Uncategorized

Echte kleine voetbalhelden

Twee kleine zwart-witte figuurtjes maken zich los uit de kluwen, die zich heeft gevormd op het midden van een half voetbalveld. Zoonlief 1 heeft de bal aan zijn kleine sterke benen, zoonlief 2, 6 minuten jonger dan zijn broer, passeert hem in een oogwenk en neemt de bal vervolgens mee om hem in het doel te prikken. We schrijven 1990 en de jongens zijn uitverkoren tot de selectie van hun kleine voetbalclub in een middelgrote stad.

028

Dat ze ooit als White Saints in de voetsporen van hun vader, de terriër van het middenveld, zouden treden, is op dat moment een ver-van-mijn-bed-show. Ze doorliepen het hele amateurtraject en ik volgde ze op de voet. Eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Het leven langs de lijn was mijn eigen alleengang.  Volstrekte concentratie op het spelletje. Niet de peptalk van omstanders of de aantijgingen tegen de scheids, maar de bal, de jongens en het frisse groen Met het kunstgras kwam er minder romantiek bij kijken. De begrenzing werd scherper naarmate ze hoger gingen voetballen. Niet langer was er sprake van op het veld zitten met de blote benen in de warme zon. We werden steeds verder teruggedrongen tot achter de lijn, waar ik tot op de dag van vandaag ben blijven staan.

F-jes

Winst of verlies was niet het belangrijkste, maar wel de trots bij de persoonlijke overwinningen, een doelpunt hier en daar, het stijgen in aanzien en in de selectie. Het draaide om hun welbevinden en het leren werken in een team. Er kwamen nogal wat trainers voorbij. Vaderfiguren gelukkig, die het grote verlies wisten af te vangen, maar ook bikkelharde mannen, meedogenloos haast, waardoor de ontwikkeling van kwaliteiten stuk liep op starheid en voorkeur. Er waren acties bij die in het geheugen staan gegrift. ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode Betrübt’.

Het feit dat vandaag alleen de selectie stopt, maar dat zoon twee en zijn vriend doorgaan in het tweede, de vriendschap trouw, is de grootste winst. Vanaf de F-jes bij elkaar met een enkel uitstapje. Zoon en vriend, voetbalmaatjes voor het leven.

buizerds

In de bomen langs de snelweg achter de velden cirkelt een buizerd. Hij spied met waakzame blik de grond af. De personificatie van hun vader. Mijn hart licht op als ik hem zie vliegen. Hij zit er al jaren, zoals ik er al jaren sta. Nederland op z’n smalst heb ik gezien. De kleinste dorpen, de wonderlijkste achteraf velden. Weer of geen weer, soms drijfnat door striemende regen tegen de achterbenen, stormachtige wind, alles werd  getrotseerd voor support en ondersteuning. Maar er was ook het aangename toeven in een hartverwarmende zon als bonus op een mooie wedstrijd en altijd zat ergens wel die buizerd, of een sperwer of een slechtvalk.  De natuur om het veld gaf voldoende ruimte voor grote en kleine filosofietjes. Er zijn wat overpeinzingen geweest.

De kantine was met half dove oren vooral een plek om te mijden. De holle klanken werden een muur van geluid, waaruit voor mij geen zinnig woord meer te halen viel. De harde muziek zorgde ervoor dat monden klankloze zinnen vormden en aanzwollen tot bellen spuug en spraakwatervallen. Ik wachtte buiten op wat komen ging, soms met overvolle tribunes achter me, als er een derby was of een belangrijke pot, maar vaker alleen en in stilte. En altijd ving ik een blik van verstandhouding, een opgestoken duim, en na afloop een kus van de jongens. Zo nu en dan de bloemen als een van hen tot man of the match was gekozen. Dubbele kansen, dus vaker raak.

f-jes 2

Kleine jongens worden groot en aan alles komt een eind. De kleinzonen hebben ook de bal aan de voeten en de geschiedenis herhaalt zich. Soms, heel soms, droom ik weer van de zwart-witte kluwen op het veld, kleine dribbelbeentjes, en twee fanatieke jongetjes die zich eruit losmaken. Twee echte kleine voetbalhelden.

 

 

 

Uncategorized

Tijdreizen

Soldaat Dirk doet niet aan dunschillen. Met een weids gebaar plompt hij zijn vierkante aardappelen in de gamel. Het water spat alle kanten op. Het is 28 juni 1917. De kinderen stuiven giechelend naar het andere einde van de bank.

038

De vochtige kou kruipt door de dunne witte overblouse heen. Hier en daar eist de kilte de aandacht in plaats van het historische verhaal dat ze met de aardappelen voorgeschoteld krijgen. Een vet Twents accent vraagt om vertaling. De typetjes zijn heel herkenbaar. In veertig minuten leiden Dirk, sergeant Kommer en de kok die absoluut niet koken kan, de kinderen de eerste wereldoorlog binnen. Voor volk en vaderland wappert de driekleur boven hun hoofden als Dirk het vaandel slaat onder het geschetter van de trompetten. Buiten staan de vrijwilligers om ze rond te leiden over het terrein van de Hondenkop, zoals de ligging van het fort zich aftekent op de plattegrond. De bravoure waarmee ze kwamen is teruggebracht tot peinzende koppies, juiste vragen en goede weloverwogen antwoorden.

Het is het oudste landfort van de stelling van Amsterdam. Dankzij het feit dat verdediging na de eerste wereldoorlog niet meer nodig was, is de natuur om het fort heen uitgegroeid tot een walhalla voor de vogels. De kwikstaart, de koekoek, houtduiven, merels en mezen en vinken, vleermuizen en zelfs de ijsvogel vliegen op en af en nestelen er ongestoord. Ze fluiten dat het een lieve lust is.

De kinderen worden ‘opgesloten’ in de provoost achter het fort, zijn diep onder de indruk van de tekening op de muur, de soldatentoiletten, de waterkelder onder het hele fort, de slaapvertrekken. Ze griezelen bij de verdroogde vleermuizen en het verhaal van de gids, die vertelt dat, als je eenmaal een vleermuis in het losse haar krijgt, die er alleen nog maar uitgeknipt kan worden, want door de weerhaken krijg je het beestje niet meer ontwart.

030

Tussen de voorstellingen door haal ik de volgende groep op. Je waant je in het paradijs als de stilte enkel en alleen door het gekwinkeleer van de vogels wordt doorbroken. Twee vissers zitten op de pontons in de fortgracht en turen mijmerend naar hun hengel. De houten brug over het spiegelende water en het grote hek dat uitnodigend openstaat markeren de bijzonderheid, een entree tot een onbekend wereld vlak achter het centrum van de stad. In het water drijven de grote bladeren van de plomp. Kwikstaart doet zijn naam eer aan en is te snel voor het schieten van een foto. Ze verdwijnt in de grote paardenkastanje achter de meiboom bij de entree.

028

Als de sleutel van de gids niet past op de keuken heeft de soldaat gelukkig een butagas bij zich en pruttelt er binnen enkele ogenblikken een echte Italiaans percolator op zijn pitje. Het rantsoen bestaat uit haverbiscuit. Alles roept de sfeer op van vroeger. In het minimuseum zijn alle schatten vergaard van dat bestaan, de gamellen, de soldatenkisten, de koperen ketels evenals een mottige buizerd en een uil. Er staat een grote maquette van het fort. De stem van de gids erboven verhaalt van de rij paardenkastanjes, die allen helaas geveld zijn door de kastanjebloedingsziekte en de wildgroei van de natuur, die het fort hebben omgetoverd tot  deze geheime tuin. Hij vertelde van de onbruikbaarheid van het fort omdat brisantbommen het in een klap konden platleggen. De gloriedagen van het bakstenen en brikkenbetonnen gevaarte, dat nog betekenis had in de eerste wereldoorlog, kwamen niet weerom. Pas veel later zag men de historische waarde er weer van in.

Het liniepad ligt er zonovergoten bij als ik naar de auto loop. Nog eenmaal vang ik de roep van de koekoek. Er is maar weinig voor nodig om te kunnen tijdreizen.

 

Uncategorized

We doen ertoe

Stempas…Huh….maar wanneer hebben we die dan door de brievenbus gekregen. Doordenken. Ouderwets per brief. QR-codes? Het is maar een idee. In oude post omhoog gegraven. En natuurlijk gaan we stemmen. Dit keer op een vrouw, een die vecht voor mensenrechten en met hart voor een grenzeloos bestaan. Het toeval dat ik hier geboren ben, speelt een beslissende rol. Hier of daar en wie bepaalt dat.

Hoe heerlijk om een jong mens te horen vandaag. Eerst ouderwets lekker kunnen kletsen met mijn lieve vertrouwde vriendin. Geen betere zielsuitwisseling dan dat.  Toen dochterlief thuiskwam uit school ontspon zich een breed gesprek over allerlei maatschappelijke vragen. Issues die zonder meer mee te nemen waren in het maken van een keuze omtrent de Europese verkiezingen. Terug naar huis met gedachten die dieper groeven dan gemiddeld. De tuin lokte maar de wijsheid riep me terug. Even een pas op de plaats maken.

‘Hoe bevalt het werk op woensdag’, was een van de vragen. ‘Ik moet merken dat ik ertoe doe’ was het antwoord. Zo voelt het. Ben ik in staat om betekenis te hebben in de gesprekken die ik voer. De vrouw alleen waarmee ik de vraagstukken besprak die er op haar bord lagen. De intens vermoeiende regeldingen als je weet dat het deze keer de allerlaatste kans is op vooruitgang. Wat als het niet lukt. Kind noch kraai. Bikkelen en doorgaan en nog altijd de touwtjes in eigen handen willen houden, omdat je niemand tot last wil zijn. Het is zo herkenbaar. Ik ga duimen beloof ik en vergeet dat ik in een katholiek ziekenhuis loop. ‘Bidden  mag ook’ lacht ze ‘of een kaarsje opsteken’.

014

Vriendin en ik verzinnen dat iemand die laatste taak uit handen zou moeten nemen, zodat je ziek mag zijn zonder zorgen en verder nergens aan hoef te denken. Later bekijk ik de taken van een buddy eens goed. Een buddy is er op getraind om dergelijke zaken uit handen te nemen. Ze hebben coachende eigenschappen en krijgen er een opleiding voor. Soms is er een buddygroep waar vragen van de vrijwilligers zelf aan bod kunnen komen. Ik weet nog te weinig van de afdeling om erachter te komen of er op buddy’s gewezen wordt. Vraag voor mijn collega’s zo meteen.

