Uncategorized

En dan kunnen we los

Of het koffiedik voor een gelukkig gesternte heeft gezorgd weet ik niet. Feit was dat de tocht van de Bernagie naar haar plekje gunstig verliep. De ochtend begon vroeg met de twee reuze thermoskannen waarin de koffie geurig gezet werd met de hand. Ouderwets filteren, langzaam maar gestaag. Watertemperatuur met een vleugje Barista-wijsheid niet op de kook maar tot 92 graden. Sinecure voor mijn waterketel, die immers precies de gradatie aangeeft. De kannen met koffie en thee en de koek en zopie in de grote boodschappentas geladen evenals het dienblad en fluks dochter en schoonzoon oppikken in Utrecht. Het miezerde drie druppels, maar vooralsnog zag het er goed uit. Bij aankomst stond de Bernagie al op het pad en de mannen bij de schuur.

006.jpg

Klein minpuntje. De vorige gebruiker van de tractor had het kraantje open laten staan. Maar, voor geen kleintje vervaard, werd de accu van stroom voorzien door een van de auto’s en kon de tocht beginnen. Het was een ware kermisattractie. Mijn lieve hutje getrokken door de tractor, neef ervoor om aanwijzingen te geven, kinderen erachter met de bolderkar vol lekkers. Vanaf de overkant nam ik foto’s en langzaam maar gestaag rolde de hut door het fluitenkruid en met de karavaan erachter werd het een echte pipowagen.

IMG_0147

Zoon en twee neven kwamen ietsje later en precies op tijd om te helpen bij het lastigste en laatste stuk. Om de draai te kunnen maken moesten de grondplaten van achteren komen en waar het groot hoefblad de bodem aan het leeg trekken was, opgehoogd worden met tegels en platen zodat Jut niet voortijdig een duik in de sloot zou nemen.  Er werd rigoureus gesnoeid met een snelheid waarbij mijn inbreng over voorzichtig en met beleid werd overruled door de haast die men had om door te trekken en niet vast te lopen in het veen. De appelboom kon ik wel redden. Bijna hadden ze mijn Vasalisboom gehalveerd. Ach ja. De tuin was voor later zorg. Straks kan ik die weer in eigen tempo opbouwen. Nu eerst maar de basis.

Het weer was ons al die tijd gunstig gezind geweest, maar nu begon het even te storten. De veengrond was zacht en het duurde even voor ze een en ander, steunen en wielen op de tegels hadden staan, waterpas en wel. Neef en broer zouden deze week alles in rust in het werk stellen om het stabiel en veilig te krijgen. Daar had ik alle vertrouwen in. Zeker met de verrichtingen van grote neef, die door zijn heldere en duidelijke aanwijzingen als een echte opzichter de wagen langs de krappe doorgang loodste. De tractor met de achterbuur als voortrekker volgde nauwgezet elke aanwijzing. Stoppen, rijden, klein stukje, uitdraaien, vol gas. Binnen een uur stond ze op haar plek, leek groter dan gedacht en de tuin kleiner met al dat volk eromheen. Tussendoor het kleine grut, hout en vlonder. De koffie en de koeken smaakten opperbest.

001.JPG

‘Gods water over Gods akker laten stromen’ dacht ik en rustig afwachten op wat er komen gaat. Broerlief kroop onder de wagen om hem wat op te krikken met een te kleine krik en neef ging zijn grote halen. Daarmee was het verzakken snel weer opgelost. Straks en later zou het goed komen. Eigenlijk had ik er stiekem nog even voor willen zitten in mijn eentje om het allemaal eigen te voelen, maar door de gebroken nacht en de emotie overviel me een ouderwetse vermoeidheid en wilde ik niets liever dan naar mijn plekje op de bank, om in alle rust de commotie te verwerken. De komende weken staan in het teken van de wederopbouw door het smeden van een eenheid van de tuin, het atelier en mij daar midden in. Nu eerst de hut en de appelboom recht en dan kunnen we los.

047.JPG

 

Uncategorized

We zien wel

Het is pas vier uur en ik ben klaar wakker. In mijn hoofd hebben we de hut al  verschillende keren over het smalle pad langs de sloot naar achteren gereden en allerlei scenario’s die er mogelijk zouden kunnen zijn, zijn voorbij gekomen.

003

Het tolt en woelt daarbinnen. Door alles heen spookt de documentaire ‘Nooit meer thuis’ over Anil Ramdas bij  ‘In het uur van de wolf’ die ik gisteren in de herhaling heb gezien en waar ik hevig van onder de indruk blijf.  Vooral de blik in de ogen van de zuster sprak boekdelen. Die ogen met het onmetelijke zielsverdriet erachter en de onmacht om hoe het allemaal gelopen is. Het boek Badal, dat nu gezien wordt als een autobiografie tot aan het bittere eind, speelt er doorheen. Wat bezielt iemand om zijn levenswerk te maken en uiteindelijk net als de hoofdpersoon in het boek ook voor de dood te kiezen. Een klein duiveltje fluistert als reden de vervolmaking van zijn levenswerk in mijn oor. De meest voor de hand liggende reden voor zijn eigen ondergang is de starre houding, die hij ten leste door de teleurstelling en de verbittering over het politieke bestel ten toon spreidde. Ik zie hem als een erudiet en belezen persoonlijkheid, aangenaam om naar te kijken en te luisteren. De schaduwkant van zijn leven was me onbekend. Misschien is de impact daarom des te groter. Hij kreeg aan het eind scherpe kritiek te verduren vanuit een literaire hoek die hem misschien nog het meeste trof.  Ergens in het verhaal noemt men het tekort aan liefde. Wat me vooral treft is het gevoel van eenzaamheid die uit het verhaal spreekt ondanks de mensen om hem heen. Met recht een wanhoopsdaad.

Badal

Terug naar de dagelijkse beslommeringen. Ondertussen weet ik dat de touwen om de bomen langs het pad weg te trekken nog achter op de tuin liggen in de kweekkas van de oude en dat ik geen tafel heb om alle thermoskannen op te zetten. Dus neem ik straks ook een groot dienblad mee, dan kan de kleine houten ton als bijzettafeltje fungeren. Ik heb in mijn beleving al verschillende keren de koffiekannen gevuld. Hoeveel schepjes koffie doe je op 2 liter kokend water om koffie lekker en sterk te maken. Ik koos gisteren voor een pak Douwe Roodmerk, omdat mijn moeder en vader er bij zweerden en ik door de bomen het bos niet meer zag. Andere en goedkopere koffie deugde vroeger niet. Het schepje Buisman zal ontbreken. Ik maak straks, voor het eerst sinds lang, weer ouderwetse filterkoffie. Gelukkig kon ik nog één filter, de laatste in de winkel, op de kop tikken. Het zal even kosten om alles in kannen en kruiken te krijgen. Slow coffee is eigenlijk heel trendy. Ik bewonder de Barista’s van nu, die bij het koffiezetten de magie hebben teruggehaald en het nieuw leven hebben ingeblazen. Het brengt me even terug naar de nostalgie van de Gruyter-winkels van vroeger, waar de vers gebrande bonen een heerlijke geur verspreidden, als ze ter plekke werden gemalen. Dat was de betovering, dat heerlijke aroma. Nu brouwen ze met evenveel liefde hun brouwsels en dat proef je. Daardoor verandert  de smaak. Mijn liefde en het oude vertrouwde merk, dan gaat het straks goed komen.

Gisteren op de valreep, ik was al lang en breed op weg naar huis, bedacht ik me ineens dat een kleinigheid voor de inspanning van vandaag attent zou zijn. Dus weer spoorslags omgekeerd en nog een keer naar het centrum. Daar slaagde ik erin om een lief en toch een beetje stoer, maar ook lekker cadeautje top de kop te tikken. Dankzij een verkoopster die met me meedacht. Al brainstormend met haar kwam ik op dit idee. Zij zorgde voor het leuke inpakken in cellofaan, met houtwol en strik. Top. Negen leuke cadeautjes. Een exemplaar extra voor je weet maar nooit.

IMG_0120

Het begint al licht te worden. Pluis rekt zich uit en draait zich behaaglijk in een nieuwe krul. Dat moet ik eigenlijk nog even gaan doen. Niet langer denken aan de zeven sloten, maar het verstand op nul en de blik op oneindig om dadelijk met moed, beleid en trouw aan het werk te kunnen. We zien wel.

Uncategorized

Ik droomde verder

Gewapend met de twee banden liep ik het weggetje af langs de andere tuinen. Aan de overkant prijkte het prachtig fluitenkruid als een golvende witte zee. Holland op z’n mooist. Een dag in mei.

IMG_0102

De banden waren er zo onder gezet, maar welke kruiwagen was nu van buuf en welke van mij. Had ik handvatten of juist niet. Was de groene band van mij of de grijze. Een probleem om later op te lossen. Ze zou er twee weken niet zijn. De wilgentenen lagen met blad en al op een troosteloze grote hoop. Zoals altijd bij het grotere werk zette ik de blik op oneindig en begon tak voor tak. Niet denken maar doen. De kort gezaagde stammetjes waren nog niet allemaal opgestapeld. Het gras moest aangeharkt. Ondertussen zat ik met het hoofd al bij de catering voor aanstaande zondag als de hulptroepen zouden komen. Er vielen al twee mensen af. Het was maar goed dat ik er een aantal had gevraagd. Vorige keer waren er broodjes en fris en toen bleek koffie verreweg het grootste verlangen. Dat betekende, thermoskannen op de kop tikken en een ouderwets filter en ’s ochtends thuis eerst maar koffie zetten. Suiker en melk mee en klaar. Lekkere koeken erbij en de jongens zullen vast en zeker tevreden zijn.

016.JPG

Ik hing met mijn armen in de Guirlande d’Amour, veel doornen, weinig liefde, die volop in knop zat, maar met haar heftige stekels fel uithaalde naar mij, haar belager. Ze liet zich nauwelijks terugduwen door de grote werkmanshandschoenen. Tussen de iep en de vlier was er plek om de overtollige takken op te stapelen. Ondertussen schoten de gedachten heen en weer. Die lieten zich ook niet leiden. Tussendoor harkte ik met de grashark de losse takken uit de hele tuin, zodat ik straks kon maaien. Ontdekte daardoor tot mijn verdriet dat ik de accu vergeten was. Die lag thuis op de tafel. Dat betekende het gras met de handmaaier alvast wat voor maaien. Het langste gras, dan kon morgen de motormaaier er makkelijker overheen.

