Uncategorized

Selamat Makan

Het is groeizaam maar somber weer. De ochtend begon vroeg, maar ik besloot de gemiste documentaire van Sandra Beerends te kijken: ‘Ze noemen me Baboe’. Met de zwart/wit beelden van lang geleden zweefde ik weg en werd ondergedompeld in het Indonesië dat ik kende uit de boeken van Couperus. De manier waarop de beelden gemonteerd zijn, is zo razend knap gedaan. Het bijbehorende verhaal eronder filmt het leven van talloze meisjes. Ze krijgen gestalte in Alima. Zij neemt het leven in eigen hand en vlucht omdat ze uitgehuwelijkt dreigt te worden als een vetgemeste karbouw. Als de docu afgelopen is blijf ik zitten met een vervreemdend gevoel.

Alima praat met haar moeder, die overleden is toen haar grote avontuur begon, en deelt in gedachten met haar haar belevenissen en gevoelens. Met de Hollandse familie reist ze af naar Nederland tijdens een verlof. Het is een tijdsdocument pur sang over de wereld van mijn jeugd. De schaatsende mensen op de Friese doorlopers, de kruidenierswinkel,  toonbank en de baas erachter in een hagelwit schort, het verkeer, de sneeuw, de fanfare, de ouderwetsse kinderwagen, het is er allemaal.

De stem onder het verhaal klinkt in het Bahasa Indonesia dromerig en poëtisch. De beelden glijden voorbij in een door het verleden aangeraakte vlucht, de sawa’s, het erf, de ganzenhoedsters, de karbouwen met de jongens erachter, het huishouden, de andere bedienden. Als de Japanners komen is de dreiging voelbaar en is ze van de ene op de andere dag weer alleen. Het verlies van de zorg voor de baby van het gezin, Jantje, trekt als een rode draad door haar leven tot aan de geboorte van haar eigen kind toe. Ik lees de beweegreden van Sandra in een artikel van de NOS: “Ik denk dat de baboes in de genen van die Nederlandse kinderen van toen zitten. Dat is voor mij de ultieme verbinding tussen onze culturen en daarom vind ik het ook zo belangrijk dat hun deel van het verhaal wordt toegevoegd aan onze geschiedenis.”

IMG_06821970, mijn eerste Indonesische kookboek

Mijn eerste liefde was kwart Indonesisch. Samen leerden we woorden in het Bahasa. Ik trakteerde mezelf op een Indonesisch kookboek en later leerde ik weer, dat ik het maken van die gerechten met mijn eigen Hollandse inslag had gedaan. Het gaf niet. We lazen de Tong-tong en gingen een keer per jaar naar de grote Pasar Malam in den Haag. Er stonden Wayang Golèk op de vensterbank en heel veel planten, waardoor het zo vochtig werd in huis, dat er zwammetjes groeiden in het kleinste kamertje.  Sisal bedekte de vloer en op de eettafel lag een batik kleed. De vriendenkring was al net zo gemeleerd en exotisch. Ongemerkt had er een verschuiving plaats gevonden van moeders pappot naar de mijne. De hang naar andere culturen breidde zich uit aan de hand van verhalen en kookboeken over India en het Midden Oosten. Er naar toe reizen was niet nodig om in mijn hoofd ruimte te maken voor de schoonheid ervan. Onbegrensd wandelden we door het leven. Zo is het gebleven, zelfs toen de liefde overwaaide en uit mijn leven verdween.

IMG_0683

Buiten is het nog steeds aan het somberen. Ik heb me weer met beide benen op de grond geschreven. Wat is het toch heerlijk om je in beeld en verhaal te verliezen en daarna weg te dromen dwars door de tijdgeest heen. Ooit ben ik aan een verhaal begonnen dat over de tijd ging op de grens van het nu. Er stond voor mijn deur een grote scheepskoffer, zo een die je nodig had als je naar de tropen reisde. Toen ik het deksel opendeed, zag ik een trap. Bij het afdalen kwam ik in het verleden terecht. Iets om over te dagdromen op een dag als deze en met alle tijd van de wereld. En vanavond eten we Lemper en Sambal goreng tempeh met rijst. Selamat Makan.

 

 

Uncategorized

Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

Op visite gaan terwijl je in je heerlijke warme bed ligt is ideaal. Vannacht was ik bij  Frans en Els, een familie die al jaren in flarden voorbij trekt. Berichten op facebook, via een van de zonen  op instagram of bij anderen op een site..

Maar vandaag was ik op bezoek bij hen. Ze woonden nu kennelijk in een statige oude woning, zo’n huis vol geheimzinnige hoeken en gaten, kelders en zolders, krakende gebinten. Ik was beneden en wachtte op…Ja dat weet ik niet meer, maar een feit was dat we op een gegeven moment naar boven gingen en daar op de kamer van de oudste zoon, gooide ik iets, wat ik bij me had ergens in. Er ontstond een filigrain, dat van prachtig Egyptisch blauw naar Turquoise verkleurde. Het eerste voorwerp krulde om, maar de tweede ontvouwde zich zoals kroepoek in de olie, als een vergaan blad uiteen. Het maasfijne nervenstelsel in diep turquoise was schitterend. Kunst terwijl we keken. Frans was geen spat veranderd sinds ik hen weg had zien trekken uit de stad. Ik was tijdloos als altijd, als ik door mijn dromen zwerf en op avontuur ben.

ridderzuring

Iedere keer verbaast het me weer hoe gedetailleerd sommige voorwerpen zich openbaren. Hier was het zo duidelijk tot de kleinste vertakking. Bijna om aan te raken. Toen ik de ogen opende was de wereld buiten nog aardedonker. De nachten zijn aan het lengen. Gistermorgen was ik al redelijk vroeg op de tuin, rond een uur of twaalf. Twee bedden kon ik verlossen van de snelgroeiende grashalmen en het welig tierende onkruid. Ook weer nieuwe verontrustende soorten zoals de ridderzuring en een mij onbekende soort, de bowlesia incana. Gelukkig had ik mijn toverapp bij me. Als amateur tuinierster kom ik daarmee een heel eind.  Tussendoor wat puzzelen en wat rusten aan de tafel voordat de eerste regen begon te vallen. De zak met onkruid ging mee om op de groenberg van de gemeente te storten.

IMG_0680

Het was een mooi moment voor de kringloop nieuwe vorm, die vroeger middenin het oude dorp zat maar nu verhuisd was naar de rand van het industrieterrein. In mijn ontspullend huis was geen plek voor de vele prullaria, maar een boek kon er natuurlijk altijd bij. Ik vond Sonny Boy van annejet van Zijl. Nu deed ik iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik had de film al gezien en kocht toch het boek voor de somma van 50 cent. Mijn devies: Eerst het boek, en misschien daarna de film, brokkelde af terwijl ik de eerste bladzijde, het gedicht ‘Sonny Boy’ en het eerste hoofdstuk doornam, staande aan de leestafel, met een hand leunend op de stoel. Het onderwerp is zo actueel, dat een doorkijk in die gaarkeuken van Suriname niet verkeerd zou zijn. Vannacht, ondanks het  boek van Mercier, was er een duik in een geschiedenis van slavernij, plantages, vrijgekochte slaven en de vorming van een land met een mix aan culturen, onvermijdelijk.

 

Annejet is een vorser en een geschiedschrijfster en weet waar ze het over heeft. Het is een prachtig liefdesverhaal in een tijd die nog niet eens zo lang achter ons ligt tot en met de bezetting van de Duitsers toe. Vooral de inleiding geeft een boeiende inkijk in het Suriname vanaf 1500 en in vogelvlucht inzicht in de verhoudingen onderling. De film was prachtig, maar het boek is intens en indrukwekkend en leest als een roman.

IMG_0679

De buit bij de kringloop waren nog twee prachtige witte eenpersoons-dekbedhoezen, waardoor de oude straks als schildersdoeken verscheurd mogen worden. Een dag met lichtpunten en nog steeds die onstuimige wind. Ze waait uit alle hoeken. Een Nederlandse ‘Mistral’ en even ben ik weer aan de oevers van de rivier de Ceze in de tuin van de grote zijdefabriek en voel de onstuimigheid van het moment. Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

 

Uncategorized

Dat er liefde was

Buiten huilt de wind om het huis en dat brengt me bij een nostalgisch lied van Kooten en de Bie uit 1978

 

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar de kachel staat te snorren op vier
Er hangt een lapje voor de brievenbus
En in de tochtigste kieren zit papier
Wij waren heel erg arm en niemand hield van ons
Maar we hadden thee en nog geen tv
Maar wel radio en lange vingers

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen breidde moeder ’n warme sjaal
En het ganzenbord op tafel
stond er de volgende morgen nog helemaal
Ook gingen wij naar ’t bos
Daar zijn we toen verdwaald
Van de weg geraakt, carriëre gemaakt
Heel die pannenkoekensmaak vergeten
En Nederland herrees onder Drees
Fanny Blankers Koen die won vier maal goud in Londen
Als je jokte was dat zonde
De legpuzzel kwam klaar
In het derde vredesjaar
Toen was geluk heel gewoon

Die schooltas bleek het eerste teken
Dat de zaak al was bekeken
Voor zover je zonder plichtsbesef
Je leven leed, je leven leed
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen stond de kolenkit paraat
En de stoep waarop geknikkerd werd
Was het allerbelangrijkste stukje straat
En Nederland was groot en niemand ging nog dood
En gezelligheid kende nauwelijks tijd
Bij waxinelichtjes van Verkade

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon
Toen was geluk heel gewoon

Het werd gezongen op een melodie van Gilbert Sullivan, die ook als geen ander de beelden van vroeger kon vasthouden.

