Uncategorized

Waar het schip strandt

Gisteren heb ik me voor het eerst sinds de gekneusde rib en teen weer kunnen voegen bij de fysiotherapie. Dit keer niet bij het ziekenhuis, maar hier in de wijk, waar een van de therapeuten gespecialiseerd is in mijn longkwaal. Dat was even slikken. Niet zozeer om de mensen die er kwamen. Ieder had een ander soort makke. Een knie, die niet ging, mobiliteit die in gedrang was gekomen, conditie, stroeve schouders of heupen. Het ging me meer om het circuit, waar ik in terecht kwam. De gemiddelde medemens was zo’n tien jaar ouder.

armando 2 Handen van Armando

Vroeger wist ik bijna zeker dat boven ‘certain ages’ leeftijd geen parten meer speelde. Als rimpels zich gegroefd hadden, de oogleden wat gingen zakken, het spierstelsel wat aanpassingen moest verrichten om de snelheid van de jeugd bij te houden kwam het voor mijn gevoel niet meer op een jaar of tien, twintig aan. Of je nu stram was van lijf en leden omdat je een paar jaar verder was, viel weg tegen levenservaring en een ander bewustzijnsniveau, was mijn overtuiging.

Over dat laatste zou ik nog wel eens willen sparren met de groep die ik op de fysio tegenkwam. Het hele beeld kwam over als een muur van ouderdom. Niet zij benaderden mij, maar ik naderde hen op rasse schreden. De mevrouw die bijna blind in wankel evenwicht haar handelingen deed en daarbij steeds, door de drukte, iemand belaagde met uitgestrekte handen aan een touw, of met zwaaiende gewichten, een mijnheer met een strakke bierbuik, dat wist ik niet, dat dat ook strak kon zijn, die zijn hele gewicht vrolijk en hijgend in de strijd wierp en achter elkaar een indrukwekkende hoeveelheid conditie verhogende handelingen uitvoerde, de mevrouw die hoofdschuddend haar weg zocht tussen ballen en beenversterkers, het schuifelde zich in het zweet.

dokter levertraan

Onwennig had ik me aangemeld. Gelukkig mocht ik eerst zeven minuten roeien en daarmee observeren welk vlees er in de kuip was. De therapeute had een duidelijk beeld wat ze wilde doen om arm en beenspieren op te krikken en met deze eerste oefeningen verhief ik moeizaam het gewicht, ondanks dat ze me nogal laag had ingeschaald. Niet zo verwonderlijk, want na elke oefening parelde er wat zweet op het voorhoofd en was het schurende hijgen niet meer te onderdrukken. We gingen intensief aan het werk en soms gaf ik mezelf een toegift van tien extra, omdat ze dan bezig was met de aandacht te verdelen over anderen.

Het maakt dus wel degelijk uit of je tien jaar ouder ben, ook op latere leeftijd en zeker als de kwalen de overhand nemen. Er zijn mensen die nooit wat mankeren, of die het meesterlijk kunnen verbergen. Ik vraag me af hoe men dat dan doet. Hoe ik het ook wend of keer, hoorbaar ben ik, vanaf de aangedane longen, altijd.

Ineens moet ik denken aan een oude kennis van lang geleden, die met gierende ademhaling zijn woorden uitstootte en hoeveel moeite het me kostte om door het geluid de schoonheid van zijn woorden te vinden. Geen handige herinnering als je in het zelfde vaarwater bent gekomen, want vooral het beeld van de weerzin stond helder voor de geest.

068-001Stara Baba

‘Het kan verkeren, zei Bredero’ orakelde mijn moeder als we ons in een positie bevonden die narrig was. Jammer dan. Zo is dat. Soms moet je de zaken nemen, zoals ze komen. Verzet heeft weinig zin. De volgende keer ga ik me richten op de gezichten achter de kwaal. Dat zou wel eens een openbaring kunnen worden. Want ooit, nog niet zo lang geleden, zaten ze in mijn schuitje. Ik wacht nog even met de inhaalslag, maar zie er wel de betrekkelijkheid van in. Het is wat het is, maar het doet niet af aan karakter. Twee keer per week deze pas op de plaats en daarna de overpeinzing. We zien wel waar het schip strandt.

 

Uncategorized

Een droom komt uit

Warmte mis je vooral, als ze er niet meer is. De hele zomer lang, maanden achter elkaar, was het tropisch warm te noemen. Heerlijke lafenis aan zon op je toet, het lome lanterfanten. Vanzelf komt het gevoel dat niets moet en alles mag. Met regelmaat was het te warm om wat te ondernemen. De onrust is binnen komen sluipen met de eerste herfststormen die sinds een paar dagen een feit zijn. Onstuimig weer brengt dat met zich mee.

Wind is heerlijk, het waait je om de oren, het veegt de kop schoon. Alle knorrige spinsels die zich daar ergens ophouden, tot in de verste krochten, veegt ze met fikse zwiepers eruit. Geen weer om lang buiten te zijn. Dus kwam gisteren schoonzoon met kindlief binnengewaaid. We zouden naar een voorstelling gaan in Pantalone. Het griezelgehalte hadden we weggenomen door erover te vertellen. Het ging over een blij spook. De verwachting maakt het minder eng, maar toch nog heel spannend. Het uitte zich in een mengelmoes van diep wegkruipen op de schoot van papa tot stoere geluiden en een keer ondernam hij zelfs een actie door naar de stoel te lopen op de voorste rij. Dat was wel heel gedurfd en met drie tellen zat hij weer op zijn veilige plaats.

projecthoek

De kinderen om ons heen waren luidruchtig. De stem van de poppenspeelster was schel en bevatte aardig wat decibellen. Ik dacht aan mijn eigen eerste toneelvoorstelling. Ouder dan de kleine, een jaar of acht. We gingen met school naar een voorstelling van het Scapinoballet. Niet alleen was dat een primeur, maar ook de gang naar de Stadsschouwburg in het centrum. Ik keek mijn ogen uit. Het pluche van de stoelen, de dikke tapijten, de lampen, het duister, het enorme podium het was allemaal heel anders dan onze eigen jaarlijkse balletvoorstelling op de Biltstraat.  Het verhaal was een droom die uitkwam. Het gezelschap blonk uit door haar prachtige kostuums, grime en decors. Ademloos hing ik tegen het hele schouwspel aan. Ik was voorgoed verkocht.

Kinderen van nu hebben alles onder handbereik. Misschien wel te veel. Het hele bijzondere ontstaat als iets sporadisch gebeurt. De wetenschap dat je het misschien maar een keer in je leven zal meemaken, roept een bijzondere spanning op. De eerste film in het filmhuis, waar mijn vader films draaide voor de jeugd uit onze wijk. Het grote filmapparaat in het gangpad, de draaiende spoelen, het sonore gebrom, de boefjes die tot leven kwamen. Bewegende beelden, we hadden het niet eerder gezien. Het was een wonder.

Later was er de televisie bij de buren iets verderop. Toen ik mijn eerste mini-tv kon kopen, op kamers in Leiden, waren we de koning te rijk. Het werkte niet helemaal zoals het moest. Het sneeuwgehalte was hoog en er was veel gedraai aan de antenne nodig voor de ontvangst wat beter werd, maar we hadden bereik. Hetzelfde gold voor de bandrecorder. De enorme banden vol muziek konden naar believen worden afgedraaid, als het moest, uren achter elkaar. Omdat je nog wist hoe het leven zonder was, was de waardering oneindig groot.

Dat is nu anders. Het is luilekkerland met alles voor de hand. Bereikbaarheid, muziek, lekker eten, elke vorm van speelgoed. Alleen het theater blijft spannend. Daar moet je voor uit de comfortzone. Heel veel kinderen en emotie bij elkaar en het donker, dat nog net zo donker is, de verwachtingen die gespannen zijn, het decor, het licht, de magie van het spel, de poppen die tot leven komen. Er is eigenlijk nog niets veranderd. De verwachtingsvolle blik, de rode koontjes, de kleine hand in een veilige grote…Een droom komt uit.

Uncategorized

We gaan het zien en beleven

Scheveningen. Droomde ik nog van een glimp zee, onstuimige golven, woelige baren, het mulle zand. Al bij aankomst viel het hele beeld in het water. Letterlijk, zoet weerbarstig regenwater uit morsige vegen in een zwaar en rustiek donkergrijs gevat. We snelden van auto naar kerk en van kerk naar kerk, haastten de verleidelijke winkels voorbij, allerlei koorleden naast het Scheveningse koor in klederdracht spoedden zich door de straten. Er werd gelachen, gegild, gepraat, gefluisterd en zwijgend gehaast. Koffie bij de oude Kerk en dan snel het overkoepelende hemelsblauwe in. Kerken breien recht aan koren met hun galmende klankkasten. Omfloerste ogen bij de herkenning: ‘Ik kan het niet alleen’. In de wagen sliep de kleine zijn onwetende schuldeloze slaap…’Somebody to love’ zong zijn moeder. Niets was minder waar. Zijn lippen krulden wat. De toehoorders stonden nagenoeg stil. Ik kan het niet, moet bewegen, alsof de noten in mijn voeten kruipen. Dansende kistjes of het gepast is of niet, ze kunnen niet anders.

0141.jpg

Het eerste koor dat me na aan het hart lag, was WANQ. We Are Not Queen en we zongen Queen. Alle nummers. Hoe fijn was het om koorlid te zijn. Ik ben een meezinger, geen meeloper, maar ook geen solist. De stembanden zetten zich open bij veiligheid, dat alleen maar versterkt wordt door andere stemmen er om heen. Daardoor klinkt het mooi, ook in mijn hoofd en durf ik vol uit te halen. Het zingen bij the Otherside vergde veel meer. Op een podium torende je boven de mensen uit, maar bij bekend repertoire werd de vrijheid voelbaar. We rockten de sterren van de hemel, door het enthousiasme en de lol. Dat was vooral de kracht.