IMG_0114

Ondertussen was reiger dichterbij komen stappen en tuurde door het hek van de overbuurman. Die zag vast wat jong grut. Ze liet zich niet afleiden door mijn geroep en gefluit, pas bij het klappen vloog ze beledigd op. Op het pad lag een half vergaan skeletje. Bloederige botjes en een dikke wesp die er loom uit kroop. Leven en laten leven. Vanuit mijn ooghoek zag ik wat bewegen in de heg. Het was de kleine winterkoning weer. Ze taalde niet naar me, maar hipte tussen de kleinste openingen door haar weggetje. De koolmezen vlogen af en aan. Hier nog wel. De grote buxussen van de oude zijn allen aangevreten. Maar hij denkt er niet aan om ze te bespuiten. Koolmezen hebben hier op de tuinen nog een onbezorgd bestaan.

IMG_0110

Toen de eerste druppels vielen, was de tuin zo goed mogelijk aan kant, klaar voor het monnikenwerk van zondag. Toen ik door de weelderige rijkdom aan uitbottende lente weer terugliep naar de auto, kiekte het fototoestel het kleine geluk. Zomaar, natuur in de lente, op dat kleine stuk land. Zo voelt ‘Domweg gelukkig’ dacht ik. In de Dapperstraat of waar dan ook. Zelfs op dit postzegeltje natuur ‘ter grootte van een krant’ om met J.C. Bloem te spreken. De grote dichter glimlachte over mijn schouder heen en ik droomde verder.

Uncategorized

Om tijd te kruien

De wieltjes zijn klaar. Van de kruiwagen. Eindelijk, nu kunnen we weer door. Zuslief dacht dat ze veel groter waren. Ze zijn handzaam en mee te zeulen alle twee. Buuf achter en ikzelf hebben weer een goede kruiwagen. Ik speur het internet af naar de allerlaatste aankoop dat past bij het nieuwe tuinhuis op wielen. De regentonnen. Het worden er twee, voor en achter. Wat is wijsheid. Kiezen voor rustiek of voor praktisch plastic.Mijn voorkeur ligt bij de eiken tonnen, een met en een zonder pomp. Al was het alleen maar om de kleinkinderen te kunnen laten zwengelen . Er is niets leukers dan dat. Om de beurt zwengelen en dan het koude regenwater over je handen laten lopen. Hoe zou je ze anders de betekenis van het woord leren.

034.JPG

Vroeger nam mijn moeder ons mee naar de Mariaplaats of naar de Pieterskerk, waar op beide plekken de grote stadspomp stond met drinkwater. Dat was een feest op zich. Het pompen en het drinken. Twee vliegen in een klap.. Doorgaans hadden we al een heel stuk gelopen. Moe en dorstig, de meest ideale omstandigheden om te genieten van koel helder water. Een mooie herinnering en aangedikt omdat ik hetzelfde heb gedaan met de kinderen. Dat is zo leuk van de herhaling. Later kon je alles, wat je nog voor de geest kon halen, met het eigen gezin nog eens dunnetjes overdoen. Een blauwdruk van wat in het geheugen gegrift stond.

Op de oude tuin had ik ook een pomp, die het grondwater naar boven pompte. Hoe heerlijk was dat en hoe lang schrijnde de lege plek na, toen de pomp gestolen bleek te zijn. Ik heb nooit begrepen, waarom mensen elkaar dergelijk verdriet aan kunnen doen. Soms kan je zo gehecht raken aan klein geluk, dingen die minder waardevol voor een ander zijn, dan voor jou.

De winkel waar we de wielen weer op konden halen was zo’n typische dorpswinkel waar niet alles, maar wel de meest uiteenlopende zaken te koop was. We keken onze ogen uit. Handige schilderijhaakjes, slimme opbergsystemen, openers voor potten en een stilistisch prachtige hermetische flessenafsluiter. Ook het sporadische linnengoed was van een hoogwaardige kwaliteit tussen allerlei andere bijna kitscherige voorwerpen, zoals de zilverkleurige insecten om het tafelkleed in de buitenlucht te verzwaren. Het was een beetje vakantie, een echte Franse bazar. Achter deze prullaria was de werkplaats en daar repareerde men alles voor de tuin of het land.  Maar er hingen ook heerlijke dikke scheepstruien en handige zeiljassen van ouderwetse kwaliteit, klompen en werkmansschoenen met stalen neuzen.

013

Omdat we tijd over hadden en de regen met bakken naar beneden kwam doken we op aanraden van broer en schoonzus de nieuwe kringloopwinkel in het centrum in. Ze was groot, had veel spullen, de boeken waren goed gesorteerd, tussen de prullaria vielaardig te neuzen, maar de kleding viel tegen. De kritische blik op gepilde truien en mottengaatjes, verbleekte kleuren en sleetse plekken in de stof was bij het sorteren achterwege gebleven. Daar valt of staat de voorraad mee. Zus had de buit binnen, twee leuke pianoboeken. Ondanks het wat sombere weer was de entourage waarin we reden een oase van geel koolzaad en wit fluitenkruid. Het zachte tere lentegroen als omlijsting. We doken een klein weggetje in. Het bracht ons bij een prachtige plek aan de Vecht. Een verwarmd terras aan het water, tijd voor het grote achterover leunen in zo’n mooi stukje paradijs met uitzicht op de molen, de fuut, de zwaan en wat eenden. Vandaag lukt het vast om tijd te kruien.

Uncategorized

Twee vliegen in een klap

Vanuit mijn ooghoeken zie ik wat bewegen in het struweel aan de rand van de parkeerplaats. Het is een appelvinkje. Mijn hart maakt een sprongetje. Wat een mooi begin van een nieuwe start. Als ik de geluksvogel vast wil leggen is hij verdwenen. Het is nog vroeg als ik de hal van het ziekenhuis inloop. Eerst maar even een kopje koffie en dan volgt de rest vanzelf. De restauratie is praktisch leeg. Ik maak een tekening van een wachtende meneer om de tijd te doden.

002

Bij de receptie wordt ik opgehaald door een vriendelijk ogende vrouw, die me deze ochtend wegwijs zal maken. Het ziekenhuis opent haar raderwerk  en is enorm groot en vooralsnog onoverzichtelijk. Dat komt door het netwerk van gangen en kamers op de diverse afdelingen en de lange brede gang beneden met verrassend veel ruimte en met kunst aan de muur. Daar zit de linnenafdeling, waar het uniform gehaald moet worden.

De eerste gang is naar de fotograaf voor het pasje. Medium uniformjas aan. Het zit wat krap wat mij betreft maar het is slechts voor de foto. In een oogwenk heb ik een pasje dat toegang geeft tot de meeste gesloten deuren. Het is de sleutel tot de inwijding in de geheimen van deze wereld op zich. Achter elke handeling zit, net als vroeger, nog steeds een vriendelijk gezicht met een naam erbij. Zelfs bij de linnenkamer, waar in eerste instantie de uitgave en inname door een technisch vernuft wordt geregeld blijkt, als er een fout optreedt, toch ook gewoon een linnenjuffrouw te zitten, die ons in onvervalst dialect te woord staat.  We schieten van de techniek naar de PC afdeling, halen ergens de post op. Lopen met de uniformen over de armen , de tassen en de post aan en in de hand naar de lift, die ons vijf hoog brengt. Ik heb een lekker wijd exemplaar gekozen, ruim vallend en ben met de grote zware kloffen eronder niet de meest elegante. Haar op zolder met de speld. Tassen in de kluis. Mijn begeleidster is een tikkeltje vergeetachtig en voortdurend alles kwijt.

004

Ik geef verdekt aanwijzingen. Niemand struikelt graag. We maken een foto, halen de telefoon voor de gastvrouw op en lopen de afdeling op van de dagbehandeling. Dat is wel even iets. Welke rol spelen we in dit decor. Hoe stap je op mensen af, die hier liggen voor een chemokuur. Bijna iedereen heeft begeleiding bij zich. Laten we beginnen met koffie, thee, ijswater of bouillon aan te bieden om het ijs te breken. We hebben ook nog de broodkaarten uit te delen. De stoelen zijn genummerd en naar het raam gericht. Iedereen heeft uitzicht naar buiten. Een vrouw zwaait ons toe. Ze blijkt de andere vrouw te kennen, doordat ze hier al vier jaar komt. ‘Ze is de droom van elke oncoloog’ zegt ze. Ze knikt triomfantelijk en straalt. Mijn begeleidster omhelst haar. ‘Fijn om je weer te zien’. Ze wil niets drinken en eten, dat geeft maar extra vermoeienis met naar het toilet moeten.  Dat is waar. Dergelijke details zijn ineens weer belangrijk.

Met de post in de hand kom je al gauw aan de praat. Ik zeg ‘groetjes’ bij het weggaan. Dat vindt mijn begeleidster minder gepast. Daar moet ik even over nadenken. ‘Beleefdheidsnormen’ volgens een heersende ethiek van deze of gene zijn nooit helemaal mijn ding geweest. Ik denk terug aan Klasse intern in het Academisch Ziekenhuis van Leiden. Daar heerste een stugge en stijve moraal. Maar als de hoofdzuster buiten beeld was, konden we menselijkheid inzetten. Gewone taal, grappen maken, lekkere snacks voor ze uit de kantine halen. Herkenbaar en laagdrempelig. Dat leverde veel op. Jezelf zijn is in een contact een groot goed. Ik besluit eerst de afdeling te leren kennen om dan pas over te gaan tot een meer genuanceerde aanpak. Elk mens heeft recht op een vertrouwd en herkenbaar beeld. Is dat haalbaar in een ochtend per week. We gaan het zien.

