Uncategorized

Zet de sluizen maar open

Water. Het golft door het hoofd, het vloeit en kolkt in mijn hoofd, het water staat me tot de lippen. Wat zeg ik…Het staat tot halverwege de ogen als in de stripverhalen uit de Donald Duck. Als water eenmaal de opdracht wordt, bestaat de wereld alleen nog maar uit deze vloeibare kostbaarheid, meer dan al het goud op aarde. Pas als je er bij stilstaat, besef je, hoe rijk Nederland eigenlijk is. Water tot het hoogste goed maken en een koning aan het hoofd zetten is het onderstrepen van wijsheid.  Daar verbleekt het zwarte goud bij. Olie kan je niet drinken.

102

Gisteren doken we er nog wat verder in, water was het oogkenmerk, bister was het middel om het te bereiken. Werken met poeders met de eigenschap van een Ecoline betekent experimenteren. Je kan er zoveel kanten mee uit. Als ik thuis kom en probeer het late journaal te kijken, maar de oogleden te zwaar zijn om ze open te houden , ga ik naar bed. Met alle adrenaline over de ontdekte experimenten nog op het netvlies, droom ik over school. Water is meer dan eens een thema geweest en geloof me, met mijn lieve schatten haalde ik het onderste uit de kan. Daar waren ze in de eerste plaats zelf vooral debet aan. We ontdekten de vele mogelijkheden met water. Niets is leuker dan met verf en water aan de gang te gaan. Nat in nat, nat in droog, nat op nat, met lijm, met houtskool, met kaarsvet, met alles wat aantrekkend of afstotend was.

De snelle denkers gingen vlugger dan ik, de bedachtzame filosofen dokterden eerst een effect uit voordat ze tot handelen over gingen, anderen verloren zich in wat water deed. Het draaide altijd om het proces en de  grote ontdekking. Daarbij werd kunst met een grote K gemaakt. Groot van geest omdat ze er onbevangen in gingen. Wie wil begrijpen hoe het werkt, kan letterlijk de kunst afkijken van het kind.

013.jpgEn een lol.

Dus gingen we aan de slag, water maken met verf, hoe krijg je de glinstering, niet op  papier schilderen maar op plastic en dan een drie tafels groot, met rollers en acryl. Roll on! Dat deden ze vol overgave. Het was het prachtigste water dat je maar bedenken kon. Kraters sla je in water door in de Ecoline water te laten druppelen of lijm. De ecoline gaat wijken en bruist bijna uiteen, bij zo’n ontdekking haalden we iedereen erbij en keken ademloos toe, om wat zich daar, volkomen natuurkundig, voltrok. een proces van aantrekken en afstoten. Zodra er behangersplak aan te pas kwam met plakkaatverf en ossegal was het feest compleet. Marmeren is magisch door de vele kleuren en patronen. De hele watertafel vulden we ermee, daarna konden we bogen op een enorme productie prachtige kunstwerken. Wat aantrekken en afstoten al niet vermag.

078  082

Gisteren als een kind zo blij met bister aan de slag. De samenstelling viel door de mand. Het bleek uit meerdere pigmenten te staan, toen we er druppels water op lieten vallen en ze uiteenstoof in heldere kleuren. Door in het proces te gaan zitten, werd water weliswaar de opdracht, maar verliep de weg er naar toe, grilliger. Het werden waterpartijen, kleurrijke abstracten, bloemen, zeeanemonen, er werd subtiele gelaagdheid ontdekt.

094

Poeder in water en water in poeder. Wat een korrel pigment al niet vermag, laat staan als het bister is, opgebouwd uit schellak, gemalen bast van walnoot en gom, of roet en teer van verbrand hout. Ineens weet ik waarom mijn handen walnotenbruin werden en onafwasbaar bij de oogst in de tuin van la Filature in ‘la douce France’. Vandaag eens even experimenteren met een verkoold stuk hout. We hebben een missie. Maar daarna weer terug naar water, over stromen, over bruisen over vloeien, over druppen…Zet de sluizen maar open.

Uncategorized

‘In de benen’

Met een bezoekje aan de Hortus is mijn hang naar Daslook toegenomen. Toen ik het dankbare stinsenplantje daar in volle glorie en met verve zag bloeien, als een zee van wit, begon het te kriebelen. Nu ben ik internet aan het afspeuren naar verkoopadressen. Op marktplaats worden ze te koop aangeboden, maar vooral in Groningen en Friesland. Hoewel ik graag ritjes maak in de kleine blauwe, is dat zonder andere aanleiding wel wat ver van huis. Tot overmaat van ramp las ik ergens anders weer, dat een combinatie van daslook met De schout bij nacht(alleen de naam al) een goede combinatie zou zijn. Als de Daslookbloem klaar is bloeit de Schout. Regeren is vooruitzien. En de laatste is ook niet een alledaagse plant.

Toen ik er gisteren bij een tuincentrum naar vroeg, keek het meisje me iet of wat verontschuldigend en wazig aan. Ze was er nog maar net, werkte er nog niet zo lang. Ze wees me dan ook verrukt naar een fors bloeiende witte Lupine. Maar die heeft niets met de Schout bij nacht te maken. Weet dus, als ik wat afwezig reageer, dat ik op een missie ben, een queeste. Ik zoek mijn eigen Schout bij nacht oftewel mijn Rodgersia Pinnata en mijn Allium Ursinum. Dat is weer eens iets anders.

Het zouden ook de perfecte complementen zijn in mijn schaduwtuin. Dankzij de buurman bezit ik aan de rechterkant van mijn kleine paradijs een zompige schaduwborder, omdat er de grote heg aan grenst van iep, eik, beuk en zelfs hier en daar nog een kastanje. Daar doorheen zit van allerhande groen gevlochten, waaronder de heggenrank. De Rosa Seagull prangt er dwars doorheen met haar vileine stekelige doornen en haar lange dramatische uitlopers, die, ongemoeid, verder reiken dan lief is. Haar bloei is prachtig, dat zeker. Ze is eigenlijk een kleine verleidster, een sirene pur sang, met haar lokkende geuren en haar witte waterval, maar als je te dichtbij komt, dan ben je de pineut. Ze hangt in je haren, striemt in het gezicht en haakt zich vast als een terriër, aan armen en benen. De lieve kleine Seagull is eigenlijk een nietsontziende helleveeg. Beware!

Op mijn zoektocht gisteren kwam ik de Margriet weer tegen. In onze tuinen waart een kleine Verdwijnkol rond. Ieder jaar voedt ze zich kennelijk aan, vooral de vaste, weelderig bloeiende planten. Stonden de margrieten dankbaar een aantal seizoenen in grote getale het groen op te fleuren, dit jaar is er geen piezeltje margriet meer te bekennen en nee, ik heb haar niet weggetrokken bij de rigoureuze winteropruiming.  Kolletje heeft haar best gedaan, zowel bij de buren om me heen als bij mij. Ze heeft het ook gemunt op de lupinen, ‘die hard’ van het eerste uur, maar nagenoeg foetsie. De Borage heeft het onderspit moeten delven en het prachtige tere Ridderspoor. Kollen en ridders gaan vaker samen. In mijn tuin speelt zich een geheimzinnige middeleeuwse strijd af. Er vinden tafelrondes plaats en daarbij delven velen het onderspit. Verdwijnkol heeft handlangers. Het zijn de woelmuizen en de hazenlegers, de hondsdraf, kleefkruid en de bosaarbei, die in haar kielzog het vuile werk voor haar opknappen. De strijd is ongelijk. Ze zijn talrijker dan mijn persoontje en mijn bloemen alleen.

011.JPGHet hazenleger van Verdwijnkol.

Het komt goed. Ik zet mijn Schout bij nacht in als Joker. Dus even de speurneus op en verder kijken dan hij lang is. ‘In de benen’.

 

Uncategorized

Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Soms kom je een woord tegen waarvan je denkt: Dat heb ik eerder gezien, gelezen, gehoord. Je graaft het geheugen af en kan niet meer bedenken in welke context het betekenis kreeg. Zo’n woord is Stromboli. Vriendin gaat op vakantie en stuurt berichten vanuit de Eolische eilanden met onder andere het eiland Stromboli. Twee andere bekenden maken op dit moment ook het eiland ‘onveilig’. Er is de roman van Saskia van Noort met dezelfde naam en ik kom het tegen in een Italiaans restaurant als veredeld broodgerecht.

Voorkant

Zowel eiland, roman als gerecht zijn me volkomen onbekend. Het nodigt uit tot onderzoek, tot ter plekke het eiland bezichtigen. Het schijnt dat een retraite op Stromboli de aanleiding was voor de locatie van het boek. Mooiere titel. Retraite op Stromboli. Je gaat er gebroken heen en komt gelouterd terug, maar andersom kan ook. Net in welke stemming de schrijfster verkeerd. Saskia van Noort schrijft er haar bestseller mee, na eerst een dergelijke retraite te hebben ‘gedaan’ of is het ondergaan, naar aanleiding van een ervaring die zich in de orde van de #Metoo discussie ophoudt. Actueel en derhalve is succes verzekerd, omdat we de schaamte voorbij zijn, met dank aan Anja Meulenbelt, die dat al veel eerder voor zichzelf uitkristalliseerde. In de bijlage van de Volkskrant dit weekend wordt zowel Stromboli als Schaamte uitgebreid belicht. Dat kan dan haast geen toeval zijn.

054

Ik ben in een eigen retraite beland. Er komt geen spannend eiland aan te pas, maar wel helende plekken in de omgeving. Soms moet ik er een stukje voor rijden en vaker is er een gelegenheid om de hoek of in huis, op bed of in het hoofd. Elk moment dat zich ervoor leent kan ik afdwalen op zoek naar een diepere betekenis of naar het zijn zonder meer, zonder reden, gewoon omdat het is en ik het zie, op dat ene moment. Het moet er voor een omstander wonderlijk uitzien. Een vrouw die soms met een ruk stilstaat, bedachtzaam, loerend haast en die op sluipersvoeten probeert het beeld te vangen dat voor het netvlies werd geschoven, niet in de laatste plaats omdat het existentiële vragen opriep. Waarom, waarvoor, waartoe?