Zin voor zin uit deze Nederlandse versie staat voor mijn jeugd. Het was er allemaal. Ik moest aan dat lied denken en aan ‘Hoor de wind waait door de bomen’ in het besef dat de wind tegenwoordig uit hele andere hoeken waait, dan toen wij jong waren. Het kantelen van het perspectief is een logisch gevolg van de ontwikkelingen die voorbijtrekken. De bewustwording ook. Wat mij zo vertrouwd en veilig scheen vroeger heeft alles met het onbezorgde kind-zijn te maken. Natuurlijk waren er problemen van een heel andere orde, ver buiten mijn perspectief. Wat voor ons spannend en geheimzinnig was, die ene bijzondere avond met die wasmand vol cadeautjes, de spanning, het wachten, de hand met pepernoten niet meer dan een glimp van de gooier, dat was niet meer of minder mijn beleving als kind op dat ogenblik.

IMG_4441 Werk van de piepjonge fotograaf

Even dacht ik,’Dat komt nooit meer terug’, maar het is niet waar. Als we een veilige omgeving weten te creëren, heeft ieder kind straks diezelfde fijne nostalgische gevoelens van zijn eigen kinderlijke beleving. Voor kinderen zal de quarantaine-periode misschien zelfs, ondanks de dreiging, een fijne warme periode zijn geweest, met een vader en moeder die er altijd waren en tijd hadden om naar het park te gaan of voor te lezen, pannenkoeken te bakken en liedjes te zingen. Samen schoolwerk maken, een oma die verhaaltjes inspreekt op een video, knutselkampioenen aan een keukentafel.

IMG_4437 evenzo

Gisteren vierden we de verjaardag van het vierde kleinkind. Hij reageerde net zo verheugd op elk cadeautje als wij vroeger deden met het uitpakken van een pop of beer. Boekjes, keukengerei en een klein houten autobaantje was de buit. We zaten in het park. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam, zo rond de twintig graden, zijn vader en moeder en broers waren er, zijn grote ooms en tantes, nicht en neefje, oma. Er was taart, er was cake en er was drinken. Veilig bij oma op schoot, schoot hij zijn wereld in plaatjes met haar fototoestel. De spanning van het geluid, de bewegende beelden, hij kon er geen genoeg van krijgen. Toen het spel aan de orde kwam werd er achter een bal aangedribbeld en alles wat er aan dreiging was, lag ver buiten onze geluksbubbel daar op het groene gras, maar nog veel verder weg voor onze kleine vriend.

IMG_4422in een ander perspectief ziet de wereld er anders uit

Later zullen zijn herinneringen wellicht een aangename zomerse dag in een park zijn met de spanning, vol verwachting klopt ons hart, de cadeautjes, het fototoestel, het samenzijn. Het zal zichzelf opblazen in een sfeertekening en altijd die zoete gedachte omarmen. Nostalgie. Gelukkig zijn de meesten van ons in staat om een eigen nostalgie te vinden en te behouden. Kinderen die kind mogen zijn, die zich veilig voelen, die mooie sfeermomenten hebben, die liefde hebben om te koesteren. De onze hoeft niet die van hen te zijn. Het draait om het kunnen oproepen van de herinnering en de sfeer van zo’n ogenblik met, bovenal, in de wetenschap dat er liefde was.

 

Uncategorized

Een oogwenk, de flard en daarna

Er wordt weer uitgegaan op zaterdag. De flarden van een gesprek, het rammelen van een losse kettingkast, de brommertjes, een valse noot die de stilte uiteen scheurt, het is er allemaal. Een quarantainevoordeel was de volmaakte stilte, ’s nachts én overdag. Het verkeer en de luidruchtige nachtelijke passanten zorgen ervoor dat mijn gehoor optimaal registreert en daar niet altijd blij mee is. Ongewild lig ik weer vaker wakker. Zoonlief beveelt oordoppen aan maar dan ben ik opgesloten in mijn eigen  hoofd met de harde tinnituspiep die er altijd is. Dat lijkt me onaangenamer. Dan maar geraas, gelal en gegalm tegen de gevels op en hier en daar een kruiswoordpuzzel om de tijd te doden en de slaap op te wekken of alvast een stukje van mijn gemijmer vorm te geven.

Ik speur het internet af naar Philip Lançon als ik een glimp opvang van zijn boek ‘De Flard’, een lelijk woord zoals het over de tong rolt. Maar misschien ook omdat het hier staat voor een gebeurtenis waarin de wereld al  haar schoonheid verloor in slechts minder dan twee minuten, zoals raketinslagen in Aleppo schoonheid verhullen in oneindige stilte door haar afwezigheid. De officiele titel is ‘Le Lambeau’, wat lap, doek, stuk stof betekent. ‘Een doekje voor het bloeden,’ schampert het in mijn achterhoofd. Philip is gaan schrijven na een jaar van revalidatie. Vallen en opstaan, vechten en vastbijten in de overlevingsdrang. Hij raakte de helft van zijn gezicht kwijt door de terroristische aanslag op de redactie van het satirische weekblad ‘Charlie Hebdo’ in Parijs.

IMG_0672

Het ene moment ben je onderdeel van een wereld met humor, schoonheid, vriendschap en wel-zijn om in minder dan twee minuten toe te treden tot een totaal andere wereld. Die van dood en verderf, van onmacht en on-zijn. Bijna al je vrienden en collega’s liggen op of onder je, doder dan je beseft op dat ene ogenblik. Dan voel je dat er ook met jou iets wezenlijk mis is en neemt het leven een vlucht.

Het boek start met een beschrijving van een ontmoeting op de laatste avond waarop het normale leven nog is. Een bezoek aan een theater met een goede vriendin en een ontmoeting met een van de acteurs. Philip recenseert onder andere en had zijn aantekenschrift te voorschijn gehaald. De laatste zin die hij die avond noteerde was een citaat van Shakespeare: ‘NIets is wat het is’. De wending in zijn bestaan, binnen 24 uur, onderstreept de woorden van Shakespeare meer dan het ooit had kunnen doen. Het leven bestaat bij de gratie van het ogenblik.

IMG_0674

Het is een gruwelijk verhaal dat Lançon hier vertelt. Omdat het de waarheid is en tegelijkertijd een verhaal van kracht en overlevingsdrang. Een verhaal waarin een heel leven en haar omgeving op een ander been werd gezet door die luttele seconden waarin twee broers hun kalasjnikovs leegschoten. De scheiding van wat ooit vanzelfsprekend was, de eerste jaren tot de nok gevuld met handelingen die buiten hem om gingen, die moesten gebeuren om dat wat pap was weer tot een gezicht te vormen, om de kraters die het geslagen had in de geest, te dichten. De wereld van het overleven.

De vechter won en moest weer het pad op om voor de derde keer een nieuwe wereld binnen te gaan. De wereld van leven met een handicap, de zoektocht naar de zin van het leven met de wijsheid van het weten. Spreken is zilver, maar zwijgen kan oneinig meer goud zijn. Zijn verhaal. Een oogwenk, de flard en daarna.

De flard

 

 

Uncategorized

Een lange warme onrustige nacht

Na de ochtendspits zocht ik eerst een manier om de twee meter zon, die later ongetwijfeld zou binnenvallen via de openslaande balkondeuren, te elimineren. Op zolder vond ik, behalve een keurig opgeruimde kamer(hulde aan zoonlief), een tas met de gordijnen uit het oude atelier. Een dun en gazig voile was bij uitstek geschikt voor het doel. Opwaaiende witte gordijnen in de opening van de opengeslagen balkondeuren was voor mij het ultieme gevoel van zomer en nostalgische rust. Het neveneffect zou zijn dat de warmte werd buitengesloten. Twee vliegen in een klap.

IMG_0648

Voor het eerst sinds een paar weken slingerde ik me weer achter de ezel. Het Ajaxshirt in wording. Een mooie eerste aftrap met dit naadloos kopieren.  Op de televisie een boeiende herhaling van Beau en zijn collega-presentator, Matthijs van Nieuwkerk, met een terugblik op zijn vijftien jaar ‘De Wereld Draait Door’. Een intiem portret, die alle zachte kanten van beide naar boven haalde. Indringend en op zo’n manier, dat het penseel er even voor moest wijken. Ze waren beide alert en aan elkaar gewaagd. Zodra Matthijs Beau vragen ging stellen over diens werk, floot de laatste hem terug. ‘Laten we het vooral over jou hebben’. Er kwam ook nog een stukje marketing om de hoek kijken en hoe je om moest gaan met je eigen drang en de dwang van het format. Mooie fragmenten zorgden ervoor dat ik soms, diep ontroerd, soms een beetje ontredderd achterbleef.

Het allermooist vond ik het fragment met André van Duin en het lied dat hij speciaal voor Matthijs geschreven had in de wetenschap dat hij hield van Charles Aznavour. Dat bleek een erfenis te zijn van zijn moeder en goed voor ogenblikken lang toeven in het ouderlijk huis van toen. Ontroerd in het fragment en ontroerd aan de tafel daar bij Beau. De mooie stem van André, de kracht van kleinkunstenaars onder elkaar, het gedeelde verdriet en de warmte spatte van mijn kleine scherm af. Veel meer van deze kleine parels aan schoonheid en emotie heeft een mens nodig. Alles wat ons beweegt, omzetten in daadkracht, sans gêne om het kwetsbare dat boven komt, maar eerlijk en echt, Gevoel met een hoofdletter.

IMG_0639  IMG_0643

Natuurlijk was ik te ongeduldig en de witte letters van het ajaxshirt liepen licht door met de magenta. Later nog eens dunnetjes over doen, maar voor nu was het in orde. Pluis had zich door de warmte laten verleiden om zich eerst op te krullen op de bank om daarna, op zoek naar koelte, zich breed uit te spreiden op het laminaat. ‘Wie doet me wat’. Fluwelen pootjes en een zonnestraal op haar zomersnoet. Nog even door met het veredelde kalligraferen in die heerlijke atelierhoek in de kamer. Alles onder handbereik. Geen getob op de veel te hete zolderkamer, maar rustig achter de voile en de bries die door de deuren waaide.