Ik schud vele handen en hoor alle namen, die met hetzelfde gemak weer doorschuiven. Ik vang nu al een paar keer een brede glimlach af, de ogen van een echtpaar stralen als ik ze de bouillon kan brengen voor manlief, die niet ziek is. Toch even wat hartigs. Heet water en koffie zijn hier altijd voorradig. Dan vinden de rituelen van de ochtend omgekeerd plaats, telefoon wegbrengen, omkleden en uitchecken en kunnen we gaan lunchen. We wisselen telefoonnummers uit. Ik bedank haar voor de begeleiding en ze is opgelucht. Ze had het spannend gevonden. Ik verzekerde haar dat ik volgende week graag weer met haar meeloop. Een dankbare arm om me heen en samen lopen we naar de parkeerplaats.

Coccothraustes coccothraustes 1 (Marek Szczepanek) (cropped).jpg

De appelvink is verdwenen. Een belletje. ‘Als je een geel lichtje ziet, moet je daar de pas tegenaan houden’. Dat had inderdaad een puzzel op zich geworden. Bij thuiskomst zie ik dat we die ochtend bijna vijf kilometer ofwel 6911 stappen rond hebben gewandeld.  Geestelijke verrijking en fysiovreugde. Twee vliegen in een klap.

Uncategorized

Met nieuw elan

Ze spreekt me aan bij de kassa voor de kleine boodschappen. Mmmmm, patchouli, altijd thuiskomen. Ze had een penseeltje in haar hoofd. Een klein aquarel penseel, minder uitbundig als de door mij gewoonlijke grote kwast, maar zo herkenbaar. Henna-rode haren. We spreken elkaar even en raken elkaar bij het afscheid aan aan arm en schouder. ‘Fijne avond’. Dat kan niet anders. Na zo’n ontmoeting. Ons kent ons.

009

Het telefoontje van het ziekenhuis. De goedkeuring en de afspraken. Ik mag een uniform afhalen en mijn parkeerpas. Het haar moet op zolder. Kwast is geen optie. Je weet niet wat de uitsteeksels doen. Ik koop een decente haaropsteker. Zuster Berkhout kijkt vanuit 1973 goedkeurend met me mee. Haha. Nooit gedacht, dat het op deze manier nog eens zou moeten. Vijf bijsluiters in de mail. De voorschriften voor eigen veiligheid en die van de patiënten. De arbeidsethiek van het ziekenhuis puntsgewijs op een rijtje. Ik mag later beginnen die eerste dag. Het popelt van binnen, dat gevoel om weer aan de slag te gaan.

100_5325100_5326

Het is druk die avond bij de cursus. Er zijn acht vrouwen en een man. Dat is voor het kleine atelier bijna een overmacht. Man is cursist maar nu het model, mooi en uitgesproken. Vrij gladde huid, zachte zilveren haren, de Indische trekken in de ogen en de jukbeenderen. Fijn, dat we die kans krijgen. Zoveel makkelijker dan het getuur in de spiegel. We tekenen. Het gaat met zuchten gepaard en de vraag om handvatten. Met wat aanwijzingen leer je anders kijken. Het is nog voorzichtig allemaal. Heel anders dan even in het vrije veld een snelle schets of op de bank van een foto af. Ik wil wel de kop maar ook het gevoel erin. Er spreekt zoveel karakter uit ons lijdend voorwerp. De houtskoolvingers houden dankbaar het glas vast van de verse thee. De vermoeidheid slaat toe en de kramp in de handen.

IMG_2126

Dat is niet zo verwonderlijk, want in de ochtend reden zoonlief en ik spoorslags naar de tuin. Daar waren de twee broers al aan het wrikken. De markeerpaal moest eruit, want straks moet de Bernagie er door. Dan neemt broer de kettingzaag ter hand. Helm op en geluiddempende oorbeschermers. Geen sinecure, dat karwei. Als een man van zweet en bloed laat hij de zaag brullen en gaat onverdroten door.

c24175a4-64a0-4ca6-93fb-ba63147ec83d

Twee bomen leggen het loodje, dan nog een halve dode en, en passant, knot hij ook de grote wilg bij de vijver. Wat een genot is dat. Het werkt zo snel. Waar moeten we  met al die takken naar toe. Knippen en vlechten. Zoonlief maakt een mooi en solide hek op de plek waar de vorige wilgentenen al half vergaan en ingestort waren. Paaltjes erin en vlechten maar.

IMG_2127

In een oogwenk brult de zaag de dikke stammen kort. Ik stapel ze op op een achteraf plek. Er begint schot in te komen. Broer meet uit en kijkt waar de stenen moeten om de steunen op te laten rusten van de hut. Verricht belangrijke hand en spandiensten en zorgt ervoor dat de stammetjes niet wegrollen onder de brullende zaag. De omgekeerde kruiwagens komen mooi van pas, als veredeld houtblok. Om half twee is de koek op en zijn we er klaar mee. Toch nog de restanten een beetje ruimen. Dat kan van de week nog verwerkt worden. Het krijgt steeds meer vorm.

Slaap bracht weer nieuwe energie. Het hoofd vlindert een beetje. Alsof ik jarig ben. Wat komt er op dit ongekende pad, dat voor me ligt. Ik kan eigenlijk niet wachten. Het ziekenhuis ook niet. Eerst maar de koffie en daarna onderdompelen in de ongekende mogelijkheden,  ontmoetingen, handelingen, maar vooral met nieuw elan.

Uncategorized

Met nieuwe energie

‘Ben je ook van de partij?’ Ik was nog maar net binnen en hoorde in de kleedkamer al, dat het circuit uitgelegd werd aan de andere fysio-gangers. De man met de enorme buik, de oude heer, de dame met de kruk en de goedlachse vrouw. Er was nog een plek over voor mij. Hoe zouden ze mij omschrijven. De zwarte juffer. Altijd in het zwart, wijd en makkelijk. Hijgen konden we alle vijf als de beste. Dat bleek wel na de eerste ronde. Tegen de muur aan zitten zonder bal voor twee minuten. En dat zonder warming-up. De dijspieren vonden het best, die waren toe aan een robbertje spierkracht.

138

De energie is er wel. Waarom sommige dubbele inspanning toch zoveel vergt terwijl het qua kracht minder kost. De jonge stagiair kon het goed uitleggen. Bij lopen en roeien adem je dieper door en dat zorgt ervoor dat het zuurstof in het bloed beter getransporteerd wordt. Daardoor is de saturatie hoger. Bij het door de knieën buigen en met de bal de grond net niet aan tikken, lever je een inspanning dat een aanslag doet op de ademhaling. Wat een logische verklaring. Ik weet het eigenlijk. Een avond zingen met de band opende letterlijk en figuurlijk alle registers. Aan het eind werd ik dan weer te moe op het laatst en nam de kwaliteit weer af.

“s Avonds zie ik bij Pauw drie rokers. Alle drie zijn ze ernstig ziek en toch kunnen ze niet van de sigaret af komen. Er wordt een pleidooi gehouden om de opname in een kliniek voor verslavingszorg te verkrijgen voor deze diehards. Ze hebben al diverse pogingen ondernomen en toch lukt het ze niet. Een wonderlijke tegenstrijdigheid vormen de tulbandhoofddoek van de vrouw met kanker en de nekstellage, bij de vrouw met de versleten wervels en de nekhernia’s en hun verhalen. Ik denk aan ons zootje ongeregeld in de kleine praktijk. Er zijn erbij die het, ondanks het gebrek aan lucht, niet kunnen laten.

nieuw werk

De meesten denken in beperkingen. Dat is jammer. Ik zeg altijd: Ik heb COPD. maar ik ben geen COPD. Dat schept mogelijkheden. Voor elke achteruitgang is weer een nieuwe oplossing te bedenken. De grootste boosdoener was het vrijwilligerswerk in de kringloopwinkel, waar ik 22 jaar lang de kledingzakken heb uitgezocht. Wolken stof, bedriegelijk onschuldig twinkelend goud oplichtend in de zonnestralen, hingen boven de tafel en er was geen ventilatiesysteem dat het afzoog. Ik had er nooit bij stil gestaan. Ook niet bij de indringende geur die de hardboard bodem met de gaatjes verstrekte van het geïmproviseerde bed of de lucht die door het open raam naar binnen kwam aan de drukke weg. De hoogste fijnstofmeting van de stad.

047

Nooit bij stil gestaan dat bezigheden wel eens echt ongezond zouden zijn. Hoe was dat vroeger bij mijn ooms, die met hun steenhouwerslongen allemaal niet oud geworden zijn. Die kenden de risico’s van het vak eigenlijk wel, maar er moest brood op de plank en zoete broodjes werden niet gebakken. Dus schaafden en schuurden ze hun eigen longen naar het spreekwoordelijke grootje, terwijl de grafzerken onder hun handen vandaan gleden. Als je alles van te voren had geweten…’As is verbrande turf’, hoor ik het verleden mompelen en zo is het maar net. De kaarten zijn geschud en dit is wat het is. Het is de kunst om het leed om te buigen naar vermogen, de keerzijde van de gedachte.

Het circuit gaat door. Ik rol over de grote bal mijn rug recht en kom weer terug in zit. Een oefening met pit. Op de lopende band stap ik stevig door, terwijl de gedachten in een zelfde vaart mee blijven rollen. ‘Zolang er te denken valt, is er hoop’  Met nieuwe energie stap ik van de band.

Uncategorized

Dan mag Langpoot wel uitkijken

063

Er zit een glazenwasser tegen het raam geplakt. Hij houdt zijn zes poten languit gestrekt. Zoals een mens op apegapen kan liggen. Hij brengt me terug in de tijd. Naar de dahliatuin van Oma die in de Meloenstraat, achter het kleine huis, een bloemenzee  had staan. Glazenwassers horen voor mij bij de oorwurmen, de pissebedden en de ronkende libellen. De wereld boven de Dahlia’s was bevolkt met nog veel meer leven en droeg de sfeer van de geheime tuin. Zo stapte je vanzelf over de angst voor het gewriemel heen. Glazenwassers poetsten de ramen schoon en waren derhalve nuttig. De boldahlia’s plukten we niet, daar zaten de oorwurmen in, en als ze eruit kropen, zochten ze  je oren op.