033

Het is de somma van de onthaasting, omdat ik nu kan blijven hangen op een woord dat me al drie keer verschenen is in twee dagen. Het is de vrijheid die me permitteert nergens anders aan te hoeven denken. Het is de grote stille ontvangstruimte in het hoofd die niet geleefd en vastgelegd wordt door overvolle agenda’s, ‘does and don’ts’ . Als het vandaag niet komt dan morgen.

Niet het pensioen, de zegen voor sommige, de karigheid voor een ander, omvat de schatkist van de ouderdom. Dat zijn de herinneringen maar bovenal het lege boek, waar iedere dag een bladzijde op mag worden bijgeschreven. Puur, spontaan, omdat de grijze hersencellen hun creatieve kanten kunnen laten vieren en uitdijen, eindeloos, net zoals het komt. ‘Never a dull moment’ denk ik, dankzij de vrijheid van leven, zonder opgelegde maatschappelijke verplichtingen en niet anders dan karakter tonen zal.

055

Alle goede dingen bestaan uit drieën, oreerde mijn oma. Als het goede op je pad komt, of beter nog, door jou wordt opgemerkt als zodanig,  ontvang je de bonus van nog twee maal. Het is een onderzoek waard. Ik ben er klaar voor. Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Uncategorized

Sorry Poes

Heerlijk geslapen en verschillende verhalen gedroomd, maar ze stoven uiteen en schoten weg als kleine kwikzilvers, toen Pluis op het bed sprong omdat hij een paar jonge zwarte kauwen in de boom voor het slaapkamerraam zag zitten. Staart vervaarlijk zwaaiend en het mekkerende bekkie onder de vorsende ogen.

181Kat in het bakkie

Ze heeft een te dik onderbuikje, is gisteren vastgesteld door de dierenarts. Deze week, zag ik het almaar met de dag dikker worden na de val over het balkon. Tenminste dat dacht ik. Noodbellen gingen rinkelen.  Zoonlief had het opgezocht op internet en alle symptomen wezen op wormen. Niets aan de hand, bleek bij nader onderzoek door de arts, wel de gemiste inenting ingehaald en de voornagels wat aangescherpt. Ze was gewoon te dik. Plaatselijk dan, want lijf is gespierd. Een hangbuikkat, o jé. En ja, ze moet op dieet. Dat wil zeggen, ik vul normaal het bakje bij als het leeg is, maar er moet systeem in komen. Niet meer dan een halve bak brokken per dag en stoppen met de zalmsticks. Ik had natuurlijk kunnen bedenken, dat dat net zoiets is als elke dag een Twix of een Snicker. Een bommetje zout. Slecht voor hart en bloedvaten en geloof me, daar weet ik de laatste tijd alles van.

Ik zelf heb eerder moeite mét eten dan met niet eten. Het voelt niet fijn met een gevulde maag en die van mij is al gevuld met muizehappen. Het eiwitrijke dieet valt me zwaar. De diëtist stelde het rooskleurig voor en zo klonk het mij ook in de oren. Maar een en een is twee. Het lukt niet echt. Het gewicht dat erbij kwam, zit vooral in buik en benen. Nee, ik ben nog lang geen hangbuikvrouw. Daar zal meer voor moeten komen kijken. Pluis kan blijven eten, op elk uur van de dag. Vroeger zou men gezegd hebben dat hij ‘over een gezonde eetlust’ beschikte. Daar denkt men vandaag de dag anders over. Het oordeel dat de dierenarts velde, stak een stokje voor het uiterlijke vertoon van mijn liefde voor haar, de verwennerij.

186Pluis met Stick

Hoe blij huppelt ze, als ik ’s middags binnen kom en ik loop naar de la met zalmsticks. Ze draait om mijn benen, geeft me uitgebreid kopjes en springt dan boven op de kast met een vragende blik. Smelt…Als ik daar maar tegen bestand blijf.

Gisteren liepen dochterlief en ik in het winkelcentrum en kwamen tot de ontdekking dat heel veel mensen kampen met dezelfde problemen als Pluis. We dwaalden door de XL grote supermarkt en zagen karrenvrachten vol met zonde aan ons voorbij trekken. De verleiding lag er in grote getale op de loer. Een supermarkt is de place to be als het om eten gaat en in verleiding de grootste. De verlokking ligt ook in het winkelcentrum zelf overal op de loer. Het aantal non-food zaken slinkt, de boekwinkels zijn sterk gereduceerd, hier en daar een juwelier en overal, in alle gaten en hoeken zijn kleine eetschuren te vinden, waar met het grootste gemak van alles in monden kan verdwijnen. Ogen, groot al schoteltjes, verlekkerde glimlach rond de lippen….de verzoeking ten top.

003Geen verwennerijen meer

Lang geleden, toen ik dubbel zoveel zelf was als nu, kwam ik met zus in België terecht, waar bakkers hun verrukkelijkheden met verve ten toon spreiden. Het was diezelfde sensatie, die ik nu waarneem bij anderen. Ik kon er niet aan weerstaan. ‘Eet mij, eet mij’ smeekten ze mij. Op slag kwam de Holle Bolle Gijs in mij boven. Wij, inkiepinkies, hebben makkelijk praten met onze matige eetlust. Verleiding waart rond en je moet van goede huize komen om daar tegen bestand te blijven. Dus ‘nee’ tegen die allereerste onschuldige kindervraag om een spekkie voor het bekkie. Dáár ligt de kiem van alle hangbuikies, inclusief die van Poes Pluis. Sorry Poes.

 

Uncategorized

Wat rest is ‘hoop’

Er zijn vele soorten tuinen. Ze zijn er strak aangelegd, keurig gecultiveerd, rommelig, verwaarloosd of die, waarbij elk spoortje van groen is vervangen door een koude tegel.  Maar ik ken ook iemand, wiens tuin in de loop der jaren een bosrijk gebied geworden. Het begon met Zwarte Els en drie eikeltjes, die hij vol verve midden op de tuin in de grond stopte. Hoe hij aan zwarte Els gekomen was, weet ik niet meer. Misschien had hij, als notoire morgenster, haar als een straatmadelief bij de vuilnisbak weggekaapt of uit de erfenis van zijn illustere tante verkregen, maar op een dag stond ze met haar wortels stevig in de grond verankerd. Zij werd zijn heilige koe. Niets, maar dan ook geen piezeltje, mocht wijken.

Hij heeft een voorkeur voor verweesde en verguisde planten. Hij sleept ze mee naar zijn paradijs als een ekster de glimmertjes naar zijn nest. Hij koestert ze met grote liefde. Zoekt onmogelijke plekken voor de springerige en onbehouwen groeiende exemplaren. Hij zet steevast een boom met ze op en spreekt er fier en met verve over. Bitterzoet mocht in de wilgen boven het hoofd. Groot hoefblad met zijn robuuste uiterlijk werd met liefde onthaald, ja zelfs de stekelige kaardenbol, die gretig naar blote armen en benen dook, als je er langs liep, kon op zijn minzame aandacht rekenen. De heggenrank werd fluks de heg ingejaagd om zich er doorheen te strengelen met haar sierlijke en ranke bloemetjes en niets ontziende tentakels, zo ook de witte pispotten en de blauwe winde.

0351.jpgGroot hoefblad

Als een vesting stond die heg om zijn hertogdom heen. Iepen, eiken, fluweelbomen, kastanjes en wat er zich verder ook maar tussen wrong, vormden de groene muren. Het schreeuwde om het betere snoeiwerk en ieder jaar reikten de toppen tot ver boven de begrenzing van het ruimtelijk toelaatbare. Hij vond de bosaardbei ongelooflijk lieflijk en de hondsdraf een dankbare bloeier. De Japanse wijnbes, die in ongeleide staat zo overweldigend kan zijn, kwam midden in een perk terecht met nog gerede bloei, als lupinen, vingerhoedskruid, akelei en geraniums. Van lieverlee kleurde ze als alleenheerser prachtig bij de inmiddels welig tierende ooievaarsbek en waren de anderen tot de rand van de tuin verbannen. Laatste vondsten waren de gecultiveerde heermoes, die de wilde in haar kielzog bleek te hebben, de apothekersroos, die vooral op een natuurlijke wijze de ruimte gelaten moest worden. Mispel kwam erbij en appel en peer.

Langs het middenpad heerste het boerenwormkruid, dat vrijelijk zijn gang moest kunnen gaan en daarmee alle regels van het toelaatbare overschreed. Daar was hij volmaakt gelukkig. Hij maaide het gras, zat verscholen achter zijn bosschage en dronk een wijntje bij een goed boek of lag te ronken op het veldbedje, dat het een lieve lust was. Hier en daar snoeide hij zich een doorgangetje als het groen te welig tierde of plantte nog maar eens een witte regen.  Er werd onkruid gewied, literaire verhandelingen gehouden en gefilosofeerd. Van het eetbare werd een onvervalste bostuinsoep gekookt. Het was het volmaakte geluk, geleide chaos. Prachtig en lommerrijk,

050

De klad kwam erin. Eerst door een inbraak in het tuinhuis, dat voelde als een persoonlijke aanval op zijn integriteit, letterlijk een inbreuk op zijn vertrouwen in de mensheid. De kas zoette het leed en daar pompte hij vanaf die tijd elke vezel liefde in. Maar ook dat taande. De bomen werden hoger en hoger, zwarte Els werd breder en breder en het bitterzoet omstrengelde en smoorde met liefde. Bosaardbei en hondsdraf, brandnetel en braam veroverden de lap grond op sluipersvoeten even als het kleefkruid, dat zich van lieverlee bij hen had gevoegd. De apothekersroos ging een verbond aan met de kamperfoelie en de heggenrank had zich met alle boomsoorten in de heg verstrengeld. De heermoes veroverde terrein.

