Uncategorized

Luid zong ik mee

Het was feest. Niet alleen vierde de dag dat uitbundig en had ze een zomerse voile over haar herfstkleed aangetrokken, maar ook ademde de aangename en zachte temperatuur een welkome viering buiten de vier binnenmuren. Een zucht wind liet dwarrelende bladerconfetti neer ter verhoging van de feestvreugde. Het danste in de warme middagzon.

144.jpg

Onder de witte daken van de opgezette tenten gingen ruimschoots gevulde schalen in het rond. Er hadden zich diverse groepjes geformeerd en het verschillende leven werd in uitgebreide verhalen gedeeld. Soms bescheiden en zacht, soms uitbundig in een klaterend visserslatijn, met omstandig handen en voetenwerk, een bulderende lach.

De jarige ontving in liefde zijn dichtgeschroefde pot met geld, water en eend. Het ontlokte een glimlach. ‘Nu zwem je in je geld’ was een understatement, want die vlieger ging niet op voor een kleine zelfstandige ondernemer, er moest nog vier jaar door gebikkeld worden. Een ander gaf een spaarvarkentje om het pensioen verder op te bouwen, weer anderen uitbundig wijn, cognac en geurende Hammam-artikelen. Ik had me op een veilige plek verschanst en had in alle rust het overzicht op de veelal onbekende gasten.

491spiegelen

De familie zat er, die ik ooit, lang  geleden, 38 jaar om precies te zijn, voor het laatst had gezien. Ik probeerde in de vergrijzing de juiste trekken terug te vinden en kon een aantal gezichten plaatsen. Er kwam een stel binnen samen met een oude vrouw. De vrouw van het paar herkende ik. ‘O dat was de zus’, wist ik, maar wie was die oude vrouw. Ze waren goed bevriend, omhelsden elkaar. In een ogenblik van een seconde schoof het ware beeld in elkaar. De oude vrouw was de zus en de jongere de dochter. De laatste was een kopie van haar moeder. 1980 was binnen komen wandelen, omdat de dochter het spiegelbeeld was van de zus destijds. Jaren schoven ineen, het had een bevreemdend effect.

Ik dwaalde af van het gedruis, terug de tijd in. Zo gaat dat dus. Ook ik was ‘de oudere vrouw’ in de ogen van de dochters van nu. Relativeren is een kunst op zich. Ik zat naast mijn schoonmoeder die met haar 96 jaar een derde wijntje weg tikte, terwijl ze het schaaltje met borrelnootjes onder haar bereik trok en daar vergenoegd gebruik van maakte. Haar ronde rozige wangen staken jeugdig af tegen het diep gegroefde gelaat van de zus en maakte eens te meer duidelijk dat Tijd niet per definitie in alle hoeken en gaten kroop. Kopzorgen waren er bij beide. Ieder huis heeft zo zijn kruis, maar niet overal verweeft het zich.

146.jpg

Ik nam afscheid en liep naar de kleine blauwe prins. De sfeer ademde nog steeds uitbundigheid, de stemmen galmden over de hoge haag heen en sneden door de zondagse rust in het kleine dorp. Het oneindige lint langs de uiterwaarden lang was ik aan het na mijmeren over het spel dat Tijd speelde door heden en verleden, in beeld, zo door elkaar te laten lopen. In de achteruitkijkspiegel keken twee doorgroefde ogen me aan. Ik schroefde het volume van de radio wat op, een lied van nu met een boodschap. De Dijk zweepte de woorden het kleine compartiment in: ‘Laten we dansen, dansen dansen op de vulkaan’.  Toeval bestaat niet. Het antwoord was binnen. Luid zong ik mee.

Uncategorized

Zet de sluizen open en ontvang

De tijd van sprookjes is voorbij. Het is iets van vroeger. In welke context, een lied, een opgeheven vingertje van mijn ouders, een zin uit een boek is me niet bijgebleven. Als ik het opzoek op internet kom ik uit bij Heintje Simons en zijn liedje Lalalaai, een Vivaforum, de Ouders van nu, maar niet bij de oorspronkelijke tekst.

De zin viel me in toen ik Hans Hagen langs zag komen op twitter met de melding, dat zijn dichtbundel ‘Onbreekbaar’ al 40 weken niet in de CPBN-top 60 staat en overal gewoon te koop is. Een maakbaar sprookje dus. Als je er niet over schrijft, bestaat het niet.

Hans heeft fantastische gedichten geschreven, elke bundel van zijn hand is op voorhand al een succes. Hoeveel kinderen heb ik niet de kracht van het woord gegeven met gedichten van Hans en Monique Hagen,  van Joke van Leeuwen, van Ted van Lieshout, Toon Tellegen en natuurlijk van Annie M.G. De kunst is in het hoofd van het kind te gaan zitten. Knieën opgetrokken, armen om de benen heen geslagen, muisstil en luisteren. Vooral dat.  Een dag met kinderen is dé voedingsbodem bij uitstek voor gedichten, sprookjes, nieuwe verhalen in je hoofd.

Nu ik niet meer elke dag die kraan open kan zetten, zoek ik de prikkels op met ogen die op steeltjes staan en oren die luisteren. Bij het wandelen in de stad, bij het boodschappen doen, op het voetbalveld. In musea, bij het lezen van een boek, bij het kijken naar televisie. Een grote bubbelende ketel om verhalen en sprookjes uit op te lepelen.

040.jpg

Ooit was ik een verhalenschrijfster in een project in een kleurrijke uitdossing. Met de ronde bril, de rolletjes papier en potloden door mijn gehaakte jasje en een vrolijke  blonde pruik op,  kwam ik op bezoek bij de kinderen. Ik kweelde met mijn lippenstiften hartjesmond de mooiste volzinnen in het rond. Waar ik kwam, zonken de kinderen tot over hun oren in het verhaal en gingen met me mee op stap. Het project was een groot succes, er werden verhalen verzonnen bij de vleet, nieuwe woorden in het leven geroepen, speurtochten  naar mooie zinnen gehouden, gedichten gemaakt.

041

Die schrijfster werd geboren door het gedicht de Sprookjesschrijver van Annie M.G. Schmidt, een klassieker. Ze laat hem uit een vijver vol inkt verhalen verzinnen. Daarbij komen de beelden vanzelf omhoog. Die grote vijver op een geheimzinnige plek, door nevels omringd en de schrijver die er elke ochtend in alle vroegte naar toe sluipt met zijn pennen….In het speellokaal sluipen alle kinderen met me mee. Er is niet veel nodig om een sprookje wakker te roepen.

Of je bundel nu wel of niet in een top zus en me zo staat maakt niets uit voor de magie van het woord, de kracht van een tekst, een sfeertekening in een schilderij om de verwondering op te roepen. Gisteren bij mijn bezoek aan De Line Up in het Centraal Museum, liep ik door de vele tekeningen, schilderijen en video-installaties heen. Er waren er een paar die raakten, een gevoel opriepen, iets met me deden, waarvan ik wist, dat ik ze nooit vergeten zou en later altijd als inspiratie latent in mijn bewustzijn zouden rond zweven.

113.jpgDirkje Kuik: Het Dodenmasker

Vriendin was de week ervoor naar dezelfde tentoonstelling geweest. Haar beleving kwam overeen met die van mij. Twee of drie die indruk hadden gemaakt en waren blijven hangen. Het meest bijzondere vond ik dat we alle twee geraakt werden door een klein portret van Dirkje Kuik dat niet tot De Line Up behoorde, maar bij de vaste collectie. Bijzonder dat we uit het grote aanbod van het hele museum dat kleine prachtige portret met de titel ‘Het Dodenmasker’ eruit hadden gekristalliseerd. Daar draait het om. Trefzekerheid.

In de bundel van Hans Hagen staat een prachtig gedicht over zijn overleden broer. Over ‘beroeren’ gesproken.

‘Inhalen’

morgen haal ik hem in/ morgen sterft hij voor de vierde keer/ben ik dan groter/word ik ouder/wordt mijn grote broer mijn kleine/mijn ogen vind ik in de spiegel/waar zijn de zijne

Ik weet het zeker. De tijd van sprookjes zal nooit voorbij gaan. Zoek het kind in jezelf, zet de sluizen open en ontvang.

 

Uncategorized

Potlood op papier

Er vloeit weer daadkracht door de aderen. Ik merk het ’s morgens bij het opstaan. Niet langer zijn er dagen in een passief consumeren van alles wat voorgeschoteld wordt via de social media. Let wel, een belangrijke afleiding in de momenten van stilte. Nu is ze met stapjes naar de achtergrond geschoven. De dagen hebben weer een ochtend. Met de fysiotherapie zijn er doelen te stellen om vroegtijdiger dagbestendig te zijn. Het schema in mijn hoofd kantelt van passief ondergaan naar actie.

Nog een prachtige dag op rij. ’s Morgens truiendag, ’s middags blote-armen-dag. In mijn hoofd zingt mijn moeder ‘laagjesdag’. Uitpeldag inderdaad. Er gaat zelfs een hemmetje aan. De tocht gaat naar het centrum van de oude stad met haar kroon van uitbundigheid in een lichte regen van verwaaiend blad. De singels zijn oneindig mooi.

092.JPG     101Susanna Inglada: Point The Finger

Het is zo’n dag van een gouden draad, die lijnrecht voert naar de enige bestemming van vandaag. Ik stal de kleine blauwe in de Watervogelbuurt en wandel in een bijna-rechte lijn naar het Centraal Museum. Aan de voet van de Nicolaikerk voltrekt zich een oud middeleeuws leven in een modern jasje. Daar huizen mensen, die zichzelf schurkend tegen elkaar en de  eeuwenoude kerk aan, veilig voelen. Ze praten er, hangen er rond, liggen er. Het roept het beeld op van de dolenden onder het station uit de jaren zeventig. Met die uitzondering dat er een dak boven hun hoofd is aan de overkant bij Altrecht. Ze vormen een schril en onverwacht contrast met het zwoele zomerse briesje, dat zorgeloos over de kruinen glijdt van de eeuwenoude bomen en het blad doet ritselen.

