Uncategorized

Alle ministralen gaan mee

Ik kon er op wachten, vannacht. ik wist dat ze zich aan zouden dienen in hun eigen tijd. Dus om half twee, veel te vroeg, klopten de eersten aan mijn deur. ‘Neem ons mee in je verbeelding’, fluisterden ze opgewonden. ‘Schrijf ons uit, teken ons op en leg de verbanden’. Er was het bed, de oma en de kinderen. Dat moest gaar koken in hun eigen sop. Eerst de vermoeidheid overwinnen met een hazenslaap.

IMG_9648 Het bed met de spijlen

Buiten mijn verhalenwereld is de strijd los gebarsten over wat wijsheid is. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Wel testen, niet testen. Wel nuchterheid betrachten of blind gaan. Het lijkt op het laatste als ik mijn solitaire fietstocht maak in de omgeving en voor het eerst een klein winkelcentrum betreed. Voor het eerst mijn voet op de bodem van die vervreemdende maatschappij, Ontdek ik een onvoorstelbare hoeveelheid aan fietsen en mensen. Ik wilde sfeer proeven en zie bediening bij de karretjes, lusteloze ogen boven de kapjes uit, rijen wachtenden met anderhalve, maar krap bemeten, ruimte er tussen bij de kassa en vrienden die elkaar op de schouders slaan bij de snackbar, immuunwaners.

Daar droom ik van, maar dan ineens schiet ik weer wakker. Wat vindt men zoal op Corfu. Ik ontdek een hoge berg, een verlaten dorp, veel olijfbomen, oleander, klaprozen en meer bloeiende onschuld. Schildpadden, roodpootvalken en buizerds, een pelikaan en een witte reiger en de Ionische zee. Daar doe ik het maar mee, voor even en val weer in slaap. Het husselt en het roert, het sist en het bruist, totdat er uit de kolkende massa informatie ineens weer een idee geboren wordt.

068-001  Yaya

De Griekse grootmoeder heet Yaya, de inspirerende hoogste berg is de Pantokrator. Er woont een tovenaar, leert de droom mij en o ja, er is ook nog een verlaten dorp ergens halverwege. Manenstralen verlichten de zilveren spijlen van Yaya’s bed, waar Pantakrios de tovenaar haar om hulp bedelt. Ze besluit om te gaan en haar Ministralen mee te nemen. De nacht geeft ze Griekse namen.

Zo roert de geest en neemt de verbeelding mee in een onrustige slaap, waar nog meer vormgeving volgt en de kwaliteiten van de zes. Moe gedacht volgt ten slotte eindelijk een diepe slaap, die pas weer opbreekt als de dag een flink gat heeft geslagen in de ochtend.

De krant ligt in de brievenbus, maar het vochtige weer maakt van de trap weer de bekende vesting. Kalmer aan is een begrip wat lastig is. We willen zo graag mee in de vaart der volkeren. De wind buiten neemt onrust mee, of is het het nieuwe verhaal. Beide is mogelijk. Ik zet ze om in nieuwe energie.

IMG_9647

Gisteren kwam het boek ‘De erfgenamen’ van Ildefonso Falcones binnen en het imponeert door de omvang. Hemeltje en dat terwijl Mercier en zijn betamelijke ‘Gewicht van de Woorden’ ook naast het bed ligt te wachten. Dat worden pittige leesuren.

Tussen al die letters door zou ik gisteren gaan ‘kuisen’. Een vriendin vroeg verschrikt of ik het kind in mij was kwijtgeraakt. ‘Nee, lieverd, dat kind zorgt voor al deze wonderlijke mijmeringen en het weer geeft er handen en voeten aan’. De keuken blinkt. Het zorgde voor zeeën van ruimte in mijn gemoed om al die wonderlijke verhalen toe te laten. Vandaag is de kamer aan de beurt. First things first en alles met mate. We gaan het zien en beleven.

Vandaag het allerlaatste Oma-journaal. Daarna volgen de Yaya-kronieken. Een afgelaste vakantie met het hele gezin naar Corfu en het spannende verhaal van Virus als voedingsbodem voor de verbeelding en Solo, die er slapeloze nachten en een nieuw verhaal omheen spint. We gaan op vakantie en alle ministralen gaan mee!

 

Uncategorized

Wie doet er mee…

Het verhaal van het Oma-journaal is bijna fini. Eind goed al goed, natuurlijk. Wat betreft de vrienden dan. Wat het virus heeft aangericht heeft nog een pittig staartje. Maar voor Addertje onder het gras is het met de bekende sisser afgelopen. Sterker nog, hij is geheel opgenomen in de vriendenkring. Spannend was het wel. Bepperd de Bofferd, die uiteindelijk wijzer dan Uil bleek te zijn, heeft hem in al haar wijsheid vergeven en liefdevol opgenomen in haar grote hart. Ze herkende het jeugdtrauma en alle ellende die het veroorzaakt heeft. In de eerste plaats zeker ook voor de drager ervan, Addertje in hoogst eigen persoon. Bepperd de Bofferd en Mol hebben hem omarmd en samen hebben ze het feest voorbereid voor de terugkomst van de berouwvolle virus en Uil en Ko NIjn.Straks zal het allemaal weer pais en vrêe zijn.

91453527_223869885488636_1065250285403823120_n

Nieuwe verhalen liggen alweer op de planken van mijn hoofdelijke voorleeskast opgeslagen. Poes en Poes bijvoorbeeld, de avonturen van Poes met de Jeweetwelkater van Jan Kruys, ere wie ere toekomt, als pluchen knuffel. Poes is een beetje alleen en krijgt gezelschap van de rooie rakker met wie hij allerlei avonturen gaat beleven. Schelmenstreken natuurlijk, en de apenliefde voor de zwart/witte buuf, die venijnig van zich afslaat. regelmatig vliegen de plukken kattenhaar in het rond op de scherpst van de snede. Dan is er ook nog het verhaal van het Florentijnse reuzenei. Geen kattenpies, maar een nachtelijk avontuur van Tijn en Opa Sterretje. Lieve kleinkinderen, maak je borst maar nat.

IMG_9624

Het Oma journaal zal dan indammen tot een wekelijkse versie. Dat lijkt me beter met al die verplichtingen die weer oppoppen als krokussen in de voorjaarszon. School, voetbal, huiswerk. Aan ons de taak om de kunst en cultuurhonger te laven. Met verhalen, tekeningen, creatieve filmpjes zoals die van Ineke Jonker. Ze zijn makkelijk te doen en zo heerlijk om er mee bezig te zijn.

Misschien verzin ik wel Griekenland thuis. Een blauwtje in de blije Meie, nu onze gemeenschappelijke vakantie in het Griekse water is gevallen en Corfu stil en verlaten blijft. Dat ‘grote’ vervangende thuishuis van ons heeft in dat geval wel minstens 12 kamers op verschillende locaties. Zo vanuit mijn bed de reis uitstippelen. Hé, dat is een goed begin. De sprei is ook blauw, het levert het eerste gezinslied op voor deze nieuwe huis-tuin-en keukenvakantie. ‘Blauw, blauw hemelsblauw, blauw dat is die sprei van mij, de vakantie is nog niet voorbij. Nee, nee, nee, ze begint nu pas voor mij.’

IMG_9599

Ziezo, vakantie dus. Wat ik ga doen. Ik begin met kuisen. Heerlijk woord. Gisteren veegde ik met mijn wijde mouw van mijn witte trui, op zich geen handige keuze, de stof van mijn tv-tafeltje, omdat het grijs leek in het zonlicht terwijl het eigenlijk ravenzwart zou moeten zijn. Te lang was ik bezig geweest met de opdrachten. Die hele grote, het doek, is af. We hebben het gisteren scheepsklaar verpakt met een heleboel bubbeltjes plastic. Ik zelf had ook wel wat bubbeltjes kunnen gebruiken van de spanning, maar ach. Daar omheen ging het karton van de thuisbezorgde nieuwe roomwitte verwachtingsvolle doeken. Die konden we goed hergebruiken.

En misschien ga ik dit meisjespaleis deze week wel omtoveren tot een mevrouwenkamer. Dat laatste weet ik nog niet zeker. Je moet in het leven altijd een slag om de arm houden. Geen boudoir, want de prulletjes gaan in de ban, maar stoer. Stofferijen en prullaria zijn er voor in een nuffige glazen kast en nergens anders. Hier staan ze gruwelijk te verstoffen. Tijd voor nieuw elan. Mevrouwelijk dus en niet de bakvisversie, alhoewel.

blauw, blauw...

Ergens zakt de moed alweer in de vakantieslippers, maar kuisen gaat in ieder geval gebeuren. Een Griekse lapperij voor mij met blauwe vergeet-me-nieten in mijn antieke blauwe theepot, onder het zingen van ‘Stroei voei’ van Annie.M.Gee. Lekker meebrullen op die nostalgische klanken, ter nagedachtenis aan die vervallen Griekse familievakantie overzee. Wie doet ermee…

Uncategorized

In het diepst van mijn gedachten

Door een foto van een groep mensen die, voordat de pandemie losbarstte, met elkaar in een kring staan, de armen om elkaar heen, in gemeenschappelijke broeder-en zusterschap, schiet er een beeld naar boven, dat al jaren geleden gevormd werd.

In de jaren tachtig, toen de kinderen nog klein waren, was mijn grootste vertier, naast het vrijwilligerswerk in de kringloop, het uitje naar de volksdansavonden in het weekend in Utrecht. In mijn beleving iedere zaterdag, maar het zal oorspronkelijk een keer per maand geweest zijn. Dansen deed ik al twee keer per week fanatiek bij een club en door het volgen van allerlei cursussen Bulgaars, Grieks, Roemeens, Israelisch, Macedonisch, en wat toen nog Joegoslavisch heette, op een pittig niveau.

scannen0084

Maar die gemeenschappelijke avond was de kers op de taart. De hele avond stond je op de dansvloer. Armen om elkaars schouders bij het Grieks en Macedonisch, hand in hand bij de pravo’s en horo’s, kolo’s, hora’s en syrtos, te zweten als een ottertje. De druppels vlogen in het rond op de maat van de opzwepende muziek. De voeten dansten met een flinke snelheid, zonder te struikelen, vederlicht en bekoorlijk op de zachte leren danschoenen. Na zo’n vier uur onafgebroken op de dansvloer waren er verhitte hoofden, natte haren, doorweekte t-shirts maar bovenal ongelooflijke blijde blikken. Verbroedering en verzustering ten top. Dat had dus in deze tijd eenvoudigweg niet meer gekund, realiseerde ik me ineens. Natuurlijk wist ik dat, maar abstracter.