017-4.jpg

Het was feest op de tuin, gisteren. De jaarlijkse stekjesmarkt werd georganiseerd. Weinig stekjes, veel vraag naar werkgroepmensen. Toen ik om een uur arriveerde, was er al volop bedrijvigheid. De witte tent stond uitnodigend klaar. Het diende slechts om eventuele regenbuien op te vangen. Zes schragen met drie oude planken en de tafels stonden. Een tafel was voor de workshop ‘Bloemzaadbommetjes; maken. Schepje compost, schepje gedroogde en verkruimelde klei, snufje bloemenzaad, snufje chilipoeder, twee theelepels water erbij en mengen maar. Er was een jongetje bij die met afgrijzen ontdekte, dat zijn handen vies werden. Hij draaide gehoorzaam het balletje en wist toen niet hoe snel hij de handen schoon moest maken. ‘Veeg ze af aan het gras’, gaf ik hem mee als goede tip, waarop zijn ogen met nog grotere ontzetting naar me keken. Hij hield het bij dat ene bolletje en liet het liggen waar het lag.

016

De chilipoeder, goed voor een aantal grappen en grollen over het kweken van chilihoning en angry birds, bleek er bij te moeten om vogels af te schrikken. De workshop met een kind of zeven was een groot succes, mede door één van de kleine krielkippen, die al kwetterend het halve zaadbakje aan het verwerken was. Opa mocht niet weg van de kleine dwingeland. Hij moest naast haar blijven staan. Ze stopte er ook nog wat vers paardenbloemenpluis in, toen hij even niet keek.  Ik verkneukelde me al om Opa’s verbazing als de bloemen op zouden komen.

046

De vrouwen hadden de heerlijkste baksels bij zich, stonden bij de tafels te kletsen en de mannen dronken hun sterke thee en koffie en bespraken de wereldproblemen met gewichtige gezichten. Rond vieren trok ieder naar de eigen tuin of stapte op. Nog even met vele handen de boel klaren en al snel lag het veldje voor de schuur er weer bij alsof er nooit wat gebeurd was. Niemand kon me vertellen hoe de prachtige plant voor de schuur, die trots en fier haar bloementooi droeg, heette. Ze was helder wit en zacht geurend. De FB vrienden konden het al gauw vertellen. Het bleek de mierikswortel te zijn, via snapshot opgezocht. Een vraagbaak met ongekende mogelijkheden.

Het was in alle eenvoud weer een uiterst geslaagde middag. Met de foto’s, tussen de bedrijven door genomen, kwamen de gemiste momenten voorbij en viel vooral de gemeenschapszin op. Dat kleine stukje land, grenzeloos in de meest letterlijke zin van het woord, de spreekwoordelijke smeltkroes, waar je altijd en onvervaard jezelf mag zijn.

064

De glazenwasser heeft nog geen poot verzet. Ligt ze toch languit te luieren. De hemel kleurt zacht oranje achter het filigrein van de boom. Het is wachten op de gierzwaluwen. Dan mag Langpoot wel uitkijken.

Uncategorized

Een rijkdom van onschatbare waarde

Jut de hut is af. Zowel vanbuiten als vanbinnen is het een juweeltje van een tuinhuis geworden, maar daarmee is ze haar naam ontstegen Ze is veel te chique voor Jut en is haar pensioenleeftijd te boven. Ze kan weer jaren mee. ‘De Bernagie’, het prachtige blauwe komkommerkruid, dat vanaf dag één spontaan in de tuin stond en mijn naam herbergt, past haar beter. Het is een lovende naam voor een atelier, beloftevol en fraai.

007

Straks in een oase van groen en bloemen komt ze nog meer tot haar recht. Ik kom op internet bij ‘Mens en gezondheid.nl ‘ het volgende tegen: ‘In de Romeinse tijd zei men van bernagie dat het de melancholie verdreef zelfs wanneer het op de grond werd gestrooid. ‘lila ego borago gaudi semper ago’, of zoals dat in de zestiende eeuw werd gezegd: ‘ick die men noemt bernagie, gheef ’t hert altijdt coragie’. Johan van Beverwijck haalde dit ook aan in zijn werk en schreef: ‘en verweckt Blijschap des herten’. ‘Bernagye ende Buglosse (ossetong) zijn goet voor de gene, die Flauw werden, verheugen de Swaarmoedige, en verquicken die uyt een langdurige sieckten komen’.

borageBernagie of borage

In het begin heeft de tuin er vol mee gestaan, maar de plant wandelt. Ze is de tuin uitgewandeld en soms komt ze een jaartje terug. Ook haar vriendin Nachtschade is verdwenen. Beide planten hebben prachtige kleine bloemen. Met de door neef afgegraven compostberg is er weer voldoende voeding voor een nieuwe poging. In een tuin waar atelier De Bernagie staat, mag ze niet ontbreken. En omdat ze onafscheidelijk waren, mag Nicandra er ook weer in.

‘Het helpt tegen depressie en geeft de burger moed’ is de boodschap die ik uit de Middelnederlandse aanduiding filter. De tuin kent dezelfde eigenschappen. Als ik daar ben, verdwijnt de hectiek. Tuin is thuis in de juiste zin van het woord.  Beetje schoffelen, beetje wieden en genieten van wat ze voortbrengt aan schoonheid en levende have. Daar worden gedachten naar oplossingen geleid door de rust en de stilte. Buiten schilderen is heerlijk. Misschien dat ik me zo toch kan voorbereiden op de lessen over Floris Verster. Geen stillevens, maar bloemen zoals ze hun weg vinden in de tuin, evenals de vogels, niet de dode, maar de levenden.

065Detail: Floris Verster

Toch zit er een tegenstrijdigheid in. Als ik naar de enorme tulpen-in-vaas-schilderijen van mijn wolkenvrouw kijk, dan spat de vreugde er van af. De dode vogels van Verster raken me diep, maar misschien eerder omdat dood in die schilderijen zo oneindig meer onbereikbaar lijkt te zijn. Grote bewondering heb ik voor Michaël Borremans. Daar zou ik ook graag eens mee willen stoeien. Ook daarin komen twee hulpeloze, erg dode mussen in voor. Zijn afbeeldingen hebben een surreële werkelijkheid, die je aan het denken zet. Evenals Jennifer Balkan, die het serieuze van de Kunst afschuurt door een kwinkslag aan haar onderwerpen toe te voegen, waardoor er een andere dimensie ontstaat, die uitnodigt tot overpeinzen. Zo te schilderen. Ik zou me willen laten leiden door emotie.  Ze mag het penseel overnemen, zoals ze de pen voert.

002.JPGDe Bernagie

Dat twijfel en aarzeling erbij hoort, weet ik. Het is goed. De wegen, die een mens bewandelt, leiden naar een punt en daar, precies op dat punt, wil ik zijn. Daar kan ik naar verlangen. Alles wat tot nu toe op mijn pad is gekomen te leiden naar een eigen handtekening, een eigen stijl. Mijn eigen woorden en gedachten vorm geven op het doek, in een boek. Het blijft een stil verlangen, maar nu ik ze op papier zet, misschien ook een nieuwe werkelijkheid. Derhalve zal ik door blijven gaan met lessen en kaders, ook al zie ik er soms als een berg tegen op. Die is dan om geslecht te worden. Wie weet wat dat zal brengen. Straks heb ik in het atelier zelf weer volledige vrijheid en regie, waardoor elders de kaders dragelijker worden. Een rijkdom van onschatbare waarde.

 

Uncategorized

Herkauwen op Hockney

In de laatste droom van de nacht, gisterenochtend eigenlijk, kwam vriendin langs. Ze had een glas wijn in haar hand en we brachten een toost uit met een brede glimlach. Ik jubelde. Echt, ik jubelde het uit. ‘Hoera, je mag weer wijn drinken’. Daarna hebben we elkaar omarmd en warm vastgehouden. Zo helder was het. Een verlichte droom. De hele dag kon ik met haar glimlach verder.

Nog meer goed nieuws. De hut is af. Nu gaat het grote werk beginnen. De verhuizing van dorp naar volkstuin, een stad verderop. Volgende week zondag staat geboekt. ‘Komt de berg niet naar Mohammed, dan komt Mohammed wel naar de berg’.  Zoiets.

114.jpg Pushwagner

Er is veel om over te peinzen en treinreizen zijn daar in optima forma geschikt voor. Het was lang geleden dat ik in de ochtendspits spoorslags ben gegaan. Ik schrok van wat ik aantrof. Zombies boven hun telefoon. Ieder kruipt in een eigen wereld. Op dat kleine scherm speelt de werkelijkheid voor de meesten af. Ze kijken niet op of om. Niemand heeft het landschap veranderend voorbij zien schuiven. Niemand heeft gemerkt dat ik een langdurige studie kon maken van deze of gene. Iedereen had het hoofd gebogen en een blauw opgelicht gelaat.Wat een wonderlijke staat van zijn. De werken van Pushwagner schoven voor het beeld van deze werkelijkheid.

Als je voor Centraal staat ontmoet je de wereld. Om mij heen liepen, praatten, stonden, toeristen met koffers en zonnebrillen, korte broeken, lichte zomerjurken, sandalen, hoeden en sjaals. Daar tussen door schoten de forenzen en hier en daar hing een zelfkanter tegen de gevel van het prachtige gebouw. Ik besloot te lopen, had nog tien minuten om stuk te slaan. Foutje. Afstand verkeerd ingeschat. Ik geloof dat ik met mijn non-wiskundig hoofd voortaan vooraf de route moet uitstippelen en vooral visualiseren. Van Centraal naar Museumplein is langer dan een stief kwartiertje lopen. Ik had al een wereld aan schilderijen gezien voor ik op de plaats van bestemming aankwam.

074

De deur stond uitnodigend open. Half tien was het en vroeg genoeg om vóór de korte rij bij de ingang naar binnen te mogen schuiven met mijn reeds bestelde gratis museum-jaarkaart-ticket. De Hockneyzalen waren nagenoeg leeg. Wat een mazzel. Bij zijn doeken is het zaak om vooral op de samenhang der dingen en de wisseling der seizoenen te letten. Kleur, vorm, en vooral de overweldigende afmetingen samen met de veelheid van zijn werk imponeren. Maar ik was stuk van zijn houtskooltekeningen en zijn Ipadwerk.