IMG_0657

De lucht trok langzaam dicht. Eerst die typische okergele vaalheid in de luchtwieren en later de donkere dreiging van een naderende bui. Daar hoorden droppels bij, van die grote dikke. Op zo’n moment zou ik op school de kinderen gemaand hebben gauw naar buiten te gaan om dat hemelse nat te vangen op een uitgestoken tong. Druppels waar we tussendoor konden dansen, zonder heel erg nat te worden. In tegenstelling deed ik toch maar de balkondeuren op een kier. Al wat de bui bracht was niet de verkoeling maar een lange, warme en onrustige nacht.

Uncategorized

En verder helemaal niets

Gisteren met een lunch op een lommerrijk terras met de zussen en verder niets kwam het lummelen van de coronatijd weer in beeld. Vandaag beloofde het ook zo drukkend en loom te worden. Ik dacht aan de warmte in de auto, die mijn haren zouden laten prikken tegen de bezwete nek, de plakhanden, de make-up die vloeibaarder dan vloeibaar werd. Ik dacht aan het wandelen van de auto naar de tuin met ‘volle’ bepakking, meestal een fles water en wat brood met beleg. Aan het weg sijpelen van de energie in de brandende zon, met een puzzelboek onder handbereik en zelfs het opnemen van de balpoint, een bic, leek me al teveel aan inspanning. Ik zou gieteren en na elke twee gieters, die ik vol liet lopen, steeds dieper bukkend omdat het water lager kwam te staan in de sloot, in de schaduw uit moeten puffen van de hitte. En dan te bedenken dat ik het minstens twaalf keer moest herhalen.  Daarna de terugweg nog, eventueel met snoeiafval als krachttraining. Nee. Resoluut werd het hele scenario aan de kant geschoven. Vandaag was het tijd voor wijsdom, voor haar die wijsheid preekt en liefde

. IMG_4377

Om zeven uur spoelde ik de nacht door het afvoerputje en om half acht liep ik tussen drie krassende kraaien, Corvus Corone, die luid misbaar maakten over de inbreuk op dit vroege ochtenduur. De grootste, en oudste naar ik aannam, vloog geagiteerde cirkels boven mijn hoofd om de kleinste, nog altijd de lengte van een onderarm, de kans te geven zich te verschansen in de top van de wilg bij de paddenpoel. Goedmoedig liep ik wat te brommen. Vanuit de ooghoeken zag ik een vogel met een verdacht dunne staart in een snelle vlucht.

IMG_4380

De papavers hadden zich net geopend en stonden er prachtig bij. De tuin van mijn moeder schoof ervoor. Bloeiende papavers van haar in de voortuin en haar trotse blik, bij het prijzen van de schoonheid ervan. De tuin lispelde. Waar in de namiddag vaste prik een aantal planten half op apegapen lagen, stonden ze nu te ritselen in de milde ochtendbries, nog fris van de dauw en het nachtelijke zwoel.. Haas trok haastig uit zijn zelfgekozen leger. Winterkoning liet verheugd een jubelende triller horen. Zwarte gieters vulden zich met het bruine slootwater. Al pratend, een tuin zit vol leven, strooide ik liefde en liters water. Ook de bomen, niet rond de stam, maar er ruim rondom en het gras kregen een deel. Rustig bijkomen op het schaduwbankje en voor het echt warm werd, weer huiswaarts.

IMG_4387

Bij de buurman op de hoek stond een jonge rode beuk op haar vurigst de zonnegloed te gebruiken om nog mooier en rijker dan ze al was, te pronken. Soms val je door een kleur van je sokken. Wat een streling voor het oog. Bij de uitgang spotte ik de vogel met de lange smalle staart en herkende hem even later aan zijn gekrijs, de halsbandparkiet. Hij alarmeerde in vlucht een aantal anderen in de bomen van de buren naast de parkeerplaats

.IMG_0637

Regeren is vooruit zien. Het zou slim zijn om boodschappen mee te nemen en het vroege ochtenduur te tracteren op croissants en jus d’orange. Meer mensen hadden het plan opgevat om, voor de hitte uit, hun dagelijkse lijstjes af te handelen. Kleppende dames bij het brood, waarbij zelfs geduldig wachten niet aanmaande tot versnellen. Ze bespraken de zin en de onzin van de anderhalve meter en stonden vlak bij elkaar. De uitkomst laat zich raden.

Met het ingenieuze zelfbediendingssysteem slalomde ik om karretjes heen en stond met een kwartier weer buiten. Thuis wachtte de koelte van het huis. Deuren dicht, raam aan de voorkant open en luchtig katoentje aan. Vandaag de rust, de stilte, het doek en de penselen en verder helemaal niets.

 

Uncategorized

Dat bleek maar weer

Was het de brandende zon, de lange fietstocht of was het een combinatie van het zware grasmaaien en gieters putten uit de sloot met de lange fietstocht erachteraan. In ieder geval werd ik bijna aan het eind op de terugweg als gummi. Ik stapte van de fiets af, zag de wereld langs zinderen in een waas en zwarte vlekken. Uit de zon moest ik, maar even kon ik geen stap zetten, laat staan de fiets aan de hand meenemen. Ik denk dat de combinatie hard werken, brandende zon, het stadse fijnstof en de uitputtende lengte van het hobbelige parcours uiteindelijk de oorzaak was. Toen er weer schot in zat, ben ik naar de overkant van de straat gelopen. Op de hoek in de schaduw stond het rek van de karretjes van de supermarkt. Daar zeeg ik neer en wachtte tot de vlekken stippen werden en het asfalt onder mijn voeten uitgepixeld was.

1B7DF43B-ABD7-4785-AE58-D78873C2E401

Na een poosje kon ik weer wandelen, maar zodra ik in de zon kwam was er weer een zwaar en loom gevoel. Twee straten verder stond een bankje in de schaduw tegenover de grote flats en  onder de lommerrijke bomen, waar ik een oud wijf op een bankje kon spelen. Altijd weer vergeet ik dat ik dat ben. De fietstocht terugdenkend had ik er aardig de pas ingegooid met de ondersteuning op het laatst op een hogere stand, waardoor je het stuur steviger en krampachtiger moest leiden. Had ik daarmee zelf de boel op slot gegooid?

De avond ging een beetje aan me voorbij. Ik zag de twee doventolken vertalen wat Rutte en de Jong hadden bedacht aan behoedzaamheid en dacht doventaal beter te kunnen lezen, maar natuurlijk was het de bijgeleverde tekst die ervoor zorgde dat de betekenis duidelijk te zien was. Buiten barstte de wereld uit in een grootschalig alarm, met politie-, brandweer-en ambulance-sirenes, die nietsontziend de televisiegeluiden overnamen. Ik vergat van de weeromstuit de planten water te geven. De nacht voegde onrust toe aan het nog altijd niet bedaarde lijf. Een dagje koest houden lijkt me een best plan.

IMG_4351Hard gewerkt in de tuin

‘Wat ben je bruin’ merkte dochter eergisteren op. ‘Pensioenbruin’. Ik schoot in de lach. Want al dat fietsen is daar meesterlijk in. Het kleuren van wit vel. Ik, de Sneeuwwitje van mijn gezin, bezit plotseling een gebruind tintje. Dat gaat helemaal vanzelf en reken ik tot de voordelen en de vrijheden van de fiets. Tijd is mijn. Ook nu weer  moet ik dus gaan ontdekken wat de grenzen zijn. Gisteren was ik er overheen. Een licht zeuren in mijn hoofd geeft dat dwingend na. ‘Kalmte zal U redden’, hoor ik het verleden galmen.

Het enthousiasme groeide door de vele straten uit mijn jeugd binnen handbereik. Het fietsen rond de muntbrug, de tweede Daalse Dijk en de Otterstraat, waar respectievelijk mijn moeder en mijn vader een eeuw geleden werden geboren, door de Vogelenbuurt, ja zelfs de achterafstraatjes van Overvecht breien mijn jeugd weer tot leven. Daar sprongen we het kanaal in om clandestien te zwemmen, hier bakte ik patat in de automatiek van de oude Boereboom, daar woonde het vriendinnetje van de kleuterkweek in een van de eerste flats en dit was vroeger de Spar, mijn eerste bijbaantje op de groenteafdeling.

IMG_8555

Dat was ‘genietend’ heen. Terug ging het van A tnaar B met een verhoogd tempo. Precies dát moet ik loslaten. Doelen stellen en tijdlimieten halen. Een wijze les want juist dan schiet je je doel voorbij. Dat bleek maar weer.

 

Uncategorized

Iets waar je nooit te oud voor bent

De accu van de fiets was niet helemaal opgeladen, maar ik besloot om de gok te wagen en halverwege, op de bonnefooi, bij dochter of zoonlief, de accu weer op te  laden. Het was heerlijk weer. Met de steun in de rug, letterlijk want de accu zit onder de bagagedrager, gleed ik door het landschap.

Onder de sombere brug stonden twee vrolijke thermoskannen op een muur. Twee simpele gebruiksvoorwerpen, die volledig uit de toon vielen in de desolate omgeving. Toen ik er langs reed, ik dacht nog aan vissers, zag ik plotseling een man liggen slapen in een slaapzak of iets wat daarvan weg had. Een zwerver onder de brug. In het Frans krijgt het absolute glans door de klank van het woord. Een clochard. In dit geval iemand, die de gemoedelijkheid van thuis had gestopt in de twee wachtende thermoskannen, vrolijk oranje en geel en derhalve opvallend in die grauwe betonnen ruimte. Het gaf de man meerwaarde. Hij zorgde voor  zichzelf. Wanneer zal de tijd komen dat ik af durf te stappen om een praatje aan te knopen, om meer te horen over het leven onder een brug. Ik fietste door.