Ineens stond het helder voor de geest,  zag ik de lol, die we er altijd hadden, die gemeenschappelijkheid die er gevonden werd, de onnavolgbare overgave. Het maakte niet uit wiens hand je pakte of naast wie je stond, hoe iemand eruit zag of welke nationaliteit men had. Elke grens viel weg in de wens om de dans te beleven. In die zin was de folklore op zich ‘ouderwets’, maar tegelijkertijd vernieuwend in acceptatie en omarmen zonder aanzien des persoons

Ineens stak het virus , dat de angst had gebracht en waardoor iedereen de mond vol had van een nieuwe anderhalve meter maatschappij, me recht in het hart. Even stond het gevoel te beven op haar aloude ongestoorde grondvesten. ‘Geef me mijn eigen wereld weer terug’, schreeuwde elke vezel.

Bijzonder dat een zo’n foto iets dergelijks, de bewustwording ten voeten uit, te weeg kan brengen. Dat dat deel van het geheel nu wordt geserveerd als losse delen. Saamhorigheid in overdrachtelijke zin, maar niet meer in de lijfelijke uitvoering. Zelfs bij het aanraken van mijn zoons hand bij het inpakken van het doek, moet ik mijn handen wassen. Die handen die zoveel mensen hebben vastgehouden, gewiegd, getroost, omdat dat nu eenmaal een van de wezenlijke functies van de hand in zijn bijzonderheid is.

‘Geef me je hand’ zingt Willeke Alberti in mijn hoofd. O nee dat kan niet meer. ‘Geef elkaar een hand’ roept Testo. Ook maar even laten, voor wat het is. Liedjes die aangeven hoe het was. Maar ook, Songs, die een oplossing zouden willen brengen,  die zouden willen veranderen wat niet mogelijk is, omdat de wereld draait zoals die draait. Herman van Veen wil kunnen toveren, Peter Koelewijn zingt: O, als ik God was en De Dijk mijmert, ‘Kon je met een liedje maar het wereldleed oplossen’.

Ik blijf achter met dat beeld van die vertrouwde avonden van ooit en die heerlijke bijeenkomsten van daareven, kinderen om de tafel, met elkaar aan het strand, knuffelen, troosten, verwarmen en ik denk aan straks. Want dat het weer kan, zometeen, dat weet ik zeker en daar hoef ik geen God voor te zijn. Of misschien een beetje…In het diepst van mijn gedachten.

Uncategorized

Voor al wat zal zijn

Ze zijn er weer. Vanuit de somberte, na de stralende dag van gister, vliegen ze, met opspattende regen, toch weer boven de bomenrij. De gierzwaluwen. Hoe is het mogelijk dat ze er altijd zijn omstreeks dezefde tijd. Een ingebouwde wekker. De eersten als verkenners en straks de rest. ‘Kom maar, gier er maar lustig op los, de kust is veilig’.

gierzwaluwGierzwaluwen 2019

Vriendin hoort bij de gierzwaluwen. Toen we de laatste keer voor haar raam stonden, het bed stond er nog niet, maar de drie mussen keken gezusterlijk door het glas over de veranda naar buiten, zagen we ze scheren en hoorden we ze gieren. Haar blijde blik, het klonk haar als muziek in de oren, staat op mijn netvlies gebrand.  Ze zijn er elk jaar weer en al tien jaar lang, vliegt ze met hen mee, om me te begroeten. Wat zijn herinneringen toch prachtig om op te teren. Ze halen wat ooit werkelijkheid was, zo intens naar voren en dichtbij.

Er is nog een ander moment. Een kleine Marokkaans afhaalwinkeltje in de Jan van Scorelstraat. Haar pruik was door de lange wandeling in het Wilhelminapark een beetje naar voren gezakt. we zaten aan een piepklein tafeltje waar net het dienblad met de Marokkaanse waterkoker met de glaasjes op kon staan en nipten verse muntthee, rustten uit van het wandelen en praatten en genoten innig van deze rust. Buiten was het verkeer stil gevallen en de zon filterde het licht door de beuk aan de zijkant, waar het raam op uitkeek en weerspiegelde gouden spikkels in het water. Vertrouwd en dichtbij voelde het voor allebei. Later zag ik dat het theehuis, annex afhaalwinkeltje weer weg was. Vergankelijkheid. Vriendin was er ook niet meer. Anderhalve maand later hielp niets meer tegen de teloorgang door die vermoeiende strijd. En stilletjes was ze er tussen uitgegleden.

muntthee met alwine 2

Maar gierzwaluw, Wilhelminapark en Park Bloeyendaal, voetbal, Michal Jackson en tags, en de door haar uitgezochte Acer voor op het schoolplein stonden garant voor terugkerende boodschappen uit het onbereikbare. De Acer heeft het niet gered, net als  haar en onze school niet. Soms zijn hoofdstukken al afgesloten voor je het goed en wel beseft, maar dit liet zich schrijven en lezen als een open boek.

Een wandeling naar de tuin was er destijds ook bij, de koolmezen-nestkast van touw is er nog steeds, maar de hut van destijds, heeft plaatsgemaakt voor dat atelier op wielen. Zestig is te jong, bedenk ik me. ‘Veel te jong’, gieren de zwaluwen ‘Daarom nemen we haar mee’. Ze zwiert en zwaait haar eigen vlucht. In mijn hoofd, in het hoofd van haar  zoon en manlief, in ieder stukje gedeeld leven op een eigen manier. Soms staan die levens compleet los van elkaar. Weet de een van de ander nauwelijks wat het betekende. Andersom kan ook. Soms is de verwevenheid er woordeloos, omdat het leven door meerderen tegelijkertijd gedeeld is geweest en die gedeeldheid daarna weer werd losgelaten. De waarde ervan blijft en, hoe dan ook, behouden.

De gierzwaluwen brengen een beetje de vrijheid terug van voor de onaanraakbare periode, al zijn ze net zo ongrijpbaar als wij nu zijn. Zij redden het hun hele leven al met alleen maar de vlieguren en het dartelen in de lucht zonder vaste bodem onder de voeten. Elke weg vindt een uitweg, dat blijkt maar weer. Zelfs Oranje-boven wordt met gemak Oranje-binnen. Het is de soepelheid van geest die nodig is en het grote genieten, van dat wat onaantastbaar bovenaan staat. De liefde. Voor elkaar, voor de schoonheid, voor de natuur, voor al wat was en voor al wat zal zijn.

Uncategorized

Een meerwaarde

Gisteren was de dag van de puntjes op de i, het hoofd weer leeg en ruimte maken voor nieuwe ondernemingen. Bijna dan. Zoonlief vond twee dingen aan de opdracht ‘doek’ nog niet helemaal, dus moeten er straks drie puntjes gezet worden en ligt er nog een te recenseren boek te gaan. Dat is alleen maar iets om me op te verheugen. De rest is klaar. of afgehandeld. Pfff.

288_6131

Het leven kon weer door, dus ging ik met de fiets een rondje kleinkinderen doen. Overal een raambezoek en bij dochtertuin, zelfs een ‘tafel ertussen’-tuin bezoek met de fiets. Heerlijk wapperend op weg van onze kleine stad richting Utrecht. Zo’n twintig kilometer om en nabij. Een goed gegeven voor de zondag.

288_6133

Wat een heerlijk weerzien, het had al weer te lang geduurd. Films en foto’s is toch wezenlijk anders. Het was zeker veertig jaar geleden dat ik voor het laatst daar in die Utrechtse contreien had gefietst. Dat was toch wel een feestje waard.

288_6144

Onderweg kwam ik kaarsen op laag water tegen om het te vierenen een hele kudde schapen op een bescheiden grasland midden in een stadse wijk. Fiets rolde er lustig op los, langs het bord met de agressieve kraaien, een laan lang. Ze hielde zich gelukkig gedeisd. Opvallend waren de vele meeuwen in het kanaal, maar dankzij voorgenoemde daar weer geen foto van.

IMG_9520   IMG_9522

Zo kabbelde de dag voorbij. Vandaag vieren we de verjaardag van de koning met de meest afgrijselijke vervangende naam voor een gebeurtenis. Wie is op dat ‘woningsdag’ gekomen. Cést le ton qui fait la musique.

KGWX2951 Foto door Caglayan.

Nu dus nog een paar kleine puntjes te zetten en dan op naar nieuwe mogelijkheden. Er komen foto’s langs van vriendin die eindelijk haar kleinkind weer zag, na maanden van quarantaine. Zo herkenbaar dat kleine leed. De krant en ‘zorg’vriendinnen schieten in de bres voor het vooropstellen van het gemis aan sociale contacten, die met de depressies die het oplevert, weleens schrijnender kunnen uitpakken dan gedacht, in plaats van de hoofdrol te schenken aan het begrip ‘Veiligheid’. En eindelijk komt er een gedegen onderzoek naar de bescherming van zorgverlenenrs en de oorzaak van de verhoogde vatbaarheid in de verpleeghuizen en instellingen.

Soms is nationale zekerheid niet de garantie voor Leven. Kwantitatief misschien wel, maar kwalitatief niet. Voor ons betrekkelijk gezonde ouderen, die nog kunnne wandelen en fietsen, is het allemaal te doen, maar als je in de war bent, gescheiden van elkaar door ziekte of verstoken van het miniemste contact, dan weet ik niet wat ik zou wensen.

Of misschien weet ik het wel. Waardigheid aan een bestaan of aan het afsluiten van een waardig bestaan. Ik ben alleen maar blij dat ik nog niet voor een dergelijke keuze sta en met mij mogen al die mensen die thuis zitten, in hun eigen bedoeninkje met hun eigen betrekkelijke en toch zo’n grote vrijheid om zich heen, niet klagen.

IMG_9529

Daar moet ik aan denken, terwijl er in deze straten geen oranje wappert en dan zou ik wel weer even door het Utrechtse willen, om de straten oranje te zien kleuren, terwijl ik er eigenlijk niet echt veel mee heb, maar wel met het gevoel van saamhorigheid. Vlaggen is het nieuwe handenschudden, de oranje draad van het sociale delen. Natuur had haar eigen invulling van de dag en kleurde vanmorgen de hemel oranje voor al die oranje kampioenen in creativiteit, in oplossingen bedenken, in scheppend verluchten en die kunst maken waar je bij staat. Een meerwaarde.

Uncategorized

Dan is elk ander belang ondergeschikt

Letter & Geest, de bijlage van Trouw werd me gisteren drijfnat bezorgd door de dochters, die een raambezoek kwamen brengen. Er was een waterflesje op leeg gelopen. Het kleine raampje open voor het geluid en een aantal zaken om te bespreken. Gewoon even sparren over de dingen die op je pad komen, schoolse zaken, huiselijke zaken en een verrassing voor mij.