Een andere vrouw dreigt in een isolement te vallen. Ze is bang voor haar thuiskomst in het kleine dorp met de opvallende aandacht van de buurvrouwen om haar heen. Ze komt zelf uit de zorg. Is het haar eigen achterdocht of is het werkelijk zo, dat die aandacht enkel en alleen als bemoeizucht vertaald mag worden. Terug in de auto blijft het door het hoofd spoken. Iedereen heeft een eigen leven. Als de nood aan de man komt zal de galerij klaar staan. Ik zou er niet aan denken om het als bemoeizucht te bestempelen. Ontvankelijk zijn is ook een gave en maakt de wereld groter.

009

De lange slanke man ligt roerloos op het bed. Hij houdt zijn ogen gesloten als er iemand binnen komt. Zijn signalen zijn duidelijk te lezen. De oude pleeg komt boven. Ik zou iets willen doen dat verlichting brengt. Straks is er een cursus hand en voet massage en mag ik daarmee aan de slag. De handeling als inleiding tot wezenlijk contact. Nu raak ik op die ene ochtend in de week alleen de geest even aan, een lichte vingertip, niet meer.

Zo wandel ik kamer in en kamer uit. De verschillende levens parallel aan elkaar en heel  verschillend. Het ziekenhuis sluit haar luiken automatisch als er zon is, de kamers zijn donker en gesloten. Ik zou naar de weidsheid van de lucht en het licht verlangen als ik er lag. Juist daar, in die begrensde werkelijkheid.

Vandaag mogen we stemmen. Een wereld zonder benauwende grenzen met een goede infrastructuur, waar je mens mag zijn op alle fronten. In het stemhokje kleurt het hokje rood. Ineens valt het kwartje. Waar je ook gaat of staat en wat je ook onderneemt, je stem telt. We doen ertoe

 

 

 

Uncategorized

Eerst maar wat bijtanken

Mijn vader dook na de warme maaltijd van vijf uur zijn eigen fauteuil in bij het raam, schoof naar achteren waardoor het voeteneind omhoog kwam, deed zijn ogen dicht en viel in slaap. Elke dag, vaste tijd, vaste prik. Je kon er de klok op gelijk zetten. In het begin stil, daarna ontspande de onderkant van de kaak en viel zijn mond open. Zo snurkte hij zijn dromen door tot er een uur voorbij was. Dan herhaalde het hele spektakel zich omgekeerd. De ogen gingen open, de grote hand veegde over het gezicht gevolgd door een enorme gaap. Dan schoof hij naar voren en klapte het voetenstel zwaar weer in. Hij was wakker. Koffie en een zware van Nelle. Het was een dagelijks ritueel.

Ik kan nooit een dutje doen overdag, maar de laatste dagen valt de vermoeidheid in als een blok beton. De ogen worden zwaar, de armen zijn niet meer te tillen en het lijf roept om ineen gekruld op de bank even te ontspannen. Niet echt te slapen, maar even niets. De stilte met het gebrom van de koelkast er doorheen, maar verder rust. Na het onderzoek van dinsdag viel ik ’s middags als een blok in slaap. Dat was me nog nooit overkomen. Daarna werd ik, vreemd genoeg, bruisend van energie wakker. Een echte powernap.

IMG_0301Eerste opzet.

Er was heel veel zin om ’s avonds te gaan schilderen bij Knockart. We gingen naar model aan de gang. Het lijdend voorwerp zat op de stoel in een natuurlijke pose. Zette zijn mindfull denkhoofd aan en vloog weg. Een uitstekende manier om  twee uur lang met een korte pauze ertussen, vol te houden. Na wat heen en weer soebatten, besloot ik toch eerst even naar model direct op doek te schilderen en daarna pas weer aan het andere doek volgens foto verder te gaan. Het was een heerlijke flow die de middagslaap had opgeroepen. De penselen, twee stuks, een kattentong en een grote varkensharen voor het grove werk dansten over het doek. De opzet met sienna, de invulling en de nuances met doek en rode lakverf, paars, wit, groen, citroengeel en magenta. Heldere kleuren, wat er voor zorgde dat het doek licht en lucht bleef houden. Binnen een uur had ik de eerste opzet klaar. Volgende week verder, nu de tweede laag over het vorige doek.

IMG_0283

We drentelden een rondje langs alle doeken en bewonderden de inspanningspogingen, die volstrekt verschillend waren. Van alle kanten met de werken van de vorige sessie kwam ieders eigen wijze van werken naar voren. Krachtige en uitbundige, minuscule verfijnde, gedurfde experimentele of bescheiden ingetogen streken en toetsen. Het was er allemaal. Kleurrijk vooral ook en overal herkenbaar in detail of overflow.

img_2655.jpgTweede laag

Ook de tweede sessie op het doek van vorige week ging als vanzelf. Het penseel en de arm deden het werk en ik constateerde alleen maar dat alles wat ik deed werkelijk vruchten afwierp en wat zich voegde door de enorme brushkwast en de achterkant ervan om verdieping aan te brengen met licht groenblauw, een soort verdigris, de jas te verdiepen met ultramarijn en umber, de glans aan te brengen met een vleugje wit. We zijn er nog niet, maar het begint te komen. Niet dicht smeren, maar lucht erin aanbrengen en het licht zien. Zo voelde het die avond. Drie cursussen te verbinden tot een eigen aanpak en een werkende stijl. Het pad van de inspiratie gaat kennelijk over de rozen van een diepe middagslaap.

De tol betaalde ik gisteren, na een ochtend werken in het ziekenhuis en een korte lunch in de middag. De zware vermoeidheid was er weer, maar liet zich niet verjagen. ‘Blijf maar op de bank’ beet ze me toe. Met leed in het hart belde ik wolkenwietje af, die prompt lucht stuurde om energie op te doen. Een ander telefoontje hakte erin. Nog een  herhaling van het eerste onderzoek komt eraan, maar dan in rust. ‘Dat is voor 80 % van de mensen die dit moeten ondergaan hetzelfde’, zei de vriendelijke stem door de telefoon relativerend. Het zij zo. Eerst maar wat bijtanken.

 

Uncategorized

‘Naar bed, naar bed’

Keurig was de onzichtbare verzorging onder de zwarte broek en de gemakkelijke warme, oudroze trui. De benen al in de zomer gestoken, glad als een babyhuidje. De gecraqueleerde huid glimmend gewreven met de doucheolie en daarna met de bodylotion. Nagels schoon. Gepokt en gemazeld, zoals het betaamt als je het ongewisse ingaat. De waarschuwing van mijn moeder klonk bij zulke gelegenheden steevast door. ‘Altijd hele en schone  onderkleding aan. Stel je voor dat je in het ziekenhuis terecht komt’. Het werd een van de meest geliefde running gags op de Neurochirurgie IC en onder de zussen. Wat er ook gebeurt, als je ondergoed maar heel en schoon is. Ja ja. We hebben wat afgelachen op die zware afdeling, zodat het leven naast het leed ook de humor bleef houden.

Om door een ringetje te halen toog ik een half uur te vroeg op pad. De voorzorgsmaatregel voor dergelijke ervaringslege bladzijden is het inbrengen van de rust. Boek mee, tekenblok mee. Stiefelen naar het infobord. Poli-nummer checken, aanmelden bij een alleraardigste secretaresse en plaats nemen. Daar begon het grote wachten en de aanvang in de dikke pil van Judith Visser, een herkenbare beschrijving vanuit de visie van een autist. Een welkome aanpak voor het doden van minuten, die weg tikten alsof ze op een achteruitlopende band stonden.

Ergens registreerde een deel van het brein de voorvallen die plaats vonden. De echtparen, de Turkse mijnheer, die anderhalf uur te vroeg was, maar aangaf dat prettig te vinden, het doelloze geblader in de aanwezige tijdschriften of het doornemen van de meegebrachte brieven. Vaker nog het eindeloze turen op het te kleine scherm van de Phone. De echtparen spraken nauwelijks met elkaar. ‘Hoe was het gegaan?’ was de vraag. ‘Ging wel-gebrom’ als antwoord en dan hield het op en swipe, swipe, swipe. Net schaatsen op het droge of dirigeren zonder stokje. Onvoorstelbaar wat je nog kunt meenemen van de omgeving als je toch in een boek zit.

020.jpg

Mijn beurt. Ik mocht me een infuus laten aanmeten bij een allerhartelijkste vrouw, die geroutineerd de rollende ader in de prikstand dwong. Er kwam een hele uitleg bij. Terug en wachten, nuchter en wel. De koffiemachine met haar geraas, de vrolijke gesprekken  achter het glas van de balie met af en toe een bevrijdende schaterlach en toen zag ik haar ineens. Een giraf met schoenen geënt op het patroon van haar vel. ‘A few sizes to big’, was de titel. Niemand is volmaakt. Opmerkzaam gemaakt keek ik rond. De nucleaire poli bleek echte kunst te bevatten.

Ik mocht weer. Gehaspel met boek en zware tas. Er werd een echo gemaakt en de bloeddruk werd gemeten. De dokter kwam ‘gorgeous grey’ en olijke ogen, en spoot de vloeistof in terwijl ze me, als afleiding, het hemd van het lijf bleef vragen. De antwoorden haperden omdat de benauwdheid me de volledige concentratie benam en er even helemaal geen woorden meer waren. Met horten en stoten bleef ik antwoorden, maar ik had geen flauwe notie van wat ik gezegd heb. Het was mijn eerste aanvaring met een bronchospasme, opgewekt door de inspanningsvloeistof. O wee. Het voorland drong zich op. Dat vroeg om neer te sabelen. ‘Had ik gepuft van te voren’. Ontkenning, want de stelregel was geen medicijnen. O, maar deze mochten/moesten wel. Ik mocht ze ter plekke nemen en dat gaf letterlijk lucht. Het infuus ging uit.