IMG_0629

De accu haalde het net en schoonzoon was thuis aan het werk. Met twee exemplaren Letter & Geest trok ik me terug op de bank van de ommuurde tuin. Stemmen klaterden over de muur heen en vroegen zich af of er soep geserveerd moest worden, kinderstemmen volgden. Veel aandacht voor discriminatie in het deel van 6 juni. Een artikel over levenslessen met een verhaal van Nadia Bouras, een migratiehistorica. Ze kwam uit een groot gezin. In haar relaas stond iets merkwaardigs. Ze dronk nooit een tweede kop koffie uit het zelfde kopje. Het kwam door een voorval van vroeger. Ze woonden in de Amsterdamse Pijp met een groot gezin en verhuisden naar Nieuw Sloten. Haar moeder richtte, ondanks de beperkte ruimte, naar Marokkaans gebruik, een kamer in als gastenkamer, een ontvangkamer. Later ontmoette Nadia een Marokkaanse mensenrechtenactivist die haar er fijntjes op wees dat het niet noodzakelijk was zo’n kamer te hebben. Daar realiseerde ze zich:‘Gastvrijheid is een mooi gegeven, maar de ruimte die je de ander gunt mag je zelf ook innemen. Bewaar niet je mooie servies in de kast voor eventueel, maar gebruik het’. In dat licht, het feit dat je jezelf de luxe gunt van een schoon kopje, onderstreept het meer dan woorden zeggen kunnen.

IMG_0628

Even verderop een interview met de auteur Sinan Çankaya over zijn boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’. Hij is een antropoloog aan de vrije universiteit van Amsterdam. In dat interview legt hij uit wat hem bezielde dit boek te schrijven. Hij vertelt waarom hij zich keert tegen alle vormen van uitsluiting. Het geeft inzicht in het maatschappelijke denken en hoe ontmoetingen tot bepaalde denkbeelden kunnen leiden en het zelfbeeld en de identiteit vormen. Een zin raakt me. Hij zegt op een gegeven moment: ‘Hoe hard ik ook wegren om een eigen invulling te geven aan wie ik ben, mijn omgeving herinnert mij op onverwachte momenten constant aan het feit dat ik er niet helemaal bijhoor.‘ En dan ‘Dat is steeds een frontale botsing tegen een muur die barsten slaat in je zelfbeeld.’ Zo kwetsbaar zijn we.

IMG_0630

Zijn bewustwordingsproces en zijn pleidooi voor pluriformiteit vragen om de aanschaf van het boek. Als hij ‘het omarmen van al je identiteiten als een verzetsdaad’ ziet, ontwaakt het verlangen te zoeken naar mijn eigen ‘eigenheid’ en inzicht te verkrijgen in die van de ander, zoals bijvoorbeeld van de dakloze man of de vrouw van het kopje. Het leven is leren, iets waar je nooit te oud voor bent.

 

Uncategorized

Leidraad voor het bestaan

In de nieuwe Mensenkinderen staat een mooi stuk van Geert Bors over Het Onwijs Grote Filosofie Doeboek 2020. Het opent met een citaat van de filosoof Sabine Wassenberg, de schrijfster van het boek. ‘Als je filosofeert kom je erachter dat het leven niet zwart-wit is maar oneindig kleurrijk’. Iets verderop illustreert ze dat perceptie kleur-bepalend is door een landschap vanuit een wereld van liefde en hoop in te laten kleuren en het andere vanuit een wereld van hebzucht en egoïsme. Een fantastische opdracht om in de groep uit te werken met de kinderen, gevoel in kleur verpakken, muziek eronder en gaan. Een wonderwereld bij de schoonste klanken en een donkere dreiging bij een aanzwellend geluid.

IMG_0620

Ooit had ik een kind in de groep dat boos was op de wereld. Hij was fantastisch in het verbeelden van zijn gemoed. Als hij op het bord had geschilderd, prachtige kleurrijke tekeningen, dan pakte hij aan het einde de rode of de zwarte verf en liet alles verdwijnen onder dikke klodders rood of zwart. Kennelijk had hij het nodig om die dreiging van binnenuit handen en voeten te geven. Hij hield het stramien lang vol. In eerste instantie wilde hij er nooit over praten en dat was ook niet nodig. Ik wist dat de voorgeschiedenis een lange reeks van onzekerheid en ontkenning was geweest in een onveilige situatie. Hoe spijtig voor de mooie tekeningen ook, hij had het nodig en ik liet hem begaan. Hoe langer hij bij het gezin bleef, hoe meer er tussen het zwart en het rood licht en lucht kwam, letterlijk en figuurlijk. Het stabiele liefdevolle bestaan deed hem heel goed en het was fantastisch om te zien dat het hele wrokkige kind van het begin openbloeide en weer kon zijn. Zijn tekeningen groeiden met hem mee en op een gegeven moment was het ritueel van rood en zwart verdwenen.

Toen het Coronavirus een feit was en de wereld stil viel, lukte het, door te schilderen en opdrachten te vervullen, om het leven licht te houden en voortdurend spookte het lied van Robert Long door mijn hoofd. ‘En het is allemaal angst’. Angst kleurt een wereld anders in. Het maakt het zwaar en dreigend. Als het overheersend wordt, verdwijnen de lichtpunten. Om er niet mee besmet te raken(met die angst, niet met het virus) kwam de focus op het kleine geluk te liggen. Alles wat bloeide op het balkon, de zaailingen die overleefden, de wolkenluchten, Poes Pluis en haar lieve gebedel, de attenties van de zonen, de mooie bezoeken van dochters en vriendin op de galerij, het verzinnen van verhalen voor de kleinkinderen.

KGWX2951

Daarna met elke overwinning die gedaan werd op het heroveren van de vrijheid. Een wandeling alleen, door een verlaten weiland, een fietstocht door het park, de kofferbakontmoetingen met de zussen. Allengs werd het uitgebreid. De stilte buiten was genieten en me zeer lief. O, kon die maar altijd blijven. Daarna kon het weer, op bezoek in de tuin, later binnen, knuffie van de kinderen, de tuin in al haar pracht. Geen moment heeft de angst mijn wereld kunnen kleuren omdat het fijner is in de wetenschap te leven dat er altijd, hoe klein ook, kleur en verwondering te ontdekken valt.

Met een boek voor de weetjes en de vragen, de feiten en de meningen en die wereld als leidraad voor het bestaan.

 

Uncategorized

Altijd met mate

Gewapend met een bonkje klei zal ik straks proberen mijn gevallen engeltje uit de tuin weer een bestaan te bezorgen. Ze staat alweer het hele seizoen onthoofd de wacht te houden, standvastig als altijd, maar zo incompleet. Altijd een tikje schuldbewust als ik naar haar kijk.

IMG_0608 Mooie lelijkerd

Gisteren vlak voor ik weg ging ontdekte ik een prachtige schermbloemige, pure schoonheid en in-en-in wit. Bij het determineren sloeg de blijdschap al gauw om in horreur. De schrik van de tuinen was binnengeslopen. Dat lieflijke bloemetje was de kroon op het werk van een hardnekkige wortelaar, het zevenblad. Gelukkig stond ze nog niet met zaden, nu moest ik haar handmatig uitgraven. De pelargonium staat bekend als eventuele bestrijder, want net zo’n woekeraar, maar sterker. Daar staat ze achter. De hamvraag is hoe ze er gekomen is.

In mijn vorige eerste tuin stond het er vol mee en was het een tantaluskwelling, die  iedere keer weer te lijf werd gegaan met de riek en met de hand. Heel voorzichtig uitgraven, het wortelstelsel bloot leggen, of afdekken met worteldoek of karton. Dat zal straks de eerste missie worden en herleiden waar het vandaan komt. Het zorgde voor gepieker en kruiswoordraadsels vannacht om Klaas Vaak te paaien maar, zoals het een echte woekeraar betaamd, bleef het plantje mijn gemoederen bezig houden. Soms zijn kleine problemen op je netvlies een verademing als de wereld zich overschreeuwt met grote zorgen.

IMG_0606 De beklierde basterdwederik in verlepte vorm

De doorgang met buuf is schoon, het middenbed gevrijwaard van grassen en zelfs de oude kwam vragen naar mijn ‘tovermachientje’. Dan doelt hij op de determinatie-app om een plant te beoordelen. Het onooglijke sliertje groen in zijn hand bleek de beklierde basterdwederik te zijn. Hij dacht dat het iets met gele bloemen waren, maar ze dragen roze en soms witte nietige bloemetjes. Deze actie, voor het eerst sinds twee weken weer een gesproken woord maakte de druiven zoet of, nou ja, zoeter.

Buuf heeft een wespennest, daar zijn we minder blij mee. Ze zijn het nijverig aan het repareren, nu buuf met het omleggen van het worteldoek de rust had verstoord en het nest had beschadigd. Het is een vernuftigd staaltje van samenwerken en schoonheid. Ook achterbuur komt kijken naar dat kleine wonder. Het vonnis was helaas voor de kleine nijveraars eensluidend. Toen de lucht betrok en er drie druppels naar beneden vielen, ging ik richting huis. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Het lijstje van de volgende dag was alweer gevuld.

Dat reflectie goed is voor het ondernemen van vervolgstappen was me al heel lang bekend. Op school was de reflectiekring met de groep de allerbelangrijkste stap om de voortgang in het leerproces te waarborgen met het stellen van de nieuwe doelen. Zo jong als ze zijn, zijn kinderen in staat te vertellen wat de beweegreden was van een handeling, wat ze ermee bereikt hebben en wat ze er vervolgens mee willen doen. Dan komt er een antwoord dat op vernieuwing of verbetering aankomt, of een stap verder, door een uitdaging aan te willen gaan. Het opbouwende commentaar van de anderen was daarbij altijd een extra stimulans. Dat zorgde voor nieuwe associaties en verbindingen. Zo kon het gebeuren dat we in die kring de volgende dag al in de steigers hadden en er zo mee aan de slag konden. Het samen doelen stellen was het ultieme leren.

De klei, het worteldoek, het tuingereedschap uit de schuur, die ik nodig zal hebben bij het elimineren van het zevenblad zorgen voor de dagvulling van vandaag samen met een snufje huishouden. En voor de broodnodige balans dat laatste altijd met mate.