143

Tijden veranderen, zinnen verleggen zich. De stilte is ingetreden, maar het wordt weer tijd voor een vocale periode, bedacht ik gisteren toen ik het stel daar zo veel vreugde zag putten uit hun samenzang. Niet alleen de zang maar ook het podium opende mogelijkheden. Hoe vaak heb ik niet opgetreden, met band, straattheater, toneel. Ik stap de planken op en er schuift een ander in mij. De een weet soms niet eens wat de ander heeft gedaan of gezegd. Er is een fluïdum rond podiumgang en publiek, een heerlijke bubbel, waarin alles mogelijk is. Geen berg te hoog, geen zee te diep, sterren binnen handbereik. Het klopt allemaal. Alles valt op de juiste plek. ‘Go with the flow’ is letterlijk haalbaar.

Improvisatie gaat op rolletjes. Een vaste tekst tijdens toneel is een groot obstakel. Een woord verkeerd en de zin rolt er nooit meer uit. Ooit speelde ik een Franse non, ik had elke zin van de Franse retirade erin gestampt, maar tijdens de optredens, schoof er een woord onder vandaan. Daar stond ik even, te lang voor mijn gevoel, met de mond vol tanden. Ik speel toneel zoals ik schilder, vanuit de losse pols.

draak

Ooit, tijdens het kamptoneel, werkte ik met een ouder die in onvervalst plat Amsterdams de meest lange recitals kon geven. Een waterval, een woordenstroom die niet te stuiten was. Maar als aangever had ze het juiste zinnetje van haar tegenspeler nodig en als die niet kwam, bleef het stil. Het vergde dus nogal wat van twee kanten. Ze zette meesterlijk het onvergetelijke bedroefde Nijlpaard neer met Amsterdams accent en de niet te evenaren slaperige draak. Ze kwam, zag en overwon. Het podium behoorde haar toe.

Het heeft voeding nodig, een mens heeft voeding nodig, een beetje voetlicht, een schijnwerper hier en daar. Het optreden is een denkbeeldig klopje op de schouder, het oogsten van de roem op kleine schaal, dat waar een mens door groeien kan. Kortom, tijd voor een nieuwe stap. We gaan het zien en beleven.

 

Uncategorized

Ruimen

Weer twee tassen  naar de kringloop gebracht. Langzaam komt er ruimte in de gang, waar ik alle overtollige tassen vanuit de huiskamer naar toe had gesleept. De mensen daar waren bijzonder in hun nopjes met de driedelige serie ‘De volledige handwerken’, waarbij ik tot mijn grote schande moet bekennen, dat ik die nog nooit, alle jaren niet, ingekeken heb. Plankvulling.

Ooit heb ik gordijntjes gehaakt en waarschijnlijk ook best volgens een patroon. Groene gordijnen met koperen ringen om door de roeden te steken voor het raam. Planken erboven. Het was de tijd van de groene vingers en de planten voor het raam. Hier en daar een oranje accent en veel bruin. Grote monstera’s, Asperagus met natte voeten, net als de papyrus, de Cissus groeide tegen de klippen op. Chinese lantaarntjes staken een licht op, Hedera’s en Fatshedera’s bevolkten tot in de kleinste uithoeken de kamer. Jute en kurk overheersten en  het pluche van de rode tafelkleden liet grootmoeders theekopjes wankelen. Worteldoeken hingen over elk plantentafeltje en gehaakte kleden met kralen over de lampen dimden het licht en brachten de sfeer. De kamer was vol met veel.

scannen0015

De boekenplanken puilden uit. In de loop der jaren waren er overgangen naar een moderner interieur. Er kwam een behoefte aan het licht. Wit en strak, met een minimalisme aan plant en meubels. De piano nam veel ruimte in, het enige bruine hout wat er nog stond. Meubels kregen een kleuraccent, het werd feng shui avant la lettre. Zelfs aan de muur hing een grijswitte zeefdruk aan de deur gekocht van een arme student van de kunstacademie. Dat zei hij toen en keek er zo spits en lijdzaam bij, dat ik de beurs trok en 50 gulden neer telde. Het hart was snel geroerd. Er kwam meer aan de deur in die dagen. Jehovagetuigen op zondagmorgen, waarmee ik dan in discussie ging en waarbij ik mijn best moest doen om geen bakzeil te halen. ‘Vechten tegen de bierkaai’, zou Oma gemompeld hebben en dat was het.

Tegen de tijd dat het wit weer vergeeld was, luidde het een nieuwe periode in. Qua kasten werd het zelfs een blauwe periode, maar toen woonde ik al in een ander huis. Het werd er Picasso blauw en een huishouden van Jan Steen met muis in huis en vooral op zolder. De enige poes uit die tijd, Coco, uit België gesmokkeld, vond een thuis bij een ander, waar ze ook te eten kreeg. Tenminste, dat hoopte ik toen ze wegbleef, want de gedachte aan een plat poezenvelletje op de weg zou voor mij en de kinderen ondraaglijk geweest zijn.  Het huis zuchtte op haar vesten.

005.JPGruimen…

Het wonen op een flat was de verademing. Eindelijk een overvloed aan licht en ruimte en lucht om in al  haar schoonheid te aanschouwen. Nooit wil ik meer anders dan  vlak onder dat adembenemende schouwspel te wonen. Het versterkte het gevoel van onbegrensdheid. Ook daar wisselden de kleuren van mintgroen en wit tot dieprood, maar de planten zijn er pas weer sinds kort. Een Cissus en een chlorophilum hangen voor het raam. De palm spreidt haar bladeren in een hoek. Vorig jaar breidde ik een das van okergeel en van de wol die over was kreeg de Cissus een zelf gehaakte hanger. Alles gebeurde op de bonnefooi, zonder in de dikke handwerkboeken te kijken, dus weg ermee. Er is over nagedacht. Het is overtollige ballast en een overbodige erfenis voor het nageslacht. Dát is het beste criterium om te ruimen.

Uncategorized

Geen woorden meer

Het is zo’n overpeins-de-dingen-nacht. Ze komen aanvliegen in zwarte wolken en laten geluiden los, die een plek moeten krijgen, of roepen vragen op die antwoorden behoeven. Het was een drukke dag. Heel veel indrukken werden bijgeschreven, de bloemenpracht op Kasteel Groeneveld, vriendin, de grijze golf der bezoekers, het laveren tussen de mensen door, het uitrusten, het heerlijke eten bij lieve vrienden in een fraaie traditie van ontmoeten, de onrustige geluiden van de nacht.

Ik peins over een vrouw, die gisteren struikelde en viel en daarna kermde zoals een kind jammeren kan, schier ontroostbaar en als vanzelf blijven de gedachten steken bij dat andere leed, waar ik ’s morgens al de eerste berichten over las en waar Nederland van na gonst. Meer dan ooit had ik gewild, dat tijd terug gedraaid kon worden. De aannemelijke veiligheid dreunt na op haar vesten, iedereen die een kind achter moet laten in de handen van een ander, weet zich nu in alle staten. Wat gewoon lijkt, blijkt de kwetsbaarheid ten top.

Tegenstellingen op een dag die bijna te groot zijn. Schoonheid versus rouw, warmte van elkaar versus dit afgescheurde leven, de wereld draait door, ook bij klein en groter leed , maar de wijze waarop dit voorval zonder beelden helder voor de geest schuift, maakt dat het in volle hevigheid binnenkomt. De wind giert in hoge tonen om het huis als droef protest. Elk woord schiet te kort.

099.jpg

Het lukte om het steeds weer even weg te duwen,  te genieten van het etentje, de herinneringen, de aandacht, de lieve genegenheid. ’s Morgens was de bloemenpracht de afleiding. De statige oude kamers met bedwelmende geuren doortrokken, de kleuren in harmonie of fel contrast, levende schilderijen kwistig rondgestrooid en een vijver van tere oranje lampionnetjes, waarboven een waterval van fresia’s en nervige oranje blaadjes. In alle kamers is er een explosie van kleur en geur, soms uitbundig of zelfs bombastisch, soms een harmonisch ton sur ton of gelijkgestemde tinten. Ik wieg er mijn gedachten op als troost, weef een bed van schoonheid om het oneindige droeve als de omvang ten volle wordt binnen gedragen door de herhalingen op het nieuws ’s avonds. Bij de wandeling naar de kleine blauwe stond midden in het park de dode boom en wierp grillig de schaduwzijde op.

In de nacht is er de onstuimigheid van het weer, de opkomende stormachtige antwoorden van de natuur, een knal in een container, een ondefinieerbaar geluid. Het zorgt ervoor dat het piekeren blijft. De ouders, de machinist, de familie en vriendenkring, het vechten voor het leven door het meisje en de bestuurster, alle inzittenden in het compartiment dat in botsing kwam, de omstanders bij de spoorlijn. Dat ene moment, dat je hart bevriest en je voeten aan de grond genageld blijven staan. De hartverscheurende onmacht. Al die mensen gevangen in dat éne ogenblik, een tel van een seconde, dat het leven zal veranderen. Indringend en overheersend is de breekbaarheid.

Als het mij niet los laat, die het in woorden heeft gehoord, hoe moet dat dan voor al die anderen zijn. Ik probeer het donker glad te strijken, kussens te schudden, maar slaap is niet mogelijk zolang het beeld op het netvlies blijft dwalen. Met het benoemen daalt de werkelijkheid neer. Geen woorden meer.

Uncategorized

En oogsten

Gisteren kon ik eindelijk weer naar de fysiotherapie. Na de gekneusde rib en daarna de gekneusde teen was er werk aan de winkel. Dat een en ander minder soepeltjes ging had ik al in de gaten. Het niet bewegen brengt grotere schade aan dan een mens kan bevroeden. Vorige week, bij het bezoek aan de tuin en de grasmaaier, was het een gotspe om het postzegeltje paradijs gemaaid te krijgen. Dat lag echt niet aan het feit dat de woelmuizen er een geheel eigen spannende invulling aan hadden gegeven,maar het was mijn eigen conditie, die sinds het hele ziekteverloop tot nul was gedaald. Vallen en opstaan, dat hoort er kennelijk bij.