IMG-9483

Zoon kwam net uit Amsterdam met de boodschappen en achtte het een goed moment. Tissue’s bij de hand, want de kleinkinderen hadden een fantastisch Kinderjournaal in elkaar gezet. Een bevrijdingsgedicht en een vrolijk gedicht van Toon Hermans, door de oudste heel serieus voorgedragen. een goocheltruc door zijn broer. Met een bord met water en een brandend waxine lichtje onder een glas het glas vol laten lopen, een opsomming van wat er allemaal al groeide en bloeide in de volkstuin en op de vensterbank van de derde., een fabuleuze goal van die van bijna twee onder het hilarische stadion-gejuich, dat papa eronder had geplakt en een heerlijke maaltijd, vers bereidt door kleindochter op haar speelgoedfornuisje. Veel pannen en lepels, geroer en gestapel. De jongste kraaide zijn liefde minutenlang. Wat een heerlijke verrassing en wat kan je er door van je sokken raken. Met dank voor Oma en haar spannende oma-journaal. Heerlijke kinderen en kleinkinderen heb ik toch, die daar zoveel aandacht aan besteden.

IMG_9505

Zoonlief had uit Amsterdam een smakelijke Perzische aubergine-dip meegenomen op basis van humus of zoals het in De Gouden Tent heet, waar het vandaan kwam: ‘Homus’. Het was heerlijk. Een mengeling van smaak en nostalgie door mijn vroegere kennis van de Perzische keuken, een aantal jaren geleden, en de kookkunsten van de vader van de jongste. Aubergine, kikkererwten en linzen zijn onmisbaar in een Vegan keuken.

IMG_9498ondersteboven schoonheid

Het thema voor de foto-opdrachten tegen de verveling ten tijde van het binnenzitten was ‘Ondersteboven’. Dat kwam goed uit. Ik was al ondersteboven door alle liefde en aandacht en nog meer van al het werk dat lag te wachten. Het absurdistische boek dat ik bijna uit had en dat nog meer onvoorstelbaar werd, maar daardoor extra spannend, het doek, dat op zijn kop stond om te drogen. Nog steeds vertelde de foto een ander licht in de ogen, een mysterieuzere blik dan de omfloerste lijnen van mijn verwoede pogingen. Vertrouwen is in zulke momenten iets wat je het hardste nodig hebt. Niets is zo veel waard als het geloof dat het uiteindelijk ten goede keert. Maar ooooh, wat is dat moeilijk. De zussen vragen om een ontmoeting, maar mijn hoofd is zo ver weg. Ze moet eerst weer landen. Vanmorgen stond ik om half acht met de penselen in mijn hand, bruine vlekken op kin en in de nek, haha. Zoon vroeg of het Henna was. Pure olieverf dus.

IMG_9506

Zo jaag ik de tijd op, en mijn eigen gemoed. Wil weer los van de opdrachten, die de tijd voortstuwen terwijl er zoveel van is. Een interessant artikel in het meegebrachte blad van dochter vraagt ‘Wie liegt de waarheid’.  Wanneer is het feit, wanneer fictie. Ger Groot, de schrijver van het essay toont aan dat de verbeelding in de knel komt. Ze zijn al sinds jaar en dag met elkaar verweven. Bertus Aafjes wordt aangehaald en zijn uitspraak: ‘Dichters liegen de waarheid’. Verderop in het blad wordt Jeroen Brouwers beticht van een onwaarheid in Bezonken rood. Maar hij schreef een roman en geen wetenschappelijk historisch werk. Het is boeiende materie en ik ga er eens lekker over peinzen. Natuurlijk lopen bij het schrijven feiten en fictie door elkaar heen. Je gebruikt als schrijver hele, halve en verzonnen waarheden, omdat gedachten zich nu eenmaal vormen in de tijd die ze gegeven is. Scherpe kantjes gaan ervan af, feiten worden aangedikt, emoties afgezwakt of vergroot. Het is zo’n vanzelfsprekendheid voor mij, dat ik het geneuzel vindt van de desbetreffende K, die Brouwers beticht.

paprikahart Feit of fictie…

Verhalen en boeken moeten raken, romans in hun verbeelding, historie op feiten en zelfs verwevenheid daarvan is in een roman verantwoord. En als ze me ondersteboven halen, me raken, recht in de ziel, dan is elk ander belang ondergeschikt.

Uncategorized

Zo groots is een onverwachts ontmoeten

Een taboe doorbreken is zo eenvoudig nog niet. Er zijn eerst en vooraf een heleboel mensen, die tegen het onderwerp zullen aanschoppen. Misschien wel omdat ze er bang voor zijn, of omdat ze een gruwelijke ervaring hebben meegemaakt. Soms hopen ze  op een gezonde eeuwigheid. Daardoor is het zaak om de vijand te derven, teniet te doen door hem zo zwart als de duivel te maken. Zeker bij de katholieken werkte dat vroeger goed. Als je iets deed wat verkeerd was, kwam je in het vagevuur en bij erger in de hel. Dus werd de dood, waar leven bij natuur angst voor heeft omdat je het op z’n minst voor je uit wil schuiven, zwarter en intenser dan het grauwste grauw.

Taboes uit kinderliteratuur halen, zorgt ervoor dat het leven verpakt wordt in een utopische blijdschap. Iets wat niets met de werkelijkheid te maken heeft eigenlijk en al even absurd is als een sparren met de taboes. Roald Dahl was een meester in het onderuit halen van wat gevestigde goodwill was. Volwassenen die je altijd netjes hoorde te behandelen en die nooit iets goed konden doen, meisjes die te bedeesd werden afgeschilderd, jongetjes die vooral stoerder dan stoer waren, pijn en verdriet dat omfloerst en met zachte handschoentjes werd beschreven. Roald pakte deze normen en waarden uit en gaf er een meer dan realistische twist aan. Als een juffrouw een kreng was, dan werd ze twee keer zo heftig, buiten proporties, denk aan juffrouw Bullstronk. Een meisje, klein en frêle beschikte over intrigerende eigenschappen, een echtpaar krabde elkaar de ogen welhaast uit en verzon talrijke gruwelijke listen. Heksen, en reuzen heersten, kinderen waren om op te eten en zelfs de zwaaartekracht moest eraan geloven. Het is wat ieder mens in zijn hoofd zou willen doen als een verhitte boosheid op komt zetten. Heel even maar, een fractie van een seconde schiet het door je kop. Dahl vergrootte die seconde uit en schreef er zijn boeken op.

IMG-9481

Wat een geluk dat ik dankzij het thema voor mijn nieuwe recensies in aanraking kwam met boeken over huizen, waar van alles in kon gebeuren. Zo vond ik zo’n nieuwe taboe-doorbrekende held. Hij heet Tom Llewellyn en schreef ‘Het huis met de schuine vloeren, pratende ratten en raadsels op de muren’. Heel even schoot er door mijn hoofd bij het lezen ervan of het niet te heftig zou zijn voor tere kinderzieltjes, maar toen bedacht ik me, dat humor iets is, wat vooral op eigen niveau wordt geconsumeerd. Door beestjes bij de naam te noemen, het taboe recht in de ogen te kijken, wordt het absurd en daardoor extreem humoristisch. Het bleek dat de schrijver in een oud Victoriaans huis woonde. Kennelijk een fantastische entourage voor zijn verhaal. Ik hoop nog veel van hem te lezen.

IMG_0418  IMG_0414

Gisteren had zuslief het idee opgevat om schoonzus te verrassen met een serenade voor haar jubileum-verjaardag. Natuurlijk koos ik voor de fiets. Met het grootste gemak was de Vianense brug niet langer een onneembare vesting, maar al zingend, ‘Hé kleine meid op je kinderfiets, overbrugde ik dat, wat lang een brug te ver leek. Op naar het mooie Hagestein, waar broer en schoonzuslief aan de plas woonden. Pittig windje, gelukkig mijn ‘blauwen’ uit de kast getrokken, die er warm genoeg voor waren en binnen een half uur waren de kilometers geslecht. Zussen kwamen iets later, waardoor ik nog een appelvink spotte en door zuslief gewezen werd op een biddende valk boven het hoofd.  De verrassing was groot, daar in de zon en uit de wind. Prosecco, romige Petit Fours en worst en kaas vierden het feest mee en de serenade vlocht zich door de vreugde van het moment.

Zo groots is een onverwachts ontmoeten.

.

Uncategorized

Van even bij ze zijn

Een brief van het ziekenhuis voor de thuiszittende vrijwilligers.  Het zal nog even duren eer de ‘normale’ diensten weer gedraaid kunnen worden. Voor mensen die willen, zijn er andere taken te over. Iedereen die wil, als het tot de mogelijkheden behoort, kan aan de slag. Zolang die C nog met dikke letters de dienst uitmaakt, is het daar taboe voor mij. Maar nu schuiven al de sluimerende beeldem, altijd latent aanwezig in het achterhoofd, een voor een weer naar voren.

IMG_7964

Hoe zou het met de oude Izegrim zijn met zijn hart van goud. Hij was de behandeling al zo zat en erg verzwakt. Daarbij stond zijn woning in het meest aangedane deel van Nederland. Heeft hij het overleefd? En de man, die schilderde en vol goede moed was, met de vrouw die altijd haar literatuur onder handbereik had. Samen lazen ze de behandeling lang door, zo verstrengeld met elkaar op afstand. De Vrouw met de pruik, voor de lol iedere keer eeen ander, want als je ‘kankert’ verlies je wel je haren, maar niet je streken. En dan die brede grijns.  De frêle vrouw met de hoofddoek en de vrouw met de pietepeuterige gehaakte kralenarmbandjes, die ze vol trots uit haar handtas toverde, terwijl haar man zwijgend achter zijn laptop kroop. De broer en zus, Broer kaal, zus met een bos haar, maar zij was ziek en jong, veel te jong. De joviale aanwezige vrouw met haar schuivende zorgzame man. Hij zat erbij alsof hij weer wilde gaan. Zij dirigeerde en noemde iedereen bij de voornaam, want behoorde tot de ‘harde’ kern.

En al die anderen. De zieke zoon en de machteloze vader in hun kamertje, de vrouw die wist dat niets meer baten zou, mijn laatste gesprek met haar. Hoe varen zij bij deze extra belasting. Nu wij alleen al opgesloten zitten, kunnen zij helemaal geen kant meer op. Niks intelligente lockdown maar een spijkerharde keuze. De dood of de gladiolen. Er viel weinig winst te behalen.

