het teken van het  penselen sorteren en materialen uitzoeken om beter beslagen ten ijs te komen. Scheve schaatsen zijn om van te leren.

Uncategorized

Opgelucht ademhalen

Ze zat muisstil, wat heel bijzonder is als je een poes bent, in een hoekje op de galerij, achter het hek van de noodtrap. Het verlokkelijke ‘poes,poes,poes’, het rammelen met voer, het verleidelijke schone drinkwater…Niets bracht haar in vervoering.In het begin had ze nog even gereageerd op Pluis, die achter het raam aan het dralen was en mauwde. Ze zette af en toe haar pootje tegen het glas, maar de grijze buiten reageerde slechts met het draaien van haar kopje en een betraand zwijgen.

Zoon maakte foto’s en vroeg beneden of de poes daar bekend was, omdat  ik eigenlijk dacht, dat ze in de omgeving van de dode buuf hoorde. Er zwierven drie cyperse kortharen rond. Ze had ze altijd buiten eten gegeven. Zelden zaten ze binnen. Echte straatkatten waren het. Deze arme grijze was een hoopje ellende en daar op de galerij hoorde ze zeker niet. Het leek erop dat ze een plekje had gezocht om te verkommeren. Er zat niets anders op en we moesten de dierenambulance bellen, zieke poes kon je niet aan haar lot overlaten en haar in huis halen was gaan optie.

Ineens moest ik denken aan Annie en haar Minoes en hoe leuk het geweest moest zijn om zich in de karakters van al die verschillende dak-katten in Amsterdam te verplaatsen. Vanaf het moment dat je bedenkt een roman te schrijven met poezen en katten wordt het hele leven een groot poezenfeest. Overal waar je kijken kan, kom je ze tegen. Je ziet ze wegsluipen, tijgeren, dralen, rennen, loeren, bedelen, rekken en luieren. In het veld, bij de boom, onder de auto, op de motorkap, onder de bosjes, in tuinen en op balkons. Hier lopen ze niet veel op de daken. Maar in het oude dicht op elkaar gebouwde stadsdeel zitten ze in elke uithoek. Hoe kom je aan de Jakkepoes. Tante Moortje, Tinus of mevrouw Pastoor spreken vanzelf. de Jakkepoes was een kleine schobbejak in een jakkie-bah-omgeving.

https://www.boekenbijlage.nl/wp-content/uploads/2013/10/Minoes.jpg

Het woord bleek vroeger in Groningen en Oost-Friesland een naam te zijn voor een kale pronker en in Nederlands-Indië stond het voor een smeerlap, een gemene vent. Dankzij Annie is het een naam geworden met karakter en staat ze in mijn beleving voor een echte doorzetter, een bikkel.

In Frankrijk liep, rond de oude zijdefabriek waar we logeerden, een poes met de naam Poubelle, wat vuilnisbak betekent. Ze was ‘belle, want ze had een lange, ooit sneeuwwitte, vacht, die nu wat geklit en vervilt was. Het was dan ook een echte schuumster. Dat was te wijten aan het feit, dat ze haar eigen kostje bij elkaar scharrelde rond de gewelven van het huis, waar muis op tafel danste als ze niet in de buurt was. Poubelle eigende zich de omgeving van het enorme pand waardig toe. Met nuffige dribbelpasjes kon ze de trap naar het bordes af gaan en met haar staart op als ‘la Reine’ omhoog lopen. De kleine salamanders schoten weg. Ieder dier bedacht zich wel even, eer hij haar territorium betrad. Poubelle was een ongeschreven boek

Na een telefoontje van onze kant kwam er een dierenambulance voorrijden. De man hapte amechtig naar lucht na vier trappen. Zijn buik zat hem in de weg toen hij probeerde poes te pakken. Ze schoot onder zijn grote kolenschop-handen uit en drukte zich angstig tegen het raam, waar Pluis aan de andere kant stond en prompt begon te blazen. De man opende zijn reisbak en met een graai greep hij haar in haar nekvel. Daar zwaaide ze klaaglijk miauwend de lucht in en belandde in het witte koude plastic. Deksel er snel op. Ziezo en dat was dat. De man knikte tevreden.

005.JPGPluis.

Hij had het nog over kosten verhalen en dat hij slechts een vrijwilliger was en daar niet over ging. ‘Don’t shoot the messenger’. De boodschap was duidelijk. Je kan een kleine Jakkepoes toch niet zomaar laten verkommeren, mijnheer de ambulancebroeder. Iedereen die hart voor poes en de liefde voor Minoes in het bijzonder heeft, kan onmogelijk zo’n lieverd aan het lot overlaten. We zullen zien. Kleine Jakkepoes, of Schobbejak was in ieder geval in humane handen. Pluis kon weer opgelucht ademhalen.

 

Uncategorized

Luid zong ik mee

Het was feest. Niet alleen vierde de dag dat uitbundig en had ze een zomerse voile over haar herfstkleed aangetrokken, maar ook ademde de aangename en zachte temperatuur een welkome viering buiten de vier binnenmuren. Een zucht wind liet dwarrelende bladerconfetti neer ter verhoging van de feestvreugde. Het danste in de warme middagzon.