058Rinus van de Velde

Ik volg mijn weg naar De Line Up en moet even naar adem happen als ik de zaal zie vol werken, wandhoog. Mijn hemel, waar moet je kijken en waar te beginnen. Al gauw laat ik de handleiding los. Het is niet te volgen in woorden, je moet het ondergaan. Sommige werken dalen als een mokerslag op je neer, afhankelijk van het gemoed, dat zorgt voor de ontvankelijkheid. Ik laat de namen los, de kunstenaars gaan, en kijk mijn ogen uit. Vanaf 1950 tot heden volg je het proces van het tekenen, soms voorwerk, soms monumentaal werk op zichzelf. Diverse grootheden, maar ook onbekende tekenaars. Sommige oogsten bewondering. Het houtskool op canvas van Rinus van de Velde bijvoorbeeld, of het werk van Susanna Inglada en haar Point the finger, sommige verwondering, wat woedt er in de kunstenaar en, niet minder belangrijk, wat woelt er om bij mij zoals bij de tekeningen van Stijn Peters. Dumas roept zoals altijd oneindig vragen op. In de salonzaal had ik graag de onbereikbare hoog hangende tekeningen van dichterbij bekeken. Varifocus bemoeilijkt. Claire Harvey maakt miniaturen die zo klein zijn, pleistergroot, dat het een wonder is hoe details daar nog uit te kristalliseren vallen. Een wand vol pleisters en miniaturen. Prachtig, in één woord.

060Pleister-miniatuur van Claire Harvey

De videoinstallaties zorgen voor een pas op de plaats. Een ontmoeting met vrienden brengt een mooi perspectief. De dochter lijnt haar leven uit met een enkele opmerking bij een eenvoudige, bijna stopmotion, animatie. ‘Het lijkt op vroeger, toen het leven nog eenvoudig was en overzichtelijk.’ Voor mezelf vul ik in: Het pure…Wat je ziet, is wat je krijgt. Haar vroeger is twintig jaar geleden en daar vallen, op een bankje in het half duister, mijn tijdsbeleving en het hare samen en uiteen.

Er valt veel te zeggen en veel te zien, ik volg de lijn en teken de ‘Almus’ nog maar een keer als mijn deel van de stad, op een bescheiden plekje van de expressieve muur. Met een hoofd vol, net als de grote installatie waarmee je de tentoonstelling binnengaat, een lijnenspel pur sang, hersengolven bij uitstek, duik ik de zon weer in. Veel stof tot nadenken en oneindig verlangen naar een potlood op papier.

 

Uncategorized

Eenvoud

De tuin ligt er muisstil bij op deze late oktoberzomerdag, alsof ze weet, dat er dingen staan te gebeuren, die verandering zullen inluiden. Ik neem de  schade op, het geraamte van het fundament, de balken doorwroet tot op het bot, de verweerde ossebloedrode bodem huilt met diepe vermolmde kuilen. De waterton van robuust oud hout is een behuizing geworden voor de overhaast gevluchte pissebedden bij het neerhalen van het huis. Als ik hem omdraai stuiven ze weg, zo snel als kleine dribbelpoten hun pantsertjes kunnen dragen. Het blauwe krukje verschiet sneller, nu het in weer en wind te wachten staat op het ondersteunen van de normale gang van zaken bij een wiedende taak. Ik inspecteer de grond en zie de hondsdraf drastisch uitvergroot de overhand nemen, ik schep met graaivingers de wijd vertakte wortels weg met blad en al en Margriet, twee kleintjes in de late middagzon, haalt opgelucht adem.

003

Voor mijn voeten springt kikker, kruipt met koddige zijwaartse glijpoten onder het blauwe zeil, waaronder de schamele stoelen opgeslagen zijn. Ik zoek naar een plek waar ik de onrust niet zal voelen van het verdwenen huis en duik op de ronde houten tweezitter onder de fruitbomen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een kleine winterkoning die langdurig heen en weer wipt op de takken van de wilg naast de minivijver in het midden van de tuin en daarna de appelboom in vliegt. Ik vis mijn fototoestel uit de tas, maar ze blijft behendig tussen het gebladerte. Dan komt er een roodborst op de rand van het hek hippen. Ze kijkt om zich heen, koppie scheef en houdt bij tijd en wijle doodstil. Dan schiet ze naar de grond, waar ik haar niet meer kan volgen omdat mijn blik op haar ontrokken wordt door het blauwe gestulpte zeil.

Ik besluit de kruk te pakken en die aan de rand van het kale vlak te zetten, fototoestel in de aanslag en geduldig wachten. Winterkoning is er weer, maar laat zich niet zien. Het hippen beroert wat blaadjes en af en toe zie ik de parmantige staart. Ze houdt zich stil. Roodborst komt kijken. Ze blijft veilig bij het hek, het toestel zoemt in. Met vermoeide ogen van het turen zie ik niet of de focus scherp is. Ik moet snel zijn en druk een paar keer af. Hoog boven me roept een buizerd.

014

Tuin in rust. Ik pak tas en vest en en loop langzaam langs de sloot het pad af de weg terug. De schapen staan verderop aan de overkant van de sloot te grazen. Ik zie de wolletjes in stereo, een boven en een in het water. Als ze me in de gaten krijgen komen ze luid blatend vertellen dat ze blij zijn me te zien. Als er verder niets gebeurt, hervat het grazen. Een zo dicht bij de rand dat ik bang ben hem zo uit het water te moeten vissen. Op een knie tart ze het lot om de lekkerste en meest malse grassprieten te kunnen verorberen. Haastig druk ik af. Steeds meer stereo schapen volgen. Als een wandelaar het pad op komt bij de bunker verlaten ze me luid blatend voor een nieuw verzetje.

022

Het land spreidt nog een keer zomerwarmte, terwijl herfst de bomen bij Copijn laat vlammen en reiger verstoord opvliegt als ik in zijn vizier kom. Buurvrouw groet en de ongekroonde wachter van de tuin zwaait, zijn schroefboormachine in de aanslag, gereed om het hek te repareren. ‘Ik had je niet gehoord’, een brede grijns en woorden, die vervagen als hij zich weer over het hek buigt. Tuinleven…Groots en meeslepend in haar eenvoud.

Uncategorized

Ons gedeelde leven

Al een paar weken stond de afspraak vast. Met vriendin naar Zwolle, want daar was het werk van Alberto Giacometti te bewonderen en Lynn Chadwick, De lopende man kwam ik al eens tegen in the Nationall Mall in  Washington. En van de laatste had ik Dans IV al ontmoet in de Fundatie zelf, maar een heel museum vol met de sculpturen van deze twee grootheden was een ervaring op zich. De tentoonstelling heeft de toepasselijke naam Facing Fear. Hun werken worden vooral toegeschreven aan de ontberingen van de tweede wereldoorlog en als een antwoord op de ontwrichtende dreiging van de koude oorlog. De schimmige gestaltes van Giacometti versus de markante  hoekige mensen van Chadwick, die in het verloop van het proces zich steeds ronder en zachter gingen plooien, drukt vooral de persoonlijkheid van de makers uit.

43666859_10213534062166055_5111351935139577856_n     43753422_10213534062406061_2677218647931355136_n

Bij ieder beeld waren we ontroerd door de details, Chadwick en de bek van de brulkikker of de tanden van de leeuw. De dunne pootjes waarop ze balanceerden in al hun hoekigheid. Bij Giacometti was dat de hond en de kat, zo aandoenlijk. Met een minimum aan brons het optimale bereiken, als je recht voor het dier ging staan, restte een lange dunne streep en verder niets meer. Zelfs de flanken waren teruggebracht tot het geringste aan ingenomen ruimte. Ondanks het schrappen en schaven boetten de figuren van Giacometti niet in op kracht. De beeldenpartijen eisen imposant en dwingend de aandacht op zodra ze gegroepeerd zijn. Beneden in de grote zaal staat zijn ‘Femme de Venice’ , acht beelden die roerloos en indrukwekkend hun aanwezigheid verkondigen. Maar ook in het vrije veld, waar de lopende man ons tegemoet haast, wandgroot , met het beeld zelf ervoor, blaast hij me van de sokken. Het fragiele, kwetsbare naast het onverzettelijke hoekige versterkt elkaar oneindig.

43626274_10213534064166105_2547297111293034496_n   43672925_10213534062766070_8272852450914861056_o

In de filmzaal kon je een indruk opdoen van het leven van beide kunstenaars. Die van Chadwick verhelderde vooral, omdat het proces tot het maken van zijn beelden onmiskenbaar voortkwam uit het lassen van figuren, grote bewegende mobiles. Van lieverlee vulde hij het lijnenspel op, een heel eigen en boeiend proces, waar Giacometti steeds meer los liet. Dat het daarmee niets af deed aan het monumentale van zijn beelden is de ware kracht van de kunstenaar.

43626274_10213534065246132_3839373477526110208_o.jpg   43747909_10213534064806121_5413296730277937152_o

We dwaalden rond en vormden ineens een onderdeel van het Gesammtkunstwerk van Yuri Honing en Mariecke van der Linden, een heftige ervaring die er eigenlijk niet meer bij kon. De hele zaal, vloer en wanden waren een groot schouwspel. De zware zwarte gordijnen die als ingang dienden, hadden een waarschuwing kunnen zijn, de duistere waanzin van een oorlog of iets dergelijks, waar ik eigenlijk nog de schoonheid vast had willen houden en weer hervond beneden bij de Vrouwen van Giacometti en de vreemdeling van Chadwick.

Overal viel omheen te drentelen en dat was een prettige bijkomstigheid, aanraken mocht niet. Liefkozend aaien van dat gladde Chadwick brons of het ruwe van Alberto was ten strengste verboden. Alle sokkels waren wit omlijnd met een ingebouwde alarmdraad. We hadden even daarvoor de bronzen Adam van Rodin voor het stadhuis in Zwolle beroerd, maar die was gladjes gepolijst geweest. Het drukte de pret niet. Met een hoofd vol aan indrukken en een telefoon gevuld met geschoten plaatjes smaakte de kerrysoep meer dan goed.