IMG_9441

Ze spelen allemaal om beurten mee in mijn dagelijkse beslommeringen. Sommige komen in een droom oppoppen. Soms is het een woord, een uitdrukking, de bezigheid. Een sprei op FB met stokjes en halven doen me aan het bed belanden van de vrouw met de sprei, die ik zag lengen in al die maanden van lossen tot sierranden van picootjes. Als ik naar mijn kast kijk, waar de kleine Beer zit, naast scheefgezakte Knorretje aan de ene kant en de lachende Kermit aan de andere, brengen ze me naar de vrouw met de grote bril en de vrolijke sjaaltjes. Tedje , een kleine, moet altijd mee bij elk bezoek, een grote wacht thuis. Mr. Bean spreekt een woordje mee als lachende derde. Zag ze nog altijd de zon schijnen in haar onverwoestbare geloof.

IMG-9439

Gisteren op de fiets naar de Meern en langs de Plas, kwamen ze terug in het spiegelende water, omdat ik afstapte voor een koppel nijlganzen met heel veel jongen, waakzaam en hoog op de poten.. Ze waaiden alle richtingen uit boven de bomen op de boerenweg, met dartelende jonge hazen, die ‘Haasje over’ aan het spelen waren. Ze keken me zwijgend aan vanachter de ogen van het doek.

IMG_3436

Het nieuws op televisie. De roerende geesten. Wel of niet open, protesten, eisen. Militante ondernemers, kleine boeren, winkeliers in fel protest in Amerika, waar niets goed geregeld lijkt.  Maar zij dan, schimt er door mijn hoofd. Geen keuzes meer, gewoon ondergaan, je handel naar de ratsmodee, je leven ontwricht en geen onvertogen woord., maar ondergaan. Met lood in de schoenen, met ontaarde angst, met niet aflatende hoop, met onsterfelijk optimisme, als het lijf hapert. Balanceren op de tere grens van leven en dood.

Gisteren was het de dag van reizen in het hoofd. Van even bij ze zijn.

Uncategorized

Buiten ligt weer open

De droom: Kees uit groep zeven was jarig en kreeg een fantastisch cadeau, Met brandende kaarsjes was er ook nog een taart en Kees zag er verdacht volwassen uit. Een lift met vier ziekenhuisbedden en een couveuse strak tussen de twee wanden geperst. Kees en ik en nog iemand stonden aan de andere kant. Degene die de geopende lift zag, toen hij aankwam zette de ogen op schoteltjes, zo vol als die lift was. Een van de juffrouwen die er niets van snapte, van lockdowns en uit elkaars buurt blijven enzo, bleek later een patient in weer een van die liftbedden en had haar lakens besmeurd, we keken er naar en griezelden., niet om de smurrie maar om haar verwardheid.

IMG_9422     IMG_9423

Waar en wanneer ik in het verhaal wakker werd, weet ik niet meer. Ik ontwaakte met een zonnetje boven de kim, die de bladeren van de boom in de gouden verf zette. Pluis kwam liefde bedelen.

IMG_9387

Dat bracht me op de lange tweede fietstocht van gisteren. Eerst het omajournaal geschreven, waar ik zelf helemaal in opga. Ik ben net zo verwachtingsvol en gespannen als de kleinkinderen, die dat inspreken op de app en delen dat ze zo genieten van het verhaal. Ook was er in de brievenbus een envelop, handgeschreven, met daarin een kaart van een zielsverwant van social media. Ze had in de erfenis van haar moeder heel veel onbeschreven kaarten gevonden. Dit was vermoedelijk een exemplaar uit de jaren ’70 en die stuurde ze op, naar iedereen  waar haar hart naar uitging. Dat voelde ik dwars door de afstand heen. Zoveel liefde.

IMG_0396   IMG_0401

Nu was er ook de drang naar buiten, omdat ik de solofietstocht had ontdekt. Niemand ontmoeten, niemand spreken, Virusveilig en toch buiten zijn. Vandaag stond de andere kant van de omgeving op mijn verlanglijst. Een gebied, dat ik nog nooit had bezocht en waar je alleen maar met de fiets kon komen. De dubbele brug over de splitsing van het Amsterdam-Rijnkanaal bij Jutphaas. Als je daar overheen fietste was je al in Houten. Hoe simpel kon het zijn. Een aangelegd pad naast het kanaal en verderop wist ik de brug naar Schalkwijk. Een aardig endje. Zou ik dat bereik halen. Nieuwsgierig en zonder voorkennis stortte ik me in het avontuur. Drie koeien deden de aftrap. Mooie lichtblonde exemplaren, met hun grote zachte neuzen voor het hek. ‘Kom ons even aaien’ zeiden ze, de aanraakban voorbij. Heerlijk om de middelste over haar grote kop te aaien, die liet het toe.

IMG_0403

Ze hadden verschillende ogen, de linkse prachtige zwarte, de andere twee lichtbruin, allen bedekt met de liefste lange droomwimpers. Zachte vrouwenogen, dat stond buiten kijf.

IMG_0407   IMG_0410

Doorfietsen langs onbekend terrein, Kasteel Heemstede van zo dichtbij, nog nooit gezien en hé, de ingang van dat luxueuze golfterrein, was dat hier. Langs de gouden Munt, kwam ik terecht bij een mooier goud. Bloeiende wilgen speelden ton sur ton met het gouden koolzaad. Toch weer afstappen en omkeren om het vast te leggen. Ik haalde de brug en kon de landweggetjes opschuiven door Schalkwijk naar Tull en t’Waal. De wind viel stil tussen de lanen evenals het geluid. Hier groette iedereen, die rond huis bezigheden had. Een raam dat gelapt moest worden, de kruidentuin aan de voorkant van de boerderij, een boom die overstak en gesnoeid werd. Sommige op hoorafstand anderhalve meter uit elkaar in gesprek.

IMG_0392

Daar was het bekende terrein, het Klooster, een industriegebied en de sluizen. Op de teller stond vijfentwintig km na het afstappen en nog was de accu niet leeg. Wat een mogelijkheden ontvouwden zich hier.Eindelijk weer in de beweging en op peil. Vandaag het doek, dat vordert en bijna af is en vanmiddag in de herhaling. Profiteren van het prachtige weer. Dat zijn de cadeautjes als hoofd vrij is van ingewikkelde besluiten van overhand. Buiten ligt weer open.

 

Uncategorized

Soms schiet, wat je zeggen wil, tekort

En weer was het woensdag. De dagen regen zich, wonderlijk genoeg, in een hoog tempo aaneen. De mannen van de bestrating hadden waarschijnlijk van hoger hand de opdracht gekregen om de ontsnappingsmogelijkheid van het handjevol auto’s op de kleine parkeerplaats, dwars over gras en fietspad, in te dammen door grote ronde betonblokken te plaatsen.

IMG_8984

Er werd op het raam geklopt. De buurman stond voor de deur. Sinds februari zat hij zo’n beetje binnen. Zijn vaten hadden het begeven en zijn etalagebenen wilden niet meer. Na alle operaties was het gevoel ook nog weg. In de ochtend was een deel doorschijnend wit en gevoelloos, vertelde hij plastisch. ‘Straks moet mijn been’ en hij maakte een horizontaal gebaar met zijn hand op heuphoogte. ‘Dan weeg ik ook gelijk wat minder Haha’, grimast hij. Macabere humor neemt een overhand als er niets anders meer overblijft. Ik bedacht me nu, waar nog meer van die morbide zinnen over waren komen vliegen. Het was vannacht in het boek van Manon Uphoff, dat we voor de leesclub aan het doorstruinen waren. ‘Vallen is als vliegen’. Inderdaad. Ze verhaalde van een heksensabath, waarbij zij en haar zussen het vonnis velden over de veroorzaker van hun jeugdtrauma. Het werd zo plastisch beschreven, dat ik daarna nog lang had liggen woelen. Geen leeskost voor het slapen gaan.

De buurman kon niet meer naar zijn tuintje nu de auto was ingesloten. Hij had in machteloosheid de stratenmakers uitgefoeterd op hun trage voortgang. Ik begreep hem. Hij kon nauwelijks het stukje lopen van de deur van de flat tot aan de auto. De Kleine Blauwe had ook een gedwongen rustpauze, maar voor mij was het gunstig. Nu moest ik wel de fiets gaan proberen, die me een maand geleden in de schoot was geworpen. Broerlief, een van de, had haar helemaal opgeknapt. Ze blonk me tegemoet. Het was even worstelen met de schuurdeur, die door al het gedril en geklotter aan de weg kennelijk verzakt was. Zoonlief liet zijn spierballen rollen en had, onder bezwaard gemoed, ‘Kijk je uit mam, niet hoger dan vijf, anders kan je misschien niet meer remmen’  de omgekeerde rol op zich genomen.

IMG_3416

Ik zoefde in de vaart der volkeren voort en beet een pittig aantal kilometers stuk. Wat kon een mens genieten van de wind door de haren, ook al was het Oostenwind, die zich vermomd had als Mistral. Stella stoof ongehinderd verder. Het park door, het belendende stadje in, de buitenweg op en langs landerijen, schapen met lammetjes, hier en daar een wandelaar. Bij een dode fazant kwam ik tot stilstand. Zijn prachtige kleuren toonden dat hij nog maar net aangereden moest zijn. In de verte rouwde met blikken kreten de wanhoop van, wat ik dacht zijn vrouwtje te zijn, maar het bleek een broer, een buur of goede vriend. Het verdriet was er niet minder om. Ontdaan struinde hij ijsberend rond, heen en weer en heen en weer en zichtbaar van zijn sokken.

IMG_3421 Ontdaan, letterlijk en figuurlijk

Aan de overkant van deze bosrand lag een weiland met schaap en lam, ze graasden vredig voort en wisten niet van het leed dat zich onder hun ogen had voltrokken. Verderop nog jongere lammetjes, die een glimlach ontlokten door het altijd weer ontroerende spel van de jeugd, uitgelaten bokkesprongen vanuit de greppel op de kant en terug. Pas op het allerlaatst, toen ik me, door de zijwind aardig schrap had moeten houden, sloop er wat vermoeidheid en blikgevoel in, gelukkig met de veilige have in zicht.

IMG_3430   IMG_3435

Nu kreeg ik de schuurdeur wel open, maar niet meer dicht. De accu nam ik mee om op te laden. Hij was pas tot op de helft leeg. Deze Stella kon een beduidend aantal kilometers meer dan mijn eerste paarse bolide. Ik stuurde een foto naar opknapbroer voor het genieten en uit dankbaarheid, waar niet genoeg woorden voor waren. Soms schiet, wat je zeggen wil, tekort.