144.jpg

Onder de witte daken van de opgezette tenten gingen ruimschoots gevulde schalen in het rond. Er hadden zich diverse groepjes geformeerd en het verschillende leven werd in uitgebreide verhalen gedeeld. Soms bescheiden en zacht, soms uitbundig in een klaterend visserslatijn, met omstandig handen en voetenwerk, een bulderende lach.

De jarige ontving in liefde zijn dichtgeschroefde pot met geld, water en eend. Het ontlokte een glimlach. ‘Nu zwem je in je geld’ was een understatement, want die vlieger ging niet op voor een kleine zelfstandige ondernemer, er moest nog vier jaar door gebikkeld worden. Een ander gaf een spaarvarkentje om het pensioen verder op te bouwen, weer anderen uitbundig wijn, cognac en geurende Hammam-artikelen. Ik had me op een veilige plek verschanst en had in alle rust het overzicht op de veelal onbekende gasten.

491spiegelen

De familie zat er, die ik ooit, lang  geleden, 38 jaar om precies te zijn, voor het laatst had gezien. Ik probeerde in de vergrijzing de juiste trekken terug te vinden en kon een aantal gezichten plaatsen. Er kwam een stel binnen samen met een oude vrouw. De vrouw van het paar herkende ik. ‘O dat was de zus’, wist ik, maar wie was die oude vrouw. Ze waren goed bevriend, omhelsden elkaar. In een ogenblik van een seconde schoof het ware beeld in elkaar. De oude vrouw was de zus en de jongere de dochter. De laatste was een kopie van haar moeder. 1980 was binnen komen wandelen, omdat de dochter het spiegelbeeld was van de zus destijds. Jaren schoven ineen, het had een bevreemdend effect.

Ik dwaalde af van het gedruis, terug de tijd in. Zo gaat dat dus. Ook ik was ‘de oudere vrouw’ in de ogen van de dochters van nu. Relativeren is een kunst op zich. Ik zat naast mijn schoonmoeder die met haar 96 jaar een derde wijntje weg tikte, terwijl ze het schaaltje met borrelnootjes onder haar bereik trok en daar vergenoegd gebruik van maakte. Haar ronde rozige wangen staken jeugdig af tegen het diep gegroefde gelaat van de zus en maakte eens te meer duidelijk dat Tijd niet per definitie in alle hoeken en gaten kroop. Kopzorgen waren er bij beide. Ieder huis heeft zo zijn kruis, maar niet overal verweeft het zich.

146.jpg

Ik nam afscheid en liep naar de kleine blauwe prins. De sfeer ademde nog steeds uitbundigheid, de stemmen galmden over de hoge haag heen en sneden door de zondagse rust in het kleine dorp. Het oneindige lint langs de uiterwaarden lang was ik aan het na mijmeren over het spel dat Tijd speelde door heden en verleden, in beeld, zo door elkaar te laten lopen. In de achteruitkijkspiegel keken twee doorgroefde ogen me aan. Ik schroefde het volume van de radio wat op, een lied van nu met een boodschap. De Dijk zweepte de woorden het kleine compartiment in: ‘Laten we dansen, dansen dansen op de vulkaan’.  Toeval bestaat niet. Het antwoord was binnen. Luid zong ik mee.

Uncategorized

Zet de sluizen open en ontvang

De tijd van sprookjes is voorbij. Het is iets van vroeger. In welke context, een lied, een opgeheven vingertje van mijn ouders, een zin uit een boek is me niet bijgebleven. Als ik het opzoek op internet kom ik uit bij Heintje Simons en zijn liedje Lalalaai, een Vivaforum, de Ouders van nu, maar niet bij de oorspronkelijke tekst.

De zin viel me in toen ik Hans Hagen langs zag komen op twitter met de melding, dat zijn dichtbundel ‘Onbreekbaar’ al 40 weken niet in de CPBN-top 60 staat en overal gewoon te koop is. Een maakbaar sprookje dus. Als je er niet over schrijft, bestaat het niet.

Hans heeft fantastische gedichten geschreven, elke bundel van zijn hand is op voorhand al een succes. Hoeveel kinderen heb ik niet de kracht van het woord gegeven met gedichten van Hans en Monique Hagen,  van Joke van Leeuwen, van Ted van Lieshout, Toon Tellegen en natuurlijk van Annie M.G. De kunst is in het hoofd van het kind te gaan zitten. Knieën opgetrokken, armen om de benen heen geslagen, muisstil en luisteren. Vooral dat.  Een dag met kinderen is dé voedingsbodem bij uitstek voor gedichten, sprookjes, nieuwe verhalen in je hoofd.

Nu ik niet meer elke dag die kraan open kan zetten, zoek ik de prikkels op met ogen die op steeltjes staan en oren die luisteren. Bij het wandelen in de stad, bij het boodschappen doen, op het voetbalveld. In musea, bij het lezen van een boek, bij het kijken naar televisie. Een grote bubbelende ketel om verhalen en sprookjes uit op te lepelen.