013.JPG

Ik nam plaats in de wachtkamer. Er zaten twee mensen. Pas toen ik goed keek, doemde bij een van de vrouwen door de rimpels en het grijze haar heen, een gezicht op van lang geleden. We raakten aan de praat en omstandig en luid vertelde ze van de pacemaker die ze gekregen had. Tegelijkertijd schoof ze haar blouse naar beneden, zodat ik de witte pleister kon aanschouwen. Het uitspinnen van het hele verhaal ging in geuren en kleuren. Haar hele doopceel kwam langs. Zo gaat dat bij sommige mensen. Je geeft ze een vinger en ze nemen de hele hand. Ik had stof genoeg om een boek te schrijven. Binnen vijf minuten kende ik alle perikelen van het gezin en haar levensloop.  De fysiotherapeute kwam me verlossen.

Later las ik in de Zin het allerlaatste doorkijkje van zijn interviews met de interviewer himself, Rick de Leeuw. In mijn optiek is hij van grote klasse. Als ik iemand in de voetsporen van zijn geïnterviewden mee heb zien lopen, dan is hij het wel en daardoor ontstonden de meest prachtige, waarachtige verhalen. De ruimte die hij gaf om te mogen vertellen wat de beweegreden was om in het leven te staan, leverden legendarische intervallen en verhalen op. De sfeertekening was altijd zodanig dat je het gevoel had er bij te zijn, het mee te mogen beleven. De keuze van mensen lag qua beleving helemaal in mijn lijn, misschien was dat de reden, dat die maandelijkse lafenis werd wat het was. Herkenning, opdoen van andermans gedachtegoed, filosofische momenten, overpeinzingen die de moeite waard waren om eens mee aan de haal te gaan. Daarbij is Rick de Leeuw zelf een aardig en beminnelijk mens. Een loftrompet is hier op zijn plaats.

001

In dit laatste der Mohikanen staan de pareltjes op een rij. Een paar bladzijden vol levenslessen, voor elk wat wils. Dat is de kracht van een goede gespreksleider, die zo’n vertrouwelijke sfeer weet te kweken, dat je vergeet dat er een wereld aan mensen over je schouder aan het meelezen zijn.

Dat was het opmerkelijke gisteren in de haast lege wachtkamer. De luide toon waarop het gesprek plaats vond, gaf de andere wachtenden nauwelijks de ruimte om bij zichzelf te blijven. Het had het zelfde effect van een gesprek in een treincoupé of bus. Je wordt gedwongen mee te luisteren, de woorden vliegen naar je toe. Luid en overduidelijk en er zijn geen ontsnappingsmogelijkheden. In de supermarkt loop ik snel naar een ander schap of zoek mijn eigen stilte wel. Ik sprak weliswaar met gedempte stem terug, maar maande niet tot stilte. Misschien wel om het verhaal zo puur mogelijk aan te horen. Nelleke Noordervliet zei het bewonderenswaardig in haar verhaal met Rick: ‘De medemens biedt ons de mogelijkheid om met een ander paar ogen te kijken naar de wereld om ons heen. En als die medemens een open blik en een mooie geschiedenis heeft, is hij of zij een schatkamer vol nieuwe inzichten.’

Als je bij ieder verhaal dat je ter ore komt daar gehoor aan kan geven, krijgt het leven een andere dimensie. Ieder vogeltje zingt zo hij gebekt is en overal valt een hernieuwde kijk op hele of halve waarheden uit te filteren, dwars door alle uiterlijke vertoon heen. Met open blik en open oor de dag in en oogsten.

 

Uncategorized

Stof tot nadenken

Het was niet de zonnige zomerse dag die ons beloofd was. De oorzaak was de wind, die aan de warmte likte en trok en ervoor zorgde dat het vestjesweer bleef. Met zuslief reed ik richting Den Bosch naar de tentoonstelling van Kamagurka en Manish Nai in het NoordBrabants Museum.

Buiten de prachtige vestingswallen hadden we een plek veroverd voor de Kleine Blauwe en liepen genietend van zon, weidse uitzicht en wind richting centrum. Op de markt die tegen de St Jans kathedraal lag aangeschurkt, waren werklui de grote witte koepeltenten aan het slechten. Hun stemmen klommen hoog de oude platanen in en het dreunen tegen de ijzeren steunpalen bracht een sonore trilling te weeg als er telkens weer een onderdeel uit elkaar werd geslagen. Ze hadden het bovenlijf ontbloot en werkten zich zichtbaar in het zweet. De weg naar het museum knipoogde vriendelijk in de ochtendzon.

Een gedicht op de muur opende de weg naar beleving en de betrekkelijkheid der dingen

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

(Uit ‘Schoolslag’ van Herman de Coninck, 1994)

Het zorgde voor een extra dimensie bij het bezoek en een verscherpte waarneming, We moesten de grote tassen in de kluis stoppen en hannesten wat met kaarten, passen en fototoestellen. Het was tijd voor koffie en een Bossche bol. Die kregen we, op de vraag om twee vorkjes erbij, doorgesneden geserveerd. Ergens achter in het hoofd zoemde het en werd bij het zien van het doorgesneden slagroombommetje de kwinkslag naar een equivalent van de Maagdenburger Halve Bollen gemaakt. Ooit gaf de heer Zijlstra daar in 1965 een demonstratie van en sedertdien is het concept niet meer uit het hoofd geweest.

0271.jpg

We dwalen door de zalen en luisteren hoe een museumdocent de liefde voor de kunst uit een groep weerbarstige tieners trachtte te peuteren. Op haar herhalende vragen gaf voornamelijk de docent van de groep antwoord, terwijl de goegemeente zich van het ene op het andere been verplaatste en onze handelingen nauwkeurig volgden. Het leek me dat ze bij Kamagurka wel succes zou hebben. Kunst die aanspreekt in kleur, vileine grappen en maatschappijkritisch schoppen tegen heilige huisjes.

087Kamagurka: De cholesterolifant

Het werk van Kamagurka, kende ik voornamelijk door zijn absurdistische films met Herr Seele uit de jaren 80. Zijn spraakmakende strips kwamen in diverse bladen voorbij. Ook hier voert het absurdisme en het choqueren de boventoon en het is bijna nog boeiender om de reacties van de bezoekers te bekijken. Daar viel heel wat aan af te lezen. Van afgrijzen tot adoratie en alle gradaties die daartussen lagen. Zijn variaties op het spiegelei , verspreid over de verschillende zalen, zijn een vondst. De cholesterolifant een voltreffer bij de lijdende grijze massa.

078.JPGManish Nai

Manish Nai voert ons de kleurrijke wereld van India binnen. Het kleine jongetje van lang geleden, dat opgroeide tussen het verstel-en inpakwerk van zijn moeder en met een vader die handelaar was in textiel, kreeg de ideeën als een natuurlijke habitat mee. Het huis lag vol met opgeslagen samples van textiel en verpakkingsmateriaal, een voedingsbodem pur sang. Manish Nai wist dat om te buigen door het oude nieuw leven in te blazen met het abstraheren van het materiaal. Aanvankelijk nog met kleine en grote installaties met hout en draperieën, krantenpapier, en karton in elkaar geperst tot pulpsculpturen, later nog meer met de nadruk op het materiaal zelf door de kleuren te minimaliseren.

111Manish Nai

Het indigo bijna zwart, het staaldraad in grote lappen met grijze hallucinerende vormen, een niet aflatend boeiend schouwspel dat de aandacht triggert en vasthoudt. Wat een openbaring als niet alleen vorm, maar vooral materie de toon aangeeft.

Het toetje in het designmuseum den Bosch ‘Food is fictie’ en de bewustwording daarvan is te veel. Er kon alleen nog een verlate lunch bij. De wind blies ons dwars door de oude vestingsmuren terug naar de kleine blauwe met, letterlijk, veel stof tot nadenken.

Uncategorized

Glansrijk gewonnen

Ik had gisteren iets eigenaardigs. Ik reed op een weg waar je 80 mocht rijden, maar bij de dorpen die er tussen lagen vijftig. Ik hield me braaf aan de snelheid, er was geen haast. Er zat een zwarte Kia achter me. Ze reed dicht op mijn bumper. Ik moet me altijd inhouden om niet mee te gaan in het kinderlijke hinderlijke, dacht aan de woorden van mijn wijze oude vriendin van lang geleden en ergerde me niet. Maar ze viel me wel op. Ergens in de buurt van een dorp had ze er kennelijk genoeg van dat ze in dit overvolle Nederland niet in staat was om eens lekker door te gassen en bij een ononderbroken dubbele streep stoof ze met vliegende vaart langs me heen, wees op haar voorhoofd en belandde enkele meters later achter de volgende voorganger. Ik voelde een lichte triomf. Dat moet ik bekennen.

Arme zij met de dansende paardenstaart van verontwaardiging. Ze had vast haar dag niet. Misschien waren de kinderen wel alleen thuis of had ze het gas laten branden. Misschien moest ze er een van het dagverblijf halen en was ze al uren te laat. Je kan het zo gek niet bedenken of het zou haar ongedisciplineerde ergernis kunnen vergoelijken. Het was voor mij lang geleden dat mensen op een dergelijke manier reageerden. Het was ook lang geleden dat ik op een dergelijke tweebaans weg had gezeten, een lang lint van kilometers, waaraan aan de snelheid van de voorganger niet te ontsnappen valt. Ik moest denken aan een voorval met de zussen in de Ardennen en schoot in de lach.

019

Daar reden we op een landweg achter een tractor, die geenszins van plan was om zijn slakkengang aan de kant te zetten en het lint auto’s dat zich achter hem gevormd had voorbij te laten gaan. We hadden geen haast, maar we besloten toch om een willekeurige zijweg in te slaan. Altijd leuk, zulke onverwachte wendingen. We reden door kleine dorpen en trachten op de bonnevooi de weg weer terug te vinden ten einde de tractor ver achter ons te laten. Kraaien boven het veld, smalle weggetjes, een heerlijk zonnetje en doortuffen. Wat wilde een mens nog meer. We hervonden de landweg, lachten in ons vuistje omdat dit snode plan ten uitvoer hadden gebracht en…zagen tot onze stomme verbazing vlak voordat we de weg op wilden draaien dezelfde tractor langs komen tuffen. We hadden een les gekregen in de zinloosheid van de haast.

fien affiche 3

Op het laatste stukje naar huis passeerde ik de vluchtende Kia. Wat zou ze gedacht hebben. De paardenstaart danste niet meer. Voortdurend had ze snel opgetrokken,  gepasseerd met grote snelheid en werd ze weer teruggeworpen in de tand des tijds. Einde van de middag, druk op de weg, veel vrachtwagens, geen tijdstip om te haasten.