IMG-9381

Uncategorized

De kunst van het leven

Gisteren in de volkskrant een column van Marjan Slob met een aanstekelijk voornemen als eindconclusie. Ze is al het afwegen en afstrepen beu en al dat vergelijken van de ellende. Ze wil het leven niet langer tellen, maar vieren. Dan schrijft ze: ieder van ons-in park en verpleeghuis- neemt deel aan iets groots en subliems: Leven. Kunstenaars slagen er het beste in om de overstijgende en verbindende kwaliteit die huist in ieder van ons tot expressie te brengen. Kunst viert het leven. Dat frame dus.

179Berlinde de Bruyckere:A Transfarmation of hope

Ik onderschrijf de rol van de kunst, maar het is meer. Naast alle uitingen is het ook ‘de kunst om te leven’. Niet aangeraakt te worden door angst onder de sombere voorspellingen die zich voordoen en waarin mensen ongewild meegesleept worden in een niet aflatende stroom van doem. Boven de betweters uit te stijgen, de zieleknijpers, de spijker-op-laag-water zoekers, die men ook wel neuzelaars noemt. Beren zien op een pad met rozen, of rozen met doornen zien op een levenspad. Het is maar net hoe het ingevuld wordt. We zijn klein en ontvankelijk, kwetsbaar in een dreigende wereld. Feiten slaan ons in cijfers om de oren, te hoog, laag, lager. De wens is de moeder van de gedachte. Het is Oostenwind, neem het mee en stort het voor mijn part in zee.

191Antony Gormley: Feeling material XIV

Ik lees mijn krant en blijf vooral hangen op de kruimels ander leven. Gedachtegoed waar nog speculaas van te maken valt en niet de dichtgetimmerde waarheid in koude feiten. Het kruiswoordraadsel een bron van ontspanning. Woorden zoeken voor andere woorden, een verhaal bedenken met gekke woorden, spielerei. Er liggen drie boeken op een stapeltje, een half uitgelezen, waar mijn hart en maag van omdraait, als ik het me te plastisch voorstel en twee onschuldige heerlijke avonturen voor kinderen, er ligt een half herlezen ‘De Pest’ er is nog een titel die schemert in het achterhoofd, er zijn drie tekenopdrachten te gaan en het doek.  Ik probeer te relativeren, want dat is de kunst. Er zijn zeeën van tijd, je hoeft nergens naar toe. Met twee vingers in je neus (O nee, dat kan niet meer) gaat zo’n opdracht eraan, vermorzel je de druk, verkruimel je de deadline. Waarom blijven ze dan liggen tot je de laatste lijfelijk aan je geest voelt trekken. Nog maar een week, drie dagen, een dag…Help.

Dat is het wonderbaarlijke met ons. We maken er een punt van, terwijl het ons overkomt en we hier en daar zelf nog in kunnen grijpen, we voorzorgsmaatregelen treffen en toch  over de schreef gaan, omdat we verlangen. Verlangen is sterk en heeft alles met de kunst van leven te maken. Niet de materiële kanten, niet het bezit, maar het verlangen naar vroeger, of toen het nog  gewoon was, toen de dagen bestonden uit veiligheid en geborgenheid, zonder dreiging van buitenaf. Dat verlangen.

43672925_10213534062766070_8272852450914861056_o Lynn Chadwick

Daarom ga ik niet voor een ‘leven van voor en na’. Ik geloof niet in het na. Ik geloof in een aanraakbare maatschappij, géén anderhalve-meter wereld. Niet de afstand maar de verbinding, niet de utopie maar de realiteit door levenskunst en te kunnen genieten van wat gegeven is. In vertrouwen op die levenskunstenaars, die wegen zullen vinden waardoor het mogelijk zal blijken. Uitpellen en opnieuw beginnen. Marjan heeft wakker geroepen wat sluimerde. Niet de rekenschap, maar de kunst en wel de hogere. De Kunst van het leven.

 

Uncategorized

Het ligt in ons besloten

Het was een stralende ochtend op zaterdag en een perfect moment om er in solitude op uit te gaan. Eerst de tuin en daarna nog een stukje Nedereindse Plas, hier vlak bij. Je mag er niet zwemmen, maar de natuur vaart er wel bij. Hemelse rust en zeeën van koolzaad.

IMG_9289

Ik stapte de Kleine Blauwe Prins uit, wachtte tot twee wandelvriendinnen waren gepasseerd en ging toen in tegenovergestelde richting. Links van me lag de plas. Toonbeeld van zonde, want natuurschoon in alle toonaarden, vogels van diverse pluimage, twee statige zwanen midden in het meer, maar vervuild tot op de bodem. Rechts van me de heuvel die in noncoronatijden gebruikt werd als wheeler-en skeelerbaan.

IMG_3302     IMG_3311

De vreemde eenden in de bijt, de Nijlganzen roepen hees hun onvrede over deze indringster. Drie woerden waggelden bedaard over de weg. Ik stelde me zo voor, dat ze de vleugels op de rug in elkaar hadden gevouwen. De buik vooruit, zoals het een dominante, al wat oudere man betaamt. Opvallend was het geluid. Niet langer de stilte die overheerste, maar duizenden verhalen van onzichtbare kleine mezen en vinken, mussen en hier en daar het lokkelijke gezang van de merel her en der, in de bomen en de struiken, tussen de gele koolzaadvelden op de heuvel. Vogelgezang, getjilp, gekir, gesjilp, geklepper, gekras, geroekoe, gegorgel, gefluit. Je kon het zo gek niet verzinnen of het was er.

IMG_3340

Het was dan ook vroeg. De vogels maakten zich op voor de dag. Ik omarmde de omstandigheden, die elk overdonderend geluid hadden verbannen en alle ruimte bood aan de opbloeiende natuur, letterlijk en figuurlijk. Er kwam een wandelaar aan. Met stomheid geslagen zag ik, vlak voor ik haar ruim omzeilde, de oordopjes in haar oren. Hoe kon je gaan wandelen in een natuurgebied en het allerbelangrijkste uitbannen.

Die morgen hield ik het hier binnen niet meer uit. Ik moest even ontsnappen. Ik had de Blauwe uit zijn benarde positie bevrijd door over een grasvelddje heen te hobbelen en een fietspad over te crossen, daarna was hij los en rook de vrijheid. We reden richting tuin en ik had alvast een voorproefje van wat me daar te wachten stond. Een opkomende zon was zichzelf al van de nachtelijke uren aan het ontdoen en schoof geleidelijk aan op. Het was half zeven. De dag lag beloftevol en volkomen verlaten aan mijn voeten. Het hek was op slot, er stond geen auto en ook op het tuinencomples overheerste het gekwinkeleer. Af en toe verstoorden opvliegende eenden luid kwakend de rust. Bij de bijenkasten was er nog geen bedrijvigheid te bekennen. Misschien was het nog te koud in de nacht voor de nijvere volken.

288_6065    288_6114

De tuin lag er heerlijk bij. De Camassia stond te bloeien op een plek waar ik haar niet verwachtte, de appel en de peer waren overvloedig aan het bloesemen. De Pruim en de kers had ik in vol ornaat gemist. Dat beloofde flink wat appel in het najaar. Een rondje om de kop van het complex bleek de moeite waard.

IMG_9283    288_6081

De ochtendzon kwam in vol ornaat boven de huizen en de molen van Groenekan op en legde het wandelgebied luister bij met haar stralende kracht. Ze weerkaatste op de flat aan de andere kant van de tuinen om te weerspiegelen in de sloot. De wereld in goud.

288_6104

De oude was de wilgen aan het snoeien geweest. Mijn oude trappetje stond als stille getuige tegen de boom, waar de helft al was uitgezaagd. De andere buurman had het gras gemaaid. Tegen zo veel burenliefde kan een mens niet op en ik moest even zitten om de dankbaarheid in stilte te laten bezinken. In de toppen van de boom bij de buurman zat een vink, een appelvink bleek, toen ik later de foto’s bekeek, luid te zingen. Haar trillers waren een lofzang op de schoonheid om haar heen. Hun wereld die, ondanks alles, zich had gesterkt en doorging met waar ze na een dorre winter gebleven was.

Het ligt in ons besloten.

 

Uncategorized

De Kruimelkronieken

Weer een reis door de kamer, dit keer door die van, of liever gezegd, door een gedeelte van het huis van Maxim Februari. De enige Februari die U met een hoofdletter schrijven mag, bedenk ik me. Eerlijk? Hoewel al een Multatuliprijs en een vernoeming van boek van het jaar door de Volkskrant en, O schande Uw naam is genoemd, de PC.Hooftprijs voor de letterkunde dit jaar voor zijn beschouwend proza, ken ik deze reiziger niet. Ik leer hem binnen de kortste keren kennen als wekelijkse columnist bij het NRC en als dromer bij dit bezoek aan zijn kamer.

IMG_9304

Er zijn foto’s van Maxim, die daardoor al iets persoonlijker wordt. Het gezicht is eerder voorbij gekomen. Een vrij definieerbaar, niet uitgesproken mannelijk, eerder vrouwelijk, gezicht met zachte trekken. De ogen kijken recht in de ziel. Er is een foto bij zijn reis, die een verouderde Maxime toont vergeleken bij de gladgestreken krantenversie. Eigenlijk wil ik, met ingang van heden, van alle kranten graag de columnisten apart op een site, zodat die iedere dag of week te nuttigen zijn voor iedereen. Columnisten zijn de ware nieuwsgaarders.  Van Maxim zijn trektocht door de hal en de keuken en de glimp van zijn studiekamer op de foto, leer ik, dat er huizen zijn, waar locaties moeilijk te bepalen zijn vanuit bepaalde hoeken. Huizen waarin je kan dwalen.

Daar moet ik even over nadenken. Deze maisonette hier heeft een duurdere naam dan haar inhoud. Ze is grofweg verdeeld. Eenvoudig als de meeste huizen van, pakweg na 1950. Gang met toilet, huiskamer met keuken, trap naar boven twee halletjes, drie slaapkamers en een badkamer, trap naar boven een grote zolder. Rechts van de trap een semi-slaapkamer, links van de trap een kledingkast. Ooit was de zolder ook atelier, maar dat is nu een hoek van de woonkamer. Geen oord waar een badkamer in zou kunnen verdwijnen, zoals bij Maxim het geval is. Tenminste, hij weet die niet te duiden vanuit zijn positie onder aan de trap, waar hij sit-ups en crunches doet, wat dat ook moge zijn.