019.JPG

Bijkomen bij een broodje kaas 48+ en een chocomelk om de gal en de maag aan het werk te zetten, zodat het hart bij de scan alle aandacht kon opeisen. En weer het boek met flarden wachtkamer.  De scan was een oase van rust, niet bewegen, handen boven het hoofd, muziek en het relativerende alledaagse nieuws.

023.JPG

De vermoeidheid sloeg pas toe, toen ik een warme uiensoep ging halen in het restaurant. De tekenpennen bleven in de tas, evenals het boek. De pen zou ik niet getild krijgen en de letters zouden een eigen verhaal dansen. ‘Naar bed, naar bed’ smeekte duimelot in mijn oor.

Uncategorized

Wat er komen gaat

Het gehannes met maxi-cosi was ik even kwijt. Er is nog niets veranderd. Hoeveel vrouwen moeten zich dagelijks dubbel vouwen om baby veilig achter in de auto te  krijgen. Het wachten is op de evenknie van Willie Wortel, die iets ontwerpt wat op schuiven en klikken lijkt. Kind vastsjorren in de kinderwagen buiten de auto, wagen losmaken en erin schuiven, kliksysteem met automatische vergrendeling en klaar.

Nu moet je je met uitgerekte bekkenbodembanden en de gevoelige rug in honderd bochten wringen om kind vanuit de wagen in de maxi-cosi te krijgen en helemaal om de gordel veilig en wel om alles heen te sjorren. Als ik kind in de wagen in de auto schoof, dat kon in 1980 nog, zorgde je ervoor dat het gevaarte klem stond achter de voorstoelen. Bij mij ging dat de eerste keer niet vanzelf. Net toen ik de voorstoel naar achter wilde trekken sprong grote dot wol Lazy, vuilnisbak van het zuiverste water, in de wagen boven op dochterlief. Het was een van de spaarzame momenten dat ik bijna hysterisch dacht te worden en met sjorren kwam hij maar moeizaam uit dat warme mandje. De schrik, vermengd met de kraamtranen,  kan ik nog zo oproepen.

014

Het duurde dan ook even eer dochter en ik tussen de planten liepen in het grote tuincentrum. Rijen met de meest prachtige beloftes voor volle bedden, al naar gelang van klein en goedkoop tot enorm tegen een flinke prijs. Voor elk wat wils. Dochterlief had haar kleine stadstuin onder de Gingko en die was toe aan wat fleurigs. We kozen de lavendel, margrieten, de ooievaarsbek in teer roze, de phlox, de bergamot, het kattenkruid, de Japanse anemoon en een grote blauw-paarse hortensia voor in de pot aan de voorkant van het huis. Met de buit en twee kleine cadeautjes kabbelden we, na een inwendige versterking, naar huis. De lieve kleine kreeg een VIP-plaats boven op de tafel in haar verende hangmandje met het  frisse wuivende groen van de bomen boven haar, weerspiegelt in haar ogen. Ze monsterde alles met die blik van zoete verwondering. Natuur met de paplepel ingegoten.

010.JPG

Met kleine schepjes gingen we de grond te lijf. de lavendel en het kattenkruid tegen de schutting, al was die jas wat krap. Een steen eruit bracht verlichting voor ze. Lieflijk paars tegen houten muur, perfecte omlijsting. Daarna wroeten en scheppen, laveren tussen de wortels van de hortensia die daar al stond en die van de gingko door. Nieuwe aarde luchtig erdoor geschept, diepe kuilen, emmers water, zwarte vingers. Boven onze hoofden koerde de duif zijn genoegen over onze aanpak. Het was een echte ‘poepduif’ als hij in de boom zat, had dochter droogjes geconstateerd. Ik zong Annie’s ‘duiffies’ en het moet een zot gezicht zijn geweest, die dochter in beeld en geluid  vereeuwigde, zonder dat ik het wist. Af en toe betuigde ik de boom beschamend mijn spijt ‘Sorry boom’ als ik een van de wortels  had blootgelegd.

011-1.jpg

De planten bedolven we onder bemoedigende woorden. Hart voor de zaak doet groen beter groeien. Dat leerde ik vroeger al door mijn moeder en haar liefde voor al wat bloeide in háár kleine stadstuintje, de papaver, de forsythia, de perenboom en de akelei. De hortensia mocht in de grote pot en toen ik opmerkte ‘wat is hij mooi’ corrigeerden we allebei in hetzelfde tempo ‘Het is een haar’ waarop we, blik van herkenning, het uitschaterden. Ons kent ons.

Het was een welkome afleiding voor de APK-keuring, zoals een van de vriendinnen bemoedigend schreef, die me boven het hoofd hangt. De dag was zo om en natuurlijk ben ik veel te vroeg wakker. Ik schrijf dit en ga een paar uur onder zeil als het lukt. Het voordeel is dat ik nu nog een glas water mag drinken alvorens me straks te melden bij het loket met gezonde Hollandse nuchterheid op alle fronten en me laat leiden als een mak schaap. We zien wel wat er komen gaat.

 

Uncategorized

Ik kom de dag wel door

In mijn gedachte ben ik aan het passen en meten. Kleine hoekkast, maar hoe hoog dan. Nee, ik haal de twee kastjes uit de Bernagie naar huis en zet twee smalle kasten op de smalle wielombouw. Dan heb ik kastruimte en ben weinig ruimte kwijt, nog beter. Dat laatste is een oprechte optie. Één kast kan hier in huis zelfs dienst doen als badkamermeubel. Hoe krijg ik die kasten dan weer hier. Het schuift en het rommelt in mijn hoofd en er komen zeeën aan ruimte vrij, maar niet zonder slag of stoot. Er is wat vernuft en spierkracht voor nodig. Het zal op een centimeter of vijf hangen. Eerst meten. Meten is weten.

Huizen zijn onder de zussen op het ogenblik een hot item. Appartementen om precies te zijn. Het zijn de jaren van het kleiner wonen. Kinderen die een eigen leven gaan leiden, ruimte die kan worden ingeboet tot het weinige wat een mens in feite nodig heeft en regeren is vooruitzien met de kans op eventueel lichamelijk ongemak. De zussen hebben alle drie een gelijkvloers onderkomen aangeschaft. Huur of koop, op een eerste, tweede of vierde verdieping, de een met een magnifiek vrij uitzicht over de stad en zicht op de wisselende wolkenluchten en een ander kijkt op het frisse groen.

032.jpg

Daarom drentelen we ook de Hema binnen omdat er een constante zoektocht naar interieurverrijking plaatsvindt. Ik loop doelloos door de diverse gangen, neem willekeurige stoffen tussen de vingertoppen, bekijk de nieuwe kleurschakeringen, duik ten leste in een stoel om even uit te rusten en schiet met de Iphone wat plaatjes. Nauwelijks wordt er gekocht. Eigenlijk zijn we op zoek naar schuimgebak om te vieren dat de nieuwe stekkies zijn gevonden, maar we vinden het niet. Dan maar naar het Oude dorp om in een gerenommeerd restaurant wat te eten en te borrelen. Er hoeft niet meer gewaakt te worden en tussen de flarden van het gesprek door denk ik terug aan de avond ervoor en aan iemand die zojuist door de mazen van alledag heen gevallen is. Parallelle tijden, die zo verschillend zijn.

Buiten krast de kauw een waarschuwing en nog een. De lucht is dik en grijs. Het leven neemt een vlucht na de nachtelijke stilte. De tuin smeekt om water en ik ben benieuwd hoe ze het festival heeft overleefd dat, dit weekend, al haar decibellen rijkelijk over de mezen en de vinken, de merel, de haas en de ringslang heeft uitgestrooid. Heeft de meerkoet haar twee kleintjes kunnen beschermen. Straks, gewapend met centimeter en nieuwe energie zal ik het weten, mits het grijze grauw geen emmers over mijn hoofd stort.

004-4.jpg

Er waart nog een spook rond. Het is de lichte onzekerheid over een onderzoek dat morgen staat te gebeuren. Radioactief zal ik een poosje zijn, kleine baby’s mag ik niet langer dan een half uur vasthouden op die dag. Met recht een lichtend voorbeeld. Het wrikt een beetje. Aan de ene kant is het fijn te weten dat de hartspier onderhanden wordt genomen, aan de andere kant denk ik aan de risico’s die inspanning oplevert voor het hart, zeker als het wordt nagebootst. Ik moet het maar zien als een slimme check-up. Stempel erop en goedgekeurd, of nog een onderzoek erna als er meer aan de hand blijkt. De twijfel breit aan de ene kant een trui en ik rafel haar uit aan de andere.

002

Met het boek ‘Zondagskind’ van Judith Visser onder de arm kom ik de duur van 2,5 uur wel door, nuchter. Ergens tussendoor een boterham met vette kaas, zelf mee te nemen, en een beker chocomel, door het ziekenhuis verstrekt.  Tekenblok mee en de fineliners. Ziekenhuizen zijn staaltjes van wandelende en zittende, hangende, en liggende objecten om te vereeuwigen op papier. Sketchkrabbelstof te over. Ik kom de dag wel door.

Uncategorized

Heel het leven

Het was een stralende dag om vriendin te verrassen, die van niets wist, alleen dat er iets stond te gebeuren. Manlief had het uitstekend voor haar verborgen gehouden en het was één grote surpriseparty, die tot in alle voegen klopte als een bus. De locatie was ideaal voor een zonnige lentedag. Het ontluikende frisse groen aan de bomen zorgde ervoor dat het bos met zijn zandafgravingen een lichte toets had en minder dicht en zwaar was dan in de zomer. De ‘beareble lightness of being’ om in een variatie op een thema te spreken.

IMG_0271

Het was de perfecte omlijsting voor de viering van een bestaan. We werden letterlijk het bos ingestuurd. Niet om te verdwalen want kompas en coördinaten gingen in cryptische aanwijzingen mee. We ontcijferden een sudoku en vertaalden morse, we lazen het juiste spoor eruit en genoten van de ruimte, de prachtige omgeving. Onderweg kwamen we het feestvarken en haar eega tegen en zongen een langzalzeleven-lied uit volle borst.

IMG_0265

Zon, ziel en zaligheid, alle ingrediënten voor een wonderschone beleving met een pannenkoekenbuffet en een wijntje toe. Vriendin was helemaal tot in haar tenen jarig.