43663902_10213534085446637_173158031809314816_n

Met voldoening keken we terug op wat we daarnet gezien hadden. Wat was het meest indrukwekkend. De leeuw, de brulkikker, de hond en de kat, de gegroepeerde figuren van Giacometti op de zwarte platen, de markante opwaaiende mantels en jurken, het haar van de verwaaide vrouw van Chadwick. Er viel niet te kiezen, het hoefde ook niet. Het had ons beroerd.

De lange weg terug naar huis, langs het uitbundige herfstpalet, reeg zich aaneen met ons gedeelde leven.

 

 

Uncategorized

Uit de doeken

Vianen was in de ban van de kermis. Het spektakel zorgde ervoor dat een aantal toegangswegen was afgesloten. In de binnenstad werd traditiegetrouw de paardenmarkt voorbereid. Door slinkse wegen wist ik toch nog heel dicht bij de plaats van bestemming te komen. Het was nog maar een kleine stap tot de middeleeuwen en haar symbolieken.

IMG_9550

Opwarmertjes zijn altijd heerlijke vingeroefeningen om los te komen van het heilige moeten. We hadden uitgebreid de boeken bekeken waarin de kunst uit die tijd beschreven stond. Niets is wat het lijkt. De allegorieën en de personificaties namen soms groteske vormen aan. Hoe teken je een dier dat je alleen maar hebt horen beschrijven. Dus vouwden we de kleine blaadjes in drieën en tekenden onafhankelijk van elkaar een deel van het lijf zonder het vorige te weten. Dat leverde een aantal wonderlijke personages op die met hun uiterlijk niet hadden misstaan in de fabels, eeuwen geleden.

Daarna tekenen op een groot vel, ieder op een eigen manier om de materie te doorgronden en ineens wisten we waar al het vreemde volk in de verhalen van Harry Potter vandaan kwam en de stijl van Leonora Carrington van was afgeleid. De kleuren, getallen, bloemen en dieren verscholen zich allen achter de rijke retoriek en vertelden veel meer dan hun aanwezigheid alleen. Het onbeschreven blad vulde zich al ras naar eigen inzichten. Onder mijn handen gleed de Slang, de Phoenix en de Eenhoorn en het bruine spinnetje, dat er in vliegende vaart overheen kroop, werd direct meegenomen. Ineens kropen er meerderen, overal vandaan. Bij buuf kwam een walvis tot leven, waarvan men duidelijk niet door had gehad hoe het beest eruit zag en de fantasie was er in een vlammende stijl op los gelaten, zoals hij in dwingend houtskool ook onder haar handen tot leven werd geroepen. Aan de overkant werd hard gewerkt aan een vrouwenfiguur, maagd of engel en nog meer van die uitgesproken kenmerkende figuren bevolkten steeds uitbundiger het blad.

IMG_9530

Het kleuren bracht rust in het hoofd. De cursus was niet zo overvol als vorig jaar en het was goed toeven in het atelier onder de uit de toon vallende klanken van de lampionnenoptocht door de smalle, middeleeuwse straten van het stadje. Een boertige klucht op zich, die combinatie, het schallende geluid en de wandelende kinderen. Als ze al zongen dan werden ze ruimschoots overstemd door de begeleidende fanfare.  De pastels lieten zich niet afleiden en mengden onder handen tot de intense kleuren van centennia geleden.

img_9554.jpg

In een adem overbrugden we de verschillende vakanties en het dagelijkse reilen en zeilen, wat zo breed uit kon waaieren in diversiteit. Zoals altijd met een hechte club, die elkaar een tijd niet gezien heeft, is er de wetenschap dat het ‘ons kent ons’ is en een veilig en vertrouwd onderkomen voor het creatieve proces, dat met horten en stoten soms, maar ook vloeiend een weg zou vinden. De verfijnde miniaturen en uitbundige kapitalen lagen in het verschiet, maar de handen jeukten al weer om groot aan de slag te mogen, als een Odilla Redon en haar Cycloop, een Pegasus of de Centaur tot leven te roepen in een uitbundig kleurenpalet.

De eerste sessie zit er op. We kunnen niet wachten tot de volgende ontwikkelingen die het mysterie, dat middeleeuwen heet, uit de doeken zal doen.

Uncategorized

Tart de tijd

Er zijn zo van die dagen, die gáán gewoon. Je pakt ’s morgens vroeg de draad op en breit de hele dag in een vloeiende beweging aan elkaar. Het begon met een goed uur fysiotherapie. Het verbaast me altijd weer dat het zoveel energie oplevert. Na een uur in de benen te zijn geweest is er Sturm und drang in het hoofd om lekker aan het werk te gaan en nieuwe stappen te ondernemen. Een coachingsgesprek met een van de verhalenvertelster ging als een wervelwind voorbij. In no time hadden we twee uur stukgeslagen en moest ze er hals over kop vandoor om op tijd te zijn bij school om haar kind op te halen. Ze had wilde plannen, die wat gestroomlijnder het licht moesten zien, maar in potentie veel in zich hadden. Het was leuk om te sparren. Alles even laten betijen en dan nog een keer bij elkaar komen. Uitwerking deels per mail.

092

Een bericht van broer met een oude bouwkeet op foto’s. No Gods, no Masters stond op het wit gekalkt in vlammend rood. Ze had een rond dak en knipoogde met haar wat vergane raamkozijnen over de afstand heen. Ze was te geef. Ze had er haar trouwe dienstjaren op zitten. Net als ik, realiseerde ik me ineens.  Het schept een band. Jut en Juul. Wel een goed stel samen. Maar zo heel anders dan ik me het nieuwe huis had voorgesteld. Ik speurde naar verbouwde bouwketen op internet. Ineens zag ik door het verlangen heen, door het beeld van wonderschone gladjes afgewerkte volkstuinhuizen, de mogelijkheden voor deze oude Jutje. Vandaag  ga ik kijken, maar ze werkt nu al op mijn ziel en zaligheid.

090

Los van haar bouwketerig uiterlijk namen de visioenen een loopje met me, de rest van de middag. Er werden glazen veranda’s aangebouwd, openslaande deuren ingezet, trappetjes geplaatst, een geknikte schoorsteen à la de Pipowagen van lang geleden en rondom roos en druif tegen de wit geverfde muren, misschien zelfs hop of blauwe regen. Mijmer, mijmer, mijmer…

Als sluitstuk van deze maandag was er nog een inspirerende redactievergadering. Met een brainstorm over nieuwe themanummers en inspirerende verhalen van de anderen. ‘Ik had al een kinderboek gevonden dat precies paste bij het thema voor het decembernummer. De tentoonstelling over 100 jaar kinetische kunst in de Kunsthal in Rotterdam sloot er naadloos op aan en juist een dergelijk verglijden van ideeën en mogelijkheden geeft dat heerlijke gevoel, dat alles op zijn plek valt. Het zorgt voor de zin er mee bezig te gaan en de draad letterlijk en figuurlijk op te pakken. Nee ik verklap nog niet welke draad. Straks, over een maand, vallen de woorden op hun plek. Dat dus, die wakker geporde drive komt steeds meer naar boven. De dagen vullen zich met beloften voor mooie ontmoetingen, expansiedrift, creëren.

046

Het borrelt en gist, het bruist en bubbelt. Nieuwe spannende dingen, oude afspraken in nieuwe jassen en vooral het bewandelen van nieuw terrein beloven veel. Jut is daar een belangrijk onderdeel van , want zonder huis is mijn tuin een dakloos verblijf, een zielloos onderkomen. Atelier is nodig om alles te stroomlijnen, handen en voeten te geven aan die nieuwe inspiratiebronnen en tevens de rust om pas op de plaats te kunnen maken en te genieten van wat tuin allemaal te bieden heeft.. Mijn vijver, de kikker, de twee dikke eenden, die er nauwelijks in kunnen keren, maar altijd weer dat vingerhoedje water verkiezen boven de ruime sloot, de roodborst en de koolmezen, de goudvink en de boomklevers en de buizerd, die cirkels trekt van verbondenheid. Weelderig omlijst door wilgen, pruim en kers, moerbei, braam, heggenrank en de haag van de oude. De bloemen die weliger mogen gaan tieren als Jut een feit is. De toekomst is één grote belofte en deze Juul past er naadloos in. Jut en Juul, der dagen nog lang niet zat. Tart de tijd.

 

Uncategorized

Leven in vrijheid

De dagen rijgen zich in vlot tempo aaneen. Mijn agenda is een van de belangrijkste boekwerken geworden. Iedere dag van de week is er wel wat te doen. Nee zeggen is een kunst op zich.

We zitten alweer volop in de herfst. Gisteren  waren de Singels en Wilhelminapark prachtig met die rijk getooide uitbundige bladeren. Daaronder waaierde de mensenmassa uit in net zo’n kleurig en rijk spektakel. De jaarlijkse singelloop was een feit. We hadden de hele middag getuurd naar de zich in het zweet werkende natie, teneinde de helden van de familie te bespeuren en met aanmoedigende kreten en uitbundig klappen geprobeerd iedereen moed toe te wuiven. Er waren er die lichtvoetig over het asfalt liepen en anderen die zwaar als stroop hun voeten optilden. Er waren er die badend in het zweet hun missie volbrachten, terwijl anderen fris als een hoentje, bijna fluitend het parcours rond renden.

SINGELLOOP

Door het ingespannen turen en de focus op de oranje T-shirts misten de zussen op het hoogtepunt van het voorbij snellen, broerlief, die in het blauw naast de oranje Pieter liep. Ik had door het oranje al verschillende keren gedacht de laatste langs te zien komen en vanaf dat moment heetten alle bankmannen in hetzelfde shirt ‘De Pietertjes’. Het bezorgde de kleinzonen veel lol. Het aanmoedigen werd ondersteund door een vrolijk saxofoontrio en iedere keer dat er een bekende langskwam brak er een indianengehuil uit met aanmoedigende kreten en de belofte dat ze er bijna waren.