Uncategorized

Zonnige zomerse zondagsrust

Zomerzonnewende huppelt als woord letterlijk de kamer in met de vroege zonsopgang. Als de  zon stijgt, altijd weer met gerede snelheid, zal ze straks door het open bladerdek recht in mijn gezicht schijnen als ik, gesteund door de opgeschudde kussens, aan het schrijven ben. Buiten is er zondagsrust. Af en toe ruist er een auto voorbij, maar het merendeel der mensheid ligt nog op een oor.

IMG_0597

Van de week ging ik boodschappen doen in het centrum. Bij de betaalautomaat was het wat gehannes, omdat de pin niet werkte en tegenwoordig niemand meer contant geld op zak had. Ik deelde mijn kennis over de ontbrekende pin en toen de vrouw voor me zich omdraaide, zag ik dat het een oudleerling van school was, samen met haar moeder. Ik had ze al tijden niet meer gezien, ruim twintig jaar zeker. In een opwelling hadden we elkaar bijna omhelsd, zo blij om elkaar weer tegen te komen. We propten alle wederwaardigheden in een notedop. De vrouw na ons had ondertussen haar ticket betaald en nam de mijne over om ook te voldoen, nadat het vermaledijde apparaat het briefje van twintig niet accepteerde.  Ze riep achterom naar mij ‘Iedere dag een goeie daad’. Wat een mooie geste.

Toen we daarna ieder ons eigen weegs gingen bedacht ik me dat ik vergeten was te vragen naar hun neef, die ik ook twee jaar in de groep heb gehad voor hij met zijn vader naar Rotterdam verhuisde.

Neefje kwam regelrecht vanuit Turkije vandaan en had daar door de scheiding van zijn ouders een trauma opgelopen. Hij sprak niet. Geen woord. Niet in het Turks en niet in het Nederlands. Uren heb ik met hem gezeten en communiceerde met handen en voeten, ook tijdens het buitenspelen. We zaten dan op de rand van de zandbak en legden alles wat er gebeurd was vast in een soor hiërogliefenschrift door met een takje te tekenen in het zand. Ik begon meestal en hij ‘antwoordde’. Twee jaar lang heeft hij voornamelijk geobserveerd en gekeken, rustig en bescheiden, bij het spel van zijn klasgenoten, tijdens drama, muziek, dans en beeldend. Bij dat laatste deed hij mee, stilletjes en op een hele eigen manier. Prachtige tekeningen kon hij maken die meer vertelden dan hij het in woorden had kunnen doen.

Toen de twee jaren bijna om waren, begon hij te praten. Letters werden woorden, woorden werden zinnen en de zinnen een verhaal met kop en staart. Na die twee jaar ging hij van school. Zijn vader was zielsgelukkig en dankbaar. De jongen had zijn eigen plek veroverd in mijn hart. Ik ben hem nooit vergeten, omdat de band tussen ons zo fragiel werd opgebouwd en alleen maar hechter en sterker werd. Loslaten hoorde erbij, elk jaar gleden de oudste kinderen het raam uit, maar hij verdween voorgoed uit het zicht. Het zijn de herinneringen die altijd mee blijven lopen en die bij tijd en wijle een plek op de voorgrond opeisen, door een ontmoeting, een verhaal, een gebeurtenis, of door het schrijven in het zand.

IMG_0599

De kauwen in de dakgoot zijn van slag. Ze krakelen, en nooit heeft dat woord zo duidelijk betekenis gekregen. De veertjes vliegen in het rond en er vliegen vogels af en aan. Storm in een glas water. Na tien minuten is de rust weergekeerd, heerlijke zonnige zomerse zondagsrust

 

Uncategorized

Pure poëzie

‘Ik lag in mijn tuintje en sliep, toen kwam er een engel die riep, … je moet ontwaken om voor … een versje te maken’. Een oud versje voor in het Poëzie-album. In de jaren dat ik ze nog niet zelf kon verzinnen, maakten we gebruik van deze instantverzen. Het verhaal dat de buuf van de tuin op de hoek vertelde begon met de eerste zin van dit vers, maar nam een compleet andere wending. Ze zat tegenover ons bleek en trillend na de schok aan een glaasje water. Even daarvoor werd de gebruikelijke stilte verscheurd door een hoog en hard gillen met woorden die niet voor herhaling vatbaar waren. Ik was mijn wilg aan het kortwieken aan de kant van de buuf links en keek op. Ik dacht dat het kinderen aan de overkant van de sloot waren, maar toen zag ik ineens een morsige man wegrennen en de buuf van de hoek erachter aan. Het was een staaltje hazenpad kiezen van de eerste orde. Hij hield iets dicht tegen hem aan en rende voor zijn leven.

IMG_0586  Oude Poezïe album

Buuf vertelde dat ze in haar tuin lag voor het huis. De ingang van het huis ligt aan het pad. Het bleek dat de man zijn rugzak en zijn schoenen bij de achterbuurman had neergezet en op sluipersvoeten het huis was binnengegaan. Op dat moment besloot buuf haar zonnebril binnen te pakken. Daar werd ze geconfronteerd met de man. Ooit in het grijze verleden had ze aan verdedigingstechniek gedaan en wist ‘Maak je groot, raak hem niet aan, want dat wekt agressie’ en ze sommeerde met bevelende stem dat hij zijn zakken leeg moest maken. De man was zo overdonderd geweest en misschien wel net zo geschrokken als zij, dat er een briefje van twintig uit zijn zakken kwam. Die kwam uit de portemonne van buuf. Enkel dat en niet meer.. Geen pasjes, geen telefoon, niets van dat alles. Een insluiper, een zwerver waarschijnlijk, die geld nodig had. De schrik zat er goed in en ze besloot hem met veel lawaai weg te jagen, zodat wij het zouden horen en haar te hulp konden schieten.

Dat lukte. Even later zaten we achter het glas water bij buuf achter in de tuin bij te komen van de opwinding. Een klein voorval met een grote impact. Wat vredig en vrij en lief was, werd voor dit moment bezoedeld. Ze bedaarde zienderogen onder onze bewondering voor het heldhaftige optreden, daar in die  kleine ruimte, zo vlak tegenover elkaar. Voor hetzefde geld klap je dicht of ga je slaan en dan had de paniek ook bij hem toegeslagen met onoverzichtelijke gevolgen. Aan het eind van het relaas konden we al weer dunnetjes lachen om het feit dat ze als een volleerde marketentster zo te keer was gegaan. Daarna vertrok ze naar voren om het voorval te melden bij het bestuur.

IMG_0585

Ieder ging weer aan de slag en ik schoonde een stuk grond op door het te ontdoen van de welig tierend dagkoekoeksbloemen en ontdekte de ene verrassing na de andere. De verdwenen phlox vond ik weer, de Bergamot werd bevrijd, de vrouwenmantel veerde op, nog een tweede phlox strekte zich dankbaar uit en overal dook oostindische kers op, duidelijk herkenbaar blad, geen vergissing mogelijk. Het afval, dagkoekoeksbloemen heb je voor het leven, kon straks mee op de terugweg. De grote springbalsemienen bij de nieuwe entree met buuf reisden af naar achteren om ze daar, met een 1-2-3- in godsnaam weer neer te plompen en te hopen dat ze voort zouden kunnen. Bij verdere inspectie bleken er aan de verpieterde Acer weer ontluikend rood blad te groeien. Ze had het naar haar zin op de nieuwe plek.

IMG_0587 Instant versjes 1962

Buuf achter riep voor een glaasje wijn en ik nam de Rucola-brusschetta en knapperige crostini mee. De lome namiddaghitte werd getemperd door de uitwaaierende walnoot. Een vleug Provence streek neer met de heerlijke koude Rosé en daarmee keerde de rust weer in de kleine oase. Merel had in het lommer het laatste woord. Pure Poëzie.

Uncategorized

Meer dan de moeite waard

Om tien uur stapte ik in de Kleine Blauwe Prins om naar de tuin te rijden. Er stond al een andere auto op het parkeerterrein. Het pad was licht drassig hier en daar en ik had mijn oude trouwe kloffen aan, omdat ik  dat vermoedde. Tot mijn grote vreugde zag ik aan de slootkant de verbascum in volle glorie. Eerder was ze me niet opgevallen maar door de vele gele bloemen onderstreepte ze haar aanwezigheid extra en kon je er niet meer om heen. Vriend van de tuinen achter maakte een hok voor maaimachine van de oude en was in zijn dooie eentje bezig met zagen, klotteren en boren. We waren beide verbaasd elkaar tegen te komen. In het atelier was er geen waterschade en rook het heerlijk fris door de nachtlucht, die vrijelijk had kunnen binnenstromen door het vergeten open steekraam. Raam sluiten,  dag huis, dag tuin, groette vriend en schoot plaatjes van de gele toorts op de terugweg.

IMG_0571   IMG_4240

Zus stond op haar balkon en beloofde naar beneden te komen. Zus twee ophalen en richting Heusden. Het land van Heusden en Altena bracht de associatie met het land van Maas en Waal, Boudewijn de Groot zong het de hele rit lang in mijn hoofd. ‘Dan steken we de loftrompet en ook de dikke draak en eten ’s avonds zandgebak op het feestje bij Klaas Vaak’. Meesterlijke tekst en voor eeuwig aan de vallei verbonden, wat mij betreft. Ik kende Heusden niet, een lieflijke vestingsstad aan de Maas. Na wat ronddolen zagen we het liggen met haar hoge dijken rondom.

De koffie ging er gretig in, voor het eerst weer op een terras voelde als de rijkdom van een lome vakantiedag en om dat het tegen twaalven liep besloten we daarna eerst een hapje te eten op de vismarkt. Daarvoor passseerden we al een aantal straten. Het getuigde van de Middeleeuwse wortels van deze stad. De panden die te koop stonden en overduidelijk leeg waren, bleken alleszins betaalbaar. Prijzen waarvoor een fractie van de grootte een vermogen had opgeleverd in bijvoorbeeld de wijk Wittevrouwen in Utrecht. De soep van de dag bleek getrokken van een zoete aardappel en smaakte heerlijk.