Terwijl Nederland uit haar dak wilde met kanjer Duncan aan het roer, was er kamerstilte bij mijn waken. Het enige wat er doorheen sneed was de ademhaling, regelmatig en zwaar. Ondertussen vlogen de gedachten rond. Een tegenstelling van dag en nacht. Het gedicht van de tuinman en de dood van Pieter Nicolaas van Eyck rafelde zich ter plekke uit.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

Het onuitwisbare lot en daarmee de bevestiging dat hij op sluipersvoeten komt in ieders eigen tijd en eigen uur. Door alle aanwijzingen aan elkaar te knopen had ik een beeld gevormd van een leven, dat ik niet kende. Er bleven flarden hangen terwijl ik terugliep door de grote stille gangen van het ziekenhuis in de luwte van de avond. Schemerlichten tegen de met stenen gevulde wanden van de hal. Ik moest ineens denken aan wat er zou gebeuren als er een gat werd geslagen onderin het hekwerk. Een steen op het hoofd en dood hoefde niet meer af te reizen naar Ispahaan. Hij zit in een klein hoekje en loert op het juiste moment.

019-2.jpgBepper de Bofferd

De beelden op televisie gaven een uitzinnige meute weer en de tegenstelling  met mijn overpeinzingen was te groot . In rustiger vaarwater sloegen er hele gaten in het verhaal van de Detective, omdat ik elders vertoefde, terwijl ik rustig op de bank zat. Bepper de Bofferd keek me peinzend aan en gaf troost en berusting. De slaap overmande uiteindelijk.

Bij het aanbreken van de nieuwe dag, een nieuwe ronde met nieuwe kansen, lees ik dat we het als klein kikkerland eindelijk weer eens gered hebben. Dat is een mooi gegeven, want ik vind Duncan een verademing tussen alle verkleedpartijen die in fragmenten aan mijn oog voorbij waren getrokken tijdens dat hele songfestival-circus. Au naturel en met een prachtige vertolking van zijn lied. Pure schoonheid en de flemende dood op een dag. Er valt geen chocola van te maken, maar dat is wat het is. Heel het leven.

 

Uncategorized

Alles sal reg kom

Verkeerde outfit wist ik toen  ik op de plaats van bestemming was aangekomen. Feest voor alle vrijwilligers, met echte mevrouwen en oranjehooligans, de trappelzakboogie, een koor en een politiefanfare. Het was even wennen. Het eten was veel en uitgebreid. Er werd geen dubbeltje op bespaard. Met de meiden onderling was het gezellig ondanks dat ik iedereen pas kende. Schoolvader van ooit was er en twee ex collega’s uit het roemruchte kringloopverleden. De jaren liepen door elkaar. Dappere optredens en een kranig gedicht van een jonge kleindochter die over geluk en de dood van haar oma schreef. De concentratie lag bij het luisteren. Als de decibellen een muur worden, is het lastig om klanken er uit te vissen.

001Concentratie

De ochtend was zo anders verlopen. een wereld van verschil. De schrijver in de bibliotheek, twee groepen kleine belhamels en op Roald Dahl geënte grappen vlogen over de hoofden heen. Rozijnen zijn druivenlijkjes en ratten kunnen echt via de toiletpot omhoog. Ze griezelden lacherig en bij elk vies woord schaterden ze het uit. Het werd er niet rustig van maar ze genoten met volle teugen. De bieb kende een aantal hinderlijke bijgeluiden dwars door het betoog van de schrijver heen. Een vooroorlogs faxgeluid en een dove vrijwilliger, die luider praatte dan ze zelf meende. Ze waren allervriendelijkst en de ontvangst was warm.

 

Daarna ging ik op pad om een klein cadeau voor jarige dochterlief te scoren en vond een Matroesjka, maar toen ik in de auto het prijsje ervan af peuterde, bleek er Ibiza onder te staan. Daar ging mijn cadeau, met de Spaanse zon mee. Het echte cadeau komt later. De twee jongens aan de muur. Straks moet daar de derde bij.

010Eerste  laag.

Aan de oudste heb ik afgelopen woensdag gewerkt. Het was weer een feest om bij dat kleine gemoedelijke cluppie te zijn. De auto kon ik nauwelijks kwijt, de trap naar het atelier toe is eigenlijk te hoog en de zware tas met tubes en penselen komt vriendinlief al halen. In mineur omdat in het vertrouwen een flinke deuk was geslagen. Warme armen en verhalen waren alles wat nodig was op zo’n moment en afleiding in de vorm van het schilderen. Zij met gouache en wij met olieverf. Lieve kleinzoon keek met ontzag naar de opspattende golf. In dezelfde sfeer als zijn broer kwam de opzet uit de verf rollen. Zo heerlijk als het lukt. Met de juiste aanwijzingen, verschil licht en donker eerst te scherp, hoe maak je het natuurlijker en waarom kom ik daar zelf niet op. Swingende muziek om de penseelvoering los te maken. Niet van dat benauwde. Dans, dans…

003Lief huis

In mijn gedachten zit de Bernagie en de vraag hoe ik de ruimte ten volle kan benutten. Met de twee kastjes erin is het vol en de stoel neemt ook veel ruimte. Daarnaast heb ik behoefte aan een schrijftafel. Dat zou een opklaptafel kunnen worden, hebben dochter en ik al bedacht, of een sidetable over de wielkast heen. Een hoekkast zou een uitkomst kunnen zijn. Ik denk dat ik wat kringlopen af moet scharrelen. Dat het op mijn pad komt weet ik, maar je kan het toeval natuurlijk altijd wat bewerkstelligen door te zoeken op de juiste plaats op het juiste uur.

Geduld en ogen op steeltjes brengen een mens een heel end.  Alles sal reg kom.

 

Uncategorized

‘Be careful…’

De paniek was licht voelbaar toen ik door de artiesteningang een donker podium opkwam. Of ik wist hoe het licht werkte. Nee, dat kon ik ze niet vertellen, maar wel op zoek gaan naar degene die er meer van afwist. Overal waren vragende gezichten en nergens loste zich dat in in weten. Gelukkig scharrelde eindelijk iemand een leerling van het VWO op, die bekend was met de installatie. Na het soebatten van ruim een half uur was het binnen vijf minuten geregeld en kon de opbouw doorgaan. Om zulke onvoorziene omstandigheden ben ik altijd al een uur van te voren op de plaats van bestemming. De gekste dingen kunnen ineens dwarsliggen. Daarna de lerarenkamer en geurige koffie. Laat de kinderen maar komen.

003

Het is zo heerlijk om die blije gezichten te zien als ze met een polonaise onder het geluid van een moderne blue grass, ‘Leef’ in een ander jasje, de zaal weer uitgaan. De fantastische voorstelling met absurde teksten boeide tot de laatste minuut. Het leven van een Amerikaans gezin, grootvader, moe, bro en sis en een verdwenen vader had hen een uur lang ondergedompeld in een bizarre wereld. Op het eind was de link met de fastfoodketen van de Mac snel gemaakt. De hilariteit steeg ten top toen er een zingende en dansende Italiaan opkwam, waar de Sis verliefd op werd. Een vleugje liefde gedrenkt in muziek en heel veel blauw gras. Zie daar de ingrediënten die nodig zijn voor een uur puur vermaak voor de doelgroep, de kinderen van groep 5.

002

Aan het eind kwamen de muzieksoort en de instrumenten aan bod. Wat zorgt er voor dat het onder de noemer Blue Grass valt. De kinderen konden praktisch alle instrumenten noemen. De viool, de contrabas, de fluit, het wasbord, de gitaar, de lepels. De mandoline en de mondharp waren vrijwel onbekend. Vanaf nu weten ze er alles van en het zal ze ook eeuwig bij blijven.

Ik weet nog goed dat ik voor het eerst met Blue Grass in aanraking kwam. Ik zat op het platje van mijn kamer. De avondzon scheen. Het dak was lauwwarm van de lome zomerdag. Overal stonden ramen en deuren wagenwijd open. Zomerse stadse geluiden klonken. Ik zat tegen mijn deurpost en mijmerde wat. Uit de radio klonk er ineens een lied dat ik niet kende. Doordringend waarschuwde iemand voor een ‘Baby in the house’ . ‘Be careful’. Gauw de knop omzetten en goed naar de tekst luisteren. Het was een nummer van de mij totaal onbekende Loudon Wainwright the Third.Het was zo’n moment waarop het gesternte goed stond voor ontvangst. Alles klopte. De avondzon, de geluiden, de behaaglijke warmte, het lome nietsdoen.

Het bijna jankende geluid van zijn stem en zijn indringende ironische teksten intrigeerde me zo, dat ik op zoek ging naar nog meer muziek. Het was eind jaren zeventig, dus het betekende aardig wat gespit naar de juiste naam van de zanger in de televisiegids en pas jaren later in New York in 2000 kocht ik een aantal cd’s van de zanger. Voor altijd verkocht. Mijn lievelingsnummer is  het nummer hierboven en ‘White winos’ en ‘One man guy’.

Blauw gras van de theatergroep Wie Walvis is een echte aanrader voor klein en groot. Niet alleen hadden de kinderen en ik ervan genoten, maar ook alle begeleiders, die met de groepen waren meegekomen. Aan het einde van de tweede voorstelling moest de zaal weer in orde gemaakt worden voor de pauzes van de leerlingen. De luiken gingen open en het licht kon weer uit. We waren een mooie belevenis rijker en ik duikel straks in de auto die good old Loudon maar weer eens op om onvervalst hard mee te brullen. ‘Be careful…

 

Uncategorized

Het grote werk gaat beginnen

Het is geen straf om ’s morgens vroeg op te staan en naar je werk te gaan. Mal eigenlijk dat er een hevig verlangen is naar de eindigheid van dergelijke dingen, maar dat het ook een gemis blijkt te zijn. Het verschil zit in de mogelijkheid om er een eigen inbreng in te hebben. De keuze om zelf vroeg op te willen staan. Het heilige moeten is er vanaf.

Het wachten op de uniformen die zich keurig laten zakken,  zolang jij maar bekend maakt wie je bent via de persoonlijke personeelspas, is  tegenstrijdig met de grote rij ervoor. Daar wisselt iedereen van been of ze staan zichtbaar ongeduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. De kledingstukken trekken zich er niets van aan. In een retraite tempo laten ze zich voeren over de stalen buizen heen, een voor een, vormeloze broeken en stijve rechte jasjes.