SINGELLOOP 2

Het was mijn eerste singelloop in al die jaren en dankzij het mooie weer en de entourage was het inderdaad een belevenis, die waardig afgesloten werd met een drankje in het café Het Ledig Erf, een halve singel lang om terug te lopen en derhalve een hele marathon voor mij.

Elke ochtend na het schrijven en de koffie maak ik een staatje op in mijn hoofd van de dingen die te gebeuren staan, fysiotherapie, een coachingsgesprek en een redactievergadering, een te plegen telefoontje vullen de dag. Het is genieten en ik bedenk dat de pensioenleeftijd niet zou moeten worden opgetrokken naar een steeds hogere leeftijdsgrens, maar eerder geslecht zou moeten worden. Hoe sneller oudere mensen hun aandeel op vrijwillige basis aan de maatschappij kunnen leveren, hoe zinvoller het zal zijn voor iedereen en vooral voor hen, die nu nog een paar jaar tegen het pensioen aanhikken en letterlijk hun dagen uitzitten. De waarborg voor nieuwe banen voor een beginner. Door dat moeizame moeten, wordt elke sprankje beleving gesmoord, waardoor mensen op een gegeven moment buiten spel komen te staan.

Hadden en hebben is twee, zei mijn moeder. Ik merk het aan de vrijheid, die me overkomen is nu de keuze bij mij ligt om de dagen in te delen. En dat terwijl ik, tot aan mijn infarct, met volle teugen genoot van de kinderen op school en al vrijer was, omdat ik niet meer aan administratieve rompslomp gebonden was door het ‘vaste’ invalwerk. Ik wilde vooral interactie met de kinderen, het noodzakelijke vastleggen tot een efficiënte bezigheid beperken en uitgebreide aandacht kunnen schenken aan de rijke leeromgeving en de lesvoorbereiding. Vooral dat laatste had het de laatste jaren zwaar te verduren en dan komen de goede ideeën vooral ’s nachts. Niet moeilijk om uit te rekenen wat dat op den duur oplevert.

050

Als je je ziel en zaligheid kan stoppen in het lesgeven, dan levert het energie op in plaats van dat het ten koste ervan zal gaan. Geen overdreven regelgeving, maar de ruimte krijgen om los kunnen gaan op creativiteit en scheppingsdrang. Vrijheid van leven bij uitstek door het gevoel te leven in vrijheid.

Uncategorized

In mijn handen

In het omfloerste zonlicht, reed ik met de kleine Blauwe richting Etten-Leur en genoot van de schoonheid van het vlakke land. Ooit door Jacques Brel meesterlijk bezongen. Weliswaar de laaglanden in Vlaanderen, maar elk vlak land in de vroege ochtend is het waard bezongen te worden. De heiige weilanden met hele en halve koeien, de afwisselende herfstgekleurde bomenrijen en glinsterende rivierlinten, die het landschap doorkruisen. Melancholiek zingt de sonore stem van Brel op de cadans van de wielen, terwijl zich het palet van de oude Hollandse Meesters openbaart, het land, de lucht en vooral het licht, dat bijzondere licht.

In Etten-Leur breng ik mijn jaarlijkse bezoek aan de plaatselijke bloemenman, die je met Brabantse gemoedelijkheid laat weten meer dan welkom te zijn. Voorbij de verkooptruc, en oprecht gemeend., klaar voor goed advies en een praatje. Met een uitbundige bos meld ik me bij vriendin, die meer dan mus al heeft klaar gelegd op mijn plek bij het raam. Alles ligt in de aanslag, linosnede drukplaatjes, de gutsen, baren en papier in alle soorten. Snijplanken die ons zullen behoeden voor het uitschieten. Niets werkt zo rustgevend als het overtollige weg te mogen snijden, terwijl de afbeelding de hoogte in schiet en mus extra vleugels geeft om vrij te vliegen. De vrouwen die meededen met de workshop hadden zich allen voorbereid met een tekening of foto. Ik had de avond ervoor mus nog gestalte gegeven en vloei en carbon waren dankbare overbrengers van de details.

etten leur

In de tussentijd kwamen er enthousiaste berichten door vanuit mijn tuin, waar een ploeg van bij elkaar getrommelde kinderen en vrienden hun gespierde lijven in de strijd hadden geworpen om de rommel onder het blauwe zeil, dat ooit het geliefde huis was, te laten verdwijnen. Door mijn afwezigheid als bij toverslag, voor hen niet zonder slag of stoot. De snelheid waarmee dat kennelijk gepaard ging verbaasde, maar maakte de ochtend nog lichter. Letterlijk en figuurlijk verdwenen de obstakels als sneeuw voor de zon. Dochterlief vertelde dat tijdens de opruimactie op de tuin een roodborst onrustig rondvloog, ze bleef om en in de tuin dralen en scheen te wachten tot de rust weer zou keren. Vertolkte ze mijn onrust?

etten leur 4

Stilte, concentratie en verhalen gingen over de tafel, ik vergat mijn gedenkmus te voorschijn te halen, zo was ik in de ban van het proces. Toen het moment suprême daar was en de de drukplaten met inkt konden worden ingerold, begon het te leven. Eerst een proef met de hand gedrukt, om te kijken, waar nog onvolkomenheden zaten. Snavel te groot, nog te dik, nog te groot, driemaal is scheepsrecht. Hier en daar wat extra weg halen. Afspoelen, weer gutsen, afspoelen, nog een beetje en op de millimeter, daarna was ze klaar. De AlMus was geboren. Op Japans of Chinees papier, op zijdepapier, op karton. In verschillende toonaarden, maar donker zwart, tot grijs met de eerste drukproef op de tas, die over mag om daarna inktzwart te herrijzen.

004 Ieder jaar komt ze…

Ze is voor eeuwig verbeeld en ineens weet ik, dat bij het volgende etsmoment de gierzwaluw zal verschijnen in volle vlucht. Ooit vastgelegd in het wegvliegen onder mijn dakgoot vandaan. De Apus Apus, die zich eerst laat vallen en dan zijn vlucht vleugels geeft, om dartelend hoger of lager te blijven vliegen op zoek naar insecten.  Weersvoorspellers bij uitstek en wie zich de moeite neemt om hun verrichtingen goed te lezen, weet precies wat er komen gaat. Roodborst, mus, gierzwaluw, op één dag als kleine boodschappers in vogelvlucht in mijn hoofd en straks allen op papier in mijn handen

 

Uncategorized

Mijn Mus

Eigenlijk nodigde het weer uit om toch vooral buiten te zijn en niet om je op te sluiten in een atelier met een aantal anderen en heel hard te ploeteren om de vogelkop waar ik al een aantal keren aan bezig ben geweest en een nieuwe opdracht uit te voeren. Toch deed de drang om te leren de andere om het vrije veld in te trekken te niet. Wonderlijk hoe mijn eigen stilte me overvalt als de concentratie op scherp staat.

005detail

Ik probeerde te doorgronden wat  me geleerd is. Het is de kunst om de vorm te zien in al haar facetten, te weten hoe het doorloopt, waar de blik niet bij kan. Na een aantal keren bot-studie en even zo vele keren bot vangen was ik blij met het tweede onderdeel. Een compositie samenstellen van twee of drie verschillende objecten uit andere schilderijen. Dat betekende vorsen, inschatten en overpeinzen. Hoe verhoudt het een zich tot het ander. De juiste inschatting te maken van de grootte, details ontdekken die belangrijk waren voor het geheel. Ik koos twee dikke folianten uit een schilderij van Jan Lievens en de asperges van Adriaan Coorte.

asperges

Ter plekke bezig met  de verhoudingen werkte het belemmerend op het verhaal in mijn hoofd al weet ik niet of straks een vice versa misschien het schilderen zal bemoeilijken. De folianten werden in mijn beleving dikke kookboeken van een bijna alchemistische orde, waarnaast de maagdelijk witte asperges met het zinnelijke, haast doorschijnende wit de nadruk vestigden op de pure beleving van de onschuld. Schetsen, kijken en meten en de aanwijzingen volgen, dat was de weg. Er was nog iemand die met me opliep en net zo onbeschreven aan de opdrachten begon. Dat schiep een band. Er was nog een lange weg te gaan.

In de ochtend was het dikke vest voldoende om de frisse na sluimerende nachtelijke kou te trotseren, maar eenmaal weer buiten na drieën schoof de warmte als een extra warme deken erover heen. In het atelier met weinig zicht was er geen flauwe notie van de buitenwereld. Oververhit door indrukken en warmte plofte ik thuis neer. Toch wilde ik  weer verder met het zoeken naar een foto van een mus, die ik zou kunnen gebruiken voor de linoleumsnede voor de volgende dag. Het viel niet mee om een goede duidelijke afbeelding te vinden, want eenmaal op de bank overviel me een intense vermoeidheid. De weerslag van een dag lang geconcentreerd focussen ging overduidelijk niet in de koude kleren zitten.

In mijn beleving staat de mus samen met de gierzwaluw voor mijn lieve vriendin, die me sinds 2010 alleen nog maar glimlachend aankijkt op de foto. Stralend en olijk. De kleine bronzen mus, die onderdeel was van drie mussen die ik haar ooit gegeven had en die bij haar voor het raam gestaan met uitzicht op de tuin, verzinnebeeldt onze vriendschap, net als de gierzwaluwen die er langs vlogen. Mus staat onder handbereik en is voor eeuwig in het hart gegrift.

Het puttertje

Een van de eerste vogels die ik bewonderde op doek was het Puttertje van Carel Fabritius met als verdieping het spannende en wonderlijke verhaal van Donna Tartt over het schilderij. Daarna de vogels van Michaël Borremans met dezelfde aandacht en intentie geschilderd. Mus wordt vandaag mijn eigen kleine puttertje. Symbool van verbondenheid. Eens kijken of ik die vandaag uit de inkt kan toveren. Mijn Mus.