IMG_4215    IMG_4224

Gesterkt liepen we door de vispoort een wonderwereld van een uitgestrekt Hollands tafereel binnen. Geribbelde gevels dreven in spiegelingen op het water. Er was een oud brugwachtershuis, een ophaalbrug, twee molens, een haven, oude muren en de wijde velden om de vesting heen.

IMG_4226   IMG_4299

Een man hing over zijn houten halve deur heen en ik complementeerde hem met zijn lieflijke stad wat hij beaamde met een dikke grijns. Gedichten van Jules deelder wezen de weg in een romantische vorm en de vele kruip-door-sluip-door poortjes vormden letterlijk een doorkijkje naar het verre verleden.

IMG_4197  IMG_4209

De dag viel stil tussen de oude gevels, de stokrozen en de overdadige hortensia’s. De namen van de straten waren bewonderendswaardig gekozen en onderstreepten de eeuwenoude muren. Annie M.G. Scmidt kwam nog langs met haar rode brievenbus, die op het pleintje stond.

IMG_4208   IMG_4206

Er waren grappige hoedenwinkels, snuisterijen in de etalages, prachtige sieraden en schoenen die zweefden tussen kunstig en kunst. Geen doorsneewinkels en daardoor een verademing. Zuslief probeerde nog een bloes en twee jurken, terwijl de oude ingesleten eiken vloer kraakte  onder het gedraal voor de spiegel. Er was veel te bewonderen, uithangbordjes, namen op deuren, deurstempels, ornamenten en beslag.

IMG_4191   IMG_4192

Voor de kerk zat een groepje mannen. Ze namen de aanwezige toeristen nauwkeurig in ogenschouw en prevelden hun Salomons-oordelen in wolken witte rook. In de auto viel de hitte als een blok. Over de binnenwegen reden we via de pont over de Maas, via Leerdam en een bliksembezoek aan de kringloop aldaar, terug naar huis. Een dag die voelde als een vakantieweek met een stad meer dan de moeite waard.

IMG_4287

Uncategorized

Grenzen verleggen en gaan

Als de klok zou slaan had ik haar op dit ogenblik voor de derde keer gehoord. Om een uur werd ik met een schok wakker. Het bovenraampje van het atelier op de tuin stond nog open. Niet handig met deze juni-buien, maar ook niet heel ernstig want het was afstaand en smal.

IMG_0547

In de brandende hitte was het moeizaam gras maaien, maar dat wilde ik persé doen nu het nog droog was. Merel en winterkoning floten om het hardst. De oude had besloten om zijn barricades toch op te werpen, alle goede voornemens ten spijt, dus rommelde ik alleen in eigen tuin. Er kwam een vriend van de buuf langs, die naar de iep wilde kijken, omdat hij had beloofd hem in oktober te slechten. Fluitje van een cent, vond hij, maar voor mij een groot obstakel. Heerlijk, weer een zorg minder. Het varkentje Vlier zou ik zelf wel wassen, later, als de lome drukkende hitte uit de lucht was. De iepen kwamen aanwaaien uit de oude zijn heg, evenals de duivelswandelstok, die ook wel engelenboom genoemd wordt. Een grotere discrepantie in naam is er niet. De boom heeft de duivelse gewoonte lange wortelstokken te maken, waar steeds weer nieuwe loten uit groeien en heeft derhalve niets met engelen uit te staan.

Om vier uur spoedde ik gisterenmiddag huiswaarts om wat vlaggetjes  door de kamer heen te slingeren. Zoon hield wel niet van verjaardag vieren, maar we hadden een vlaai gekocht voor de kaarsjes en wilden hem het cadeau overhandigen. Een maand lang een proefabonnement op een Cryocenter. Ik had er nog nooit van gehoord maar het bestond al sinds 1978 in Japan, waar het werd opgezet om Reuma te genezen. Het bleek voor veel meer kwalen goed te zijn, maar ook om het lijf te verstevigen en om klachten te voorkomen. We zijn nooit te oud om wat te leren.

IMG_0564 (2)

Dochterlief kwam mee vieren, een bescheiden feest, waarbij het feestvarken zelfs het taartje voorbij liet gaan vanwege een streng dieet. Hij was gematigd enthousiast over de Crio. Net als ik heeft hij nog sterker dat je eerst moet weten wat het is, om het daarna nooit meer kwijt te willen.

Tijdens de denkbeeldige tweede slag van de afwezige klok ben ik koffie gaan halen en  verder gegaan in het boek van Mercier: Het gewicht vana de woorden. De hoofdpersoon heeft een ‘hersentumor’ en vraagt zich af of je de gedachten net zo kwijt kunt raken als je woorden kwijtraakt bij een afasie. Het punt voorbij, dat je nog wel weet wat je wilt zeggen, omdat gedachten verdwenen zijn. Hoe dat zou zijn, vraagt hij zich af. Het onvermogen van iemand die niet meer de juiste woorden vindt voor wat er door het hoofd gaat, ken ik van dichtbij. Een van de redenen van het werken op de afdeling neuroschirurgie I.C. was het gefascineerd zijn door die ongrijpbare hersencellen. Ze kunnen een volstrekt willekeurig leven gaan leiden als er iets mis gaat door bijvoorbeeld een bloeding of een val. Weer schoten de woorden te binnen: Je mist het pas als het er niet meer is. Tot dan toe is iedere gedachtengang, iedere  handeling, alles wat bij het normale leven hoort volkomen ondergeschikt. Zodra  het er niet meer is, wordt het in de orde der belangrijkheid naar voren geschoven en prijkt het bovenaan het verlanglijstje.

Hoe vaak ik niet verzucht meer lucht te willen hebben en alles weer normaal te kunnen doen. Wandelen, dansen, maaien, trappen lopen. Het blijft mijl op zeven. Het onmogelijke willen zal wel altijd het verlangen blijven voeden, maar niet geschoten is altijd mis, wist men vroeger al. Grenzen verleggen en gaan.

Uncategorized

Een vleugje nostalgie d’Annemarie

Vandaag is zoonlief jarig en gisteren heb ik zijn verleden in handen gehad met het opruimen van de zolder. 25 jaar lang heb ik auto’s, muziekdoosjes, blokken en alles bewaard om het op een dag voor zijn 25ste verjaardag door de handen te laten gaan en te horen dat het allemaal weg kon. Dezelfde vergissing heb ik eerder gemaakt, bewaarwoede waarvan maar bar weinig is doorgesijpeld naar de huishoudens van de kinderen.

B739B61D-015A-4BE1-A43F-04A30DB5EFCC Jeugdsentiment

Een verstoft poppenfornuis met gedeukte pannen mag nog even wachten, evenzo de xylofoon van onverwoestbaar Fischer Price en nog meer van het kleine grut. De auto’s die kapot zijn gaan weg, de drie Maserati’s incluis, zoonlief was een sloper van het eerste uur. Niet vanwege zijn drang tot destructie, maar om te ontdekken hoe het een en ander in elkaar stak. Alle wielen, deuren en stuurinrichtingen moesten eraan geloven, zo jong als hij was. Later deed hij dat met computers en ook daarvan waren de ‘lijken’ te tellen. Evenals de bijbehorende snoeren en kabels. Er kwam ook een tas met dagboeken van dochterlief te voorschijn vanachter het schot. Ik heb het altijd een blijk van vertrouwen gevonden, dat die zo dicht onder mijn neus daar mochten zijn. Dagboeken zijn mij heilig, er is geen letter voor mij bij.

IMG_0540 Het doorgeknipte dagboek

Daar zat een kleine anekdote aan vast. Ergens in mijn puberale onvrede ben ik op mijn veertiende een nacht van huis weggelopen om de volgende ochtend met een vriendinnetje, twee bakvissen, naar Amsterdam te liften. We hadden zegge en schrijven dertig cent op zak. Mijn dagboeken lagen thuis. Dat mijn vader met zijn rechercheursgenen het slot van het laatste exemplaar zou openknippen , waarschijnlijk om te weten wat ik van plan was te gaan doen, kwam niet bij me op. We werden vlak voor de deur afgezet door een patrouillebus van de politie, die ons liftend op de snelweg had aangetroffen. Woedend was ik op mijn vader, die liet blijken hoeveel hij gelezen had. Dat een en ander grote bezorgdheid moet zijn geweest, kwam niet in het argeloze meisjeshoofd op. Diep beledigd heb ik hem tijden genegeerd. Vanaf dat moment is het dagboek helemáál heilig. Het doorgeknipte exemplaar met enorme verwijten aan het adres van mijn ouders staat er nog altijd. Stille getuigen van het naïeve verzet in die tijd.

IMG_0543

Er is een doos bij met Bibelots d’Annemarie. Een Belgisch vriendinnetje, die in een grote oude zijdefabriek woonde en waar de oude en ik in de jaren negentig regelmatig te gast waren. De snuisterijen zijn o.a. een klein maar sierlijk olie en azijnstelletje, een Chinees miniatuur  theeservies en bakelieten onderzetters. Ik heb er een foto van gemaakt en doorgestuurd naar de familieapp, voor wie wil en dochterlief heeft er wel oren naar.

2877219D-6F76-4518-AFF3-F0488A8ADE45 Het theeservies

Dan is er een grote mand met al mijn lievelingsplaten. Wow, die was ik kwijt, ik vond ze nooit meer tussen de platencollectie en nu waren ze er ineens weer allemaal. Op de een of andere manier heb ik ze willen behoeden door ze te goed op te bergen. Terwijl ik op een inmiddels lege kist zat, een beetje verweesd, vroeg oudste zoonlief die het initiatief had genomen, waarom ik in godsnaam zoveel had bewaard. Ik weet het niet. Nostalgie breide zeker mee aan dat immense verleden. Het hoort bij loslaten en veranderde waarden en normen. Mijn moeder gooide bijna nooit wat weg.