051

Hij is al een tijd niet meer gegaan. Gisteren ben ik gaan vrijwaren. Ik heb een pad op het metershoge gras gewonnen, de kas zaaiklaar gemaakt, het glas van de kas tot doorkijk gepoetst. Mijn laatste pogingen zijn de voorgehouden wortel. Hij stapt er niet in en verschanst zich nu thuis. Wat rest is ‘hoop’.

Uncategorized

Subtiel maar onmiskenbaar

De onrust raasde gisteren nog een dag door. Binnenin het lijf schuurde en bonkte het, maar de afleiding was er, door de opdrachten voor deze week om water te bestuderen. Wat doe je als je besloten hebt, een pas op de plaats te maken? Dan blijf je thuis en bestudeert het water uit de kraan. Het eerste wat in me opkwam, was een groot glas met stromend water te vullen en te kijken welk effect het zou hebben als het water erin plonsde. Dit naar aanleiding van de sketch van Leonardo da Vinci die overduidelijk  ook het water ergens uit had zien stromen en kolkend neer zag komen.

004stromend water in glas

Tot mijn verbazing veranderde het water in dat glas in een schouwspel van lucht, licht en beweging. De straal brak in tientallen druppels uiteen. Lichtval werd een belangrijke meespeler. Samen vormden ze iets wat mijn leven lang heel gewoon is.  Een gevuld glas. Maar de schoonheid ervan, het schouwspel, had ik nog nooit op deze manier waargenomen. Water, koel helder water ontpopte zich tot een schilderij, tot kunst vlak voor mijn ogen.

001water in glas

Het eerste indrukwekkende verhaal van de bijbel, dat ik als kind in de kale kerkbanken hoorde, was die, over de doortocht van het Joodse volk door de rode zee. Het beeld van Mozes die het water scheidde, vond ik zo indrukwekkend en ieder die er doortrok, zo dapper. Hoe gevaarlijk moest dat zijn om een muur van water om je heen te hebben. Muren van water zoals de tekeningen in mijn kleine missaal. Ik wilde dat het waar was, net als een Jezus die over het water liep. Fantastisch, als je dat kon viel er oneindig veel meer te beleven in onherbergzaam land en ongekend leven. Verhalen, waarbij zich nieuwe avonturen ontsponnen in mijn hoofd.

Daarna volgde de marionettenpoppenserie op televisie. ‘Vier veren Waterval’. Nog altijd ken ik de eerste twee regels en de melodie van het openingslied, ‘Vier veren val, mooie waterval’. Wat genoot ik van die pratende poppen met hun naar beneden kleppende kinnebakken. Het waren spannende avonturen over cowboys en indianen en vier magische veren uit een hoofdtooi, die dieren lieten spreken, zoals het paard Rocky en de hond Dusty. Ze woonden bij de stoere sheriff Tex Tucker. Ik was acht jaar. Mijn leven lang heb ik een voorliefde gehouden voor het magische poppenspel, de rivier en de waterval.

016 vijver in de Oude Hortus, Utrecht

Dichterbij was de sloot, aan de Thorbeckelaan , waar de vakantieontspanning was en wij kinderen in de lome zomers onder de pannen waren zodat mijn moeder toch haar handen vrij had.  Daar speelde de onderwaterwereld zich in het klein af. Bloeddorstige taferelen in het vredige groen als vraatzuchtige snoek en baars er hun overlevingstochten uitvoerden, maar ook een wereld van vermaak met de guppen, de kleine bliekkies en de voorntjes. Op het water lopen was allang niet meer alleen aan Jezus voorbehouden. De kleine schrijvertjes en de waterspinnen konden het ook, met het grootste gemak.

078

Op mijn buik lag ik te turen naar de schitteringen van het licht op het water, soms diep en bruin, onheilspellend haast, dan weer licht en lentegroen, ongrijpbaar en doorschijnend. We hengelden met jampotjes in het water en bestudeerden de krioelende inhoud ervan. Kleine dikkoppen, watervlooien en griezelige bloedzuigers tussen het kroos.

foto wiki. Zeeland 1953.

Tijdens de doorrookte verjaardagen kwamen de verhalen los, over de watersnoodramp in Zeeland, waar een boekje van stond in de kast. Door de foto’s van de ellende ver van ons gehouden, net als de afschuwelijke foto’s van de uitgemergelde mensen in de concentratie-kampen uit de oorlogsjaren. Verboden boeken, ongeschikt voor onze onschuldige kinderogen. Ze stonden achter alle andere, maar als letterverslinder had ik ze allang ontdekt. Water, dat huizen kon verslinden en koeien in boomkruinen liet hangen, water dat eigenzinnig overspoelde, zonder dat wij er invloed op hadden. De macht van water.

010.jpg

In de voetsporen van Leonardo da Vinci op de Schilderclub, zijn waterschetsen en onze observaties tot nu toe, kon ik niet anders niet anders dan het waterboek bestellen van Alok Jha. Het belooft wat en staat vol met geheimen en ontdekkingen van dat wat zó in ons dagelijkse leven aanwezig is en nauwelijks tot parate kennis behoort. Water met haar wreedheid en de magische levenskracht en niet te vergeten haar schoonheid vooral. Subtiel maar onmiskenbaar.

 

Uncategorized

Niets is wat het lijkt

De nacht draait en woelt het laken nauwer om mijn benen. Een onrustig gevoel omsluit mijn lijf, het hart klopt overal, behalve op de aangewezen plek. Wakker liggen is een waarachtigheid bij teveel aanvoer van geestelijk overpeinzingen en gedachten. Schrijven is een remedie om een wig te drijven tussen de voortmalende stroom. Het is nog net geen twaalf uur en ik heb een uur geslapen en ben kennelijk de grens van vermoeidheid over gegaan, want ik ben klaarwakker.

Het huis in de Amandelstraat telde drie slaapkamers op de eerste verdieping en een zolder. De laatste was lange tijd alleen in gebruik als opslag. Wij, de vier meiden, sliepen op een kleine kamer. Mijn zeven broers op de grote kamer en mijn vader en moeder op de allerkleinste kamer. Later sliepen zij op de grote kamer achter, want ik herinner me dat ik midden in de nacht met mijn blote voetjes en in doodsangst tevergeefs het grote bed opzocht. Mijn vader zaagde, te doen gebruikelijk, een bos omver en mijn moeder ademde diep in om de teug lucht dan weer met een lage ‘gggggg’ te laten ontsnappen. Er was altijd reuring midden in de nacht.

Mijn ‘bende-van-de-zwarte-hand-angst’ had zich voor eeuwig aan mij geketend vanaf de eerste regel van het boek en zodra de Beatlegordijnen voor het raam werden dicht geschoven en het licht van de lantaarn daar doorheen wonderbaarlijke schouwspelen toverde op de kale muren, kwam ze in volle hevigheid te voorschijn, tevergeefs klopte ik aan bij mijn slapende ouders en hun nachtelijke geluiden. Met opstaande haren in mijn koude nek droop ik af. Allengs werd beer als dekmantel gebruikt. Samen trotseerden wij het gevaar. Hij, met zijn onschuldige berehoofd op het kussen en ik bibberend onder de dekens. Overal waar mijn bed heeft gestaan was beer van de partij. Samen met die wonderlijke angst weken ze beiden tijdens de nacht niet van mijn zijde. Wat één boek al niet vermag.

Films keken we op zondag in het clubhuis, als de magische filmrollen in het gangpad draaiden en het snorren het geluid overstemden. Daar zat de spanning nauwelijks met de boefjes en veel levende Mariabeelden, trouwe honden, deelbaar brood en wat armoe voor het morele besef. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Nee, de film lag niet aan de angst ten grondslag. Zelfs niet aan de kinderlokker op de hoek van Hoge Noord, waar we altijd hard voorbij het braakliggend stuk land voor zijn huis renden.

Tekening  van Jan Rinke. 1914

De oorzaak was de kattenkwaad uithalende Pietje Bell. De dreiging die uitging van de naam van de bende was genoeg om de angst diep te laten wortelen. Die angel is altijd blijven zitten. Alle Pietjes verbleken bij de Harry Potters van tegenwoordig. Oneindig veel meer angst wordt er met beeld en geluid in ontvankelijke kinderzielen gepompt. Als ik al last had van een titel, hoe zal het de rest van de mensheid dan vergaan. Er is een tijd geweest, dat twee nieuwe kinderen op de galerij dachten dat ik een heks was. Zo heeft de man op de Hoge noord zich dus gevoeld. De kinderen hebben er maar een half jaar gewoond. Alles is betrekkelijk. Pietje Bell liet zich niet relativeren. Die blijft met grote regelmaat terugkomen.

Het is zo’n ongerede angstnacht. Ze loeit door elke vezel en schept onrust, haar zwarte hand leunt op mijn hart. Ik hyper naar ongekende hoogten, terwijl ik woel, draai en verstrikt raak in lakens en gedachten. Misschien moet ik als remedie Pietje Bell nog eens lezen, omdat vaker niets is wat het lijkt.

Uncategorized

Haar eigen weg

Gisteren was zo’n dag dat alles naadloos in elkaar schoof en ik pas ’s avonds doorhad, hoe veel bergen ik had verzet of liever, hoeveel van Gods water ik over Gods akker had laten vloeien. Dat is een wijze spreuk van vroeger. Eigenlijk het ‘Go with the flow’ van nu. Ze wisten het wel, alleen verpakten ze de boodschappen anders. ‘Pas op de plaats’ en  ‘Bezint eer gij begint’ komen allemaal weer terug in de koker van het Mindful leven van nu.

In alle vroegte naar de tuin, waar ik alleen leek te zijn met de vinken en de mezen, de buitelende kieviten in het veld, de lijster en de meerkoet, die ik aanzag voor een haastig verdwijnende muskusrat, maar die voor mijn neus weer te voorschijn kwam en geagiteerd krijsend opvloog. Het niet al te hoge gras gemaaid en dat was prima te doen, daarna vooral onkruid getrokken en de enkelvoudige dahlia’s in de grond gestopt. Groei en bloei.