‘Erger je niet, verwonder je slechts.’zong het in mijn hoofd. Het was een mooi tijdverdrijf om te bedenken waar haar haast vandaan kwam, terwijl mijn gang in alle rust in de vaart der volkeren mee deinde. Het verhaal in het hoofd werd almaar groter en vormde al bijna een hoofdstuk van het ongeschreven boek met de werktitel: ‘De jakkerende paardenstaart’.

Het voelde goed. De Happinezzen die ik op de hobbymarkt had beloofd af te geven,  hingen in Schoonhoven aan de deur, de volgende tas met Boekie-Boekies gingen naar de plaatselijke kringloop, de zon scheen. Thuis wachtte de bank, de koffie en Pluis. Ik had het spel Mens-Erger-Je-Niet glansrijk gewonnen.

Uncategorized

Vannacht droomde ik de wereld groter

Ik heb dit weekend iets gedaan, waar ik eigenlijk nooit tijd voor inruim. Ik ben naar een hobbymarkt geweest. De kleine wereld noem ik het. Daar vind je, op schaal, de tekenen van overtuiging en zielsverwantschap, die maken dat mensen achter en mensen voor de kraam een kunnen worden met een onderwerp. Op het fanatieke af wordt een hobby beoefent en doorgegeven.

001.jpg

De kracht zit in het product. Een goed product behoeft geen opsmuk. Het verkoopt zichzelf. Met verbazing neem ik in ogenschouw waar de rest van de mensheid mee bezig is geweest in de tijden, dat ik fulltime aan het werk was. Er is een leven naast de arbeid en hier liggen daar de overtuigende producten van. Ik ben aan het ruimen in huis, dus extra kritisch op ruimtevullers en plaatsinnemers en, daar zit de kneep, heb eigenlijk niets meer nodig. Mijn kledingkast bevolkt aan jaren voor kleding, mijn boekenkasten zijn, zelfs na de laatste ruimactie, nog steeds volledig gevuld, mijn beelden en beeldjes waar hartverwarmende herinneringen aankleven zijn voor de helft al opgeborgen in plastic bakken. Het levert wel nieuwe ideeën op, een lumineuze ingeving en bezieling.

003

De dag daarna bezochten we op de valreep nog een miniem stukje van de Utrechtse Uitmarkt en kwamen bij ArtUtrecht terecht op de Neude. Dat was laven op hoog niveau, met name ook qua kwantiteit aan moderne kunst. Tussendoor waren er aandoenlijke acties. Een mijnheer liep rond met een hele kruidentuin om zijn middel. En vlakbij stond een container met een en crowdfunding voor de kromme uitgedijde groenten en fruitexemplaren, die in de handel doorgedraaid worden, omdat ze niet aan het gemiddelde equivalent beantwoorden, recht en strak van lijf en leden. De praatjes met de mensen die zich daar mee bezig hielden, bleken onderhoudend en zinvol, maar ook interessant en voedend.

015

Midden in het stadse tumult een gesprek aanknopen over de wonderlijke zaken van het leven geeft een extra dimensie aan het verhaal. Daar staan mensen met passie en uit volle overtuiging te vertellen waar ze de mensheid voor willen behoeden, namelijk het doordraaien van kostbare voeding, de kleurrijkheid van het individu, die niet past in de afgemeten groentekisten, de paradijsvogels onder het groeizame met hun eigenzinnige karakter.

012

Ze maken er een dominospel van, waarbij je niet dezelfde plaatjes bij elkaar moet zoeken maar twee wortels met afwijkende vormen, of twee aubergines die in de verste verte niet hetzelfde zijn, komkommers die in niets op elkaar lijken. Alleen al de gedachte voedt en maakt warm. Een bewuste strijd tegen de overvloed en de verspilling, een pleidooi voor de uitzonderlijke rijkdom van moeder aarde. Eigenlijk gaat het ook over de mensheid zelf en haar uitzonderlijke persoonlijkheden en mijn gedachten nemen een vlucht in die richting.

Over vergankelijkheid en leven gesproken, er was nog een container met Burning Art, het was te druk om lang naar het dansende vlammetje te kijken in de schemerige half dichtgeschoven container, maar wat had ik graag een half uurtje daar gezeten omdat het geniale idee alleen al verwondering wekte en de vonk een eigen leven leed, als  in het sprookje van Strohalm, kooltje vuur en boontje van de gebroeders Grimm.

Het waren twee totaal verschillende invullingen van tijdsbesteding. Passie proefde ik bij beide, geloof in een eigen product, vindingrijkheid en bovenal weer een wereld aan nieuwe associaties en een bron van inspiratie. Vannacht droomde ik de wereld groter.

 

Uncategorized

Thuis, op school en in de groep

Het was een spontane actie geweest, na een bezoek aan verhuisde oud-leerlingen, die drie turven hoog waren, dus niet ouder dan dat, en hun ouders. Het leverde buiten een succesvolle ontdekkingstocht op het verre Schokland en het mooie Urk ook een belofte op voor een reünie. Wat een verbondenheid groeit er tussen kinderen, ouders en ons, groepsleiders, als harten worden opengezet. Ze werd over de zomervakantie heen getild en gisteren was het zover. Ik was wat later.

037

De kleine blauwe prins was net ingeparkeerd of de kinderen stonden juichend rond de auto, dikke knuffels en klaar. Ziezo. Het weerzien poetste met het grootste gemak een heel jaar weg. Het viel stuk in de blikken, de handelingen, de geanimeerde gesprekken en alle contouren van de warme saamhorigheid in de laatste dagen van ons vroegere samenzijn werden weer helder als glas. We waren een pact geweest, verbondenheid door de opstomende veranderingen en de wens het eigenlijk niet te willen. Soms neemt het leven haar beloop en is acceptatie met pijn een feit. Gemis was voelbaar. Allemaal even stevig knuffelen en genieten van wat ooit was, in de wetenschap van een band die altijd zou blijven.

Met de geroosterde marshmallows op open vuur en de recital van de lieve kleine filosoof op de gitaar was het Jenaplangehalte hoog. Er was een moment van bezinning. Die kwam met de benjamin van het stel, die te midden van het feestgedruis, waar alle toeters en bellen los gingen, het vuur, de rook, de twee bbq’s waar hard aan geroosterd werd, met een gekoesterde wens, een stuk taart op het kleine bord, plompverloren in het gras ging zitten. In opperste concentratie trok hij de wereld in van zijn eigen luilekkerland en proefde met zichtbare gelukzaligheid het zoete hemelse op het puntje van zijn tong. Voorzichtig lepelde hij, zonder op of om te kijken, de hele lekkernij lang, zijn verovering naar binnen. Een bijzondere ontmoeting met een staaltje van bezinning en bewust handelen.

Het werd een avond van ‘dat, wat was’ in hun prille jeugd, vliegertjes als aandenken en het hele arsenaal aan liedjes dat ooit hoorde bij het grote verjaardagsfeest op school, voor ieder kind weer, met muis en het onovertroffen lied van het feest, dat ooit in de apen werd gezongen en later in de eekhoorns in drie sterktes, een voor mol op fluistertoon, een deftige variant en een voor opa’s en oma’s die verder weg waren dan het licht en navenant dus op sterkte, zo hard dat de sterren naar beneden vielen. Met volle overtuiging gooiden ze hun hele ziel en zaligheid erin. Daarna buitelden de liedjes over elkaar. En die van dat meisje dat huilde, van de koe, van maantje, die tuurde en…Herinneringen werden werkelijkheid. Het grote Nu, ‘perpetuum mobile’, om straks weer te koesteren. Een warm bad voor iedereen.

Nostalgie op hoog niveau, zeker, maar ook een blik op wat straks weer komen gaat. Hun gevecht tegen de teloorgang van wat ooit zo’n belangrijk deel in het leven was geweest en waar iedereen op een eigen manier een vervolg aan had gegeven was de grote kracht van die avond. Een onverwoestbaar optimisme en het gevoel familie te zijn door de gesmede banden. Zo kan het dus ook. Onderwijs maak je sámen met hecht ‘driemanschap’. Het kind, de ouders en de groepsleerkracht. Drie belangrijke pijlers voor ruimte in de ontwikkeling en de basis die een kind nodig heeft om zichzelf te mogen zijn. Thuis, op school en in de groep.

 

Uncategorized

Haar beste volgers

Een herinnering komt boven sluipen. De beelden ontvouwen zich als een droom: ‘Ik loop in de gangen van het Bejaardentehuis Titus Brandsma in Utrecht-Overvecht. Ik ben op weg naar de kamers van mijn ouders. Eerst de pas erin. De deur is niet op slot, maar de vogels zijn gevlogen. Het is rond koffietijd dus een optelsom is snel gemaakt. Ze zijn naar de Saloon, waar de koffie geserveerd wordt.

Als ik de klapdeurtjes open, zie ik ze al zitten, maar…Er is een zangochtend. Mijn vader zit in zijn gebruikelijke houding. Iets in elkaar gedoken, scheef gezakt naar zijn onwillige zelf en mijn moeder staat en zingt uit volle borst mee. ‘Een karretje op de zandweg reed’. In volle galop glijden we mijn jeugd binnen en de liedjes van de vaat, vierstemmig met de zussen, trekken voorbij. In het groene dal bloeien de bloempjes nog steeds uitbundig. De waterval komt bij mijn vader vandaan. De tranen biggelen over zijn doorgroefde wangen. Hij zwabbert met de grote zakdoek langs zijn ogen. Zijn neus wordt roder en groter en het is een aandoenlijk gezicht. Ergens diep van binnen begint het te borrelen. Met de eerste zangnoten van mijn kant sproei ik lustig met mijn vader mee.’

031tijdens de Voice…Krabbelen in het dagboek.

Gisteren keek ik naar The Voice Senior. Het is zo’n duizend dingen doekje. Je kan er mee praten en breien. Ik teken in mijn dagboek en luister naar de zoetgevooisde stemmen. Bij het minste of geringste, een trilling in de stem, een valse noot, een uithaal alsof het leven er van afhangt, kijk ik en voel mee. Een deel van mij blijft steken op de emotie terwijl de rest kritisch wikt en weegt. Zodra er een snaar geraakt wordt, de dichte ogen, een vertwijfelde oogopslag, een bevende hand, wellen ze weer diep van binnen en weet ik dat ik net zo’n sentimentele oude dwaas ben als mijn vader.