Helaas geen foto’s. De schildergroep zou later komen, rond een uur of half elf. Drukte en overmacht was er de oorzaak van, dat drie mensen niet konden. Het vroege tijdstip zorgde er voor, dat ik vooral ruimte heb ervaren en de drukte werd gesmoord in mijn eigen wereld. Cocoonen kan ik tegenwoordig goed, zonder telefoon. Samen met de resterende vier ben ik nog eens door de zalen gewandeld, dubbel kijken doet dubbel intens zien. Boven een lichte lunch wisselden we details uit.

022.JPG

Genoeg is genoeg. Bij de zelfportretten had ik per ongeluk al een aantal foto’s genomen, eer ik wist dat het ook hier verboden was. De zaalwachten waren kennelijk niet alert. Omdat ik dacht dat het mocht, klikte ik pontificaal schilderijen, vriendinnen en vriendinnen voor of naast schilderijen.  Toen ik die tentoonstelling had gezien en men nog door wilde ‘Van Goghen’ ben ik gaan uitpuffen in de hal.

076.JPG

Met een magneet van het werk van Hockney, ‘The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire’ en het zakje waar het in verpakt zat. Mooie gelegenheid om een pen op te duikelen en een korte minutenschets op het zakje te maken van mensen die ik zag. Heerlijk uitgerust was ik toen de anderen kwamen. Een cappuccino en een trammetje naar het Amstelstation verder, met een hoofd vol indrukken en dat speciale gevoel van zinnigheid, raakten we op Utrecht Centraal twee medereizigers kwijt. Dat gaf niet. We hadden elkaar lang en uitgebreid gezien. Dinsdag de ervaringen van dit aangenaam verpozen. Eerst nog even herkauwen op Hockney. Er zijn onoverkomelijker dingen.

Uncategorized

Tot waar ook, tot ooit

In de Hanzestad was het niet zo druk als doorgaans. De vakantie had duidelijk een gat geslagen in het verkeer. De snibbige routebegeleidster uit mijn Iphone leidde de oude en mij tot vlak bij de kerk. Het was handiger om de Kleine Blauwe niet al te ver weg te zetten, omdat we eveneens lopend vriendin naar haar plekje onder de Zilverlinde zouden brengen. Ik had net de Parkmobile ingesteld, toen er een meneer vroeg of we soms zijn parkeerbon wilden hebben, die tot vijf uur geldig was. Sommige mensen zijn helden in het delen.

012

De grote kerk aan de markt bleek het niet te zijn. Er was nog een kleinere, maar niet minder imposante, protestantse gotische kruisbasiliek in het kleine steegje erachter. Er voor stonden mensen met langstelige bloemen te wachten tot de groep compleet zou zijn. Veldbloemen waren voor mij de verzinnebeelding van haar. De Phlox en de Allium kregen een plekje in de enorme vazen achter in de kerk. We namen plaats in de zijbeuk en ik bewonderde de lichtheid van dit gebouw die, anders dan doorgaans de katholieke kerken, witte muren had zodat de prachtige balken en de constructie duidelijk te zien waren. In het midden de indrukwekkende kansel.

Ons werd verzocht plaats te nemen in het midden, omdat daar nog een paar banken leeg waren en ineens zaten we achter de familie vooraan. Er waren twee schermen waar vriendin ons liefdevol en levend aankeek, samen met haar kinderen en de familie en genoot van alles wat op haar pad kwam. De dienst was één grote herinnering met intense verhalen van de dochters, de broers en de beste vriendinnen. Er werd teer en breekbaar een prachtig persoonlijk lied gezongen door dochterlief en ‘Josephine’ op de gitaar door broer gespeeld. Het koor had twee door haar uitgekozen liederen op het repertoire. Zoals altijd namen mijn gedachten een vlucht en was ik in Homburg, liepen we samen door het beemd te bomen over het leven of lagen in een appelflauwte onder de bomen, omdat de grappen en grollen onder de hoge wijngevoeligheid over het kleedje rolden. Ik dacht haar in het gezelschap van alle lieve doden, wat dubbel was en verdriet de vrije loop liet gaan.

Langzaam trok het koud op en deed me huiveren, waar toch heel veel warmte gesproken werd. Aan het eind moesten we in twee lange rijen tegenover elkaar gaan staan en droegen we haar op handen de kerk uit onder de mantra van het refrein van Boudewijn de Groot. ‘En je kunt niets zeker weten, want alles gaat voorbij/Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof ik geloof, ik geloof /In jou en mij/Ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof /In jou en mij’ Waarbij ‘zeker’ voortdurend als ‘beter’ in mijn hoofd bleef zitten. Toen de kist langs kwam en we haar even mochten vasthouden en doorgeven, terwijl we door bleven zingen, stroomden de tranen vrijelijk over de wangen, evenals naast me, waar ook een liefdevol stukje Homburg stond en tegenover ons waar de vriendinnen van de kinderen stonden. Het was een prachtig ritueel, hartverwarmend en het gaf het gevoel echt een laatste persoonlijke groet te hebben mogen doen.

Vanaf de kerk brachten we haar, bedolven onder de bloemen, naar haar laatste plek. De hemel huilde met ons mee en als een koude wind draalde ze nog wat om de stoet heen, een laatste groet. Dag lieverd, tot waar ook, tot ooit.

Uncategorized

Een nieuw bestaan

Dochter is weer voor het eerst op pad. De grote reis. Ze komt met de kleine. Als de wiedeweerga ga ik in de benen en zorg dat ik klaar ben voor ontvangst. Dan volgt zo’n kostbaar moeder-en-dochter-deelzaamheid, waar ik vroeger wel eens van droomde.

Er zijn in het leven van die kleine piekermomenten. Ze brengen een wee gevoel met zich mee. Eigenlijk zou je dat bij iemand neer willen leggen, om het hoofd te ruimen, maar doorgaans blijft het slechts bij de gedachte. Angst kan ook een drijfveer zijn om het voor je te houden. Als je iets uitspreekt is het plotseling een feit. Dat maakt dat de aarzeling om het te melden groter wordt. Hetzelfde geldt voor het toekomstbeeld. De dood als thema, naar aanleiding van de kaart van vriendin. Vroeger dacht ik, als je niet wilt dat het gebeurt, moet je zwijgen. Geen slapende honden wakker maken. Laat die lange sladood maar weg blijven. Maar aan de andere kant is het goed om een en ander te delen. Je kan het natuurlijk ook opschrijven, maar dat is net zo iets als uitspreken.

122

Ik droom bij mijn eigen sterfelijkheid van een groot loofbos met glooiende heuvels, witte berk, beuk, eik. Ergens staat een boom op mij te wachten. Er is volop bedrijvigheid er omheen. Een verdwaalde specht hamert zijn insecten uit het schors, een merel zingt een late avondzang op de takken, de buizerd scheert met zijn grote machtige vleugels als bescherming boven de kruin. Aan de voet van de boom een kleed van mos. Dochter stelt voor eens te gaan kijken naar de mogelijkheden. Een goed plan op zich. De voorstelling bewaarheid laten worden, zodat ik weet welk bos, welke boom. We struinen door het digitale woud van ondernemingen in deze branche. Oude natuurgebieden zijn er. Een ervan is mijn favoriet. De afstand is een dingetje. Maar voor de uitgestrooide vader van de kinderen reizen we graag een eind om bij zee onze boodschappen in het zand te schrijven. Hier is ook zand. Zand, heide, vennen, een glooiend landschap en bos. Een rustgevende gedachte, nu ik er zo mee bezig ben.

027-3-e1556177047445.jpg

We keuvelen verder en delen grote en kleine zorgen, die we deels weer afvangen bij elkaar. Het is een idyllisch plaatje, zo samen op de bank met de kleine ertussen, de nostalgie in een nieuwe jas. Mijn moeder en ik, ik en mijn dochter. Erbij stil staan en genieten. Dat doen we met volle teugen. Ik maak een snelle schets als ze aan het voeden is, het lijkt niet, maar de intentie is perfect.

Tijd om op te stappen en naar huis te gaan. Dierbaar, dankbaar en trots laat ik haar gaan. Ze loopt de galerij af met de zware Maxi-Cosi met kleine aan de arm en de luiertas in de andere. Dag lieverd.

001

Vandaag is de begrafenis. Het is de zesde in betrekkelijk korte tijd en de derde met ongeveer dezelfde vriendenkring. Alle lieve doden komen tijdens de dienst langs en ik zal ze een voor een begroeten, voor ieder een traan. Sinds mijn eigen sterfelijkheid zich zo duidelijk openbaarde, is leeftijd geen graadmeter meer. Dood kiest geen ouderdom, maar plukt in het wilde weg. Mijn generatie kent een kneuzige gezondheid. Of dat nu komt door een flamboyante levensstijl of broze genen maakt niets uit. De oude belt en haalt het alledaagse terug. Hij gaat mee. We zullen afscheid nemen met een lach en een traan. Het leven dicht het verre licht een nieuw bestaan.

Uncategorized

Ten voeten uit

De hele dag ben ik bezig geweest om de tuin te klaren. Takken rapen, die zijn blijven liggen na het hakselen en ze in de ril duwen, houtsnippers verplaatsen vanaf het gras naar de plek waar Jut de Hut moet komen te staan. Waar houtsnippers liggen, groeit het onkruid niet. Handig. Stronken bij elkaar leggen en broer kwam  met de baco de kruiwagens verlossen van hun lekke banden. De oude kwam de enorme takkenovervloed in zijn tuin bedwingen door, als een rustige bezigheidstherapie, takje voor takje te knippen. Met de twee banden liep ik naar de kleine blauwe prins en genoot van zon, sloot, en bedrijvigheid in de andere tuinen. Af en toe werd uit het struweel een arm omhoog gestoken, vergezeld van een oerkreet.

060 Zelfportret met en zonder kijken

De banden moesten blijven, terwijl ik nog in de versie dacht van ‘Klaar, terwijl U wacht’, dat zorgde voor een kleine babylonische spraakverwarring, waardoor de meneer achter me en ik het uitproesten. Laat maar. Het is goed. Geen naam, alleen een telefoonnummer. Oké. Prima. Het was druk op de weg en het duurde lang eer ik thuis was. Met schetsboek op schoot nog wat vingeroefeningen voor de avond. Zelfportret zonder kijken, met het potlood op het papier houden en met kijken. Hilarische scheve toetjes kijken me aan vanaf het papier.