 

Op het warmst van de dag weer in het koele huis. Met de kapotte parasol steek ik een stokje voor de koperen ploert en het euvel blijkt met een losse schroef te fiksen.  Ze is vooral nodig om de balkonia’s niet te laten verzengen in de hitte. Binnen werk ik aan kleine tekenopdrachten voor zuslief en vind de verdieping in Leonardo da Vinci en zijn waterschetsen. Wat een heerlijk onderwerp. Hoe werkt dat eigenlijk, stromend water uit de kraan. Dat is snel te checken. Vastleggen van die doorschijnende ongrijpbare stroom is lastiger dan je denkt. Ik neem er een foto bij en tuur en tuur. De tijd vliegt voorbij als je aan het tekenen of schilderen bent geslagen. Dankzij mijn kleine aquarel pocketdoosje, dat op mysterieuze wijze verdwenen is, vind ik de grotere ongebruikte van Gogh aquarellen weer terug. Ik zei het al. Zo’n dag dat alles lukt.

011Voeg je naar de beweging

’s Avonds is het tijd voor Vianen. Wat heb ik die rust van dat kleine landelijke dorp aan de rivier gemist. De avondstilte, de oude gevels, de Hofpoort en haar vriendelijke bewoners, die gedag zeggen, brengen de tijd tot stilstand en de glans van de historie met zich mee. In het atelier is het warm. We werken vandaag met potlood, stift, houtskool en pastels. Zodra we de verdieping zoeken in de ‘krieuwels’ van Leonardo vinden we oneindig veel meer, dan op het eerste gezicht te zien valt. Door letterlijk met de stroom mee te glijden, in het kolken en bruisen duiken, te midden van het opspattende water, omhoog krullen en weg te golven ontdek je zijn diepte.De eerste drie tekeningen volg ik zijn voetsporen. Vooral de stift op plastic werkt verrassend. Water wordt Delfts Blauw.

017Vijver in de Hortus

Pastel maakt het zacht en vangt de beweging. Bij het vrije werk ben ik bij de vijver van de oude Hortus van gisteren en zie in het groengele water, waar zon breekt en het licht filtert, de kleine donderkoppen weer, onder mijn handen groeien de azalea’s en omlijsten de vijver. ‘Bron van nieuw leven’ filosofeert Mieke. Ze benoemt het anders, maar door er nu over te schrijven moet ik denken aan de vorige fase, waarbij we een motivatie moesten geven voor wat onderwijs nu eigenlijk betekende in het Meesterstuk dat ik aan het schrijven was. Het heette ‘Terug naar de Bron’. De titel is veelzeggend genoeg, maar de bijpassende foto verklaart alles.

078Terug naar de Bron

Het is de buis, de bron waaruit de inspiratie vloeit. Mijn tekening is een samenvoeging is van de foto destijds en het vredige beeld van het groene water van gisteren. Dat krijg je als, in de inspiratie van het moment, alle deuren in het hoofd zich openen. Laat maar stromen…Inderdaad, een nieuwe fase vindt haar eigen weg.

032

 

Uncategorized

Zicht van lijn en licht

Ze vliegen lekker hoog, de gierzwaluwen. ‘Het mooie weer houdt nog even aan’ roepen ze scherend door de ijle lucht. Gisteren na het avontuur met Pluis en de fysiotherapie wilde ik gedachten en indrukken op een rijtje zetten in de stilte van de Oude Hortus. De kleine Blauwe Prins stond veilig en voor niets in de Rijnlaan geparkeerd en de wandeling was op zich al de moeite waard. Schoonheid ligt op straat. Op naar de lange Nieuwstraat. De terrassen op het Ledig Erf zaten vol met pratend, zonnend, genietend volk. Zon kleurde alles lichter.

014Donderkopjes

In de Hortus was het stil. Vanuit de open vensters van het Universiteitsmuseum klonk hier en daar wat geroezemoes, maar verder was er, op het gebeier van de klokken na, trillers van de merel en bijen-gezoem een oase van rust midden in de hectiek van de stad. De zon speelde met het gebladerte en wierp prachtige en krachtige schaduwen op. Het licht wordt feeëriek in de doorschijnende vijver, waar donderkopjes wegschieten als het fototoestel een schaduw op het water laat vallen. Ze zwemmen in alle stadia gemoedelijk door elkaar heen, met staart, met pootjes of gewoon nog als kleine dik bolletje. Dat wordt wat en ik beloof aan mezelf om straks te komen luisteren naar wat de kikkers elkaar te vertellen hebben.

023 De oudste Gingko in volle pracht

De bloeiende Rododendrons en de azalea’s streven om het hardst om hun bloemenpracht te etaleren. Dankzij het licht lijken de bloembladen doorschijnend teer. Zon licht het blad van de Gingko op, die prachtige oude wijze boom waar al zoveel jaar anderen in bewondering hebben voorgestaan. Ze schrijft geschiedenis.

055.JPGKruidentuin

In de kruidentuin staan alle heilzame kruiden gegroepeerd en gesorteerd op kwaal of aandoening. Er is voor elk wat wils, alsof de Zalkse Katrien er zelf rondwaart en kwistig strooit met haar kennis en kunde.

043fluisteren der varens

Het groene pad, dat eigenlijk sloot is, dicht bekroost, draagt haar oeverplanten met sier en ook hier tekenen schaduwen een nieuwe wereld, waar de tongen van de varens weldadig krullen en hun verhalen doorfluisteren in de windstilte. Drie vrouwen komen uit het museum gelopen op zoek naar een lege bank, om zich te laven aan het zonlicht. Het geroezemoes gaat verder als het gebeier is gestopt. Ze praten gedempt als bij een kathedrale stilte en ik bedenk me dat dat de juiste omschrijving is voor deze bijzondere hof.

111Hertshoorn in de kas

De oude bakstenen schoorsteen torent hoog boven de oude kassen uit en binnen is er dezelfde gewijde stilte, ik ontmoet de Hertshoorn en de Christusdoorn en ben weer even thuis, waar mijn moeder water geeft aan twee van haar lievelingen.

085Spiegelen

Hier speelt het licht een prachtig spel met het houten raamwerk van het dak en het water en veegt strakke grijstinten door het nat, zet de wereld op z’n kop. Twee kinderen dartelen met een briefje tussen de oude planten door op zoek naar antwoorden voor de opdrachten, die speurwerk vergen. De tuinman sproeit zich een weg er doorheen en speelt verstoppertje met de schaduwen.

102

Uit de luwte valt de lome hitte van de stad zwaar. Het asfalt zindert. Voor me loopt een vader te wandelen met een kind in de wandelwagen en een kleintje ernaast, ook met de wandelwagen en haar onderuitgezakte kleine baby. Haar blote voetjes dribbelen driftig op de cadans van de grote man naast haar. Dit beeld verwarmt meer nog dan de zon en al haar schaduwschilderingen. Met een belofte voor later, als over het water van de Vaartsche Rijn onder de spoortunnel haar lijnenspel rimpelt, zwaait Stad me uit. Morgen weer een zicht van lijn en licht.

103Vaartsche Rijn

Uncategorized

‘Kat in het bakkie’

Zon kleurt het leven lichter. De benen zwaaien met zin over de bedrand en er is bedrijvigheid voor twee in die eerste uren. Vanmorgen had ik de gieter gevuld en liep naar het balkon toen ik een klagelijk mauwen hoorde. ‘Een kat in nood’ registreerde mijn brein. Het kwam uit de diepte. Over de rand van het balkon heen, zag ik tot mijn grote schrik onze lieve Pluis in de boom van de benedenburen zitten. Op de hoogte van onze balkonrand. Tweehoog is erg hoog voor zo’n kleine balkonkat, die niets gewend is.

Toevallig was er gisteren een filmpje op Facebook langs gekomen over een bovenkat die uitgelaten werd en met een mandje werd opgetrokken. Een ingenieus idee, dat hier nooit uitvoerbaar is vanwege de drukke weg vlak naast het huis. Het was een grappig filmpje.

178

Nu de nood aan de man was, riep ik zoonlief en herinnerde hem aan de mand. Gelukkig wist hij er op zolder nog een en een touw. In de kale mand stapte ze niet. Met veel flemen en lieve stemmetjes wilde ze wel, maar durfde nog niet echt de overstap te maken. Zoon stopte een kussentje in de mand en een lekkere zalmstick en toen begon ze voorzichtig aanstalten te maken. Daarbij kieperde het gevaarte af en toe vervaarlijk een kant op. Uiteindelijk lukte het met kalmte en beleid en werd de mand tenslotte over de rand van het balkon heen gehengeld. Poes weer veilig op vier pootjes en een zalmstick voor de schrik. Ik was wel toe aan koffie.

180

Ze had even haar bekomst van hoogte, want ze sprong zelfs niet meer op het aanrecht om stromend water te bemachtigen. Dankzij het filmpje op internet en het lumineuze idee van de mand wisten wij wat te doen in nood. Als je de juiste dingen uit de media filtert kan het van onschatbare waarde zijn.  Onze Pluis werd kat in het bakkie en daarmee gered uit een benarde situatie. Vóór deze ervaring  balanceerde ze altijd op de rand van het hek. Ze speelde wankel evenwicht, zorgde voor een lichte hartverzakking om dan nuffig met haar snuit in de lucht op haar vier pootjes over het smalle randje weg te wandelen, parmantig met de staart omhoog. Maar erna was het een klein hoopje angst en verstopte ze zich op zolder na dit hachelijke avontuur.

181

Angst is een wonderlijke emotie. Het werkt verlammend. Iedere stap die je zet, zo moet Pluis het gevoeld hebben, is een stap dichter bij groter onheil. Normaal gesproken heeft ze een klein bescheiden miauwtje, want ze laat zich zelden horen. Dit was een krachtig én angstig mauwen. Dat ze uiteindelijk toch de stap gewaagd heeft in de mand en bleef zitten, terwijl het steeds maar schever ging hangen is een wonder. Dat de prunus hier van beneden met haar takken en gebladerte al zo dicht begroeid is en daardoor een natuurlijk vangnet vormde, een zegen. Want Pluis was nu weliswaar op haar pootjes terecht gekomen, maar wel in een penibele situatie.