040.jpg

Ooit was ik een verhalenschrijfster in een project in een kleurrijke uitdossing. Met de ronde bril, de rolletjes papier en potloden door mijn gehaakte jasje en een vrolijke  blonde pruik op,  kwam ik op bezoek bij de kinderen. Ik kweelde met mijn lippenstiften hartjesmond de mooiste volzinnen in het rond. Waar ik kwam, zonken de kinderen tot over hun oren in het verhaal en gingen met me mee op stap. Het project was een groot succes, er werden verhalen verzonnen bij de vleet, nieuwe woorden in het leven geroepen, speurtochten  naar mooie zinnen gehouden, gedichten gemaakt.

041

Die schrijfster werd geboren door het gedicht de Sprookjesschrijver van Annie M.G. Schmidt, een klassieker. Ze laat hem uit een vijver vol inkt verhalen verzinnen. Daarbij komen de beelden vanzelf omhoog. Die grote vijver op een geheimzinnige plek, door nevels omringd en de schrijver die er elke ochtend in alle vroegte naar toe sluipt met zijn pennen….In het speellokaal sluipen alle kinderen met me mee. Er is niet veel nodig om een sprookje wakker te roepen.

Of je bundel nu wel of niet in een top zus en me zo staat maakt niets uit voor de magie van het woord, de kracht van een tekst, een sfeertekening in een schilderij om de verwondering op te roepen. Gisteren bij mijn bezoek aan De Line Up in het Centraal Museum, liep ik door de vele tekeningen, schilderijen en video-installaties heen. Er waren er een paar die raakten, een gevoel opriepen, iets met me deden, waarvan ik wist, dat ik ze nooit vergeten zou en later altijd als inspiratie latent in mijn bewustzijn zouden rond zweven.

113.jpgDirkje Kuik: Het Dodenmasker

Vriendin was de week ervoor naar dezelfde tentoonstelling geweest. Haar beleving kwam overeen met die van mij. Twee of drie die indruk hadden gemaakt en waren blijven hangen. Het meest bijzondere vond ik dat we alle twee geraakt werden door een klein portret van Dirkje Kuik dat niet tot De Line Up behoorde, maar bij de vaste collectie. Bijzonder dat we uit het grote aanbod van het hele museum dat kleine prachtige portret met de titel ‘Het Dodenmasker’ eruit hadden gekristalliseerd. Daar draait het om. Trefzekerheid.

In de bundel van Hans Hagen staat een prachtig gedicht over zijn overleden broer. Over ‘beroeren’ gesproken.

‘Inhalen’

morgen haal ik hem in/ morgen sterft hij voor de vierde keer/ben ik dan groter/word ik ouder/wordt mijn grote broer mijn kleine/mijn ogen vind ik in de spiegel/waar zijn de zijne

Ik weet het zeker. De tijd van sprookjes zal nooit voorbij gaan. Zoek het kind in jezelf, zet de sluizen open en ontvang.

 

Uncategorized

Potlood op papier

Er vloeit weer daadkracht door de aderen. Ik merk het ’s morgens bij het opstaan. Niet langer zijn er dagen in een passief consumeren van alles wat voorgeschoteld wordt via de social media. Let wel, een belangrijke afleiding in de momenten van stilte. Nu is ze met stapjes naar de achtergrond geschoven. De dagen hebben weer een ochtend. Met de fysiotherapie zijn er doelen te stellen om vroegtijdiger dagbestendig te zijn. Het schema in mijn hoofd kantelt van passief ondergaan naar actie.

Nog een prachtige dag op rij. ’s Morgens truiendag, ’s middags blote-armen-dag. In mijn hoofd zingt mijn moeder ‘laagjesdag’. Uitpeldag inderdaad. Er gaat zelfs een hemmetje aan. De tocht gaat naar het centrum van de oude stad met haar kroon van uitbundigheid in een lichte regen van verwaaiend blad. De singels zijn oneindig mooi.

092.JPG     101Susanna Inglada: Point The Finger

Het is zo’n dag van een gouden draad, die lijnrecht voert naar de enige bestemming van vandaag. Ik stal de kleine blauwe in de Watervogelbuurt en wandel in een bijna-rechte lijn naar het Centraal Museum. Aan de voet van de Nicolaikerk voltrekt zich een oud middeleeuws leven in een modern jasje. Daar huizen mensen, die zichzelf schurkend tegen elkaar en de  eeuwenoude kerk aan, veilig voelen. Ze praten er, hangen er rond, liggen er. Het roept het beeld op van de dolenden onder het station uit de jaren zeventig. Met die uitzondering dat er een dak boven hun hoofd is aan de overkant bij Altrecht. Ze vormen een schril en onverwacht contrast met het zwoele zomerse briesje, dat zorgeloos over de kruinen glijdt van de eeuwenoude bomen en het blad doet ritselen.