Het is de keuze van het lied. Neil Diamond van voor zijn geloofscrisis, Amy Winehouse, die om vergeving smeekt, Oude soulmates met passie bezongen, Good old Stevie die om de hoek komt kijken, ze roepen als vanzelf een traan op. Ik hinkepink door mijn aquarelletjes heen, die er meer diepte door krijgen. Al dat zout nagelt ze aan het papier.

032…tranen

‘Dochterlief is vier, we lopen door het winkelcentrum. Overal schettert Sinterklaas uit de luidsprekers. Ik loop spitsroeden want als ik mee zou zingen, sla ik dicht. Dapper sta ik mijn vrouwtje al keuvelend tegen mijn dochter, die de kleurrijke wereld, de glimmers van de opgehangen cadeautjes, de poppenacrobaten aan het touw en de loslopende zwarte Pieten, gretig indrinkt. Buiten is het guur en binnen is het warm. Dé entourage voor een warme chocomel, straks als we thuiskomen. Daar komt een gitzwarte Piet aangehuppeld. Het is 1985. Mijn dochter in haar fluwelen rode jasje met de opspringende krulletjes ziet eruit als een plaatje, vindt mijn trotse moederhart. Piet vindt het ook. Hij roemt haar mooie kinderkoppie en vraag flemend of ze pepernoten wil. Bij het zien van die verwachtingsvolle blik in de kleine kooltjes, de wit gehandschoende hand met pepernoten bij het geopende kinderhandje breek ik en biggelen de tranen over mijn wangen.’

De pepernoten liggen alweer in de winkel. Veel te vroeg, want er moet nog een schitterende herfst volgen. De commercie likt haar lippen. Mijn kinderen zijn gelukkig groot. De eer van een kinderlijke ontmoeting, met die eerste sentimenten met de kleurrijke Pieten, bewaar ik voor de moeders en blijf op veilige afstand zwaaien en springen, voor zover dat tot de Oma-mogelijkheden behoort.

Het leven is één sentimentele reis en ik behoor tot haar beste volgers

Uncategorized

Hemelsblauw

Blauw, Blauw, hemelsblauw. De kat was van de schooljuffrouw. De juffrouw zegt”M’n kat is weer terecht” Poes, poes, poes, poes, poes-poes ‘. Ik dans op de woorden naar de auto, glij neuriënd naar binnen, doorsta alle dichtslibbende snelwegen met glans. Gelukzaligheid is mij ten deel gevallen, nu ik de tentoonstelling ‘Rhapsody in Blue’ heb gezien in museum Voorlinden.

Alsof het zo moest zijn, was de zon voornemens juist vandaag met kracht het prachtige landgoed in Wassenaar luister bij te zetten. Vriendin had haar telefoon bijna leeg getomtomd en zou een kwartiertje later zijn, Het restaurant was open, er was ruim plek op het terras, het kleurde er grijs van de vriendinnengroepen en mijn bleke vel koesterde zich in de opstomende warmte en in een ruime overpeinzing.

In de verte stonden de tenten met gebak. De studente die de kassa bediende van de museumwinkel grapte: First you bake it, then you make it’, toen vriendin vertelde van haar voornemen een van haar toekomstige cursussen te willen gieten in een ‘Wayn Thiebaud sessie’. Haastig werd dat idee weerlegd en schreef ze dat bakproces over. Ze zou het op een akkoordje gooien met de plaatselijke bakker. Iedereen gelukkig. Dan zou de slogan worden: ‘If you have beat it, you can eat it.’ Honderd taartjes om vast te leggen met penseel en olieverf, om daarna voorgoed te verdwijnen in hun vergankelijkheid naast dat eeuwige leven.

Blauw,  blauw, hemelsblauw was de lucht boven mijn hoofd en het wit/glazen strakke museumgebouw stak als een staaltje vakmanschap er tegen af. De buitenkant ademde met de tuin van Piet Oudolf evenzeer schoonheid als binnen. De E-ticket werd pas gescand nadat de tassen in het kluisje waren opgeborgen. Geen rijen, geen wachtenden, State of being zonder straf weer een keer. De prachtige grijzen, de spiegelwand, de mus en het meisje, Sluyters, de prinsesopdeerwtmatras, waar de erwt was uitgepeuterd. (Dit laatste geheel en al ten prooi gevallen aan mijn eigen brede fantasie, die paste bij de beelden in het hoofd), de man, het drietal, de levensechte naakte vrouw, de bewerking van de beroemde golf van Hokusai, het aapje, de uiteengevallen roos, de cola-vaas van Wei Wei. Nooit slaat de verveling toe en altijd vallen er nieuwe facetten te ontdekken.

Wayne Thiebaud wekt de eetlust, met zijn taarten en taartjes, maar blaast me van mijn sokken, door het voyeurisme in de ingefluisterde  levens van de jaren zestig met zijn mannen en vrouwen die ons bestuderen, terwijl wij nauwkeurig elk detail proberen te vatten. Zijn kleurgebruik, de herkenbare kledingstijl, stijfjes en vormelijk, met gekwelde of ongemakkelijke uitdrukkingen, een leven te gaan in een land van wetten en wetjes.

Met uitzonderlijk gebak en ijs in die versuikerde en onbegrensde en toch zo begrensde wereld. Het perspectief van zijn landschappen met de wegen die elkaar doorkruisen werken vervreemdend. Als ik later de foto’s terugkijk, ontdek ik dat ik ze vanuit een verkeerd perspectief heb waargenomen. Ze vragen om een vogelperspectief en hadden misschien wel liggend tentoongesteld moeten worden. Met al die lekkernijen is een ingelaste lunchpauze het enige alternatief.

Daarna breekt de hemel open in Rhapsody in blue. De rust die het uitstraalt. Alle tinten blauw. Ultramarijn, Kobald, Indigo, Pruisisch en Egyptisch blauw, Yves Klein blauw, Cereleum glijden naar binnen en nemen de waarneming over. Mondriaan aandoenlijk, Avery, van Dongen, Klein, Kapoor, Bourgeois, Kelly,  Fernhout en zo veel prachtige werken meer. Dat prachtige koele blauw dat krachtig neder daalt, dat warme blauw dat harten omarmt.

‘Blauw, blauw , hemelsblauw dokter is die kat van jou, nee mijnheer die kat is niet van mij…Poes, poes, poes, poes, poes’. dansen mijn voeten…Zoemt het in mijn hoofd.

Een spiegelende ervaring in Song Dong’s Through the Wall, onuitputtelijk door de zeggingskracht. Het spiegelend effect vertedert keer op keer. Als ik vriendin vang aan het trapje van het zwembadblauwe bassin, water zonder water onder water, is de koek bijna op. Er kan niets meer bij, Ron Mueck’s aandoenlijke echtpaar nog net en een opera in Serra’s sculptuur Open Ended bij verrassing gezongen door vriendin midden in de ziel van het monumentale klankbord. We zijn letterlijk door muren gegaan vandaag, maar voornamelijk hemelse muren, met deuren naar heden, verleden en toekomst.

Boven ons kleurt de lucht strakblauw als we naar de auto wandelen en ieder ons weegs gaat in het gewoel met dat allesoverheersende rijke gevoel van rust en een aangenaam verpozen. Hemelsblauw.

Uncategorized

Averechts

Er is een tijd geweest, dat ik  me graag versierde met wat zilveren opsmuk. Kettinkjes, oorbellen, armbanden, enkelbanden, doorgaans met Indiazilver of suède veters, kralen of anderszins. Geen dure dingen, ik gaf niets om edelstenen en mineralen in welke vorm dan ook. Een diamant maakt me niet koud of warm en goud vond ik helemaal niet mooi. Geen idee, waar ik die eigen smaak vandaan had, maar zo is het mijn hele leven gebleven.

038

Alleen wilde ik op een gegeven moment na een half leven geen oorbellen, armbanden en kettingen meer. Alleen de ringen konden me nog bekoren en dan het liefst één aan iedere ringvinger en verder niet. Het werden molenstenen om mijn nek en bleken gewichten aan mijn oren. Weg ermee. Ik weet ook nog precies wanneer. Het was in de dagen van de struggle for life, moeizame tijden, met weinig ruimte voor eigenwaarde. Geen opsmuk meer. Het leven was al ingewikkeld genoeg. Als men mij niet wilde zien, zoals ik puur was, dan maar niet. Een dergelijk soort gedachte stak erachter.

036

Gisteren haalde ik de kistjes van de kast. Daar pronkten de kromme ringetjes en de verwrongen oorbellen, bescheiden, maar aanwezig. Hippy wise. Achter elk stak een herinnering. Omdat ik ze had gevonden op rommelmarkten en in tweedehandswinkels en ik het bijbehorende scenario kon uittekenen. Slordig was ik er mee. Niet zelden was er maar één van de oorspronkelijke twee exemplaren, of de kettingen waren stuk, omdat het slotje van de schakels kapot was gegaan. Er zaten bedels bij die ik als kind bij elkaar had vergaard op verjaardagen. Telkens weer, ze moesten na ieder feest aan de schakels, tot die gevuld waren. Een beer, een eikeltje, een molen. Je kon het zo gek niet bedenken. De tand des tijds zat geketend aan onze kinderpolsen.

035

Later met de India teenslippers, de patchouli en de pofbroeken met Indiajurken kwamen de rinkelende enkel-en-armbanden. Kleine oorringetjes, ingenieuze ringen die in elkaar geschoven moesten worden. Ze lagen daar incompleet en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze door te schuiven. Later, straks, over een poosje, maar nu nog niet uitzoeken en passend maken. Pas als ik er weer aan toe was.

Ik probeer het weleens. Een ketting of oorbellen, maar ik hou het nog geen halve ochtend vol. Toen ik ze wel droeg, maakte ik me nooit op. Geen polonaise. Pure eenvoud. Later door het optreden bij het volksdansen raakte ik er aan gewend om lippenstift, oogpotlood en mascara te gebruiken. In een van de kistjes lag nog een krultangetje voor de wimpers. Hier sprak een ver verleden.