182

‘All’s Well, that Ends Well’ voor Poes, dankzij een filmpje op FB. Helemaal geland is ze nog niet, want ze verstopt zich op dit ogenblik, omdat de schrik haar om het hart is geslagen, net als bij ons. Pluis haar eerste avontuur en naar ik hoop, voorlopig tevens haar laatste ‘kat in het bakkie’.

186

 

 

Uncategorized

Laven aan leven

Eindelijk weer ontwaakt met het witte licht. Dat was een tijd geleden, door alle commotie dat een leven met zich meebrengt dat gericht is op organen, lijf, ziekenhuis en therapeuten. Nog maar kort geleden was dat een leven vol reuring en kinderen, creativiteit en bevlogenheid. Het is wennen om teneinde toch de wikkels te vinden waar de geestverrijkende momenten uit te peuteren vallen. Ze zijn meer dan aanwezig, als je de ogen maar open houdt. Maar wennen is het. De ochtenden begonnen allengs later, zeven uur werd een gewoonte.

008

Het heeft ook met de winterdag te maken en de sombere grijsheid van het bestaan. Nu de lucht zomerleven ademt en vogels hun muzikale kwaliteiten om half vijf al inzetten, is de tijd  rijp eerder wakker te worden en daarmee komt op het presenteerblaadje het witte licht, net voor de zon opkomt. De stilte, de trillers en die bijzondere ochtenddeken over de bomen heen blijft even hangen en wordt daarna doorbroken door rood-schakeringen achter de bomen om vervolgens met het zonlicht een doorschijnend groen goudgeel op te fleuren. Een vroege auto doorbreekt het concert, dat vanachter de huizen klinkt en waar ik de merel op de nok van het dak tegenover de flat weet. De planten op het balkon hebben hun waterballet al gehad en pluis nestelt zich in een van de rieten stoelen met een oog open en op de omgeving gericht, loerend naar alles wat beweegt.

002

Mijn eerste bewuste ontmoeting met dat witte licht was in een oud bijna boerenhuisje in het dorp Vreeswijk, waar ik als nachtverpleging de zorg had voor een mevrouw met een tumor in haar mond. Om uit de bedompte moeizame nacht te ontsnappen met het verdriet en de pijn en het leed, liep ik ’s morgens zodra het licht werd, naar buiten, het klompenpad af en ademde de schoonheid van het leven. De tegenstelling was zo groot, maar op dat moment had ik het nodig om me op te laden en weer naar binnen te kunnen ten einde de pijnlijke waspartij  te starten. Op het pad sprongen kikkers haastig weg, de duif koerde de stilte stuk en merel hief haar eerste trillers aan. Verder alleen het geluid van de kippen aan het einde van de tuin. Ze schraapten met hun poten het zand weg onder een genoeglijk en vredig klokken, alsof ze tegenhang boden voor het pijnlijke kreunen van zo even.

Euthanasie was een brug te ver in die dagen. Het lijden was te heftig voor een mens om te dragen. Haar man verkrampte, zijn hoofd drong steeds meer tussen de schouders. Hij zwoegde zich door het verdriet heen en de machteloosheid was tot in elke vezel te voelen, gevoed door een godvruchtigheid die een te hoge tol aan het eisen was.

Mijn ontsnapping gold het witte licht. Een teug van een beloftevolle nieuwe dag en daarna kon ik het weer aan om naar binnen te gaan. ‘Alles went’, zeiden ze vroeger. Maar dit buitensporige wende nooit, dat trage lijden waar geen eind aan leek te komen en de wetenschap dat elke handeling die je verrichtte een nieuwe pijnsensatie te weeg bracht. Wat een tegenstrijdigheid.

018

De violen lessen gretig hun dorst, ze lusten bijna wel twee keer per dag een slok water in de brandende zon. Het belooft een prachtige dag te worden, met een theatervoorstelling voor de allerkleinsten, kan ik me weer even laven aan hun spontaniteit en ongeremdheid. Dat dus, die wikkels, gevuld met de mooiste momenten om uit te pakken en te koesteren. Als tegenhang om het verdriet, een tikje laven aan leven.

Uncategorized

Er te mogen zijn

Elkaar helpen. Het is een simpel gegeven en iedereen weet dat het werkt. Gisteren was een dag van herdenken, dat bij mij altijd uitmondt in denken over het feit hoe het komt dat mensen elkaar moedwillig zouden willen benadelen, vaker uit eigen belang en narcisme, dan om een gemeenschappelijk belang of groter. Vroeger zei men bij een echtelijke twist in de straat of in de vriendenkring: ‘Zij gunt hem het licht in de ogen niet!’ De bitterheid waarmee die zinsnede omgeven was, proefde ik intens. Het deugde niet in ieder geval.

IMG_7033.jpgLicht in de ogen

In de jaren vijftig was nieuws vergaren vooral toegespitst op het leven in de kerk, buurt en straat. Het was een kleine gemeenschap, waar men elkaar kende van haver tot gort en waar, niet zelden, het intieme leven ook op straat rolde, letterlijk soms. ‘Ze vochten elkaar de tent uit’ heette het, smeuïge verhalen tijdens de doorrookte verjaardagen. Wij, kleine potjes met de grote oren, hadden daar een geheel eigen voorstelling van. Ik vermoedde dat er ergens een grote circustent in de buurt moest staan. Kleine hersens kraakten en braken er het hoofd over.

Afgunst en jaloezie doen veel, maar altijd ligt er de angst aan ten grondslag. Angst om het verlies, angst om het gewin, angst om het gemis, angst om de leegte. Laatst las ik in een artikel van Gerard Driehuis de stelling van  psycholoog Paul Bloom: ‘Van empathie en medelijden komt narigheid en oorlog’. Hij noemde empathie de mogelijke bron van alle ellende , omdat het gevoel blijft haken op medelijden met één persoon in plaats van de nood in een groter verband te zien. Het zou de aandacht afleiden van het humanitaire probleem.

035Troost bij angst.

Kinderen zijn prachtige voorbeelden van het tegenovergestelde. Zij handelen puur, omdat ze niet geplaagd worden door wat wenselijk is of door verlangens en verwachtingen van een ander. In de kleine groep kinderen die ik tot voor de kerstvakantie had, heerste met name de liefde voor elkaar. Ik heb vaker een groep zo voor elkaar zien opkomen. Het was aandoenlijk en leerzaam.  Ze waren met recht aan elkaar gehecht. Ieder kind werd geaccepteerd met alle eigenheden die ze bezaten. Het kind dat niet stil kon zitten, het kind met passie, het kind met de geëxalteerde bewegingen, het kind met de angst, het kind dat altijd alles omgooide, het kind dat vaak een natte broek had. Zonder woorden, zonder er de aandacht op te vestigen stonden ze open voor elkaar. Er schoof een arm om een schouder, er werd met elkaar meegeleefd, er werd gedeeld, er werd geholpen. Zonder vooropgezette reden, zonder eigen belang. Gewoon, omdat het helpt om de veiligheid die het geeft.

028Johan de Wit: ‘Sparrow’ (35 mm film, loop).Voorlinden

Het ligt in ons besloten om empathie te hebben voor een ander, maar wordt ten gronde gericht door een beschaamd vertrouwen of door het wantrouwen zelf. Doordat men elkaar het licht in de ogen niet gunt en men elkaar de tent uitvecht om zelf boven op de rokende puinhopen de vlag uit te steken. We kunnen nog wat opsteken van kinderen en hun bezieling. Ze hebben het vermogen nog niet verloren om een onvoorwaardelijke band te scheppen, omdat ze onbevangen in het leven staan. Vrijheid is iedereen het licht in de ogen gunnen en elkaar de ruimte geven er te mogen zijn.

Uncategorized

Grenzenvrij op wereldschaal

Als je al 65 jaar oorlogsvrij door het leven heb gedanst, ben je een ongelooflijke geluksvogel. Er zijn maar weinig landen, die net als Nederland kunnen bogen op een betrekkelijk rustig bestaan in de luwte van grote broers, die overal herrie aan het schoppen zijn. Ik ben een nitwit op het gebied van oorlogs-ervaringsdeskundige. Mijn redactie vroeg me te schrijven over een kinderboek dat met grenzen en overschrijden te maken had. Ik vroeg de kinderboeken ambassadeurs Hans en Monique Verhagen om raad. Ze gaven onmiddellijk als tip het boek: ‘Hallo wereld’ van Bana Alabed.

Het boek lag naast mijn bed, zoals alle te lezen boeken, tot de tijd rijp was. Anders komen ze in de boekenkast terecht met het gevolg dat ze tijdens een herhalingsoefening ineens weer worden herontdekt. Nu hoef ik alleen het stapeltje maar langs te lopen. Keuze genoeg. Vooral de laatste tijd, nu nieuwe boeken in de kringloopwinkels schreeuwen om  aandacht als ik er langs loop. Ze vallen op, om hun glanzende ruggen, hun intense kleuring, hun hagelwitte titels. Mensen houden hun boeken niet meer in een boekenkast maar geven ze door of weg in het kader van het mindful ontspullen. Geen gekke gedachte als vreugde en voldoening het rendement van delen is. Ik wil er al jaren aan beginnen, maar het zijn net kinderen hè. Alle drie de grote boekenkasten zijn me, met hun geweldige inhoud, mijn leven, even lief.

Om op die grenzen terug te komen. Zodra je gedoemd ben om huis en haard te verlaten, sjouw je die boeken niet met je mee. Die blijven achter, even als je schildersezels, je doeken, je lievelingsstoel van oma, de kinderbijbel van lang geleden, het fotoboompje van vroeger,de pendule die ooit op de schoorsteen stond, het kastje met je dagboeken en de lades met de sieraden die geschiedenissen vertellen. Het draagbare en handzame mag mee. Soms valt er geen keuze meer te maken.