058Rinus van de Velde

Ik volg mijn weg naar De Line Up en moet even naar adem happen als ik de zaal zie vol werken, wandhoog. Mijn hemel, waar moet je kijken en waar te beginnen. Al gauw laat ik de handleiding los. Het is niet te volgen in woorden, je moet het ondergaan. Sommige werken dalen als een mokerslag op je neer, afhankelijk van het gemoed, dat zorgt voor de ontvankelijkheid. Ik laat de namen los, de kunstenaars gaan, en kijk mijn ogen uit. Vanaf 1950 tot heden volg je het proces van het tekenen, soms voorwerk, soms monumentaal werk op zichzelf. Diverse grootheden, maar ook onbekende tekenaars. Sommige oogsten bewondering. Het houtskool op canvas van Rinus van de Velde bijvoorbeeld, of het werk van Susanna Inglada en haar Point the finger, sommige verwondering, wat woedt er in de kunstenaar en, niet minder belangrijk, wat woelt er om bij mij zoals bij de tekeningen van Stijn Peters. Dumas roept zoals altijd oneindig vragen op. In de salonzaal had ik graag de onbereikbare hoog hangende tekeningen van dichterbij bekeken. Varifocus bemoeilijkt. Claire Harvey maakt miniaturen die zo klein zijn, pleistergroot, dat het een wonder is hoe details daar nog uit te kristalliseren vallen. Een wand vol pleisters en miniaturen. Prachtig, in één woord.

060Pleister-miniatuur van Claire Harvey

De videoinstallaties zorgen voor een pas op de plaats. Een ontmoeting met vrienden brengt een mooi perspectief. De dochter lijnt haar leven uit met een enkele opmerking bij een eenvoudige, bijna stopmotion, animatie. ‘Het lijkt op vroeger, toen het leven nog eenvoudig was en overzichtelijk.’ Voor mezelf vul ik in: Het pure…Wat je ziet, is wat je krijgt. Haar vroeger is twintig jaar geleden en daar vallen, op een bankje in het half duister, mijn tijdsbeleving en het hare samen en uiteen.

Er valt veel te zeggen en veel te zien, ik volg de lijn en teken de ‘Almus’ nog maar een keer als mijn deel van de stad, op een bescheiden plekje van de expressieve muur. Met een hoofd vol, net als de grote installatie waarmee je de tentoonstelling binnengaat, een lijnenspel pur sang, hersengolven bij uitstek, duik ik de zon weer in. Veel stof tot nadenken en oneindig verlangen naar een potlood op papier.

 

Uncategorized

Eenvoud

De tuin ligt er muisstil bij op deze late oktoberzomerdag, alsof ze weet, dat er dingen staan te gebeuren, die verandering zullen inluiden. Ik neem de  schade op, het geraamte van het fundament, de balken doorwroet tot op het bot, de verweerde ossebloedrode bodem huilt met diepe vermolmde kuilen. De waterton van robuust oud hout is een behuizing geworden voor de overhaast gevluchte pissebedden bij het neerhalen van het huis. Als ik hem omdraai stuiven ze weg, zo snel als kleine dribbelpoten hun pantsertjes kunnen dragen. Het blauwe krukje verschiet sneller, nu het in weer en wind te wachten staat op het ondersteunen van de normale gang van zaken bij een wiedende taak. Ik inspecteer de grond en zie de hondsdraf drastisch uitvergroot de overhand nemen, ik schep met graaivingers de wijd vertakte wortels weg met blad en al en Margriet, twee kleintjes in de late middagzon, haalt opgelucht adem.

003

Voor mijn voeten springt kikker, kruipt met koddige zijwaartse glijpoten onder het blauwe zeil, waaronder de schamele stoelen opgeslagen zijn. Ik zoek naar een plek waar ik de onrust niet zal voelen van het verdwenen huis en duik op de ronde houten tweezitter onder de fruitbomen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een kleine winterkoning die langdurig heen en weer wipt op de takken van de wilg naast de minivijver in het midden van de tuin en daarna de appelboom in vliegt. Ik vis mijn fototoestel uit de tas, maar ze blijft behendig tussen het gebladerte. Dan komt er een roodborst op de rand van het hek hippen. Ze kijkt om zich heen, koppie scheef en houdt bij tijd en wijle doodstil. Dan schiet ze naar de grond, waar ik haar niet meer kan volgen omdat mijn blik op haar ontrokken wordt door het blauwe gestulpte zeil.

Ik besluit de kruk te pakken en die aan de rand van het kale vlak te zetten, fototoestel in de aanslag en geduldig wachten. Winterkoning is er weer, maar laat zich niet zien. Het hippen beroert wat blaadjes en af en toe zie ik de parmantige staart. Ze houdt zich stil. Roodborst komt kijken. Ze blijft veilig bij het hek, het toestel zoemt in. Met vermoeide ogen van het turen zie ik niet of de focus scherp is. Ik moet snel zijn en druk een paar keer af. Hoog boven me roept een buizerd.

014

Tuin in rust. Ik pak tas en vest en en loop langzaam langs de sloot het pad af de weg terug. De schapen staan verderop aan de overkant van de sloot te grazen. Ik zie de wolletjes in stereo, een boven en een in het water. Als ze me in de gaten krijgen komen ze luid blatend vertellen dat ze blij zijn me te zien. Als er verder niets gebeurt, hervat het grazen. Een zo dicht bij de rand dat ik bang ben hem zo uit het water te moeten vissen. Op een knie tart ze het lot om de lekkerste en meest malse grassprieten te kunnen verorberen. Haastig druk ik af. Steeds meer stereo schapen volgen. Als een wandelaar het pad op komt bij de bunker verlaten ze me luid blatend voor een nieuw verzetje.