004

Op de afdeling is er even de onwennigheid maar al gauw voelt het toch als een vis in het water. Mensen die dankbaar het aanbod van koffie of thee accepteren, waarbij een fijn contact ontstaat. Op de dagbehandeling gaat dat au naturel. Voor de zekerheid vraag ik nog even na hoe het met de mensen op de kamers zit. Daar kan ik gewoon naar binnen lopen. Ik ontmoet er de broze vrouw, die als een vogel met opengesperd bekje wat frisse lucht vangt door de kier van het open raam. Ze is ronduit verbaasd als ik vraag hoe het met haar gaat. We hebben het over vroeger en haar ouderlijk gezin. Het kost haar geen moeite om naar het verleden te glijden. Er verschijnt een dromerige blik in de kleine priemende ogen en haar stem wordt zacht door de herinnering, wat een prachtige aanvulling is op het witte haar, dat haar gezicht omlijst. Als ik later langs kom ligt ze op bed en houdt de ogen dicht, de mond vertrokken van pijn of onmacht.

De vrouw iets verderop kijkt me vorsend aan als ik me voorstel. Ze geeft direct aan dat ze het niet meer redden zal. De grote littekens die boven de nachtpon uit schrijnen vertellen de rest van het verhaal. Haar haar piept, door de chemo heen, dapper omhoog voor nieuwe aanwas. Ze knikt berustend en we krijgen het over haar jeugd, in wijken van de stad,  die grotendeels mijn jeugd hebben bepaald. Een leven van verzet. Het feit dat ze heen en weer geslingerd werd van tante naar oma en vice versa. De kerstbomenjachten kwamen om de hoek kijken en een ondeugende blik roemde de katapulten en de fietskettingen die meegingen in de stoet. Ze woonde destijds in de betonbuurt. Ik raakte in de war met de namen en vergeet het zwembad te noemen. Dan, uit het niets, een aandoenlijke aantekening over manlief die al zijn tijd in dienst gesteld heeft van haar. ‘Dit doen we samen. Ik laat je niet alleen dood gaan, was zijn statement. In die ene zin ligt alles besloten. Liefde, compassie en aanvaarding. Ze maakt haar eigen keuzes ook. Duidelijk en helder.

De mannen op zaal lichten op als ik ze begroet. Wat een gezelligheid. Dan geeft de rechter man aan hoe angstig hij is bij de benauwde aanvallen van hyperventilatie die hem sinds twee weken plotseling overkomen zijn en hoe angstig hij daarvan wordt. Herkenbare momenten. Zijn zuurstof ligt in een bedrieglijk schattig wit babyflesje in zijn rollator. Hij wimpelt directe hulp af, maar is op zoek naar een buddy en vindt dat hij die in mij al gevonden heeft. Het blijkt dat hij zelf acht jaar lang buddy is geweest van iemand. Daar komt die wens ook vandaan. Het is om zijn vrouw te ontlasten en hem te helpen. Ik ga er niet op in. De andere man kruipt in zijn schulp, terwijl ik aan de groeven in zijn gezicht zie dat er ook een wereld van verdriet achter steekt. Hij krijgt de kans niet. Ik beloof dat ik hem de volgende keer spreek. Garantie is er niet op deze afdeling.

Nog even langs mijn naamgenoot. Ze is in de war en herhaalt alles, maar weet te vertellen wie haar beroemde voetballende neef was die ook ergens in mijn familie rondzwerft. Er lijkt een wereld van verschil te zitten tussen haar uiterlijk en het mijne. Toch zijn we even oud.

002

Voor ik het weet is de ochtend om. Tijd vliegt. In het hoofd spoken de gedachten. Bij de lunch met de andere vrijwilligers komt de herkenning in elkaars verhalen. Verwerking bij uitstek. We maken een groepsapp. Thuis komt het eerste signaal door van waakmaatjes. Het grote werk gaat beginnen.

 

 

Uncategorized

Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen

Langzamerhand voel ik dat er spieren zitten in het lijf vanwege het feit dat de protesten hogelijk op lopen. Kennelijk moet eerst het luie zweet eruit. Ze zijn er niet meer aan gewend. Nee dat is niet waar. Het is tamelijk zwaar werk. De berg met oude compost krijg ik maar moeizaam geslecht, omdat er zoveel takken en onverteerbaar spul tussen zit. Met de spa in de hand kreunt de rug het uit. Gelukkig kwam het bezoek al snel aanfietsen. Aan de overkant van de sloot. Dat betekende, eerst een stukje terug en dan door het hobbelige gras de goede richting op. Op het nieuwe terras was het goed toeven. Ze bewonderden het atelier, dat ineens veel kleiner leek met drie mensen erin en de stoelen die er nog uit moeten. Ook leek de leunstoel groot. Maar het is rotan, dus alles kan ook naar buiten. Comfortabel zitten doe ik bijna nooit. Ik zit op de schilderskruk en voel me daar de koningin te rijk.

Met het bezoek en de Italiaanse antipasti was het gezellig toeven, al was de oostenwind nog wat schraal en werd het minder warm dan de dag ervoor. De kwinkslagen vlogen in een Brabantse gezelligheid over de tafel. Het voelde vertrouwd en een welkome afwisseling van de bezigheden. Toen ik ze uitgezwaaid had, kwam de oude nog een stroopwafel eten. Hij was de dag begonnen met eindelijk het hout op te branden, maar moest het staken vanwege de wind en de buuf achter, die het minder geslaagd vond dat de rook haar kant opdreef. Al met al zijn de dagen meer dan gevuld met vooral tuin en werk.

017

Die ochtend had ik afgesproken met beide dochters en de twee jongste spruiten. Gezellig kouten op de bank en de rust die de jongste aanwinst uitstraalt, evenals haar moeder, is in mijn ogen bewonderenswaardig. Met baby’s had ik niet zoveel. Misschien was ik te zenuwachtig om er ten volle van te genieten. Zodra ze gingen lopen en praten kon ik er mee lezen en schrijven, maar luiers en huilen en regelmaat deden me wanhopen. Als ik nu die rust zie bij beiden, is er niets anders meer dan respect. De kalmte zelf, die dochters van mij.

Het opmerkelijke verhaal over de dochters van vriendin, die zo dapper en energiek waren om hun eigen touwtjes in de handen te nemen bij een uitslag over hun toekomstperspectief, dat anders had uitgepakt dan gedacht. Het stuurde mijn gedachten naar de eigen puberteit. Als brok onzekerheid liet ik veel dingen gebeuren, wist niet hoe ik daar zelf verandering in had kunnen brengen en liet het afhangen van de loop der dingen. Zelfstandigheid en mondigheid zijn kostbare toevoegingen aan het bestaan.

008

’s Avonds zag ik een keerzijde van die medaille. Kinderen die niet langer luisterden naar opvoeders of begeleiders, maar in de ban waren van het gamen en 12 uur per dag of langer achter hun computer zaten. Ze hadden de grip op de wereld verloren. Er kwamen drie ex verslaafden aan het woord en een jongen van tien die er midden inzat. In de verslavingskliniek zag je de drie weer bezigheden doen, die ze totaal gewist hadden. Natuurbeleving, sociale omgang met elkaar, koken. Een van hen vertelde hoeveel problemen het nu opleverde. Ze moesten op zoek naar een nieuwe identiteit en nadenken over hun studie en hun werk. Bij bijna elke baan kwam er digitaal verkeer aan te pas.

Een nieuw beeld vormen van jezelf en weer een leven opbouwen, waar het gamen een gat van jaren heeft geslagen. Het is geen sinecure. De vraag is of het leven hen niet in de tang heeft genomen en dat dat de reden was waarom ze gevlucht zijn in het gamen. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ sluipt door alles heen en investeren is de toekomst, maar dan wel in elkaar en in daadkracht en zelfstandigheid. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.

Uncategorized

Schot in de zaak

Ze waren er weer. De dames schaap. Ze hadden de haren stevig in de krul. Iedere voorbijganger kreeg een warm welkom toegeblaat en het verlangen steeg over de sloot heen. ‘Hebben jullie nog iets extra lekkers voor ons’. Vanuit mijn raam, in mijn ivoren ateliertoren, kon ik ze goed zien.

010

Vanuit het andere raam zag ik de opbouw van Soenda, een outdoor festival. Aanstaande zaterdag zou het los gaan. Er werd hard gewerkt aan de diverse podia en de stemmen droegen ver over het land. Het tijdstip was volmaakt verkeerd. Weidevogels, de weinige die er nog waren, zouden nu in allerijl de drukte ontvluchten. De dansende kieviten van vroeger waren al verdwenen. De ooievaren kwamen van achter de molen vandaan, maar zelfs die moesten last hebben van de decibellen. De buizerd, gewend aan het geraas van de snelweg, had waarschijnlijk zijn verstand nog iets verder op nul gezet. Het kleine grut bij ons in de bomen was beschut, maar zou zich verstoppen als het technogeweld los barstte, evenals alle bewoners van de tuinen. Schoonzus liep er aan de overkant van de sloot te wandelen met haar warrige wollebol en stak een hand op. Leuk. Toeval bestaat niet.

007

De oude liet zijn neus zien. Eindelijk weer eens samen. Hij ging zich concentreren op het hout en knipte de eindeloze takken tot hapbare brokken, maar gooide ze daarna op een grote hoop in het eikenbos. Een onooglijke berg werd het. Het Nutteloze Niets. De woorden bleven maar door mijn hoofd spoken. Verplaatsen van de chaos werkt niet verruimend. Het strookte niet met mijn eigen ideeën. Het oordeel erover slikte ik in. Iedereen heeft het recht op een eigen ruimte en de invulling daarvan. In de filosofie wordt het nutteloze soms gezien als het grote goed. Als iets geen betekenis heeft dan alleen maar zijn, benadert het een vorm van opperste meditatie. In ieder geval werd dat eveneens opgeroepen met het grote mantra van zitten en knippen. Even heb ik met hem mee geknipt en wisselden we gedachten uit.