Zoals in het verhaal van Bana Alabed, een klein dapper meisje, dat zich staande houdt ten tijde van het oorlogsgeweld in Aleppo. Te midden van regens van bommen met allesverwoestende inslagen viert het vermogen en de souplesse, door ondanks alle angst er geschiedenis over te schrijven en voor opvang te zorgen van het grote verdriet, een zegetocht. De kracht van een klein levenslustig meisje die boodschappen uitzendt naar de wereld om hen niet te vergeten. Mijn bewondering voor haar groeit met elke regel van het boek en ik besef, dat iedereen dit kleinood zou moeten toevoegen.

Mijn jeugd was die in tijden van wederopbouw. De melk was dik en romig, de welvaart steeg met de dag. De zware wasketels werden vervangen door machines, de wringer door een centrifuge, het aanbod aan groente, fruit en vlees werd steeds talrijker, wittebrood met dik roomboter en suiker was allang geen uitzondering meer. De eenvoud van het leven ‘Het gras was groen, de lucht was blauw’ zorgde voor een rijke basis.

De lucht van Bana is geel van de fosfor, het gras en alles wat nog natuur was, grijs van het stof of verdwenen in grote grijnzende kraters, het getjilp van de vogels wordt overstemd door het oneindige suizen van de bommen en de munitie. Vier mei is een dag om de oorlog der oorlogen te herdenken, die met zijn verwoestende werking een dood spoor door het leven trekt.

048foto: Jimi

Iedereen zou het gras moeten kunnen ruiken, de blauwe lucht zien stralen in de ochtendzon. Vier mei vier ik in verdriet om het leed met een hartenwens voor de wereldvrede. Vier mei gedenk ik grenzenvrij op wereldschaal.

Uncategorized

Een nieuwe weg lag open

Hoe zou dat nou toch komen dat nachtelijke uren in mijn hoofd allesbehalve slaapverwekkend blijken te zijn. Op sluipersvoeten komen de gedachten binnen. Ze draaien en wentelen, dringen voor, dringen zich op. Het hoofd is vol. Op de ademtherapie van gisteren leer ik mijn adem te sturen en daarbij, mindfulness ten top, de concentratie te richten op bijvoorbeeld de voeten door met een subtiele beweging  naar buiten te draaien of de tenen te buigen, in zitstand de voeten in de aarde te drukken. Alles met een lichtvoetigheid en speelsheid, waarbij het loslaten zorgt voor ontlading. ’s Nachts pas ik het toe, tijdens die doordravende gedachtestroom.

Vannacht schreef ik in mijn hoofd verder aan het verhaal, ondanks de beproefde oefeningen. Na de ademtherapie was ik aan de wandel gegaan om een flink aantal kilometers weg te kunnen tikken. Ik had de hele week niet meer dan geslenterd, dus een stevige wandeling kon geen kwaad. Na de therapie had ik wat meer lucht dan ervoor.

img_37941.jpgBroodje in het park.

Na wat winkels en omzwervingen zat ik op een bank in het kleine park, met een volkoren broodje met eiwitrijke dik kaasbeleg, de diëtist indachtig. Kinderen speelden bij de toestellen er verder op. De moeder zat druk te bellen. De jongens kregen ruzie en de kleinste liep kwaad naar het midden van het veld. Daar bleef hij staan. De stoom kwam uit zijn oren getuige de opgetrokken schouders en de gebalde vuisten. Niets is zo verraderlijk als lichaamstaal. Ineens begon hij en stukje te huppelen. Wat was daar de reden van, ik keek met hem mee en probeerde de oorzaak te vangen. Een klein koolwitje of een citroentje fladderde voor hem uit. Hij volgde, bleef stil staan, tuurde weer en volgde. Zo ging het spel door tot hij achter de struiken was. Zijn moeder reageerde pas later en riep, al speurend, zijn naam.

018

’s Avonds sloeg ik het nieuwe boek van Renate Dorrestein open. Ze schreef in haar inleiding, dat ze op een strooptocht in de Haarlemmer kringloop de  omgeving ging verkennen en een kleine verscholen school achter het spoor tegen kwam. Ineens voelde ze daar ter plekke, dat ze op de locatie stond van de plaats van handeling voor haar nieuwe boek. Het heette het Noorder Kinderhuis en onmiddellijk schoten er een paar onvervalste, op de bijbel geschoeide, namen door haar hoofd. Zo werkte het dus. Het verhaal diende zich hier op een presenteerblaadje aan. Ineens wist ik het. De hoofdpersoon uit mijn verhaal zou verdwalen, net als de jongen op het grasveld. Natuurlijk. Of dat achter een vlinder aan was, deed er niet toe, het verdwalen op zich was een goed gegeven. Daar konden de prachtigste nieuwe avonturen uit ontstaan. Ineens waren er ontsnappingsmogelijkheden te over.

Ondanks de twee andere boeken, waar ik al in begonnen was, die van Connie Palmen en die van Griet op de Beeck, ging Renate en haar boeiende uitleg met me aan de haal. Misschien ook omdat de reden van schrijven zo aangrijpend was. Het zou haar laatste boek worden. Connie schreef over de dood van haar geliefde Hans van Mierlo, Griet schreef over haar aangrijpende ervaringen uit een verleden dat haar vormde, maar Renate schreef in de wetenschap, dat het een laatste boek zou worden. Een boek dat af moest, omdat het voor een schrijver ondraaglijk was als er losse eindjes zouden blijven hangen, dus een boek met op zichzelf staande verhalen met de schrijfsels uit het verleden, notities en ervaringen als leidraad.

002Losse eindjes

Zo hadden de losse eindjes van mijn eigen krabbels mij wakker gehouden en vormden een nieuw begin dankzij Renate, die me naar de jongen leidde en de vlinder, Een  volgende locatie zou zich ongetwijfeld aandienen. Een nieuwe weg lag open.

Uncategorized

Respect

Als herboren wakker worden met een stralende zon. Als ik de dubbele deuren open gooi, stroomt de koude van de afgelopen dagen naar binnen, maar mét zonlicht. In de wetenschap dat het over twee of drie uur veel behaaglijker zal zijn op het balkon, nestelt poes zich alvast op een appetijtelijk plekje en knijpt haar ogen, koesterend naar het licht, dicht. Voor de afwisseling moest ik gisterenmiddag naar het ziekenhuis.

Dat betekende dat de hele ochtend nuttig besteed had kunnen worden, als ik me niet verloren had in mijmeren. Ik peins wat af deze dagen. Vanuit een ooghoek irriteerde het scheefhangen van mijn zelfgemacraméde hanger van grof sisal. Dat kon anders en ik had nog wol van de okergele sjaal over. In de ledigheid dus toch ijverig aan de slag en klokslag 2 uur had ompot een nieuwe jas en hing weer helemaal recht.Een bron van vreugde voor mijn simpele ziel.

Spoorslags naar de Dietetiek. Wie het wist van dat tussenvoegsel, mag het zeggen. Ik heb echt mijn hele leven lang diëtiek gelezen en geweten, niets anders. Die wetenschap verblikte en verbloosde bij het zien van het bord in het kleine halletje. ‘Als u een afspraak heeft met de Diëtetiek, kan U plaats nemen. U wordt gehaald.’ Naast me zaten een man en een vrouw. Zij was groot en aanwezig, hij miezerde achter haar brede postuur. Ik vroeg hen of je je echt niet hoefde te melden. Dat is normaliter gouden regel. De vrouw haalde haar schouders op. Dat wist ze niet.

007

Als je ergens zit en je wordt bespied, dan voel je het. De vrouw bekeek me, terwijl ik me verdiepte in de boodschappen op de Iphone. Lang leve het digitale verstoppertje. Na vijf minuten draaide ze zich pontificaal naar me toe en zei: Je komt me bekend voor. Ik monsterde haar nu wat beter. ‘Sportschool(ze schoot in de lach), Nieuwegein, onderwijs, verpleging.’ Het was het allemaal niet. ‘Van veel langer geleden’, zei ze. En daar vlogen mijn gedachten naar mijn jeugd. Ondiep? Bingo. Ze vroeg of ik een Spelbos was of een Neerbos, een Van Eyndt. Hoe is het mogelijk. Ze noemde alle naaste buren op uit de straat van mijn ouderlijk huis. Ze woonde op de hoek. Haar ijzersterke geheugen haalde de tijd van vijftig jaar terug met het grootste gemak naar boven. Te bedenken dat ik nu haar naam alweer vergeten ben. Iets met een A. We wisselden verbleekte herinneringen uit.

006Café au lait, lait, lait…met liefde

Een jongen met een open gezicht riep mijn naam. Het was Bram de diëtist. Hartelijk en glimlachend nam hij mijn status op en legde uit dat ik niet zwaarder hoefde te worden. Bij mijn lengte waren de vernieuwde kilogrammen de juiste aanwinst voor de weerstand. Bij de longaandoeningen gaat het er met name om dat je de spieren in conditie houdt. Beweging was de ene kant en bouwstenen als eiwitten de andere kant waar aan getrokken moest worden. Het viel me vooral op dat hij, op alle antwoorden die ik voor zijn vragen had, geen enkele keer negatief of afkeurend reageerde. Daar was wel reden toe, want een grote eter ben ik niet en er zat al helemaal geen regelmaat in. Het eiwitgehalte was met mijn oplos cappuccino te verwaarlozen. Slechts luttele grammen met de drie scheppen kwark erbij per dag.

007-e1525246751336.jpg kwark met blauwe bessen

De kazen en melk, de ongerookte  zalm en de vlezen vlogen me om de oren. Vlees liet ik voor wat het was, maar aan de eerste drie kon ik voldoen. Regelmaat moest lukken met zeeën van tijd.  Brood en pasta mocht ook gewoon cracker en groente zijn. Geen dwang, geen druk, geen bezwerende vingertjes. Deze man had met een ontwapende vriendelijkheid een verruimende vrijheid voor zijn medemens ingebouwd. Wat een verademing, letterlijk en figuurlijk. Daarmee had hij mij tot in elke vezel van mijn eiwitloze spieren geraakt. In het boodschappenmandje, even later, zaten een pak melk, kaas, kwark en blauwe bes. Motivatie dwing je niet af, die vang je met respect.