022

Het land spreidt nog een keer zomerwarmte, terwijl herfst de bomen bij Copijn laat vlammen en reiger verstoord opvliegt als ik in zijn vizier kom. Buurvrouw groet en de ongekroonde wachter van de tuin zwaait, zijn schroefboormachine in de aanslag, gereed om het hek te repareren. ‘Ik had je niet gehoord’, een brede grijns en woorden, die vervagen als hij zich weer over het hek buigt. Tuinleven…Groots en meeslepend in haar eenvoud.

Uncategorized

Ons gedeelde leven

Al een paar weken stond de afspraak vast. Met vriendin naar Zwolle, want daar was het werk van Alberto Giacometti te bewonderen en Lynn Chadwick, De lopende man kwam ik al eens tegen in the Nationall Mall in  Washington. En van de laatste had ik Dans IV al ontmoet in de Fundatie zelf, maar een heel museum vol met de sculpturen van deze twee grootheden was een ervaring op zich. De tentoonstelling heeft de toepasselijke naam Facing Fear. Hun werken worden vooral toegeschreven aan de ontberingen van de tweede wereldoorlog en als een antwoord op de ontwrichtende dreiging van de koude oorlog. De schimmige gestaltes van Giacometti versus de markante  hoekige mensen van Chadwick, die in het verloop van het proces zich steeds ronder en zachter gingen plooien, drukt vooral de persoonlijkheid van de makers uit.

43666859_10213534062166055_5111351935139577856_n     43753422_10213534062406061_2677218647931355136_n

Bij ieder beeld waren we ontroerd door de details, Chadwick en de bek van de brulkikker of de tanden van de leeuw. De dunne pootjes waarop ze balanceerden in al hun hoekigheid. Bij Giacometti was dat de hond en de kat, zo aandoenlijk. Met een minimum aan brons het optimale bereiken, als je recht voor het dier ging staan, restte een lange dunne streep en verder niets meer. Zelfs de flanken waren teruggebracht tot het geringste aan ingenomen ruimte. Ondanks het schrappen en schaven boetten de figuren van Giacometti niet in op kracht. De beeldenpartijen eisen imposant en dwingend de aandacht op zodra ze gegroepeerd zijn. Beneden in de grote zaal staat zijn ‘Femme de Venice’ , acht beelden die roerloos en indrukwekkend hun aanwezigheid verkondigen. Maar ook in het vrije veld, waar de lopende man ons tegemoet haast, wandgroot , met het beeld zelf ervoor, blaast hij me van de sokken. Het fragiele, kwetsbare naast het onverzettelijke hoekige versterkt elkaar oneindig.

43626274_10213534064166105_2547297111293034496_n   43672925_10213534062766070_8272852450914861056_o

In de filmzaal kon je een indruk opdoen van het leven van beide kunstenaars. Die van Chadwick verhelderde vooral, omdat het proces tot het maken van zijn beelden onmiskenbaar voortkwam uit het lassen van figuren, grote bewegende mobiles. Van lieverlee vulde hij het lijnenspel op, een heel eigen en boeiend proces, waar Giacometti steeds meer los liet. Dat het daarmee niets af deed aan het monumentale van zijn beelden is de ware kracht van de kunstenaar.

43626274_10213534065246132_3839373477526110208_o.jpg   43747909_10213534064806121_5413296730277937152_o

We dwaalden rond en vormden ineens een onderdeel van het Gesammtkunstwerk van Yuri Honing en Mariecke van der Linden, een heftige ervaring die er eigenlijk niet meer bij kon. De hele zaal, vloer en wanden waren een groot schouwspel. De zware zwarte gordijnen die als ingang dienden, hadden een waarschuwing kunnen zijn, de duistere waanzin van een oorlog of iets dergelijks, waar ik eigenlijk nog de schoonheid vast had willen houden en weer hervond beneden bij de Vrouwen van Giacometti en de vreemdeling van Chadwick.

Overal viel omheen te drentelen en dat was een prettige bijkomstigheid, aanraken mocht niet. Liefkozend aaien van dat gladde Chadwick brons of het ruwe van Alberto was ten strengste verboden. Alle sokkels waren wit omlijnd met een ingebouwde alarmdraad. We hadden even daarvoor de bronzen Adam van Rodin voor het stadhuis in Zwolle beroerd, maar die was gladjes gepolijst geweest. Het drukte de pret niet. Met een hoofd vol aan indrukken en een telefoon gevuld met geschoten plaatjes smaakte de kerrysoep meer dan goed.

43663902_10213534085446637_173158031809314816_n

Met voldoening keken we terug op wat we daarnet gezien hadden. Wat was het meest indrukwekkend. De leeuw, de brulkikker, de hond en de kat, de gegroepeerde figuren van Giacometti op de zwarte platen, de markante opwaaiende mantels en jurken, het haar van de verwaaide vrouw van Chadwick. Er viel niet te kiezen, het hoefde ook niet. Het had ons beroerd.

De lange weg terug naar huis, langs het uitbundige herfstpalet, reeg zich aaneen met ons gedeelde leven.

 

 

Uncategorized

Uit de doeken

Vianen was in de ban van de kermis. Het spektakel zorgde ervoor dat een aantal toegangswegen was afgesloten. In de binnenstad werd traditiegetrouw de paardenmarkt voorbereid. Door slinkse wegen wist ik toch nog heel dicht bij de plaats van bestemming te komen. Het was nog maar een kleine stap tot de middeleeuwen en haar symbolieken.