IMG_9305

Hij heeft nagedacht over zijn positie van notoire thuisblijver als schrijver. Hij geeft zijn lezers vaak het devies mee (een citaat van de schrijver Thomas Carlyl indachtig ‘Men speak too much about the world’):De enige manier om de wereld te redden is door thuis te blijven’. In een twist van het lot is dit een begrijpelijke uitspraak geworden, maar lange tijd vond met dat niet. Het leven doorgronden door de wereld te kennen is heel lang de drijfveer van haar aardse bewoners geweest in de opinie van Maxime.

Zo reis ik met hem mee, door de laden vol met keukengeheimen en eventjes vangen we een glimp op van de andere avontuurlijke spannende beleving in het huis, dat langzaam maar zeker jaloersmakend blijkt te zijn. Een blind raam, een zwevende vliering, een donkere waterput, een voedingsbodem vol fluisteringen.Daar verlaat ik de krant en mijmer over mijn eigen geheimen. Duistere krochten onder de pannen, in de zuil en in de gang, vol met vergeten kleinoden, puddingvormen, ouwe hippiejurken, babykleertjes, brieven en videobanden uit de grijze oudheid.

Korte anekdotes, kleine verhalen.  Wat blijft er over als ik ze stuk voor stuk uit ga pellen. Wie weet. Ik heb al een naam voor ze. Ik noem ze: ‘De Kruimelkronieken’.

.

Uncategorized

Jouw keuze

Het waait een beetje. De krant roert alle ongemakken aan van deze ontwortelde wereld en leert dat hoog van de toren blazen economisch weleens onhandig zou kunnen blijken, nu de oogst van de wijnranken een onzeker afzetgebied kent. De cursus ‘Binnen kijken2020’ geeft aan dat we de zesde week ingaan. Ik zoek nog een hoek voor de opdracht van gisteren en kijk peinzend omhoog na dit bericht. De zesde week alweer, waar blijft de tijd. Daar ontdek ik dé hoek. Het is er een met een spinnenweb, die gedeeltelijk in tact is. Iets waar alle Miepen Kraak schande van zullen spreken. Maar dat deert niet. Alles wat herinneringen oproept aan ooit, een kleine spin Sebastiaan bijvoorbeeld, is in staat om mijn nostalgische gevoelens om te zetten in gedoogbeleid. Geen spin verlaat hier met acht pootjes in de hoogte het huis. Annie M.G. Schmidt zal me er om lauweren.

IMG_7919

Het thema voor deze dag is verbinding en de vrijdagmidagborrel via skype, zoom of anderszins zal handelen over lego, de verbinding bij uitstek. Ik heb geen lego in huis. Wel een doos oude autootjes, die toen de tweeling nog klein waren , hartgrondig over de witte ouderwetse lectuurstandaard met schemerlamp heen geschoven werden om hulpeloos ter aarde te storten onder luid gebrul. De verbinding maak ik via de zonen, die spraakzamer zijn dan ooit, nu we min of meer elkaar, als enige in levende lijve, ontmoeten. Zij het met gepaste afstand. Zij doen de techniek en ik vul de leegte. Zo blijven de rollen duidelijk.

paprikahart

De andere verbinding is die onzichtbare lijn met mijn moeder. Vandaag 30 jaar geleden werd de lijfelijke aardse band verbroken. Ze is er nog altijd en overal. Ik kom haar iedere keer weer tegen in de zussen. Haar oogopslag, haar nuchterheid, haar verwondering, haar liefde. Ik ontdek haar in de herinnering, ik ontmoet haar in de kinderen en kom haar tegen bij elk dominospel dat ik zie. Ze is het paaseieren zoeken in het virusvrije leven, het onbegrensd verlangen naar de natuur. Ze is de lofzang op het leven.

008

ik hoor nu in de tuin te zijn, dicht bij waar ik haar voel, maar stel de opdracht boven de wens van de gedachte. Een deze ochtenden, zodra de Kleine blauwe Prins weer uit zijn benarde positie is bevrijd, trek ik er met hem opuit om in de allervroegste ochtenduren me helemaal alleen te wanen op het complex en mijn moeder te zoeken in de overlevering , daar in het postzegelparadijs. Pluis komt me troosten. Ze snapt het wel. Ze is de aaibare verbinding, die nu broodnodig is in dit afstandelijke bestaan.

Gisteren kwam via de mail de goedkeuring binnen voor de twee te recenseren boeken. Ze worden opgestuurd. Het is in deze bijzondere tijden een wonder hoe bepaalde zaken, ondanks alles, gewoon doorgaan. Een promotie, want ik voel me vereerd, of noem het een switch, die op pantoffels naderbij is geslopen en hand over hand haar positie heeft veroverd.

003

Vandaag voelt een beetje als hereiken. Terugveroveren van wat de eerste prioriteit heeft, zoeken naar nieuwe vormen van verbinden, uitbreiden van de veilige mogelijkheden, tweehoog niet langer als een vesting maar als een uitvalshave naar verlegde grenzen. Dan, als ik aan mijn moeder haar laatste jaren denk, die niet beknot werden door een virus, maar door een man die vast was komen te zitten in zijn ondeugdelijke transmitters en daarmee de grenzen tamelijk afbakende, dan weet ik eigenlijk niet wat het zwaarste weegt. Er gaat niets boven de geestelijke vrijheid. Daarbij moet ik steeds denken aan het boek van de Keuze van Edith Eger. Daarin stond het zo helder en duidelijk. Niets en niemand kan inbreken in wat er aan gedachten leeft en waaruit jij, en jij alleen, de weg kan bepalen. Daar zit de waarachtige vrijheid. De enige verbinding die jij verkiest boven al het andere op dat moment. Jouw keuze.

 

 

Uncategorized

Vrijheid kruipt nog altijd waar het gaan kan

Gistermorgen was ik vroeg uit de veren. Wandelen kon niet echt, want de kleine blauwe Prins was ingesloten door de stratenmakers, die verzuimd hadden bericht te sturen van hun voornemen om de hele straat aan te pakken. Nu stonden hij en de buurman zijn vehikel gebroederlijk naast elkaar. Zoonlief bood onmiddellijk de zijne aan, verleidelijk, want luxe, maar ik wilde verder aan mijn opdracht. Het doek. De dag van het scherpe observeren. Hé, een oog zat er verkeerd in, correctie. De mond een fractie te laag. Niet getreurd, kunst is maakbaar. Ontevreden over de achtergrond. Testten en nog eens testten leverde de wetenschap op voor morgen. De zorg zat in het droogproces. Was dat bij deze haastklus wel haalbaar. We zouden het zien en beleven. Al met al was ik er de hele dag zoet mee.

IMG_9163

Als beweging wandelde ik twee kilometer om de zuil, bestelde twee nieuwe kinderboeken om te recenseren en maakte een illustratieversie voor zuslief. Het motief voor het laatste was een Afrikaans gezegde: ‘It takes a whole village to raise a child’. Toepasselijk in deze tijd van thuiswerelden, maar dan zonder de broodnodige kennis en ervaring van de oudjes. De creativiteit noopt ons om te zoeken naar wegen, die risicovolle bejaarden, ik bleef het een wonderlijk predicaat voor mezelf vinden, dichter bij de kleinkinderen zouden brengen. Het was me gelukt met mijn Omajournaal, dat ik de eerte drie of vier weken dagelijks liet uitrollen en, omdat ik merkte dat ze achter begonnen te lopen met kijken, nu drie keer per week aan elkaar breidde.

gezelle

Het bracht me terug in de tijd, mijn eigen kindertijd in de jaren vijftig. Er was veel te ontdekken. Het leven speelde zich grotendeels af op straat. De gezinnen waren groot, elf kinderen bij ons thuis en mijn moeder had nog geen wasmachine, geen magnetron, geen telefoon . Er werden matten geklopt en huizen leeg gehaald voor de grote schoonmaak. Er was licht. De warmte kwam van de zwarte gezellige kolenkachel, een dikbuik die wel een kit kolen per dag vrat, likkebaardend lekker, als je de vlammen moest geloven. De winters toverden op de ramen van de onverwarmde slaapkamers prachtige ijsbloemen, waar je een doorkijkgaatje in kon wasemen, door er tegen aan te blazen. Tussen de twee stapelbedden op onze meisjeskamer speelden we Puntje en Anton en onderwaterzeeërtje. In de zomer onthulde de sloot bij het Thorbeckeplein een geheimzinnige onderwaterwereld met bliekkies en voorntjes, watervlooien en schrijverkes. De tekst werd geleverd door de pocket van Guido Gezelle tussen de bescheiden boeken van mijn moeder.

O krinklende winklende waterding,
met ’t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ’t waterke gaan!

Het was de klank, die de schoonheid voor de taal wekte. de betekenis was er nog niet. Ik zag het Schrijverke al met een mandje naar de Gruyter gaan. Een levendige insectenwereld was ons niet vreemd. We kenden de klassiekers als Erik en het kleine insectenboekje van Bomans in dezelfde pocketuitgave als Gezelle. Er ging een bron aan verhalen schuil in die paralelle wereld van de natuur.

Jaren later op school speelden mijn collega en ik die wereld na in een toneel over Reinhardt, die alle wriemelaars met een spuitbus te lijf ging en die meegenomen werd door een libelle in de wereld van Erik, waarna hij wel anders piepte. Een heel kamertje en de onderwereld nagebouwd op het robbeneiland. Geen zee was ons te hoog, geen kuil was ons te diep.

91453527_223869885488636_1065250285403823120_n

Nu was er dus een lied voor de allerjongsten, een voorgelezen verhaal, nog een lied en een verhaal over Virus, Addertje on der het Gras, Bepperd de Bofferd, Uil, Mol, en Ko Nijn. Super spannend.

Hoe lang het gaat duren weten we niet. Maar de ervaring breidt zich voort met deze verhalen. ‘It takes two to tango’ is een variant op het oude Afrikaanse gezegde. Woord zoekt wederwoord. De geest wil wat, als het lichaam in een impasse wordt gehouden. Gelukkig, Vrijheid kruipt nog altijd waar het gaan kan.

Uncategorized

een nieuwe dag kon beginnen

Met mijn kippige ogen, want de bril lag zoals het een goede bril betaamt, netjes te wachten naast het scherm tot de ochtend, zag ik dat het 1 uur 36 was. Midden in de nacht en nog geen syllabe van slaap te ontdekken Wakkere nietsziende ogen. Dan maar koffie halen en wat afleiding zoeken. Bril op de neus. Letter & Geest van schoonzoonlief gekregen, dus goed voor leesvoer voor een dag of drie. Er klonk wat gerommel uit de kamer naast me en ik zag achter elkaar de lichten van drie auto’s de nacht ontwrichtten. Verwonderd keek ik, met mijn bril op, nogmaals op het oplichtende scherm van de Iphone. O, dat verklaarde veel. Het was 5 uur 25. Mijn ‘wakkere’ uren waren in feite dus niet zo waakzaam geweest, als ik me had ingeleefd.