037Eyecatchers

In Zeeland waren we in een klein dorp bij een coachende verkoopster, die kettingen aanraadde als enige opsmuk, of juist kleurrijke nagels, of een opvallende ring bij de sierlijke snit van een jurk. Een echte eyecatcher. Heb voor de spiegel gestaan met de hele garderobe en dergelijke combinaties. Ik snapte wat ze bedoelde, maar wilde wat ik altijd deed. Sjaal om de nek en klaar met de opsmuk. Twee vaste lievelingsringen en gedaan met de versieringen. Dat ben ik, niet anders, het zou een rol zijn als bij een optreden van de band, waarbij vriendin en ik ons in leren rok, kek t-shirt, toeters en bellen  hesen. Drama op hoog niveau en met veel plezier, maar voor op de bühne.

100_0073

Mijn kloffies, mijn 60 deniers, mijn eigenste rok of jurk, een wijde broek, een grote trui,  met sjaal. Ieder vogeltje zingt zoals ze gebekt is. Deze zingt graag, maar op een eigen toon, wars van voorschriften van anderen. Sterker nog, daar word ik tegendraads van en dan is het effect averechts.

 

 

Uncategorized

Omwille van het grote niets

De agenda slibt dicht met allemaal leuke en afwisselende dingen, maar wel dicht. Ik zeg tot nu toe overal ja op, omdat het écht meer dan leuk is. Achter elkaar geeft het scherm van mijn Iphone het volgende aan: Een dag Voorlinden met vriendin, een reünie met de oude schoolouders en kinderen en collega, een bezoek aan de bloemkunst bij Kasteel Groeneveld met vriendin, etentje met vriendin en familie, cursusdag schilderen een keer in de twee weken, dag met dochterlief naar een optreden van het koor in Scheveningen, etentje met andere dochterlief bij het kleinste restaurant van Nederland, linosnede bij vriendin, etsen met vriendin bij vriendin.

038

Daartussendoor ben ik natuurlijk nog steeds bezig met het grote opruimplan hier in huis, zijn er de zorgen om de oude, die aan het afglijden is, moet een weekend gepland om het tuinhuis te slopen en evenzeer een weekend om het weer op te bouwen, gaat het schilderen weer beginnen met de dinsdagavond groep, is er een vriendin die extra veel aandacht behoeft, staat er ergens een vergadering met de redactiegroep van Mensenkinderen gepland, gaan vriendin en ik een verhaal verzinnen voor Sprokkelhorst, wil ik nog steeds de discipline op brengen om iedere dag te schrijven, heeft de briefwisseling tussen vriendin en mij nog geen aanvang genomen na de vakantie-stop, staat het schrijven van mijmeringen en de brieven van mijn moeder elke dag met stip bovenaan.

De vriendinnen zijn allemaal verschillende. Het ruimen blijft na het doorspitten van de tweede wandboekenkast doorzetten met de kledingkast. Alles wat ik lang niet gedragen heb, gaat er uit, ook al vind ik het nog steeds een grappig dingetje. Die nemen namelijk best wel veel plek in in de kast en het geheel wordt er onoverzichtelijk door. ‘Weet wat je hebt’ staat tegenwoordig in het vaandel. Het is een mooie lijfspreuk. Het betekent Inzicht, Overzicht en aangenaam Uitzicht. Daarnaast vallen er maaltijden te bereiden voor de zonen, indien mogelijk, daar zit geen moeten achter, en teken ik de dag op in het tekendagboek.

070-e1536736535256.jpg

Er is de noodzakelijkheid der dingen: twee keer per week fysiotherapie, de was, spelen met Pluis, de planten en er is een verlanglijst. Een bezoek aan de tentoonstelling van Manish Nai in het Noordbrabants museum, Vrouwen en ‘Van Gauguin tot van Gogh’ in het Gouds museum, ‘The Making of Modern Art’ in het van Abbemuseum, ‘Giacometti/Chadwic’ in de fundatie, ‘Earth Matters’ in het textielmuseum, weekend Etsen bij de grote meester Han van Hagen, schrijven aan de verhalen in mijn hoofd, vriendinnen ontmoeten, goede films zien, mijn boeken lezen, de leesclub opstarten met een goede vriend, fotograferen, met de zussen op pad, de natuur in, de kinderen, de kleinkinderen, het voetbal van de zonen…

011

Het verlanglijstje wisselt naar prioriteit en mogelijkheden. ‘Wat niet kan, vervalt’. Zo simpel is het. Niets is halszaak. Dat is de tweede lijfspreuk. Dat roept mijn vrijheid op, dekt ontspanning in, want anders zou een vrije situatie stress opleveren. Tussendoor mag het grote nietsdoen haar plaats innemen. Voor zover er tijd over is. Juist dat laatste is de waarborg voor het genieten van de andere dingen. Het grote niets zit verborgen in de dag, momenten die er altijd zijn, na het schrijven ’s morgens. Lummelen en lanterfanten met koffie en later douche, pillen en kwark. Het is de balans in het leven. Mijmeren met een grote M. Voor de broodnodige relativering en het kunnen blijven zien van de belangrijkheid der dingen. De lichtheid van het bestaan gekoppeld aan verwachting en patronen, kinderen en familie, vriendenkring, gedachtegoed en heel het leven binnen de marge ervan. Inzicht, overzicht en uitzicht en wat niet kan, vervalt…Omwille van het grote Niets.

Uncategorized

Medicijn tegen het chagrijn

Sinds het opruimen van de boekenkasten en het herontdekken van de Brievenschrijverij van mijn moeder, een hele map vol,  ben ik ze voor de familie digitaal aan het bewerken. Ze staan boordevol gedachten en beweegredenen van mijn moeder, naast alle maatschappelijke, voor haar relevante, gebeurtenissen uit die jaren zeventig, die op zich al de moeite waard zijn om te vernemen. Ze verhaalt van voorvalletjes, die ik allang weer kwijt was. Nu ik het herlees, weet ik dat haar vijf dagboeken een waardevolle voeding voor het geheugen zijn geweest. Met De Brieven word ik ook weer terug geslingerd in de tijd. Een been in het heden, een in het verleden en dan puzzelen de flarden zich weer tot één helder beeld. Heerlijk vind ik het. Al was het alleen maar om juist die dingen op te pikken, die in de hectiek van destijds, zoals werkdruk en de relatie, diep weggedoken waren of nooit opgepikt! Zo werkt dat nou eenmaal. Het bewustzijnsniveau van een jonge twintiger is toch weer anders dan die van een zestiger. De prioriteit verlegt zich.

023

Ik ben benieuwd wat de familie ervan vindt. De tand des tijds heeft nogal geknaagd aan het bolwerk dat er destijds stond. Relaties en situaties zijn veranderd. Woonomstandigheden, samenstellingen van gezinnen, gedachtegoed van die dagen zijn allemaal onderhevig geweest aan wat schrobberingen of nieuwe stappen. We zijn nu jaren ouder dan zij destijds. Toch voelt het senang, om die lieve overpeinzingen en de goede raad die met gulle gaven wordt uitgestrooid over ons prille starters te aanschouwen en weer eigen te maken. Ben ik een moeder als mijn moeder is de vraag die  er onder ligt en boven komt drijven. Bij lange na niet zo’n verzorgende. Ze had bij haar bezoek op 11 maart 1974 een voorraadtas met eten, waarvan ze dacht dat we er wel een dag of drie van konden eten. Het was een feit dat we een exorbitante huur moesten betalen voor de etage in Groenoord.

Afbeeldingsresultaat voor Het schaap veronica

We hebben sinds vandaag een app, die de drie dames heet en waarmee we afspraken maken, dochterslief en ik. Gezellig. Doet me een beetje denken aan de dames Groen, de dominee en het schaap Veronica van Annie. M.G. Schmidt, ook al zo’n illuster gezelschap. Ze ‘breien’ de dag letterlijk aan elkaar en verhalen van een tijdsbestek. Het schaap Veronica houdt de wol op en de dames Groen draaien de bol, letterlijk en figuurlijk om een jumpertje te breien of anderszins onder een gezellig keuvelen.  Ze poseren voor een fotograaf, ze bakken pannenkoeken, ze huren een paar tandems, ze kopen mokkagebakjes, bespreken het weer. De dominee vadert, de dames Groen moederen en het schaap Veronica slijt haar tijd in heerlijkheid.

Mijn moeder schrijft net zo, ze verhaalt van de visite die ze krijgt, de kleinkinderen, noemt alles wat ze lekker vindt en waar ze van geniet, bespreekt de geloofskwesties van de praatavonden van het vrouwengilde of de kerk. Langs haar neus weg, en vaker nog, tussen de regels door, duiken haar normen en waarden op en leer je waar ze de zin van het leven uitpeurt. Waardevolle prachtige momenten zijn die aantekeningen van mijn schrijvende moeder. Het is een gedetailleerd tijdsbeeld en een antwoord op vragen die zich in de loop der jaren steeds vaker opwierpen, haar manier van wikken en wegen en het rotsvaste vertrouwen in het geloof.

De wijze waarop ze de koffie wilde zetten bij ons, waarbij de wandkoffiemolen tot schootkoffiemolen transformeerde en vast liep, maar ook de Buisman ontdekte en daar ongelooflijk blij van werd, waren kenmerkend voor de blijdschap in de brief, die ik vandaag herschreef. In één adem werd het geloofsmysterie uit de doeken werd gedaan, met een vragend nieuwsgierig aagje van een broertje, die steeds het naadje van de kous wilde weten.

Ze zijn om te koesteren, die wijze overpeinzingen. Afstoffen, inlijsten en omarmen, zou ik zeggen, en doe er vooral je voordeel mee. Net zoals het ‘vergeten’ boek van het schaap Veronica, de dames Groen en de Dominee. Iedere dag een vers ‘Vers’ als medicijn tegen het chagrijn.