IMG_9550

Opwarmertjes zijn altijd heerlijke vingeroefeningen om los te komen van het heilige moeten. We hadden uitgebreid de boeken bekeken waarin de kunst uit die tijd beschreven stond. Niets is wat het lijkt. De allegorieën en de personificaties namen soms groteske vormen aan. Hoe teken je een dier dat je alleen maar hebt horen beschrijven. Dus vouwden we de kleine blaadjes in drieën en tekenden onafhankelijk van elkaar een deel van het lijf zonder het vorige te weten. Dat leverde een aantal wonderlijke personages op die met hun uiterlijk niet hadden misstaan in de fabels, eeuwen geleden.

Daarna tekenen op een groot vel, ieder op een eigen manier om de materie te doorgronden en ineens wisten we waar al het vreemde volk in de verhalen van Harry Potter vandaan kwam en de stijl van Leonora Carrington van was afgeleid. De kleuren, getallen, bloemen en dieren verscholen zich allen achter de rijke retoriek en vertelden veel meer dan hun aanwezigheid alleen. Het onbeschreven blad vulde zich al ras naar eigen inzichten. Onder mijn handen gleed de Slang, de Phoenix en de Eenhoorn en het bruine spinnetje, dat er in vliegende vaart overheen kroop, werd direct meegenomen. Ineens kropen er meerderen, overal vandaan. Bij buuf kwam een walvis tot leven, waarvan men duidelijk niet door had gehad hoe het beest eruit zag en de fantasie was er in een vlammende stijl op los gelaten, zoals hij in dwingend houtskool ook onder haar handen tot leven werd geroepen. Aan de overkant werd hard gewerkt aan een vrouwenfiguur, maagd of engel en nog meer van die uitgesproken kenmerkende figuren bevolkten steeds uitbundiger het blad.

IMG_9530

Het kleuren bracht rust in het hoofd. De cursus was niet zo overvol als vorig jaar en het was goed toeven in het atelier onder de uit de toon vallende klanken van de lampionnenoptocht door de smalle, middeleeuwse straten van het stadje. Een boertige klucht op zich, die combinatie, het schallende geluid en de wandelende kinderen. Als ze al zongen dan werden ze ruimschoots overstemd door de begeleidende fanfare.  De pastels lieten zich niet afleiden en mengden onder handen tot de intense kleuren van centennia geleden.

img_9554.jpg

In een adem overbrugden we de verschillende vakanties en het dagelijkse reilen en zeilen, wat zo breed uit kon waaieren in diversiteit. Zoals altijd met een hechte club, die elkaar een tijd niet gezien heeft, is er de wetenschap dat het ‘ons kent ons’ is en een veilig en vertrouwd onderkomen voor het creatieve proces, dat met horten en stoten soms, maar ook vloeiend een weg zou vinden. De verfijnde miniaturen en uitbundige kapitalen lagen in het verschiet, maar de handen jeukten al weer om groot aan de slag te mogen, als een Odilla Redon en haar Cycloop, een Pegasus of de Centaur tot leven te roepen in een uitbundig kleurenpalet.

De eerste sessie zit er op. We kunnen niet wachten tot de volgende ontwikkelingen die het mysterie, dat middeleeuwen heet, uit de doeken zal doen.

Uncategorized

Tart de tijd

Er zijn zo van die dagen, die gáán gewoon. Je pakt ’s morgens vroeg de draad op en breit de hele dag in een vloeiende beweging aan elkaar. Het begon met een goed uur fysiotherapie. Het verbaast me altijd weer dat het zoveel energie oplevert. Na een uur in de benen te zijn geweest is er Sturm und drang in het hoofd om lekker aan het werk te gaan en nieuwe stappen te ondernemen. Een coachingsgesprek met een van de verhalenvertelster ging als een wervelwind voorbij. In no time hadden we twee uur stukgeslagen en moest ze er hals over kop vandoor om op tijd te zijn bij school om haar kind op te halen. Ze had wilde plannen, die wat gestroomlijnder het licht moesten zien, maar in potentie veel in zich hadden. Het was leuk om te sparren. Alles even laten betijen en dan nog een keer bij elkaar komen. Uitwerking deels per mail.

092

Een bericht van broer met een oude bouwkeet op foto’s. No Gods, no Masters stond op het wit gekalkt in vlammend rood. Ze had een rond dak en knipoogde met haar wat vergane raamkozijnen over de afstand heen. Ze was te geef. Ze had er haar trouwe dienstjaren op zitten. Net als ik, realiseerde ik me ineens.  Het schept een band. Jut en Juul. Wel een goed stel samen. Maar zo heel anders dan ik me het nieuwe huis had voorgesteld. Ik speurde naar verbouwde bouwketen op internet. Ineens zag ik door het verlangen heen, door het beeld van wonderschone gladjes afgewerkte volkstuinhuizen, de mogelijkheden voor deze oude Jutje. Vandaag  ga ik kijken, maar ze werkt nu al op mijn ziel en zaligheid.

