Uncategorized

Twee vliegen in een klap

Vanuit mijn ooghoeken zie ik wat bewegen in het struweel aan de rand van de parkeerplaats. Het is een appelvinkje. Mijn hart maakt een sprongetje. Wat een mooi begin van een nieuwe start. Als ik de geluksvogel vast wil leggen is hij verdwenen. Het is nog vroeg als ik de hal van het ziekenhuis inloop. Eerst maar even een kopje koffie en dan volgt de rest vanzelf. De restauratie is praktisch leeg. Ik maak een tekening van een wachtende meneer om de tijd te doden.

002

Bij de receptie wordt ik opgehaald door een vriendelijk ogende vrouw, die me deze ochtend wegwijs zal maken. Het ziekenhuis opent haar raderwerk  en is enorm groot en vooralsnog onoverzichtelijk. Dat komt door het netwerk van gangen en kamers op de diverse afdelingen en de lange brede gang beneden met verrassend veel ruimte en met kunst aan de muur. Daar zit de linnenafdeling, waar het uniform gehaald moet worden.

De eerste gang is naar de fotograaf voor het pasje. Medium uniformjas aan. Het zit wat krap wat mij betreft maar het is slechts voor de foto. In een oogwenk heb ik een pasje dat toegang geeft tot de meeste gesloten deuren. Het is de sleutel tot de inwijding in de geheimen van deze wereld op zich. Achter elke handeling zit, net als vroeger, nog steeds een vriendelijk gezicht met een naam erbij. Zelfs bij de linnenkamer, waar in eerste instantie de uitgave en inname door een technisch vernuft wordt geregeld blijkt, als er een fout optreedt, toch ook gewoon een linnenjuffrouw te zitten, die ons in onvervalst dialect te woord staat.  We schieten van de techniek naar de PC afdeling, halen ergens de post op. Lopen met de uniformen over de armen , de tassen en de post aan en in de hand naar de lift, die ons vijf hoog brengt. Ik heb een lekker wijd exemplaar gekozen, ruim vallend en ben met de grote zware kloffen eronder niet de meest elegante. Haar op zolder met de speld. Tassen in de kluis. Mijn begeleidster is een tikkeltje vergeetachtig en voortdurend alles kwijt.

004

Ik geef verdekt aanwijzingen. Niemand struikelt graag. We maken een foto, halen de telefoon voor de gastvrouw op en lopen de afdeling op van de dagbehandeling. Dat is wel even iets. Welke rol spelen we in dit decor. Hoe stap je op mensen af, die hier liggen voor een chemokuur. Bijna iedereen heeft begeleiding bij zich. Laten we beginnen met koffie, thee, ijswater of bouillon aan te bieden om het ijs te breken. We hebben ook nog de broodkaarten uit te delen. De stoelen zijn genummerd en naar het raam gericht. Iedereen heeft uitzicht naar buiten. Een vrouw zwaait ons toe. Ze blijkt de andere vrouw te kennen, doordat ze hier al vier jaar komt. ‘Ze is de droom van elke oncoloog’ zegt ze. Ze knikt triomfantelijk en straalt. Mijn begeleidster omhelst haar. ‘Fijn om je weer te zien’. Ze wil niets drinken en eten, dat geeft maar extra vermoeienis met naar het toilet moeten.  Dat is waar. Dergelijke details zijn ineens weer belangrijk.

Met de post in de hand kom je al gauw aan de praat. Ik zeg ‘groetjes’ bij het weggaan. Dat vindt mijn begeleidster minder gepast. Daar moet ik even over nadenken. ‘Beleefdheidsnormen’ volgens een heersende ethiek van deze of gene zijn nooit helemaal mijn ding geweest. Ik denk terug aan Klasse intern in het Academisch Ziekenhuis van Leiden. Daar heerste een stugge en stijve moraal. Maar als de hoofdzuster buiten beeld was, konden we menselijkheid inzetten. Gewone taal, grappen maken, lekkere snacks voor ze uit de kantine halen. Herkenbaar en laagdrempelig. Dat leverde veel op. Jezelf zijn is in een contact een groot goed. Ik besluit eerst de afdeling te leren kennen om dan pas over te gaan tot een meer genuanceerde aanpak. Elk mens heeft recht op een vertrouwd en herkenbaar beeld. Is dat haalbaar in een ochtend per week. We gaan het zien.

Ik schud vele handen en hoor alle namen, die met hetzelfde gemak weer doorschuiven. Ik vang nu al een paar keer een brede glimlach af, de ogen van een echtpaar stralen als ik ze de bouillon kan brengen voor manlief, die niet ziek is. Toch even wat hartigs. Heet water en koffie zijn hier altijd voorradig. Dan vinden de rituelen van de ochtend omgekeerd plaats, telefoon wegbrengen, omkleden en uitchecken en kunnen we gaan lunchen. We wisselen telefoonnummers uit. Ik bedank haar voor de begeleiding en ze is opgelucht. Ze had het spannend gevonden. Ik verzekerde haar dat ik volgende week graag weer met haar meeloop. Een dankbare arm om me heen en samen lopen we naar de parkeerplaats.

Coccothraustes coccothraustes 1 (Marek Szczepanek) (cropped).jpg

De appelvink is verdwenen. Een belletje. ‘Als je een geel lichtje ziet, moet je daar de pas tegenaan houden’. Dat had inderdaad een puzzel op zich geworden. Bij thuiskomst zie ik dat we die ochtend bijna vijf kilometer ofwel 6911 stappen rond hebben gewandeld.  Geestelijke verrijking en fysiovreugde. Twee vliegen in een klap.

Een gedachte over “Twee vliegen in een klap

Reacties zijn gesloten.