Uncategorized

Die kop, die komt er wel

Ik teken wel maar uit de vrije hand. Die vrije hand is een obstakel bij het kijken. De verbeelding kijkt te veel mee. Dat maakt het lastig om voor een objectieve weergave te zorgen. Bovendien zit de Varifocus in de weg. Of is het het licht in de ogen die het zicht niet helemaal helder en zuiver laat zijn.

Ik tuur naar de foto. De gouden driehoek in afstand. Zonder Geo-driehoek is het lastig meten. Bovendien voelt dat als hogere wiskunde. Maar hoe dan. Ja de afmetingen zitten in het hoofd gebakken . De helft, de helft van de helft, dus een kwart en een achtste. ‘So far, so good’. Maar toch, de punt van het potlood op papier werkt het oog uit, het andere oog, de neus voor een gedeelte. De kin. Zucht. ‘Het is nooit goed of het deugt niet’, sputterde mijn oma bij overmatige kritiek.

Zo voelt het nu. Toch kijken ze me aan en leer ik veel over de anatomie van het oog, de neus, de mond, de kin. Weten en doen is twee. Ook die klopt. Ik worstel en kom vooralsnog niet waar ik wezen wil en zeker niet boven. Thuis verder oefenen en op de gestelde datum moet ie in het geheel op papier staan. Een van mijn idolen. Maarten van Roozendaal met zijn karakteristieke  kop. Ooit fan geworden, omdat hij de lente letterlijk bejubelde en ik het toevallig hoorde. Daarna al zijn optredens op internet gevolgd en voordat ik hem in levende lijve kon gaan aanschouwen, was hij dood. ‘Red mij niet’ orakelde hij in een van zijn nummers. Dat was ook een onmogelijke opgaaf. In al zijn kwetsbaarheid met een vleug cynisme legde hij zijn ziel en zaligheid bloot.

001

Die Maarten dus. Van boetseren komt weinig met potlood. Oefening baart kunst. Het is warempel toch niet de eerste keer. De benadering is weer anders en daardoor wordt de oefening nieuw. Mijn hoop is gevestigd op het feit dat ik misschien nu de essentie van het vinden van de gelijkenis ontdek. Zonder raster papieren, zonder meten, maar met het blote oog en de juiste manier van ‘zien’, wat weer anders is dan kijken.

007.jpg Neusvleugels bijstellen

De neus is zo mogelijk nog lastiger. Ze stijgt nog niet op de vleugelen der kunsten. Kromme neuzen, rechte neuzen, ‘reuze keuze neuzen’ om met Van Veen te spreken, maar een is slechts de goeie. Nu nog een papieren werkelijkheid creëren. Ik merk dat ik teveel denk in ‘De meester weet het en ik doe het bij voorbaat fout’. Gedoemd om te mislukken als eigenwaarde ontbreekt. Ik weet in ieder geval waar het op steekt. In dit atelier met grote kennis is het lastig als je als betrekkelijk Zeventiende Eeuwse Realistbeginner  binnenkomt. Nog iets om aan te werken.

006

Ondertussen rollen de meest smakelijke verhalen over tafel en is er mokkataart omdat de buurman van een van ons mee deed aan ‘Heel Holland bakt’ en een mokkataart moest maken, die hij niet lust. Ik eet het caloriebommetje als broodje kaas, omdat de mijne thuis op het aanrecht ligt. Ondertussen bedenk ik dat er vele wegen zijn die naar Rome lopen.

Het gaat hier niet om de kunst maar om de techniek. Dat was het doel. Het doel heiligt de middelen én het geploeter en gesteun. Struikelen mag, had ik mezelf al voorgenomen. Dat zijn de nieuwe leermomenten. Niet alleen hier, maar in heel het leven.

Ik gaf op school de kinderen als mantra mee: ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, heb je het niet geleerd.’ Alles mag en niets is fout. Het werkte als een trein. Fout bestaat niet en soms kan het beter. Dan groei je boven je eventuele miskende eigenwaarde uit en sta je weer op gelijke menshoogte. Dat is belangrijk, daar leer je van. Waar filosofie je al niet voor behoeden kan. Ik zing met Maarten mee en vorm ondertussen zijn beeltenis. ‘Mooi, om te janken zo mooi…’

Die kop, die komt er wel.

One thought on “Die kop, die komt er wel

Comments are closed.