090

Los van haar bouwketerig uiterlijk namen de visioenen een loopje met me, de rest van de middag. Er werden glazen veranda’s aangebouwd, openslaande deuren ingezet, trappetjes geplaatst, een geknikte schoorsteen à la de Pipowagen van lang geleden en rondom roos en druif tegen de wit geverfde muren, misschien zelfs hop of blauwe regen. Mijmer, mijmer, mijmer…

Als sluitstuk van deze maandag was er nog een inspirerende redactievergadering. Met een brainstorm over nieuwe themanummers en inspirerende verhalen van de anderen. ‘Ik had al een kinderboek gevonden dat precies paste bij het thema voor het decembernummer. De tentoonstelling over 100 jaar kinetische kunst in de Kunsthal in Rotterdam sloot er naadloos op aan en juist een dergelijk verglijden van ideeën en mogelijkheden geeft dat heerlijke gevoel, dat alles op zijn plek valt. Het zorgt voor de zin er mee bezig te gaan en de draad letterlijk en figuurlijk op te pakken. Nee ik verklap nog niet welke draad. Straks, over een maand, vallen de woorden op hun plek. Dat dus, die wakker geporde drive komt steeds meer naar boven. De dagen vullen zich met beloften voor mooie ontmoetingen, expansiedrift, creëren.

046

Het borrelt en gist, het bruist en bubbelt. Nieuwe spannende dingen, oude afspraken in nieuwe jassen en vooral het bewandelen van nieuw terrein beloven veel. Jut is daar een belangrijk onderdeel van , want zonder huis is mijn tuin een dakloos verblijf, een zielloos onderkomen. Atelier is nodig om alles te stroomlijnen, handen en voeten te geven aan die nieuwe inspiratiebronnen en tevens de rust om pas op de plaats te kunnen maken en te genieten van wat tuin allemaal te bieden heeft.. Mijn vijver, de kikker, de twee dikke eenden, die er nauwelijks in kunnen keren, maar altijd weer dat vingerhoedje water verkiezen boven de ruime sloot, de roodborst en de koolmezen, de goudvink en de boomklevers en de buizerd, die cirkels trekt van verbondenheid. Weelderig omlijst door wilgen, pruim en kers, moerbei, braam, heggenrank en de haag van de oude. De bloemen die weliger mogen gaan tieren als Jut een feit is. De toekomst is één grote belofte en deze Juul past er naadloos in. Jut en Juul, der dagen nog lang niet zat. Tart de tijd.

 

Uncategorized

Leven in vrijheid

De dagen rijgen zich in vlot tempo aaneen. Mijn agenda is een van de belangrijkste boekwerken geworden. Iedere dag van de week is er wel wat te doen. Nee zeggen is een kunst op zich.

We zitten alweer volop in de herfst. Gisteren  waren de Singels en Wilhelminapark prachtig met die rijk getooide uitbundige bladeren. Daaronder waaierde de mensenmassa uit in net zo’n kleurig en rijk spektakel. De jaarlijkse singelloop was een feit. We hadden de hele middag getuurd naar de zich in het zweet werkende natie, teneinde de helden van de familie te bespeuren en met aanmoedigende kreten en uitbundig klappen geprobeerd iedereen moed toe te wuiven. Er waren er die lichtvoetig over het asfalt liepen en anderen die zwaar als stroop hun voeten optilden. Er waren er die badend in het zweet hun missie volbrachten, terwijl anderen fris als een hoentje, bijna fluitend het parcours rond renden.

SINGELLOOP

Door het ingespannen turen en de focus op de oranje T-shirts misten de zussen op het hoogtepunt van het voorbij snellen, broerlief, die in het blauw naast de oranje Pieter liep. Ik had door het oranje al verschillende keren gedacht de laatste langs te zien komen en vanaf dat moment heetten alle bankmannen in hetzelfde shirt ‘De Pietertjes’. Het bezorgde de kleinzonen veel lol. Het aanmoedigen werd ondersteund door een vrolijk saxofoontrio en iedere keer dat er een bekende langskwam brak er een indianengehuil uit met aanmoedigende kreten en de belofte dat ze er bijna waren.

SINGELLOOP 2

Het was mijn eerste singelloop in al die jaren en dankzij het mooie weer en de entourage was het inderdaad een belevenis, die waardig afgesloten werd met een drankje in het café Het Ledig Erf, een halve singel lang om terug te lopen en derhalve een hele marathon voor mij.

Elke ochtend na het schrijven en de koffie maak ik een staatje op in mijn hoofd van de dingen die te gebeuren staan, fysiotherapie, een coachingsgesprek en een redactievergadering, een te plegen telefoontje vullen de dag. Het is genieten en ik bedenk dat de pensioenleeftijd niet zou moeten worden opgetrokken naar een steeds hogere leeftijdsgrens, maar eerder geslecht zou moeten worden. Hoe sneller oudere mensen hun aandeel op vrijwillige basis aan de maatschappij kunnen leveren, hoe zinvoller het zal zijn voor iedereen en vooral voor hen, die nu nog een paar jaar tegen het pensioen aanhikken en letterlijk hun dagen uitzitten. De waarborg voor nieuwe banen voor een beginner. Door dat moeizame moeten, wordt elke sprankje beleving gesmoord, waardoor mensen op een gegeven moment buiten spel komen te staan.