Nu maak ik er een foto van en probeer een goed onderkomen te vinden bij iemand die er nog wat aan heeft. De kringloop is het tweede alternatief. De eerste zolderhelft is gereduceerd tot twee tassen, een platenmand en een lege ruimte, dankzij beide zonen die alles naar beneden hebben gesjouwd. Als dank maak ik de artisjok klaar naar Belgisch recept met een vleugje nostalgie d’Annemarie.

Uncategorized

In verstilde schoonheid

Morgenstond heeft goud in de mond, ik heb het even gezien in een waas van oranje, maar droomde daarna over de zolder opruimen, omdat dat speelt en morgen het grof vuil komt. Zoonlief had het over de naaitafel gehad en of die moest blijven, dacht ik. Hij had alleen maar tafel gezegd en in mijn hoofd had ik er de Singernaaitafel van gemaakt. In de droom wist ik ineens weer dat die in de schuur stond en al geborgen was bij de vorige opruimwoede. Door de droom heen snapte ik ineens welk tafeltje hij had bedoeld. een ouderwetse krantenhouder met kleine tafel en een gedraaide poot naar boven waaraan een oriëntaalse lampenkap zat geschroefd. Een echte ouderwetse leeslamp dus, met een vleugje hippiewise. Dat het zo doorwerkt in de droom.

De dag verloopt traag en waarschijnlijk is het aan de fietsstocht van gisteren te danken. 20 kilometer is niets op een elektrische fiets. Nou, alhoewel, er is een minimaal protest van zadelpijn zeurderig als een ondertoon, maar voortvarend genegeerd. Ik fietste me een weg tot vlak naast snelwegen waar ik alweer nooit was geweest. Als zelfs de stad waar je woont al zoveel ongekende plekken waarborgt, wat zal er dan in de rest van Nederland nog veel te ontdekken vallen en te verkennen zijn. De actieradius van de fiets, ongeveer 40 km, zou dan voeren langs kleine bed-and breakfasts, om de accu weer op te laden, letterlijk en figuurlijk, en zo een vakantie ‘klein geluk, eigen style’ te vieren.

IMG-0516

In dat afgelegen gebied in een hoek van het klaverblad zat Haas. Hij was net zo geschrokken van mijn aanwezigheid als ik van de plotselinge ontmoeting en we peilden elkaar diep. Hij vanuit de ooghoek de blik schuin op mij gericht, de lepels verkennend omhoog, de achterpoten in de springmodus om weg te sprinten als ik te dichtbij zou komen.

IMG-0521   IMG-0522

Achter de voetbalvelden langs ontdekte ik een  grote hertachtige blikken sculptuur achter de wuivende grashalmen, even later een donkerbruine havik  hoog op de totempaal in de aanval-modus en verderop een visachtige kameleon of een kameleonachtige vis, om het even. Maar het nodigde uit om een foto te maken van die wereld van reusachtige dieren, die op hun sokkels onder de rook van de snelweg zwijgend hun bestaan vierden.

IMG-0519

Het bleek het atelier te zijn van Scrap Design, de werkplaats van de kunstenaar Nils van Went. De moeite waard om later eens een kijkje dichterbij te nemen. Terwijl ik de beelden aan het vastleggen was met de telefoon, werd ik ineens staande gehouden door mijn lieve ex-collega en haar dochter, die ooit als klein meisje van vier bij mij de groep was binnen gestapt. Ze kwamen van hun pottenbakkersdag af. Heerlijk blozend, met spetters op de kleding, dook het verleden en tegelijkertijd het weemoedige gevoel van gemis op. Een praatje, een vluchtige aanraking van de hand, spontaan en nodig op dat moment. Dochter was langer nog dan moeder met nog altijd diezelfde lieve verwonderde blik van toen. Gezichten zijn altijd herkenbaar en ouder worden valt weg bij het eerste woord.

IMG-0523 Scrap Design

Daarna een klein fietspad waardoor ik onverwacht en regelrecht Utrecht in reed, onder de snelweg door het donkere gapende gat in, de hitte smorend in de duistere en vochtige tunnel. Langs het kanaal wist ik via een hobbelpad weer op het rechte pad te komen. Aan alle kanten van de stad zijn er per fiets veel meer uitwijkmogelijkheden dan met de auto. Ik leer ze allemaal stuk voor stuk kennen. Een goede training voor het oefenen op langere afstanden. Leve de techniek, die het fietsen weer mogelijk maakt en de weg opent naar ongebaande wegen, waar de kleinoden verborgen liggen in verstilde schoonheid.

 

Uncategorized

Zijn wie je bent

En weer kwam de uitzending langs van Avro/Tros.Kunst over het werk en leven van Elizabeth King. Het droeg de titel: ‘Op het tweede gezicht’. Net als de vorige keren, dat ik de aflevering zag, bleef ik aan het beeld gekluisterd. Gefascineerd nam ik alles in mij op. Haar minutieuze werk, haar gevoel voor detail, maar het meest raakte ik opnieuw gevangen door haar eigen mimiek, haar uitstraling, haar begeesterde blik. ‘Ze heeft charisma’, zegt een van haar studenten, en zeker, zodra je start met kijken, wil je alles van haar zien. Dat laatste is letterlijk anders dan het noteren van beelden op je netvlies. Het is aandacht hebben voor elk detail, elke draai, elke oogopslag, elke grijns, tot in het kleinste rimpeltje. Het is een reden om in herhalingen te vallen, telkens weer.

Daarnaast is er haar ongelooflijke werk, de hang naar anatomische perfectie in haar gezichten en handen, maar meer nog naar de manier waarop ze zorgt dat haar sculpturen tot leven komen. Niet alleen door de techniek maar juist ook door de ‘gewone’ menselijke trekken. Een hand die peinzend de kin beroert, een oog, dat subtiel neerslaat een gezicht die luisterend scheef trekt. Een glimp van menselijkheid als een waas over alles heen. Fascinerend.

Hoeveel uitstraling ze heeft wordt duidelijk aan het eind van de film, waar ze in haar grote tuin tijdens een interview een roodstaartbuizerd ziet, die het gemunt heeft op een spotlijster. Degene die filmt, houdt onafgebroken het zicht op haar reactie, de vreugde de grenzeloze mimiek de pure verbazing, de haast kinderlijke blijdschap en als ze hem dan vraagt: ‘Heb je het gezien. Zag je hem’, dan blijkt uit de beelden dat de ander met geen mogelijkheid oog kon hebben voor iets anders dan  haar onbevangen blijdschap.

IMG_0509

Wat een heerlijk ontwaken op deze manier. De krant brengt nog een nieuw fenomeen, dat ik niet bij naam kende. In een interview door Fokke Obema met de ondernemer Jo Vonk beschrijft de laatste wat er met hem gebeurde toen hij zijn vrouw in haar laatste levensfase naar huis had gehaald. In die dagen vonden er steeds intensievere en zelfs filosofische gesprekken plaats en voelde hij zich letterlijk samensmelten met zijn vrouw. Hij werd haar. Daarmee begreep hij dat dood niet de eindigheid betekende maar het voortleven in de ander, waar je mee opgelopen bent. Dat bleek een bestaand begrip en wordt Eenheidsbewustzijn genoemd.

Het is een aangrijpend verhaal waarbij de liefde en de dood een eigen waarheid bleken te zijn, een nieuwe energie. Het ging zelfs nog een stap verder. Als hij alles kon zijn, dan kon alles ook hem zijn. Dan is alles één, een eeuwig leven. Het leven werd voor hem transparant en logisch bij die gedachte. Hij zocht naar vele wegen om er mee om te kunnen gaan, maar vond het uiteindelijk in zijn eigen bedrijf, waar hij zijn mensen iets wilde laten ervaren van hun persoonlijke onaantastbaarheid. Mensen die niet handelden uit angst, maar uit lef en liefde. In zijn ervaringen met het eenheidsbewustzijn ontbrak de angst geheel. Daar wilde hij mensen iets van meegeven.

De verhalen van beide zijn roerend en tegelijkertijd vervuld van leven en liefde. De een met een perfectionistische aandacht voor het lichaam om zo de ziel te vangen, de ander met ontastbare energie, die als een fluïdum door de geest heenwaart, los van alle banden.  Beiden met een rotsvaste overtuiging die het handelen stuurt. Leven met lef om te zijn wie je bent.

 

Uncategorized

Al wat is en leeft mag zijn

De oude heeft de composthoop omgespit en ineens hebben we een weelderige mosterdzaadrand aan de achterkant van de tuin en tiert welig overal de melde. De aanduiding ‘onkruid’ blijkt minder waar te zijn dan zo op het oog leek. De melde heeft een voedzaam blad en blijkt qua structuur te lijken op botersla.

Sinds ik niet alleen maar blind vaar op de wetenschap van de oude, omdat ik ontdekte dat bluf soms zijn wegen baant, en ik op eigen onderzoek uitga, zijn ik en de tuin al een stuk rijker geworden. Geenszins ben ik van plan nog elke groene spriet bijvoorbaat, en geoormerkt als onkruid, eruit te trekken. Ik wacht tot ik ze heb gedetermineerd met de app en bedenk dan of ze passen in het plan en waarom zouden ze niet in  mijn leeftuin passen. Alleen de verstikkende bosaardbei(die oneetbare) hou ik in de gaten, net als de lieflijke maar o zo grenzeloos kruipende hondsdraf.

Een andere oorzaak voor de bewustwording van nietige groei en bloei is de kracht van het straattuinieren en het botanisch stoepkrijten. Alleen al die prachtige namen als gehoornde klaverzuring, bastaardwederik, Canadese Fijnstraal zijn de moeite waard.

 

Het lijkt erg op het lispelen van de kruiden tijdens de heksenkring van Ellie en Rikkert op de plaat ‘De draad van Ariadne’. Ze pasten naadloos in mijn taalbeleving van dat ogenblik. Ik was een ontwakende taalproever en alle zintuigen stonden open. Het smaakte zoveel rijker, die poëzie, deze schoonheid van de taal. Deze LP en die van Maarten en het witte paard heb ik grijsgedraaid tot ik elk woord uit mijn hoofd kende. De laatste gaf al een beetje aan dat ze naarstig op zoek waren naar een nieuwe invulling van hun bestaan. Daar heb ik ze losgelaten en alleen voor de kauwgomballenboom kwam ik weer even terug.  Die kent nu, met mij, alles wat ooit kind was in mijn groep.