099Zonder kijken

De eerste avond van de nieuwe cursus portret á la Sluyters en Sergio Vacchi werd ingeluid door het blind tekenen van elkaar. Heerlijke opdracht. Het ervoor zorg dragen dat je de connectie niet verliest, omdat het anders een in elkaar gerommelde tronie wordt, is een kunst op zichzelf. We kijken naar elkaars werk en het is verbazingwekkend als er gelijkenis uit komt. Ik ben geen ster in schetsen. Doe het vaak direct te gedetailleerd. Daardoor strand je in pietluttigheden.

033Pastel op grijs papier

Er zijn er bij die met enkele rake lijnen treffen. Knap staaltje. We zijn allemaal gretig om de fijne kneepjes te leren. Hoe bepaal je de verhoudingen. Waar begin je. Waar moet je specifiek op letten. Wat moet je laten gaan. We werken in vlakken en met licht en donker. Al struikelend over onze eigen verrichtingen komen we tot nieuwe inzichten en bij iedere volgende schets gaat het beter, tot de vermoeidheid toeslaat en iedereen ineens graag model wil zitten. Tien minuten rust. Tuin en avond is te veel op een dag. Lijf heeft het allang in de gaten. Hoofd wil even niet er in mee. er is nog zoveel te doen. Ik moet zelfs even zitten, dus laat ik me modelleren. Het klinkt als een groot proefwerk in een gymzaal. Gekras van pastel over papier, zuchten, kuchen, schuifelen omlijst de stilte en af en toe een verzuchting: ‘Die haren of pffff die bril’.

Mijn gedachten nemen een vlucht. Ze dwalen door het kleine zolderraam naar buiten. Het moet niet moeilijk zijn om een portret van mij te maken met die giga-van-der-Linden neus. Ineens moet ik denken aan het lied ‘De Neus’ van Herman van Veen. Aan het eind van de sessie, moet ik het even laten horen. Niemand kent het. ‘Wat heb jij gedronken’ vragen ze. ‘Niets, maar vroeger zong ik dergelijke teksten te pas en te onpas’. Ze behoren tot mijn persoonlijke bagage.

040Knappe schets door Corinne

Nog een keer een portret en dan is het genoeg. De koek is op, het krijt gesleten.  De komende weken staan in het teken van ‘En face’ en ‘En profil’ en alles wat daar tussen ligt. Rake lijnen, nieuwe vormen, maar bovenal met ogen die meer zien dan er lijkt te zijn. De kunst van het kijken ten voeten uit.

 

.

Uncategorized

De nieuwe morgen

Aan het traditionele paasontbijt op tweede paasdag miste het gezin van mijn dochter, die vakantie aan het vieren zijn. Met het eieren zoeken is het gemis helemaal voelbaar. Drie zoekende kinderen troeven elkaar af, duiken op elk gespot ei met gezwinde spoed om maar zoveel mogelijk eieren te rapen. Door de jacht met alle kinderen zijn de konen roder en is de blik triomfantelijker, maar met één kind dat zoekt tussen de volwassenen, die hem allemaal helpen, is het ook goed toeven hoor. De pet zat vol, de eieren waren geteld en werden keurig netjes door hem uitgedeeld. Twee stuks mocht iedereen zelfs. De kleine paashaas was van hem. Daar bestond geen twijfel over. Als verrassing liep er een Paashennetje rond in zwart/wit verenkleed. De oren van de Paashaas leken af en toe op te lichten in de zon, maar als je beter keek, waren ze alweer weggedoken. Wonderlijke beesten die paashazen. Een ei is er blijven liggen. Die konden we niet meer vinden. Dus als je in het park bent, op de hoge heuvel…Wie weet.

100_5069

Zuslief was ook nog aan komen wandelen en deelde gemoedelijk in de feestvreugde. Ik had last van de benauwdheid, moeilijk uit te leggen hoe dat voelt. Niet vrijelijk kunnen ademen is lastig en werkt door bij de snelheid van lopen. Als ik alleen ben, maak ik foto’s, sta wat langer stil of ga er even bij zitten. Nu ben je afhankelijk van de vaart der volkeren. De tuin zou het niet gaan worden, dat voelde ik ’s morgens al. Ach ja. In de grote speeltuin met de gave speeltoestellen is het een drukte van belang. We rusten uit, terwijl er gevoed wordt. Daarna wandel ik alleen met de wagen de stilte in en geniet van de oase van rust, de oude bijzondere bomen, de tere verstinsde scilla tussen het groen en langs de vijver als een langgerekt paars lint en de velden vol met madelieven en paardenbloemen.

100_5214

Er worden foto’s gemaakt voor de opspattende fontein door een groot Spaans sprekend gezelschap. Ze zijn met veel. Op hun paasbest gekleed met roesjes en strikken, veel romig wit en kant, de haren keurig om het hoofd gevleid. Voor me lopen twee keuvelende oude mannen. De verweerde handen ineen gestrengeld op de rug. Ze hadden overal ter wereld kunnen lopen. Dit mediterrane gekuier past in elk decor. Ik duw de soepel rijdende wagen er langs en stuur haar naar het rustige paadje achter de dierenweide. Het rondje alleen is voldoende om op krachten te komen om de laatste gang  naar huis te kunnen maken. Ik ben uren van stilte gaan waarderen. Gedachten hergroeperen, een overpeinzing, even weg uit de hectiek.

100_5193

Vanmorgen heb ik de tekst van de blog op de bus gedaan geadresseerd aan de dochters en de familie van vriendin. Als troostbrief. Mijn moeder is in de nacht na tweede Paasdag overleden en dit feest heeft altijd dat extra beetje moeder als klank gehouden, op welke datum het ook valt. Pasen werd zo, voor mij, het feest van de weemoed. Zo zal het ook voor haar kinderen zijn. Een leven lang.

Dochter appt in de familie app, ik reageer. Waarom we allebei wakker zijn. Zij om dochter te voeden en ik om de geest te voeden. Wat een toevalstreffer. De nacht ligt nog grotendeels voor ons, gevuld met zoete dromen. Achter het nachtzwart gloort straks beloftevol de nieuwe morgen.

Uncategorized

Liefdevolle gedachtenis

Het is lente. Dat betekent dat de spreekwoordelijke mattenkloppers te voorschijn worden getrokken en elk hoekje en gaatje in het huis onder handen wordt genomen. Ik was na het ruimen op de tuin in de slaapkamer beland. Dat hield in dat de kledingkast een metamorfose moest krijgen van donker winter naar luchtig zomer. Twee hopen maken. Een om uit te zoeken, daarvoor werd de inhoud van de kast geleegd en een stapel voor de kringloop. In de lege kast de goedgekeurde setjes.

011-1.jpg

Onder het sorteren dwaalde mijn gedachten af naar Homburgvriendin. Wie wilde mocht vanmiddag afscheid nemen van haar. Ik had me voorgenomen te gaan. Ik had haar al jaren te weinig gezien. Mijn herinneringen gingen terug naar de tijd dat we de vakanties deelden en elkaar zagen op verjaardagen, op feesten en partijen. Een aantal jaren kwam ze trouw op mijn verjaardag aan getuft in haar autootje om een cadeau te brengen, samen met vriendin. Ik was bij haar inzegening als predikant en bij haar huwelijk. Zo gaat dat. We liepen een periode lang intensief met elkaar op, om elkaar ook weer een tijd uit het oog te verliezen.  Maar als we elkaar tegenkwamen, was er altijd die klik. Woordeloos gevoel van saamhorigheid. De laatste keer in de laatste maand van vorig jaar.

Toen de oude in het ziekenhuis lag vertelde hij dat ze een afdeling lager was opgenomen. Dus ging ik langs na mijn bezoek aan hem. Daar zat ze in bed. Sondevoeding, infuus, warme glimlach van oor tot oor. Ze vertelde wat het betekende, deze ziekte. Ze kon niet normaal lekker eten en drinken. Dat dempte de feestvreugde. Het belemmerde samen met het gebrek aan energie het leven. Daar had ze nog zoveel van. Dat gaf haar wel de kracht om buiten de pijn om nog zoveel mogelijk te delen met haar kinderen en vrouw,  vriendinnen en vrienden. Haar glas was, ondanks de misère, nog steeds half vol. Hoeveel moed valt er uit te putten voor de omgeving. Ik bewonder haar zeer.

scannen0768

Die weken in Homburg in de jaren tachtig waren hilarisch. Veel mensen, vrienden, familie, vrienden van vrienden, bekenden, alles mocht langskomen en blijven slapen. Er werden staaltjes drama weggegeven. De ‘Erlkönig’ werd nagespeeld op de oude ribfluwelen bank en doorgaans vielen we slap van het lachen om of doken, roezig van de wijn, ten leste het bed in om een gat in de dag te slapen. Er waren kinderloze weken, waar ik geen deel van uit maakte en kinderweken, waar iedereen die kinderen had, welkom was. Naast het dollen, waren er grote picknicken in het veld beneden of in de boomgaard naast het huis, kampvuren op het veld. We genoten van de ondergaande zon op de top van de heuvel en maakten lange wandelingen dwars door de weilanden over de heuvels, doordrenkt met diepgaande gedachten over de zin van het leven zelf.

scannen0804

Homburg stond voor alles wat er aan aan jeugdig verlangen was, de intensiteit waarmee het leven gedronken werd, de liefde voor elkaar en de wil om er iets van te maken. Homburg inspireerde en vormde als je er open voor stond. Daar waren de eerste ontluikende kiemen ontstaan om de natuur tot in haar vezels te begrijpen. Ook de humor leidde een volstrekt eigen leven. Als de kinderweek de tweede week was, had je even tijd nodig om op hetzelfde niveau te komen. De kwinkslagen vlogen in een vrije val over de tafel. Het leven werd gevierd. Zo wil ik mijn memento voeden, met die beelden op het netvlies en ik besluit om alleen naar het grote afscheid te gaan.