Hadden en hebben is twee, zei mijn moeder. Ik merk het aan de vrijheid, die me overkomen is nu de keuze bij mij ligt om de dagen in te delen. En dat terwijl ik, tot aan mijn infarct, met volle teugen genoot van de kinderen op school en al vrijer was, omdat ik niet meer aan administratieve rompslomp gebonden was door het ‘vaste’ invalwerk. Ik wilde vooral interactie met de kinderen, het noodzakelijke vastleggen tot een efficiënte bezigheid beperken en uitgebreide aandacht kunnen schenken aan de rijke leeromgeving en de lesvoorbereiding. Vooral dat laatste had het de laatste jaren zwaar te verduren en dan komen de goede ideeën vooral ’s nachts. Niet moeilijk om uit te rekenen wat dat op den duur oplevert.

050

Als je je ziel en zaligheid kan stoppen in het lesgeven, dan levert het energie op in plaats van dat het ten koste ervan zal gaan. Geen overdreven regelgeving, maar de ruimte krijgen om los kunnen gaan op creativiteit en scheppingsdrang. Vrijheid van leven bij uitstek door het gevoel te leven in vrijheid.

Uncategorized

In mijn handen

In het omfloerste zonlicht, reed ik met de kleine Blauwe richting Etten-Leur en genoot van de schoonheid van het vlakke land. Ooit door Jacques Brel meesterlijk bezongen. Weliswaar de laaglanden in Vlaanderen, maar elk vlak land in de vroege ochtend is het waard bezongen te worden. De heiige weilanden met hele en halve koeien, de afwisselende herfstgekleurde bomenrijen en glinsterende rivierlinten, die het landschap doorkruisen. Melancholiek zingt de sonore stem van Brel op de cadans van de wielen, terwijl zich het palet van de oude Hollandse Meesters openbaart, het land, de lucht en vooral het licht, dat bijzondere licht.

In Etten-Leur breng ik mijn jaarlijkse bezoek aan de plaatselijke bloemenman, die je met Brabantse gemoedelijkheid laat weten meer dan welkom te zijn. Voorbij de verkooptruc, en oprecht gemeend., klaar voor goed advies en een praatje. Met een uitbundige bos meld ik me bij vriendin, die meer dan mus al heeft klaar gelegd op mijn plek bij het raam. Alles ligt in de aanslag, linosnede drukplaatjes, de gutsen, baren en papier in alle soorten. Snijplanken die ons zullen behoeden voor het uitschieten. Niets werkt zo rustgevend als het overtollige weg te mogen snijden, terwijl de afbeelding de hoogte in schiet en mus extra vleugels geeft om vrij te vliegen. De vrouwen die meededen met de workshop hadden zich allen voorbereid met een tekening of foto. Ik had de avond ervoor mus nog gestalte gegeven en vloei en carbon waren dankbare overbrengers van de details.

etten leur

In de tussentijd kwamen er enthousiaste berichten door vanuit mijn tuin, waar een ploeg van bij elkaar getrommelde kinderen en vrienden hun gespierde lijven in de strijd hadden geworpen om de rommel onder het blauwe zeil, dat ooit het geliefde huis was, te laten verdwijnen. Door mijn afwezigheid als bij toverslag, voor hen niet zonder slag of stoot. De snelheid waarmee dat kennelijk gepaard ging verbaasde, maar maakte de ochtend nog lichter. Letterlijk en figuurlijk verdwenen de obstakels als sneeuw voor de zon. Dochterlief vertelde dat tijdens de opruimactie op de tuin een roodborst onrustig rondvloog, ze bleef om en in de tuin dralen en scheen te wachten tot de rust weer zou keren. Vertolkte ze mijn onrust?

etten leur 4

Stilte, concentratie en verhalen gingen over de tafel, ik vergat mijn gedenkmus te voorschijn te halen, zo was ik in de ban van het proces. Toen het moment suprême daar was en de de drukplaten met inkt konden worden ingerold, begon het te leven. Eerst een proef met de hand gedrukt, om te kijken, waar nog onvolkomenheden zaten. Snavel te groot, nog te dik, nog te groot, driemaal is scheepsrecht. Hier en daar wat extra weg halen. Afspoelen, weer gutsen, afspoelen, nog een beetje en op de millimeter, daarna was ze klaar. De AlMus was geboren. Op Japans of Chinees papier, op zijdepapier, op karton. In verschillende toonaarden, maar donker zwart, tot grijs met de eerste drukproef op de tas, die over mag om daarna inktzwart te herrijzen.

004 Ieder jaar komt ze…

Ze is voor eeuwig verbeeld en ineens weet ik, dat bij het volgende etsmoment de gierzwaluw zal verschijnen in volle vlucht. Ooit vastgelegd in het wegvliegen onder mijn dakgoot vandaan. De Apus Apus, die zich eerst laat vallen en dan zijn vlucht vleugels geeft, om dartelend hoger of lager te blijven vliegen op zoek naar insecten.  Weersvoorspellers bij uitstek en wie zich de moeite neemt om hun verrichtingen goed te lezen, weet precies wat er komen gaat. Roodborst, mus, gierzwaluw, op één dag als kleine boodschappers in vogelvlucht in mijn hoofd en straks allen op papier in mijn handen