 

Jaap Fischer en Herman van Veen vormden een tegenwicht en leerden me satire en cynisme kennen, grappige intervallen en mooie vondsten van Herman of juist vlakke monotone dreunen van Jaap met onsterfelijke boodschappen. (ik zoek de rust van een kist). Woorden aaneengeregen in overtreffende trap. Robert Long brak na zijn Gloria open in vileine waarheden en woordenkunst,en de Jasperina’s en Adèles in mij werden gewekt door hun naamgenoten. ‘El Prostitu del chique chique boem chique’ klaterde ik door de gangen van de opleiding, schalks en ondeugend, humor met een boodschap.

Ze waren de voedingsbodem voor mijn verborgen schrijversleven in dagboeken en schriften, krabbels op bierviltjes en naast de telefoon, bladvulling in de agenda’s en beginnende verhalen en gedichten. Telkens weer beginnend en gesmoord.

008

Dankzij de straatbotanica komen er al ras, nooit eerder gehoorde, woorden bij en ze leveren me allemaal een associatie op door hun wat nietig lijkende maar kleurrijke en fantastische eigenschappen. Stoepplantjes met namen die klinken als een klok. De kluwenhoornbloem, de tuinwolfsmelk, het herderstasje, de liggende vetmuur, de kleine ooievaarsbek, de zandraket en de kleine varkenskers, de muurslam en de gewone melkdistel. Er zou zo een nieuwe magische roman uit kunnen groeien. Een aantal ga ik natuurlijk gebruiken in het sprookje van ‘De zeven geultjes van Beverweerd’ om de kleinkinderen mee te laten smullen van die ongekende wereld. Misschien moest ik alvast wat stoepkrijt aanschaffen. Bewustwording begint bij herkenning en naamgeving.

 

Klik om toegang te krijgen tot Hortus_Stoepplantjes_poster_A1.pdf

Het brengt me op de boodschap die buiten het plantenrijk ook voor andere werelden om en in ons telt. Al wat is en leeft mag zijn.

 

Uncategorized

Een omzien in verwondering

Een postuum interview met Marc de Hond door Antoinette Scheulderman in het Magazine van de Volkskrant vandaag, doet alles even stilvallen. Geluiden van buiten worden diffuus en in een mengeling van respect en verbazing val ik stil. De foto’s van Robin de Puy, eerlijk en nietsontziend, hakken er in, door de grootte, door het levensechte in het uur van de dood. Een paar zinsneden blijven nagalmen. ‘Het zijn de boze poppetjes in de buik van je vader’, zegt iemand tegen de kleine dochter van Marc en Remona, als ze boos is op haar vader, omdat ie dood gaat. Ze accepteert dat beeld moeiteloos, net als het feit dat je zo’n element ook in je voordeel kan gebruiken als je je moet verontschuldigen voor iets wat je niet volgens de regels gedaan hebt. ‘Het zijn de boze poppetjes in mij’. Heerlijke kinderlogica.

IMG_0470

Er staan passages in uit zijn laatste boek ‘Licht in de tunnel’, dat medio juni zal verschijnen. Rake en humoristische uitspraken, een stuk familiegeschiedenis. De wonderbaarlijke wijze waarop zijn vader Maurice na de oorlog het licht heeft kunnen zien, nadat zijn moeder het kamp van Mengele heeft overleefd.

Een andere opmerking: ‘Hij (opa) en mijn oma hebben  in Auschwiz alles verloren, behalve hun  leven.’ Dat is weer zo’n ijzersterke zin, een die te vergelijken is met de manier waarop Edith Eva Eger in haar boek ‘De Keuze’ zich vrij danste in haar hoofd ten overstaan van Mengele.

Hij is poëtisch in zijn afscheidsbrief naar Remona toe. Schrijft zonder restricties, misschien wel omdat hij ‘al dood is als wij dit lezen.’ Na het interview neemt hij afscheid met : ‘Zij die stervende zijn, groeten U.’ Zelfs in de rouwadvertentie wijdt hij het woord aan zijn achterblijvers en het publiek. ‘Voordat je geboren wordt is er niets. Nadat je doodgaat is er niets. er tussenin zit de attractie. Wat onnoemelijk verdrietig dat die van mij nou net op het hoogtepunt moest stoppen.’

IMG_0469

Er is nog iets dat opvalt en dat ik op de afdeling Oncologie steeds vaker hoorde van mensen. Dat er vaak gesproken wordt over de strijd tegen kanker te hebben verloren. Dat impliceert dat je iets verkeerds gedaan hebt, terwijl de ziekte volstrekte willekeur hanteert en je geluk hebt of pech. Bovendien bestaat de kanker niet meer als het lijf het aflegt. Op de rouwkaart komt te staan: ‘Marc de Hond speelde glorieus gelijk tegen kanker.’ Het past hem als een handschoen. Tot ver na zijn leven behoudt hij de regie, door allerlei zaken, die hij nog heeft geregeld. Bewust dood gaan brengt veel verdriet, maar geeft de mogelijkheid, indien je de middelen hebt, om te zorgen voor de nabestaanden. Het verdriet blijft aan ieder van hen.

Een mooie boodschap die hij meegeeft aan zijn gezin is de betekenis van de titel van zijn boek. Licht in de tunnel. Organiseer iets feestelijks juist als je in een moeilijke periode zit. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het zou wel een optie kunnen zijn om de zwaarte te verdrijven. Met licht breng je het donkere in balans. Daarbij denk ik onmiddellijk: Aan de andere kant mag rouwen ook. Pijn en verdriet vatten in een pure emotie kan zo’n opluchting zijn. Ieder mens mag op een eigen manier het verlies en het verdriet erom leren voelen en daar zelf de antwoorden voor vinden.

Het interview is imponerend, het maakt deuren open, schudt hier en daar aan de grondvesten maar is ook een waardevolle aanzet voor overpeinzingen. Dat bracht het mij in ieder geval. *Een omzien in verwondering.

*(naar het boek van Annie Romein-Verschoor)

Uncategorized

Zacht en zoet

De verbazing bij het in de middag naar buiten stappen dat het lauwwarm bleek te zijn na de kou van gisteren. Met drie dode witte vingers was ik die dag na een fietstocht afgestapt en had met moeite kracht kunnen zetten om de schuurdeur open te maken.

IMG_4123

Er was de zelfde grauwheid en dan toch die lauwe warmte. Bij de kringloop stond een rij, dus besloot ik door te rijden naar de uiterwaarden van de Lek. Daar bleek ineens hoe prachtig de grijstinten harmonieerden met het weelderige groen in alle toonaarden. Donker, bijna blauwachtig wier, het groene riet, de frisse grashalmen en het veel lichtere al bijna uitgebloeide fluitekruid, de wikke, de melde en de rolklaver.

IMG_4127

Het kleurde harmonieus met de grijstinten van de lucht, weerspiegelend in het water en met de heersende stilte. Wat een verademing. Het enige wat te horen was waren de vele witte kwikstaarten in het riet, de roep van de twee scholeksters die tussen het slik hun kostje bij elkaar zochten en parmantig met gezwinde pas op de loop gingen toen de dreiging te groot werd. Tepiet, tepiet.

IMG_4120

Een goede keuze voor dit moment. Het roerige leven voorbij, even helemaal niets dan natuur. Met mij zochten nog een paar verdwaalde gasten die stilte, maar meest vergezeld van een trouwe viervoeter, terwijl ik alleen een fototoestel bij me had. Een huis onderaan de dijk, een tuin zo groot als een voetbalveld omzoomd met ondoordringbaar bramenbos en wilde roos met bottels en stekedoornen. Een overpad verbond de twee uiterwaarden, ik wilde aan de oeverkant terug, maar dat was niet mogelijk. Waar het water had gestaan werd de bodem bedekt met slib en wier.

IMG_4140

Uit de tuin erachter klonk een vrouwenstem, een hoge octaaf,  en gebrom terug, , even later zag ik de man zijn gras harken. Het beeld ademde sfeer. Als het water te hoog zou staan, hadden ze daar vast en zeker last van. In die zin stond het huis aan de verkeerde kant van de dijk, maar dat bezwaar woog vast niet op tegen het woongenot van rust en ruimte.

In het kleine winkelcentrum liep ik de modezaak in en vond een heldergroene dunne trui met een sjaal in dezelfde tint en een donkergroen vest, die met elkaar net zo harmonieerde als de groentinten van daareven, buiten in ’t Waal.  ‘Vandaag is groen’ zei ik in variatie op een thema tegen de vrouw achter de kassa. Ze lachte en zei: ‘Mooi groen is niet lelijk’, een blik van verstandhouding erachter aan. Buiten was de zon gaan schijnen en de broeierige warmte beloofde meer voor de komende dagen.

IMG_4154

Volgens Leonardo Da Vinci staat de karakteristiek van de kleur groen voor ontkiemend zaad, lente, jeugdigheid, onervarenheid, macht, vrede, welvaart, hoop, vredige rust en autonomie.De harmonie en de rust kloppen. Een retraite van anderhalf uur in het groen was voldoende om weer geestkracht op te doen, die die ochtend volkomen verdwenen was. Ik verweet het de kou van de dag ervoor. Venijnig had ze ingehakt op levenslust en energie, wat de dag erop een katerig gevoel had bezorgd.

IMG_4151   IMG_4129

Met de nieuwe beelden op het netvlies, de eenden in de Lek met hun pullen, de scholeksters in het groen, dat prachtige blauwgroene wier, het slik, de schorren, de vreemde eend in de bijt, een verloren roze krab, die eenzaam in het zand treurde om het verlies van zijn status en de nieuwe groene outfit waren pleisters op de wonde. Zacht en zoet.