 

 

Uncategorized

Elke ochtend

De brieven die mijn moeder mij schreef toen ik in Leiden woonde, vorderen gestaag. Ik ben ze aan het uitwerken voor de liefhebbers in de familie. Het is genieten, omdat het een tijdbeeld laat zien van de jaren zeventig in het oude huis aan de Amandelstraat en van de gewoontes, het gedachtegoed van mijn moeder, maatschappelijke nieuwtjes, een komen en gaan van gezinsleden en de maaltijden, die uitvoerig beschreven worden. Het is iedere keer weer alsof ik even teruggeworpen wordt in het verleden. Dan verschijnen voor mijn geestesoog de huiskamer, de bijkeuken en de keuken, de gang met de meter en het trappetje naar het toilet en douche, de smalle trap naar boven, de slaapkamers, de houten trap naar de zolder met met luik, waar ooit mijn nichtje door verdween. De kelder beneden, het plaatsje, de schuur.

Elke hoek, elke kamer heeft wel een verhaal. De huizenhoge zeeën die we bevoeren met onze schepen, de twee stapelbedden op de kamer van ons, meisjes. Het woeste schuim spatte op, soms verdronk iemand van ons bijna, maar werd met veel bombarie nog net op het nippertje gered.We speelden er ook de armoe troef van de film ‘Puntje en Anton’ met de kapot geknipte kousen van mijn moeder en een pannetje sperziebonen. De omgeving leende zich uitstekend voor het drama.

De zolder werd pas veel later ons domein, waar je dikke boeken kon lezen onder de dekens met een zaklamp zonder dat broer ons kon betrappen. Er zijn wat letters verslonden daar, ondanks de wetenschap dat lezen bij een zaklamp slecht was voor je ogen. De grote slaapkamer was eerst voor de jongens voorbestemd maar werd later het domein van mijn vader en mijn moeder. Als opgeschoten pubers hadden we de driedelige spiegel nodig van de kaptafel, omdat je ‘en face’ of ‘en profil’ precies kon meten hoeveel van die vreselijke puisten er nu weer bijgekomen waren en hoe je je haar zorgvuldig over dat berglandschap van het voorhoofd kon kammen. Daar nam de neus groteske vormen aan, een echte van der Linden neus. Tot groot verdriet, want dat was bepaald de kleinste niet.

De kelder stond vol met lekkere dingen. Het was er aangenaam koel. Het kende jaargetijden. In December rond oud en nieuw stonden de teilen met oliebollen daar, in de herfst de kisten met appelen en peren. De aardappels lagen er en waren er de oorzaak van dat er zo’n heerlijke grondige aardegeur hing. Bij verjaardagen wachtte de bowl en de aardappelsalades in grote schalen op de verlossing. In het schimmige licht was het een verhalenplek bij uitstek. Natuurlijk zaten er huiskabouters en kwamen spinnen er overwinteren. Maar ook griezels huisden er. Eucalypta kon niet ver weg zijn want haar schaduw waaierde langs de planken en over de muur iedere keer als je naar beneden liep en het houten trapje vervaarlijk kraakte. Ze gleed weg als een dief in de nacht zodra je ogen aan het duister gewend waren. Er stond ook een pot met snoep, die ik, voor de dag begon, probeerde te plunderen. Wat schrok ik op die keer dat mijn vader, bovenaan de trap, een reus van een vader, nijdaste toen ik wat toffees in mijn zakken propte. Het hart klopte in mijn  keel.

amandelstraat

We speelden veel op straat of achterbuiten onder de perenboom, waar de was uitgebreid hing, groot en klein en lange lappen laken. Diffuse schaduwen op het doek als de zon erop scheen met een boeiend schimmenspel als resultaat. Een foto bestaat er waarbij we met een paar kleintjes aan het scheppen zijn in de zwarte aarde met de witte was erboven. Geen punt. Als je maar zoet was.

Met de brieven komt mijn moeder tot leven. Ze heeft een blocnote op schoot, de ballpoint in de aanslag. ‘Lieve kinderen. Toch nog even een brief voor deze week…’ En altijd kregen we een dikke zoen toe, iedere week weer, waardevolle kleinoden uit een ver verleden. Even kind te mogen zijn, een brief lang, elke ochtend.

 

 

Uncategorized

Vooruit

Niet goed gelezen. Er stond dat ik om één uur gehaald zou worden, maar ik dacht half een. Dus zat ik wat te mijmeren op een grijs amsterdammertje voor de flat. De auto’s zoefden voorbij en ik bekeek ze. Geen idee waar vriendin ook al weer in kwam voorrijden. Meestal scheurde ik zelf met de kleine blauwe, maar nu had ik de luxe van opgehaald te worden.  De zon scheen aangenaam. Langs me heen reden en liepen ouders met kinderen die net van school waren gehaald. Het kwetterde honderduit. Ik ving flarden op van vragen en antwoorden over hoe het was geweest, die ochtend en een deel van het relaas van kinderen, die met veel armslag en mimiek vertelden.

019

Ik verzonk in gedachten over de droom van die ochtend, die zo wonderlijk was, dat ik hem in haast had opgeschreven. Daardoor kon ik het me precies herinneren. Het was een bizar en onverkwikkelijk avontuur geweest. Ik was in Helmond en had de auto langs de stoep gezet. Ik stapte uit om iets af te leveren, dat vrij groot was.  De deur liet ik open en vroeg de aanwezigen om mee te komen naar de auto.  Er waren mensen bij die ik alleen kende van Facebook, maar nog nooit ontmoet had. Toen ik vooruit liep naar de auto, keek ik vol verbazing de stoeprand langs. Mijn kleine blauwe stond er niet meer. Hij was weg. Ik was stupéfait. Ik tuurde de straat af. Nergens te vinden. De anderen reageerden vrij lauw en boden niet aan me te helpen. Bijna schokschouderend liepen ze weer naar binnen. Ik dacht aan mijn tas, de portemonnee, de betaalkaart. Ik moest de rekening stop zetten, maar mijn telefoon was ook weg. We reden met een aantal naar het industriegebied van Helmond. Niemand repte nog over het voorval, maar ik was er ontdaan van. Onderweg bleef ik speuren en vorsen. Op het industrieterrein bij grote loodsen zag ik de meest prachtige dingen en ik realiseerde me dat ik dat niet kon vastleggen. Mijn fototoestel zat in de tas, die weg was. Corrosie op het oude staal, de avondzon op de glanzende ijzeren binten van de hal, het was zo mooi. Toen ik om een Iphone bedelde om toch een foto te maken, was de zon net ondergegaan en bleek het te donker. Ik was te laat. Ik werd gewekt door de telefoon, die zoemde naast mijn bed. Maar toen ik hem oppakte, bleek dat er niet gebeld was. De droom, waarin alle zintuigen meededen en de ontreddering voelbaar bleek, die mijn stil verdriet over de gemiste kans om schoonheid vast te leggen haarfijn ontleedde, net als de desinteresse van de anderen, alsof ik niet bestond, werkte vervreemdend. Terug naar de werkelijkheid.

002

Een kattebelletje van vriendin. Ze stond bij de verkeerde zebra. Haha. Ik stuurde haar met de juiste aanwijzingen door. In de auto kwebbelden we honderduit. Die ochtend had ik een antwoord op haar brief geschreven en snel verstuurd per mail. Daar zouden we het niet over hebben. Dat was leesvoer. Die bijzondere briefwisseling was aan het begin van dit jaar gestart. Precaire vragen en boeiende overeenkomsten, de fascinatie voor dood en leven, schuldgevoelens, opvoeden, geestelijk erfgoed. Taal en het woord verbinden. Het feit dat we qua luchtigheid tegenpolen zijn, maakt het extra interessant. Het onverwoestbare optimisme van mijn moeder, die zich door de tegenslagen vocht, valt onmiskenbaar uit mijn verhalen te filteren, maar van een andere kant bezien openen zich weer nieuwe perspectieven. We wandelden langs de Kromme Rijn en het kalme landschap was de perfecte omlijsting voor die overpeinzingen over alles wat ons na aan het hart lag. Het voedende sparren dat zo helend kon werken.

006

Ongemerkt hadden we een mooi rondje gelopen en waren bij de veldkeuken aanbeland. Daar wachtte worteltaart met twee vorken en koffie als lafenis. De reis door het gedachtegoed had ons beiden antwoorden en nieuwe energie geleverd. Met nieuwe afspraken in de pocket en stof te over voor de komende weken namen we afscheid. We konden beiden weer vooruit.

 

 

Uncategorized

Als ik over de drempel stap

Ooit hadden  we een keer bij elkaar gezeten en was er een klik. Daarna was er steeds een luchtig ontmoeten in de plaatselijke supermarkt. Een intens gesprek, zomaar midden tussen de groente of het brood, altijd volkomen op ons gemak, het gevoel van ons kent ons. Die band zorgde voor het weven van de onderlinge draden en uiteindelijk is het er gisteren van gekomen om elkaar in rust te bezoeken.

044

Het uitzicht op de tuin, de kalme herfstkleuren en het af en aanvliegen van de bedrijvige koolmezen, de toetsen paars, lila en karmozijn van de hemelsleutel, hortensia en geranium nodigden uit tot een aangenaam verpozen. We kletsen honderduit en slechten de jaren van onwetendheid in luttele ogenblikken. Zo gaat dat dus. Een open stellen, leven uitpellen, durf te vragen. Een goed verstaander heeft een half woord nodig, zei men vroeger.