IMG_9157

De reportage van Laura Molenaar over de Vlaamse Alica Gescinka in het weekendblad van Trouw zorgde ervoor, dat ik even later rechtop en monter nadacht over de waarden van het leven. Ze stipte het verschil aan tussen de waarheid en de leugen en alles wat daartussen lag. Vooral dat laatste was wat intrigeerde. Het benoemen van een leugen drukte een stempel, die met je mee bleef reizen tot in lengte der dagen. Ik dacht aan het lied van Harrie Jekkers met zijn Klein Orkest: ‘Mijn vader is een leugenaar’ en hoe heerlijk verfrissend ik de man daarmee vond. De vader, bedoel ik. Iemand die de werkelijkheid naar zijn hand zette door er zijn fantasie op los te laten. Nee, de intentie om te liegen was er niet. Hij maakte het leven gewoon een beetje spannender, kleurrijker, leefbaarder misschien wel.

 

Als er vroeger een moeder bij me kwam in de ochtend, die een schoorvoetend kind, dat achter haar rokken wilde wegkruipen met rode konen, toch naar voren duwde met de woorden: ‘Hij heeft wat gestolen’, brak mijn hart, maar was ik blij dat ze haar gedachten op tafel legde. Een kind heeft nooit de intentie om te stelen. Ze vinden iets mooi en nemen het mee, omdat zo’n autootje brandt in je handen of zo’n glimding erom schreeuwt om meegenomen te worden. Eer je er erg in hebt, zit het ineens in je zak. Het komt er pas weer uit rollen als je uitgekleed wordt en de broek ondersteboven wordt gehouden om hem op te vouwen.

IMG_9158

Het enige dat ik de kinderen vroeg was of ze in het vervolg wilde vragen of ze het even mochten lenen. Meer was er niet nodig. Dat snapten kinderen onmiddellijk en gelukkig vatte bijna iedere ouder de hint. Het ging om de intentie. Wij bekijken te vaak vanuit ons kader onze werkelijkheid, terwijl die er nog helemaal niet is in de belevenis van een kind. Alicja benoemde in het bijgaande artikel hetzelfde over de waarheid. Het gaat er niet om of het waar is of niet, maar het gaat om de intentie waarmee het gehanteerd wordt, om de waarachtigheid. Als je moedwillig bezig bent met iemand om de tuin te leiden kan je van liegen spreken, maar als je uit overtuiging iets beweerd is het een ander verhaal. Alicja zegt: Een leugen wordt niet gekenmerkt door onwaarheid, maar door onwaarachtigheid. Waarheid toets je aan de feiten, waarachtigheid toets je aan de intenties die iemand heeft, wanneer die zijn uitspraak doet’. 

Een kind vertelt altijd zijn waarheid. Het jokt niet, het steelt niet, het koestert geen grote geheimen bewust diep in zijn binnenste. Ze zijn open en eerlijk. Daarom komt zo’n speeltje uit een broekzak rollen aan het eind van de dag en is het niet schuldbewust verborgen. De noemer maakt de dief of de leugenaar, zoals ‘de gelegenheid de dief kan maken’ naar die oude wijsheid.

Ik was blij met het vroeger morgenuur, met de gekregen Letter&Geest en het verlichtende filosofische artikel. Ik was weer even terug in de groep, met kleine en grote dilemma’s. Met dit issue, dat zo verhelderend werkte, als er fijntjes op gewezen werd. Opgelucht vervolgden kinderen en ouders daarna hun weg, terwijl ik ze glimlachend nakeek. Een nieuwe dag kon beginnen.

 

Uncategorized

‘Just as they were healed’

Dankzij Facebook komt er een heerlijke herinnering voorbij en een prachtig gedicht, dat al decennia lang leek te bestaan en van toepassing was op het hedendaagse. Het was geschreven in 1869 zo meldde het verhaal op FB en uit de mottenballen gehaald ten tijde van de Spaanse Griep in 1918 en nu weer naadloos toepasbaar. Het was de vergezellende foto die doel trof. Regelrecht het ‘eenzame’ hart in.

Geschiedenis herhaalde zich. Ineens schoof de witte kop van de leraar geschiedenis voor mijn ogen, zoals hij  de klas van een groep Mulo-klanten in 1963 met de stramme passen van een generaal inmarcheerde, een bordenwisser naar achteren gooide naar een denkbeeldige afdwaler en zijn order boven de hoofden losliet in een schreeuw: ‘Schrrrrrijf op, 1’. Om ons onmiddellijk in zijn Weltschmertz mee te sleuren, De Spaanse griep, de Eerste, de tweede of welke oorlog dan ook. Doden drongen zich op, naast de geur van lijken her en der. De plastische verhalen van de meesterverteller waren kleine huzarenstukken, waarnaast elk drama verbleekte. Nooit was iemand meer in staat lesstof over te brengen, dan deze kleine generaal van het historisch besef. De Spaanse griep ontvouwde zich in volle hevigheid onder de jong volwassenen compleet met dezelfde verschijnselen als nu. Hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn troffen ons toehoorders, in dezelfde leeftijdsgroep, hard maar zeker door de manier waarop de generaal het uitbeeldde, stervend op de punt van zijn formica bureau. Wat had hij graag dit gedicht ter hand genomen om zijn daden kracht bij te zetten:

And people stayed at home
And read books
And listened
And they rested
And did exercises
And made art and played
And learned new ways of being
And stopped and listened
More deeply
Someone meditated, someone prayed
Someone met their shadow
And people began to think differently
And people healed.
And in the absence of people who
Lived in ignorant ways
Dangerous, meaningless and heartless,
The earth also began to heal
And when the danger ended and
People found themselves
They grieved for the dead
And made new choices
And dreamed of new visions
And created new ways of living
And completely healed the earth
Just as they were healed.

spaanse griep

It was written in 1869 by Kathleen O’Meara.
Reprinted during Spanish flu
Pandemic, 1919
Photo taken during Spanish flu

Dit vertelde ons Facebook met daar achteraan een restrictie van degene, die het bericht verspreidde. Het bleek daaruit, dat het gedicht drie weken geleden anno 2020 was geschreven door een gepensioneerde lerares. ‘That’s because the poem was written all of three weeks ago. Though the version appearing on Facebook is slightly different, Catherine M. O’Meara, or Kitty, posted it on her blog, The Daily Round, on March 16‘  gaf Ciara O’Rourke van het Politifact van het Poynter instituut aan. Ik kwam het tegen na wat spitwerk. Het had zo mooi geweest, maar toch. Het gedicht eindigde hoopvol en de foto, die denk ik echt uit 1918 stamt, is veelzeggend genoeg.

de sloddervis

De andere gebeurtenis is echt. dat weet ik omdat ik de foto zelf heb gepost. In 2014 haalde ik de Sloddervis in huis, nadat de oude het in zijn beneveld brein had geschapen met zijn zelfgesponnen wol en zijn breipennen. De alcohol heeft hij afgezworen, maar het product van zijn creatieve geest onder hoogspanning kent nog steeds zijn ereplaats. Kunst vertaalt zijn schepper en vertelt zichzelf. De Sloddervis stond voor mij symbool voor het onvolmaakte dat diep in ons besloten ligt. Het is het toonbeeld van imperfectie en daardoor in alles een overtreffende trap. Ontroerend, meeslepend, veelzeggend en prachtig. Het verleden met mijn oma voorop schuifelt ‘Mooi van lillikheid’, naar voren bij het schrijven van de superlatieven. Maar kunst is meer. Ze is om van te houden. Ik koester haar.

678A10FA-2176-48F3-960E-10DD3A43D8D8

Zo brengt facebook een ander onderwerp in, terwijl ik eigenlijk wilde schrijven hoe gezellig de parkeerontmoeting met de vijf kleintjes was geweest. Koek en zopie en wijn en hapjes waren voor handen, met zwarte en witte handschoenen, afstand en in voorzichtigheid aangeboden. De zon maar ook de wind erbij, een soort geïmproviseerde picnic in familieliefde. Zoals de dames op de foto, maar dan niet gearmd.

De krant brengt een nieuwe waarschuwing uit. We zijn er nog niet vanaf. De Spaanse griep van hierboven duurde bij elkaar van begin 1918 tot eind 1919. We hebben nog even te gaan. Laten we met Kitty meedromen:

‘And made new choices
And dreamed of new visions
And created new ways of living
And completely healed the earth
Just as they were healed’

Uncategorized

De zin is er

Langzamerhand verschoven de uren zich deze weken richting middaguur. Gisteren wilde ik vroeger aan de wandel. Toen gooide slaaptekort roet in het eten. Nu zou het gaan gebeuren. Bijtijds op. Buiten heerste de stilte van een zondagochtend in vakantietijd en een zon, die ver te zoeken was. Dat betekende dat er geen kapers op de kust waren en een solitude wandeltocht tot de mogelijkheiden behoorde, de spreuk indachtig: ‘Als ik niet tussen de kinderen kan, dan tussen de koeien’. In mijn geval waren dat de Hooglanders bij de Vianense plas. Eerst moest ik de kleine blauwe Prins laven, want die was bijkans door zijn reserves heen. Het was wel duidelijk dat ik buiten de maatschappij had geleefd. In die tussentijd was de prijs voor brandstof enorm gekelderd. Wat een feest om te tanken. Handschoenen aan, geen mens aan de pomp en doodse stilte alom. Zelfs de vogels kwetterden door het oorsuizen heen.

IMG_3221  IMG_3231

Met een volle tank naar mijn doel gereden. Er stonden wat auto’s op de parkeerplaats, maar verder strekte het landschap zich weids en uitdagend uit. Bermen vol met bloeiend koolzaad en langs de afscheiding de bloeiende meidoornstruiken. Alleen dat al. De lucht zwanger van lente.

IMG_3244     IMG_3246

In de verte zag ik de belofte al grazen. Daar moest ik zijn. Bij behoefte aan knuffelen zouden de warrige balen wol voldoen door de aanblik alleen al. Ze leken zo vriendelijk en aaibaar. Mijn wens kwam uit. Het feit dat je er midden tussen kon lopen en dat ze niet op of om keken, zelfs de jonge stier bleef onverstoorbaar doorgrazen, was voldoende om een weldadige rust te voelen neerdalen. De jongen volgden dapper de verrichtingen van hun grote voorbeeld. Bedelden af en toe om melk. De dieren hadden het hele gebied rond de plas en de uiterwaarden tot hun beschikking, een plukje dieren aan de ene en een plukje aan de andere kant.