Uncategorized

Als we weg gaan, glimlacht ze

Wat een heerlijkheid als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Gelijkgestemde zielen met dezelfde kwaal kom ik tegen bij de Longrevalidatie. De samenstelling van de aandoeningen kunnen verschillen, maar de kwaal is hetzelfde. We komen lucht tekort. Het probleem met benauwdheid is, dat het zo wisselend kan zijn. Er zijn dagen dat je niet vooruit te branden ben en er zijn dagen dat er bijna niets van te merken is. Dan hijgt en kraakt het oude lijf niet en kan ik in bedaarde tred de vaart erin houden. Bij de krachtoefeningen om de longspieren te sterken zijn de dagen op de sportschool niet voor niets geweest. De conditie is nog redelijk. De oefeningen zijn fijn, ze geven me het gevoel weer op te bouwen. De twee minuten rust tussen elke handeling zijn nieuw voor me. Twee minuten duren een eeuwigheid als je er op wachten moet.

128We komen lucht tekort

De fysio leert me de inspanning op de uitademing te doen. Het zijn en passant van die opmerkingen die draagkracht hebben. Ik test het bij het trappen lopen. Een diepe teug lucht onder aan de trap en uitademen als ik naar boven ga. De trap is langer dan de uitademing en ik kom in de knoop, hap alsnog naar lucht. Wacht even, dat moet anders, adem in, adem uit. Extra pauzes waar de adem stokt. Het blijft een wondere wereld zo’n aangedaan lijf. Bewust goed ademhalen is een kunst op zich.

Er is een vrouw, jonger dan ik, die begin januari een flinke benauwdheidsaanval kreeg en nu langzaam weer aan het opkrabbelen is. Het betekende pijn, prednison stootkuren en flauw vallen. De deemoedigheid, waarmee ze het vertelt, is opvallend. Dan komt het hoge woord eruit. Ze schaamt zich, omdat ze struisvogelpolitiek bedreef en door bleef roken, terwijl ze wist dat ze COPD had. Als je het negeert is het er niet. Haar gêne heeft bijna een grotere impact dan de kwaal. Schoorvoetend ondergaat ze de oefeningen als straf. Het leven sombert. Daar wordt geen mens beter van. We drinken thee en wisselen, zonder elkaar te kennen, diepere lagen uit. We zitten in hetzelfde schuitje en willen allebei niet dat het zinkt.

505.JPGChiharu Shiota: Between the lines

‘Je moet roeien met de riemen die je hebt’, zei mijn moeder, die van de nood een deugd kon maken. Het is een goede manier om tot acceptatie te komen. Dat lijf, het is niet meer dan het is, daar wil je nog mee voort. Wat helpt is het liefdevol aan te pakken en te omarmen. Lastig omdat elk klein pijntje of scheefzakkertje een alarmknop in werking zet. Toeters en bellen gaan af bij elke kleine inbreuk.  Een mens sterft duizend doden. De onderliggende angst woelt zich bloot en trekt op alle fronten de aandacht. Waar eindigt de realiteit en begint de inbeelding. We verstrekten vroeger placebo’s aan angstige patiënten. Angst en ook die schaamte vreten aan en in. Ze versterken de kwaal. Ik leer ‘roeien’ en neem de buurvrouw mee.

0511.jpg

We trappen al fietsend ons een weg naar compenserende spieren, waarbij snelheid veel minder effectief is dan gedacht. Weer wat bijgeleerd. Buuf heeft wat extra zuurstof, ik put het uit de lucht. Praten komt pas bij de thee. We blijven lang na zitten in de lege oefenruimte. Twee vrouwen, ieder met eigen gedachten en een herkenbare kwaal. Er breekt een straal zonlicht door en trekt een Jacobsladder op de vloer. Als we weg gaan, glimlacht ze.

 

Uncategorized

De weldaad van de Stilte

Druilerige koude regen op een zondagmorgen, waar de hele dag nog open ligt. Dat vraagt om actie of een verglijden in zalig nietsdoen. Het kriebelt, dan toch maar een app wie er mee gaat naar de tentoonstelling van de Hyperrealisten in Rotterdam. Veel over gehoord en gelezen, maar een beetje huiverig voor wat we gaan zien.

094Hirshornfolder

Het is 2002 en ik ben in luilekkerland. In Washington zijn alle musea gratis. Het enige wat je er overal moet doen, is de inhoud van je tas omkieperen op een tafel voor geüniformeerde bewakers, die bij alle toegangspoorten van de brede entrees staan. Ik wandel in en uit, bezoek het Hirshhorn Museum and Sculpture Garden en word omver geblazen door een tentoonstelling van Ron Mueck. De narrige kale Big Man kijkt loerend naar al zijn bezoekers, overweldigend en groot. Ergens te midden van de aandoenlijke beelden  ligt een kleine oude vrouw als een vogeltje in bed. Ze ademt of toch niet, ze is te klein, maar zo overduidelijk echt. Ze is een van mijn vier demente bejaarden uit Huize het Oosten waar ik aan het ‘nachtzusteren’ ben en de verbinding aan ga met hun gemoedstoestand. Voor eeuwig heb ik liefde opgevat om de heldere momenten die komen in de warrigheid van de wisselingen van dag en nacht. Terug in het Hishhorn duik in een hoekje en schets de ‘Big man’ waar ik in mijn dagboek Fatman van maak. Dat grote kind met zijn verongelijkte snoet in het lijf van een man. Naakt en kwetsbaar in zijn emotie. Ik kan geen genoeg krijgen van zijn beelden, vergeet de tijd, tot ik weer uit de roes wordt getrokken door mijn gezelschap. We moeten voort.

Het hyperrealisme in de kunsthal in Rotterdam begint al voor de deur, waar een rij mensen wacht tot ze naar binnen kunnen. Ik mag door met mijn museum jaarkaart en wacht tot zuslief de wachttijd heeft doorstaan. Direct bij binnenkomst wisten we dat we de verkeerde dag en het verkeerde weer hadden uitgekozen voor deze populaire en toegankelijke tentoonstelling. Gelukkig waren we er redelijk op tijd en hadden nog ruimte om de verdieping in de gruwelijke boodschap van de Deen Michael Kvium te vangen, die met zijn absurdistische schilderijen, installaties en beelden de wereld tentoonstelt in haar dwaasheid en gekte. Het is er te druk. Er lopen te veel mensen.  Ik beloof mezelf terug te komen op een andere dag, of op een andere plek, om oog in oog te staan met zijn werk en de boodschap diep door te laten dringen, omdat zijn werk gruwelijk eerlijk is.

Op de tweede verdieping is er kaf en koren. Ik ben al lang niet meer onder de indruk van beelden die niet meer van echt zijn te onderscheiden, maar wel in de boodschap die ze brengen. Op de hele tentoonstelling zijn er maar een paar, die recht het hart in gaan. Het meisje dat tegen de muur aanleunt en waarbij geen huid te zien is van Daniël Firman, of de verstilde vrouw met de trui over haar hoofd van Marc Sijan. Een klein hoopje mens in de immense drukte, die met haar peinzende treurige blik ons vastnagelt.

Dat we van Paul McCarthy zijn beelden niet mogen fotograferen terwijl ze daar in hun volle naaktheid liggen, omdat dat zijn model zou schaden, voelt als een contradictie, omdat er horden bezoekers langs trekken. Het doet, door het verbod, meer stof opwaaien dan ooit. De echte naaktheid ligt bestorven in het beeld van Berlinde De Bruyckere. Fascinerende onvolkomenheid.

Ergens ligt een stukje huid. Heerlijk tactiel, al weet ik hoe silicone voelt. Dat is wat je zou willen, aanraken, elk detail van zo dichtbij als mogelijk, opnemen en foto’s maken, om later weer even terug te zijn. Als er nog meer realisme zich opdringt om naar binnen te komen, krijgt de toegangsrij dezelfde megalomane vormen als de sculpturen in de Hal. Weg wezen en uitrusten in een uitgestorven Oudewater, waar de beelden bezinken en indalen ver weg van de massa. De weldaad van de Stilte.

 

Uncategorized

De heerlijke herinnering

Kunstha

Als ik het Atelier magazine heb doorgespit en zin krijg om op groot doek uit te pakken, zie ik vanuit mijn ooghoek iets, een beweging. Ik tuur vanuit bed door het raam en zie een kleine fladderende vogel, mijn hart maakt een sprongetje van vreugde. Het is 29 april 2018 en vandaag heb ik de eerste gierzwaluwen van het jaar gespot. Het vervult me met ontroering en vreugde. Ieder jaar kan ik niet anders dan er over schrijven, omdat ieder jaar hetzelfde gevoel in alle heftigheid weer terugkomt. Vriendin is er.

005

We schrijven het jaar 2010. Het is een droef jaar. Van afscheid nemen en herinneringen, van een kwinkslag en een traan, van steeds een beetje minder tot aan het hele grote niets, de stilte, de leegte, de kilte.Iedere dag is gekenmerkt door een dunner wordende hoop met chemo op chemo en terugslag op terugslag. We hebben net thee gedronken op je majestueuze bank met de grote rolkussens als armleuningen in het statige oude huis.

Door het open venster klinkt het gieren, dat wonderschone geluid. ‘Ze hebben jongen’ fluister je en bijna als afgesproken staan we op en lopen op ons tenen naar het raam, dat het zonlicht filtert en strepen laat trekken op de houten planken. Ze glimmen op.  We volgen samen de bedrijvigheid in verwondering om de schoonheid van dit kleine leven. Met ogen, die de dood aanschouwen, dat te kunnen blijven zien, zorgt voor een onuitwisbaar memento.