Het ging over zo veel schijven van het bestaan. Werk, de kinderen, gezondheid, spelen met taal. Je liet me luisteren naar de aaneengeregen zinnen en ik voelde een diep respect. Er waren veel raakvlakken en het voelde zo vertrouwd. Beide hadden we een deel van de gezondheid moeten inleveren, of in ieder geval de aandoening moeten inpassen in het leven van alledag. ‘Hoe was dat dan voor jou’, vroegen we elkaar, weer volkomen kind zijn in handen van een ander, toen de dalen diep waren en het lijf het zelf niet kon. Dat een ander de regie moest nemen en jouw lot in vreemde handen werd geduwd. ‘Laat af, dit lijkt een straf. Ik wil niet, of toch wel, maar ik wil zo graag nog zelf beslissen’. Dat dualisme vormde een strijd, die ieder die lijdt of geleden heeft, begrijpen kan.

Wanneer hou je de vinger aan de pols, wanneer geef je je over, machteloos of toch met nog een vinger in de pap. Helpt het dan of ben je aan de goden overgeleverd. Wat brengt het teweeg. Medicijnen die de boel verstieren, maar ook een oplossing bleken en weer andere die de bijwerkingen te niet moesten doen. Steeds weer kiezen tussen twee kwaden. Wat was wijsheid. Raakt men dan die twijfel kwijt. Diezelfde onzekerheid smeed een band. Want we wisten dat het in fasen kwam en dat  het lijf afhankelijk was van hoe alles uitpakte, wat nog te verdragen viel,  wat er nog te wachten stond, voor wanneer, hoe lang. De antwoorden daarop bleven hangen in de herkenning.

097spiegelen

We babbelden over de vele bergen, die je al had verzet met je werk en zochten een weg in de wirwar van mogelijkheden.. Hoe vind men de mensen, die de deur open kunnen zetten om je naar de juiste weg  te leiden en die kunnen leiden naar erkenning. Is het een kwestie van durven, de stoute schoenen aantrekken. Hoe scheid je daarbij het kaf van het koren? Hoe doorbreek je de visuele cirkel voordat men spreken zal van naamsbekendheid. De vijver is groot, er zwemmen zoveel vissen in.

De namen van de twee poezen roepen een lied op uit het verleden. Ik herinner me het ergens vaag, het suddert de hele dag verder. ’s Avonds duik ik ‘m op uit de diepte van mijn geheugen. Jaren vijftig, de radio of de broertjes. Het kan beiden. De tekst dwarrelt in brokken neer. Op YouTube komt uiteindelijk de  verbinding met vroeger tot stand. ‘Gevonden’ stuur ik triomfantelijk door. Ze krijgt de melodie niet meer uit het hoofd.  ‘Voor eeuwig’. app ik door.

005

We trekken de tuin in, bewonderen de kleuren, volledig afgestemd op elkaar. Zevenblad en heermoes is er ook, niet meer mogelijk om dat leed te slechten, ze spreiden hun groen over de bodem. De geranium siert met kop en schouders erboven uit. Soms moet je de kwaal aanvaarden en er letterlijk de vruchten van plukken, leert het ons. Een wijze les van moeder natuur.

We gaan weer uit elkaar, maar niet zonder een beloven van een snel ontmoeten. De tijd is omgevlogen. Dag poezen, dag lief huis en mooie tuin. Dag vrouw. Wat was het fijn om hier te zijn en tijd te delen met jou. De zon breekt door, als ik over de drempel stap.

Uncategorized

Niet meer te stuiten

Buiten komt de herfst in buien naar beneden en de lucht vormt een adembenemend schouwspel door de snelheid waarmee ze wisselt van inktzwart via alle tinten grijs naar stralend blauw, waar witte wolken doorheen klieven, suizen soms. Er is zoveel beweging in de atmosfeer. De grilligheid van het moment zorgt ervoor dat er geen peil op te trekken valt, want binnen één tel trekt het weer dicht. De kisten zure appelen van vroeger, ze trekken in grote getale over ons heen.

herfstblaasjes 2

Rondom ons wervelt ze rond terwijl we binnen het thema herfst en het kinderboekenweekthema vrienden bespreken. Een inkoppertje lijkt me. Met vrienden van de herfst sla je twee vliegen in een klap. De leerlingen van de onderbouwgroep bij vriendin op school hadden ook al snel deze verbinding gemaakt. Het zorgde weer voor een bruisend begin van het project. Het winkeltje op de gang, de dieren die profiteren van de herfst en er fan van zijn. De rijke opbrengsten buiten met de herfststormen maken dat je er niet omheen kan. Natuurlijk komen de kinderen met een overvloed aan blad, noot en vrucht binnen en ontstaat spontaan het werken ermee.

herfstblaadjes

Egel, dikke spin, eekhoorn en muis zijn de blikvangers voor wie op pad gaat voor een wandeling door bos en beemd met gespitste oren en vorsende ogen. Het is de tijd bij uitstek voor een heerlijke kampdag en het verhaal laat zich vertellen voor ieder met een greintje fantasie. Terwijl ik het schrijf moet ik denken aan Liesje Herfstbriesje en haar tante Sjaan Orkaan, die ooit het bos bevolkten, maar Liesje had al eens langer geleden haar verhaal aan weer andere kinderen vertelt over de grote broers Noorder-, Ooster-, Zuider- en Westenwind, die er vaak op uit konden trekken terwijl zij en haar zussen  lente- en zomerbriesje maar heel kort van hun wolk af mochten. Verongelijkt mokte ze dat het oneerlijk was en natuurlijk ging ze toch naar beneden om in een spannend avontuur te verzeilen. Succes verzekerd, zoals zo vaak als er een emotie in verwerkt zit, waar je je als kind makkelijk aan kan paren.

Bestand:Goudreinet.jpg

Achter elkaar begint het weer te borrelen en bruisen. Dat is precies het gistingsproces dat nodig is om letterlijk en figuurlijk een vruchtbaar proces op gang te brengen met de kinderen en het project op niveau te tillen. Iedereen die wel eens met een bot mes mocht klieven in een goudrenet en met de blote handen de boter en de bloem tot deeg mocht kneden om daarna het wonder van een dampende appeltaart uit de oven te halen, zal de geur van de herfst nooit meer vergeten. Nostalgie in een nieuw jasje door vorm of toevoeging aan te passen. Maar appel, peer en kaneel blijven er onlosmakelijk mee verbonden.

spinnenweb

De ecoline komt uit de kast, achter in het hoofd, het kaarsvet en de sterke lijm waarmee in een handomdraai de mooiste spinnenwebben getoverd worden, of egel-stekels die uit elkaar waaieren in een bonte kleurenpracht als de ecoline dooreen vloeit. De dikke wol, waarmee buiten of in het speellokaal een mensen-groot spinnenweb kan worden overgegooid, die daarna in een hoek van de groep kan hangen en ruimte biedt voor honderden verschillende spinnekoppies, gevouwen, geplakt, gekleid. Egels van brooddeeg met lucifer-stekels op hun rug of prikhuiden maken met spijkers op een plank. Het zorgt voor een wervelstorm aan ideeën

Kleuren mengen zich, zowel buiten als binnen en met de storm komt de actie aangewaaid. Het bruist en wordt een vriendschap voor het leven. Als het eenmaal los gaat, die herfst, en wij erbij, is het niet meer te stuiten.

Uncategorized

Tussen lucht en leven

Als een zwaard van Damocles hing het boven mijn hoofd, maar nu hangt het nog tijdelijk als een molensteen om mijn nek. Het huis is afgebroken tot de laatste plank, maar ligt in grote wanorde onder twee blauwe zeilen te wachten op het vervoer. Dat is het dingetje. De platen waarmee broer  met veel warmte en aandacht de boel had opgebouwd, waren oneindig zwaar en niet te tillen. Het huisje omver trekken, zodat het dak geslecht kon worden leek de enige oplossing.

084.jpg

Dat een punt de kas zou raken was onvoorzien. Kas kon er niet tegen en één ruit begaf het onder de stevige aandrang van haar buurman, die de punt van het dak er nog wat verder in had gezet. Met een luide krak gaf ze zich over. Het leed was geschiet. Daarna ging het snel en waren mijn dappere breekijzers aan het eind van hun latijn. Met sneltreinvaart kwam alles op de plek van het oude huis terecht en daar ligt de berg ongeorganiseerd te wachten op afvoeren.

De nacht ervoor droomde ik nog van wenselijke pakketten met ductape bij elkaar gehouden, die ik zorgvuldig zou stapelen. In dromen is mobiliteit ook een vanzelfsprekendheid. Ik moet bekennen dat ik net als mijn oude huis langzaam afbrokkel. Na iedere inspanning is een wijle rust van wenselijk tot noodzakelijk geworden. Het halen van een schroefboormachine was een mijl op zeven, de gang weer terug een brug te ver. Mijn stappen zijn van een jong veulentje, maar de bijgeleverde lucht van een oude krakende jaknikker. Er moet meer balans komen in het geheel. Toekijken hoort niet bij een doener. De belemmering valt dan ook zwaar.

009.JPG

Maar na regen komt zonneschijn, wist mijn moeder met een onverwoestbaar optimisme te vertellen. De ruit kan vervangen worden en het afvoeren  zou ook opgedeeld kunnen worden. Daar hebben we deze winter de tijd voor. Al zouden we het in drie fases doen, dan is er nog geen man overboord. Ondertussen schemeren er wel prachtige plaatjes voor ogen. Dochterlief zwanger en wel als een stoere knappe amazone boven op het dak met hamer in de aanslag om de daklijsten mores te leren.

046-e1538363795920.jpg

Kleinzoon draaide samen met paps de schroeven uit de sponningen met een echte schroefboormachine. Het sjouwen en bikkelen van zoon met aangedane schouder ten einde de paden van zijn moeder te effenen. Zus, die als een krachtpatser tilt en ruimt. Het staat voor eeuwig in mijn gedachte gefreesd. Thuis lag een arme andere zich ziek in bed te verbijten. ‘Het is de liefde’…zong Raymond van het Groenewoud al. De liefde om van iets ouds weer iets nieuws te helpen maken, de liefde om een ander te helpen, de liefde voor elkaar. Sentimenteel misschien, maar het klinkt me als muziek in de oren en in mijn hoofd zingt hij door: ‘De liefde voor muziek…’.