Uncategorized

Voorgoed in het hart gesloten

Een heerlijk voornemen zorgde voor een verlichte dag. Ik zou vriendin gaan verrassen  op de opening van haar expositie ‘Op vleugels’ in het atelier van Jacques Gorus in Antwerpen. Helemaal uit de lucht vallen deed het niet. Ik had het op een ‘misschien, wellicht, mogelijk’ gegooid. Het was voor haar afwachten geblazen. Zussen gepolst, maar die hadden allemaal elders bezigheden en ook de dochters en zonen konden niet. Daarom tufte ik in de kleine Blauwe Prins richting Antwerpen. De zon reed met me mee. Radio aan en gaan.

015

Het zou jammer zijn als ik slechts een uur zou benutten na de lange reis en na de musea en hun tentoonstellingen te hebben gecheckt koos ik voor Sanguines/Bloedrood in het HKA, waar Luc Tuymans het stoffige imago van barokmeesters als Caravaggio en Anthony van Dyck in een nieuw licht zette naast modern werk van, onder andere, Borremans, de Bruyckere en Murakami. Een vervreemdende invalshoek soms, maar het haalde de schaduwzijde van de werken weg en daardoor kregen ze nog meer betekenis. Natuurlijk stond ik met mijn neus op het meesterwerk van Caravaggio, om maar niets te missen van de toets, de kleuren, de details en ging er een alarmerende getuut door de zaal, waarop een van de bewakers met een sussend gebaar van zijn hand afstand maande. Het mondde uit in een kwinkslag en een knipoog.

033Caravaggio: detail

Een Koreaanse jongen, die tegelijk met me naar binnen was gelopen, kwam later weer op me toegelopen en vroeg me of ik ‘an Artist’ was. Helaas, mijn ontkennende antwoord deed zìjn schouders zakken en de teleurstelling was groot, na de moed die hij verzameld had om zo’n vraag te stellen. Even daarvoor had ik uitgebreid het werk van David Gheron Tretiakoff bestudeerd. Zijn Immolation I, II, III, IV lieten met een sigaret ingebrande voorstellingen zien op zijdepapier. Misschien kwam de jongen op het idee, omdat ik van dichtbij, veraf, erachter en ervoor minutieus het werk bestudeerde. Achteraf had ik spijt niet te hebben gevraagd, waarom hij het vroeg.

Het meesterwerk Five Car Stud van Edward Kienholz kon ik niet aan. De dreigende filmopnames met het meisje, wezenloos en uitdrukkingsloos achter haar Japanse masker, werkte beklemmend en de spanning werd te groot. Ik was niet de enige die overhaast de duisternis, in meer dan een opzicht, verliet.

016Michaël Borremans

Michael Borremans was een verademing, al was het prachtige kinderkopje meer dood dan slapend en daardoor alleen al intrigerend. De onschuld als gruwel. De hele tentoonstelling slingerden de gevoelens heen en weer, ze riep beelden op, daagde het voorstellingsvermogen uit.

059.jpg

Buiten waaide een lichte bries. De zon brak door en zette een oude verroeste deur luister bij aan de overkant van het museum. Twee jongens plankten op hun skateborden rakelings langs me heen. Jong en zorgeloos. Dansende dreadlocks en gespierde bruine benen. Het parkeren bleek gratis.

064

Op naar de prachtige gevederde vrienden van vriendin. In haar speech verhaalde ze van het uiltje met zijn verwonderde blik, dat haar belangstelling had gewekt en hoe steeds meer vogels haar leven waren ingevlogen. De etsen waren krachtig, een speling van licht en donker, de Lino’s, met de ingekleurde bister, pareltjes. Het oude pand waar de galerie in was gevestigd, ademde de juiste sfeer. Voldaan en trots keken haar lievelingen neer op eenieder die hen bewonderde. We klonken op het succes en het kabouterboek ging mee voor kleinzoon.

Het hoofd zat vol, op de terugweg een omleiding. Het gaf niet. Beelden schoten af en aan . Op  kunstuitingen valt lang te herkauwen en daarbij borg ik enkele indrukken zorgvuldig op. De waardevolle oogst van één dag kunst. Voorgoed in het hart gesloten.

 

Uncategorized

Groter nog hun daden

De avond verliep gisteren in een mengelmoes van heden en verleden. Lieve vertrouwde gezichten met diepe genegenheid voor elkaar. Dat laatste hing er als een warme deken over en omheen. De reden van dat treffen was al even uitzonderlijk. Een van onze oudleerlingen was geslaagd als filmregisseur en met het bijwonen van de première van zijn examenfilm zouden we die gelegenheid luister bij zetten.

We omhelsden elkaar en knuffelden wat, bekeken elkaar eens op sporen van jaren en konden concluderen dat we er stuk voor stuk goed uitzagen, wat met het lengen der jaren nog altijd bijzonder is. Woord voor woord vielen de flarden verleden weer op hun plek. Te weinig tijd om alles aan elkaar te breien, maar genoeg om er nog eens een hele dag overpeinzing aan toe te voegen.

007

De enorme zaal, bijna megalomaan groot, was al voor de helft gevuld en tot onze grote verbazing kwam het bijna vol, wat op zich al een prestatie was. Met crowdfunding was alles bekostigd en elke zichzelf respecterende ondernemer uit zijn stad was aanwezig om het eindresultaat te kunnen aanschouwen. We hadden geen idee, want de titel van de film sprak in raadselen en was de Latijnse benaming voor ‘Op het goede spoor’ en kon vele richtingen uit.

Er waren wat inleidende praatjes, die verhaalden over de moeizame en kostbare weg die het maken van een film met zich mee brengt, over de offers die het had gevraagd van crew, cast en geliefden om hen heen en ten slotte werd er een tip van de sluier opgelicht. Een belangrijke fase van het leven, de keuze om een ingreep te ondergaan die voorgoed het leven van onze held had veranderd en waarbij de gedachte ‘Had ik het maar nooit gedaan’ voor de volle 100 procent omgeslagen was in blijdschap, omdat het een ommekeer in zijn leven had betekend. Wie zou niet een verfilming hebben willen maken van zo’n alles zeggend cruciaal besluit. In mijn hoofd zijn er een paar beelden die als losse flarden zo het begin van een film hadden kunnen zijn. Alleen, zeggen en doen is twee. Deze man, dat lieve kwetsbare jongetje van weleer, had besloten die uitdaging aan te gaan en oogstte alleen daar al bewondering om.

009

Het licht dimde en met een klap werd verleden bewaarheid. Voorkennis bij ons was er, omdat we de zorgen van de ouders hadden gedeeld, de spanning, de angst en destijds even hard hadden geduimd en wensen hadden uitgesproken op een goede afloop. We volgden het jongetje van weleer, die liggend op de operatietafel uit zijn hoofd weg gleed en in een dimensionale vervreemdende wereld was getrokken, lieflijke herinneringen aan vroeger dansten voorbij,. Hij zocht houvast bij de verankerde beelden van liefde en kommer en gleed soms af naar zijn aangedane zenuwstelsel, dat letterlijk open en bloot had gelegen.

De onmacht van de ouders, die in hun volhardendheid zoveel hadden betekend en met liefdevolle hoop steunden en streden vanaf het allereerste prille begin, steeds iedere keer weer werden gedwongen langs de zijlijn te blijven staan was meesterlijk verfilmd in het weerloze beuken tegen een stomme koffiemachine. De fysieke pijn van dat moment moest samenvloeien met de hartenpijn die in woordeloze blikken hing en de antwoorden van een gedecideerde zakelijke zuster.

We zaten in dezelfde trein, hadden het spoor gevolgd en het had regelrecht naar het hart geleid. Wat een verwerking, wat een lef en wat een kwetsbare openbaring. Het licht in de hal was wat gedimd, de gesprekken schoten weer heen en weer tussen toen en nu en alles wat er tussen lag, maar uit alles sprak een diep respect. Hij had het juiste spoor gekozen. In de auto schoof het kind van toen moeiteloos in de man van nu. Kleintjes worden groot en groter nog hun daden

.

Uncategorized

Voor eeuwig kind gebleven

Van de week hielden mijn hoofdredacteur en ik een dubbelrecensie. Niets is leuker dan sparren over boeken die je na aan het hart liggen vanuit twee verschillende invalshoeken. Op de boekenplank had de hele zomer het begrip zelfsturing gelegen naast de boeken van Pippi Langkous van Astrid Lindgren en Matilda van Roald Dahl.

Pas toen de deadline al in zicht was, kwam ik ertoe de boeken weer te herlezen. Er waren eenvoudigweg  andere zaken, waardoor het lezen naar de achtergrond was geschoven. Pippi stond nog met beide benen in mijn geheugen en Matilda hinkte op de hoofdscènes door het hoofd.  Vooral Pippi was een beetje vergiftigd door de televisiebeelden, die lang geleden op het netvlies werden geschreven. De grote tegenstelling tussen overmoedig en braaf was bijna gelijk aan die tussen een losse moraal en de zware wetten van een streng christelijk geloof. Ik had de normen en waarden van het benepen burgerlijke stadje als oubollig afgevinkt en er daarna nooit meer naar gekeken. Het boek sprankelde meer, maar niet zo als Matilde, waar de taal een heerlijke vileine ondertoon had.

Met liefde heb ik ze de kinderen voorgelezen. Zoals alles wat ons ten deel viel aan spannende jeugdverhalen doorverteld werd in die tijd. Dat kleine halfuurtje voor het slapen gaan was een meditatief moment. Op bed, geurende gewassen haren die in mijn hals kriebelden, de schone toeten, de zachte pyjama’s en de blote voeten schurkend tegen mijn benen, hadden die uitwerking. Het verhaal nam een eigen wending en kwam tot leven, samen doken we erin en beleefden de vele avonturen ter plekke. Als ik er daar aan toe had gegeven had ik de prachtige beelden, die zich ondertussen ontsponnen in mijn hoofd, kunnen tekenen. Die tijd gunde ik me niet, want er moest een was opgehangen worden en liedjes gezongen voor de Vaak, zodat ze vanzelf zouden weg sluimeren.