063

Het is lente. De natuur barst open en geeft een podium aan Pasen dat de moeite waard is. Ze wordt omlijst met jong leven, ontluikend groen, warme zonnegloed en schaaft de somberheid van het oude en koude naar nieuwe hoop, geeft bedding aan een nieuwe energie. Vriendin heeft haar gehavende mantel aan de wilgen gehangen en vliegt vederlicht en in vertrouwen voort. Wat rest is liefdevolle gedachtenis.

Uncategorized

Arbeid adelt

Nu Jut de Hut bijna wordt afgeleverd, moeten we nog even los op de stek waar ze uiteindelijk komt. Als ik het pad afloop langs de tuinen met groene aanwas, veelbelovende bloesem en de spiegelende sloot ligt er over alles een waas van diepe rust. Het is maar schijn. Als je stilstaat en luistert is ook op dit vroege tijdstip voldoende leven in de tuinen, hoor ik de bosmaaier brullen met gierende uithalen, zijn mensen al gieters water aan het putten uit de sloot. Op de knieën, gieters erin en, met in iedere hand een, terug naar de tuin, het langzame leven. De bijenkasten staan er vitaal bij. De volkeren zoemen er omheen, dat het een lieve lust is. Geen jong leven in het water, wel drie woerden.

100_5047

In de verte zie ik bedrijvigheid rond de tuin. Het beeld wordt in mijn hoofd gevisualiseerd tot broer, maar als ik dichterbij kom, zie ik dat het mijn lieve gespierde aangetrouwde neef is. Het zweet parelt op zijn voorhoofd. Kleine glansbelletjes. Hij trekt zijn hele ziel en zaligheid uit de kast om de composthoop, ooit de broedplaats van de ringslang, te slechten. Ik heb ongelooflijke bewondering voor de liefde waarmee hij voor mij het pad bereidt om straks heerlijk te kunnen genieten. Zo’n groot hart, die gouden neef. Onbetaalbaar. Even later fietsen broer en schoonzus aan. Ze gaan onmiddellijk aan de slag.

100_5054

Schoonzus en ik storten ons op de enorme berg met takken en knippen ze zodanig dat ze hakselfähig zijn. De knoesten eruit, de zijtakken eraf. Lange mooie rechte stokken. De krulwilg laat zich niet leiden. Grillig verzet ze zich tegen alles wat recht is. De oude komt even kijken en gaat als de bliksem in zijn tuin aan de slag. In de middag komt de hakselaar.

029

Af en toe houden we een werkoverleg annex drinkpauze. Als de tuin ineens meters groter lijkt, omdat de berg weg is en er alleen nog twee kromme wilgen en een paadje staan, zit neef zijn taak erop voor vandaag. De sportschool is niet meer nodig. Zijn eerste work-out is gedaan. Terug naar het thuisfront, die hem iedere keer liefdevol afstaat.

Broerlief heeft de plek waar Jut moet komen, al netjes uitgelijnd en geëgaliseerd. Druif en roos hebben het veld moeten ruimen. Ineens ontdek ik ook dat hibiscus verdwenen is, maar die stond al op een verkeerd plek. Tussen het gras zet tuin spontane lijnen uit met vergeet-me-niet, met de jonge vingerhoed-rozetten en het leverkruid en ik neem me voor om straks beter naar haar wensen te luisteren. Waar plant is, moet tuin komen en geen gazon, zoiets. Schoonzus en ik knippen ons de blaren op de handen en broerlief werkt als een kabouter in de nacht. Iedere keer als ik me omdraai is er weer een klus geklaard. Het lijstje zit in zijn hoofd en één voor één vinkt hij het resultaat af. Alweer het tweede huis door broer, die er voor gezorgd heeft dat deze plek hier een paradijselijk onderkomen is geworden. Dat is zijn onvoorstelbaar kracht. De zingeving aan het bestaan voor anderen kunnen bewerkstelligen in alle bescheidenheid.

036

De takken voor de verhakselaar stapelen zich op.  Als het blauwe monster arriveert met zijn oorverdovende gebrul, voer ik voorzichtig de takken in. ‘Moord in de hakselaar’, denk ik als het al het hout opvreet en uitspuugt in kleine snippers. Buurman achter komt helpen. De oude begrijpt dat hij eerst kort moet maken met wat er bij hem aan snoeihout ligt. Met oranje helm en oordoppen voer ik het hongerdier en denk er niet bij, want anders zou ik stoppen om het stof en het lawaai. De klus moet geklaard, bij mij en bij de oude.

031

Om half acht is het welletjes. Thuis op de bank slaat de ouderdom in alle hevigheid toe. De bejaarde spieren protesteren, de huid gloeit. Moe maar voldaan en tevreden leun ik achterover. Arbeid adelt

Uncategorized

Twee zielen en een gedachte

De beloofde warmte zorgt voor verkeersdrukte op de weg. De zomer is in de bol geslagen en half Nederland is op pad. Ik wil naar vriendin, die letterlijk onthand is, door de val van de trap vorige week. Een pols in het gips en een elleboog in een stevig verband en een Arm Sling, omdat grote pinnen de boel bij elkaar houden. Ze wonen nog in de schuur, maar trekken zo weer in het verbouwde huis. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een heerlijke plek is het geworden. Het is ruim en licht en overal zijn er zichtlijnen naar buiten. We gaan wandelen terwijl een buuf de tuin wiedt en genieten van ons samenzijn, de verhalen en de geweldige natuur. Er is zoveel te zien.

018

De sloot viert feest met haar eigen confetti en het zonnelicht als feestverlichting er door heen. Ik bewonder de kleuren, die niet kwistig rond gestrooid zijn, maar met een kennersoog in harmonie elkaar volgen. Zo ook haar omlijsting. De gouden rietstengels, die zachtjes wuiven in de wind, de donkere, bijna dieppaarse grassen tussen het groen, die argeloos als plukken lijken rond gestrooid te zijn, het water dat de strakblauwe lucht reflecteert  en de statige oer-Hollandse molen. Overal staat bloeiend koolzaad en fluitenkruid en de silhouetten van de bomen vervolmaken het beeld.

016

Als je goed oplet, schieten er kleine mezen en vinken en heggemussen weg in de grote heg aan de weg en hippen er konijnen naarstig naar hun veilige stek. Het nest van de buizerd, hoog in de boom, wacht geduldig, tot de jacht is afgelopen.

Als er een fietster schreeuwt aan de kant te gaan, weet ik dat ik de bel niet gehoord hebt en dat maakt dat zo’n halve dove een gevaar op de weg kan zijn. Of ligt het aan de racende fietste zelf, die vergeet om het prachtige plaatje in te drinken, waarin ze zo naarstig van A naar B moet. De meerkoet waarschuwt zijn vrouw op het nest met een hoge doordringende staccato roep. We keren om en wandelen het schilderij weer uit. Thuis met een glas water en de buuf horen we, met een onvervalst Gelderse tongval, het gruwelijke verhaal van een ongeluk van haar beide zonen 25 jaar geleden. Ze overleefden, maar raakten beide zwaar gewond. Hier sprak een moederhart en raakte het onze aan.

.021

Het gezicht van vriendin tekende vermoeidheid en sommeerde haar naar bed, terwijl ik de grote bossen bloemen ging lezen en uitdunnen, alles wat verdord was en oud mocht er uit. Toen ik klaar was stonden er weer twee prachtige bossen op de piano en een biedermeiertje naast het bed. De ogen waren dichtgevallen. Tijd om te gaan. Thuis wachtte een ander kleurrijk plaatje. In een opwelling had ik in de vroege ochtend de kast wat rigoureus leeg getrokken om zo de zomer van de winter te scheiden. Lente in het hart brengt lente in het hoofd en een volksverhuizing in de kamer.

033

‘Morgen’ , beloof ik mezelf, ‘Morgen pak ik het aan’. Pluis rolt heen en weer over het warme beton van het balkon en schuurt en schurkt haar genoegen. Het kan niet warm genoeg zijn. Ik nestel me in de bank en krijg een foto van de mooie herboren bossen opfleurders opgestuurd door een herboren vriendin. ‘Oefeningen gedaan en nagenieten van de namiddag in de late zomerzon’. Echte vriendinnen dus. Twee zielen en een gedachte.

Uncategorized

Ze knikt me toe en glimlacht mild

Elke donderdag zag ik ze al van verre komen. Hij stiefelde en zij waggelde.Het stiefelen werd veroorzaakt omdat hij in de loop der jaren steeds verder met zijn hoofd tussen zijn schouders was gedoken en zijn buikje wat naar voren helde. Het waggelen en schommelen van haar werd veroorzaakt doordat het leek of het kleine koppie op een tonnetje rond stond, waardoor haar omvang grotesk werd in de verhoudingen. Ze had een rollator om te voorkomen dat ze vallen zou en zuurstof om vooruit te komen. Beiden hadden ze ooit duizenden kinderen de weg naar de wijsheid en het leven gewezen.

grim001tove01_01_tpg

Hij ging direct aan de slag en maakte heel veel grappen binnensmonds met een kwinkslag naar haar toe. Zij bezag het slagveld aan noeste arbeid terwijl haar armen rusten op het apparaat, waar ze straks drie keer tien keer aan zou trekken. De zuurstof staat in een zwarte tas binnen handbereik. Boven de vollemaanswangen volgen twee pientere heldere ogen de verrichtingen van de anderen. Ze heeft zich in haar roze wijde en lange t-shirt tot op haar knieën gehuld, daaronder prijken de wijde enkellange pijpen van een rode katoenen broek. Haar kleine hoofd wordt omlijst door wit , zijdezacht en sluik haar. Vanaf het begin is ze het Piggelmeevrouwtje, maar dan oneindig veel aardiger en is hij met baard en goedlachse blik achter de bril de allervriendelijkste Piggelmee zelf.

Ze houden van elkaar. Ze schreeuwen het niet van de daken, maar het staat in de blikken geschreven die ze elkaar toewerpen. Hij legt af en toe een hand op haar schouder of streelt de bleke huid. Zij trekt een brede glimlach bij zijn inspanningen op de loopband en volgt hem met haar ogen, waar hij ook maar gaat of staat.