118.JPG

Straks als ik weer een grootgrondbezitter op eigen residentie ben, is het leed snel geleden. Zoals met alle tegenslag, die er ooit geweest is. Vernieuwing was uiteindelijk altijd een verbetering. Roos hangt nu kreunend tegen het hemelsblauw in innige omarming met druif. Eerst een stut, latjes zat en dan de kas, als eerste stappen. Dat is wat het nodig heeft. Stapsgewijs de aanpak, kalm aan, dan breekt het lijntje niet en dat zorgt voor het broodnodige evenwicht tussen lucht en leven.

 

Uncategorized

Mea culpa

Ik heb gisteren tal van kleine beestjes de schrik van hun leven bezorgd. Ik pakte de oude kist aan, waar nog wat hout van de vorige bouw opgeslagen lag om te stutten of voor de stook en waar ik de oude blauwe zeilen ingepropt had. Ze hing tegen het huisje aan. Eerst de zeilen eruit gevist. Er was danig aan geknaagd. Vast en zeker is er ergens onder de grond een muizenholletje met het blauwste blauw versnipperd met de witwollige stukjes stof van de sprei op het bed, dat eveneens druk bezocht was door muis.

060.jpg

Daarna was het hout aan de beurt. Zo’n dichte kist is niet handig. Het mag er blijven liggen tot in lengte der dagen want iedere keer kwam er weer nieuw stookhout bij, van de iep, van de wilgen, een stukje berk, van al het snoeiafval dat er aan dode bomen was. De pissebedden en de duizendpoten haasten zich om een goed heenkomen te zoeken, de spinnen vluchtten in wilde paniek, Het hout molmde al jaren. Heerlijke veiligheid. Nu lag de zenuw open, badend in het licht. Pluk redt de dieren schoot er door me heen en een R.I.P voor de miniwereld uit Godfried Bomans ‘Eric of het kleine insectenboekje’.

De pissebedden lieten zich zwaar vallen als kleine ronde balletjes, de spinnen kropen in de uiterste hoeken weg, een paar motten zagen hun slaap der onwetenden bruut verstoord worden en fladderden in paniek om mijn graaiende handen in mijn grote werkmanshandschoenen, die planken oppakten en het leven eruit leeg schudden. Wat eronder gebeurde, een vloedgolf van ellende, wiste ik, in de drang schoon schip te moeten maken voor vandaag.

061.jpg

Dit was nog maar het begin. Het hout stapelde ik op elkaar in mooie pakketjes, ductape erom heen en klaar om af te voeren. Er was me hulp beloofd bij het afvoeren. Iets met de trekker en een aanhanger, want ander vervoer kon niet het pad op. Vrachtwagentjes zouden stranden in de mulle grond, de grasmaaimachine trok het al nauwelijks. De gouden duizendpoot glipte tussen de vingers door en haastte zich om anderen te vertellen van de ramp. Arm klein leven. Hoe vaak doen wij dat niet. Iedere stap van mij op het gangenstelsel van woelmuis levert een beving op, die grenst aan het desastreuze. Steeds weer bleven ze op andere plekken gangen graven met IJzeren-Heinigheid. Wij kunnen er niet aan tippen. Ook deze kleine scharrelaars zullen in één tel hun verstoorde leven weer oppakken en ergens anders een heenkomen zoeken. Er valt voor de mensheid een les uit te trekken. Ze gaan waarschijnlijk naar het vervallen huis. Ze weten nog niet dat vandaag definitief een einde komt aan dat bestaan of die geborgenheid. De oude krakkemikkige tafel ervoor is  een mogelijkheid, maar ook die gaat geslecht worden. De koek is op, de nood hoog.

062

Ze vinden hun weg wel weer. Waarschijnlijk in de composthoop of bij de buren, in de schutting van wilgentakken of de wortels van de bomen. Er is stof te over voor een nieuw insectenboek over Grietje Pissebed en Leonardo de spin, die met zijn acht kleine kriebelpoten zoveel moois in zijn mars heeft, Theodora mot en haar vriendin Noveentje. Het gevaar ligt op de loer als dadelijk die laatste schutplaats weg zal zijn. De vogels zullen de tuin tot in lengte der dagen in vreugde bezingen. Het zal de ultieme voederplaat worden voor mees en mus, voor vink en boomkruiper, merel en lijster. Moet ik bordjes plaatsen met: ‘Hoed U voor de mens’. Het kan niet anders. Maar één ogenblik wil ik stilstaan, me bewust zijn, van die kleine dappere doorzetters, van het aangedane leed in een kleine wereld. Lieve nuttige wriemelaars…Mea culpa.

Uncategorized

Ze was in niets veranderd

Via Facebook kwam er in een privé-bericht het verzoek van een oud-leerling langs om een vragenlijst in te vullen. Het was naar aanleiding van het feit dat bepaald gedrag verklaard kon worden, dat nooit onderkend was geweest. Hoogbegaafd, hoog sensitief en ADHD. Het zoeken er naar ging gepaard met het feit dat hetzelfde gedrag bij zoonlief werd vastgesteld. Dezelfde motorische onrust en beweeglijkheid.

Eens, in de grijze oudheid, zou ze een Spring-in-het-veld genoemd zijn, of een ‘bijzonder’ kind net als in Dik Trom, de Pietje Bell van de familie bij ondernemingslust, lees kattenkwaad, een gevoelig en dromerig meisje bij sentiment en melancholie. Het klonk zachter, acceptabeler. Het werd vergoelijkt, al konden er straffe maatregelen genomen worden om een kind weer in het gareel te krijgen. Opstaan tegen het gezag was de norm niet. Daar moesten we onderuit zien te komen, dacht mijn generatie. De tijd van straffen was voorbij. Grenzeloze vrijheid stond er tegenover en liefde. Apenliefde vond de generatie van mijn oma dat. Aan de ene kant mogen ze alles, maar aan de ander kant laat je ze zwemmen. Kinderen hebben sturing nodig, moeten leren dat er grenzen zijn, terwille van hun eigen gevoel van veiligheid en geborgenheid.

Er was een school op kanaleneiland waar een klein dik dametje de scepter zwaaide. Haar rondborstige warmte spreidde zich letterlijk als een deken uit over de kinderschaar. De troost van juffrouw Weldam was een verademing voor ieder kind. Haar goedmoedigheid en geloof in die kleine mensen en het rotsvaste vertrouwen dat ze hen schonk, wierp haar vruchten af. Geen andere school waar zo weinig met het vingertje werd gezwaaid of tegendraadsheid een feit was. De sfeer was vreedzaam, liefdevol en opbouwend. Ze was het grote voorbeeld van een voedzame en groeizame bodem voor het onbeschreven blad.

002

Ik ging er even voor zitten. Haalde mijn het kleine spring-in-het-veld voor ogen. Het lieve koppie, het weerbarstige rood met de eigenzinnige blik en vulde de vragen een voor een in. Het was een leven geleden maar ik was weer even terug in de apen in die tijd. Ruimte voor hen was er genoeg. De kinderen die het meest beweeglijk waren, zaten in mijn buurt, naast me of iets verder, daar waar een hand nog altijd geruststellend op de schouder gelegde kon worden of voor een aai over de bol. ‘Ik zie je wel, ik hoor je ook, straks mag je. Even wachten.’

Ze konden ‘wieberen’, een rondje lopen door de groep of even hard om de klimkever heen rennen op het schoolplein en daarna gewoon weer aanschuiven. Lekker spelen waar mogelijk, je eigen weg banen, een pad vinden en gaan. Toverkussen uit het rozenblik, een kusje daaruit, in een hand gevangen en op de zere plek gelegd, deed goed werk. Als er behoefte was, mocht je leunen en kind zijn. Het kon allemaal. Naast de spannende avonturen waar de projecten in vervat zaten en je je een koningin kon wanen of een stoere piraat, een bang konijntje of een verdwaalde mol.

Ze had, nadat ik de vragenlijst had ingevuld, een mailtje terug gestuurd. Ze bedankte me, voor het feit dat ze ooit een kind mocht zijn dat zich gesteund wist in veiligheid en geborgenheid, iets waar het haar thuis aan had ontbroken. Traan weg pinken om de problemen waar deze kleine dappere mee heeft moeten worstelen en met haar, haar broers en zussen, maar ook  van trots. Ze had het gehaald en was er sterk uitgekomen. De kroon op het werk, haar eigen verdiensten. Een kleine doorzetter, met het weerbarstige rood en de eigenzinnige blik.  Ze was in niets veranderd.

 

Uncategorized

Wat een late zomer al niet vermag

Het was gisteren een dag om in de benen te gaan. Fysiotherapie maakt dat kennelijk los. Je begint ’s morgens om half elf geestelijk en figuurlijk aan een paar verheffende oefeningen en je gaat er als een kwiekere persoonlijkheid vandaan. De analyse leert dat dat vooral schuilt in de persoonlijke aandacht die gegeven wordt naast de individuele oefeningen.

IMG_7671.JPGDe bijenstal

Gesprekjes tussendoor, die een verrijking zijn. Mijn begeleidster komt meer over mijn reilen en zeilen te weten, ik kan het onzekere gevecht met lucht en leven bij haar kwijt. Het mes snijdt aan twee kanten en in dit geval heeft het een positieve uitwerking. Met hernieuwde energie staat er ineens ‘tuin’ in de bovenkamer geschreven. Ik moet zeggen, dat het aangename zachte weer ook een belangrijke rol speelde en zon zette de wereld in een omarmende modus. ‘Wentel je maar in natuur’, roept ze, als ik langs de lange sloot loop, de bijen bedrijvig af en aan zie vliegen bij de bijenstal en een meerkoet weg zie duiken in het water. In de tuin valt de schaduw van de uit de kluiten gewassen heg van de oude tot ver over de mijne. In het gras hebben de woelmuizen aardig huisgehouden.

