Uncategorized

In het diepst van mijn gedachten

Door een foto van een groep mensen die, voordat de pandemie losbarstte, met elkaar in een kring staan, de armen om elkaar heen, in gemeenschappelijke broeder-en zusterschap, schiet er een beeld naar boven, dat al jaren geleden gevormd werd.

In de jaren tachtig, toen de kinderen nog klein waren, was mijn grootste vertier, naast het vrijwilligerswerk in de kringloop, het uitje naar de volksdansavonden in het weekend in Utrecht. In mijn beleving iedere zaterdag, maar het zal oorspronkelijk een keer per maand geweest zijn. Dansen deed ik al twee keer per week fanatiek bij een club en door het volgen van allerlei cursussen Bulgaars, Grieks, Roemeens, Israelisch, Macedonisch, en wat toen nog Joegoslavisch heette, op een pittig niveau.

scannen0084

Maar die gemeenschappelijke avond was de kers op de taart. De hele avond stond je op de dansvloer. Armen om elkaars schouders bij het Grieks en Macedonisch, hand in hand bij de pravo’s en horo’s, kolo’s, hora’s en syrtos, te zweten als een ottertje. De druppels vlogen in het rond op de maat van de opzwepende muziek. De voeten dansten met een flinke snelheid, zonder te struikelen, vederlicht en bekoorlijk op de zachte leren danschoenen. Na zo’n vier uur onafgebroken op de dansvloer waren er verhitte hoofden, natte haren, doorweekte t-shirts maar bovenal ongelooflijke blijde blikken. Verbroedering en verzustering ten top. Dat had dus in deze tijd eenvoudigweg niet meer gekund, realiseerde ik me ineens. Natuurlijk wist ik dat, maar abstracter.

Ineens stond het helder voor de geest,  zag ik de lol, die we er altijd hadden, die gemeenschappelijkheid die er gevonden werd, de onnavolgbare overgave. Het maakte niet uit wiens hand je pakte of naast wie je stond, hoe iemand eruit zag of welke nationaliteit men had. Elke grens viel weg in de wens om de dans te beleven. In die zin was de folklore op zich ‘ouderwets’, maar tegelijkertijd vernieuwend in acceptatie en omarmen zonder aanzien des persoons

Ineens stak het virus , dat de angst had gebracht en waardoor iedereen de mond vol had van een nieuwe anderhalve meter maatschappij, me recht in het hart. Even stond het gevoel te beven op haar aloude ongestoorde grondvesten. ‘Geef me mijn eigen wereld weer terug’, schreeuwde elke vezel.

Bijzonder dat een zo’n foto iets dergelijks, de bewustwording ten voeten uit, te weeg kan brengen. Dat dat deel van het geheel nu wordt geserveerd als losse delen. Saamhorigheid in overdrachtelijke zin, maar niet meer in de lijfelijke uitvoering. Zelfs bij het aanraken van mijn zoons hand bij het inpakken van het doek, moet ik mijn handen wassen. Die handen die zoveel mensen hebben vastgehouden, gewiegd, getroost, omdat dat nu eenmaal een van de wezenlijke functies van de hand in zijn bijzonderheid is.

‘Geef me je hand’ zingt Willeke Alberti in mijn hoofd. O nee dat kan niet meer. ‘Geef elkaar een hand’ roept Testo. Ook maar even laten, voor wat het is. Liedjes die aangeven hoe het was. Maar ook, Songs, die een oplossing zouden willen brengen,  die zouden willen veranderen wat niet mogelijk is, omdat de wereld draait zoals die draait. Herman van Veen wil kunnen toveren, Peter Koelewijn zingt: O, als ik God was en De Dijk mijmert, ‘Kon je met een liedje maar het wereldleed oplossen’.

Ik blijf achter met dat beeld van die vertrouwde avonden van ooit en die heerlijke bijeenkomsten van daareven, kinderen om de tafel, met elkaar aan het strand, knuffelen, troosten, verwarmen en ik denk aan straks. Want dat het weer kan, zometeen, dat weet ik zeker en daar hoef ik geen God voor te zijn. Of misschien een beetje…In het diepst van mijn gedachten.

2 gedachten over “In het diepst van mijn gedachten

  1. Volksdansen vond ik ook heerlijk. Dat gevoel van verbondenheid bij het doorschuiven en met die ander even verder gaan…
    Soms overvalt me hier de wanhoop ‘wanneer ooit terug onbezorgd?’, maar dan oefen ik in aanvaarding, en besef ik nederig wat een geluk we al die voorbije jaren mochten kennen!

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.