Mijn eigen glorietijd was met de verhalen en hoorspelen in ‘Het klokje van zeven uur’ voor de grote radio met het groene licht met koning Kaskoeskilewan en Krokelodokus of met het hoorspel van Paulus de boskabouter, waarbij je, als je de ogen tot spleetjes kneep, vanzelf verdwaalde in het bos en bij Oeroeboeroe te rade kon gaan. Ogen die je gauw weer opendeed om Eucalypta te ontwijken. Op onze eerste schreden als lettervreter, wilden we ook makke dieren, als Snabbeltje van Ernst Jan en er was zelfs ergens kortstondig een tamme eend in de tuin, die met broer  mee liep en haar vreugde op de grond liet glibberen. Om dezelfde reden moest hij ook weer weg, want ofwel er hing een slip van het natte laken in de derrie of wij gleden er in uit met alle gevolgen van dien. Vogels met lamme vleugels mochten wel in schoenendozen met poppendekens en zachte watten. De rat onder de schutting werd doodgeslagen. Die deugde niet.

8fY0K4XFjS0WsXUvUq4H

Waar Pippi en Matilda tevoorschijn kwamen weet ik niet meer. Op het grote bed inderdaad of op de zolder op de bedden onder de tent van de kleurrijke sari’s die de meiden hadden opgehangen en waar fantasie rondwaarde in een eigen wereld van Barby’s en Little pony’s. De jongens kregen de Eend op de pot voorgeschoteld in hun ledikantjes terwijl ik de tijd stuk schommelde in de grote witte schommelstoel.

Voorlezen werd een missie, op geen andere manier lukte het in de hectiek van de dag zo de rust te brengen als onder de welluidende klanken, de wonderlijke stemmen, de opgevoerde spanning en met rode konen stonden we weer met beide benen op de grond als het afgelopen was. Een zucht en gelatenheid, even met de ogen knipperen en uit die andere wereld stappen, daarna konden we er wel weer tegen aan. Ja, ik net zo goed, als het om de avonturen  en verhalen ging. Voor eeuwig kind gebleven.

 

Uncategorized

En nieuw leven in te blazen

Opruimen is eigenlijk hetzelfde als een tijdmachine binnengaan. Een boekenkast vol is voldoende om je heen en weer te slingeren vanaf kindsbeen aan tot heden. Ik kom een map tegen met harde bruine kaft, waarin ik in het petieterige schoolschrift, tussen de kleine lijnen teksten heb geschreven, duidelijk gedicteerd. Met inspanning zijn de keurige tekeningen gemaakt en ingekleurd. Het moment zelf is niet meer voor de geest te halen. Wel de entourage. De oude Nicolaas meisjesschool en een van haar lokalen met de grote ramen en de wonderlijke akoestiek in de gangen. Het tweede jaar van de lagere school schat ik in en misschien zelfs al het einde van het eerste jaar.

Tussen alle paperassen, die zijn aangedaan door glazige zilvervissen en onzichtbare boekenwurmen vind ik gedichten in  puberwanhoop gedrenkt. Ze verhalen van verloren liefdes en zwemmen in de eenzaamheid van een in de steek gelaten vertrouwen. Ze zuchten onder het verdriet en het geloof dat veiligheid en geborgenheid voorgoed verloren zijn gegaan, telkens weer.

Er zijn de mappen met volgeschreven zeventiende-eeuwse en middeleeuwse kost. Boekuittreksels die in de nachtelijke uren aan mijn kennis werden toegevoegd door met een vastberaden gelijkmatigheid alles uit te schrijven wat ik weten moest. In de overtuiging: ‘Wie schrijft, blijft’ was dat mijn manier van memoriseren. Verbazingwekkend hoeveel inkt er doorheen gegaan is. Twee dikke ordners vol zijn het resultaat. De uittreksels van de jeugdboeken zijn zo aangevreten dat ze per direct genadeloos verbannen worden. In de zwarte plastic zak er mee.

023.jpg

Er is een multomap met de brieven van mijn  moeder. Iedere week een brief. Ze zijn niet perse op datum gerubriceerd, want bij sommige staat het jaartal en bij anderen niet. Ze dateren uit de jaren zeventig, de periode dat ik in Leiden woonde. Het zijn eigenlijk de dagboeken van mijn moeder uit die tijd. Ze ging er vaak op zondagavond of op  maandagmorgen voor zitten en schreef alle wederwaardigheden op. Prietpraat en gedachten. Een van de brieven intrigeert en ik val stil, het ruimen staakt voor even. Het is een brief met een spijtbetuiging. Kennelijk had ik haar een klein theepotje cadeau gedaan en had ze daar een ander idee over dan ik. Ze schreef:

‘Ja schat, nou ben je toch echt gesneuveld aan iets waar ik vroeger ook aan deed. Namelijk…Iets te kopen wat je zelf heel erg mooi vind. Ik vind het ook mooi, maarrrr om ’t in de kast te zetten. Zonde. Echt iets als je met z’n tweetjes bent. Niek slurpt ’s middags graag een halve liter thee en als ik ’s middags even weg ga zet ik de gezette thee in de muts maar niet op een theelichtje, dat zie ik niet zo zitten. Wat doen we daar nu aan. Weet je wat? Jullie krijgen van mij dit theepotje en dan kopen we er twee glazen bij en je hebt een leuk setje. Dan krijg ik van jou die slangenketting… Een beetje teleurgesteld in je moeder . lieverd? Ja, ik heb ook lang zitten dubben of ik het zeggen zou. Zelf zou ik het ook niet leuk vinden, als een verrassing niet in dank wordt aanvaard. Voor jezelf maar even uitknobbelen: ‘Wat heb ik het liefst’. Huichelen dat ’t fijn is en zo goed van pas komt of eerlijk zijn. Laat wel even weten dat je niet boos bent. Goed lezen en begrijpen’

Aandoenlijk, zo’n teken van berouw en het vragen om begrip. Maar de kast moet verder doorgespit. Met die lieve boodschap uit het verleden is er nieuwe energie. Brieven van vrienden, foto’s, een boekje van de bruiloft van dochterlief. Een verpleegstersspeld van het vierde jaar van de opleiding met groene rand, een foto van mij met de laatste telg als baby, waar jeugd vanaf spat. ik vlieg heen en weer in de tijd en kan niet eens stoppen al heeft het lijf er allang genoeg van.

Als laatste trek ik de stofzuiger er door. Sleep de tassen met boeken en de vuilniszakken de trap af en overzie het leed op de tweede verdieping. Morgen kan ik niet, maar zoon belooft te gaan slepen. Overmorgen de tweede verdieping, om nog meer juwelen te ontdekken tussen het stof om op te wrijven, af te stoffen en nieuw leven in te blazen.

Uncategorized

Dag lief verleden

Ik heb de vrijheid op de heupen. In andere tijden had ik het als nestdrang bestempeld. Gisteren moesten de boekenkasten boven het ontgelden. Op zolder was ruimte te over gevonden en dat moest beloond worden met meer. Alle boeken gleden door de handen en er vond een streng schiftingssysteem plaats. Iedereen die weet hoe hier de boeken gekoesterd worden en in de watten gelegd, met zijden handschoenen aangepakt en liefdevol toegefluisterd, zal weten dat het een aderlating was.

0051-e1536215518419.jpg

Toch viel het mee. Er waren nogal wat boeken die ik in crisistijd vroeger als afgeschreven uit de bieb voor een kwartje had opgeduikeld. Ik sleepte ze mee naar huis om mijn bloedjes van kinderen toch vooral niet de literatuur van hun leven te onthouden. De gebroeders Leeuwenhart, Oorlog zonder vrienden, Hasse Simonsdochter en nog veel meer. Ze waren stuk voor stuk beduimeld, hadden in het blauw met grote letters ‘afgeschreven’ gestempeld staan en droegen op de rug het bekende picto. In de bieb lees je leeftijdsgebonden.

Later toen het geld er weer was, werden sommige klassiekers gekocht, of ze kregen met verjaardagen een fonkelend knispernieuw exemplaar. Als ik er aan terugdenk, hebben de afgeschreven boeken ons door een lange macaronitijd heen gesleept. Het was sappelen toen de vijf nog op school zaten. Er is een lievelingsrecept uit te voorschijn gekomen en de wetenschap dat geld absoluut niet gelukkig maakt, maar dat het wel fijn is, als je de basisbehoeften kan betalen.

010.jpg

Dat lievelingsrecept had ik van mijn moeder geleerd. Pas toen het een noodzakelijkheid werd, begreep ik dat het armeluisvoedsel was, in het leven geroepen, toen de lepel over het hout heen schraapte. Hoe vaak heeft mijn moeder de eindjes niet aan elkaar moeten knopen met de elf. Het lukte mij al ternauwernood met vijf. Een kat in het donker maakt rare sprongen. Uit die glorietijd stamt mijn marktervaring. Ik hielp daarmee de net beginnende zwager uit de brand en creëerde voor mezelf wat lucht om te ademen.

Die maaltijd werd een lievelingsrecept tot in lengte der dagen en nog. De uien en smack met de kerrie fruiten in de boter en dat door de elleboogjesmacaroni heen. Meer is er niet nodig om kleine buikjes rond te krijgen. Er waren nog meer van die glorieuze ingevingen, waardoor dat dubbeltje toch een kwartje werd. De geest wordt inventiever om te kunnen overleven in barre tijden. Die van mij spitste zich op haar toppen.

006

Met lichte weemoed vullen de drie tassen zich en op de planken komt lucht. Aan elk boek kleeft een verhaal en het is balanceren op het welles-nieteskoord om de juiste keuze te maken. Dit is de grove schifting. Later zal de tweede tot in finesse volgen. Hoe dicht ligt het boek en haar auteur me na aan het hart. Wikken en wegen, zoals het hele leven is. Ooit zal ik van die drie grote boekenkasten een kast over moeten houden als de tijd daar is. Bij het ouder worden krimpen we allemaal, dus waarom ook niet de huisraad. Lang en, steeds duidelijker, overbodig bewaard voor kinderen en kindskinderen, die genoeg hebben aan hun eigen ‘bewaarheid’, letterlijk en figuurlijk.

008.jpg

De boeken gaan naar de kringloop, waar de schifting verder zal gaan op bruikbaarheid. Heel en schoon, zonder scheuren, zonder vouwen, zonder butsen, zal de norm zijn. Daar mogen zij mee verder stoeien. Ik moet het hart wat ontzien, die geen boek zal afkeuren omdat haar letters de moeite van het lezen waard zijn, te allen tijde. Met lede ogen neem ik afscheid. Dag lief verleden.