004

Over bewegen. ‘Beweeg je wel 20 minuten per dag’, had de arts hem gevraagd. Hij haalde dat met gemak, dacht hij. Alleen al het fietsen naar de tuin. Twintig minuten op een etmaal is niet veel. Buiten het wieden van het bed met de vijver, waar brandnetel haar eigengereide zelf gekozen uitlopers had gemaakt en het takken knippen, had ik ook een groot deel van de spullen van het atelier over gehuisd. De ezel en de twee kastjes, de rieten stoel van oma, die nog strak in de lak moet en de verfdozen. Een hele doos Rembrandt olieverf kwam ik tegen. Geen idee, dat ik die had. Verloren zonen. Ook de pigmenten kwamen weer boven water. Alle meubels moesten eerst grondig afgeborsteld voor ze naar binnen mochten, want ze zaten dik onder het stof of waren wit uitgeslagen van de schimmel.  Genoeg te doen om beweging te waarborgen.

008

De buuf was er ook en werkte zich in het zweet, net als mijn overbuurman met de naam van mijn vader. Die sjouwde zijn mooie compostbak in elkaar. Praatjes over de heg. Zakdoeken in de nek om het alles behalve luie zweet af te vangen en verhitte gezichten. Op het allerlaatst zag ik dat de krulwilg de kers het zicht benam en de moerbei daardoor ook in de verdrukking kwam. Met de takkenschaar was het varkentje zo gewassen. Nu moest de berg op de grond weggewerkt. Dat kon. Er was nog altijd ruimte tussen de iep en de vlier. Als het gedroogd was, kon het verbrand worden.

003

Aan het eind had ik de Bernagie al dicht zonder foto’s te hebben gemaakt. Door de dubbele ramen gaf het een grappig effect. Daarna ging ik de dames begroeten, maar die hadden net een vers stuk veld verkregen en voor het eerst werd er niet over en weer geblaat. Het grote hek was dicht en gelukkig wilde net iemand uitrijden, want ik had geen sleutel. Kwart voor zeven en moe maar voldaan. Er zat schot in de zaak.

 

Uncategorized

Niets van dat alles

Het hele stel was aanwezig op twee schone dochters na, die lieve berichten hadden gestuurd. Ze hadden een heerlijke lunch mee en op een paar druppels na hadden we zon te over te midden van de chaotische terrasvoering, opgebroken stenen, rommelige ondergrond maar een feilloze Bernagie. Strak, warm en ontvankelijk. Cadeautjes waren er, een mooie libelle om aan de muur te hangen, wel even in elkaar te puzzelen en een boek, ‘Moord in de moestuin’ en alleen om de titel al geniaal.

017

Zoonlief maaide zijn gedachten en het gras. Het afgemaaide gras kon in het bed onder de aubergines van de buurman. ‘Kunnen we ergens mee helpen’ vroegen grote neef en kleine neef. Een grote schep en een lepel waren voorhanden om de enorme kruiwagen vol te scheppen met aarde van de hoop overtollig, die nog verwerkt moest worden. Ik had buiten de waard en de wortels gerekend. De grote schep werkte niet, de schepel was lastig en de gewone lepel werkte het best. Toen ze moe waren van het scheppen en alles hadden uitgeprobeerd, schep in de kleine knuisten, lepel in de grote, schepel in de kleine knuisten, kruiwagenhandvaten in de grote, reden we naar de plek waar de aarde moest komen. Leegscheppen was ook een klus, halverwege hun bodempje aarde in de enorme kruiwagen was de koek op. Ik leerde ze leegstorten.

089

Wat nu. ‘Bloemen tellen’ wist grote neef. ‘Ja’, juichte de kleine en ze gingen aan de slag. Dagkoekoeksbloemen groeien, op dergelijke momenten, hinderlijk door elkaar voor een gedegen telpartij. De chaos in telrij en het hoofd van de grote was voldoende om om te zien naar een meer gerichte taak. Water geven in de kas. Twee gieters vol. Gieters vullen in de sloot deed dochterlief zelf, voor de zekerheid. Ze kweten zich nauwgezet van deze spetterende taak. Gedaan. Gelukkig kwamen er twee snaterende eenden gemoedelijk even klem zitten in de minivijver en uitgebreide observaties waren het resultaat. Tot alles op was, de eerste helft van de wedstrijd op de kleine schermpjes was bekeken en de stoet zich opmaakte om huiswaarts te keren. Zwaaien en zwaaien. Dag lieverds

099

Daarna begon het grote werk. De stoelen stonden er om uit te rusten. Regel voor regel roomde ik dat, wat ooit een rommelig terras was, af en begon weer te bouwen. Afgraven, tegels bevrijden en vastklinken. Nou ja, dat laatste lukte niet echt maar voorlopig was het goed. Tussendoor oogstte ik bewondering van de andere bewoners van de tuin, die nieuwsgierig kwamen kijken naar de Bernagie, omdat het verhaal van de karavaantocht zich als een lopend vuurtje verspreid had. Gestaag vormden de regels een echt terras, uit nood geboren, want iets anders had ik simpelweg niet voor handen. Aan het eind was de energie wel op, maar dan had je ook wat. Het stuk aarde oogde als het zwarte gat van Anish Kapoor in het gras. Omdat het oog ook wat wilde, kon ik het opvullen met het gemaaide, vooralsnog groene, gras. De plaggen die ik tussen de kleine keitje’s uit had gepeurd, konden er ook op.

IMG_0250

Voorlopig had ik mijn fysiotherapie weer gehad. De zon was inmiddels voorbij de grote haag gezakt. Tijd om op te breken. In de sloot liftte de eerste gele plomp nieuwsgierig hun kopjes hoog tussen het groen. Het weggetje aflopen na een noeste arbeid is de beste meditatie die je hebben kan. Nieuwe energie stroomt binnen. Slootleven, aardhommels in de grond, raaf op zijn post, het statige groot hoefblad, meerkoetjes en hun kroost. Wat doen die zwartkopmeeuwen boven de sloot bij de buren. Zien ze eieren, heeft iemand brood gestrooid, zijn er al eenden in paniek. Het raadsel gaat mee naar huis, want ik zie niets van dat alles.

IMG_0252

 

Uncategorized

Een perfecte dag

Hoofd in de henna en Pluis is net op het bed gesprongen om lekker te gaan soezen onder de sprei. De koffie is vers, evenals de kwark voor de medicijnen. De planten hebben water gekregen, de keuken is aan kant. Onvoorstelbaar dat je dat al dag en jaar doet en iedere keer weer voelt het als behaaglijk. De dag ligt open.

Het is Moederdag. Dat betekende vroeger kleverige kusjes en beschuit met jam, lieve tekeningen en wensen en alle kinderen op het grote bed. Er is geen mooiere dag denkbaar dan een zondag in de maand mei, als alles wat een lust voor het oog is, omhoog schiet en de wereld geel, wit en heldergroen kleurt.

007-1.jpgTe snel, die zwaluwen

Hoog boven het venster giert de zwaluw, het zijn er minder dit jaar, of lijkt het zo. Gisteren probeerde ik er een paar in het vrije veld op de foto vast te leggen , maar het enige wat ik ving waren de schapenwolken. Straks gaat zoonlief mee naar de tuin, omdat hij het ronde bankje voor me wil schuren en lakken. Ik hoef niets mee te nemen en omdat andere zoon gisteren met klem beweerde niets aan Moederdag te doen, vermoed ik dat de kleverige zoenen plaats hebben gemaakt voor het grotere werk. Verwachtingen komen vanzelf binnen rollen.

004

Gisteren hebben de zussen en ik ons verdiept in de E-learning en het maken van een programma daarvoor. Dat was voor mij een redelijk nieuwe benadering van de stof. Aanvankelijk wist ik niet helemaal wat ik er mee moest, tot ik de enorme hoeveelheid mogelijkheden en de doelstelling kon overzien. Ik heb er zin in. Hoe leuk is het om lesstof afwisselend en toegankelijk te maken.

happertjeOma, muis en Happertje.

‘Leren is leuk’ stond er op mijn invalkoffer twee jaar geleden. Daarin zaten alle geheimen van de smid om leren uitdagend en leuk te maken. Hier en daar bleven op de verschillende scholen, waar ik inviel, voorwerpen achter omdat ze bleven hangen aan het kind, dat er zoveel liefde aan gaf. Het groene Happertje bijvoorbeeld, die ervoor zorgde dat een in zich zelf gekeerd meisje haar wereld opende met behulp van deze grappige handpop. Hij week niet meer van haar zijde. Ze bleef hem meesjouwen. Eens kijken of het me lukt om digitale happertjes in het leven te roepen. Dat is een uitdaging op zich en maakt het voor mij ook boeiend en leuk om daar mee te experimenteren. Op mijn bord ligt de communicatie bij het opvoeden van kinderen met specifiek gedrag. Er kan een wereld van verschil liggen in de aanpak door slechts een enkel woord. Het is zo bepalend hoe er vorm geven wordt aan bedoelingen. Dat geldt ook voor de benadering in het algemeen. Prioriteit had het vermijden van verkleinwoorden,  het verdraaien van de stem en het praten in de wij-vorm. Of ik nou juf was of verpleegkundige. Zie de mens.

De kauwtjes in de dakgoot vieren ook Moederdag, zo te horen. Ze hebben het er maar druk mee en vliegen af en aan. Ze zijn kort van stof. Met enkel wat gekras dirigeert moe man en kind en vice versa. Als Pluis er een waarneemt vanuit haar ooghoeken springt ze op en staat verlangend te mekkeren voor het raam. Een vreemd en wonderlijk geluid. Het bekkie trillend van verlangen.

De blauwe lucht is versiert met guirlandes van wit. De zon zet alles in het juiste licht. Een perfecte dag om met elkaar bij het leven stil te staan en haar schoonheid te vieren.

Uncategorized

Die kop, die komt er wel

Ik teken wel maar uit de vrije hand. Die vrije hand is een obstakel bij het kijken. De verbeelding kijkt te veel mee. Dat maakt het lastig om voor een objectieve weergave te zorgen. Bovendien zit de Varifocus in de weg. Of is het het licht in de ogen die het zicht niet helemaal helder en zuiver laat zijn.