IMG_3274     IMG_9112

In het midden stond een grote boom met een verdwaalde schommel aan zijn takken. Vervreemdend, die boom daar, met zo’n uitnodigende plek om gedachten al peinzend aan de wind mee te geven. Natuurlijk moest dat uitgeprobeerd worden. Ik zong een lied van lang geleden: ‘Schommelelooien, halve dooien, halve zot, schommelelooien maakt schommels kapot’. Geen idee, waarom wij dat zongen en wat de betekenis van de woorden was.

Ik zoek het op, maar vind niets terug.

IMG_3268

In de plas zwommen twee zwanen, meerkoeten en eenden. Een moedereend met jonkies, die angstvallig veilig in de buurt van moeders vleugels bleven zwemmen. Hoog boven me vloog een valk, de buizerd was me te snel af en zwaaide af voor ik hem vast kon leggen.

IMG_3285

Vanmiddag staat er een auto-ontmoeting plaats met de zussen en broer. Zo worden de grenzen een weinig verlegd. Snoetjes, de handschoenen en alcoholgel blijven onder handbereik. Vroege ochtenden zijn een prachtige gelegenheid om even te ontsnappen en daarbij wat extra beweging op te doen. De knuffels, vooral die van de kinderen en kleinkinderen, en de beweging mis ik het meest, het vrije veld daarna en de wind om je kop. Een uurtje wandelen in de ochtend en ik kan er weer tegen. Daarbij heeft de natuur, zo vroeg, helemaal vrij spel. Er valt veel te zien, voor wie goed kijkt. Fototoestel mee en gaan, zou ik zeggen. Om tien uur was ik weer in huis.

De dag ligt nog open, dat was langzaam maar zeker door de lethargie en het op jezelf teruggeworpen zijn, weggezakt. Goed om een spannender ritme in de tijd aan te gaan. Met het lopen groeit andere energie, die van het ondernemen en van de inventiviteit. Iedere dag een stuk neem ik me, vooralsnog, voor. Eens kijken of dat te bewerkstelligen valt. De zin is er.

Uncategorized

‘Tijd in overvloed geeft de burger moed’

Het voornemen om tussen de koeien Pasen te vieren viel in het water.  Voor mij figuurlijk maar de Hooglanders stonden er waarschijnlijk met hun poten letterlijk middenin. De nacht speelde spelbreker en hield me langdurig uit de slaap. Kwam het door de films op 7. Wat een absurde schifting hanteren ze daar eigenlijk met hun mannenfilms. Het was een spannende welkome tegenhang voor al het eenzijdige gebabbel op de andere netten en verzette de zinnen, waar een mens zo’n behoefte aan kan hebben in deze dagen. Ik wilde niet langer de ideeén van de zoveelste buitenstaander vernemen, waardoor de goegemeente bestookt zou worden  met bodemloze voorspellingen. Cijfers zeggen iets, de rest denk ik erbij. Nee. Ik ben niet somber of pessimistisch. Ik geloof in de vooruitgang en de ontwikkeling en weet zeker dat er oplossingen zullen komen, maar echt niet via de goeroes die ons voogeschoteld worden in de praatprogramma’s.

Enfin de film voor mannen werd door deze vrouw verslonden. Lekker ouderwets gekrakeel, ontsnappingen, vliegend staal, doelloze kogels en vuistslagen. Ik ben pacifistisch, maar dan toch, heel even maar. Om de eigen impasse de baas te worden. Er is niets beter dan af en toe uit je dak te gaan, virtueel dan en geestelijk. Los van alle banden, Coronavrij.

\IMG_8984

Ik was, ondanks de nachtelijke uren, redelijk vroeg wakker, maar te moe van al die opgedane indrukken. De dag begon daarom met een hoofdbreker. Twee grote paaspuzzels uit de krant, ook zo’n welkome afwisseling, en het nieuwe boek van Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’. De eerste regels riepen al vraagtekens op, maar het devies met de boeken van de leesclub, zo leerde de ervaring, was ‘even doorbijten’. Soms sleurde het verhaal je ineens mee de diepte in en dan viel het boek niet meer weg te leggen. Misschien ging dat hier ook nog gebeuren, al was ik al best ver in het verhaal gekomen en sloeg de schrijfster je om de oren met ‘literair verantwoorde’ aanhalingen van Nabokov, Michael Haneke of Thomas Vinterberg en andere grote helden.

IMG_8983

De natuur trekt zich er niets van aan en viert Pasen met de zondagse rust en soms even met die van een autoloze zondag. De kauwtjes vliegen af en aan en het valt me op dat zowel vader als moeder het nest verlaten, als ze achter elkaar uitvliegen. Toch meende ik de kleintjes al te horen. Zoonlief brengt een paasontbijt op bed en ik moet denken aan vroeger toen hij, als man in huis, koffie kwam brengen met zijn kleine krullenkop nauwelijks boven het kopje uit. Hij heeft absoluut de zorgzame aard geërfd en strooit er lankmoedig mee rond. Herkenbaar en wederkerig. Op het bord liggen naast een beschuitje met kaas en een krentensnee met spijs ook een roos uit het boeket van vrijdag geplukt en chocolade-eitjes met karamel en zeezout. Die proef ik en daarom vind ik ze zo lekker, vooral als ze omgeven zijn door zonenliefde.

Over en weer druk appverkeer van gemeende wensen, de kinderen via zoom en alles tegelijk in beeld, met het vrolijke gebabbel, de klanken van een gezellig samenzijn. Straks weer echt, volgend jaar, beloven we elkaar. Met de zussen voor morgen een auto-date en drie tekenopdrachten.

Er wacht nog steeds het doek, waar ik gestaag aan vorder, soms iets verknal, dan weer opnieuw opbouw, op en af, dat is het wel. Vrijdag kan het weg, dan moet het af zijn, had ik me voorgenomen. ‘Vallen en opstaan’ of zoals Uphoff zegt ‘Vallen is als vliegen’. En zuslief prent een nieuwe zin in mijn hoofd, waar ik eerst uitvoerig op kauwen moet, eer ik hem deel, een Afrikaanse wijsheid. Het snijdt hout, denk ik. Men heeft er volksstammen lang over nagedacht. Nu mag ik het me eigen maken. Ach. ‘Tijd in overvloed, geeft de burger moed’.

 

 

Uncategorized

Eigen herinneringen schrijven

Het was een ochtend van onderbrekingen. Niets is funester voor het schrijven, maar je kunt ook de zegeningen tellen. Vanmorgen stuurde zoonlief als eerste een jaloersmakende foto in de familieapp, waarop hij als enige door de Uiterwaarden van de Lek liep, waar de Hooglanders vrijelijk aan het waden waren. Ik appte de onsterfelijke woorden volgens schoondochter: ‘Ik wil ook tussen de koeien als ik niet tussen de kinderen kan’.

IMG_3190

Net na deze uitwisseling hoorde ik ‘Oma’ roepen. Ik dacht eerst dat ik stemmen hoorde, omdat ik ze zo vreselijk mis of dat dit voor een andere oma in mijn buurt bedoeld was, maar toen bleek dat dochterlief met haar drietal kleine mannen achter het huis in de zon stonden met fiets en al. Vanuit mijn perspectief prachtige kleinoden in een wolk van bloesem. Het Oma-hart is weer gelaafd en ik kon de koeken kwijt, die ik gisteren uit hoofde van het kader, ‘breek de dag’ gebakken had. Ze waren heerlijk aan het peuzelen en zo had ik vertraagd, onverwachts, heel veel eer van het werk. Na een stief uurtje gingen ze weer op huis aan.

IMG_8938    IMG_8939

Gisteren was ik ook al verwend met een galerijbezoek. Vriendinlief trachtte haar fietscapriolen op peil te houden door haar uitstapjes voorbij de stadse zône te voeren. Ze had van te voren aangekondigd, wat haar plannen waren, dus de blauwe ontvangstset stond in de aanslag, compleet met koek en zopie, in haar geval een pot thee. Kletsen over van alles en nog wat om gemis te overbruggen en een lieve hand, glas tegen glas, als afscheid. Tot gauw, tot later en tot een warme omhelzing. De grote bos bloemen later op de middag van zoonlief verzachtte het gemis aan knuffels.

IMG_8966

De krant was laat vanmorgen, dus wachtte ik op de galerij om voor het eerst dat ik deze luxe door de bus kreeg, de man te zien die er verantwoordelijk voor was. Hij wrong de dikke ‘Zaterdag’ door de smalle opening en stapte op zijn fiets om niets vermoedend onder mij door te schuiven. Ik wilde hem bedanken met een brede glimlach en een uitgelaten groet, maar vlak voordat ik  aan die opwelling gehoor wilde geven, zag ik zijn witte oortjes. Ik zou een roepende in de woestijn zijn, wist ik uit ervaring met zoonlief die compleet onbereikbaar zich ook op die manier afsloot voor de buitenwereld. Dan maar van hart tot hart in de hoop dat hij het zich bewust is.

Ik denk aan de Paasdagen. Voor ons hét moment van samenzijn. Mijn moeder verstopte met Pasen steevast de paaseieren op de heuvel in het Julianapark, waarna de kinderen uitgelaten rennend, de grond en de bast en takken van de bomen afspeurden naar de bekende oranjewitte verrassingseieren. Mijn moeder stierf na tweede paasdag en het feest en de eieren zijn tot haar persoonlijke nagedachtenis gaan behoren. Als we eieren zoeken met het hele gezin, de kinderen en de kleinkinderen, wipt oma lachend achter de eieren weg naar een volgende verstopplaats als een plaatsvervangend liefdevol paassymbool. De Oma van de spelletjes en de Oma van het zakje snoep, maar bovenal de Oma van de paaseieren. De eerste keer na haar dood verstopte ik ze terwijl de tranen op de eieren drupten. Zoutkristallen om een herinnering heen.

scannen0006

Morgen is het een lege dag. Geen kinderen, geen eieren, geen Julianapark, geen achtergebleven eieren, omdat we ze nooit allemaal terug konden vinden. Geen feest. Geen paasontbijt dat er als traditie aan vooraf ging. Een loos ei, een voos ei. Vroeger zongen we: ‘Palm palm Pasen, ei koerei, over ene zondag hebben we een ei, één ei is geen ei, twee ei is een hallef ei, drie ei is een paasei’. De betekenis werd me nooit helemaal duidelijk. Maar dit jaar is het overduidelijk. ‘Een ei is géén ei. Dat geldt gelukkig alleen voor mij en zo hoort het ook. De schatten zullen op hun eigen manier de traditie voortzetten en hun eigen herinneringen schrijven.