013maaien

Het maaien gaat me beter af, Halve tuin en pas op de plaats, nog een stuk en rust, het laatste stuk en nog een schepje erbovenop en klaar tot in de tuin van de oude toe. Tussendoor zijn er de gesprekken. Met de buurman die een prachtige bolle courgette komt brengen nadat we de perikelen van de sloop van het oude huisje hebben besproken en de mijl op zeven, die het zal kosten om alles af te voeren. Met de achterbuuf die komt kijken omdat ze ons hoort praten en weet te vertellen, dat er straks organisatorisch wat veranderingen zullen komen. Juist aan die geconstateerde onbereikbaarheid zal het een en ander uitkomst moeten gaan bieden. We wandelen door de houttuinen van de oude en constateren dat het een walhalla is voor de vogels, maar dat het niet opweegt tegen de belangen. Hoe pas je daar nou weer een mouw aan.

Met iemand die in tranen belt, omdat er een wig in het hart is gestoken voor haar gevoel. Vermeend onrecht valt koud en tactloos op haar bord. Na een praatsessie, verstikte zinnen, wat krom is rechtgetrokken, het uitpellen van het probleem en duidelijkheid verschaffen, weet ze wat te doen zonder zich in de emotie te verliezen. Dat geeft opnieuw energie, zowel bij haar als aan mij.

Met de oude, die ik tuinsgewijs probeer te overtuigen van het heer en meester zijn van zijn’ landgoed’, lees het leven, waar anderen in loondienst  een centje kunnen verdienen aan zijn onvermogen. Twee vliegen in een klap en weer dat mes, dat aan twee kanten snijdt. Het zou voor hem de mogelijkheid zijn om weer buitenmens te worden, iets wat hem ruim zestig jaar aangenaam verpozen heeft gebracht. Zijn gang van de voordeur naar de supermarkt en van huis naar de container is het enige moment dat er in deze fase verse zuurstof wordt geleverd. Over een kleine wereld gesproken…

huisHet oude huis

Als ik de maaier schoon krab en opberg, een laatste slok water neem en alvast de schildersezel en een doek die scheefgezakt in het kreunende hutje aanleunen tegen de berg ‘afvoeren’, bedenk ik dat er geen betere plek is om te toeven dan in die kleine oase van groen, ondanks alle perikelen die boven het hoofd afhangen, nu sloop in de lucht hangt.

Weer dat mes, want nieuwe vooruitzichten. Dromen over het nieuwe atelier maken de stappen naar de auto lichter, maar ook het feit dat de achterbuurman met de grote maaier de wegen begaanbaar heeft gemaakt en de verse graslucht tegen een achtergrond van zonnewarmte de late zomer spreidt over de gebaande wegen.

Lichter rij ik naar huis met als cadeau deze dag. Wat een late zomer al niet vermag.

Uncategorized

Voor het oprapen

Vanmiddag hoorde ik op de radio iemand iets zeggen over geluk, dat in essentie neerkwam op het gegeven, dat geluk er pas zal zijn, als je beseft dat het volkomen los staat van anderen. Ik heb geprobeerd de zinsnede letterlijk te onthouden, maar nu lig ik alweer een paar uur wakker en ben op zoek naar de juiste definitie, die weggesijpeld is door de mazen van het net.

036

Het is wel iets wat me vanaf het moment dat ik het hoorde, bezig houdt. Een eyeopener, omdat het betekent dat het niet ver te zoeken is, zoals het gezegde luidt en ook niet in iets of iemand is te vinden. Los van welke vorm dan ook zit waarachtig geluk in jezelf. Zodra je dat beseft en er naar kan leven heb je het Geluk gevonden. Geen sinecure voor een klein mensje in deze consumptiemaatschappij.

foto: Wikipedia

‘Het gras is altijd groener bij de buren’ wist men vroeger te vertellen, of ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Gisteren had ik een lang gesprek met vriendin. Ze gaat door een moeilijke fase heen. Altijd en overal zijn er op ons pad van die diepe dalen, die ervoor zorgen dat je daarna weer een tree hoger  kan klimmen op het bewustzijnsniveau.  Het moeizame is dat je je daarvan bewust wordt als de mist in je hoofd is opgetrokken. Als je er midden in zit, lijkt het nauwelijks begaanbaar. Niemand kan helpen om die mist en de bijbehorende vraagtekens op te heffen. Het zijn geen windmolens, want ze bestaan. Het moeizame is het lichamelijke effect dat het met zich meebrengt. Het heeft zijn weerslag op het lijf. De geestelijke vermoeidheid trekt zwaar als stroop tot in het puntje van je tenen en kleurt de wereld met een grauwsluier waar geen weg meer in te vinden valt.

Het is me ook een keer of drie overkomen. Alleen kom je er niet uit. Er is een klankbord nodig, maar slechts om je eigen beeld weer helder te krijgen. Een voldaan en tevreden gevoel hangt niet op materiële zaken en is geen waarborg door de lieve mensen om je heen. Het helpt wel mee. Daarom moet je ze mogen gebruiken om mee te sparren. Maar vaker is letterlijke afstand, een onafhankelijke partij, een betere gesprekspartner, met frisse en nieuwe ideeën en een kijk op het leven die niet verweven is met je eigen gedachtegoed.

018

Vriendin gaf door dat ze pas over drie weken terecht kon bij een psycholoog. Eerst was ik er verontwaardigd over. Daarna bedacht ik me hoe goed het is om een tijd te zwemmen in je eigen tranendal. Daardoor ga je alvast zelf aan het werk om op eigen kracht de eerste kleine stappen te zetten op  het pad naar het vinden van dat geluk. In de sessies met een goede psycholoog zal die ook steeds weer het licht laten schijnen op het eigen handelen. Waarom, en toen, en dan zijn daarin de sleutelwoorden, waarbij de eerste de allerbelangrijkste is om de poort te openen. Bewust worden van de oorsprong van je keuzes. Wie en wat wil je ermee bereiken en verrijken. Zolang het de ander is en je niet bij jezelf uitkomt is er nog een weg te gaan.

Het is sneller gezegd dan gedaan. Wat hou je in stand door hardnekkig voor een ander te blijven zorgen als je de meest trouwe ziel verwaarloost. Er is een spiegel nodig om dat te ontdekken. Laten we beginnen met van onszelf te houden tot in elke vezel, tot daar, waar geluk voor het oprapen ligt.

Uncategorized

Het kind in mij is wakker

Wie niet sterk is moet slim zijn luidt het spreekwoord. In een overhaaste actie bestelde ik het verkeerde boek, waar vriendin en ik de vertelling voor de avond van Mevrouw Sprokkelhorst zouden halen. Toegegeven de plaatjes van beide boeken die ik had bekeken, leken op elkaar. En toch, dan nog. Gisterenmiddag ontdekte ik dat. Ik had nog precies drie uur om het boek op de kop te tikken, anders hadden we ’s avonds niets om over te sparren. Nergens op internet kon ik het hele verhaal immers eruit filteren en daar draaide het om.

Naar de beide boekhandels, maar ook daar was geen exemplaar aanwezig. Beide verkoopsters van de twee verschillende winkels doken direct achter hun computers, ik dacht om te kijken of het boek in huis was, maar dat was om het eventueel te bestellen. Sorry lieve dames, daar draaide het niet om.

Een van de vrouwen had een lumineus idee. Ga naar de bibliotheek misschien hebben ze het daar. Een gouden tip zo bleek. Met wat vlieg-en speurwerk in het doolhof van leeftijden, lees-en prentenboeken vond ik dankzij een behulpzame vrijwilligster het zo vurig verlangde verhaal. Maar het boek moest daar blijven, want aan een actie van eenmalig uitlenen deed men niet. Begrijpelijk. Nood breekt wetten. Ook al zo’n heerlijke oplossing uit het verleden. Normaliter zou ik voor het boek gegaan zijn, maar nu maakte ik foto’s en had het een en ander voorlopig digitaal. Zo had ik voor de avond materiaal in huis en kon ik alsnog dit boek bestellen.

de vos en de kleine prinsDe Vos en de kleine prins(twee jaar geleden)

Met vriendin bekeek ik het verhaal, dat heerlijk spannend was en waar we, net als vorig jaar, met schimmenspel wel weer een prachtige vertelling van zouden weten te maken. Binnen een half uur was het beklonken. Dit is het.

Ik verklap niet, vóór de Sprokkelhorstwijzer uitkomt, wat en waar het is. Dat is een verrassing. Vorig jaar hadden we kikker en de vreemdeling gedaan. Nu weer een totaal ander genre. De plek is de unieke gelegenheid en dat is het leuke van de vertellingen, die ik, en de laatste jaren we, gegeven hebben. De entourage past er altijd perfect bij. Zo komen boeken tot leven en meer dan dat, zo wordt het een belevenis op zich.

Het boek komt uit een van die uitzonderlijke parels van het gemeentemuseum den haag. Daar hebben ze de hele kinderboekenserie gemaakt naar aanleiding van de   tentoonstellingen die ze geven. Daarbij worden de originele werken als illustratie nauw weergegeven. Met het kinderboek in de hand sta je voor het echte werk en in het boeiende bijbehorende verhaal komen ze tot leven. Wat een prachtige uitvinding om kinderen de wereld van de kunst in te trekken en zo het museumbezoek naar een hoger niveau te tillen door er een essentie aan toe te voegen.

BreitnerDe waspit.

Het museum is vaker een verlaagde drempel voor een andere manier van kunst kijken. Ooit was ik er op een mooie herfstzondag om samen met een tiental schrijvers op zoek te gaan naar de verhalen achter de schilderijen en dook ik de wereld van Breitner binnen met zijn waspit. Het verhaal dat we opgeschreven hadden, werd tot de essentie ingekort en zo ontstond een rondeel over de waspit zelf.

Dichter op de huid, letterlijk en figuurlijk. Nu nog de vorm en we hebben het rond. een fluitje van een cent als je één met de kinderen bent. Het kind in mij is wakker.