Ik tuur naar de foto. De gouden driehoek in afstand. Zonder Geo-driehoek is het lastig meten. Bovendien voelt dat als hogere wiskunde. Maar hoe dan. Ja de afmetingen zitten in het hoofd gebakken . De helft, de helft van de helft, dus een kwart en een achtste. ‘So far, so good’. Maar toch, de punt van het potlood op papier werkt het oog uit, het andere oog, de neus voor een gedeelte. De kin. Zucht. ‘Het is nooit goed of het deugt niet’, sputterde mijn oma bij overmatige kritiek.

Zo voelt het nu. Toch kijken ze me aan en leer ik veel over de anatomie van het oog, de neus, de mond, de kin. Weten en doen is twee. Ook die klopt. Ik worstel en kom vooralsnog niet waar ik wezen wil en zeker niet boven. Thuis verder oefenen en op de gestelde datum moet ie in het geheel op papier staan. Een van mijn idolen. Maarten van Roozendaal met zijn karakteristieke  kop. Ooit fan geworden, omdat hij de lente letterlijk bejubelde en ik het toevallig hoorde. Daarna al zijn optredens op internet gevolgd en voordat ik hem in levende lijve kon gaan aanschouwen, was hij dood. ‘Red mij niet’ orakelde hij in een van zijn nummers. Dat was ook een onmogelijke opgaaf. In al zijn kwetsbaarheid met een vleug cynisme legde hij zijn ziel en zaligheid bloot.

001

Die Maarten dus. Van boetseren komt weinig met potlood. Oefening baart kunst. Het is warempel toch niet de eerste keer. De benadering is weer anders en daardoor wordt de oefening nieuw. Mijn hoop is gevestigd op het feit dat ik misschien nu de essentie van het vinden van de gelijkenis ontdek. Zonder raster papieren, zonder meten, maar met het blote oog en de juiste manier van ‘zien’, wat weer anders is dan kijken.

007.jpg Neusvleugels bijstellen

De neus is zo mogelijk nog lastiger. Ze stijgt nog niet op de vleugelen der kunsten. Kromme neuzen, rechte neuzen, ‘reuze keuze neuzen’ om met Van Veen te spreken, maar een is slechts de goeie. Nu nog een papieren werkelijkheid creëren. Ik merk dat ik teveel denk in ‘De meester weet het en ik doe het bij voorbaat fout’. Gedoemd om te mislukken als eigenwaarde ontbreekt. Ik weet in ieder geval waar het op steekt. In dit atelier met grote kennis is het lastig als je als betrekkelijk Zeventiende Eeuwse Realistbeginner  binnenkomt. Nog iets om aan te werken.

006

Ondertussen rollen de meest smakelijke verhalen over tafel en is er mokkataart omdat de buurman van een van ons mee deed aan ‘Heel Holland bakt’ en een mokkataart moest maken, die hij niet lust. Ik eet het caloriebommetje als broodje kaas, omdat de mijne thuis op het aanrecht ligt. Ondertussen bedenk ik dat er vele wegen zijn die naar Rome lopen.

Het gaat hier niet om de kunst maar om de techniek. Dat was het doel. Het doel heiligt de middelen én het geploeter en gesteun. Struikelen mag, had ik mezelf al voorgenomen. Dat zijn de nieuwe leermomenten. Niet alleen hier, maar in heel het leven.

Ik gaf op school de kinderen als mantra mee: ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, heb je het niet geleerd.’ Alles mag en niets is fout. Het werkte als een trein. Fout bestaat niet en soms kan het beter. Dan groei je boven je eventuele miskende eigenwaarde uit en sta je weer op gelijke menshoogte. Dat is belangrijk, daar leer je van. Waar filosofie je al niet voor behoeden kan. Ik zing met Maarten mee en vorm ondertussen zijn beeltenis. ‘Mooi, om te janken zo mooi…’

Die kop, die komt er wel.

Uncategorized

De vijver vol inkt

Vandaag ben ik in de sprookjestuin van Annie geweest. Alles wat herinnering bracht en nieuwe verhalen was er.

De sprookjesschrijver
Ik ken een man die verhaaltjes verzint
en ’s morgens al heel in de vroegte begint.
Hij schrijft over heksen en elfen en feeën
van kwart over zessen tot ’s middags bij tweeën.
Hij schrijft over prinsen en prinsessen
van kwart over tweeën tot ’s avonds bij zessen.
Dan slaapt hij en ’s morgens begint hij weer vroeg.
Hij heeft aan een inktpotje lang niet genoeg.
Hij heeft in zijn tuin dus een vijver vol inkt,
een vijver door donkere struiken omringd,
En altijd, wanneer hij moet denken, die schrijver,
dan doopt hij zijn kroontjespen weer in de vijver.
Hij heeft nu al tienduizend sprookjes verzonnen
en is nu weer pas aan een ander begonnen.
En als hij daar zit tot het eind van zijn leven,
misschien is die vijver dan leeg geschreven.
(uit: De lapjeskat van: Annie M.G.Schmidt)

Onverwacht stond ik er. Te midden van de drie Arbres d’Ardèche volop in bloei als wolken magenta, de rode kat uit Ieper, de dame met de hoornen, twee gelaste kwetteraars in het gras, de keramieke grijnzende poezen. De vijver met haar belofte voor lelies, dotters, lissen en de zwanenbloem in het ontluikende groen, goud op de bodem en de vier kleine eenden snaterend achter hun moeder aan, terwijl Pa het kroos zeefde met zijn snavel. De raku oven, de houtoven, de steenoven. De klimmende hop, nu nog zonder bellen. Uilskuikens te kust en te keur met hun beduusde ogen en hun te grote snavels en poten, de glanzende Beppers, die elkaar versterkten door de verhalen, die ze vertelden, ook al zeiden ze niets en twee kleine kleivarkentjes.

In de grote bak liggen de wegverharders en wordt er uit de diepte een beschadigde Bepper opgedoken en een everzwijn. Vriendin haalt er het meisje met de grote ogen in groen en paars uit. Gered van de weg. Ze mogen mee. Bepper de bofferd en zwijn dat zwijnt. De verhalen wuiven zacht boven de inktvijver en de natuurlijke beplanting in grote dikke knoppen, een belofte aan uitbundige bloei. Het vriendelijke gezicht van hun schepper zweeft er doorheen, trots op al wat er aan schoonheid leeft op dat kleine stukje grond. Een baken van zachtmoedigheid.

015Bepper de Bofferd

De Bepper achter in de kleine blauwe heeft op de terugweg verhalen voor een leven lang. Zijn dikke buik moet hij vasthouden van het lachen. Het everzwijn met de oranje tong en het kapotte oor kijkt hem nieuwsgierig aan. Annie knikt hen vriendelijk toe. Straks en later. Zo’n prachtige tuin kan ik maken op miniformaat. Ik ga er eens even voor zitten, als de Bernagie op orde is. Het huis daar heet, toevallig of niet, de Bergerie en zo gastvrij als het klinkt, was het ook.

Vriendin leeft op. Het is een uitje, als gebroken botten beletten om auto te rijden. . Geldermalsen, overzichtelijk en vriendelijk in de zon. Ineens weet ik weer dat met vriendin de verhalen vanzelf komen. Dat is nooit veranderd. Een aanzet, een woord of een voorwerp en er rollen nieuwe avonturen en belevenissen over de tafel. Aan een half woord hebben we genoeg, naadloos schuift ons gevoel in elkaar.

004

In haar vernieuwde huis, ‘a room with a view’, het verhaal van de koe. Ze droomde al zolang van ‘in het vrije veld wonen met het zicht op de koeien’, dat ze een replica van een Hongaarse kunstenaar op de kop tikte, een koe in roest op een sokkeltje. Zodat ze, zodra de gordijnen werden opengeschoven, uitzicht had op de koe van haar dromen. Jaren heeft het beeld in de kleine stadstuin gestaan en werd iedere morgen met verlangen begroet.

Een droom die bewaarheid is geworden, want als we naar buiten kijken, staan achter hun evenknie op de sokkel, in het weiland verderop, de koeien naar hartenlust te grazen. Het enige wat nu nog ontbrak, waren de gordijnen om ze te kunnen openschuiven. Die zouden die avond met manlief meekomen.

Het dorp van de verhalen en de kunstenaars, daar in dat lieflijke land van koolzaad, fluitenkruid en boterbloemen in de Betuwe.

‘Alleen in de verhalen en gedichten wil ik wonen’ bedenk ik, in een variatie op een thema. Dát, de schoonheid en de verbeelding hand in hand, de ruimte en de vrijheid, de vijver vol inkt.

 

Uncategorized

De ziel achter de dingen

Ze zijn er. Nog niet in grote getale aan het zwermen, maar plukjes komen voorbij. Het is nog kil of zijn ze op zoek naar een plek om te nestelen. De zomer komt aankruien. Even geduld nog. De gierzwaluw brengt herinnering en vriendin groet op haar smalle vleugels. Sierlijk en vederlicht danst ze tegen het blauw.

Met de post loop ik op mijn kloffen en met het haar op zolder door de gangen. De vrouw is aan het ontbijten. Met muizenhapjes gaan de kleine stukjes brood, vogelmaat, naar binnen. Ze tuurt met half dichtgeknepen ogen naar de enveloppe. ‘Zal ik hem even voorlezen’. ‘Als U dat wil doen, graag’. De privacy van je eigen post. Het voelt bijna als schennis als ik de plakranden vaneen trek. Na het lezen van de lieve boodschap klaart ze zichtbaar op. In kleine brokstukken komt het verhaal naar buiten en door alles heen klinkt de angst voor het toekomstbeeld door. Als je ruim tachtig bent en alleen woont dan is er meer stuk dan alleen maar bot. Het toekomstbeeld ligt vooralsnog in duigen. Zolang ze zich niet redden kan, staat de wereld op z’n kop. Valt het nog te kantelen.

Er is lange-gangen-tijd om er over te peinzen. De vrouw met het witte gezicht kijkt lijdzaam naar buiten als de medicijnen hun werk doen. Haar ogen staan vermoeid. Ze wil wel thee, rooibosthee. Schoorvoetend komen haar kleinkinderen ter sprake. Ze zijn druk. Ze wordt er moe van. Ze glimlacht berustend. Ach ja. Ze maken ruzie om haar. Oma als bezit. In haar zucht klinkt het leed, wereldleed in een notendop.