‘Mevrouw de H is overleden’, fluistert de Fysio tegen de oude man die zuchtend en hijgend zijn kilometers wegtrapt. Zijn toupet verschuift ervan. ‘Godsamme’, zegt hij en is merkbaar verbouwereerd. ‘Hoe is dat nou toch mogelijk’. ‘In haar slaap in alle rust overleden’ zegt ze er ter geruststelling achteraan.

img_1676-effects

Ik ben ook aan het trappen met een helling als moeilijkheidsgraad en zie het Piggelmeevrouwtje toch heel duidelijk op haar plek aan het apparaat zitten. Ze neemt vergenoegd de situatie in ogenschouw, ik trap stug verder. Een beetje harder dan normaal totdat ik moe een tandje lager ga. Mevrouw de H, ze is er niet meer. Ongelofelijk. We hadden vorige week nog een verhandeling gehouden over de zuurstof als handtas en de rollator als een verlichting en daardoor de verlossing.  Onmiddellijk stiefelt hij in mijn gedachten alleen verder. Wezenloos en hopeloos. Sommige mensen moeten niet uit elkaar geplukt worden. Vandaag wordt ze een piepklein kerkje uitgedragen, waar ze altijd jubeltonen uit de pijpen van het orgel had getoverd. Er schuilen onvermoede krachten in een oude vrouw, die aan de buitenkant niet te zien zijn Heeft Pierlala die nacht het ventiel ontdekt en stiekem alle zuurstof van jaren laten ontsnappen, zodat ze zachtjes leeg liep.

Vindt hij nog wel de zin van het leven nu zijn stut en toeverlaat is weggevallen. Zij redt zich wel temidden van die andere gewichtloze engelen, maar hij moet hier zijn weg weer zien te vinden in een wereld die hem zwaarder toe zal schijnen dan ooit tevoren, nu zij voorgoed is weggevlogen. Deze lieve zachtaardige Piggelmee zonder zijn vrouw is schier ondenkbaar. Hij zal haar zoeken achter elke handeling, in elk gebaar, achter elke blik tot ook hij vervaagt en oplost van de ene op de andere dag, maar beiden voor eeuwig aanwezig zijn in die kleine afgebakende ruimte. Hij op de fiets, in een circuitje, op de loopband, grappend en grollend in doorzichtige bescheidenheid en zij, rood en roze, op het apparaat. Ze knikt me toe en glimlacht mild.

Uncategorized

Mijn veilige bushaven

In de bus dacht ik nog zeeën van tijd te hebben, maar toen vriendinlief appte dat ze op de fiets gesprongen was, kwam ik pas op het idee om een en ander te checken. Daarna was het afgelopen met de rust. Ik was al ruim een kwartier de stations traverse aan het overbruggen en er was nog een hele lange Oude gracht te gaan. De kuierlatten aanspannen en de pas erin gooien, werd het devies.

013

Onderweg was er zoveel te zien. Ik had mijn jas uitgelaten en liep nu te zomers te midden van de dikke duffels en hier en daar een voorzichtig ontblote onderarm door de massa heen, sneed af bij de Mariaplaats door de hofjes te nemen en kwam via de Springweg halverwege op Swaakhoogte bij de Gracht uit. Ik prees mijn jasloze inval, omdat het zweet me op de rug stond en was blij toen de eerste huizen van de Twijnstraat in zicht kwamen.

Gauw het Louis Hartlooper in en direct daalde de hartslag, bij het zien van vriendin recht tegenover de deur in een oase van rust. Adem in, adem uit. Waar was de rest van de tijd gebleven. Nog een minuut te gaan, we konden nog snel een drankje, lees spa rood, mee grissen en naar boven. We nestelden ons in de filmzaal in het pluche. Het was wonderbaarlijk ‘ druk’ voor een vroege middagvoorstelling. God Only Knows draaide, een Nederlandse film van Mijke de Jong met de karaktervolle koppen van Monic Hendrickx, Elsie de Brauw en Marcel Musters als invulling voor de twee zussen en een broer, die last heeft van wisselende stemmingen.

De opening doet het ergste vermoeden, maar niets is minder waar. De dramatische aanzet begint met het doordringende ‘Erbarme dich’ van Bach, waarbij de prachtige klanken zich verweven met het verdriet, de onmacht en de angsten van de broer. De entourage is perfect. Het oude huis in deplorabele staat, de lambrizering, de kale tafel, de houten trap, de wonderlijke kelder, alles ademt een ver en voorbij verleden.

Dan trekt zich in een notendop heel het leven langs, leer je alle structuren doorzien van communicatie en het gebrek eraan en zie je wat emoties doen en hoe onze tekortkomingen in stand gehouden worden door onszelf en de manier waarop we ons opstellen tegenover de ander. Een openbaring, die wat vergt en waar nog lang op te teren valt.

We tafelen na in het gezellige café van het filmhuis en stukje bij beetje ontrafelen we onze ontdekkingen en breien er een oordeel van, vooral gevuld met superlatieven. Wat een hoogstandje van melodrama, intens ingeleefde rollen, uiterste krachtmetingen van emoties. Alles komt langs. Het is een rollercoaster, een perpetuum mobile en daarmee het intense leven zelf. Herkenbaar, te vereenzelvigen en alle radars onlosmakelijk verbonden. Met de wijn komen de bitterballen, vegetarische en gewone, en de ober lacht de realiteit weer terug. Als er daarna een vloed aan excentrieke dames en heren van betrekkelijk hoge leeftijd aanschuiven en de ruimte vullen, zijn we benieuwd naar welke film zij zijn geweest. Er blijkt elke woensdag een sneak preview te zijn. We zijn verbaasd over deze ondernemingsgeest. Het concept is de garantie voor een bord vol onverwachte wendingen. Het voorland huivert langs mijn vel.

005

We nemen hartverwarmend afscheid en nu mag tijd uitwaaieren. In de Grachtengalerie is een tentoonstelling van ‘ In de wolken’. Treffend past het bij mijn geestesgesteldheid. De luchten van Cees Vegh vallen uiteen in een prachtig rood, oranje, violet, warm geel of blekig blauw. De miniatuur schilderijen in de oude sigarendozen van Esther van der Eerden met de alleszeggende titel ‘Memories in a Box’ zijn prachtig en smeden de middag tot een geheel.

027

Met de Muslukt-mussen van Leny en Leo in goud als laatste op mijn netvlies vervolg ik mijn pad. De notendop, de schoonheid en de vrouw ineen. Terwijl het zachtjes begint te regenen, dwaal ik boven de treinen op weg naar huis naarstig mijn veilige bushaven binnen.

Uncategorized

Een nieuwe horizon

Voor het eerst sinds jaren liep ik dit ziekenhuis niet in voor een onderzoek, een bezoek aan de arts of de röntgen, maar kwam ik solliciteren voor een vrijwilligersfunctie. Het ziekenhuis is tegenwoordig zo groot dat de mevrouw van de receptie de personen niet meer bij naam kent. Ze vroeg naar een nummer. Ik had geen idee, dacht ik. Achteraf bleek dat een telefoonnummer te zijn. Dat had ze er niet bijgezegd. Ik voelde me even dat kleine pindakaasmeisje van de reclame, die de woorden van haar trainer letterlijk opneemt en mompelt: ‘Je zei -Jongens-‘ toen ze als enige niet met de groep mee was gaan schuilen voor de regen. ‘Je zei nummer en niet telefoonnummer’ dacht ik, maar zei het niet. De vrouw keek me namelijk vanonder een opgetrokken wenkbrauw een tikje wrevelig aan, toen het kwartje pas later viel en ze het nummer via de computer had opgespoord.

We moesten een trap op. Kalm blijven ademhalen nam ik me voor. Zou zo’n longaandoening een belemmering kunnen zijn. Er was een koffieautomaat zonder de gebruikelijke cappuccino. Sommige dingen verbazen me in ziekenhuizen. Net als het oude toilet, te klein en te ongemakkelijk, in dat andere ziekenhuis gisteren, waar ik was om vriendin te bezoeken. Geen idee dat het halve ziekenhuis op vrijwilligers draait tegenwoordig, ze maken wel een belangrijk deel van het geheel uit. Een en ander werd er aan verwachtingen uitgelegd.

008

Naast de zorg waren er een aantal verplichtingen die me weer een beetje terug voerden naar de jaren zeventig. Mijn eerste optreden als verpleegkundige in het AZL. Zuster Berkhout, die mijn weerbarstige piekharen glad probeerde te strijken en ons terug stuurde omdat we, door de warmte, de panty’s in de ban hadden gedaan. De uniformen konden we ons aan laten meten. Ze kwamen krakend vers en sneeuwwit uit de verpakking rollen. Hier was het probleem van al dan niet bloot been vernuftig opgelost door een broek met jasje als uniform voor te schrijven. Het haar mocht nog steeds niet vrijelijk rond slierten. Geen sieraden en geen nagellak. De geur van kamfer drong zich op.

009

Er kan straks Aladin gespeeld worden met de toegangssleutel in de vorm van een plastic kaart aan een koord: ‘Sesam open U’.  Alle deuren achter de openbare ruimtes zijn dicht. Dat was nieuw. Ik voelde een lichte euforie toen ik de ingewijd werd in de structuur van het gebouw. Straks zou ik eigenhandig mijn patiënt-zijn ombuigen tot een nieuwe werkelijkheid. De andere kant van de medaille. ‘If you can’t beat them, eat them’. Het voelde goed, lichte spanning, het oude bekende terrein letterlijk en figuurlijk in een nieuw jasje, zonder de grote druk van de eindverantwoordelijkheid, al zal ik die altijd blijven voelen. Wat reiskostenvergoeding, gratis parkeren en een feest eens per jaar. Dat alles om de het lijden van anderen een ochtend in de week te mogen verzachten. De afdeling oncologie opende haar deuren en het programma voor het waakmaatje zou zich vanzelf wijzen.

010

In al die jaren heb ik het ziekenhuis nooit helemaal los kunnen laten. Het paste me als een handschoen. Ik was volwassen geworden op deze voedingsbodem en dat schept een band voor het leven. Dat blijkt nu maar weer. Als een vis in het water, zegt men. Zo voel ik me en het zorgt er voor, dat er geen greintje aarzeling is. De wegen liggen open naar een nieuwe horizon.

001.JPG