We zien de bedrijvigheid van goot naar vrije buitenlucht en terug, op en neer, een buitelend ballet, de fladderende vleugels, het blije spel, de achtervolging. Ze roepen gierend naar elkaar, ‘kom, kom, kom’. Een maand later lig je stil in het grote bed. Kleiner, dunner, kaler, geler, je houdt je ogen dicht en kreunt. Met de gierzwaluwen mee vlieg je de volgende dag weg uit het leven. Elk jaar kom je weer, zachte herinnering, vager en bleker dan toen, maar onmiskenbaar, alweer zeven jaar lang en ieder jaar weer maakt mijn hart een sprongetje.

Nu, vijf jaar ouder dan jij, besef ik des te meer hoe jong je was en hoe groot de verbondenheid, omdat mus voor de computer en foto op ooghoogte staat en altijd knik je bemoedigend tijdens het schrijven. ‘Ga maar door, schrijf maar, deel maar, blijf maar door de brieven en de bloggen in het hoofd van lezers hangen, zoals mijn brieven deden bij jou.’En ik knik terug en beaam. Haal op deze gronden jouw warme woorden terug. Je schreef:

‘tja, ik mail minder,veel minder en veel langzamer gaat het. ondertussen is het allemaal weer veranderd. Heel veel gepraat met Ben en vlak daarna de huisarts. Samen besssssssloten tot verhoging van de dosis. Dus nu heb ik twee pleisters van 12,5 en slik ik bij doorkomende pijn twee oxynorm van ieder 5 mg.. Ook de prednison is verhoogd, voorlopig naar 40 mg, maar dat wordt 60 mg. Ik moet telkens een afweging maken tussen de pijn en de dufheid van de pillen, want ik kan zo slapen dan, midden onder een gesprek. In de rolstoel naar Beverweert ging prima. we reden een geplaveid pad door het bos en zagen een hert, konijnen, jonge spechten, mannetjesereprijs, en nog veel meer. Het is heerlijk om buitenlucht in te ademen. De stoel zit goed….Kuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuus en tot gauw’.

‘Gauw’ kwam als die laatste keer, daarna als blijvende verbeelding met gierzwaluw en mus en de vrije natuur. Met dat ik dit schrijf weet ik waar de volgende wandeling zal zijn. Het pad in Beverweert, om het ‘nog veel meer’ met eigen ogen te aanschouwen. Nu eerst genieten van het betere buitelwerk van mijn eigen gierzwaluwen en de mooie schets die erbij hoort, de heerlijke herinnering.

Uncategorized

Nog even geduld

Gisteren was een dag van pas op de plaats. Het was de hele week een overdosis aan activiteiten geweest waar ik elke avond de prijs voor moest betalen, maar gisteren besloot ik het hele boetekleed aan te trekken.  aan te trekken en rust op hoog niveau te nemen. Dat wil zeggen: Te lanterfanten, te luilakken, te onthaasten. Ik deed niets. Nou ja, een boek lezen waar ik een recensie voor moet schrijven dit weekend, het hoofd in de Henna Auburn zetten, een tikkie schilderen aan een zelfportret(altijd bij de hand), wat prachtige violen en tulpen fotograferen op het balkon en in de vaas en verder de totale stilte over me heen laten vallen als een deken van weldaad.

001

‘Kom je asperges eten’ klonk het uit de verte. De vastberadenheid antwoordde ‘Nee’. Met teleurgestelde vasthoudendheid probeerden ze nog te overtuigen. Hoewel ik gek ben op asperges met botersaus in deze tijd van het jaar bleef ik bij mijn standpunt. Pas op de plaats betekent geen stap verzetten. Vadsig lui op bed blijven, langer dan normaal, de nachtelijke onrust weg laten kwijnen in dageslaapjes tussendoor en het boek met de schrijnende inhoud ten volle binnen laten komen, zodat ik straks zou weten wat er over te zeggen.

027

Vannacht schoot de titel me te binnen. Voordat dat me weer zou ontglippen, snel de computer opgestart en het in Word alvast een plek geven. Zo, die was veilig gesteld. Het is het meest ingrijpende kinderboek wat ik dit jaar gelezen heb. Als de review gepubliceerd is, zal ik meer onthullen over vorm en inhoud. Het feit dat het me bezig hield betekende wel weer voor de zoveelste keer op rij een onderbroken nacht. Ondanks de drukte draai ik de cyclus weer naar een eigen onzichtbare hand, met het gevolg dat nachten in stilte denkbaar blijven en dagen verglijden in vermoeienis.

063.JPG

Vandaag wilde ik naar de tuin. Vorige week heb ik broer gepolst naar zijn opzichterskwaliteiten en daar had hij wel weer oren naar. Een en ander doorgesproken om de oude vervallen Bernagie af te breken en een nieuwe  te laten herrijzen. Eigenlijk is dat het ultieme doel van dit moment. Een feest voor de toekomst. een nieuw atelier, waar ik behalve schilderhut ook schrijfhut van wil maken. Tuin krijg ik er praktisch gratis bij door de huidige opzet van minimaal te onderhouden bloempartijen. Na samenspraak met dochterlief hebben we bedacht dat zoveel mogelijk oude meuk wordt afgevoerd, enkele dingen thuis opgeslagen en het kacheltje gestald onder een buienwerend zeil. Daar wilde ik alvast mee beginnen, maar nu is het eigenlijk te druilerig.

024

Vannacht had ik het huis in gedachte al twee keer leeg gemaakt. Daarna dommelde ik weg in een droom waar het ook een rol in speelde samen met het meisje uit het boek en een vliegend tapijt en naar aanleiding van het verhaal van een vriendin een tocht op de rug van de adelaar. Als het huis af is, ben ik weer vrij als een vogel, zou de strekking van de droom kunnen zijn, zoals het meisje vrij is. Vrij om los te gaan met schilderen en schrijven in een droomomgeving omringd door Borage en Lupinen, Stokrozen en Kamperfoelie, Akeleien en Tranend hart, Euphorbia en Hemelsleutel, Maagdenpalm en Lieve Vrouwe Bedstro met dichtregels in het hoofd en bij koude een snorrend kacheltje, waar het water voor de verse muntthee stomend koken zal.

Kortom een paradijs op aarde, mijn paradijs. Nog even geduld.

Uncategorized

Altijd een feest

Drie keer naar de zelfde tentoonstellingen lijkt wat veel, maar het is opvallend hoeveel nieuwe deuren weer geopend worden met de verfrissende blik van een ander.

016

Het begon  dramatisch. In  mijn hoofd zat elf uur bij het station en dat bleek tien uur te zijn. Ik ontdekte de vergissing om acht over half tien. In In 22 minuten douchen, aankleden en van Nieuwegein naar station Overvecht rijden is een race tegen de klok die je altijd verliest. Lang geleden dat ik zo in de kuierlatten moest. Om tien over tien draaide ik van de rotonde de toegangsweg naar het station binnen. De dames zaten gelukkig genoeglijk aan de koffie en stapten volledig gelaafd van de nog wat gure winderige parkeerplaats de auto’s in. Door het tijdstip reden we betrekkelijk rustig en ongeschonden op fileloze wegen de zon tegemoet om in een heerlijk wijds en stil voorland van het museum frisse buitenlucht te snuiven. Tot zover was de missie eigenlijk al geslaagd. Omdat ik de befaamde worteltaart de hemel in had geprezen konden we er niet omheen. Eerst latte en lust en dan gaan.

097Martin Puryear: Faux Vitrine-2014

Door de ogen van mijn kompanen kon ik een aantal zaken anders bekijken. De tentoonstelling van Martin Puryear was er al twee keer bekaaid van af gekomen, omdat ik tegen de tijd daar te zijn aangeland, te vol in het hoofd zat. Tijd om zijn  houtbewerking beter te bewonderen, wat een magisch handwerk. De spiegelkast was me niet eens eerder op die manier opgevallen en we bekeken de diverse mogelijkheden van alle kanten. Wat zijn spiegels toch dankbare projecten om mee te spelen.

066John Armleder: Spark. Spark.Spark-2004

Ooit had ik een verkleinde spiegelwand in mijn onderbouwgroep à la Spark. Spark. Spark. van John Armleder, die daarmee in de tentoonstelling The State of Being aan de haal gaat met onze persoonlijkheid. Holle en bolle spiegels op een vierkante meter vastgeprikt met hoedjes en kleden ernaast, waar kinderen zich naar hartenlust konden spiegelen. In ‘The State of Being’ van het moment. Je kleden op gevoel.  Eerst voelen hoe de vlag er bij stond van binnen met de hulp van de gevoelskaarten en dan met of zonder bijpassende accessoires de verbeelding. Het hoogtepunt was de foto van het geheel. Het was een flitsend project en werd een groot succes

. 1071.jpg 108.jpgSong Dong: Through the Wall

Nu bij de spiegelkast en later bij de spiegelkamer van Song Dong denk ik, ja…een hele ruimte ingericht als verwondering. Wat valt er anders te doen in een kamer waar diepte dieper, ver verder en wijd wijder is en ongrijpbaar blijkt. Tot hoever gaat het Droste-effect. De reacties van de binnenkomers waren hilarisch. Ineens verdwijnt de vaste grond onder de voeten en wordt je een met de zwevende ruimte, waar niets is wat het is. Het geheim van het uitvergroten is het op de grond zitten en vandaar de peilingen te doen en de effecten vast te leggen. Eindeloos valt er mee te spelen. De verwondering ten top.

128lucht in ander licht…James Turrell: Skyspace

De drukte nam toe. De busladingen met mensen kwamen binnen en wij hadden bijna alles gezien. Restte nog Skyspace van James Turrell en zijn verfrissende kijk op de lucht. Zo had iedereen in het museum gedacht, want alle banken op een na waren vol en de spiegelende vloer vulde zich. Daarmee ging de gedachte verloren in de wolligheid van het gesprek. Ik heb er een keer alléén gezeten in doodse stilte. Ik, de verstilde omgeving en de lucht. Adembenemende ervaring, die ik vast wil blijven houden, dus maken we dat we weg komen om onze eigen ruimte te zoeken in de frisse buitenlucht.

Op het lage muurtje uit de wind in de zon met uitzicht op de museale natuur smaakten de stokbroodjes met liefde extra lekker. Voorlinden, altijd een feest.