Ik zoek mijn eigen weg in de wirwar van vertrekken. Ontdek achter allerlei afkortingen welke specialiteit er schuilt qua techniek. Medische instrumenten huizen elders. Verdieping hoger of lager, soms van het kastje naar de muur en terug. Mijn begeleidster is ziek geworden. Alleen vind ik het buskruit uit. Zo werkt het het snelst om de weg te vinden. Zelf uitvogelen. Ik zet schroom opzij en vraag. Vergeleken met vroeger is alles veranderd en toch ook weer niet. Er is veel verbeterd aan outillage, hulpmiddelen. Hoop en het wachten, het overgeleverd zijn aan wat er komen gaat, de verschillen in het tackelen van problemen, zijn gebleven. De kwetsbaarheid vooral.

005

’s Middags zakt alles bij een grote warme kop lafenis op de juiste plek. Met flink rusten ben ik weer opgeladen genoeg voor de avond. We wisselen wensen, verlangens en schoonheid uit. Waar raken we van ondersteboven. Er komen namen langs en ook de bijbehorende beeldvorming. We zijn eraan toe om ieder op eigen niveau de grenzen te verleggen, vleugels uit te slaan, te verruimen. Verzadiging ligt op de loer en de wil om het te kantelen. Ineens breekt er een licht door. ‘We gaan spelen’. Ja, experimenteren met alles wat er voorhanden is. Het kind gaat los. Gouache, kleine paneeltjes, aquarel. We gebruiken de borden als palet en kijken is de basis. Vorsen en voelen. Simpele dingen, schouders te smal, golven niet rond genoeg, werken in de richting van de spier. Mijn braafheid is groter dan die van haar.

011.jpg

Het verhaal over buiten schilderen, als iemand een raampje open draait en in het wilde weg je toeroept dat het niks is. De impact in luttele seconden is vele malen groter dan het afbranden zelf. Vrij zijn op het strand, zand, zon, water en spelende kinderen, wolken. Luchten als die van Turner. We spelen de avond rond en genieten. Aan de tafel, in rust, slempen thee en filosoferen over de werken. Het is een ijkpunt te midden van alle hectiek. Alles mag en niets moet. Het kan niet verkeerd gaan, want het is eigen. Zo vruchtbaar is het. We moeten vaker stil staan. Stil staan bij het moment om de beleving te voelen van de ziel achter de dingen.

Uncategorized

Een droomloos vacuüm

Hoe vang je een eeuw en schrijf je geschiedenis zonder er woorden aan vuil te maken? De foto sprak boekdelen. Vier generaties vrouwen op een foto. Van 1921 tot en met 2019. Dergelijke kiekjes blijven onbetaalbaar. Dochter en ik vielen met ons neus in de boter. Er was een modeshow gaande en Omaoma zoals mijn schoonmoeder door haar achterkleinkinderen wordt genoemd, zat pontificaal midden in de zaal. Ze was zichtbaar aan het genieten. De dames, want heren waren nergens te bekennen, waren van een respectabele leeftijd.

De moeder van de presentator en een andere vrouw showden om beurten de diverse modellen. Die vielen uiteen in soepele broeken met elastaan band, in klokkende banenrokken, in twinsetten met bloempatronen al dan niet met vest eraan vast en alles was verkleind. Vestje, broekje, rokje, setje, modelletje. Tussendoor was een loting, die dozen chocola opleverden voor het winnende lot. ‘Kleine dikmakers om de verkoop te stimuleren’, dacht ik vilein. Toch was het een beleving op zich om erbij te zijn. De tweede vrouw had prachtig wit haar, vastgepind met een speld, maar ging er na elke sessie steeds artistieker uitzien met alle losgeschoten pieken.

00597 jaar overbruggen

Toen de kleine uit haar moderne biezen mandje kwam, viel de zaal als een blok voor het kleine grut en kreeg ze bij iedere sessie een aai over haar beentjes van de modellendames. De foto maakten we boven in de beslotenheid van de eigen kamer en deelden levens. Terug in de grote zaal kon Moe zo aanschuiven voor de maaltijd.

Op naar de tuin, eerst Koningsdal bezocht om Borage te zoeken, maar dat moet ik toch echt zaaien. Ik kwam met salie en majoraan weer naar buiten. De lucht was een beetje dreigend. Het ging nu alleen tussen mij en de Bernagie en met het openen van haar deuren paste ze als een handschoen. Ik kon nog niet inrichten, maar het zitten in de fraai afgewerkte ruimte was voldoende, met het weidse uitzicht door alle drie de ramen. ‘A room with a View’. Weer een mooie aanvulling op de  literaire tuin, waar de ‘Three Willows’ en de Vasalis appelboom bewaarheid waren gebleven.

100_5340.JPG

De overbuurman aan de andere kant van de sloot knikte goedkeurend over de oplossing om de drassigheid van het veen te mijden. Hij vertelde als Westbroeker van het verende veen. Prachtige titel voor een boek. De wijze waarop de keuterboeren in het achterland de bodem verhoogden met takken en dakpannen en zelfs glas en er was een vleug nostalgie in zijn woorden. Het maaien bleef iedere keer steken op de takken, maar stukje bij beetje werd het weer meer eigen tuin. Vriend van verderop kwam langs en was jaloers en ik een beetje overdonderd van blijdschap over de wijze visie van zwager, die ooit en onmiddellijk in het bestaan van de keet had geloofd en het idee had omarmd.

Zoonlief kwam Bamie Trafassie eten en daarna was het tijd voor portretsessie 2. Het model was er niet, maar we werkten de eerste sessie uit naar aanleiding van de toen genomen foto’s en nu ging het op de eerste plaats om de opzet. Hoe leg je het aan om vorm te geven aan je verbeelding. Het fijne van al die individuen is dat je zoveel verschillende wijzen krijgt van opzetten. Grof met forse streken, voorzichtig met uitgebreide schetsen, met poetsen om licht en donker te bewerkstelligen, met pigmenten Sienna, Oker en Omber. Alles kwam voorbij.

074.jpg

Het grote boetseren was begonnen. Het model met zijn karaktervolle hoofd kwam letterlijk op diverse manieren uit de verf en keek ons vanuit alle standen aan. Het was inspannend en ontladend om op die manier alles van je af te zetten en alleen maar op te gaan in het proces. Een echte Sluyters was het niet, maar een portret was het zeker. De eerste laag zat er op. Volgende week weer verder.

Moe, maar voldaan  met een wijntje voor Trijntje mocht alles bezinken. Daarna, met slaap tot in elke vezel, viel ik in een droomloos vacuüm.

 

Uncategorized

Een goed begin is het halve werk

Een malle droom. Een drukke weg, apen waar we langs gingen om ze te voeden en de kinderen die we op moesten halen van een of ander dagverblijf. De voetgangers-oversteeklichten werden geregeld vanuit het dagverblijf. Als ze daar niet opletten kon het lang duren eer je over mocht. De weg was te druk om zo over te steken. De twee dochters moesten heel lang wachten. Ik liep met, wat men een lastig kind noemde, veel verder vooruit en had een goed contact met het jongetje, dat honderdeneen dingen vroeg. Heel geïnteresseerd en helemaal niet van plan om onder mijn vleugels weg te lopen. De weg voerde door het park en leek op de weg die ik wandel vanuit de buitenwijk naar het centrum van Den Bosch waar ik ongeveer twee of drie keer per jaar het museum bezoek. Waar smeed je de basis voor de droom?.

016-1.jpg

Gisteren heb ik wat voorwerk gedaan voor het schilderen à la ‘Sluyters’. Zijn verschillende stijlen vallen op. Zijn kleurgebruik kan ook heel wisselend zijn. Uitbundige portretten, waar nog steeds de beweging in zit. Felle kleuren van een onwaarschijnlijk geel/groenig tegen hele tere portretten, zoals zijn kinderportretten met de attributen als pop of beer. Ik experimenteer en leer al doende. Met aquarel geef ik de wonderlijkste combinaties aan kleuren weer. Het gaat niet om de gelijkenis in dit geval. Met potlood probeer ik die wel te vangen en de zachtheid van het model. Een zacht schilderij, liefst met een vage indruk van de lucht boven de Waal.

019.jpg

Daarnaast punnik ik nog aan het sfeerverslag van de podcast voor jeugdliteratuur en laat de vermoeidheid toe die de afgelopen dagen over me heen is getrokken als een dekentje. Zo kabbelt de dag gemoedelijk voorbij. Een work-out bij de fysio, maar verder nauwelijks inspanning. Een goede basis voor een langgerekte droom.

De officiële inschrijving voor Waakmaatje is ook gedaan. Het was een dag om alle losse einden aan elkaar te knopen. Daar heb je even rust en tijd voor nodig. Gelukkig begon het te regenen toen ik eigenlijk spoorslags naar de tuin wilde. Daardoor moest ik wel een pas op de plaats maken. Ik had me voorgenomen om de hoop aarde alvast naar een plek te kruien, waar ik de tuin hoger wilde hebben. Daar kwam het niet van, maar wel om de gedachten te kruien en die losse eindjes.

049

Als het weer te slecht is om vandaag naar de tuin te gaan, ga ik de zolder op. Die schreeuwt om aangepakt te worden. Als elk te verzinnen excuus is opgedroogd, moet je wel. Het is langzamerhand het domein van Pluis geworden, die de gesmoorde liefkozingen van zoonlief ontwijkt door zich in de kussens van een oude stoel te nestelen. Hoog en droog, zal ze denken. Maar haar wintervacht is aan het ruien en grijze vlokken dwarrelen af en toe naar beneden. Ook de trap slibt langzaam dicht.

‘Red mij’, roept zolder. ‘Straks, later, zo meteen’, denkt het hoofd. Eerst met dochter en kleindochter naar Omaoma van 97. Ik bedenk ineens dat dat een gelegenheid bij uitstek is voor een drie-generatie-foto. Dergelijke oude genen moeten wij nog maar zien te kweken. Dan ben je alweer dertig jaar verder. Hoe zijn de veranderingen voor hen, als onze leeftijdsgenoten ze soms al niet bij kunnen benen.

Boeiende materie. Nu eerst koffie en mijmeren. Voor de ochtend twee van mijn lievelingsbezigheden. Een goed begin is het halve werk.